Bijlage - Was-wordt lijst
Tekst van het document
Was-wordt lijst re-integratieverordening participatiewet inclusief toelichting
Algemene wijziging In verband met het invoegen van nieuwe artikelen is de nummering van een aantal bestaande artikelen aangepast. Daarnaast is de hoofdstuk en paragraaf indeling aangevuld conform breed offensief. Ook is voor Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen de afkoring UWV gebruikt.
Artikel 1 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 1. Begrippen
Artikel 1. Begrippen
1. Voor zover niet anders bepaald, worden begrippen in
1. Voor zover niet anders bepaald, worden begrippen
deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als
in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis
in de Participatiewet, de Algemene wet
als in de Participatiewet, de Algemene wet
bestuursrecht en de Gemeentewet.
bestuursrecht en de Gemeentewet.
2. In deze verordening wordt verstaan onder:
2. In deze verordening wordt verstaan onder:
a. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste
a. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste
lid, onder a, van de Participatiewet.
lid, onder a, van de Participatiewet.
Volgt uit breed offensief: Er zijn definities toegevoegd.
b. interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; c. jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het behouden van werk; d. persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet; e. voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; f. overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; g. werkgever: degene die op basis van een
arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; h. werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; i. wet: Participatiewet.
Artikel 2 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 2. Maatwerk 1. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval
-
Geen aanpassingen
betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. 2. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.
Artikel 3 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de Participatiewet, de artikelen13 en 37 van de Wet
Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van
Volgt uit breed offensief: Er zijn weigeringsgronden toegevoegd en lid 3 regelt de integrale afstemming binnen het sociaal domein.
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk b. arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort totde doelgroep;
het recht op de voorziening; c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in of krachtens deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
d. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij
2. Het college kan een voorziening beëindigen als:
geen gebruik wordt gemaakt van een in deze
a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
verordening genoemde voorzieningen,tenzij het
verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de
betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste
Participatiewet, de artikelen 13 en 37 van de Wet
lid,
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
e. onderdeel a, onder 2e van de Participatiewet;
arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening
f. naar het oordeel van het college de voorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
onvoldoendebijdraagt aan een snelle
zelfstandigen niet nakomt;
arbeidsinschakeling;
b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep;
g. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt isvoor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; h. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet
c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het
naar behorengebruik maakt van de aangeboden
betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
voorziening;
onderdeel a, onder 2e van de Participatiewet;
i. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aande voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2. Het college kan bij uitvoeringsbesluit een of meer
d. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening;
subsidie- of budgetplafondsvaststellen voor één of
f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet
meerdere voorzieningen. Het college dient dan na te
naar behoren gebruik maakt van de aangeboden
gaan welke alternatieve voorzieningen er
voorziening; of
beschikbaar zijn.
g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van
aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.
Artikel 4 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 4. Voorzieningen
Artikel 4. Voorzieningen
1. Het college kan, onder andere de volgende
1. Het college kan de volgende voorzieningen gericht
voorzieningen gericht op re- integratie en participatie
op re- integratie en participatie inzetten:
inzetten: a. De wettelijke voorzieningen: 1. Participatievoorziening beschut werk, zoals bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet;
3. Jobcoaching. b. De (aanvullende) regionale voorzieningen uit het
1. Werkervaring;
dat alle reintegratievoorzieningen die
in artikel 10b van de Participatiewet;
het college kan aanbieden, in
b. Loonkostensubsidie zoals bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet;
de verordening opgenomen dienen te worden. Daarom zijn er voorzieningen
c. Persoonlijke ondersteuning bij werk (middels
toegevoegd. De indeling op
jobcoaching of interne werkbegeleiding);
basis van wettelijk-regionaal-
d. Werkervaringsplaats;
Functioneel Ontwerp Werkgeversdienstverlening van de regio Noordoost- Brabant:
Het breed offensief bepaald
a. Participatievoorziening beschut werk, zoals bedoeld
2. Loonkostensubsidie zoals bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet;
Volgt uit breed offensief:
e. Proefplaatsing; f. Detacheren en uitzenden;
lokale instrumenten is geschrapt.
2. Proefplaatsing; 3. Detacheren en uitzenden.
g. Onderzoeken naar mogelijkheden op de arbeidsmarkt;
c. Overige (aanvullende) lokaal geregelde voorzieningen (niet- limitatieve opsomming): 1. Onderzoeken naar mogelijkheden op de
h. Verzuiminterventie; i. Sociale activering;
arbeidsmarkt; 2. Verzuiminterventie;
j. Traject omgaan met psychosociale belemmeringen;
3. Sociale activering; 4. Traject omgaan met psychosociale
k. Scholing;
belemmeringen; 5. Scholing;
l. Bemiddeling naar werk;
6. Bemiddeling naar werk; 7. Actviteiten gericht op arbeidstoeleiding
m. Activiteiten gericht op arbeidstoeleiding;
8. Incidentele loonkostensubsidie. n. Incidentele loonkostensubsidie; 2. Voorzieningen die gericht zijn op de arbeidsinschakeling worden alleen ingezet als
o. Ondersteuning bij leer-werktrajecten, zoals bedoeld in artikel 10f van de wet;
zonder die inzet het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid naar het oordeel van het
p. Uitstroompremie;
college niet mogelijk is. q. Ontwikkelingsgerichte Arbeidsmatige dagbesteding.
2. Voorzieningen die gericht zijn op de
arbeidsinschakeling worden alleen ingezet als zonder die inzet het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid naar het oordeel van het college niet mogelijk is.
Artikel 5 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 5. Participatievoorziening beschut werk
Artikel 5. Participatievoorziening beschut werk
1. Het college biedt de voorziening beschut werk aan
1. Het college biedt de voorziening beschut werk aan
aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen
aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze
in een beschutte omgeving onder aangepaste
alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste
aanbieden aan personen die
omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
beschut (gaan) werken.
heeft en deze persoon:
heeft en deze persoon:
a. behoort tot de doelgroep; of
a. behoort tot de doelgroep; of b. een persoon is aan wie het Uitvoeringsinstituut
b. een persoon is aan wie het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt.
werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid krijgt 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid krijgt een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen
een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste
Volgt uit breed offensief: Opgenomen welke specifieke voorzieningen het college kan
in een beschutte omgeving onder aangepaste
omstandigheden mogelijkheden tot
omstandigheden mogelijkheden tot
arbeidsparticipatie heeft en die nog niet in
arbeidsparticipatie heeft en die nog niet in
aanmerking is gekomen voor een beschutte
aanmerking is gekomen voor een beschut werkplek
werkplek omdat het aantal geraamde beschutte
omdat het aantal geraamde beschut werkplekken in
werkplekken in één jaar al is gerealiseerd, voorrang
één jaar al is gerealiseerd, voorrang op personen
op personen van wie later is vastgesteld dat zij
van wie later is vastgesteld dat zij alleen in een
alleen in een beschutte omgeving onder
beschutte omgeving onder aangepaste
aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot
omstandigheden mogelijkheden tot
arbeidsparticipatie hebben.
arbeidsparticipatie hebben. 3. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de 3. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de
Participatiewet, bedoelde werkzaamheden mogelijk
Participatiewet, bedoelde werkzaamheden mogelijk
te maken, kan het college de voorzieningen aan
te maken, biedt het college de voorzieningen zoals
bieden:
genoemd in artikel 4 lid 1 gericht op arbeidsinschakeling aan.
a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving;
4. Het college biedt de voorzieningen zoals genoemd in artikel 4 lid 1 gericht op arbeidsinschakeling aan tot het moment dat de dienstbetrekking beschut werk
b. uitsplitsing van taken; en c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.
aanvangt. 4. Het college kan aan personen van wie is 5. Het college realiseert het aantal plekken dat bij ministeriele regeling is vastgesteld.
vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet,
daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: a. ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding; b. sociale activering; c. scholing als bedoeld in artikel 7; d. persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 10d. 5. Het college realiseert het aantal plekken dat bij ministeriele regeling is vastgesteld.
Artikel 6 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 5a. Participatieplaats 1. Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de organisatie die de
-
Geen aanpassingen (enkel artikelnummer)
werkzaamheden aanbiedt en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten.
3. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt € 0,- per zes maanden
Artikel 7 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 6. Scholing 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden gericht op arbeidsinschakeling. 2. Het scholingstraject heeft tot doel de afstand tot het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid te verkleinen of te overbruggen. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Participatiewet.
-
Geen aanpassing (enkel artikelnummer)
Artikel 8(oud) Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 8. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort 1. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie op grond van artikel 10d van de Participatiewet. 2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: a. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet; én b. die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen; én c. die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie; én d. die persoon voldoet aan de criteria die zijn opgenomen in het landelijk besluit loonkostensubsidie Participatiewet.
Vervalt
Vervalt om technische redenen. Dit wordt bij wet bepaald en is daardoor niet nodig in de verordening.
Artikel 8 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 8. Proefplaatsing 1. Het college kan een proefplaatsing bij een werkgever aanbieden aan een persoon uit de doelgroep, indien dit naar de mening van het college noodzakelijk is voor de inschakeling in de arbeid. 2. De proefplaatsing is gericht op het verkrijgen van een reguliere detacherings- of arbeidsovereenkomst bij een werkgever. 3. De proefplaatsing wordt aangeboden voor een aaneengesloten periode van maximaal 2 maanden, en kan gemotiveerd worden verlengd met maximaal 4 maanden als er nog niet voldoende zicht bestaat op de vaardigheden van werknemer. De bijstandsgerechtigde ontvangt geen beloning en er wordt geen arbeidsovereenkomst aangegaan met de bijstandsgerechtigde.
Volgt uit breed offensief.
4. Voor een proefplaatsing wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de proefplaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkgever bij aanvang van de proefplaatsing schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 5. Er kan tijdens de proefplaatsing een loonwaardemeting worden uitgevoerd. 6. Met de werkgever en de bijstandsgerechtigde wordt een schriftelijke proefplaatsingsovereenkomst gesloten waarin het doel, de duur en omvang, de taken en verplichtingen, de bijdrage van de
werkgever in de kosten en de overige gemaakte afspraken worden vastgelegd. 7. De werkgever sluit voor de bijstandsgerechtigde een aansprakelijkheidsverzekering af. 8. Als de werkzaamheden op de proefplaatsing wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het derde lid, buiten beschouwing gelaten.
Artikel 9 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 7 Incidentele lookostensubsidie 1. Het college kan een loonkostensubsidie aan een werkgever verstrekken om daarmee het opdoen van werkervaring of de overgang naar een reguliere functie bij de betreffende werkgever voor een belanghebbende
Artikel 9. Incidentele lookostensubsidie 1. Het college kan een loonkostensubsidie, anders dan de loonkostensubsidie bedoeld in hoofdstuk 3 van deze verordening en artikel 10d van de wet, aan een werkgever verstrekken om daarmee het
mogelijk te maken.
opdoen van werkervaring of de overgang naar een
2. De duur en hoogte van de subsidie worden door het
een persoon uit de doelgroep mogelijk te maken.
reguliere functie bij de betreffende werkgever voor 2. De duur van de subsidie bedraagt maximaal drie
Technische aanpassing
college vastgesteld op basis van een individuele
maanden.
afweging ten aanzien van de belanghebbende. 3. De hoogte van de subsidie bedraagt nooit meer dan 3. Deze voorziening kan niet worden ingezet als
het wettelijk minimumloon.
hierdoor de concurrentieverhoudingen onverantwoord worden
4. De duur en hoogte van de subsidie worden, met
beïnvloed of door deze voorziening verdringing van
inachtneming van het tweede en derde lid, door
reguliere werknemers plaatsvindt.
het college vastgesteld op basis van een individuele afweging ten aanzien van de
4. De duur van de subsidie bedraagt maximaal drie
belanghebbende.
maanden. 5. Deze voorziening kan niet worden ingezet als 5. De hoogte van de subsidie bedraagt nooit meer dan het wettelijk minimumloon.
hierdoor de concurrentieverhoudingen oneerlijk worden beïnvloed of door deze voorziening verdringing van reguliere werknemers plaatsvindt.
6. De loonkostensubsidie dient vóór aanvang van het
6. De loonkostensubsidie dient vóór aanvang van het
dienstverband te worden aangevraagd.
dienstverband te worden aangevraagd.
7. Geen subsidie wordt toegekend indien het
7. Geen subsidie wordt toegekend indien het
dienstverband reeds is aangegaan voordat op de
dienstverband reeds is aangegaan voordat op de
aanvraag door het college is beslist.
aanvraag door het college is beslist.
Artikel 9 (oud) Was
Wordt
Soort aanpassing en
toelichting Artikel 9. Vaststelling loonwaarde
Vervalt
Vervalt om technische redenen. Dit wordt bij wet
1. Om de loonwaarde van een persoon vast te stellen,
bepaald en is daardoor niet
gebruikt het college een door het regionale
nodig in de verordening.
werkbedrijf van de arbeidsmarktregio NoordoostBrabant vastgesteld instrument.
2. Zolang het regionale werkbedrijf nog niet een dergelijk instrument heeft vastgesteld, maakt de gemeente tijdelijk gebruik van een instrument dat voldoet aan de eisen van het Besluit Loonkostensubsidie.
Artikel 10a Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 10a. Specifiek aanvraagproces
Volgt uit breed offensief. We
loonkostensubsidie
kiezen voor het
1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag,
administratieve proces uit de
loonkostensubsidie aan de werkgever die
bijlage. Dit proces komt
voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan
overeen met het preferente
met een persoon die behoort tot de doelgroep
proces loonkostensubsidie
loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn
wat landelijk en regionaal
het tweede tot en met het derde lid van dit artikel
door de meeste gemeente
van toepassing.
wordt gehanteerd.
2. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. 3. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het administratieve proces zoals weergegeven in bijlage I in acht.
Artikel 10b Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 10b. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking.
Volgt uit breed offensief
2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO- onderwijs heeft genoten; c. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het
oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de (maatschappelijke) opbrengsten van uitstroom naar werk.
Artikel 10c Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 10c. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 3. Het college kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist. 4. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke
Volgt uit breed offensief.
ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling.
5. Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet.
Artikel 10d Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 10d. Persoonlijke ondersteuning bij werk Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk
Volgt uit breed offensief.
verstrekken aan personen behorend tot de doelgroep in de vorm van een (interne of externe) jobcoach of in de vorm van een interne werkbegeleider. a. Een externe jobcoach kan zowel in natura als in de vorm van een subsidie aan de werkgever worden toegekend;
b. Een interne jobcoach of interne werkbegeleider wordt in de vorm van een subsidie aan de werkgever toegekend
Artikel 10e Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 10e. Jobcoaching
Volgt uit breed offensief.
1. Jobcoaching heeft ten doel een zodanige begeleiding aan werknemer en werkgever te bieden, dat de werknemer uiteindelijk zonder extra begeleiding op de werkplek bij de werkgever werkzaam kan zijn.
We kiezen ervoor om geen minimaal aantal uren van een dienstverband op te nemen. Dit doen we zodat ook bij
2. In overleg met werkgever en werknemer beslist het college of de jobcoaching wordt uitgevoerd door een interne jobcoach (jobcoach in dienst bij de
kleine contracten jobcoaching ingezet kan worden. Vaak starten mensen met een laag
werkgever), door een externe jobcoach (jobcoach
aantal uren en proberen dit
van een externe jobcoachorganisatie) of door een
op te bouwen. Op deze
jobcoach van de gemeente. 3. Een interne of externe jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt, moet voldoen aan de volgende voorwaarden: a. De jobcoach wordt in staat geacht om werknemers met een functionele beperking planmatig te begeleiden op de werkplek; b. De jobcoach kent de inhoud van de werkzaamheden; c. De jobcoach is volledig beschikbaar voor het aantal uren dat de aan de jobcoach opgedragen taken in beslag nemen. d. De jobcoach is niet de leidinggevende van de medewerker. 4. Indien de jobcoaching wordt uitgevoerd door een externe jobcoach, dan wordt gekozen voor een door het UWV erkende jobcoachorganisatie. Er mag enkel gemotiveerd gekozen worden voor een niet erkende jobcoachorganisatie.
manier kan vanaf het begin de nodige begeleiding geboden worden.
Artikel 10f Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 10f. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching 1.Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan aan de werkgever worden verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is.
Volgt uit breed offensief
2.Het college kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven.
Artikel 10g Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 10g. Interne werkbegeleiding
Volgt uit breed offensief.
Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding.
Artikel 10h Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 10h. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening
Volgt uit breed offensief
1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening.
Artikel 10i Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 10i. Specifieke voorwaarden noodzakelijke
Volgt uit breed offensief
voorzieningen bij visuele of motorische handicap Het college kan een voorziening toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
Artikel 10j Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 10j. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen 1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en
Volgt uit breed offensief
meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in
bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken.
Artikel 11 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 11. Overige voorzieningen Voor zover de voorzieningen genoemd in artikel 4 van deze verordening niet verder zijn uitgewerkt in bepalingen in deze verordening geldt dat het college deze kan verstrekken aan de doelgroep. Het college maakt een afweging ten aanzien van de passendheid van een voorziening en levert maatwerkbij de inzet van deze voorzieningen.
Volgt uit breed offensief
Artikel 12 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
-
Artikel 12. Subsidieverlening
Technische aanpassing
Tenzij in deze verordening anders is aangegeven, zijn
aansluitend bij artikel 9
op de hierin genoemde vergoedingen, premies of subsidies die als een subsidie moeten worden aangemerkt de bepalingen van titel 4.2 van de
incidentele loonkostensubsidie.
Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De Algemene Subsidieverordening van gemeente Vught is niet van toepassing op het bepaalde in deze verordening.
Artikel 13 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 10. Hardheidsclausule en onvoorziene
Artikel 13. Hardheidsclausule en onvoorziene
omstandigheden
omstandigheden
1. Het college kan van de bepalingen van deze
Het college kan van de bepalingen van deze
verordening afwijken indien en voor zover toepassing
verordening afwijken indien envoor zover toepassing
daarvan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
daarvan leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
2. In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.
Volgt uit breed offensief.
Artikel 14 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 11. Intrekken oude verordening en
Artikel 14. Intrekken oude verordening en
overgangsrecht
overgangsrecht
1. De Re-integratieverordening Participatiewet Vught 2015 wordt ingetrokken per 1 januari
1. De Re-integratieverordening Vught 2018 wordt ingetrokken.
2018.
2. Een persoon die gebruik maakt van een op 2. Een persoon die gebruik maakt van een op
grond van de Re-integratieverordening Vught
grond van de Re-integratieverordening
2018 toegekende voorziening, die moet
Participatiewet Vught 2015 toegekende
worden beëindigd op grond van deze
voorziening, die moet worden beëindigd op
verordening, behoudt deze voorziening voor
grond van deze verordening, behoudt deze
zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit
voorziening voor de duur van de ingezette
de Re-integratieverordening Vught 2018 voor
voorziening, doch niet langer 12 maanden, mits
de duur van 12 maanden gerekend vanaf de
wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Re-
inwerkingtreding van deze verordening of, als
integratieverordening Participatiewet Vught
dat korter is, voor de duur dat de voorziening
2015.
is toegekend.
3. Het college kan na afloop van de in het tweede lid bedoelde periode, besluiten of een voorziening wordt voortgezet.
3. Het college kan na afloop van de in het tweede lid bedoelde periode, besluitenof een voorziening in verband met een bijzondere
Technische aanpassing
individuele situatie wordt voortgezet 4. Besluiten voor voorzieningen genomen op grond van de bepalingen in de onderdelen 3.1 tot en met 3.3 van de Verordening Sociaal Domein 2020 gemeente Haaren gelden als besluiten voor voorzieningen op grond van hoofdstuk 3 van deze verordening.
Artikel 15 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018.
Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 juli 2023.
2. Deze verordening wordt aangehaald als: 'Reintegratieverordening Vught 2018'.
2. Deze verordening wordt aangehaald als: 'Reintegratieverordening Participatiewet Vught.
Technische aanpassing
Was-wordt lijst toelichting re-integratieverordening participatiewet
Algemeen Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Algemeen
Algemeen
Het kabinet wil dat alle mensen als volwaardige
Er is gekozen voor een algemene, globale verordening.
burgers mee kunnen doen aan onze samenleving. Bij
Dit heeft te maken met de aard van de opdracht die de
voorkeur via een reguliere baan, maar als dat (nog) een
raad heeft gekregen, te weten het bij verordening regels
brug te ver is, door op een andere manier te
stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien
participeren in de samenleving. Het kabinet wil kansen
van haar re-integratietaak wordt neergelegd. Hieruit
creëren, ook voor mensen met een arbeidsbeperking.
moet onder andere aandacht blijken voor de in de Participatiewet onderscheiden doelgroepen en de
Er is gekozen voor een algemene, globale verordening.
daarbinnen te onderscheiden subgroepen. Dit leent zich
Dit heeft te maken met de aard van de opdracht die de
niet tot het formuleren van gedetailleerde regels die op
raad heeft gekregen, te weten het bij verordening
iedere situatie van toepassing zijn. Immers, re-integratie
regels stellen waarin het beleid van de gemeente ten
is maatwerk. Het is afhankelijk van iemands
aanzien van haar re-integratietaak wordt neergelegd.
mogelijkheden en beperkingen wat in het concrete geval
Hieruit moet onder andere aandacht blijken voor de in
een passend re-integratietraject is. Daarom wordt aan
de Participatiewet onderscheiden doelgroepen en de
het college de bevoegdheid gegeven om op een aantal
daarbinnen te onderscheiden subgroepen. Dit leent
punten eigen afwegingen te maken. Artikel 10 van de
zich niet tot het formuleren van gedetailleerde regels
Participatiewet bepaalt dat personen uit de doelgroep
die op iedere situatie van toepassing zijn. Immers, re-
aanspraak hebben op ondersteuning bij de
integratie is maatwerk. Het is helemaal afhankelijk van
arbeidsinschakeling en de door het college noodzakelijk
Volgt uit breed offensief.
iemands mogelijkheden en beperkingen wat in het
geachte voorziening binnen de kaders van de re-
concrete geval een passend re-integratietraject is.
integratieverordening.
Daarom wordt aan het college de bevoegdheid gegeven om op een aantal punten eigen afwegingen te maken.
Met betrekking tot de volgende voorzieningen is de
Artikel 10 van de Participatiewet bepaalt dat personen
gemeenteraad verplicht om regels op te nemen in deze
uit de doelgroep aanspraak hebben
verordening:
op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en de door
-
persoonlijke ondersteuning (artikelen 8a, eerste
het college noodzakelijk geachte voorziening binnen de
lid, onderdeel a, tweede lid onderdeel a en e, en
kaders van de re-integratieverordening. Daarom is
10, eerste lid, van deParticipatiewet);
ervoor gekozen in de verordening de voorzieningen vast
-
te leggen die het college in ieder geval kan aanbieden.
scholing of opleiding als bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, van de Participatiewet (artikel 8a, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid,
Met betrekking tot de volgende voorzieningen is de gemeenteraad verplicht om regels op te nemen in deze
onderdeel b, van de Participatiewet); -
de premie als bedoeld in artikel 10a zesde lid van
verordening:
de Participatiewet (artikel 8a, eerste lid,
persoonlijke ondersteuning (artikelen 8a, eerste lid,
onderdeel d, en tweede lid, onderdeel b, van de
onderdeel a, en 10, eerste lid, van de Participatiewet);
Participatiewet);
scholing of opleiding als bedoeld in artikel 10a, vijfde
-
participatievoorziening beschut werk als bedoeld
lid, van de Participatiewet (artikel 8a, eerste lid,
in artikel 10b van de Participatiewet (artikelen
onderdeel c, en tweede lid, onderdeel c, van de
8a, eerste lid, onderdeel e, en 10b, zevende lid,
Participatiewet);
van de Participatiewet);
de premie als bedoeld in artikel 10a zesde lid;
-
loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 10d,
participatievoorziening beschut werk als bedoeld in
van de Participatiewet, voor zover het gaat om
artikel 10b van de Participatiewet (artikelen 8a, eerste
de vormgeving van het administratieve proces
lid, onderdeel e, en 10b, vierde lid, van de
tot verstrekking hiervan (artikel 8a, tweede lid,
Participatiewet);
onderdeel c, van de Participatiewet); -
proefplaats (artikel 8a, tweede lid, onderdeel
Artikelsgewijze toelichting Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven
d, van de Participatiewet); -
worden hieronder behandeld.
vervoersvoorziening, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Participatiewet, die ertoe strekt dat de persoon zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken (artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet);
-
intermediaire activiteit, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Participatiewet, die noodzakelijk is in verband met een visuele of motorische handicap (artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet);
-
meeneembare voorziening, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Participatiewet, voor de inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en de bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen (artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, van de Participatiewet);
Aanpassingen naar aanleiding van wetswijziging ‘Breed offensief’ Bij brief van 7 september 2018 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder de noemer “Breed offensief” maatregelen aangekondigd om meer mensen met een
arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Voor een deel was daar een wetswijziging voor nodig. In de wet “Wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (uitvoeren breed offensief)” is het juridisch raamwerk rondom deze maatregelen neergelegd. Het doel van de maatregelen is dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. Het gaat om mensen met een beperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen en vallen onder de doelgroep banenafspraak of die zijn aangewezen op beschut werk. De bij verordening te regelen uitwerking van deze maatregelen, opgenomen in artikel 8a, tweede lid, onder c tot en met g, van de Participatiewet, is neergelegd in hoofdstuk 3, artikelen 10a tm 10j. Daarmee wordt het uit de wet voortvloeiende belang van het bieden van specifieke ondersteuning voor deze doelgroep duidelijk geborgd. Artikelsgewijze toelichting Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld.
Artikel 1
Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 1. Begrippen
Artikel 1. Begrippen
Lid 1
Begrippen die al zijn omschreven in de
Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet,
Participatiewet, Algemene wet bestuursrecht (hierna:
Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)of de
Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in
gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn
deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van
vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening.
toepassing op deze verordening.
Doelgroep Lid 2
De doelgroep wordt gevormd door personen zoals
De begrippen zijn in een logische volgorde gerangschikt.
bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de
Het aantal begrippen is beperkt tot hetgeennoodzakelijk
Participatiewet. Het betreft personen:
is.
- die algemene bijstand ontvangen; - als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid onderdelen b,
Doelgroep
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
De doelgroep wordt gevormd door personen zoals
(hierna: WIA), artikel 35, vierde lid, onderdelen b en c,
bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de
van de WIA en artikel 36, derde lid, onderdelen b en c,
Participatiewet. Het betreft personen:
van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid
die algemene bijstand ontvangen;
in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten
als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid onderdelen b en c,
jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten
van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
behoeve van die persoon in die twee jaren geen
(hierna: WIA), artikel 35, vierde lid, onderdelen b en c, van
loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
de WIA en artikel 36, derde lid, onderdelen b en c, van
Participatiewet is verleend;
de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in
- als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren
Participatiewet;
Volgt uit breed offensief
ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve
- met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond
van die persoon in die twee jaren geen
van de Algemene nabestaandenwet (hierna: ANW);
loonkostensubsidie als bedoeld in artikel10d van de
- met een uitkering ingevolge de Wet
Participatiewet is verleend;
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
arbeidsongeschikte werkloze werknemers (hierna:
Participatiewet;
IOAW);
met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van
- met een uitkering ingevolge de Wet
de Algemene nabestaandenwet (hierna:ANW);
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna:
oudere en gedeeltelijkarbeidsongeschikte werkloze
IOAZ);
werknemers (hierna: IOAW);
- zonder uitkering;
met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening
en
oudere en gedeeltelijkarbeidsongeschikte gewezen
- die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op
zelfstandigen (hierna: IOAZ);
een door het college aangeboden voorziening.
zonder uitkering; en, die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op
Interne werkbegeleiding
een door het college aangebodenvoorziening.
Interne werkbegeleiding is een vorm van persoonlijke ondersteuning bij werk die wordt geboden door een interne werkbegeleider. Een interne werkbegeleider is een directe collega die de belanghebbende bij de dagelijkse werkzaamheden begeleidt omdat diegene zonder die begeleiding niet in staat is de werkzaamheden uit te voeren. Het moet hierbij gaan om, in verband met de arbeidsbeperking, meer dan gebruikelijke begeleiding. Om als interne werkbegeleider in het kader van de verordening te kunnen worden beschouwd is het noodzakelijk dat
men de vaardigheden heeft om de begeleiding op een kwalitatief verantwoorde manier te kunnen bieden. De wetgever spreekt in dit verband van collega’s, niet zijnde jobcoaches, die persoonlijke ondersteuning op de werkvloer verlenen (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 56).
Jobcoaching Jobcoaching is een vorm van persoonlijke ondersteuning bij werk die wordt geboden door een jobcoach. Een jobcoach is een deskundige die een werknemer en/of zijn werkgever methodische ondersteuning biedt, zodat de werknemer een passende baan kan vinden en behouden. Om als jobcoach in het kader van de verordening te kunnen worden beschouwd is het noodzakelijk dat men voldoet aan een aantal eisen die er op zijn gericht om de professionaliteit en de kwaliteit van de jobcoaching te waarborgen.
Persoonlijke ondersteuning bij werk Persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de Participatiewet moet in samenhang met artikel 8a, tweede lid, onderdeel e en artikel 10da, van de Participatiewet worden begrepen als een door het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op het verkrijgen, verrichten en
behouden van arbeid. In de memorie van toelichting bij artikel 8a, tweede lid, onderdeel e, van de Participatiewet wordt eerst aangegeven dat de gemeenteraad een breed aanbod van beschikbare instrumenten moet opnemen in de verordening. Vervolgens wordt alleen nader ingegaan op de jobcoach. De begrippen interne werkbegeleider en jobcoach zijn evenwel niet identiek. Het begrip interne werkbegeleider is ruimer. Het kan bij de persoonlijke ondersteuning zowel gaan om een gekwalificeerde expert (jobcoach) als om een getrainde persoon die binnen het bedrijf zorgdraagt voor de dagelijkse werkbegeleiding. Combinaties van beiden zijn ook mogelijk (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 9).
Artikel 2 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 2. Maatwerk Op grond van artikel 8a, tweede lid, onderdeel a, van de Participatiewet moet de gemeenteraad in de verordening aangeven welke voorzieningen worden ingezet, waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden en de
-
Geen aanpassingen
functionele beperkingen van die personen. Hierin ligt besloten dat de gemeenteraad ook rekening houdt met de omstandigheden en functionele beperkingen van personen met een handicap. Dit is in overeenstemming met het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. De doelstelling van dit verdrag is het bevorderen, beschermen en waarborgen van het volledige genot door alle personen met een handicap van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid en het bevorderen van de eerbiediging van hun inherente waardigheid. In dit artikel is aan het voorgaande uitvoering gegeven.
Rekening houden met omstandigheden en beperkingen Het college moet bij de inzet van de voorzieningen rekening houden met de omstandigheden enfunctionele beperkingen van een persoon. In artikel 2, tweede lid, is opgenomen waarmee het college in ieder geval rekening moet houden.
Artikel 3 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen
Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen
Volgt uit breed offensief.
De Participatiewet schrijft niet uitputtend voor welke
De Participatiewet schrijft niet uitputtend voor welke
voorzieningen het college aan moet bieden. Het enige
voorzieningen het college aan moet bieden. Het enige
criterium is dat de voorziening gericht moet zijn op de
criterium is dat de voorziening gericht moet zijn op de
arbeidsinschakeling en moet bijdragen aan het (op
arbeidsinschakeling en moet bijdragen aan het (op
termijn) mogelijk maken van reguliere arbeid door een
termijn) mogelijk maken van reguliere arbeid door een
persoon. Al naar gelangde afstand van een persoon tot
persoon. Al naar gelang de afstand van een persoon tot
de arbeidsmarkt kan een voorziening gericht zijn op
de arbeidsmarkt kan een voorziening gericht zijn op
bijvoorbeeld sociale activering en het voorkomen van een
bijvoorbeeld sociale activering en het voorkomen van
isolement (zoals het doen van vrijwilligerswerk met
een isolement (zoals het doen van vrijwilligerswerk met
behoud van uitkering), het leren van vaardigheden of
behoud van uitkering), het leren van vaardigheden of
kennis, of het opdoen van werkervaring (bijvoorbeeld
kennis, of het opdoen van werkervaring (bijvoorbeeld
via een werkervaringsplaats).
via een werkervaringsplaats).
Beëindigingsgronden
Weigeringsgronden
Het eerste lid geeft aan dat het college een voorziening
Het eerste lid geeft aan dat het college een
kan beëindigen en in welke gevallen het dat kan doen.
voorziening kan weigeren en in welke gevallen dat
Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan het
kan. De weigeringsgronden in deze bepaling zijn niet
stopzetten van de subsidie aan een werkgever of het
uitputtend, omdat voor een aantal voorzieningen er
opzeggen van de arbeidsovereenkomst bij detachering.
ook weigeringsgronden zijn die voortvloeien uit de
Bij deze laatste wijze van beëindigen dienen
specifieke aard van die voorziening. Die gronden
vanzelfsprekend de toepasselijke bepalingen uit het
vloeien voort uit de artikelen in deze verordening die
arbeidsrecht en de eventueel aanwezige
specifiek betrekking hebben op die voorzieningen.
rechtspositieregeling in acht te worden genomen. Het college kan een voorziening beëindigen in de
Het betreft hier een “kan-bepaling”, zodat het college
gevallen zoals opgenomen in artikel 3, eerste lid, van
altijd een afweging moet maken of een weigering in
deze verordening. Een voorziening wordt bijvoorbeeld
een individuele situatie al dan niet op zijn plaats is.
beëindigd als een persoon algemeen geaccepteerde
Hoewel het weigeren van een voorziening, als een
arbeid aanvaardt. Voor de persoon zoals bedoeld in
afwijzingsgrond zich voordoet, wel het uitgangspunt
artikel 7, eerste lid, onderdeel a onder 2, van de
vormt, is dit geen automatisme. Dit hangt samen met
Participatiewet wordt op dit punt een uitzondering
het feit dat re-integratie vraagt om maatwerk.
gemaakt. Het gaat om de persoon zoals bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, 35, vierde lid,
Beëindigingsgronden
onderdelen b en c en 36, derde lid, onderdelen b en c,
Het tweede lid geeft aan dat het college een voorziening
van de WIA. Voor deze doelgroep geldt dat het college
kan beëindigen en in welke gevallen het dat kan doen.
ondersteuning bij de arbeidsinschakeling moet bieden
Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan het
gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
stopzetten van de subsidie aan een werkgever of het
minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon
opzeggen van de arbeidsovereenkomst bij detachering.
in die twee jaren geen loonkostensubsidie is verstrekt.
Bij deze laatste wijze van beëindigen dienen vanzelfsprekend de toepasselijke bepalingen uit het
De Participatiewet voorziet niet in een
arbeidsrecht en de eventueel aanwezige
terugvorderingsgrond van re-integratiekosten die
rechtspositieregeling in acht te worden genomen.
onnodig zijn gemaakt. Noch van een bijstandsgerechtigde, noch van een niet
De Participatiewet voorziet niet in een
bijstandsgerechtigde kunnen die kosten worden
terugvorderingsgrond van re-integratiekosten die
teruggevorderd.1
onnodig zijn gemaakt. Noch van een bijstandsgerechtigde, noch van een niet
In lid 4 staat dat de gemeente, om de financiële risico’s
bijstandsgerechtigde kunnen die kosten worden
te beheersen, een verdeling kan maken van de
teruggevorderd.
middelen over de verschillende voorzieningen. Het uitgeput zijn van begrotingsposten kan echter nooit een reden zijn om aanvragen voor voorzieningen te weigeren. Om dat wel mogelijk te maken kan de gemeente bij verordening subsidie- en budgetplafonds instellen.
Het ontbreken van financiële middelen alleen kan geen reden zijn voor de afwijzing van een aanvraag. De gemeente dient dan na te gaan welke andere, goedkopere alternatieven er beschikbaar zijn. Dit houdt dus in dat er geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per voorziening een plafond ingebouwd wordt; dit laat de mogelijkheid open dat er naar een ander instrument wordt uitgeweken. Het college zal hier terughoudend mee zijn, omdat het perspectief van de belanghebbende voorop moet staan. Een budgetplafond geldt voor de uitgaven die het college doet in het kader van voorzieningen. Een subsidieplafond geldt voor voorzieningen die subsidies inhouden. Een subsidieplafond dient wel bekendgemaakt te worden vóór de periode waarvoor deze geldt ( art. 4:27 lid 1 Awb).
Artikel 4 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 4. Voorzieningen
Artikel 4. Voorzieningen
In dit artikel wordt aangegeven welke instrumenten het
In dit artikel wordt aangegeven welke instrumenten het
Volgt uit breed offensief
college onder andere in kan zetten ter bevordering van
college onder andere in kan zetten ter bevordering van
re-integratie en participatie. Verderop in de
re-integratie en participatie.
verordening (voor zover de Participatiewet dat vraagt te
Het college kan de volgende instrumenten inzetten:
doen in een verordening) of in nadere regels wordt de
- De in de Participatiewet genoemde instrumenten.
precieze inzetvan de diverse instrumenten uitgewerkt.
- Participatievoorziening beschut werk, zoals bedoeld in
Het college kan onder andere de volgende instrumenten
artikel 10b van de Participatiewet; Voor mensen die
inzetten:
structureel een aangepaste werkomgeving nodig hebben
De in de Participatiewet genoemde instrumenten
is het mogelijk omde voorziening beschut werk te
Participatievoorziening beschut werk, zoals bedoeld in
organiseren.
artikel 10b van de Participatiewet; Voor mensen die
- Persoonlijke ondersteuning bij werk. Dit is in feite
structureel een aangepaste werkomgeving nodig hebben
begeleiding door een jobcoach of interne werkbegeleider
is het mogelijk omde voorziening beschut werk te
voor belanghebbenden die in een nieuwe baan
organiseren.
begeleiding nodig hebben t.b.v. behoud van de werkplek,
Loonkostensubsidie, zoals bedoeld in artikel 10d van de
het (door)ontwikkelen van talenten, vaardigheden en
Participatiewet. Verderop in dezeverordening worden daar
mogelijkheden en realisering van een maximale
nog regels over gegeven voor zover de Participatiewet dat
arbeidsprestatie waardoor een eventuele
vereist. De loonkostensubsidie is bedoeld voor
loonkostensubsidie/loondispensatie afneemt.
werknemers die niet in staat zijn om 100 % van het
- Werkervaringsplaats. Een werkervaringsplaats draagt
wettelijk minimum loon te verdienen. De gemeente vult
bij aan het verkleinen van de afstand tot werkdoor te
de daadwerkelijke loonwaarde aan tot 100 % en betaald
werken aan werknemers- en vakvaardigheden.
de aanvulling aan de werkgever, die het volledige loon
- Proefplaatsing. Een proefplaatsing wordt onder andere
betaalt aan de werknemer. De werkgever betaald dus
ingezet om de loonwaarde van iemand te bepalen zodat
eigenlijk alleen de daadwerkelijke loonwaarde en het loon
het juiste bedrag aan loonkostensubsidie ingezet kan
dat boven de 100 % wettelijk minimum loon betaald
worden. Een proefplaatsing is ook een ideale manier
moet worden conform CAO. Dezevoorziening moet
voor een werkgever en werknemer voor een eerste
werkgevers bewegen om meer mensen werk te bieden,
kennismaking.
ook al zijn ze niet zo productief als andere werknemers.
-Detacheren en uitzenden. Een vorm om personen bij
Begeleiding op de werkplek zoals bedoeld in artikel 10 da
reguliere werkgevers te plaatsen zonder dat werkgevers
van de Participatiewet. Dit is in feitede jobcoach.
de risico’s dragen. De personen komen dan in dienst
Begeleiding van belanghebbenden die in een nieuwe
bij een organisatie (voorbeeld WSD) en worden van
baan begeleiding nodig hebben t.b.v. behoud van de
daaruit uitgezonden en/of gedetacheerd.
werkplek, het (door)ontwikkelen van talenten,
- Onderzoeken naar mogelijkheden op de
vaardigheden en mogelijkheden en realisering van een
arbeidsmarkt. Het betreft bijvoorbeeld
maximale arbeidsprestatie waardoor een eventuele
arbeidsdeskundig/medisch/psychologische onderzoeken.
loonkostensubsidie/loondispensatie afneemt.
Of een beroeps- en onderwijskeuze onderzoek voor in kaart brengen van passende en realistische
De (aanvullende) regionale voorzieningen uit het
beroepsperspectieven.
Functioneel Ontwerp van de regioNoordoostBrabant:
-Verzuiminterventie. Inrichting verzuimmeldpunt,
Werkervaring. Een werkervaringsplaats draagt bij aan het
lekencontrole bij ziekmelding enverzuimbegeleiding.
verkleinen van de afstand tot werkdoor te werken aan
- Sociale activering. Voor mensen met een grote afstand
werknemers- en vakvaardigheden.
tot de arbeidsmarkt kan sociale activering worden
Proefplaatsing. Een proefplaatsing wordt onder andere
ingezet. Op deze manier verwerven zij weer arbeidsritme,
ingezet om de loonwaarde van iemand te bepalen zodat
sociale contacten en persoonlijke vaardigheden die
het juiste bedrag aan loonkostensubsidie ingezet kan
bijdragen aan het uiteindelijk kunnen bereiken van een
worden. Eenproefplaatsing is ook een ideale manier voor
betaalde baan. Dit mag niet leiden tot verdringing op de
een werkgever en werknemer voor een eerste
arbeidsmarkt en/of oneerlijke concurrentie op de
kennismaking.
arbeidsmarkt.
Detacheren en uitzenden. Een vorm om personen bij
- Trajecten omgaan met psychosociale belemmeringen.
reguliere werkgevers te plaatsenzonder dat werkgevers
Het wegnemen en/of hanteerbaar maken van
de risico’s dragen. De personen komen dan in dienst bij
psycho(sociale) belemmeringen met het oog op
een organisatie (voorbeeld WSD) en worden van daaruit
deelname aan verdere trajecten naar werk/participatie,
uitgezonden en/of gedetacheerd.
krachten versterken en de impact van belemmeringen reduceren.
Overige (aanvullende) lokaal geregelde voorzieningen:
- Scholing. Kortdurende scholing gericht op taal of voor
Onderzoeken naar mogelijkheden op de
het verkrijgen van een specifieke baan.
arbeidsbeidsmarkt. Het betreft bijvoorbeeld
- Bemiddeling naar werk.
arbeidsdeskundig/medisch/ psychologische
- Activiteiten gericht op arbeidstoeleiding. Het in kaart
onderzoeken. Of een beroeps- en onderwijskeuze
brengen van mogelijkheden. Het arbeidsfitmaken. Het
onderzoek voor in kaart brengen van passende en
aanleren van werknemersvaardigheden en het geven van
realistische beroepsperspectieven.
sollicitatietraining.
Verzuiminterventie. Inrichting verzuimmeldpunt,
- Ondersteuning bij leer-werktrajecten.
lekencontrole bij ziekmelding enverzuimbegeleiding.
- Uitstroompremie. Een financieel extraatje met als
Sociale activering. Voor mensen met een grote afstand tot
doel extra te motiveren en de kans op het succesvol
de arbeidsmarkt kan sociale activering worden ingezet. Op
aan het werk blijven vergroten.
deze manier verwerven zij weer arbeidsritme, sociale
- Ontwikkelingsgerichte Arbeidsmatige dagbesteding.
contacten en persoonlijke vaardigheden die bijdragen aan
Dit instrument kan ingezet worden voor mensen die
het uiteindelijk kunnen bereiken
(nog) niet kunnen werken in een dienstbetrekking.
van een betaalde baan. Dit mag niet leiden tot
Deze vorm van dagbesteding wordt ingezet om de
verdringing op de arbeidsmarkt en/of oneerlijke
cliënt zich te laten ontwikkelen tot het kunnen
concurrentie op de arbeidsmarkt.
uitvoeren van loonvormende arbeid. Arbeidsmatige
Trajecten omgaan met psychosociale belemmeringen.
dagbesteding is een gestructureerde activiteit die een
Het wegnemen en/of hanteerbaar maken van
stabiliserend effect heeft op het dagelijks leven en
psycho(sociale) belemmeringen met het oog op
bijdraagt aan het voorkomen van isolement en
deelname aan verdere trajecten naar werk/participatie,
terugval.
krachten versterken en de impact van belemmeringen reduceren. Scholing. Kortdurende scholing gericht op taal of voor het verkrijgen van een specifieke baan. Bemiddeling naar werk. Activiteiten gericht op arbeidstoeleiding. Het in kaart brengen van mogelijkheden. Het arbeidsfitmaken. Het
aanleren van werknemersvaardigheden en het geven van sollicitatietraining.
Artikel 5 Was
Wordt
Soort aanpassing en toelichting
Artikel 5. Participatievoorziening beschut werk Het college biedt de voorziening beschut werk aan, aan een persoon uit de doelgroep op grond van de Participatiewet of aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een uitkering verstrekt. Beschut werk is bedoeld voor personen die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig hebben, dat redelijkerwijs niet van een reguliere werkgever kan worden verwacht dat hij deze in dienst neemt (eerste lid). De beschut werkplekken worden gerealiseerd in volgorde van afgifte van de indicatie beschutwerk door het UWV. Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken, biedt het college de voorzieningen zoals genoemd in artikel 4 lid
-
Geen aanpassingen
1 van de verordening gericht op arbeidsinschakeling aan. Het college biedt de voorzieningen zoals genoemd in artikel 4 lid 1 gericht op arbeidsinschakeling aan tot het moment dat de dienstbetrekking beschut werk aanvangt. Het aantal te realiseren beschutte werkplekken wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. Het realiseren van de werkplekken is afhankelijk van het aantal door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afgegeven indicaties beschut werk. Het UWV voert op basis van landelijke criteria een beoordeling uit (artikel 10b,tweede lid, van de Participatiewet). Personen kunnen zonder tussenkomst van het college een advies beschut werk bij het UWV aanvragen. Het college mag personen die een positief advies beschut werk van het UWV hebben ontvangen, niet uitsluiten van een beschutte werkplek, zolang het aantal beschutte werkplekken zoals neergelegd in de ministeriële regeling nog niet is bereikt, tenzij er sprake is van een onzorgvuldige totstandkoming van het advies van het UWV.