CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Visie op preventief jeugdbeleid

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente VughtBij agendapunt: Visie op preventief jeugdbeleid15.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VISIE OP PREVENTIEF JEUGDBELEID GEMEENTE VUGHT 2023-2027

“it takes a village to raise a child”

1

Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding Doelstelling Meerwaarde van preventief jeugdbeleid Participatie Wettelijke kaders Integraliteit Leeswijzer

3 3 3 4 4 4

Hoofdstuk 2 Aanpak Model Sterke basis Preventie en vrij toegankelijke voorzieningen Jeugdhulp Rollen en verantwoordelijkheden Wat doen we en wat gaan we doen

5 5 6 6 6 6

Hoofdstuk 3 Thema’s Thema 1: Middelengebruik Thema 2: Mentale problematiek Thema 3: Sociaal gedrag Thema 4: Rol van ouders

8 9 11 12

Hoofdstuk 4 Monitoring en financieel Monitoring Financieel

14 14

Bijlage Bijlage 1 Startnotie Visie op preventief jeugdbeleid 2023-2027 Bijlage 2 Participatieplan Visie op preventief jeugdbeleid Bijlage 3 De 10 beschermende factoren Bijlage 4 Omschrijving rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partners Bijlage 5 Samenwerking op jeugdgroepen in Vught Bijlage 6 Plan van aanpak jeugdparticipatie Bijlage 7 Advies van de Adviesraad Sociaal Domein Bijlage 8 Reactie op het advies van de Adviesraad Sociaal Domein

15 19 21 24 26 29 32 36

2

Hoofdstuk 1 Inleiding Voor u ligt de visie op preventief jeugdbeleid van de gemeente Vught 2023-2027. In dit document werkt de gemeente Vught de startnotitie Visie op preventief jeugdbeleid 2023-2027 (zie bijlage 1) verder uit en beschrijft het haar visie op preventief jeugdbeleid. Dit jeugdbeleid is de komende jaren leidend voor de keuzes die de gemeente maakt op het gebied van kinderen, jeugd en jongeren (vanaf nu jeugdigen genoemd) en hun ouder(s), verzorger(s), en/of opvoeder(s) (vanaf nu ouders genoemd). Dit beleid is er voor alle jeugdigen in de gemeente Vught in de leeftijd van -9 maanden tot en met 27 jaar en hun ouders. Doelstelling De gemeente Vught richt zich met dit beleid op de volgende doelstelling: Jeugdigen in de gemeente Vught krijgen gelijke kansen, kunnen zichzelf ontwikkelen, leven gezond, mogen zichzelf zijn en groeien op een prettige en veilige manier op. Om dit te bereiken werkt de gemeente samen met haar partners.

Meerwaarde van preventief jeugdbeleid De gemeente Vught heeft momenteel geen actueel overkoepelend en integraal beleid specifiek voor de jeugd. Vanuit lokale Vughtse partners is de behoefte voor jeugdbeleid uitgesproken. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) draagt preventief jeugdbeleid (vanaf nu jeugdbeleid genoemd) bij aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van jeugdigen. Preventie kan voorkomen dat zij problemen krijgen, dat ‘kleine’ problemen groter worden en dat gezinnen intensieve hulp nodig hebben. Jeugdbeleid draagt bij aan een sterke basis voor jeugdigen en helpt beschermende factoren beter te benutten zodat jeugdigen zich op een positieve manier kunnen ontwikkelen. Bovendien hebben gemeenten die beschikken over jeugdbeleid (en regie hierop voeren) sterkere basisvoorzieningen, is er minder inzet van politie nodig, wordt er een minder groot beroep gedaan op jeugdhulp en vergroot het de integraliteit en samenhang onder partners. Daarbij moet de focus liggen op preventie, vroegsignalering en perspectief. De gemeente Vught wil dus graag investeren op jeugdbeleid.

Participatie Ouders, verenigingen, organisaties, (subsidie)partners en de gemeente zetten zich elke dag in voor de Vughtse jeugd. Het jeugdbeleid is in samenspraak met deze partners en de jeugdigen zelf vormgegeven. Aan het opstellen van dit document is een uitgebreid participatietraject vooraf gegaan waarin verschillende partners de mogelijkheid hebben gekregen om mee te denken over wat er kan en moet gebeuren en waar de prioriteiten zouden moeten liggen (zie bijlage 2). Op de volgende manieren is gewerkt aan participatie: - jeugdigen van het primair- (d.d. 30 maart 2023) en het voortgezet onderwijs (d.d. 6 april en 18 april) zijn bevraagd in 3 sessies; - er zijn twee bijeenkomsten georganiseerd voor de belangrijkste partners van de gemeente (d.d. 1 februari en 19 april 2023); - ouders zijn bevraagd in de MR-vergadering van de dr. Landmanschool (d.d. 28 februari 2023) en de oudercommissie van het Maurick College (reacties ontvangen d.d. 6 april en 18 april 2023); - de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) heeft input (d.d. 24 februari 2023) en een advies gegeven (d.d. 29 september 2023); - in twee LEA-overleggen zijn het onderwijs en de kinderopvang bevraagd (d.d. 14 februari 2023 en 7 maart 2023); - de gemeenteraad heeft in een commissievergadering aandachtspunten meegegeven (d.d. 12 januari 2023).

De opbrengsten van het participatietraject zijn erg waardevol en de gemeente Vught is trots op de jeugdigen, ouders en partners en hoe zij hebben geparticipeerd bij de totstandkoming van het jeugdbeleid.

3

Wettelijke kaders In het jeugdbeleid wordt vorm en inhoud gegeven aan de wettelijke taken van gemeenten op het gebied van jeugdigen. Vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdgezondheidszorg. Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) dienen gemeenten bij te dragen aan maatschappelijke participatie. Vanuit de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp.

Integraliteit In het Coalitieakkoord Vught 2021-2026 ‘Een nieuwe start’ zijn ambities op het gebied van preventie uitgesproken. De coalitie wil binnen het sociaal domein graag inzetten op preventie en er voor zorgen dat inwoners zo min mogelijk zorg nodig hebben en dat de zorg in de toekomst betaalbaar blijft. Deze visie komt voort uit een brede, integrale en domein overstijgende blik met in ieder geval aandacht voor opvoeden, gezondheid, participatie, armoede, (on)veiligheid, sport, bewegen, cultuur, woonomgeving, onderwijs en jeugdhulp. Aandacht voor onze jeugd is er in diverse beleidsterreinen vanuit waar de gemeente invulling geeft aan zijn preventieve taken. We sluiten aan op bestaande- en nieuwe kaders zoals de Lokale Sociale Agenda (LSA), Beleidsplan Jeugdhulp, Lokaal Educatieve Agenda (LEA), Diversiteitsbeleid, Integraal Veiligheidsplan, Gezondheidsbeleid, Armoede- en schuldenbeleid, de Lokale Inclusie Agenda (LIA), de doorontwikkeling van Wegwijs+, speel-, beweeg- en sportbeleid en het subsidie- en accommodatiebeleid. Deze lokale visie preventief jeugdbeleid richt zich vooral op het inrichten van een sterke basis voor alle jeugdigen in Vught op alle leefgebieden (thuis, onderwijs, vrije tijd). Een basis waar ook voldoende aandacht is voor preventie en lichte collectieve ondersteuning.

Daar waar meer specifieke jeugdhulp nodig is, wordt deze ingezet op basis van de regionale afspraken voortvloeiend uit het Regionaal Beleidsplan Jeugdhulp.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 staan we stil bij de Vughtse jeugdaanpak. In hoofdstuk 3 pikken we er vier thema’s uit waar we ons de komende tijd op gaan focussen. We sluiten in hoofdstuk 4 af met de monitoring en financiën.

4

Hoofdstuk 2 Aanpak Model De gemeente Vught zet breed in op jeugdbeleid en er is de afgelopen jaren al veel gedaan en geïnvesteerd in (capaciteit in) het jeugdbeleid. Ook is er al veel samenhang en verbinding tussen partijen die in het jeugddomein werken. Dit beleid biedt mogelijkheden om verschillende partners te positioneren, hen verantwoordelijkheden te geven en hier op te sturen. Met dit jeugdbeleid willen we het grotere plaatje laten zien. Dat doen we door de aanpak visueel zichtbaar te maken in een model. Het model maakt onderscheid in 3 lagen, namelijk (1.) de sterke basis, (2.) preventie en vrij toegankelijke voorzieningen en (3.) jeugdhulp. Ook positioneert het partners in een van deze 3 lagen en introduceert het de beschermende factoren. In dit hoofdstuk leggen we de Vughtse jeugdaanpak uit op basis van dit model.

DE VUGHTSE JEUGDAANPAK BE SP GD

GI

JEU HU

RE

N

ON

LA

AA

ID

L

LE

JEUGDHULP

LP

• Jeugdhulpaanbieders

VIS

PREVENTIE & VRIJ TOEGANKELIJKE VOORZIENINGEN

ID

• Jeugdorganisaties en (sport en cultuur) verenigingen • Jeugd- en jongerencentra • Inrichting openbare ruimte

LE

• School • Kinderopvang

BE

STERKE BA SIS

GD

LO

EU

KA

FJ

• Sociaal netwerk • Ouders

TIE

1 Sociale binding 2 Kansen voor betrokkenheid 3 Prosociale normen 4 Erkenning & waardering voor positief gedrag 5 Steun van belangrijke volwassenen in de omgeving

EN

BESCHERMENDE FACTOREN

EV

10

PR

• Aanbod van (lichte) hulp, ondersteuning en zorg • Praktijkondersteuner jeugd ggz • Schoolmaatschappelijk werk

OP

AL

IE

• Wegwijs+ • Huisarts • Jeugdgezondheidszorg • Jongerenwerkers

• Jongerenwerkers • Politie • BOA • Jeugdgezondheidszorg

10

BESCHERMENDE FACTOREN

6 Contructieve tijdsbesteding 7 Competenties 8 Cognitieve vaardigheden 9 Schoolmotivatie 10 Positieve identiteit

Sterke basis Het inrichten van een sterke basis voor alle jeugdigen en hun ouders is een lokale verantwoordelijkheid. Met een sterke basis bedoelen we alle ‘standaard’ voorzieningen die overal aanwezig dienen te zijn zoals kwalitatief onderwijs en kinderopvang, de aanwezigheid van een actief verenigingsleven, diverse organisaties die zich inzetten voor jeugdigen, ondersteuning van (kwetsbare) ouders, ontmoetingsmogelijkheden en samenwerking tussen verschillende professionals. Als de basis goed is hebben jeugdigen en ouders meer handvatten om zichzelf te ontwikkelen. We gaan ervan uit dat veel jeugdigen en ouders dit doen op eigen kracht, maar diverse partners spelen hier ook een rol in. We vragen aan partners om extra aandacht te besteden aan (tijdelijk) kwetsbare jeugdigen en gezinnen. We focussen ons op het versterken van deze basis. Het jeugdbeleid bouwt verder op goede ontwikkelingen en initiatieven die in overvloed aanwezig in de gemeente Vught. Er gaat al erg veel goed voor de jeugd in Vught. Het is belangrijk dat dit zo blijft.

5

Om tegenwicht te bieden aan risico’s waaraan jeugdigen worden blootgesteld investeren we niet alleen op individueel niveau, maar ook op invloeden en veranderingen in de sociale omgeving (ouders, vrienden, school, vrije tijd, buurt) van jeugd. Beschermende- en risicofactoren zijn immers aanwezig in het gezin, in vriendengroepen, op school en in de buurt. Het NJi heeft hiervoor 10 beschermende factoren gedefinieerd. Met het jeugdbeleid zetten we hier op in. In bijlage 3 lichten we de 10 beschermende factoren van het NJi toe.

Preventie en vrij toegankelijke voorzieningen Vaak is de sterke basis al genoeg voor jeugdigen en gezinnen en zijn preventieve en vrij toegankelijke voorzieningen niet nodig. Soms is er echter meer nodig dan de sterke basis kan opvangen.Vroeg of laat maakt iedereen gebruik van deze preventieve en vrij toegankelijke voorzieningen, daar is het aanbod op ingericht. Dat maakt dit ook en lokale verantwoordelijkheid. Met preventie en vrij toegankelijke voorzieningen bedoelen we een aanbod aan hulp, ondersteuning en zorg die voor alle inwoners toegankelijk (dus zonder indicatie en gratis!) zijn als er problemen, risico’s of zorgen zijn rondom jeugdigen en/of ouders. Vrij van drang of dwang. We zetten in op een toereikend, laagdrempelig en kwalitatief aanbod.Voor alle jeugdigen met extra aandacht voor (tijdelijk) kwetsbare jeugdigen en gezinnen. We richten ons op collectieve inzet en lichte hulp met ruimte voor maatwerk en individuele trajecten.

Jeugdhulp Pas als de sterke basis en het netwerk van preventie en vrij toegankelijke voorzieningen ontoereikend is en er meer nodig is, wordt jeugdhulp ingezet. Jeugdhulp wordt uitgevoerd door jeugdhulpaanbieders. Deze visie zegt iets over laag 1: sterke basis en laag 2: preventie en vrij toegankelijke hulp. Het beleidsplan Jeugdhulp Brabant Noordoost 2024-2028 zegt iets over laag 3: jeugdhulp. Jeugdhulp laten we verder buiten beschouwing.

Rollen en verantwoordelijkheden In het model zijn in de 3 lagen verschillende partners benoemd. In bijlage 4 is een beschrijving van de verschillende rollen en verantwoordelijkheden van partners opgenomen.

Wat doen we en wat gaan we doen Zoals gezegd dient de basis en het aanbod aan preventie en vrij toegankelijke voorzieningen zo sterk mogelijk te zijn. In een prettige woon- en leefomgeving worden problemen voorkomen. Uit het participatietraject blijkt dat de basis in Vught sterk is en het aanbod aan preventie en vrij toegankelijke voorzieningen toereikend is. Alle partners zetten zich er voor in dat de grenzen tussen de sterke basis en preventie en vrij toegankelijke voorzieningen ‘minder hard’ zijn. Een omgeving waar jeugdigen en ouders gebruik maken van het toereikende, kwalitatieve en toegankelijke jeugdaanbod dat Vught rijk is. Dat doen we door verder te bouwen op het bestaande aanbod. We vinden het belangrijk dat dit collectief en waar nodig individueel, licht, kort, dichtbij, snel en met extra aandacht voor kwetsbaren georganiseerd wordt en dat jeugdigen, ouders en partners het aanbod weten te vinden en er gebruik van maken. Dat doen we vanuit de overtuiging dat we door er zo vroeg mogelijk bij te zijn in de ontwikkeling van jeugdigen we latere problemen kunnen voorkomen. Daar waar signalen van zorg, risico’s of problemen zijn, zijn deze in beeld. Dit kan zijn bij het consultatiebureau, de jeugdarts, voorschoolse voorzieningen, op school, het jongerenwerk en de politie. Maar ook bij jeugdverenigingen, de jeugd- en jongerencentra etc.

De afgelopen jaren is gewerkt aan een dekkend netwerk voor afstemming van signalen met jeugdigen, ouders en partners. Als het dan toch mis dreigt te gaan, bieden we perspectief. De wens en de behoefte van de jeugdigen zijn bij voorkeur het vertrekpunt. De jongere heeft op deze manier de regie over het eigen leven wat positieve effecten oplevert. Het versterkt de intrinsieke motivatie om de gestelde doelen te behalen en vergroot de bereidheid om met de toekomst bezig te zijn. Om een gedeelde visie uit te voeren is samenwerking noodzakelijk. Momenteel is er al veel samenwerking tussen jeugdpartners. Zij verwijzen naar elkaar en weten elkaar te vinden. Hier bouwen we

6

op verder. Er zijn altijd verschillende jeugdpartners betrokken bij jeugdigen. Deze partners werken allemaal volgens hun eigen taken, rollen, overtuigingen, focus en verantwoordelijkheden. We verwachten van partners dat ze met elkaar bepalen wie er wat doet op welk moment. Dit is logischerwijs vaak lastig. Hier is geen blauwdruk voor en ook geen harde lijn in te trekken. Dit is per situatie verschillend en zal moeten plaatsvinden binnen bestaande wet- en regelgeving, afspraken en kaders en met inachtneming van maatwerk. Belangrijk is dat we een gedeelde visie hanteren, elkaar kennen, signalen delen en naar elkaar verwijzen. We gaan verder op de ingezette koers.

Dat doen we op de volgende manieren: - initiatieven ondersteunen die de doelstelling van het jeugdbeleid ondersteunen; - verwerken van deze uitgangspunten in de reguliere opdracht- en subsidieverlening voor 2024 en verder; - waarborgen van continuïteit en goed functioneren van verschillende partners, bovenstaande aanpak en het gehele systeem; - overlap en versnippering van activiteiten en werkzaamheden tegengaan; - meer normaliseren en minder problematiseren door nadruk te leggen op ‘gewone, leuke en gezellige dingen’, zoals sporten, ontmoeten en de vrijetijdsbesteding van jeugdigen; - (sommige) jeugdigen weten het bestaande aanbod in Vught onvoldoende te vinden en (sommige) partners weten jeugdigen nog onvoldoende te bereiken. We wisselen in bestaande overlegvormen (onder andere in het operationeel jeugdoverleg, Lokaal Educatieve Agenda, netwerkbijeenkomsten jeugd, kerngroep bestaanszekerheid, reguliere contacten met partners etc.) goede ideeën met elkaar uit hoe we met name kwetsbare jeugdigen beter kunnen bereiken. We faciliteren subsidiepartners zodat zij meer in kunnen zetten op bekendheid van het aanbod aan lichte hulp, ondersteuning en zorg.

We verbinden aanbieders met verwijzers; - ondersteunen van partners bij het signaleren van zorgen, risico’s en problemen en het creëren van handelsperspectief zodat ze weten waar ze terecht kunnen; - in de opdracht- en subsidieverlening voor 2024 en verder en in de dienstverlening van Wegwijs+ is nadrukkelijk extra aandacht en inzet op (kwetsbare) jeugdigen, gezinnen en potentiële risico’s. Waar nodig zetten we extra vormen van ondersteuning in; - een pilot starten voor een gezamenlijke jeugdaanpak (in ieder geval Welzijn Vught, Elzenburg, Plaza Cultura en MOVE) om bereik onder jeugd te vergroten en te zorgen voor een divers en passend aanbod; - benutten van bestaande overleggen en waar nodig opzetten van overleg om verder te verbinden en in te spelen op trends en ontwikkelingen. Dit doen we al in het operationeel en tactisch jeugdoverleg (zie bijlage 5) waarin we de belevingswereld van jeugdigen volgen en ‘buiten naar binnen halen’. In deze overleggen sturen we vanuit ketensamenwerking en een integrale groepsaanpak (7 stappen model) op (dreigende) jeugdoverlast, criminaliteit en/of andere onveiligheid.

Hierbij staan vroegsignalering, preventie en perspectief centraal, alsmede waar nodig begrenzing, maar ook sociale binding; - onderhouden van regionale samenwerkingen en contacten met instellingen en organisaties, aangezien jeugdigen zich over gemeentegrenzen heen bewegen; - benutten van ieders positie en rol in de onderlinge samenwerking en keten en; - inzetten op vier specifieke thema’s in het bijzonder. Hierover meer in hoofdstuk 3.

7

Hoofdstuk 3 Thema’s Met de jeugd in de gemeente Vught gaat het over het algemeen heel erg goed. Wel zijn er ontwikkelingen die vragen om extra aandacht, zorg, monitoring, inzet en bekendheid. Het is belangrijk ons te realiseren dat het niet met alle jeugdigen goed gaat. Dit blijkt uit het participatietraject en wordt ondersteunt door lokale-, regionale- en landelijke ontwikkelingen en cijfers. We focussen ons in dit hoofdstuk op de vier thema’s waarbij in het participatietraject bleek dat zij het meest actueel zijn en welke het meeste prioriteit hebben volgens jeugdigen en ouders zelf én de belangrijkste partners1 . Thema 1: Middelengebruik Thema 2: Mentale problematiek Thema 3: Sociaal gedrag Thema 4: Rol van ouders

Thema 1: Middelengebruik Jeugdigen vinden middelengebruik steeds normaler. Met middelengebruik bedoelen we het nuttigen van drugs, het drinken van alcohol en roken/vapen. Uit diverse onderzoeken blijkt dat meer jeugdigen drugs zijn gaan gebruiken. Alcoholgebruik is sowieso maatschappelijk geaccepteerd. Het aantal jeugdigen dat rookt blijft de afgelopen jaren nagenoeg gelijk, maar meer jeugdigen en zijn gaan vapen.Volgens partners zijn er de afgelopen jaren (mede door de corona periode) meer jeugdigen in de problemen geraakt door middelengebruik. Uit cijfers en ervaringen van partners zien we dat de meeste problemen met middelengebruik zich uiten in de leeftijdsgroep 16 tot en met 27 jaar, maar dat problemen met middelengebruik zich ook op steeds jongere leeftijd openbaren. Middelengebruik kent veel risico’s en jeugdigen lijken zich niet altijd bewust van deze risico’s. Het normaal vinden van middelengebruik leidt bij steeds meer jongeren tot daadwerkelijk (problematisch) gebruik en meer excessen. Zowel in frequentie als in intensiteit. Bovenstaande ontwikkeling wordt ondersteund door cijfers. Hieronder de meest opvallende resultaten uit de Monitor Skip die Trip en de GGD Gezondheidsmonitors2 : - 59% van de jeugdigen van 16 tot en met 25 jaar vindt cannabisgebruik oké.

9% van de leerlingen uit de tweede en vierde klas (GGD Hart voor Brabant = 7%) van het voortgezet onderwijs heeft ooit wiet of hasj gebruikt; - 62% van de jeugdigen van 16 tot en met 25 jaar heeft geen afspraken met ouders over drugsgebruik. 44% heeft de intentie om een keer per jaar drugs te gaan gebruiken; - 30% van de 12 tot en met 18 jarigen (GGD Hart voor Brabant = 27%) heeft wel eens drugs aangeboden gekregen; - 15% van de 12 tot en met 18 jarigen (GGD Hart voor Brabant = 12%) heeft wel eens drugs gebruikt; - 34% van de leerlingen uit de tweede en vierde klas (GGD Hart voor Brabant = 31%) van het voortgezet onderwijs heeft ooit alcohol gedronken. 87% van de 16 tot en met 25 jarigen heeft de afgelopen 12 maanden alcohol gedronken. 22% van deze jeugdigen zijn zware drinkers (1 keer per week meer dan 4 of 6 glazen per week); - 3% van de jongeren van 12 tot en met 18 jaar (GGD Hart voor Brabant = 3%) rookt wekelijks. 23% van de 16 tot en met 25 jarigen rookt. De gemeente Vught beseft dat er ook belangrijke ontwikkelingen zijn die niet of niet volledig zijn beschreven. Ook roepen bepaalde ontwikkelingen in sommige gevallen meer vragen en verdieping op. In verband met prioritering en de gemeentelijke (on)mogelijkheden worden deze niet genoemd. 2 Cijfers van 0 tot en met 11 jarigen zijn afkomstig uit de Kindmonitor (2021) van de GGD.

Cijfers van 12 tot en met 18 jarigen uit de Gezondheidsmonitor jeugd (2021) van de GGD. Cijfers uit de monitor Skip die Trip (2021) zijn gegevens voor Vught, Boxtel en Sint-Michielsgestel gezamenlijk, er is helaas geen uitsplitsing voor enkel Vught beschikbaar. Cijfers van 16 tot en met 25 jarigen komen uit de jongvolwassenenmonitor (2022) van de GGD en gelden voor de gehele regio Hart voor Brabant, er is helaas geen uitsplitsing voor enkel Vught beschikbaar. Deze bronnen worden niet meer vermeld. 1

8

Wat willen we bereiken: - jeugdigen gebruiken geen of minder middelen; - jeugdigen beginnen zo laat mogelijk met het gebruiken van middelen; - er is minder/geen problematisch gebruik en excessen door middelengebruik; - jeugdigen en ouders zijn beter geïnformeerd en meer bewust van risico’s; - ouders normaliseren middelengebruik minder en gaan het gesprek aan met hun kinderen; - (problematisch) middelengebruik wordt eerder gesignaleerd en er wordt eerder hulp gezocht.

Wat doen we en wat gaan we doen: - samen met Novadic Kentron (en regiogemeenten) wordt het aanbod op het gebied van (het voorkomen en ontraden van) middelengebruik gecontinueerd en in 2024 uitgebreid middels een aanvullende subsidie; - subsidiëren van Herstelvoirt en bekijken hoe zij meer gezinnen uit Vught te bereiken; - jaarlijks aansluiten bij lokale, regionale en landelijke campagnes tegen middelengebruik (Nix18, Rookvrije generatie, SKIP die trip, Helder op school, IkPas); - jeugdigen zo vroeg mogelijk bewust maken van risico’s, al op in het primair onderwijs. Jongerenwerk, Novadic Kentron en Herstelvoirt gaan het gesprek aan met jeugdigen (en hun ouders) over middelengebruik met als doel informatie, vroegsignalering en bewustwording. Verbieden is niet de insteek. - normalisering van middelengebruik verwerken in opdracht- en subsidieverlening voor 2024 en verder; - uitvoering gegeven aan interventies uit de databank van het RIVM; - alle openbare (gemeentelijke) ruimten rookvrij maken; - sturen op het eerder verwijzen door jongerenwerk, politie, boa’s naar preventieve partners (Novadic Kentron of HALT); - in het operationeel en tactisch jeugdoverleg is middelengebruik vanaf 2024 een terugkerend thema; - horeca en verenigingen worden gewaarschuwd over schenken aan minderjarigen; - partners treden waar nodig handhavend en begrenzend op;

Thema 2: Mentale problematiek Uit onderzoeken en de opgehaalde input blijkt dat meer jeugdigen te maken hebben mentale problematiek. Dit is ook zo in Vught. Dit betreft het geheel van psychische moeilijkheden die jeugdigen ervaren in het dagelijks functioneren en de problemen waar zij tegenaan lopen. Onder mentale problematiek scharen we problemen zoals somberheid, eenzaamheid, angsten, isolement, suïcidegedachten, eetproblematiek, overmatig gamen, seksueel ongeremd gedrag en zelfbeschadiging. Uit cijfers en ervaringen van partners zien we dat de meeste problemen zich uiten tussen 12 en 23 jaar, maar dat het ook op jongere leeftijd al speelt. Dat kwam nadrukkelijk naar voren gedurende, maar zeker na de coronaperiode. Deze coronaperiode heeft zijn weerslag gehad op de jeugd en heeft nog steeds invloed op het dagelijkse functioneren van jeugdigen. We zien dat veel jeugdigen het ‘even niet meer zo goed weten’ en er mentale problemen ontstaan. Dit uit zich in eenzaamheid, een slechte gezondheid en moeilijk om kunnen gaan met stressvolle gebeurtenissen. Jeugdigen ervaren ook veel keuzestress. Er is veel te kiezen, maar wat als je de verkeerde keuze maakt of als je ‘faalt’? Moeilijk is ook het vinden van de juiste balans tussen enerzijds sociaal gedrag en succesvol willen zijn en anderzijds faalangst, prestatiedruk en vrije tijd. Jeugdigen stellen tot ‘de pechgeneratie’ te behoren.

Ze krijgen te maken met grote uitdagingen, zijn bang geen huis te kunnen vinden en met hoge prijzen voor levensonderhoud. Ze hebben het gevoel dat perspectief ontbreekt en dit werkt mentale problematiek in de hand. Bovenstaande ontwikkelingen worden ondersteund door de cijfers. Hieronder de meest opvallende resultaten uit de GGD Gezondheidsmonitors: - bij 10% van de kinderen van 4 tot en met 11 jaar zijn aanwijzingen voor psychische problematiek (Hart voor Brabant = 11%). 29% van de leerlingen uit de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs en 53% van de 16 tot en met 25 jarigen (43% man en 62% vrouw) heeft psychische klachten (GGD Hart voor Brabant = 25%);

9

- 13% van de kinderen tussen 4 en 11 jaar heeft ooit hulp gezocht (Hart voor Brabant = 16%). 34% van de leerlingen uit de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs en 63% van de 16 tot en met 25 jarigen had tijdens de Corona-periode hulp of steun nodig (GGD Hart voor Brabant = 39%); - 45% van de leerlingen uit de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs voelt zich vaak gestrest (GGD Hart voor Brabant = 43%). Bij de 16 tot en met 25 jarigen was dit 49%. - 15% van de leerlingen uit de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs (GGD Hart voor Brabant = 19%) en 34% van de jongvolwassenen heeft in een jaar tijd een enkele keer tot heel vaak suïcide overwogen. 2% van de leerlingen uit de tweede en vierde klas (GGD Hart voor Brabant = 5%) en 7% van de jongvolwassenen heeft in een jaar tijd (heel) vaak suïcide overwogen; - 49% van de leerlingen uit de tweede en vierde klas (GGD Hart voor Brabant = 53%) en 43% van de jongvolwassenen heeft (heel) veel vertrouwen in de toekomst. 14% van de voortgezet onderwijs leerlingen (GGD Hart voor Brabant = 10%) en 16% van de jongvolwassenen heeft weinig tot geen vertrouwen in de toekomst.

Wat willen we bereiken: - jeugdigen voelen zich psychisch en mentaal gezonder; - jeugdigen hebben minder last van mentale problematiek; - jeugdigen voelen zich meer weerbaar en zijn veerkrachtiger; - jeugdigen en ouders zijn beter geïnformeerd en meer bewust van risico’s; - mentale problematiek wordt eerder gesignaleerd en er wordt eerder hulp gezocht; - partners weten hoe ze mentale problematiek signaleren en waar ze terecht kunnen; - verschillende vormen van steun zijn laagdrempeliger en collectiever beschikbaar; - jeugdigen kijken met meer vertrouwen uit naar de toekomst; - minder/geen jeugdigen overwegen en plegen suïcide.

Wat doen we en wat gaan we doen: - jeugdigen zo vroeg mogelijke bewust maken van risico’s van mentale problematiek door in te zetten op gedegen professionele begeleiding en voorlichting door Wegwijs+, het voortgezet onderwijs en subsidiepartners; - het ondersteunen van partners (ouders en jeugdorganisaties) bij het signaleren van zorgen, risico’s en problemen, zodat zij weten waar ze terecht kunnen met signalen; - stimuleren van het maken van gezonde keuzes in leefstijl, voeding en bewegen; - uitbreiden van de inzet van de praktijkondersteuner (POH) jeugd GGZ; - begeleiden van jeugdigen op school door de inzet van schoolmaatschappelijk werk, jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en jongerenwerkers; - vergroten van het zicht op meiden van 14+; - inzetten op laagdrempelige plekken waar jongeren terecht kunnen voor een gesprek. We bewegen jeugdigen richting inloopspreekuren (PITSTOP) van het jongerenwerk, geven hier meer bekendheid aan en maken dit duidelijk herkenbaar; - inzetten op een passend aanbod van ambulant jongerenwerk, jongerenopbouwwerk en locatiegebonden jongerenwerk.

Met het jongerenwerk maken we afspraken op inhoud; - pilot uitvoeren om de samenwerking tussen jongerenwerk en Wegwijs+ op het gebied van opschaling en afschaling van jeugdhulp beter vorm te geven; - onderzoeken of we de doelgroep van het jongerenwerk kunnen verruimen en dit in bestaande afspraken kunnen verwerken; - subsidiepartners faciliteren zodat zij meer in kunnen zetten op bekendheid van het aanbod aan lichte hulp, ondersteuning en zorg. We verbinden aanbieders met verwijzers; - onderhouden van regionale samenwerkingen en contacten met instellingen en organisaties; - onderzoeken van mogelijkheden om gerichter in te zetten op suïcidepreventie (GALA); - continueren van het overleg mentale problematiek met het voortgezet onderwijs;

10

Thema 3: Sociaal gedrag Sociaal gedrag en de manier waarop jeugdigen contact maken en zich tot elkaar verhouden is veranderd. Jeugdigen zoeken elkaar minder vaak op, ondernemen minder sociale activiteiten, zijn minder vaak lid van een club of vereniging en ontmoeten elkaar vaker digitaal. Jeugdigen begeven zich meer in netwerken dan in vaste groepen en op vaste locaties (hangplekken). Deze netwerken zijn dynamisch en vaker online dan offline en houden zich niet aan gemeentegrenzen. Dit maakt de jeugd minder zichtbaar en daardoor is het signaleren van problemen moeilijker. Ouders en partners zijn nog te weinig aangehaakt op deze (digitale) leefwereld van jeugdigen Uit de input van partners blijkt tevens dat er steeds minder betrokkenheid van jeugdigen in hun directe (woon)omgeving wordt ervaren. Dat heeft een negatieve invloed op sociale binding binnen clubs en verenigingen en tussen jeugdigen onderling. Minder sociale binding en minder betekenisvolle relaties kunnen negatieve consequenties hebben op de ontwikkeling van jeugdigen en het opgroeien tot een gezonde volwassene. Er zijn ook partners die juist een gelijke betrokkenheid of meer betrokkenheid van jeugdigen ervaren. Jeugdigen geven zelf ook aan dat de betrokkenheid en de mate waarin jeugdigen tot iets ‘committen’ veranderd.

Verder geven jongeren van 12 jaar en ouder aan sociale activiteiten, uitgaansgelegenheden en plekken om samen te komen buiten het verenigingsleven (zoals horeca of plaatsen in de openbare ruimte waar ze geen overlast veroorzaken) te missen. Kinderen jonger dan 12 jaar vinden dat er genoeg te doen is in Vught. Partners geven aan dat er veel te doen is in Vught, maar dat het niet altijd gevonden wordt door jeugdigen. Sociaal gedrag onder jeugdigen is moeilijk in cijfers uit te drukken, maar toch zijn er verschillende cijfers beschikbaar die een beeld geven. Hieronder de meest opvallende resultaten uit de GGD Gezondheidsmonitors: - 87% van de kinderen van 4 tot en met 11 jaar, 60% van de jeugdigen van 12 tot en met 18 jaar en 60% van de jongvolwassenen zijn lid van een vereniging of club (Hart voor Brabant = 79%); - 91% van de kinderen van 4 tot en met 11 jaar vindt dat zij voldoende vriendjes of vriendinnetjes hebben (Hart voor Brabant = 90%); - 41% van de leerlingen uit de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs en 63% van de jongvolwassenen heeft zich het afgelopen jaar soms tot altijd eenzaam gevoeld (GGD Hart voor Brabant = 39%); - 35% van de kinderen van 8 tot en met 11 jaar is actief op social media (GGD Hart voor Brabant = 35%).

7% van de leerlingen uit de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs heeft een verhoogd risico op problematisch social mediagebruik (GGD Hart voor Brabant = 9%). 7% van de jongvolwassenen voelt zich (heel) vaak gestrest door social media; - 30% van de jongeren tussen 12 en 18 jaar vindt dat er te weinig leuke dingen voor jongeren georganiseerd worden in de buurt.

Wat willen we bereiken: - jeugdigen weten het verenigingsleven beter te vinden en committeren zich aan lidmaatschap; - minder/geen jeugdigen voelen zich eenzaam; - jeugdigen voelen zich meer betrokken bij hun leefomgeving en participeren meer; - kennen van de digitale leefwereld van jeugdigen en hierop inspelen; - jeugdigen benutten de mogelijkheden om elkaar fysiek te ontmoeten beter; - jeugdigen staan in positief contact met de wijk waarin zij samenkomen.

Wat doen we en wat gaan we doen: - inzetten op jongerenparticipatie, talentontwikkeling en het zelf organiserend vermogen van jeugdigen; - we besteden extra aandacht aan specifieke problematiek, zoals eenzaamheid en financiële problematiek onder jeugdigen en voorzien in een passend aanbod; - jeugdigen meer en beter betrekken bij de politiek en maatschappelijke vraagstukken. We laten een plan van aanpak jongerenparticipatie opstellen (uitvoering motie ‘kinderen en jongeren betrekken in de politiek’, zie een eerste verkenning op jeugdparticipatie in bijlage 6) en voeren dit uit;

11

- mogelijkheden bieden zodat jeugdigen elkaar kunnen ontmoeten op daarvoor aangewezen plekken: • we helpen accommodaties zich door te ontwikkelen en hun activiteitenaanbod beter te laten aansluiten bij de doelgroep. In Vught wordt bijgedragen aan de verdere ontwikkeling van Jeugd- en Jongerencentrum Elzenburg. D’n Inbreng in Helvoirt wordt ondersteund bij het ontwikkelen en opstellen van een inhoudelijk plan voor de komende jaren. In Cromvoirt wordt bijgedragen aan the Battle Axe; • zorgdragen voor (overdekte en goed schoon te houden) ontmoetingsmogelijkheden in de buitenlucht; • veilige en inclusieve (speel)plekken in de openbare ruimte; • verder ontwikkelen van Jongeren Ontmoetingsplekken (JOP’s) samen met jeugdigen, het jongerenwerk en in afstemming met de politie, boa’s en de wijken. - partners volgen ontwikkelingen en subsidie-oproepen rondom de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) en nemen hieraan deel; - werken aan initiatieven voor meer sociale binding, burgerschap en deelname aan de leefomgeving binnen het onderwijs en de kinderopvang; - ontmoeting faciliteren door gebruik te maken van een breed scala cultuur, bewegen, sport en spel; - de uitvoering van Hackshield onderzoeken om de digitale weerbaarheid van jongeren te vergroten.

Bij voorkeur in overleg met het onderwijs; - inzetten op bewustwording voor docenten, ouders en jongeren inzake digitale veiligheid samen met het onderwijs; - bij signalen van groepsvorming inzetten op de verbinding tussen jeugdigen en partners en waar nodig met de wijk en ouders. Bij (ernstige/voortdurende) overlast en/of onveiligheid wordt een Top 10 aanpak gestart, waarbij jeugdigen intensief worden gevolgd.

Thema 4: Rol van ouders Er is geen eenduidig beeld te omschrijven van ‘de ouder’ in Vught. Wel kunnen we zeggen dat ouders het beste voor hebben met hun kind en als opvoeders primair verantwoordelijk zijn voor het creëren van een sterke basis voor hun kinderen. We verwachten dat zij hulp inschakelen als ze onzeker zijn of zich zorgen maken over hun kinderen of over hun eigen rol als opvoeder. De rol van ouders en de betrokkenheid bij hun kinderen is in de loop der jaren veranderd. Dit is voor een groot deel ingegeven door de veranderende maatschappij en alles wat de maatschappij vraagt van ouders. Over het algemeen kunnen we stellen dat jeugdigen een hoge prestatiedruk ervaren van de maatschappij, school, het gezin en zichzelf. In het participatietraject horen we dat vooral de opgelegde druk van ouders groot is. Veel ouders hebben hoge verwachtingen van hun kinderen. Niet alle kinderen kunnen aan deze hoge verwachtingen voldoen. Een te hoge prestatiedruk van ouders kan leiden tot allerlei soorten problemen. Tegelijkertijd is de afstand tussen ouders en hun kind soms groot. Ouders hebben het druk en moeten alle ballen in de lucht te houden. Volgens sommige partners neemt de ouderbetrokkenheid binnen scholen en verenigingen af, maar tegelijkertijd horen we ook terug dat ouders juist meer betrokken zijn bij hun kinderen dan voorheen.

Over de betrokkenheid van ouders zijn weinig cijfers bekend. Hieronder de meest opvallende resultaten uit de verschillende GGD Gezondheidsmonitors: - 33% van de ouders van kinderen van 0 tot en met 11 jaar ervaart problemen bij het opvoeden (Hart voor Brabant = 31%). 50% heeft hiervoor ooit hulp of steun gezocht bij een professionele instantie (Hart voor Brabant = 49%). 15% bij het eigen sociale netwerk (Hart voor Brabant = 15%). 5% heeft behoefte aan opvoedondersteuning (Hart voor Brabant = 5%). 30% ervaart ouderlijke stress in de opvoeding. - 17% van de ouders van leerlingen uit de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs is gescheiden (GGD Hart voor Brabant = 23%). 4% voelt zich vaak gestrest door problemen in de thuissituatie (GGD Hart voor Brabant = 8%).

12

Wat willen we bereiken: - ouders hebben handvatten om een sterke basis voor kinderen te bewerkstelligen; - ouders kennen (actuele) opvoedrisico’s en uitdagingen waar zijzelf en hun kinderen dagelijks mee te maken krijgen en gaan het gesprek hierover aan met hun kinderen; - ouders hebben zicht op hun kinderen en wat hun bezig houdt; - ouders signaleren problemen, trekken aan de bel en weten de weg; - jeugdigen ervaren minder prestatiedruk vanuit hun ouders; - ouders zijn betrokken bij clubs en verenigingen en andere jeugdactiviteiten; - ouders problematiseren de ontwikkeling van hun kinderen minder.

Wat doen we en wat gaan we doen: - stimuleren van ouderbetrokkenheid op alle terreinen, zoals binnen de Lokaal Educatieve Agenda (LEA), Wegwijs+, leerplicht, jeugdgezondheidzorg en het jongerenwerk; - ouders ondersteunen bij het signaleren, bespreekbaar maken en normaliseren van zorgen, risico’s en problemen; - we zetten in op bewustwording, voorlichting en activiteiten binnen de keten omtrent actuele thema’s op het gebied van jeugd, veiligheid en risicofactoren. - uitvoeren van het programma Kansrijke Start en implementeren van diverse nieuwe interventies binnen dit programma programma (centering zwangerschap, stichting babyspullen, MamaKids); - ondersteunen van gezinnen die in scheiding liggen middels de projecten complexe scheidingen en scheiden zonder schade; - we besteden extra aandacht aan specifieke doelgroepen, zoals jonge mantelzorgers, thuiszitters, jeugdigen met overgewicht en obesitas en de LHBTQIA+3 gemeenschap en voorzien in een passend aanbod; - inzetten op een cultuur sensitieve benadering van nieuwkomers om hen beter te bereiken en te informeren; - bij signalen van overlast of criminaliteit/onveiligheid door hun kinderen, worden ouders tijdig betrokken door de partners zoals het jongerenwerk, politie, boa’s en de gemeente. Waar nodig wordt een top 10-aanpak opgestart. Ouders van (minderjarige) jeugdigen worden hierover geïnformeerd en bij betrokken.

Lhbtqia+ is een afkorting. De letters staan voor lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, intersekse, queer en aseksueel. Er zijn nog meer vormen van seksuele oriëntatie en genderidentiteit die niet heteroseksueel of cisgender zijn: daar staat de + voor. Lhbtqia+ wordt soms anders geschreven, bijvoorbeeld lhbt of lhbti+.Vaak wordt daarmee het hetzelfde bedoeld (NJi).

3

13

Hoofdstuk 4 Monitoring en financieel Monitoring Verschillende partners worden gesubsidieerd op basis van deze visie. De belangrijkste uitgangspunten en acties worden verwerkt in de opdracht- en subsidieverlening met onze partners. Partners worden hier op beoordeeld. Dit monitoren we middels regulier overleg met de verschillende partners en in bestaande overlegvormen zoals het tactisch jeugdoverleg, het operationeel jeugdoverleg, netwerkbijeenkomsten jeugd en jongeren, de Lokaal Educatieve Agenda (LEA), de netwerkbijeenkomsten kinderopvang en overige overlegvormen. De ontwikkeling van jeugdigen volgen we in ieder geval jaarlijks op basis van screeningsprofielen4 en de GGD gezondheidsmonitors die elke 4 jaar georganiseerd worden. Samen met de GGD gaan we op zoek naar mogelijkheden om de ontwikkeling onder de jeugd beter/frequenter te monitoren. Ook volgen we de ontwikkeling op basis van bestaande onderzoeken (cijfers van de politie, landelijke onderzoeken en aanvullende lokale onderzoeken). We benutten en verbinden deze data.

Financieel De ambities op het gebied van jeugdigen voor de beleidsperiode 2023-2027 zijn hoog, maar realistisch. Bij een ambitieuze visie horen ook de benodigde financiële middelen om deze ambities te kunnen realiseren, de gewenste effecten en doelen te bereiken en ontwikkelingen in gang te zetten. Vooruitlopend op deze visie is reeds geïnvesteerd in de jeugdaanpak, professionalisering van het netwerk en op diverse reeds benoemde acties. Mocht onverhoopt blijken dat extra middelen nodig zijn naar aanleiding van de uitvoering, dan maakt dit onderdeel uit van de besluitvorming P&C cyclus.

4

Niet alle cijfers die in dit stuk genoemd zijn, komen terug in de jaarlijkse screeningsprofielen.

14

Bijlagen Bijlage 1 Startnotie Visie op preventief jeugdbeleid 2023-2027 Inleiding Voor u ligt de startnotitie van de visie op preventief jeugdbeleid (vanaf nu jeugdbeleid genoemd) van de gemeente Vught 2023-2027. Met deze startnotitie leggen we de basis voor de visie op preventief jeugdbeleid wat de komende jaren leidend is voor de keuzes die de gemeente maakt op het gebied van kinderen, jeugd en jongeren (vanaf nu jeugdigen genoemd) en hun ouder(s), verzorger(s), en/of opvoeder(s) (vanaf nu ouders genoemd). In de uiteindelijke visie geven we vorm en inhoud aan de gemeentelijke preventieve taken op het gebied jeugdigen. Met deze startnotitie werken we toe naar het jeugdbeleid dat eind 2023 volgt. Wat is preventief jeugdbeleid? Volgens het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) draagt preventief jeugdbeleid bij aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van kinderen en jongeren. Preventie kan voorkomen dat zij problemen krijgen, dat ‘kleine’ problemen groter worden en dat gezinnen intensieve hulp nodig hebben. Leeswijzer In deze notitie geven we eerst kort de ontwikkelingen en achtergrond weer (paragraaf 2). Vervolgens geven we de doelstelling en het resultaat aan (paragraaf 3). In paragraaf 4 volgt de beoogde visie en in paragraaf 5 de belangrijkste uitgangspunten van het jeugdbeleid.

In paragraaf 6 volgt het proces, participatie en de planning om in paragraaf 7 te besluiten met de vragen aan u. Uw inbreng wordt zowel meegenomen bij het participatieproces als bij de inhoud van het jeugdbeleid voor de komende jaren.

Ontwikkelingen en achtergrond Verschillende verenigingen, organisaties, subsidiepartners en de gemeente zetten zich elke dag in voor de jeugd in de gemeente Vught. Er gebeuren binnen verschillende beleidsterreinen al erg veel goede dingen op het gebied van jeugdigen. Ook is er op dit moment veel in beweging. Ook binnen de gemeente wordt er op verschillende beleidsterreinen breed ingezet op de jeugd. Echter, de gemeente Vught heeft momenteel geen overkoepelend en integraal beleid specifiek voor de jeugd. Door met name de volgende ontwikkelingen en achtergronden is het zaak om jeugdbeleid op te stellen: - de gemeente Vught heeft wettelijke verplichtingen op het gebied van preventie ((Wet publieke gezondheidszorg (Wpg), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdwet)); - diverse instituten geven aan dat gemeenten die beschikken over jeugdbeleid sterkere basisvoorzieningen hebben, er minder inzet van politie nodig is en minder beroep op jeugdhulp. Preventie kan bijdragen aan een stevige basis voor jeugdigen om zich te ontwikkelen. - in het Coalitieakkoord Vught 2021-2026 ‘Een nieuwe start’ zijn ambities op het gebied van preventie uitgesproken.

De coalitie wil binnen het sociaal domein graag inzetten op preventie en er voor zorgen dat inwoners zo min mogelijk zorg nodig hebben en dat de zorg in de toekomst betaalbaar blijft; - de gemeente Vught zet al breed in op jeugdbeleid vanuit diverse beleidsvelden en wil verder integraal met elkaar verbinden; - vanuit diverse lokale partners is er behoefte om het jeugdbeleid integraal en overkoepelend te verbinden, te actualiseren en vast te leggen - het college heeft in de afgelopen jaren een aantal besluiten genomen om meer capaciteit in te zetten in het jeugdveld; - onze jeugd en hun ouders krijgen te maken met nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen waar we middels beleid op in willen en moeten spelen.

15

Inhoudelijk kader Naast aandacht voor preventie van risico’s en problemen in de psychosociale ontwikkeling van jeugdigen is er een toenemende aandacht voor factoren die een positieve ontwikkeling van jeugd bevorderen, de jeugd beschermt en bijdrage aan een voorspoedige ontwikkeling. De focus van praktijk, beleid en wetenschap ligt steeds meer op de factoren die bijdragen aan zowel de positieve als negatieve ontwikkeling van jeugd. Vanuit deze hoeken wordt aangeraden om niet alleen in te zetten om probleemgedrag te voorkomen of te verminderen, maar juist om de mogelijkheden en kansen van kinderen en hun ouders te vergroten om zo een positieve ontwikkeling van jeugdigen te bewerkstelligen. Daarnaast wordt steeds meer gepleit voor aandacht voor de verschillende domeinen waarin jeugdigen zich bewegen. Dit betekent dat er niet alleen geïnvesteerd moet worden in het werk met kinderen op individueel-, groeps- en gezinsniveau, maar ook in invloeden en veranderingen in de sociale omgeving van jeugd, om daarmee een optimale ontwikkeling van jeugdigen te bewerkstelligen. Aangetoond is dat risico- en beschermende factoren aanwezig zijn in het gezin, in vriendengroepen, op school en in de buurt. Aandacht voor zowel sociale- als omgevingsfactoren wordt van belang geacht om jeugdigen te ondersteunen bij het opgroeien en een optimale ontwikkeling van jeugdigen te realiseren.

Centraal staan de beschermende factoren voor een positieve ontwikkeling van jeugdigen van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Op basis van 10 beschermende factoren die bijdragen aan een positieve ontwikkeling van jongeren willen we tegenwicht bieden aan risico’s waaraan jeugdigen worden blootgesteld: 1. Sociale binding: kinderen hebben warme, ondersteunende relaties. In het gezin, op school, met vrienden en in de buurt. 2. Kansen voor betrokkenheid: kinderen en jongeren leveren een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde bijdrage aan de verbanden waarvan ze deel uitmaken, zoals familie, school en gemeenschap. 3. Prosociale normen: kinderen groeien op met duidelijke normen en waarden voor positief gedrag en positieve gezondheid. Deze worden uitgedragen en nageleefd. 4. Erkenning en waardering voor positief gedrag: om hun sociaal gedrag te versterken is van groot belang dat kinderen en jongeren erkenning en waardering krijgen voor positief gedrag. De kans is dan groot dat zij dit gedrag in de toekomst zullen herhalen. 5. Steun van belangrijke volwassenen in de omgeving: Steun van volwassenen levert een belangrijke bijdrage aan het welbevinden en gezondheid van kinderen en jongeren. Direct of indirect (door ouders te helpen bij de opvoeding).

6. Constructieve tijdsbesteding: jongeren hebben vanuit het gezin en de gemeenschap de kans om in hun vrije tijd deel te nemen aan bijvoorbeeld creatieve activiteiten (muziek, theater) en jeugdprogramma’s (zoals sport, clubs of verenigingen). 7. Competenties: voor een positieve ontwikkeling en om goed mee te komen in de maatschappij hebben jeugdigen sociale, emotionele en gedragsmatige vaardigheden nodig. 8. Cognitieve vaardigheden: zowel algemene cognitieve vaardigheden (zoals logisch en analytisch denken) als specifiek cognitieve vaardigheden (zoals lees- en rekenvaardigheden) zijn belangrijk voor succes op school. 9. Schoolmotivatie: ook schoolmotivatie is belangrijk voor het succes op school. Het gaat om betrokkenheid bij leeractiviteiten, binding met school, prestatiemotivatie en positieve verwachtingen ten aanzien van eigen succes. 10. Positieve identiteit: kinderen en jongeren met eigenwaarde, positieve verwachtingen over de toekomst en persoonlijke effectiviteit, stellen zichzelf hogere doelen en zijn gemotiveerder om deze doelen te bereiken.

16

Doelstelling en uitgangspunten Doelstelling Het jeugdbeleid kent de volgende doelstelling: Jeugdigen in de gemeente Vught krijgen gelijke kansen, kunnen zichzelf ontwikkelen, leven gezond, mogen zichzelf zijn en groeien op een prettige en veilige manier op. Uitgangspunten Breed gedragen door partners, jongeren en ouders Met het overgrote deel van de Vughtse jeugd gaat het goed. Kinderen krijgen de mogelijkheid om zich te ontwikkelen en ouders, professionals en vrijwilligers(organisaties) zetten zich hier dagelijks voor in. We werken goed samen met partners op het gebied van jeugd aan het vormgeven van het jeugdbeleid en zij staan achter de inhoud. Ook gaan we (kwetsbare) jongeren betrekken bij het vormgeven van het jeugdbeleid. Wat we doen, doen we in samenspraak met de ouders. De lokale situatie is leidend Het jeugdbeleid baseert zich op ontwikkelingen, situaties en ervaringen van jeugdigen en hun ouders in de gemeente Vught. Hiervoor zijn reeds verschillende kaders opgesteld. Om hier verder op in te gaan en versnippering te voorkomen is een jeugdbeleid noodzakelijk. Het jeugdbeleid ontwikkelen we binnen de kaders van de Lokale Sociale Agenda (LSA) en sluit aan op reeds vastgestelde kaders zoals de Lokaal Educatieve Agenda (LEA), het Integraal Veiligheidsplan, het beleids- en uitvoeringsplan Jeugdhulp Brabant Noordoost en de Lokale Inclusie Agenda (LIA).

Ook willen we dat het jeugdbeleid aansluit op lokale kaders die momenteel nog in ontwikkeling zijn, te weten Gezondheidsbeleid, Armoede- en schuldenbeleid, Sport-, speel- en beweegbeleid, doorontwikkeling Wegwijs+, Subsidie- en accommodatiebeleid en de Omgevingsvisie. Ook zal het jeugdbeleid de basis zijn voor de kaders die de gemeente aan diverse (subsidie)partners meegeeft. Integraliteit als uitgangspunt Het opstellen van jeugdbeleid vraagt om een brede, integrale en domein overstijgende blik. In het jeugdbeleid is in ieder geval aandacht voor opvoeden, gezondheid, armoede, veiligheid, sport, bewegen, cultuur, kindermishandeling, woonomgeving, onderwijs en jeugdhulp. Sleutelwoorden: preventie, vroegsignalering en perspectief Centrale termen in elk jeugdbeleid zijn preventie, vroegsignalering en perspectief: - preventie: vanuit de overtuiging dat er zo vroeg mogelijk bij zijn in de ontwikkeling van kinderen latere problemen voorkomen worden (inzet op betekenisvolle interventies en programma’s); - vroegsignalering: vanuit de verantwoordelijkheid om in een zo vroeg mogelijk stadium problemen te signaleren (duiding, training, bewustwording en actie); - perspectief: vanuit de visie dat perspectief bieden aan jeugdigen voor het kind en de omgeving het beste werkt. Het gaat hier met name om kwetsbare jeugd en de aansluiting met repressie.

Sluit aan op het Coalitieakkoord en het Uitvoeringsprogramma Binnen het jeugdbeleid wordt nauw aangesloten op het Coalitieakkoord Vught 2021-2026 ‘Een nieuwe start’ en het bijbehorende Uitvoeringsprogramma. Hier staan onder andere de volgende kernzinnen voor het sociaal domein in benoemd: - we zijn een zorgzame gemeente voor inwoners die dat nodig hebben. Inwoners kunnen op ons rekenen als ze zich niet meer helemaal zelf of met behulp van hun omgeving kunnen redden; - we willen een inclusieve samenleving zijn: iedereen moet mee kunnen doen; - maatwerk waarbij inwoners centraal staan: zij houden zoveel mogelijk zelf regie op hun ondersteuningsvraag en wij leveren de zorg die daadwerkelijk bij die vraag past; - preventie is een sleutelwoord: waar mogelijk willen we (zwaardere) zorg voorkomen. Daarbij hoort ook aandacht voor vroege interventies bij problemen en aandacht voor netwerkversterking van inwoners en het tegengaan van eenzaamheid.

17

Op basis van onderzoek en goede ervaringen uit de praktijk Het jeugdbeleid baseert zich op wetenschappelijk onderzoek naar beschermende factoren en de effecten van interventies die zich richten om een positieve ontwikkeling van jeugd. Dit doen we op basis van ontwikkelingen die uit onderzoek en ervaringen blijken en beschikbaar cijfermateriaal. Inzet op eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid én op kwetsbare jeugdigen Jeugdigen en hun ouders blijven op de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor hun leven en de keuzes die ze maken. Het jeugdbeleid is er niet op gericht om de regie over te nemen van jeugdigen en gezinnen. Daarvoor blijven mensen ten alle tijden zelf verantwoordelijk. Wij zetten in op het versterken van de omgeving van jeugdigen (en hun gezinnen). Wel is er extra aandacht voor kwetsbare jeugdigen en gezinnen. De ervaring leert dat inzetten op eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid niet haalbaar is voor alle jeugdigen en gezinnen. Gericht op een veilige omgeving vrij van overlast, criminaliteit en ondermijning We zetten nadrukkelijk in op factoren die een positieve ontwikkeling van jeugd bevorderen, de jeugd beschermt en bijdrage aan een voorspoedige ontwikkeling. Belangrijk is dat jongeren in een veilige woon/ thuissituatie kunnen opgroeien en zich in een veilige omgeving kunnen ontwikkelen.

Dit heeft ook het doel om jeugdoverlast, jeugdcriminaliteit en ondermijning onder jongeren te voorkomen, dan wel te beperken.

Participatie, proces en planning Het vormgeven van jeugdbeleid is een zorgvuldig proces waarin samenwerking centraal staat. Het is daarom zaak het jeugdbeleid zo veel als mogelijk in gezamenlijkheid op te stellen. Participatie Verschillende partijen die betrokken zijn bij jeugdigen in de gemeente Vught participeren bij het opstellen van het jeugdbeleid. We gaan ons er voor inzetten om de belangrijkste partijen aan te laten sluiten bij het vormgeven van het jeugdbeleid. Ook jeugdigen zelf worden betrokken bij het opstellen van het jeugdbeleid. Onderwijs en kinderopvang worden betrokken binnen de bestaande kaders van de LEA. Proces De gemeente gaat partners en jeugdigen op verschillende manieren betrekken bij het jeugdbeleid. In het participatieplan vindt u een verdere uitwerking. Planning De planning ziet er in grote lijnen zo uit: Wat Startnotitie in gemeenteraad Participatie Schrijven Adviesraad Sociaal Domein Jeugdbeleid in B&W Commissievergadering Raadsvergadering

Wanneer 19 januari 2023 Februari tot en met april 2023 mei tot en met augustus 2023 18 augustus tot en met 29 september 31 oktober 2023 7 december 2023 21 december 2023

Vragen 1. Kunt u instemmen met het inhoudelijk kader, de doelstelling en de uitgangspunten (paragraaf 3 en 4) als belangrijkste kaders voor het jeugdbeleid? 2. Kunt u zich vinden in de voorgestelde aanpak van de participatie (zie paragraaf 5) en het participatieplan? 3. Hebt u andere punten die u het college wilt meegeven voor de aanpak en inhoud van het jeugdbeleid?

18

Bijlage 2 Participatieplan Visie op preventief jeugdbeleid Doelen participatie Input ophalen en draagvlak creëren bij partners en stakeholders We halen kennis op en bevragen partners op wat er speelt en welke ontwikkelingen in de gemeente Vught van belang zijn. We willen dat de verschillende partners meedenken over wat er kan en moet gebeuren en waar de prioriteiten zouden moeten liggen. Ook willen we hiermee draagvlak creëren voor de keuzes die gemaakt worden. Betrekken van jeugdigen We betrekken de jeugdigen omdat we niet over de jongeren, maar met de jongeren willen praten. Daar het een visie betreft over jeugdigen is het belangrijk om ook op de doelgroep daar bij te betrekken. Het inwonersperspectief vanuit Adviesraad Sociaal Domein (ASD): De ASD brengt het inwonersperspectief in. Waar inwoners over specifieke en concrete onderwerpen worden bevraagd, bewaakt de ASD het overzicht.

Hoe gaan we informatie ophalen? Op verschillende manieren halen we informatie op om tot het uiteindelijke jeugdbeleid te komen. We sluiten aan bij bestaande overlegvormen (betrekken van jeugdigen en de Lokaal Educatieve Agenda) en organiseren bijeenkomsten voor partners. Input ophalen bij partners en stakeholders - We organiseren twee bijeenkomsten om lokale partners op het gebied van jeugd te betrekken bij het vormgeven van het jeugdbeleid. Deze bijeenkomsten worden in de avonduren gehouden bij Jeugd- en jongerencentrum Elzenburg in februari en april 2023. - Met de belangrijkste partners op het gebied van onderwijs en kinderopvang werken we reeds samen binnen de kaders van de Lokaal Educatieve Agenda (LEA). In deze overleggen bevragen we de LEA-partners over het jeugdbeleid. Betrekken van jeugdigen - We gaan in overleg met basisscholen om de leeftijdsgroep 4 tot en met 12 bij het jeugdbeleid te betrekken. Uitgangspunt is aansluiten bij bestaande lessen om input op te halen. - We sluiten aan op het vak burgerschap van het Maurick College om de leeftijdsgroep 13 tot en met 16 bij het jeugdbeleid te betrekken. - We vragen het jongerenwerk om bij jeugdigen te peilen waar de gemeente volgens jeugdigen de komende tijd de focus moet leggen. Het inwonerperspectief vanuit de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) We betrekken de ASD vanaf het begin, en vragen hen om input.

Tijdens het traject zullen we hen regelmatig bijpraten en om reactie vragen. Aan het eind vragen wij hen advies over het eindproduct. Mogelijk sluiten zij aan bij één of meer bijeenkomsten.

Wie worden betrokken bij het participatietraject? Onderstaande partijen worden betrokken bij het jeugdbeleid: Jongerenvertegenwoordigers Welzijn Vught (jongerenwerk) Plaza Cultura Huis73 MOVE

Wegwijs+ Stichting Leergeld Prins Hendrik Zwaluw VFC Helvoirtse Organisatie voor de Jeugd

Stichting Jeugd Aktief Jeugdwerk Rozenoord VV Helvoirt Politie KVW Helvoirt

19

Elzenburg LEFH Raad voor de Kinderbescherming Coördinator kinderarmoede GGD Herstelvoirt Novadic-Kentron Huisartsen Schoolbesturen Kinderopvang Gemeenteraad

HALT Openbaar Ministerie RIEC Scholen Adviesraad Sociaal Domein

20

Bijlage 3 De 10 beschermende factoren 1. Sociale binding Bij sociale binding gaat het om de emotionele band en commitment die een kind heeft met sociale relaties in het gezin, zijn vriendengroep, school en wijk. Concreet gaat het om warme, ondersteunende, affectieve relaties met het gezin en andere volwassenen in de omgeving. De basis hiervoor wordt gelegd in de relaties en interacties die een kind heeft met zijn opvoeders. De binding/hechting die op jonge leeftijd met ouders en andere verzorgers ontstaat, vormt de basis voor banden die later vorm krijgen met vrienden, school en gemeenschap. De kwaliteit van de relaties met deze andere domeinen speelt een essentiële rol in het zich ontwikkelen en opgroeien tot een gezonde volwassene.

2. Kansen voor betrokkenheid Jeugdigen moeten kansen krijgen om een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde bijdrage te leveren aan verbanden waarvan zij deel uitmaken (familie, school, gemeenschap). Om interpersoonlijke vaardigheden te kunnen ontwikkelen, moeten kansen voor interactie en participatie beschikbaar zijn.

3. Prosociale normen Voor een gezonde ontwikkeling van jeugdigen is het nodig dat zij opgroeien in een omgeving waarin duidelijke normen en waarden voor positief gedrag uitgedragen en nageleefd worden. Regels en grenzen moeten voor jeugdigen duidelijk zijn.

4. Erkenning en waardering voor positief gedrag Om sociaal gedrag te versterken is van groot belang dat kinderen erkenning en waardering krijgen voor positief gedrag. Positieve bekrachtiging bepaalt de motivatie van jeugdigen om het gedrag in de toekomst te herhalen. Sociale bekrachtigers zijn essentieel voor het ontwikkelen van positief gedrag en kunnen afkomstig zijn uit het gezin, de school, de vriendengroep en de gemeenschap waartoe de jeugdige behoort.

5. Steun van belangrijke volwassenen in de omgeving Steun van ouders en andere volwassenen in de omgeving van jeugdigen, zoals pedagogisch medewerkers in de kinderopvang, leerkrachten en volwassenen in de buurt, is van belang voor het welbevinden en voorspoedige ontwikkeling van jeugdigen. Ook de toegankelijkheid van voorzieningen is medebepalend voor een positieve ontwikkeling van jeugdigen. Ouders zijn de eerst verantwoordelijken voor de opvoeding van hun kinderen. Daarnaast zijn medeopvoeders in te delen in twee groepen. De eerste groep bestaat uit volwassenen die een formele taak hebben in de opvoeding, zoals pedagogisch medewerkers in de kinderopvang, leerkrachten en professionele opvoedondersteuners – de zogeheten beroepsopvoeders. De tweede groep bestaat uit volwassenen die vanuit een informele rol deelnemen in de opvoeding, zoals familieleden, buren, vrienden, kennissen in geloofsgemeenschappen, ouders van de vrienden of vriendinnen waar de jeugdige mee omgaat en vrijwilligers in bijvoorbeeld verenigingen. Opvoeding door de primaire opvoeders of verzorgers Een hoge mate van ouderlijke steun, positieve ouder-kind interacties en relaties en veilige hechting hebben een significant effect op het welbevinden en een positieve ontwikkeling van jeugdigen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=8216ed67-74d6-4ddc-ba0c-8c56ed766e9f