CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Toelichting regels en bijlagen bij regels

Raadsvergadering 5 juni 2025, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan'28.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Tuin

Niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.62

Vitaal bos

Een vitaal bos is een bosecosysteem dat, nu en in de toekomst, verstoringen en milieuveranderingen kan ondervangen en zich hieraan aanpast waardoor de aan bos gebonden biodiversiteit en diensten zich handhaven en kunnen ontwikkelen. 1.63

Voorgevel

Een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw of woning. Indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, is de gevel waar de hoofdingang is gesitueerd de voorgevel.

10

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

1.64

Voorgevellijn

De denkbeeldige lijn, die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen c.q. bouwgrenzen. 1.65

Voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie

Voorzieningen voor het opwekken van hernieuwbare energie op basis van biomassa, waterkracht, windenergie, zonne-energie of aardwarmte. 1.66

Voorzieningen van algemeen nut

Voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.67

Waterhuishoudkundige voorzieningen

Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.68

Weg

Alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 1.69

Wet/wettelijke regelingen

Indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.70

Wonen

Het huisvesten met vast karakter van één afzonderlijk huishouden in een woning. 1.71

Woning

Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, niet zijnde: een bijzondere woonvorm; huisvesting van personen waarbij de voorzieningen met elkaar worden gedeeld en wanneer er daarnaast geen ander huishouden in het gebouw is ondergebracht.

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

11

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

afstanden

afstanden tussen bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2

afstand tot de perceelsgrens

tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortste is; 2.3

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4

breedte, lengte of diepte van een gebouw

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren; 2.5

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8

ondergeschikte bouwdelen

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouwen/of bestemmingsgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, gevelisolatie, reclameaanduidingen, luifels, erkers, balkons en overstekende daken en dergelijke buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwen/of bestemmingsgrens niet meer bedraagt dan 1 m; 2.9

ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk

vanaf het peil tot de onderzijde van de constructie van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk;

12

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

2.10

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.11

vloeroppervlakte

de vloeroppervlakte van een gebouw geeft, in bepaalde mate, de grootte van het gebouw weer. De vloeroppervlakte wordt binnenwerks bepaald: de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor de desbetreffende activiteit(en).

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

13

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Bos

Bestemmingsomschrijving

De op de verbeelding voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en ontwikkeling van bos; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische; aardkundige, waterhuishoudkundige en/of abiotische waarden; c. ontwikkeling van een vitaal bos; d. behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van het Natuur Netwerk Brabant; met de daarbij behorende voorzieningen: e. in- en uitritten, waarbij ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - struweelzone' het bepaalde in artikel 12.3 in acht moet worden genomen; f. tuinen; g. parkeervoorzieningen, alleen buiten de aanduiding 'Overige zone - struweelzone'; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. groenvoorzieningen; met dien verstande dat bij het bepaalde onder a t/m i artikel 14.1 in acht genomen dient te worden. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Binnen de bestemming 'Bos' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, met dien verstande dat binnen de aanduiding 'Overige zone - struweelzone' bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet zijn toegestaan. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van perceelsafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van perceelsafscheidingen voor de voorgevellijn niet meer mag bedragen dan 1 meter; b. perceelsafscheidingen moeten een open constructie hebben van minstens 90% open; c. overkappingen en carports zijn niet toegestaan. 3.2.3

Uitsluiting vergunningvrij bouwen

De in artikel 3.1 bedoelde gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht (Bor), zoals dat artikel luidt op de datum van inwerkingtreding van dit plan. Vergunningvrij bouwen is derhalve niet toegestaan vanwege de instandhouding van bos en ten behoeve van de ter plaatse voorkomende landschappelijke- en natuurwaarden.

14

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Overkapping/carport

Het bevoegd gezag kan, al dan niet in combinatie met toepassing van artikel 6.2.3, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder c. voor het bouwen van een overkapping/carport, mits wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c. d.

de overkapping/carport wordt gebouwd ten behoeve van de stalling van elektrische voertuigen; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,25 meter; de oppervlakte mag binnen de bestemming 'Bos' en de bestemming 'Wonen - Woonbos' gezamenlijk niet meer bedragen dan 15 m2; e. de dakhelling mag niet meer bedragen dan 5º; f. het bepaalde in artikel 14.1 dient in acht genomen dient te worden. 3.3.2

Nutsvoorzieningen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.1 voor het bouwen van een nutsvoorziening, mits wordt voldaan aan de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut (voor doelen genoemd in artikel 3.1) worden gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 m; c. de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 20 m2. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

detailhandel; een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); seksinrichtingen; kamperen; horeca; opslag van goederen en materialen; permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het bijbehorende bouwwerken betreft; bewoning als afhankelijke woonruimte; de uitoefening van een bedrijf aan huis is niet toegestaan; de uitoefening van een beroep aan huis is niet toegestaan; lid i en j zijn niet van toepassing op een bestaand bedrijf of beroep aan huis, dat aanwezig is ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan.

3.4.2

Voorwaardelijke verplichting

Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - struweelzone' dient binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit plan een struweelzone gerealiseerd te zijn en duurzaam in stand wordt gehouden, met inachtneming van: a. hetgeen bepaald is in artikel 12.3.1 een en ander ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders; b. en het bepaalde in Bijlage 2 Notitie kwaliteitsverbetering van het landschap.

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

15

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Bos' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,50 meter wordt gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 meter onder maaiveld; c. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem; d. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; e. het verlagen van de waterstand anders dan door sloten/greppels of drainage inclusief grondwateronttrekkingen; f. het vellen of rooien van bomen en/of het verwijderen van houtopstanden; g. het verwijderen van natuur- en landschapselementen die ten tijde van het van kracht worden van het plan aanwezig zijn; h. het verwijderen van perceelsindelingen, paden en onverharde wegen; i.

het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, dan wel aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² per perceel; j. het planten van niet inheemse beplanting. 3.5.2

Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in artikel 3.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.

betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; het aanleggen en onderhouden betreffen van de struweelzone als bedoeld in artikel 12.4; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

3.5.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de in artikel 3.1 genoemde waarden ontstaan of kan ontstaan.

16

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

Artikel 4 4.1

Verkeer - Onverhard

Bestemmingsomschrijving

De op de verbeelding voor 'Verkeer - Onverhard' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. onverharde of halfverharde wegen (waaronder begrepen zandwegen), straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; b. onverharde of halfverharde voet- en fietspaden; c. parkeervoorzieningen, on- of halfverhard, alleen buiten de aanduiding 'Overige zone - struweelzone''; d. in- en uitritten (on- of halfverhard), waarbij ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone struweelzone' het bepaalde in artikel 12.3 in acht wordt genomen; e. de instandhouding van bos en ten behoeve van ter plaatse voorkomende landschaps- en natuurwaarden, zoals geomorfologische, bodemkundige, landschapsvisuele, cultuurhistorische en ecologische waarden; f. ondergeschikte voorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Binnen de bestemming 'Verkeer - Onverhard' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, met dien verstande dat binnen de aanduiding 'Overige zone - struweelzone' bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet zijn toegestaan.

4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 meter, met uitzondering van het bepaalde in sub b; b. de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen en bewegwijzering bedraagt maximaal 5 meter. 4.2.3

Voorwaardelijke verplichting

Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - struweelzone' dient binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit plan een struweelzone gerealiseerd te zijn en duurzaam in stand wordt gehouden, met inachtneming van a. hetgeen bepaald is in artikel 12.3.1 een en ander ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders; b. en het bepaalde in Bijlage 2 Notitie kwaliteitsverbetering van het landschap. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Nutsvoorzieningen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 voor het bouwen van een nutsvoorziening, mits wordt voldaan aan de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut (voor doelen genoemd in artikel 4.1) worden gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 meter; c. de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 20 m2.

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

17

4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. kamperen; b. opslag van goederen en materialen. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1

Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het vellen of rooien van struiken of bomen; b. het beplanten van gronden met struiken of bomen. 4.5.2

Uitzonderingen

Het in artikel 4.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. het aanleggen en onderhouden betreffen van de struweelzone als bedoeld in artikel 12.3; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 4.5.3

Toelaatbaarheid

De in artikel 4.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden.

18

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De op de verbeelding voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; b. voet- en fietspaden; c. parkeer- en opstelstroken, bushaltes en soortgelijke voorzieningen; met daarbij behorende voorzieningen: d. e. f. g. h. i. j.

faunapassages; groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; straatmeubilair; bij een en ander behorende bruggen, duikers en andere voorzieningen; voorzieningen van algemeen nut; kunstwerken; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut (voor doelen genoemd in artikel 5.1) worden gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 meter; c. de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 20 m2. 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 meter, met uitzondering van het bepaalde in sub b; b. de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen en bewegwijzering bedraagt maximaal 5 meter. 5.3

Specifieke gebruiksregels

5.3.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. kamperen; b. opslag van goederen en materialen. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het vellen of rooien van struiken of bomen;

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

19

b. het beplanten van gronden met struiken of bomen. 5.4.2

Uitzonderingen

Het in artikel 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 5.4.3

Toelaatbaarheid

De in artikel 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden.

20

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

Artikel 6 6.1

Wonen - Woonbos

Bestemmingsomschrijving

De op de verbeelding voor 'Wonen - Woonbos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van woningen: b. behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige, waterhuishoudkundige en/of abiotische waarden; met de daarbij behorende voorzieningen: c. d. e. f. g.

tuinen; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen

met dien verstande dat bij het bepaalde onder a t/m g artikel 14.1 in acht genomen dient te worden. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Woning

Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g.

een woning mag alleen in het bouwvlak worden gebouwd; per bouwvlak mag maximaal 1 woning worden gebouwd; de oppervlakte van een woning mag niet meer bedragen dan 80 m2; de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 260 m3; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6,5 meter; de dakhelling moet minimaal 5º en mag maximaal 55º bedragen.

6.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d.

de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 meter; de dakhelling mag maximaal 55º bedragen; de bijbehorende bouwwerken mogen op minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw/woning worden gebouwd; e. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 12 m2. 6.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. voor een overkapping/carport gelden de volgende regels: 1. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,25 m; 3. de oppervlakte binnen de bestemming Wonen - Woonbos'en 'Bos mag gezamenlijk niet meer bedragen dan 15 m2; 4. de dakhelleing mag niet meer bedragen dan 5º;

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

21

b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5 meter. 6.3

Specifieke gebruiksregels

6.3.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

detailhandel; een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); seksinrichtingen; kamperen; horeca; opslag van goederen en materialen; permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het bijbehorende bouwwerken betreft; bewoning als afhankelijke woonruimte; de uitoefening van een bedrijf aan huis is niet toegestaan; de uitoefening van een beroep aan huis is niet toegestaan; lid i en j zijn niet van toepassing op een bestaand bedrijf of beroep aan huis, dat aanwezig is ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan.

6.3.2

Voorwaardelijke verplichting

Het gebruik van de gronden ten behoeve van wonen volgens artikel 6.1 onder a is slechts toegestaan indien: a. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 14.1; b. ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - struweelzone' binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van dit plan een struweelzone gerealiseerd is en duurzaam in stand wordt gehouden, met inachtneming van hetgeen bepaald is in artikel 12.3.1 een en ander ter beoordeling van het bevoegd gezag. c. ten minste 2 parkeerplaatsen per woning op eigen terrein gerealiseerd worden en duurzaam in stand worden gehouden 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Wonen - Woonbos' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,50 meter wordt gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 meter onder maaiveld; c. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem; d.

het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; e. het verlagen van de waterstand anders dan door sloten/greppels of drainage met uitzondering van grondwateronttrekkingen; f. het vellen of rooien van bomen en/of het verwijderen van houtopstanden; g. het verwijderen van natuur- en landschapselementen die ten tijde van het van kracht worden van het plan aanwezig zijn; h. het verwijderen van perceelsindelingen, paden en onverharde wegen; i. het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, dan wel aanbrengen van andere niet omkeerbare 22

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² per perceel. 6.4.2

Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in artikel 6.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 6.4.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de in artikel 6.1 genoemde waarden ontstaan of kan ontstaan.

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

23

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 4‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de op of in de grond aanwezige of te verwachte archeologische waarden. Indien een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelbestemmingen op een bouwperceel, gelden de meest strenge regels voor het hele bouwperceel. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Archeologisch rapport

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van één bouwwerk of meerdere bouwwerken van tezamen groter dan 100 m² en met een bodemverstoring dieper dan 0,3 meter onder maaiveld, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 3.

de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een erkende archeologische partij of deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; 5. richtlijnen geven omtrent de wijze waarop omgegaan wordt met (toevals)vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. c. het overleggen van een rapport is niet nodig als de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, afdoende is vastgesteld. 7.2.2

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.

24

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1

Vergunningenplicht

Het is verboden op de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 4’ zonder een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren, indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 100 m2: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 meter onder maaiveld waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; c. het ophogen en egaliseren van gronden; d. het verlagen van het waterpeil; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; f. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedragen; g. het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen. 7.3.2

Uitzonderingen vergunningplicht

Het in artikel 7.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een erkende archeologische partij; d. binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bouwwerk worden uitgevoerd. 7.3.3

Beoordelingscriteria

Ten aanzien van de artikel 7.3.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan uitsluitend worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, wat moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd bezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Als het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig als naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, die is getoetst door de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, afdoende is vastgesteld.

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

25

7.3.4

Voorschriften

Voor zover de artikel 7.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; c. de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een erkende archeologische partij of deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. d. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; e. richtlijnen geven omtrent de wijze waarop omgegaan wordt met (toevals)vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 7.3.5

Advies

Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in aritkel 7.3.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door het verlenen van een afwijking geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 7.4

Wijzigingsbevoegdheid

7.4.1

Wijzigen dubbelbestemming

Het bevoegd gezag kan het bestemmingsplan zodanig wijzigen dat de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 4’: a. naar ligging wordt verschoven, dan wel; b. naar omvang wordt vergroot of verkleind, dan wel; c. van bestemming wijzigt in een andere “Waarde – Archeologie 1, 2, 3, 5 of 6”, zoals opgenomen in het paraplubestemmingsplan 'Archeologie', zoals is vastgesteld door de gemeente Vught op 6 april 2023 met kenmerk NL.0865.vghBParcheologie-VG01, dan wel; d. wordt verwijderd. 7.4.2

Rapport

Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder 7.4.1 worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

26

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

Artikel 8 8.1

Waarde - Archeologie 5

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 5‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de op of in de grond aanwezige of te verwachte archeologische waarden. Indien een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelbestemmingen op een bouwperceel, gelden de meest strenge regels voor het hele bouwperceel. 8.2

Bouwregels

8.2.1

Archeologisch rapport

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van één bouwwerk of meerdere bouwwerken van tezamen groter dan 250 m² en met een bodemverstoring dieper dan 0,3 meter onder maaiveld, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 3.

de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een erkende archeologische partij of deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; 5. richtlijnen geven omtrent de wijze waarop omgegaan wordt met (toevals)vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. c. het overleggen van een rapport is niet nodig als de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, afdoende is vastgesteld. 8.2.2

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

27

8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1

Vergunningenplicht

Het is verboden op de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 5’ zonder een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren, indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 250 m2: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 meter onder maaiveld waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; c. het ophogen en egaliseren van gronden; d. het verlagen van het waterpeil; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; f. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedragen; g. het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen. 8.3.2

Uitzonderingen vergunningplicht

Het in artikel 8.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een erkende archeologische partij; d. binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bouwwerk worden uitgevoerd. 8.3.3

Beoordelingscriteria

Ten aanzien van de in artikel 8.3.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan uitsluitend worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, wat moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd bezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Als het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig als naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, die is getoetst door de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, afdoende is vastgesteld.

28

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

8.3.4

Voorschriften

Voor zover de in artikel 8.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; c. de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een erkende archeologische partij of deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. d. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; e. richtlijnen geven omtrent de wijze waarop omgegaan wordt met (toevals)vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 8.3.5

Advies

Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door het verlenen van een afwijking geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 8.4

Wijzigingsbevoegdheid

8.4.1

Wijzigen dubbelbestemming

Het bevoegd gezag kan het bestemmingsplan zodanig wijzigen dat de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 5’: a. naar ligging wordt verschoven, dan wel; b. naar omvang wordt vergroot of verkleind, dan wel; c. van bestemming wijzigt in een andere “Waarde – Archeologie 1, 2, 3, 4 of 6”, zoals opgenomen in het paraplubestemmingsplan 'Archeologie', zoals is vastgesteld door de gemeente Vught op 6 april 2023 met kenmerk NL.IMRO.0865.vghBParcheologie-VG01, dan wel; d. wordt verwijderd. 8.4.2

Rapport

Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder 8.4.1 worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

29

Hoofdstuk 3 Artikel 9

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

30

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

Artikel 10 10.1

Algemene bouwregels

Bestaande bebouwing

Bestaande legale bebouwing welke in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar ten tijde van de ter inzage legging van dit plan afwijkend is van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het bestemmingsplan te voldoen. In dit geval mag de bestaande bebouwing worden gehandhaafd maar niet worden vergroot. 10.2

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 10.3

Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten

In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 10.4

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. in het belang van een goede landschappelijke inpassing van bebouwing en verhardingen; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 10.5

Ondergronds bouwen

10.5.1 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. op plaatsen waar hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd. b. de verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 3,5 meter.

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

31

Artikel 11 11.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het verrichten van exploratie- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen; b. het gebruik van onbebouwde gronden als standplaats en ligplaats van onderkomens; c. verblijfsrecreatieve voorzieningen en voorzieningen voor tijdelijke huisvesting van seizoenswerknemers voor permanente bewoning. d. het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen, waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik als kamergewijs bewoond pand. 11.2

Aan huis gebonden beroep en bedrijf

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 3 en 6 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/of legaal aanwezige bijbehorende bouwwerken voor aan huis gebonden beroep en bedrijf, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits wordt voldaan aan de volgende regels: a. de uitoefening van een ondergeschikt aan huis gebonden beroep in een woning en bijbehorende bouwwerken bij de woning is toegestaan tot een oppervlakte van maximaal 25% van de vloeroppervlakte van de bedrijfswoning met een maximum van 30 m2; b. de uitoefening van een ondergeschikt aan huis gebonden bedrijf van categorie 1 of 2 in een woning en bijbehorende bouwwerken bij de woning is toegestaan, zoals genoemd in de als Bijlage 1 opgenomen Lijst van bedrijfsactiviteiten, tot een oppervlakte van maximaal 25% van de vloeroppervlakte van de bedrijfswoning met een maximum van 30 m2; c. aan sub a en sub b zijn de volgende voorwaarden verbonden: 1.

bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; dit betekent onder meer dat: het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn en het geen voorzieningen betreft met een publieksaantrekkend karakter; het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is; het betreft niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk maken in de openbare ruimte en/ of er geparkeerd wordt op eigen terrein; het gebruik niet gepaard gaat met horeca en/of detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken activiteiten; de normale afwikkeling van het verkeer blijft mogelijk en de verkeersveiligheid komt niet in het geding; prostitutie niet is toegestaan. 11.3

Afwijken gebruik woningen als kamergewijs bewoond pand

11.3.1 Omgevingsvergunningplicht Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.1 onder e, en toestaan dat gebouwen worden gebruikt als kamergewijs bewoond pand voor kamerverhuur voor maximaal vier personen, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straatbeeld en het woonkarakter van de wijk of buurt, waarbij ook het fietsparkeren en opslag van afval een toetsingskader is;

32

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

c. geen onevenredige toename van de verkeersaantrekkende werking plaatsvindt; d. voldaan wordt aan de realisatie en het in stand houden van voldoende parkeerplaatsen waarbij de op het tijdstip van aanvraag van de omgevingsvergunning geldende parkeernorm uit de beleidsnota 'Parkeernota gemeente Vught' moet worden gehanteerd of de daarvoor in de plaats tredende parkeernota als toetsingskader gebruikt zal worden in de beoordeling, waarbij kamerverhuur qua parkeernorm gelijkgesteld wordt met huur van een etage; e. niet meer dan 10% van de woningen in de straat gebruikt wordt als kamergewijs bewoond pand voor kamerverhuur f. per persoon wordt voorzien in voldoende gebruiks- en leefoppervlakte, waarbij geldt: 1. de minimale gebruiksoppervlakte 9 m2 bedraagt; 2. de minimale leefoppervlakte 25 m2 bedraagt; g. de aanvraag om een omgevingsvergunning een rapportage bevat van hoe de initiatiefnemer invulling heeft gegeven aan een omgevingsdialoog en wat hier de resultaten van zijn; h. de economische uitvoerbaarheid is verzekerd door (onder andere) een tussen aanvrager en gemeente gesloten planschadeverhaalsovereenkomst als bedoeld in artikel 6.4a Wet ruimtelijke ordening. 11.3.2 Verbod Het bevoegd gezag verleend de omgevingsvergunning voor kamerverhuur niet wanneer: a. niet wordt voldaan aan het in artikel 11.3.1 beschreven toetsingskader; b.

het gebouw waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd niet geschikt gemaakt kan worden om te voldoen aan de voor kamerverhuur geldende eisen uit het Bouwbesluit 2012; c. kamerverhuur plaatsvindt in bijbehorende bouwwerken; d. vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat afwijking van het geldende bestemmingsplan leidt tot overlast voor de openbare veiligheid, de openbare gezondheid, het woonmilieu, onevenredige afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of buurt en/of onevenredig afbreuk doet aan erfgoedwaarden, waardoor geen sprake is van een veilige fysieke leefomgeving en goede ruimtelijke ordening. 11.3.3 Uitzondering Het in artikel 11.1 onder e genoemde verbod en de in artikel 11.3.1 genoemde afwijking is niet van toepassing op bestaande, op grond van het geldende bestemmingsplan legale, kamerverhuurpanden waarbij geldt dat het aantal individuele personen, die geen onderdeel uitmaken van een huishouden, niet mag toenemen.

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

33

Artikel 12 12.1

Algemene aanduidingsregels

Overige zone - attentiezone waterhuishouding

12.1.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - attentiezone waterhuishouding' zijn de gronden tevens bestemd voor bescherming van de waterhuishouding en het voorkomen van functies en activiteiten die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. 12.1.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - attentiezone waterhuishouding' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen. 12.1.3 Uitzonderingen Het in artikel 12.1.2 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b.

reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 12.1.4 Toelaatbaarheid De in artikel 12.1.2 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten aan de waterhuishouding en de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. 12.2

Overige zone - Natuur Netwerk Brabant

12.2.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Natuur Netwerk Brabant' zijn de gronden tevens bestemd voor behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. 12.2.2 Bouw- en gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Natuur Netwerk Brabant' gelden voor bouwen en gebruik dat uitsluitend bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksregels zijn toegestaan.

34

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

12.2.3 Afwijking In afwijking van hetgeen elders in deze planregels is bepaald zijn, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, uitsluitend bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toegestaan. 12.3

Overige zone - struweelzone

12.3.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - struweelzone' zijn de gronden tevens bestemd voor: a. behoud, versterking en ontwikkeling van een struweelzone bestaand uit stevige winterharde, inheemse struiken die een hoogte van minimaal 3 meter bereiken; b. het onttrekken van het zicht op woningen, bijbehorende bouwwerken, overkappingen en overige bouwwerken en parkeervoorzieningen vanuit de zandwegen; c. passagemogelijkheden voor fauna. 12.3.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de aanduiding 'Overige zone - struweelzone' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. egaliseren, ophogen, afgraven, grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm (zoals diepploegen) en ontginnen; b. graven en dempen van sloten, afdammen, herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater, aanleggen van drainage, uitgezonderd het vervangen van bestaande drainage; c. het verwijderen, vellen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande inheemse beplanting; d. de aanleg van verhardingen groter dan 25 m², zoals verharde wandel- of fietspaden en kavelpaden; e. de aanleg van in- en uitritten.

12.3.3 Uitzonderingen Het verbod van artikel 12.3.2 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. reeds vergunningplichtig zijn ingevolge de andere voor deze gronden geldende bestemming(en); b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. van toepassing zijn op het verwijderen, vellen, kappen of rooien van niet inheemse beplanting bij het aanleggen en onderhouden van de struweelzone als bedoeld in artikel 12.3; d. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 12.3.4 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden, zoals in artikel 12.3.2 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de waarden, zoals in artikel 12.3.1 bedoeld, niet onevenredig worden aangetast en niet meer dan één in- en uitrit met een maximale breedte van 5 m per perceel wordt gerealiseerd. 12.4

Overige zone - beperkingen veehouderij

12.4.1 Aanduidingsomschrijving De gronden met de aanduiding 'Overige zone - beperkingen veehouderij' zijn naast de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor beperkingen voor de veehouderij.

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

35

12.4.2 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - beperkingen veehouderij' is: a. de uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij niet toegestaan, met uitzondering van een grondgebonden veehouderij; b. toename van de bestaande bebouwing, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en), niet is toegestaan. 12.4.3 Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 12.4.4 Bouwregels a Algemeen De bepalingen van dit artikel zijn slechts van toepassing indien er sprake is van een niet grondgebonden veehouderij. b Gebouwen De oppervlakte van de gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en) heeft ten hoogste de omvang van de gebouwen die: 1. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of 2. gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning; of 3. die zijn gebaseerd op een vóór 21 september 2013 ingediende volledige en ontvankelijke aanvraag voor omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan.

c Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde heeft ten hoogste de omvang van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde die: 1. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of 2. gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning; of 3. zijn gebaseerd op een vóór 21 september 2013 ingediende volledige en ontvankelijke aanvraag voor omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan. 12.5

Overige zone - groenblauwe mantel

12.5.1 Aanduidingsomschrijving De gronden met de aanduiding 'Overige zone - groenblauwe mantel' zijn, naast de daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. 12.6

Overige zone - stalderingsgebied

12.6.1 Algemeen De gronden met de aanduiding 'Overige zone - stalderingsgebied' gelden nadere regels voor het oprichten van dierenverblijven voor hokdierhouderijen.

36

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

12.6.2 Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 12.6.3 Bouwregels a Algemeen De bepalingen van dit artikel zijn slechts van toepassing indien er sprake is van een hokdierhouderij. b Gebouwen Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - stalderingsgebied' is de toename van de oppervlakte dierenverblijven voor een hokdierhouderij, door het oprichten van gebouwen of het in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf, alleen toegestaan wanneer bewijs overlegd dat: a. binnen het stalderingsgebied een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of door herbestemming, mits is aangetoond dat het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; b. de oppervlakte van de sanering ten minste 120% bedraagt van de oppervlakte die wordt gebouwd of in gebruik wordt genomen, in geval van sloop 200% bedraagt van de oppervlakte die wordt gebouwd of in gebruik wordt genomen, in geval van herbestemming; c. de sanering plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; d.

onder 'bestaand dierenverblijf' wordt verstaan een op 17 maart 2017 feitelijk aanwezig, legaal gebouwd dierenverblijf dat op grond van een omgevingsvergunning milieu, ex artikel 2.1 eerste lid onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of een melding ex artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, in de daaraan voorafgaande jaren onafgebroken bedrijfsmatig is gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren.

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

37

Artikel 13 13.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van kunstwerken en zend-, ontvang- en/of sirenemasten en toestaan dat de bouwhoogte wordt vergroot tot maximaal 40 meter.

38

Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)

Artikel 14 14.1

Overige regels

Algemene regel over bouwen op en gebruiken van percelen

Maximaal 40% van de totale oppervlakte van een kadastraal perceel mag worden aangewend voor bouwwerken, tuin, halfverharding, verharding en parkeervoorzieningen. 14.2

Parkeren

14.2.1 Algemeen Ten aanzien van bouwen en/of (wijziging) gebruik ten aanzien van parkeren geldt dat: a. parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden om in de parkeerbehoefte te voorzien; b. de op het tijdstip van aanvraag van de omgevingsvergunning geldende parkeernorm uit de beleidsnota 'Parkeernota gemeente Vught' moet worden gehanteerd of de daarvoor in de plaats tredende parkeernota; c. indien de 'Parkeernota gemeente Vught' niet van toepassing is, gelden de kerncijfers van de CROW. 14.2.2 Afwijken voor parkeervoorzieningen Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 14.2.1 mits: a. de noodzakelijke parkeervoorzieningen op eigen terrein in onvoldoende mate kunnen worden gerealiseerd en op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien; b. de situering van de parkeerplaatsen het stedenbouwkundig beeld en het groene karakter van de omgeving, de verkeersveiligheid en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vughtid=37eff26d-f284-4b11-9c1c-d4c47d0ac53a