CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Toelichting regels en bijlagen bij regels

Raadsvergadering 5 juni 2025, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan'28.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan Gemeente Vught Vast te stellen

Bestemmingsplan Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan Gemeente Vught Vast te stellen

Rapportnummer:

P04913

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0865.HVBPDistelberg-VG01

Datum:

1 april 2025

Opdrachtgever:

Buurtschap Distelberg

Projectteam BRO:

CVe

Concept ontwerp:

januari 2023, september 2023

Ontwerp:

december 2023

Vaststelling:

5 juni 2025

Bron foto kaft:

BRO

Beknopte inhoud:

--

BRO Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T +31 (0)73 – 208 91 55 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

pagina

1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 6

2.PLANBESCHRIJVING 2.1 Inleiding 2.2 Geschiedenis van het plangebied 2.3 Huidige situatie 2.4 Toekomstige situatie

7 7 7 8 9

3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

12 12

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid

12 13 13 14

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.2.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3 Gemeentelijk beleid

14 15 19

3.3.1 Woonvisie 2021 – 2025: Groei met Vughtse kwaliteit

19

4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren

21 21

4.1.1 Verkeer 4.1.2 Parkeren 4.1.3 Conclusie 4.2 Geluid

21 23 24 24

4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Luchtkwaliteit

24 25 25 25

4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie 4.4 Bedrijven en milieuzonering

25 26 26 26

Inhoudsopgave

1

4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Geur agrarisch

26 27 30 30

4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Externe veiligheid

30 30 31 31 31

4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Beknopte verantwoording groepsrisico 4.7.4 Conclusie 4.8 Ecologie

31 32 33 34 34

4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Quickscan flora en fauna 4.8.3 Onderzoek stikstofdepositie Natura 2000-gebieden 4.8.4 Conclusie 4.9 Bodem

34 35 36 36 36

4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10 Water

36 37 37 37

4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Doorwerking plangebied 4.10.3 Conclusie 4.11 Archeologie

37 38 39 39

4.11.1 Toetsingskader 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Cultuurhistorie

39 40 40 41

4.12.1 Toetsingskader 4.12.2 Onderzoek 4.12.3 Conclusie 4.13 Toetsing Besluit m.e.r. / Plan m.e.r.-beoordeling

41 41 42 42

5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Plansystematiek 5.3 Bestemmingen

Inhoudsopgave

43 43 43 45

2

6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47 47 47

6.2.1 Vooroverleg 6.2.2 Omgevingsdialoog 6.2.3 Vaststellingsprocedure

47 47 48

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Startnotitie Bijlage 2: Gebiedsvisie Bijlage 3: Stikstofberekeningen Bijlage 4: Ladderonderbouwing Bijlage 5: Akoestisch onderzoek Bijlage 6: Quickscan Flora en fauna Bijlage 7: Verslag omgevingsdialoog

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding In het buitengebied van de gemeente is het buurtschap Distelberg – Giersbergsebaan gelegen. Dit buurtschap bestaat uit 39 (recreatie)woningen (2 woningen binnen het buurtschap hebben een woonbestemming). Deze recreatiewoningen zijn aanvankelijk als zodanig gerealiseerd, maar een deel is sinds de realisatie middels het verkrijgen van vergunning of het treffen van een regeling in gebruik als woning. De initiatiefnemers (eigenaren van de recreatiewoningen, verenigd in de HV Bosbewoners Distelberg) hebben de gemeente verzocht mee te werken aan het herbestemmen van de recreatiewoningen tot woningen. De gemeente heeft positief gereageerd op dit verzoek en het planvoornemen bestaat nu dan ook om de recreatiewoningen op het buurtschap ‘De Distelberg - Giersbergsebaan te herbestemmen tot permante woningen. Het ontwerpbestemmingsplan voorzag in de wijziging van 37 recreatiewoningen in woningen waarin permanent wonen is toegestaan. Eén van de eigenaren heeft tijdens het proces aangegeven niet meer met de bestemmingsplanprocedure mee te willen doen. De verbeelding en toelichting (figuren 1.2 en 1.3) zijn hierop aangepast en zijn vervolgens van toepassing op 36 woningen. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor de onderzoeken en beleidsaspecten. Die zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het ontwerp van het bestemmingsplan.

Ten behoeve van de herbestemming moet het bestemmingsplan worden herzien. Binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Vught 2022’ zijn de gronden waarop 37 woningen gelegen bestemd als ‘Recreatie - Recreatiewoning -1’. Twee woningen in het gebied hebben de bestemming ‘Wonen - 2’. Voor de gronden met bestemming Recreatie - Recreatiewoning -1’ geldt dat permanente bewoning niet is toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan biedt het benodigde juridisch-planologisch kader om de herbestemming van de recreatiewoningen naar permanente woningen mogelijk te maken. In voorliggende bestemmingsplantoelichting wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkelingen passend zijn binnen een goede ruimtelijke ordening in de zin van artikel 3.1, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening.

1.2 Plangebied Het buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan is gelegen in het buitengebied van de gemeente Vught en grenst ten noorden aan de Distelberg en ten zuiden aan de Giersbergsebaan. De Distelberg is verbonden met de Giersbergsebaan door drie wegen die in noord-zuidrichting door het buurtschap lopen. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Helvoirt, sectie A, nummers 2034, 2035, 2036, 2037, 2038, 2039, 2040, 2041, 2042, 2043, 2044, 2045, 2046, 2047, 2048. 2049, 2050, 2051, 2052, 2053, 2055, 2056, 2057, 2058, 2059, 2060, 2061, 2062, 2063, 2064, 2065, 2066, 2067, 2068, 2069, 2173 (ged.), 2226 en 2227. De ligging van het plangebied is in figuur 1.1 weergegeven. In figuur 1.2 is de globale begrenzing van het plangebied weergegeven. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

Hoofdstuk 1

4

Figuur 1.1 Ligging plangebied

Figuur 1.1 Ligging plangebied

Figuur 1.2 Globale begrenzing plangebied

1.3 Vigerend bestemmingsplan De volgende bestemmingsplannen zijn van toepassing op het plangebied:  Buitengebied Vught 2022 (vastgesteld 21 juli 2022);  Paraplubestemmingsplan ‘Archeologie’ (vastgesteld 6 april 2023).

Hoofdstuk 1

5

Buitengebied Vught 2022 Het voor het plangebied geldende planologische regime is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Vught 2022 (vastgesteld door de gemeente Vught op 21 juli 2022). In het bestemmingsplan hebben de 36 recreatiewoningen in het plangebied de bestemming ‘Recreatie - Recreatiewoning -1’. Binnen deze bestemming is onder andere verblijven in recreatiewoningen toegestaan. Hierbij is in ieder geval niet inbegrepen de permanente bewoning door eenzelfde persoon of groep van personen. In figuur 1.3 is een uitsnede van het plan ‘Buitengebied Vught 2022’ weergegeven.

Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Vught 2022 (plangebied rood omlijnd)

Parapluplanbestemmingsplan Archeologie Het paraplubestemmingsplan Archeologie ziet toe op het borgen van archeologische waarden binnen de gehele gemeente Vught.

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Hoofdstuk 1

6

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Inleiding Aan dit bestemmingsplan is een lang traject van planvorming en overleg tussen de HV Bosbewoners Distelberg en verschillende overheden vooraf gegaan. Een van de resultaten hiervan is de ‘Gebiedsvisie Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan (d.d ,6 oktober 2021), dat door de HV Bosbewoners Distelberg zelf is opgesteld (zie ook bijlage 1). Deze visie is voorgelegd aan de gemeente Vught. De gemeente Vught heeft daarop gereageerd met de startnotitie bestemmingsplan ‘Distelberg - Giersbergsebaan’ gemeente Vught. Deze is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. De gemeenteraad heeft op 16 december 2021 ingestemd met deze startnotitie. In de startnotitie wordt aangegeven, dat de gemeente de wens van de eigenaren wil respecteren en bereid is te zoeken naar een passende (permanente) woonvorm in dit gebied. Uitgangspunt is het ‘kleinschalig’ wonen in het bos. De woonfunctie dient ondergeschikt te zijn aan de natuurlijk omgeving. In de startnotitie worden enkele uitgangspunten en voorwaarden geformuleerd voor het op te stellen bestemmingsplan. Opgemerkt wordt dat de uitgangspunten en voorwaarden in het participatieproces (in het kader van de bestemmingsplanprocedure) worden besproken. Deze kunnen naar aanleiding daarvan nog worden bijgesteld.

In het vervolg van dit hoofdstuk wordt in het kort de geschiedenis van het plangebied en de huidige situatie beschreven. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar het de gebiedsvisie (bijlage 1). In paragraaf 2.4 wordt de toekomstige situatie beschreven. Het gaat daarbij met name over de wijze waarop het uitgangspunt van ‘kleinschalig wonen in het bos ondergeschikt aan een natuurlijke omgeving’ in dit bestemmingsplan wordt geborgd. De feitelijke situatie zal nauwelijks veranderen, omdat er geen concrete bouwplannen aan dit bestemmingsplan ten grondslag liggen. De belangrijkste wijziging is dat er op initiatief van de bewoners een struweelzone zal worden gerealiseerd. Veel voorstellen uit de gebiedsvisie zijn overgenomen in dit bestemmingsplan. Met name als het gaat om de bebouwingsmogelijkheden gaat de gemeente minder ver dan de bewoners graag zouden willen. Zo wenst de gemeente aan te sluiten op de bebouwingsmogelijkheden voor recreatieverblijven in het buitengebied. De reden hiervoor is dat de gemeente van mening is dat het kleinschalige karakter van het buurtschap met de voorgestelde bebouwingsmogelijkheden onvoldoende wordt geborgd. Verder wenst de gemeente aan te sluiten op de bebouwingsmogelijkheden elders binnen de gemeente zoals vastgelegd in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied Vught 2022, dat 21 juli 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad. .

2.2 Geschiedenis van het plangebied De geschiedenis van het Fazant-, Eekhoorn- en Spechtbos gaat terug tot de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het bos bestond toen uitsluitend uit dennen, die in de jaren dertig van de vorige eeuw waren geplant ten behoeve van de mijnbouw. Dit was een werkverschaffingsproject gedurende die crisis. Vanwege een toenemende behoefte aan recreatie gaf de toenmalige gemeente Helvoirt in de jaren vijftig bospercelen in erfpacht uit aan particulieren en bedrijven om er zomerhuisjes op te bouwen voor recreatieve doeleinden. Er werd vooral gerecreëerd in de zomers en in de weekenden. In de loop der tijd ontdekte de arbeider ook andere betaalbare vakantiebestemmingen en werd het animo om in de

Hoofdstuk 2

7

Brabantse bossen te recreëren kleiner. Daarom verkochten bedrijven die huisjes tot die tijd in eigendom ook aan particulieren. In de jaren hierna werden de huisjes gerenoveerd en geschikt gemaakt voor langdurigere bewoning.

2.3 Huidige situatie Binnen het plangebied zijn momenteel 36percelen met hierop recreatiewoningen aanwezig. Het betreft zowel houten als stenen woningen. Elke woning heeft een eigen uitstraling door de specifieke situering in het gebied. Het oppervlak van de percelen varieert van 1345 m2 tot 3060 m2, met een gemiddelde kavelgrootte van 1810 m2. Veel van de woningen zijn door de decennia heen geüpdatet en gerenoveerd om jaarrond te kunnen verblijven en te voldoen aan de veiligheids- en isolatienormen. Het gebied ligt in de bosrand, ten noorden en ten oosten overgaand in landbouwgebied. Aan de zuid/oostzijde grenst het gebied aan het gehucht Distelberg. Ten zuiden en westen ligt natuurgebied. De woningen zijn vrijstaand en liggen verspreid door het bos aan één van de drie wegen die het bos doorkruizen. Op een deel van deze percelen wordt permanent wonen persoonsgebonden gedoogd. Op de percelen waarbij dit niet het geval is wordt ofwel permanent gewoond zonder formele regeling ofwel betreft het woningen die alleen gebruikt worden voor recreatief gebruik. Het plangebied bevindt zich in een bosrijke omgeving, grenzend aan de Loonse en Drunense Duinen. Het terrein zelf is ook bossig met voornamelijk grove den. Daarnaast zijn enkele open plekken aanwezig. De paden zijn deels verhard en deels onverhard. In figuur 2.1 is een impressie van het plangebied weergegeven

Hoofdstuk 2

8

Figuur 2.1 Impressie plangebied

2.4 Toekomstige situatie Onderhavig plan ziet enkel toe op het herbestemmen van de recreatiewoningen tot woningen waar permanent wonen is toegestaan. Er zijn geen fysieke wijzigingen voorzien. Het uitgangspunt van het plan is dan ook dat ‘kleinschalig’ permanent wonen in het bos mogelijk wordt gemaakt. De woonfunctie dient ondergeschikt te zijn en te blijven aan de natuurlijke omgeving. Bebouwingsmogelijkheden De uitgangspunten voor het bouwen zijn de volgende (de maten en graden geven aan wat maximaal is toegestaan): Woning

Bijbehorend bouwwerk

Carport / Overkapping

Oppervlakte

80 m2

12 m2

15 m2

Goothoogte

3m

3m

3m

Nokhoogte

6,5 m

6,5

3,25

Dakhelling

55 graden

55 graden

5 graden

Inhoud

Maximaal 260 m3

-

-

Locatie

Op bestaande fundering.

1 m achter de voorgevelrooi-

Eventueel voor de voorge-

Uitbreiding toegestaan

lijn van hoofdgebouw/woning

velrooilijn, maar achter de struweelzone

Hoofdstuk 2

9

Vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan, daar waar de gronden zijn gelegen de bestemming ‘Bos’. Verder maken de gronden, die liggen buiten de bestemming ‘Wonen – Woonbos’, onderdeel uit van het Natuur Netwerk Brabant. Ook behoort een klein deel van het plangebied tot de ‘Groenblauwe mantel (als zodanig aangeduid op de verbeelding). In het kader van een goede ruimtelijke ordening dienen de bestaande natuurlijke en landschappelijke waarden behouden en beschermd te blijven. Gelet op deze bestemmingen, functie- en gebiedsaanduidingen is van een ‘erf’ in de zin van bijlage II Bor geen sprake, waardoor de gronden ook niet als een ‘achtererfgebied’ kunnen worden aangemerkt. Bijbehorende bouwwerken kunnen alleen vergunningsvrij worden gebouwd als bedoeld in artikel 2 lid 2 bijlage II Bor als deze in het achtererfgebied worden opgericht. En dat is dus niet het geval (zie o.a. ABRvS 10 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:228). Op plaatsen waar hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd mag ook ondergronds worden gebouwd. Per kadastraal perceel mag maximaal 40% van het oppervlak worden aangewend voor bebouwing, tuin, open verharding en parkeervoorzieningen. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Vught 2022’ heeft het plangebied de bestemming ‘Recreatie – Recreatiewoning 1’.

De regels bij deze bestemming maken het mogelijk om een tuin aan te leggen van onbeperkte omvang. Het percentage van 40%, dat in de toelichting en regels van het bestemmingsplan is opgenomen voor bouwwerken, tuin, open verharding en parkeervoorzieningen, komt uit de door de eigenaren opgestelde Gebiedsvisie Buurtschap Distelberg – Giersbergsebaan. Daarin willen de eigenaren het groen versterken op eigen terrein, door het aanleggen van extra bos. Met de gebiedsvisie als onderlegger is een startnotitie opgesteld en voorgelegd aan de gemeenteraad met voorwaarden die moesten worden vertaald in een bestemmingsplan. De gemeenteraad heeft de startnotitie op 16 december 2021 vastgesteld. In de startnotitie is het genoemde percentage van 40% als voorwaarde opgenomen. In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat een percentage van 60% van het perceel na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan moet worden aangeplant als bos. De oppervlakte van bouwwerken, grasvelden en tuinen wordt hierdoor gemaximaliseerd. Het percentage van 40% is in artikel 14.1 van de regels van het bestemmingsplan opgenomen. Woningen (hoofdgebouwen) zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak van de bestemming ‘Wonen – Woonbos’. Bijbehorende bouwwerken dienen 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gerealiseerd en zijn toegestaan binnen de bestemmingen ‘Wonen – Woonbos’ als ‘Bos’.

Zorgvuldige inpassing in de natuur De woningen krijgen de bestemming ‘Wonen – Woonbos’. Conform de bestemmingsomschrijving zijn de gronden mede bestemd voor: a. behoud, herstel en ontwikkeling van bos; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige, waterhuishoudkundige en/of abiotische waarden; c. ontwikkeling van vitaal bos; d. behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van het Natuur Netwerk Brabant. De bebouwingsmogelijkheden zijn beperkt (in vergelijking met een ‘normale’ woonbestemming in het buitengebied) om de zorgvuldige inpassing in de natuur te borgen. Er is een omgevingsvergunning (aanlegvergunning) noodzakelijk ter bescherming van aanwezig bos, houtopstanden, natuur- en landschapselementen, verwijderen van perceelsindelingen, paden en onverharde wegen, aanleggen van paden en andere onomkeerbare verhardingen van meer dan 100 m 2.

Hoofdstuk 2

10

Er dienen elementen als takkenrillen en ruigte (ondergroei) te worden gerealiseerd en waar mogelijk dient dood hout niet worden verwijderd. Dit is concreet uitgewerkt in door de bewoners te onderhouden struweelzones, die langs drie noord-zuid verbindingen zullen worden aangelegd gedeeltelijk op het grondgebied van de eigenaren en voor een deel op het eigendom van de gemeente. Een struweelzone is een lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, winterharde struiken (zoals lijsterbes, sporkehout, hulst, krentenboom, vlierbes, hazelaar, meidoorn, sleedoorn en hondsroos), die vrijuit mogen groeien. Bestaande eiken, beuken, berken en kastanjes dienen behouden te blijven. De struweelzone is verder uitgewerkt in de Gebiedsvisie (bijlage 1). Voor meer informatie hierover wordt hier naar verwezen. Een en ander is vastgelegd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels. De doorkruisbaarheid van het plangebied moet worden behouden. Dat is verzekerd door de komst van de struweelzones. De perceelsafscheidingen dienen open te zijn. De bestaande wegen mogen niet worden verhard. Dit is geregeld binnen de bestemming ‘Verkeer Onverhard’. Parkeren Er geldt een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen op eigen terrein conform het parkeerbeleid van de gemeente. Er mag alleen geparkeerd worden buiten de struweelzone.

Dit is geregeld in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen ‘Bos’ en ’Verkeer – Onverhard’.

Hoofdstuk 2

11

3.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio’s;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes.

Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;  Afwentelen wordt voorkomen. Doorwerking plangebied In dit plan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige en lokale ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. Er zijn reeds recreatiewoningen al aanwezig, die veelal al permanent worden bewoond. Het permanent wonen wordt gelegaliseerd. Met het plan zijn geen fysieke wijzigingen voorzien. Het uitgangspunt van het plan is dat ‘kleinschalig’ wonen in het bos mogelijk wordt gemaakt. De woonfunctie dient ondergeschikt te zijn én te blijven aan de natuurlijke omgeving. De gegeven bestemmingen ‘Wonen – Woonbos’ en ‘Bos’ borgen dit evenals de komst van een struweelzone. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie.

Hoofdstuk 3

12

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. De Wet ruimtelijke ordening en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bepaalt dat provincies in een verordening de regels voor de bescherming en compensatie van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) moeten opnemen. In het Barro zijn diverse inhoudelijke voorschriften opgenomen die de provincies in deze verordening moeten opnemen en uitwerken. Zoals het vastleggen van de begrenzing van de NNN-gebieden, de aanwijzing van wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden en de wijze waarop van de bescherming van de NNN gebieden kan worden afgeweken. Het Barro geeft specifiek aan op welke wijze dit beschermingsregime moet worden vormgegeven, zoals met het ‘nee, tenzij’-regime en eisen ten aanzien van de compensatie. Doorwerking plangebied In de Omgevingsverordening Noord-Brabant is het zogenaamde Natuur Netwerk Brabant (NNB) opgenomen. Het gehele plangebied van dit bestemmingsplan maakt daar momenteel gebruik van.

Gelet echter op de bestaande situatie is het logisch om de vergunde bebouwing met onderliggende bestemming ‘Wonen – Woonbos’ uit het NNB te halen. De recreatiewoningen staan er al van voor het vastleggen van de NNB over dit gebied. De bestaande planologische situatie van de woningen (‘recht’) dient daarom gerespecteerd te worden. Een aanpassing van het NNB is hier voorstelbaar en dan alleen voor de vergunde bebouwing met onderliggende bestemming ‘Wonen-Woonbos’. De herbegrenzing van het NNB geldt niet voor het bosgebied rondom de woonbestemming. Dit gebied met de bestemming ‘Bos’ behoudt de gebiedsaanduiding ‘overige zone – Natuur Netwerk Brabant’. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant heeft op verzoek van de gemeente op 17 september 2024 de wijziging van het NNB vastgesteld. De kaartaanpassingen zijn te raadplegen onder ID nr: NL.IMRO.9930.Ovrwijzkaarten251-on01. Een groot deel van het NNB blijft bestaan. Met dit feit in combinatie met de gegeven bestemmingen/gebiedsaanduidingen en regels in dit bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat de bescherming van NNN voldoende is veilig gesteld. Voor het overige bevat het Barro geen kader stellende uitspraken voor dit plangebied.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of

Hoofdstuk 3

13

zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Conclusie Als bijlage bij deze toelichting is een ladder voor duurzame verstedelijking gevoegd. Voor de inhoud wordt verwezen naar deze bijlage. Hieronder volgt een korte samenvatting. Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente.

De beoogde ontwikkeling van maximaal 36recreatiewoningen een reguliere woonbestemming te geven voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het wijzigen van de recreatiebestemming naar een woonbestemming onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden. De planlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Immers: 

Het plangebied heeft in het bestemmingsplan de volgende bestemming: Recreatie – Recreatiewoning 1’. Dit betekent dat het plangebied gelegen is binnen bestaand stedelijk gebied in de zin van artikel 1.1.1 onder h van het Besluit ruimtelijke ordening.

Bovendien zijn de recreatiewoningen al aanwezig. Met het plan zijn geen fysieke wijzigingen voorzien. Het uitgangspunt van het plan is dat ‘kleinschalig’ wonen in het bos mogelijk wordt gemaakt. De woonfunctie dient ondergeschikt te zijn én te blijven aan de natuurlijke omgeving.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's.

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

14

Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Doorwerking plangebied Met onderhavig planvoornemen wordt toegezien op het herbestemmen van reeds aanwezige recreatiewoningen tot woningen waar permanent wonen is toegestaan. Hierover is overleg gevoerd met de provincie. De provincie heeft het volgende aangegeven in een mail van 23 april 2021: “Wij waarderen de wijze waarop de vereniging HV bewoners Distelberg de zoektocht naar een duurzame oplossing voor het buurtschap heeft opgepakt.

Wij constateren dat van een echt vakantiepark nooit of nauwelijks sprake is geweest. In de visie 2 zijn de kwaliteiten van het gebied benadrukt en het geeft inzicht in de manier waarop de aanwezige kwaliteiten kunnen worden versterkt. Met de verdere uitwerking van de gebiedsvisie kunnen wij ons ook voorstellen dat een vorm van permanente bewoning mogelijk wordt gemaakt. Wij vragen daarbij wel aandacht voor de borging van de manier van wonen in het buurtschap. Juist om te voorkomen dat er een villawijk ontstaat en de kwaliteitsimpulsen die in de visie genoemd worden ook in de toekomst geborgd blijven. Uiteraard blijft de gemeente het eerste aanspreekpunt als het gaat om het toekennen van de bestemmingen en planprocedures. Als provincie zijn wij graag bereid om samen met gemeente, vereniging, maar wellicht ook met andere stakeholders te kijken op welke manier de waarden in het buurtschap kunnen worden versterkt en geborgd, waarbij ook wonen een onderdeel vormt”. De provincie kan dus onder voorwaarden akkoord gaan met de omzetting naar permanent wonen. Aan deze voorwaarden wordt voldaan. Voor de wijze waarop is geborgd dat er geen villawijk ontstaat en de kwaliteitsimpulsen ook daadwerkelijk plaatsvinden wordt verwezen naar paragraaf 2.4. 3.2.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant De Omgevingsverordening Noord-Brabant zal 1 januari 2024 in werking treden gelijk met de Omgevingswet.

Onderhavig bestemmingsplan zal na de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening

2

Het gaat hier om een eerdere versie van de gebiedsvisie van begin 2021.

Hoofdstuk 3

15

worden vastgesteld. Dit betekent dat dit bestemmingsplan getoetst moet worden aan de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Werkingsgebied ‘Bebouwd gebied’ In de Omgevingsverordening is een nieuw werkingsgebied ‘Bebouwd gebied’ geïntroduceerd voor grotere bestaande clusters van aaneengesloten bebouwing in het landelijk gebied. Het is mogelijk dat op verzoek van een gemeente het werkingsgebied ‘Bebouwd gebied’ op basis van een concrete ontwikkeling op een gebied wordt gelegd. Vanuit provinciaal belang is verdichting binnen deze gebieden, met maatwerk, mogelijk. Ontwikkelingen binnen ‘Bebouwd gebied’ zijn gekoppeld aan het versterken van omgevingskwaliteit en het betrekken van deskundigen op dat gebied, onder wie een provinciaal medewerker. Dit nieuwe werkingsgebied is mede ingegeven vanuit het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Dit principe is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwde locaties in zowel stedelijk als landelijk gebied (zie ook artikel 5.8 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant).

‘Bebouwd gebied ‘is een specifiek werkingsgebied dat samen kan gaan met andere werkingsgebieden, zoals het Natuur Netwerk Brabant of andere gebieden met een waarde aanduiding. Bij het mogelijk maken van ontwikkelingen binnen ‘Bebouwd gebied’ geldt uiteraard dat rekening gehouden wordt met de aanwezige waarden. Opleggen werkingsgebied ‘Bebouwd gebied’ In overleg met de provincie is op dit gebied de aanduiding 'Bebouwd gebied' uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant opgelegd. Voor het opnemen als ‘Bebouwd gebied’ geldt een aantal uitgangspunten: 1. het gaat om een groot aaneengesloten cluster van bebouwing met overwegend stedelijke functies; 2. in beginsel is geen stedelijke ontwikkeling voorzien in of aansluitend op het gebied (zie ECLI:NL:RVS:2017:1724); 3. er is sprake van een menging van functies waardoor een aanduiding Stedelijk gebied geen recht doet aan de situatie of belemmerend werkt voor de ontwikkeling van de aanwezige functies De beoogde ontwikkeling om alle 36 recreatiewoningen een reguliere woonbestemming te geven voldoet aan bovenstaande voorwaarden. Immers: 1. het Buurtschap Distelberg – Giersbergsebaan’ omvat 36 percelen met recreatiewoningen, zijnde een groot aaneengesloten cluster van bebouwing met een stedelijke functie; 2. er is geen stedelijke ontwikkeling voorzien in of aansluiten op het buurtschap; 3.

er is sprake van een menging van wonen en (behoud en versterking) natuur. Voor bestaande stedelijke functies kent de Omgevingsverordening twee werkingsgebieden: ‘Stedelijk gebied’ en ‘Bebouwd gebied’. Gezien de ligging in het buitengebied en de beoogde ontwikkeling is een werkingsgebied ‘Bebouwd gebied’ hier op zijn plaats.

Hoofdstuk 3

16

Artikel 5.57 Maatwerk in Bebouwd Gebied Artikel 5.57 van de Omgevingsverordening is een maatwerkregeling gericht op het versterken van omgevingskwaliteit in en om ‘Bebouwd gebied’. De beoogde ontwikkeling van het geven van een woonbestemming aan de bestaande recreatiewoningen moet voldoen aan dit artikel. In onderstaande tabel zijn de voorwaarden van artikel 5.57 op een rij gezet met daarnaast de motivering waarom hieraan wordt voldaan. Artikel 5.57 Maatwerk in Bebouwd gebied 1. Een omgevingsplan ter plaatse van Bebouwd gebied kan een nieuwe bouw- of gebruiksactiviteit toedelen als: a. dat past in de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 5.12, en bij de omliggende functies;

Motivering

De ontwikkelingsrichting van het Buurtschap is vastgelegd in de startnotitie bestemmingsplan ‘Distelberg - Giersberg-sebaan’ van de gemeente Vught (zie ook bijlage 2 bij deze toelichting). De gemeenteraad van Vught heeft op 16 december 2021 ingestemd met deze startnotitie. In de startnotitie wordt aangegeven, dat de gemeente de wens van de eigenaren wil respecteren en bereid is te zoeken naar een passende (permanente) woonvorm in dit gebied. Uitgangspunt is daarbij het ‘kleinschalig’ wonen in het bos. De woonfunctie dient ondergeschikt te zijn aan de natuurlijk omgeving. In de startnotitie worden enkele uitgangspunten en voorwaarden geformuleerd.

b.

c.

dat aantoonbaar bijdraagt aan het fysiek versterken van de omgevingskwaliteit van het gebied, zoals door sloop van bebouwing, ontwikkeling van landschapskwaliteit, sanering van een milieuhinderlijke activiteit of behoud en herstel van cultuurhistorische waarden en kenmerken; het versterken van de omgevingskwaliteit wordt geborgd;

Deze zijn de basis geweest voor onderhavig bestemmingsplan. Aan de uitgangspunten en voorwaarden wordt voldaan. Met dit plan wordt de omgevingskwaliteit van het buurtschap verbeterd in de vorm van landschaps- en natuurontwikkeling. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 2.4 van de toelichting. De borging heeft plaatsgevonden in de regels van het bestemmingsplan in combinatie met de verbeelding. Hieronder staan de belangrijkste op een rij: 1.

2. 3.

4. 5.

6.

7.

Hoofdstuk 3

Er is voor gekozen om de bestaande woningen met alleen de directie buitenruimte de bestemming ‘Wonen- Woonbos’ te geven. De bestemmingsgrens ligt in de regel op 2 meter buiten de bestaande woning. Daar waar dit logischer is (kijkend bijvoorbeeld naar de indeling van de woning) ligt soms de bestemmingsgrens aan 1 of meer zijden op de gevel van de woning en aan de andere zijde(n) op 4 meter afstand van de woning. De rest van de gronden behorende bij de woningen hebben de bestemming ‘Bos’ gekregen (artikel 3). De bestaande onverharde wegen hebben de bestemming ‘Verkeer- Onverhard’ gekregen, zodat verharding hier niet mogelijk is (artikel 4). De bouwregels zijn zodanig dat het kleinschalig karakter van het Buurtschap zal behouden blijven (artikel 3 en 5) Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is vastgelegd, dat binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van dit plan een struweelhaag gerealiseerd is en duurzaam in stand wordt gehouden; Ook is vastgelegd in de regels (artikel 14.1) dat maximaal 40% van de totale oppervlakte van een kadastraal perceel mag worden aangewend voor bouwwerken, tuin, halfverharding, verharding en parkeervoorzieningen. De rest is bedoeld voor Bos (en natuur) De gronden met de bestemming ‘Bos’ maken onderdeel uit van Natuur Netwerk Brabant (artikel 12.2).

17

d.

e

f

de fysieke tegenprestatie gericht op het versterken van omgevingskwaliteit bij de toedeling van een nieuwe woonfunctie qua omvang in verhouding staat tot de tegenprestatie voor een ruimtevoor-ruimtekavel; de activiteit vanuit een bij de omgeving passende rood-groenverhouding van het gebied, die wordt vastgelegd in het omgevingsplan, aanvaardbaar is; voor zover van toepassing is voldaan aan de bepalingen uit paragraaf 5.2.5 Natuur Netwerk Brabant of paragraaf 5.2.6 Aardkundige-, Cultuurhistorische- of Groenblauwe waarden; en

Dit sublid is niet van toepassing. Zie hieronder artikel 5.57 lid 2.

Een en ander is vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Verwezen wordt naar motivering bij artikel 5.57 sub c.

Het plangebied is momenteel in zijn geheel gelegen binnen het ‘Natuur Netwerk Brabant’. Conform het provinciaal beleid strekt een bestemmingsplan binnen het NNB tot behoud en ontwikkeling van de ecologische waarden. Daarbij wordt de bestaande planologische situatie (recht') gerespecteerd. Op grond van het bestemmingsplan is het gehele plangebied bestemd als ‘Recreatie – Recreatiewoning 1’, inclusief de huidige recreatieverblijven. Het bos wordt beschermd in het bestemmingsplan. De recreatiewoningen staan er echter al vanaf medio 1955, vóór het bepalen van het NNB. Gelet echter op de bestaande situatie is het logisch om de vergunde bebouwing met onderliggende bestemming ‘Wonen – Woonbos’ uit het NNB te halen. De bestaande planologische situatie van de woningen (‘recht’) dient gerespecteerd te worden. Een aanpassing van het NNB is hier voorstelbaar en dan alleen voor de vergunde bebouwing met onderliggende bestemming ‘Wonen-Woonbos’. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant heeft op verzoek van de gemeente op 17 september 2024 de wijziging van het NNB vastgesteld. De kaartaanpassingen zijn te raadplegen onder ID nr: NL.IMRO.9930.Ovrwijzkaarten251-on01. Het bos blijft NNB, omdat het bos al in het geldende bestemmingsplan planologisch wordt beschermd en er 15 vogelrichtlijnsoorten en 4 rode lijstsoorten voorkomen. Daarnaast vormt het gebied een verbinding met Natura-2000 gebied.

Dit Natura-2000 gebied wordt minder robuust als het bos ook uit het NNB zou worden gehaald. Onder de Omgevingsverordening behoeft de aanpassing van het NNB niet plaats te vinden voor de vaststelling van het bestemmingplan. De provincie past de provinciale kaart achteraf aan in het kader van de jaarlijkse veegronde. Voor de duidelijkheid is wel in het nieuwe bestemmingsplan aangegeven, dat ter plaatse van de bestemming ‘Wonen – Woonbos’ NNB zal worden verwijderd (artikel 12.3).

g.

bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is.

Hoofdstuk 3

Omdat hier sprake is van een fout en alleen ter plaatse van het bestaande legale gebruik van de recreatiewoningen met de directe buitenruimte NNB wordt verwijderd wordt compensatie niet noodzakelijk geacht. Medewerkers van de provincie zijn betrokken bij de planvorming.

18

2.

In het geval dat een toegelaten bouw- of gebruiksactiviteit in of aansluitend op Bebouwd gebied leidt tot een stedelijke ontwikkeling, is artikel 5.56 van overeenkomstige toepassing en wordt de omvang van de fysieke tegenprestatie in omgevingskwaliteit mede bepaald op grond van de voor het gebied te bereiken doelen.

De stedelijke ontwikkeling van onderhavig plan betreft het geven van een regulier woonbestemming aan alle 36 recreatiewoningen. Artikel 5.56 is dan ook van toepassing. De fysieke tegenprestatie in omgevingskwaliteit moet worden bepaald op grond van de voor het gebied te bereiken doelen. Het doel van dit plan is ‘kleinschalig’ wonen in het bos, waarbij de woonfunctie ondergeschikt dient te zijn aan de natuurlijk omgeving. De fysieke tegenprestatie is vastgelegd in de Notitie Kwaliteitsverbetering van het landschap (bijlage 2 bij de regels).

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Woonvisie 2021 – 2025: Groei met Vughtse kwaliteit De Woonvisie 2021-2025: Groei met Vughtse kwaliteit is op 30 september 2021 vastgesteld. Navolgend worden de belangrijkste aspecten van de Woonvisie 2021 – 2025: Groei met Vughtse kwaliteit benoemd. De gemeente Vught biedt een aantrekkelijke en gevarieerde woonomgeving. In Cromvoirt is er ruimte voor landelijk en dorps wonen. Helvoirt (per 1 januari 2021 aangesloten bij de gemeente Vught) is een kerkdorp met een dorps verenigingsleven. De kern Vught biedt een ruim en suburbaan woonmilieu, in de directe nabijheid van de stedelijke voorzieningen in ’s-Hertogenbosch. Deze gewaardeerde woongebieden zorgen ervoor dat de gemeente in trek is bij mensen die een prettige woonplek zoeken. Dit zorgt voor een behoorlijke druk op de woningmarkt. De huidige landelijke crisis op de woningmarkt is ook in de gemeente Vught te merken en versterkt de druk op de woningmarkt. De huidige situatie op de woningmarkt zorgt ervoor dat veel mensen geen passende woning kunnen vinden. Via nieuw woonbeleid wil de gemeente de mogelijkheden voor woningzoekers verruimen. Daarmee spelen we in op de actuele woningmarktopgaven.

Voor de gemeente Vught zijn de volgende waarden dominant bij de beleidskeuzes met betrekking tot wonen:  In de eerste plaats moeten er keuzemogelijkheden zijn voor mensen die in de gemeente willen wonen, ongeacht leeftijd, inkomen of vermogen.  In de tweede plaats gaat het om de kwaliteit van wijken en dorpen. Dan gaat het om groene en ruimtelijk aantrekkelijke woningen en omgeving.  In de derde plaats gaat om het behoud en versterken van sociale verbindingen door aandacht voor ontmoeting en voorzieningen in de omgeving. Ambitie van de gemeente is om een grotere bijdrage te leveren aan het oplossen van het woningtekort dan uit de provinciale woningbehoefteprognose naar voren komt. In plaats van 1.000 woningen tot 2030 die uit deze prognose blijkt, zet de gemeente in op 2.000 woningen. Zeker in het middensegment mist aanbod: met name koopwoningen. De groei moet bijdragen aan de variatie in het woningaanbod: meer betaalbare en toegankelijke woningen. Voor jongen/starters, ouderen, maar ook andere doelgroepen. Doorwerking plangebied Met voorgenomen ontwikkeling gaat het om het herbestemmen van de recreatiewoningen tot woningen waar permanent wonen is toegestaan. De bestaande waardevolle landschappelijke kwaliteiten

Hoofdstuk 3

19

blijven gehandhaafd en worden aangevuld met passende elementen. De bestaande kwaliteiten zijn bijvoorbeeld monumentale eiken op de perceelsgrenzen, landelijke halfverharde brede wegen en veel groen in de vorm van bosschages. Deze aspecten worden gehandhaafd en waar mogelijk zelf uitgebreid. Hiermee wordt bijgedragen aan de ambities uit de woonvisie voor groene en ruimtelijk aantrekkelijke woningen en omgeving. Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen niet in strijd is met de woonvisie.

Hoofdstuk 3

20

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 Verkeer en parkeren In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bepaald wat de verkeersaantrekkende werking van het plangebied is. Om te bepalen wat de effecten van het plan op de verkeersaantrekkende werking van het plangebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de CROW-kengetallen (publicatie 381). Deze kengetallen geven een indicatie van de met het plan gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. 4.1.1 Verkeer Huidige situatie Op dit moment zijn er 37 recreatiewoningen in het buurtschap aanwezig. Dit betreffen kleine woningen in het bos. Volgens de regels van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Vught 2022 mogen een persoon, gezin of andere groep van personen in de 37 recreatie woningen verblijven als zij hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben. In het CROW worden recreatiewoningen niet beschreven. Wel worden er kencijfers gegeven voor een bungalowpark. In dit geval is echter geen sprake van een bungalowpark. Onder een bungalowpark wordt namelijk een vakantiepark bedoeld met bijvoorbeeld stacaravans of vakantiehuisjes. In dit geval is sprake van afzonderlijke recreatiewoningen in het buitengebied. De 37 recreatiewoningen zijn solitair gelegen aan openbare wegen en ook geadresseerd aan die wegen.

In het gebied en haar directe omgeving ontbreken de recreatieve voorzieningen die op een recreatiepark veelal wel aanwezig zijn, zoals restaurant, parkwinkel, speeltuin, zwembad, centraal gelegen collectieve postvakken en -huisvuilcontainers en centraal gelegen parkeerterrein. De gebruiker is daarom aangewezen op de voorzieningen in de omgeving (post, postpakketten en dagblad worden aan huis bezorgd en het huisvuil wordt door de Afvalstoffendienst aan huis). Veel van de bewoners gebruiken de recreatiewoning als tweede woning, waardoor zij vanaf hier ook werken. De verkeersgeneratie per woning neemt dan ook toe. Ook komen er dan eerder bezoekers naar deze woning dan bij bijvoorbeeld een stacaravan of vakantiehuisje op een bungalowpark. Te hanteren verkeerskencijfer Gezien bovenstaande redenering ten aanzien van de eigenschappen van de woningen en de bewoners ervan, is het niet reëel om van de kencijfers van een bungalowpark uit te gaan. Een verkeersgeneratie die ergens tussen een bungalowpark en een vrijstaande woning zit is meer representatief voor de feitelijke en planologische situatie ter plaatse. Het verkeerskencijfer per bungalow voor een bungalowpark in het buitengebied bedraagt maximaal 2,8 mvt/etmaal. Voor een vrijstaande woning in het buitengebied geldt een verkeerskencijfer van maximaal 8,6 mvt/etmaal.

De daadwerkelijke verkeersgeneratie van de huidige recreatiewoningen zal dus ergens hier tussenin liggen. In dit geval kan het beste een gemiddelde genomen worden van deze kencijfers. De verkeersgeneratie per recreatiewoning komt daarmee neer op 5,7 mvt/etmaal.

Hoofdstuk 4

21

Totale verkeersgeneratie De 36 recreatiewoningen zorgen hiermee in de huidige situatie voor een verkeersgeneratie van 205,2 mvt/etmaal. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie worden de 36 recreatiewoningen bestemd als reguliere woning. Er zijn geen sloop- of bouwwerkzaamheden voorzien. Zo blijft de omvang van de woningen dus gelijk. In het CROW worden kencijfers beschreven voor vrijstaande woningen in het buitengebied. Deze kencijfers zijn globaal en een differentiatie van kencijfers per type vrijstaande woning ontbreekt. Het gaat om richtlijnen. Hier kan gemotiveerd van afgeweken worden. In dit geval zal de verkeersgeneratie conform de kencijfers van een vrijstaande woning voor de toekomstige woningen namelijk erg onrealistisch zijn en niet overeenkomen met de praktijk. Er is namelijk slechts sprake van een omzetting van de functie van recreatiewoning naar reguliere woning. De woningen in het bosgebied hebben een zeer beperkte omvang. Zo hebben zij een maximaal bruto vloeroppervlak van 80 m 2 en een inhoud van maximaal 260 m2. In de regels van het bestemmingsplan is bepaald dat de woningen ook niet groter mogen worden dan deze maximale maatvoeringen. Om deze reden is meer sprake van een klein huisje/tiny house in het buitengebied. Een woning met een oppervlakte van 80 m 2 komt bijvoorbeeld ook meer overeen met de kenmerken van een gemiddeld appartement.

Hier is vaak sprake van een woning met één slaapkamer en eventueel een extra kamer als logeerkamer of kantoor. Ook bij grondgebonden patio- of seniorenwoningen is hiervan sprake. De woningen zijn geschikt voor één- of tweepersoonshuishoudens en niet voor (grote) gezinnen. Het verkeerskencijfer voor een vrijstaande woning conform de CROW maakt hier geen onderscheid in. Te hanteren verkeerskencijfer Gezien bovenstaande redenering ten aanzien van de eigenschappen van de woningen en de bewoners ervan, is het niet reëel om van de kencijfers van een vrijstaande woning in het buitengebied uit te gaan. Een verkeersgeneratie die ergens tussen een tiny house en een vrijstaande woning zit is meer representatief voor de situatie ter plaatse. Het verkeerskencijfer voor een tiny house in het buitengebied bedraagt maximaal 2,4 mvt/etmaal. Voor een vrijstaande woning in het buitengebied geldt een verkeerskencijfer van maximaal 8,6 mvt/etmaal. Voor een ‘koop, appartementen midden’ geldt een verkeersgeneratie van 6,4 mvt/etmaal. De daadwerkelijke verkeersgeneratie van de toekomstige woningen zal dus ongeveer een gemiddelde zijn van deze 3 kencijfers. De verkeersgeneratie per woning komt daarmee neer op 5,8 mvt/etmaal. Totale verkeersgeneratie De 37 woningen zorgen hiermee in de huidige situatie voor een verkeersgeneratie van 208,8 mvt/etmaal.

Toename verkeersgeneratie en afwikkeling De verkeersgeneratie in de huidig en toekomstige situatie is in onderstaande tabel samengevat. Geconcludeerd wordt dat met de transformatie een extra verkeersgeneratie van circa 3,6 mvt/etmaal wordt veroorzaakt.

Hoofdstuk 4

22

Huidige woningen Bungalowpark

2,8

Vrijstaande woningen

8,6 5,7

Toekomstige woningen Vrijstaande woningen

8,6

Tiny houses

2,4

Koop app midden

6,4 5,8

Totaal huidige situatie

205,2

Totaal toekomstige situatie

208,8

Verschil

3,6

Er is slechts sprake van een zeer beperkte toename. De omliggende wegen kunnen dit verkeer gemakkelijk verwerken. Het verkeer wikkelt zich af via de Distelberg. Vanaf hier zal het verkeer hoofdzakelijk in oostelijke richting naar de Nieuwkuijkseweg en eventueel Cromvoirtseweg rijden. Uit verkeerscijfers van de provincie Noord-Brabant blijkt dat op de Nieuwkuijkseweg in de huidige situatie 5.481 mvt/etmaal rijden. Het totale toekomstige verkeer (208,8 mvt/etmaal) bedraagt bij de splitsing met deze weg circa 3,9% van het huidige verkeer. Gesteld kan worden dat het verkeer hier dus is opgegaan in het heersend verkeersbeeld. 4.1.2 Parkeren De parkeernormen zijn opgenomen in het beleidsstuk ‘Parkeerbeleid en Parkeernota 2013 – 2022’ van de gemeente Vught. In dit beleidsstuk is opgenomen dat er een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per vrijstaande koopwoning geldt voor de buitengebieden van de gemeente. De gemeente heeft aangegeven, dat ook voor de woningen in het buurtschap deze parkeernorm geldt.

Figuur 4.1 Bestaande parkeerplaatsen per perceel (opname augustus 2022)

Hoofdstuk 4

23

In augustus 2022 zijn alle bestaande parkeerplaatsen geïnventariseerd. Daaruit blijkt dat op elk perceel minimaal 2 parkeerplaatsen aanwezig zijn. Meerdere percelen beschikken zelfs over meer dan 2 parkeerplaatsen. Aan de parkeernorm wordt dus ruimschoots voldaan. 4.1.3 Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de beoogde omzetting van recreatiewoningen naar woningen, die permanent worden bewoond.

4.2 Geluid 4.2.1 Toetsingskader Wegverkeer Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:  de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;  de aanleg van een nieuwe weg;  de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Breedte geluidszones langs wegen

Stedelijk gebied

Buiten stedelijk gebied

Aantal rijstroken

Zone breedte

1 of 2

200 meter

3 of meer

350 meter

1 of 2

250 meter

3 of 4

400 meter

5 of meer

600 meter

In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient middels een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld.

Hoofdstuk 4

24

Maximale ontheffingswaarden Situatie

Maximale ontheffings-

Artikel

waarde Stedelijk gebied 

Nieuwe woningen

63 dB

Artikel 83, lid 2 Wgh

Vervangende nieuwbouw

68 dB

Artikel 83, lid 5 Wgh

Buiten stedelijk gebied 

Nieuwe woningen

53 dB

Artikel 83, lid 1 Wgh

Agrarische bedrijfsbebouwing

58 dB

Artikel 83, lid 4 Wgh

Vervangende nieuwbouw

58 dB

Artikel 83, lid 7 Wgh

Vervangende nieuwbouw* binnen de zone van

63 dB

Artikel 83, lid 6 Wgh

een autoweg of autosnelweg

*Met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur en een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogte 100 woningen.

4.2.2 Onderzoek Er is door K-plus een onderzoek uitgevoerd voor het plangebied. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen Uit het akoestisch onderzoek blijkt, dat dat vanwege wegverkeerslawaai van de Distelberg bij 3 woningen de geluidbelasting hoger zal zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt niet overschreden. Bij de gemeente Vught dient voor deze 3 woningen een verzoek te worden ingediend voor het vaststellen van een hogere grenswaarde. Gezien de bepaalde gevelbelastingen mag worden verwacht dat in de woningen sprake zal zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat omdat de binnenwaarde rond de 36 dB liggen. 4.2.3 Conclusie Wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de gewenste omschakeling naar permanent wonen. Wel dient een hogere grenswaarde te worden vastgesteld. Een ontwerp besluit hiervoor is gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

4.3 Luchtkwaliteit 4.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;

Hoofdstuk 4

25

het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.

Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:  het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;  het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3). 4.3.2 Onderzoek De in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling valt onder de drempelwaarde in de regeling NIBM opgenomen lijst met categorieën van gevallen (de realisatie van 1.500 woningen met één ontsluitingsweg). De onderhavige ontwikkeling draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Verder wordt met de ontwikkeling enkel toegezien op het herbestemmen van reeds aanwezige recreatiewoningen tot woningen waar permanent wonen is toegestaan. Wel moet aangetoond worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het nieuwe ontwikkeling. Hiervoor moeten de achtergrondwaarden m.b.t. de luchtkwaliteit bekend zijn. Deze waarden kunnen achterhaald worden middels de NSL-monitoringstool.

De achtergrondwaarden van de dichtstbijzijnde meetpunten zijn in onderstaande tabel weergegeven. Geconcludeerd wordt dat de achtergrondwaarden aan stikstof en fijnstof ruim onder de norm liggen en sprake is van een goed leef- en verblijfsklimaat in het kader van de luchtkwaliteit. Id

NO2 μg/m3

PM10 μg/m3

20969 20970 20971 20972 20974

11.4 11.0 11.4 11.0 11.0

15.4 15.3 15.4 15.3 15.3

PM10 overschrijdingsdagen 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0

PM2.5 μg/m3

8.7 8.6 8.7 8.6 8.6

4.3.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor onderhavig planvoornemen vanuit het aspect ‘luchtkwaliteit’.

4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.4.1 Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de

Hoofdstuk 4

26

kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 3. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor.

Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. 4.4.2 Onderzoek Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Vught en de omgeving van het plangebied bestaat onder andere uit natuur-, bos-, recreatie- en agrarische bestemmingen. Het plangebied en de omgeving hiervan worden dan ook aangemerkt als rustig gebied. In onderstaande tabellen zijn omliggende bedrijven en veehouderijen weergegeven. Aangegeven is wat de richtafstand tot deze bedrijven is op basis van de VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Bedrijf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vughtid=37eff26d-f284-4b11-9c1c-d4c47d0ac53a