Bijlage - Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Vught Noord 2022
Bestemmingsplan Vught Noord 2022
Projectnummer 478521.100
Opdrachtgever Gemeente Vught Secretaris van Rooijstraat 1 5261 EP Vught
datum vrijgave beschrijving revisie februari 2023 vastgesteld
goedkeuring C. Stolzenbach
vrijgave C. Stolzenbach
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 10
Hoofdstuk 2 Het plangebied 2.1 Geschiedenis van Vught 2.2 Vught Noord 2.3 Deelgebied 1: Taalstraat / Loyolalaan 2.4 Deelgebied 2: Villapark / Loonsebaan 2.5 Deelgebied 3: De Koepel 2.6 Deelgebied 4: Stadhouderspark Vught
11 11 11 12 13 14 14
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 19 24
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluid 4.6 Kabels en Leidingen 4.7 Lucht 4.8 Natuurtoets 4.9 Besluit milieueffectrapportage 4.10 Water
29 29 33 34 35 38 39 39 40 41 42
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleidende regels 5.2 Bestemmingsregels 5.3 Bestemmingen 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels
45 45 45 47 51 52
Hoofdstuk 6
53
Financiele uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Voorontwerp bestemmingsplan 7.2 Ontwerp bestemmingsplan 7.3 Vastgesteld bestemmingsplan
blad 3 van 56
55 55 55 56
vastgesteld bestemmingsplan Vught Noord 2022 Gemeente Vught Projectnummer 478521.100
blad 4 van 56
vastgesteld bestemmingsplan Vught Noord 2022 Gemeente Vught Projectnummer 478521.100
Toelichting
blad 5 van 56
vastgesteld bestemmingsplan Vught Noord 2022 Gemeente Vught Projectnummer 478521.100
blad 6 van 56
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding Aanleiding De gemeente Vught wil voor het noorden van Vught een nieuw bestemmingsplan vaststellen. Sommige vigerende bestemmingsplannen zijn al meer dan 10 jaar oud . Mede met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar verwachting 1 januari 2024) wil de gemeente deze plannen voor wat betreft de regels eenvormig maken met reeds eerder vastgestelde bestemmingsplannen zoals Vijverhof 2016 en Molenweg 2016. Wanneer deze plannen uniform zijn kunnen de bestemmingsplannen onder de nieuwe Omgevingswet ook eenvoudiger opgenomen worden in een toekomstig Omgevingsplan, dat voor de hele gemeente gaat gelden. Burgemeester en wethouders hebben voor dit plangebied een nota van uitgangspunten vastgesteld, die ter kennis van de gemeenteraad is gebracht. Overnemen van bestaande rechten is daarbij het startpunt. Ook worden met dit nieuwe bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Ontwikkelingen die niet passen in de geldende bestemmingsplannen zullen in een aparte procedure afgewogen worden. Reeds vastgestelde partiële herzieningen, vastgestelde uitwerkingsplannen en verleende vergunningen zijn wel verwerkt in dit bestemmingsplan.
1.2
Begrenzing plangebied Het plangebied Vught Noord wordt in hoofdlijnen als volgt begrensd. Aan de (noord)oostkant is de randweg de uiterste grens. Aan de zuidkant is de rijksweg A65 /N65 de grens van het plangebied. Aan de (zuid-)westkant is dat de Boslaan. De Loonsebaan en het Drongelenskanaal vormen in hoofdzaak de noordelijke grens. De bebouwing ten noorden van de Postweg maakt wel onderdeel uit van het plangebied (de atletiekbaan en Willem de Rijkelaan). In onderstaande figuur is deze begrenzing globaal aangegeven.
blad 7 van 56
Figuur 1.1: globale begrenzing plangebied Vught Noord Voor De Braacken van Mariënhof (1 = bestemmingsplan) en Molenven (3 = wijzigingsplan), zijn aparte plannen in procedure gebracht. Voor de Isabellakazerne (2) geldt recent een nieuw bestemmingsplan. In Stadhouderspark zijn twee locaties (4 en 5) die nog niet volledig ontwikkeld zijn. Voor deze locaties is het geldendende bestemmingsplan nog steeds van toepassing. Deze gebieden 1 t/m 5 worden dan ook buiten het plangebied van Vught Noord 2022 gelaten. Bij de begrenzing van het plangebied is verder rekening gehouden met de door het Rijk vastgestelde tracébesluiten PHS Meteren-Boxtel en N65. Gezien het conserverende karakter van het plan is geen rekening gehouden met de omgevingseffecten van die tracébesluiten. Op dit moment zijn de tracébesluiten nog niet onherroepelijk en niet vertaald in dit bestemmingsplan. Echter, de tracébesluiten dienen wel geraadpleegd te worden als geldend kader voor ontwikkelingen in de nabijheid van het spoor.
1.3
Geldende bestemmingsplannen In het plangebied Vught Noord gelden op dit moment een aantal bestemmingsplannen die opgenomen worden in het nieuwe bestemmingsplan Vught Noord, zoals in de volgende tabel is opgenomen:
blad 8 van 56
Tabel 1: overzicht geldende bestemmingsplannen Bestemmingsplan
IMRO-code
Vaststellingsdatum
Villapark Loonsebaan
NL.IMRO.08650004vgh0304
17 juni 2008
De Koepel
NL.IMRO.0865.vghBPdekoepel-OH01
20 december 2012
Taalstraat/Loyolalaan
NL.IMRO.0865.vgh0102-VG01
15 oktober 2009
Loyolalaan ong.
NL.IMRO.0865.vghBPloyolalaanong-VG01 2 oktober 2014
Stadhouderspark Vught 1e herziening 2e herziening 3e herziening
NL.IMRO.0865.0000vghBPshp-VG01
27 september 2007 9 oktober 2008 30 oktober 2009 29 september 2011
Stadhouderspark, herziening deelgebieden Parkbos en Kazerne
NL.IMRO.0865.vghBPhz4shp-VG01
13 februari 2014
Villapark/Loonsebaan, NL.IMRO.0865.vghBPhzZonnewei 19-OH01 13 mei 2012 herziening Zonneweilaan 19 Taalstraat 54
NL.IMRO.0865.vghBPtaalstraat54-VG01
4 februari 2016
Stadhouderspark deelgebied kamers 1
NL.IMRO.0865.vghBPshpkamers1-VG02
8 februari 2018
Parapluplan Parkeren
NL.IMRO.0865.BPParkeren-VG01
6 juni 2018
Parapluplan kamerverhuur Vught
NL>IMRO.0865.vghBPkamerverhuur-VG01 22 juli 2021
Wijzigingsplan Helvoirtseweg 146- 148
NL.IMRO.0865.vghWPHelvoirtseweg-VG01 14 april 2015
Taalstraat 17a
NL.IMRO.0865.vghWPTaalstraat17a-VG01 13 september 2022
In figuur 1.2 is de begrenzing aangegeven van de vier grootste geldende bestemmingsplannen in het gebied.
blad 9 van 56
Figuur 1.2: begrenzing plangebied en overzicht geldende bestemmingsplannen Naast de bovenstaande bestemmingsplannen zijn ook de paraplubestemmingsplannen ''Parkeren'' en ''Kamerverhuur Vught'' van toepassing. Deze paraplubestemmingsplannen geven regels voor de gehele gemeente ten aanzien van parkeren en kamerverhuur. Deze regels zijn verwerkt in dit bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer De toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 gaat in op de kenmerken van het plangebied. Hierbij is de verdeling aangehouden van de vier grootste bestemmingsplannen in het gebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante beleid dat van toepassing is op het plangebied. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de omgevingsaspecten beschreven die een rol spelen in dit plangebied. Vervolgens beschrijft hoofdstuk 5 de juridische opzet van de regels van het plan, waarna hoofdstuk 6 en 7 ingaan op de (financiële) haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
blad 10 van 56
Hoofdstuk 2 2.1
Het plangebied Geschiedenis van Vught De geschiedenis van het dorp Vught begint in de geschreven bronnen in 1006. Geografisch gezien maakt Vught deel uit van de Dommelvallei. Het Dommellandschap is als een zwakgolvend dekzandlandschap in het laat Pleistoceen ontstaan. De ligging van Vught op de overgang van het hoge zandgebied en de lage Maasvallei, op een punt waar enkele stroompjes uit het zuidelijke achterland bij elkaar komen, gaf de plaats een belangrijke strategische waarde. De eerste ontwikkeling van Vught tot ongeveer 1600 wordt gekenmerkt door een lineaire structuur die vanaf de Taalstraat zuidoostwaarts liep naar de Halse brug. De Dommel, de dijken en de weg lopen evenwijdig aan elkaar. Over de Vughtse Heide liepen lange tijd paden en karrensporen als de kortste verbinding tussen de omliggende plaatsen. Boeren uit Vught dreven hun vee over ‘beestepaden’ van en naar de Gement. Delen van de oude omsingelingswerken uit 1629 lagen op de Vughtse hei en daar zijn later ook lunetten (een klein vestigingswerk) gebouwd. De huidige Reutsedijk maakt deel uit van deze versterking. De weg met dijk vormde de verbinding tussen Fort Isabella en de lunetten op de Vughtse hei. In 1740 wordt de Steenweg naar Eindhoven aangelegd. Door de aanleg van de weg naar Helvoirt krijgt Vught globaal bezien de vorm van een driehoek met in de top de oude kern.
De voornaamste ontwikkelingen vinden plaats in het zuiden. Hier ontwikkelen zich landgoederen en groeit het dorp in de achttiende eeuw verder, deels op gronden van landgoederen. In 1866 en 1881 worden de spoorlijnen naar Eindhoven respectievelijk Tilburg aangelegd. De IJzeren Man wordt uitgegraven in 1887. Ook in de twintigste eeuw volgt een aantal belangrijke wijzigingen in de structuur van Vught: in 1908 wordt het kanaal ‘s-Hertogenbosch-Drongelen aangelegd; de Frederik Hendrikkazerne en het ‘Konzentrationslager Herzogenbusch’ worden gebouwd; er worden nieuwe tracés aangelegd voor de N2 (en later A2) en N65; het dorp groeit met planmatige uitbreidingen in zuidelijke en zuidoostelijke richtingen. Vught is militair-strategisch van groot belang geweest. Stadhouder Frederik Hendrik vestigde in 1629 zijn hoofdkwartier in Vught voor een aanval op het door de Spanjaarden bezette ’s-Hertogenbosch. In vier maanden tijd werd een wijde linie van omsingelingswerken gebouwd. Onder bevel van Frederik Hendrik werd de stad in 1629 door het Staatse leger omsingeld, ingesloten en ingenomen, een van de belangrijkste wapenfeiten van het Staatse leger in de strijd tegen Spanje. Na de inname van de stad werd de aanvalslinie grotendeels gesloopt. De buitenste linie werd, vooral in Vught, juist versterkt.
In 1844 werd ongeveer op de plaats van de buitenste linie uit 1629 de Stelling van Vught aangelegd, bestaande uit een achttal lunetten. In het noorden van Vught lag de Isabellakazerne (buiten het plangebied van het nieuwe bestemmingsplan Vught Noord) en de Frederik Hendrikkazerne (is opgegaan in deelgebied 4: Stadhouderspark).
2.2
Vught Noord Vught Noord kenmerkt zich voornamelijk als een woongebied met diverse soorten grondgebonden woningen met veel groen en ruim opgezette kavels. Naast deze woningen is er sprake van functies als kantoren, horeca en dienstverlening. In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het plangebied kort beschreven aan de hand van vier deelgebieden.
blad 11 van 56
2.3
Deelgebied 1: Taalstraat / Loyolalaan Het deelgebied Taalstraat/Loyolalaan ligt ten noorden van de N65 en wordt ingeklemd tussen de Dommel en de voormalige kazerneterreinen. Het gebied wordt begrensd door de Rijksweg Tilburg-s’-Hertogenbosch, John F. Kennedylaan, de bebouwing ten noorden van de Loonsebaan en de Vughterweg. Het deelgebied is qua functies het meest divers van de vier deelgebieden die onderdeel uitmaken van dit bestemmingsplan. De hoofdfunctie in het plangebied is wonen en kenmerkt zich door haar verscheidenheid aan woningtypen en bouwstijlen. In het westelijke deel bestaat dit voornamelijk uit eensgezinswoningen in de vorm van vrijstaande, twee-onder-een-kap- en rijtjeswoningen. Aan de oostgrens van dit deelgebied is een viertal flats gebouwd. Rond de Taalstraat is er naast de woonfunctie sprake van meerdere functies zoals kantoren, horeca (hotel met wellnessfunctie) en maatschappelijke voorzieningen. De Taalstraat vormt de historische verbinding met ’s-Hertogenbosch. De bebouwing aan de Taalstraat is zeer afwisselend door de historisch gegroeide situatie. Er is sprake van overwegend gesloten straatwanden met verschillende goothoogte en kapvormen. De bebouwing bestaat overwegend uit twee bouwlagen met kap. Verder bestaat dit oude lint uit diverse rijks-, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden, die dit beeld bevestigen.
Figuur 2.1: deelgebied Taalstraat / Loyolalaan blad 12 van 56
2.4
Deelgebied 2: Villapark / Loonsebaan Het deelgebied Villapark/Loonsebaan ligt grotendeels ten noorden van de Rijksweg 65 en deels ten zuiden ervan. Het deelgebied wordt begrensd door de rijksweg Tilburg-'s-Hertogenbosch (N65), Vijverbosweg, Jagersboschlaan, Hoevensestraat, Dennenlaan-Acacialaan, Loonsebaan en John F. Kennedylaan. Het deelgebied Villapark/Loonsebaan wordt doorsneden door de spoorlijn Vught-Tilburg. Vanaf de autoweg Vught-Tilburg is het deelgebied via de dorpsentree bereikbaar via de Helvoirtseweg/John F. Kennedylaan en de Boslaan. Aan de noordzijde wordt het deelgebied ontsloten door de Loonsebaan. Vanaf hier heeft men via De Bréautélaan, Zonneweilaan en John F. Kennedylaan toegang tot het deelgebied. De Boslaan vervult hierin nog een bijzondere functie in de vorm van ontsluitingsroute voor het nabij gelegen defensieterrein. De Loonsebaan, Boslaan, De Bréautélaan, John F. Kennedylaan en Zonneweilaan / Lekkerbeetjenlaan (nevenroute) vormen met de rijksweg N65 de belangrijkste schakels in de fietsroutes in dit deel van Vught. De wijk Villapark/Loonsebaan omvat circa 660 woningen met een grote differentiatie aan woningtypen en bouwstijlen. Ten noorden en westen van het deelgebied zijn de Vughtse heide en recreatieplas IJzeren Man gelegen.
Door de aansluitende ligging ten opzichte van elkaar is dit bosrijke en heidegebied uitermate geschikt als uitloopmogelijkheid voor Villapark/Loonsebaan. In het deelgebied is verder nog een tenniscomplex gelegen. Door de ruime opzet en de grote kavels is goed beheer via de bijbouwregeling ten aanzien van de omvang en situering van bijbouwen, van groot belang.
Figuur 2.2: deelgebied Villapark/Loonsebaan blad 13 van 56
2.5
Deelgebied 3: De Koepel Het deelgebied De Koepel ligt ten noorden van de Koepelweg en ten zuiden van de Loonsebaan. Aan de zuidzijde van deze Loonsebaan liggen enkele woningen, een aantal tennisbanen en een scoutinggebouw. Ten noorden van de Koepelweg is een villawijk ontstaan met grote woningen op ruime kavels. Uitgangspunt was om te wonen in het groen. Het gebied is zoveel mogelijk autoluw ingericht, zodat doorgaand verkeer over de daartoe ingerichte wegen (Loonsebaan en Koepelweg zelf) van A naar B rijdt. In het plangebied is gekozen voor wegen met een beperkte breedte. De weg (basisprofiel) heeft een breedte van 5,2 meter met een parkeer-en-passeer strook aan één zijde van de weg. Hiervoor is ook éénrichtingsverkeer ingesteld. De rijrichting is van west naar oost (van Zonneweilaan naar de J.F. Kennedylaan/Koepelweg).
Figuur 2.3: deelgebied De Koepel
2.6
Deelgebied 4: Stadhouderspark Vught Dit deelgebied betreft de stedenbouwkundige afronding van Vught in noordelijke richting. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de omgeving van de Isabellakazerne, aan de oostzijde door de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Boxtel/Tilburg en de Bosscheweg, aan de zuidoost- en zuidzijde door de bestaande woongebieden en aan de west- en de noordwestzijde door de Vughtse Heide en het afwateringskanaal ‘s-Hertogenbosch Drongelen. Het grootste gedeelte van het Stadhouderspark is gebouwd op het voormalige terrein van de Fredrik Hendrik kazerne.
blad 14 van 56
In het deelgebied bevindt zich een park achter de achtertuinen van woningen aan de Kampdijklaan en de Prins Mauritslaan (parkgebied Prinsenhaege). Het terrein is ongeveer 1,7 hectare groot en in gemeentelijk eigendom. Midden in het gebied ligt een grote vijver. In het gebied bevinden zich verspreid een groot aantal bomen die in het bestaande bestemmingsplan als 'waardevol' zijn aangemerkt. Ook in dit bestemmingsplan is een beschermingsregeling opgenomen voor deze waardevolle bomen. Een klein gedeelte aan de westkant van het gebied is nog bestemd voor militaire doeleinden, hier ligt ook de atletiekbaan en een uitloper van de Vughtse Heide.
Figuur 2.4: deelgebied Stadhouderspark Vught
blad 15 van 56
blad 16 van 56
Hoofdstuk 3
Beleid Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. Hierna worden in het kort de voornaamste zaken uit het, voor het plangebied in het bijzonder, relevante nationale en provinciale beleid weergegeven, aangevuld met het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Vught zelf. Sommige beleidsstukken zijn op meerdere terreinen van toepassing.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, vormt de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Alleen in de stedelijke regio’s rond de mainports Amsterdam en Rotterdam maakt het Rijk afspraken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk grotendeels los.
Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. Voor de regio Brabant zijn de volgende opgaven van nationaal belang: het verbeteren van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost-Nederland; versterking van de primaire waterkeringen; deelprogramma’s Veiligheid, Zoetwater en Nieuwbouw en herstructurering van het Deltaprogramma; het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS (NNN/NNB), inclusief Natura 2000-gebieden; buisleidingennetwerk ruimtelijk mogelijk maken; onderzoek naar goederenvervoer over het spoor; hoofdenergienetwerk (380 KV) over de grens; voorkeursgebieden grootschalige windenergie Westelijk Noord-Brabant. Onderhavig bestemmingsplan betreft een conserverend plan waarin geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, waarbij het belang van het Rijk in het geding is. Bovendien voorziet de SVIR niet in onderwerpen die op het plangebied van toepassing zijn. Wel worden de omgevingsaspecten expliciet in het kader van dit bestemmingsplan beschouwd (hoofdstuk 4).
Verder heeft een transparante en zorgvuldige belangenafweging bij de toekenning van de bestemmingen plaats gevonden op basis van de vigerende regelingen. Dit houdt in dat voor het vaststellen van voorliggend bestemmingsplan geen
blad 17 van 56
beperkingen vanuit de SVIR gelden.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in het Bro (art. 3.1.6). De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Een van de nationale belangen betreft een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder van duurzame verstedelijking worden onderbouwd. In paragraaf 3.1.3 vindt de toetsing aan deze ladder plaats. Het vastleggen van de bestaande situatie en uniformering van de regels is in overeenstemming met boven beschreven doelstellingen.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro) Op 1 oktober 2012 is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (verder: ‘de Ladder’) als motiveringseis opgenomen. Doel van de Ladder is het bereiken van een goede ruimtelijke ordening via optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de Ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De Ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waaronder een herziening van het bestemmingsplan. Sinds 1 juli 2017 is de ‘nieuwe’ Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. De traditionele opeenvolgende treden van ‘de Ladder’ zijn hierbij komen te vervallen. De belangrijkste wijzigingen van de voorgaande regeling betreffen: De begrippen 'actuele' en 'regionale' zijn geschrapt. De nieuwe Ladder bevat geen treden meer. De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. Er is een nieuw artikellid toegevoegd voor de Laddertoets bij uitwerkings- en wijzigingsplannen. De Laddertoets kan dan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. De oude definities zijn niet gewijzigd.
De uitgezette lijn in de jurisprudentie blijft hiermee in stand. Deze wijziging heeft als doel de regeling te vereenvoudigen, waarbij de effectiviteit van het instrument behouden moet blijven. Een onderzoek naar de behoefte heeft slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Concreet betekent dit dat met betrekking tot de (economische) behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke ruimtelijke effecten (bijv. leegstand) relevant zijn. Artikel 3.1.6. lid 2 van het Bro luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een
blad 18 van 56
motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Dat betekent: eerst bepalen of een nieuwe ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft, vervolgens kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, daarna analyseren of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en tot slot afwegen of de ontwikkeling negatieve ruimtelijke gevolgen tot gevolg kan hebben. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Het gaat hierbij zowel om fysiek ruimtebeslag als de wijziging of toevoeging van functies. In dit bestemmingsplan is de woonfunctie het meest voorkomend. Het gehele plangebied is volledig bebouwd en er zijn geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, zodat de ladder voor duurzame verstedelijking geen beperkingen geeft voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
3.1.4
Conclusie rijksbeleid Het bestemmingsplan Vught Noord maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarvoor het rijksbeleid bindende regels stelt die direct doorwerken in de regels van dit plan. Verder wordt voldaan aan de algemene criteria die het rijk stelt aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met het relevante rijksbeleid opgesteld.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Brabantse Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld door de Provinciale Staten. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. Rode draad in de visie is om de kwaliteit van de Brabantse leefomgeving te behouden, te versterken en door te geven aan volgende generaties. De visie benoemt ambities over hoe Brabant er in 2050 uit moet zien en stelt mobiliserende tussendoelen voor 2030. Deze doelen zijn zelfbindend voor de provincie. De provincie Noord-Brabant heeft ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie kwam in de afgelopen jaren, in samenwerking met een groot aantal partijen en inwoners, tot stand. Brabantse energietransitie De doelstelling voor de energietransitie is tweedeling: het verminderen van energieverbruik en de verduurzaming van energie om in 2050 energieneutraal te zijn. Voor 2030 is de doelstelling om de reductie van broeikasgassen met ten minste 50 procent te verminderen ten opzichte van de uitstoot in 1990. Daarnaast dient 50 procent van de energie duurzaam opgewekt te worden. De provincie kiest voor een richting gevende en stimulerende rol.
De hoofdrol voor de realisering wordt ingevuld door gemeenten en initiatiefnemers. De provincie blijft intensief in gesprek met de regio's om tot een gezamenlijk beeld van de kansen en koers voor een regio te komen en de opgave te realiseren.
blad 19 van 56
Klimaatproof Brabant Als gevolg van klimaatverandering ontstaan meer extremen in temperatuur en neerslag. Dit heeft gevolgen voor de fysieke leefomgeving. De doelstelling is om in 2050 klimaatbestendig te zijn met een waterrobuuste inrichting. Dit wil zeggen dat de risico' s vanwege deze weerextremen in 2050 aanvaardbaar, draagbaar en beheersbaar zijn. In 2030 dienen de eerste grote klimaatbestendige en waterrobuuste gebiedsopgaven gerealiseerd te zijn. De provincie stelt samen met andere partijen (gemeenten, waterschappen, bedrijven en maatschappelijke organisaties) een strategie op om het water beheer op te vangen. Grondeigenaren zoals agrariërs en natuurterreinbeheerders spelen een belangrijke rol bij deze strategie. Slimme netwerkstad De provincie Noord-Brabant heeft als doelstelling voor 2030 om met Brabantse partijen samen te werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant. Binnen het netwerk Brabant vragen oplossingen voor een verschillende benadering. Enerzijds het ondersteunen en versterken van het centrale stedelijke netwerk en anderzijds zorgdragen voor de vitaliteit van krimpgebieden en het aanhaken op het centrale stedelijke netwerk. Daarnaast is het van belang rust, ruimte, cultuurhistorie en natuur binnen laag-dynamische gebieden te koesteren.
De verantwoordelijkheid voor de aanpak van de integrale verstedelijkingsopgave is een samenspel tussen gemeenten, marktpartijen, burgers en de provincie. De provincie wilt een actieve rol spelen bij de verstedelijkingsopgave door onder andere regionale afspraken, zoals over zorgvuldig ruimtegebruik en prognoses woningbehoefte, te bevorderen en het mogelijk maken van participatie in gebiedsgerichte stedelijke opgaven. Concurrerende, duurzame economie De provincie Noord-Brabant wilt een top kennis- en innovatieregio blijven. Om dit te blijven zal een omslag gemaakt moeten worden naar een verregaande circulaire economie waarin digitalisering steeds belangrijker wordt. De transitie is op de eerste plaats een opgave voor de sector en hangt af van gezamenlijke acties met partijen. Om deze transitie te ondersteunen zet de provincie ook haar regulerende bevoegdheden in. Regels mogen geen belemmering vormen voor innovaties en een duurzame, concurrerende en circulaire economie. Bovenstaande doelstellingen worden in de toekomst verder uitgewerkt. Waar nodig zullen dan de betreffende bestemmingsplannen aangepast kunnen worden. Dit beleid geeft nu nog geen kaders waarmee in de regels van dit bestemmingsplan rekening gehouden moet worden.
3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De interim omgevingsverordening bevat regelgeving die ook anticipeert op de komst van de Omgevingswet en gezien kan worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels (net als dat de Verordening ruimte Noord-Brabant een uitwerking is van de SVRO). De omgevingsverordening integreert regels uit zes provinciale verordeningen (waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant). De Interim omgevingsverordening is op 6 november 2019 in werking getreden. In april 2022 is de Omgevingsverordening geactualiseerd. Het plan is daarom getoetst aan de geconsolideerde versie van 15 april 2022, waarin die wijzigingen integraal zijn verwerkt. De interim omgevingsverordening heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat deze verordening geen nieuwe beleidswijzigingen van de provincie doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten. De omgevingsverordening is
blad 20 van 56
een interimdocument en daarmee een tussenstap naar een definitieve provinciale omgevingsverordening. Gelet op het beleidsneutrale karakter van de omgevingsverordening is het projectgebied in de omgevingsverordening net zo aangeduid als in de Verordening ruimte Noord-Brabant. Structuren en aanduidingen Op de kaartbeelden van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wordt onderscheid gemaakt in diverse structuren en aanduidingen. Het plangebied is gelegen in een drietal door de provincie aangewezen structuren: Stedelijke ontwikkeling en erfgoed Natuur Netwerk Brabant & natuur en stiltegebieden Watersystemen, waterveiligheid en waterberging Stedelijke ontwikkeling en erfgoed Vrijwel het hele gebied ligt in het stedelijke gebied. Uitzonderingen zijn de groenstructuren van de voormalige militaire Frederik Hendrikkazerne aan de noordgrens en het Loyolapark in het zuidoosten (zie figuur 3.1). Stedelijke ontwikkeling dient binnen het stedelijk gebied plaats te vinden. Alleen als daarvoor geen mogelijkheden bestaan, kan een stedelijke ontwikkeling buiten het stedelijke gebied plaatsvinden, binnen daarvoor in de omgevingsverordening aangeduide zoekgebieden.
Figuur 3.1: overzicht stedelijk ontwikkelingsgebied (paars) De provincie ziet de stedelijke concentratiegebieden en de daarbij behorende zoekgebieden als ruimtelijk samenhangende verstedelijkte gebieden. Binnen deze gebieden liggen mogelijkheden voor verdere verstedelijking. Binnen het stedelijk gebied zijn gemeenten vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkelingen, met inachtneming van de aanvullende regels die de Interim Omgevingsverordening stelt, onder andere op het gebied van de blad 21 van 56
plancapaciteit voor woningbouw en bedrijventerreinen. Door inbreiding, verdichting en herstructurering binnen het bestaand stedelijk gebied kan nieuw ruimtebeslag in het buitengebied worden voorkomen. Zorgvuldig ruimtegebruik is hierbij het streven. Natuur Netwerk Brabant & natuur en stiltegebieden De drie gebieden die niet in het stedelijk gebied liggen zijn aangewezen als natuur en stiltegebieden (zie figuur 3.1.) en NNB. Conform de regels van de Interim Omgevingsverordening strekt een bestemmingsplan gelegen in het Natuur Netwerk Brabant tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Daarnaast moeten in het bestemmingsplan regels worden gesteld ter bescherming van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden waarbij rekening wordt gehouden met de overige aanwezige waarden en kenmerken, waaronder de cultuurhistorische waarden en kenmerken.
Figuur 3.2: Overzicht NNB-gebieden (lichtgroen) Vrijwel het hele plangebied ligt buiten het door de provincie aangewezen NNB-gebied. Uitzondering hierop is het Loyolapark in het zuidoosten van het plangebied. Dat is aangewezen als NNB gebied en tevens als natuur- en stiltegebied. Voor dit gebied is echter een specifiek bestemmingsplan (De Braacken van Mariënhof) in procedure gebracht en inmiddels onherroepelijk geworden. Dit NNB gebied maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan Vught Noord. Ook een klein gedeelte van de voormalige Frederik Hendrik Kazerne is aangewezen als NNB gebied. Hier zijn geen ontwikkelingen mogelijk die de waarde van het gebied kunnen aantasten. Watersystemen, waterveiligheid en waterberging De provincie heeft haar grondgebied ingedeeld in diverse zones met een overstromingskans / kans op wateroverlast. Het waterschap is belast met het beheer van het watersysteem, gelet op de taakomschrijving opgenomen in het reglement van het betreffende waterschap blad 22 van 56
op grond van de Waterschapswet. In samenspraak zijn normen opgenomen die een overstromingskans weergeven. Deze norm is een inspanningverplichting. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt binnen Stedelijk gebied dat in figuur 3.3 als oranje is opgenomen een overstromingskans van 1 / 10 per jaar.
Figuur 3.3: Overzicht gebieden met kans op wateroverlast (oranje gebieden) Mede vanwege de klimaatontwikkeling en daardoor optredende droogte en wateroverlast willen de provincie en het waterschap zo veel mogelijk water lokaal infiltreren. De Europese kaderrichtlijn water vereist dat we de waterlichamen (ons grondwater) beschermen om de achteruitgang in kwaliteit te voorkomen en te zorgen voor een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. De provincie heeft daarom regels opgesteld om op een verantwoorde wijze infiltratie van afstromend regenwater toe te staan, zodanig dat we verontreiniging van het grondwater tegengaan. Omdat het plangebied Vught Noord een groen karakter heeft is infiltratie binnen het plangebied goed mogelijk en hoeven er geen specifieke maatregelen genomen te worden.
3.2.3
Conclusie provinciaal beleid Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de doelstellingen van het provinciaal beleid.
blad 23 van 56
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Vught Op 19 december 2013 is de structuurvisie 2013 vastgesteld. Deze structuurvisie beslaat het grondgebied van de gemeente Vught voor de herindeling (dus nog exclusief het grondgebied van de voormalige gemeente Haaren), zowel het buitengebied als de bebouwde kom. In een structuurvisie wordt de gewenste ruimtelijke structuur voor de komende 10 tot 15 jaar vastgelegd. Samengevat kent de gemeente Vught de volgende rollen toe aan de structuurvisie: strategische rol: de gemeente wil aan de hand van de structuurvisie regie kunnen voeren. Het vastleggen van de ambities voor de lange termijn geeft houvast in discussies met rijkspartijen, provincie en in regionale verbanden; integrerende rol: de gemeente heeft veel sectoraal beleid. De structuurvisie is het instrument bij uitstek om dwarsverbanden te leggen tussen deze sectoren. Daarom zoeken we in eerste instantie naar sectorale opgaven, die binnen de integraliteit van de structuurvisie kunnen worden opgepakt. Een van de opgaven is de herstructurering van het voormalige verzorgingstehuis de Braacken. In dat gebied gaat een herstructurering plaatsvinden. Hiervoor is inmiddels een specifiek bestemmingsplan vastgesteld en het deelgebied maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. De herontwikkeling van voormalige Basischool Het Molenven is eveneens buiten dit bestemmingsplan gelaten.
Hiervoor is een wijzigingsplan vastgesteld. Geconcludeerd wordt dat dit conserverende bestemmingsplan passend is binnen de structuurvisie van Vught.
3.3.2
Woonvisie Vught De gemeenteraad heeft op 30 september 2021 de Woonvisie 2021-2025: Groei met Vughtse kwaliteit vastgesteld. Met het vaststellen van de Woonvisie 2021-2025 geeft de raad de richting aan van het woonbeleid van Vught in de komende jaren. Ook heeft de raad met het vaststellen mandaat aan het college gegeven om de concrete uitwerking op onderdelen, zoals het maken van prestatieafspraken met de corporaties en het uitwerken van woningbouwplannen van concrete locaties, op te kunnen pakken. Op 6 juni 2019 is door de gemeenteraad het nieuwe woningbouwprogramma voor de periode 2019-2028 vastgesteld. Dit woningbouwprogramma vervangt het programma, zoals opgenomen in de Woonvisie Vught 2016. In het woningbouwprogramma wordt ingegaan op de verschillende planningsperioden, diverse plannen (en de status daarvan) en bijbehorende aantallen woningen. Beleidsmatige context Ook in de gemeente Vught zijn de gevolgen van de landelijke woningbouwcrisis merkbaar. Er is een verhoogde druk op de woningmarkt en veel mensen kunnen geen passende woning vinden. Daarom heeft dit woonbeleid als doel om de mogelijkheden voor woningzoekers te verruimen. Tevens is per 1 januari 2021 Helvoirt bij de gemeente Vught aangesloten.
Door toevoeging van deze nieuwe kern is er ruim aandacht in het coalitieakkoord voor wonen waarbij de volgende beleidsonderwerpen belangrijk zijn: Huisvesting voor jongeren, starters en senioren: betaalbaar en middelduur Instrumenten ten behoeve van behoud betaalbare woningen Kleine en levensloopbestendige woningen Versnelling woningbouw door tijdelijk wonen
blad 24 van 56
3.3.3
Nota Groen, Groen Verbindt Groen is van grote waarde voor de uitstraling van de gemeente Vught. De Nota Groen, Groen Verbindt, (op 4 februari 2016 vastgesteld en in werking getreden) biedt kaders en uitgangspunten voor de realisatie van een duurzame en karakteristieke groenstructuur. De vastgelegde structuren zijn een leidraad voor de toekomstige ontwikkelingen in de openbare ruimte en vormen de basis voor de ontwikkeling van de gewenste groenstructuur. Groen is één van de aspecten die de inrichting van de openbare ruimte bepaalt. In de Nota Groen worden dwarsverbanden gelegd tussen alle relevante plannen over groen en de buitenruimte. Eén Vught!, dat is de hoofdambitie van de Vughtse structuurvisie. Vught bestaat uit meerdere puzzelstukjes (wijken, buurten, dorpen, centra). De verbinding tussen deze puzzelstukjes staat centraal in de structuurvisie. Groen speelt hierbij een belangrijke rol en mag nog meer dan nu een bindende factor zijn in Vught. Zowel de fysieke binding door herkenbare structuren en duidelijke routes als sociale binding door bruikbaar groen en betrokken bewoners: Groen Verbindt!. Groen is en blijft een belangrijke ruimtelijke verbinder. De Nota Groen maakt daarbij onderscheid in structuurbepalend, beeldbepalend en overig groen.
Belangrijke (cultuur)historische elementen en natuurlijk groen zijn structuurbepalend, evenals de belangrijkste ontsluitingswegen en diverse parken. Groen dat op wijkniveau bepalend is voor het gebruik en de uitstraling van de woon- en werkomgeving is opgenomen als beeldbepalend groen. De statustoekenning van ieder groenelement is daarbij medebepalend voor de inrichting en de ontwikkelingen die de gemeente toe staat. In de Nota Groen zijn diverse verbetermogelijkheden aangedragen om de kwaliteit en beleefbaarheid van het groen in het buitengebied te versterken. Uitgangspunt is het versterken van de eigen identiteit en karakteristiek van ieder deelgebied. In de Nota Groen zijn diverse lopende trajecten en nieuwe kansen opgenomen waarmee de kwaliteiten worden versterkt en het gebruik en de beleving door bewoners en recreanten toeneemt. Naast de gewenste groenstructuur is in de nota ook het groenbeleid opgenomen. Dit beleid vormt de basis voor de ontwikkeling, inrichting en beheer van het groen zodat de karakteristieke groenstructuur zich verder kan ontwikkelen tot een duurzame en beheerbare groenstructuur. De volgende doelstellingen zijn richtinggevend voor de Nota Groen: de bestaande en gewenste groenstructuur beeldend weergeven met als uitgangspunt een duurzame en karakteristieke groenstructuur.
Het beschermen, behouden, verbinden en versterken van de huidige groenstructuren en -gebieden vormt de basis voor de ontwikkeling van de gewenste groenstructuur. De groenstructuren en -gebieden zijn een leidraad bij toekomstige ontwikkelingen in de openbare ruimte; groenbeleid als basis voor de ontwikkeling, inrichting en beheer van het openbaar groen vastleggen, zodat de karakteristieke groenstructuur zich verder kan ontwikkelen tot een duurzame en beheerbare groenstructuur; de groenstructuur levert als drager van cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische kwaliteiten een waardevolle bijdrage aan de leef- en werkomgeving van de inwoners van Vught. Met het beleid in deze Nota Groen stimuleert de gemeente de betrokkenheid van bewoners bij de buitenruimte. De gemeente investeert in het behoud en ontwikkeling van het bomenbestand. Bomen zijn beeldbepalend in Vught. Behoud van de bestaande bomen staat voorop. In dit bestemmingsplan is het deelgebied Stadhouderspark voorzien van een aanduiding waarmee de bomen en groenstructuren beschermd worden in de regels. Daarnaast hebben de beeldbepalende bomen en groenstructuren een aanduiding 'overige zone - groen Stadhouderspark ' gekregen met beschermende regels. Daarmee beschermt de gemeente de kenmerkende groenstructuren in de wijk.
blad 25 van 56
3.3.4
Welstandsnota 2016 De Welstandsnota 2016 is op 4 februari 2016 vastgesteld door de gemeenteraad en per 1 maart 2016 in werking getreden. Deze 2e herziening vervangt alle voorgaande nota’s. Het welstandsbeleid van de gemeente is specifiek toegesneden op de Vughtse samenleving en haar omgeving. Hierbij is een aantal belangrijke (beschermde) gebieden gekarakteriseerd, in beeld gebracht en zijn duidelijke beoordelingscriteria opgesteld. Tevens is een aantal welstandsvrije gebieden aangewezen, waardoor er meer vrijheid voor de burgers wordt geschapen. Door deze heldere beoordelingscriteria kan de wel-standsbeoordeling efficiënt en eenduidig worden doorlopen. Dit onderschrijft de gewenste situatie: snellere processen en minder regeldruk met behoud van ruimtelijke kwaliteit.
3.3.5
Verkeer en vervoersplan Het Verkeer en Vervoerplan (VVP) 2014-2018 bevat de gemeentelijke visie en het beleid op het gebied van het lokale verkeer. De gemeenteraad heeft het VVP op 24 oktober 2013 vastgesteld. Doelstelling was om Vught bereikbaar te houden voor alle vormen van vervoer en in te kunnen spelen op de ontwikkelingen die er zijn. Vught ligt op een geografisch strategisch punt en heeft zich in de loop der tijd als een knoop van rijksinfrastructuur gevormd. Twee rijkswegen en twee spoorlijnen zijn hier getraceerd en convergeren ter plaatse van de bebouwde kom van Vught. Het betreft onder andere de infrastructurele en economische ‘lifeline’ van Nederland, de A2, en één van de vijf belangrijkste spoorwegen ‘de aorta’ van het land: de verbinding Amsterdam - Maastricht Voor dit plangebied zijn vooral de N65 en spoorlijn 's-Hertogenbosch - Tilburg van belang. De gemeente is inmiddels gestart met het opstellen van een nieuw VVP voor Vught, Cromvoirt en Helvoirt . Een nieuw VVP gaat verder dan een actualisatie of bijstelling van het huidige plan. Toekomstige ontwikkelingen, zoals de N65 en het spoor, maar ook diverse locatieontwikkelingen in de wijken, vragen volgens de gemeente om een heroverweging en benadering van verkeer en mobiliteit op strategisch niveau.
Daarmee geeft het college prioriteit en gewicht aan het onderwerp met als doel te komen tot een optimale, duurzame en veilige verkeersafwikkeling op lange termijn. Dit bestemmingsplan bestemt de bestaande situatie van alle infrastructuur. Daarmee is het passend binnen het geldende VVP.
3.3.6
Parkeerbeleid en Parkeernormen 2013-2022 De gemeente heeft op 7 februari 2013 haar nieuwe parkeerbeleid vastgesteld. Dit nieuwe beleid is gebaseerd op de Nota Parkeerbeleid 2006. In de Nota Parkeerbeleid 2006 was opgenomen, dat monitoring van de parkeersituatie ten minste elke vijf jaar plaats moet vinden. Op basis van een evaluatie is het geactualiseerde parkeerbeleidsplan opgesteld voor de periode 2013-2022. Het parkeerbeleid in dit parkeerbeleidsplan geeft richting aan de wijze waarop de (beperkte) parkeerruimte in de gemeente Vught te verdelen is en de wijze waarop in de parkeerbehoefte (auto en fiets) te voorzien is. Daarbij wordt rekening gehouden met leefbaarheid, veiligheid en de kwaliteit van de openbare ruimte. Omdat de parkeernota betrekking heeft op de gehele gemeente zijn er nieuwe thema’s in opgenomen: parkeerbeleid per type gebied: woonwijken, buurtwinkelcentra, station en OV-haltes, de IJzeren Man; parkeerbeleid per doelgroep: vrachtwagens en grote voertuigen, gehandicapten, deelauto’s, elektrische auto’s en evenementen; handhaving; fietsparkeren. Op basis hiervan is het nieuwe parkeerbeleid van de gemeente Vught geformuleerd en vastgelegd in het bestemmingsplan ''Parapluplan Parkeren''. Bij nieuwe ontwikkelingen,
blad 26 van 56
waarbij sprake is van functiewijziging of -toevoeging moet met dit beleid rekening gehouden worden en dient de parkeerbehoefte inzichtelijk gemaakt te worden. Daarbij zal in principe voorzien moeten worden in (voldoende) parkeervoorzieningen op eigen terrein. Dit is afdwingbaar op grond van de regels.
3.3.7
Conclusie gemeentelijk beleid Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de doelstellingen van het gemeentelijk beleid.
blad 27 van 56
vastgesteld bestemmingsplan Vught Noord 2022 Gemeente Vught Projectnummer 478521.100
blad 28 van 56
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
4.1
Archeologie en cultuurhistorie
4.1.1
Archeologie Algemeen Het is verplicht om met nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Regelgeving Sinds 1 juli 2015 is de Erfgoedwet in werking getreden. De gemeente heeft ee belangrijke rol voor het beschermen van archeologisch erfgoed en archeolgie moet verplicht bij het ruimtelijk besluitvormingsproces worden betrokken. De Erfgoedwet werkt dan ook door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De gemeente Vught heeft al sinds 2011 een gemeentelijke archeologische verwachtingskaart, maar deze kaart is nooit geheel doorvertaald in gedegen juridische regelingen waaronder bestemmingsplannen. De gemeente heeft dan ook de wens om een paraplubestemmingsplan archeologie vast te stellen voor het gehele gemeentelijke grondgebied. De gemeente heeft voorafgaand aan een paraplubestemmingsplan op 19 mei 2022 een nieuw beleidskader Archeologie vastgesteld met een geactualiseerde archeologische verwachtingskaart. Onderzoek Dit bestemmingsplan is conserverend van aard. Het bestemmingsplan zal vooralsnog niet de vastgestelde voorbeeld-planregels ter bescherming van de archeologische waarden bevatten, omdat dit bestemmingsplan eerder vastgesteld zal gaan worden dan het paraplubestemmingsplan Archeologie.
het parapluplan zal over dit bestemmingsplan heen gelegd worden, waardoor de archeologische verwachtingswaarden toch de juiste bescherming krijgen.
4.1.2
Cultuurhistorie Algemeen Sinds 1 januari 2012 dient ieder bestemmingsplan een analyse van cultuurhistorische waarden te bevatten. Door de wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht de facetten
blad 29 van 56
historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Bestemmingsplannen in de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van de bescherming van waardevolle cultuurhistorische elementen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Op deze kaart staan de bepalende cultuurhistorische elementen.
Figuur 4.1: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Brabant Korte relevante historie plangebied Op de plaats waar de oost-west getraceerde weg uit Tilburg, de noord-zuid getraceerde weg van Eindhoven en de oude weg uit Den Dungen samenkomen en gezamenlijk in noordelijke richting naar 's Hertogenbosch leiden heeft zich de baannederzetting Vught ontwikkeld. Oorspronkelijk is het ontstaan als nederzetting op de grens van zand en klei op een oeverwal nabij Dommel vermoederlijk nabij kasteel Maurick, vlakbij een brug over de Dommel. Van de twee driehoekige dorpspleinen op de kruising Taalstraat en Helvoirtseweg en Maurickplein is het noordelijke plein nog herkenbaar aanwezig, samen met de vrijstaande kerktoren uit 1560 en de Sint-Lambertuskerk uit circa 1500. De zuidelijke St-Petruskerk en een deel van het plein zijn verdwenen. In de late middeleeuwen werd iets meer naar het westen haaks op de noord-zuid as een nieuwe markt, een langgerekt plein (oorspronkelijk driehoekig) met overwegend tweelaagse gesloten bebouwing en dorpspomp uit 1879 aangelegd. Iets verder westwaarts staat in de as van het blad 30 van 56
plein de St.-Petruskerk uit 1884, een 3-beukige kruiskoepelkerk. Vanwege de nabije ligging van de vestigingsstad 's-Hertogenbosch, hebben veel notabelen al in de late middeleeuwen kastelen en landhuizen gebouwd. Voorbeelden daarvan zijn Zionsburg en Reeburg. Sommige landgoederen zijn gaaf bewaard gebleven (Zionsburg) anderen werden na 1900 verkaveld (bv. Rozenoord). Landhuizen treft men voornamelijk langs de noord-zuid getraceerde Taalstraat en minder langs de oost-west getraceerde Helvoirtseweg aan. Het noordelijk deel van de Taalstraat bestaat hoofdzakelijk uit tweelaagse vrijstaande woningen met haaks op de weg staande nokken. De Taalstraat werd in 1745 verhard en in 1847 om strategische redenen verhoogd en is gedeeltelijk nog voorzien van lindebomen. Oorspronkelijk waren hier de stalhouderijen, herbergen, enz, gevestigd, maar vanaf 1800 werden ze verbouwd of vervangen door de gegoede burgerij. Reeds voor de oorlog kende Vught aluitbreidingen. Een vermeldenswaardige en herkenbare uitbreiding, dat zeer gaaf bewaard is, is het gebied tussen de Taalstraat en de spoorweg 's Hertogenbosch-Tilburg. Deze uitbreiding uit 1933-1934 draagt ideeën van de tuinwijkgedachte in zich. Binnen deze uitbreiding zijn geschakelde arbeiderswoningen en vrijstaande woningen voor de middenklasse aanwezig. Beide zijn voorzien van voortuintjes, openbaar groen en straatbomen.
Samen vormen de uitbreidingen van de hogere burgerij langs de Taalstraat en het religieus complex Mariaoord ( met onder meer een kerk Maria Middelares Aller Genade, klooster, scholen en bejaardentehuis), gesitueerd rond het Mariaplein, een parochie. De relatie met de Dommel en het Bossche broek werd verbroken door aanleg van de A2 met een drielobbig klaverblad met geluidsmuren ten noordoosten van de kern. Dit leidde tot een aantasting van de toen bestaande stedelijke structuur.
Figuur 4.2: topotijdreis Lunetten Tussen 1844-1848 werd twee kilometer ten zuidwesten van de Isabella kazerne een linie van een achttal vestingwerken opgetrokken met daarachter een permanent legerkamp. De stelling van Vught maakte onderdeel uit van de stelling of positie van 's-Hertogenbosch. De lunetten vormden de verbinding tussen de westelijke en oostelijke inundatiegebieden van 's Hertogenbosch en dienden ter bescherming van een terugtrekkend leger.
blad 31 van 56
Figuur 4.3: overzicht lunetten Vught (erfgoedkaart gemeente Vught, bijlage 1) Een aantal lunetten is nog gaaf en bestaan uit een gesloten aarden werk met twee bastions en is voorzien van een natte gracht. De wallen zijn begroeid met bomen en struiken. Binnen het plangebied is alleen lunet IV aanwezig. Tussen de lunetten en de noordooostelijk gelegen Isabellakazerne bevindt zich de verhoogd gelegen gedekte gemeenschapsweg die het onderlopen van de linie bij het stellen van inundaties moest verhinderen. In 1920 werd de stelling van Vught opgeheven. Het centrale deel van lunet IV werd met een villa bebouwd, maar de gracht en wal zijn nog herkenbaar. Andere lunetten werden sterk aangetast en maken respectieflijk onderdeel uit van een begraafplaats, een wijk van Vught en een landgoed. Complex Mariaplein Het complex is gelegen op het voormalige fabrieksterrein van machinefabriek Grasso, dat wordt begrensd door de Wilhelminalaan aan de noordzijde, de Taalstraat aan de oostzijde, de Frans Halsstraat aan de zuidzijde en de Molenvenseweg aan de westzijde. Het complex bestaat uit een samenspel van gebouwen, tuinen en openbare ruimten die gerealiseerd zijn tussen 1933-1953 onder architectuur van A.J. Kropholler. Het centrum van het complex wordt gevormd door het vierkante Mariaplein.
Op de zuidoostelijke hoek van dit plein, waarop in het midden een plantsoen is aangelegd, vinden we de R.K. kerk Maria Middelares aller Genaden. Aan de westelijke zijde van het Mariaplein ligt het klooster en bejaardentehuis 'Marienhof', de noordelijke en oostelijke zijde van het plein wordt afgesloten door een tweetal blokken met woonhuizen. Direct rechts van het klooster/bejaardentehuis ligt rondom een rechthoekige tuin de L-vormige bebouwing van de voormalige kleuterschool. Rechts hiervan leidt vanaf de Victorialaan een smal pad naar de voormalige basisschool 'Het Molenven', die ingesloten ligt tussen de bebouwing langs de Wilhelminalaan en de Molenvenseweg. Aan de oostzijde wordt het plein ontsloten door de Deken van Ossstraat, waaraan, langs de noordzijde het patronaatsgebouw en een achttal woonhuizen is gelegen. Het complex is van algemeen belang en bezit cultuurhistorische waarde als uitdrukking van sociaal-economische en geestelijke ontwikkelingen. Het illustreert de wijze waarop de R.K. blad 32 van 56
kerk tussen de twee wereldoorlogen in de samenleving integreerde. Het complex is van architectuurhistorisch belang als voorbeeld van een samenhangend complex in een traditionalistische stijl. Voorts is het complex van groot belang door de plaats die het binnen het oeuvre van de architect A.J. Kropholler inneemt en vanwege de diversiteit van de ontwerpopgave. Het complex bezit ensemblewaarde wegens de bijzondere wijze van inrichting en de ruimtelijke en stilistische samenhang tussen de diverse onderdelen. Het complex is van belang vanwege de architectonische gaafheid. Tot slot is het complex van belang vanwege de architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid. Binnen het plangebied is een gedeelte van het monumentale complex 'Mariaplein' gelegen. De voormalige basisschool aan de Victorialaan 15 kwam een aantal jaar geleden leeg te staan en voor een nieuwe invulling van dit gebouw is in 2022 een wijzigingsplan vastgesteld. Binnen het plangebied van Vught Noord is de begraafplaats en de voormalige kleuterschool met bijgebouw aanwezig.
4.1.3
Conclusie Dit bestemmingsplan is conserverend van aard. De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen, gelet op de uitzeenzetting in deze paragraaf geen beperking voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Cultuurhistorisch waardevolle panden (gemeentelijk en rijksmonumenten) zijn aangeduid op de planverbeelding.
4.2
Bedrijven en milieuzonering Algemeen Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand dient dan bijvoorbeeld om ter plaatse van een kwetsbaar object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt een milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In de uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. Richtafstanden en omgevingstypen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zo veel mogelijk voorkomen. Bedrijven en instellingen zijn verplicht te voldoen aan de eisen van een AMvB, dan wel een milieuvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Er dient te worden aangetoond dat een plan met ontwikkelingen buiten de invloedssfeer van bedrijvigheid in de nabije omgeving valt.
Tevens dient te worden aangetoond dat een plan geen belemmering vormt voor de nabijgelegen functies. Uit de publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt de richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten gehanteerd, zowel voor bedrijven, maatschappelijke instellingen, scholen als sportvoorzieningen. In de VNG-brochure worden per bedrijfssoort en per milieuaspect indicatieve afstanden gegeven (hierna: richtafstanden) tot gevoelige objecten. Deze richtafstanden kunnen in de meeste gevallen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. De grootste afstand is bepalend. De genoemde richtafstanden zijn richtinggevend, maar met
blad 33 van 56
een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. Onderzoek Het plan bestemt een bestaande stedelijke omgeving. Daarbij is er geen sprake van ontwikkelingsmogelijkheden die leiden tot een bedrijvigheid die zwaarder is dan nu al toegestaan. De bedrijven die aanwezig zijn vallen onder milieucategorie 1 en 2 of zijn qua aard, omvang en impact daarmee vergelijkbaar. Dergelijke bedrijven zijn passend in een woonomgeving zonder dat dit ten koste gaat van een goed woon- en leefklimaat. Bij nieuwvestiging van een bedrijf zal wel specifiek getoetst worden aan de richtafstanden. Conclusie Het bestemmingsplan is voor wat betreft het aspect bedrijfshinder uitvoerbaar.
4.3
Bodem Algemeen De tijd dat elke vervuiling moest worden aangepakt ligt achter ons. Belangrijkste criterium hierbij is of de vervuiling zodanig is, dat er sprake is van risico's voor gezondheid of milieu. In de praktijk blijken er vrijwel nooit risico's te zijn voor de gezondheid van mensen. Milieurisico's (verspreiding en ecologie) komen wel voor, maar meestal gaat het erom, dat eventuele vervuilingen afstemming vereisen met bepaalde ontwikkelingen. Op dit moment is er sprake van een omslag van saneren naar beheren en behoeven alleen de zogeheten 'ernstige vervuilingen' in meer of mindere mate aangepakt te worden. De maatregelen worden daarbij afgestemd op de functie. Regelgeving Het nationale bodembeleid is geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit tenminste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Onderzoek Om te bepalen of er sprake is van verdachte locaties is gebruik gemaakt van de gegevens van het bodemloket.
Als daarin geen verdachte locaties zijn aangewezen dan is verder onderzoek in het kader van het bestemmingsplan niet nodig. In het plangebied is geen sprake van locaties die verdacht zijn en nog onderzocht moeten worden vanuit het aspect bodemvervuiling (zie onderstaande figuur).