CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Toelichting en regels bestemmingsplan

Raadsvergadering 25 november 2021, gemeente VughtBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemming St. Lambertusstraat ong. Cromvoirt19.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoofdstuk 4

29

Verhard oppervlak Door de ontwikkeling neemt het verhard oppervlak op het plangebied met minder dan 100 m 2 toe. De woning heeft maar een oppervlakte van circa 56 m2. Het bevoegd gezag stelt dat ontwikkelingen hydrologisch neutraal ontwikkeld dienen worden. Omdat er geen sprake is van een toename groter dan 2.000 m2, is de aanleg van een compenserende voorziening niet verplicht. Afkoppeling van het hemelwater van de verharde oppervlakken is gewenst en mogelijk. Door het toekomstig verhard oppervlak af te koppelen, wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld. In dit geval kan gedacht worden aan het realiseren van een wadi of vijver om het hemelwater van het dakoppervlak op af te koppelen en zo te laten infiltreren. Een andere optie is de realisatie van infiltratiekratten, bijvoorbeeld onder de oprit of onder een terras. Afvalwater Het plangebied wordt aangesloten op een afwatervoorziening. Hierdoor is een aanpassing aan het bestaande stelsel noodzakelijk. Het afvalwater dat na realisatie van de woning zal worden geproduceerd, zal worden afgevoerd naar het gemeentelijk rioolstelsel. De kosten voor deze werkzaamheden worden doorbelast aan de aanvrager van de rioolaansluiting. Oppervlaktewater Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

Gezien het gebruik en planvoornemen is geen nadelige invloed op het oppervlaktewater in de verder omgeving (zoals het Drongelens Kanaal) te verwachten bij eventuele afkoppeling van het hemelwater. Grondwater Het plangebied bevindt zich niet binnen de grenzen van een attentie- en/of beschermingsgebied behorend bij een waterwingebied. Voor zover bekend vinden op en in de directe omgeving van het plangebied geen grootschalige grondwateronttrekkingen plaats. Binnen het plangebied zullen geen industriële of andere milieubelastende activiteiten aanwezig die worden ontplooid. De dreiging van een toekomstige grondwaterverontreiniging zal daarom minimaal zijn. Hemelwater Binnen het plangebied en omgeving bevinden zich momenteel geen (aangelegde) infiltratievoorzieningen. Door te voldoen aan de milieuhygiënische voorwaarden wordt het afgekoppelde hemelwater schoongehouden. Alle afgekoppelde neerslag kan via bv. (bovengrondse) lijnafwatering, infiltratieriolen, etc., naar een eventuele voorziening worden afgevoerd. 4.9.3 Conclusie Het verhard oppervlakte in het plangebied neemt door onderhavige ontwikkeling toe. Gezien de kleinschaligheid van het planvoornemen zijn echter geen nadere compenserende maatregelen noodzakelijk. Het aspect water vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. Het vuilwater en hemelwater dient gescheiden naar de straatzijde te worden aangelegd en aangesloten.

Ter zijner tijd wordt hier een vergunning voor aangevraagd.

Hoofdstuk 4

30

4.10 Archeologie 4.10.1 Toetsingskader De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die in 2019 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode 2016-2019 een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken. 4.10.2 Onderzoek Er is door Salisbury een onderzoek uitgevoerd voor het plangebied. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Resultaten onderzoek Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting opgesteld voor de top van het pleistocene dekzand.

Hierin kunnen archeologische resten voorkomen uit de periodes Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe tijd. Ook wordt in het plangebied een esdek verwacht. Esdekken zijn vaak een beschermende factor voor het eventueel eronder gelegen archeologische sporenniveau. Een vondstenniveau kan juist beschadigd zijn geraakt. Door veploeging kunnen vondsten in de basis van het esdek zijn opgenomen. Uit de periodes Laat-Paleolithicum t/m Vroege Middeleeuwen worden resten verwacht die verband houden met tijdelijke kampementjes, nederzettingen, landbouwactiviteiten en/of begravingen. Op basis van de historische kaarten worden er geen restanten van bebouwing uit de Nieuwe tijd in het plangebied verwacht. Vermoedelijk is het plangebied al vanaf de Late Middeleeuwen in gebruik geweest als bouwland en resten uit deze periode zullen verband houden met agrarische activiteiten. De sporen kunnen zich in of direct onder een esdek bevinden. Vondsten uit deze periodes kunnen zich bevinden in het esdek. De archeologische verwachting is getoetst door middel van een verkennend booronderzoek. Hierbij is van boven naar beneden een laagopeenvolging aangetroffen van esdek op dekzand. Het esdek varieert in dikte tussen 30 – 100 cm. In een van de boringen is het esdek tot 0,3 m beneden maaiveld verstoord.

In het dekzand zijn, met uitzondering van een BC-horizont in twee boringen, geen restanten van een podzolbodem meer aanwezig . Het iszeer aannemelijk dat de oorspronkelijke top van het dekzand is verdwenen bij het ontstaan van het esdek of latere landbewerking. Dit betekent dat een eventueel archeologisch vondstenniveau uit de periodes Laat-Paleolithicum t/m Vroege Middeleeuwen niet meer intact in het plangebied aanwezig is. Ook kunnen sporen onder het esdek deels verstoord zijn geraakt door de aanleg van het esdek en door landbewerking. Dieper ingegraven sporen, zoals paal- en/of waterkuilen, of dieper ingegraven greppels kunnen wel nog aanwezig zijn. Ook kunnen sporen van landbewerking uit de Late Middeleeuwen nog intact onder het esdek aanwezig zijn.

Hoofdstuk 4

31

Selectieadvies Op basis van de resultaten van het hier gerapporteerde onderzoek adviseert Salisbury Archeologie om in het plangebied een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven (IVO-P) uit te voeren. Onder een esdek is meestal alleen sprake van een archeologisch sporenniveau. Een eventuele vondstlaag is vaak verdwenen bij het aanleggen van het plaggendek en daarmee verband houdende landbouwactiviteiten. Aangezien sporen niet met zekerheid opgespoord kunnen worden met een karterend booronderzoek heeft een proefsleuvenonderzoek de voorkeur als vervolgstap binnen de AMZ-cyclus. Het doel van dit proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting. Het vervolgonderzoek zal moeten aantonen of er sprake is van een vindplaats en de aard, omvang en datering hiervan vaststellen. De bodemingrepen ten behoeve van de nieuwbouw zullen binnen en direct rondom het in dit rapport afgebeelde bouwvlak plaatsvinden (zie afb. 3). Geadviseerd wordt dan ook om het vervolgonderzoek met name te richten op dit deel van het plangebied. Vanwege de geringe omvang van het plangebied (ca. 780 m2) wordt geadviseerd om, wanneer er sprake is van een behoudenswaardige vindplaats, in overleg met opdrachtgever en bevoegd gezag door te starten naar een definitieve opgraving om kosten te besparen en de doorlooptijd te verkorten.

Proefsleuvenonderzoek Naar aanleiding van het archeologisch bureau- en booronderzoek is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Voorafgaand is een programma van eisen opgesteld. Beide documenten zijn opgenomen in de bijlagen. Hieronder worden de belangrijkste conclusies van het onderzoek beschreven. Tijdens het proefsleuvenonderzoek met een mogelijke “directe” doorstart naar een opgraving in het plangebied aan de St.-Lambertusstraat 102 en 102a te Cromvoirt zijn twee proefsleuven aangelegd met een gezamenlijke oppervlakte van circa 72 m². Binnen de proefsleuven is een bodemopbouw aangetroffen van een bouwvoor, op (sub)recent opgebrachte zandpakketten, op de C-horizont van het dekzand. De overgang naar de C-horizont van het dekzand is scherp en onregelmatig. Dit lijkt te wijzen op een aanzienlijke verstoring van het dekzand in (sub)recente tijden. In de noordelijk gelegen Werkput 2 zijn twee sporen aangetroffen die als (sub)recent zijn gedateerd. Beide sporen liggen in de top van het dekzand, maar starten vanuit de bovenliggende (sub)recent opgebrachte zandpakketten. In Spoor 1 zijn vondsten aangetroffen bestaande uit fragmenten porselein (borden), geglazuurd steengoed, en sterk gecorrodeerd metaal. De onderzijde van Spoor 2 vertoonde een horizontale gelaagdheid in de vulling, hetgeen mogelijk wijst op verspoeling van zandig materiaal.

Uit de waardering volgens door de KNA, versie 4.1 (d.d. 24 mei 2018), voorgeschreven wijze blijkt dat de aangetroffen archeologische resten niet behoudenswaardig zijn. Het ontbreken van behoudenswaardige archeologische resten in de proefsleuven leidt tot de conclusie dat er geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. Het selectieadvies is daarom dan ook om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Er is een selectiebesluit genomen, waarin de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek zijn goedgekeurd. Het plangebied is dan ook vrijgegeven van archeologie. Het selectiebesluit is opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. 4.10.3 Conclusie Nader archeologisch onderzoek is niet nodig. Het plangebied is vrijgegeven ten aanzien van archeologie voor verdere ontwikkeling.

Hoofdstuk 4

32

4.11 Cultuurhistorie 4.11.1 Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. 4.11.2 Onderzoek De cultuurhistorische waarden nabij het plangebied kunnen worden achterhaald middels de CHWkaart van Noord-Brabant. In figuur 4.4 is hier een uitsnede van weergegeven.

Figuur 4.4: Uitsnede CHW-kaart Noord-Brabant plangebied rood omcirkeld (bron: brabant.nl).

In figuur 4.4 is te zien dat het plangebied in een historische kern ligt. Ook is de St. Lambertusstraat aangegeven als historische lijnstructuur met een zeer hoge waarde. De zeer beperkte ontwikkeling die met dit bestemmingplan mogelijk wordt gemaakt, heeft geen invloed op de historische waarde van

Hoofdstuk 4

33

Cromvoirt en de St. Lambertusstraat. Qua voorgevelrooilijn en goot- en bouwhoogte wordt aangesloten op de omliggende woningen. De St Lambertusstraat is in de afgelopen decennia steeds meer volgebouwd. Op de initiatieflocatie is een kleine opening van 13 meter overgebleven, terwijl andere openingen vele malen breder zijn. De realisatie van één woning op deze locatie zal daarom een kleine ingreep zijn, die geen onevenredige afbreuk doet aan het historische karakter van het lint. In dit gedeelte van het bebouwingslint staan de woningen dichter op elkaar. Op de locatie van het plangebied is een smalle en langgerekte open ruimte aanwezig. Hierdoor wordt de bebouwingsstructuur onderbroken. De bouw van een woning op deze plek vult het bebouwingslint op een logische wijze aan. De ruimtelijke structuur van het bebouwingslint wordt hierdoor vanuit stedenbouwkundig oogpunt versterkt. Dit terwijl grote waardevolle openingen worden gerespecteerd. Daarnaast ligt het plangebied in de cultuurhistorische regio Beerse en Baardwijkse Overlaat. Het cultuurhistorische belang van dit gebied wordt hieronder beschreven: Het gebied van de Beerse Overlaat weerspiegelt 700 jaar waterstaatgeschiedenis. Het systeem van de Beerse Maas was het meest uitgebreide overlaatstelsel van ons land. De inrichting en het gebruik van het gebied waren geheel op deze functie afgestemd.

De vele landschapselementen vertellen het verhaal van deze bijzondere vorm van waterbeheer. Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling is de invloed op de cultuurhistorische waarde van dit landschap zeer beperkt. In de omgeving komen daarnaast nog enkele waardevolle gebouwen en bouwwerken voor. De nieuwe woning heeft ook hier geen invloed op. 4.11.3 Conclusie Het onderdeel cultuurhistorie zorgt niet voor belemmering van de ontwikkeling.

4.12 Toetsing Besluit m.e.r. / Vormvrije m.e.r.-beoordeling Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Onderzocht is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De aanmeldingsnotitie met vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als bijlage. Geconcludeerd is dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn

Hoofdstuk 4

34

dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

4.13 Explosieven De gemeente Vught heeft de afgelopen decennia in diverse projecten spontaan Conventionele Explosieven (CE) uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen. Om meer inzicht te krijgen in de risico’s bij toekomstige projecten is in opdracht van de gemeente Vught een ‘Historisch vooronderzoek, Opsporen Conventionele Explosieven’ uitgevoerd door REASeuro. Aan de hand van een aantal verplicht en aanvullend te raadplegen bronnen is in het onderzoek CE gerelateerde informatie van het onderzoeksgebied geïnventariseerd. In de inventarisatie van het bronnenmateriaal is gezocht naar:  gebeurtenissen die hebben geleid tot het in de bodem komen van CE;  gebeurtenissen die hebben geleid tot het verwijderen van CE uit de bodem. Doorwerking plangebied De gemeente Vught heeft een ‘Explosieven Risicokaart’ (14 juni 2012, REASeuro). Een uitsnede van deze kaart is weergegeven in figuur 4.5. Op deze kaart is te zien dat het plangebied is gelegen binnen de zone ‘verdacht op Geschutmunitie KKM, handgraten en munitie van granaatwerpers’. Deze zone ligt over de gehele gemeente Vught, waardoor iedere locatie in Vught in principe verdacht is hiervoor. Uit de kaart blijkt dat in tegenstelling tot sommige andere gebieden in Vught het plangebied niet verdacht is voor mijnen, vernielingsmiddelen, afwerpmunitie, rakketten en boorwapenmunitie.

Ook ligt het plan niet binnen een militair terrein of op een locatie waar een vliegtuigcrash heeft plaatsgevonden. Het aantreffen van explosieven bij werkzaamheden op deze locatie is niet reëel. Anders dan de zone die over de gehele gemeente Vught ligt zijn er geen andere zones over het plangebied gelegen die het plangebied verdacht maken op explosieven. Daarnaast zijn er met dit plan slechts enkele bodemingrepen nodig. De woning krijgt een vloeroppervlak van slechts 56 m 2. De fundering heeft dan ook deze oppervlakte. Daarnaast hebben er ter plaatse van het plangebied al tientallen boringen plaatsgevonden (ten behoeve van het bodemonderzoek en archeologisch onderzoek). Ook is er een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de woning.. De locatie die ten behoeve van de fundering geroerd zal worden is op dit moment al voor een groot deel geroerd. Bij deze boringen is tevens geen sprake geweest van bijvoorbeeld een toevalsvondst van een explosief. Gezien de beperkte grondroeringen en het feit dat een groot deel van het terrein al onderzocht en geroerd is, is de kans op het aantreffen van een explosief niet reëel. Mocht bij het proefsleuvenonderzoek ten behoeve van archeologie sprake zijn van een vondst van een explosief dan zal het gehele terrein alsnog onderzocht worden ten aanzien van explosieven. Er kan in principe natuurlijk altijd sprake zijn van een toevalsvondst.

De gemeente kent hierbij het volgende stappenplan. Het is belangrijk dat dit stappenplan wordt nageleefd. Hier wordt dan ook voor gezorgd. Treft u bij werkzaamheden een verdacht object of een mogelijk explosief in de grond aan? Doe dan het volgende:  Stop onmiddellijk met het werken, graven of roeren in de grond  Blijf op afstand en houd ook anderen op afstand

Hoofdstuk 4

35

 

Bel 112 Wacht op nadere instructies van de politie en volg deze op. Het kan zijn dat de politie de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) inschakelt

Figuur 4.5: Uitsnede risicokaart explosieven

Hoofdstuk 4

36

5.

JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.

5.2 Plansystematiek Het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de ontwikkelingen zoals beschreven in hoofdstuk 2 juridisch-planologisch mogelijk te maken. De regels en de verbeelding zijn zodanig opgesteld dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvoor een juridisch kader bieden. De regels zijn daarnaast afgestemd op het Handboek bestemmingsplannen van de gemeente Vught. Hiermee wordt een zoveel mogelijk uniforme systematiek van de bestemmingsplannen binnen de gemeente Vught nagestreefd. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4.

inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels.

Hoofdstuk 1: inleidende regels Dit hoofdstuk bestaat uit de begripsbepalingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van diverse in het bestemmingsplan gebruikte begrippen/termen. De begripsbepalingen zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlakten, percentages,

Hoofdstuk 5

37

hoogte, diepte, breedte en dergelijke. Hiermee kan op een eenduidige manier toepassing worden gegeven aan de regels. Hoofdstuk 2: bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen opgenomen (enkel- en dubbelbestemmingen). De opbouw van de bestemmingen is als volgt (met dien verstande dat een specifieke bestemming niet alle genoemde elementen hoeft te bevatten):  bestemmingsomschrijving;  bouwregels;  nadere eisen;  afwijken van de bouwregels;  specifieke gebruiksregels;  afwijken van de gebruiksregels;  omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;  omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;  wijzigingsbevoegdheid. De in het plangebied aanwezige bestemmingen zijn met bestemmingsvlakken op de verbeelding aangegeven. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Ook kunnen aanduidingen die betrekking hebben op het gebruik (functieaanduidingen) zijn opgenomen. Middels deze functieaanduidingen is een specifiek gebruik ter plaatse bestemd of uitgesloten. Daarnaast wordt in de regels per bestemming bepaald waar en onder welke voorwaarden gebouwen mogen worden gebouwd. Dit wordt eventueel met een bouwvlak en aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering (maximale goot- en of bouwhoogte, bebouwingspercentage) op de verbeelding aangeven.

In de volgende paragraaf worden de in het plan opgenomen bestemmingen per bestemming nader beschreven. Hoofdstuk 3: algemene regels Algemene regels zijn regels die gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben. Deze bestaan uit de volgende onderdelen:  anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.  algemene bouwregels: hier zijn algemene regels ten aanzien van het ondergronds bouwen opgenomen met bijbehorende maatvoering. Daarnaast zijn regels opgenomen ten aanzien van bestaande afstanden en andere maten ingeval van strijdigheid met de nieuwe bestemmingsregels. Ook is hierin geregeld wanneer overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen door ondergeschikte bouwdelen is toegestaan.  algemene gebruiksregels: in deze regels is opgenomen welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig gebruik worden beschouwd.  algemene aanduidingsregels: hier zijn regels opgenomen, die van toepassing zijn ter plaatse van enkele in het plan opgenomen gebiedsaanduidingen.

Deze aanduidingen zijn bestemmingsoverschrijdend en kunnen dus van toepassing zijn binnen meerdere bestemmingen. Het gaat om de volgende aanduidingen: overige zone – bebouwde kom Cromvoirt en overige zone – middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde. In een volgende paragraaf worden de in het plan opgenomen gebiedsaanduidingen per aanduiding nader beschreven.

Hoofdstuk 5

38

algemene afwijkingsregels: deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van dit bestemmingsplan ten behoeve van nietingrijpende gebruiks- en/of bouwactiviteiten. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. algemene wijzigingsregels: deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven.

Hoofdstuk 4: overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.

5.3 Bestemmingen Voorliggend bestemmingsplan bestaat slechts uit een woonbestemming. Binnen deze woonbestemming is de gewenste woning mogelijk gemaakt, middels het toevoegen van een bouwvlak. In de regels is opgenomen dat per bouwvlak één woning is toegestaan met een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 6 meter. Daarnaast is geborgd dat de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 3 meter bedraagt aan één zijde. Er is daarnaast een regeling opgenomen voor bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde.

Hoofdstuk 5

39

6.

UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1 Economische uitvoerbaarheid Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen:  de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen;  de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen;  de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd;  de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt;  de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van één vrijstaande woning. Er is derhalve geen sprake van een of meerdere bouwplannen als bedoeld in het Bro en dus is kostenverhaal niet aan de orde.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden:  Vooroverleg en inspraak;  Vaststellingsprocedure. 6.2.1 Inspraak en vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

Hoofdstuk 6

40

Het voorontwerp van het bestemmingsplan heeft van 5 november tot en met 16 december gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Daarbij is één ieder in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk zijn mening over het plan kenbaar te maken. Ook is ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening het voorontwerp van het bestemmingsplan ‘St Lambertusstraat ong. te Cromvoirt’ toegezonden aan de bij het plan betrokken instanties te weten:  Provincie Noord-Brabant;  Waterschap De Dommel;  Gasunie;  Veiligheidsregio Brabant Noord. De reacties hebben niet geleid tot noemenswaardige aanpassingen van het bestemmingsplan. Tekstueel zijn enkele punten toegevoegd in paragraaf 3.3 en 4.9 ten aanzien van de gemeentelijk structuurvisie en het onderdeel water. De nota inspraak en vooroverleg is opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. 6.2.2 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure wordt het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 8 april 2021 tot en met 19 mei 2021 zes weken ter inzage gelegen. In die periode heeft eenieder de gelegenheid gehad om zijn mening over het plan kenbaar te maken.

De terinzagelegging is gepubliceerd in de Staatscourant, het Klaverblad en op de gemeentelijke website. Tijdens de zienswijzenperiode is er één zienswijze ingediend. Indiener, Het Groene Hart, heeft verschillende punten aangehaald. In de Nota zienswijzen (zie bijlagen) zijn deze beantwoord. De zienswijze heeft geleid tot het volgende:  Tekstuele wijziging bij paragraaf 3.3.1 ‘Structuurvisie Vught’ ten aanzien van openheid buitengebied en behoud waarde van het lint  Tekstuele wijziging bij paragraaf 4.11 ‘Cultuurhistorie’ ten aanzien van behoud historische waarde van het lint Ambtshalve wijzigingen  De gemeenteraad heeft op 22 juli 2021 het bestemmingsplan “Kamerverhuur” vastgesteld. Naar aanleiding van de vaststelling zijn de regels van dit bestemmingsplan in overeenstemming gebracht.  De nota inspraak ontbrak in het ontwerpbestemmingsplan. Deze is nu toegevoegd aan het vast te stellen bestemmingsplan.

Hoofdstuk 6

41

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 2: Geuronderzoek Bijlage 3: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 4: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 5: Bodemonderzoek Bijlage 6: Archeologisch onderzoek Bijlage 7:Selectiebesluit Archeologie Bijlage 8: Aerius berekening Bijlage 9: Aanmeldnotitie MER Bijlage 10: Programma van Eisen archeologie Bijlage 11: Proefsleuvenonderzoek Bijlage 12: Selectiebesluit archeologie Bijlage 13: Nota inspraak

Hoofdstuk 6

42

St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 9

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

10

Artikel 3

Wonen - 1

10

Hoofdstuk 3

Algemene regels

13

Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

13 14 15 16 17

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

18

Artikel 9 Artikel 10

Overgangsrecht Slotregel

18 19

Bijlagen bij regels

21

Bijlage 1

Lijst van bedrijfsactiviteiten

22

2

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

Regels

Hoofdstuk 6

44

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

Plan

Het bestemmingsplan St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt met identificatienummer NL.IMRO.0865.crvBPslambertusong-ON01 van de gemeente Vught. 1.2

Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

Aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

Antenne-installatie

Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.6

Archeologische waarde

De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden. 1.7

Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.8

Bedrijf of beroep aan huis

Een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal vanuit een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner, waaronder niet begrepen het verstrekken van logies, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. 1.9

Beeldkwaliteit

Het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing met de karakteristieken van de locatie en omgeving door middel van aandacht voor stedenbouwkundige aspecten, architectuur, cultuurhistorie en landschap.

4

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

1.10

Bestaand

t.a.v. bebouwing bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van onderhavig ontwerpbestemmingsplan, dan wel de bebouwing die mag worden gebouwd krachtens een vóór het tijdstip van terinzagelegging aangevraagde vergunning; t.a.v. gebruik het gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen; 1.11

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.12

Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.13

Bijbehorend bouwwerk

Uitbreiding van een hoofdgebouw of woning dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw of woning verbonden bijgebouw, daar al dan niet tegen aangebouwd, met een dak, daaronder begrepen: a. aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag, een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; b. bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; c. uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag, een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt. 1.14

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.15

Bouwgrens

De grens van een bouwvlak. 1.16

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

5

1.17

Bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel. 1.18

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.19

Bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.20

Eigen terrein

Gronden, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten, niet zijnde openbaar gebied. 1.21

Erker

Een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte van een woning aan een gevel. 1.22

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.23

Gebruiksoppervlakte

De oppervlakte gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies die de desbetreffende ruimte of groep van ruimte omhullen. 1.24

Geluidzoneringsplichtige inrichtingen

Een inrichting, waarbij op grond van artikel 40 van de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.25

Hoofdgebouw

Gebouw(en) dat door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.26

Horeca

een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt; de horecabedrijven zijn in vier categorieën te onderscheiden: categorie 1: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen, waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije dranken worden verstrekt, en waarvan de exploitatie overwegend tijdens winkeltijden plaatsvindt, zoals een 6

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

lunchroom, broodjeszaak, en een ijssalon; categorie 2: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen, waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije dranken worden verstrekt, en waarvan de exploitatie zowel overdag als in de avonduren plaatsvindt, zoals een cafetaria, snackbar, afhaalcentrum, automatiek; categorie 3: vormen van horeca-activiteiten waar in hoofdzaak maaltijden, (alcoholische) dranken en/of logies worden verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans in de middag- en avonduren plaatsvindt, zoals een café, restaurant, hotel en pension; categorie 4: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans in de avonduren plaatsvindt, een aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals bar-dancings, discotheken, nachtclubs, alsmede horeca met zaalaccommodatie. 1.27

Huishouden

Persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur en huisvesting van tijdelijke werknemers wordt daaronder niet begrepen. 1.28

Kamergewijs bewoond pand

Pand, verdeeld in meerdere onzelfstandige woonruimten, bewoond door personen die geen gemeenschappelijk huishouden voeren en waarin de voorzieningen zoals keuken, badkamer en toilet gemeenschappelijk gebruikt worden. 1.29

Kampeermiddel

een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde, één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.30

Kap

De volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°. 1.31

Overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zonder eigen wanden dat aan maximaal een deel van één zijde een gesloten wand kent, waaronder begrepen een carport. 1.32

Patiowoningen

Woningen met een kleine, ommuurde privé-buitenruimte. 1.33

Parkeernota gemeente Vught

Parkeerbeleid en Parkeernota 2013-2022, vastgesteld op 7 februari 2013.

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

7

1.34

Peil

voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het terrein bij voltooiing van de bouw; ter verduidelijking: de gemeente geeft voor de aanvang van de bouw aan wat het peil is. Daar waar het een historische situatie betreft, indien de definitie van dit begrip niet voldoet, wordt de drempel van de voordeur als maat aangehouden. 1.35

Permanente bewoning

Bewoning door eenzelfde persoon of groep van personen, terwijl elders niet daadwerkelijk over een hoofdverblijf wordt beschikt. 1.36

Prostitutie

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling. 1.37

Seksinrichting

De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.38

Tuin

De gronden van een bouwperceel behorende bij een woning. 1.39

Wonen

Huisvesten met vast karakter van één afzonderlijk huishouden in een woning. 1.40

Woning

Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, niet zijnde: 1. een bijzondere woonvorm; 2. huisvesting van personen waarbij de voorzieningen met elkaar worden gedeeld en wanneer er daarnaast geen ander huishouden in het gebouw is ondergebracht.

8

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

Afstand tot de bouwperceelsgrens

Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.2

De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

De dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4

Goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6

Ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk. 2.7

De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Wonen - 1

Bestemmingsomschrijving

De op de verbeelding voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van woningen, niet zijnde woonwagens, al dan niet in combinatie met een bedrijf of beroep aan huis; met de daarbijbehorende voorzieningen: b. c. d. e. f.

tuinen, erven en terreinen; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

a. parkeervoorzieningen dienen in voldoende mate aanwezig te zijn zoals het bepaalde in lid 8.1; b. per bouwperceel mag maximaal één, niet overdekte tennisbaan aanwezig zijn. 3.2.2 Woning Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.

woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; per bouwvlak is één woning toegestaan; de voorgevel dient in de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn vrijstaande woningen toegestaan; de goothoogte van de woning bedraagt maximaal 4 meter en de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 meter; g. een woning dient te worden uitgevoerd met een kap, met dien verstande dat de dakhelling niet minder mag bedragen dan 30° en niet meer dan 60°, met uitzondering van patiowoningen waarvoor geen minimale dakhelling geldt; h. bij de bepaling van de goothoogte wordt een dakkapel buiten beschouwing gelaten; i. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3 meter aan één zijde; j. onderkeldering is alleen toegestaan direct onder de contouren van de woning exclusief bijbehorende bouwwerken; k. de ondergrondse bouwdiepte bedraagt maximaal 3 meter; l. de binnenwaarde voor geluid van een woning bedraagt maximaal 33 dB; 3.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bestemmingsvlak te worden opgericht; b. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij de woning bedraagt maximaal 40% van het bestemmingsvlak tot een maximum van 80 m2; c.

de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter en de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 meter; d. bijbehorende bouwwerken moeten op minimaal 3 meter achter de gevellijn worden opgericht; e. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3 meter, met dien verstande dat bij

10

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

een vrijstaande woning slechts aan één zijde op minder dan 3 meter afstand van de zijdelingse perceelsgrens een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag worden gebouwd; f. er mogen niet meer dan twee vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden gebouwd. 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen binnen het bestemmingsvlak te worden opgericht; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de gevellijn van de woning maximaal 1 meter bedraagt; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde moeten op minimaal 1 meter achter de gevellijn worden opgericht met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen; e. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3 meter, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, welke op de zijdelingse perceelsgrens gebouwd mogen worden; f. de oppervlakte van zwembaden bedraagt maximaal 120 m2. 3.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van: 3.3.1

Kleinere afstand tot de perceelsgrens

De afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de perceelsgrens mag worden verkleind, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundige beeld wordt ter plaatse niet onevenredig geschaad. 3.3.2 Plat dak Het bouwen van een woning met een plat dak is mogelijk mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 meter; b. de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundige beeld wordt ter plaatse niet onevenredig geschaad. 3.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

geluidszoneringsplichtige inrichtingen; detailhandel; een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); seksinrichtingen; kamperen; horeca; opslag van goederen en materialen binnen en buiten het bouwvlak; permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; bewoning als afhankelijke woonruimte; het gebruik als kamergewijs bewoond pand.

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

11

3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1

Afwijken gebruik woningen als kamergewijs bewoond pand

a Omgevingsvergunningplicht Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4, en toestaan dat gebouwen worden gebruikt als kamergewijs bewoond pand voor kamerverhuur voor maximaal vier personen, mits: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straatbeeld en het woonkarakter van de wijk of buurt, waarbij ook het fietsparkeren en opslag van afval een toetsingskader is; c. geen onevenredige toename van de verkeersaantrekkende werking plaatsvindt; d. voldaan wordt aan de realisatie en het in stand houden van voldoende parkeerplaatsen waarbij het bestemmingsplan 'Parapluplan parkeren' met kenmerk NL.IMRO.0865.BPParkeren-VG01 als toetsingskader gebruikt zal worden in de beoordeling waarbij kamerverhuur qua parkeernorm gelijkgesteld wordt met huur van een etage; e. niet meer dan 10% van de woningen in de straat gebruikt wordt als kamergewijs bewoond pand voor kamerverhuur; f. per persoon wordt voorzien in voldoende gebruiks- en leefoppervlakte, waarbij geldt: 1. de minimale gebruiksoppervlakte 9m² bedraagt; 2. de minimale leefoppervlakte 25m² bedraagt; g. de aanvraag om een omgevingsvergunning een rapportage bevat van hoe de initiatiefnemer invulling heeft gegeven aan een omgevingsdialoog en wat hier de resultaten van zijn; h.

de economische uitvoerbaarheid is verzekerd door (onder andere) een tussen aanvrager en gemeente gesloten planschadeverhaalsovereenkomst als bedoeld in artikel 6.4a Wet ruimtelijke ordening. b Verbod Het bevoegd gezag verleend de omgevingsvergunning voor kamerverhuur niet wanneer: a. niet wordt voldaan aan het in artikel a Omgevingsvergunningplicht beschreven toetsingskader; b. het gebouw waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd niet geschikt gemaakt kan worden om te voldoen aan de voor kamerverhuur geldende eisen uit het Bouwbesluit 2012; c. kamerverhuur plaatsvindt in bijbehorende bouwwerken; d. vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat afwijking van het geldende bestemmingsplan leidt tot overlast voor de openbare veiligheid, de openbare gezondheid, het woonmilieu, onevenredige afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of buurt en/of onevenredig afbreuk doet aan erfgoedwaarden, waardoor geen sprake is van een veilige fysieke leefomgeving en goede ruimtelijke ordening; c Uitzondering Het in lid 3.4 genoemde verbod en de in lid 3.5.1 genoemde afwijking is niet van toepassing op bestaande, op grond van het geldende bestemmingsplan legale, kamerverhuurpanden waarbij geldt dat het aantal individuele personen, die geen onderdeel uitmaken van een huishouden, niet mag toenemen.

12

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

13

Artikel 5 5.1

Algemene bouwregels

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 5.2

Bestaande afstanden en andere maten

5.2.1

Maximale maatvoering

Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 5.2.2

Minimale maatvoering

In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ten behoeve van de situering van parkeervoorzieningen op eigen terrein; d. ter waarborging van de verkeersveiligheid; e. ter waarborging van de sociale veiligheid; f. ter waarboring van de milieusituatie; g. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.

14

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

Artikel 6 6.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijken algemeen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de in de regels voorgeschreven maatvoering met maximaal 10%; b. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van kunstwerken en zend-, ontvang- en/of sirenemasten en toestaan dat de bouwhoogte wordt vergroot tot maximaal 40 meter. 6.2

Mantelzorg

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijbehorende bouwwerken bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande, dat: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg, hetgeen aangetoond dient te worden door een verklaring van een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige; b. op het perceel een woning aanwezig dient te zijn; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; d. per woning maximaal één omgevingsvergunning ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag worden verleend; e. alle ruimten dienen te voldoen aan de geldende eisen van het bouwbesluit en bouwverordening; f. inwoning in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de woning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de woning dient te hebben; g. het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het hoofdgebouw voor de inwoner of andere bewoner(s) onredelijk bezwarend is; h. ten behoeve van de inwoning geen aparte aansluiting op de nutsvoorzieningen mag worden aangelegd. Er dient gebruik gemaakt te worden van de bestaande aansluiting; i.

maximaal 80 m² van hoofdgebouw en/of bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning; j. geen eigen in-/uitrit mag worden aangelegd voor de afhankelijke woonruimte; k. een vrijstaand bijbehorend bouwwerk dat gebruikt wordt voor inwoning op niet meer dan 50 m¹ van de woning is gelegen; l. er op basis van een akoestisch onderzoek wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden zoals vastgelegd in de Wet geluidhinder; m. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is, de houder van de vergunning het bevoegd gezag daarvan binnen drie maanden schriftelijk in kennis stelt. Het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in indien vorenbedoelde noodzaak niet meer bestaat.

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

15

Artikel 7 7.1

Algemene wijzigingsregels

Algemene wijziging

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer maximaal 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met maximaal 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter maximaal 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met maximaal 10% worden vergroot.

16

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

Artikel 8

Overige regels

8.1

Parkeren

8.1.1

Algemeen

Ten aanzien van bouwen en/of wijziging gebruik en parkeernormen geldt dat: a. parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden om in de parkeerbehoefte te voorzien; b. de op het tijdstip van aanvraag van de omgevingsvergunning geldende parkeernorm uit de beleidsnota 'Parkeernota gemeente Vught' moet worden gehanteerd of de daarvoor in de plaats tredende parkeernota. 8.1.2 Afwijken voor parkeervoorzieningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.1.1, onder a, mits: a. de noodzakelijke parkeervoorzieningen op eigen terrein in onvoldoende mate kunnen worden gerealiseerd en op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien; b. de situering van de parkeerplaatsen het stedenbouwkundig beeld en het groene karakter van de omgeving, de verkeersveiligheid en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantast.

Bestemmingsplan "St. Lambertusstraat ong. te Cromvoirt" (vastgesteld)

17

Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; e. sub b is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=f78741a5-c265-437a-84f5-5a8819007a1e