Bijlage - Toelichting bestemmingsplan voor vaststelling Helvoirtseweg 100 Vught
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 26
4.3
Bodem
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. In het algemeen geldt dat verontreiniging van de bodem (grond en grondwater) moet worden voorkomen. Uitgangspunt is dat de bodem schoon is en dat dat zo moet blijven (zorgplicht). Voor vervuilde bodems geldt dat deze functiegericht en kostenefficiënt gesaneerd moeten worden. Voorwaarde is dat hierbij geen verspreiding van of ontoelaatbare blootstelling aan verontreiniging optreedt. De Wet bodembescherming geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor de stof geldende streefwaarde overschrijdt. Onderzoek dient gedaan te worden wanneer initiatieven uitgaan van bodemroerende activiteit, dan wel functies mogelijk maken waarbij dezelfde mensen gedurende een langere periode minstens 2 uur per dag op de betreffende gronden verblijven. Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van de voormalige bedrijfskavel aan de Helvoirtseweg 100 mogelijk gemaakt, waarbij de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt worden en zes nieuwe woonpercelen worden toegestaan. De bestaande bedrijfswoning wordt met het bestemmingsplan omgezet naar een burgerwoning.
Het bestemmingsplan maakt een ontwikkeling mogelijk die gepaard gaat met bodemroerende werkzaamheden en waarmee woonfuncties worden geïntroduceerd. Er dient derhalve te worden onderzocht of de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik. Daartoe is door onderzoeksbureau Terra Milieu een bodemonderzoek NEN 5740, d.d. 21 oktober 2019, uitgevoerd. In het onderzoek wordt gesteld dat er op basis van het vooronderzoek (NEN 5725) ter plaatse van de onderzoekslocatie geen direct belastende bronnen of verdachte activiteiten worden verwacht. De locatie ten behoeve van dit verkennend onderzoek wordt als onverdacht beschouwd. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de (boven)grond diverse zware metalen, minerale olie, PCB’s en PAK’s verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. Verspreid over de gehele locatie worden in de bovengrond bijmengingen van koolas/ puin of slakken aangetroffen. Deze bijmengingen veroorzaken tussen- en interventiewaarde verhogingen welke duiden op een PAK’s verontreiniging in de bovengrond. Ter plaatse van boring B1 worden tevens in de ondergrond (vanaf 1 m-mv) bijmengingen aangetroffen. Deze bijmengingen veroorzaken ook hier een interventiewaarde overschrijding van PAK’s. In het grondwater worden geen verhoogde parameters aangetroffen.
De locatie kan niet meer als onverdacht worden beschouwd, de resultaten van het bodemonderzoek geven aanleiding om een nieuw onderzoek met een gewijzigde onderzoeksstrategie uit te voeren.
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 27
Een nader bodemonderzoek conform NTA 5755 moet uitwijzen wat de mate en omvang van de PAK’s verontreiniging ter plaatse van de bovengrond en (met name nabij B1) in de ondergrond is. Op basis van een analyse op PFAS kan worden geconcludeerd dat de gemiddelde concentratie aan PFOA 0,5 μg/kg bedraagt en PFOS 1,0 μg/kg. Ook bij de overige PFAS worden lichte verhogingen (>0,1 μg/kg) ten opzichte van de detectiegrens gemeten. Op basis van de verhoogde concentratie aan PFAS, wordt de bovengrond (tot 0,5 m-mv) ingedeeld in klasse Wonen/ Industrie. Op basis van het aantreffen van puin in de bodem dient de bovengrond als verdacht te worden beschouwd op de aanwezigheid van asbest. In het onderzoek wordt geadviseerd om op de locatie een onderzoek naar asbest in bodem conform NEN 5707 uit te voeren. Naar aanleiding van de conclusie van het verkennend bodemonderzoek is door Terra Milieu nader onderzoek (d.d. 22 december 2020) uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek is om de ernst en omvang van de verontreiniging met PAK’s vast te leggen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek en de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van het buitenterrein licht tot sterke verontreinigingen met PAK’s worden aangetroffen. Vermoedelijk is de verontreiniging in de grond te relateren aan de zintuiglijke bijmengingen van kolengruis welke in met name de bovengrond worden aangetroffen.
In de ondergrond ter plaatse van B1, waar in 2019 een sterke verontreiniging is aangetroffen, wordt op basis van het nader onderzoek geen verontreiniging meer aangetroffen. Vermoedelijk wordt het kolengruis sporadisch in diepere bodemlagen aangetroffen. Over het algemeen is dit in de eerste 50 cm onder de klinkers. Op basis van het uitgevoerde nader onderzoek kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van het buitenterrein onder de klinkerverharding een verontreiniging met PAK’s in de bovengrond wordt aangetroffen. Op basis van het onderzoek wordt gesteld dat de verontreiniging over een oppervlakte van circa 390 m2 tot een diepte van circa 50 cm is aangetroffen, waarmee het in totaal een verontreiniging van circa 200 m3 betreft. Gezien het volume is op de locatie sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Aanbevolen wordt om, gezien de geplande ontwikkelingen, de sterk verontreinigde bovengrond met PAK’s te saneren. Ten behoeve van deze werkzaamheden zal een BUSmelding moeten worden uitgevoerd. De saneringswerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een BRL 7000 gecertificeerd bedrijf en begeleid door een BRL 6000 gecertificeerd bedrijf. Tot slot is door Terra Milieu ook een verkennend onderzoek (d.d. 22 december 2020) naar asbest in bodem (NEN 5707) uitgevoerd.
Het doel van het onderzoek is om met een relatief geringe inspanning aan te tonen of het vermoeden dat verontreinigende stoffen (hetgeen voortkomt uit het aantreffen van puin, zie verkennend bodemonderzoek) in de vorm van asbest aanwezig zijn op de locatie terecht is. Op basis van het uitgevoerde onderzoek en de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat op de locatie zintuiglijk geen asbest wordt aangetroffen. Analytisch wordt in MM1 geen asbest wordt aangetroffen. In MM2 wordt op basis van de analyseresultaten een concentratie van 0,7 mg/kg aan asbest aangetroffen. Op basis van de resultaten wordt een
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 28
nader asbest in bodemonderzoek niet nodig geacht omdat de gehaltes aan asbest ruim onder de interventiewaarde van 100 mg/kg ds blijven. In het kader van de vergunningverlening en onder het stelsel van de Wet bodembescherming wordt een BUS-melding gedaan, dan wel een saneringsplan opgesteld. De bodemkwaliteit kan geschikt gemaakt worden voor de beoogde functie en de benodigde middelen zijn daarvoor aanwezig. Conclusie Het bestemmingsplan is uitvoerbaar in het kader van het aspect bodem.
4.4
Ecologie
Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op eventueel voorkomende beschermde flora en fauna. De bescherming van ecologische waarden en van planten- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de voormalige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van de voormalige bedrijfskavel aan de Helvoirtseweg 100 mogelijk gemaakt, waarbij de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt worden en zes nieuwe woonpercelen worden toegestaan.
De bestaande bedrijfswoning wordt met dit bestemmingsplan opgezet in een burgerwoning. De genoemde ontwikkelingen kunnen leiden tot nadelige effecten op flora en fauna. Daartoe is door onderzoeksbureau Blom Ecologie BV een quickscan (d.d. 16 april 2020) uitgevoerd. Middels dit oriënterende onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art. 3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie?
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 29
• Welke negatieve effecten treden op voor (potentieel) aanwezige flora en fauna als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op het de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Brabant? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming te worden genomen, en zo ja, welke? Het onderzoek is opgebouwd uit een veldbezoek (d.d. 26 maart 2020) en raadpleging van externe bronnen. Soortbescherming Met het onderzoek is een inschatting gemaakt van de aanwezigheid van beschermde flora en fauna binnen of in de nabijheid van het plangebied. Vervolgens is een inschatting gemaakt welke invloed de voorgenomen ingrepen hebben op deze natuurwaarden. Per soortgroep is besproken wat de potentie van de planlocatie en de invloedsfeer daarvan is en welke effecten daarop te verwachten zijn. Er is onderzoek gedaan naar vaatplanten, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën , reptielen, vissen, insecten en andere ongewervelde soorten en vogels. De planlocatie heeft mogelijk een essentiële betekenis voor beschermde soorten. Er dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar gebouwbewonende vleermuizen.
De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Brabant. Op een afstand van circa 1,5 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. Op een afstand van circa 150 m ligt het Natuurnetwerk Brabant. In het onderzoek wordt gesteld dat voor een aantal aspecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden te groot is om tot nadelige effecten te kunnen leiden. Wel wordt geadviseerd om nader onderzoek naar de uitstoot van stikstof te doen; voor dit aspect kunnen negatieve effecten op voorhand niet uitgesloten worden. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en het Natuurnetwerk Brabant geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Houtopstanden In relatie tot het bestemmingsplan zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan (i) zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer of (ii) een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet noodzakelijk.
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 30
Stikstof Door onderzoeksbureau Els&Linde is onderzocht of er vanuit het aspect stikstof als gevolg van het bestemmingsplan significant negatieve effecten kunnen ontstaan ten aanzien van Natura 2000-gebieden. Voor de bouw- en de gebruiksfase is een berekening van de toename van stikstofdepositie op de beschermde Natura 2000-gebieden gemaakt. Met behulp van Aerius (2020) is berekend wat de depositie is in de nieuwe situatie. De depositie is berekend op de volgende Natura 2000-gebieden: • Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek – 1,4 Km • Drunense Duinen & Leemkuilen – 4,9 Km • Kampina & Oisterwijkse Vennen – 7,8 Km De overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het plangebied en zijn niet relevant. In het onderzoek is uitgegaan van standaard woningbouw. De te realiseren woningen ter plaatse van het plangebied worden echter middels een duurzamere bouwmethode gebouwd en kennen een hogere duurzaamheidsgraad (qua isolatiewaarde en energieverbruik) dan een standaard woning. Uit de berekening van de depositie met standaard bouw volgt dat er geen sprake is van een verhoging van de depositie op de verschillende Natura 2000-gebieden tijdens de bouw- en gebruiksfase. Er treden derhalve geen negatieve effecten op; een ontheffing is niet nodig.
Nader onderzoek vleermuizen Naar aanleiding van de bevindingen in de quickscan ecologie wordt door ecologisch adviesbureau Natuurlink nader onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen. Met dit onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. Zijn vleermuizen aanwezig in de gebouwen? 2. Welke functie(s) hebben de gebouwen en het perceel voor vleermuizen? 3. Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen en vaste rust- of verblijfplaatsen behouden? 4. Welke mitigerende of compenserende maatregelen moeten eventueel worden genomen om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen? Het adviesbureau heeft reeds een tussenrapportage opgeleverd (d.d. 18 december 2020) met voorlopige conclusies, welke nog kunnen wijzigen. Op basis van de tot dusver uitgevoerde onderzoeksronden zijn 1- geen invliegende of uitvliegende dieren waargenomen in bebouwing; 2- wel sociale geluiden gehoord binnen de paarperiode die duiden op baltsactiviteit. Echter, uit nader onderzoek blijkt dat deze verblijfplaatsen zich niet binnen de planlocatie kunnen bevinden; 3- geen zwermende dieren aangetroffen of dieren gezien die het gebouw aantikten; 4- geen (essentiële) vliegroutes geconstateerd; 5- geen essentiële foerageergebieden geconstateerd.
Conclusie Het bestemmingsplan is, onder voorbehoud van de uitkomst van het nadere onderzoek naar vleermuizen, uitvoerbaar in relatie tot het aspect flora en fauna.
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 31
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten. De Erfgoedwet werkt door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (2009) (MoMo) Het doel van de MoMo is het doorvoeren van veranderingen in de monumentenzorg. Bij de uitwerking heeft de Minister zich op drie pijlers gericht. Eén van de pijlers uit de Modernisering Monumentenzorg van het Rijk is het opnemen van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening. Deze wijziging is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Wro/Bro In het Bro wordt het bestemmingsplan genoemd als instrument waarin cultuurhistorische waarden kunnen worden verankerd. Het Bro is een uitwerkingsbesluit van de Wro. Dit besluit verplicht gemeenten om in de toelichting bij een ruimtelijk plan te beschrijven op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (Artikel 3.1.6, lid 5).
Belangrijk daarbij is dat het cultuurhistorische belang uitdrukkelijk als afwegingsgrond in het ruimtelijk plan moet worden genoemd, omdat anders een juridische grond voor toetsing op basis van dit beleidsterrein ontbreekt. Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van de voormalige bedrijfskavel aan de Helvoirtseweg 100 mogelijk gemaakt, waarbij de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt worden en zes nieuwe woonpercelen worden toegestaan. De bestaande bedrijfswoning wordt met dit bestemmingsplan opgezet in een burgerwoning. Cultuurhistorie Bestemmingsplannen in de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van de bescherming van waardevolle cultuurhistorische elementen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Op deze kaart staan de bepalende cultuurhistorische elementen. Raadpleging van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie NoordBrabant leert dat er binnen het plangebied geen cultuurhistorische elementen/objecten van waarden aanwezig zijn.
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 32
Archeologie De gemeente Vught heeft een kaart met archeologische verwachtingswaarden vastgesteld. Op de archeologische beleidskaart zijn verschillende kwalificaties gegeven aan de delen van het plangebied. Zo is de noordelijke zijde geduid als grond zonder archeologische verwachting. Een klein deel van het plangebied, langs de westzijde van het plangebied, is geduid als gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde historische kern. Het grootste deel van het plangebied wordt geschaard onder het gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde militaire relicten. In dit bestemmingsplan zijn de criteria uit het gemeentelijk beleid voor het doen van archeologisch onderzoek overgenomen. Zo is de bescherming van eventueel voorkomende archeologische waarden geborgd met de opgenomen dubbelbestemming ‘Waarde-archeologie’. Met deze bestemming is bepaald dat er onderzoek naar eventueel voorkomende archeologische waarden gedaan moet worden indien ontwikkelingen groter zijn dan 100m2 en dieper reiken dan 30 centimeter onder het maaiveld.
Afbeelding: uitsnede van de archeologische beleidskaart ter plaatse van het plangebied.
De voorziene ontwikkeling die op basis van dit bestemmingsplan is toegestaan zal leiden tot een overschrijding van deze criteria. Daartoe is ten behoeve van dit bestemmingsplan een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau Transect (d.d. 17 maart 2021). Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. In het onderzoek wordt vermeld dat het plangebied vermoedelijk op een dekzandwelving ligt, waarmee het een aantrekkelijke vestigingsplaats vormt voor (pre-)historische samenlevingen. Hierdoor heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode LaatPaleolithicum-Late Middeleeuwen, indien de top van het dekzand niet vergraven is. Voor de Nieuwe tijd geldt een lage archeologische verwachting op nederzettingsresten. Op historische kaarten staat geen bebouwing ingetekend in de 18e eeuw, waarmee het niet
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 33
waarschijnlijk is dat in de periode ervoor ook bebouwing aanwezig is geweest. Sporen van landgebruik zijn echter niet uit te sluiten. Het plangebied is akkerland geweest tussen twee oude wegen. Bovenstaande archeologische verwachting is mede afhankelijk van de bodemopbouw en mate van intactheid van de bodem. Op basis van het archeologisch onderzoek blijkt dat sprake is van een hoge archeologische verwachting. Archeologische resten kunnen daarbij naar verwachting worden aangetroffen in de top van het dekzand. De exacte diepte van de top van het dekzand is niet bekend. Bij onderzoeken in de omgeving is het dekzand aangetroffen vanaf 1,2-1,4 m -Mv. Hierboven is echter geroerde grond aangetroffen. Daardoor is niet duidelijk op welke diepte de oorspronkelijke top van het dekzand heeft gelegen in die onderzoeksgebieden. Om te bepalen op welke diepte het archeologisch niveau precies wordt verwacht, wordt geadviseerd om een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend archeologisch booronderzoek uit te voeren in het plangebied. Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de bodemopbouw en de intactheid ervan, om zo de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek te toetsen. Dit vervolgonderzoek wordt in gang gezet.
Naast het opnemen van de genoemde dubbelbestemming ten behoeve van bescherming van eventueel voorkomende archeologische waarden, zijn er ook voldoende middelen aanwezig voor het nadere onderzoek en de verdere bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot de aspecten cultuurhistorie en archeologie uitvoerbaar.
4.6
Geluid
In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer er een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig of toegestaan is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt dient middels een akoestisch onderzoek onderzocht te worden of de geluidniveaus in relatie tot de geluidgevoelige functie aanvaardbaar zijn. Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van de voormalige bedrijfskavel aan de Helvoirtseweg 100 mogelijk gemaakt, waarbij de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt worden en zes nieuwe woonpercelen worden toegestaan. De bestaande bedrijfswoning wordt met dit bestemmingsplan opgezet in een burgerwoning. Met het bestemmingsplan worden derhalve nieuwe geluidgevoelige functies in de zin van de Wet geluidhinder mogelijk gemaakt. Het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van de gezoneerde wegen A65/N65 (70km/u) en de Helvoirtseweg (50km/u) en binnen de geluidzone van de spoorbanen Den Bosch – Tilburg en Den Bosch - Eindhoven. Alle overige omliggende wegen maken deel uit van een 30 km-zone en zijn daarom niet zoneplichtig.
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 34
Er dient derhalve onderzocht te worden of er voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde. Voor nieuw te realiseren woningen binnen de zone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB, waarbij gezien de ligging van de onderzoekslocatie binnen de bebouwde kom voor niet-auto(snel)wegen een maximale ontheffingswaarde geldt van 63 dB. Het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg geldt voor toetsing aan die snelweg per definitie als buitenstedelijk gebied (art.1 Wgh). Voor nieuw beoogde woningen binnen de zone van een auto(snel)weg geldt daarom voor die weg ongeacht de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied een maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Voor nieuw te realiseren woningen binnen de zone van een spoorweg geldt op grond van art. 4.9 en 4.10 uit het Besluit geluidhinder een voorkeursgrenswaarde van 55 dB en een maximale ontheffingswaarde van 68 dB. Door onderzoeksbureau HMB is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (d.d. 29 juni 2020 en addendum van 7 oktober 2020).
Uit dit onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde op alle geprojecteerde woningen (bouwvlakken) als gevolg van wegverkeer op de A65/N65 (maximaal berekend geluidniveau als gevolg van deze weg: 47 dB), de Helvoirtseweg (maximaal berekend geluidniveau als gevolg van deze weg: 44 dB), en de genoemde spoorwegen (maximaal berekend geluidniveau als gevolg van deze spoorwegen: 52 dB), gerespecteerd wordt. In het onderzoek wordt geen cumulatieve beschouwing gegeven daar er aan de voorkeursgrenswaarde voldaan wordt. In het onderzoek wordt tevens geconcludeerd dat er, gezien de berekende geluidwaarden en uitgaande van de gevelpakketten die ingevolge het Bouwbesluit worden voorgeschreven, aan de in het Bouwbesluit gestelde binnenwaarde van 33 dB voldaan kan worden. Gezien de berekende geluidwaarden als gevolg van verkeer op de gezoneerde (spoor)wegen en gezien de lage intensiteiten op de omliggende overige 30-km/u-wegen wordt geconcludeerd dat er ter plaatse van het plangebied tevens sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect geluid uitvoerbaar. 4.7
Lucht
Wet milieubeheer / Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in Amvb's en ministeriële regelingen. De wetgeving kent een dubbele doelstelling: 1. De overheid wil een belangrijke impuls geven aan het treffen van maatregelen zodat in ons land de Europese normen worden gehaald;
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 35
2. De overheid wil er ook voor zorgen dat er meer mogelijkheden zijn om projecten door te laten gaan. Dat was nodig om dat in het verleden veel plannen door de rechter werden stilgelegd vanwege het niet halen van de normen. De Wet luchtkwaliteit vereist een genuanceerde toetsing of koppeling tussen (ruimtelijke) besluiten en de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Een ruimtelijk plan is in overeenstemming met de Wet luchtkwaliteit als de planvorming niet leidt tot een overschrijding of een verdere overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de concentraties, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Voor projecten die wel in betekenende mate bijdragen aan de concentratie is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) relevant. Amvb Niet In Betekenende Mate en Regeling Niet In Betekenende Mate (NIBM) De Amvb NIBM en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als “in betekenende mate” moet worden beschouwd. NIBMprojecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Er is een onderscheid gemaakt tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel ‘niet in betekenende mate’) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Een verslechtering van maximaal 3% komt overeen met een nieuwbouwproject van 1.500 woningen of 100.000 m² kantoorvloeroppervlak. Grotere projecten kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van de voormalige bedrijfskavel aan de Helvoirtseweg 100 mogelijk gemaakt, waarbij de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt worden en zes nieuwe woonpercelen worden toegestaan. De bestaande bedrijfswoning wordt met dit bestemmingsplan opgezet in een burgerwoning. Het gebruik dat met het bestemmingsplan wordt toegestaan blijft ver onder de grenzen van de regeling Niet in betekenende mate en heeft daarmee niet of slechts in geringe mate invloed op de luchtkwaliteit.
Ook in relatie tot de achtergrondwaarden treden geen overschrijdingen op als gevolg van het bestemmingsplan. Aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 36
4.8
Externe veiligheid
Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR.
Risicovolle inrichtingen Voor risicovolle inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Voorbeelden van deze risicovolle bedrijven zijn LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties en chemische fabrieken. Het Bevi is opgesteld om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven te beperken. De normstelling van het Bevi richt zich zowel op vergunningverlening als ruimtelijke ordening. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object in het invloedsgebied toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Externe veiligheid transport In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), dat per 1 april 2015 in werking is getreden, heeft het Rijk het beleid vastgelegd met betrekking tot de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het besluit zijn regels opgenomen voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de zogeheten basisnetafstanden van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Deze basisafstanden zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet. Het besluit is onder meer van toepassing op omgevingsbesluiten, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan.
Buisleidingen Voor buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Op grond van het Bevb geldt voor de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object dichtbij dergelijke buisleiding, een grenswaarde van 10 -6 per
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 37
jaar voor het plaatsgebonden risico. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een buisleiding toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van de voormalige bedrijfskavel aan de Helvoirtseweg 100 mogelijk gemaakt, waarbij de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt worden en zes nieuwe woonpercelen worden toegestaan. De bestaande bedrijfswoning wordt met dit bestemmingsplan opgezet in een burgerwoning. Met het bestemmingsplan worden derhalve kwetsbare objecten (woningen) mogelijk gemaakt. Beschouwd dient daarom te worden hoe deze objecten zich verhouden in het kader van externe veiligheid. Daartoe is door onderzoeksbureau Kragten een quickscan externe veiligheid, d.d. 6 april 2020, uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is op een afstand van circa 870 meter ten westen van de A2. Deze weg is opgenomen in het Basisnet. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen het plaatsgebonden risico PR 10-6 en het PAG geen belemmeringen voor het plan.
Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de weg is gelegen, hoeft de invloed van de planvorming op de hoogte van het groepsrisico niet kwantitatief inzichtelijk gemaakt te worden. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat over de A2 (wegvak B62), ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT1, LT2, GF3 en GT3-stoffen worden getransporteerd. Op basis van het transport van deze stoffen blijkt het uiterste oostelijke deel van het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied (toxische vloeistoffen) van deze weg. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de A2 (toxisch scenario) moeten worden meegenomen in een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Het plangebied ligt verder op een afstand van circa 40 meter ten oosten van de A65 (wegvak B58). Deze weg is ook opgenomen in het Basisnet. Uit de Regeling basisnet blijkt dat voor deze weg geen sprake is van een PR10-6-risicocontour of plasbrandaandachtsgebied. Aangezien het plangebied binnen een afstand van 200 meter van de A65 is gelegen dient de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief inzichtelijk te worden gemaakt met behulp van een RBMII-berekening. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat over de A65 (wegvak B58), ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT2 en GF3-stoffen worden getransporteerd.
Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van LT2 en GF3 stoffen van deze weg. Het meest westelijk deel van het plangebied is bovendien gelegen binnen het invloedsgebied van LF1 en LF2-stoffen. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de A65 moeten verantwoord worden. Het plangebied is voorts gelegen op een afstand van circa 120 meter van de spoorlijn TilburgVught (route 61D.1) en op een afstand van circa 110 meter van de spoorlijn ‘s Hertogenbosch – Boxtel (route 72H2.3). Beide spoorlijnen zijn op de risicokaart aangeduid als transportroute voor gevaarlijke stoffen.
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 38
Uit de Regeling basisnet blijkt dat voor de spoorlijn Tilburg-Vught geen sprake is van een PR106-risicocontour of een plasbrandaandachtsgebied. Aangezien het plangebied is gelegen binnen een afstand van 200 meter van deze spoorlijn, dient de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief te worden bepaald met behulp van het rekenprogramma RBMII. De risico’s als gevolg van het transport over deze spoorlijn dient tevens te worden meegenomen in een verantwoording van het groepsrisico. Voor de spoorlijn ‘s-Hertogenbosch – Boxtel geldt dat over deze spoorlijn momenteel geen structureel transport van gevaarlijke stoffen in bulk plaatsvindt. In de quickscan wordt geconstateerd dat de spoorlijn Meteren-Boxtel deel uitmaakt van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Meteren – Boxtel, waarbij in de toekomst transport van gevaarlijke stoffen over deze spoorlijn plaats kan vinden. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat er voor wat betreft de plaatsgebonden risicocontour (2,8 meter) en het Plasbrand Aandachtsgebied (PAG) (30 meter) geen belemmeringen zullen zijn in relatie tot de planvorming. Wel dient de invloed van het plan op de hoogte van het (toekomstige) groepsrisico kwantitatief inzichtelijk gemaakt te worden door middel van een RBMII-berekening.
Op basis van de risicokaart is geconstateerd dat de meest nabijgelegen buisleiding op een afstand van circa 1,75 kilometer is gelegen. Het plangebied is derhalve niet gelegen binnen het invloedsgebied van een buisleiding. Het plangebied is voorts niet gelegen binnen een veiligheidsafstand of invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving van het plangebied. Bovenstaande constateringen vormen de basis voor het nadere onderzoek dat door Kragten uitgevoerd is. In het onderzoek externe veiligheid spoor en weg, d.d. 6 april 2020, van onderzoeksbureau Kragten wordt een beschouwing/berekening van het groepsrisico gegeven. Daarbij wordt uitgegaan van een toename van de personendichtheid binnen het plangebied van 4,5 mensen in de dagperiode en 12,7 ’s nachts. Voor de spoorlijn Tiburg-Vught wordt gesteld (op basis van een uitgevoerde RBMII-berekening) dat het groepsrisico zowel in de bestaande als in de toekomstige situatie (na planrealisatie) ruim onder de oriëntatiewaarde blijft en ook onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De uitvoering van het plan leidt niet tot een rekenkundige toename van de hoogte van het groepsrisico. De plaats met het hoogste groepsrisico zal eveneens niet veranderen.
Voor de spoorlijn ’s Hertogenbosch-Boxtel wordt op basis van de beschikbare informatie gesteld dat het niet aannemelijk is dat het groepsrisico als gevolg van de uitvoering van dit bestemmingsplan zal toenemen. In relatie tot de A65 wordt gesteld (op basis van een uitgevoerde RBMII-berekening) dat het groepsrisico zowel in de bestaande situatie als na uitvoering van dit bestemmingsplan onder de oriëntatiewaarde blijft. Wel neemt het groepsrisico na planrealisatie marginaal toe (ruim minder dan 10%), maar ook dan blijft de hoogte van het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De locatie met het hoogste groepsrisico is zowel in de bestaande als toekomstige situatie direct ten noorden van het plangebied gelegen: dit verandert niet.
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 39
In relatie tot het bovenstaande en ingevolge het bepaalde in het Bevt, artikel 7 dient met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorwegen Tilburg-Vught, ’s Hertogenbosch-Boxtel en de wegen A2 en A65 een beperkte verantwoording van de hoogte van het groepsrisico gegeven te worden. Daarbij dient aandacht te worden besteed aan de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen. In het rapport Verantwoording Hoogte Groepsrisico, d.d. 14 april, van onderzoeksbureau Kragten wordt deze verantwoording gegeven. De in dat rapport gegeven verantwoording is in combinatie met dit bestemmingsplan aan de veiligheidsregio voorgelegd. De Veiligheidsregio Brabant Noord heeft hier per 7 juli 2021 op geadviseerd en akkoord op gegeven. Met het bestemmingsplan wordt voorts geen risicobron geïntroduceerd. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect externe veiligheid uitvoerbaar. 4.9
Milieuzoneringen
Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient er bij ruimtelijke plannen, waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt, in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Hiertoe zijn in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009; hierna te noemen B&M) richtafstanden opgesteld. In deze handreiking wordt afstanden, zogeheten milieuzoneringen, tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies aangegeven waarmee wederzijdse hinder voorkomen wordt. Zo zorgt de milieuzonering ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. De invloed van een bedrijf op de omgeving hangt op de (milieubelastende) karakteristieken van het bedrijf. In de handreiking worden daarom zes milieucategorieën met de daarbij behorende richtafstanden onderscheiden (zie tabel). Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van de hinderaspecten geluid, stof, gevaar en geur. Voorts wordt onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies.
De gedachte daarbij is dat gebieden met gemengde functies hogere achtergrondwaarden voor wat betreft de hinderaspecten kennen, waardoor milieubelasting van een specifiek bedrijf meer op zal gaan in de omgeving en minder snel als hinder zal worden ervaren.
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 40
Milieucategorie 1 2 3 4 5 6
Richtafstanden tot rustige woonwijk 10 meter 30 meter 50 tot 100 meter 200 tot 300 meter 500 tot 1000 meter 1500 meter
Richtafstanden tot gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 tot 50 meter 100 tot 200 meter 300 tot 700 meter 1000 meter
Afbeelding: Richtafstanden per milieucategorie. De VNG-publicatie voorziet in richtafstanden. Deze richtafstanden zijn bepaald op basis van gemiddelde productieprocessen. Door middel van een gedegen op een specifieke situatie toegespitste onderbouwing kan gemotiveerd van deze richtafstanden worden afgeweken. Naast het VNG-stelsel moeten bedrijven op basis van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning milieu) of op basis van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) aan voorschriften voldoen. Deze voorschriften dienen onder andere ter regulering van de hinder voor de omgeving en kunnen daarmee relevant zijn voor de beschouwing van hindersituaties. Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van de voormalige bedrijfskavel aan de Helvoirtseweg 100 mogelijk gemaakt, waarbij de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt worden en zes nieuwe woonpercelen worden toegestaan. De bestaande bedrijfswoning wordt met dit bestemmingsplan omgezet in een burgerwoning. De woningen die met het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt betreffen gevoelige functies, welke bescherming genieten ten opzichte van bedrijven in de omgeving. In de omgeving van het plangebied zijn binnen relevante afstand geen bedrijfsfuncties gelegen.
Wel is er op het kadastrale perceel L2644, dit perceel is gelegen achter de Helvoirtseweg 102 en grenst direct aan het plangebied, een bestemming Bedrijf van kracht. Dit stuk grond is in het vigerend bestemmingsplan Schoonveld 2015 beschouwd als onderdeel van het natuursteenbedrijf dat ter plaatse van het plangebied aan de Helvoirtseweg 100 functioneerde. Zo is volgens deze bestemming een bedrijf in de milieucategorie 1 en 2 toegestaan en een bedrijf in natuursteenbewerking. Het betreffende stuk grond heeft echter nooit deel uitgemaakt van het natuursteenbedrijf en is als tuin in gebruik. Gezien het huidige gebruik, de geïsoleerde ligging tussen de woonfuncties, het ontbreken van een ontsluiting ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten en de afmeting van het stuk grond, is het aannemelijk dat hier geen in milieutechnisch opzicht relevante bedrijfsactiviteiten uitgevoerd zullen worden. Hooguit is het denkbaar dat er door de gebruikers van het woonperceel een bedrijfsactiviteit uitgevoerd zal worden. Het is aannemelijk dat dit een activiteit in een lage milieucategorie (categorie 1) zal zijn, hetgeen gezien het gemengde karakter van de omgeving (drukke weg, diverse functies langs de Helvoirtseweg), goed inpasbaar is in de omgeving en in relatie tot het plangebied.
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 41
Op basis van het bovenstaande wordt gesteld dat het bestemmingsplan niet tot een belemmering leidt voor nabije bedrijfsactiviteiten. Ook wordt geconcludeerd dat er ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan bestaan. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar. 4.10
Besluit milieueffectrapportage
In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r. . De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: • het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; • het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; • het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan).
Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; • de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: • door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; • het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; • de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing.
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 42
Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van dit plan onder de derde optie valt. Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarde van 2000 of meer woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft de sloop van bestaande bedrijfspanden en de realisatie van 6 extra woningen. Er kan daarmee worden afgezien van een m.e.r.-beoordeling en volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet toch een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. In het kader van dit bestemmingsplan zijn de gevolgen ten aanzien van milieuaspecten inzichtelijk gemaakt (hoofdstuk 5). Tezamen met de overige hoofdstukken vormen deze paragrafen de zogenaamde aanmeldingsnotitie in het kader van het Besluit m.e.r.. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.
De huidige onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit wijzigingsplan en een eventueel op te stellen m.e.r. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. Uit recente uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:314, 31 januari 2018, ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1 en 201901439/1/R1) blijkt dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van de voormalige bedrijfskavel aan de Helvoirtseweg 100 mogelijk gemaakt, waarbij de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt worden en zes nieuwe woonpercelen worden toegestaan. De bestaande bedrijfswoning wordt met dit bestemmingsplan opgezet in een burgerwoning. De bebouwingsmogelijkheden nemen bij het voorgenomen plan vergeleken met de bestaande (planologische) situatie af. De voorziene wijziging van een bedrijfsfunctie naar een woonfunctie betreft een wijziging die naar aard en omvang beperkt is.
Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van voorliggend ruimtelijk plan valt onder mogelijkheid d. Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het Besluit milieueffectrapportage uitvoerbaar.
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 43
4.11
Verkeer en parkeren
Omwille van een goede ruimtelijke ordening dient beargumenteerd te worden dat het wegennet de nieuwe verkeersintensiteiten als gevolg van het toegestane op basis van het bestemmingsplan voldoende aankan en dat er geen onaanvaardbare parkeerdruk ontstaat. Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van de voormalige bedrijfskavel aan de Helvoirtseweg 100 mogelijk gemaakt, waarbij de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt worden en zes nieuwe woonpercelen worden toegestaan. De bestaande bedrijfswoning wordt met dit bestemmingsplan opgezet in een burgerwoning. Parkeren Per 6 juni 2018 is door de gemeenteraad van Vught het paraplubestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren’ vastgesteld. De grondslag voor dit bestemmingsplan is dat stedenbouwkundige bepalingen in de bouwverordening met de Reparatiewet BZK 2014 komen te vervallen. Er is een overgangstermijn gesteld voor bestaande bestemmingsplannen tot 1 juli 2018. Na die datum verliezen de stedenbouwkundige bepalingen in de bouwverordening hun (aanvullende) werking voor bestemmingsplannen. Om bij nieuwe vergunningsaanvragen te toetsen aan de geldende parkeernormen is het wenselijk een parkeerbepaling op te nemen in de bestemmingsplannen. Dat wordt met het genoemde paraplubestemmingsplan geregeld door middel van het volgende artikel: Ten aanzien van bouwen en/of wijziging gebruik en parkeernormen geldt dat: a.
Parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden om in de parkeerbehoefte te voorzien; b. De op het tijdstip van aanvraag van de omgevingsvergunning geldende parkeernorm uit de beleidsnota 'Parkeernota gemeente Vught' moet worden gehanteerd of de daarvoor in de plaats tredende parkeernota. De gemeente Vught heeft het beleidsstuk ‘Parkeerbeleid en Parkeernota 2013-2022 op 7 februari 2013 vastgesteld. In deze nota worden parkeernormen opgelegd aan nieuwe ontwikkelingen en functieveranderingen /-vergrotingen om te voorkomen dat dergelijke ontwikkelingen leiden tot een extra parkeerdruk op de omgeving. De volgende beleidsuitgangspunten staan hierbij centraal: − elke initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling of bouwplan is zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen parkeerbehoefte; − een vraagvolgend parkeerbeleid, waarbij het parkeeraanbod voldoende is om in de huidige en toekomstige parkeerbehoefte te voorzien. De gemeente Vught gebruikt de door de CROW opgestelde parkeerkencijfers als vertrekpunt. Voor de hele gemeente wordt uitgegaan van de stedelijkheidsklasse 'matig stedelijk'. Het plangebied valt conform het bepaalde in de parkeernota onder ‘rest bebouwde kom’.
Ingevolge het parkeerbeleid van de gemeente geldt voor een vrijstaande koopwoning binnen het beschreven kader een parkeerbehoefte van 1,9 parkeerplaats per woning. In overleg met de gemeente is vastgelegd dat er, uitgaande van de parkeernota, 12 parkeerplaatsen gerealiseerd
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 44
dienen te worden. In het bouwplan dat aan dit bestemmingsplan ten grondslag ligt is rekening gehouden met deze twaalf parkeerplaatsen. Ten aanzien van de naar een burgerwoning om te zetten bedrijfswoning wordt gesteld dat er ten aanzien van het feitelijke gebruik en ook de parkeersituatie geen wijziging optreedt. Het parkeren van de bewoners heeft altijd plaats gevonden aan de straatzijde waar parkeerhavens zijn aangebracht. Dit wijzigt niet. Het betreffende artikel uit het paraplubestemmingsplan parkeren wordt in dit bestemmingsplan opgenomen, waarmee gewaarborgd is dat er voldoende parkeercapaciteit gerealiseerd zal worden bij de uitvoering van het plan. Het parkeerbeleid bevat ook beleid en voorschriften rond fietsparkeren. Gesteld kan worden dat er binnen het plangebied voldoende ruimte is om te voorzien in een toereikende fietsparkeeroplossing. Zo zijn er bijgebouwen toegestaan waarbinnen fietsen geparkeerd kunnen worden. Verkeersintensiteit/verkeersafwikkeling De invloed van de toegestane woningen op de verkeersintensiteit is zeer gering.
In de bestaande situatie mogen ter plaatse van het plangebied bedrijfsfuncties worden uitgeoefend welke, met het oog op het toegestane bebouwingoppervlak, meer verkeersbewegingen kunnen genereren dan de zes woningen (volgens de CROW betreft het voor dit type woning 8,6 motorvoertuigen per etmaal, voor zes woningen in totaal 52 mvt per etmaal). Zo is in de huidige situatie bijvoorbeeld een arbeidsintensief bedrijf toegestaan. Een dergelijke bedrijf kent volgens de CROW een verkeersgeneratie van circa 8 mvt per 100m2 bvo per etmaal; gezien het oppervlak van de bestaande bedrijfskavel kan een dergelijk bedrijf gepaard gaan met een verkeersgeneratie die veel hoger is dan de 52 mvt per etmaal in relatie tot de voorziene woningen. De bestaande in- en uitritconstructies blijven behouden in de nieuwe situatie: de vormgeving van de uitrit wordt daarbij niet geregeld in het bestemmingsplan, dit wordt in het kader van de vergunningenprocedure nader afgestemd. Het bestemmingsplan biedt een toereikend kader om te voorzien in een veilige verkeerstechnische oplossing. Gesteld kan worden dat de verkeersbewegingen als gevolg van de woonfunctie niet tot verkeerstechnische problemen zullen leiden. Het plangebied is voorts gelegen in de directe nabijheid van openbaar vervoersverbindingen (halte aan de Helvoirtseweg) en is als zodanig goed ontsloten op het openbaar vervoer.
Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot de aspecten parkeren en verkeerscapaciteit uitvoerbaar. 4.12
Niet Gesprongen Explosieven (NGE)
Vught is tijdens de Tweede Wereld Oorlog doelwit geweest van gevechtshandelingen. Indien één of meerdere conventionele explosieven (CE) in de bodem zijn achtergebleven is dat een risico voor betrokken personeel in de uitvoeringsfase (Arbo-veiligheid). Daarnaast kan een risico ontstaan in het kader van de openbare orde en publieke veiligheid. We spreken daarom bij het bepalen van risico's die ontstaan door het uitvoeren van werkzaamheden in een gebied waar mogelijk CE zijn achtergebleven, van een gecombineerde verantwoordelijkheid in het kader van
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 45
de 'openbare orde en publieke veiligheid' en 'Arbo-veiligheid'. Bovendien kan na het aantreffen van CE stagnatie ontstaan. De gemeente Vught heeft in 2012 een historisch onderzoek laten uitvoeren naar de opsporing van conventionele explosieven. Naar aanleiding daarvan is een CE-Bodembelastingkaart opgesteld. Uit deze kaart blijkt dat de gronden ter plaatse van het plangebied verdacht zijn op Geschutmunitie KKM, Handgranaten en munitie van granaatwerpers en op raketten en boorwapenmunitie.
Plangebied
Afbeelding: uitsnede van de CE- bodembelastingkaart. Zichtbaar is dat het plangebied binnen de paarse contour (raketten en boorwapenmunitie) en gearceerd gebied (Geschutmunitie KKM, Handgranaten en munitie van granaatwerpers) gelegen is.
Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van de voormalige bedrijfskavel aan de Helvoirtseweg 100 mogelijk gemaakt, waarbij de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt worden en zes nieuwe woonpercelen worden toegestaan. De bestaande bedrijfswoning wordt met dit bestemmingsplan opgezet in een burgerwoning. De herstructurering zal leiden tot bodemroerende werkzaamheden. Een detonatie van een NGE kan tot een veiligheidsrisico leiden. Om dit risico weg te nemen, zijn beheersmaatregelen nodig. Het risico op een detonatie kan worden weggenomen door eventueel in het invloedgebied van de werkzaamheden achtergebleven NGE voor de start van de uitvoering van de werkzaamheden door middel van detectie op te sporen. Indien een vermoedelijk NGE wordt gedetecteerd, dient dit verwijderd te worden. Het opsporingsgebied is gelegen binnen de gemeente Vught. Gemeente Vught is het bevoegd gezag op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid. Het voor het NGE-bodemonderzoek in het kader van het WSCS-OCE op te stellen projectplan dient ter goedkeuring te worden aangeboden aan gemeente Vught. Geadviseerd wordt om de opsporingswerkzaamheden uit te voeren nadat alle sloopwerkzaamheden en het verwijderen van terreininrichting hebben plaatsgevonden. Hierbij moet ervoor worden gezorgd dat geen puinresten in de bodem achterblijven, om detectieverstoringen zoveel mogelijk te voorkomen.
Na het afronding van
Toelichting bestemmingsplan Helvoirtseweg 100 Vught
Pagina 46
eventuele ruimingen wordt een Proces Verbaal van oplevering, de verklaring vrij van explosieven, verkregen. Het verkrijgen van deze verklaring voor (delen) van de projectgronden is een voorwaarde om met de realisatie het bouwplan aan te kunnen vangen. Voor de ruimingsactiviteiten is budget beschikbaar. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect explosieven uitvoerbaar. 4.13
Trillingen
Trein- en wegverkeer kan leiden tot trillingen in gebouwen. Deze trillingen kunnen als hinderlijk ervaren worden door de personen in het gebouw of kunnen schade aan de gebouwen veroorzaken. In het kader van schade aan gebouwen en hinder voor personen in gebouwen door trillingen zijn in Nederland op dit moment geen wettelijke normen van kracht. Er zijn wel richtlijnen voor trillingen opgesteld door de Stichting Bouw Research (SBR). Uit jurisprudentie ten aanzien van vergunningverlening Wet milieubeheer is af te leiden dat deze richtlijnen beschouwd kunnen worden als de meest recente algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten op het gebied van trillingen. Beschouwing Met het bestemmingsplan wordt de herstructurering van de voormalige bedrijfskavel aan de Helvoirtseweg 100 mogelijk gemaakt, waarbij de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt worden en zes nieuwe woonpercelen worden toegestaan. De bestaande bedrijfswoning wordt met dit bestemmingsplan opgezet in een burgerwoning. Het plangebied is gelegen is de directe nabijheid van diverse infrastructuur (wegen/spoorwegen). De verkeersintensiteiten op deze wegen kan tot trillingen leiden op de voorziene woningen ter plaatse van het plangebied.
Om na te gaan of het niveau van trillingen een geode ruimtelijke ordening (aanvaardbaar woon-en leefklimaat) in de weg staat, wordt aangesloten bij de resultaten van het onderzoek van Royal HaskoningDHV zoals dit is uitgevoerd voor het bestemmingsplan ten behoeve van de reconstructie van de N65. De reconstructie van de N65 leidt tot gewijzigde verkeersstromen en onderzocht is of dit tot schade aan gebouwen en hinder voor personen in gebouwen door trillingen ten gevolge van verkeer kan leiden. De resultaten van het onderzoek zijn getoetst aan de grenswaarden in SBR richtlijn trillingen deel A “Schade aan gebouwen; Meet- en beoordelingsrichtlijn” en streefwaarden in SBR richtlijn trillingen deel B “Hinder voor personen in gebouwen; Meet- en beoordelingsrichtlijn”. In dit onderzoek zijn objecten onderzocht die direct langs de verkeerswegen gelegen zijn. Uit de resultaten blijkt dat de trillingssterkte bij alle onderzochte objecten (behalve de Helvoirtseweg 55) onder de streefwaarde voor een nieuwe situatie blijft. In vergelijking met het onderzoek dat in het kader van de reconstructie van de N65 is uitgevoerd kan gesteld worden dat de woning Helvoirtseweg 100 een bestaande situatie betreft. De nieuwe woningen zijn voor op een binnenterrein gelegen en daarmee op grotere afstand van infrastructuur gelegen.