CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Toelichting bestemmingsplan 'Schoorstraat 8-10, Helvoirt'

Raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Schoorstraat 8-10, Helvoirt'22.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN “Schoorstraat 8-10 Helvoirt” NL.IMRO.0865.vghBPschoorstr810-VG01 Vastgesteld

Document:

Bestemmingsplan “Schoorstraat 8-10, Helvoirt”

IDN:

NL.IMRO.0865.vghBPschoorstr810-VG01

Status:

Vastgesteld

Datum:

4 januari 2024

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

INLEIDING ...........................................................................................................................................................4 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 4

1.2

Plangebied en begrenzingen ...................................................................................................................................................................... 5

1.3

Vigerende bestemmingsplannen.............................................................................................................................................................. 5

HUIDIGE SITUATIE ..........................................................................................................................................7 2.1

Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 7

2.2

Ruimtelijke structuur ................................................................................................................................................................................... 8

2.3

Functionele structuur................................................................................................................................................................................... 8

BEOOGDE SITUATIE .....................................................................................................................................10 3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.............................................................................................................................. 10

3.2

Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten .................................................................................................................................... 10

3.3

Landschappelijk inpassingsplan .............................................................................................................................................................. 13

BELEIDSKADER................................................................................................................................................15 4.1

Rijksbeleid....................................................................................................................................................................................................... 15

4.2

Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 17

4.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 24

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ..............................................................28 5.1

Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 28

5.2

Kabels en leidingen..................................................................................................................................................................................... 38

5.3

Ecologie ........................................................................................................................................................................................................... 38

5.4

Waterhuishouding...................................................................................................................................................................................... 42

5.5

Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 45

5.6

Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 49

5.7

Volksgezondheid ......................................................................................................................................................................................... 50

5.8

Trillingen ......................................................................................................................................................................................................... 53

JURIDISCHE ASPECTEN ...............................................................................................................................54 6.1

Toelichting op de verbeelding............................................................................................................................................................... 54

6.2

Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 55

UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ....................................................................................................56 7.1

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 56

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 56

Vastgesteld

2

8.

PROCEDURE .....................................................................................................................................................57

BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijke inpassing (Guido Paumen Bijlage 2: Akoestisch onderzoek (HMB Groep) Bijlage 3: Hogere grenswaarde Bijlage 4: Ecologische quickscan (Brabant Eco) Bijlage 5: Aeriusberekening sloopfase Bijlage 6: Aeriusberekening bouwfase Bijlage 7: Aerius berekening gebruiksfase Bijlage 8: Archeologisch vooronderzoek (RAAP) Bijlage 9: Selectiebesluit archeologie Bijlage 10: Omgevingsdialoog Bijlage 11: Massastudie Schoorstraat 8-10 Helvoirt (Kantoor Princen) Bijlage 12: Trillingsonderzoek (Stantec)

Vastgesteld

3

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

Ten noordwesten van de kern Helvoirt, aan de Schoorstraat 8 en 10 staan twee halfvrijstaande woningen met bijbehorende bijgebouwen. De huidige woningen sluiten niet meer aan bij de behoefte van de initiatiefnemer. De woningen zijn enerzijds niet levensloopbestendig en anderzijds zijn de percelen waarop de woningen staan te ruim geworden voor de initiatiefnemer. Daarnaast is in Helvoirt een dringend woningtekort. Initiatiefnemer is daarom voornemens om de bestaande woningen en de bijgebouwen te slopen en hiervoor in de plaats één levensloopbestendige vrijstaande woningen en twee levensloopbestendige halfvrijstaande woningen te realiseren. Dit om enerzijds te voorzien in zijn eigen behoefte en anderzijds een bijdrage te leveren aan het dringende woningtekort binnen Helvoirt.

Afbeelding 1. Locatie Schoorstraat 8 en 10 in Helvoirt (rood omcirkeld)

Op basis van het bestemmingsplan “Kom Helvoirt” is de realisatie van de nieuwe woningen niet toegestaan. De locatie is thans bestemd als ‘Wonen’ en de voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden. Hoofdgebouwen c.q. woningen mogen alleen worden opgericht binnen een bouwvlak. De locatie is reeds voorzien van een bouwvlak echter binnen het aanwezige bouwvlak mogen maximaal twee woningen worden gerealiseerd en daarnaast zijn de nieuwe woningen voor een deel buiten het aanwezige bouwvlak beoogd. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is dan ook niet mogelijk om op deze locatie drie nieuwe woningen op te richten. Om het initiatief in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. Door middel van dit bestemmingsplan wordt een woonbestemming met bouwrechten toegekend, waardoor het realiseren van de drie nieuwe woningen mogelijk wordt. Deze toelichting dient als motivering bij de te doorlopen procedure van het bestemmingsplan. De bijbehorende regels en verbeelding vormen het juridisch-planologisch bindende deel.

Vastgesteld

4

1.2

Plangebied en begrenzingen

De locatie is gelegen aan de Schoorstraat 8 en 10 in Helvoirt. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Helvoirt, sectie D en perceelnummers 2831 (gedeeltelijk) en 2832 (ged.) en kent een oppervlakte van circa 1.650 m2. Betreffende percelen worden in onderhavig bestemmingsplan aangemerkt als “het plangebied”.

Afbeelding 2. Luchtfoto van het plangebied en omgeving

Perceel 2831 is in de huidige situatie bebouwd met de woning Schoorstraat 10 en een vrijstaande garage. De rest van het perceel is onbebouwd en ingericht als tuin. Perceel 2832 is in de huidige situatie bebouwd met de woning Schoorstraat 8, een vrijstaande garage en een schuur. De rest van het perceel is eveneens onbebouwd en ingericht als tuin. De locatie maakt onderdeel uit van het bebouwingslint van de Schoorstraat welke voornamelijk bestaat uit vrijstaande, halfvrijstaande en geschakelde woningen. Het plangebied wordt omringd door woningen; in zowel het noorden, oosten als zuiden wordt de locatie begrenst door woningen. In het westen grenst het plangebied aan agrarische grond die wordt gebruik als weide.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingplan “Kom Helvoirt” (vastgesteld d.d. 3 juni 2010) en is bestemd als ‘Wonen’ en voorzien van een bouwvlak. Binnen het bouwvlak is de aanduiding ‘aaneengebouwd’ opgenomen. Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen, bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven. Voor hoofdgebouwen geldt dat deze binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak dienen te worden gebouwd. In dit geval mag het bouwvlak worden bebouwd met twee-aaneengebouwde woningen. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd.

Vastgesteld

5

Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan met plangebied rood omlijn

Het realiseren van de nieuwe woningen op deze locatie past niet in het vigerende bestemmingsplan. Het plangebied is dan wel bestemd voor woondoeleinden, echter voor hoofdgebouwen geldt dat deze alleen opgericht mogen worden binnen een bouwvlak. Een deel van de nieuwe woningen zijn beoogd buiten het bouwvlak waardoor dit niet is toegestaan. Daarnaast zijn in dit specifieke geval uitsluitend twee-aangebouwde woningen toegestaan. Het realiseren van twee tweeaaneengebouwde woningen en één vrijstaande woning is dan ook op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk.

Vastgesteld

6

2.

HUIDIGE SITUATIE

2.1

Algemeen

Het plangebied is gelegen aan de Schoorstraat in het noordwesten van Helvoirt. Helvoirt karakteriseert zich van oudsher als een typische beekdalnederzetting: Op de hoger en daardoor droog gelegen gronden tussen de beekdalen van de Raamse Loop en de Broekleij ontstonden de eerste nederzettingen, die in de loop der eeuwen uitgroeiden tot een noordzuid gericht lintdorp. In oost-westelijke richting vond langs De Dijk, aan de route tussen ’s-Hertogenbosch en Breda, een soortgelijke ontwikkeling van lintbebouwing plaats. Met de bouw van de kerken aan de Torenstraat en de Kastanjelaan en de daarop aansluitende verdichtingen langs de historische linten, werd het centrum van het huidige Helvoirt vastgelegd.

Afbeelding 4. Luchtfoto met ligging plangebied (rood omlijnd)

In 1900 was het plangebied in gebruik als bouwland. Ten westen van het bouwland bevonden zich enkele percelen met grasland nabij de bossen van het Broek. In het plangebied en op het ten zuiden gelegen erf bevonden enkele kleinere gebouwen. Tot in de periode na de oorlog verandert weinig, de topografische kaart wordt niet of nauwelijks geactualiseerd.

Afbeelding 5. Uitsnede historische kaart 1956

Afbeelding 6. Uitsnede historische kaart 1998

In het plangebied worden omstreeks 1956 twee gebouwen en een boomgaardje aangetroffen. In de jaren ‘70 wordt een derde gebouw ten noordwesten van de aanwezige bebouwing gerealiseerd en wordt het grasland als bouwland in gebruik genomen. Vervolgens worden in de jaren ‘90 de gebouwen aan de oostkant van het plangebied deels geschakeld en uitgebreid. Omstreeks 2000 wordt de bebouwing aan de westkant van het plangebied deels gesloopt.

Vastgesteld

7

2.2

Ruimtelijke structuur

De kern Helvoirt is ontstaan op de hoger gelegen dekzandgronden tussen de Broekleij en de Raamse Loop. De kern is organisch gegroeid als een lintdorp met bebouwing gelegen aan de Torenstraat en De Dijk. De Dijk is de voormalige route tussen Tilburg en ‟’s-Hertogenbosch. De belangrijkste dragers van de ruimtelijke hoofdstructuur zijn dan ook de historische linten van de Torenstraat, De Dijk en de linten de Achterstraat en de Lindelaan. De historische wegenstructuur bepaalt voor het grootste deel de stedenbouwkundige opbouw van Helvoirt. De meest in het oog springende begrenzingen van de kern zijn de spoorlijn aan de noordzijde en de N65 aan de zuidzijde. Verder wordt de kern aan de oostzijde begrensd door het Helvoirtsche Broek en aan de westzijde door de Raamse Loop. Deze (spoor)weg en watergangen zijn dan ook belangrijke structuurdragers in de omgeving.

Afbeelding 7 Impressie Schoorstraat 10

Afbeelding 8 Impressie Schoorstraat 8

Na de jaren ’50 van de vorige eeuw heeft de kern zich, mede door fysieke barrières van de spoorlijn en de N65, ontwikkeld in westelijke en oostelijke richting tot aan de Raamse Loop en het Beekdal van Broekleij. Omstreeks 1980 wordt de kern verder verdicht door de realisatie van planmatige woningbouw tussen de linten van de Lindelaan, de Achterstraat, de watergang Raamse Loop en de N65 en tussen de linten van de Achterstraat, Kastanjelaan, Torenstraat en de rijksweg N65. Vervolgens is de kern omstreeks 1990 uitgebreid ten oosten van de Torenstraat en omstreeks 2012 heeft de laatste uitbreiding van de kern plaats gevonden ten noorden van de spoorlijn en ten westen van de Helvoirtsestraat.

2.3

Functionele structuur

Binnen de kern Helvoirt overheerst de woonfunctie. De woningbouw bestaat voornamelijk uit geschakelde, halfvrijstaande en vrijstaande woningen. Vanuit het centrum van Helvoirt naar het zuiden (richting de N65) worden de kavels geleidelijk aan groter en bestaat de bebouwing voornamelijk uit vrijstaande woningen in een groene setting aan ruim opgezette woonstraten.

Afbeelding 9 Impressie Schoorstraat

Vastgesteld

Afbeelding 10 Impressie centrum Helvoirt

8

De centrumfuncties van Helvoirt zijn gelegen nabij de kruising van de Lindelaan-Kastanjelaan en Achterstraat. Hier liggen onder andere de kerk, enkele horeca gelegenheden en enkele detailhandel. Daarnaast liggen verspreid over de kern nog enkele supermarkten, detailhandels en bedrijven. Op korte afstand van het plangebied ligt het buitengebied van Helvoirt waar de agrarische functie. Hier liggen diverse landbouwpercelen die in gebruik zijn als akker of weiland. In het buitengebied zijn ook veel bosgebieden gelegen waardoor de natuurfunctie prominent aanwezig is. Ten westen van Helvoirt is bosgebied Brokkenbroek gelegen en ten oosten zijn de bosgebieden Jagershagen en Kapellebos gelegen.

Vastgesteld

9

3.

BEOOGDE SITUATIE

3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het slopen van de bestaande woningen aan de Schoorstraat 8 en 10 en het herontwikkelen van deze locatie voor de realisatie van drie nieuwe woningen. Bij de opstelling van het onderhavige bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ De locatie blijft grotendeels voorzien van een woonbestemming. Een klein deel aan de westelijke zijde wordt voorzien van een agrarische bestemming; ▪ Binnen de agrarische bestemming zijn de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – attentiezone waterhuishouding’ en ‘overige zone – Natuur Netwerk Brabant’; ▪ De bestaande woningen worden gesloopt en de locatie wordt herontwikkeld voor de bouw van drie nieuwe woningen; ▪ Binnen de woonbestemming zijn twee nieuwe bouwvlakken aan de locatie toegekend waarvan het noordelijke bouwvlak mag worden bebouwd met één woning en het zuidelijke bouwvlak mag worden bebouwd met maximaal twee woningen; ▪ De maximale goothoogte van de woningen bedraagt 4,5 meter en de maximale bouwhoogte bedraagt 9 meter; ▪ De nieuwe woningen dienen levensloopbestendig te worden uitgevoerd; ▪ Aan de oostelijke zijde van het plangebied wordt de archeologische dubbelbestemming verwijderd; ▪ Aan de westelijke zijde van het plangebied blijft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ behouden; ▪ Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente

Vught dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het meest recente bestemmingsplan “Vught Noord 2022”. De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin het plangebied grotendeels is bestemd als ‘Wonen’ en voor een klein deel als ‘Agrarisch’. Binnen de woonbestemming zijn twee bouwvlakken opgenomen. Het noordelijke bouwvlak is voorzien van de maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 1’ en het zuidelijke bouwvlak is voorzien van de maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’ zodat binnen het plangebied maximaal drie woningen kunnen worden gerealiseerd. Binnen beide bouwvlakken zijn de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – levensloopbestendig’ en de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum goothoogte: 4,5 m’ en ‘maximum bouwhoogte: 9 m’ opgenomen om te waarborgen dat de nieuwe woningen levensloopbestendig worden uitgevoerd. Het plangebied is daarnaast gedeeltelijk voorzien van de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ waarbinnen de bijbehorende bouwwerken en bijgebouwen mogen worden gerealiseerd. Een deel van het plangebied is daarnaast voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. Een deel van het plangebied is daarnaast voorzien van de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – attentiezone waterhuishouding’ en ‘overige zone – Natuur Netwerk Brabant’.

3.2

Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten

Aan de Schoorstraat 8 en 10 staan twee halfvrijstaande woningen die beide in eigendom zijn van initiatiefnemer. De beide woningen zijn gelegen op ruime woonpercelen van respectievelijk 800 m2 en 1.000 m2. De huidige woningen sluiten niet meer aan bij de behoefte van de initiatiefnemer. Initiatiefnemer heeft namelijk geen behoefte aan een ruim woonperceel en wil in dat kader graag kleiner wonen in een levensloopbestendige woning. Aangezien dit type woningen in Helvoirt nauwelijks voor handen is bestaat het voornemen om de locaties Helvoirt 8 en 10 te herontwikkelen.

Vastgesteld

10

Met de herontwikkeling wordt de bestaande bebouwing, met uitzondering van de vrijstaande garage ten noorden van de Schoorstraat 8, gesloopt. De locatie kan vervolgens worden herverkaveld zodat er drie woonpercelen ontstaan. De bouwpercelen kunnen vervolgens worden bebouwd met drie woningen. De beoogde woningen betreffen twee halfvrijstaande woningen en één vrijstaande woning. Alle drie de woningen betreffen levensloopbestendige woningen. Bij een levensloopbestendige woning worden voorzieningen aangebracht die het mogelijk maken de woning een leven lang te bewonen. Hiermee zijn de woningen uitermate geschikt voor onder andere senioren. Door de vergrijzing en door de individualisering stijgt het aantal kleine huishoudens en neemt het aantal oudere huishoudens toe. In Helvoirt is dan ook een grote behoefte aan levensloopbestendige woningen, echter in de kern zijn nauwelijks tot geen levensloopbestendige woningen beschikbaar. Om deze reden is initiatiefnemer voornemens om drie levensloopbestendige woningen te realiseren. De woningen leveren een bijdrage aan de vraag naar dit type woningen. Een van de woningen, te weten de vrijstaande woning, voorziet tevens in de eigen woningbehoefte van initiatiefnemer.

Afbeelding 11. Impressie te slopen bebouwing (rood)

Afbeelding 12. Impressie beoogde herontwikkeling en te behouden bebouwing (groen

Het plangebied is momenteel bebouwd met twee halfvrijstaande woningen, een garage en klein bijgebouw ten noordwesten van de woningen en een garage ten zuidwesten van de woningen. De garage ten noordwesten van de woningen wenst initiatiefnemer te behouden. De garage is slechts 20 jaar oud en verkeerd in zeer goede staat. De garage heeft een goede fundering en isolatie en vergroot het woongenot van de initiatiefnemers. Het slopen van dit bijgebouw zou vermogensverlies zijn voor de initiatiefnemers. Daarnaast leent het dak van de garage zich uitstekend voor de plaatsing van zonnepanelen. Het dakoppervlakte is van voldoende omvang om te voorzien in de eigen energiebehoefte van de initiatiefnemer. De andere bebouwing zal in het kader van het initiatief volledig worden gesloopt.

Afbeelding 13. en Afbeelding 14 Impressie nieuwe woningen aan de Schoorstraat

Vastgesteld

11

De vrijstaande woning zal bestaan uit één bouwlaag en wordt aan de oostzijde afgewerkt met een kap en verder afgewerkt met een plat dak. De halfvrijstaande woningen zullen bestaan uit twee bouwlagen en worden aan de oostzijde afgewerkt met een kap en verder afgewerkt met een plat dak.

Afbeelding 15. Impressie inrichting begane grond vloer

Alle drie de woningen zullen op de begane grond worden voorzien van een hal, meterkast, toilet, woonkamer, keuken, garage / berging, installatieruimte / cv-ruimte, gang, badkamer, slaapkamer en een terras. De vrijstaande woning zal daarnaast nog beschikken over een waskamer, tuinkamer en kantoor op de begane grond vloer. Elke woning zal daarnaast nog beschikken over twee extra slaapkamers, een gang en badkamer op de verdiepingsvloer. De halfvrijstaande woningen zullen tevens beschikken over een apart toilet op de verdiepingsvloer.

Afbeelding 16. Impressie inrichting verdiepingsvloer

In de omgeving van het plangebied overheerst de woonfunctie en de woningen bestaan voornamelijk uit geschakelde, halfvrijstaande en vrijstaande woningen. Het realiseren van twee halfvrijstaande woningen en één vrijstaande woning past dan ook goed in de omgeving. Daarnaast wordt een bestaande woningbouwlocatie herontwikkeld. Ten aanzien van het stedenbouwkundige en ruimtelijke aspect kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van verslechtering van het stedenbouwkundige karakter. Vanuit stedenbouwkundig en ruimtelijk oogpunt is het bouwplan passend. Vastgesteld

12

Met onderhavig initiatief worden in totaal drie levensloopbestendige woningen gerealiseerd. Voor dit type woningen is het noodzakelijk om maatwerk te leveren. Door middel van maatwerk is ervoor gezorgd dat maximaal drie woningen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5 meter en 9 meter mogen worden gerealiseerd. In de regels is de 10%-regeling dan ook niet opgenomen om te waarborgen dat de maximale goot- en bouwhoogte niet kan worden verhoogd bij de aanvraag van de omgevingsvergunning.

3.3

Landschappelijk inpassingsplan

Voor het initiatief is een landschappelijk inpassingsplan1 opgesteld (zie bijlage 1), waarmee is gegarandeerd dat de woningen op een passende wijze onderdeel uitmaken van het omringende landschap. In de bestaande situatie is reeds beplanting aanwezig binnen het plangebied. De aanwezige beplanting in het plangebied omvat de navolgende elementen: a. een haag van prunus laurocerasus; b. twee notenbomen; c. een peer en een pruim aan de zuidkant; d. ligusterhagen aan de straatkant. In de context bevinden zich de navolgende elementen; een geschoren haag, een paardenkastanje en een beuk op het ten noorden gelegen buurerf sierperen en blokhagen langs de weg; een haag bestaande uit beuk en klimop op het ten zuiden gelegen buurerf. De beplanting in het plangebied sluit met uitzondering van de haag van prunus laurocerasus, qua soort en beeld goed aan bij de kenmerken van de landschappelijke context. Daarnaast verkeert de beplanting redelijke conditie. In het kader van het initiatief zullen de aanwezige beplantingselementen worden gerooid. De prunushaag is niet van waarde of betekenis. De fruitbomen en ligusterhagen zijn niet van bijzondere betekenis en waarde.

De notenbomen zijn de moeite van het behouden waard maar staan de benutting van de verlengde berging, als drager voor zonnepanelen, in de weg; de bomen zullen worden gerooid en door een passende aanplant elders worden gecompenseerd. Het beplantingsplan omvat de realisatie van navolgende elementen; Aanplant van een beukenhaag en een ligusterhaag. De hagen zijn te realiseren middels de aanplant van 4 stuks bosplantsoen in een minimale omvang van 80/100 cm, per strekkende meter. De hagen zijn in stand te houden op een hoogte van 60-70 cm aan de straatkant en 80-100 cm aan de veldkant. Tussen de woningen is een hoogte van 180-200 cm toegestaan. Aanplant van een hoogstamkersen. De hoogstamfruitbomen zijn aan te planten in de omvang 10/12 en conform goed gebruik jaarlijks te snoeien. Aanplant van een notenboom en lindes en een haagbeuk. De bomen zijn aan te planten in de omvang 16/18 cm. De bomen mogen worden opgekroond tot een hoogte van 350-400 cm.

1

Guido Palmen, landschappelijke inpassing Schoorstraat 8-10 Helvoirt projectkenmerk: PNR 5268CE36-200822

Vastgesteld

13

Afbeelding 17.Impressie landschappelijk inpassingsplan

Vastgesteld

14

4.

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daaropvolgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Vught.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

Vastgesteld

15

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. Op basis van de vier verschillende prioriteiten zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd.

Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het slopen van de twee bestaande woningen en het realiseren van drie nieuwe woningen worden geen van de genoemde belangen geschaad. Op en om de locatie is geen sprake van een gebiedsreservering. Het initiatief is daarom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro.

Vastgesteld

16

4.1.3 Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Allereerst dient er sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling'. Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 december 2013, zaak nr.

201302867/1/R4), is het begrip woningbouwlocatie in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro niet nader gedefinieerd in het Bro. Voorts ontbreekt in de nota van toelichting bij deze bepaling (Stb. 2012, 388) een toelichting op de definitiebepaling van het begrip stedelijke ontwikkeling. De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen in de bebouwde kom, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Onderhavig initiatief behelst het slopen van twee bestaande woningen en het daarvoor in de plaats realiseren van drie nieuwe woningen (waarmee dus feitelijk één woning wordt toegevoegd, aangezien de andere twee woningen immers reeds zijn toegestaan). Geconcludeerd kan worden dat de toevoeging van één woning, in de bebouwde kom van Helvoirt, evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Er hoeft in dit geval dan ook niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 14 december 2018 de Omgevingsvisie “De kwaliteit van Brabant” (met bijbehorend plan-MER) vastgesteld. Dit vooruitlopend en anticiperend op de inwerkingtreding van de nationale Omgevingswet in 2023. Met deze Omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De Omgevingsvisie is verplicht, maar uitsluitend zelfbindend voor de provincie. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma’s en een provinciale omgevingsverordening.

Vastgesteld

17

Om Brabant in de toekomst welvarend, verbonden en klimaatproof te laten zijn, onderscheid de provincie vier hoofdopgaven die nauw met elkaar samenhangen en die op elkaar inwerken als de tandwielen in een machine: ▪ Werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ Werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ Werken aan de slimme netwerkstad; ▪ Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De uitbreidingsopgave wordt steeds vaker binnen het bebouwd gebied gezocht (inbreiding in plaats van uitbreiding). Daarnaast is herbestemmen het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied.

Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw. De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave (circa 120.000 woningen), daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. Dat betekent dat de provincie Brabant de komende 10 jaar dé kans heeft om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. De provincie brengt met haar partners de transformatiepotenties in beeld en onderzoekt gezamenlijk hoe deze opgaven kunnen worden aangepakt. We dragen bij aan de realisering van grote, complexe transformatieopgaven. Conclusie Onderhavig initiatief heeft betrekking op de sloop van twee woningen en de realisatie van drie nieuwe woningen. De bestaande woningen sluiten niet meer aan bij de behoefte van de initiatiefnemer. De locatie is te ruim geworden en de woningen zijn niet levensloopbestendig. Initiatiefnemer is dan ook voornemens om de bestaande woningen te slopen en de locatie te herontwikkelen voor de realisatie van drie woningen waarvan één levensloopbestendige woning. Het oprichten van de nieuwe woningen past binnen de visie van Noord-Brabant omdat het, al is het maar op kleine schaal, bijdraagt aan de forse provinciale woningbouwopgave voor de komende jaren.

4.2.2 Interim omgevingsverordening De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is op 25 oktober 2019 vastgesteld. De overheid is bezig met het ontwikkelen van een nieuwe Omgevingswet die in 2024 in gaat. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening, waaronder de huidige Verordening ruimte. De Interim omgevingsverordening (Iov) is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van de Iov zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen).

Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. Ook zijn hier regels voor ontwikkelingen gekoppeld aan werkgebieden (structuren) en aanduidingen. Vastgesteld

18

Afbeelding 18. Uitsnede basiskaart landelijk gebied van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, plangebied rood omcirkeld

Het plangebied ligt binnen het 'Stedelijk gebied' en is aangeduid als 'Landelijke kern'. Er is een basisregeling geformuleerd voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in ‘Stedelijk gebied’ worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieveof kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in ‘Verstedelijking afweegbaar’. In artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d.

houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Deze afspraken gaan over onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionaal omgevingsoverleg. Van belang zijn de prognoses en analyses die periodiek door Gedeputeerde Staten worden opgesteld.

Vastgesteld

19

Doorwerking plangebied Met onderhavig initiatief worden de locaties Schoorstraat 8-10 in Helvoirt herontwikkeld. De ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik doordat de woningen worden gerealiseerd op een locatie die reeds is bebouwd. In het kader van het initiatief worden de bestaande woningen gesloopt en daarvoor in de plaats worden drie nieuwe woningen gerealiseerd. De nieuwe woningen sluiten aan bij de BENG-eisen (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) en zijn daarmee duurzaam. En daarnaast is met het oprichten van de woning op deze locatie sprake van inbreiding. Er wordt namelijk een nieuwe woning gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied. Het plan bevordert een gezonde leefomgeving door de woningen te realiseren binnen de kern van Helvoirt. Deze kern kenmerkt zich door de overheersende woonomgeving. Met het oprichten van de nieuwe woningen wordt aangesloten bij deze overheersende woonomgeving. Met het oprichten van de nieuwe woningen wordt een bijdrage geleverd aan zorgvuldig ruimtegebruik en aan een duurzame stedelijke ontwikkeling. Het initiatief sluit daarmee aan bij de regels uit artikel 3.42.

Afbeelding 19. Uitsnede basiskaart natuur en stiltegebieden van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, plangebied rood omcirkeld

Een klein deel van het plangebied is daarnaast aangeduid als ‘Natuur Netwerk Brabant’ en aangeduid als ‘Attentiezone waterhuishouding’. In artikel 3.15 zijn zodoende regels opgenomen ter bescherming van het Natuur Netwerk Brabant. Daarnaast zijn in artikel 3.18 regels opgenomen ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen in het Natuur Netwerk Brabant. In artikel 3.26 zijn tevens aanvullende regels opgenomen ten aanzien van de attentiezone waterhuishouding. In artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: a. strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken; b. bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe. Lid 2: Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan.

Lid 3: Als de inrichting en beheer van het Natuur Netwerk Brabant binnen een gebied is verzekerd, stelt de gemeente binnen negen maanden een bestemmingsplan vast overeenkomstig het eerste lid. Vastgesteld

20

In artikel 3.18 Nieuwe ontwikkeling in het Natuur Netwerk Brabant is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan kan bepalen dat het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurfunctie of het recreatieve medegebruik daarvan zijn toegestaan, als dit geen aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant. Lid 2: Een bestemmingsplan kan bepalen dat ontwikkelingen binnen een omheind militair terrein zijn toegestaan als negatieve effecten op de ecologische waarden en kenmerken zo veel als mogelijk worden beperkt en er bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan Artikel 3.22 Compensatie. Lid 3: Een bestemmingsplan kan bepalen dat nieuwvestiging is toegestaan als: a. het een deel van het Natuur Netwerk Brabant betreft dat door Stedelijk gebied loopt; b. de nieuwvestiging geen aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant. In artikel 3.26 Attentiezone waterhuishouding is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant.

Lid 2: Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. Lid 3: Het tweede lid is niet van toepassing op werkzaamheden die behoren tot het normale beheer en onderhoud. Doorwerking plangebied Een klein deel van het plangebied is aangewezen als ‘Natuur Netwerk Brabant’ (NNB) en aangeduid als ‘Attentiezone waterhuishouding’. Op dit deel vinden echter geen ontwikkelingen plaats. Dit deel van het plangebied is momenteel bestemd als ‘Wonen’ en in gebruik als tuin behorende bij de woningen Schoorstraat 8 en 10 in Helvoirt. In de beoogde situatie blijft dit deel van het plangebied in gebruik als tuin echter nu bij één van de woningen. Om te voorkomen dat binnen dit deel van het plangebied bebouwing kan worden gerealiseerd is de woonbestemming gewijzigd in een agrarisch bestemming.

Door te voorkomen dat dit deel van het plangebied wordt bebouwd vindt geen aantasting plaats van het NNB en van de Attentiezone waterhuishouding. Conclusie Het realiseren van de nieuwe woningen voldoet aan het beleidskader, zoals gesteld in de Interim omgevingsverordening. 4.2.3 De bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2020 Voor een actueel beeld van de toekomstige bevolkingsontwikkelingen, veranderingen in de leeftijds- en huishoudenssamenstelling en de hiermee samenhangende woningbehoefte in Noord-Brabant, actualiseert de provincie Noord-Brabant regelmatig de bevolkings- en woningbehoefteprognose. Met de prognose-actualisering van 2020 wordt de vorige bevolkings- en woningbehoefteprognose uit 2017 vervangen. De Brabantse bevolking groeit tot 2050 nog met bijna 280.000 mensen, tot ruim 2,84 miljoen inwoners. Tegen het midden van de jaren ’30 krijgen de landelijke gebieden te maken met een geringe bevolkingskrimp. In het stedelijk gebied blijft de bevolking doorgroeien, al neemt de groei ook hier af.

Vastgesteld

21

Tot 2035 zal de woningvoorraad nog met bijna 160.000 woningen moeten toenemen, waarvan 120.000 in de eerstkomende 10 jaar. Dit betekent dat er tot 2030 jaarlijks zo’n 12.000 woningen (netto) aan de voorraad zullen moeten worden toegevoegd. Dit om de verwachte groei van het aantal huishoudens op te kunnen vangen en bestaande woningtekorten terug te dringen. De provincie heeft een indicatie per gemeente gemaakt van de verwachte toename van de woningvoorraad. Uit tabel 1 kan worden afgelezen dat in de gemeente Vught tot aan 2030 nog 895 woningen benodigd zijn. Voor de periode 20302040 geldt een aanvullende behoefte van 100 woningen. Tabel 1. Indicatie woningvoorraad

Gemeente

Feitelijke woningvoorraad (2020)

Vught

11.520

Prognose van de woningvoorraad 2025 2030 2035 11.945 12.415 12.654

2040 12.515

Indicatie toename woningvoorraad (20202030) 895

De eerstkomende jaren kennen veel gemeenten nog altijd een toename van hun bevolking, al neemt deze groei wel af in de tijd. De afnemende groei en vervolgens krimp van de bevolking heeft voor vrijwel alle beleidsterreinen grote gevolgen. De provincie heeft dan ook een indicatie per gemeente gemaakt met de verachte toe- en/of afname van de bevolkingsgroepen. In tabel 2 is de toe- en/of afname van de bevolkingsgroepen binnen de gemeente Vught te zien. Gesteld kan worden dat de gemeente Vught de komende jaren te maken krijgt met een verandering in de leeftijdssamenstelling van de bevolking. Verwacht wordt dat het aantal jongeren en jongvolwassenen lichtelijk afneemt en het aantal 65+’ers zal toenemen. Geconcludeerd kan worden dat de gemeente Vught te maken krijgt met vergrijzing de komende jaren. Tabel 2. Indicatie toe/afname bevolkingsgroep

Leeftijd (%) 0-14 jaar 15-29 jaar 30-54 jaar 55-64 jaar 65-74 jaar 75+

2020 17,5 14,5 32,4 14,5 11,8 9,3

2025 17,5 14,2 30,5 14,4 11,9 11,5

2030 17,1 14,3 29,3 13,1 12,6 13,6

2035 17,1 13,6 29,2 11,6 12,8 15,7

2040 17,3 13,2 29,1 10,8 12,0 17,6

Indicatie toe/afname bevolkingsgroep (2020-2030) -0,4 -0,2 -3,1 -1,4 +0,8 +4,3

Conclusie Binnen de gemeente Vught, is de komende jaren behoefte aan 895 extra woningen. De gemeente Vught zal daarnaast de komende jaren te maken krijgen met een vergrijzing waardoor extra behoefte is aan levensloopbestendige woningen. Onderhavig initiatief voorziet in de sloop van twee woningen en het realiseren van drie nieuwe woningen. De woningen betreffen levensloopbestendige woningen en voorzien enerzijds in de woning behoefte van de initiatiefnemer en anderzijds wordt een bijdrage geleverd aan de vraag naar levensloopbestendige woningen binnen Helvoirt. De nieuwe woningen passen in de woningbehoefte. De actuele gegevens uit de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose vormen belangrijke onderwerpen voor de Brabantse Agenda Wonen, zie hierna.

Vastgesteld

22

4.2.4 Brabantse Agenda Wonen De Brabantse Agenda Wonen is in september 2017 vastgesteld. Met deze agenda geven Gedeputeerde Staten aan welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe de provincie zich hiervoor gaat inzetten. De belangrijkste punten van de Brabantse Agenda Wonen zijn versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen. De Brabantse woningmarkt kent grote uitdagingen. Zo moet de woningvoorraad de eerstkomende 10 tot 15 jaar met zo’n 120.000 woningen toenemen. De afgelopen jaren zijn te weinig woningen gebouwd. Bovendien verandert de vraag naar woonruimte sterk. Uit de provinciale prognose blijkt dat de groei van het totaal aantal huishoudens in Brabant voor het overgrote deel wordt bepaald door een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens. Er is dan ook een grote behoefte aan kleinere, betaalbare woonruimten. Ook het bouwen van voldoende woningen voor het middensegment op de woningmarkt blijft punt van aandacht.

In de Brabantse Agenda Wonen zijn zes principes opgesteld waar de provincie zich de komende jaren op gaat richten: ▪ Het woningbouwprogramma zet optimaal in op (toekomstige) binnenstedelijke locaties – inbreiden, herstructureren, transformeren – en op het herbestemmen van leegstaand en leeg komend kantoor-, winkel- en ander vastgoed, met als uitgangspunt dat zorgvuldig ruimtegebruik voor zuinig ruimtegebruik gaat. ▪ De provincie Brabant geeft ruim baan voor ‘goede woningbouwplannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen: woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen. ▪ De provincie Brabant legt meer nadruk op de bestaande woningvoorraad, met specifieke aandacht voor herstructurerings- en transformatieopgaven, verduurzaming van de voorraad en het geschikt maken van woningen en de woonomgeving voor mensen met een zorgvraag. ▪ De provincie Brabant ontwikkelt vraaggerichte woningbouwplannen, die aansluiten op de vraag van huishoudens en met oog voor nieuwe, flexibele en tijdelijke woonvormen en strategische toevoegingen aan de bestaande woningvoorraad.

▪ Om tijdig en adequaat in te kunnen spelen op de dynamiek op de woningmarkt, veranderende woonwensen en onvoorziene ruimtelijke ontwikkelingen zorgen we voor realisme en flexibiliteit in de regionale en gemeentelijke woningbouwplanning en -programmering. ▪ De provincie Brabant versterkt de samenwerking op de regionale woningmarkt, met de gemeenten als eerste aan zet. De provincie vernieuwd de regionale woningbouwafspraken, met een groter accent op de kwalitatieve samenstelling van het planaanbod en de inzet van het woningbouwprogramma voor bredere, vaak ruimtelijkkwalitatieve doelen en met specifiek aandacht voor de regionale afweging van de meer grootschalige gebiedsontwikkelingen en uitbreidingslocaties. Inbreiding krijgt prioriteit Woningbouw is het enige type vastgoed waar de komende jaren nog een behoorlijke vraag naar is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld winkels, kantoren en maatschappelijk vastgoed. Woningbouw kan daarom ook vrijwel als enige een substantiële bijdrage leveren aan maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken als verduurzaming en het terugdringen van leegstand. Na 2030 neemt de groei van de woningbehoefte sterk af, en verdwijnt ook de kans om werk te maken van inbreidingslocaties. Dus de urgentie om in de komende paar jaar de vraag naar woningen slim te benutten is heel groot.

In de regionale woningbouwafspraken wil de provincie daarom prioriteit geven aan plannen voor herbestemming van leegstaande gebouwen of plannen voor inbreidingslocaties. Een principe dat ook iets kan betekenen voor bestaande woningbouwplannen, die dan niet, pas later of na aanpassing kunnen worden gerealiseerd. De provincie geeft gemeente dus ruim baan bij (onder andere) inbreidingen.

Vastgesteld

23

Conclusie Het initiatief betreft het slopen van twee bestaande woningen en het herontwikkelen van deze locatie voor de realisatie van drie nieuwe woningen. De woningen worden levensloopbestendige uitgevoerd. Met het initiatief is sprake van het herontwikkelen van een bestaande locatie. Met het planvoornemen is daarnaast sprake van bouwen naar reële (eigen) behoefte. De levensloopbestendige woningen voorzien enerzijds in de eigen woonbehoefte van de initiatiefnemer, die graag kleiner wil gaan wonen in een levensloopbestendige woning en anderzijds wordt een bijdrage geleverd aan de vraag naar levensloopbestendige woningen en woningen voor onder andere senioren. Het initiatief is derhalve niet strijdig met de Brabantse Agenda Wonen.

4.3

Gemeentelijk beleid

Sinds 1 januari 2021 is de gemeente Haaren opgeheven en gesplitst waarbij het grondgebied van de gemeente is verdeeld over de omliggende gemeente. Het dorp Haaren is bij Oisterwijk betrokken, Helvoirt bij Vught, Esch bij Boxtel en Biezenmortel bij Tilburg. Het plangebied is gelegen in Helvoirt en behoort zodoende bij de gemeente Vught. In het beleid van de gemeente Vught is de kern Helvoirt nog niet overal meegenomen. De toetsing aan het gemeentelijke beleid heeft zodoende plaatsgevonden aan het beleid van de voormalige gemeente Haaren als aan het beleid van de gemeente Vught. 4.3.1 Structuurvisie Haaren De gemeenteraad van de gemeente Haaren heeft op 22 januari 2015 de Structuurvisie Haaren vastgesteld. De structuurvisie beschrijft de mogelijkheden voor woningbouw, bedrijven, recreatie en toerisme. Ook gaat de visie in op de toekomstperspectieven voor agrarische ontwikkeling, milieu, water, cultuurhistorie en verkeer. De structuurvisie is gericht op de langere termijn: 2025-2030 en bestaat uit 3 delen: a. De visie (weergave van strategieën, keuzes en afwegingskader); b. Het uitvoeringskader (Haarens Kwaliteitsmenu en structuurvisiekaart); c. De atlas (achtergrond). In navolgende sub paragrafen wordt ingegaan op deel A en deel B van de structuurvisie. In deze delen worden namelijk kaders gesteld waarmee rekening gehouden dient te worden met de beoogde ontwikkeling.

Deel A Om concrete plannen goed te kunnen toetsen en af te kunnen wegen is het belangrijk om duidelijke kaders te scheppen en aan te geven wat de gemeente wil bereiken. Het gaat hierbij om het weergeven van strategieën en keuzes. Dit afwegingskader is weergegeven in deel A. In deel A wordt tevens beschreven op basis van welke trends en ontwikkelingen dit afwegingskader tot stand is gekomen De gemeente voert regie op diverse ruimtelijk-functionele thema’s die de inrichting van de ruimte bepalen. Dit zijn de thema’s: ▪ wonen en woonomgeving; ▪ werken en economie; ▪ welzijn en voorzieningen; ▪ omgevingskwaliteit; ▪ mobiliteit. Wonen en woonomgeving Krimp, vergrijzing en de economische recessie kunnen consequenties hebben voor het type woningen dat gebouwd moet worden en hoe de gemeente met de bestaande woningvoorraad omgaat. Voor de gemeente is daarom flexibiliteit in meerdere opzichten van belang, zodat aanpassing aan de veranderende eisen mogelijk is en ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Vastgesteld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=5d26aed2-0aa6-4eca-9dcf-df4bd135198d