CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Toelichting bestemmingsplan Bestevaer

Raadsvergadering 17 maart 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Bestevaer, ontwikkeling kinderdagverblijf 't Kasteeltje15.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De werkelijke afstand tussen de bestemming 'Gemengd - 1' en de kinderdagopvang is groter dan 10 meter. Aan de richtafstand wordt voldaan. Direct ten zuiden van het plangebied bevindt zich een 'Sport' bestemming (Feel Fit Center Vught). Dit betreft een zwembad en fitnesscentrum. Op basis van bovengenoemde VNG-brochure geldt voor 'fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden' een grootste richtafstand van 30 meter voor een rustige woonwijk. Voor een gemengd gebied geldt zodoende een grootste richtafstand van 10 meter. De afstand tussen de grens van de bestemming 'Sport' (Feel Fit Center) en de gevel van de kinderdagopvang is circa 25 meter. Aan de indicatieve richtafstand wordt zodoende voldaan. Het beoogde kinderdagverblijf kan zelf ook hinder veroorzaken naar de omgeving. Voor een 'kinderdagverblijf' geldt op basis van de VNG-brochure een grootste richtafstand van 30 meter tot een rustige woonwijk. Het gebied ten noorden en westen van het plangebied kan worden getypeerd als 'rustige woonwijk'. De werkelijke afstand vanaf de grens van de bestemming Maatschappelijk (kinderdagverblijf) tot de bestemming 'Wonen' in het noorden en westen is groter dan 30 meter. Aan de indicatieve richtafstand voor een kinderdagverblijf tot een rustige woonwijk wordt voldaan.

4.6.3

Conclusie Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering komen geen belemmeringen voort voor de ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt.

blad 33 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

4.7

Water

4.7.1

Algemeen Waterschap de Dommel Het bestemmingsplan biedt ruimte aan nieuwbouw. Op deze nieuwbouwplannen zijn in relatie tot duurzaam omgaan met water de volgende beleidsuitgangspunten van het waterschap De Dommel van toepassing: gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater: het streven is het schone regenwater af te koppelen. Hierbij wordt het vuile water via de riolering afgevoerd en blijft het schone regenwater in het ideale geval binnen het plangebied; bij nieuwe ontwikkelingen is het gewenst onderstaande voorkeursvolgorde toe te passen, waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1. hergebruik; 2. vasthouden / infiltreren; 3. bergen en afvoeren; 4. afvoeren naar oppervlaktewater (direct of in-direct); 5. afvoeren naar de riolering; hydrologisch neutraal bouwen: bij nieuwe ontwikkelingen dient de hydrologische situatie minimaal gelijk te blijven aan de uitgangssituatie. De gemiddeld hoogste grondwaterstang (ghg) mag niet verlaagd worden en het waterpeil sluit aan bij optimale grondwaterstanden; water als kans: de belevingswaarde van water kan voor meerwaarde zorgen; meervoudig ruimtegebruik: omdat (bouw)grond duur is, wordt aangeraden naar de mogelijkheden van meervoudig grondgebruik te kijken.

Op deze manier kan het 'verlies' van (bouw)grond door de ruimtevraag van water beperkt worden; voorkomen van vervuiling: nieuwe bronnen van verontreiniging dienen zoveel mogelijk voorkomen te worden; wateroverlastvrij bestemmen: bij dit uitgangspunt wordt al voldaan aan extreme situaties (NBW-norm1 ). De voorkeur gaat uit naar het ontwikkelen op locaties die als gevolg van hun ligging 'hoog en droog genoeg' zijn en daarmee voldoen aan de NBW-norm voor de toekom-stige functie, zodat 'wateroverlastvrij bestemd' wordt. Indien dit niet mogelijk of wenselijk is zal gezocht moeten worden naar compenserende of mitigerende maatregelen die het gewenste beschermingsniveau tegen wateroverlast helpen realiseren. Gemeentelijk Rioleringsplan 2018 - 2023 Het gemeentelijk water en rioleringsbeleid is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018 - 2023. Dit heeft de gemeenteraad op 5 oktober 2017 vastgesteld. Daarnaast beschikt de gemeente ook over een aantal verordeningen: de verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing, de aansluitverordening en de hemelwaterverordening. Hierin zijn de nieuwe regels vastgelegd. Voor het opstellen van de waterparagraaf heeft de gemeente Vught de Leidraad 'Opstellen watertoets Vught' ontwikkeld. De basis voor de leidraad is het gemeentelijk rioleringsplan.

Onderstaand worden de belangrijkste randvoorwaarden weergegeven: Gescheiden riolering In totaal ligt in de gemeente ruim 200 kilometer vrijvervalriolering (vuil- en

blad 34 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

hemelwaterriolen). Nagenoeg overal ligt naast het vuilwaterriool ook een hemelwaterriool, behoudens een incidentele straat en delen van de 'Villawijk' waar alleen een vuilwaterriool ligt. De afvalwaterstromen worden gescheiden aangeboden aan de perceelsgrens. Het is nergens in Vught toegestaan hemelwater en afvalwater gemengd af te voeren. Dit geldt voor zowel het stedelijk gebied als het buitengebied. Hemelwater In de omgang met hemelwater hanteert de gemeente Vught de uitgangspunten: vasthouden – bergen – afvoeren - Infiltreren. Zorgplichten hemelwater Gemeente De wetgever geeft gemeenten een zorgplicht voor doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater. Het gaat hierbij om hemelwater dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. Gemeente Vught draagt zorg voor inzamelen en verwerken van hemelwater, in het geval dat: er sprake is van bestaande bebouwing die al is aangesloten op de hemelwaterriolering; er bij nieuwbouw een openbaar hemelwaterriool aanwezig is of wordt aangelegd waarop het perceel kan aansluiten en; het perceel geen goede infiltratiemogelijkheden heeft en het perceel niet direct aan oppervlaktewater grenst. Perceeleigenaar De perceeleigenaar is primair zelf verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater op zijn/haar terrein.

De waterschappen maken in de Keur bij het stellen van eisen onderscheid tussen situaties waarbij de verharding al dan niet meer dan 500 m2 toeneemt. Daar waar mogelijk en doelmatig moet minimaal 15 mm waterberging worden gemaakt ten opzichte van het totale verharde oppervlak. Dit onderscheid maakt de gemeente Vught niet. De zorg voor het verwerken van schoon hemelwater rust op de perceeleigenaar: als het een perceel in het buitengebied betreft, of; als op het perceel terreinverharding wordt aangebracht of aangepast en het mogelijk is het regenwater van de verharding en dakoppervlak, te infiltreren via de verharding of; via aan te brengen of aan te passen groenzones rond de verharding, of; als er geen openbaar hemelwaterriool aanwezig is, én het perceel direct aan oppervlaktewater grenst, óf het perceel goede infiltratiemogelijkheden heeft én het perceel groter is dan 400 m2 . In dergelijke gevallen kan de perceeleigenaar het hemelwater zelf verwerken.

4.7.2

Huidige situatie Maaiveldhoogte Het plangebied ligt op een hoogte van ca. 5,5 meter + NAP. Er is nagenoeg geen sprake van een maaiveldverloop (zie figuur 11).

blad 35 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

Figuur 11: hoogte binnen het plangebied (AHN-viewer, 2021) Grondwater en bodemopbouw Door Antea Group is in april 2021 een verkennend bodemonderzoek verricht ter plaatse van het plangebied. De grondwaterstand bevindt zich op een diepte van circa 0,95 meter onder maaiveld. De bodem bestaat vanaf maaiveld tot minimaal 2,5 m - maaiveld uit matig fijn zand. Zie voor de details ook het bodemonderzoek dat als bijlage bij deze toelichting is opgenomen. Watersysteem Op basis van de legger oppervlaktewateren van waterschap de Dommel is te zien dat aan de rand van het plangebied aan de oostkant een B-watergang aanwezig. is Deze watergang blijft in de beoogde situatie behouden. De bestaande overbrugging over deze B-watergang wordt verbreed zodat het verkeer van en naar de parkeerplaats van de kinderdagopvang kan rijden. Daarnaast zal een extra overbrugging gerealiseerd worden. Onderhavig initiatief heeft geen invloed op deze watergang.

blad 36 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

Figuur 12: ligging B-watergang (roze lijn) aan de rand van het plangebied Beschermingsgebieden Het plangebied ligt niet in een beschermingsgebied waterhuishouding of in een grondwaterbeschermingsgebied. Vuil- en hemelwaterafvoer In de huidige situatie is er vuilwaterriool aanwezig ter hoogte van het plangebied. Het kinderdagverblijf zal hierop aangesloten worden.

4.7.3

Toekomstige situatie Toename verhard oppervlak Voor de toename van de hoeveelheid verharding is, conform de keur van het waterschap en gemeentelijk beleid, compensatie nodig om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. Deze compensatie moet zoveel als mogelijk binnen het plangebied worden uitgevoerd. Voor het compenseren zijn verschillende opties mogelijk. Als gevolg van de ontwikkeling neemt het verhard oppervlak binnen het plangebied toe. In de huidige situatie is het plangebied nagenoeg onverhard. In de toekomstige situatie wordt het tijdelijke parkeerterrein geheel verhard. Ook het kinderdagverblijf wordt nagenoeg geheel verhard (gebouw, parkeerplaatsen, speelpleintje). In deze paragraaf is uitgegaan dan 100% van het maatschappelijk vlak, waar de kinderdagopvang onder valt, verhard wordt. Ook het tijdelijke parkeerterrein zal volledig verhard worden. De watercompensatie van het tijdelijke parkeerterrein is echter al meeberekend in het genomen Tracé Besluit. In het waterhuishoudkundig plan dat onderdeel is van het Tracé Besluit is hierover het volgende

blad 37 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

opgenomen: De totale bergingscapaciteit die in de tijdelijke situatie op basis van de kenmerken van de locaties kan worden gerealiseerd is ruim voldoende om te voldoen aan de opgave. Het verlies van bergingscapaciteit in de tijdelijke situatie en de nieuwe verharding van de verdiepte ligging wordt daarmee volledig gecompenseerd. Compensatie voor dit deel van het bestemmingsplan is om deze reden niet aan de orde. Voor het kinderdagverblijf moet wel waterberging gerealiseerd worden. het gaat om totaal 2.150 m2 aan verharding. De waterschappen maken in de Keur bij het stellen van eisen onderscheid tussen situaties waarbij de verharding met meer dan 500 m² toeneemt. De toename van het verhard oppervlak neemt toe met circa 2.150 m², waardoor de regels voor de toename van verhard oppervlak van Waterschap De Dommel van toepassing zijn op voorliggende ontwikkeling. Er wordt daardoor gerekend met de rekenregel van waterschap De Dommel (60 mm van het totaal verhard oppervlak). De benodigde waterberging bedraagt daarmee: 126 m³ (2.150 m² * 0,06) De benodigde waterberging kan plaatsvinden door middel van infiltratiekratten. Gelet op de GHG van 0,95 m onder maaiveld betekent dit ongeveer 200 m2 aan infiltratiekratten. Deze infiltratiekratten kunnen aangebracht worden onder het straatwerk. In de regels van het bestemmingsplan is de benodigde watercompensatie juridisch geborgd.

Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit wordt geadviseerd om geen gebruik te maken van uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink. Hierdoor wordt de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water (bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.

4.7.4

Conclusie Met inachtneming van de waterparagraaf veroorzaakt de voorgenomen realisatie van de kinderdagverblijf en het tijdelijke parkeerterrein geen negatieve effecten op de waterhuishouding.

4.8

Flora en fauna

4.8.1

Algemeen Ruimtelijke plannen, zoals onderhavig bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties.

4.8.2

Onderzoek In februari 2021 is door Faunaconsult een quickscan uitgevoerd (bijlage 4).

blad 38 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

Natuurnetwerk Brabant Op circa 780 meter ten westen van het plangebied ligt het dichtstbijzinde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), het Brabantse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit bestaat uit het beheertype 'Droog bos met productie'. Gezien de afstand tussen het NNB en het plangebied en de beperkte omvang van de voorgenomen ingreep, hebben de aanleg van het parkeerterrein en het gebruik ervan waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNB. Omdat er geen negatieve effecten op het NNB zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid. Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.

Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Algemene vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Vleermuizen Het plangebied heeft geen belangrijke functie als foerageergebied of vaste vliegroute voor vleermuizen. Om het gebied in de toekomst geschikter te maken, is het aan te raden om bij de aanplant van groen van inheemse bomen en struiken uit te gaan. Inlandse loofboomsoorten als wilg, zomereik, ruwe berk, meidoorn en/of populier trekken honderden soorten insecten en mijten aan (Moraal, 2011). Met name wilgen en eiken trekken veel (>400 soorten insecten en mijten) aan. Deze dienen weer als voedselbron voor vleermuizen (en vogels).

Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebied 'Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek' is het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, op 2,2 kilometer afstand van het plangebied. Natura 2000-gebieden 'Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen' en 'Kampina & Oisterwijkse Vennen' bevinden zich op respectievelijk 5,0 en 7,0 kilometer afstand van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 km afstand van het plangebied. Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal. Gezien de afstand tussen het plangebied en het meest dichtbij gelegen Natura-2000 gebied (2,2 km), en het feit dat de snelweg A65 en (een gedeelte van) de blad 39 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

bebouwde kom van Vught hiertussen liggen, worden voor geluid en beweging geen effecten verwacht op bovengenoemd Natura 2000-gebied, alsook andere Natura 2000-gebieden. Het hierboven genoemde Natura 2000-gebied bevat tenminste één stikstofgevoelig habitattype, waarbij sprake is van een overbelasting door stikstof. Om te achterhalen of de voorgenomen ontwikkeling een significant negatief effect kan hebben op het Natura-2000 gebied, is door Antea Group in maart 2021 een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd (bijlage 5). Hieronder worden de resultaten en conclusies weergegeven. Ten behoeve van de herontwikkeling naar kinderdagopvang is sprake van emissies als gevolg van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. In het stikstofdepositieonderzoek zijn echter, gezien de aanstaande vrijstelling voor de realisatiefase van bouwplannen (die van kracht zal zijn voordat het plan wordt vastgesteld), alleen emissies als gevolg van de gebruiksfase in de berekening opgenomen. Uit de berekening van de gebruiksfase, uitgevoerd met AERIUS Calculator, blijkt dat het gebruik van het kinderdagverblijf niet leidt tot een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Significante (negatieve) effecten op Natura 2000-gebieden kunnen dan ook worden uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat nadere besluitvorming niet in de weg.

4.8.3

Conclusie Door te voldoen aan bovengenoemde aanbevelingen (algemene zorgplicht, maatregel om buiten het broedseizoen van de meeste vogels te werken en eventueel advies op te volgen van aanplant van groen van inheemse bomen en struiken) vinden vanuit de soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming geen belemmeringen plaats. Ook gelden er vanuit de gebiedsbescherming geen belemmeringen voor het initiatief.

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

4.9.1

Algemeen Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Per 1 juli 2016 zijn de bepalingen van de Wamz 2007 gedeeltelijk overgegaan in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Verder stelt de Wamz 2007 dat gemeenten archeologieparagrafen moeten opnemen in bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen op te nemen op de verbeelding en ze te beschermen middels regels. De gemeente Vught heeft een archeologische beleidskaart gemaakt. Het plangebied is gelegen in een 'gebied met een hoge archeolische verwachting (zie figuur 13)'. Voor dergelijke gebieden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 250 m3 en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld.

blad 40 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

Figuur 13: uitsnede uit de archeologische beleidskaart (Bron: Atlas Omgevingsdienst Zuidoost Brabant) Tevens beschikt de gemeente Vught over een cultuurhistorische waardenkaart (zie figuur 14). Aan de randen van het plangebied zijn enkele gele aanduidingen te zien. Dit zijn: 'vlakken historisch groen; redelijk hoog'. Er zijn geen monumenten of zichtlijnen binnen het plangebied of in de nabijheid daarvan aanwezig.

blad 41 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

Figuur 14: cultuurhistorische waardenkaart Vught (Bron: Atlas Omgevingsdienst Zuidoost Brabant)

4.9.2

Beoordeling plan Archeologie In het kader van het Tracébesluit voor de spooraanpassingen heeft ProRail langs het spoor en ter plaatse van de gronden van de kinderdagopvang een archeologisch proefsleuvenonderzoek laten uitvoeren. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er ter plaatse geen sporen en vondsten zijn aangetroffen, waardoor werkzaamheden, zoals de aanleg van infiltratievoorzieningen, uitgevoerd kunnen worden. Ten behoeve van de aanleg van de tijdelijke parkeerplaats wordt niet dieper gegraven dan 0,3 meter onder maaiveld. Om deze reden is een archeologisch onderzoek voor dit deel van het plangebied niet vereist. Cultuurhistorie De bomen aan de noordrand van het plangebied, zoals op de cultuurhistorische waardenkaart zijn aangeduid als 'vlakken historisch groen; redelijk hoog', blijven behouden en worden met voorliggende ontwikkeling niet aangetast.

4.9.3

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen met zich meebrengt.

blad 42 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

4.10

Kabels en leidingen

4.10.1

Toetsing Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen gelegen die een belemmering vormen voor de ontwikkeling.

4.10.2

Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.

4.11

Trillingen

4.11.1

Algemeen Voor het aspect trillingen bestaat geen wetgeving. Wel zijn er aantal richtlijnen en beleidsregels beschikbaar, waaronder de SBR-richtlijn 'Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen'. In onderdeel B van die richtlijn wordt ingegaan op hinder voor personen in gebouwen. Trillingshinder wordt beoordeeld aan de hand van het maximale trillingsniveau en het gemiddeld trillingsniveau. Voor een aantal typen trillingen en verschillende gebouwfuncties (wonen, onderwijs e.d.) staan in de richtlijn grens- en streefwaarden, Met een onderscheid tussen maximaal optredende trillingsniveaus en gemiddelde trillingsniveaus. Overschrijding van de streefwaarden leidt tot een reële kans op hinder. Door Prorail is in het kader van het Tracébesluit een trillingshinderonderzoek uitgevoerd. Op basis van deze resultaten is beoordeeld of er mogelijk sprake is van overlast door trillingen ter plaatse van het kinderdagverblijf. Volgens de SBR-richtlijn Deel B Hinder voor personen in gebouwen geldt voor trillingen in nieuwe situaties de volgende streefwaarden, voor de categorie 'onderwijs en kantoor' (waar een kinderdagverblijf onder valt): tabel 1: streefwaarden voor trillingen in nieuwe situaties

Allereerst wordt het maximale trillingniveau (Vmax) getoetst aan de waarden voor A1 (0,15). Als deze waarde niet wordt overschreden, dan wordt voldaan aan het aspect trillingen. Als niet wordt voldaan aan A1, dan wordt het maximale trillingniveau (Vmax) getoetst aan de waarden voor A2 (0,06). Indien niet wordt voldaan aan A2, dan is nader trillingonderzoek noodzakelijk. Als wel wordt voldaan aan de waarden voor A2 en niet voor A1 wordt het gemiddelde trillingniveau (Vper) getoetst aan de waarde A3 (0,07). Bij een overschrijding van A3 is nader trillingonderzoek noodzakelijk. In onderstaande tabel worden, op basis van de SBR-richtlijn deel B Hinder voor personen in gebouwen, verschillende hinderkwalificaties voor de maximale trillingswaarden gegeven (zie tabel 2). Tabel 2: Hinderkwalificaties voor de maximale trillingswaarden

blad 43 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

4.11.2

Toetsing In het kader van de spooraanpassingen die ProRail uitvoert is voor het Tracébesluit een onderzoek naar trillingshinder uitgevoerd. Hierbij zijn trillingen getoetst op onder meer woningen aan de Michiel de Ruyterweg, direct ten noorden van het plangebied. De woningen aan de Michiel de Ruyterweg geven een indicatie van het toekomstige trillingsniveau voor kinderdagverblijf 't Kasteeltje. Een deel van de woningen aan de Michiel de Ruyterweg liggen op vergelijkbare afstand van de spoorlijn. De trillingen die op dit adres gevonden worden, geven dus een indicatie van de trillingshinder ter hoogte van de kinderdagopvang 't Kasteeltje. Uit het trillingsonderzoek valt af te lezen dat de onderstaande trillingsniveaus gelden bij de Michiel de Ruyterweg 39 in de huidige, tijdelijke en toekomstige situatie. De Michiel de Ruyterweg 39 ligt in de toekomstige situatie op 73 m van het spoor. Tabel 3: Streefwaarden onderwijs en kantoor en de te verwachten trillingswaarden

Als het Vmax niveau (0,20) van de toekomstige situatie wordt vergeleken met de hierboven beschreven streefwaarden, valt op te maken dat niet voldaan aan A1 norm (0,15) wel voldaan aan A2 (0,6) wel voldaan Aan A3 (0,07) Als het Vmax niveau (0,20) van de toekomstige situatie wordt vergeleken met de hinderkwalificaties voor de maximale trillingswaarden, blijkt dat er sprake is van weinig hinder tot matige hinder.

4.11.3

Conclusie Uit bovenstaande informatie blijkt dat de maximale trillingswaarden ter hoogte van de Michiel de Ruyterweg 39 niet voldoen aan streefwaarde A1, maar wel aan streefwaarde A2 en A3. Daarnaast blijkt dat het maximale trillingsniveau voor de toekomstige situatie ter hoogte van de voornoemde locatie te kwalificeren is als 'weinig hinder' tot 'matig hinder'. Op basis hiervan kan gesteld worden dat de trillingshinder in het plangebied, ter hoogte, van het kinderdagverblijf 't Kasteeltje, acceptabel is.

blad 44 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

4.12

Verkeer en parkeren

4.12.1

Algemeen Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel dient in het kader van het bestemmingsplan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor de beoogde ontwikkeling wordt voor de berekening van de parkeerbehoefte uitgegaan van de door de gemeente gehanteerde parkeernormen: Nota Parkeerbeleid en Parkeernota 2013 - 2022.

4.12.2

Onderzoek Door Antea Group is in maart 2021 een onderzoek naar parkeren en verkeer uitgevoerd (bijlage 6). Het onderzoek richt zich op de de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie van het kinderdagverblijf. Voor de verkeersafwikkeling is ook het tijdelijke parkeerterrein meegenomen. Algemeen Voor de algemene uitgangspunten wordt verwezen naar de memo waarin het onderzoek is beschreven . Parkeren Kinderdagverblijf Voor wat betreft parkeerkencijfers is aangesloten bij de kencijfers uit de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Hierbij is het minimale van de bandbreedte gevolg overenkomstig met de parkeerkencijfers uit het parkeerbeleid van de gemeente Vught voor andere voorzieningen. Voor het berekenen van de toekomstige (theoretische) parkeerbehoefte is het uitgangspunt dat er dagelijks 100 kinderen op locatie zijn. Hiervan komen 80 kinderen uit de directe omgeving 18 kinderen uit rest van Vught 2 kinderen van buiten Vught Aangenomen wordt dat van deze kinderen 60% met de auto wordt gebracht. In tabel 4 is het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het kinderdagverblijf berekend op basis van de kengetallen van het CROW. Deze parkeernorm vertaalt zich naar een totale parkeerbehoefte van de ontwikkeling van 15 parkeerplaatsen. Tabel 4: berekening toekomstige theoretische verkeersgeneratie

De grootste parkeer- en verkeersdruk bij het kinderdagverblijf ontstaat tijdens de haal- en brengtijden van kinderen. Dagelijks zijn 100 kinderen op de locatie aanwezig waarvan de aanname is dat 60% met de auto wordt gebracht en gehaald. Verder wordt ervanuit gegaan blad 45 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

dat ouders gemiddeld 10 minuten nodig hebben bij het halen en brengen en gemiddeld 1,25 kinderen per auto gebracht. Uitgaande dat ouders verspreid over de ochtend en middag kinderen komen brengen en halen, is het aantal benodigde parkeerplaatsen tijdens deze perioden 8. De overige 7 parkeerplaatsen zijn benodigd voor personeel en overige bezoekers. In het bouwplan van de kinderdagopvang zijn 21 parkeerplaatsen opgenomen. Daarmee voorziet het plan van de kinderdagopvang in de toekomstige parkeerbehoefte. Tijdelijk parkeerterrein station Het tijdelijke parkeerterrein voor het station bevat in totaal 113 parkeerplaatsen. In het kader van het tracébesluit is dit aspect reeds onderzocht. Voorliggend bestemmingsplan maakt uitsluitend een verschuiving van dit parkeerterrein mogelijk. Verkeersgeneratie Kinderdagverblijf Om de verkeersgeneratie te bepalen, is aangesloten bij de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Om de toekomstige verkeersafwikkling te bepalen, is het prognosejaar 2030 van het BrabantBrede ModelAanpak (BBMA-model) gebruikt. De aansluiting van het kinderdagverblijf bevindt zich aan de Bestevaer, welke aansluit op de Michiel de Ruyterweg. De aansluiting van het tijdelijke parkeerterrein van het station bevindt zich aan de Maarten Trompstraat. In tabel 5 is de toekomstige verkeersgeneratie van het kinderdagverblijf te zien.

De verkeersgeneratie is 366 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Tabel 5: Berekening toekomstige verkeersgeneratie

Tijdelijk parkeerterrein station Het tijdelijke parkeerterrein voor het station voorziet in 113 parkeerplaatsen. Aangenomen wordt dat deze met name gebruikt gaat worden door forenzen die 's ochtends de trein nemen en aan het einde van de dag terugkomen. Daarmee is de aanname dat er twee verkeersbewegingen per parkeerplaats worden gegenereerd. Voor een worst-case berekening is uitgegaan van een volledige bezetting van het parkeerterrein op werkdagen gedurende de dag. Dit resulteert in een maximum aantal van 334 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Verkeersafwikkeling (kruispuntberekening) Op basis van de toekomstige verkeersintensiteiten zijn drie kruispuntberekningen uitgevoerd: Michiel de Ruyterweg - Maarten Trompstraat Michiel de Ruyterweg - Bestevaer (inclusief verkeer kinderdagverblijf) Maarten Trompstraat - aansluiting tijdelijk parkeerterrein De kruispunten zijn doorgerekend met het programma Capacito. Hiervoor zijn de verkeersintensiteiten van 2030 uit het BBMA-model gebruikt die de gemeente Vught hanteert. blad 46 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

De verkeersintensiteiten die worden gegeneerd door het kinderdagverblijf en het tijdelijke parkeerterrein zijn opgeteld bij de toekomstige verkeersintensiteiten. De kruispuntberekening geeft als uitkomst een A waarde weer: A staat hierbij voor de verhouding tussen drukste intensiteiten op de verschillende takken van het kruispunt, vormgeving van het kruispunt en rijsnelheden. Michiel de Ruyterweg - Maarten Trompstraat Uit de berekening voor de kruising Michiel de Ruyterweg – Maarten Trompstraat komt een uitkomst van A = 0,40. Daarmee zit deze ruim binnen de marge waarin geen maatregelen nodig zijn. De berekening is in bijlage 1 van het verkeersonderzoek weergegeven. Michiel de Ruyterweg - Bestevaer In het verkeersmodel zijn geen gegevens bekend van de Bestevaer. Gezien aan de Bestevaer alleen het tegelbedrijf en de kleine bedrijfsruimten zijn gevestigd is een aanname gedaan dat de maximale verkeersintensiteit 200 motorvoertuigbewegingen per etmaal is. Uit de berekening voor de kruising Michiel de Ruyterweg – Bestevaer komt A = 0,06. Daarmee zit deze ruim binnen de marge waarin geen maatregelen nodig zijn. De berekening is in bijlage 1 van het verkeersonderzoek weergegeven. Maarten Trompstraat - aansluiting tijdelijk parkeerterrein station Uit de berekening voor de kruising Maarten Trompstraat – aansluiting tijdelijk parkeerterrein station komt A = 0,30.

Daarmee zit ook dit kruispunt ruim binnen de marge waarin geen maatregelen nodig zijn. De berekening is in bijlage 3 van het verkeersonderzoek weergegeven. Op basis van de kruispuntberekeningen is de verwachting dat er geen aanvullende maatregelen nodig zijn bij de drie kruisingen ten behoeve van de doorstroming.

4.12.3

Conclusie Zoals bovenstaand beschreven biedt het plan voor de kinderdagopvang voldoende parkeerplaatsen om aan de parkeerbehoefte te voldoen. Het verkeer dat door de kinderdagopvang en het tijdelijke parkeerterrein ten behoeve van het station wordt gegenereerd kan worden afgewikkeld op de bestaande kruispunten. Er zijn geen aanvullende maatregelen op deze kruispunten ten behoeve van de doorstroming nodig. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering oplevert voor voorliggende ontwikkeling.

blad 47 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

4.13

Besluit milieueffectrapportage

4.13.1

Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd.

Het bevoegd gezag moet in zo'n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' gehanteerd.

4.13.2

Activiteit en drempelwaarde In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D11.2) opgenomen. Aangezien het in dit geval gaat om nieuwbouw van een kinderdagopvang met enige omvang en het realiseren van een (tijdelijk) parkeerterrein, waarbij wordt afgeweken van het geldend bestemmingsplan, is het plan aan te merken als 'stedelijk ontwikkelingsproject'. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°

een oppervlakte van 100 hectare of meer,

2°

een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of

3°

een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Het plangebied heeft een grootte van ongeveer 0,7 hectare, waarbinnen een kinderdagopvang en een tijdelijk parkeerterrein gerealiseerd worden. De voorgenomen activiteit blijft ruimschoots onder de drempel van 100 hectare en/of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een informele m.e.r.-beoordeling te worden verricht. blad 48 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

4.13.3

Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de: kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.

4.13.4

Toetsing Kenmerken van het project Het plan voorziet in de ontwikkeling van nieuwbouw voor kinderdagopvang 't Kasteeltje en de realisatie van een tijdelijk parkeerterrein. Deze ontwikkeling is benodigd met het oog op aanpassingen aan het spoor tussen Den Bosch en Eindhoven, die ProRail uitvoert en waarvoor een Tracébesluit is opgesteld. De kinderdagopvang kan niet behouden blijven op de bestaande locatie. Daarnaast is binnen het plangebied de aanleg van een tijdelijk parkeerterrein nodig vanwege het tijdelijk station dat gemaakt wordt in het kader van de spooraanpassingen. Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten en de ontwikkeling heeft geen gevolgen voor natuurlijke hulpbronnen. Er wordt bijvoorbeeld geen grondwater onttrokken of grondstoffen in de omgeving gedolven. Er is geen sprake van de productie van een bijzondere afvalstoffenstroom, verhoogd risico op verontreinigingen, van hinder voor de omgeving of verhoogd risico op ongevallen. Plaats van het project Het plangebied ligt middenin Vught en direct ten westen van de spoorlijn Den Bosch Eindhoven. Het plangebied wordt als volgt begrensd; aan de oostzijde door de Bestevaer, aan de zuidzijde door een bestaand parkeerterrein van het Feel Fit Center Vught, aan de westzijde door de Maarten Trompstraat en aan de noordzijde door een toekomstig BMX-veld aan de Michiel de Ruyterweg.

Binnen het plangebied is geen sprake van bijzondere landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden. Kenmerken van het potentiële effect De effecten van het project blijven, zoals ook blijkt uit de omgevingsaspecten, vooral beperkt tot het plangebied en de directe omgeving daarvan. De effecten hebben voornamelijk betrekking op een beperkte toename van de verkeersstromen. De effecten worden aanvaardbaar geacht en stuiten niet op bezwaren (zie de voorgaande aspecten). Er is zeker

blad 49 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

geen sprake van 'belangrijke nadelige' milieueffecten.

4.13.5

Conclusie In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de ontwikkeling van het kinderdagverblijf en het tijdelijke parkeerterrein. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure.

blad 50 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

Hoofdstuk 5

Toelichting op de regels Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk is een toelichting op de systematiek en de inhoud van de verschillende toegekende bestemmingen van het bestemmingsplan gegeven.

5.1

Het juridisch plan Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Daarnaast is voor het bestemmingsplan aangesloten bij de landelijke standaard voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Inhoudelijk is zo veel mogelijk aangesloten bij diverse bestemmingsplannen in de gemeente Vught, zoals het bestemmingsplan Molenstraat eo 2016 (vastgesteld op 22 december 2016) en het Parapluplan Parkeren. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de 4 hoofdstukken die tezamen de juridische regeling van het voorliggende bestemmingsplan vormen en volgt een beschrijving van de toegepaste bestemming.

5.2

Opzet van de regels In het kader van de SVBP2012 dient een vaste volgorde en indeling van het bestemmingsplan aangehouden te worden. Deze is hieronder aangegeven.

5.2.1

Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten.

5.2.2

Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden planregels gegeven voor de binnen het plangebied bestaande functies. Voor de toegepaste bestemming zijn de doeleinden en de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing, die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande afwijking of wijziging) toegestaan. Wel dient er te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bouwhoogte, dakhelling en dergelijke).

5.2.3

Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: een anti-dubbeltelbepaling; algemene bouwregels: hierin zijn regels opgenomen voor voorzieningen van algemeen nut, ondergeschikte bouwdelen en zijn diverse nadere eisen gesteld; algemene gebruiksregels: hierin zijn regels opgenomen die ingaan op algemeen strijdig gebruik, evenementen, algemeen gebruiksverbod en de afwijkingen op het gebruiksverbod. algemene afwijkingsregels: hierin wordt bepaald waarvoor het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels kan verlenen;

blad 51 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

5.2.4

Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat: het overgangsrecht; de slotregel.

5.3

Beschrijving van de bestemmingen Binnen het plangebied komt een aantal bestemmingen voor. Deze bestemmingen worden hieronder toegelicht. Groen Binnen de bestemming 'Groen' zijn toegestaan: groenvoorzieningne, ontsluitingswegen, fieten voetpaden, overwegen, bruggen en duikers, parkeervoorzieningen t.b.v. het tijdelijk station aan de Bestevaer gedurende de werkzaamheden aan het spoortracé, groenvoorzieningen en tot slot voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, straatmeubilair, bijbehorende verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en dergelijke. Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de hiervoor genoemde doeleinden worden gebouwd, zoals bijvoorbeeld erf- en terreinafscheidingen en verlichtingsarmaturen. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn voorwaarden opgenomen. In de regels wordt tevens ingegaan op het strijdige gebruik. Maatschappelijk Binnen de bestemming 'Maatschappelijk' is kinderopvang toegestaan, alsmede voorzieningen, zoals verkeers- en groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen.

Gebouwen mogen binnen de bestemming 'Maatschappelijk' uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', met uitzondering van een afwijking die geldt voor gebouwen van ondergeschikte aard. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. De bouwhoogte mag maximaal 10 meter bedragen.

blad 52 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Financieel Met onderhavig bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat deze voor de gemeente budgetneutraal wordt ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met artikel 6.12 lid 4 Wro is de gemeenteraad van Vught verplicht om de kosten te verhalen en een exploitatieplan vast te stellen gelijktijdig met het besluit (het bestemmingsplan) waarop het exploitatieplan betrekking heeft. Niet in alle gevallen is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen. Met de ontwikkelende eigenaar van de gronden die binnen het plangebied gelegen zijn is een anterieure overeenkomst gesloten zoals is bepaald in artikel 6.24 Wro. De verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan geldt daardoor in dit geval niet. In deze anterieure overeenkomst zijn afspraken gemaakt over het kostenverhaal.

6.2

Maatschappelijk De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart.

6.2.1

Vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan is conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betreffende personen en instanties. Artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan plan zijn geïnformeerd. De provincie Noord-Brabant en de Gasunie zijn akkoord. Waterschap De Dommel en Veiligheidsregio hebben een reactie op het plan gegeven. De opmerkingen van deze instanties zijn verwerkt in onderhavig bestemmingsplan. Naast de vooroverlegparnters zijn er ook inspraakreacties ingediend door omwonenden. Deze reacties zijn beantwoord in de Nota van inspraak. Naar aanleiding van een aantal reacties is het voorliggende bestemmingsplan aangepast. Gedurende de tervisielegging van het voorontwerpbestemmingsplan is een informatiebijeenkomst georganiseerd.

blad 53 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

6.2.2

Procedure De vaststellingsprocedure van het ontwerpbestemmingsplan heeft plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode zijn 2 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn samengevat in de bijgevoegde Nota van zienswijzen en van een gemeentelijke reactie voorzien. De zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.

6.2.3

Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor opnieuw zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

6.2.4

Gemeentelijke coördinatieregeling De coördinatieregeling maakt het mogelijk om gecoördineerd over het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning te besluiten. Dit betekent dat voor de besluiten die genomen moeten worden ten behoeve van de ontwikkeling in het plangebied ‘Bestevaer’ gelijktijdig dezelfde procedure wordt doorlopen. Op de te coördineren besluiten is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het gecoördineerde project valt onder de Crisis en Herstelwet. De gemeenteraad van Vught heeft in haar raadsvergadering van 17 juni 2021 besloten de coördinatieregeling ex artikel 3.30 Wet ruimtelijke ordening van toepassing te verklaren op de besluiten die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van het project ‘Bestevaer’.

blad 54 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Bestevaer Gemeente Vught Projectnummer 0466989

Eindnoten

1. Het Nationaal Bestuursakkoord Water (2003): door het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) vastgestelde werknormen voor het bepalen aan welke bui het type grondgebruik getoetst wordt volgens de normen.

blad 55 van 55

Ruimte - Antea Nederland B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=4deb669b-3001-4f8d-bc20-12a881a288e2