Bijlage - Toelichting Bestemmingsplan
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN NSW Landgoed De Groensche Hoeven, herziening 2022 Versiedatum: 8-3-2023
Bestemmingsplan ‘NSW Landgoed De Groensche Hoeven, herziening 2022’ Toelichting
Gemeente Vught Vastgesteld Versiedatum: 9-3-2023 NL.IMRO.0865.bgBPHerzGrnschhv-VG01
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1.
Inleiding .................................................................................................... 7
1.1.
Aanleiding .......................................................................................................... 7
1.2.
Ligging en plangrenzen ...................................................................................... 8
1.3.
Geldende bestemmingsplannen ....................................................................... 9
1.4.
Leeswijzer .......................................................................................................... 9
Hoofdstuk 2.
Projectprofiel........................................................................................... 11
2.1.
Landgoed De Groensche Hoeven .................................................................... 11
2.2.
Plangebied ....................................................................................................... 11
2.3.
Beoogde ontwikkeling ..................................................................................... 12
Hoofdstuk 3.
Beleidskader ............................................................................................ 15
3.1.
Rijksbeleid ....................................................................................................... 15
3.2.
Provinciaal beleid ............................................................................................ 17
3.3.
Gemeentelijk beleid ........................................................................................ 23
Hoofdstuk 4.
Omgevingsaspecten ................................................................................. 27
4.1.
Archeologie ..................................................................................................... 27
4.2.
Water............................................................................................................... 29
4.3.
Flora en fauna.................................................................................................. 36
4.4.
Verkeer en parkeren ....................................................................................... 38
4.5.
Kabels, leidingen en hoogspanningsverbindingen .......................................... 39
4.6.
Bodem- en grondwaterkwaliteit ..................................................................... 39
4.7.
Geluid .............................................................................................................. 39
4.8.
Luchtkwaliteit .................................................................................................. 40
4.9.
Bedrijven en milieuzonering ........................................................................... 43
4.10.
Geur ................................................................................................................. 45
4.11.
Externe veiligheid ............................................................................................ 46
4.12.
Trillingen .......................................................................................................... 51
4.13.
Niet gesprongen explosieven .......................................................................... 51
5
Hoofdstuk 5.
Uitvoerbaarheid ...................................................................................... 53
5.1.
Economische uitvoerbaarheid......................................................................... 53
5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................. 54
Hoofdstuk 6.
Juridische planbeschrijving ....................................................................... 55
6.1.
Onderdelen bestemmingsplan ........................................................................ 55
6.2.
Toelichting op de verbeelding ......................................................................... 55
6.3.
Toelichting op de regels .................................................................................. 55
Bijlagen
............................................................................................................... 61
6
Hoofdstuk 1.
Inleiding
1.1. Aanleiding Nabij de Groensteeg in Vught ligt Landgoed Groensche Hoeven. Dit is een nieuw landgoed dat momenteel in ontwikkeling is. Om het landgoed mogelijk te maken is op 17 december 2015 het bestemmingsplan “NSW Landgoed De Groensche Hoeven” vastgesteld. Het te realiseren landgoed bestaat oorspronkelijk grofweg uit de volgende drie onderdelen: • Realisatie van een waterplas; • Toevoeging van zeven landhuizen rondom deze plas; • Realisatie van nieuwe natuur (15 ha). Op 16 december 2020 werd de symbolische eerste boom van velen geplant die onderdeel uit gaan maken van de nieuwe natuur in het projectplan de Groensche Hoeven. Ook de benodigde vergunning voor het graven van de waterplas is inmiddels aangevraagd. De realisatie van de woningen is nog niet zo ver. Het gaat immers om woningen met een inhoud van maximaal 1.500 m³ en hier blijkt momenteel te weinig behoefte aan te zijn. Daarom heeft initiatiefnemer gemeente Vught verzocht het plan aan te passen in die zin dat het aantal nieuwe woningen van zeven naar dertien wordt uitgebreid. Het gaat in dit geval om twaalf woningen tot 750 m³ en één landhuis van 1.500 m³, waardoor de bouwmassa nagenoeg gelijk blijft. Per brief van 20 december 2021 het college van B&W principemedewerking verleend aan dit verzoek, onder de voorwaarde dat hiervoor een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
Luchtfoto met ligging van het plangebied (blauw omcirkeld) (Bron: http://pdokviewer.pdok.nl/)
7
1.2. Ligging en plangrenzen Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Vught. Het perceel is gelegen nabij de Groensteeg, ten zuiden van zorgpark Voorburg en grofweg tussen de rijksweg A2 (oosten), de Essche Stroom (zuidoosten) en het spoor tussen ’s-Hertogenbosch en Boxtel (westen).
Luchtfoto van het plangebied (blauw omlijnd) (Bron: http://pdokviewer.pdok.nl/)
Uitsnede van geldende bestemmingsplan. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is blauw omlijnd. (Bron: http://pdokviewer.pdok.nl/)
8
1.3. Geldende bestemmingsplannen Binnen het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: • Bestemmingsplan “NSW Landgoed De Groensche Hoeven”, vastgesteld 17 december 2015; • Bestemmingsplan “Parapluplan Parkeren”, vastgesteld 6 juni 2018; • Bestemmingsplan “Parapluplan kamerverhuur Vught”, vastgesteld 22 juli 2021. Voorliggend bestemmingsplan is in beginsel een herziening van het geldende bestemmingsplan “NSW Landgoed De Groensche Hoeven”. Voor zover van toepassing en noodzakelijk worden daarin ook de regels uit beide vastgestelde parapluplannen verwerkt.
1.4. Leeswijzer Het bestemmingsplan “NSW Landgoed De Groensche Hoeven, herziening 2022” bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is de bestaande situatie en de planontwikkeling beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en de verantwoording van alle relevante omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 staat uitleg over de uitvoerbaarheid, waarbij ingegaan wordt op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 6 beschrijft het juridische plan waarbij ook een korte beschrijving van de bestemmingsregels wordt gegeven.
9
10
Hoofdstuk 2.
Projectprofiel
2.1. Landgoed De Groensche Hoeven Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan maakt deel uit van Landgoed De Groensche Hoeven. Dit betreft een nieuw aan te leggen landgoed van circa 38,5 ha. Voor het nieuwe landgoed zijn 31,5 ha agrarisch bestemde gronden en ruim 1 hectare woonbestemming ingebracht. Het programma van het landgoed voorziet in 15 ha nieuwe natuur en zeven woningen van 1.500 m³. Ook de 2,5 ha bestaand bos en de drie bestaande woningen aan de Beukenlaan worden ongewijzigd gehandhaafd. Binnen het plangebied Groensche Hoeven zijn voorts twee plandelen te onderscheiden. Het westelijke plandeel bevindt zich tussen de oostelijke Groensteeg en de spoorlijn ’sHertogenbosch-Boxtel. Het oostelijke plandeel bevindt zich tussen de oostelijke Groensteeg en rijksweg A2. Voor de realisatie van het landgoed is in 2015 het bestemmingsplan “NSW Landgoed De Groensche Hoeven” vastgesteld. In dat bestemmingsplan zijn de uitgangspunten voor (het ontwerp van) de landgoedontwikkeling terug te lezen. Voorliggend bestemmingsplan beperkt zich slechts tot het op onderdelen herzien van het westelijke deel van het oorspronkelijke plangebied.
2.2. Plangebied Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het westelijke deel van Landgoed De Groensche Hoeven, tussen de oostelijke Groensteeg en de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Boxtel. De oppervlakte bedraagt ca. 21,6 ha. Oorspronkelijk was in dit gebied een cluster van twee voormalige boerderijen (Groensteeg 1 en 2) met woonbestemming aanwezig, met een gezamenlijke oppervlakte van 0,78 ha. Binnen dit plandeel is ongeveer 19,5 ha aan agrarische gronden ingebracht ten behoeve van de landgoedontwikkeling. Verder komen binnen dit plandeel enkele belangrijke structuren voor: • een A-watergang: beschermd met de legger van het waterschap en belangrijk voor de afwatering van een deel van de woonwijk Vught-Zuid richting de Essche stroom (oostelijke richting); • de halfverharde laan Groensteeg (de oostelijke van de twee Groenstegen): de hoofdontsluitingsroute van het landgoed en tevens in gebruik als recreatieve fietsroute, eveneens een behoudenswaardig groenelement binnen het landgoed; • de onverharde laan Groensteeg (de westelijke van de twee Groenstegen): een behoudenswaardig groenelement binnen het landgoed.
11
2.3. Beoogde ontwikkeling Ten opzichte van het oorspronkelijke bestemmingsplan voor landgoed De Groensche Hoeven wordt dat plan op een aantal onderdelen herzien: • Toevoegen zes extra wooneenheden; • Nieuw ontwerp waterplas met bijbehorende voorzieningen (o.a. vlonders/steigers); • Aanleg nieuwe natuur. Nieuwe woningen Het oorspronkelijke bestemmingsplan, vastgesteld in 2015, voorziet in een waterplas met aan de noord- en oostzijde één woonbestemming. Binnen die woonbestemming zijn twee clusters met bouwvlakken aanwezig. Binnen ieder bouwvlak is het mogelijk een landhuis met een inhoud van 1.500 m³ op te richten. Achteraf is gebleken dat er te weinig behoefte bestaat aan dit type woning. Daarom wordt binnen zes van de zeven bouwvlakken de mogelijkheid geboden om twee woningen van maximaal 750 m³ te bouwen, in plaats van één landhuis van 1.500 m³. Deze mogelijkheid blijft binnen één van de bouwvlakken wel bestaan. Als bijlage 2 bij de regels is het beeldkwaliteitplan opgenomen waaraan de nieuwe woningen moeten voldaan. Hierna volgen de belangrijkste keuzes en eigenschappen van het plan. De woningen zijn gepositioneerd rondom de waterplas in een groene setting. De architectuur is ingetogen en tijdloos. De woningen zijn opgebouwd uit massa’s met verschillende kaprichtingen, gedekt met pannen of leien. De gevels bestaan overwegend uit baksteen.
Een zorgvuldige detaillering draagt bij aan een hoogwaardige architectuur. De tuinafscheiding op het voorerf mag een hoogte hebben tot 1 meter met een uitstraling van levendig groen. In het achtererf behoort een hek in een haag tot de mogelijkheden. Het klassieke landhuis (de woning met maximumvolume 1.500 m³) vormt een uitzondering op de bovenstaande omschrijving. Deze woning is gepositioneerd aan het eind van een lange laan en heeft een formeel karakter. De architectuur straalt allure uit. Er is een toegang tot het voorerf en de hoofdopzet van het landhuis is symmetrisch. De goothoogte bedraagt minimaal 6 meter en maximaal 7,5 meter. De bouwhoogte bedraagt maximaal 12 meter met de mogelijkheid voor een hoogteaccent centraal op de zichtas. De bebouwing wordt hoofdzakelijk voorzien van kappen waarbij de materialisering van gevels en daken aansluiten bij de overige landhuizen. Een gebalanceerd kleuren- en materialenpalet is het uitgangspunt en een zorgvuldige detaillering is vereist. Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdgebouwen en hebben een materialisering en detaillering die aansluiten bij het hoofdgebouw. Bijgebouwen hebben een goothoogte van maximaal 3 meter en een bouwhoogte van maximaal 7 meter. Vrijstaande bijgebouwen hebben een goothoogte van maximaal 3 meter en een bouwhoogte van maximaal 5 meter.
De bouwvlakken zijn niet vergroot ten opzichte van het oorspronkelijke bestemmingsplan. Wel is het bestemmingsvlak ‘Wonen’ fors verkleind ten bate van de bestemming ‘Groen’. Ook zijn
12
woonbestemmingen iets verschoven ten opzichte van het oorspronkelijke bestemmingsplan, zodanig dat de nieuwe woningen zo optimaal mogelijk zijn gepositioneerd ten opzichte van de waterplas. Binnen de waterplas wordt het voor aanwonenden daarnaast mogelijk om bijbehorende voorzieningen op te richten, zoals steigers of vlonders met eventuele pergola’s. Bij de positionering van de nieuwe woningen is ook rekening gehouden met bestaande bomen. Uitgangspunt daarbij is het zoveel mogelijk behouden van bomen die conditioneel goed in orde en levensvatbaar zijn. Hiervoor is door Cobra een bomenonderzoek uitgevoerd, waarvan de rapportage als bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen. Nieuw ontwerp waterplas Vanuit de ontwikkeling van het landgoed is gekozen voor de aanleg van een grote plas. Daarmee wordt aangesloten op de historie van landgoedplannen, waarin water vaak voorkomt. De nieuwe plas biedt een aantrekkelijk landschappelijk kader voor de woningen die aan de plas gesitueerd zijn. De grote plas zorgt ook voor een contrast met landgoed Beukenhorst waar de openheid bestaat uit grasvelden. Deze nieuwe plas vergroot de landschappelijke verscheidenheid in de landgoederengordel Vught-Zuid. Extensief dagrecreatief medegebruik van de plas is mogelijk, maar de waterplas is nadrukkelijk niet bedoeld als recreatieplas.
In tegenstelling tot het oorspronkelijke plan wordt in het nieuwe plan gewerkt met een gesloten grondbalans. Dat wil zeggen dat (de aanleg van) de waterplas niet meer gepaard gaat met grondof delfstoffenwinning voor economisch gewin. De grond die binnen het plangebied ontgraven wordt zal worden toegepast voor de aanleg van de geluidwal parallel aan het spoor (in het kader van het Project Hoogfrequent Spoor (PHS)) en de overige grond voor de ophoging van de bouwkavels. Nieuwe natuur Het toevoegen van woningen gaat gepaard met extra natuurontwikkeling. De grote woonbestemming die in het oorspronkelijke bestemmingsplan was opgenomen wordt opgeknipt in zeven kleinere bestemmingsvlakken. De tussengelegen ruimte krijgt de bestemming ‘Groen’, waarmee de ontwikkeling en instandhouding van groen en de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige, waterhuishoudkundige, ecologische en abiotische waarden wordt gewaarborgd. De organische vorm van de waterplas past in de natuurlijke omgeving. Daarnaast blijft de bestaande lanenstructuur gehandhaafd. Daar waar bomen niet meer toekomstbestendig zijn, worden deze vervangen en blijft de laanstructuur in tact. Parkeren en ontsluiting De wegen worden uitgevoerd in halfverharding en alleen de keerpunten worden middels klinkers verhard.
Het landgoed is voor wat betreft gemotoriseerd verkeer uitsluitend bestemd voor bestemmingsverkeer. Zodoende beperken de verkeersintensiteiten zich tot de bewoners, hun bezoekers en gemeentelijke diensten. Parkeren gebeurt door bewoners op eigen terrein. Conform het gemeentelijk parkeerbeleid geldt voor een vrijstaande koopwoning een parkeerbehoefte van twee parkeerplaatsen per woning. Vanuit het uitgangspunt dat parkeren op eigen terrein moet worden opgelost zullen per woning minimaal twee parkeerplaatsen
13
worden aangelegd binnen het bouwperceel (bestemmingsvlak ‘Wonen’). Deze zijn voldoende ruim om hierin voorzien. Ontwikkeling in getallen In de oorspronkelijke situatie was een woonbestemming opgenomen met een oppervlakte van ongeveer 33.914 m². Binnen die woonbestemming liggen zeven bouwvlakken met een oppervlakte van 625 m². De gezamenlijke oppervlakte aan bouwvlak is dan ook 4.375 m². De waterbestemming had een oppervlakte van ongeveer 47.809 m². In de beoogde situatie zijn zeven afzonderlijke bestemmingsvlakken voor de bestemming ‘Wonen – 3’ rond de waterplas toegekend. De gezamenlijke oppervlakte aan woonbestemming bedraagt ongeveer 18.240 m². Binnen de woonbestemming zijn in totaal zeven bouwvlakken neergelegd, met een gezamenlijke oppervlakte van 5.000 m². Het wateroppervlak bedraagt in de nieuwe situatie 38.000 m². Per saldo neemt de woonbestemming dan ook af met ruim 15.670 m² en het overige deel heeft de bestemming ‘Groen’ gekregen, ten behoeve van park- en groenvoorzieningen en de ontwikkeling en instandhouding van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige, waterhuishoudkundige, ecologische en abiotische waarden. Ook de waterbestemming neemt in voorliggend plan af (9.809 m²) ten bate van de omliggende bos- en groenbestemming.
Aangepast ontwerp inrichting westelijk deel Landgoed Groensche Hoeven (Bron: Bedaux De Brouwer Architecten)
14
Hoofdstuk 3.
Beleidskader
3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 9 september 2020 is de NOVI vastgesteld. Met de NOVI geeft wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Beoordeling plan De vier ambities uit de NOVI zijn verder uitgewerkt in 26 beleidskeuzes. In de toelichting van de NOVI zijn deze beleidskeuzes vertaald naar 21 Nationale belangen.
Voor dit bestemmingsplan zijn vooral de volgende nationale belangen relevant: • Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; • Realiseren van een goede omgevingskwaliteit; • (5) Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woningbehoeften; Het plangebied voorziet ten opzichte van het momenteel geldende bestemmingsplan in de toevoeging van zes woningen. Hiervoor is echter geen nieuw ruimtebeslag voorzien. De bouwvlakken zijn even groot. Wel zijn ze iets verschoven ten opzichte van het oorspronkelijke bestemmingsplan, maar dit gaat gepaard met een forse verkleining van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ ten bate van een groenbestemming. De woningen die worden gebouwd zijn op één woning na qua inhoud de helft kleiner dan de woningen die volgens het geldende bestemmingsplan mogen worden gebouwd. In paragrafen 3.2.3 en 3.3.2 is in het kader van provinciaal/regionaal en lokaal woonbeleid gemotiveerd dat er kwalitatief en kwantitatief voldoende ruimte behoefte bestaat voor de toevoeging van zes woningen. Aangezien aanvullend ruimtebeslag niet aan de orde is, is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Op die manier wordt een bijdrage geleverd aan de nationale belangen 1 en 5.
Ten aanzien van nationaal belang 2 kan worden opgemerkt dat in hoofdstuk 4 van deze toelichting is gemotiveerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de extra woningen geen nadelige effecten opleveren ten aanzien van de waterhuishouding, natuur, milieu en omliggende bedrijven. Er is dan ook sprake van een goede omgevingskwaliteit.
15
Overige nationale belangen zijn minder van relevant voor dit bestemmingsplan, omdat deze ofwel het schaalniveau overstijgen ofwel op een ander onderwerp betrekking hebben. Het bestemmingsplan past binnen de beleidskaders van de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de NOVI heeft het Rijk, naast het Barro, tevens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) waarmee dit mogelijk is. Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Met name nationale belangen 1, 2 en 5 uit de toelichting bij de NOVI vragen om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit nationale belang is wettelijk verankerd in het Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving (hierna: laddertoets) dient te bevatten van: c. de behoefte aan die ontwikkeling; d. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Een zogenaamde laddertoets is alleen nodig bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’. Op basis van de overzichtsuitspraak die is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) geldt dat bij woningbouwlocaties vanaf 12 woningen in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Is dit het geval, dan is een laddertoets vereist en is daarmee een beschrijving van de behoefte nodig. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Denk hierbij aan specifieke woningtypen, wooncategorieën en woonmilieus. Beoordeling plan Dit bestemmingsplan voorziet in totaal in dertien woningen. Ten opzichte van het oorspronkelijke bestemmingsplan “NSW Landgoed De Groensche Hoeven” maakt voorliggend plan zes woningen extra mogelijk. De overige zeven woningen maken al sinds 2015 deel uit van de harde plancapaciteit. Bovendien zijn in het kader van de bestemmingsplanprocedure voor het oorspronkelijke plan twee woningen (Groensteeg 1 en 2) gesloopt om plaats te maken voor de nieuwe woningen op het landgoed. Gelet op dat gegeven maakte het oorspronkelijke plan slechts 5 en voorliggend bestemmingsplan slechts 11 woningen extra mogelijk ten opzichte van de voorheen bestaande woningvoorraad.
Zodoende kan worden gesteld dat met dit bestemmingsplan geen sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. Een laddertoets kan dan ook achterwege blijven. Ongeacht het bovenstaande wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening kort stilgestaan bij de vraag of er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. De toevoeging van extra wooneenheden binnen het plangebied gaat niet gepaard met nieuw ruimtebeslag. De
16
bouwvlakken zijn even groot. Wel zijn ze iets verschoven ten opzichte van het oorspronkelijke bestemmingsplan, maar dit gaat gepaard met een forse verkleining van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ ten bate van een groenbestemming. De woningen die worden gebouwd zijn over het algemeen qua inhoud de helft kleiner dan de woningen die volgens het geldende bestemmingsplan mogen worden gebouwd. Deze kleinere woningen sluiten beter aan bij de woningbehoefte dan de incourante bouwtitels voor landhuizen. Vooral ook omdat bij het ontwerp rekening is gehouden met de mogelijkheid de woningen levensloopbestendig uit te voeren. In paragrafen 3.2.3 en 3.3.2 is in het kader van provinciaal/regionaal en lokaal woonbeleid gemotiveerd dat er kwalitatief en kwantitatief voldoende ruimte behoefte bestaat aan de toevoeging van zes woningen. Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. 3.1.3. Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) opgesteld. De regels van het Barro en Rarro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen.
Beoordeling plan Uit het Barro en de Rarro vloeien geen bepalingen voort die rechtstreeks doorwerken in dit bestemmingsplan. Wel blijkt dat het plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied voor windturbines van militair radarstation Herwijnen. In de Rarro is binnen dit gebied een maximumbouwhoogte van 90 meter ten opzichte van NAP opgenomen voor het bouwen van windturbines. Aangezien dit plan geen windturbines of andere bouwwerken van een dergelijke hoogte mogelijk maakt, levert dit artikel in de Rarro geen belemmeringen op voor dit plan. Tot slot vindt het ontgraven van de waterplas en de aanleg van de geluidwal in het plangebied plaats ten behoeve het PHS en het tracébesluit Meteren- Boxtel. Dit is een Nationaal belang, maar deze komt niet voor in het Barro of Rarro. Aangezien de waterplas en de geluidwal in het belang van PHS en het tracébesluit zijn, draagt dit plan bij dat Nationaal belang.
3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ met bijbehorende planMER vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Brabant. Deze ‘Brabantse Omgevingsvisie’ is opgesteld met het oog op de naderende invoering van de Omgevingswet, waarin onder andere het instrument structuurvisie wordt vervangen door het instrument omgevingsvisie. De achterliggende doelen van de Omgevingswet komen dan ook terug in de Brabantse Omgevingsvisie. Met de omgevingsvisie wordt de ambitie voor de Brabantse leefomgeving tot 2050 geformuleerd. Daarbij worden ook tussendoelen gesteld voor wat de provincie in 2030 voor elkaar wil hebben om de ambitie voor 2050 te kunnen verwezenlijken. Tot slot geeft de omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met
17
betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Draagvlak en draagkracht zijn daarbij belangrijke begrippen. In de omgevingsvisie worden één basisopgave en vier hoofdopgaven uitgewerkt in een langetermijnvisie (2050) en middellangetermijndoelstellingen (2030): • Basisopgave: Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit; • Hoofdopgaven: o Werken aan de Brabantse energietransitie; o Werken aan een klimaatproof Brabant; o Werken aan de slimme netwerkstad; o Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Het beleid uit de Omgevingsvisie wordt verder uitgewerkt in programma’s en de Omgevingsverordening. De programma’s bevatten vooral concrete maatregelen die zelfbindend zijn voor de provincie. De omgevingsverordening bevat vooral bindende regels voor lagere overheden en burgers. In de aanloop naar de Omgevingswet heeft provincie Noord-Brabant voor de fysieke leefomgeving alvast een interim omgevingsverordening vastgesteld. Hierna wordt in dit hoofdstuk kort ingegaan op deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.2.2. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening (Iov) is een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen.
De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Iov is opgebouwd volgens een doelgroepenbenadering. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel leidend is. Daarbij wordt grofweg onderscheid gemaakt tussen de doelgroepen ‘Burgers en bedrijven’ (hoofdstuk 2, rechtstreeks werkende regels voor activiteiten), gemeente (hoofdstuk 3, instructieregels), waterschappen (hoofdstuk 4, instructieregels), gedeputeerde staten (hoofdstuk 5, instructieregels), en faunabeheer en beheer waterwegen (hoofdstuk 7). Voor dit bestemmingsplan zijn vooral de bepalingen uit hoofdstuk 2 en 3 van belang. Beoordeling plan Voor dit bestemmingsplan zijn van belang de rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven en de instructieregels voor gemeenten. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Iov voor de volgende thema’s rechtstreeks regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen
18
in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn voor de volgende werkingsgebieden rechtstreekse werkende regels van toepassing: • Diep grondwaterlichaam • Geen attentiezone waterhuishouding • Stalderingsgebied • Verbod uitbreiding veehouderij • Bescherming Natura2000 • Landelijk gebied Diep grondwaterlichaam Dit werkingsgebied bevat rechtstreekse regels ten aanzien van milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen. Volgens artikel 2.20 van de Interim omgevingsverordening is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden boven, in of onder een diep grondwaterlichaam. Dit bestemmingsplan maakt geen onconventionele winning van koolwaterstoffen mogelijk. Geen attentiezone waterhuishouding Dit werkingsgebied bevat rechtstreekse regels ten aanzien van milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen. Artikel 2.21 van de Interim omgevingsverordening regelt dat onder bepaalde voorwaarden geen vergunning tot het onttrekken van grondwater ten behoeve van een bodemenergiesysteem, bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, onder b, Waterwet, is vereist binnen de zone ‘Geen Attentiezone waterhuishouding’. De regels dienen dan ook, onverminderd de bepalingen uit dit bestemmingsplan, in acht te worden genomen bij het toepassen van bodemenergiesystemen.
Landelijk gebied / Stalderingsgebied / Verbod uitbreiding veehouderij / Bescherming Natura2000 Deze werkingsgebieden zijn relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van landbouw. Binnen of in de nabijheid van het plangebied is geen landbouwbedrijf aanwezig of toegestaan. Om die reden zijn deze werkingsgebieden voor dit plangebied niet relevant. Instructieregels voor gemeenten De instructieregels zijn gekoppeld aan aanduidingen op de verbeelding van de Iov. Voor dit bestemmingsplan is alleen de aanduiding ‘Landelijk gebied’ van belang. NB. Gaandeweg het opstellen van dit bestemmingsplan is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gewijzigd. Hierna volgt de motivering in het kader van de Interim omgevingsverordening zoals deze gold voor de vaststelling van de wijziging van de Iov op 11 maart 2022. In bijlage 2 bij deze toelichting is een Erratum opgenomen met daarin de motivering van de thans geldende Interim omgevingsverordening.
19
Volgens artikel 3.68 van de Iov zijn in beginsel alleen bestaande woningen toegestaan binnen ‘Landelijk gebied’. De bepalingen uit Afdeling 3.7 (Maatwerkbepalingen) vormen hier echter een uitzondering op. In dit geval wordt toepassing gegeven aan artikel 3.79 (Landgoederen) uit die paragraaf. Dat artikel, weliswaar artikel 6.9 uit de destijds geldende Verordening ruimte, is leidend geweest voor de landgoedontwikkeling in zijn geheel. In dit bestemmingsplan wordt daaraan niet getornd, behalve dat het aantal wooneenheden wordt uitgebreid van zeven naar dertien, waarbij twaalf woningen maximaal 750 m³ mogen zijn en één landhuis van 1.500 m³ is toegestaan. Vanwege enkel deze wijziging is het alleen van belang om in te gaan op artikel 3.79, lid 1 onder c van de Iov:
Artikel 3.79 Landgoederen, lid 1: Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de ontwikkeling van een landgoed onder de volgende voorwaarden: c. de nieuwvestiging van één of meer woongebouwen is toegestaan als: 1. de woongebouwen een karakteristieke verschijningsvorm van allure hebben en de situering en omvang passen bij de aard en het karakter van het landgoed; 2. per 1.500 m³ woongebouw ten minste 5 hectare landgoed wordt aangewezen, waarop ten minste 2,5 hectare nieuwe natuur wordt gerealiseerd; 3. per 750 m³ woongebouw maximaal één woonfunctie wordt toegelaten.
Ad c, sub 1: Voor dit aspect wordt verwezen naar het kopje ‘Nieuwe woningen’ binnen paragraaf 2.3. Daarin wordt omschreven dat de woningen rondom de nieuw te graven waterplas worden gesitueerd in een romantische lommerrijke setting. De architectuur van de woningen tot 750 m³ is ingetogen en tijdloos. De woningen zijn opgebouwd uit massa’s met verschillende kaprichtingen, gedekt met pannen of leien en de gevels bestaan overwegend uit baksteen. Een zorgvuldige detaillering draagt bij aan een hoogwaardige architectuur. Het klassieke landhuis (de woning met maximumvolume 1.500 m³) vormt een uitzondering op de bovenstaande omschrijving. Deze woning is gepositioneerd aan het eind van een lange laan en heeft een formeel karakter. De architectuur straalt allure uit. Er is een statige toegang tot het voorerf en de hoofdopzet van het landhuis is symmetrisch. Al met al past de situering rondom de waterplas in combinatie met de karakteristieke verschijningsvorm, met onderscheid tussen het karakteristieke landhuis en de kleinere, ingetogen en tijdloze woningen, bij de aard en het karakter van het landgoed. Ad c, sub 2 en 3: In sub 3 is bepaald dat per 750 m³ aan woongebouw slechts één woonfunctie is toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan maakt 12 woningen van ieder maximaal 750 m³ mogelijk en één woning van 1.500 m³. Dat komt neer op in totaal 10.500 m³ aan woongebouw.
Volgens de Iov zouden op basis van dat volume 14 woonfuncties mogelijk zijn. In dit bestemmingsplan is er echter voor gekozen om slechts 13 woningen te realiseren.
20
In sub 2 is bepaald dat per 1.500 m³ aan woongebouw 2,5 ha aan nieuwe natuur moet worden gerealiseerd en ten minste 5 hectare landgoed wordt aangewezen. In de oorspronkelijke situatie conform het vastgestelde bestemmingsplan “NSW Landgoed De Groensche Hoeven” was sprake van zeven woningen met een inhoud van maximaal 1.500 m³, oftewel 10.500 m³ aan woongebouw. In dat geval was het nodig om minimaal (10.500 : 1.500 x 5 =) 35 hectare landgoed aan te wijzen, waarbij (10.500 : 1.500 x 2,5 =) 17,5 hectare natuur moet worden gerealiseerd. In het oorspronkelijke en thans geldende bestemmingsplan wordt hierin reeds voorzien. Met voorliggend bestemmingsplan blijf het maximale volume aan woongebouwen gelijk. De opgave voor wat betreft het aanwijzen van areaal aan landgoed en natuur verandert dan ook niet ten opzichte van het thans geldende bestemmingsplan. Voorliggende herziening van het thans geldende bestemmingsplan doet ook geen afbreuk aan het areaal aan landgoed en natuur. Bovendien is er in voorliggend bestemmingsplan voor gekozen om de woonbestemming ten opzichte van het geldende bestemmingsplan fors te verkleinen (ruim 1,5 hectare) ten bate van een groenbestemming.
Binnen die groenbestemming wordt voorzien in de aanleg van park- en groenvoorzieningen en de ontwikkeling en instandhouding van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige, waterhuishoudkundige, ecologische en abiotische waarden. Zodoende wordt alsnog een bijdrage geleverd aan ontwikkeling van de groene leefomgeving en natuur. Gelet op het voorgaande wordt voldaan aan de eisen uit artikel 3.79 van de Iov. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 3.1.2 van de regels van de Iov zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de evenwichtige toedeling van functies. In de verordening is bepaald dat een bepaalde bestemming pas aan gronden mag worden toegekend als sprake is van een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Daarbij moet rekening worden gehouden met een zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering, en meerwaardecreatie. Van zorgvuldig ruimtegebruik is in dit geval duidelijk sprake. De nieuwe woningen worden mogelijk gemaakt binnen het ruimtebeslag van de bestemming ‘Wonen’ uit het oorspronkelijke bestemmingsplan. De bouwvlakken worden daarvoor iets verruimd en verschoven, maar per saldo neemt de woonbestemming af ten bate van een groenbestemming.
Bij de lagenbenadering komen de volgende lagen en thema’s aan de orde: • de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; • de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. • de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.
21
Al deze aspecten komen terug in deze toelichting bij het bestemmingsplan. In het kort kan voor al deze aspecten geconcludeerd worden dat het plan voorziet in een duurzame ontwikkeling, waarbij voldoende rekening is gehouden met de thema’s binnen de lagen (zie planologische en milieuaspecten). Vanuit de verschillende thema’s zijn er geen belemmeringen voor dit plan en het plan voorziet in een veilig en goed woon- en leefklimaat.
Meerwaarde De meerwaarde kan zitten in economische, ecologische en sociale aspecten die bij de ontwikkeling zijn betrokken. Ook de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. In dit geval wordt meerwaarde behaald door incourante bouwtitels voor landhuizen in te wisselen voor woningen die beter tegemoet komen aan de woonbehoefte in Vught. Dit gaat gepaard met extra natuurontwikkeling en bovendien wordt voldaan aan de instructieregels die hiervoor gelden. Kwaliteitsverbetering Bij dit bestemmingsplan wordt toepassing gegeven aan artikel 3.79 uit paragraaf 3.7 (Ontwikkeling met Rood voor Groen) van de Iov. In artikel 3.77 is bepaald dat als toepassing wordt gegeven aan de bepalingen van deze paragraaf, aan de verplichting bedoeld in artikel 3.9 (Kwaliteitsverbetering landschap) is voldaan. Conclusie Het plan past binnen het beleid zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. 3.2.3. Brabantse Agenda Wonen De Brabantse Agenda Wonen is een agenda op hoofdlijnen en stippelt een koers uit voor (verdere) regionale samenwerking en vernieuwing van de woningbouwafspraken. Daarin nodigt de provincie alle subregio’s uit om, samen met relevante partijen op de woningmarkt en de provincie, een regionaal perspectief op wonen te ontwikkelen.
Versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen zijn belangrijke doelen van de Brabantse Agenda Wonen. In deze agenda geeft de provincie aan welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe zij zich hiervoor gaat inzetten. Per gemeente is een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de Interim omgevingsverordening is deze ‘programma-indicatie’ richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Gemeentelijke bestemmingsplannen, die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader.
22
Beoordeling plan Momenteel geldt ter plaatse een bestemmingsplan met daarin opgenomen zeven bouwvlakken voor de bouw van evenzoveel landhuizen (één landhuis per bouwvlak). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van zes woningen binnen zes bouwvlakken (één extra woning binnen ieder bouwvlak, op één bouwvlak na). Daarmee wordt beoogd kleinere woningen te bouwen die beter aansluiten bij de behoefte. In totaal maakt dit bestemmingsplan dan ook dertien woningen mogelijk, waarvan er zeven reeds harde plancapaciteit zijn. Per saldo zorgt dit bestemmingsplan dan ook voor een toevoeging van zes woningen. In de bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (actualisering september 2020) is voor de subregio 's-Hertogenbosch e.o., waartoe Vught behoort als zijnde stedelijk concentratiegebied, geïndiceerd dat de woningvoorraad toeneemt met 14.665 woningen voor de periode 2022-2030. Daarbij is voor de gemeente Vught geïndiceerd dat deze brandbreedte een toename van 740 woningen betreft. De toevoeging van zes woningen op basis van dit bestemmingsplan past ruimschoots binnen deze bandbreedte. Gelet op het voorgaande past dit woningbouwinitiatief binnen de woningbouwafspraken uit de Brabantse Agenda Wonen.
3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Structuurvisie Vught Op 19 december 2013 is de structuurvisie 2013 vastgesteld. Deze structuurvisie beslaat het hele grondgebied van de gemeente Vught, zowel het buitengebied als de bebouwde kom. In een structuurvisie wordt de gewenste ruimtelijke structuur voor de komende 10 tot 15 jaar vastgelegd.
Uitsnede Structuurvisiekaart, Structuurvisie Vught
23
Voor het buitengebied is het beleid in de Structuurvisie Vught 2013 grotendeels gebaseerd op de 'structuurvisie buitengebied' en de 'gebiedsvisie buitengebied'. Na de vaststelling van de Structuurvisie Vught 2013 is de 'structuurvisie buitengebied' komen te vervallen. De 'gebiedsvisie buitengebied' vormt een nadere uitwerking van de structuurvisie en blijft daarom van kracht als toetsingsinstrument. In de 'gebiedsvisie buitengebied' zijn mogelijke ontwikkelingen in zes verschillende deelgebieden aangegeven. Het plangebied behoort tot het deelgebied Vught Zuidoost, dat als volgt wordt gekarakteriseerd: "Van oudsher is het een gebied met landgoederen. Het landschapsbeeld wordt bepaald door besloten bos, monumentale bebouwing, lanen en andere landschapselementen en enkele boerderijen. Het gebied wordt doorsneden door de spoorlijn en de A2. Het plangebied is van het landgoed Beukenhorst gescheiden door de spoorlijn." Voor wat betreft nieuwe ontwikkelingen is op de structuurvisiekaart een landgoederenzone aangegeven. Binnen de landgoederenzone zijn in de huidige situatie reeds een groot aantal landgoederen aanwezig. Onder voorwaarden wordt ruimte geboden om binnen deze zone nieuwe landgoederen te realiseren. Op basis daarvan is het oorspronkelijke bestemmingsplan voor de realisatie van landgoed De Groensche Hoeven in zijn geheel vastgesteld.
Beoordeling plan Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een herziening van het westelijke deel van het bestemmingsplan “NSW Landgoed De Groensche Hoeven” uit 2015. Met de herziening worden zes woningen aan het plangebied toegevoegd. Deze woningen zijn voorzien binnen de ruimte die hiervoor in het oorspronkelijke bestemmingsplan gereserveerd is met de woonbestemming. Zodoende worden niet zeven landhuizen, maar twaalf qua volume kleinere woningen plus een landhuis in het gebied ontwikkeld. De kleinere woningen, die bovendien levensloopbestendig kunnen worden uitgevoerd, sluiten beter aan bij de woningbehoefte dan de incourante bouwtitels voor landhuizen. Zodoende wordt een bijdrage geleverd aan de volkshuisvestelijke doelstellingen van gemeente Vught. Het bestemmingsplan past binnen de kaders van de Structuurvisie Vught. 3.3.2. Woonbeleid gemeente Vught Woonvisie Vught 2021-2025 De gemeenteraad heeft op 30 september 2021 de “Woonvisie 2021 - 2025: Groei met Vughtse kwaliteit” vastgesteld. Voor dit bestemmingsplan is relevant te benoemen dat de Woonvisie de reden van deze bestemmingsplanherziening bevestigt. Zo wordt in de Woonvisie aangehaald dat de aanbod veelal niet aansluit bij de behoefte. Dat komt onder andere door een veranderende woningvraag. Zo is er een toename van kleinere huishoudens en een toename van ouderen die zo lang mogelijk zelfstandig willen blijven wonen.
Ook is de ambitie om in de woonomgeving bij te dragen aan de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. Woningbouwprogramma 2019-2028 Op 6 juni 2019 is door de gemeenteraad het nieuwe woningbouwprogramma voor de periode 2019-2028 vastgesteld. Het woningbouwprogramma bestaat uit meerdere onderdelen die
24
gezamenlijk een totaalbeeld geven van de huidige woningbouwsituatie in Vught. Hierbij wordt ingegaan op de planningsperioden, diverse plannen (en de status daarvan) en bijbehorende aantallen woningen. Het document bevat een woningbouwprogramma voor de periode 20192021 en een doorkijk van 2021-2028. Beoordeling plan In zowel de Woonvisie als het Woningbouwprogramma wordt vooral ingezet op het bedienen van doelgroepen met de grootste behoefte, zoals starters en senioren en doelgroepen binnen de sociale huursector. Het bevorderen van doorstroming en het tegengaan van scheefwonen zijn enkele manieren hiervoor. Met voorliggende bestemmingsplanherziening worden zes woningen aan het plangebied toegevoegd. Deze woningen zijn voorzien binnen de ruimte die hiervoor in het oorspronkelijke bestemmingsplan is gereserveerd met de woonbestemming. Zodoende worden niet zeven landhuizen, maar twaalf qua volume kleinere woningen plus een landhuis in het gebied ontwikkeld. De woningen zijn dusdanig ontworpen dat deze levensloopbestendig kunnen worden uitgevoerd. De kleinere woningen sluiten zodoende beter aan bij de (veranderende) woningbehoefte dan de huidige incourante bouwtitels voor landhuizen. Op kleine schaal wordt hiermee doorstroming bevorderd en een woningaanbod gecreëerd dat beter aansluit op de behoefte dan het aanbod binnen het geldende bestemmingsplan.
Bovendien gaat het om woningen met een hoge duurzaamheidsambitie en in een groene omgeving, waardoor ook op kleine schaal een bijdrage wordt geleverd aan een duurzame woonomgeving. De beoogde ontwikkeling is dan ook wenselijk gelet op de volkshuisvestelijke doelstellingen van gemeente Vught.
25
26
Hoofdstuk 4.
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop de (milieuhygiënische) aspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk komen alle relevante aspecten achtereenvolgens aan de orde.
4.1. Archeologie 4.1.1. Archeologie Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Per 1 juli 2016 zijn de bepalingen van de Wamz 2007 gedeeltelijk overgegaan in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Verder stelt de Wamz dat gemeenten archeologieparagrafen moeten opnemen in bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen dienen op te nemen op de verbeelding en deze moeten beschermen middels regels. Gemeente Vught heeft op 19 mei 2022 het beleidskader archeologie Vught 2022 vastgesteld. Hieronder is een uitsnede van de beleidskaart opgenomen. Daaruit valt op te maken dat het plangebied gebieden bevat van lage verwachting tot hoge archeologische verwachting. Het deel waar de waterplas voorzien is, is echter mogelijk verstoord blijkt uit de kaart.
Uitsnede beleidskaart en legenda van het beleidskader archeologie Vught 2022. Het plangebied is groen omlijnd.
Beoordeling plan In het kader van het oorspronkelijke bestemmingsplan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd (Bureauonderzoek en Archeologisch Inventariserend De Groensche Hoeven Vught, BAAC, kenmerk: 06.183 d.d. november 2006) waarin ook het plangebied van voorliggend
27
bestemmingsplan onderzocht is. Op basis van dat onderzoek en het selectieadvies is het merendeel van het plangebied vrijgesteld van nader archeologisch onderzoek. Hiervoor is dan ook geen dubbelbestemming opgenomen in het oorspronkelijke bestemmingsplan. Uit het onderzoek blijkt vervolgens dat voor drie zones archeologische resten worden verwacht een daarom een karterend booronderzoek dient te worden uitgevoerd. Eén van de zones ligt aan de noordzijde van de te ontgraven vijver en ligt dus binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. In 2012 heeft BAAC het onderzoek uit 2006 beoordeeld op actualiteit. Daarbij is voor de zone binnen voorliggend bestemmingsplan voorgesteld om dat de sloop van de bestaande bebouwing en de grondwerken ten behoeve van de nieuwbouw ontgraven onder archeologische begeleiding dient plaats te vinden. Hiervoor is door BAAC een Archeologisch Programma van Eisen (d.d. 19 maart 2021) aangeleverd, dat door gemeente Vught is goedgekeurd d.d. 4 november 2021. Als op basis van dit Programma van Eisen wordt gewerkt wordt verstoring van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden uitgesloten.
Om archeologische begeleiding juridisch-planologisch te waarborgen is in het bestemmingsplan een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen, waaraan regels zijn gekoppeld die in acht moeten worden genomen bij de daadwerkelijke realisatie van het plan. Op die manier zijn mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden ook voor de toekomst goed beschermd. Ten slotte geldt te allen tijde dat wanneer tijdens toekomstige grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten en/of structuren worden aangetroffen, dit op basis van de Erfgoedwet 2016 (artikel 5.10 en 5.11) zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Vught gemeld dient te worden. Op deze manier zijn ook toevalsvondsten tijdens de bouw op een goede manier verzekerd. 4.1.2. Cultuurhistorie Cultuurhistorische waarden kunnen betrekking hebben op bebouwde cultuurhistorie (monumenten), cultuurhistorische landschappen en archeologische waarden van een gebied. Op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart (CHW) van provincie Noord-Brabant is bepaald welke cultuurhistorische waarden of elementen binnen of in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Beoordeling plan Volgens de CHW Brabant zijn een aantal cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig. Zo is de Groensteeg aangeduid als een historisch geografisch lijn van redelijk hoge tot hoge cultuurhistorische waarde.
Ook de naastgelegen spoorlijn is aangeduid als een dergelijke lijn van redelijk hoge waarde. Deze lijnen blijven onaangetast aanwezig binnen het plangebied. Het zuidelijk deel van het plangebied is aangeduid als historisch groen. Volgens de CHW gaat het om Landgoed Beukenhorst. Daarnaast liggen ten noordoosten van het plangebied zorgpark Voorburg en het oude landgoed/klooster Steenwijk, dat eveneens is aangewezen als historisch groen.
28
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart provincie Noord-Brabant. Het plangebied is roze omcirkeld.
Landgoed Beukenhorst vormt een robuust geheel, bestaande uit bos en een interne parkstructuur van open weiden en waterpartijen gestoffeerd met bosschages. Landgoed Beukenhorst is van het plangebied gescheiden door (de barrière van) de spoorweg. Voorburg is een grootschalig institutioneel parkgebied ontstaan uit een historisch landgoed. Voorburg kent een tamelijk formele, institutionele groenstructuur begrensd met een watergang en wallen langs de Kettingweg. Het belangrijkste cultuurhistorische erfdeel bestaat uit de lanen. Het landschap en de cultuurhistorie in het plangebied zijn nauw verweven met het oude landgoed/klooster Steenwijk. De lanen van Steenwijk zijn grotendeels verdwenen maar worden in voorliggend plan deels hersteld. De lanen zijn op de verbeelding opgenomen en in de regels is daaraan een beschermingsregime gekoppeld. De landschapsstructuur wordt voorts bepaald door de hoge gronden tussen de twee paden met de naam Groensteeg. Deze akkergronden zijn thans relatief open ruimten. In het verleden zijn de akkergronden deels uitgegraven. In voorliggend plan is hier de waterpartij voorzien met daaraan de woningen. De plas, de woningen met begroeiing en de hoge geluidwal leiden tot een natuurlijk ogend parklandschap in de trant van de Engelse landschapsstijl. De lanen blijven behouden en worden met in dit bestemmingsplan beschermd.
4.2. Water In artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Doel van de watertoets is om vanaf de start zowel de consequenties van het ruimtelijke plan of ontwikkeling voor de
29
waterhuishouding in beeld te brengen, alsmede voldoende rekening te houden met het belang van het water bij de ruimtelijke ontwikkeling. Met behulp van de watertoets wordt er naar gestreefd om het waterhuishoudkundige aspect in combinatie met het ruimtelijke beleid toe te passen op het beoogde plangebied. 4.2.1. Beleid waterschap De Dommel Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen.
Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt. • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan. • Wat schoon is moet schoon blijven. We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden.
Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en
30
toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: • van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. • van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. • van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Gezamenlijke Keur 2015 Op 1 maart 2015 is de gezamenlijk Keur van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel in werking getreden. Deze keur is opgesteld in het kader van een landelijke uniformering Daarbij is volgens een landelijk model van de Unie van Waterschappen een gedereguleerde en geüniformeerde keur met bijbehorende algemene regels en beleidsregels gerealiseerd. In artikel 3.6 van de Keur 2015 is bepaald dat het verboden is zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. In artikel 15 van de Algemene regels Waterschap De Dommel is een vrijstelling opgenomen voor dit verbod. Deze vrijstelling kan worden verleend indien: a.
Het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; b. De toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; c. De toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. d. De toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. Deze maatregelen moeten voldoen aan bepaalde eisen en een minimale compensatie zoals genoemd in artikel 15 van de Algemene regels Waterschap De Dommel. 4.2.2. Huidige waterhuishoudkundige situatie Oppervlaktewater In het noordelijke deel van het plangebied doorkruist een A-watergang die in de legger van het waterschap voorkomt het plangebied in horizontale richting. In deze leggerwatergang liggen enkele duikers. Het water stroomt in oostelijke richting naar het gemaal Beukenhorst. Daarnaast lopen er in verticale richting enkele B-watergangen, parallel aan het spoor en aan de beide paden (Groensteeg). Verder komen er geen oppervlaktewateren voor binnen het plangebied.
31
Uitsnede watertoetskaart Waterschap De Dommel (Bron: https://dommel.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Watertoets#)
Bodemopbouw In het kader van het geldende bestemmingsplan “NSW Landgoed De Groensche Hoeven” is door Grontmij geohydrologisch onderzoek uitgevoerd. Volgens de waterparagraaf van dat bestemmingsplan volgt uit dat onderzoek dat de bodem tot circa 2,5-3,0 meter onder maaiveld uit een fijn tot grofmazig zandpakket bestaat. Daaronder zit een laag van kleiig veen en klei, die in dikte varieert van 0,8 tot 1,75 meter. Onder deze laag zit een pakket van overwegend zeer fijn tot matig grof zand. Uit het betreffende onderzoek volgt verder dat de zandlagen (bovenste circa 2,5 meter en dieper dan circa 5,5 meter) een goede waterdoorlatendheid hebben. De veen/kleilaag (tussen de circa 2,5 en 5,5 meter) daarentegen is slecht waterdoorlatend. De bevindingen uit het eerdere bodemonderzoek van Grontmij worden bevestigd door het Milieukundig en geotechnisch bodemonderzoek van RSK (zie bijlage 6 bij deze toelichting). Uit dat onderzoek blijkt namelijk dat de bodem over het algemeen tot 8 m-mv bestaat uit zeer fijn, zwak siltig zand met een meer humeuze toplaag. In de ondergrond is plaatselijk tussen circa 3,0 en 5,5 m-mv klei en/of veen aanwezig. Het maaiveld op de onderzoekslocatie bevindt zich globaal op een hoogte van NAP + 4,6 m.