Bijlage - TAM omgevingsplan - Toelichting
Tekst van het document
Deze rekenregel luidt als volgt: Benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (m2) x ‘gevoeligheidsfactor’ x 0,06 (m)
Pagina 42 van 51
Afbeelding 18: uitsnede kaart gevoeligheidsfactor
Zoals uit afbeelding 19 blijkt is er voor de locatie aan de Voort 1-3 te Helvoirt een gevoeligheidsfactor van 1 (Hoog)] van toepassing. De factor 0,06 (m) vertegenwoordigt een waterschijf van 60 mm (600 m3/ha) die de hoeveelheid water aangeeft die onder maatgevende omstandigheden daadwerkelijk op het watersysteem terecht zou komen als er geen voorziening wordt aangelegd. Deze is door het waterschap vastgelegd op basis van eigen onderzoek en toekomstscenario’s. Dit is een vast gegeven in de formule. Alle onderdelen van de rekenregel zijn bekend. Dit betekent dat de volgende rekensom gemaakt kan worden. Benodigde compensatie = 800 m2 x 1 x 0,06 = 48 m3 In de beoogde situatie is er een toename van circa 800m2 verhard oppervlak van de beoogde werktuigenberging. Worstcase wordt uitgegaan van een gevoeligheidsfactor van 1. Er dient dus een retentievoorziening van 800 x 0,06 x 1 = 48 m3 gerealiseerd te worden. Achter de werktuigenberging wordt een retentievoorziening gerealiseerd waarvan de inhoud circa 60m3 bedraagt.
Pagina 43 van 51
Afbeelding 19: uitsnede gemiddelde hoogste grondwaterstand
Bij de uitwerking van de compenserende maatregelen zal ook rekening gehouden moeten worden met de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). De voorziening mag namelijk niet dieper worden afgegraven dan de GHG ter plaatse. De gemiddelde hoogste grondwaterstand is af te leiden uit gedetailleerde bodematlas van de provincie Noord-Brabant. Zoals uit bovenstaande afbeelding 18 blijkt ligt de gemiddelde hoogste grondwaterstand ter plaatse van de beoogde retentievoorziening tussen 40 en 60 cm beneden maaiveld. De beoogde retentievoorziening heeft een diepte van 31 cm, hiermee kan geconcludeerd worden dat de retentievoorziening ruimschoots onder het maaiveld is. Buiten de toename van het verhard oppervlak van de beoogde werktuigenberging vinden er verder geen wijzingen plaats met betrekking tot het lozen van het hemelwater. In de beoogde situatie worden er geen leidingen gelegd voor het afvoeren van vuilwater. Geconcludeerd wordt dat de nieuwe werktuigenberging geen invloed op vuilwatervoorziening heeft. Achter de nieuwe werktuigenberging zal een retentievoorziening worden gerealiseerd met als gevolg dat het hemelwater op natuurlijke wijze afgevoerd kan worden. Neerslag kan op deze gronden dus direct infiltreren in de bodem. Ten aanzien van het aspect water zijn geen belemmeringen voor het initiatief. 5.15.
Technische infrastructuur Technische infrastructuur betreft een relevant planologisch aspect waarbij rekening moet worden gehouden bij het verlenen van een omgevingsvergunning. Onder andere ondergrondse leidingen, hoogspanningsleidingen en radarverstoringsgebieden hebben betrekking op technische infrastructuur.
5.15.1. Ondergrondse leidingen
Op de EV-signaleringskaart en in het omgevingsplan dient gecontroleerd te worden of er aanduidingen zijn opgenomen voor riooltransportleidingen en/of watertransportleidingen. Riooltransportleidingen en watertransportleidingen betreffen leidingen die geen betrekking hebben op omgevingsveiligheid maar op technische infrastructuur.
Pagina 44 van 51
Afbeelding 20: Uitsnede EV Signaleringskaart
Binnen of nabij de projectlocatie zijn geen relevante (buis)leidingen aanwezig. Derhalve zijn in het omgevingsplan geen beperkingen opgenomen binnen de bouwregels. Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen binnen en nabij de projectlocatie in beeld te brengen. Derhalve zal de beoogde ontwikkeling geen gevaar opleveren voor aanwezige ondergrondse buisleidingen.
5.15.2. Hoogspanningslijnen
Elektriciteit wordt in Nederland vanuit een energiecentrale d.m.v. (bovengrondse) hoogspanningslijnen verplaatst. Bij het transport van elektriciteit door (bovengrondse) hoogspanningslijnen ontstaan magnetische velden, welke mogelijk effect kunnen hebben op de gezondheid van mensen. In het kader van onderhavige procedure zal gemotiveerd moeten worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties met de beoogde ontwikkeling.
Afbeelding 21: RIVM-netkaart hoogspanningsleidingen (projectlocatie pijl zwart)
Pagina 45 van 51
Conform de RIVM-netkaart zijn geen hoogspanningslijnen in het gebied aanwezig (afbeelding 21). De beoogde ontwikkeling zal niet zorgen voor een nieuw gevoelig object binnen een magneetveld, derhalve zullen de hoogspanningslijnen geen negatief effect hebben op het woon- en leefklimaat.
5.15.3. Radarverstoringsgebied
In Nederland staan verschillende radarposten die dienen voor de vliegveiligheid en de nationale veiligheid. Om zeker te stellen dat de defensieradars niet in onaanvaardbare mate worden verstoord door hoge objecten, zijn in het Bkl bepalingen opgenomen om de defensieradars te beschermen. In artikel 5.155 en 5.161a van het Bkl zijn regels opgenomen met betrekking tot een maximale bouwhoogte van bouwwerken binnen 15 km, dan wel 75 km van een radarverstoringsgebied. In bijlage XIV, onder e van het Bkl zijn de maximale bouwhoogtes opgenomen binnen radarverstoringsgebieden. De laagste maximale bouwhoogte zoals opgenomen in deze bijlage bedraagt 24 meter. Er wordt geen bebouwing van hoger dan 24 meter gerealiseerd. Derhalve voldoet het initiatief aan eisen zoals opgenomen in het Bkl.
Pagina 46 van 51
6. Juridische achtergrond
Onderstaand wordt beschreven wat de wijzingen betreffen voor de verbeelding en de regels. 6.1. Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de functies van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende functies en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming: ‘agrarisch’ - Enkelbestemming: ‘leiding – water’ - Dubbelbestemming: waarde – Archeologie 4 - Dubbelbestemming: waarde – Archeologie 3 - Bouwvlak - bouwvlak - Functieaanduiding: specifieke vorm van agrarisch – veehouderij - Functieaanduiding: overige zone – enkeerdgronden - Gebiedsaanduiding: overige zone – boringsvrije zone - Gebiedsaanduiding: overige zone – gemengd landelijk gebied - Gebiedsaanduiding: overige zone – stalderingsgebied - Gebiedsaanduiding: overige zone – boomteeltontwikkelingsgebied - Gebiedsaanduiding: overige zone – attentiezone waterhuishouding Voor de benaming van de functies en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied Vught 2022’ en ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie’. Ten opzichte van de huidige verbeelding hebben de volgende wijzingen plaatsgevonden. - Het bouwvlak is van vorm gewijzigd. - Er is een functieaanduiding toegevoegd voor de opslag ten behoeve van ruwvoer. - Er wordt een maatvoering ‘maximum aantal wooneenheden - 2’ toegevoegd voor de beide bedrijfswoningen. 6.2.
Toelichting regels De regels behorende bij het omgevingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De regels bij dit omgevingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het geldende omgevingsplan. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels uit de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Vught 2022’ en Paraplubestemmingsplan Archeologie. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen functies en aanduidingen. Ter borging van de aanleg en instandhouding van het landschappelijke inpassingsplan is een voorwaardelijke gebruiksverplichting opgenomen in de planregels. Hiervan kan alleen worden afgeweken mits er voldaan blijft worden aan het regionale afsprakenkader voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Er wordt worden geconcludeerd dat door het aan leggen van een retentievoorziening en een landschappelijke inpassing te realiseren wordt voldaan aan het regionale afsprakenkader voor kwaliteitsverbetering van het landschap.
Pagina 47 van 51
7. Financiële haalbaarheid
De voorgestane ontwikkeling aan de Voort 1-3 te Helvoirt betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.
Pagina 48 van 51
8. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Deze ruimtelijke onderbouwing betreft de planologische verantwoording voor het bouwen van een nieuwe werktuigenberging aan de Voort 1 te Helvoirt. De beoogde werktuigenberging past niet binnen bouwvlak I, hierdoor is een vormverandering van bouwvlak I nodig. Om de realisatie van de beoogde werktuigenberging mogelijk te maken, zijn initiatiefnemers voornemens om bouwvlak I en II van vorm te veranderen, waardoor er één bouwvlak ontstaat voor De Voort 1- 3 te Helvoirt. Initiatiefnemers zijn derhalve ook voornemens om de maatvoering ‘maximum aantal wooneenheden’ toe te voegen aan het bouwvlak voor de 2de bedrijfswoning aan De Voort 3 te Helvoirt. De ontwikkeling is niet rechtstreeks toegestaan volgens het omgevingsplan. Door het aanvragen van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is de ontwikkeling toch mogelijk (artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet). Door middel van deze ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat het initiatief leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan de locaties. Het initiatief is getoetst aan alle relevante beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het beleid op geen van deze niveaus vormt een belemmering voor het initiatief. In deze onderbouwing is getoetst aan de Omgevingsverordening Noord-Brabant en de gemeentelijke structuurvisie.
Tevens is het initiatief getoetst aan alle relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. Hieruit is gebleken dat met het initiatief geen nadelige effecten ontstaan voor de omgeving. De onderzoeken naar geluid, bodem, geur en luchtkwaliteit, tonen aan dat het initiatief milieu-hygiënisch aanvaardbaar is. Door de onderzoeken van natuur, archeologie, externe veiligheid en de waterparagraaf wordt aangetoond dat het initiatief planologisch aanvaardbaar is. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap door een retentievoorziening aan te leggen en een landschappelijke inpassing te realiseren. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat het initiatief leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan de locaties. Daarom kunnen de voorgenomen ontwikkelingen op de projectlocatie aan de Voort 1-3 doorgang vinden.
Pagina 49 van 51
9. Bijlagen Bijlage 1: landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: dialoog met de omgeving Bijlage 3: vergunning NB voor een Natura 2000-activiteit d.d. 09-02-2016 Bijlage 4: AERIUS-projectberekening beoogde situatie Bijlage 5: toelichting op de invoergegevens Aerius berekening Bijlage 6: situatietekening 10 juli 2025
Pagina 50 van 51
Pagina 51 van 51