CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Regels Kom Helvoirt 2023

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Kom Helvoirt 2023'26.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

10.4.2

Jongeren ontmoetingsplekken (JOP’s) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.3.1 onder h voor het oprichten van JOP’s, onder de voorwaarde dat: a de afstand tot de woningen minimaal 25 meter bedraagt; b het oppervlak van het te plaatsen onderkomen maximaal 25 m2 bedraagt; c de bouwhoogte van het te plaatsen onderkomen maximaal 3,25 meter bedraagt.

10.5

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a het aanleggen of verharden van wegen, fiets- en voetpaden of parkeervoorzieningen en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; c het verrichten van werkzaamheden, die de dood of ernstige beschadiging van houtgewas als gevolg kunnen hebben, anders dan bij wijze van verzorging van het aanwezige houtgewas; d het aanbrengen en/of verleggen van oeverbeschoeiingen en het graven en/of aanleggen dan wel dempen van waterlopen/waterpartijen.

10.5.1

33

10.5.2

Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 10.5.1 is niet van toepassing voor het uitvoeren van werkzaamheden, die: a betrekking hebben op het normaal beheer en onderhoud; b reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

10.5.3

Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 10.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en archeologische waarden van de gronden ontstaat of kan ontstaan.

34

Artikel 11

Horeca

11.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a de vestiging van horecabedrijven tot en met categorie 3; b één (bedrijfs-)woning per horecabedrijf; c ter plaatse van de aanduiding ‘feestzaal’ zijn de gronden tevens bestemd voor feestzalen; d bijbehorende terrassen; e ondergeschikte parkeer- en groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen.

11.2 11.2.1

Bouwregels Gebouwen Op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b de goothoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; c de bouwhoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; d het bebouwingspercentage bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ aangegeven percentage; e gebouwen dienen in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd.

11.2.2

(Bedrijfs-)woning(en) Voor (een) (bedrijfs-)woning (en) zoals genoemd onder 11.1 lid b. dienen bij verbouw of nieuwbouw de volgende bepalingen in acht te worden genomen: a de (bedrijfs-)woning dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b de inhoud van een (bedrijfs-)woning mag maximaal 600 m³ bedragen; c de voorgevel van de (bedrijfs-)woning dient in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd.

11.2.3

Bijbehorende bouwwerken Bij de bouw van bijbehorende bouwwerken dienen de volgende bepalingen in acht te worden genomen: a ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' mag de totale oppervlakte van de bebouwing maximaal 50% van de oppervlakte van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' bedragen zulks tot een maximum van 300 m²; b bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' en binnen het bouwvlak worden opgericht; c de goothoogte mag niet meer dan 3,25 meter bedragen; d de bouwhoogte mag niet meer dan 5 meter bedragen.

35

11.2.4

Erkers Erkers aansluitend aan een (bedrijfs-)woning zijn toegestaan onder de volgende bepalingen: a de breedte bedraagt maximaal 60% van de breedte van de voorgevel zulks tot een maximum van 4 meter; b de diepte bedraagt niet meer dan 1,50 meter; c de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag en d de afstand tot aan de erfgrens evenwijdig gelegen aan de voorgevel bedraagt minimaal 3 meter.

11.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw; b de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter; c de bouwhoogte van een pergola mag niet meer bedragen dan 2,50 meter; d de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.

11.3 11.3.1

Afwijken van de bouwregels Afwijkingsbevoegdheid voor het oprichten van dakterrassen bij een (bedrijfs-)woning op een bijbehorend bouwwerk Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.2 voor het oprichten van dakterrassen bij een (bedrijfs-)woning op een bijbehorend bouwwerk met inachtneming van de volgende bepalingen: a tot maximaal 3 meter vanuit de oorspronkelijke zij- of achtergevel aan de achterzijde gemeten; b de afstand tot de perceelsgrens minimaal 2 meter bedraagt.

11.3.2

Afwijkingsbevoegdheid voor hogere terrein- en erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.2.5 sub b in het belang van de veiligheid onder de voorwaarden dat: a de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; b geen nadelige gevolgen ontstaan voor de verkeersveiligheid; c belangen van derden, het woongenot daaronder begrepen, niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad; d het stedenbouwkundig beeld ter plaatse niet wordt verstoord.

11.4 11.4.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a zelfstandige bewoning van bijbehorende bouwwerken, uitgezonderd bewoning in het kader van mantelzorg; b kamperen;

36

c detailhandel, anders dan ondergeschikt aan de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden; d amusementshal, speelautomatenhal, bingozaal, discotheek of winkels ingericht voor tijdelijke verkoop. 11.5 11.5.1

Wijzigingsbevoegdheid Wijziging naar de bestemming 'Wonen' Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Horeca' wijzigen in de bestemming 'Wonen' mits: a de horeca-activiteiten ter plaatse zijn beëindigd; b de woningbouw past binnen het gemeentelijk beleid; c geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en de omvang van het wijzigingsplan met noodzakelijk (milieu)onderzoek is aangetoond dat het plan alsnog uitvoerbaar is; d de woningen inpasbaar zijn vanuit het stedenbouwkundig beeld; e in het wijzigingsplan bouwvlakken, bijbouwvlakken, bouwhoogten, kapvormen, aantallen en soort woningen worden opgenomen. Voor het overige wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 17 van deze regels.

11.5.2

Wijziging naar de bestemming 'Dienstverlening' Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Horeca' wijzigen in de bestemming 'Dienstverlening' mits: a de horeca-activiteiten ter plaatse zijn beëindigd; b het betreft de vestiging van een dienstverlening, die qua aard en functie is afgestemd op het voorzieningenniveau van het plangebied; c de vestiging direct vanaf de openbare weg bereikbaar is en geen verstoring van de verkeersontsluiting- en parkeersituatie in de directe omgeving plaatsvindt; d geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en de omvang van het wijzigingsplan, met noodzakelijk (milieu)onderzoek is aangetoond dat het plan alsnog uitvoerbaar is; e de vestiging inpasbaar is vanuit stedenbouwkundig beeld; f voor het overige wordt aangesloten bij het bepaalde in de artikel 8 van deze regels.

37

Artikel 12

Maatschappelijk

12.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a religieuze doeleinden; b maatschappelijke en culturele voorzieningen; c wonen in (bedrijfs-)woningen voor zover legaal aanwezig op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; d ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' een begraafplaats; e ter plaatse van de aanduiding ‘brandweerkazerne’ een brandweerkazerne; f ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs' voorzieningen voor onderwijs zoals een school, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang; g ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - milieustraat’ een milieustraat; h ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - urnenmuur’ een urnenmuur; i ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - woonzorgcomplex’ een woonzorgcomplex; j ter plaatse van de aanduiding 'sporthal' een sporthal; k ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’ tevens voor wonen, met dien verstande dat per ‘bouwvlak’ slechts één woning is toegestaan, tenzij op de verbeelding een ander aantal is aangegeven; l ondergeschikte parkeer- en groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen.

12.2 12.2.1

Bouwregels Gebouwen Op de in lid 12.1 bedoelde gronden mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - woonzorgcomplex’ mogen worden gebouwd: 1 maximaal 32 intramurale zorgeenheden; 2 maximaal 50 servicewoningen; 3 bijhorende serviceruimten, zoals ruimten voor ontmoeten, wassen, opslag, welzijn, verkleden; 4 aan onder 1. tot en met 3. ondergeschikte horeca- en/of restauratieve voorzieningen ten dienste van het met de bestemming beoogde gebruik; b hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; c de goothoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; d de bouwhoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; e het bebouwingspercentage bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ aangegeven percentage; f hoofdgebouwen dienen in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; g ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - loopbrug’ is een loopbrug en verkeer toegestaan.

38

12.2.2

(Bedrijfs-)woning(en) Voor (een) (bedrijfs-)woning (en) zoals genoemd onder 12.1 lid c. dienen bij verbouw of nieuwbouw de volgende bepalingen in acht te worden genomen: a de (bedrijfs-)woning dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b de inhoud van een (bedrijfs-)woning mag maximaal 600 m³ bedragen; c de voorgevel van de (bedrijfs-)woning dient in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd.

12.2.3

Bijbehorende bouwwerken Bij de bouw van bijbehorende bouwwerken dienen de volgende bepalingen in acht te worden genomen: a ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' mag de totale oppervlakte van de bebouwing maximaal 50% van de oppervlakte van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' bedragen zulks tot een maximum van 300 m²; b bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' en binnen het bouwvlak worden opgericht; c de goothoogte mag niet meer dan 3,25 meter bedragen; d de bouwhoogte mag niet meer dan 5 meter bedragen.

12.2.4

Erkers Erkers aansluitend aan een (bedrijfs-)woning zijn toegestaan onder de volgende bepalingen: a de breedte bedraagt maximaal 60% van de breedte van de voorgevel zulks tot een maximum van 4 meter; b de diepte bedraagt niet meer dan 1,50 meter; c de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag en d de afstand tot aan de erfgrens evenwijdig gelegen aan de voorgevel bedraagt minimaal 3 meter.

12.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 12.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw; b de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter; c de bouwhoogte van een pergola mag niet meer bedragen dan 2,50 meter; d de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.

39

12.3 12.3.1

Afwijken van de bouwregels Afwijkingsbevoegdheid voor kunstwerken, kunstobjecten, speelvoorzieningen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen met betrekking tot de bebouwing ten behoeve van de oprichting van kunstwerken (zoals beeldende kunst, standbeeld), kunstobjecten, speelvoorzieningen, mits: a deze qua aard en omvang in de omgeving passen, met een maximum oppervlak van maximaal 10 m2 per object; b in het geval van speelvoorzieningen: de bodem blijkens een vooraf ingesteld bodemonderzoek niet zodanig is verontreinigd dat wettelijke bezwaren bestaan tegen oprichting.

12.3.2

Afwijkingsbevoegdheid voor hogere terrein- en erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 12.2.5 sub b in het belang van de veiligheid onder de voorwaarden dat: a de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; b geen nadelige gevolgen ontstaan voor de verkeersveiligheid; c belangen van derden, het woongenot daaronder begrepen, niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad; d het stedenbouwkundig beeld ter plaatse niet wordt verstoord.

12.4

Specifieke gebruiksregels Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a kamperen; b horeca, anders dan ondersteunend aan de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden; c detailhandel; d wonen, tenzij expliciet toegestaan in lid 12.1; e het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige objecten en functies.

12.5

Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.1 onder g en toestaan dat de 32 intramurale zorgeenheden in servicewoningen worden getransformeerd, mits: a is aangetoond dat in parkeercapaciteit voor auto's is voorzien; b het aantal servicewoningen, na transformatie, niet meer bedraagt dan 73.

40

Artikel 13

Sport

13.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a sportvelden met bijbehorende voorzieningen, zoals clubgebouwen, kantines, kleedkamers en materiaalopslag; b ondergeschikte horeca ten dienste van het met de bestemming beoogde gebruik tot een vloeroppervlakte van maximaal 300 m2; c kinder- en buitenschoolse opvang binnen het bouwvlak; d ter plaatse van de aanduiding ‘waterberging’ uitsluitend een waterberging; e ondergeschikte parkeer- en groenvoorzieningen, medische dienstverlening, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen.

13.2 13.2.1

Bouwregels Gebouwen Op de in lid 13.1 bedoelde gronden mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met dien verstande dat: a gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b de goothoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; c de bouwhoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; d het bebouwingspercentage bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ aangegeven percentage; e in afwijking van het bepaalde onder a mogen gebouwen van ondergeschikte aard, zoals een fietsen- en/of materiaalberging, buiten het bouwvlak worden gebouwd tot een gezamenlijke oppervlakte van 150 m2 per bouwperceel; f de goot- en bouwhoogte van een gebouw zoals genoemd onder e mag niet meer dan 3,25 meter respectievelijk 5 meter bedragen.

13.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 13.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen, met uitzondering van het bepaalde in sub b, c en d; b de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen, ballenvangers en vlaggenmasten mag maximaal 12 meter bedragen, tenzij de bestaande hoogte hoger is, dan geldt de bestaande hoogte als maximale hoogte; c de hoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel; d de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel mag niet meer bedragen dan 1 meter.

41

13.3 13.3.1

Afwijken van de bouwregels Afwijkingsbevoegdheid voor kunstwerken, kunstobjecten, speelvoorzieningen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen met betrekking tot de bebouwing ten behoeve van de oprichting van kunstwerken (zoals beeldende kunst, standbeeld), kunstobjecten, speelvoorzieningen, mits: a deze qua aard en omvang in de omgeving passen, met een maximum oppervlak van 10 m2 per object; b in het geval van speelvoorzieningen: de bodem blijkens een vooraf ingesteld bodemonderzoek niet zodanig is verontreinigd dat wettelijke bezwaren bestaan tegen oprichting; c de hoogte van een bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 5 meter bedraagt.

13.3.2

Afwijkingsbevoegdheid voor hogere terrein- en erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 13.2.2 sub d in het belang van de veiligheid onder de voorwaarden dat: a de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; b geen nadelige gevolgen ontstaan voor de verkeersveiligheid; c belangen van derden, het woongenot daaronder begrepen, niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad; d het stedenbouwkundig beeld ter plaatse niet wordt verstoord.

13.4

Specifieke gebruiksregels Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a horeca, anders dan ondergeschikt aan de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden; b detailhandel; c geluidzoneringsplichtige lawaaisporten; d kinder- en buitenschoolse opvang in een gebouw buiten de aanduiding 'bouwvlak'. e wonen; f kamperen; g bed & breakfast.

13.5

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a het verrichten van werkzaamheden, die de dood of ernstige beschadiging van houtgewas als gevolg kunnen hebben, anders dan bij wijze van verzorging van het aanwezige houtgewas.

13.5.1

42

13.5.2

Uitzondering Het in 13.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a het normale onderhoud betreffen dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; b reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

13.5.3

Toelaatbaarheid De in 13.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en herstel van de aanwezige natuurlijke waarden, bomen en houtgewas.

43

Artikel 14 14.1

Verkeer Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a wegen en straten met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; b voet- en rijwielpaden; c straatmeubilair; d onderdoorgangen en tunnels; e overwegen, bruggen en duikers; f parkeervoorzieningen; g groenvoorzieningen; h ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - calamiteiten- en perceelsontsluiting’ uitsluitend een calamiteiten- en perceelsontsluiting; i ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - infiltratievoorziening’ infiltratievoorzieningen; j ter plaatse van de aanduiding ‘waardevolle boom’ de bescherming van een waardevolle boom; k ondergeschikte voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

14.2 14.2.1

Bouwregels Gebouwen Op de in lid 14.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

14.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 14.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen; b de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 meter bedragen.

14.3 14.3.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a opslag van onbruikbare althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c een jongerenontmoetingsplek (JOP).

44

14.4 14.4.1

Afwijken van de gebruiksregels Jongeren ontmoetingsplekken (JOP) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 14.3.1 onder c voor het oprichten van JOP's, onder de voorwaarde dat: a de afstand tot de woningen minimaal 25 meter bedraagt; b het oppervlak van het te plaatsen onderkomen maximaal 25 m2 bedraagt; c de bouwhoogte van het te plaatsen onderkomen maximaal 3,25 meter bedraagt.

14.5

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Werken en werkzaamheden Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'waardevolle boom' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a het kappen, rooien of ongebreideld snoeien, waaronder kandelaberen van de te beschermen boom; b het ploegen, woelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen en de aanleg van drainage; c het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas; d het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; e het aanleggen en verharden van wegen, paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f het verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem en/of gronden; g het wijzigen van de grondwaterstand door bevloeiing, (bron)bemaling, drainage of op andere wijze; h het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; i het opslaan van goederen waaronder ook inbegrepen het opslaan van afvalstoffen; j het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een andere wijze indrijven van voorwerpen in de

bodem.

14.5.1

14.5.2

Uitzonderingen Het in 14.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, met uitzondering van grondbewerking, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

45

14.5.3

Toelaatbaarheid a De in 14.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden. Hiervan is in elk geval sprake indien de conditie en/of vitaliteit van de te beschermen boom negatief (kan) worden beïnvloed. b Burgemeester en wethouders verlenen slechts een omgevingsvergunning voor het rooien van de boom als bedoeld in 14.5.1 onder a. indien handhaving gevaar oplevert voor de omgeving en/of ziekte van deze boom dit noodzakelijk maakt. c Aan de afgifte van een omgevingsvergunning voor het kappen of rooien van een boom verbinden burgemeester en wethouders de voorwaarde dat een herplant plaatsvindt van een boom van vergelijkbare soort in een gangbare maat.

46

Artikel 15 15.1

Verkeer - Railverkeer Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a spoorwegen voor het railverkeer en voorzieningen ten behoeve van het railverkeer; b voorzieningen voor verkeer; c groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen; d geluidwerende voorzieningen; e waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder pomp- en blusputten; f duurzaam bodem- en waterbeheer, waaronder begrepen watergangen, zaksloten en infiltratievoorzieningen; met de daarbij behorende: g bouwwerken, geen gebouwen zijnde; h nutsvoorzieningen.

15.2 15.2.1

Bouwregels Gebouwen Op de in lid 15.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

15.2.2

Bouwwerken geen gebouwen zijnde Op de in lid 15.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 12 meter; b de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 5,50 meter; c de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter.

15.3 15.3.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a opslag van onbruikbare althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

47

Artikel 16

Water

16.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen, pompstations, gemalen en waterpartijen; b groenvoorzieningen; c voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder uitwegen, bruggen, duikers, kades en gelijksoortige voorzieningen; d extensief recreatief medegebruik; e behoud van de landschappelijke en/of natuurlijke waarde van deze gronden, mede in relatie tot de waarde van het aangrenzend woongebied.

16.2

Bouwregels Op de in lid 16.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 meter.

16.3

Specifieke gebruiksregels Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a afvalwaterlozing; b riooloverstort; met uitzondering van bestaande rioolwater overstorten.

48

Artikel 17

Wonen

17.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a wonen in woningen, niet zijnde woonwagens; b ter plaatse van de aanduiding ‘gezondheidszorg’ gezondheidszorg; c ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - kleine bedrijven’ de vestiging en uitoefening van aan huis gebonden ambachtelijke bedrijven, voor zover deze voorkomen in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; d ter plaatse van de aanduiding ‘zorgwoning’ zorgwoningen met bijbehorende maatschappelijke voorzieningen; e tuinen, erven en terreinen; f ondergeschikte voorzieningen zoals verkeers- en groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

17.2 17.2.1

Bouwregels Algemeen Op de in lid 17.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a woningen 1 tot een maximum aantal woningen per bouwvlak, zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; 2 ter plaatse van de aanduiding: − 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan; − ‘specifieke bouwaanduiding - patio’ patiowoningen; − woningen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - eerstelijnsbebouwing' mogen slechts worden gebouwd nadat een hogere waarde voor geluid conform 'Bijlage I-1 Situatie a - geluidbelasting t.p.v. eerstelijnsbebouwing' in bijlage 2 is vastgesteld; − woningen ter plaatse van de aanduidig ‘specifieke bouwaanduiding - achterliggend gebied' mogen slechts worden gebouwd nadat een hogere waarde voor geluid conform bijlage 'Bijlage I-2 Situatie b - geluidbelasting t.p.v. achterliggend gebied' in bijlage 2 is vastgesteld; − in afwijking van het bepaalde onder het vorige gedachtestreepje, mogen woningen slechts worden gebouwd nadat een hogere waarde voor geluid, conform bijlage 'Bijlage I-3 Situatie c - geluidbelasting t.p.v.

achterliggend gebied na realisatie eerstelijnsbebouwing' in bijlage 2 is vastgesteld, mits ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - eerstelijnsbebouwing' reeds woningen zijn gerealiseerd met tenminste dezelfde geluidsafschermende werking als de gemodelleerde woningen in 'Bijlage II-1 Invoergegevens Geomilieu' in bijlage 2. − indien de woningen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - achterliggend gebied' zijn gerealiseerd met toepassing van het vorige gedachtestreepje, mag de bouwmassa van de woningen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - eerstelijnsbebouwing' na oplevering niet worden gewijzigd of worden gesloopt. b bijbehorende bouwwerken; c bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming.

49

17.2.2

Woningen Bij de bouw van woningen dienen de volgende bepalingen in acht te worden genomen: a woningen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c de voorgevel van de woning dient voor ten minste 70% in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; d de voorgevelbreedte van een woning dient ten minste 5 meter te bedragen; e ter plaatse van de aanduiding ‘gevellijn’ dienen de woningen aan één zijne minimaal 3 meter uit de zijdelingse perceelsgrens te worden gesitueerd, dan wel 3 meter achter de gevellijn te worden gesitueerd; f de goothoogte bedraagt maximaal de goothoogte die is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'. Indien geen aanduiding is opgenomen, dan mag de goothoogte niet meer dan 7 meter bedragen; g de bouwhoogte bedraagt maximaal de bouwhoogte die is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' zoals aangeduid op de planverbeelding. Indien geen aanduiding is opgenomen, dan mag de bouwhoogte niet meer dan 12 meter bedragen; h ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - nultredenwoning' is uitsluitend een nultredenwoning toegestaan.

17.2.3

Bijbehorende bouwwerken Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' en binnen het 'bouwvlak' mogen bijbehorende bouwwerken worden opgericht ten dienste van de bestemming met inachtneming van de volgende bepalingen: a het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; b ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' mag de totale oppervlakte van de bebouwing maximaal 50% van de oppervlakte van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' bedragen zulks tot een maximum van 300 m²; c de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,25 meter, tenzij op de verbeelding een andere hoogte is aangegeven; d de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5 meter, tenzij op de verbeelding een andere hoogte is aangegeven.

17.2.4

Erkers Erkers aansluitend aan een woning zijn toegestaan met in achtneming van de volgende bepalingen: a de breedte bedraagt maximaal 60% van de breedte van de voorgevel, zulks tot een maximum van 4 meter; b de diepte bedraagt niet meer dan 1,50 meter; c de hoogte bedraagt niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag; d de afstand tot aan de erfgrens evenwijdig gelegen aan de voorgevel bedraagt minimaal 3 meter.

50

17.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met uitzondering van terrein- en erfafscheidingen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw; b de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter; c de bouwhoogte van een pergola mag niet meer bedragen dan 2,50 meter; d de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter; e ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' en 'bouwvlak' is per bouwperceel één onoverdekt zwembad toegestaan met een bouwdiepte van 6 meter en een oppervlakte van maximaal 120 m2; f ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' en 'bouwvlak' is per bouwperceel één onoverdekte tennisbaan toegestaan.

17.3 17.3.1

Afwijken van de bouwregels Afwijkingsbevoegdheid voor het realiseren van een extra woning Het bevoegd gezag kan afwijken van artikel 17.2.1 voor het realiseren van één extra woning per bestaande woning onder de voorwaarden dat: a de inhoud van de bestaande woning minimaal 750 m3 bedraagt; b na splitsing van de bestaande woning de inhoud van elke woning minimaal 350 m 3 bedraagt; c de te realiseren extra woning past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; d wordt voldaan aan het bepaalde ten aanzien van hemelwaterberging in artikel 29.2; e voor de parkeerbehoefte wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 29.3; f de cultuurhistorische en/of architectonische waarden behouden blijven; g geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen; h geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor het woonmilieu van belendingen.

17.3.2

Afwijkingsbevoegdheid voor hogere terrein- en erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan in het belang van de veiligheid van de bewoners afwijken van artikel 17.2.5 sub b onder de voorwaarden dat: a de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; b geen nadelige gevolgen ontstaan voor de verkeersveiligheid; c belangen van derden, het woongenot daaronder begrepen, niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad; d het stedenbouwkundig beeld ter plaatse niet wordt verstoord.

17.3.3

Afwijkingsbevoegdheid voor het realiseren van een mantelzorgwoning in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk Het bevoegd gezag kan afwijken van de regels voor realisering van een mantelzorgvoorziening in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk onder de voorwaarden dat: a de mantelzorgvoorziening is bedoeld voor de huisvesting van één huishouden; b de behoefte aan mantelzorg is aangetoond;

51

c er geen zelfstandige woning ontstaat; d het oppervlak van de mantelzorgvoorziening maximaal 80 m2 bedraagt; e de mantelzorgvoorziening qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning; f de mantelzorgvoorziening niet leidt tot een onevenredige aantasting van de omgeving; g zodra de noodzaak van de mantelzorgvoorziening is komen te vervallen, het gebruik als woonruimte wordt beëindigd. 17.3.4

Afwijkingsbevoegdheid voor het bouwen van een zwembad of tennisbaan buiten de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' en het bouwvlak Het bevoegd gezag kan afwijken van de regels voor het bouwen in het bestemmingsvlak buiten de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' en het 'bouwvlak' voor het bouwen van een zwembad of tennisbaan, onder de voorwaarden dat: a de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 5 meter bedraagt; b het totale onbebouwde oppervlak buiten het bouwvlak, niet minder dan 40% bedraagt; c geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan.

17.3.5

Afwijkingsbevoegdheid voor een hogere maximum goot- en/of bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bij woningen Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in 17.2.3 sub d voor het toestaan van een hogere maximum goot- en/of bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bij woningen, onder de voorwaarden dat: a de goot- en bouwhoogte maximaal 7 meter bedraagt; b het bijbehorend bouwwerk vanuit het stedenbouwkundig beeld inpasbaar is in zijn omgeving; c door de afwijkende hoogten het ruimtelijke karakter ter plaatse niet wordt aangetast; d er geen sprake is van onevenredige belemmeringen voor de omgeving op het gebied van privacy en dag- en zonlichttoetreding.

17.3.6

Afwijkingsbevoegdheid geluid Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in 17.2.1 onder a.2 zesde gedachtestreepje en toestaan dat de bouwmassa van een woning wordt gewijzigd of gesloopt, mits is aangetoond dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - achterliggend gebied' de conform bijlage 2 vastgestelde hogere waarden voor geluid, niet worden overschreden.

17.4 17.4.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a milieuzoneringsplichtige inrichtingen; b detailhandel en/of groothandel; c horeca; d bed & breakfast;

52

e kamerverhuur; f buitenopslag; g zelfstandige bewoning van bijbehorende bouwwerken, uitgezonderd bewoning in het kader van mantelzorg; h het slopen van woningen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - eerstelijnsbebouwing', indien deze woningen zijn gerealiseerd conform artikel 17.2.1 onder a.2 vijfde gedachtestreepje. 17.5 17.5.1

Afwijken van de gebruiksregels Afwijken bed & breakfast Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 17.4.1, sub d ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/of bijbehorende bouwwerken bij de woning voor bed & breakfast-voorzieningen, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie, mits: a maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de gebouwen, tot een maximum van 60 m2 voor bed & breakfast voorzieningen wordt gebruikt; b degene die de activiteiten in de woning of het bijbehorend bouwwerk zal uitvoeren dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c de activiteiten dienen qua aard, milieubelasting, uitstraling en intensiteit te passen in de woonomgeving; d er is gezorgd voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; e de normale afwikkeling van het verkeer blijft mogelijk en de verkeersveiligheid komt niet in het geding; f er dient een nachtregister zoals bedoeld in de Algemeen Plaatselijke Verordening te worden bijgehouden.

17.5.2

Afwijken slopen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 17.4.1 onder h en toestaan dat de woningen worden gesloopt, mits is aangetoond dat de toegestane geluidsbelasting ten gevolge van het spoorweglawaai op de gevels van de woningen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - achterliggend gebied' niet wordt overschreden.

53

Artikel 18

Wonen - Woonwagenstandplaats

18.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen - Woonwagenstandplaats’ aangewezen gronden, zijn bestemd voor: a maximaal 3 woonwagens, sanitaire voorzieningen en bijbehorende bouwwerken; b tuinen, erven en terreinen; c ondergeschikte voorzieningen zoals verkeers- en groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

18.2 18.2.1

Bouwregels Hoofdgebouwen Op de in lid 18.1 bedoelde gronden mogen hoofdgebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met dien verstande dat: a hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b de goothoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; c de bouwhoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen.

18.2.2

Bijbehorende bouwwerken Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' en binnen het 'bouwvlak' mogen bijbehorende bouwwerken worden opgericht ten dienste van de bestemming met inachtneming van de volgende bepalingen: a het ‘bouwvlak’ en de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' mag volledig worden bebouwd, mits de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken per woonwagen niet meer bedraagt dan 65 m2; b de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5 meter.

18.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 18.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a de bouwhoogte van bouwwerken, voor (het verlengde van) de voorgevel van de woonwagen mag maximaal 1 m bedragen; b de bouwhoogte van de overige bouwwerken mag maximaal 2 m bedragen.

18.3 18.3.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a milieuzoneringsplichtige inrichtingen; b detailhandel en/of groothandel; c horeca; d de opslag van oud ijzer; e buitenopslag; f zelfstandige bewoning van bijbehorende bouwwerken.

54

Artikel 19

Leiding - Riool

19.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), met voorrang mede bestemd voor een rioolpersleiding.

19.2 19.2.1

Bouwregels Voorrangsregeling Indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de leidingen als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in de overige artikelen prevaleert de bestemming Leiding - Riool.

19.2.2

Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming.

19.2.3

Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

19.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3 meter bedraagt.

19.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 19.2.3 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits: a geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

19.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Riool zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; c het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e diepploegen; f het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de doeleindenomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; g het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen.

19.4.1

55

19.4.2

Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 19.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

19.4.3

Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 19.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

56

Artikel 20

Waarde - Archeologie 1

20.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de op of in de grond aanwezige zeer hoge archeologische waarden. Indien een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelbestemmingen op een bouwperceel, gelden de meest strenge regels voor het hele bouwperceel.

20.2 20.2.1

Bouwregels Archeologisch rapport Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van één bouwwerk of meerdere bouwwerken van tezamen groter dan 0 (nul) m2 en met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m onder maaiveld dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld; b Indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1 de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2 de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 3 de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een erkende archeologische partij of deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door

burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; 4 de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; 5 richtlijnen geven omtrent de wijze waarop omgegaan wordt met (toevals)vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. c het overleggen van een rapport is niet nodig als de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, afdoende is vastgesteld.

20.2.2

Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.

57

20.2.3

Advies archeologisch deskundige Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over een omgevingsvergunningaanvraag als bedoeld in lid 20.2.1 sub a, winnen zij schriftelijk advies in bij een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door afwijking van de bouwregels geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

20.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Vergunningplicht Het is verboden op de gronden met de bestemming ‘Waarde - Archeologie 1’ zonder een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren, indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 0 (nul) m2: a het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; c het ophogen en egaliseren van gronden; d het verlagen van het waterpeil; e het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; f het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; g het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; h het afplaggen van heide- of natuurgebieden; i het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedragen; j het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen.

20.3.1

20.3.2

Uitzonderingen vergunningplicht Het in lid 20.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een erkende archeologische partij; d binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bouwwerk worden uitgevoerd.

58

20.3.3

Beoordelingscriteria Ten aanzien van de in lid 20.3.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a de vergunning kan uitsluitend worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, wat moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd bezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Als het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg zo nodig een opgraving plaats te vinden; b het overleggen van een rapport is niet nodig als naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, die is getoetst door de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, afdoende is vastgesteld.

20.3.4

Voorschriften Voor zover de in lid 20.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; c de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een erkende archeologische partij of deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; d de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; e richtlijnen geven omtrent de wijze waarop omgegaan wordt met (toevals)vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.

20.3.5

Advies Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 20.3.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door het verlenen van een afwijking geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

59

20.4 20.4.1

Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan het bestemmingsplan zodanig wijzigen dat de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’: a naar ligging wordt verschoven, dan wel; b naar omvang wordt vergroot of verkleind, dan wel; c van bestemming wijzigt in een andere ‘Waarde - Archeologie 2, 3, 4, 5 of 6’, d wordt verwijderd.

20.4.2

Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder 20.4.1 worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

60

Artikel 21

Waarde - Archeologie 3

21.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de op of in de grond aanwezige hoge archeologische waarden. Indien een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelbestemmingen op een bouwperceel, gelden de meest strenge regels voor het hele bouwperceel.

21.2 21.2.1

Bouwregels Archeologisch rapport Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van één bouwwerk of meerdere bouwwerken van tezamen groter dan 50 m2 en met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m onder maaiveld dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld; b Indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1 de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2 de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 3 de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een erkende archeologische partij of deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door

burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; 4 de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; 5 richtlijnen geven omtrent de wijze waarop omgegaan wordt met (toevals)vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. c het overleggen van een rapport is niet nodig als de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, afdoende is vastgesteld.

21.2.2

Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.

61

21.2.3

Advies archeologisch deskundige Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over een omgevingsvergunningaanvraag als bedoeld in lid 21.2.1 sub a, winnen zij schriftelijk advies in bij een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door afwijking van de bouwregels geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

21.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Vergunningplicht Het is verboden op de gronden met de bestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ zonder een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren, indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 50 m2: a het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; c het ophogen en egaliseren van gronden; d het verlagen van het waterpeil; e het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; f het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; g het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; h het afplaggen van heide- of natuurgebieden; i het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedragen; j het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen.

21.3.1

21.3.2

Uitzonderingen vergunningplicht Het in lid 21.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een erkende archeologische partij; d binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bouwwerk worden uitgevoerd.

62

21.3.3

Beoordelingscriteria Ten aanzien van de in lid 21.3.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a de vergunning kan uitsluitend worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, wat moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd bezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Als het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg zo nodig een opgraving plaats te vinden; b het overleggen van een rapport is niet nodig als naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, die is getoetst door de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, afdoende is vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=ed79406c-a018-4108-b1ff-5a7b87679b39