Bijlage - Regels Kom Helvoirt 2023
Tekst van het document
Bestemmingsplan | Regels
Kom Helvoirt 2023
Gemeente Vught
Datum: 8 mei 2024 Projectnummer: 210284 ID: NL.IMRO.0865.hvtBPkomhelvoirt-VG01
INHOUD REGELS
1
Inleidende regels
3
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
3 14
2
Bestemmingsregels
16
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26
Agrarisch Bedrijf Bedrijf - Nutsvoorziening Bos Detailhandel Dienstverlening Gemengd Groen Horeca Maatschappelijk Sport Verkeer Verkeer - Railverkeer Water Wonen Wonen - Woonwagenstandplaats Leiding - Riool Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Archeologie 6 Waarde - Natuur en landschap Waterstaat - Waterberging(sgebied)
16 17 20 21 23 26 29 32 35 38 41 44 47 48 49 54 55 57 61 65 69 73 77 78
3
Algemene regels
79
Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
79 79 80 83 86 87
4
Overgangs- en slotregels
88
Artikel 33 Artikel 34
Overgangsrecht Slotregel
88 88
Bijlagen Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten Bijlage 2 Notitie akoestisch onderzoek
De verbeelding Verbeelding met legenda
1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1
plan: het bestemmingsplan Kom Helvoirt 2023 met identificatienummer NL.IMRO.0865.hvtBPkomhelvoirt-VG01 van de gemeente Vught;
1.2
bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
1.3
aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
aaneengebouwd: een gebouw, deel uitmakend van een bouwmassa, bestaande uit drie of meer aan elkaar gebouwde grondgebonden hoofdgebouwen;
1.6
archeologisch onderzoek: Diversen vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
1.7
archeologische rapport: In rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden.
1.8
archeologische verwachting: Aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; de trefkans of verwachting kan uiteenlopen van geen tot laag tot hoog.
1.9
archeologische waarde: Oudheidkundige waarde, in de vorm van archeologische relicten in hun oorspronkelijke context. Zowel grote complexen/structuren zoals nederzettingsterreinen, als afzonderlijke vondsten kunnen met deze term worden aangeduid. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen terreinen van zeer hoge waarde en hoge waarde.
1.10
attentiezone waterhuishouding: gebied gelegen rondom en binnen het Natuur Netwerk Brabant waar fysieke ingrepen een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding;
3
1.11
bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.12
bebouwingspercentage: een op de kaart of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwvlak aangeeft, dat ten hoogste bebouwd mag worden;
1.13
bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, met uitzondering van aan huis gebonden beroepen;
1.14
bedrijf- of beroep aan huis: een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal vanuit een woning en/of daarbij bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner, waaronder niet begrepen het verstrekken van logies, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Onder bedrijf of beroep aan huis wordt tevens begrepen detailhandel via internet, zonder opslag en/of verkoop aan huis;
1.15
bedrijfsactiviteiten: vormen van bedrijf vergelijkbaar met of zoals opgenomen in de als bijlage 1 bij de regels opgenomen Lijst van Bedrijfsactiviteiten;
1.16
bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) één persoon of huishouden, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;
1.17
bed & breakfast: een kleinschalige accommodatie gericht op het bieden van kortdurend toeristisch nachtverblijf met de verzorging van ontbijt zonder dat het een zelfstandige woning/wooneenheid betreft;
1.18
begane grond: de eerste bouwlaag boven het peil;
1.19
bestaand: bestaand en legaal aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan;
1.20
bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;
1.21
bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
4
1.22
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
1.23
bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
1.24
bijbouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.25
bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
1.26
bouwgrens: de grens van een bouwvlak;
1.27
bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder. Ter verduidelijking: van bovenkant vloer tot bovenkant vloer;
1.28
bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.29
bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel: a voorste bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel gelegen aan een weg waaraan wordt gebouwd, tenzij door burgemeester en wethouders een andere perceelsgrens als zodanig wordt aangewezen; b zijdelingse bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel die loodrecht of nagenoeg loodrecht staat op de voorste bouwperceelsgrens; c achterste bouwperceelsgrens: de meest van de weg af gelegen bouwperceelsgrens, evenwijdig of nagenoeg evenwijdig aan de voorste bouwperceelsgrens;
1.30
bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
5
1.31
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.32
calamiteit: een verwoesting door een onvermijdelijk, eenmalig buiten de schuld van de betrokkene veroorzaakt onheil;
1.33
cultuurhistorische waarde: de aan het bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;
1.34
dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
1.35
dakkapel: een uit een hellend dak stekende uitbouw omringd door het dakvlak;
1.36
deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg: Professioneel archeoloog die voldoet aan de kwalificaties van de geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
1.37
detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroepsof bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt. Onder detailhandel moet ook verstaan worden commerciële dienstverlening zoals een kapsalon, nagelstudio en dergelijke;
1.38
dienstverlening: a zakelijke dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een kantoor en een congres- en vergaderaccommodatie; b persoonlijke dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen zoals een kapsalon, nagelstudio, schoonheidsspecialiste en dergelijke;
1.39
dove gevel: een gevel, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, zonder te openen delen;
1.40
eigen terrein: gronden, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten, niet zijnde openbaar gebied;
6
1.41
erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;
1.42
erkende archeologische partij: Een gecertificeerde archeologische dienst, bedrijf of instelling, erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
1.43
erker: een bouwkundig ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een (bedrijfs)woning aan een gevel, in één bouwlaag;
1.44
escortbedrijf: een natuurlijk persoon, groep van personen, en/of rechtspersoon die prostitutie aanbiedt, die uitgeoefend wordt op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte of woning;
1.45
evenement: een activiteit gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden en/of gericht op vermaak en ontspanning;
1.46
extensieve dagrecreatie: vrijetijdsbesteding die in hoofdzaak is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, vissen, zwemmen, roeien, kanoën etc, die plaats vindt binnen een periode van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang;
1.47
feestzaal: een zaal die geschikt is voor het organiseren van feesten en bijeenkomsten;
1.48
functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan;
1.49
gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.50
geluidgevoelig gebouw: een gebouw of deel van een gebouw dat geluidgevoelig is op grond van de Wet geluidhinder juncto het Besluit geluidhinder;
1.51
geluidgevoelig object: gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;
1.52
gestapeld: bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en naast elkaar bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten;
7
1.53
groenblauwe mantel: gebieden met een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water die overwegend grenzen aan het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszone of die deze verbinden;
1.54
hoofdbewoner: degene die daadwerkelijk woont in de woning (zijn/haar hoofdverblijf heeft in de woning) en in de Basisregistratie Personen of diens rechtsopvolger(s) ingeschreven staat op het adres van de woning; een hoofdbewoner kan eigenaar of huurder van de woning zijn;
1.55
hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
1.56
horeca: een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt. De horecabedrijven zijn in vier categorieën te onderscheiden: a categorie 1: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen, waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije dranken worden verstrekt, en waarvan de exploitatie overwegend tijdens winkeltijden plaatsvindt, zoals een lunchroom, broodjeszaak, en een ijssalon; b categorie 2: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen, waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije dranken worden verstrekt, en waarvan de exploitatie zowel overdag als in de avonduren plaatsvindt, zoals een cafetaria, snackbar, afhaalcentrum, automatiek; c categorie 3: vormen van horeca-activiteiten waar in hoofdzaak maaltijden, (alcoholische) dranken en/of logies worden verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans in de middag- en avonduren plaatsvindt, zoals een café, restaurant, hotel en pension; d categorie 4: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans in de avonduren plaatsvindt, een aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt,
zoals bar-dancings, discotheken, nachtclubs, alsmede horeca met zaalaccommodatie;
1.57
houtgewas: het groeiende hout, bomen en heesters;
1.58
huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur en huisvesting van tijdelijke werknemers wordt daaronder niet begrepen;
1.59
infiltratievoorziening voorzieningen bedoeld om ingezameld hemelwater tijdelijk te bergen en in de bodem te infiltreren;
8
1.60
intramurale zorg zorg die gedurende een onafgebroken verblijf van meer van 24 uur geboden wordt in een zorginstelling bestaande uit begeleiding, verzorging en/of behandeling;
1.61
jongerenontmoetingsplek: een door het gemeentebestuur als zodanig aangewezen of ingerichte voor jongeren bedoelde openbare locatie, al dan niet met voorzieningen en/of bouwwerken en gebouwen;
1.62
kamergewijs bewoond pand: pand, verdeeld in meerdere onzelfstandige woonruimten, bewoond door personen die geen gemeenschappelijk huishouden voeren en waarin de voorzieningen zoals keuken, badkamer en toilet gemeenschappelijk gebruikt worden;
1.63
kelder: een geheel ondergronds gelegen ruimte, die is gesitueerd onder een bovengronds hoofdgebouw, waarvan de bovenkant van de vloer zich onder peil bevindt;
1.64
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie: De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie is binnen de beroepsgroep de geldende norm voor de uitvoering van archeologisch onderzoek.
1.65
landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten;
1.66
maaiveld: Ter plaatse van een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; a indien in het water wordt gewerkt: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land; b in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
1.67
maatschappelijke en culturele voorzieningen: het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder gezondheidszorg, zorg en welzijn, jeugd/kinderopvang, onderwijs, religie, uitvaart/begraafplaats, bibliotheken, verenigingsleven en/of defensie/militaire zaken, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen;
1.68
maatvoeringsvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge een matrixsymbool in het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten;
9
1.69
mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
1.70
Natuur Netwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden;
1.71
natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;
1.72
nultredenwoning: woning waarin de woonkamer of de woonruimte vanaf de straat te bereiken is zonder traplopen (externe toegankelijkheid) én waarin vanuit de woonkamer de keuken, het toilet, de badkamer en ten minste één slaapkamer zonder traplopen te bereiken zijn.
1.73
nutsvoorziening: voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie;
1.74
onderbouw: een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven peil is gelegen;
1.75
ondergeschikte activiteit: een activiteit van zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft;
1.76
ondergeschikt bouwdeel: een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk, met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak;
1.77
ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen onder peil;
1.78
opslag: het opbergen van materialen met de bedoeling en op een dergelijke wijze, dat men later weer over het materiaal kan beschikken;
10
1.79
pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;
1.80
park: een complex van gronden, bestaand bos, bosschages en/of weilanden, meestal door vijvers en kunstmatige aanleg verfraaid en door de samenhang, verschijningsvorm en/of cultuurhistorische waarden bepalend voor de groenstructuur van de omgeving en de gemeente als geheel;
1.81
parkeergelegenheid/parkeervoorzieningen: elke stallingsgelegenheid op zowel openbaar als particulier terrein ten behoeve van een motorvoertuig op meer dan twee wielen;
1.82
patiowoning: een woning waarbij de (bepalende) buitenruimte geheel of gedeeltelijk is ingesloten door de bouwmassa van de woning, de aangrenzende woning(en) en/of muren zodat een binnenplaats of binnenhof wordt gevormd;
1.83
peil: a voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein;
1.84
perceelsgrens: een grenslijn tussen bouwpercelen onderling;
1.85
pergola: een bouwwerk bestaande uit verticale pijlers, al dan niet verbonden met een muur van maximaal 1 meter hoog, horizontaal met een lat of enige latten verbonden en opgericht met het oogmerk om hierover planten te laten groeien;
1.86
Programma van Eisen: Een programma van eisen is een document, opgesteld conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, waarin wordt aangegeven op welke wijze archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Een Programma van Eisen behoeft altijd goedkeuring door het college van burgemeester en wethouders.
1.87
prostitutie: het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander;
1.88
relatie of relatieteken: een verbindingslijn die één of meerdere bij elkaar behorende bouw- of bestemmingsvlakken met elkaar verbindt, waardoor er voor de toepassing van deze regels sprake is van één bouw- of bestemmingsvlak;
11
1.89
religieuze doeleinden: het uitoefenen van activiteiten gericht op de religieuze dienstverlening;
1.90
retentiegebied: gebied waar het water bij hevige regenval tijdelijk geborgen kan worden;
1.91
seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische-pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichtingen worden in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksclub, een privé-huis, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.92
stedenbouwkundig beeld: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n);
1.93
straatmeubilair: verkeersgeleiders, rampalen/amsterdammertjes, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen en daarmee vergelijkbare objecten;
1.94
terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt;
1.95
tuin: niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;
1.96
twee-aaneengebouwd: een gebouw, deel uitmakend van een bouwmassa bestaande uit twee hoofdgebouwen, waarvan een hoofdgebouw aan maximaal één zijde grenst/aansluit aan een ander hoofdgebouw;
1.97
uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden bouwwerk, een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een ruimte in het hoofdgebouw inhoudt;
1.98
vloeroppervlakte: de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken;
12
1.99
volumineuze detailhandel: detailhandel die vanwege aard en omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig hebben;
1.100
voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel(s) van een gebouw, welke door de gevelindeling als meest representatieve gevel(s) van het gebouw dient te worden aangemerkt;
1.101
voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn die loopt langs of evenwijdig aan de voor- en, indien van toepassing, zijgevel van een hoofdgebouw tot aan de perceelgrenzen;
1.102
voorziening van algemeen nut: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;
1.103
vrijstaand: bebouwing waarvan het hoofdgebouw niet grenst of aansluit aan andere hoofdgebouwen;
1.104
waardevolle boom: een bijzondere beschermwaardige boom en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving, die als zodanig is geregistreerd en opgenomen in beleid van de gemeente Vught;
1.105
waardevolle groenstructuur: een bijzondere beschermwaardige groenstructuur en/of boomstructuur met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving, die als zodanig is geregistreerd en opgenomen in beleid van de gemeente Vught;
1.106
water en waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc;
1.107
waterberging: gebieden die integraal onderdeel uitmaken van het watersysteem en die periodiek vanuit het oppervlaktewatersysteem kunnen overstromen;
1.108
weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;
13
1.109
wellness: het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op ontspanning, verzorging en beauty, waaronder een spa en sauna;
1.110
woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, niet zijnde een bijzondere woonvorm, en/of voor de huisvesting van maximaal vier personen waarbij de voorzieningen met elkaar worden gedeeld en wanneer er daarnaast geen ander huishouden in het gebouw is ondergebracht;
1.111
wonen: het met een vast karakter huisvesten van één afzonderlijk huishouden in een woning;
1.112
woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst;
1.113
zorgwoning: een gebouw in gebruik als zelfstandige woning gericht op het verlenen van zorg.
Artikel 2
Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
afstanden: afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kortst zijn;
2.2
bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden;
2.3
dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.4
afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: tussen de grens van het bouwperceel en enig punt van het op het bouwperceel voorkomend bouwwerk;
2.5
bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. Voor zover een bouwwerk zich bevindt op een erf- of perceelsgrens wordt gemeten aan de kant waar het aansluitende afgewerkte terrein het hoogst is;
2.6
goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij de bepaling van de goothoogte wordt een dakkapel op het hoofdgebouw niet meegerekend;
14
2.7
inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.8
oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.9
lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: tussen de buitenzijde van de gevels of het hart van de scheidsmuren;
2.10
bedrijfsvloeroppervlakte: binnenwerks op de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten;
2.11
bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen;
2.12
ondergronds (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf het peil tot de onderzijde van de constructie van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk;
2.13
maten: de maatvoeringen die in meter of m2 zijn uitgedrukt worden op de volgende wijze gemeten: a afstanden loodrecht; b hoogten vanaf het peil, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; c maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,50 meter buiten beschouwing blijven.
15
2 Artikel 3
Bestemmingsregels Agrarisch
3.1
Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a grondgebonden agrarische bedrijven; b hobbymatig houden van dieren; c behoud en herstel van de bestaande landschapselementen; d instandhouding als zodanig van de aldaar voorkomende zandwegen; e water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen;
3.2
Bouwregels Op de in lid 3.1 bedoelde gronden zijn gebouwen niet toegestaan en mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat uitsluitend zijn toegestaan: a erf- en terreinafscheidingen, mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1 meter; b bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding, mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 10 meter; c eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensieve openluchtrecreatie, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter;
3.3
Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 onder a, voor het oprichten van erf- en terreinafscheidingen, tot een maximale bouwhoogte van 2 meter.
3.4 3.4.1
Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a paardenbakken; b opslag van hooirollen; c het plaatsen van retentievoorzieningen en waterbassins.
16
Artikel 4
Bedrijf
4.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a bedrijven in milieucategorie 1 en 2 en zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels opgenomen Lijst van Bedrijfsactiviteiten; b ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - benzineservicestation’ tevens een benzineservicestation; c ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - constructiewerkplaats (gesloten gebouw)’ tevens een constructiewerkplaats (gesloten gebouw); d ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - goederenwegvervoerbedrijf’ tevens een goederenwegvervoerbedrijf; e ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - groothandel in ijzer- en metaalwaren’ tevens een groothandel in ijzer- en metaalwaren; f ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - groothandel in overige machines en apparaten’ tevens een groothandel in overige machines en apparaten; g ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - handel in vrachtauto’s (incl. import en reparatie)’ tevens een handel in vrachtauto’s (incl. import en reparatie); h ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - machine- en apparatenfabriek incl. reparatie’ tevens een machine- en apparatenfabriek incl.
reparatie; i ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - veevoerfabriek (mengvoeder)’ tevens een veevoerfabriek (mengvoeder); j ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips’ tevens de vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips; k uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ een bedrijfswoning met een maximum van één bedrijfswoning; l uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - ondergeschikte detailhandel’ tevens voor ondergeschikte detailhandel; m ondergeschikte parkeer- en groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen.
4.2 4.2.1
Bouwregels Gebouwen Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen gebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b de goothoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; c de bouwhoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; d het bebouwingspercentage bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ aangegeven percentage; e de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen.
17
4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw; b de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter; c de bouwhoogte van een pergola mag niet meer bedragen dan 2,50 meter; d de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 meter.
4.3 4.3.1
Afwijken van de bouwregels Afwijkingsbevoegdheid voor een hogere maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een maximale bouwhoogte van 6 meter, mits: a deze bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vanuit het oogpunt van de functie noodzakelijk zijn; b het stedenbouwkundige beeld ter plaatse niet wordt verstoord; c geen onevenredige nadelige gevolgen voor de omgeving ontstaan of kunnen ontstaan; d waarden en belangen van derden niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad.
4.3.2
Afwijkingsbevoegdheid voor hogere terrein- en erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 sub b in het belang van de veiligheid onder de voorwaarden dat: a de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; b geen nadelige gevolgen ontstaan voor de verkeersveiligheid; c belangen van derden, het woongenot daaronder begrepen, niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad; d het stedenbouwkundig beeld ter plaatse niet wordt verstoord.
4.4 4.4.1
Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a geluidzoneringsplichtige inrichtingen; b wonen, tenzij expliciet toegestaan in lid 4.1; c detailhandel, tenzij expliciet toegestaan in lid 4.1; d buitenopslag; e bed & breakfast; f kamperen; g horeca.
18
4.5
Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 onder a voor bedrijven in categorie 1 of 2, indien deze niet voorkomen op de Lijst van Bedrijfsactiviteiten mits: a de activiteiten van het desbetreffende bedrijf voor wat betreft de afstand naar aard en invloed op de omgeving gelijk zijn te stellen met bedrijven in categorie 1 of 2 van deze Lijst van Bedrijfsactiviteiten; b de woon- en leefomgeving en belangen van derden in de directe omgeving niet worden geschaad; c het niet betreft geluidhinder veroorzakende inrichtingen als bedoeld in bijlage 1 onderdeel C Besluit omgevingsrecht.
19
Artikel 5
Bedrijf - Nutsvoorziening
5.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a nutsvoorzieningen; b ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen.
5.2 5.2.1
Bouwregels Gebouwen Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen gebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b de goothoogte van een gebouw mag niet meer dan 3,50 meter bedragen; c de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 5 meter bedragen.
5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter; c de bouwhoogte van telecommunicatiemasten mag niet meer bedragen dan 20 meter.
5.3
Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2b sub b voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits: a dit nodig is voor de veiligheid en het functioneren van de betreffende nutsvoorziening; b de bouwhoogte van het bouwwerk niet meer dan 8 meter bedraagt; c geen nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan.
5.4 5.4.1
Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a geluidzoneringsplichtige inrichtingen; b wonen; c detailhandel; d buitenopslag; e bed & breakfast; f kamperen; g horeca.
20
Artikel 6
Bos
6.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a bos en bebossing; b groenvoorzieningen; c bestaande wegen, bruggen en paden; d water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e extensieve dagrecreatieve doeleinden, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, picknicken; f behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden; g bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
6.2
Bouwregels Op de in lid 6.1 bedoelde gronden zijn gebouwen niet toegestaan en mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 meter.
6.3 6.3.1
Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden: a opslag van onbruikbare althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c een jongerenontmoetingsplek (JOP); d het aanleggen van parkeervoorzieningen; e als staanplaats of ligplaats van onderkomens, tenzij de aanwezigheid van onderkomens nodig is in verband met in het park uit te voeren werken of werkzaamheden, gedurende de periode waarin deze werken en werkzaamheden worden uitgevoerd; f als sport- of wedstrijdterreinen en buitenmaneges; g voor het beproeven van voertuigen, voor de beoefening van de motorsport, voor het houden van wedstrijden met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen; h voor het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen; i als staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; j kamperen; k voor het winnen van bosstrooisel en mos.
21
6.4 6.4.1
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a het verrichten van werkzaamheden die de dood of ernstige beschadiging van houtgewas als gevolg kunnen hebben, anders dan bij wijze van verzorging van het aanwezige houtgewas; b het aanleggen van verhardingen; c het afgraven, ophogen en egaliseren van gronden.
6.4.2
Uitzondering op verbod Het onder 6.4.1 van dit artikel bedoelde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a het normale onderhoud betreffen dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; b reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan.
6.4.3
Voorwaarden De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden.
22
Artikel 7
Detailhandel
7.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a detailhandel; b wonen, in (bedrijfs-)woningen voor zover legaal aanwezig op het moment van het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; c ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen.
7.2 7.2.1
Bouwregels Gebouwen Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen gebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande, dat: a hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b de goothoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; c de bouwhoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; d het bebouwingspercentage bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ aangegeven percentage; e gebouwen dienen in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd.
7.2.2
(Bedrijfs-)woning(en) Voor (een) (bedrijfs-)woning (en) zoals genoemd onder 7.1 lid b. dienen bij verbouw of nieuwbouw de volgende bepalingen in acht te worden genomen: a de (bedrijfs-)woning dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b de inhoud van een (bedrijfs-)woning mag maximaal 600 m³ bedragen; c de voorgevel van de (bedrijfs-)woning dient in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd.
7.2.3
Bijbehorende bouwwerken Bij de bouw van bijbehorende bouwwerken dienen de volgende bepalingen in acht te worden genomen: a ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' mag de totale oppervlakte van de bebouwing maximaal 50% van de oppervlakte van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' bedragen zulks tot een maximum van 300 m²; b bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' en binnen het bouwvlak worden opgericht; c de goothoogte mag niet meer dan 3,25 meter bedragen; d de bouwhoogte mag niet meer dan 5 meter bedragen.
23
7.2.4
Erkers Erkers aansluitend aan een (bedrijfs-)woning zijn toegestaan onder de volgende bepalingen: a de breedte bedraagt maximaal 60% van de breedte van de voorgevel zulks tot een maximum van 4 meter; b de diepte bedraagt niet meer dan 1,50 meter; c de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag en d de afstand tot aan de erfgrens evenwijdig gelegen aan de voorgevel bedraagt minimaal 3 meter.
7.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande, dat: a de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw; b de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter; c de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.
7.3 7.3.1
Afwijken van de bouwregels Afwijkingsbevoegdheid voor het oprichten van dakterrassen bij een (bedrijfs-)woning op een bijbehorend bouwwerk Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2 voor het oprichten van dakterrassen bij een bestaande (bedrijfs-)woning op een bijbehorend bouwwerk met inachtneming van de volgende bepalingen: a tot maximaal 3 meter vanuit de oorspronkelijke zij- of achtergevel aan de achterzijde gemeten; b de afstand tot de perceelsgrens minimaal 2 meter bedraagt.
7.3.2
Afwijkingsbevoegdheid voor hogere terrein- en erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.5 sub b in het belang van de veiligheid onder de voorwaarden dat: a de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; b geen nadelige gevolgen ontstaan voor de verkeersveiligheid; c belangen van derden, het woongenot daaronder begrepen, niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad; d het stedenbouwkundig beeld ter plaatse niet wordt verstoord.
7.4 7.4.1
Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a volumineuze detailhandel; b kamperen; c horeca;
24
d zelfstandige bewoning van bijbehorende bouwwerken, uitgezonderd bewoning in het kader van mantelzorg; e bed & breakfast. 7.5
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Detailhandel' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' mits: a de detailhandelsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd; b de woningbouw past binnen het gemeentelijk beleid; c geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en de omvang van het wijzigingsplan met noodzakelijk (milieu)onderzoek is aangetoond dat het plan alsnog uitvoerbaar is; d de woningen inpasbaar zijn vanuit het stedenbouwkundig beeld; e in het wijzigingsplan bouwvlakken, bijbouwvlakken, bouwhoogten, aantallen en soort woningen worden opgenomen en voor het overige zoveel als mogelijk wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 17 van deze regels.
25
Artikel 8
Dienstverlening
8.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Dienstverlening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a dienstverlening; b wonen in (bedrijfs-)woningen voor zover legaal aanwezig op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; c ter plaatse van de aanduiding ‘kantoor’ zijn de gronden tevens bestemd voor een kantoor; d ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van dienstverlening - pinbox’ zijn de gronden tevens bestemd voor een pinautomaat; e ondergeschikte parkeer- en groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen.
8.2 8.2.1
Bouwregels Gebouwen Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen gebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b de goothoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; c de bouwhoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; d het bebouwingspercentage bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ aangegeven percentage; e gebouwen dienen in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd;
8.2.2
(Bedrijfs-)woning(en) Voor (een) (bedrijfs-)woning (en) zoals genoemd onder 8.1 lid b. dienen bij verbouw of nieuwbouw de volgende bepalingen in acht te worden genomen: a de (bedrijfs-)woning dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b de inhoud van een (bedrijfs-)woning mag maximaal 600 m³ bedragen; c de voorgevel van de (bedrijfs-)woning dient in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd.
8.2.3
Bijbehorende bouwwerken Bij de bouw van bijbehorende bouwwerken dienen de volgende bepalingen in acht te worden genomen: a ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' mag de totale oppervlakte van de bebouwing maximaal 50% van de oppervlakte van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' bedragen zulks tot een maximum van 300 m²; b bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' en binnen het bouwvlak worden opgericht; c de goothoogte mag niet meer dan 3,25 meter bedragen; d de bouwhoogte mag niet meer dan 5 meter bedragen.
26
8.2.4
Erkers Erkers aansluitend aan een (bedrijfs-)woning zijn toegestaan onder de volgende bepalingen: a de breedte bedraagt maximaal 60% van de breedte van de voorgevel zulks tot een maximum van 4 meter; b de diepte bedraagt niet meer dan 1,50 meter; c de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag en d de afstand tot aan de erfgrens evenwijdig gelegen aan de voorgevel bedraagt minimaal 3 meter.
8.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw; b de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter; c de bouwhoogte van een pergola mag niet meer bedragen dan 2,50 meter; d de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.
8.3 8.3.1
Afwijken van de bouwregels Afwijkingsbevoegdheid voor het oprichten van dakterrassen bij een (bedrijfs-)woning op een bijbehorend bouwwerk Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2 voor het oprichten van dakterrassen bij een bestaande (bedrijfs-)woning op een bijbehorende bouwwerk met inachtneming van de volgende bepalingen: a tot maximaal 3 meter vanuit de oorspronkelijke zij- of achtergevel aan de achterzijde gemeten; b de afstand tot de perceelsgrens minimaal 2 meter bedraagt.
8.3.2
Afwijkingsbevoegdheid voor hogere terrein- en erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.5 sub b in het belang van de veiligheid onder de voorwaarden dat: a de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; b geen nadelige gevolgen ontstaan voor de verkeersveiligheid; c belangen van derden, het woongenot daaronder begrepen, niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad; d het stedenbouwkundig beeld ter plaatse niet wordt verstoord.
8.4 8.4.1
Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a bed & breakfast; b zelfstandige bewoning van bijbehorende bouwwerken, uitgezonderd bewoning in het kader van mantelzorg; c kamperen;
27
d detailhandel; e horeca. 8.5
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Dienstverlening' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' mits: a de dienstverleningsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd; b de woningbouw past binnen het gemeentelijk beleid; c geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en de omvang van het wijzigingsplan met noodzakelijk (milieu)onderzoek is aangetoond dat het plan alsnog uitvoerbaar is; d de woningen inpasbaar zijn vanuit het stedenbouwkundig beeld; e in het wijzigingsplan bouwvlakken, bijbouwvlakken, bouwhoogten, aantallen en soort woningen worden opgenomen en voor het overige zoveel als mogelijk wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 17 van deze regels.
28
Artikel 9
Gemengd
9.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a detailhandel, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel uitgesloten’ detailhandel niet is toegestaan; b dienstverlening; c wonen in (bedrijfs-)woningen voor zover legaal aanwezig op het moment van het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; d ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf’ zijn de gronden tevens bestemd voor bedrijven in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; e ter plaatse van de aanduiding ‘feestzaal’ zijn de gronden tevens bestemd voor feestzalen; f ter plaatse van de aanduiding ‘gezondheidszorg’ zijn de gronden tevens bestemd voor gezondheidszorg; g ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’ zijn de gronden tevens bestemd voor horeca tot en met categorie 3; h ondergeschikte parkeer- en groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen.
9.2 9.2.1
Bouwregels Gebouwen Op de in lid 9.1 bedoelde gronden mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b de goothoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; c de bouwhoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen; d het bebouwingspercentage bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ aangegeven percentage; e gebouwen dienen in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd.
9.2.2
(Bedrijfs-)woning(en) Voor (een) (bedrijfs-)woning (en) zoals genoemd onder 9.1 lid c. dienen bij verbouw of nieuwbouw de volgende bepalingen in acht te worden genomen: a de (bedrijfs-)woning dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b de inhoud van een (bedrijfs-)woning mag maximaal 600 m³ bedragen; c de voorgevel van de (bedrijfs-)woning dient in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd.
29
9.2.3
Bijbehorende bouwwerken Bij de bouw van bijbehorende bouwwerken dienen de volgende bepalingen in acht te worden genomen: a ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – bijbouwvlak’ mag de totale oppervlakte van de bebouwing maximaal 50% van de oppervlakte van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – bijbouwvlak’ bedragen zulks tot een maximum van 300 m²; b bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – bijbouwvlak’ en binnen het bouwvlak worden opgericht; c de goothoogte mag niet meer dan 3,25 meter bedragen; d de bouwhoogte mag niet meer dan 5 meter bedragen.
9.2.4
Erkers Erkers aansluitend aan een (bedrijfs-)woning zijn toegestaan onder de volgende bepalingen: a de breedte bedraagt maximaal 60% van de breedte van de voorgevel zulks tot een maximum van 4 meter; b de diepte bedraagt niet meer dan 1,50 meter; c de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag en d de afstand tot aan de erfgrens evenwijdig gelegen aan de voorgevel bedraagt minimaal 3 meter.
9.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 9.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw; b de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter; c de bouwhoogte van een pergola mag niet meer bedragen dan 2,50 meter; d de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.
9.3 9.3.1
Afwijken van de bouwregels Afwijkingsbevoegdheid voor hogere terrein- en erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.5 sub b in het belang van de veiligheid onder de voorwaarden dat: a de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; b geen nadelige gevolgen ontstaan voor de verkeersveiligheid; c belangen van derden, het woongenot daaronder begrepen, niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad; d het stedenbouwkundig beeld ter plaatse niet wordt verstoord.
30
9.4 9.4.1
Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a geluidzoneringsplichtige inrichtingen; b zelfstandige bewoning van bijbehorende bouwwerken, uitgezonderd bewoning in het kader van mantelzorg; c horeca, tenzij expliciet toegestaan in lid 9.1; d bed & breakfast; e kamperen.
31
Artikel 10
Groen
10.1
Bestemmingsomschrijving De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a groenvoorzieningen; b water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c wegen, fiets- en voetpaden; d bestaande parkeervoorzieningen; e ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – infiltratievoorziening’ een infiltratievoorziening; f ondergeschikte voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, straatmeubilair, bijbehorende verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, water, pompputten en waterhuishoudkundige voorzieningen en dergelijke; g overwegen, bruggen en duikers.
10.2 10.2.1
Bouwregels Gebouwen Op de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat: a ter plaatse van ‘specifieke bouwaanduiding – bijbehorende bouwwerken toegestaan’ bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan met een maximale bouwhoogte van 3 meter, mits de bijbehorende bouwwerken zijn voorzien van een plat dak. b voor het bouwen van nutsvoorzieningen de regels gelden van artikel 28.3.
10.2.2
Bouwwerken geen gebouwen zijnde Op de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a de hoogte van verlichtingsarmaturen mag maximaal 8 meter bedragen; b de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen; c de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3,25 meter bedragen.
10.3 10.3.1
Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a opslag van onbruikbare althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c als staanplaats of ligplaats van onderkomens, tenzij de aanwezigheid van onderkomens nodig is in verband met in het park uit te voeren werken of werkzaamheden, gedurende de periode waarin deze werken en werkzaamheden worden uitgevoerd; d voor het beproeven van voertuigen, voor de beoefening van de motorsport, voor het houden van wedstrijden met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen; e voor het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren of (brom)fietsen;
32
f g h i j k l
als staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; voor het winnen van bosstrooisel en mos; een jongerenontmoetingsplek (JOP); het aanleggen van nieuwe parkeervoorzieningen; sport- of wedstrijdterreinen; kamperen; buitenmaneges.
10.4 10.4.1
Afwijken van de gebruiksregels Afwijken voor het realiseren van parkeervoorzieningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.3.1 onder i voor het realiseren van maximaal 5 parkeerplaatsen per 1.000 m2, mits: a de parkeerbehoefte, overeenkomstig het geldende parkeerbeleid is aangetoond; b de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft; c geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; d waarden en belangen van derden niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad.