Bijlage - Rapport Toelichting archeologische verwachting- en beleidskaart
Tekst van het document
Berkvens & Leenders 2015a, 33. Informatie ontleend aan Van Iersel 2021a. 169 Informatie ontleend aan Van Iersel 2021b. 170 Nillesen 2018; Thiers 2021. 171 Thiers 2021. De zandpaden Antwerpsebaan/Groenewouddreef in Helovirt vormen nu nog oude relicten van deze belangrijke doorgaande weg. 168
68
meegenomen in bureauonderzoeken, maar waarschijnlijk niet nader onderzocht, omdat verkennend booronderzoek onvoldoende resultaat opleverde.172 Bij dat verkennend booronderzoek lijkt echter geen rekening te zijn gehouden met het feit dat bij de kruising met de Molenstraat/Antwerpsebaan een gehucht aanwezig was dat in de 15e-19e eeuw bewoond was. Dieper liggende archeologische resten van het gehucht (zoals funderingsresten en mogelijk vondstrijke waterputten en afvalkuilen van de herbergen) zouden ter hoogte van de kruising nog wel aanwezig kunnen zijn. Dergelijke sporen kunnen bij een verkennend booronderzoek makkelijk gemist of als ‘verstoring’ geduid zijn. Bij toekomstige werkzaamheden dient men hier dus wel degelijk rekening te houden met archeologische resten.
Grotere en kleinere gehuchten Vught Berkvens & Leenders bespreken in de catalogus bij de Cultuurhistorische waardenkaart voor Vught een groot aantal gehuchten, die ook archeologisch relevant zijn vanwege de kans op sporen van vroegere bebouwing, erven en waterputten (complextype: bewoning).173 Op een nieuw ingekleurde plattegrond van de gemeente Vught uit 1832 zijn de meeste boerderijerven, gehuchten, huizengroepen en ook enkele buitenplaatsen met hun naam nog goed te onderscheiden (afb. 4.14). Groot gehucht Vranckenhofstad Vranckenhofstad174 is een verdwenen en relatief dichtbebouwd gehucht langs de westzijde van de toenmalige Vughterdijk (= de weg van de Vughterpoort te ‘sHertogenbosch richting Vught). Die oude weg lag ca. 100 m ten oosten van de huidige Vughterweg. Het gehucht lag direct ten noorden van de huidige rotonde Postweg-Heunweg-Vughterweg, ongeveer op de plek175 waar nu de randweg A2 Vught staat aangegeven. De kaart van ‘s-Hertogenbosch door Van Deventer geeft hier lintbebouwing aan met een groot aantal aaneengesloten gebouwde huisjes, maar geen kerk (afb. 4.11: nr. 1). In dit gehucht stond ook één van de laatmiddeleeuwse molens van Vught (afb. 4.11: nr. 10).176 Vanaf 1614 is direct ten westen van dit gehucht Fort Isabella gebouwd, op de plek van het toenmalige straatgehucht ’t Reut (afb. 4.11: nr.
2).177 Beide gehuchten zijn in de tweede helft van de 16e eeuw (tussen 1579 en 1585) gesloopt omdat ze in het schootsveld lagen van de stad ’s-Hertogenbosch, dan wel plaats moesten maken voor Fort Isabella. Op kaarten van het beleg van 1603 is daar tevens de tijdelijke voorganger van fort Isabella te vinden, onder de namen Fort la Belle (genoemd naar de daar gesneuvelde markies Della Bella) en ‘Fort op Ruyt’. Op de kaarten van 1795 en later liggen ten zuiden van Fort Isabella weiden en de zandafgraving Heunwiel (bv. afb. 4.8 en 4.9). Straatgehucht Taalstraat Het gehucht Taalstraat is een eenzijdig straatgehucht met verspreide bebouwing langs de westzijde van de Taalstraat, ten zuiden van de huidige kruising TaalstraatLoonsebaan. De gebouwen die het Kartuizer klooster (met een toegang ter plaatse van Sophia’s Burg) opvolgden staan aan de oostkant. Het gehucht staat ook op de kaart van Van Deventer uit 1545 (afb. 4.11: nr. 4) inclusief nog twee afzonderlijke ingetekende panden ten noorden daarvan, al is het dan nog wel wat minder dicht bebouwd. Tegenwoordig is de Taalstraat een tweezijdig dichtbebouwde weg met 172
Zaakidentificatienrs. 2188818100, 2471507100, 4723201100. Puijenbroek & Visser 2020, 4, 5 en 17-18. 173 Berkvens & Leenders 2015b. NB: de naamgeving van de gehuchten klopt hierin helaas niet en is in deze paragraaf aangepast. Volgens Vos (2009) en Van Stekelenburg (1995) lag straatgehucht Vranckenhofstad namelijk langs de Taalstraat en het straatgehucht ’t Reut(h) ter hoogte van het latere Fort Isabella. 174 In Berkvens & Leenders (2015b) nog aangeduid als ‘’t Reut(h)’. 175 Thiers 2017, 15. 176 Van Stekelenburg 1995, 57. 177 Vos 2009, 62-63; Van Stekelenburg 1995, 57.
69
Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught
Afb. 4.14 Overzicht van de verschillende gehuchten, huizengroepen, erven en buitenplaatsen in de oude Gemeente Vught (situatie 1832, ingekleurd door J. Wagenaars in 2002). Bron: BHIC cat.nr. 5129-9-009.
parochiekerk. Archeologisch onderzoek bij rioleringswerkzaamheden in de Taalstraat heeft een haardkuil met een verhitte vuurstenen kling uit het mesolithicum, scherven handgevormd aardewerk uit de Romeinse tijd (wijzende op bewoning?) en sporen van bewoning uit de late middeleeuwen tot nieuwe tijd opgeleverd.178 178
De Winter 2018, 45, 57-58.
70
Gehucht Heikant Het kleine gehucht Heikant was een eenzijdig straatgehucht met ook nog wat huisjes aan de Helvoirtseweg, binnendijks langs/op de dijk richting Helvoirt, ten westen van Vught-Dorp (afb. 4.15). Al in 1739 lag daar een strook met lintbebouwing aan de rand van de voormalige heide en van/ liggend op de dijk richting Helvoirt. In 1832 is het gebied ten noorden ervan aangeduid als ‘Nieuwe Erven’ op de kadasterkaart. Inmiddels is het gehucht opgenomen in de bebouwing van het huidige Vught.
Afb. 4.15 De binnendijkse lintbebouwing van gehucht Heikant op de kaart van Hattinga uit 1739, langs de Helvoirtse dijk.
Gehucht ’t Reut(h) Langs de oude Molenvenseweg, nu ter hoogte van Fort Isabella, tekende Van Deventer op zijn kaart van ’s-Hertogenbosch een flink eenzijdig straatgehucht (afb. 4.11: nr. 2). Het gaat om 10 tot 14 vrijstaande huizen of boerderijen en werd ’t Reut genoemd.179 Ook is ten zuiden van dit gehucht een groot stenen gebouw aangegeven (afb. 4.11: nr. 3). Het gehucht ontbreekt op alle latere kaarten en is gesloopt in de tweede helft van de 16e eeuw, omdat het binnen het schootsveld en deels ter plaatse van het rond 1614 gebouwde Fort Isabella lag. Op het gegeorefereerde kaartbeeld vinden we dit gehucht terug onder de westelijke zijde van Fort Isabella en zelfs nog direct ten noordwesten van de zuidelijke bocht in het Drongelens kanaal.180 Het uitgangspunt voor de georeferentie was dat de voorganger van de weg ’s-Hertogenbosch-Antwerpen/Brugge in 1742 is verlegd richting het zuiden, waar nu de Loonsebaan ligt. Hoewel dit op basis van het sterk vergelijkbare moderne kaartbeeld wel voor de hand leek te liggen, kan het kruispunt van de voorganger van de Taalstraat met die toenmalige hoofdweg naar Antwerpen/Brugge op de kaart van Jacob van Deventer niet als een vast georeferentiepunt worden genomen. Bij dat kruispunt stond tot 1742 ook herberg ‘De Stockvis’.
De Stichting Erfgoed Vught heeft in het Stadsarchief van ’sHertogenbosch stukken gevonden181, waaruit blijkt dat de voorganger van de Loonsebaan in 1742 is verlegd. Inventarisnummer 4555 uit dat archief betreft een overeenkomst tussen gecommitteerden van de stad ’s-Hertogenbosch en 179
Van Stekelenburg 1995, 57; Vos 2009, 62-63. NB: Berkvens & Leenders (2015b) hebben dit straatgehucht aangeduid als het gehucht ‘Aan de Molenvenseweg’, en mogelijk Vranckenhofstad’: zie p. 35, 109. 180 Thiers 2017, 14. 181 Met speciale dank aan Ottie Thiers, die de zoektocht heeft uitgevoerd.
71
Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught
afgevaardigden van Vught over het stellen van de tol (barriere) op de straatweg en het timmeren van een woning voor de pachter of tolinner (collecteur) van het tolgeld (barriergeld) onder Vught, én over het verleggen van de weg van Helvoirt naar Vught (= Sassen 1038: ’s-Hertogenbosch, 28 maart 1742).182 Het initiatief om de eerste barriere niet bij herberg de Stockvis te plaatsen, maar zuidelijker op de grens van de Vrijdom van ’s-Hertogenbosch en de jurisdictie van Vught, kwam van Vught. De nieuwe weg moest recht tegenover de barriere invallen, en zou door de gemeente Vught worden aangelegd en onderhouden. Bovendien moest Vught de weg zodanig aanleggen, dat de ‘voitures’ geen sluiproute konden nemen om de tol te ontwijken. De woning van de belastingpachter en de tap, de herberg, kwamen aan de Vughtse kant van de grens. Vught mocht geen buitensporige accijns heffen op de consumpties in de nieuwe herberg. Het gevolg was dat de ‘voitures’ bij herberg de Stockvis (afb. 4.11: nr. 8) de oude straatweg niet meer op of af konden, die sluiproute was onmogelijk gemaakt. De oude weg kon mogelijk nog wel te voet of te paard gebruikt worden, maar niet met karren of rijtuigen. Daardoor zal hij snel gedegradeerd zijn, zeker omdat hij nogal eens overstroomde.
Onderhoud zal er ook niet meer gepleegd zijn.183 Herberg ‘De Stockvis’ is later gesloopt bij het rechttrekken van de Taalstraat naar het westen toe. De tolwoning (van na 1742) wordt op latere kaarten ook wel ‘barrier’ en ‘Huisje ten Halve’ genoemd. Ten zuiden van Fort Isabella lag een hoornwerk dat in 1701 gesloopt is. Bij proefsleufonderzoek op die locatie (ter hoogte van het huidige nieuwbouwwijkje omsloten door de Postweg, Mr. Harry Hollalaan en Eelkje Timmengastraat) zijn geen archeologische resten behorend tot gehucht ‘t Reuth gevonden, maar ook niet de resten van het grote pand dat daar ten zuiden van stond (afb. 4.11, nr. 3).184 Dat kan betekenen dat gehucht ‘t Reuth meer richting het noordwesten bij de huidige Kampdijklaan of Molenvenseweg gezocht moeten worden. Straatgehucht Pepereind Het straatgehucht Pepereind lag rond 1900 direct ten oosten van de kom van Cromvoirt en maakt tegenwoordig deel uit van de kern Cromvoirt.
Huizengroepen Voor de hieronder vermelde huizengroepen zijn nog geen exacte dateringen bekend, maar aangenomen mag worden dat sommige al kunnen teruggaan tot de late middeleeuwen. Huizengroep Bergenshuizen De huizengroep Bergenshuizen185 is een buurtschap in het zuiden van de gemeente Vught. Het betreft een lint van enkele oude boerderijen langs de huidige Bergenshuizensestraat, ten oosten van een groot aaneengesloten akkercomplex. Na een heftig noodweer met zware windstoten is één van de boerderijen langs deze weg onbewoonbaar geworden, namelijk Bergenshuizensestraat nr. 7. Na de sloop en voorafgaand aan de herbouw van deze boerderij is archeologisch onderzoek verricht (afb. 4.16). Hoewel zowel de ondergrondse sporen als de bovengrondse delen van de boerderij hoofdzakelijk uit de 18e eeuw dateren, bleek dat in de fundamenten (‘poer s1184’) een groot formaat baksteen van een ouder gebouw uit de 14e-15e eeuw verwerkt was.186 Die baksteen is waarschijnlijk afkomstig van een tiendschuur van de heren van Herlaer, die al in 1388 genoemd wordt en in dit gebied stond. De boerderij aan de Bergenshuizensestraat nr. 7 had zelf dus geen 182
Inventarisnr. 4556 heeft dezelfde tekst, maar dan met de bekrachtiging ervan door schepenen en regenten van Vught. 183 Zie ook Appendix. Bij bespreking van het conceptrapport is de georeferentie uitgebreid besproken met de Historische Vereniging Vught. 184 Archisnr. 4625321100; De Winter 2018. 185 Berkvens & Leenders 2015b. 186 Archisnr. 2367009100; Tolboom 2013; Ball & Huijbers 2020.
72
voorganger uit de late middeleeuwen187, maar de tiendschuur wijst op bewoning of agrarische activiteiten in de buurt hiervan in de 14e/15e eeuw. Dat sluit bovendien aan op het grote akkercomplex dat ten westen van de Bergenshuizensestraat ligt. Het akkergebied van Bergenshuizen bevat nog vrijwel zeker oudere archeologische resten en de potentie van het gebied voor betekenisvol archeologisch onderzoek is derhalve zeer hoog.188
Afb. 4.16 De opgegraven fundamenten van de 18e-eeuwse boerderij Bergenshuizensestraat 7, waarin plaatselijk oudere baksteen is hergebruikt (foto: BAAC).
Huizengroep Hoogstraat De huizengroep Hoogstraat is een concentratie van een zestal boerderijen langs de Hoogstraat te Vught, deels tussen die straat en de dijk om het Vlasmeer. Op sommige kaarten heet het gehucht ook wel Vlasmeer. Huizengroep Kraaienbroek De huizengroep Kraaienbroek ligt op de plaats waar de spoorlijn naar Boxtel de gemeente Vught verlaat. Huizengroep Loveren De huizengroep Loveren lag aan de zuidkant van Cromvoirt en maakt nu deel uit van die bewoningskern. Huizengroep Schorvoort De Huizengroep Schorvoort ligt in het zuiden van Vught tegen Esch aan. Hiertoe behoort ook het huidige landgoed de Beukenhorst. Huizengroep De Vliert De huizengroep De Vliert is een groep van een zevental boerderijen en huizen net ten zuiden van Vught-Dorp. In deze huizengroep was mogelijk ook de 17e-eeuwse St.-Machutus kapel aanwezig (mogelijk zelfs 14e-eeuws, zie ook hieronder). Die kapel stond aan de Vliertstraat 6 aangebouwd tegen een boerderij, die dus tenminste 17e eeuw of ouder zal zijn geweest. Boerderij en kapel zijn al in 1952 187 188
73
Tolboom 2013. Ball & Huijbers 2020, 40.
Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught
gesloopt. Het is onbekend of resten daarvan nog aanwezig zijn ter plaatse van het latere theater De Speeldoos, dat in 1977 is gebouwd. Huizengroep De Vughtse Hoeven Huizengroep De Vughtse Hoeven wordt alleen specifiek vermeld in de Atlas Vught en Cromvoirt in Kaart.189 De kern ervan ligt langs de Hoevensestraat. Ook de kleine concentratie bebouwing rond de molen aan het Moleneind en de brouwerij die daar ten zuiden van lag, worden hiertoe gerekend. Later zouden zich hier landgoed Vijverhof en de wijk Vughtse Hoeven ontwikkelen.
Overige bebouwing Behalve de hierboven behandelde kerkdorpen waren er nog andere bewoningskernen binnen het grondgebied van de gemeente Vught, die zijn uitgegroeid tot kleine buurtschappen (bv. Moleneind, Vlasmeer). Over de meeste hiervan is archeologisch echter nog erg weinig bekend. Hun locaties zijn gereconstrueerd vanaf de bebouwingsconcentraties op de eerste kadastrale kaarten. Twee laatmiddeleeuwse hoeven zullen hieronder nog wel apart beschreven worden. In het ruilverkavelingsrapport van het herinrichtingsgebied ‘De Leijen-Oost’ worden voor Vught de laatmiddeleeuwse hoeven ‘De Braak’ (1403) en ‘Duifhuis’ (1559) vermeld.190 Kappelhof (1984) beschrijft deze hoeven als het bezit van het Bossche Geefhuis (een kerkelijke instelling in Den Bosch). De hoeven waren gemengde bedrijven. Het centrum voor de exploitatie vormden de hoevegebouwen met de aangrenzende kavels. Verder waren er verspreide percelen akkerland, wei- en hooiland en heidevelden. De percelen cultuurland waren begrensd met sloten of uit plaggen opgebouwde houtwallen.
Afb. 4.17 Plangebied de Braacken ter hoogte van de laat-middeleeuwse hoeve De Braak op de kadastrale minuut rond 1832 (naar: De Winter 2019, 33: afb. 3.4). Merk de grote dichtheid aan sporen in het noordelijke deel op. 189 190
Thiers 2017, 63. Dirkx & Soonius 1991, 71: met referentie naar Kappelhof 1984.
74
Onlangs is in het huidige gebied ‘De Braacken‘ aan de huidige Loyolalaan 9 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd ter voorbereiding op geplande woningbouw in dit gebied.191 De projectie van dit plangebied op de kadastrale minuut (afb. 4.17) toont dat dit plangebied precies op de plek van de laatmiddeleeuwse hoeve De Braak ligt. Op deze kaart is direct te zien dat de cirkelvormige verkaveling enigszins afwijkt, alsof de hoeve op een oudere dekzandkop ligt. De allesporenkaart van het proefsleuvenonderzoek laat zien dat op de plek van de oude hoeve veel paalkuilen, een waterput en enkele verstoringen zijn gevonden. Daarna is geadviseerd dit deel van het plangebied in situ te behouden. Op de plek is overigens in 1896 al een villa gebouwd. Die villa is in 1956 gesloopt en vervangen door het huidige verzorgingstehuis De Braacken uit het einde van de jaren ’50 van de vorige eeuw. De kans op verstoringen van het bodemarchief is hier dus groot. Na georeferentie van een concentratie bebouwing met de naam ‘Duifhuis’ op de kadasterkaart, blijkt dat de locatie van een andere laat-middeleeuwse hoeve net ten zuidoosten van het huidige Maurick College verwacht kan worden en net ten noordwesten van de Titus Brandsmalaan. De Bonnekaart uit 1910 geeft daar inderdaad nog het toponiem ’t Duifhuis aan.
In 2020 zijn een bureauonderzoek en een booronderzoek192 uitgevoerd vanwege uitbreiding van het Maurick College op deze locatie, maar het resultaat daarvan is nog niet bekend. Het lijkt er op dat de locatie is vrijgegeven, omdat nog geen opvolgend proefsleuvenonderzoek of opgraving in Archis is aangemeld.
4.10.4 Kerken
Vught De huidige kern Vught kent twee oudere kerken die al in de middeleeuwen bestonden en daarom archeologisch relevant zijn, te weten de St.-Lambertuskerk en St.-Pieterskerk te Vught. De Lambertuskerk zou al gesticht kunnen zijn in de 8e eeuw (dat is nog zeer onzeker) en heeft in elk geval een voorganger uit de 10e-11e eeuw gehad.193 Aan die kerk is in 1417 een kluis aangebouwd, waarin tot 1624 (mogelijk zelfs tot 1677) twee kluizenaressen woonden. De St.-Pieterskerk (ook wel St.Petruskerk) is ook 11e-eeuws en behoort vermoedelijk tot een iets jongere kerkstichting.194 Ook aan deze kerk is een kluis aangebouwd, namelijk rond 1410 (of iets eerder in 1399).195 De St.-Pieterskerk is overigens verplaatst van de oude plek op het huidige Maurickplein naar een nieuwe plek aan de kruising Heuvel-MarktveldDorpsstraat sinds 1884 en heet sindsdien de Petruskerk. Aan zowel de Lambertuskerk als de St.-Pieterskerk waren in de 17e-18e eeuw RK-schuurkerken verbonden.
De schuurkerk van de St.-Lambertus stond net ten westen van de kruising Koestraat/Kerkstraat.196 Die van de St.-Pieterskerk stond ter hoogte van de Fortstraat.197 Vanuit de St.-Lambertusparochie is de St.-Hubertuskapel in Cromvoirt opgericht, die in 1485 al bestond, eind 18e eeuw is ingestort en waarvan de toren in 1828 gesloopt is.198 De kapel lag op het terrein achter gemeenschapshuis ‘the Battle Axe’ aan de St.-Lambertusstraat 60). Op het plein achter dat gebouw zijn regelmatig beenderen
191
Archisnr. 4701526100; De Winter 2020, 22. Archisnrs. 4778048100 en 4871668100. Uitvoerder: Transect. 193 Toorians 2020, 53; met referentie naar Kappelhof ‘Vught in de middeleeuwen)’. Op de locatie van de St.-Lambertuskerk zijn ook tufstenen muurfragmenten gevonden (waarneming door de oude ROB in 1957 en Erfgoed ’s-Hertogenbosch in 2007. 194 Zie de discussie over de Verhees-tiendkaart in Toorians 2020: 53-58 en Huijbers 2010. 195 Toorians 2020: 63-64. 196 Thiers 2017, 40: schutblad achter, tiendkaart Verhees. 197 Schrift. mededeling Historische Vereniging Vught, februari 2022. 198 Toorians 2020, 51. 192
75
Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught
opgedoken van het kerkhof dat daar rond de kapel lag. Bij deze kapel zijn (aan de overzijde van de St.-Lambertusstraat) in 1717 een RK-schuurkerk en een pastorie gebouwd, op de plek van het huidige kerkhof. Beide gebouwen brandden in 1885 af en werden toen vervangen door de huidige kerk en pastorie (1886-1892).199 Die lagen vanaf dat moment direct aan de Hoogstraat/St.-Lambertusstraat, terwijl de oudere bebouwing op de kadastrale kaart van 1821 iets meer noordelijk daarvan lag. In oktober 1944 bliezen de Duitsers de kerktoren van Cromvoirt op, die ondanks het herstel van de kerk zelf nadien niet meer herbouwd is. Op het terrein van het 17e-eeuwse Fort Isabella zijn twee kerken aanwezig geweest. Het eerste (katholieke) kerkje zou gebouwd zijn in 1620 en stond tegen of maakte mogelijk deel uit van de verdedigingswallen van het fort.200 Bij het beleg van 1629 werd dit tijdens de beschieting flink beschadigd, maar het bleef in gebruik tot 16431644 toen een nieuw kerkje werd gebouwd, nu voor de protestantse eredienst. Het nieuwe kerkje kreeg de vorm van een hexagonale (zeshoekige) koepelkerk. De vraag blijft interessant wat voor kerk in het fort heeft gestaan vóór 1643 en waar de exacte locatie was, omdat het niet aannemelijk is dat de protestantse kerk de eerste kerk is geweest. Wellicht zal archeologisch onderzoek hier in de toekomst aanknopingspunten voor bieden.201
Cromvoirt De huidige St.-Lambertuskerk aan de St.-Lambertusstraat te Cromvoirt is van relatief jonge datum (1881-1884) en daardoor archeologisch minder relevant. Ten noordnoordoosten van de huidige kerk lagen echter een schuurkerk en een pastorie, die mogelijk al vanaf 1717 en zeker in 1760 al bestonden. De kadasterkaart uit 1832 geeft hun locatie aan ter plaatse van het huidige kerkhof.
Helvoirt De (oude St.-Nicolaas-)kerk aan de Van Grevenbroeckstraat/Torenstraat (voorheen Kerkstraat) te Helvoirt is eind 12e eeuw gebouwd (ca. 1172). In 1375 was een Romaans kerkje aanwezig dat in de 15e eeuw is voorzien van een toren.202 Het bijbehorende kerkhof lag geruime tijd midden tussen de akkers op een perceel ten westen van de oude St.-Nicolaaskerk en het betreffende perceel is nog steeds In gebruik als kerkhof. Tijdens de restauratie van de Ned. Hervormde kerk in 1968 zijn enige opmetingen verricht, o.a. van de ligging van een zestal grafzerken en een kleine crypte of gewelfde grafkelder. In de smalle tussenruimte tussen deze crypte en de buitenmuur werd een paalkuil gevonden die mogelijk heeft behoord tot een houten kerk die aan de eerste stenen kerk voorafging'.203 In de 18e eeuw is de katholieke dienst gehouden in een stenen schuurkerk uit 1724. Die kerk stond op de hoek van de huidige Kastanjelaan/Lindelaan en Den Hoek. De nieuwe H. Nicolaaskerk aan de Kastanjelaan is van relatief jonge datum (19011903) en daardoor archeologisch minder relevant. De kerk grenst echter aan een vierkant plein, waaronder nog resten van de voorgaande Waterstaatskerk uit 1840 aanwezig zouden kunnen zijn. 4.10.5 Kloosters Het oudste klooster van Vught is het kartuizerklooster dat ten oosten van de dorpskern van Vught stond. Een voorganger van dit klooster stond op de Eikendonk.
Dat is een voormalige verhoging (waarschijnlijk een dekzandkop) in het Bossche Broek die nu is verdwenen onder de A2.204 Het klooster beleefde zijn bloeiperiode rond 1526, is aanwezig op de kaart van Jacob van Deventer in 1545 en na de Beeldenstorm in 1566-1567 verloor het zijn functie en is het verdwenen. Op een oud 199
Slegers 2020, 320-322. Mededeling W. Kievits 25-3-2021; Kievits 2016, 21. 201 Kievits 2016, 44-45; Vos 2009, 70-77. 202 Hessing et al. 2011. 203 Beex 1968. Tevens Archis-zaak ID-nr. 2954535100. 204 Toorians 2020, 66. 200
76
schilderij van het beleg van ’s-Hertogenbosch staat het klooster nog wel als een ruïne afgebeeld. Uit een reconstructie205 blijkt dat het kartuizerklooster een rechthoekig terrein vormde met 15 cellen/kluizen grenzend aan een rechthoekige pandgang, gerangschikt rondom de kloosterkerk en was voorzien van enkele bijgebouwen in het zuidoosten van het kloosterterrein. Het kloosterterrein had een toegangsweg die bereikbaar was vanaf de huidige Taalstraat. Op de kaarten en een reconstructie staat daar ook een toegangspoort aangegeven. Enkele funderingen van dit klooster zijn in 2000 gezien bij een particuliere waarneming op het adres Taalstraat 72 + 74a (Sophia’s Burg).206 Omdat de topografie in dit gebied flink is gewijzigd (het noordelijke deel van het kloosterterrein ligt nu waarschijnlijk onder de A2) en vanwege de schaarse waarnemingen in 2000, is het lastig om de oorspronkelijke locatie van het klooster te georefereren op de huidige kaarten. Een afgerond bosperceel en de Commanderijdijk ten noorden van het kloosterterrein geven samen met enkele andere kruisingen in Vught (waaronder de doorgang naar Sohpia’s Burg) meer houvast. De locatie van het kloosterterrein is nu een vrij zeker zoekgebied en mag deels onder de ophogingen van de A2 verwacht worden.
In latere tijden zijn nieuwere kloosters en pensionaten gesticht, die echter vaak een laat-19e-eeuwse tot vroeg 20-eeuwse ouderdom hebben.207 Die nieuwe kloosters hebben een beperkte archeologische relevantie en zijn daarom niet meegenomen op de verwachtingskaart. Soms maken die nieuwe kloosters of pensionaten echter deel uit van een landgoed, waar wel weer oudere resten aanwezig kunnen zijn. In dit verband moet het franciscanessenklooster naast de St.-Pieterskerk genoemd worden, dat in 1900 is gebouwd op het landgoed Leeuwenburg. Huize Steenwijk functioneerde van 1902 tot 1995 als een klooster voor oude fraters op het landgoed Steenwijk. In 1913 openden de jezuïeten het omgrachte retraitehuis Loyola, dat echter in 1979 gesloopt is. Het meisjespensionaat Regina Coeli is vlakbij villa Eikenheuvel gebouwd tussen 1903 en 1905 op het landgoed Eikenheuvel, en gesloopt in 1989. Tussen 1898 en 1911 werd de villa Roucouleur verbouwd tot het meisjesinternaat Mariaoord, later Klein Mariaoord genoemd. Dat internaat functioneerde tot 1929 en werd na een korte periode als huis voor de broeders van Dongen een opleidingsinstituut voor de verzorging. Sparrendaal werd gesticht door Thomas Cornelis van Rijckevorsel (1751-1818). Het landhuis werd in 1901 in gebruik genomen door de Scheutisten. Dezen hadden 38 ha van het landgoed ten geschenke gekregen van een weldoener.
Deze missiepaters begonnen in 1929 een nieuw complex op het klooster te bouwen, genaamd ‘Nieuw Sparrendaal’. Dit complex kwam in 1930 gereed, de kapel in 1931. Het oorspronkelijke landhuis heet sindsdien ‘Oud Sparrendaal’. De landgoederen en de archeologische relevante bebouwing daarop zullen overigens nog afzonderlijk aan bod komen in tabel 4.1 en paragraaf 4.10.8. 4.10.6 Kapellen Vlakbij Bergenshuizen moet de Sint-Augustinuskapel hebben gestaan die onder aansturing vanuit de Sint-Pietersparochie viel. De eerste vermelding van deze kapel dateert uit 1610, maar de kapel is mogelijk ouder.208 De kapel is afgebroken in 1758. De exacte plaats van de kapel is daarom niet geheel duidelijk, maar een plek in het Kapellebos ten noorden van de oost-west lopende Bergenshuizenseweg komt hiervoor het meest in aanmerking. Op het AHN is hier namelijk een klein heuveltje zichtbaar, dat waarschijnlijk de plek van de kapelberg aanduidt (afb. 4.18). Deze locatie valt namelijk samen met locatie ‘K’ (de ‘St.-Piterscapel’) op de
205
Toorians 2020, 68-69. Archis-zaak ID-nr. 3166739100. 207 Van den Oord 2020, 188-209. 208 Toorians 2020, 63. 206
77
Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught
Afb. 4.18 Mogelijke locatie van de kapel(berg) van Bergenshuizen (in rode contour) langs de (oost-west lopende) Bergenshuizenseweg op het AHN.
gegeorefereerde kaart van Van de Weijer uit 1753.209 Een ‘kruiskapel’ zou volgens Toorians ná 1545 gesticht zijn op ’t Reut.210 In het fotoarchief van het BHIC staat onderstaande foto van een bouwvallige kapel (afb. 4.19, links).211 Het betreft de St.Machutuskapel die op de zuidwestelijke hoek van de kruising Vliertstraat-Secretaris Rooijstraat in Vught heeft gestaan (afb. 4.19, rechts). Tegenwoordig is dat het perceel van Vliertstraat 6, waar nu theater de Speeldoos is gevestigd. De St.Machutuskapel was aangebouwd tegen de oude boerderij ‘Van de Meerendonk’ die vermoedelijk deel uitmaakte van het oude landgoed Roozenoord of de oude huizengroep De Vliert ten zuiden van Vught.212 De kapel dateert uit de 17e eeuw (volgens BHIC mogelijk zelfs al uit 1401) en is wegens bouwvalligheid gesloopt in 1952.213 In de buurt van deze kapel heeft vermoedelijk ook de pastorie van de 17 eeeuwse schuurkerk gestaan.214 In Cromvoirt is de al eerder genoemde St.-Hubertuskapel bekend die grensde aan de oude kern van Cromvoirt. De locatie betreft vermoedelijk het terrein achter het huidige gemeenschapshuis the Battle Axe aan de St.-Lambertusstraat 60, dus op een terrein tegenover de huidige RK-kerk.215 Op dat terrein zijn al eerder beenderen gevonden die rond de kapel begraven kunnen zijn geweest.
De kapel is al vermeld in 1485 en behoorde tot de St.-Lambertusparochie.216 De exacte plek is niet bekend, want de kapel is al voor het begin van de 19e eeuw gesloopt.217 De kapel staat daarom niet op de oudste kadasterkaarten van Cromvoirt. 209
Thiers 2017, 36-37: locatie K: ‘St.-Piterscapel’. Toorians 2020, 63. 211 Let op: de locatieverwijzingen in zowel BHIC als op de website van Reliwiki zijn onjuist! 212 Berkvens & Leenders 2015a, 37; Berkvens & Leenders 2015b, 69. 213 Info volgens: https://www.reliwiki.nl/index.php/Vught,_Vliertstraat__St._Machutuskapel_(17e_-_1952) en BHIC. 214 Berkvens & Leenders 2015b, 69. 215 Schriftelijke mededeling O. Thiers, dec. 2020 en februari 2022. Haans & Van den Broek 2009. 216 Toorians 2021, 63. 217 Berkvens & Leenders 2015a, 34. 210
78
Afb. 4.19 Links: de in 1952 gesloopte 17e-eeuwse St.-Machutuskapel op de zuidwestelijke hoek van de kruising Vliertstraat en de Secr. Rooijstraat (bron: Foto P. Boeren, collectie BHIC,1923001375). Rechts: de locatie van de oude boerderij Van der Meerendonk met aangebouwde kapel (in de rode cirkel) in 1832, geplot op de huidige topografie.
4.10.7 Molens De (huidige) gemeente Vught kende tenminste218 elf molens, waarvan zes locaties in Vught, twee locaties in Cromvoirt en drie locaties in Helvoirt. De oudste molen te Vught werd al rond 1340 vermeld met de naam ‘Aen die heyde’.219 Deze molen staat op een kaart van Jacob van Deventer uit 1545 (afb. 4.11: nr. 9) midden in een heidegebied en is omstreeks 1600 verdwenen. Na georeferentie van de kaart van Van Deventer (zie ook Appendix) komt deze molen ter hoogte van de huidige Loonsebaan terecht. De molen die zich later ter hoogte van de huidige kruising Moleneind/Esscheweg in Vught bevindt, is mogelijk een opvolger van de molen ‘Aen die heyde’. Die molen stond op een geheel andere locatie. Deze opvolger is een windaangedreven stellingmolen en staat bekend als de ‘korenmolen van Coppens’ aan het Moleneind en is in 1919 gesloopt (afb. 4.20).220 Een molensteen uit omstreeks 1880 van deze molen (?) zou in 2004 zijn opgegraven bij de werkzaamheden voor de aanleg van kabels en leidingen voor de realisatie van patiowoningen bij het Moleneindplein. Een andere molen die al op de kaart van Jacob van Deventer staat, is de molen ‘Aen die Bruggen’ in het gehucht Vranckenhofstad, langs de toenmalige uitvalsweg Vughter Dijk naar ’s-Hertogenbosch (afb. 4.11: nr. 10).221 De molen is omstreeks 1600 verdwenen.
Na georeferentie kunnen we de eventuele resten van deze molen verwachten222 ten oosten van de huidige Bosscheweg/Taalstraat en ruim ten noorden van de huidige afslag van de Taalstraat met de Loonse Baan. De molen ligt dan ongeveer ten oosten van de zuidwestelijke hoek van Fort Isabella, mogelijk iets ten noorden van de kruising Heunweg/Randweg. Het is waarschijnlijk een korenmolen van het type standerdmolen geweest.
218
NB: Van Stekelenburg vermeldt nog twee ‘Vughtse molens’. Die stonden op de kaart van Van Deventer in de buurt van de Vughter Poort en kunnen tegenwoordig dus verwacht worden op het grondgebied van de gemeente ’s-Hertogenbosch (Van Stekelenburg 1995, 57). 219 Molendatabasenr. 08670. 220 Molendatabasenr. 02622a. https://www.allemolenskaart.nl/ 221 Molendatabasenr. 17570. https://www.allemolenskaart.nl/ 222 Gezien de onzekere maatvoering van de gegeorefereerde kaart van J. van Deventer, dient de molenlocatie als een zoekzone te worden beschouwd. De molen kan daar zelfs nog buiten hebben gelegen.
79
Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught
Afb. 4.20 De in 1919 gesloopte molen van Coppens aan het Moleneind-Esscheweg.
Op fort Isabella was een watermolen met een onderslagrad aanwezig die gebouwd is in 1618 of eerder en die gesloopt is in 1621 of later.223 Molen ‘De Hoop’ in Vught is gebouwd in 1888 op 1,5 km ten zuidzuidoosten van het gemeentehuis aan de oostzijde van de Boxtelseweg.224 De stenen stellingmolen raakte in 1900 zijn kap kwijt en is in 1985 gesloopt. Aan de westzijde van de Esscheweg en de noordzijde van Molenhei stond de rosmolen van brouwer Antonie Godschalk.225 Dit was een door paarden aangedreven oliemolen (?), die al bekend is van voor 1811 en verdwenen is na 1832. In de molendatabase staat vermeld dat de molen waarschijnlijk is gebouwd voor het malen van gerst, gezien het beroep van de eigenaar (brouwer). De molen staat op de kadastrale minuut ten westen van de Esscheweg in de buurt van het huidige Moleneind, enkele tientallen meters ten noorden van de windmolen van Coppens (zie hierboven). Bij/in Cromvoirt zijn twee molenlocaties bekend. De eerste staat bekend als de ‘eerste molen van Martinus Toele’ in het oude buurtschap Loveren bij de IJzeren Man, op een plek die nu nog bekend staat als de ‘Meulenberg’ (kunstmatige verhoging).226 Die molen was in gebruik als korenmolen en is in 1850 gebouwd met
223
Molendatabasenr. 17831. https://www.allemolenskaart.nl/ Molendatabasenr. 02622b. https://www.allemolenskaart.nl/ 225 Molendatabasenr. 17840. https://www.allemolenskaart.nl/ 226 Molendatabase nr. 00365a. https://www.allemolenskaart.nl/ 224
80
een stenen romp, met daar tegenover een molenhuis. Na blikseminslag is de molen afgebrand in 1888 en vervolgens afgebroken. De tweede molen staat ook bekend als de ‘tweede molen van Martinus Toele’.227 Dit was een beltmolen die gebouwd is in 1902 als opvolger van de eerste molen bij de IJzeren Man. De molen is al in 1926 onttakeld en in 1937 gesloopt. Het was een door de wind aangedreven korenmolen. De tweede molen stond dus op een andere plek en dichter bij het dorp Cromvoirt, in de buurt van de St.-Lambertusstraat 44/46. Voor Helvoirt kennen we drie molenlocaties. Tussen de Industrieweg en de Parallelweg te Helvoirt stond een korenmolen (een windmolen van het type ronde bovenkruier) uit 1832. 228 Deze molen is in 1926 gesloopt. Aan de Molenstraat te Helvoirt stond eveneens een korenmolen (een windmolen van het type standerdmolen). Die molen is gebouwd in 1811 en omstreeks 1920 gesloopt.229 Ter hoogte van de Molenstraat stond in het al gesloopte deel ‘t Eind ook een oliemolen op kadastraal perceel 755. Ter hoogte van deze bebouwingsconcentratie waren ook een herberg en het oude pand Rosen Hage aanwezig (met voorganger uit de 16e eeuw).230 4.10.8 Landgoederen Als er iets karakteristiek is voor de gemeente Vught, dan zijn het wel de vele landgoederen en buitenplaatsen (afb. 4.21).
De landgoederen maken deel uit van de zogeheten Bossche Lustwarande en komen uitgebreid aan bod in de toelichting op – en in de catalogus bij – de cultuurhistorische waardenkaart.231 Vele landgoederen zijn door de provincie aangewezen als terrein met een provinciaal cultuurhistorisch belang. Tot de gebieden met een provinciaal cultuurhistorisch belang behoren de landgoederen Vughtse Hoeven (o.a. Sparrendaal, Wargashuyse, Coebax), Beukenhorst, Bleijendijk, Elsa, Maurick, Muyserick en Steenwijk.232 Ten noordwesten van Helvoirt ligt het park/landgoed Zwijnsbergen, dat tevens een voormalig kasteelterrein uit de vroege 16e eeuw is. In de buurt van Zwijnsbergen liggen bovendien meerdere huizengroepen die al in de 17e eeuw op tekeningen en kaarten staan afgebeeld en dus voorgangers hebben gehad. Landgoed Mariënhof te Helvoirt dateert uit 1812. Van den Oord heeft de totstandkoming en het gebruik van de landgoederen van de oude gemeente Vught (voor de uitbreiding met Helvoirt) uitgebreid beschreven in het boek ‘Twee bijzondere dorpen: geschiedenis van Vught en Cromvoirt’.233 We zullen de geschiedenis van de landgoederen hier daarom niet uitgebreid bespreken en verwijzen u hiervoor naar het voornoemde boek. Naast hun belang als cultuurhistorische ensembles, zijn voor het bodemarchief en de archeologische inventarisatiekaart vooral de volgende zaken van belang: 1. 2. 3.
4.
De locatie en sporen van het landhuis (en eventuele voorgangers daarvan of voorafgaande bebouwing op die plek, zoals oudere boerderijen) De locatie en sporen van een eventuele gracht om het landhuis (of rondom het landgoed) De locaties en sporen van bijgebouwen, zoals nog bestaande en al verdwenen hoeven, schuren, koetshuizen, theekoepels en portierswoningen. De locaties en sporen van tuin-gerelateerde archeologie, zoals fonteinen, follies, ijskelders, toegangspoorten, lanen, paden, plantbedden etc.
227
Molendatabase nr. 00365. https://www.allemolenskaart.nl/ Molendatabase nr. 02601a. https://www.allemolenskaart.nl/ 229 Molendatabase nr. 00365b. https://www.allemolenskaart.nl/ 230 Van Iersel 2021. 231 Berkvens & Leenders 2015a, 2015b. 232 Zie voor de omschrijvingen: Berkvens & Leenders 2015b, 193-197. 233 Van den Oord 2020, 146-167. 228
81
Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught
Afb. 4.21 Overzicht van de vele landgoederen en buitenplaatsen in de gemeente Vught (naar: Berkvens & Leenders 2015b; Van den Oord & Thiers 2020: 148). NB: het landgoed Zwijnsbergen ten NW van Helvoirt en landgoed Mariënoord maakten destijds nog geen deel uit van de (oude) gemeente Vught.
Voor de inventarisatiekaart is er voor gekozen om alleen de eerste drie locatietypen zo goed mogelijk op te sporen en op de kaarten te zetten. De locaties van die structuren zijn gereconstrueerd met behulp van de eerste kadastrale kaarten. Voor de inventarisatie van tuin-gerelateerde archeologie zou gedetailleerd tuinhistorisch onderzoek verricht moeten worden en dat viel buiten de scope van dit onderzoek. De begrenzingen van de landgoederen zijn te herleiden vanaf de cultuurhistorische waardenkaart en de inventarisatie in Van den Oord (afb. 4.21).234 De bebouwing, eventuele omgrachtingen en het landgoed vormen tevens een cultuurhistorisch ensemble. Bij herontwikkeling op dergelijke locaties is cultuurhistorisch onderzoek in de vorm van een cultuurhistorische effectrapportage sterk aan te bevelen, waarbij dan tevens aandacht kan worden besteed aan de kans op resten van tuingerelateerde archeologie, zoals bijvoorbeeld fonteinen en ijskelders.
234
Van den Oord 2020, 148.
82
Onderstaande tabel 4.1 geeft een samenvattend overzicht met een karakteristiek van de bekende buitenplaatsen, landgoederen en landhuizen in de huidige gemeente Vught. Tabel 4.1 Overzicht van de bekende kasteelterreinen (K), buitenplaatsen, landgoederen en landhuizen (H) in Vught en hun datering.
Cat. nr.
Toponiem
Oudst bekende datering235
Landhuis nog aanwezig?
Gracht
Relevante bebouwing236
-
1910
nee
nee
geen, want afsplitsing van Steenwijk
H1
Annaland (voorheen deel van Steenwijk) De Bergen
1800
ja
nee
H2
Beukenhorst
ca. 1780
ja
nee
Bleijenburg
eerste vermelding 1709, na 1829 villa 17e eeuw, deels 1933 (schaapskooi)
ja
nee
ja
nee
hoeve ‘Berg’, buitenhuis, koetshuis (1915), kassen villa, portierswoning, boerderij, (gesloopt én herbouwd in 1927), tuinmanswoning huis, neerhuis, schuur en stal (voor 1829), villa (1829), koetshuis (gesloopt 1983) herenhuis, koetshuis, veerhuis, in 1933 ook: schaapskooi, schuur, bakhuisje, vier boerderijen (de Charlotte Elisabeth Hoeve, 't Mieneke, 't Eendje en ’t Sluisje) boerderij ‘Kikvorsch’ (1834), buitenverblijf, koetshuis oude hoeve (gesloopt), huize De Braacken (1891), retraitehuis Loyola (1913, gesloopt) buitenhuis, Coebaxhoeve (gesloopt)
H4
Bleijendijk/ Blijendijk
H5
De Bus/ Zomerlust
voor 1840
ja
nee
H6
De Braak/De Braacken
hoeve voor 1840, villa 1823
nee
nee
H7
Coebax
ja
nee
H8
Cra(ai)jenstein/ Kraaienstein/ Kraaijenstijn Eikenheuvel/ ‘t Duifhuis
1629 (hoeve) 1840 villa voor 1840, villa: 1890
ja
nee
oude boerenhofstad, villa (1890), koetshuis
1830
nee (villa en hoeve), nee (Regina Coeli)
nee
oude hoeve ’t Duifhuis (gesloopt), klooster Regina Coeli (1903), villa/landhuis (1830) gesloopt in 1989 villa, koetshuis landhuis, koetshuis, stallen en dienstwoning bij de oude hoeve Wolfsbosch, buitenhuis
H9
H10 H11
villa Elsa Elzenburg
1883 1880
ja ‘ja’ (ruïne)
nee nee
H12
Jagersbosch/ Sophia’s hoeve (Wolfsbosch)
1899-1916
ja
nee
H13
Jagershagen
na 1820
ja
nee
H14 H15
Kapellebos Kouwenberg
1789 1549237
nee ja
nee nee
boerderij, na 1930 buitenhuis buitenhuis herenhuis
235
Volgens Van den Oord 2020, 147. Volgens Berkvens & Leenders 2015b (hun bijlage 1: Catalogus), Van den Oord 2020, 146-167 en het Rijksmonumentenregister. 236
83
Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught
Vervolg tabel 4.1 H16 Kreijtbroek H17 Leeuwenburgh
1870 voor 1603
? ja
nee ja
H18
Leeuwenhof/ villa Amélie Leeuwenstijn/ Leeuwenstein Maurick
1900
ja
nee
1753
ja
ja
Maurick: 15e eeuw
ja
ja
K2
Muizeri(c)k/ Muyserick/ Maizerik
ja
H20
ja
nee, grenst aan gracht nee
1860
nee
nee
1876
ja
nee
villa, landhuis 1879
H23
Mariënhof (Helvoirt) Molenhuize / Rosen Haeghe (Helvoirt) Villa Oude Rijksweg 34 (Helvoirt) Ouwerkerk
Muyserick: voor 1629, koetshuis ca. 1800 1812
1803, 18801890
ja
ja
H24
Piacenza
1820
nee
nee
-
Plantlust
1850
?
?
H25
Reeburg
1822
nee
ja, rondom
H26
Roozenoord/ Rozenoord/ Rosenoord
voor 1794 al bebouwd, huidig landhuis tussen 1803 en 1830?238
ja
nee
H27
Roucouleur/ Klein Reeburg/ Mariaoord Sophia’s burg (terrein Kartuizer klooster)
1884
ja
nee
oud kasteeltje (gesloopt), buitenhuis, duiventil, Boerdemanshoeve & bijgebouwen herenhuis, koetshuis, landbouwerswoning (gesloopt) geen bebouwing, kadasterkaart: ‘Nieuwe erven’ landhuis (gesloopt 1952), ijskelder, badhuis met fonteinen al voor 1794 bebouwing aanwezig; landgoed met Lvormig herenhuis, tuinmanswoning, bouwmanshoeve, koetshuis, koestal, paardenstal, kas. Bij de pastorie van schuurkerk in 17e eeuw? Bij de St.-Machutuskapel 17e eeuw? villa (1884), klooster Mariaoord, kassen
voor 1802
ja
nee
Sparrendaal (nu deels: ‘Eik en Ven’)
1802
ja
nee
H19 K1
H21
H22
H28
H29
huisje villa (1890), St.Elisabethsgesticht (1937) villa buitenhuis, bijgebouw, (vanaf 1936 raadhuis) motteburcht?, kasteel (Maurick, XV), huis Muyserick (voor 1629), hoeve, jachthuis van kasteel Maurick, koetshuis landhuis en koetshuis, ca. 1812 landhuis 1860, gesloopt in 1960.
valt samen met het terrein van het kartuizerklooster, toegangspoort, badinrichting hoeve, schuur, stal, hof, bakhuis (1787), daarna buitenhuis (1802)
237
Kouwenberg, Leeuwenburg, Maurick en Spreeuwenburg staan al op een kaart van Simon Stevin van het legerkamp van Maurits bij ’s-Hertogenbosch uit 1603: Thiers 2017, 17. Muyserick staat op een kaart uit 1629: Thiers 2017, 20. 238 Berkvens & Leenders 2015b, 69.
84
Vervolg tabel 4.1 K3 Spreeuwenburg
15e eeuw, voor 1603
nee (kasteel) ja (bijgebouwen)
ja
H30
Steenwijk
1822
ja
deels
H31
Villa Theresia / later: De Beuken Vijverhof/villa Molenrijk
1879
ja
nee
1860
ja
ja, (tuin)
H33
Voorburg
1772
ja
ja
H34
Wargashuyse
1842
ja
nee
H35
Weltevreden
ja
nee
H36
Zionsburg/ Sionsburgh Zwijnsbergen (ten NW van Helvoirt)
1830, landhuis ca. 1850 na 1270, voor 1543
ja
ja
mansus
ja
ja
H32
K4
omstreeks 13e eeuw (?), uitgebouwd 16e-19e eeuw
moerasburcht of motte?, kasteel, tuinmanswoning, stallen, een melkhuis en een huis met koepel, vanaf 1873 café/app. complex ’t Bijltje en Vughts Historisch Museum (koetshuis) herenhuis: gesloopt in 1840 en herbouwd op andere plek, tuinmans- en landbouwerswoning, koetshuis, stalling, schuren; vanaf 1902 ook fraterklooster, H. Hartbeeld, Mariakapel en begraafplaats villa gebouwd in 1879, Oude Rijksweg 30 villa (1837), landhuis, koetshuis, omgrachte tuin, boerderij (voor 1832), brouwerij villa, krankzinnigengesticht (1885, gesloopt 1994), portierspand gebouwd op de locatie van een oudere boerenhofstad (1340-1629, gesloopt), buitenhuis (1842), koetshuis (1845), schuur, broeikas, boerderijen landgoed ca. 1830, landhuis ca. 1850 commanderij van de Duitse orde, met aanbouwfasen kasteel, toren, latere bijgebouwen
4.10.9 Waterhuishouding en infrastructuur De waterhuishouding in vooral het noordelijke deel van Vught is van groot belang geweest voor de locatiekeuze in de prehistorie, maar ook voor de verdedigingslinie van ’s-Hertogenbosch (inundatiemogelijkheden). We gaan hieronder in op enkele structuren die tot de water-infrastructuur gerekend mogen worden. De verdedigingslinie van ’s-Hertogenbosch zal echter in hoofdstuk 5 aan bod komen.
Dijken en wielen239 Langs het dal van de Dommel, de Essche Stroom en de Oude Leij-Het Helvoirtse Broek zijn vanaf de 14e eeuw dijken en kaden aangelegd die de overlast moesten beperken bij hoogwaters van de Maas. Bij hoogwater kwam namelijk niet alleen het water in de Maas hoog te staan, maar konden ook de Essche Stroom (‘Halsch water’), de Dommel, de Dieze en Oude Leij hun water niet meer kwijt. De oudste delen van de ringdijken rond Cromvoirt en Vught kunnen uit de late middeleeuwen dateren. De halve ringdijk bij Vught is al rond 1450 aangelegd. De ringdijken bij 239
85
Deze paragraaf is deels gebaseerd op Van Genabeek & De Weijert 1999.
Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught
Vught en Cromvoirt staan bijvoorbeeld aangegeven op de kaarten van Lefevre & Draack (1739-1741, afb. 4.13) en die van Hattinga uit 1741-1742/1748.240 Op diezelfde kaart staat ten zuidwesten van het gebied de Honderd Morgen in de Vughtse Gement een dijk aangegeven (de Honderdmorgendijk, afb. 4.13), die dus 18e eeuw of ouder moet zijn. De Gentdijk aan de oostzijde van Vught heeft een middeleeuwse ouderdom. Langs de Bosscheweg is een keermuur uit de 17e-19e eeuw aanwezig die de weg moest beschermen tijdens kruiend ijs na een vorstperiode.241 De Scheepersdijk/Broekstraat is een oude dijk langs de Essche Stroom en maakt deel uit van een terrein met provinciaal cultuurhistorisch belang.242 De dijk bij landgoed Beukenhorst staat in relatie tot de Beerse Overlaat. In 1903 brak na forse regenval rond ’s-Hertogenbosch de Dommeldijk door, waardoor polder het Bossche Veld onderliep.243 Voor het laatst gebeurde dat nog op 30 januari 1995, toen de Dommeldijk bij knooppunt Vught doorbrak en het Bossche Broek inclusief een deel van de A2 onder water kwamen te staan. Daarna zijn de dijken langs het Dommeldal in versneld tempo versterkt om dat voor de toekomst te voorkomen. Het Bossche Broek is momenteel overigens een retentiegebied om water te kunnen bergen bij extreem hoogwater. In dat geval kan de Dommeldijk weer worden doorgestoken.
Een wiel ontstaat doordat bij hoog water een dijk het begeeft. Indien het water krachtig genoeg het gebied binnenstroomt, dan wordt een kolkgat gevormd dat vanwege de meestal ronde vorm ook wel een wiel wordt genoemd. Om de schade te beperken, moet zo snel mogelijk een dijk worden aangelegd rondom het wiel. Afhankelijk van de situatie en de mogelijkheden kan een wiel binnen- of buitendijks komen te liggen. Mede door het ontstaan van wielen (en door de meanderende rivier) hebben dijken hun karakteristieke kronkelige loop gekregen. Direct ten noorden van Cromvoirt zijn twee wielen zichtbaar op het kadastrale minuutplan uit 1832 (afb. 4.22). De Cromvoirtsche bandijk (ringdijk) en wielen worden gerekend tot de Baardwijkse Overlaat, een terrein van provinciaal cultuurhistorisch belang.244 Ten oosten van de Bosscheweg te Vught ligt de bekende visvijver en waterplas het Heunwiel. Het toponiem suggereert dat deze plas is ontstaan door een dijkdoorbraak, maar zoals eerder vermeld is dat zeker niet het geval. De waterplas staat met kaarsrechte randen op de Bonnekaarten van 1899 en 1905 (afb. 4.8/4.9), maar niet op eerdere versies. Bovendien ligt de plas op een voorheen duidelijk hoger liggend gebied (‘De Heun’), wat onlogisch is als locatie voor een dijkdoorbraak. Het gaat hier dus zeker om een plas die ontstaan is door zandwinning en niet om het artefact van een dijkdoorbraak.245
240
Thiers 2017, 34. Schrift. mededeling heemkundekring dec. 2020. 242 Berkvens & Leenders 2015b, 193. 243 Dagblad van Noord-Brabant, 6-5-1903 (geraadpleegd via www.delpher.nl). 244 Berkvens & Leenders 2015b, 190. 245 Zie ook Berkvens & Leenders 2015a, 20. 241
86
Afb. 4.22 Twee wielen (de turquoise gekleurde ovalen) langs de Cromvoirtse bandijk (lichtbruin) op de kadastrale minuut van 1832.
Voorden en bruggen Voorden zijn doorwaardbare plaatsen met ondiep water waar een beek of rivier kon worden overgestoken en waren dus meestal onderdeel van een doorgaande weg van A naar B. In latere tijden zijn voorden vaak vervangen door houten bruggen en stenen bruggen. In de huidige gemeente Vught kunnen de Herlaarse brug over het Halsch Water (= de Essche Stroom) richting Halder en bij Cromvoirt de brug over de Oude Leij richting Helvoirt zijn voorafgegaan door houten voorgangers en/of een voorde. Omdat ter plaatse van die oversteekplaatsen zaken kunnen zijn gedeponeerd of verloren en de fundamenten van houten voorgangers nog aanwezig kunnen zijn, verdient het aanbeveling om bij vervanging van bruggen archeologisch onderzoek uit te voeren. Ook de vondst van de muntschat uit de Romeinse tijd bij de Herlaarse Brug in 1962 kan in dit verband nog genoemd worden.246 In het uiterste zuiden van de gemeente Vught ligt AMK-terrein 4174 met het toponiem Esservoort langs de Helvoirtse Broek.247 Het betreft een terrein waarin de resten van een veenweg (knuppelbrug) aanwezig zijn. De vindplaats is een afgeleide, want deze ligt in het verlengde van twee Romeinse vindplaatsen. De datering is dus onzeker, mogelijk al Romeins, maar eventueel laat-middeleeuws. Het gaat om een veenbrug van ca. 25 m lengte. De brug is ontdekt door prof.
Edelman op basis van argumentatie: logische verbindingsweg tussen twee hoogten. Na archeologisch graafwerk bleek de brug nog gaaf te zijn. Een andere veenbrug ligt dichtbij, in Boxtel. Beide bruggen liggen in een oud beekdal, dat later tot moerasgebied werd.
Drongelens kanaal en schuifconstructie inlaat Bossche Sloot248 Het Drongelens Kanaal is gegraven in de periode 1896-1898. Bij de aansluiting van de Bossche Sloot op het Drongelens Kanaal ligt bij Cromvoirt een schuif (nu: rijksmonument met nr. 521342). De schuif maakte als voormalige uitwateringssluis oorspronkelijk deel uit van een grootschalig project ter verbetering van de Maas. Dat project werd van Rijkswege vanaf 1883 uitgevoerd en omstreeks 1904 voltooid. Het project diende te voorzien in de ontkoppeling van de Maas en de Waal. Omdat de Maas geen eigen afvoer had naar zee en het rivierwater in de Waal herhaaldelijk hoger stond dan in de Maas, liep deze laatste rivier regelmatig vol met het 246
Hoewel die vondst wel enkele honderden meters daarvandaan lag. Tekst ontleend aan ARCHIS3: AMK-terrein 4174. 248 Deze paragraaf is overgenomen uit de redengevende omschrijving voor rijksmonumentnr. 521342. 247
87
Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught
overtollige Waalwater. Gevolg was een verslechtering van de toch al gebrekkige waterhuishouding en regelmatige grote overstromingen binnen het Maasstroomgebied, onder meer in 1876 en 1880. In de zogenaamde Maasmondwet werd bepaald dat de mondingen van Maas en Waal gescheiden moesten worden. Een nieuwe Maasarm is aangelegd in de vorm van een kanaal tussen Hedikhuizen en Keizersveer (Bergsche Maas, voltooid in 1904), die uitmondt in de Amer. Door de sterk veranderde waterhuishouding in het gebied dienden diverse waterstaatkundige voorzieningen te worden getroffen. Eén hiervan was de aanleg van het Drongelens Kanaal (1896-1898), een afwateringskanaal van ‘sHertogenbosch via Waalwijk naar de Bergsche Maas. De Bossche Sloot takte aan op de noordzijde van het kanaal en voerde van Bossche zijde het water af naar het Drongelens Kanaal. Ten behoeve van de inlaat werd een schuivenconstructie gerealiseerd (‘Schuif Bossche Sloot’), die thans nog steeds intact is. In de tweede helft van de jaren '60 is bij de ruilverkaveling Heusden/Vlijmen de waterhuishouding in het gebied ingrijpend gewijzigd en de situatie rond de Bossche Sloot gewijzigd. Thans doet het schuifcomplex dienst als inlaat vanuit het Drongelens Kanaal in de Bossche Sloot.
De schuif in de Bossche Sloot dateert uit de periode vlak voor 1900 en is een handbediende constructie, waarvan de twee schuiven van het ‘Stoney’-type kunnen worden bewogen door middel van kabels en contragewichten. Middels deze schuiven en eventueel ook door een aantal extra schotten kan de doorlaat worden afgesloten. Het schuifcomplex is gesitueerd op de aansluiting van de Bossche Sloot op het Drongelens Kanaal. Het geheel bestaat uit een geheel ijzeren portaalconstructie, geplaatst op een in beton uitgevoerde onderbouw. Vanwege de gaafheid en zeldzaamheid van het complex is het aangewezen als een rijksmonument.
Beerse en Baardwijkse Overlaat249 Bij het plaatsje Beers, tussen Cuijk en Grave, was een deel van de Maas onbedijkt gebleven en alleen voorzien van lagere kades: de Beerse Overlaat, stroomafwaarts ook Baardwijkse Overlaat genoemd.250 Bij een hoge waterstand in de Maas stroomde het water hier over de kades de achter gelegen polders in. Dit werd nog versterkt, doordat de Maasbedding tussen Empel en Grave nogal nauw was en behoorlijk meanderde, wat een snelle afvoer van het Maaswater belemmerde. Het water werd via het laag gelegen gebied tussen de dijk langs de Hertogswetering en de Maasdijk in het noorden en de dijk van Nuland-Kruisstraat-Rosmalen-Heinis en Orthen in het zuiden afgevoerd naar de Dieze om bij Crèvecoeur weer in de Maas te stromen. Deze parallelle ‘Maasbedding’ werd de Beerse Maas genoemd en was vooral ‘s winters actief (afb. 4.23). De wateroverlast, die de Beerse Maas veroorzaakte, zorgde ervoor dat het beheer over kleinere polderschappen noodzakelijk was. De Beerse Maas functioneert met zekerheid sinds de zestiende eeuw. In die tijd werden overstromingen daardoor een bijna jaarlijks terugkerend fenomeen. Vanaf de zestiende eeuw tot begin negentiende eeuw zijn wel enige initiatieven genomen om het steeds groter wordende probleem van afvoeren via de Beerse en Baardwijkse Overlaat op te lossen, maar een echt afdoende oplossing is niet bedacht.
Bovendien stond de overheid niet negatief ten opzichte van het bestaan van de Beerse Maas. De ‘spookrivier’ zorgde voor een snelle afwatering voor het riviervak Grave-Empel. Zo lieten Gedeputeerde Staten tussen de jaren twintig en veertig van de negentiende eeuw de meeste obstakels in de Beerse Maas traverse verwijderen (inclusief heggen).251 Tevens blijkt uit militaire rapporten van rond 1750 een ander voordeel van de Beerse Maas. Dankzij de Beerse-Baardwijkse Overlaat ontstond een
249
Deze paragraaf is gebaseerd op Van Genabeek & De Weijert 1999. Mogelijk was de bedijking bij Beers in de loop der jaren sterk verslechterd. De bronnen zwijgen hierover: De Bont 1993, 58. 251 Buijks, 1984, 18. 250
88
inundatiegebied dat aansloot op de linie westwaarts tot Bergen op Zoom.252 Toch nam in de loop van de tijd het ongenoegen met betrekking tot de overlast van de Beerse Maas steeds meer toe en wenste men een oplossing voor dit jaarlijks terugkerende probleem. De plannen die Rijkswaterstaat in de tweede helft van de negentiende eeuw maakte, waren grotendeels gebaseerd op een rapport van Baron Krayenhoff in 1823.253 Diverse Maasverbeteringen volgden, zoals het verleggen van de Maasmond door het graven van de Bergsche Maas (1904) en het scheiden van de takken van Maas en Waal bij Heerewaarden in 1854. Vanaf 1929 werd begonnen met de bochtafsnijdingen in het riviervak Grave-Empel, waarbij de loop van de Maas hier met ruim een derde werd verkort en het waterafvoerend vermogen van de Maas aanzienlijk werd vergroot. De Beerse Overlaat was hierdoor overbodig geworden en werd in 1942 gesloten. De Beerse Maas traverse behoort sindsdien tot het verleden.254 Het functioneren van de Beerse en Baardwijkse Overlaat heeft een belangrijk stempel gedrukt op de bewoningsgeschiedenis en het landschap in het uiterst noordelijke deel van de gemeente Vught (met name de Rijskampen en de Hamsche binnenpolder) en ’sHertogenbosch. Pas na het sluiten van de Beerse en Baardwijkse Overlaat in 1942 kon de grond in dat stroomgebied intensiever voor landbouw gebruikt gaan worden.
De Baardwijkse overlaat is nu een gebied van provinciaal cultuurhistorisch belang (gebied BO-01).255
Afb. 4.23 De Beerse en Baardwijkse Overlaat ten N van Vught, Cromvoirt en rond ’sHertogenbosch, met geïnundeerd gebied in lichtblauw op een kaart uit 1815 (bron: BHIC cat.nr. 343-000297).
252
Buijks, 1984, 13. Het betreft het rapport: ‘Proeve van een ontwerp tot scheiding der rivieren de Waal en de Boven-Maas’. 254 Buijks, 1984, 19-22. 255 Berkvens & Leenders 2015b, 189. 253
89
Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught
90
5
Conflictarcheologie
(bijdrage: D.S. Beckers, met aanvullingen door L.A. Tebbens)
5.1 Inleiding Door de ligging direct ten zuiden van de belangrijke handelsstad ’s-Hertogenbosch kregen Vught en Cromvoirt al vanaf de vroege nieuwe tijd te maken met belegeringen rondom ’s-Hertogenbosch. De vijandelijkheden vanaf de tweede helft van de 16e eeuw leidden tot verdedigingslinies die vele archeologische sporen hebben nagelaten. Ook latere oorlogen in de Franse tijd en de aanleg van de Zuiderwaterlinie hebben geleid tot nog altijd herkenbare structuren. Zij dateren uitsluitend uit de nieuwe tijd en we rekenen de structuren tot de categorie ‘conflictarcheologie’. Zij zullen in dit hoofdstuk nader besproken worden. We zullen daarom eerst kort inzoomen op de situatie voor ’s-Hertogenbosch en dan specifiek ingaan op de gevechtshandelingen en enkele verdedigingswerken in de gemeente Vught. In bijlage 12D is ter volledigheid een overzichtscatalogus opgenomen van het militair erfgoed.
5.1.1 Situatie tot het begin van de 16e eeuw Tot het begin van de 16e eeuw was de verdediging van de stad ’s-Hertogenbosch voornamelijk beperkt tot de stad zelf. Die was omgeven met hoge stenen muren, die waren voorzien van torens en poorten. Het geheel was omgeven door een brede gracht. Vanaf het begin van de 16e eeuw veranderde de wijze waarop de stad verdedigd werd. Van een smalle hoge verdediging werd de defensie over een bredere lagere zone verspreid. Dit had te maken met het steeds zwaarder wordende geschut, waartegen de stadsmuren niet bestand bleken te zijn. Bovendien werd het bereik van de kanonnen steeds groter, waardoor het belangrijk werd de vijand op grotere afstand te houden. Dit proces van het uitbreiden van de vesting over een groter gebied zou tot ver in de 19e eeuw doorgaan. De eerste stap in dit proces was dat de stadsmuren werden afgetopt en voorzien van aarden wallen. Ook de torens werden afgetopt en omgebouwd tot rondelen waarop kanonnen opgesteld konden worden. Voor de stadspoorten werden voorpoorten en bolwerken aangelegd die een directe aanval op de stad via de stadspoorten moesten voorkomen (afb. 5.1). In deze periode werd door het slopen van bebouwing van de gehuchten Vranckenhofstad en ’t Reut tussen 1579 en 1585 ook een schootsveld gecreëerd rond de stad256, zodat het voor de vijand moeilijk werd zich dicht bij de stad te verschansen.
Ook het meest noordelijke deel van Vught kwam in het schootsveld van de stad ’s-Hertogenbosch te liggen.
256
91
Vos 2009, 62-63.
Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught
Afb. 5.1 Het voorwerk bij de Vughterpoort aan de zuidzijde van ’s-Hertogenbosch omstreeks 1695 (bron: uitsnede ’s-Hertogenbosch in Toonneel der Steden van Bleau).
5.1.2 Slagen en veldtochten 16e-18e eeuw De Gelderse legeraanvoerder Maarten van Rossem maakte in 1542 deel uit van een bondgenootschap met de koningen van Frankrijk en Denemarken. Hierdoor kon Van Rossum een veldtocht organiseren tegen de Habsburgers, die uitmondde in de Brabantse Veldtocht van 1542-1543. Deze centreerde zich rond een aanval op het hertogdom Brabant, waarvoor Van Rossum een troepenmacht van circa 15.000 man wist samen te brengen in het zuiden van Gelderland.257 Op 15 juli 1542 trokken de troepen al plunderend Brabant binnen, waarbij diverse dorpen en steden binnen het hertogdom in vlammen opgingen. Tijdens deze plundertochten viel ook Vught ten prooi aan vernielingen. Op 26 juli 1543 gingen 215 huizen van het dorp in vlammen op, en de kartuizers van het dorp moesten om hun kloosterbezittingen te sparen een brandschatting van 700 gulden betalen. De burgerbevolking van Vught ontvluchtte op grote schaal de regio, en kwam veelal in Tilburg terecht. Uiteindelijk bleef een totale overwinning op de Habsburgers bij de grotere steden, zoals Antwerpen en Leuven, uit.258 In de decennia na de Brabantse Veldtocht werden Vught en omgeving nog diverse malen geplunderd en gebrandschat, waaronder in 1583 en twee jaar daarna.
Ook de belegeringen van ‘s-Hertogenbosch door Prins Maurits in 1594, 1601 en 1603 veroorzaakten veel schade in Vught en haar directe omgeving.259 Op 5 februari 1600 vond de ‘Slag van Lekkerbeetje’ plaats. Deze ‘slag’ was een duel tussen Spaansgezinde ridders uit ’s-Hertogenbosch en Staatsgezinde Franse huurlingen. Tijdens een patrouille onder de gouverneur van ’s-Hertogenbosch werden een aantal Franse ruiters onder Pierre de Bréauté krijgsgevangen gemaakt. Deze werden afgevoerd naar de stad. Aan Pierre de Bréauté werd losgeld gevraagd, omdat hij zelf niet bij zijn groep aanwezig was tijdens het incident. De Bréauté betaalde uiteindelijk het losgeld, maar vermaande in een brief de vervangende groepsleider, Jacques de Visé, dat hij had gecapituleerd aan een zwakke tegenstander. Gerard van Houwelingen (bijnaam ‘Lekkerbeetje’), aanvoerder van de ruiters die de Fransen gevangen genomen hadden, werd hierdoor gekrenkt in zijn trots en daagde De Bréauté uit voor een duel op de Vughtse Heide. Dit werd geaccepteerd en op 5 februari 1600 uitgevochten tussen twee groepen van 22 ridders elk, terwijl was afgesproken dat elke groep slechts 20 ruiters mocht meenemen. Tijdens het gevecht sneuvelde Lekkerbeetje door een schot in het hoofd, maar moest De Bréauté uiteindelijk het onderspit delven. De Fransen die de 257