CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Programmabegroting 2025

Raadsvergadering 14 november 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Programmabegroting 202525.770 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Risico-inventarisatie

Risico x € 1.000

bedrag p/j

Aantal jaar

Totaal risico

Renteontwikkeling

300

3

900

Jeugdhulp

1.500

2

3.000

Grote woningaanpassingen

120

2

240

Wmo nieuw (begeleiding en dagbesteding)

200

2

400

Participatiewet

90

2

180

Stadsgewest

1.000

1

1.000

Strategische, operationele risico's

3.500

Totaal risico's Na risicofactor

9.220 75%

6.915

Rijksinfra (risicofactor reeds toegepast)

3.500

Totaal benodigde reservecapaciteit

10.415

Renteontwikkelingen De rentes stabiliseren zich. Omdat nieuwe leningen een hoger rentepercentage kennen dan de gemiddelde rente over de huidige leningenportefeuille lopen we meer risico bij het oversluiten van leningen. Voor nieuwe investeringen is dit risico duidelijk aanwezig omdat daar ook substantiële bedragen aan verbonden zijn.

76

Het blijft de vraag welke gevolgen de economische ontwikkeling, inflatie, grondstoftekorten en de oorlog in Oekraïne hebben voor de renteontwikkeling. Rondom de renteontwikkeling gaan wij uit van een langlopende rente die zich gaat stabiliseren. Wanneer de rentestijging groter is dan voorspeld, leidt dit in combinatie met de omvang van de investeringen tot extra financieringslasten. Op korte termijn zijn we daar minder gevoelig voor door de verwachte teruggaaf van de voorgeschoten bedragen N65. Op langere termijn loopt de schuldpositie weer verder op door diverse investeringsprojecten, zoals de Lichtstraat. Wij zetten het risico op € 300.000 per jaar. Dit is gebaseerd op 1% rentestijging op begrote te sluiten leningen van € 30 miljoen. Jeugdhulp Voor gemeenten zijn de risico’s bij jeugdhulp groot. Gemeenten hebben een zorgplicht jeugd, terwijl de rijksmiddelen beperkt zijn. In de gemeentefondsuitkering worden middelen beschikbaar gesteld. Dit ter compensatie van de tekorten die er bij de gemeenten zijn bij de uitvoering van deze taken. Ondanks inzet op preventie neemt het aantal zware casussen toe. In regionaal verband is een actieplan opgesteld in de vorm van transformatieopgaven jeugd en binnen Wegwijs+ zetten we extra in op preventie en kwaliteit in de dienstverlening. Dit ter voorkoming van stijgende kosten op langere termijn.

Het beleid is gericht op tijdige signalering, de juiste hulp en preventie. Daarmee proberen we “zware”, en dus dure, cliënten te voorkomen. De hervormingsagenda Jeugd 2023-2026 beoogt knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken en het jeugdzorgstelsel financieel houdbaar te maken voor de toekomst. Maatregelen van het Rijk moeten de gemeenten een besparing opleveren. Het realisme van deze besparing wordt betwijfeld, het Rijk staat aan de lat. Wij monitoren dit. Daarnaast moeten eventuele investeringen en uitvoeringskosten door de gemeenten betaald worden. Echter, naast deze ontwikkelingen blijft de zorgvraag bij jeugdigen te stijgen. Het is de vraag en dus een risico of we in staat blijken om samen met onze regionale partners de afvlakking van de groei en het voorkomen van zwaardere zaken te realiseren. Daarnaast speelt ook de wijziging van de inkoop en de financiering van de jeugdzorg. In voorgaand jaar zien we een sterke stijging van de kosten, die we deels in de kadernota hebben verwerkt. Gelet op deze onzekerheden, de kans op verdere prijsstijgingen bij zorgaanbieders en de mogelijke toename van complexere en intensievere jeugdzorg verhogen we het jaarlijks risico naar € 1.500.000 gedurende twee jaar. Grote woningaanpassingen Daarnaast speelt het risico van grotere woningaanpassingen ( > € 20.000).

Deze laten zich niet begroten maar de kans bestaat wel dat deze gedurende het jaar noodzakelijk blijken te zijn. Hiervoor nemen we een risico op van € 120.000 ( 3 grote woningaanpassingen van € 40.000) voor 2 jaar. Wmo nieuw (begeleiding en dagbesteding) We zijn overgegaan van een lumpsumfinanciering naar een p*q financiering van de Wmo zorg. Gelet op de resultaten van de afgelopen 2 jaren is het benodigde budget naar beneden bijgesteld. Wel loopt op dit moment een tariefonderzoek naar de Wmo zorg. De (budgettaire) effecten daarvan zijn nog niet bekend. Gelet op deze ontwikkelingen nemen we en risicobedrag van € 200.000 op. Gezien het meerjarige karakter nemen we deze voor 2 jaar mee. Participatiewet De afgelopen jaren zagen we als gevolg van de conjuncturele ontwikkelingen en de gerichte maatwerkaanpak van Wegwijs+ een daling van het aantal uitkeringsgerechtigden. Daarnaast valt onze gemeente met ingang van 2021 bij de toerekening door het Rijk van het macro budget over de verschillende gemeenten voor een groter deel (circa 70%) onder het objectieve verdeelmodel en worden

77

de loonkostensubsidies op historische basis vergoed door het Rijk. Dit pakt voor onze gemeente gunstig uit. De omvang van het macrobudget van het Rijk blijft echter ook de uitkomst van landelijke ontwikkelingen en voor onze gemeente geldt deels een vergoedingssystematiek waarbij we voor een tekort dat lager ligt dan 10% van de rijksbijdrage we zelf risicodrager zijn. Daarnaast kan de hogere taakstelling voor statushouders mogelijk (indien huisvesting beschikbaar is) tot een hoger aantal uitkeringsgerechtigden. Gelet hierop houden we een marge / risico aan van € 90.000 ( 6 uitkeringsgerechtigden) gedurende twee jaar. Stadsgewest De ontwikkelingen rondom het Stadsgewest lopen nog. De afwikkeling van de stortplaats is uitgesteld tot 2025. De ontwikkelingen blijven we nauwlettend volgen. Het grootste risico is dat de provincie voor datum overdracht de rekenrente voor de bepaling van het doelvermogen verlaagt. De provincie is eenzijdig bevoegd om dit te doen. Naar aanleiding van een recente ALM studie kwam de provincie tot het besef dat een forse verlaging van de rekenrente (en daarmee een verhoging van het doelvermogen) nu de exploitanten hard zou treffen.

Provincie en exploitanten zijn daarom tot een compromis gekomen waarbij de provincie de huidige rekenrente bevriest op het bestaande niveau (5,06%) en de exploitanten de stortplaatsen nog niet voor eeuwigdurende nazorg overdragen aan de provincie. Deze afspraak geldt voor de periode tot de volgende ALM-studie. Een toekomstige verlaging van de rekenrente met 1 procent betekent dat het af te dragen doelvermogen met ± 48% stijgt. Uitgaande van € 14 miljoen en een aandeel van de gemeente Vught van 7,43% betekent dit een risico van ± € 0,5 miljoen per procent daling van de rekenrente. Het risico wordt geschat op 2% verlaging van de rekenrente (= € 1.000.000). Strategische en operationele risico’s Een aantal risico’s zijn specifiek te identificeren en zijn hiervoor gekwantificeerd. Daarnaast lopen er door onze processen heen natuurlijk altijd dossiers die een incidentele tegenvaller kunnen opleveren. In zijn algemeenheid geldt dit voor de uitkering uit het gemeentefonds die jaarlijks schommelt. Op andere terreinen zien we wel diverse risico's. Denk hierbij aan inflatie- en loonkostenontwikkeling, IHP en de verhitte arbeidsmarkt. Ook het taakveld energie, klimaat en milieu geeft grote uitdagingen. De oorlog in Oekraïne zorgt voor onzekerheden op het gebied van prijzen, energielasten en opvang.

Die gevolgen zijn op meerdere gebieden zichtbaar, zowel op het vlak van bedrijfsvoering als financieel. Daartegenover staat dat voor diverse kosten een compensatie van het Rijk ontvangen wordt. Op dit moment is die toereikend. Ook voor investeringen die nog niet in het investeringsprogramma zijn opgenomen geeft dit extra financieringslasten die niet in de exploitatie van onze meerjarenbegroting zijn opgenomen. Te denken valt aan de uitbreiding bij Het Kwartier. Op alle bovenstaande onderdelen gelden onzekerheden. Hiervoor nemen we een bedrag van € 3.500.000 op. Rijksinfra Binnen het programma Rijksinfra wordt rekening gehouden met risico’s voor de gemeente Vught. Een risico analyse inclusief beheersmaatregelen is opgesteld en wordt periodiek ge-update. Lopende het project vallen risico's weg of komen er nieuwe risico's bij. De ontwikkelingen ten aanzien van PAS vormen een risico voor het project. Indien dit risico zich voordoet betekent dit vertraging en daarmee hogere kosten. De meerjarige doorrekening van het project Rijksinfra is verlengd naar 2030. De ontwikkelingen in de rentestanden, grondstofprijzen, loonkostenontwikkelingen verhogen de risico's. Deels is hier rekening mee gehouden door extra kosten van € 2.600.000 te ramen. Door de uitspraken N65 zijn er nieuwe onzekerheden bijgekomen.

Het is nog niet duidelijk hoe het toekomstscenario eruit ziet, hiervoor is een taskforce gevormd. Doordat de uitgaven

78

aan korte termijn maatregelen een kleinere omvang hebben dan de eerdere projectopzet stellen we het risicobedrag voor nu bij naar € 3.500.000. Risicofactor Een risico is een onzekere ongewenste gebeurtenis waardoor het realiseren van de organisatiedoelstellingen en -strategie in gevaar komt. Bij een risico is er dus sprake van een kans op een ongewenste gebeurtenis. De kans dat ál deze risico's zich voor de volledige omvang voordoen is klein. De benodigde reservecapaciteit wordt daarom op 75% van deze risico's gesteld. Bij ieder risico is gekeken naar het mogelijke schadebedrag en de kans dat het risico zich voordoet. Het gaat hier om risico’s die niet anders te ondervangen zijn dan door het aanwenden van weerstandscapaciteit. Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Voor risico’s met een kans groter dan 75% zal een voorziening getroffen worden. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren.

3.2.3 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat volgens de regels uit de reservepositie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves. Het eigen vermogen in de vorm van reserves geeft het verschil aan tussen bezittingen minus schulden. De reserves geven weer welk deel van de totale bezittingen met eigen vermogen is gefinancierd. Een reserve betekent dus niet dat deze middelen op de bankrekening staan. Investeringen worden gedeeltelijk met eigen vermogen en met vreemd vermogen gefinancierd. Over het deel dat met vreemd vermogen wordt gefinancierd moet rente worden betaald.

79

Eigen vermogen x €1.000

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Algemene reserve

29.589

32.158

32.063

31.168

30.398

30.398

Reserve grondexploitatie

1.608

1.638

1.678

1.986

1.986

1.986

Bestemmingsreserves

30.563

26.845

37.535

37.355

37.798

39.119

Exploitatieresultaat

1.950

721

974

-14

-25

188

Totaal

63.710

61.362

72.250

70.494

70.157

71.691

Eind 2025 bedraagt het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen (de solvabiliteitsratio) 42%. Het grootste deel van ons vermogen is dus extern gefinancierd. Eind 2025 is er ruim € 70 miljoen aan reserves beschikbaar. Hiervan betreft circa € 36 miljoen bestemmingsreserves. De toename van de bestemmingsreserves ten opzichte van de vorige begroting is met name veroorzaakt door de verwachte teruggaaf van de N65 gelden. Dit heeft een positief gevolg voor de ontwikkeling van de solvabiliteitspositie. Weerstandsvermogen In het kader van het weerstandsvermogen vormt vooral de algemene reserve de buffer voor het opvangen van de (toekomstige) risico’s. De verwachte ontwikkeling van de algemene reserve ziet er als volgt uit: x € 1.000 Algemene reserve Saldo 31-12-2023

29.589

Bestemming jaarresultaat 2023

1.411

Mutaties 2024 Verbetering financiële positie

1.000

Frictiekosten Omgevingswet

-35

Verhuiskosten Zuiderbos

-50

Natuurtoilet

-20

Reduceren schulden

-20

Onderzoek verbinding station-NMKV

-60

Gerealiseerd saldo eind 2024

31.815

Mutaties begroot na 2024 Frictiekosten Omgevingswet

-70

Kunstwerk station-NMKV

-80

Reduceren schulden

-80

Inzet Algemene reserve begrotingstekort 2026-2027

-1.500

Afscheid burgemeester

-30

Verwachte saldi 2025-2028

pm

Nog besteedbaar Aan te houden buffer

30.055 (bedragen x 1.000)

Buffer 20% uitkeringen gemeentefonds

12.640

Totaal aan te houden buffer

12.640

Vrije ruimte

17.415

80

De algemene reserve en bestemmingsreserves zijn geen geld. Voor het betalen van investeringen of het doen van exploitatie uitgaven moet er geld op de bankrekening staan of worden geleend. Ook als deze uitgaven worden gedekt uit reserves. Aanwending van de reserves heeft dan ook negatieve gevolgen voor de rentelasten. Wel is het mogelijk om investeringen ten laste van de reserves af te schrijven zodat de toekomstige exploitatie niet met afschrijvingslasten wordt belast. Ook (incidentele) exploitatielasten kunnen met een bijdrage uit de reserves worden gedekt waardoor ze per saldo niet ten laste van het jaarresultaat komen. De algemene reserve kan dus dienen om incidentele tegenvallers te dekken. In dit kader wordt een minimum niveau aangehouden voor de algemene reserve voor de dekking van onverwachte tegenvallers. Hoe hoog dit niveau moet zijn is onderdeel van bestuurlijke afweging. We hanteren de Ratio-exploitatie voor deze afweging: Bij de ratio exploitatie wordt de benodigde weerstandscapaciteit gerelateerd aan de (te) ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds. De omvang van de exploitatie is mede bepalend voor de risico's die we lopen. Om dit in beeld te brengen hanteren we als norm voor de benodigde weerstandscapaciteit 20% van de te ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds.

Beschikbare weerstandsvermogen Het beschikbare weerstandsvermogen bestaande uit het niet bestemde saldo van de algemene reserve is berekend op € 30,055 miljoen. (Dit is ± € 923 per inwoner). Uitkomst risicoratio op basis van de exploitatie In 2025 is een bedrag van € 63,2 miljoen aan uitkeringen uit het gemeentefonds begroot. 20% hiervan is € 12,64 miljoen. De ratio exploitatie-omvang komt daarmee uit op 2,38 en wordt als ruim voldoende aangemerkt. Voor deze ratio willen we minimaal een voldoende scoren op basis van onderstaande tabel. Ratio

Betekenis

> 1,2

ruim voldoende

1 – 1,2

voldoende

< 1,0

onvoldoende

Normering van de ratio vormt een goed hulpmiddel om de inzet van de algemene middelen te begrenzen.

81

3.2.4 Kengetallen Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) geeft richtlijnen ten aanzien van het opnemen van kengetallen. De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de financiële positie van de gemeente te beoordelen. Met behulp van kengetallen kan het verloop van de financiële positie van de gemeente Vught over meerdere jaren worden beoordeeld. De wijze van het berekenen van de kengetallen is uniform waardoor de financiële positie van de gemeente Vught kan worden vergeleken met die van andere gemeenten. De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de normen vast te stellen voor de sturing van de financiële positie via de meerjarenbegroting. De normen in hun onderlinge samenhang bepalen hoe risicovol het financieel beleid is dat gevoerd wordt. Een afweging die is voorbehouden aan de raad.

Met de kengetallen wordt de raad in staat gesteld het beleid te sturen en te monitoren ten aanzien van: - De reservepositie; - De schuldpositie; - De wendbaarheid en de resterende belastingcapaciteit; - Het risicobeleid. Deze aandachtsgebieden vormen met de reëel en structureel sluitende meerjarenbegroting en de planning en control cyclus de pijlers voor de sturing van onze financiële positie. Solvabiliteit

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. Algemene normwaarden bruto schuld Weinig tot geen schuld Normaal Voorzichtigheid geboden Bezit zeer zwaar belast met schuld

Ratio solvabiliteit > 80 % 30% - 80% 20% - 30% 0% - 20%

Als normaal wordt een ratio tussen de 30 en 80% beschouwd. Voorzichtigheid is geboden bij een ratio tussen de 20 en 30%.

82

De solvabiliteitsratio voor 2025 bedraagt 42% hetgeen betekent dat de gemeente de financiering van haar bezit relatief normaal met vreemd vermogen heeft gefinancierd. De solvabiliteitsratio wordt met name beïnvloedt door het meerjarige begrotingssaldo. Schuldquote

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoeveel geleend kan worden is een politieke afweging. Als algemene norm geven we de volgende richtgetallen. Algemene normwaarden schuldquote Normaal Voorzichtigheid geboden Zeer hoge schuld

Schuldquote 0% -100% > 100% > 130%

Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt ook de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen bepaald. Deze wijkt voor onze gemeente nauwelijks af van de netto schuldquote omdat we beperkt geld hebben doorgeleend. De nettoschuld positie neemt toe als gevolg van met name de betalingen aan het project Rijksinfra en de investeringen in de onderwijsgebouwen Zuiderbos en de Lichtstraat.

83

Grondexploitatie

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten en baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Op basis van het kengetal blijkt dat er beperkte structurele ruimte is om tekorten of extra lasten binnen de huidige begroting op te vangen. Dit past binnen ons beleid om strak te begroten. Indien nodig is er wel ruimte om het eigen beleid aan te passen en via ombuigingen ruimte vrij te maken.

84

Belastingcapaciteit

De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsrechten voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Deze cijfers worden voortaan ook in de jaarlijkse meicirculaire bekend gemaakt voor het jaar t-1. Het kengetal belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar te vergelijken met het landelijke gemiddelde in het jaar daarvoor. De daling vanaf 2023 hangt samen met een forse stijging van het landelijk gemiddelde. In de tabel vertegenwoordigt de 100% het landelijk gemiddelde. Conclusie: de lokale lasten liggen in Vught hoger dan het landelijk gemiddelde. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing hanteren we 100% kostendekkendheid. Algemene conclusie financiële positie In de meerjarenbegroting 2025 zijn er een aantal ontwikkelingen die onze financiële positie nadrukkelijk beïnvloeden: • De grote bijdragen van Vught aan de projecten Rijksinfra en de Lichtstraat blijven, maar verschuiven in omvang en in de tijd. Voor de Lichtstraat is het investeringskrediet met € 1,6 miljoen verhoogd. Voor de Rijksinfra komen de eerder betaalde bedragen aan de N65, onder verrekening van reeds gemaakte kosten terug.

Deels komt dit ten gunste van de bestemmingsreserve Rijksinfra en deels worden de eerder geactiveerde bedragen teruggedraaid. De invulling van de korte termijn maatregelen is nog niet bekend en daarom nog niet verwerkt in deze begroting. De bestemmingsreserve wordt ingezet voor de dekking van de jaarlijkse lasten die hieruit voortkomen. • De ontwikkelingen in de uitkering van het gemeentefonds vragen blijvende aandacht. Het vastzetten van het accres voor 2026 en het toepassen van de opschalingskorting geven een nadeel vanaf dat jaar. De herverdeling van het gemeentefonds is verwerkt in deze meerjarenbegroting. De geplande evaluatie hierop vanuit het Rijk heeft nog niet plaatsgevonden. De effecten van het ravijnjaar zijn nadrukkelijk zichtbaar. • De inflatie is toegepast conform de uitgangspunten in de Kadernota 2025-2028. • De rente heeft invloed op onze meerjarige exploitatie. Zowel renteontwikkelingen als grote nieuwe investeringen hebben invloed op de jaarlijkse financieringslasten. • We reserveren budgetruimte om de afschrijvingslasten, voortvloeiend uit investeringen in onderwijshuisvesting en de eventuele realisatie van sociaal cultureel centrum De Speeldoos, op te vangen. Voor de verduurzaming van gemeentelijke gebouwen is eerder een bestemmingsreserve gevormd. Die is nu niet verder aangevuld. Dit doen we op basis van de uit te werken businesscases.

85

Mede door bovenstaande ontwikkelingen zien we financiële kengetallen solvabiliteit en de schuldpositie die in lijn liggen met ons coalitieakkoord. Ook de reserveposities zijn ruim voldoende. Op te merken is dat over de inzet van diverse reserves nog niet is besloten. Daardoor is dit geen onderdeel van de begrotingscijfers en de financiële kengetallen. Wij blijven de totale financiële positie kritisch volgen.

86

3.3 Financiering 3.3.1 EMU-saldo (EMU = Economisch en Monetaire Unie) EMU

x € 1.000

EMU- saldo

2024 primitief

2024 prognose

2025

2026

-12.637

-17.404

18.773

-6.759

Gemeenten moeten in hun begroting een berekening opnemen van het zogenoemde EMU-saldo, en wel voor drie jaren: een raming voor het begrotingsjaar zelf (2025), een prognose voor het vorig begrotingsjaar (2024) en een raming voor het jaar volgend op het begrotingsjaar (2026). De EMU-systematiek werkt op een andere manier dan het baten-lastenstelsel dat gemeenten moeten hanteren. Investeringen en uitgaven die worden gedekt uit reserves tellen bijvoorbeeld niet mee in de uitkomst in het baten-lastenstelsel, maar tellen wel door in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo voor Vught voor 2025 komt uit op € 18,7 miljoen. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven 18,7 miljoen euro lager zijn dan de inkomsten. Dit hangt vooral samen met de teruggave van onze bijdragen in de N65. Door investeringen en uitgaven ten laste van de reserves, met name als gevolg van de projecten Rijksinfra, Zuiderbos en de Lichtstraat, stijgt onze schuldpositie de komende jaren.

3.3.2 Financiering en de wet Fido De richtlijnen en doelstellingen met betrekking tot de financieringsactiviteiten zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het wettelijke kader hiervoor vormt de Wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden). Treasury omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Doelstellingen treasurybeleid (mede uitgevoerd door NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)): De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: - het zorgdragen van een tijdige beschikbaarheid van middelen door het verkrijgen en handhaven van toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; - het beschermen van gemeentelijke vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; - het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; - het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de gemeentelijke kaders vastgelegd in het treasurystatuut. Rentevisie De verwachting is dat de rentetarieven op korte termijn stabiliseren. Dit geldt zowel voor de korte termijn rente als de lange termijn rente.

Wij houden de renteontwikkelingen nauwlettend in de gaten. De gemeente Vught staat voor grote financieringsopgaven in het kader van komende investeringsprogramma’s (met name PHS en scholen).

87

Om een optimaal renteresultaat te behalen streven we door liquiditeitenbeheersing naar zo min mogelijk overtollige middelen. In 2025 ontstaat, ondanks forse investeringen en verder ontstaan voornamelijk tekorten. De tekorten financieren we zoveel mogelijk kort. Op kasgeldleningen gelden lage rentes (tot voor kort zelfs negatief). Hierdoor maken we optimaal gebruik van de lage rentestanden. Zodra wettelijke grenzen overschreden dreigen te worden of zodra verwacht wordt dat de rente een structurele stijgende lijn zal vertonen, zal een langlopende lening aangetrokken worden. Liquiditeitsplanning Om geen ongewenste risico's te lopen en om een optimaal renteresultaat te behalen worden alle treasury activiteiten gebaseerd op een liquiditeitsplanning. De liquiditeitsplanning is onderverdeeld in kasstromen uit operationele, investering en financieringsactiviteiten en laat meerjarig het volgende beeld zien:

Kasstroomoverzicht x € 1.000 exploitatiesaldo overige liquiditeitsmutaties reserves/voorzieningen bij: afschrijvingen bij:mutaties werkkapitaal kasstroom uit operationele activiteiten investeringen materiële vaste activa desinvesteringen materiële vaste activa mutatie financiële vaste activa kasstroom uit investeringsactiviteiten aflossing langlopende lening kasstroom uit financieringsactiviteiten Saldo 1 januari mutaties in boekjaar saldo 31 december liquiditeitsbehoefte(langlopende lening) saldo na aantrekken langlopende lening* cumulatieve liquiditeitsbehoefte

2024

2025

2026

2027

721 -2.715 5.512 3.952 7.470 -26.153 0 -467 -26.620 11.043 11.043 500 13.842 -5.191 0 -5.191 0

974 -1.396 5.845 -17.182 -11.759 -19.581 0 197 -19.383 539 539 500 -25.776 -9.003 12.622 3.619 12.622

-14 10.921 6.222 71 17.199 1.774 0 -500 1.274 -4.632 -4.632 500 -5.691 502 -13.842 -13.340 -1.220

-25 -2.316 6.225 -14.760 -10.877 -10.263 0 0 -10.263 -4.636 -4.636 501 -9.504 503 11.195 11.698 9.975

* minimaal benodigde kaspositie kort wordt gesteld op € 500.000.

De langlopende leningen worden op de kapitaalmarkt gefinancierd.

88

2028 188 -344 6.533 -240 6.137 -7.188 0 0 -7.188 -4.641 -4.641 502 0 0 5.691 5.691 15.667

Rentetoerekening De rentelasten worden door middel van een rente omslagpercentage toegerekend aan de verschillende taakvelden.

Rentetoerekening

2025

2026

2027

2028

x € 1.000 a. Externe rentelasten (korte en lange financiering)

1.245

1.406

1.412

1.540

-2

-3

-3

-3

Saldo rentelasten en rentebaten

1.242

1.403

1.410

1.538

Toegerekende rente grexen/projecten

-160

-169

-165

-165

c2. Rente projectfinanciering

0

0

0

0

c3. Rentebaat doorverstrekte leningen

0

0

0

0

1.082

1.234

1.245

1.373

d1. Rente over eigen vermogen

0

0

0

0

d2. Rente over voorzieningen

0

0

0

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.082

1.234

1.245

1.373

e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

1.265

1.802

1.839

f. Renteresultaat taakveld treasury

183

567

595

b. Externe rentebaten

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

1.847

474

Risicobeheer In de wet Fido is een begrenzing opgenomen van kortlopende middelen die gemeente mogen opnemen, de zogenaamde kasgeldlimiet. De minister heeft de limiet vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Voor de gemeente Vught wordt de kasgeldlimiet geraamd op:

Kasgeldlimiet

2025

2026

2027

2028

Begrote lasten

118.405

107.551

105.521

103.070

Kasgeldlimiet

10.064

9.142

8.969

8.761

x € 1.000

De renterisico-norm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. Het renterisico wordt bepaald door de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. Het percentage is door de minister vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Maximaal mag dus 20% van het begrotingstotaal in enig jaar aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. De gemeente Vught heeft 12 lineaire leningen uitstaan tegen vaste renten. Het totaal geleende bedrag bedraagt op 1 januari 2023 € 59,8 miljoen. Doordat er in gelijke delen wordt afgelost lopen we een beperkt renterisico.

89

Berekening renterisiconorm x € 1.000

2025

2026

2027

2028

118.405

107.551

105.521

103.070

20%

20%

20%

20%

23.681

21.510

21.104

20.614

1a Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

1b Renteherziening op vaste schuld u/g

0

0

0

0

2 Renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

0

0

0

0

3a Nieuw aangetrokken vaste schuld

0

0

3.645

9.704

3b Nieuw uitgezette vaste geldleningen

0

0

0

0

4 Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)

0

0

3.645

9.704

4.632

4.636

4.641

4.646

6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

0

0

3.645

9.704

7 Renterisico op de vaste schuld (2+6)

0

0

3.645

9.704

8 Renterisiconorm

23.681

21.510

21.104

20.614

9a Ruimte onder renterisiconorm (8-7)

23.681

21.510

17.459

10.910

9b Overschrijding renterisiconorm (7-8)

0

0

0

0

10 Begrote lasten 11 Het bij ministeriële regeling vastgesteld % 12 Renterisiconorm Berekening rente risico (x € 1.000)

5 Betaalde aflossingen

Uit bovenstaande berekening blijkt dat ons renterisico onder de renterisiconorm blijft. Schatkistbankieren Alle decentrale overheden zijn verplicht hun overtollige middelen (middelen die niet onmiddellijk nodig zijn voor de publieke taak) in de schatkist aan te houden. Om het dagelijks kasverkeer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is een gemiddeld saldo per kwartaal. Voor de komende jaren wordt dit voor onze gemeente geraamd op:

Drempelbedrag schatkistbankieren x €

2025

2026

2027

2028

Begrote lasten

118.405

107.551

105.521

103.070

Drempelbedrag

888

807

791

773

1.000

90

3.4 Lokale heffingen Inleiding De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de totale inkomsten binnen de gemeentelijke begroting. De paragraaf lokale heffingen, conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording voor gemeenten en provincies (BBV), biedt een overzicht van het beleid voor de lokale lasten. Deze paragraaf lokale heffingen bestaat uit: 3.4.1. Geraamde opbrengsten; 3.4.2. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen; 3.4.3. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen; 3.4.4. De lokale lastendruk; 3.4.5. Kwijtscheldingsbeleid. De lokale heffingen zijn onder te verdelen in twee categorieën, namelijk belastingen en rechten. Belastingen zijn heffingen waar geen aanwijsbare tegenprestatie van de overheid tegenover staat. De lokale belastingen, o.a. de OZB en toeristenbelasting, zijn bijdragen in de algemene kosten van de gemeente en hebben een budgettaire functie. Heffingen zijn rechten en leges. De gemeente krijgt (maximaal) de kosten vergoed die ze zelf maakt. De totale opbrengst van deze heffingen mag niet meer zijn dan de totale kosten. De gemeenteraad bepaalt, door het vaststellen van de belastingverordeningen, welke belastingen de gemeente heft en welke heffingsmaatstaven en tarieven we hanteren.

De belangrijkste belastingen en heffingen in de gemeente Vught zijn: - Onroerende-zaakbelastingen (OZB); - Afvalstoffenheffing; - Rioolheffing; - Toeristenbelasting; - Leges; - Reclamebelasting. Daarnaast heffen we rechten zoals o.a. marktgelden en lijkbezorgingsrechten.

3.4.1 Geraamde opbrengsten Totaaloverzicht opbrengsten belastingen en heffingen (retributies).

Heffingen

x € 1.000

Onroerende zaakbelasting

2023 2024 2025 2026 2027 2028 realisatie begroot begroot begroot begroot begroot 9.968 10.339 10.655 10.916 11.337 11.834

Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten

3.125

3.732

3.851

3.935

4.018

4.103

Rioolheffing

4.034

4.478

4.699

4.802

4.908

5.015

Toeristenbelasting

525 17.652

474 19.023

581 19.786

599 20.251

607 20.870

607 21.559

Totaal

91

3.4.2 Beleid t.a.v. lokale heffingen Uitgangspunt van het coalitieakkoord is dat de lastendruk niet onnodig toeneemt. De opbrengsten van lokale heffingen worden beïnvloed door drie factoren: autonome ontwikkelingen, areaal (uitbreiding of krimp) en indexatie. Het uitgangspunt is dat wijzigingen in areaal leiden tot meer- of minderopbrengsten. Indexatie leidt tot meeropbrengsten. De te realiseren OZB opbrengst voor het jaar t+1 wordt bepaald door de begrote opbrengsten in het jaar t te verhogen met de verwachte areaaluitbreiding én het inflatiepercentage. Deze laatste 2 kunnen afwijken van het voorgaande begrotingsjaar. Door het te delen door de actuele WOZ waarden ontstaat het tarief. Het is vigerend beleid om autonome ontwikkelingen te compenseren. Voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten wordt maximaal 100% kostendekking toegepast. De kosten bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead. De opslag voor overhead wordt meegenomen bij de tariefbepaling van de diverse heffingen. Hiervoor wordt binnen de Programmabegroting een consistente gedragslijn gehanteerd. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn de gebruikers belastingplichtig en is het tarief onder meer afhankelijk van inhoudelijke beleidskeuzes en het gewenste voorzieningenniveau.

De legesopbrengsten over het totaal van de verordening zijn, conform artikel 229b van de Gemeentewet, op basis van voorcalculatie niet hoger dan de lasten. Het totaal van de legesopbrengsten is wettelijk beperkt tot maximaal 100% kostendekkend. Kruissubsidiëring tussen de titels is niet verboden maar ook niet wenselijk omdat het dienstverlening betreft van verschillende aard. De indexering van de OZB is gelijk aan de indexering van goederen en diensten, die van de overige leges is gekoppeld aan de stijging van de indexering van de loonkosten.

Jaar

2024

2025

2026

2027

2028

Indexering OZB inflatie

3,6%

2,2%

2,2%

2,2%

2,2%

Indexering overige leges

3,0%

4,4%

3,8%

4,8%

4,0%

3.4.3 Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Onroerende-zaakbelastingen De heffingsgrondslag voor de onroerende-zaakbelastingen is de waarde zoals die in het kader van de Wet Waardering Onroerende Zaken jaarlijks wordt vastgesteld. Er zijn twee heffingen, de OZBgebruikersbelasting voor niet-woningen en de OZB-eigenarenbelasting voor zowel woningen als nietwoningen. Daarbij passen we de drie onderstaande uitgangspunten toe: Autonome ontwikkelingen Conform bestaand beleid worden autonome ontwikkelingen gecompenseerd bij de tariefbepaling. Areaal Areaalontwikkelingen leiden in het geval van uitbreiding tot meeropbrengsten en in het geval van krimp tot minderopbrengsten. Areaal heeft derhalve geen effect op de lastendruk.

92

Indexatie Het meerjarig begrotingsperspectief leidt ertoe dat met ingang van 2025 de inflatiecorrectie van 2,2% wordt toegepast. Verwacht wordt dat de WOZ-waarden voor woningen naar waardepeildatum 1-1-2024 een stijging laten zien. Voor niet-woningen verwachten we een marktontwikkeling rond de nullijn. De marktontwikkeling heeft geen effect op de uiteindelijk te realiseren OZB-opbrengsten omdat de gemiddelde waardestijging of -daling wordt verdisconteerd in de tarieven. Daarmee heeft dit ook geen effect op de lastendruk. Toeristenbelasting Voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente Vught, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen staan ingeschreven, wordt toeristenbelasting geheven. De opbrengst van de toeristenbelasting maakt onderdeel uit van de algemene dekkingsmiddelen.

Toeristenbelasting

2022

2023

2024

Aantal overnachtingen hotels

152.950

152.000

167.654

Aantal overnachtingen overige

120.133 273.083

120.000 272.000

120.373 288.027

Totaal

Er zijn voor belastingjaar 2024 nog geen cijfers beschikbaar. Het aantal overnachtingen is ingeschat. Het heffen van toeristenbelasting draagt bij aan de voorzieningen in onze gemeente waar toeristen gebruik van kunnen maken. De gemeente Vught faciliteert onder andere de informatievoorziening online en offline voor toeristen en recreanten, middels www.visitvught.nl en de toeristische informatiepunten. Daarnaast verbindt de gemeente Vught de ondernemers binnen de recreatieve sector in een jaarlijkse bijeenkomst. Toeristen maken ook gebruik van de bredere voorzieningen die Vught heeft, zoals de fiets- en wandelpaden, de bijbehorende bankjes, afvalbakken en informatieborden, IJzeren Man, DePetrus etc. Ondanks dat de toeristenbelasting geen doelbelasting is, worden de lasten van bovengenoemde faciliteiten indirect (deels) bekostigd door de gebruiker. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing voor het verhalen van de kosten van de afvalinzameling en –verwerking. Het uitgangspunt voor de afvalstoffenheffing is maximaal 100% kostendekkende tarieven. De kosten van de milieustraat worden gedeeltelijk gedekt door tarieven aan de poort. We hanteren de principes “de vervuiler betaalt” en “afval is grondstof”. We bieden het door de burgers gewenste serviceniveau tegen zo laag mogelijke kosten.

Het tarief bestaat uit een vastrecht en een variabel deel, op basis van volume en het aantal ledigingen. Het stijgen van de kosten en beleidsmatige keuzes liggen hieraan ten grondslag. De verzwaring van de lastendruk wordt evenredig over de belastingplichtigen verdeeld.

93

Afval

x €1.000

Kosten taakveld

3.637

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

620

Directe kosten en inkomsten

3.017

Overhead

278

BTW

557

Toe te rekenen kosten

835

Totale kosten

3.851

Opbrengst heffingen

3.851

Mutatie egalisatievoorziening afval

0

Totale inkomsten

3.851

Dekkingspercentage

100%

Rioolheffing Rioolheffing is een bestemmingsheffing om kosten voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater te verhalen. Artikel 228a Gemeentewet maakt een onderscheid tussen de waterketen (afvoer afvalwater) en het watersysteem (hemelwater en grondwater). In het programma water en riolering 2022-2026 (PWR) zijn de volgende uitgangspunten voor de rioolheffing opgenomen: - kostendekkende tarieven (maximaal 100%); - heffingsgrondslag drinkwaterverbruik; - voorwaarden voor bronnering; - principe “de vervuiler betaalt”. Eventuele risico’s en tekorten worden opgevangen door de voorziening riolering.

Riool

x €1.000

Kosten taakveld(en)

3.990

Inkomsten taakveld(en), excl.. heffingen

16

Directe kosten en inkomsten

3.974

Overhead

363

BTW

244

Toe te rekenen kosten

608

Totale kosten

4.581

Opbrengst heffingen

4.699

Mutatie egalisatievoorziening riolering

-118

Totaal inkomsten

4.581

Dekkingspercentage

100%

94

Leges Bij de leges wordt onderscheid gemaakt tussen de leges algemene dienstverlening, dienstverlening fysieke leefomgeving (omgevingsvergunning) en overige dienstverlening. De legesverordening is opgebouwd uit deze drie titels. Kruissubsidiëring binnen de diverse titels van de Legesverordening wordt op beperkte schaal toegepast, o.a. bij het tarief voor bouw gerelateerde omgevingsvergunningen. Kruissubsidiëring kan worden toegepast om legesopbrengsten te maximaliseren en financiële prikkels positief dan wel negatief in te zetten. De kostendekking blijft op totaalniveau onder de 100%.

Kostendekkendheid 1.000

x€

Titel 1, algemene dienstverlening

Titel 2, dienst- Titel 3, dienstverlening verlening onder fysieke Europese leefomgeving/ dienstenomgevingsrichtlijn vergunning

Totaal leges

Kosten taakveld(en)

822

909

185

1.916

Opbrengsten taakveld(en), excl. heffingen

710

0

0

710

Directe kosten en opbrengsten

112

909

185

1.206

Overhead

723

800

163

1.685

BTW

2

0

9

10

Toe te rekenen kosten

724

800

171

1.696

Totaal kosten en opbrengsten

836

1.710

356

2.902

Opbrengst heffingen

445

1.412

71

1.928

Dekkingspercentage

53%

83%

20%

66%

Begraafplaatsen / grafrechten De gemeente Vught exploiteert één algemene begraafplaats. Er wordt gestreefd naar een kostendekkende exploitatie van deze begraafplaats. Om te komen tot kostendekkende tarieven zijn de grafrechten de afgelopen drie jaar verhoogd. De kostendekking zoals opgenomen in de tabel is gebaseerd op een 100% kostendekkende exploitatie inclusief overhead. De geraamde opbrengsten zijn gebaseerd op 5 begravingen per jaar en 12 verlengingen.

Begraafplaatsen

x €1.000

Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente

24

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

0

Directe kosten

24

Overhead

7

BTW

5

Toe te rekenen kosten

12

Totale kosten

36

Opbrengst grafrechten

20

Dekkingspercentage

57%

95

Reclamebelasting In 2013 is voor het centrum van Vught een reclamebelasting ingevoerd. De opbrengsten van deze reclamebelasting (na aftrek van perceptiekosten en oninbaar) worden afgedragen aan het centrummanagement. Het centrummanagement gebruikt deze middelen voor investeringen en activiteiten die positief bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkingskracht van het centrum.

3.4.4 De lokale lastendruk De lokale lastendruk is gebaseerd op OZB, riool- en afvalstoffenheffing. Ten gevolge van inflatiecorrectie zullen de OZB-tarieven 2025 met 2,2% stijgen. De tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn (maximaal) 100% kostendekkend en daarmee gerelateerd aan het ambitieniveau ten aanzien van kwaliteit en dienstverlening. Er wordt geen belasting geheven per lediging van de gft-container. In vergelijking met andere gemeenten is de lokale lastendruk in Vught bovengemiddeld. De lokale lastendruk hangt samen met het voorzieningenniveau dat een gemeente biedt. Vught heeft afgelopen jaren het (hoge) voorzieningenniveau kunnen handhaven en de lastenverzwaring kunnen beperken. Het streven is en blijft beperking van de lastenverzwaring. Ontwikkeling lokale lastendruk (meerpersoons huishouden)

2023

2024

2024 t.o.v. 2023

OZB WOZ-waarde woning

€

Tarief OZB

499.000 €

525.000

0,0928%

0,0911%

€

463 €

478

3,2%

Vastrecht

€

164 €

189

Ledigingen restafval, 140 ltr*

€

71 €

85

Ledigingen gft, 140 ltr*

€

-€

-

Heffing

€

235 €

274

16,6%

€ €

228 € 926 €

248 1.000

8,8% 8,0%

Afvalstoffenheffing

Rioolheffing Basistarief Totaal

*) Op basis van 7 ledigingen restafval en 6 ledigingen GFT

3.4.5 Kwijtscheldingsbeleid Het kwijtscheldingsbeleid is vastgelegd in een verordening. Kwijtschelding kan worden verkregen voor OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Mensen met een inkomen tot 100% van de bijstandsnorm komen hiervoor in aanmerking. Voor de afvalstoffenheffing is het aantal ledigingen waarvoor kwijtschelding wordt verleend beperkt (de vervuiler betaalt). De kwijtschelding is niet opgenomen in de tariefstelling voor de afvalstoffenheffing respectievelijk riolering maar wordt gedekt uit de algemene middelen via het budget armoedebeleid. Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Aantal toekenningen

146

200

200

200

200

200

Derving x € 1.000

71

100

103

105

105

105

Jaar

96

3.5 Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Vught heeft een buitengebied wat in de verre omgeving bekendheid heeft door haar landgoederen en de recreatieplas de IJzeren Man. In het bebouwd gebied zijn veel gemeentelijke en andere voorzieningen te vinden die van belang zijn voor de manier waarop bewoners en bezoekers de omgeving beleven. In die omgeving wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd waarbij de beleving voor een groot deel wordt bepaald door de kwaliteit van de kapitaalgoederen. Een goed beheer ervan is van groot belang.

3.5.1 Beheer en onderhoud openbare ruimte Inleiding In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze de kapitaalgoederen in de openbare ruimte worden onderhouden. Hiervoor zijn beleids- en beheerplannen vastgesteld en voor de uitvoering zijn de benodigde financiële middelen beschikbaar gesteld. We onderscheiden de volgende beheersdisciplines: - Wegen - Openbare verlichting - Civieltechnische kunstwerken - Riolering - Groen en bomen - Speelvoorzieningen - Verkeer Per beheerdiscipline gaan we nader in op de beleidskaders en ontwikkelingen, de prestaties en kwaliteit en de financiën. Er wordt afgesloten met een meerjarenoverzicht van de projecten in de openbare ruimte. Achterstallig onderhoud Een belangrijk onderdeel van de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen is om te beoordelen of de gemeentelijke kapitaalgoederen voldoende onderhouden worden en achterstallig onderhoud wordt voorkomen. De notitie Materiële vaste activa van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) maakt onderscheid tussen twee soorten achterstallig onderhoud: • Achterstallig onderhoud waarmee onveilige situaties worden gecreëerd en waarbij sprake is van kapitaalvernietiging is onaanvaardbaar en dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een redelijke termijn hersteld te worden. Op basis van artikel 44 lid 1a BBV is de gemeente verplicht hiervoor een voorziening te vormen.

Het achterstallig onderhoud wordt vervolgens ten laste van deze voorziening gebracht. Bij alle kapitaalgoederen is er geen sprake van achterstallig onderhoud in de eerste betekenis daarvan. Er zijn dus geen onveilige situaties en er vindt geen kapitaalvernietiging plaats. Er hoeft daarom geen voorziening te worden gevormd. • Er kan ook sprake zijn van achterstallig onderhoud zonder dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Daar is sprake van wanneer de onderhoudstoestand van een kapitaalgoed lager is dan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau. Wanneer dit veroorzaakt wordt door onvoldoende beschikbaar gesteld budget door de raad is het noodzakelijk dat de raad een besluit neemt om óf meer budget beschikbaar te stellen óf het gewenste kwaliteitsniveau naar beneden bij te stellen zonder dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties Bij wegen is er sprake van achterstallig onderhoud, zonder dat er sprake is van kapitaalsvernietiging en/of onveilige situaties. Voor de aanpak van deze achterstand wordt in eerste instantie in 2025 de wegenlegger geactualiseerd, waarna er in 2026 een wegenbeleidsplan wordt opgesteld. Meer informatie hierover is te vinden bij het thema wegen, zie hieronder. Bij de overige kapitaalgoederen is er geen sprake van achterstallig onderhoud.

97

Wegen Beleidskader Beleidsmatig wordt er onderscheid gemaakt tussen verharde wegen en zand- en halfverharde wegen. In beleidsplannen worden de ambities en doelstellingen vastgesteld en voor beheer en onderhoud worden hierin kaders vastgesteld. Voor zand- en half verharde wegen is in 2024 een beleidsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Voor verharde wegen is er geen actueel beleidsplan. Voor planmatig beheer en onderhoud van de verharde wegen is dit wel gewenst. Er wordt dan ook ingezet op het actualiseren van dit plan. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is een actuele wegenlegger. Deze wordt in 2025 aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd. Hierna starten we met het opstellen van het beleidsplan wegen, dat naar verwachting in 2026 aan de gemeenteraad ter besluitvorming wordt voorgelegd. Prestaties en kwaliteit Het groot onderhoud van wegen dat plaatsvindt, dient ervoor om het bestaande wegennet in stand te houden op het kwaliteitsniveau zoals dat is aangegeven in de CROW-wegbeheersystematiek als een evenwichtig wegennet. Er wordt op een rationele manier kennis verkregen over waar, wanneer, welke maatregelen moeten worden getroffen om volgens de vooraf gestelde norm het afgesproken kwaliteitsniveau te bereiken. De systematiek geeft daarbij aan welke maatregelen hiervoor noodzakelijk zijn.

Het jaarlijks onderhoud is gekoppeld aan een tweejaarlijkse globale visuele weginspectie van het wegenbestand, welke voor het laatst begin 2023 heeft plaatsgevonden. Onderstaande kwaliteitscijfers zijn gebaseerd op deze tweejaarlijkse globale visuele weginspectie. Kwaliteit asfalt- 2019 verharding

2021

2023

Evenwichtig wegennet

A+ A B C D

53% 8% 29% 1% 9%

39% 17% 27% 1% 16%

20% 60% 12% 8% 0%

55% 19% 16% 4% 7%

Kwaliteit elementenverharding A+ A B C D

2019

2021

2023

Evenwichtig wegennet

54% 22% 18% 1% 6%

61% 15% 20% 0% 4%

43% 24% 18% 1% 14%

10% 77% 8% 5% 0%

Kwaliteitsniveau volgens CROW richtlijnen: A+: geen schade A: enige schade, maar de waarschuwingsgrens is nog niet overschreden B: waarschuwingsgrens is overschreden: binnen vijf jaar is onderhoud nodig C: richtlijn is overschreden: binnen twee jaar is groot onderhoud nodig D: richtlijn is meer dan één klasse overschreden: er is direct groot onderhoud nodig

Een groot aandeel van de asfaltverharding met een slechte kwaliteit (niveau D) betreft erftoegangswegen en minder belangrijke landbouwwegen. Aanpak hiervan heeft een lagere prioriteit omdat deze weinig gebruikt worden en verschillende wegen afgewaardeerd mogen worden naar half verharde wegen. Bij het actualiseren van de wegenlegger en in het beleidsplan verharde wegen wordt hier nadrukkelijk aandacht aan besteed.

98

Financiën Voor het onderhoud van de wegen zijn jaargebonden budgetten beschikbaar. Voor de investeringen zijn jaarlijks investeringskredieten beschikbaar. Wegen Onderhoud wegen Investering wegen

x € 1.000

2025

2026

509 1.567

2027

519 1.435

2028

529 1.465

515 1.496

Openbare verlichting Beleidskader en ontwikkelingen Het beheerplan openbare verlichting geeft kaders voor de openbare verlichting, binnen en buiten de bebouwde kom, die aansluiten op landelijke wetgeving. Met het beheerplan wordt aangegeven waar de openbare verlichting aan moet voldoen om zo goed mogelijk te functioneren. Prestaties en kwaliteit De kwaliteit van de verlichting laat zich uitdrukken in een percentage in dienst (brandt wel/brandt niet). Hierop wordt jaarlijks gemeten en gerapporteerd, de huidige score ligt hoger dan 99%. De doelstelling is deze score de komende jaren te handhaven. Invulling wordt gegeven aan het verledden van het areaal om de doelstelling te behalen om in 2030 volledig verled te zijn. Financiën Er is investeringskrediet beschikbaar voor de openbare verlichting en daarnaast is er ook een investeringskrediet voor het verledden van de openbare verlichting. Openbare verlichting

x € 1.000

2025

Investering openbare verlichting Investering verledden openbare verlichting

2026 288 77

2027 264 70

2028 269 72

275 73

Civieltechnische kunstwerken Beleidskader en ontwikkelingen Periodiek wordt aan de hand van een visueel uitgevoerde inspectie de meerjarenonderhoudsplanning geactualiseerd. Er wordt gestuurd op een veilig gebruik met een doelmatige uitstraling. Prestaties en kwaliteit De kwaliteit van het areaal is beneden het basisniveau geraakt. Voor de komende jaren is een vervangingen herstelprogramma ingepland. Financiën Vervanging civieltechnische kunstwerken Voor de vervanging van civieltechnische kunstwerken zijn de volgende investeringen begroot voor de komende jaren. Civieltechnische kunstwerken

x € 1.000

2025

Investeringen civieltechnische kunstwerken

2026 40

2027 61

2028 62

0

Onderhoud civieltechnische kunstwerken Voor het onderhoud van civieltechnische kunstwerken is een meerjarenplanning opgesteld. Op basis van de kosten van de komende 10 jaar is de gemiddelde storting in de voorziening per jaar berekend. De jaarlijkse onttrekking is afgeleid van de kosten die verwacht worden. Civieltechnische kunstwerken

x € 1.000

2025

99

2026

2027

2028

Beginsaldo voorziening Storting Onttrekking Eindsaldo voorziening

379 140 140 379

379 139 53 464

464 138 125 477

477 137 125 489

Riolering (incl. water) Beleidskader en ontwikkelingen In het programma water en riolering 2022-2026 (PWR) is de zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater van de Wet milieubeheer en de Waterwet vertaald in visie en beleid voor de Vughtse riolering en wateren. Het PWR is zo opgesteld dat dit eenvoudig geïmplementeerd kan worden in de omgevingswet. Om invulling te geven aan de duurzaamheidsambities is de Nota Vught Klimaatadaptief 2035 opgesteld. Het PWR in combinatie met de Nota Vught Klimaatadaptief 2035 biedt meer mogelijkheden om de leefomgeving klimaatadaptief in te richten. Prestaties en kwaliteit Volledige scheiding van afvalwater en hemelwater op lange termijn. We streven ernaar om de overlast door foutieve aansluitingen in de komende circa 20 jaar te minimaliseren, daarvoor hebben we een subsidieregeling. Het kost meer tijd dan eerder voorzien, omdat uit onderzoek is gebleken dat de hoeveelheid foutieve aansluitingen groter is. We vervangen en onderhouden rioolgemalen en riolering die in slechte staat verkeert. We vervangen 6% rioolgemalen en 2 % riolering per jaar, zodat de gemiddelde kwaliteit toeneemt. We doen de werkzaamheden zoveel mogelijk gebiedsgericht, met verbetering voor weginrichting, verlichting en groen. We zorgen ervoor dat bij die theoretische bui, die eenmaal per twee jaar optreedt, geen water op straat voorkomt.

We voorkomen schade door hevige regenval, door bij vervanging van riolering te beoordelen of extra grote riolering nodig is. We meten de grondwaterstanden en analyseren de gegevens, met het oog op de plannen met de Rijksinfrastructuur en de andere (woningbouw) ontwikkelingen. Water We vervangen de hemelwaterriolering zodanig dat de waterkwaliteit verbetert. We nemen extra verbindingen en berging in vijvers mee in projecten. We vervangen de beschoeiing ongeveer elke 20 tot 25 jaar en baggeren regelmatig, elke 10 tot 15 jaar. Financiën Vervanging riolering, pompen en gemalen, beschoeiingen en baggeren Voor de riolering zijn jaarlijks investeringskredieten beschikbaar voor riolering, pompen en gemalen. Voor de wateren zijn voor beschoeiingen jaarlijks investeringskredieten beschikbaar en voor baggeren een exploitatiebudget. Onderdeel van het onderhoudsbudget baggeren is een storting in de voorziening baggeren, die hieronder wordt toegelicht. Riolering en water

x € 1.000

2025

Riolering Investering riolering Investering pompen en gemalen Water Investering beschoeiingen Beheer vijvers en waterwegen

100

2026

2027

2028

4.891 169

4.461 159

4.538 167

4.616 174

152 238

139 238

42 239

45 242

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=9eabeb1d-36a4-415b-83ee-9fbde413aa84