Bijlage - Programmabegroting 2024
Tekst van het document
Algemene dekkingen bedragen x €1.000 Treasury
OZB woningen
OZB niet-woningen
Belastingen overig
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
Overige baten en lasten
Vennootschapsbelasting (VpB)
Totaal programma
Verrekening met reserves
Na verrekening met reserves
2022
2023
Meerjarenbegroting 2024
2025
2026
2027
Lasten
-716
-368
-90
-278
-282
-330
Baten
-49
-38
-39
-40
-41
-41
Saldo
-765
-406
-129
-318
-323
-371
Lasten
545
631
369
380
391
396
Baten
-6.215
-6.495
-6.725
-7.129
-7.329
-7.329
Saldo
-5.670
-5.864
-6.356
-6.749
-6.938
-6.933
Lasten
6
15
15
16
16
16
Baten
-3.312
-3.239
-3.614
-3.744
-3.804
-3.804
Saldo
-3.306
-3.225
-3.599
-3.728
-3.788
-3.788
Lasten
0
0
0
0
0
0
Baten
-40
-41
-42
-43
-44
-44
Saldo
-40
-41
-42
-43
-44
-44
Lasten
7
8
8
8
9
9
Baten
-56.270
-56.612
-60.844
-63.000
-60.210
-62.615
Saldo
-56.263
-56.604
-60.835
-62.992
-60.202
-62.606
Lasten
64
131
116
120
123
125
Baten
0
0
0
0
0
0
Saldo
64
131
116
120
123
125
Lasten
50
210
0
0
0
0
Baten
-2
0
0
0
0
0
Saldo
48
210
0
0
0
0
Lasten
-44
626
418
246
257
215
Baten
-65.888
-66.424
-71.263
-73.956
-71.428
-73.832
Saldo
-65.932
-65.798
-70.845
-73.710
-71.171
-73.617
Lasten
600
1.000
1.000
2.500
1.000
1.000
Baten
0
0
0
0
0
0
Saldo
600
1.000
1.000
2.500
1.000
1.000
Lasten
556
1.626
1.418
2.746
1.257
1.215
Baten
-65.888
-66.424
-71.263
-73.956
-71.428
-73.832
Saldo
--65.932
-64.798
-69.845
-71.210
-70.171
-72.617
70
Ná de Kadernota zijn de volgende mutaties doorgevoerd op het programma Algemene dekkingsmiddelen: Aanpassingen Programmabegroting
2024
2025
2026
2027
Onroerend Zaak Belasting
157
222
-11
-189
ICT Belastingen
-15
-16
-16
-16
Rente leningen
-702
-773
-862
-838
Kapitaallasten investeringen
70
328
307
332
Indexering post Onvoorzien
-2
-3
-6
-7
Uitkering gemeentefonds
1.869
2.022
1.089
3.850
Totaal Overige
1.378
1.779
501
3.131
Overige / Algemene dekkingsmiddelen
Mutaties Programmabegroting 2024 Onroerend Zaak Belasting Op basis van de bestaande inzichten in de OZB opbrengsten van het huidige jaar is een extrapolatie gemaakt voor de komende jaren. Hierbij is rekening gehouden met / uitgegaan van een inflatie ontwikkeling conform de Kadernota 2024-2027 van 3,6% en een areaaluitbreiding gebaseerd op het woningbouwprogramma. ICT belastingen Indexeringen van betrokken marktpartij leidt vanaf 2024 tot een toename van € 15.000 in de jaarlijkse kosten. Rente leningen Op basis van het herziene investeringsprogramma, meerjarenbegroting en ontwikkeling van de reserves en voorzieningen is de balans- en liquiditeitsprognose geactualiseerd. In combinatie met de verwachte renteontwikkelingen resulteert dit in deze aanpassing van de verwachte rentelasten. We zien dat de rentestijgingen een nadrukkelijker invloed hebben op onze exploitatie. Kapitaallasten investeringen De kapitaallasten zijn op basis van het gewijzigde investeringsprogramma opnieuw berekend. Indexering post Onvoorzien In lijn met de overige budgetten zijn hier de indexpercentages van de kadernota toegepast.
71
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds De mutaties van de mei- en septembercirculaire gemeentefonds 2023 worden deze begroting verwerkt. Een toelichting over de meicirculaire is u aangeboden in de RIB meicirculaire gemeentefonds 2023.
Mutaties meicirculaire
x(€ 1.000)
Mutaties Gemeentefonds
2024
2025
2026
2027
1.202
1.517
790
2.443
1.202
1.517
790
2.443
In aanvulling op deze mutatie is de te verwachtte gemeentefondsuitkering aangepast naar aanleiding van een nieuwe richtlijn van de provinciale toezichthouder inzake de middelen met betrekking tot de hervormingsagenda Jeugd. De Uitvoeringskosten voor het ministerie van VWS zijn structureel en voor 2027 en verder mag 100% van het landelijke geraamde extra bedrag voor Jeugdzorg verwerkt worden. Dit leidt tot de volgende aanvullende mutatie:
Aanvullende mutatie gemeentefonds
x(€ 1.000)
2024
Aanvullende mutatie
Mutaties septembercirculaire
x(€ 1.000)
Accresontwikkeling Ontwikkeling uitkeringsbasis Bijzondere bijstand en vroeg signalering Rijksvaccinatieprogramma Loon- en prijsbijstelling Jeugdzorg Veilig wonen Participatie (IU) Overige
2025
2026
2027
0
0
-112
-19
0
0
-112
-19
2024
2025
2026
2027
631
540
497
1550
-131
-131
-129
-173
49
0
0
0
6
7
6
6
62
37
7
7
7
0
61
58
50
47
-18
-13
-21
-5
667
505
410
1.425
Accresontwikkeling De accressen voor 2024 t/m 2026 wijzigen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen (het volumedeel is vastgezet). Daarnaast is in verband met een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2027 het volume accres voor 2027 bijgewerkt. Ontwikkeling uitkeringsbasis Omdat het totale bedrag van het gemeentefonds landelijk gelijk blijft, wordt bij een landelijke stijging/daling van de aantallen per maatstaf het bedrag per maatstaf gewijzigd. Dit heeft nu voornamelijk te maken met de ontwikkeling van het aantal bijstandsontvangers, inwoners 75+, landelijke en regionale centrumfunctie. Leerlingen voortgezet onderwijs ende omvang van de OZB maatstaven. Bijzondere bijstand en vroeg signalering Het kabinet stelt in totaal € 200 miljoen beschikbaar voor de jaren 2022 t/m 2024 om een stapeling van sociale maatschappelijke problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen. Van dit bedrag is in 2023 € 50 miljoen beschikbaar gesteld in de meicirculaire 2023 voor flankerend beleid energie. Voor 2024 wordt hiervan € 50 miljoen beschikbaar gesteld voor bijzondere bijstand en vroeg signalering.
72
Rijksvaccinatieprogramma Vanaf december 2019 krijgen zwangere vrouwen maternale kinkhoestvaccinatie aangeboden door de Rijksoverheid. Vanaf 1 januari 2024 wordt de uitvoering overgedragen aan de gemeenten. Loon- en prijsstijgingen Jeugdzorg Dit is een technische aanpassing. Het is een loon- en prijscompensatie over de middelen die in de meicirculaire beschikbaar gesteld zijn. Veilig wonen De veiligheid van decentrale bestuurders is een vereiste voor het goed functioneren van het openbaar bestuur. Per 1 oktober 2023 wordt de werkgeversverantwoordelijkheid voor hun veiligheid daarom geëxpliciteerd met een wijziging van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Vanuit het programma Weerbaar Bestuur wordt hier een tegemoetkoming van € 2,4 miljoen per jaar tegenover gesteld over 2023-2026. Een vast bedrag per gemeente van € 7.062. Participatie Bij de Voorjaarsnota heeft het kabinet besloten om gemeenten te compenseren voor de bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon voor medewerkers in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). De bedragen lopen af met de afbouw van de Wsw tot 2048. Overige Deze mutatie bestaat voornamelijk uit mutaties onder de € 5.000 en afrondingen.
Lokale heffingen De toelichting is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen.
Treasury Treasury
Begroting 2024
2025
2026
2027
Financieringsresultaat
( x € 1.000)
-112
-300
-305
-353
Dividend
-36
-37
-38
-38
Kosten betalingsverkeer
19
20
20
21
-129
-318
-323
-371
Totaal programma
Financieringsresultaat Het financieringsresultaat bestaat uit het verschil tussen de daadwerkelijk te betalen en te ontvangen rente en de aan de programma’s toegerekende rente. Het verschil tussen de werkelijk betaalde rente en de via het omslagpercentage doorberekende rente aan de programma’s wordt verantwoord (renteresultaat) onder de algemene dekkingsmiddelen. Per saldo werd en wordt de werkelijk betaalde rente verantwoord. Zie paragraaf 3.3. voor een uitgebreide toelichting hierop. Dividend Het dividend heeft betrekking op de aandelen BNG die in bezit zijn. Kosten betalingsverkeer Onder de post financiering en belegging worden zowel de interne als externe kosten van het betalingsverkeer verantwoord. 73
Vennootschapsbelasting (VpB) Gemeenten zijn belastingplichtig voor activiteiten die vallen onder het regime van de vennootschapsbelasting (VpB). Het betreft over het algemeen activiteiten waarbij in concurrentie wordt getreden en waar winst wordt beoogd of verwacht. Er is een inventarisatie gemaakt van mogelijke vennootschapsbelastingplichtige activiteiten. Hieruit blijkt dat binnen onze huidige activiteiten enkel de grondexploitatie onder de VpB valt. Eventuele fiscale winsten kunnen gecompenseerd worden met verwachte fiscale verliezen in de komende jaren. De meerjarige vennootschapsbelasting heeft betrekking op de grondexploitatie Den Hoek.
Overige baten en lasten Overige baten en lasten
Begroting ( x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Nieuwe projecten
42
43
44
44
Onvoorzien college
74
76
79
80
Totaal programma
116
120
123
125
Nieuwe projecten Voor de al bekende en geplande (ruimtelijke) projecten zijn uren en middelen in de begroting opgenomen. We constateren dat er zich telkens onverwachte ontwikkelingen voordoen en er vragen komen vanuit het maatschappelijk veld. Voor de behandeling hiervan zijn geen middelen geraamd. Om toch aan deze vraag tegemoet te kunnen komen is hiervoor een budget opgenomen. Onvoorzien college Dit bedrag kan door het college worden ingezet bij onvoorziene omstandigheden.
74
Paragrafen 3.1 Algemeen In de paragrafen brengen we onderwerpen, die versnipperd in de begroting staan, bij elkaar in beeld. Het gaat om belangrijke informatie die inzicht geeft in de financiële positie van de gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico's. De paragrafen zijn bedoeld om extra informatie te geven over de middelen die wij inzetten om ons beleid te realiseren. De Financiële verordening schrijft voor dat de paragrafen een aantal onderwerpen behandelen en voldoen aan een aantal kwaliteitseisen. Hieronder zijn deze per paragraaf weergegeven. Weerstandsvermogen en risicomanagement De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, de risico’s en het beleid hierop. Voldoende weerstandscapaciteit stelt de gemeente in staat om - bij een risicoscenario - haar schuldverplichtingen te kunnen blijven nakomen zonder dat de uitgaven en de investeringen voor de noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen. Financiële positie De voorgeschreven paragraaf met kengetallen geeft inzicht in de financiële positie. Zo zegt de hoogte van de schuld meer over de financiële positie van een gemeente dan de hoogte van de reserves. Met lenen neemt een gemeente als het ware een voorschot op de toekomst. Hoe hoger de schulden, hoe meer toekomstige inkomsten moeten worden vastgelegd voor de betaling van rente en aflossingen.
Voor een gezonde financiële huishouding is het belangrijk het geheel van deze kengetallen te beheersen. Risico-inventarisatie In deze paragraaf beantwoorden we de vraag of de financiële positie van Vught toereikend is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Er is een inventarisatie van de weerstandscapaciteit en de risico’s opgenomen. Samen geven ze een beeld van ons weerstandsvermogen. Tevens geven we een toelichting op ons risicobeleid en zijn financiële kengetallen, gebaseerd op verslagleggingsregels. Er is ook een beoordeling opgenomen van de verhouding tussen de financiële kengetallen en de financiële positie. Het richtinggevend kader van ons financieel beleid is gebaseerd op het bestuursakkoord: Meer risico’s maar wel beargumenteerd en goed overwogen. Met de financiële verordening en de beleidsnota’s Activering- en afschrijvingsbeleid, Reserves en voorzieningen en de nota Overhead en kostenverdeling zijn onze financiële kaders actueel. Inzicht in de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit is noodzakelijk om het weerstandsvermogen te beoordelen. We willen weten of we in staat zijn om optredende risico’s op te vangen zonder dat de publieke taken en voorzieningen in de knel komen. De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen waaruit we tegenvallers, die onverwacht en substantieel zijn, bekostigen.
Het weerstandsvermogen drukt de relatie uit tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s. We hebben een incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De eerste is bedoeld om eenmalige tegenvallers op te vangen zonder dat we (het niveau) van onze publieke taken en ons beleid aanpassen. De structurele weerstandscapaciteit betreft middelen die we permanent kunnen inzetten voor tegenvallers in de lopende exploitatie.
75
Incidentele weerstandscapaciteit: - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Stille reserves Structurele weerstandscapaciteit: - Onbenutte belastingcapaciteit - Post onvoorzien Feitelijk zijn alleen de Algemene reserve en de reserve Grondexploitatie in te zetten als afdekking van algemene risico’s. De bestemmingsreserves zijn dat niet, omdat deze middelen, zoals de naam al zegt, door de raad volledig zijn bestemd en niet op een andere wijze kunnen worden besteed. Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college, naast het beleid ten aanzien van het risicobeheer van onze financieringsportefeuille, op: a. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte; b. de rentevisie; c. de kasgeldlimiet; d. de renterisico norm. Lokale heffingen We doen hier verslag van de opbrengsten per lokale heffing, het beleid, het volume en het bedrag aan kwijtscheldingen, de kostendekkendheid van de riool- en de afvalstoffenheffing en de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk. Onderhoud kapitaalgoederen In de paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen' staan het beleidskader en de financiële consequenties hiervan voor wegen, openbare verlichting, riolering (incl. water), groen en bomen, speelvoorzieningen, Verkeers- en vervoersplan (incl. parkeren), civieltechnische kunstwerken en gebouwen. Hierbij nemen we ook op: a.
de voortgang van het geplande onderhoud; b. de omvang van het achterstallig onderhoud. Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in ieder geval op: a. de ontwikkeling van het ziekteverzuim; b. opbouw en ontwikkeling van het personeelsbudget; c. stand van zaken informatisering en automatisering; d. stand van zaken planning & control; e. stand van zaken interne controle; f. onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a Gemeentewet. Grondexploitatie De paragraaf ‘grondexploitatie’ gaat in op de uitvoering van de nota grondbeleid en zoomt in op de belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals verlies/winstverwachtingen, winstnemingen, de verwerving van gronden en dergelijke en de relaties van het grondbeleid met de programma’s. Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf 'verbonden partijen', de onderdelen op grond van artikel 15 van het 'Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten' op, en daarnaast, per partij, de bestuurlijke vertegenwoordiging (zeggenschap). 76
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2.1 Beleidsuitgangspunten weerstandscapaciteit en risico's
3.2.1.1 Risicomanagement Risicomanagement omvat het proces van risicobeheersing en risico-inventarisatie. In Vught is risicomanagement niet als een zelfstandig proces ingericht. Dit is een keuze die samenhangt met de omvang van de gemeente. In onze bedrijfsprocessen doen we natuurlijk wel aan risicomanagement. Er is aandacht voor bij de inrichting van onze werkzaamheden en bij de interne controles is het onderdeel van het controleplan. Ook bij de opleiding en training van medewerkers is er aandacht voor. We steunen op aspecten als houding en gedrag, open communicatie, kennis van medewerkers en integraal werken. 3.2.1.2 Risicobeheersing Beleidsuitgangspunten Bij het beheersen van risico's treffen we maatregelen om deze te verminderen of we kiezen ervoor om ze te accepteren. Een deel van de risico’s dekken we af door verzekeringen af te sluiten, voor een ander deel treffen we voorzieningen. Maar ook zorgen we voor een goed opleiding- en aannamebeleid van personeel, met aandacht voor risicobeheersing. De resterende risico’s inventariseren we in deze paragraaf. Zo ontstaat een gefundeerd beeld van de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit Met een financiële buffer kun je risico's opvangen en vergroten we onze weerstand.
Of de gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. We streven ernaar om onze weerstandscapaciteit op een waardeniveau te houden van 20% van de uitkering uit het gemeentefonds. Realistische begroting Ons financieel beleid is gericht op een realistische begroting: transparant met een mate van risico, mits goed beargumenteerd en benoemd. Dit uitgangspunt is onderdeel van de geactualiseerde risicoinventarisatie. Verzekeringen Er zijn diverse verzekeringen afgesloten voor risico’s door claims van derden en schadegevallen. We werken schade-preventief, bijvoorbeeld door voldoende onderhoud te plegen, het correct naleven van procedures en het goed afhandelen van bezwaarschriften met gebruik van een juiste motivatie. Risico’s door achterstallig onderhoud zijn ondervangen door het opstellen van beheerplannen voor wegen, groen, verlichting, riolering, kunstwerken en speeltoestellen. Voorzieningen We hebben voorzieningen getroffen voor risico’s en verplichtingen, waarvan we weten dat die zich voordoen en die we kunnen kwantificeren. Zo zijn er voorzieningen voor verplichtingen (pensioen, wachtgeld, grondexploitatie), onderhoud (gebouwen, openbare verlichting en kunstwerken) en voor de afvalstoffen en riolering.
Grondexploitaties Elk plan binnen de grondexploitatie heeft zijn eigen exploitatie, met eigen baten en lasten. Voor verwachte tekorten zijn voorzieningen getroffen. Overige risico’s vangen we op binnen de reserve grondexploitatie. De hoogte van deze reserve is berekend aan de hand van risicoanalyses van de planexploitaties.
77
Jaarlijks actualiseren we de plannen in het 'Uitvoeringsprogramma grondexploitatie' en de hierin opgenomen risico-inventarisatie. Uit het Uitvoeringsprogramma grondexploitatie blijkt dat de stand van de reserve grondexploitatie toereikend is om de risico’s te dekken.
3.2.2 Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie geeft een aantal geïdentificeerde risico’s, die voldoen aan de volgende criteria: onzekerheden met grote financiële gevolgen; - waarvan de kans reëel is dat de risico's zich voordoen; en - waarvoor de oorzaken niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed of waarvoor de gemeente (nog) niet in staat is geweest om passende beheersingsmaatregelen te treffen; - risico’s die niet zijn afgedekt door verzekeringen of voorzieningen. In deze paragraaf wordt de inventarisatie van de belangrijkste risico’s weergegeven. Dit zijn de risico’s waarvan we als organisatie op dit moment kunnen inschatten dat ze zich wellicht gaan voordoen. Risico’s lopen in de uitvoering van ons werk is niet altijd te voorkomen. Wel zorgen we voor een goede administratieve organisatie. Dit is de basis voor het voorkomen van risico’s. Het systeem van risicomanagement wordt toegelicht in de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Een risico-inventarisatie bevat altijd subjectieve aannames. De inschatting van de kansen en omvang is tijdsgebonden, waarbij het inzicht afhankelijk is van onzekere toekomstige factoren. Sommige risico's worden voor 2 of 3 jaar meegenomen. Dit is nodig omdat het in sommige gevallen niet mogelijk is direct maatregelen te treffen om risico's op te vangen of ze te verwerken in de meerjarenbegroting.
Risico-inventarisatie
Risico x € 1.000 bedrag p/j
Aantal jaar
Totaal risico
Renteontwikkeling
900
3
2.700
Jeugdhulp
800
2
1.600
Wet Maatschappelijke Ondersteuning
120
2
240
Wmo
200
2
400
Participatiewet
90
2
180
Stadsgewest
1.000
1
1.000
Strategische, operationele risico's
2.500
Totaal risico's Na risicofactor
8.620 75%
6.465
Rijksinfra N65 en PHS (risicofactor reeds toegepast
3.500
Totaal benodigde reservecapaciteit
9.965
Renteontwikkelingen De rentes zijn volop in beweging. Na jaren van stabiele lage rentes, zien we nu stijgende rentes, mede om de inflatie te beperken. Omdat de nieuwe leningen tegen een hogere rente zijn lopen we meer risico voor de leningen die we oversluiten. Voor nieuwe investeringen is dit risico duidelijk aanwezig omdat daar ook substantiële bedragen aan verbonden zijn. Het blijft de vraag welke gevolgen de economische ontwikkeling, inflatie, grondstoftekorten en de oorlog in Oekraïne blijft hebben voor de renteontwikkeling. Rondom de renteontwikkeling gaan wij uit van een licht stijgende langlopende rente, die zich gaat stabiliseren.
78
Wanneer deze stijging groter is dan voorspeld, leidt dit tot extra financieringslasten. Ook voor investeringen die nog niet in het investeringsprogramma zijn opgenomen geeft dit extra financieringslasten die niet in de exploitatie van onze meerjarenbegroting zijn opgenomen. Te denken valt aan de uitbreiding bij Het Kwartier. Naast de bestaande leningenportefeuille loopt de schuldpositie de komende jaren verder op door diverse investeringsprojecten, zoals Rijksinfra, Zuiderbos en de Lichtstraat. Wij verhogen het risico naar € 900.000 per jaar. Dit is gebaseerd op 1% rentestijging op begrote te sluiten leningen van € 30 miljoen. Daarnaast is rekening gehouden met nieuwe investeringen van € 20 miljoen tegen 3%. Jeugdhulp Voor gemeenten zijn de risico’s bij jeugdhulp groot. Gemeenten hebben een zorgplicht jeugd, terwijl de rijksmiddelen beperkt zijn. Met ingang van 2021 zijn wel in de gemeentefondsuitkering extra middelen beschikbaar gesteld. Dit ter compensatie van de tekorten die er bij de gemeenten bleken bij de uitvoering van deze taken. In regionaal verband is een actieplan opgesteld in de vorm van transformatieopgaven jeugd en binnen Wegwijs+ zetten we extra in op preventie en kwaliteit in de dienstverlening. Dit ter voorkoming van stijgende kosten op langere termijn. Het beleid is gericht op tijdige signalering, de juiste hulp en preventie.
Daarmee proberen we “zware”, en dus dure, cliënten te voorkomen. De hervormingsagenda Jeugd 2023-2026 beoogt knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken en het jeugdzorgstelsel financieel houdbaar te maken voor de toekomst. Maatregelen van het Rijk moeten de gemeenten een besparing opleveren. Het realisme van deze besparing wordt betwijfeld, het Rijk staat aan de lat. Wij monitoren dit. Daarnaast moeten eventuele investeringen en uitvoeringskosten door de gemeenten betaald worden. Echter, naast deze ontwikkelingen blijft de zorgvraag bij jeugdigen te stijgen. Het is de vraag en dus een risico of we in staat blijken om samen met onze regionale partners de afvlakking van de groei en het voorkomen van zwaardere zaken te realiseren. Daarnaast speelt ook de wijziging van de inkoop en de financiering van de jeugdzorg met ingang van 2022. Als gevolg daarvan hebben we nog te weinig ervaringsjaren om het benodigde budget voor 2024 en volgende jaren goed in te schatten. Gelet op deze onzekerheden, de kans op verdere prijsstijgingen bij zorgaanbieders en de mogelijke toename van complexere en intensievere jeugdzorg houden we rekening met een jaarlijks risico van € 800.000 gedurende twee jaar. Wet maatschappelijke ondersteuning We nemen in tegenstelling tot voorgaande jaren geen risicoreservering op voor het abonnementstarief Wmo.
Sinds 2019 is (landelijk) het abonnementstarief Wmo van toepassing. Dit zorgt voor een toename in het aantal aanvragen Wmo. Dit geldt vooral voor huishoudelijke hulp. De geleverde zorg per cliënt komt echter lager uit dan begroot. Het risico is daarom niet meer opgenomen. Daarnaast speelt het risico van grotere woningaanpassingen ( > € 20.000). Deze laten zich niet begroten maar de kans bestaat wel dat deze gedurende het jaar noodzakelijk blijken te zijn. Hiervoor nemen we een risico op van € 120.000 ( 3 grote woningaanpassingen van € 40.000) voor 2 jaar. Wmo nieuw (begeleiding en dagbesteding) Met ingang van 2022 zijn we overgegaan van een lumpsumfinanciering naar een p*q financiering van de Wmo zorg. Gelet op de uitkomsten voor 2022 en de tussentijdse resultaten 2023 hebben we het benodigde budget naar beneden bijgesteld. Wel loopt op dit moment een tariefonderzoek naar de Wmo zorg. De (budgettaire) effecten daarvan zijn nog niet bekend.
79
Gelet op deze ontwikkelingen nemen we en risicobedrag van € 200.000 op. Gezien het meerjarige karakter nemen we deze voor 2 jaar mee. Participatiewet De afgelopen jaren zagen we als gevolg van de conjuncturele ontwikkelingen en de gerichte maatwerkaanpak van Wegwijs+ een daling van het aantal uitkeringsgerechtigden. Ook in 2022 was dit het geval. Daarnaast valt onze gemeente met ingang van 2021 bij de toerekening door het Rijk van het macro budget over de verschillende gemeenten voor een groter deel (circa 70%) onder het objectieve verdeelmodel en worden de loonkostensubsidies op historische basis vergoed door het Rijk. Dit pakt voor onze gemeente gunstig uit. Gelet daarop hebben wij in de Kadernota 2024 en deze begroting een structureel voordeel op de inkomensvoorzieningen van € 210.000 opgenomen. De omvang van het macrobudget van het Rijk blijft echter ook de uitkomst van landelijke ontwikkelingen en voor onze gemeente geldt deels een vergoedingssystematiek waarbij we voor een tekort dat lager ligt dan 10% van de rijksbijdrage we zelf risicodrager zijn. Daarnaast kan de hogere taakstelling voor statushouders mogelijk (indien huisvesting beschikbaar is) tot een hoger aantal uitkeringsgerechtigden. Gelet hierop houden we een marge / risico aan van € 90.000 ( 6 uitkeringsgerechtigden) gedurende twee jaar. Stadsgewest De ontwikkelingen rondom het Stadsgewest lopen nog.
De afwikkeling van de stortplaats is in de loop van 2019 uitgesteld tot 2025. De ontwikkelingen blijven we nauwlettend volgen. Het grootste risico is dat de provincie voor datum overdracht de rekenrente voor de bepaling van het doelvermogen verlaagt. De provincie is eenzijdig bevoegd om dit te doen. Naar aanleiding van een recente ALM studie kwam de provincie tot het besef dat een forse verlaging van de rekenrente (en daarmee een verhoging van het doelvermogen) nu de exploitanten hard zou treffen. Provincie en exploitanten zijn daarom tot een compromis gekomen waarbij de provincie de huidige rekenrente bevriest op het bestaande niveau (5,06%) en de exploitanten de stortplaatsen nog niet voor eeuwigdurende nazorg overdragen aan de provincie. Deze afspraak geldt voor de periode tot de volgende ALM-studie. Een toekomstige verlaging van de rekenrente met 1 procent betekent dat het af te dragen doelvermogen met ± 48% stijgt. Uitgaande van € 14 miljoen en een aandeel van de gemeente Vught van 7,43% betekent dit een risico van ± € 0,5 miljoen per procent daling van de rekenrente. Het risico wordt geschat op 2% verlaging van de rekenrente (= € 1.000.000). Rijksinfra Binnen het programma Rijksinfra wordt rekening gehouden met risico’s voor de gemeente Vught. Een risico analyse inclusief beheersmaatregelen is opgesteld en wordt periodiek ge-update.
Lopende het project vallen risico's weg of komen er nieuwe risico's bij. De ontwikkelingen ten aanzien van PAS vormen een risico voor het project. Indien dit risico zich voordoet betekent dit vertraging en daarmee hogere kosten. De meerjarige doorrekening van het project Rijksinfra is verlengd naar 2030. De ontwikkelingen in de rentestanden, grondstofprijzen, loonkostenontwikkelingen verhogen de risico's. Deels is hier rekening mee gehouden door extra kosten van € 2.600.000 te ramen. Door de uitspraken N65 zijn er nieuwe onzekerheden bijgekomen. Het is nog niet duidelijk hoe het toekomstscenario eruit ziet, hiervoor is een taskforce gevormd. Het risicobedrag stellen we op € 3.500.000.
80
Strategische en operationele risico’s Een aantal risico’s zijn specifiek te identificeren en zijn hiervoor gekwantificeerd. Daarnaast lopen er door onze processen heen natuurlijk altijd dossiers die een incidentele tegenvaller kunnen opleveren. In zijn algemeenheid geldt dit voor de uitkering uit het gemeentefonds die jaarlijks schommelt. Op andere terreinen zien we wel diverse risico's. Denk hierbij aan de jeugdzorg, inflatie- en loonkostenontwikkeling, IHP en de verhitte arbeidsmarkt. Ook het taakveld energie, klimaat en milieu geeft grote uitdagingen. De oorlog in Oekraïne zorgt er mede voor dat prijzen en energielasten onder druk staan. Die gevolgen zijn op meerdere gebieden zichtbaar, zowel op het vlak van bedrijfsvoering als financieel. Daartegenover staat dat voor diverse kosten een compensatie van het Rijk ontvangen wordt. Op dit moment is die toereikend. Op alle bovenstaande onderdelen gelden onzekerheden. Hiervoor nemen we een bedrag van € 2.500.000 op. Risicofactor Een risico is een onzekere ongewenste gebeurtenis waardoor het realiseren van de organisatiedoelstellingen en -strategie in gevaar komt. Bij een risico is er dus sprake van een kans op een ongewenste gebeurtenis. De kans dat ál deze risico's zich voor de volledige omvang voordoen is klein. De benodigde reservecapaciteit wordt daarom op 75% van deze risico's gesteld.
Bij ieder risico is gekeken naar het mogelijke schadebedrag en de kans dat het risico zich voordoet. Het gaat hier om risico’s die niet anders te ondervangen zijn dan door het aanwenden van weerstandscapaciteit. Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Voor risico’s met een kans groter dan 75% zal een voorziening getroffen worden. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren.
3.2.3 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat volgens de regels uit de reservepositie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves. Het eigen vermogen in de vorm van reserves geeft het verschil aan tussen bezittingen minus schulden. De reserves geven weer welk deel van de totale bezittingen met eigen vermogen is gefinancierd. Een reserve betekent dus niet dat deze middelen op de bankrekening staan. Investeringen worden gedeeltelijk met eigen vermogen en met vreemd vermogen gefinancierd. Over het deel dat met vreemd vermogen wordt gefinancierd moet rente worden betaald.
81
Eigen vermogen
x
€1.000
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Algemene reserve
20.881
28.488
29.283
31.874
32.839
33.839
Reserve grondexploitatie
5.382
5.842
6.038
6.038
6.038
6.038
Bestemmingsreserves
29.039
21.909
15.005
14.880
15.719
15.266
Exploitatieresultaat
9.563
356
750
2.286
2.241
3.935
64.865
56.595
51.076
55.078
56.837
59.078
Totaal
Eind 2024 bedraagt het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen (de solvabiliteitsratio) 31%. Het grootste deel van ons vermogen is dus extern gefinancierd. Eind 2024 is er ruim € 52 miljoen aan reserves beschikbaar. Hiervan betreft circa € 15 miljoen bestemmingsreserves. De afname van de bestemmingsreserves ten opzichte van de vorige begroting is met name veroorzaakt door de betalingen aan PHS. Dit heeft een direct gevolg voor de ontwikkeling van de solvabiliteitspositie.
82
Weerstandsvermogen In het kader van het weerstandsvermogen vormt vooral de algemene reserve de buffer voor het opvangen van de (toekomstige) risico’s. De verwachte ontwikkeling van de algemene reserve ziet er als volgt uit: x € 1.000 Algemene reserve Saldo 31-12-2022
20.881
Bestemming jaarresultaat 2022
8.211
Mutaties 2023 Verbetering financiële positie
1.000
Onttrekking Reserve verduurzaming gemeentelijke gebouwen
-1.000
Onttrekking Reserve lokale solidariteit
-1.000
Zon- en windbeleid
-105
Frictiebudget Omgevingswet
-50
Verkoop grond van Rijckevorselstraat en Bestevaer
611
Verbinding station - NMKV
-60
Gerealiseerd saldo eind 2022
28.488
Mutaties begroot na 2023 Frictiekosten Omgevingswet
-105
Verhuiskosten Zuiderbos
-50
Verbetering financiële positie
4.000
Verkoop Pepereind
126
Natuurtoilet
-20
Reduceren schulden
-100
Terugstorting in algemene reserve
1.500
Verwachte saldi 2024-2027
pm
Nog besteedbaar Aan te houden buffer
33.839 (bedragen x 1.000)
Buffer 20% uitkeringen gemeentefonds
12.169
Totaal aan te houden buffer
12.169
Vrije ruimte
21.670
De algemene reserve en bestemmingsreserves zijn geen geld. Voor het betalen van investeringen of het doen van exploitatie uitgaven moet er geld op de bankrekening staan of worden geleend. Ook als deze uitgaven worden gedekt uit reserves. Aanwending van de reserves heeft dan ook negatieve gevolgen voor de rentelasten. Wel is het mogelijk om investeringen ten laste van de reserves af te schrijven zodat de toekomstige exploitatie niet met afschrijvingslasten wordt belast. Ook (incidentele) exploitatielasten kunnen met een bijdrage uit de reserves worden gedekt waardoor ze per saldo niet ten laste van het jaarresultaat komen. De algemene reserve kan dus dienen om incidentele tegenvallers te dekken. In dit kader wordt een minimum niveau aangehouden voor de algemene reserve voor de dekking van onverwachte tegenvallers. Hoe hoog dit niveau moet zijn is onderdeel van bestuurlijke afweging.
83
We hanteren de Ratio-exploitatie voor deze afweging: Bij de ratio exploitatie wordt de benodigde weerstandscapaciteit gerelateerd aan de (te) ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds. De omvang van de exploitatie is mede bepalend voor de risico's die we lopen. Om dit in beeld te brengen hanteren we als norm voor de benodigde weerstandscapaciteit 20% van de te ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds. Beschikbare weerstandsvermogen Het beschikbare weerstandsvermogen bestaande uit het niet bestemde saldo van de algemene reserve is berekend op € 33,839 miljoen. (Dit is ± € 1.049 per inwoner). Uitkomst risicoratio op basis van de exploitatie In de begroting 2024 is een bedrag van € 60,84 miljoen aan uitkeringen uit het gemeentefonds opgenomen 20% hiervan is € 12,1 miljoen. De ratio exploitatie-omvang komt daarmee uit op 2,78 en wordt als ruim voldoende aangemerkt. Voor deze ratio willen we minimaal een voldoende scoren op basis van onderstaande tabel. Ratio
Betekenis
> 1,2
ruim voldoende
1 – 1,2
voldoende
< 1,0
onvoldoende
Normering van de ratio vormt een goed hulpmiddel om de inzet van de algemene middelen te begrenzen.
3.2.4 Kengetallen Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) geeft richtlijnen ten aanzien van het opnemen van kengetallen. De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de financiële positie van de gemeente te beoordelen. Met behulp van kengetallen kan het verloop van de financiële positie van de gemeente Vught over meerdere jaren worden beoordeeld. De wijze van het berekenen van de kengetallen is uniform waardoor de financiële positie van de gemeente Vught kan worden vergeleken met die van andere gemeenten. De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de normen vast te stellen voor de sturing van de financiële positie via de meerjarenbegroting. De normen in hun onderlinge samenhang bepalen hoe risicovol het financieel beleid is dat gevoerd wordt. Een afweging die is voorbehouden aan de raad. Met de kengetallen wordt de raad in staat gesteld het beleid te sturen en te monitoren ten aanzien van: - De reservepositie; - De schuldpositie; - De wendbaarheid en de resterende belastingcapaciteit; - Het risicobeleid. Deze aandachtsgebieden vormen met de reëel en structureel sluitende meerjarenbegroting en de planning en control cyclus de pijlers voor de sturing van onze financiële positie.
84
Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. Algemene normwaarden bruto schuld Weinig tot geen schuld Normaal Voorzichtigheid geboden Bezit zeer zwaar belast met schuld
Ratio solvabiliteit > 80 % 30% - 80% 20% - 30% 0% - 20%
Als normaal wordt een ratio tussen de 30 en 80% beschouwd. Voorzichtigheid is geboden bij een ratio tussen de 20 en 30%. De solvabiliteitsratio voor 2023 bedraagt 32% hetgeen betekent dat de gemeente de financiering van haar bezit relatief normaal met vreemd vermogen heeft gefinancierd. De solvabiliteitsratio wordt met name beïnvloedt door het meerjarige begrotingssaldo. Schuldquote
85
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoeveel geleend kan worden is een politieke afweging. Als algemene norm geven we de volgende richtgetallen. Algemene normwaarden schuldquote Normaal Voorzichtigheid geboden Zeer hoge schuld
Schuldquote 0% -100% > 100% > 130%
Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt ook de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen bepaald. Deze wijkt voor onze gemeente nauwelijks af van de netto schuldquote omdat we beperkt geld hebben doorgeleend. De nettoschuld positie neemt toe als gevolg van met name de betalingen aan het project Rijksinfra en de investeringen in de onderwijsgebouwen Zuiderbos en de Lichtstraat. Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.
86
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten en baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Op basis van het kengetal blijkt dat er beperkte structurele ruimte is om tekorten of extra lasten binnen de huidige begroting op te vangen. Dit past binnen ons beleid om strak te begroten. Indien nodig is er wel ruimte om het eigen beleid aan te passen en via ombuigingen ruimte vrij te maken. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsrechten voor 87
een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Deze cijfers worden voortaan ook in de jaarlijkse meicirculaire bekend gemaakt voor het jaar t-1. Het kengetal belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar te vergelijken met het landelijke gemiddelde in het jaar daarvoor. De daling vanaf 2023 hangt samen met een forse stijging van het landelijk gemiddelde. In de tabel vertegenwoordigt de 100% het landelijk gemiddelde. Conclusie: de lokale lasten liggen in Vught op een relatief hoog niveau. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing hanteren we 100% kostendekkendheid. Algemene conclusie financiële positie In de meerjarenbegroting 2024 zijn er een aantal ontwikkelingen die onze financiële positie nadrukkelijk beïnvloeden: • De grote bijdragen van Vught aan de projecten Rijksinfra, Zuiderbos en de Lichtstraat blijven, maar verschuiven wederom in de tijd. • De ontwikkelingen in de uitkering van het gemeentefonds zorgen vooralsnog voor een positieve invloed door de forse accresontwikkeling. Tegelijkertijd betekent het vastzetten van het accres voor 2026 en het toepassen van de opschalingskorting een nadeel vanaf dat jaar. De herverdeling van het gemeentefonds is verwerkt in deze meerjarenbegroting. • De inflatie stijgt substantieel en is toegepast conform de uitgangspunten in de Kadernota 2024-2027.
• De rente stijgt en heeft invloed op onze meerjarige exploitatie. Zowel rentestijgingen als grote nieuwe investeringen hebben invloed op de jaarlijkse financieringslasten. • We reserveren budgetruimte om de afschrijvingslasten, voortvloeiend uit investeringen in onderwijshuisvesting en de eventuele realisatie van sociaal cultureel centrum De Speeldoos, op te vangen. Voor de verduurzaming van gemeentelijke gebouwen is in 2023 een bestemmingsreserve gevormd. Die is nu niet verder aangevuld. Dit doen we op basis van de uit te werken businesscases. • Ten laste van de begrotingsruimte is in deze meerjarenbegroting jaarlijks € 1.000.000 gereserveerd voor de verbetering van onze financiële positie. Mede door bovenstaande ontwikkelingen zien we financiële kengetallen solvabiliteit en de schuldpositie die in lijn liggen met ons coalitieakkoord. Ook de reserveposities zijn ruim voldoende. Op te merken is dat over de inzet van diverse reserves nog niet is besloten. Daardoor is dit geen onderdeel van de begrotingscijfers en de financiële kengetallen. Wij blijven de totale financiële positie kritisch volgen.
88
3.3 Financiering 3.3.1 EMU-saldo (EMU = Economisch en Monetaire Unie) EMU
x € 1.000
2023 primitief
2023 prognose
2024
2025
-19.087
-24.403
-12.367
1.521
EMU- saldo
Gemeenten moeten in hun begroting een berekening opnemen van het zogenoemde EMU-saldo, en wel voor drie jaren: een raming voor het begrotingsjaar zelf (2024), een prognose voor het vorig begrotingsjaar (2023) en een raming voor het jaar volgend op het begrotingsjaar (2025). De EMU-systematiek werkt op een andere manier dan het baten-lastenstelsel dat gemeenten moeten hanteren. Investeringen en uitgaven die worden gedekt uit reserves tellen bijvoorbeeld niet mee in de uitkomst in het baten-lastenstelsel, maar tellen wel door in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo voor Vught voor 2024 komt uit op -12,3 miljoen euro. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven 12,3 miljoen euro hoger zijn dan de inkomsten. Door investeringen en uitgaven ten laste van de reserves, met name als gevolg van de projecten Rijksinfra, Zuiderbos en de Lichtstraat, stijgt onze schuldpositie de komende jaren. Ons aandeel in het EMU-saldo is daardoor relatief gezien groot.
3.3.2 Financiering en de wet Fido De richtlijnen en doelstellingen met betrekking tot de financieringsactiviteiten zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het wettelijke kader hiervoor vormt de Wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden). Treasury omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Doelstellingen treasurybeleid (mede uitgevoerd door NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)): De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: - het zorgdragen van een tijdige beschikbaarheid van middelen door het verkrijgen en handhaven van toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; - het beschermen van gemeentelijke vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; - het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; - het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de gemeentelijke kaders vastgelegd in het treasurystatuut. Rentevisie De verwachting is dat de rentetarieven op korte termijn licht stijgen en daarna stabiliseren.
Dit geldt zowel voor de korte termijn rente als de lange termijn rente. Wij houden de renteontwikkelingen nauwlettend in de gaten. De gemeente Vught staat voor grote financieringsopgaven in het kader van komende investeringsprogramma’s (met name PHS en scholen). Om een optimaal renteresultaat te behalen streven we door liquiditeitenbeheersing naar zo min mogelijk overtollige middelen. In 2024 en verder ontstaan voornamelijk tekorten. De tekorten financieren we 89
zoveel mogelijk kort. Op kasgeldleningen gelden lage rentes (tot voor kort zelfs negatief). Hierdoor maken we optimaal gebruik van de lage rentestanden. Zodra wettelijke grenzen overschreden dreigen te worden of zodra verwacht wordt dat de rente een structurele stijgende lijn zal vertonen, zal een langlopende lening aangetrokken worden. Liquiditeitsplanning Om geen ongewenste risico's te lopen en om een optimaal renteresultaat te behalen worden alle treasuryactiviteiten gebaseerd op een liquiditeitsplanning. De liquiditeitsplanning is onderverdeeld in kasstromen uit operationele, investering en financieringsactiviteiten en laat meerjarig het volgende beeld zien:
Kasstroomoverzicht x € 1.000 exploitatiesaldo overige liquiditeitsmutaties reserves/voorzieningen bij: afschrijvingen bij: mutaties werkkapitaal kasstroom uit operationele activiteiten investeringen materiële vaste activa desinvesteringen materiële vaste activa mutatie financiële vaste activa kasstroom uit investeringsactiviteiten aflossing langlopende lening kasstroom uit financieringsactiviteiten Saldo 1 januari mutaties in boekjaar saldo 31 december liquiditeitsbehoefte(langlopende lening) saldo na aantrekken langlopende lening* cumulatieve liquiditeitsbehoefte
2023 356
2024 750
2025 2.286
2026 2.241
2027 3.935
-9.126 5.512 6.427 3.169 -26.153 0 223 -25.930 11.043 11.043 500 -2.944 -1.551 11.359 9.808 11.359
-6.417 7.042 -12.104 -10.729 -12.554 0 -500 -13.054 -4.461 -4.461 500 -15.837 501 17.328 17.829 28.686
1.533 6.035 -296 9.558 -8.036 0 -500 -8.536 -3.965 -3.965 500 -2.051 502 2.944 3.446 31.630
-544 6.089 -12.400 -4.614 -6.753 0 -500 -7.253 -3.969 -3.969 501 0 0 3.301 3.301 34.930
-1.116 6.238 0 9.057 -6.634 0 0 -6.634 -4.474 -4.474 502 0 0 2.051 2.051 36.981
* minimaal benodigde kaspositie kort wordt gesteld op € 500.000. De langlopende leningen worden op de kapitaalmarkt gefinancierd.
90
Rentetoerekening De rentelasten worden door middel van een rente omslagpercentage toegerekend aan de verschillende taakvelden.
Rentetoerekening
2024
2025
2026
2027
x € 1.000 a. Externe rentelasten (korte en lange financiering)
2.036
2.045
2.066
2.042
-2
-2
-3
-3
Saldo rentelasten en rentebaten
2.034
2.043
2.063
2.040
Toegerekende rente grexen/projecten
-327
-459
-461
-478
c2. Rente projectfinanciering
0
0
0
0
c3. Rentebaat doorverstrekte leningen
0
0
0
0
1.707
1.584
1.602
1.562
d1. Rente over eigen vermogen
0
0
0
0
d2. Rente over voorzieningen
0
0
0
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
1.707
1.584
1.602
1.562
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
1.819
1.884
1.907
1.915
f. Renteresultaat taakveld treasury
112
300
305
353
b. Externe rentebaten
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
Risicobeheer In de wet Fido is een begrenzing opgenomen van kortlopende middelen die gemeente mogen opnemen, de zogenaamde kasgeldlimiet. De minister heeft de limiet vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Voor de gemeente Vught wordt de kasgeldlimiet geraamd op:
Kasgeldlimiet
2024
2025
2026
2027
Begrote lasten
109.554
100.319
98.474
94.326
Kasgeldlimiet
9.312
8.527
8.370
8.018
x € 1.000
De renterisico-norm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. Het renterisico wordt bepaald door de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. Het percentage is door de minister vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Maximaal mag dus 20% van het begrotingstotaal in enig jaar aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. De gemeente Vught heeft 12 lineaire leningen uitstaan tegen vaste renten. Het totaal geleende bedrag bedraagt op 1 januari 2023 € 59,8 miljoen. Doordat er in gelijke delen wordt afgelost lopen we een beperkt renterisico.
91
Berekening renterisiconorm
2024
2025
2026
2027
109.554
100.319
98.474
94.326
20%
20%
20%
20%
21.911
20.064
19.695
18.865
1aRenteherziening op vaste schuld o/g
0
0
0
0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g
0
0
0
0
2Renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
0
0
0
0
17.328
2.944
3.301
2.051
0
0
0
0
4Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)
17.328
2.944
3.301
2.051
5Betaalde aflossingen
4.461
4.465
4.469
4.474
6Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
4.461
4.465
4.469
2.051
7Renterisico op de vaste schuld (2+6)
4.461
4.465
4.469
2.051
8Renterisiconorm
21.911
20.064
19.695
18.865
9aRuimte onder renterisiconorm (8-7)
17.450
15.599
15.225
16.815
9b Overschrijding renterisiconorm (7-8)
0
0
0
0
x € 1.000
10Begrote lasten 11Het bij ministeriële regeling vastgesteld % 12Renterisiconorm Berekening rente risico (x € 1.000)
3aNieuw aangetrokken vaste schuld 3b Nieuw uitgezette vaste geldleningen
Uit bovenstaande berekening blijkt dat ons renterisico onder de renterisiconorm blijft. Schatkistbankieren Alle decentrale overheden zijn verplicht hun overtollige middelen (middelen die niet onmiddellijk nodig zijn voor de publieke taak) in de schatkist aan te houden. Om het dagelijks kasverkeer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is een gemiddeld saldo per kwartaal. Voor de komende jaren wordt dit voor onze gemeente geraamd op:
Drempelbedrag schatkistbankieren x€1.000
2024
2025
2026
2027
Begrote lasten
109.554
100.319
98.474
94.326
Drempelbedrag
822
752
739
707
92
3.4 Lokale heffingen Inleiding De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de totale inkomsten binnen de gemeentelijke begroting. De paragraaf lokale heffingen, conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording voor gemeenten en provincies (BBV), biedt een overzicht van het beleid voor de lokale lasten. Deze paragraaf lokale heffingen bestaat uit: 3.4.1. Geraamde opbrengsten; 3.4.2. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen; 3.4.3. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen; 3.4.4. De lokale lastendruk; 3.4.5. Kwijtscheldingsbeleid. De lokale heffingen zijn onder te verdelen in twee categorieën, namelijk belastingen en rechten. Belastingen zijn heffingen waar geen aanwijsbare tegenprestatie van de overheid tegenover staat. De lokale belastingen, o.a. de OZB en toeristenbelasting, zijn bijdragen in de algemene kosten van de gemeente en hebben een budgettaire functie. Heffingen zijn rechten en leges. De gemeente krijgt (maximaal) de kosten vergoed die ze zelf maakt. De totale opbrengst van deze heffingen mag niet meer zijn dan de totale kosten. De gemeenteraad bepaalt, door het vaststellen van de belastingverordeningen, welke belastingen de gemeente heft en welke heffingsmaatstaven en tarieven we hanteren.
De belangrijkste belastingen en heffingen in de gemeente Vught zijn: - Onroerendezaakbelastingen (OZB); - Afvalstoffenheffing; - Rioolheffing; - Toeristenbelasting; - Leges; - Reclamebelasting Daarnaast heffen we rechten zoals o.a. marktgelden en lijkbezorgingsrechten.
3.4.1 Geraamde opbrengsten Totaaloverzicht opbrengsten belastingen en heffingen (retributies).
Heffingen
2022
x € 1.000 realisatie
2023
2024
2025
2026
2027
Onroerende zaakbelasting
9.527
9.734
10.339
10.873
11.133
11.133
Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten
3.371
3.154
3.732
3.960
4.077
4.133
Rioolheffing
4.040
4.567
4.478
4.746
5.027
5.186
Toeristenbelasting
623 17.561
461
474 19.023
491 20.070
509 20.746
517 20.968
Totaal
3.4.2 Beleid t.a.v. lokale heffingen Uitgangspunt van het coalitieakkoord is dat de lastendruk niet onnodig toeneemt. De opbrengsten van lokale heffingen worden beïnvloed door drie factoren: autonome ontwikkelingen, areaal (uitbreiding of krimp) en indexatie. Het uitgangspunt is dat wijzigingen in areaal leiden tot meer- of minderopbrengsten. Indexatie leidt tot meeropbrengsten. De te realiseren OZB opbrengst voor het jaar t+1 wordt bepaald door de begrote opbrengsten in het jaar t te verhogen met de verwachte 93
areaaluitbreiding én het inflatiepercentage. Deze laatste 2 kunnen afwijken van het voorgaande begrotingsjaar. Door het te delen door de actuele WOZ waarden ontstaat het tarief. Het is vigerend beleid om autonome ontwikkelingen te compenseren. Voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten wordt maximaal 100% kostendekking toegepast. De kosten bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead. De opslag voor overhead wordt meegenomen bij de tariefbepaling van de diverse heffingen. Hiervoor wordt binnen de Programmabegroting een consistente gedragslijn gehanteerd. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn de gebruikers belastingplichtig en is het tarief onder meer afhankelijk van inhoudelijke beleidskeuzes en het gewenste voorzieningenniveau. De legesopbrengsten over het totaal van de verordening zijn, conform artikel 229b van de Gemeentewet, op basis van voorcalculatie niet hoger dan de lasten. Het totaal van de legesopbrengsten is wettelijk beperkt tot maximaal 100% kostendekkend. Kruissubsidiëring tussen de titels is niet verboden maar ook niet wenselijk omdat het dienstverlening betreft van verschillende aard. De indexering van de OZB is gelijk aan de indexering van goederen en diensten, die van de overige leges is gekoppeld aan de stijging van de indexering van de loonkosten.
Jaar
2023
2024
2025
2025
2027
Indexering OZB inflatie
2,8%
3,6%
3,6%
3,6%
1,6%
Indexering overige leges
3,0%
3,0%
3,0%
3,0%
3,0%
3.4.3 Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
Onroerendezaakbelastingen De heffingsgrondslag voor de onroerendezaakbelastingen is de waarde zoals die in het kader van de Wet Waardering Onroerende Zaken jaarlijks wordt vastgesteld. Er zijn twee heffingen, de OZBgebruikersbelasting voor niet-woningen en de OZB-eigenarenbelasting voor zowel woningen als nietwoningen. Daarbij passen we de drie onderstaande uitgangspunten toe: Autonome ontwikkelingen Conform bestaand beleid worden autonome ontwikkelingen gecompenseerd bij de tariefbepaling. Areaal Areaalontwikkelingen leiden in het geval van uitbreiding tot meeropbrengsten en in het geval van krimp tot minderopbrengsten. Areaal heeft derhalve geen effect op de lastendruk. Indexatie Het meerjarig begrotingsperspectief leidt ertoe dat met ingang van 2024 de inflatiecorrectie van 3,6% wordt toegepast. Verwacht wordt dat de WOZ-waarden voor woningen naar waardepeildatum 1-1-2023 een lichte stijging laten zien. Voor niet-woningen verwachten we een marktontwikkeling rond de nullijn. De marktontwikkeling heeft geen effect op de uiteindelijk te realiseren OZB-opbrengsten omdat de gemiddelde waardestijging of -daling wordt verdisconteerd in de tarieven. Daarmee heeft dit ook geen effect op de lastendruk.
94
Toeristenbelasting Voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente Vught, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen staan ingeschreven, wordt toeristenbelasting geheven. De opbrengst van de toeristenbelasting maakt onderdeel uit van de algemene dekkingsmiddelen. Door de corona pandemie is het aantal overnachtingen in 2020 fors gedaald. De cijfers over het jaar 2022 zijn hoger dan verwacht. Het aantal overnachtingen was vanwege de aanhoudende corona crisis lager ingeschat, op het niveau van 2021. Tevens is het aantal overnachtingen fors gestegen door de komst van Helvoirt dat sinds 2021 onder de heffing van de gemeente Vught valt. Gelet op de inzet van diverse onderkomens bij de opvang van (Oekraïense) vluchtelingen is de verwachting dat de toeristenbelasting op het niveau van 2022 zal blijven. De actuele tarieven Toeristenbelasting gelden met ingang van 2020. Het tarief per persoon/per overnachting is € 2,00 voor hotels en € 1,75 voor overige accommodaties.
Toeristenbelasting
2019
Aantal overnachtingen hotels
104.068
Aantal overnachtingen overige
54.909 158.977
Totaal
2020
2021
2022
2023
77.861
103.880
152.950
152.000
35.711 113.572
101.168 205.048
120.133 273.083
120.000 272.000
Er zijn voor belastingjaar 2023 nog geen cijfers beschikbaar. Het aantal overnachtingen is ingeschat op het niveau van 2022. Het heffen van toeristenbelasting draagt bij aan de voorzieningen in onze gemeente waar toeristen gebruik van kunnen maken. De gemeente Vught faciliteert onder andere de informatievoorziening online en offline voor toeristen en recreanten, middels www.visitvught.nl en de toeristische informatiepunten. Daarnaast verbindt de gemeente Vught de ondernemers binnen de recreatieve sector in een jaarlijkse bijeenkomst. Toeristen maken ook gebruik van de bredere voorzieningen die Vught heeft, zoals de fietsen wandelpaden, de bijbehorende bankjes, afvalbakken en informatieborden, IJzeren Man, DePetrus etc. Ondanks dat de toeristenbelasting geen doelbelasting is, worden de lasten van bovengenoemde faciliteiten indirect (deels) bekostigd door de gebruiker. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing voor het verhalen van de kosten van de afvalinzameling en –verwerking. De afvalinzameling is in 2016 aanbesteed, op grond van de resultaten van de brede afvaldiscussie. In 2017 is de huis- aan huisinzameling gewijzigd. Het uitgangspunt voor de afvalstoffenheffing is maximaal 100% kostendekkende tarieven. De kosten van de milieustraat worden gedeeltelijk gedekt door tarieven aan de poort.
We hanteren de principes “de vervuiler betaalt” en “afval is grondstof”. We bieden het door de burgers gewenste serviceniveau tegen zo laag mogelijke kosten. Het tarief bestaat uit een vastrecht en een variabel deel, op basis van volume en het aantal ledigingen. In 2020 zijn de tarieven gestegen om de dienstverlening kostendekkend aan te bieden. Het stijgen van de kosten en beleidsmatige keuzes liggen hieraan ten grondslag. De verzwaring van de lastendruk is evenredig over de belastingplichtigen worden verdeeld. Voor 2024 worden de tarieven aangepast om de heffing kostendekkend te laten blijven.
95
Afval
x €1.000
Kosten taakveld
3.489
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
574
Directe kosten en inkomsten
2.915
Overhead
267
BTW
550
Toe te rekenen kosten
817
Totale kosten
3.732
Opbrengst heffingen
3.732
Mutatie egalisatievoorziening afval
0
Totale inkomsten
3.732
Dekkingspercentage
100%
Rioolheffing Rioolheffing is een bestemmingsheffing om kosten voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater te verhalen. Artikel 228a Gemeentewet maakt een onderscheid tussen de waterketen (afvoer afvalwater) en het watersysteem (hemelwater en grondwater). In het programma water en riolering 2022-2026 (PWR) zijn de volgende uitgangspunten voor de rioolheffing opgenomen: - kostendekkende tarieven (maximaal 100%); - heffingsgrondslag drinkwaterverbruik; - voorwaarden voor bronnering; - principe “de vervuiler betaalt”. Eventuele risico’s en tekorten worden opgevangen door de voorziening riolering.
Riool
x €1.000
Kosten taakveld(en)
4.158
Inkomsten taakveld(en), excl.. heffingen
25
Directe kosten en inkomsten
4.134
Overhead
292
BTW
241
Toe te rekenen kosten
533
Totale kosten
4.667
Opbrengst heffingen
4.478
Mutatie egalisatievoorziening riolering
189
Totaal inkomsten
4.667
Dekkingspercentage
100%
Leges Bij de leges wordt onderscheid gemaakt tussen de leges algemene dienstverlening, dienstverlening fysieke leefomgeving (omgevingsvergunning) en overige dienstverlening. De legesverordening is opgebouwd uit deze drie titels.
96
Kruissubsidiëring binnen de diverse titels van de Legesverordening wordt op beperkte schaal toegepast, o.a. bij het tarief voor bouw gerelateerde omgevingsvergunningen. Kruissubsidiëring kan worden toegepast om legesopbrengsten te maximaliseren en financiële prikkels positief dan wel negatief in te zetten. De kostendekking blijft op totaalniveau onder de 100%.
Kostendekkendheid x € 1.000
Titel 1, Titel 2, dienst- Titel 3, dienstalgemene verlening fysieke verlening onder dienst- leefomgeving/ Europese verlening omgevings- diensten-richtlijn vergunning
Totaal leges
Kosten taakveld(en)
615
764
58
1.437
Opbrengsten taakveld(en), excl. heffingen
564
0
0
564
Directe kosten en opbrengsten
52
764
58
874
Overhead
541
672
51
1.264
BTW
2
2
4
7
Toe te rekenen kosten
543
674
55
1.272
Totaal kosten en opbrengsten
594
1.438
114
2.146
Opbrengst heffingen
364
1.379
20
1.763
Dekkingspercentage
61%
96%
17%
82%
Begraafplaatsen / grafrechten De gemeente Vught exploiteert één algemene begraafplaats. Er wordt gestreefd naar een kostendekkende exploitatie van deze begraafplaats. Om te komen tot kostendekkende tarieven zijn de grafrechten de afgelopen drie jaar verhoogd. De kostendekking zoals opgenomen in de tabel is gebaseerd op een 100% kostendekkende exploitatie inclusief overhead. De geraamde opbrengsten zijn gebaseerd op 5 begravingen per jaar en 12 verlengingen.
Begraafplaatsen
x €1.000
Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente
21
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
0
Directe kosten
21
Overhead
0
BTW
4
Toe te rekenen kosten
4
Totale kosten
25
Opbrengst grafrechten
20
Dekkingspercentage
81%
Reclamebelasting In 2013 is voor het centrum van Vught een reclameheffing ingevoerd. De opbrengsten van deze reclameheffing (na aftrek van perceptiekosten en oninbaar) worden afgedragen aan het centrummanagement. Het centrummanagement gebruikt deze middelen voor investeringen en activiteiten die positief bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkingskracht van het centrum. Met ingang van 2023 is 97