Bijlage - Jaarverslag 2023
Tekst van het document
1.104
2.826
2.643
727
1.917
Lasten
1.492
1.392
1.556
1.562
-6
Baten
-521
-506
-488
-541
54
Saldo
972
886
1.068
1.021
48
Lasten
2.015
2.039
2.085
2.144
-58
Baten
0
0
0
-3
3
Saldo
2.015
2.039
2.085
2.141
-56
Lasten
593
832
872
831
41
Baten
-115
-10
-10
-24
14
Saldo
478
822
862
807
55
Lasten
8.763
7.089
10.307
9.862
445
Baten
-4.193
-516
-3.647
-5.166
1.519
Saldo
4.569
6.574
6.659
4.695
1.964
Lasten
13
1.000
1.000
2.576
1.576
Baten
-65
-1.000
-1.000
-1.032
-32
Saldo
-52
0
0
1.544
-1.544
Lasten
8.776
0
11.307
12.438
-1.131
Baten
-4.259
0
-4.647
-6.198
1.551
Saldo
4.517
0
6.659
6.239
420
bedragen x €1.000 Bestuur en burgerparticipatie
Burgerzaken
Crisisbeheersing en brandweer
Openbare orde en veiligheid
Totaal programma
Verrekening met reserves
Na verrekening met reserves
2023
Realisatie
- is nadeel
Verschil 468
Afwijking x € 1.000
Bestuur en burgerparticipatie Pensioenvoorziening politieke ambtsdragers Vanwege de hoge rentestand was de stand van de pensioenvoorziening hoger dan nodig was. Hierdoor kan er een deel van de voorziening vrijvallen. Burgemeester en wethouders Vanwege wisselingen waren de salariskosten voor wethouders lager. Daarnaast waren de reiskostenvergoedingen lager dan begroot (€ 8.000), waren er lagere kosten voor representatie (€ 6.000) en waren de kosten voor verzekering lager (€ 8.000). Aardbevingen Turkije en Syrië Er is een donatie gedaan in verband met de aardbevingen in Turkije en Syrië. Gemeenteraad en commissies Er waren lagere kosten voor gemeenteraad en -commissies door minder beroep op de WKR (werkkostenregeling), het opleidingsbudget en door lagere salariskosten.
66
205 56 22 -32 44
Accountantscontrole De kosten voor de accountantscontrole 2022 en 2023 zijn met instemming van de auditcommissie verhoogd. Oorzaken zijn de extra aandacht voor Fraude en continuïteit, wijziging van controlestandaarden, wijzigingen in de jeugdzorg en de toename van het aantal te controleren Sisa-regelingen. Oekraïne Voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen is een bekostigingsregeling door het Rijk gemaakt. Deze voorziet in een vergoeding per gerealiseerde plaats per dag van € 83. De werkelijke kosten zijn afhankelijk van de daadwerkelijke bezetting, welke lager is dan het aantal gerealiseerde plaatsen. Overigens worden op diverse andere taakvelden ook kosten gemaakt die samenhangen met de crisis in Oekraïne. In paragraaf 1.5 zijn die samengevat. Regionale samenwerking Voor de frictiekosten vanuit de herindeling was veen bedrag van € 429.000 beschikbaar. Middels bestuurlijke besluiten is dit deels ingezet, onder meer voor de bedrijfscontactfunctionaris, verhoging van subsidieplafonds en onderhoud D'n Inbreng. Rekenkamerfunctie Na installatie in de raadsvergadering van 13 juli 2023 zijn de leden van de rekenkamer gestart met hun werkzaamheden. Er zijn geen onderzoeken uitgevoerd. Overigen
-25
1.436
208
12 6
Burgerzaken Er zijn meer reisdocumenten verstrekt dan verwacht.
12
De vraag naar rijbewijzen is groter dan verwacht. Dit zorgt voor extra opbrengsten leges en meer afdrachten rijksleges. De vraag naar uittreksels uit de basisadministratie is minder groot geweest dan verwacht.
24
Doordat er meer huwelijken zijn voltrokken dan verwacht, zijn ook de loonkosten van de trouwambtenaren hoger uitgevallen. Daartegenover staan extra ontvangen leges. Ten behoeve van een wettelijk verplichte update van de GBA-V (landelijke BRP) zijn eenmalige kosten gemaakt. Deze waren voorzien in 2024.
3
-8
-9
Crisisbeheersing en brandweer Brandweer De huurkosten voor de uitrukpost in Cromvoirt zijn komen te vervallen. Dit was nog niet aangepast in de begroting. De bijdrage voor de Veiligheidsregio Brabant Noord was lager dan begroot.
21 8
Openbare orde en veiligheid Samenwerkingsverbanden De kosten voor samenwerkingsverbanden (RIEC en Zorg- en Veiligheidshuis) zijn lager, met name vanwege een terugbetaling van het overschot van de algemene reserve van het Zorg- en Veiligheidshuis. Boa's Er was een incidenteel budget opgenomen voor ondersteunend materiaal, kleding en aanvullende ondersteuning van de boa's. Hiervan was een deel niet nodig. APV Er zijn meer leges ontvangen dan begroot in het kader van de APV.
67
10
20
10
Subtotaal afwijking directe kosten
2.023
Kapitaallasten
0
Doorberekende kosten
-59
Totaal
1.964
Verrekening met reserves Donatie aardbeving Turkije en Syrië De donatie aan giro 555 is bekostigd vanuit de Algemene reserve. Ondersteuning raadsfracties Het niet benutte deel van het budget voor ondersteuning van de raadsfracties is in de bestemmingsreserve Fractieondersteuning gestort. Bestemmingsreserve Migratie en Opvang Met de vaststelling van de nota Reserves en Voorzieningen is besloten bij de jaarrekening een reserve Opvang en migratie te vormen. Hierin worden de positieve resultaten samenhangend met de opvang van Oekraïners gestort. Zie paragraaf 1.5. voor een specificatie. Totaal
68
32 -10 - 1.566
420
Overhead 2022
Overhead bedragen x €1.000 Overhead
Kostenplaatsen
Totaal programma
Verrekening met reserves
Na verrekening met reserves
Lasten
2023
Realisatie
Begroting Begroting Realisatie primitief wijzigingen 10.101 12.012 12.620 11.725
Verschil 895
Baten
-232
-23
-108
-412
304
Saldo
9.869
11.989
12.512
11.312
1.200
Lasten
412
519
919
566
353
Baten
-412
-519
-919
-566
-353
Saldo
0
0
0
0
0
Lasten
10.513
12.530
13.539
12.290
1.249
Baten
-644
-542
-1.027
-978
-49
Saldo
9.869
11.989
12.512
11.312
1.200
Lasten
0
1.000
1.000
1.000
0
Baten
0
-1.000
-1.000
-1.000
0
Saldo
0
0
0
0
0
Lasten
10.513
13.530
14.539
13.290
1.249
Baten
-644
-1.542
-2.027
-1.978
-49
Saldo
9.869
11.989
12.512
11.312
1.200
2.5.1 Overhead - is nadeel Overhead Financiële administratie Externe expertise is ingeschakeld voor het doorlichten van de administratie over de afgelopen 5 jaar op juiste betaalbaarstelling, verrekening creditfacturen en BTW- labeling. Per saldo is er een aanvullende opbrengst van € 21.000 gerealiseerd (met name BTWverrekening). Aan invorderingskosten is € 5.000 minder uit gegeven. Salarisadministratie De prijsopbouw van de software voor het voeren van de salarisadministratie is aangepast. Dit geeft een structureel voordeel. Organisatieontwikkeling Hogere kosten voor organisatieontwikkeling. Voorziening spaarverlof De verlofrechten zijn met € 18.000 toegenomen. Human Resource Uit het algemene HR budget worden voornamelijk de webapplicatie RAP en het functiewaarderingssysteem HR21 bekostigd. Daarnaast wordt ook extern ingewonnen specialistisch advies met betrekking tot beide onderwerpen (rechtspositie en functiewaardering) hieruit bekostigd. Hier is minder gebruik van gemaakt dan begroot. 69
Afwijking x € 1.000
26
16
-28 -18 6
ARBO Er is minder gebruik gemaakt van arbo-voorzieningen en bijbehorende dienstverlening (o.a. ergonomische apparatuur, vertrouwenspersoon, psycholoog, etc.). Algemene personeelskosten Er is meer gebruik gemaakt van de kilometervergoeding. De kosten voor de thuiswerkvergoeding zijn hier gerealiseerd, terwijl deze elders begroot zijn. Daarnaast is de bijdrage aan de werkkostenregeling hoger dan begroot. Wachtgeldvoorziening Er is meer gebruik gemaakt van de voorziening wachtgeldverplichtingen dan waar rekening mee is gehouden. Opleidingen Er is meer gebruik gemaakt van het budget voor opleidingen. Dit heeft deels te maken met uitstel van opleidingen uit de COVID periode. Inkoopadvisering Vanwege voortschrijdend inzicht bij sommige onderwerpen gekozen voor eenvoudigere aanbestedingen, waardoor er minder advisering ingekocht hoefde te worden. Daarnaast zijn de planningen van enkele aanbestedingsprojecten aangepast. Communicatie en voorlichting Het aantal publicaties in het Klaverblad is toegenomen. ICT Werkplek en ICT Toepassingen Bij de transitie naar een andere ICT provider zijn frictiekosten gemaakt aangezien de initiële overgang van 1 januari 2023 niet haalbaar was en de kosten van de oude ICT provider nog 2 maanden zijn doorgelopen. De frictiekosten bestaande uit 2 maandlasten bedragen € 136.000.
In de loop van het jaar is gebleken dat het aantal accounts flink is gestegen, van 325 naar nu zo'n 400. Dit heeft tot een naheffing geleid van ongeveer € 24.000. De transitie vroeg ook om extra ondersteuning vanuit leveranciers, waardoor de aanloop kosten hoger uitvielen. Als laatste kan gemeld worden dat er op verschillende applicaties indexeringen zijn geweest. Exploitatie gemeentekantoor Door een hoger elektriciteitsverbruik vallen de kosten hoger uit. De stijging van de lonen van de schoonmaakdienst was niet voorzien in de begroting. Er is waterschade ontstaan binnen het gemeentekantoor door een lekkage in de vijver. De ontstane schade is vergoed door de verzekering. Stationsweg 2a Helvoirt De verkoop van deze locatie aan de Veiligheidsregio is doorgeschoven naar 2024. Bodediensten Er zijn meer mailingen verstuurd dan verwacht. Repro (GK) Door extra mailingen is er meer papier verbruikt. Restauratieve voorzieningen Door toename van het werken op kantoor is er meer gebruik gemaakt van restauratieve voorzieningen. Bedrijfshulpverlening Extra aanmeldingen BHV'ers inclusief bijbehorende trainingen. Documentaire informatievoorziening De bijdrage aan het Brabants Historisch Informatie Centrum is lager uitgevallen omdat er een budget voor het E-depot was opgenomen dat niet nodig bleek te zijn.
Daarnaast is de indexering van de huurkosten van de archiefruimte wat lager uitgevallen dan verwacht.
70
11
-18 -32 -16 -30
-41
69
-16 -195
-36 -19 -11 11 -85 -20 -5 -14
-5
17
Terug-ontvangsten medewerkers met ziekte of zwangerschapsverlof Voor medewerkers die langdurig ziek zijn of die met zwangerschapsverlof gaan, ontvangen we een bijdrage van het UWV. Deze ontvangst wordt niet begroot. Subtotaal afwijking directe kosten
180 -253
Kapitaallasten
54
Doorberekende kosten
1.399
Totaal
1.200
Verrekening met reserves Verduurzaming gemeentelijke gebouwen Voor de afschrijvingslasten is een bestemmingsreserve Verduurzaming gemeentelijke gebouwen gevormd. Ten laste van de algemene reserve is hier € 1 miljoen in gestort. Totaal
1.000 -1.000 1.200
2.5.2 Kostenplaatsen - is nadeel
Afwijking x € 1.000
Kostenplaatsen Geo-inwinning Een grote inmetingsopdracht van vakantiepark De Zandleij is verschoven naar 2024 omdat de bouw nog niet gereed was. Daarnaast zijn er 2 jaarlijkse meetrondes niet uitgevoerd vanwege herprioritering van werkzaamheden. BOR/Brandweerkazerne De elektriciteitskosten zijn hoger uitgevallen door hogere leasekosten van de zonnepanelen, waarbij het leasetarief gekoppeld is aan de stroomprijs, en een hoger stroomverbruik. De doorbelasting naar de Veiligheidsregio valt lager uit dan begroot door een aantal kosten die volledig toerekenbaar zijn aan de gemeente. Tractie en wijkteams Er waren minder kosten voor reparatie en onderhoud. Clustervoorziening Noord De kosten voor energieverbruik hoger uitgevallen dan geraamd. Daarnaast zijn diverse overige kosten ook hoger uitgevallen. Tegenover de hogere kosten staat aan hogere doorbelasting van servicekosten aan de kinderopvang. Vanuit basisschool Koningslinde is een hogere materiële instandhoudingsbijdrage ontvangen. Personeelskosten De personeelsbegroting is gaandeweg het jaar verhoogd met de cao-ontwikkeling, compensatie vanuit het UWV en projectenmiddelen tot een budget van € 23,8 miljoen op de kostenplaatsen. In Burap II 2023 is hierover gerapporteerd. Uiteindelijk is niet het gehele budget benut. Subtotaal afwijking directe kosten Kapitaallasten
22
-31
-13 8 -34 -31 34 33
848
836 0
Doorberekende kosten
-836
Totaal
0
Verrekening met reserves Totaal
0
71
72
Algemene dekkingsmiddelen 2022
Algemene dekkingen Lasten
Begroting Begroting Realisatie primitief wijzigingen -716 -368 -238 -426
Baten
-49
-38
-38
-73
36
Saldo
-765
-406
-276
-499
223
Lasten
545
596
621
666
-45
Baten
-6.215
-6.495
-6.495
-6.460
-35
Saldo
-5.670
-5.899
-5.874
-5.793
-80
Lasten
6
15
15
19
-5
Baten
-3.312
-3.239
-3.564
-3.508
-56
Saldo
-3.306
-3.225
-3.550
-3.489
-60
Lasten
0
0
0
0
0
Baten
-40
-41
-41
-49
8
Saldo
-40
-41
-41
-49
8
Lasten
7
8
8
68
-60
Baten
-56.270
-55.881
-58.022
-58.139
117
Saldo
-56.263
-55.873
-58.014
-58.070
56
Lasten
64
112
82
0
82
Baten
0
0
0
0
0
Saldo
64
112
82
0
82
Lasten
50
55
210
234
-24
Baten
-2
0
0
-55
55
Saldo
48
55
210
179
30
Lasten
-46
418
697
562
135
Baten
-65.888
-65.693
-68.159
-68.283
124
Saldo
-65.934
-65.275
-67.463
-67.721
259
Lasten
600
0
1.000
1.000
0
Baten
0
0
0
0
0
Saldo
600
0
1.000
1.000
0
Lasten
554
1.418
1.697
1.562
135
Baten
-65.888
-65.693
-68.159
-68.283
124
Saldo
-65.334
-64.275
-66.463
-66.721
259
bedragen x €1.000 Treasury
OZB woningen
OZB niet-woningen
Belastingen overig
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
Overige baten en lasten
Vennootschapsbelasting (VpB)
Totaal programma
Verrekening met reserves
Na verrekening met reserves
2023
Realisatie
73
Verschil 187
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. De gemeentefondsuitkering is beleids- en bestedingsvrij voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te beoordelen. Hieronder wordt een toelichting per geldstroom gegeven op de mutaties ten opzichte van Burap II 2023 per uitkeringsjaar: Uitkeringsjaar 2021 Naast de mutatie uit de decembercirculaire van € 31.736 heeft er nog een kleine aanpassing plaatsgevonden van € 863. In totaal is de raming voor de gemeentefondsuitkering 2021 aangepast met € 32.599 voordelig. Uitkeringsjaar 2022 Voor het uitkeringsjaar 2022 zijn geen mutaties ten opzichte van Burap II 2023 te melden. Uitkeringsjaar 2023 De volgende mutaties naar aanleiding van de decembercirculaire 2023 zijn in een Rib aan u toegelicht.
x € 1.000 2023 Ontwikkeling uitkeringsbasis -300 Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) 17 Invoeringskosten Omgevingswet 204 Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak 18 Meerkosten Oekraïne sociaal domein 22 Overige 8 -31 Daarnaast geeft een verbeterd inzicht van met name de parameter loonkostensubsidie een voordeel van € 114.630. In totaal betekent dit een mutatie van afgerond € 84.000 voor uitkeringsjaar 2023.
Lokale heffingen - is nadeel OZB Woningen Waardering WOZ Woningen Hogere proceskostenvergoeding OZB woningen direct verband houdend met de (landelijke) toename aan bezwaren. Er is een project gestart om de gebruiksoppervlakte in de BAG en de WOZ gelijk te trekken. Opbrengsten OZB Woningen Door het toegenomen aantal bezwaren is het aantal verminderingen toegenomen. Dit zorgt voor een lagere opbrengst OZB. OZB niet-woningen Opbrengsten OZB Niet-Woningen Door het toegenomen aantal bezwaren is het aantal verminderingen toegenomen. Dit zorgt voor een lagere opbrengst OZB. Daarnaast is de leegstand hoger dan aanvankelijk ingeschat.
74
Afwijking x € 1.000 -19
-35
-56
Reclamebelasting De WOZ-waardes van niet-woningen zijn hoger dan in de begroting opgenomen, hierdoor is de opbrengst reclamebelasting ook hoger. Dit omdat het tarief een direct verband heeft met de WOZ-waarde. ICT Belastingen In 2022 is een nieuwe belastingen applicatie geïntroduceerd. Voor geautomatiseerde verwerking van diverse processen zijn naderhand nog extra modules afgenomen. De kosten van deze extra modules waren vooraf niet begroot. Overigen Subtotaal afwijking directe kosten
+8
-30
-12 -144
Kapitaallasten.
0
Doorberekende kosten.
12
Totaal
-132
Een uitgebreide toelichting is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen (zie paragraaf 3.4.).
Treasury Treasury
Begroting (x € 1.000)
Onverdeeld financieringsresultaat Dividend Kosten betalingsverkeer Totaal taakveld
Incl. wijz. -259 -35 18 -276
Realisatie -475 -39 15 -499
Verschil -216 -4 -3 -223
Financieringsresultaat Het resultaat bestaat uit het verschil tussen de daadwerkelijk te betalen en te ontvangen rente en de aan de programma’s toegerekende rente. Het verschil tussen de werkelijk betaalde rente en de via de omslagpercentage doorberekende rente aan de programma’s wordt verantwoord op het taakveld Onverdeeld financieringsresultaat. Per saldo werd en wordt dus de werkelijk betaalde rente verantwoord.
Rentelasten x € 1.000
Begroting Incl. wijz.
Realisatie
Afwijking
1.142 0
1.076 0
66 0
-15 -2
-46 -4
30 1
-139 0 -6 979
-226 0 -37 763
87 0 31 216
-1.238 259
-1.238 475
0 216
Lasten Rente langlopende leningen Rente kortlopend
Baten Rente kortlopend Rente uitgezette geldleningen
Toegerekende rente Rente Rijksinfra Rente IHP Geactiveerde rente grondexploitatie Rente ten laste van exploitatie
De rente is als volgt in de exploitatierekening verwerkt Doorberekende rente ten laste van programma's Renteresultaat ten gunste van algemene dekkingsmiddelen
75
Onverdeeld financieringsresultaat Op basis van de liquiditeitsprognose is eerder een voordeel van € 270.000 gemeld op de financiering van onze liquiditeitsbehoefte. Het daadwerkelijke saldo van rentelasten en -baten is € 98.000 voordelige. Daarnaast kan een groter deel van de rentelasten worden toegerekend aan de grondexploitatie en aan projecten (€ 118.000). Belangrijkste oorzaak ligt in de vertraagde of uitgestelde uitgaven op de grote dossiers en de MORprojecten. Per saldo is er per 31 december een restantkrediet van € 7,2 miljoen, waarvan € 3,3 miljoen bestaat uit de MOR investeringskredieten. Zie hiervoor de staat van restantkredieten in het boekwerk Jaarrekening. Dividend Het dividend heeft betrekking op de aandelen BNG die in bezit zijn. Kosten betalingsverkeer Onder deze post zijn zowel de interne als externe kosten van het betalingsverkeer verantwoord.
Vennootschapsbelasting (VpB) Gemeenten zijn belastingplichtig voor activiteiten die vallen onder het regime van de vennootschapsbelasting (vpb). Het betreft over het algemeen activiteiten waarbij in concurrentie wordt getreden en waar winst wordt beoogd of verwacht. Binnen onze huidige activiteiten valt enkel de grondexploitatie onder de vpb. Over 2023 is een bedrag van € 233.922 aan vennootschapsbelasting verschuldigd. De verschuldigde vennootschapsbelasting is ontstaan vanuit de grondexploitatie en wordt daarom verrekend met de reserve Grondexploitatie. Over 2021 en 2022 wordt als gevolg van een verliescompensatie nog respectievelijk € 4.790 en € 49.746 teruggevorderd.
Overige baten en lasten
Nieuwe projecten Van het beschikbare budget van € 41.120 is € 30.000 beschikbaar gesteld voor het plan van aanpak Tijdelijk wonen. Er resteert daarmee € 11.120. Onvoorzien college Het beschikbare budget van € 71.000 is niet ingezet.
76
Paragrafen 3.1 Algemeen In de paragrafen worden onderwerpen, die versnipperd in de begroting staan, bij elkaar in beeld gebracht. Het gaat vooral om beheersmatige aspecten die grote financiële gevolgen kunnen hebben. De paragrafen zijn bedoeld om extra informatie te geven over de middelen die wij inzetten om ons beleid te realiseren. Op grond van de financiële verordening dienen de paragrafen een aantal onderwerpen te behandelen en te voldoen aan een aantal kwaliteitseisen. Onderstaand zijn deze per paragraaf weergegeven. De paragrafen zijn verplicht voorgeschreven in de verslagleggingsregels van BBV.
77
78
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf beantwoorden we de vraag of de financiële positie van Vught toereikend is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het is verplicht om een aantal kengetallen op te nemen die inzicht geven in de financiële positie. Zo zegt de hoogte van de schuld meer over de financiële positie van een gemeente dan de hoogte van de reserves. Met lenen neemt een gemeente als het ware een voorschot op de toekomst. Hoe hoger de schulden, hoe meer toekomstige inkomsten voor aflossingen en rente worden vastgelegd. Voor een gezonde financiële huishouding is het belangrijk het geheel van deze kengetallen te beheersen. Er is een inventarisatie van de weerstandscapaciteit en de risico’s opgenomen. Samen geven ze een beeld van ons weerstandsvermogen. Tevens geven we een toelichting op ons risicobeleid en zijn financiële kengetallen, gebaseerd op verslagleggingsregels, opgenomen. Er is ook een beoordeling van de verhouding tussen de financiële kengetallen en de financiële positie opgenomen. Belangrijkste ijkpunten voor ons financieel beleid zijn een meerjarig sluitende begroting en een verbetering van de financiële kengetallen schuldquote en solvabiliteit. We hebben aandacht voor herprioritering, nieuw-voor-oud beleidskeuzes en scherpere keuzes in de uitgaven.
Inzicht in de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit is noodzakelijk om het weerstandsvermogen te beoordelen. We willen weten of we in staat zijn om optredende risico’s op te vangen zonder dat de publieke taken en voorzieningen in de knel komen. De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen waaruit we tegenvallers, die onverwacht en substantieel zijn, bekostigen. Het weerstandsvermogen drukt de relatie uit tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s. We hebben een incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De eerste is bedoeld om eenmalige tegenvallers op te vangen zonder dat we (het niveau) van onze publieke taken en ons beleid aanpassen. De structurele weerstandscapaciteit betreft middelen die we permanent kunnen inzetten voor tegenvallers in de lopende exploitatie. Incidentele weerstandscapaciteit: - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Stille reserves Structurele weerstandscapaciteit: - Onbenutte belastingcapaciteit - Post onvoorzien Feitelijk zijn alleen de algemene reserve en de reserve grondexploitatie in te zetten als afdekking van algemene risico’s. Voor de besteedbaarheid van de bestemmingsreserves geldt dat deze middelen, door de daarover genomen raadsbesluiten, geheel bestemd zijn.
79
3.2.1 Beleidsuitgangspunten weerstandscapaciteit en risico's Via de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing sturen we op het weerstandsvermogen en de risico’s. Beleidsuitgangspunten Bij het beheersen treffen we maatregelen om risico’s te verminderen of kiezen ervoor deze te accepteren. Het afdekken van de risico’s gebeurt deels via afgesloten verzekeringen en deels via het treffen van voorzieningen. Maar ook door een goed opleiding- en aannamebeleid van personeel. De resterende risico’s inventariseren we in deze paragraaf. Hiermee ontstaat een gefundeerd beeld op de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit Voor de weerstandscapaciteit wordt een streefwaarde van de algemene reserve van 20% van de uitkering uit het gemeentefonds gehanteerd. Ons financieel beleid is gericht op een realistische en scherpe begroting: transparant met meer risico mits goed beargumenteerd en benoemd. Dit uitgangspunt is in de geactualiseerde risico-inventarisatie meegenomen. Verzekeringen Er zijn diverse verzekeringen afgesloten voor risico’s door claims van derden en schadegevallen. We werken schadepreventief, o.a. door voldoende onderhoud te plegen, het correct naleven van bestaande procedures en het goed gemotiveerd afhandelen van bezwaarschriften.
Risico’s van achterstallig onderhoud zijn ondervangen door het opstellen van beheerplannen voor wegen, groen, verlichting, riolering, kunstwerken en speeltoestellen. Voorzieningen Er zijn voorzieningen getroffen voor risico’s en verplichtingen waarvan bekend is dat die zich voordoen en die we kunnen kwantificeren. Er zijn voorzieningen getroffen voor verplichtingen (pensioen, wachtgeld, grondexploitatie), onderhoud (gebouwen, openbare verlichting en kunstwerken) en voor de afvalstoffen en riolering. Grondexploitaties Elk plan binnen de grondexploitatie heeft zijn eigen exploitatie, met eigen baten en lasten. Voor verwachte tekorten zijn voorzieningen getroffen. Overige risico’s worden opgevangen binnen de reserve grondexploitatie. De hoogte van deze reserve is berekend aan de hand van risicoanalyses van de planexploitaties. Jaarlijks actualiseren we de plannen in het Uitvoeringsprogramma grondexploitatie en de hierin opgenomen risico-inventarisatie. Uit het Uitvoeringsprogramma grondexploitatie blijkt dat de stand van de reserve grondexploitatie toereikend is om de risico’s te dekken.
3.2.2 Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie geeft een aantal geïdentificeerde risico’s, die voldoen aan de volgende criteria: - onzekerheden met grote financiële gevolgen; - waarvan de kans reëel is dat de risico's zich voordoen; en - waarvoor de oorzaken niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed of waarvoor de gemeente(nog) niet in staat is geweest om passende beheersingsmaatregelen te treffen; - risico’s die niet zijn afgedekt door verzekeringen of voorzieningen. In deze paragraaf wordt de inventarisatie van de belangrijkste risico’s weergegeven. Dit zijn de risico’s waarvan we als organisatie op dit moment kunnen inschatten dat ze zich wellicht gaan voordoen. Risico’s lopen in de uitvoering van ons werk is niet altijd te voorkomen. Wel zorgen we voor een goede
80
administratieve organisatie. Dit is de basis voor het voorkomen van risico’s. Het systeem van risicomanagement wordt toegelicht in de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Een risico-inventarisatie bevat altijd subjectieve aannames. De inschatting van de kansen en omvang is tijdsgebonden, waarbij het inzicht afhankelijk is van onzekere toekomstige factoren. Sommige risico's worden voor 2 of 3 jaar meegenomen. Dit is nodig omdat het in sommige gevallen niet mogelijk is direct maatregelen te treffen om risico's op te vangen of ze te verwerken in de meerjarenbegroting. Risico-inventarisatie
Risico bedrag p/j 900
Aantal jaar 3
Jeugdhulp
1.200
2
Wet Maatschappelijke Ondersteuning
120
2
2.700 2.400 240
Wmo
200
2
400
Participatiewet
90
2
180
Stadsgewest
1.000
1
1.000
x € 1.000 Renteontwikkeling
Totaal risico
Strategische, operationele risico's
2.500
Totaal risico's Na risicofactor
9.420 7.065
75%
Rijksinfra N65 en PHS (risicofactor reeds toegepast)
3.500
Totaal benodigde reservecapaciteit
10.565
Renteontwikkelingen De rentes zijn volop in beweging. Na jaren van stabiele lage rentes, zien we nu stijgende rentes, mede om de inflatie te beperken. Omdat de nieuwe leningen tegen een hogere rente worden afgesloten lopen we meer risico voor de leningen die we oversluiten. Voor nieuwe investeringen is dit risico duidelijk aanwezig omdat daar ook substantiële bedragen aan verbonden zijn. Het blijft de vraag welke gevolgen de economische ontwikkeling, inflatie, grondstoftekorten en de oorlog in Oekraïne blijven hebben voor de renteontwikkeling. Rondom de renteontwikkeling gaan wij uit van een licht stijgende langlopende rente, die zich gaat stabiliseren. Wanneer deze stijging groter is dan voorspeld, leidt dit tot extra financieringslasten. Ook voor investeringen die nog niet in het investeringsprogramma zijn opgenomen geeft dit extra financieringslasten die niet in de exploitatie van onze meerjarenbegroting zijn opgenomen. Te denken valt aan de uitbreiding bij Het Kwartier. Naast de bestaande leningenportefeuille loopt de schuldpositie de komende jaren verder op door diverse investeringsprojecten, zoals Rijksinfra, Zuiderbos en de Lichtstraat. Wij bepalen het risico op € 900.000 per jaar. Dit is gebaseerd op 1% rentestijging op begrote te sluiten leningen van € 30 miljoen. Daarnaast is rekening gehouden met nieuwe investeringen van € 20 miljoen tegen 3%.
Jeugdhulp Voor gemeenten zijn de risico’s bij jeugdhulp groot. Gemeenten hebben een zorgplicht jeugd, terwijl de rijksmiddelen beperkt zijn. In de gemeentefondsuitkering extra middelen beschikbaar gesteld. Dit ter compensatie van de tekorten die er bij de gemeenten bleken bij de uitvoering van deze taken. In regionaal verband is een actieplan opgesteld in de vorm van transformatieopgaven jeugd en binnen Wegwijs+ zetten we extra in op preventie en kwaliteit in de dienstverlening. Dit ter voorkoming van 81
stijgende kosten op langere termijn. Het beleid is gericht op tijdige signalering, de juiste hulp en preventie. Daarmee proberen we “zware”, en dus dure, cliënten te voorkomen. De hervormingsagenda Jeugd 2023-2026 beoogt knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken en het jeugdzorgstelsel financieel houdbaar te maken voor de toekomst. Maatregelen van het Rijk moeten de gemeenten een besparing opleveren. Het realisme van deze besparing wordt betwijfeld, het Rijk staat aan de lat. Wij monitoren dit. Daarnaast moeten eventuele investeringen en uitvoeringskosten door de gemeenten betaald worden. Echter, naast deze ontwikkelingen blijft de zorgvraag bij jeugdigen te stijgen. Het is de vraag en dus een risico of we in staat blijken om samen met onze regionale partners de afvlakking van de groei en het voorkomen van zwaardere zaken te realiseren. In 2023 zijn door enkele zwaardere zaken forse tekorten ontstaan. Daarnaast speelt ook de wijziging van de inkoop en de financiering van de jeugdzorg met ingang van 2022. Als gevolg daarvan hebben we nog te weinig ervaringsjaren om het benodigde budget goed in te schatten. Gelet op deze onzekerheden, de kans op verdere prijsstijgingen bij zorgaanbieders en de mogelijke toename van complexere en intensievere jeugdzorg houden we rekening met een jaarlijks risico van € 1.200.000 gedurende twee jaar.
Wet Maatschappelijke Ondersteuning We nemen in tegenstelling tot voorgaande jaren geen risicoreservering op voor het abonnementstarief Wmo. Sinds 2019 is (landelijk) het abonnementstarief Wmo van toepassing. Dit zorgt voor een toename in het aantal aanvragen Wmo. Dit geldt vooral voor huishoudelijke hulp. De geleverde zorg per cliënt komt echter lager uit dan begroot. Het risico is daarom niet meer opgenomen. Daarnaast speelt het risico van grotere woningaanpassingen ( > € 20.000). Deze laten zich niet begroten maar de kans bestaat wel dat deze gedurende het jaar noodzakelijk blijken te zijn. Hiervoor nemen we een risico op van € 120.000 ( 3 grote woningaanpassingen van € 40.000) voor 2 jaar. Wmo nieuw (begeleiding en dagbesteding) Met ingang van 2022 zijn we overgegaan van een lumpsumfinanciering naar een PxQ financiering van de Wmo zorg. Gelet op de uitkomsten voor 2022 en de tussentijdse resultaten 2023 hebben we het benodigde budget naar beneden bijgesteld. Wel loopt op dit moment een tariefonderzoek naar de Wmo zorg. De (budgettaire) effecten daarvan zijn nog niet bekend. Gelet op deze ontwikkelingen nemen we en risicobedrag van € 200.000 op. Gezien het meerjarige karakter nemen we deze voor 2 jaar mee.
Participatiewet De afgelopen jaren zagen we als gevolg van de conjuncturele ontwikkelingen en de gerichte maatwerkaanpak van Wegwijs+ een daling van het aantal uitkeringsgerechtigden. Daarnaast valt onze gemeente bij de toerekening door het Rijk van het macro budget over de verschillende gemeenten voor een groter deel (circa 70%) onder het objectieve verdeelmodel en worden de loonkostensubsidies op historische basis vergoed door het Rijk. Dit pakt voor onze gemeente gunstig uit. De omvang van het macrobudget van het Rijk blijft echter ook de uitkomst van landelijke ontwikkelingen en voor onze gemeente geldt deels een vergoedingssystematiek waarbij we voor een tekort dat lager ligt dan 10% van de rijksbijdrage we zelf risicodrager zijn. Daarnaast kan de hogere taakstelling voor statushouders leiden (indien huisvesting beschikbaar is) tot een hoger aantal uitkeringsgerechtigden. Gelet hierop houden we een marge/risico aan van € 90.000 (6 uitkeringsgerechtigden) gedurende twee jaar.
82
Stadsgewest De ontwikkelingen rondom het Stadsgewest lopen nog. De afwikkeling van de stortplaats is in de loop van 2019 uitgesteld tot 2025. De ontwikkelingen blijven we nauwlettend volgen. Het grootste risico is dat de provincie voor datum overdracht de rekenrente voor de bepaling van het doelvermogen verlaagt. De provincie is eenzijdig bevoegd om dit te doen. Naar aanleiding van een recente ALM studie kwam de provincie tot het besef dat een forse verlaging van de rekenrente (en daarmee een verhoging van het doelvermogen) nu de exploitanten hard zou treffen. Provincie en exploitanten zijn daarom tot een compromis gekomen waarbij de provincie de huidige rekenrente bevriest op het bestaande niveau (5,06%) en de exploitanten de stortplaatsen nog niet voor eeuwigdurende nazorg overdragen aan de provincie. Deze afspraak geldt voor de periode tot de volgende ALM-studie. Een toekomstige verlaging van de rekenrente met 1 procent betekent dat het af te dragen doelvermogen met ± 48% stijgt. Uitgaande van € 14 miljoen en een aandeel van de gemeente Vught van 7,43% betekent dit een risico van ± € 0,5 miljoen per procent daling van de rekenrente. Het risico wordt geschat op 2% verlaging van de rekenrente (= € 1.000.000). Rijksinfra Binnen het programma Rijksinfra wordt rekening gehouden met risico’s voor de gemeente Vught.
Een risico analyse inclusief beheersmaatregelen is opgesteld en wordt periodiek ge-update. Lopende het project vallen risico's weg of komen er nieuwe risico's bij. De ontwikkelingen ten aanzien van PAS vormen een risico voor het project. Indien dit risico zich voordoet betekent dit vertraging en daarmee hogere kosten. De meerjarige doorrekening van het project Rijksinfra is verlengd naar 2030. De ontwikkelingen in de rentestanden, grondstofprijzen, loonkostenontwikkelingen verhogen de risico's. Deels is hier rekening mee gehouden door extra kosten van € 2.600.000 te ramen. Door de uitspraken N65 zijn er nieuwe onzekerheden bijgekomen. Het is nog niet duidelijk hoe het toekomstscenario eruit ziet, hiervoor is een taskforce gevormd. Het risicobedrag stellen we op € 3.500.000. Risicofactor Een risico is een onzekere ongewenste gebeurtenis waardoor het realiseren van de organisatiedoelstellingen en -strategie in gevaar komt. Bij een risico is er dus sprake van een kans op een ongewenste gebeurtenis. De kans dat al deze risico's zich voor de volledige omvang voordoen is klein. De benodigde reservecapaciteit wordt daarom op 75% van deze risico's gesteld. Bij ieder risico is gekeken naar het mogelijke schadebedrag en de kans dat het risico zich voordoet. Het gaat hier om risico’s die niet anders te ondervangen zijn dan door het aanwenden van weerstandscapaciteit.
Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren.
83
3.2.3 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat volgens de regels uit de reservepositie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves.
De onder het eigen vermogen opgenomen reserves zijn geen geld. Als reserves wordt het verschil tussen de waardering van de activa en de schulden op de balans gepresenteerd. Voor het betalen van investeringen of het doen van uitgaven moet er geld op de bankrekening staan of worden geleend. Ook als deze uitgaven gedekt worden uit de (bestemmings-)reserves. Aanwending van de reserves leidt dan tot stijgende schulden en extra rentelasten en een verslechtering van de solvabiliteit. Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves worden op afzienbare termijn uitgegeven aan door de raad gegeven doelen. De bestemmingsreserve Rijksinfra en de reserve IHP vormen hiervan het grootste deel. Daarnaast is er een tweetal bestemmingsreserves (bestemmingsreserve Huisvestingsplan Onderwijs en de reserve Duurzaamheid gemeentelijke gebouwen) waarvan de inzet nog niet is uitgewerkt. Indien dit beschikbaar komt en in de meerjarenbegroting wordt verwerkt heeft dit een negatief effect op de schuldquote en solvabiliteitspositie. Stille reserves In de vastgoedportefeuille zitten door waardeontwikkelingen stille reserves bevat die te gelde kunnen worden gemaakt. Gedeeltelijk zijn de opbrengsten vooruitlopend op de verkoop bestemd voor de Rijksinfra. Algemene Reserve In het kader van het weerstandsvermogen vormt de algemene reserve voornamelijk een buffer voor het opvangen van de (toekomstige) risico’s.
De verwachte ontwikkeling van de algemene reserve ziet er als volgt uit:
84
De algemene reserve dient toereikend te zijn om onverwachte tegenvallers op te vangen. Hoe hoog de algemene reserve moet zijn is onderdeel van bestuurlijke afweging. We hanteren een tweetal ratio's om deze afweging te ondersteunen. Een ratio balans: waarbij de benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald met behulp van de risicoinventarisatie. Voor deze ratio wordt bij veel gemeenten gebruik gemaakt van de volgende waarderingstabel:
85
Ratio > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Een ratio exploitatie waarbij de benodigde weerstandscapaciteit wordt gerelateerd aan de (te) ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds. De omvang van de exploitatie is mede bepalend voor de risico's die we lopen. Om dit in beeld te brengen hanteren we als norm voor de benodigde weerstandscapaciteit 20% van de te ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds. Ook voor deze ratio willen we minimaal een voldoende scoren op basis van onderstaande tabel: Ratio > 1,2 1 – 1,2 < 1,0
Betekenis ruim voldoende voldoende onvoldoende
Beschikbare weerstandsvermogen Het beschikbare weerstandsvermogen bestaande uit het niet bestemde saldo van de algemene reserve is berekend op € 34,939 miljoen. Uitkomst risicoratio op basis van de balans Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 10,565 miljoen. De ratio risico-inventarisatie komt daarmee uit op 3,3. Uitkomst risicoratio op basis van de exploitatie Het saldo eind 2023 moet voldoende zijn om de risico’s vanaf 2023 af te dekken. In 2023 is een bedrag van € 58,138 miljoen aan uitkeringen uit het gemeentefonds ontvangen. 20% hiervan is € 11,628 miljoen. De ratio exploitatie-omvang komt daarmee uit op 1,10. Normering van de ratio vormt een goed hulpmiddel om de inzet van de algemene middelen te begrenzen.
3.2.4 Kengetallen De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de normen vast te stellen voor de sturing van de financiële positie via de meerjarenbegroting. De normen in hun onderlinge samenhang bepalen hoe risicovol het financieel beleid is dat wordt gevoerd. Een afweging die is voorbehouden aan de raad. Met de kengetallen wordt de raad in staat gesteld het beleid te sturen en te monitoren ten aanzien van: - De reservepositie - De schuldpositie - De wendbaarheid en de resterende belastingcapaciteit - Het risicobeleid
86
Deze aandachtsgebieden vormen met de reëel en structureel sluitende meerjarenbegroting en de planning en control cyclus de pijlers voor de sturing van onze financiële positie. Solvabiliteit Dit kengetal geeft aan welk percentage van de balanswaarde van het bezit niet met schuld is belast. Het kengetal geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
Als algemene norm voor de solvabiliteit geldt: Algemene normwaarden bruto schuld
Ratio Solvabiliteit
Weinig tot geen schuld Normaal Voorzichtigheid geboden Bezit zeer zwaar belast met schuld
> 80 % 30% - 80% 20% - 30% 0% - 20%
De solvabiliteit bedraagt momenteel 38%. Dit is als normaal te kwalificeren. De sterke stijging is veroorzaakt door het batige rekeningresultaat, nog niet ingezette reserves en achterblijvende investeringen. In de komende jaren worden er nog grote uitgaven gedaan met name voor Rijksinfra en onderwijs. Die hebben een negatieve invloed op de solvabiliteit. We streven op lange termijn naar een solvabiliteit boven 30%.
87
Schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de jaarlijkse inkomsten en de netto schuldenlast. Dit geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op begroting en jaarrekening.
Als algemene norm voor de schuldquote geldt: Algemene normwaarden schuldquote Normaal Voorzichtigheid geboden Zeer hoge schuld
Schuldquote 0% -100% > 100% > 130%
Een schuldquote tussen 0 en 100% wordt als normaal beschouwd. Eind 2023 bedraagt de schuldquote 69%. Op basis van nog verwachte mutaties in de huidige meerjarenbegroting (inclusief investeringsprogramma) gaat deze oplopen.
88
Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden is van belang omdat deze moet worden terugverdiend bij de verkoop. De boekwaarden van verlies gevende plannen worden gewaardeerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen worden voorzieningen getroffen.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten en baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten.
89
Voor de berekening van het kengetal structurele exploitatieruimte wordt het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves gedeeld door de totale baten (exclusief de mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. Hierbij worden reguliere lasten en baten die incidenteel hoger of lager zijn ook meegenomen. Die worden dus, conform de verslagleggingsregels BBV, als structureel beschouwd voor dit kengetal. In de noemer van dit kengetal worden incidentele baten ook meegenomen. Hierdoor kunnen er schommelingen ontstaan in dit kengetal. Op basis van het kengetal blijkt dat er weinig structurele begrotingsruimte is om tekorten of extra lasten binnen de huidige begroting op te vangen. Dit past binnen ons beleid om strak te begroten. Er is nog wel ruimte om wanneer dat nodig is het eigen beleid aan te passen en via ombuigingen ruimte vrij te maken. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsrechten voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Deze cijfers worden jaarlijks in de meicirculaire van het gemeentefonds bekend gemaakt. Het kengetal vergelijkt de belastingdruk met het gemiddelde van alle Nederlandse gemeenten.
De lastendruk in Vught ten opzichte van het landelijk gemiddelde bedraagt 109%. Door de relatief hoge belastingdruk is de resterende belastingcapaciteit beperkt ondanks dat er geen wettelijk maximum is gesteld. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing hanteren we 100% kostendekkendheid. Algemene conclusie financiële positie Het jaar 2023 is afgesloten met een batig resultaat op de activiteiten binnen de algemene dienst van € 1,950 miljoen. Met betrekking tot de grondexploitatie is voor € 402.095 tussentijdse winst genomen. Na verrekening aftrek van de vennootschapsbelasting is per saldo € 131.645 toegevoegd aan de reserve Grondexploitatie. Uit de reserve Grondexploitatie is € 4 miljoen onttrokken en gestort in de bestemmingsreserve Huisvestingsplan Onderwijs en opvang.
90
Bij de financiële positie gaat het om de juiste balans tussen vermogen en exploitatie, rekening houdend met financiële risico’s. Het is niet voldoende dat in een jaar de lasten worden gedekt door de baten. Dit moet structureel het geval zijn. We moeten immers ook in de toekomst in staat zijn om onze publieke taken in te vullen. Voor PHS heeft in 2023 een grote bijdrage van € 6,8 miljoen plaatsgevonden. Voor de N65 heeft deze eind 2020 plaatsgevonden. Wat we zien is dat het exploitatiesaldo een positief effect heeft op de financiële kengetallen solvabiliteit en schuldpositie. De achterblijvende uitgaven (exploitatie en het investeringsprogramma) zorgen voor een minder snel stijgende schuldpositie. Doordat veel uitgaven wel later plaatsvinden zien we dit in de kengetallen de komende jaren alsnog terug. Door de schuldpositie zijn we kwetsbaarder voor renteontwikkelingen. Bij gebiedsontwikkelingen en grondexploitaties worden onze stille reserves ingezet. De reserve grondexploitatie is voldoende positief om de risico's af te dekken.
91
92
3.3 Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast het beleid ten aanzien van het risicobeheer van onze financieringsportefeuille op: a. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte; b. de rentevisie; c. de kasgeldlimiet; d. de renterisico norm.
3.3.1 EMU-saldo (EMU = Economisch en Monetaire Unie)
Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. De EMU-systematiek werkt op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo van de gemeente Vught voor 2023 komt uit op - € 13,174 miljoen. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven € 13,174 miljoen euro hoger zijn dan de inkomsten. Voor 2023 is het aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gesteld op - 0,4% van het BBP, niet verder uitgesplitst naar provincie, waterschap en gemeente. Het aandeel in het EMU-tekort betreft een inspanningsverplichting, er staat momenteel geen sanctie op een eventuele overschrijding van het toegestane EMU-tekort.
3.3.2 Financiering en de wet Fido
Risicobeheersing financiering De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid worden gevormd door renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en koersrisico’s. Renterisico’s Om de invloed van externe rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente te beperken, zijn normen vastgesteld. Voor financiering met een looptijd van minder dan een jaar geldt de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van de totale begrote uitgaven. Voor 2023 betekent dit een limiet van € 8,135 miljoen.
Kasgeldlimiet
x € 1.000 1e kwartaal
2de kwartaal
3de kwartaal 4de kwartaal
Gemiddelde netto vlottende schuld
3.140
3.278
-1.241
-1.521
Ruimte onder kasgeldlimiet
4.994
4.857
9.376
9.655
Voor financiering met een looptijd langer dan een jaar geldt de renterisico-norm. De renterisico-norm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. De renterisico-norm toetst of er voldoende spreiding is in rente typische looptijden van de leningenportefeuille. Een dergelijke spreiding zorgt ervoor dat het risico bij rentestijgingen wordt beperkt. Wanneer de rente op het moment dat een langlopende lening moet worden afgesloten hoger is dan geraamd, heeft dit consequenties voor het 93
geraamde exploitatiesaldo. Ons huidige gemiddelde rentepercentage over de langlopende schuld bedraagt 1,8%. De renterisico-norm bedraagt 20% van de totale oorspronkelijke begrote uitgaven. Voor 2023 betekent dit een norm van € 19,140 miljoen.
Berekening rente risico
x € 1.000
2023
1a Renteherziening op vaste schuld o/g
0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g 2 Renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3a Nieuw aangetrokken vaste schuld 3b Nieuw uitgezette vaste geldleningen 4 Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5 Betaalde aflossingen 6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7 Renterisico op de vaste schuld (2+6) 8 Renterisiconorm 9a Ruimte onder renterisiconorm (8-7) 9b Overschrijding renterisiconorm (7-8)
0 0 15.000 0 15.000 3.957 3.957 3.957 19.140 15.183 0
Uit bovenstaande berekening blijkt dat ons renterisico ruimschoots onder de renterisico-norm blijft. Kredietrisico’s Als gemeente mogen we eventueel overtollige middelen alleen uitzetten bij het rijk. In 2023 is een nieuwe langlopende geldlening aangetrokken voor € 15 miljoen. De voornaamste reden is de financiering van de bijdrage aan PHS. De overige (tijdelijke) tekorten die ontstonden zijn gefinancierd met kortlopende (kasgeld)leningen tegen een lage rente. Waar vorig jaar nog positieve rentes werden ontvangen moet inmiddels voor kasgeldleningen betaald worden. Door maandelijkse kasgeldleningen aan te gaan ontstonden overschotten die aangehouden zijn op de Schatkistbankier rekening bij het Rijk. Het verstrekken van leningen is wel toegestaan, op voorwaarde dat het de publieke taak dient. Bij het verstrekken van leningen worden zekerheden en garanties geëist. Ook is het toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten om meer rendement te behalen, of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden. In dit kader fungeren we als achtervang voor leningen aan woningcorporaties (WSW) en voor leningen aan particulieren t/m 2010. Voor geborgde leningen aan woningcorporaties bedraagt de schuldrestant t/m 2023 € 175 miljoen.
In eerste instantie staat de WSW garant voor de leningen aan de woningcorporaties en de stichting WEW (Waarborgfonds Eigen Woningen) voor leningen aan particulieren t/m 2010. Op het moment dat de waarborgfondsen niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen, ontstaat er een risico voor de gemeente. Het risico is theoretisch en bestaat uit het verstrekken van een relatief geringe en tijdelijke renteloze lening. Daarnaast is in 2017 besloten maximaal 10 miljoen uit te lenen aan Stichting Vughtse Aankoopregeling. Per 31-12-2023 is de omvang van deze rekening-courant € 218.000.
94
Liquiditeitsrisico’s De gemeente moet doorlopend aan haar betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Hiervoor wordt de liquiditeitenplanning als instrument ingezet. Op basis van voorspellingen van de in- en uitgaande geldstromen kan tijdig actie ondernomen worden om tekorten aan te vullen en overschotten te beperken. Daarnaast is de liquiditeitsplanning een hulpmiddel om de renterisico’s te bepalen, het dagelijks saldo te beheren en de liquiditeitsrisico’s te beheersen. Per kwartaal wordt een geactualiseerde liquiditeitsplanning opgesteld. Koersrisico’s De gemeente zet geen middelen uit die onderhevig zijn aan indexatie en koersen. Gemeentefinanciering De post opgenomen langlopende geldleningen heeft zich als volgt ontwikkeld:
Langlopende leningen
2023
x € 1.000
Stand leningen per 1 januari 2023 Nieuwe leningen
59.794 15.000
Aflossingen
3.957
Stand leningen per 31 december 2023
70.837
De financieringsbehoefte is zoveel mogelijk met kasgeldleningen afgedekt. De rentelasten zijn lager dan primitief begroot. Bij de tweede bestuursrapportage zijn deze neerwaarts bijgesteld. Dit hangt met name samen met achterblijvende investeringen. Per 31-12 bedraagt de omvang van de restantkredieten ruim € 7 miljoen. Conform de BBV voorschriften wordt de werkelijke rente aan de exploitatie toegerekend via het omslagpercentage. Dit percentage bedraagt 1%. De werkelijke rentelasten komen via het omslagpercentage tot uiting in de exploitatie van de taakvelden én, voor het resterende deel, op het taakveld Treasury (Onverdeeld financieringsresultaat). Het verschil tussen de begrote en daadwerkelijk aan de exploitatie toe te rekenen rente bedraagt € 216.000 voordelig.
Schema rentetoerekening
Begroting Incl. wijz.
Realisatie
Verschil
1.142
1.076
66
b. Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
-18 1.124
-50 1.026
32 98
c1. Doorberekende rente grondexploitatie Doorberekende rente investeringen c2. Rente projectfinanciering c3. Rentebaat doorverstrekte leningen Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
6 139 0 0 979
37 226 0 0 763
-31 -87 0 0 216
d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
0 0 979
0 0 763
0 0 216
-1.238 -259
-1.238 -475
0 216
x € 1.000 a. Externe rentelasten (korte en lange financiering)
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat taakveld treasury
95
96
3.4 Lokale heffingen Inleiding We doen hier verslag van de opbrengsten per lokale heffing, het beleid, het volume en het bedrag aan kwijtscheldingen, de kostendekkendheid en de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk. De gemeentelijke heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De lokale heffingen zijn onder te verdelen in twee categorieën, namelijk belastingen en rechten. De belangrijkste belastingen en heffingen in de gemeente Vught zijn: − Onroerendezaakbelastingen (OZB) − Afvalstoffenheffing − Rioolheffing − Toeristenbelasting − Leges − Reclameheffing Daarnaast heffen we rechten zoals o.a. marktgelden en lijkbezorgingsrechten. In deze paragraaf lokale heffingen zijn de uitgangspunten, zoals genoemd in het wijzigingsbesluit BBV, op hoofdlijnen opgenomen.
3.4.1 Opbrengsten Hieronder een totaaloverzicht van de gerealiseerde opbrengsten belastingen, heffingen en retributies. Jaar x (€ 1.000) 2020 2021 2022 2023 2023 realisatie realisatie realisatie begroot realisatie Onroerende zaakbelasting 7.793 9.137 9.527 10.059 9.968 Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten 2.866 3.347 3.371 3.154 3.125 Rioolheffing 3.699 4.069 4.040 4.178 4.034 Toeristenbelasting 210 346 623 494 525 Totaal 14.568 16.899 17.561 17.885 17.652 De opbrengsten tm 2020 zijn exclusief Helvoirt, vanaf 2021 inclusief Helvoirt
3.4.2 Beleid t.a.v. lokale heffingen Voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten wordt maximaal 100% kostendekking toegepast. De kosten bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead. De opslag voor overhead wordt meegenomen bij de tariefbepaling van de diverse heffingen. Hiervoor wordt binnen de programmabegroting een consistente gedragslijn gehanteerd. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn de gebruikers belastingplichtig en is het tarief onder meer afhankelijk van inhoudelijke beleidskeuzes en het gewenste voorzieningenniveau. De legesopbrengsten over het totaal van de verordening zijn, conform artikel 229b van de gemeentewet, op basis van voorcalculatie niet hoger dan de lasten. Het totaal van de leges opbrengsten is wettelijk beperkt tot maximaal 100% kostendekkendheid. De indexering van de leges is gekoppeld aan de stijging van de personele lasten.
97
3.4.3 Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Onroerende zaakbelastingen De heffingsgrondslag voor de onroerendezaakbelastingen (OZB) is de waarde zoals die in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) jaarlijks wordt vastgesteld: de WOZ-waarde. Er zijn twee heffingen, de OZB-gebruikersbelasting voor niet-woningen en de OZB-eigenarenbelasting zowel voor woningen als niet-woningen. We bepalen de tarieven met als uitgangspunt de begrote opbrengsten. De stijging of daling van het tarief wordt bepaald door twee effecten, namelijk waardeontwikkeling en opbrengsten. De waarderingskamer heeft de kwaliteit van de WOZ-taxaties met een voldoende beloond (3 sterren). Dit houdt in dat de gemeente WOZ-taxaties van voldoende kwaliteit levert en op de belangrijkste onderdelen van het WOZwerkproces voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Toeristenbelasting De opbrengst van de toeristenbelasting maakt onderdeel uit van de algemene dekkingsmiddelen. De tarieven zijn met ingang van 2020 vastgesteld. Het tarief bedraagt p.p.p.n. € 2,00 voor hotels en € 1,75 voor overige accommodaties. Tot 2020 liet het aantal overnachtingen een stijgende lijn zien. Door de corona pandemie is het aantal overnachtingen in 2020 fors gedaald. De realisatie over 2023 is nog niet bekend.
De verwachting is dat het aantal overnachtingen over 2023 enigszins hoger ligt dan het aantal overnachtingen over 2022.
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing voor het verhalen van de kosten van de afvalinzameling en –verwerking. Het uitgangspunt is maximaal 100% kostendekkende tarieven. De kosten van de milieustraat worden gedeeltelijk gedekt door tarieven aan de poort. We hanteren de principes “de vervuiler betaalt” en “afval is grondstof”. We bieden het door de burgers gewenste serviceniveau tegen zo laag mogelijke kosten. Het tarief bestaat uit een vastrecht en een variabel deel, op basis van volume en het aantal ledigingen. Omdat het tekort voor de kosten van de afvalinzameling niet kan worden gedekt uit de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing is de gerealiseerde kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing 88%.
98
Afval
Primitieve begroting
Realisatie
Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en), excl.. heffingen Directe kosten en inkomsten
3.031 609 2.422
3.351 620 2.731
BTW Overhead Rente Toe te rekenen kosten Totale kosten Opbrengst heffingen Mutatie egalisatievoorziening afval Totale inkomst
520.782 208.308 2.524 732 3.154 3.154 0 3.154
607 223 6 836 3.566 3.125 0 3.125
Dekkingspercentage
100%
88%
x (€ 1.000)
Rioolheffing Rioolheffing is een bestemmingsheffing om kosten voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater te verhalen. Artikel 228a Gemeentewet maakt een onderscheid tussen de waterketen (afvoer afvalwater) en het watersysteem (hemelwater en grondwater). Daarnaast kennen we een heffing voor de lozing van bronneringswater op het riool. Uitgangspunt voor de rioolheffing is 100% kostendekking. De rioolheffing is een gebruikersbelasting. In 2023 is het basistarief € 227,52 voor een verbruik t/m 299 m3 en het tarief bedraagt € 2,69 per m³ drinkwater voor het verbruik boven 299 m3. De realisatie van de kostendekkendheid komt voor het jaar uit op 100%.
Riolering
Primitieve begroting
Realisatie
Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en), excl.. heffingen Directe kosten en inkomsten
4.655 699 3.956
4.490 696 3.794
BTW Overhead Rente Toe te rekenen kosten Totale kosten Opbrengst heffingen Mutatie egalisatievoorziening riolering Totaal opbrengsten
224 381 138 742 4.698 4.567 131 4.698
375 406 354 1.135 4.928 4.034 895 4.928
100%
100%
x (€ 1.000)
Dekkingspercentage
99
Leges Bij de leges wordt onderscheid gemaakt tussen de leges algemene dienstverlening, dienstverlening fysieke leefomgeving (omgevingsvergunning) en overige dienstverlening. De legesverordening is opgebouwd uit deze 3 titels. Kruissubsidiëring binnen de diverse titels van de Legesverordening wordt op beperkte schaal toegepast, o.a. bij het tarief voor bouw gerelateerde omgevingsvergunningen. De kostendekking blijft op begrotingsbasis ruim onder de 100%. Dit is o.a. het gevolg van wettelijk vastgestelde maximumtarieven. Er zijn in titel 2 meer kosten gemaakt en zijn er iets meer opbrengsten uit de heffingen gerealiseerd dan begroot. De dekking van de gezamenlijke leges komt uit op 64%.
Begraafplaats/grafrechten De gemeente Vught exploiteert één algemene begraafplaats. Er wordt gestreefd naar een kostendekkende exploitatie van deze begraafplaats. De kostendekkendheid bedraagt 42%.
Begraafplaatsen
x (€ 1.000)
Primitieve begroting
Realisatie
Kosten taakveld Inkomsten taakveld Overhead incl. BTW Totale kosten Opbrengst heffingen
19 0 0 0 19 19
39 -2 3 0 40 17
Dekkingspercentage
100%
42%
Reclameheffing Voor het centrum van Vught geldt een reclameheffing. De opbrengsten van deze heffing worden afgedragen aan het centrummanagement. Het centrummanagement gebruikt de middelen voor investeringen en activiteiten die positief bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkingskracht van het centrum. Het tarief voor de reclameheffing bedraagt in 2023 € 1,30 per € 1.000 WOZ-waarde, met een minimumbedrag van € 130,00.
100