Bijlage - Jaarverslag 2022
Tekst van het document
70
Gezond in de stad Er zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor “Kansrijke start”. Dit om een lokale coalitie te vormen, versterken en behouden rondom de eerste 1.000 dagen van kinderen. Inkomstenderving 2021 We ontvangen een reële compensatie voor de derving van inkomsten door Covid-19 in 2021. Leerlingenvervoer Oekraïne We ontvangen een tegemoetkoming voor de kosten leerlingenvervoer Oekraïense kinderen (start schooljaar 2022-2023 tot aan de kerstvakantie 2022). Resumerend geeft dit het volgende beeld: Nadeel vanuit de afrekening over 2020 en 2021 -/- € 191.000 Septembercirculaire 841.000 Energietoeslag Burap II -/- 734.000 Decembercirculaire 891.000 Totaal € 807.000
Lokale heffingen - is nadeel OZB Woningen Waardering WOZ Woningen Hogere proceskostenvergoeding en hogere porti kosten dan begroot. Opbrengsten OZB Woningen Ten tijde van het vaststellen van het OZB-woningtarief is uitgegaan van een gemiddelde waardestijging van ruim 6%. Na afronding van de herwaardering en afwikkeling van de bezwaarschriften is de uiteindelijke gemiddelde waardestijging enigszins hoger gebleken. Dit heeft tot een meeropbrengst geleid ten opzichte van de begroting. ICT Belastingen en OZB Er is eenmalig een overschrijding voor de ICT uitvoeringskosten van de OZB en Belastingen. Dit heeft te maken met een resterende post voor implementatie van een nieuwe softwareoplossing. Deze overschrijding is daarmee dus eenmalig. OZB niet-woningen Waardering WOZ Niet-Woningen Proceskostenvergoedingen lager uitgevallen dan begroot. Opbrengsten OZB Niet-Woningen Ten tijde van het opstellen van het OZB-tarief voor niet-woningen is voorzichtigheid betracht ten aanzien de waardestijging, leegstand en sloop-/nieuwbouwactiviteiten. Deze factoren blijken na afronding van de herwaardering en afwikkeling van de bezwaarschriften minder zwaar te drukken dan verondersteld. Dit heeft tot een totale meeropbrengst geleid ten opzichte van de begroting. Subtotaal afwijking directe kosten
Afwijking x € 1.000 -16 36
-15
8
130
143
Kapitaallasten
0
Doorberekende kosten
16
Totaal Een uitgebreide toelichting is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen (zie paragraaf 3.4.).
159
71
Treasury Treasury
Begroting
Realisatie
Verschil
(x € 1.000) Incl. wijz. Onverdeeld financieringsresultaat
707
742
35
Dividend
36 -13
1
Kosten betalingsverkeer
34 -18
Totaal taakveld
723
765
42
5
Financieringsresultaat Het resultaat bestaat uit het verschil tussen de daadwerkelijk te betalen en te ontvangen rente en de aan de programma’s toegerekende rente. Het verschil tussen de werkelijk betaalde rente en de via de omslagpercentage doorberekende rente aan de programma’s wordt verantwoord op het taakveld Onverdeeld financieringsresultaat. Per saldo werd en wordt dus de werkelijk betaalde rente verantwoord.
Rentelasten
Begroting
Realisatie
Afwijking
(x € 1.000) Incl. wijz.
Lasten Rente langlopende leningen
1.000
994
6
0
0
0
Rente kortlopend
-11
-11
0
Rente uitgezette geldleningen
-2
-1
-1
-268
-268
0
Rente IHP
-1
-1
0
Geactiveerd rente grondexploitatie
-27
-56
29
690
656
35
-1.397
-1.398
1
707
742
-35
Rente kortlopend
Baten
Toegerekende rente Rente Rijksinfra
Rente ten laste van exploitatie
De rente is als volgt in de exploitatierekening verwerkt Doorberekende rente tlv programma's Renteresultaat tgv algemene dekkingsmiddelen
Onverdeeld financieringsresultaat Op basis van de liquiditeitsprognose is eerder een voordeel van € 253.000 gemeld op de financiering van onze liquiditeitsbehoefte. Belangrijkste oorzaak ligt in de vertraagde of uitgestelde uitgaven op de grote dossiers. Het gaat daarbij om Zuiderbos. IKC De Lichtstraat, accommodatie Zwaluw VFC en Rijksinfra. Met deze tussentijdse bijstelling is de afwijking nu beperkt. Dividend Het dividend heeft betrekking op de aandelen BNG die in bezit zijn. Kosten betalingsverkeer Onder deze post zijn zowel de interne als externe kosten van het betalingsverkeer verantwoord.
72
Vennootschapsbelasting (VpB) Gemeenten zijn belastingplichtig voor activiteiten die vallen onder het regime van de vennootschapsbelasting (vpb). Het betreft over het algemeen activiteiten waarbij in concurrentie wordt getreden en waar winst wordt beoogd of verwacht. Binnen onze huidige activiteiten valt enkel de grondexploitatie onder de vpb. Over 2022 is een bedrag van € 49.747 aan vennootschapsbelasting verschuldigd. Over voorgaande jaren heeft een kleine aanvulling plaatsgevonden, resulterend in een terug te ontvangen bedrag van € 1.688 (inclusief heffingsrente). De verschuldigde vennootschapsbelasting komt vanuit de grondexploitatie en wordt daarom verrekend met de reserve Grondexploitatie.
Overige baten en lasten Overige baten en lasten ( x € 1.000)
Begroot
Realisatie
Stelpost herindeling
155
0
Nieuwe projecten
30
0
Stelpost Covid-19
-6
0
Onvoorzien college
71
64
Totaal programma
250
64
Stelpost herindeling Saldo per 1-1-2022 Huurderving HelvoirThuis Project De Margriet Leerplicht (zie Burap I) BOA (zie Burap I) Restant budget
207 -5 -4 -20 -23 155
Nieuwe projecten Van het beschikbare budget van € 40.000 is € 10.000 ingezet voor het onderzoek naar station Helvoirt. Hierdoor resteert een budget van € 30.000. Stelpost Covid-19 Zie paragraaf 1.5. voor de inzet van Covid-19 middelen in 2022. Onvoorzien college Van het beschikbare budget is tweemaal een bedrag van € 31.800 overgemaakt naar respectievelijk Giro 555 en naar het VNG Fonds voor noodhulp ten behoeve van de oorlog in Oekraïne.
73
74
Paragrafen 3.1 Algemeen In de paragrafen worden onderwerpen, die versnipperd in de begroting staan, bij elkaar in beeld gebracht. Het gaat vooral om beheersmatige aspecten die grote financiële gevolgen kunnen hebben. De paragrafen zijn bedoeld om extra informatie te geven over de middelen die wij inzetten om ons beleid te realiseren. Op grond van de financiële verordening dienen de paragrafen een aantal onderwerpen te behandelen en te voldoen aan een aantal kwaliteitseisen. Onderstaand zijn deze per paragraaf weergegeven. De paragrafen zijn verplicht voorgeschreven in de verslagleggingsregels van BBV.
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf beantwoorden we de vraag of de financiële positie van Vught toereikend is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het is verplicht om een aantal kengetallen op te nemen die inzicht geven in de financiële positie. Zo zegt de hoogte van de schuld meer over de financiële positie van een gemeente dan de hoogte van de reserves. Met lenen neemt een gemeente als het ware een voorschot op de toekomst. Hoe hoger de schulden, hoe meer toekomstige inkomsten voor aflossingen en rente worden vastgelegd. Voor een gezonde financiële huishouding is het belangrijk het geheel van deze kengetallen te beheersen. Er is een inventarisatie van de weerstandscapaciteit en de risico’s opgenomen. Samen geven ze een beeld van ons weerstandsvermogen. Tevens geven we een toelichting op ons risicobeleid en zijn financiële kengetallen, gebaseerd op verslagleggingsregels, opgenomen. Er is ook een beoordeling van de verhouding tussen de financiële kengetallen en de financiële positie opgenomen. Belangrijkste ijkpunten voor ons financieel beleid zijn een meerjarig sluitende begroting en een verbetering van de financiële kengetallen schuldquote en solvabiliteit. We hebben aandacht voor herprioritering, nieuw-voor-oud beleidskeuzes en scherpere keuzes in de uitgaven.
Inzicht in de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit is noodzakelijk om het weerstands- vermogen te beoordelen. We willen weten of we in staat zijn om optredende risico’s op te vangen zonder dat de publieke taken en voorzieningen in de knel komen. De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen waaruit we tegenvallers, die onverwacht en substantieel zijn, bekostigen. Het weerstandsvermogen drukt de relatie uit tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s. We hebben een incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De eerste is bedoeld om eenmalige tegenvallers op te vangen zonder dat we (het niveau) van onze publieke taken en ons beleid aanpassen. De structurele weerstandscapaciteit betreft middelen die we permanent kunnen inzetten voor tegenvallers in de lopende exploitatie. Incidentele weerstandscapaciteit: - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Stille reserves
75
Structurele weerstandscapaciteit: - Onbenutte belastingcapaciteit - Post onvoorzien Feitelijk zijn alleen de algemene reserve en de reserve grondexploitatie in te zetten als afdekking van algemene risico’s. Voor de besteedbaarheid van de bestemmingsreserves geldt dat deze middelen, door de daarover genomen raadsbesluiten, geheel bestemd zijn.
3.2.1 Beleidsuitgangspunten weerstandscapaciteit en risico's Via de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing sturen we op het weerstandsvermogen en de risico’s. Beleidsuitgangspunten Bij het beheersen treffen we maatregelen om risico’s te verminderen of kiezen ervoor deze te accepteren. Het afdekken van de risico’s gebeurt deels via afgesloten verzekeringen en deels via het treffen van voorzieningen. Maar ook door een goed opleiding- en aannamebeleid van personeel. De resterende risico’s inventariseren we in deze paragraaf. Hiermee ontstaat een gefundeerd beeld op de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit Voor de weerstandscapaciteit wordt een streefwaarde van de algemene reserve van 20% van de uitkering uit het gemeentefonds gehanteerd. Ons financieel beleid is gericht op een realistische en scherpe begroting: transparant met meer risico mits goed beargumenteerd en benoemd. Dit uitgangspunt is in de geactualiseerde risico-inventarisatie meegenomen. Verzekeringen Er zijn diverse verzekeringen afgesloten voor risico’s door claims van derden en schadegevallen. We werken schadepreventief, o.a. door voldoende onderhoud te plegen, het correct naleven van bestaande procedures en het goed gemotiveerd afhandelen van bezwaarschriften.
Risico’s van achterstallig onderhoud zijn ondervangen door het opstellen van beheerplannen voor wegen, groen, verlichting, riolering, kunstwerken en speeltoestellen. Voorzieningen Er zijn voorzieningen getroffen voor risico’s en verplichtingen waarvan bekend is dat die zich voordoen en die we kunnen kwantificeren. Er zijn voorzieningen getroffen voor verplichtingen (pensioen, wachtgeld, grondexploitatie), onderhoud (gebouwen, openbare verlichting en kunstwerken) en voor de afvalstoffen en riolering. Grondexploitaties Elk plan binnen de grondexploitatie heeft zijn eigen exploitatie, met eigen baten en lasten. Voor verwachte tekorten zijn voorzieningen getroffen. Overige risico’s worden opgevangen binnen de reserve grondexploitatie. De hoogte van deze reserve is berekend aan de hand van risicoanalyses van de planexploitaties. Jaarlijks actualiseren we de plannen in het Uitvoeringsprogramma grondexploitatie en de hierin opgenomen risico-inventarisatie. Uit het Uitvoeringsprogramma grondexploitatie blijkt dat de stand van de reserve grondexploitatie toereikend is om de risico’s te dekken.
76
3.2.2 Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie geeft een aantal geïdentificeerde risico’s, die voldoen aan de volgende criteria: - Onzekerheden met grote financiële gevolgen - Waarvan de kans reëel is dat de risico's zich voordoen en .waarvoor de oorzaken niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed of waarvoor de gemeente (nog) niet in staat is geweest om passende beheersingsmaatregelen te treffen. - Risico’s die niet zijn afgedekt door verzekeringen of voorzieningen. In deze paragraaf wordt de inventarisatie van de belangrijkste risico’s weergegeven. Dit zijn de risico’s waarvan we als organisatie op dit moment kunnen inschatten dat ze zich wellicht gaan voordoen. Risico’s lopen in de uitvoering van ons werk is niet altijd te voorkomen. Wel zorgen we voor een goede administratieve organisatie. Dit is de basis voor het voorkomen van risico’s. Het systeem van risicomanagement wordt toegelicht in de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Een risico-inventarisatie bevat altijd subjectieve aannames. De inschatting van de kansen en omvang is tijdsgebonden, waarbij het inzicht afhankelijk is van onzekere toekomstige factoren. Sommige risico's worden voor twee of drie jaar meegenomen. Dit is nodig omdat het in sommige gevallen niet mogelijk is direct maatregelen te treffen om risico's op te vangen of ze te verwerken in de meerjarenbegroting.
Risico-inventarisatie
Risico bedrag p/j
Aantal jaar
Totaal risico
Renteontwikkeling
450
3
1.350
Jeugdwet
400
2
800
Wmo, grote woningaanpassingen
120
2
240
Wmo
200
2
400
Participatiewet
90
2
180
1.000
1
1.000
Stadsgewest renterisico
2.500
Strategische, operationele risico's
6.470
Totaal risico's Na risicofactor
75%
4.853
Rijksinfra N65 en PHS (risicofactor reeds toegepast
3.500
Totaal benodigde reservecapaciteit
8.353
Renteontwikkelingen De rentes zijn volop in beweging. Na jaren van stabiele lage rentes, zien we nu licht stijgende rentes. Omdat de nieuwe leningen tegen een hogere rente zijn en worden aangetrokken dan de gemiddelde rente van onze totale leningenportefeuille lopen we meer risico voor de leningen die we oversluiten. Het blijft de vraag welke gevolgen de economische ontwikkeling, inflatie, grondstoftekorten en de oorlog in Oekraïne heeft voor de renteontwikkeling. Rondom de renteontwikkeling gaan wij nog steeds uit van een licht stijgende langlopende rente. Wanneer deze stijging groter is dan voorspeld, leidt dit tot extra financieringslasten. Naast de bestaande leningenportefeuille loopt de schuldpositie de komende jaren verder op door diverse investeringsprojecten, zoals Rijksinfra, Zuiderbos en de Lichtstraat. Wij kwantificeren het risico op € 450.000 per jaar. Dit is gebaseerd op 1,5% rentestijging op te sluiten leningen van € 30 miljoen.
77
Jeugdhulp Voor gemeenten zijn de risico’s bij jeugdhulp groot. Gemeenten hebben een zorgplicht jeugd, terwijl de rijksmiddelen beperkt zijn. In de gemeentefondsuitkering zijn extra middelen beschikbaar gesteld. Dit ter compensatie van de tekorten die er bij de gemeenten bleken bij de uitvoering van deze taken. In regionaal verband is een actieplan opgesteld in de vorm van transformatieopgaven jeugd en binnen Wegwijs+ zetten we extra in op preventie en kwaliteit in de dienstverlening. Dit ter voorkoming van stijgende kosten op langere termijn. Het beleid is gericht op tijdige signalering, de juiste hulp en preventie. Daarmee proberen we “zware”, en dus dure, cliënten te voorkomen. Echter, naast deze ontwikkelingen blijft de zorgvraag bij jeugdigen te stijgen. Het is de vraag en dus een risico of we in staat blijken om samen met onze regionale partners de afvlakking van de groei en het voorkomen van zwaardere zaken te realiseren. Daarnaast speelt ook de wijziging van de inkoop en de financiering van de jeugdzorg met ingang van 2022. Als gevolg daarvan is hebben we nog te weinig ervaringsjaren om het benodigde budget goed in te schatten. Gelet op deze onzekerheden, de kans op verdere prijsstijgingen bij zorgaanbieders en de mogelijke toename van complexere en intensievere jeugdzorg houden we rekening met een jaarlijks risico van € 400.000 gedurende twee jaar.
Wet Maatschappelijke Ondersteuning We nemen in tegenstelling tot voorgaande jaren geen risicoreservering op voor het abonnementstarief Wmo. Sinds 2019 is (landelijk) het abonnementstarief Wmo van toepassing. Dit zorgt voor een grote toename in het aantal aanvragen Wmo. Dit geldt vooral voor huishoudelijke hulp. We zien dat de geleverde zorg per cliënt lager uitkomt dan eerder begroot. Het risico is daarom niet meer opgenomen. Daarnaast speelt het risico van grotere woningaanpassingen ( > € 20.000). Deze laten zich niet begroten maar de kans bestaat wel dat deze gedurende het jaar noodzakelijk blijken te zijn. Hiervoor nemen we een risico op van € 120.000 ( 3 grote woningaanpassingen van € 40.000) voor 2 jaar. Wmo Voor de nieuwe Wmo-taken werken we samen met onze collega-gemeenten in de Meierij. Behalve in 2022 is regionaal overeen gekomen dat we ook voor 2023 50% solidair zijn in de kosten van de zorg en ondersteuning voor Zintuiglijk Gehandicapten. Voor 2024 en verder is dit niet meer van toepassing. Daar onze gemeente relatief veel zorginstellingen heeft voor inwoners met een zintuiglijke beperking, heeft het loslaten van die onderlinge solidariteit grote financiële consequenties. Dit betekent ook dat een onverwachte toename van deze zorg voor een groot deel bij onze gemeente terecht komt. Door de gewijzigde inkoop en financiering is de ervaringsperiode nog te kort.
Als gevolg daarvan is het nog moeilijk om de effecten van de nieuwe inkoop en financiering qua benodigd budget goed te kwantificeren. Gelet op deze ontwikkelingen nemen we een risicobedrag van € 200.000 op. Gelet op het meerjarige karakter nemen we deze voor 2 jaar mee. Participatiewet De afgelopen jaren zagen we als gevolg van de conjuncturele ontwikkelingen en de gerichte maatwerkaanpak van Wegwijs+ een daling van het aantal uitkeringsgerechtigden. We gaan er van uit dat de subsidie van het Rijk toereikend is voor het verstrekken van deze voorzieningen. De omvang van het macrobudget wordt echter ook bepaald door landelijke ontwikkelingen en voor onze gemeente geldt deels een vergoedingssystematiek waarbij we voor een tekort dat lager ligt dan 10% van de rijksbijdrage we zelf risicodrager zijn. Gelet hierop houden we een marge / risico aan van € 90.000 gedurende twee jaar.
78
Stadsgewest De ontwikkelingen rondom het Stadsgewest zijn nog niet afgerond. De afwikkeling van de stortplaats is in de loop van 2019 uitgesteld tot 2025. De ontwikkelingen blijven we nauwlettend volgen. Het grootste risico is dat de provincie voor datum overdracht de rekenrente voor de bepaling van het doelvermogen verlaagt. De provincie is eenzijdig bevoegd om dit te doen. Naar aanleiding van een recente ALM studie kwam de provincie tot het besef dat een forse verlaging van de rekenrente (en daarmee een verhoging van het doelvermogen) nu de exploitanten hard zou treffen. Provincie en exploitanten zijn daarom tot een compromis gekomen waarbij de provincie de huidige rekenrente bevriest op het bestaande niveau (5,06%) en de exploitanten de stortplaatsen nog niet voor eeuwigdurende nazorg overdragen aan de provincie. Deze afspraak geldt voor de periode tot de volgende ALM-studie, dus tenminste 5 jaar. Een toekomstige verlaging van de rekenrente met 1 procent betekent dat het af te dragen doelvermogen met ± 48% stijgt. Uitgaande van € 14 miljoen en een aandeel van de gemeente Vught van 7,43% betekent dit een risico van ± € 0,5 miljoen per procent daling van de rekenrente. Het risico wordt geschat op 2% verlaging van de rekenrente (= € 1.000.000). Rijksinfra Binnen het programma Rijksinfra wordt rekening gehouden met risico’s voor de gemeente Vught.
Een risico analyse inclusief beheersmaatregelen is opgesteld en wordt periodiek ge-update. Lopende het project vallen risico's weg of komen er nieuwe risico's bij. De ontwikkelingen ten aanzien van PAS vormen een risico voor het project. Indien dit risico zich voordoet betekent dit vertraging en daarmee hogere kosten. De meerjarige doorrekening van het project Rijksinfra is verlengd naar 2030. De ontwikkelingen in de rentestanden, grondstofprijzen, loonkostenontwikkelingen verhogen de risico's. Deels is hier rekening mee gehouden door extra kosten van € 2.600.000 te ramen. Door de uitspraken N65 zijn er nieuwe onzekerheden bijgekomen. Het risico schatten we op € 3.500.000. Strategische en operationele risico’s Een aantal risico’s zijn specifiek te identificeren en zijn hiervoor gekwantificeerd. Daarnaast lopen er door onze processen heen natuurlijk altijd dossiers die een incidentele tegenvaller kunnen opleveren. In zijn algemeenheid geldt dit voor de uitkering uit het gemeentefonds die jaarlijks schommelt. Covid-19 had grote impact op de Nederlandse samenleving en ook op de gemeente Vught. Hetzelfde geldt voor de oorlog in Oekraïne end, de energiecrisis. Daartegenover staat dat voor diverse kosten een compensatie van het Rijk ontvangen wordt. Op andere terreinen zien we wel risico's.
Denk hierbij aan de jeugdzorg, inflatie- en loonkostenontwikkeling, IHP en de verhitte arbeidsmarkt. Ook het taakveld energie, klimaat en milieu geeft grote uitdagingen. Op alle bovenstaande onderdelen gelden onzekerheden. Hiervoor nemen we een bedrag op bij de risicoinventarisatie van € 2.500.000. Risicofactor Een risico is een onzekere ongewenste gebeurtenis waardoor het realiseren van de organisatiedoelstellingen en -strategie in gevaar komt. Bij een risico is er dus sprake van een kans op een ongewenste gebeurtenis. De kans dat ál deze risico's zich voor de volledige omvang voordoen is klein. De benodigde reservecapaciteit wordt daarom op 75% van deze risico's gesteld. Bij ieder risico is gekeken naar het mogelijke schadebedrag en de kans dat het risico zich voordoet. Het gaat hier om risico’s die niet anders te ondervangen zijn dan door het aanwenden van weerstandscapaciteit. Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening
79
voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Voor risico’s met een kans groter dan 75% zal een voorziening getroffen worden. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren.
3.2.3 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat volgens de regels uit de reservepositie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves.
De onder het eigen vermogen opgenomen reserves zijn geen geld. Als reserves wordt het verschil tussen de waardering van de activa en de schulden op de balans gepresenteerd. Voor het betalen van investeringen of het doen van uitgaven moet er geld op de bankrekening staan of worden geleend. Ook als deze uitgaven gedekt worden uit de (bestemmings-)reserves. Aanwending van de reserves leidt dan tot stijgende schulden en extra rentelasten en een verslechtering van de solvabiliteit. Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves worden op afzienbare termijn uitgegeven aan door de raad gegeven doelen. De bestemmingsreserve Rijksinfra en de reserve N65 Helvoirt vormen hiervan het grootste deel. Daarnaast zijn er een drietal bestemmingsreserves (bestemmingsreserve Huisvestingsplan Onderwijs, fonds Lokale Solidariteit en de reserve Duurzaamheid gemeentelijke gebouwen) waarvan de inzet nog niet is uitgewerkt. Indien dit beschikbaar komt en in de meerjarenbegroting wordt verwerkt heeft dit een negatief effect op de schuldquote en solvabiliteitspositie. Stille reserves Uit de inventarisatie van de vastgoedportefeuille is gebleken dat deze nog stille reserves bevat die te gelde kunnen worden gemaakt. Gedeeltelijk zijn de opbrengsten vooruitlopend op de verkoop bestemd voor de Rijksinfra.
80
Algemene Reserve In het kader van het weerstandsvermogen vormt de algemene reserve voornamelijk een buffer voor het opvangen van de (toekomstige) risico’s. De verwachte ontwikkeling van de algemene reserve ziet er als volgt uit:
Algemene reserve
x € 1.000
Saldo 31-12-2021
14.697
Bestemming jaarresultaat 2021
4.055
Mutaties 2022 Verbetering financiële positie
600
Mobiliteitsvisie
-50
Zon- en windbeleid
-19
Vrijval reserve Budgetoverheveling Covid-19
1.010
Vrijval reserve budgetoverheveling overigen
248
Bijdrage Wet kwaliteitsborging (Wkb) septembercirculaire
187
Fractieondersteuning (Burap II)
3
Bijdrage zon- en windbeleid meicirculaire (Burap II)
150
Gerealiseerd saldo eind 2022
20.881
Mutaties begroot na 2022 Frictiekosten Omgevingswet
-240
Verhuiskosten Zuiderbos
-50
Verbetering financiële positie
4.000
Zon- en windbeleid
-105
Verkoop Pepereind
126
Vorming reserve verduurzaming gemeentelijke gebouwen
-1.000
Vorming Fonds Lokale solidariteit
-1.000
Terugstorting in algemene reserve
1.500
Verwachte saldi 2023-2026
pm
Nog besteedbaar Aan te houden buffer
24.112 (bedragen x 1.000)
Buffer 20% uitkeringen gemeentefonds
11.254
Totaal aan te houden buffer
11.254
Vrije ruimte
12.858
De algemene reserve dient toereikend te zijn om onverwachte tegenvallers op te vangen. Hoe hoog de algemene reserve moet zijn is onderdeel van bestuurlijke afweging. We hanteren een tweetal ratio’s om deze afweging te ondersteunen.
81
Een ratio balans: waarbij de benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald met behulp van de risicoinventarisatie. Voor deze ratio wordt bij veel gemeenten gebruik gemaakt van de volgende waarderingstabel: Ratio > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Een ratio exploitatie waarbij de benodigde weerstandscapaciteit wordt gerelateerd aan de (te) ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds. De omvang van de exploitatie is mede bepalend voor de risico's die we lopen. Om dit in beeld te brengen hanteren we als norm voor de benodigde weerstandscapaciteit 20% van de te ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds. Ook voor deze ratio willen we minimaal een voldoende scoren op basis van onderstaande tabel: Ratio > 1,2 1 – 1,2 < 1,0
Betekenis ruim voldoende voldoende onvoldoende
Beschikbare weerstandsvermogen Het beschikbare weerstandsvermogen bestaande uit het niet bestemde saldo van de algemene reserve is berekend op € 24 miljoen. Uitkomst risicoratio op basis van de balans Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 8,353 miljoen. De ratio risico-inventarisatie komt daarmee uit op 1,54. Uitkomst risicoratio op basis van de exploitatie Het saldo eind 2022 moet voldoende zijn om de risico’s vanaf 2022 af te dekken. In 2022 is een bedrag van € 56,3 miljoen aan uitkeringen uit het gemeentefonds ontvangen. 20% hiervan is € 11,25 miljoen. De ratio exploitatie-omvang komt daarmee uit op 1,35. Normering van de ratio vormt een goed hulpmiddel om de inzet van de algemene middelen te begrenzen.
82
3.2.4 Kengetallen De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de normen vast te stellen voor de sturing van de financiële positie via de meerjarenbegroting. De normen in hun onderlinge samenhang bepalen hoe risicovol het financieel beleid is dat wordt gevoerd. Een afweging die is voorbehouden aan de raad. Met de kengetallen wordt de raad in staat gesteld het beleid te sturen en te monitoren ten aanzien van: - De reservepositie - De schuldpositie - De wendbaarheid en de resterende belastingcapaciteit - Het risicobeleid Deze aandachtsgebieden vormen met de reëel en structureel sluitende meerjarenbegroting en de planning en controlcyclus de pijlers voor de sturing van onze financiële positie. Solvabiliteit Dit kengetal geeft aan welk percentage van de balanswaarde van het bezit niet met schuld is belast. Het kengetal geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
Als algemene norm voor de solvabiliteit geldt: Algemene normwaarden bruto schuld
Ratio Solvabiliteit
Weinig tot geen schuld Normaal Voorzichtigheid geboden Bezit zeer zwaar belast met schuld
> 80 % 30% - 80% 20% - 30% 0% - 20%
De solvabiliteit bedraagt momenteel 43%. Dit is als normaal te kwalificeren. De sterke stijging is veroorzaakt door het batige rekeningresultaat, nog niet ingezette reserves en achterblijvende investeringen. In komende jaren worden er nog grote uitgaven gedaan worden voor met name Rijksinfra en onderwijs. Die hebben een negatieve invloed op de solvabiliteit. We streven op lange termijn naar een solvabiliteit boven 30%. 83
Schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de jaarlijkse inkomsten en de netto schuldenlast. Dit geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op begroting en jaarrekening.
Als algemene norm voor de schuldquote geldt: Algemene normwaarden schuldquote Normaal Voorzichtigheid geboden Zeer hoge schuld
Schuldquote 0% -100% > 100% > 130%
Een schuldquote tussen 0 en 100% wordt als normaal beschouwd. Eind 2022 bedraagt de schuldquote 63%. Op basis van de huidige meerjarenbegroting (inclusief investeringsprogramma) gaat deze oplopen. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden is van belang omdat deze moet worden terugverdiend bij de verkoop. De boekwaarden van verlies gevende plannen worden gewaardeerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen worden voorzieningen getroffen.
84
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten en baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten.
Op basis van het kengetal blijkt dat er weinig structurele begrotingsruimte is om tekorten of extra lasten binnen de huidige begroting op te vangen. Dit past binnen ons beleid om strak te begroten. Er is nog wel ruimte om wanneer dat nodig is het eigen beleid aan te passen en via ombuigingen ruimte vrij te maken.
85
Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsrechten voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Deze cijfers worden jaarlijks in de meicirculaire van het gemeentefonds bekend gemaakt. Het kengetal vergelijkt de belastingdruk met het gemiddelde van alle Nederlandse gemeenten.
De lastendruk in Vught ten opzichte van het landelijk gemiddelde bedraagt 123%. Door de relatief hoge belastingdruk is de resterende belastingcapaciteit beperkt ondanks dat er geen wettelijk maximum is gesteld. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing hanteren we 100% kostendekkendheid. Algemene conclusie financiële positie Het jaar 2022 is afgesloten met een batig resultaat op de activiteiten binnen de algemene dienst van € 9,563 miljoen. Met betrekking tot de grondexploitatie is voor € 44.490 tussentijdse winst genomen. Na verrekening aftrek van de vennootschapsbelasting is per saldo € 3.569 onttrokken aan de reserve Grondexploitatie. Bij de financiële positie gaat het om de juiste balans tussen vermogen en exploitatie, rekening houdend met financiële risico’s. Het is niet voldoende dat in een jaar de lasten worden gedekt door de baten. Dit moet structureel het geval zijn. We moeten immers ook in de toekomst in staat zijn om onze publieke taken in te vullen. De grote bijdrage aan PHS moet nog plaatsvinden. Voor de N65 heeft deze eind 2020 plaatsgevonden. Wat we zien is dat het exploitatiesaldo een positief effect heeft op de financiële kengetallen solvabiliteit en schuldpositie. De achterblijvende uitgaven (exploitatie en het investeringsprogramma) zorgen voor een minder snel stijgende schuldpositie.
Doordat veel uitgaven wel later plaatsvinden zien we dit in de kengetallen de komende jaren alsnog terug. Door de schuldpositie zijn we kwetsbaarder voor renteontwikkelingen. De wendbaarheid van de begroting is beperkt; mede omdat onze stille reserves worden ingezet. De reserve grondexploitatie ontwikkelt zich positief.
86
3.3 Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast het beleid ten aanzien van het risicobeheer van onze financieringsportefeuille op: a. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte; b. de rentevisie; c. de kasgeldlimiet; d. de renterisico norm.
3.3.1 EMU-saldo (EMU = Economisch en Monetaire Unie) 2021
Realisatie 2022
2022
Begroting 2023
-2.976
4.019
-13.981
-19.087
x € 1.000 EMU-saldo
Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. De EMU-systematiek werkt op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo van de gemeente Vught voor 2022 komt uit op 4,019 mln Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven € 4,019 miljoen euro lager zijn dan de inkomsten. Voor 2022 is het aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gesteld op - 0,4% van het BBP, niet verder uitgesplitst naar provincie, waterschap en gemeente. Het aandeel in het EMU-tekort betreft een inspanningsverplichting, er staat momenteel geen sanctie op een eventuele overschrijding van het toegestane EMU-tekort.
3.3.2 Financiering en de wet Fido Risicobeheersing financiering De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid worden gevormd door renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en koersrisico’s. Renterisico’s Om de invloed van externe rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente te beperken, zijn normen vastgesteld. Voor financiering met een looptijd van minder dan een jaar geldt de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van de totale begrote uitgaven. Voor 2022 betekent dit een limiet van € 7,151 miljoen.
Kasgeldlimiet
1e kwartaal 2de kwartaal 3de kwartaal 4de kwartaal
x € 1.000
Gemiddelde netto vlottende schuld
-375
3.011
-4.517
-5.440
Ruimte onder kasgeldlimiet
7.526
4.140
11.668
12.591
Voor financiering met een looptijd langer dan een jaar geldt de renterisico-norm. De renterisico-norm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. De renterisico-norm toetst of er voldoende spreiding is in rente typische looptijden van de leningenportefeuille. Een dergelijke spreiding 87
zorgt ervoor dat het risico bij rentestijgingen wordt beperkt. Wanneer de rente op het moment dat een langlopende lening moet worden afgesloten hoger is dan geraamd, heeft dit consequenties voor het geraamde exploitatiesaldo. Ons huidige gemiddelde rentepercentage over de langlopende schuld bedraagt 1,74%. De renterisico-norm bedraagt 20% van de totale oorspronkelijke begrote uitgaven. Voor 2021 betekent dit een norm van € 14,953 miljoen.
Berekening rente risico
x € 1.000
2022
1a Renteherziening op vaste schuld o/g
0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g
0
2 Renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
0
3a Nieuw aangetrokken vaste schuld
6.500
3b Nieuw uitgezette vaste geldleningen
0
4 Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)
6.500
5 Betaalde aflossingen
3.737
6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
3.737
7 Renterisico op de vaste schuld (2+6)
3.737
8 Renterisiconorm
16.826
9a Ruimte onder renterisiconorm (8-7)
13.090
9b Overschrijding renterisiconorm (7-8)
0
Uit bovenstaande berekening blijkt dat ons renterisico ruimschoots onder de renterisico-norm blijft. Kredietrisico’s Als gemeente mogen we eventueel overtollige middelen alleen uitzetten bij het rijk. In 2022 is een nieuwe langlopende geldleningen aangetrokken voor € 6,5 miljoen. De voornaamste reden is de financiering van de balansverdeling, voortkomend uit de gemeentelijke herindeling. De overige (tijdelijke) tekorten die ontstonden zijn gefinancierd met kortlopende (kasgeld)leningen tegen een lage rente. Waar vorig jaar nog positieve rentes werden ontvangen moet inmiddels voor kasgeldleningen betaald worden. Door maandelijkse kasgeldleningen aan te gaan ontstonden overschotten die aangehouden zijn op de Schatkistbankier rekening bij het Rijk. Het verstrekken van leningen is wel toegestaan, op voorwaarde dat het de publieke taak dient. Bij het verstrekken van leningen worden zekerheden en garanties geëist. Ook is het toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten om meer rendement te behalen, of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden. In dit kader fungeren we als achtervang voor leningen aan woningcorporaties (WSW) en voor leningen aan particulieren t/m 2010. Voor geborgde leningen aan woningcorporaties bedraagt de schuldrestant t/m 2022 € 91 mln.
In eerste instantie staat de WSW garant voor de leningen aan de woningcorporaties en de stichting WEW (Waarborgfonds Eigen Woningen) voor leningen aan particulieren t/m 2010. Op het moment dat de waarborgfondsen niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen, ontstaat er een risico voor de gemeente. Het risico is theoretisch en bestaat uit het verstrekken van een relatief geringe en tijdelijke renteloze lening. Daarnaast is in 2017 besloten maximaal 10 miljoen uit te lenen aan Stichting Vughtse Aankoopregeling. Per 31-12-2022 is de omvang van deze rekening-courant € 214.000.
88
Liquiditeitsrisico’s De gemeente moet doorlopend aan haar betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Hiervoor wordt de liquiditeitenplanning als instrument ingezet. Op basis van voorspellingen van de in- en uitgaande geldstromen kan tijdig actie ondernomen worden om tekorten aan te vullen en overschotten te beperken. Daarnaast is de liquiditeitsplanning een hulpmiddel om de renterisico’s te bepalen, het dagelijks saldo te beheren en de liquiditeitsrisico’s te beheersen. Per kwartaal wordt een geactualiseerde liquiditeitsplanning opgesteld. Koersrisico’s De gemeente zet geen middelen uit die onderhevig zijn aan indexatie en koersen. Gemeentefinanciering De post opgenomen langlopende geldleningen heeft zich als volgt ontwikkeld:
Langlopende leningen
2022
x € 1.000
Stand leningen per 1 januari 2022
57.030
Nieuwe leningen
6.500
Aflossingen
3.737
Stand leningen per 31 december 2020
59.794
De financieringsbehoefte is zoveel mogelijk met kasgeldleningen afgedekt. De rentelasten zijn lager dan primitief begroot. Bij Burap II zijn deze neerwaarts bijgesteld. Dit hangt met name samen met achterblijvende investeringen bij De Lichtstraat, Zuiderbos en Zwaluw VFC. Conform de BBV voorschriften wordt de werkelijke rente aan de exploitatie toegerekend via het omslagpercentage. Dit is het percentage van de begroting 2022, namelijk 1,2%. De werkelijke rentelasten komen via het omslagpercentage tot uiting in de exploitatie van de taakvelden én, voor het resterende deel, op het taakveld Treasury. Het verschil tussen de begrote en daadwerkelijk aan de exploitatie toe te rekenen rente bedraagt € 35.000 voordelig.
Schema rentetoerekening
Begroting x € 1.000
Realisatie
Verschil
Incl. wijz.
a. Externe rentelasten (korte en lange financiering)
999
994
6
b. Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
-13 986
-13 981
0 5
c1. Doorberekende rente grondexploitatie
27
56
-29
Doorberekende rente investeringen
269
269
0
c2. Rente projectfinanciering
0
0
0
c3. Rentebaat doorverstrekte leningen
0
0
690
656
0 35
d1. Rente over eigen vermogen
0
0
d2. Rente over voorzieningen
0
0
0 0
690
656
35
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-1.397
-1.398
f.
-707
-742
1 35
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
Renteresultaat taakveld treasury
89
90
3.4 Lokale heffingen Inleiding We doen hier verslag van de opbrengsten per lokale heffing, het beleid, het volume en het bedrag aan kwijtscheldingen, de kostendekkendheid en de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk. De gemeentelijke heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De lokale heffingen zijn onder te verdelen in twee categorieën, namelijk belastingen en rechten. De belangrijkste belastingen en heffingen in de gemeente Vught zijn: • Onroerendezaakbelastingen (OZB) • Afvalstoffenheffing • Rioolheffing • Toeristenbelasting • Leges • Reclameheffing Daarnaast heffen we rechten zoals o.a. marktgelden en lijkbezorgingsrechten. In deze paragraaf lokale heffingen zijn de uitgangspunten, zoals genoemd in het wijzigingsbesluit BBV, op hoofdlijnen opgenomen.
3.4.1 Opbrengsten Hieronder een totaaloverzicht van de gerealiseerde opbrengsten belastingen, heffingen en retributies.
Jaar
x (€ 1.000)
2019 2020 2021 2022 begroot 2022 realisatie realisatie realisatie realisatie
Onroerende zaakbelasting
7.743
7.793
9.137
9.361
9.527
Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten
2.384
2.866
3.347
3.341
3.371
Rioolheffing
3.667
3.699
4.069
4.421
4.040
Toeristenbelasting
302
210
346
576
623
14.096
14.568
16.899
17.699
17.561
Totaal
De opbrengsten tm 2020 zijn exclusief Helvoirt, 2021 inclusief Helvoirt.
3.4.2 Beleid t.a.v. lokale heffingen Voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten wordt maximaal 100% kostendekking toegepast. De kosten bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead. De opslag voor overhead wordt meegenomen bij de tariefbepaling van de diverse heffingen. Hiervoor wordt binnen de programmabegroting een consistente gedragslijn gehanteerd. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn de gebruikers belastingplichtig en is het tarief onder meer afhankelijk van inhoudelijke beleidskeuzes en het gewenste voorzieningenniveau. De legesopbrengsten over het totaal van de verordening zijn, conform artikel 229b van de gemeentewet, op basis van voorcalculatie niet hoger dan de lasten. Het totaal van de legesopbrengsten is wettelijk beperkt tot maximaal 100% kostendekkendheid. De indexering van de leges is gekoppeld aan de stijging van de personele lasten.
91
3.4.3 Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Onroerende zaakbelastingen De heffingsgrondslag voor de onroerendezaakbelastingen (OZB) is de waarde zoals die in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) jaarlijks wordt vastgesteld: de WOZ-waarde. Er zijn twee heffingen, de OZB-gebruikersbelasting voor niet-woningen en de OZB-eigenarenbelasting zowel voor woningen als niet-woningen. We bepalen de tarieven met als uitgangspunt de begrote opbrengsten. De stijging of daling van het tarief wordt bepaald door twee effecten, namelijk waardeontwikkeling en opbrengsten. In 2022 is sprake van een uiteindelijke waardestijging voor woningen van gemiddeld 7,4% en 0,0% voor niet-woningen. De waarderingskamer heeft de kwaliteit van de WOZ-taxaties met een voldoende beloond (3 sterren). Dit houdt in dat de gemeente WOZ-taxaties van voldoende kwaliteit levert en op de belangrijkste onderdelen van het WOZ-werkproces voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Het percentage bezwaarschriften in het kader van de WOZ-waarde in 2022 is 1,8% (2021: 2,5%) voor woningen en 3,3% (2021: 3,5%) voor niet-woningen. Toeristenbelasting De opbrengst van de toeristenbelasting maakt onderdeel uit van de algemene dekkingsmiddelen. De tarieven zijn met ingang van 2020 vastgesteld. Het tarief bedraagt p.p.p.n. € 2,00 voor hotels en € 1,75 voor overige accommodaties.
Tot 2020 liet het aantal overnachtingen een stijgende lijn zien. Door de corona pandemie is het aantal overnachtingen in 2020 fors gedaald. Inmiddels blijkt dat de corona crisis nauwelijks meer invloed heeft gehad op het aantal overnachtingen. Tevens is er sprake van een stijging van het aantal overnachtingen in de categorie overige overnachtingen. Dit heeft te maken met het aantal B&B’s in Helvoirt, dat sinds 2021 onder de heffing van de gemeente Vught valt. De realisatie over 2022 is nog niet bekend. De verwachting is dat het aantal overnachtingen over 2022 enigszins hoger ligt dan het aantal overnachtingen over 2021. 2019
2020
2021
2022
2022
Realisatie
Realisatie
Realisatie
Begroot
Realisatie
Aantal overnachtingen hotels
104.068
77.861
103.880
77.000
109.000
Aantal overnachtingen overige
54.909 158.977
35.711 113.572
101.168 205.048
35.000 112.000
106.000 215.000
Toeristenbelasting
Totaal
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing voor het verhalen van de kosten van de afvalinzameling en -verwerking. Het uitgangspunt is maximaal 100% kostendekkende tarieven. De kosten van de milieustraat worden gedeeltelijk gedekt door tarieven aan de poort. We hanteren de principes “de vervuiler betaalt” en “afval is grondstof”. We bieden het door de burgers gewenste serviceniveau tegen zo laag mogelijke kosten. Het tarief bestaat uit een vastrecht en een variabel deel, op basis van volume en het aantal ledigingen. De gerealiseerde kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing is in 2022 100%.
92
Afval
x (€ 1.000)
Primitieve begroting
Realisatie
Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente
3.248
3.123
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
-641
-627
Overhead
229
229
BTW
560
574
Totale kosten
3.396
3.299
Opbrengst heffingen
3.396
3.371
0
-71
Totale inkomst
3.396
3.299
Dekkingspercentage
100%
100%
Mutatie egalisatievoorziening afval
Rioolheffing Rioolheffing is een bestemmingsheffing om kosten voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater te verhalen. Artikel 228a Gemeentewet maakt een onderscheid tussen de waterketen (afvoer afvalwater) en het watersysteem (hemelwater en grondwater). Daarnaast kennen we een heffing voor de lozing van bronneringswater op het riool. Uitgangspunt voor de rioolheffing is 100% kostendekking. De rioolheffing is een gebruikersbelasting. In 2022 is het basistarief € 227,52 voor een verbruik t/m 299 m3 en het tarief bedraagt € 2,69 per m³ drinkwater voor het verbruik boven 299 m3. De realisatie van de kostendekkendheid komt voor het jaar 2022 uit op 100%.
Riolering
x (€ 1.000)
Primitieve begroting
Realisatie
Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente
3.834
3.649
Inkomsten taakveld(en), excl.. heffingen
-41
-100
Overhead
217
287
BTW
191
174
Totale kosten
4.201
4.010
Opbrengst heffingen
4.421
4.038
Mutatie egalisatievoorziening riolering
-220
-28
Totaal opbrengsten
4.201
4.010
Dekkingspercentage
100%
100%
De gemeenteraad heeft besloten om de voorgenomen (en begrote) indexering van de rioolheffing niet door te voeren. Dit was nog niet vertaald in de begroting van de rioolheffing en hierdoor is de gerealiseerde opbrengst lager dan begroot. Leges Bij de leges wordt onderscheid gemaakt tussen de leges algemene dienstverlening, dienstverlening fysieke leefomgeving (omgevingsvergunning) en overige dienstverlening. De legesverordening is opgebouwd uit deze 3 titels. Kruissubsidiëring binnen de diverse titels van de Legesverordening wordt op beperkte schaal toegepast, o.a. bij het tarief voor bouw gerelateerde omgevingsvergunningen. De kostendekking blijft op 93
begrotingsbasis ruim onder de 100%. Dit is o.a. het gevolg van wettelijk vastgestelde maximumtarieven. Er zijn in titel 2 meer kosten gemaakt en zijn er iets meer opbrengsten uit de heffingen gerealiseerd dan begroot. De dekking van de gezamenlijke leges komt uit op 68%.
Leges
x (€ 1.000)
Titel 1, algemene dienstverlening
Titel 2, dienst verlening fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning
Titel 3, dienstverlening onder Europese diensten richtlijn
Totaal leges verordening
Begroot Realisatie Begroot Realisatie Begroot Realisatie Begroot Realisatie Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Overhead incl. (omslag) rente BTW
788
730
687
897
12
13
1.487
1.639
-157
-159
0
-45
0
0
-157
-204
489
335
582
749
11
11
1.082
1.095
8
22
8
4
0
0
16
25
Totale kosten
1.128
928
1.277
1.604
23
23
2.428
2.556
Opbrengst heffingen
304
362
1.327
1.300
14
29
1.645
1.691
Dekkingspercentage
27%
39%
104%
81%
61%
126%
68%
66%
Begraafplaats/grafrechten De gemeente Vught exploiteert één algemene begraafplaats. Er wordt gestreefd naar een kostendekkende exploitatie van deze begraafplaats. De kostendekkendheid bedraagt 81% in 2022.
Begraafplaatsen
x (€ 1.000)
Primitieve begroting
Realisatie
Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente
8
26
Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen
0
0
Overhead incl. (omslag) rente
2
3
BTW
1
0
Totale kosten
11
28
Opbrengst heffingen
12
23
Dekkingspercentage
109%
81%
Reclameheffing Voor het centrum van Vught geldt een reclameheffing. De opbrengsten van deze heffing worden afgedragen aan het centrummanagement. Het centrummanagement gebruikt de middelen voor investeringen en activiteiten die positief bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkingskracht van het centrum. Het tarief voor de reclameheffing is in 2022 ongewijzigd en gehandhaafd op € 1,26 per € 1.000 WOZ-waarde, met een maximumbedrag van € 1.250.
94
3.4.4 De lokale lastendruk De lokale lastendruk is gebaseerd op OZB, riool- en afvalstoffenheffing. In het meerjarenperspectief is de lastenverhoging beperkt tot de trendmatige verhoging. De lastenstijging is in 2022 beperkt gebleven tot 1,8%. Ontwikkeling lokale lastendruk (meerpersoons huishouden) OZB WOZ-waarde woning
€
Tarief OZB
2020
2021
2021 t.o.v. 2020
2022
2021 t.o.v. 2022
369.185 €
392.813
€ 421.488
0,1120%
0,1068%
0,1020%
€
413 €
419
1,5% €
429
2,4%
Vastrecht
€
189 €
183
€
188
Ledigingen restafval, 140 ltr*
€
89 €
89
€
91
Ledigingen gft, 140 ltr*
€
-€
-
€
-
Heffing
€
278 €
272
-2,4% €
279
2,6%
€ €
240 € 931 €
228 919
-5,0% € -1,3% €
228 936
0,0% 1,8%
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing Basistarief Totaal
* Uitgangspunt is een meerpersoonshuishouden in een laagbouwwoning, met het gemiddeld aantal ledigingen per jaar. ** Op basis van 9 ledigingen restafval en 6 ledigingen GFT
3.4.5 Kwijtscheldingsbeleid Kwijtschelding kan worden verkregen voor OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Mensen met een inkomen tot 100% van de bijstandsnorm komen hiervoor in aanmerking. Voor de doelgroep 100% tot 110% is er een bijdrageregeling in het leven geroepen. De bijdrageregeling is een regeling in het kader van het armoedebeleid die buiten het gemeentelijke belasting/ invorderingsterrein valt. Voor de afvalstoffenheffing is het aantal ledigingen waarvoor kwijtschelding wordt verleend beperkt (de vervuiler betaalt).
Aantal toekenningen Derving x € 1.000
Realisatie Realisatie Realisatie 2019 2020 2021 191 173 186 83
86
95
69
Begroting Realisatie 2022 2022 200 171 95
76
96
3.5 Onderhoud kapitaalgoederen In de paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen' staan het beleidskader en de financiële consequenties hiervan voor wegen, openbare verlichting, riolering (incl. water), groen en bomen, speelvoorzieningen, verkeers- en vervoersplan (incl. parkeren), civieltechnische kunstwerken en gebouwen. Hierbij nemen we ook op: • De voortgang van het geplande onderhoud. • De omvang van het achterstallig onderhoud. De gemeente Vught heeft een buitengebied dat in de verre omgeving bekendheid heeft door haar landgoederen en de recreatieplas de IJzeren Man. In het binnengebied zijn veel gemeentelijke en andere voorzieningen te vinden die van belang zijn voor de manier waarop bewoners en bezoekers de omgeving beleven. In die omgeving wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd, waarbij de beleving voor een groot deel wordt bepaald door de kwaliteit van de kapitaalgoederen. Een goed beheer ervan is van groot belang.
3.5.1 Beheer en onderhoud openbare ruimte Uitgangspunt blijft het efficiënt inzetten van middelen om het maximale resultaat te bereiken. Dit doen we door de beschikbare onderhoudsgelden zoveel als mogelijk integraal in te zetten in het MOR. Vanuit de zorg voor een structureel goed, veilig en efficiënt leef-, werk,- en woonmilieu voor de burger geeft de gemeente Vught jaarlijks aanzienlijke bedragen uit aan het onderhouden van kapitaalgoederen. De gemeenteraad stelt voor de kwaliteit, kwantiteit en het beschikbare geld de kaders. Voor de diverse beheerdisciplines maken we gebruik van de beleids- en beheerplannen: - Wegen - Openbare verlichting - Riolering (incl. water) - Groen en bomen - Speelvoorzieningen - Verkeers- en Vervoersplan (incl. parkeren) - Civieltechnische kunstwerken Uit deze plannen genereren we het Meerjarenuitvoeringsprogramma Openbare Ruimte (MOR). Per beheerdiscipline zullen we nader ingaan op de financiën, het beleidskader, de prestaties en kwaliteit. Het begrote krediet voor investeringen heeft betrekking op 2022, verhoogd met het restant van 2021. Door vertraging in MOR-projecten, zijn niet alle werkzaamheden die verwacht waren voor 2022 uitgevoerd. De vertraging is ontstaan door intensiever overleg met bewoners en belanghebbenden, maar ook door procedures bij bijvoorbeeld de Raad van State.
De werkzaamheden worden in 2023 uitgevoerd, bovenop de reeds geplande werkzaamheden. Wegen Beleidskader Het groot onderhoud van wegen vindt plaats volgens de systematiek van het rationele wegbeheer van het CROW. Hierdoor wordt op een rationele manier kennis verkregen over waar, wanneer, welke maatregelen moeten worden getroffen om volgens de vooraf gestelde norm het afgesproken onderhoudsniveau te bereiken. De systematiek geeft daarbij aan welke middelen hiervoor noodzakelijk zijn.
97
Prestaties en kwaliteit Aan het beheer ligt de beleidskeuze vast die door de gemeenteraad op 24 april 2003 is gemaakt, waarbij de prioritering binnen de kwaliteitscriteria zijn vastgelegd. Daarin is de doelstelling van het beheer vastgelegd om het Vughtse wegennet te laten voldoen aan wat als 'normaal' mag worden beschouwd. Het jaarlijks onderhoud is gekoppeld aan een tweejaarlijkse globale inspectie van het wegenbestand. De laatste weginspectie is van 2021, de kwaliteitscijfers zijn hierop gebaseerd. Binnen de in 2022 uitgevoerde integrale projecten is de bestaande open- en gesloten verharding vervangen. Voor de elementverharding is vanaf eind 2018 een aannemer actief om de achterstand weg te werken. De doelstellingen van een evenwichtig wegennet zijn dit jaar nog niet gehaald, maar dit wordt door de meerjarige opdracht aan de aannemer ondervangen. De resultaten van de gepleegde inspanningen zijn zichtbaar. Kwaliteit asfaltverharding A+ A B C D
2017
2019
2021
Evenwichtig wegennet
59% 21% 8% 1% 11%
55% 19% 16% 4% 7%
53% 8% 29% 1% 9%
20% 60% 12% 8% 0%
Kwaliteit elementenverharding A+ A B C D
2017
2019
2021
Evenwichtig wegennet
54% 29% 2% 0% 15%
54% 22% 18% 1% 6%
61% 15% 20% 0% 4%
10% 77% 8% 5% 0%
Financiën Voor het onderhoud van de wegen zijn de onderstaande investeringen gerealiseerd.
Wegen
Begroot
(x € 1.000)
Realisatie
Onderhoud wegen
454
416
Investering wegen
1.265
793
Openbare verlichting Beleidskader en ontwikkelingen Het beleidsplan openbare verlichting dateert van 2010. Het beleidsplan geeft kaders waar de openbare verlichting aan moet voldoen om bij duisternis het openbare leven zo goed mogelijk te laten functioneren. Prestaties en kwaliteit Het totale areaal wordt verduurzaamd, dit sluit aan op het Energieakkoord 2030. Hierbij wordt conventionele verlichting vervangen door LED-verlichting. Hiertoe zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld. In onderstaande tabel zijn de storingspercentages van de openbare verlichting opgenomen en ter vergelijking zijn ook de landelijke cijfers weergegeven.
Percentage storingen
2020
2021
2022
Landelijk percentage storingen Werkelijk
7% 4%
7% 4%
7% 4%
Financiën Voor de openbare verlichting zijn de onderstaande investeringen gerealiseerd.
Openbare verlichting
(x € 1.000)
Begroot
Realisatie
Investering openbare verlichting
390
353
Investering verledden openbare verlichting
63
58
98
Riolering (incl. water) Beleidskader en ontwikkelingen In de loop van 2022 is het vGRP vernieuwd door het Programma Water en Riolering (PWR). Tevens is de waterafvoerverordening vastgesteld. Prestaties en kwaliteit. Volledige scheiding van afvalwater en hemelwater op lange termijn. We streven ernaar we om alle foutieve aansluitingen in circa 12 jaar te minimaliseren (2012 – 2023), daarvoor hebben we een subsidieregeling. We vervangen en repareren rioolgemalen en riolering die in slechte staat verkeerd. We vervangen ongeveer 2 tot 3 % per jaar, zodat de gemiddelde kwaliteit toeneemt. Deze moet in 2024 voldoende zijn. We doen de werkzaamheden zoveel mogelijk gebiedsgericht, met verbetering voor weginrichting en groen. We zorgen ervoor dat bij een standaardbui die eenmaal per twee jaar optreedt geen water op straat voorkomt. We voorkomen schade door hevige regenval door bij vervanging van riolering te beoordelen of extra grote riolering nodig is. We meten en analyseren de grondwaterstanden met het oog op de plannen van de Rijksinfrastructuur. Water: We vervangen de hemelwaterriolering zodanig dat de waterkwaliteit verbetert. We nemen extra verbindingen en berging in vijvers mee in projecten. We vervangen de beschoeiing ongeveer elke 15 jaar en baggeren regelmatig, elke 10 jaar.
Financiën Voor de riolering zijn jaarlijks investeringskredieten beschikbaar voor riolering, pompen en gemalen. Voor de wateren zijn voor beschoeiingen jaarlijks investeringskredieten beschikbaar en voor baggeren een jaar gebonden budget.
Riolering en water
(x € 1.000)
Begroot
Realisatie
Riolering Investering riolering
4.811
5.081
Investering pompen en gemalen
607
242
Investering beschoeiingen
210
85
Onderhoudsbudget baggeren
178
158
Water
Groen en bomen Beleidskader en ontwikkelingen Nota Groen ‘Groen verbindt’ 2016 en de waardevolle bomenlijst 2016 vormen een adequaat sturingsmechanisme voor het product openbaar groen. Om het groenonderhoud in de openbare ruimte zo efficiënt mogelijk uit te voeren, vindt het onderhoud en beheer van het groen plaats op basis van deze Nota Groen, waardevolle bomenlijst, het beheersysteem en vastgestelde beeldkwaliteitsnormen.
99
Prestaties en kwaliteit In 2022 heeft er een Europese aanbesteding plaatsgevonden. Hieruit is een partij gecontracteerd voor 5 jaar met eenmalige verlengingsmogelijkheid van 5 jaar. Bij de aanbesteding is gestuurd op het creëren van meerwaarde in lijn met het coalitieakkoord (zoals biodiversiteit en klimaatadaptatie).
Gebied
Kwaliteitsniveau
Centra Wijken Buitengebied en overgang buitengebied
A-kwaliteit B-kwaliteit C-kwaliteit
Financiën Voor investeringen in het groenareaal zijn de onderstaande investeringen gerealiseerd.
Groen
(x € 1.000)
Begroot
Investering groen
Realisatie 250
257
Speelvoorzieningen Beleidskader en ontwikkelingen Eigenaren en beheerders van speelvoorzieningen zijn verplicht alle speelvoorzieningen die openbaar toegankelijk zijn aantoonbaar te laten voldoen aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). De wet verplicht daarom de eigenaar en/of de beheerder een logboek bij te houden van elk speeltoestel. Prestaties en kwaliteit In het uitvoeringsprogramma speelvoorzieningen 2015 - 2025 is weergegeven welke speelvoorzieningen gedurende deze periode worden vervangen. De huidige gemiddelde kwaliteit van de speelvoorzieningen is hieronder weergegeven. Kwaliteit speelvoorzieningen
Uitstekend
Goed
Voldoende
Onvoldoende
Slecht
X
Financiën Voor de investeringen in speelvoorzieningen zijn de onderstaande investeringen gerealiseerd.
Speelvoorzieningen
(x € 1.000)
Investering speelvoorzieningen
Begroot
Realisatie 62
20
Mobiliteitsvisie (incl. parkeren) Beleidskader en ontwikkelingen Verkeer Op 1 december 2022 is de Mobiliteitsvisie 2035 vastgesteld. De visie geeft een stip aan de horizon voor 2035 waar met verschillende maatregelen en onderzoeken naartoe wordt gewerkt. Zwaartepunten binnen de visie liggen op verkeersveiligheid en duurzaamheid. Lopen en fietsen krijgen een hogere prioriteit dan openbaar vervoer en auto. Verkeersveiligheid wordt opgepakt middels een risicogestuurde aanpak. Prestaties en kwaliteit De Mobiliteitsvisie 2035 sluit aan bij het landelijke beleid en de daarin gestelde doelstellingen qua verkeersveiligheid. De landelijke doelstelling is vertaald in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid en kent een nulambitie. Deze ambitie wordt met de Mobiliteitsvisie 2035 aan de hand van de risicogestuurde aanpak opgepakt. Met het vaststellen van de visie zijn ook maatregelen en onderzoek geprioriteerd.
100