Bijlage - Integraal Huisvestingsplan onderwijs en opvang gemeente Vught_V2
Tekst van het document
Vanuit de gemeente is in de planvorming van Voorburg ruimtelijk rekening gehouden met de ontwikkeling van een maatschappelijk cluster waar onder andere onderwijs, kinderopvang en sport worden gefaciliteerd. Echter is het nog een afweging of in Voorburg een nieuwe onderwijslocatie benodigd is. In termijn 1 van het IHP wordt een onderzoek uitgevoerd waarbij verschillende scenario’s verkend worden. Momenteel worden aan de volgende scenario’s gedacht: 1. Nieuwe school stichten en realiseren in Voorburg 2. Verplaatsing van school uit Vught naar Voorburg. Bij voorkeur is dit een school welke in termijn 2 of 3 voor renovatie/ nieuwbouw in het IHP is opgenomen. 3. Uitbreiden van de bestaande scholen in Vught om zo het leerlingenaantal uit Voorburg op te vangen.
Pagina 24 van 35
IKC De Avonturier
2025 2029 2033 2037
Bouwjaar
2018
Leerlingenprognose
373
393
389
396
bvo Onderwijs [m2]
2.415
Ruimtebehoefte Onderwijs [m2]
2.076
2.177
2.157
2.192
Gymzaal op kavel?
Ja
Tekort/overschot Onderwijs [m2]
339
238
258
223
KDV op kavel?
Ja
Klokuren gym
16,5
16,5
16,5
16,5
Misha de Vries Bouwjaar
1950 Leerlingenprognose (renovatie 1990)
2025 2029 2033 2037 86
101
100
101
bvo Onderwijs [m2]
647
Ruimtebehoefte Onderwijs [m2]
633
708
703
708
Gymzaal op kavel?
Nee
Tekort/overschot Onderwijs [m2]
14
-61
-56
-61
KDV op kavel?
Nee
Klokuren gym
3,0
4,5
4,5
4,5
IKC De Lichtstraat
2025 2029 2033 2037
Bouwjaar
2009
Leerlingenprognose
247
264
264
268
bvo Onderwijs [m2]
1.696
Ruimtebehoefte Onderwijs [m2]
1.442
1.528
1.528
1.548
Gymzaal op kavel?
Ja
Tekort/overschot Onderwijs [m2]
254
168
168
148
KDV op kavel?
Ja
Klokuren gym
10,5
10,5
10,5
12,0
School Voorburg Opleverjaar van eerste woningen
2028
Leerlingenprognose
0
0
180
267
Ruimtebehoefte Onderwijs [m2]
0
0
1.105
1.543
Zuiderbos Bouwjaar
2024
2025 2029 2033 2037
2025
Leerlingenprognose
415
bvo Onderwijs [m2]
4.400 (excl. 680 m2 tijdelijke hv.)
Ruimtebehoefte Onderwijs [m2]
5.161
Gymzaal op kavel?
Ja
Tekort/overschot Onderwijs [m2]
-761
Referentie: 1157304-0020.2.0.
Pagina 25 van 35
5.6. Programmering IHP Vught In de vorige paragrafen is per kern/ deelgebied omschreven welke maatregelen noodzakelijk zijn om het scholenlandschap in Vught toekomstbestendig te maken. De benoemde projecten zijn in het onderstaande figuur geprioriteerd en in tijd uitgezet. Voor termijn 1 geldt naast de opgenomen projecten dat er ook een uitgebreid haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd dient te worden ten aanzien van de scholen uit termijn 2 en 3 en een mogelijke verplaatsing van een van deze scholen naar Voorburg. Door in termijn 1 dit onderzoek uit te voeren kan er een beter perspectief gemaakt worden naar gemeente en schoolbesturen. In termijn 2 is de Maatschappelijk cluster Voorburg opgenomen als project, dit project is afhankelijk van de uitkomsten uit het eerder genoemde haalbaarheidsonderzoek. Dit geldt ook voor de volgende scholen: Misha de Vries, De Schalm en Springplank. Naast projecten en onderzoeken dient in elke termijn rekening gehouden te worden met de actualisatie van het IHP. Tabel 9 Programmering IHP Vught Schoolnaam / project
IHP Maatregel
IHP Termijn
Basisschool Het Molenven
Nieuwbouw - lopend project
Termijn 1
Basisschool De Leydraad
Uitbreiding (afh. van leerlingenontwikkeling)
Termijn 1
Maatschappelijk cluster Voorburg
Haalbaarheidsonderzoek naar school in Voorburg
Termijn 1
Integraal huisvestingsplan
Actualiseren
Basisschool De Schalm
Uitbreiding
Termijn 2
Misha de Vries
Vervangende nieuwbouw/ renovatie (afh. onderzoek Voorburg)
Termijn 2
De Koningslinde
Verwijderen tijdelijke huisvesting & functioneel maken Kwartier
Termijn 2
Gymzalen Zuiderbos
Vervangen gymzaal Zuiderbos en Reinier van Arkel
Termijn 2
Maatschappelijke cluster Voorburg
Nieuwbouw (afh. onderzoek Voorburg)
Termijn 2
Integraal huisvestingsplan
Actualiseren
Kentalis Talent D/SH
Vervangende nieuwbouw/ renovatie
Termijn 3
Kentalis Talent TOS
Vervangende nieuwbouw/ renovatie
Termijn 3
Basisschool De Springplank
Renovatie (monument) (afh. onderzoek Voorburg)
Termijn 3
Integraal huisvestingsplan Basisschool De Schalm Integraal huisvestingsplan
Referentie: 1157304-0020.2.0.
Actualiseren Vervangende nieuwbouw/ renovatie (afh. onderzoek Voorburg en uitbreiding) Actualiseren
Termijn 4
Termijn 1 (2026 - 2029)
Termijn 2 (2030 - 2033)
Termijn 3 (2034 - 2037)
Termijn 4 (2038 - 2041)
A A A A A A A A A A A A A A A A A A
A A A A A
A A A A A
A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A A
Pagina 26 van 35
6. Financiële vertaling In dit hoofdstuk worden de beschreven scenario’s voorzien van een financieel kader. Er wordt eerst ingegaan op het kwaliteitsniveau. Vervolgens wordt het financieel overzicht weergegeven.
6.1. Kwaliteit onderwijshuisvesting Passend bij de ambitie, volgend uit de bouwstenen, vormen de onderstaande aspecten de kwaliteit waar gemeente en schoolbesturen naar streven voor onderwijshuisvesting: • Wettelijk minimum (besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen Bouwbesluit 2021, inclusief BENG). • Marsh eisen: aanvullende eisen vanuit verzekering. • Aanvullende kosten Energieneutraal (ENG) schoolgebouw • Herindeelbaar gebouw: door niet-dragende wanden en ventilatie in verkeersruimten toe te passen zijn ruimtelijke- en functiewijzingen naar mogelijk. • Gevelbeeld niveau welstand: toeslag om een bouwbesluit school ingepast te krijgen binnen de bestaande omgeving, waarbij rekening is gehouden met minimale eisen vanuit Welstand. • Frisse Scholen: gemeente en schoolbesturen hebben verkend welke optimale prijs-kwaliteitverhouding er mogelijk is binnen het (landelijk) Programma van Eisen Frisse Scholen voor onderdelen zoals ventilatiecapaciteit, lichtinval, akoestiek en temperatuur. Dit draagt bij aan de gezondheid van de gebruikers (kinderen en docenten) binnen het gebouw. Uitgangspunt hierbij is het kader zoals opgenomen in bijlage I. • Duurzaam bouwen: ten aanzien van duurzaam bouwen wordt rekening gehouden met een toeslag voor waterretentie (onder bestrating) en toeslag ecologie/ natuurinclusiviteit. Deze aspecten volgen uit het gemeentelijk beleid.
• Toeslag speciaal onderwijs (doelgroep D/SH en TOS): voor de doelgroepen van het speciaal onderwijs is een toeslag voor akoestiek en toegankelijkheid opgenomen.
6.2. Kosten De bepaling van de kwaliteitsuitgangspunten leidt tot indicatieve investeringsbedragen per m² bruto vloeroppervlakte (bvo). Met behulp van de kostenconfiguratoren van HEVO zijn de geldende investeringsniveaus per vierkante meter bepaald. Deze methodiek maakt onderscheid naar type onderwijs (PO/VO/(V)SO) en gebouwgrootte (aantal leerlingen). De ervaring leert dat het kostenkengetal van een kleine school hoger ligt dan van een grote school (schaalvoordelen en aantal bouwlagen; compact bouwen). De kostenconfigurator is een actueel rekenmodel dat rekening houdt met de verschillende wet- en regelgevingen binnen de onderwijshuisvesting en ambities binnen het IHP. Deze investeringsniveaus sluiten aan bij de in paragraaf 6.1. omschreven kwaliteit. De investeringsniveaus zijn weergegeven in de tabellen 10 en 11. Tabel 10 Kostenkengetal nieuwbouw voor PO, inclusief btw, prijspeil 1 januari 2025 Primair Onderwijs 200 300
Aantal leerlingen
100
Uitganspunt bouwlagen
1
1
2
2
Norm bvo [m2]
703
1206
1709
2212
Onderdeel
400
Basiskwaliteit Kosten per vierk ante meter
Wettelijk minimum (BBL, incl. BENG)
€ 3.312 € 3.125 € 2.835 € 2.786
Marsh eisen
€
33 €
33 €
33 €
33
Energieprestatie ENG
€
131 €
130 €
109 €
107
Herindeelbaar gebouw
€
175 €
173 €
173 €
173
Gevelbeeld niveau welstand
€
108 €
96 €
103 €
97
Duurzaam bouwen
€
54 €
61 €
46 €
38
Frisse Scholen kader Gemeente Vught
€
383 €
365 €
337 €
331
Kosten per vierkante meter
€ 4.196 € 3.983 € 3.636 € 3.565
De bovengenoemde kwaliteitsuitgangspunten vormen de basis voor elk schoolgebouw en daarmee de onderbouwing voor de budgetbepaling. Het Kwaliteitskader van Ruimte OK kan worden gebruikt als leidraad voor het ontwerpteam. Toevoegingen uit dit kader leiden niet tot een hoger kengetal.
Referentie: 1157304-0020.2.0.
Pagina 27 van 35
Tabel 11 Kostenkengetal nieuwbouw voor (V)SO, inclusief btw, prijspeil 1 januari 2025 Onderwijssector
(Voortgezet) Speciaal Onderwijs (V)SO (V)SO VSO VSO
Aantal leerlingen
100
200
200
Uitganspunt bouwlagen
1
1
2
2
1250
1750
2810
3470
Norm bvo [m2] Onderdeel
en projectmanager (niet voor interne projectleider gemeente), aansluitkosten, heffingen, verzekeringen, beperkte risicoverrekening en onvoorzien. De aanvullende kosten zijn gebaseerd op een eenvoudig gebouw met een compacte gebouwvorm en een daarbij passende voorbereidings- en uitvoeringsplanning.
200
3.
Bijkomende kosten die locatie gebonden zijn, of anderszins niet vallen onder de bouwkosten en bijkomende kosten voor de realisatie van een schoolgebouw, zijn niet opgenomen in de kengetallen. Per project komen er nog diverse kosten bij, welke sterk kunnen verschillen. De kosten waarmee rekening moet worden gehouden, zijn onder andere kosten voor tijdelijke huisvesting, grondkosten, locatie gebonden kosten, kosten voor bouwrijp maken, sloopkosten en asbestsanering, interne kosten voor gemeente/schoolbestuur bijvoorbeeld voor adviezen of projectbegeleiding, kosten voor organisatorische ondersteuning, voorfinanciering kinderopvang, inrichtingskosten (losse inrichting) en verhuiskosten. Ook financieringskosten zoals rentekosten, startkosten of faseringskosten zijn niet opgenomen. Deze kosten kunnen hoog oplopen, zeker als tijdelijke huisvesting benodigd is. Gemiddeld gezien betreft het op een totaal programma van een gemeente (dus over alle schoolgebouwen berekend) 20% van de investeringskosten uit het IHP. Het kan echter zijn dat voor het ene schoolgebouw slechts 10% nodig is en het volgende schoolgebouw 50% aan extra kosten met zich meebrengt. Dit is met name afhankelijk van de noodzaak tot tijdelijke huisvesting. De bijkomende kosten zijn in dit IHP geschat op 20% per project. Per project worden deze na het IHP nader gespecificeerd en onderbouwd in de haalbaarheidsonderzoeken.
4.
Er is voor de ruimtebehoefte bij de doorrekening van de investeringskosten uitgegaan van het geprognosticeerde leerlingenaantal in 2040 (over 15 jaar) op basis van de leerlingentelling 1 oktober 2024. In de haalbaarheidsonderzoeken wordt het leerlingenaantal nogmaals herijkt en vastgesteld.
5.
Binnen de financiële vertaling zijn de verwachte indicatieve investeringskosten per periode van 4 jaar opgenomen (0-4 jaar, 5-8 jaar, 9-12 jaar en 13–16 jaar). Voor een aantal projecten kan nu al voorzien worden dat haalbaarheidsonderzoeken nodig zullen zijn. De kosten voor deze onderzoeken zijn in het IHP buiten beschouwing gelaten.
Basiskwaliteit Kosten per vierk ante meter
Wettelijk minimum (BBL, incl. BENG)
€ 3.118 € 3.059 € 2.773 € 2.733
Marsh eisen
€
33 €
33 €
33 €
33
Energieprestatie ENG
€
129 €
129 €
112 €
110
Herindeelbaar gebouw
€
175 €
174 €
174 €
173
Gevelbeeld niveau welstand
€
107 €
102 €
105 €
102
Duurzaam bouwen
€
35 €
28 €
32 €
28
Frisse Scholen kader Gemeente Vught Toeslag speciaal onderwijs (doelgroep D/SH en TOS)
€
382 €
363 €
328 €
326
€
42 €
42 €
80 €
73
Kosten per vierkante meter
€ 4.021 € 3.930 € 3.637 € 3.578
6.3. Financiële Uitgangspunten De overzichten op de volgende pagina’s tonen de investeringskosten. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1.
2.
De kostenconfigurator is gehanteerd voor het bepalen van de investeringskosten inclusief btw en prijspeil 1 januari 2025. Periodieke indexatie op basis van BDBindex als basis voor de financiële vertaling van dit IHP is noodzakelijk. Het prijsniveau is gebaseerd op de regio ‘s-Hertogenbosch. Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio. De kostenconfigurator gaat uit van normale marktomstandigheden voor wat betreft beschikbaarheid van materialen en inschrijvingen van aannemers bij projecten. In de investeringskosten zijn ook diverse honoraria en vaste aanvullende kosten opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de volgende kosten: honoraria (voor ontwerpteamleden (architect, installatieadviseur, constructeur, bouwfysicus
Referentie: 1157304-0020.2.0.
Pagina 28 van 35
6.
7.
8.
Vooralsnog is voor de investeringskosten voor iedere vernieuwings- en uitbreidingsopgave uitgegaan van nieuwbouw. In de haalbaarheidsonderzoeken zal de afweging tussen (ver)nieuwbouw en renovatie plaatsvinden en worden de daadwerkelijke kosten in beeld gebracht. Voor De springplank wordt uitgegaan van renovatie (monument) en vooralsnog gerekend met de kosten voor nieuwbouw.
6.4. Overzicht investeringskosten Onderwijs
Er wordt bij de projecten gewerkt met een voorbereidings- en investeringskrediet. Het voorbereidingskrediet wordt gebaseerd op een 5% van de geraamde investeringskosten (conform verordening). Nadat het definitieve bedrag van de bekostiging is vastgesteld, wordt bij het beschikbaar stellen van de vergoeding het al beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet in mindering gebracht op het bedrag van de vastgestelde bekostiging.
6.5. Overzicht voorfinanciering Kinderopvang
Het streven is om projecten te realiseren in de termijn waarin de projecten zijn genoemd. Indien er op projectniveau vertraging ontstaat in een of meerdere projecten, blijft het mogelijk om andere projecten parallel op te pakken.
Referentie: 1157304-0020.2.0.
In tabel 12 worden indicatieve investeringskosten inclusief btw prijspeil 1 januari 2025 (per termijn) weergegeven. Voor de projecten is aangegeven in welke termijn ze uitgevoerd worden op basis van de mate van gebouwelijke dan wel ruimtelijke urgentie. Voor basisschool het Molenven geldt dat het budget hiervan reeds beschikt is.
Daar waar nieuwbouwprojecten gerealiseerd worden, geldt dat verkend wordt of er kinderopvang nodig en/of wenselijk is. Om de vierkante meters voor kinderopvang te realiseren kunnen verschillende financieringsvormen worden toegepast. Indien de gemeente een voorfinanciering doet ten behoeve van de kinderopvang, geldt dat deze middels een kostenprijsdekkende huur wordt terugverdiend. De kostprijsdekkende huur wordt bepaald over de metrages ten behoeve van de kinderopvang. Naast een voorfinanciering vanuit de gemeente geldt dat het ook mogelijk is dat een kinderopvangorganisatie zelf investeert in haar huisvesting. De kosten voor kinderopvang worden in een businesscase inzichtelijk gemaakt.
Pagina 29 van 35
Tabel 12 Overzicht investeringskosten IHP Vught (prijspeil 1 januari 2025, incl. btw)
School Termijn 1 2026 - 2029
Basisschool Het Molenven Basisschool De Leydraad
Termijn 2 2030 - 2033
Termijn 3 2034 - 2037 Termijn 4 2038 - 2041
Gebouwmaatregel
Omvang Kengetal Stichtingskosten Bijkomende [m2 bvo o.b.v. IHP kwaliteit (IHP kwaliteit) kosten [20%] behoefte in 2040] [per m2 bvo]
Totale kosten
Nieuwbouw - krediet reeds beschikt en daarmee budget buiten beschouwing gelaten
Uitbreiding - afh. van leerlingenontwikkeling
60
€
4.196,00 €
252.000 €
Uitbreiding Vervangende nieuwbouw/ renovatie Functionele aanpassingen Vervangen gymzaal Zuiderbos & Gymzalen Zuiderbos Reinier van Arkel (2 gymzalen) Maatschappelijk cluster Voorburg Nieuwbouw (school 200 leerlingen)
157 723
€ €
4.196,00 € 4.196,00 €
659.000 € 3.034.000 €
132.000 € 791.000 607.000 € 3.641.000 P.M.
€
3.600.000 €
720.000 €
4.320.000
Basisschool De Schalm Misha de Vries De Koningslinde
n.v.t.
50.000 €
302.000
1206
€
3.983,00 €
4.803.000 €
961.000 €
5.764.000
Basisschool De Springplank Kentalis Talent TOS Kentalis Talent D/SH
Renovatie (monument) Vervangende nieuwbouw/ renovatie Vervangende nieuwbouw/ renovatie
1206 1516 1201
€ € €
3.983,00 € 4.021,00 € 4.021,00 €
4.803.000 € 6.096.000 € 4.829.000 €
961.000 € 1.219.000 € 966.000 €
5.764.000 7.315.000 5.795.000
Basisschool De Schalm
Vervangende nieuwbouw/ renovatie
2261
€
3.565,00 €
8.060.000 €
1.612.000 €
9.672.000
Totaal
Referentie: 1157304-0020.2.0.
€
36.136.000 € 7.228.000 € 43.364.000
Pagina 30 van 35
7. Vervolg IHP Bij de uitvoering van het IHP dient rekening gehouden te worden met een aantal processtappen en uitgangspunten.
7.1. Opstellen uitvoeringsagenda Na vaststelling van het IHP starten gemeente en schoolbesturen met het opstellen van een uitvoeringsagenda. Dit programma bestaat uit drie hoofdonderdelen: 1.
2.
3.
Afspraken programmaniveau: afspraken die gelden voor het gehele programma, ofwel voor alle projecten als genoemd in de eerste termijn (0 tot 5 jaar). Deze afspraken gaan over (1) het inrichten van een organisatie voor het realiseren van het uitvoeringsprogramma (2) het ontwikkelen van een financiële werkwijze voor uniformiteit tussen projecten en (3) het maken van samenwerkingsafspraken. Afspraken projectniveau: er wordt een planning gemaakt voor de volgordelijkheid van projecten. Denk aan beschikbare locaties, tijdelijke huisvesting en het bundelen van projecten op onderdelen zoals Technische en Ruimtelijk Functionele programma’s van eisen. IKC afspraken: om uniformiteit te creëren worden gezamenlijk afspraken rondom IKC-vorming, medegebruik en verhuur gemaakt. In dit gedeelte van de uitvoeringsagenda kunnen onder andere capaciteitsafspraken en huurprijzen opgenomen worden.
Daarnaast is het mogelijk om bij het opstellen van de uitvoeringsagenda andere thema’s ook nader uit te werken, bijvoorbeeld voor het nieuwkomersonderwijs en/of inclusief onderwijs.
zodat de afspraken projectniveau (zie punt 2 van par. 7.1.) verder geconcretiseerd kunnen worden. De haalbaarheidsonderzoeken hebben o.a. als doel om: • Locatiekeuze te maken; • Een keuze te maken tussen verschillende gebouwmaatregelen nieuwbouw, vernieuwbouw of renovatie; • De definitieve leerlingenaantallen per project te bepalen; • De totale kosten verder te specificeren (met name voor de bijkomende kosten); • De verbinding te leggen met doelgroepen als kinderopvang, overige maatschappelijke partners en eventueel docenten, leerlingen, ouders, bedrijven, de wijk etc. Zoals omschreven in de bouwsteen Regie wordt het haalbaarheidsonderzoek ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd. Daarna kan de bouwheer uitvoering geven aan het project (definitie-, ontwerp- en realisatiefase).
7.3. Disclaimer Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van het opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van besluit bouwwerken leefomgeving, energie-akkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.
7.2. Opstellen Haalbaarheidsonderzoeken Wanneer de uitvoeringsagenda is vastgesteld, kan worden gestart met de haalbaarheidsonderzoeken van de opgenomen projecten. In de haalbaarheidsonderzoeken worden projecten geconcretiseerd en geactualiseerd. Dit is de fase voordat een project wordt opgestart. Optioneel kan er voor worden gekozen om de haalbaarheidsonderzoeken onderdeel te maken van het uitvoeringsprogramma,
Referentie: 1157304-0020.2.0.
Pagina 31 van 35
Bijlage I: Frisse Scholen kader gemeente Vught Voor de verdere toelichting op de Frisse Scholen thema’s en eisen voor de klassen wordt verwezen naar: Programma van Eisen Frisse Scholen 2021 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/06/PvE-FrisseScholen-2021.pdf
Energie
Kwaliteitskader HEVO
Verklaring keuze
Energieprestatie
Klasse B met ENG
Vanuit klimaatdoelstelling / CO2; Energieprestatie: BENG 2=0 en BENG 3=100%.
Lucht Luchtverversering
Klasse B
Spuiventilatie
Klasse C
Zorgen voor ontwerpvrijheid, met uitleg vanuit ontwerpteam waarom klasse B niet mogelijk is. Afwijkingen per ruimte is mogelijk.
Ruimtevolume
Klasse B + vrije hoogte 3m
In ontwerp rekening houden met vrije hoogte van 3 m1 en daarmee compacte inpassing van het speellokaal.
Kwaliteit van de toevoerlucht
Klasse B
Extra aandacht voor afvalstoffen en virussen
Fijnstof
Klasse B
Let op bij locatiekeuze nieuwbouw, anders aanvullende locatie specifieke kosten.
Emissies van materialen
Klasse B=A
Vanuit gezondheid bewust gekozen voor een hogere klasse.
Emissies van apparatuur
Klasse A
Indien er sprake is van schadelijke uitstoot van de apparatuur
Schoonmaakbaarheid
Klasse C=B=A
zie ook rapport 'Naar een schone school' van VSR&OSB
Tabaksrook
Klasse C=B=A
Toiletten
Klasse C
Legionella
Klasse C=B=A
bij PO kan aandacht voor jongste kinderen wenselijk zijn
Temperatuur Operatieve temperatuur winter Klasse B Operatieve temperatuur zomer Klasse B Individuele beïnvloeding
Klasse C=B
Ventilatieve koeling
Bouwbesluit
Tocht
Klasse C
Lokaal thermisch discomfort
Klasse C
Verkennen van de mogelijkheden voor een decentrale installatie
Licht Kunstlicht
Klasse B + 400 lux
Daglicht
Klasse C
Helderheidswering
Klasse B
Individuele beïnvloeding
Klasse C
schakeling obv aanwezigheid & daglichtregeling
Geluid Geluidswering van de gevel
Klasse C=B
bij grenzend aan spoor of hoofdontsluitingsweg uitgaan van Klasse A.
Installatiegeluid
Klasse B + A in lokalen
33dB alleen in groepsruimte
Ruimteakoestiek
Klasse B
Geen akoestisch materiaal op de wanden
Klasse B + A in lokalen
Specifiek voor SO cluster 1 en 2 is toeslag van 10 euro/m2 gerekend. Uitgaande van klasse A alleen in groepsruimte
Luchtgeluidisolatie
Klasse C=B
Contactgeluidisolatie
Klasse C=B
Kwaliteitsborging Energie
Klasse C
Lucht
Klasse C=B
Temperatuur
Klasse C=B
Licht
Klasse C=B=A
Geluid
Klasse C=B=A
Aanvullende eisen op het Programma van Eisen Frisse Scholen 1.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, voorheen Bouwbesluit 2021), waaraan minimaal voldaan moet worden (wettelijk).
2. Gevelbeeld niveau welstand: esthetica is geen eis in het Bbl. Om te voldoen aan de gemiddelde welstandseisen is deze toeslag noodzakelijk.
Referentie: 1157304-0020.2.0.
3. Toekomstbestendig en flexibel: herindeelbaar gebouw (geen dragende wanden) en benutten van de verkeersruimten (ventilatie door het hele gebouw) 4. Marsh eisen: aanvullende eisen vanuit verzekering. 5. Toeslag waterretentie: 2 = midden (onder bestrating) 6. Toeslag ecologie/natuurinclusiviteit: 1 = laag (nestelvoorzieningen en ecologische beplanting)
Pagina 32 van 35
Bijlage II: Wettelijke en beleidskaders Deze bijlage gaat in op de beleidskaders die gelden voor het IHP: de wettelijke taak van gemeente en schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting en relevante ontwikkelingen. Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld. Hetzelfde geldt voor vernieuwbouw. Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), de Wet op het primair onderwijs (artikel 102), de Wet op de expertisecentra (artikel 100) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen.
De verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. Eigendom Schoolbesturen hebben het (juridisch) eigendom van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw valt het gebouw om niet terug in het juridisch eigendom van de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente het gebouw en de ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch claimrecht. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in
Referentie: 1157304-0020.2.0.
medegebruik (voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden) geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel. Verhuren is mogelijk als de gemeente daar, met inachtneming van de verordening, voorafgaand toestemming voor geeft. Kinderopvang Op 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in werking getreden. Daarbij zijn kinderopvang en peuterspeelzalen geharmoniseerd, waardoor men tegenwoordig spreekt van peuteropvang. Voor de peuteropvang is daarbij een landelijk kwaliteitskader ingevoerd dat grotendeels gelijk is aan de kinderopvang. De GGD is aangesteld als toezichthouder op de kwaliteit voor zowel de kinderopvang als peuterspeelzalen. Daarnaast is er met de invoering van de Wet OKE voor gemeenten een verplichting gekomen om voldoende aanbod vroeg- en voorschoolse educatie (VVE) te realiseren, waarbij de financiële drempels voor ouders van doelgroepkinderen zo laag mogelijk moeten zijn. Huidig stelsel De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud, aanpassing en exploitatie) vertoont tekortkomingen. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken.
Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, met als gevolg hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. Daarbij komt dat een aantal zaken, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bouwbesluit en maatschappelijk wenselijke voorzieningen waaronder op het gebied van duurzaamheid, en de voorziening renovatie/vernieuwbouw niet geregeld zijn. Wetsvoorstel stelselwijziging Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en de VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Op 9 mei 2018 is het verder uitgewerkte voorstel gepubliceerd door PO-raad, VO-raad en VNG. Het wetsvoorstel is
Pagina 33 van 35
in behandeling en de verwachting is dat het voorstel in 2026 wordt vastgesteld en in werking treedt. Parrallel daaraan is de VNG begonnen met de actualisatie van de model verordening. Daarnaast zet het ministerie van OCW zich samen met de PO-Raad, VOraad en de VNG in voor het realiseren van kwalitatief goede onderwijshuisvesting. Met het Programma Onderwijshuisvesting wordt er een integrale aanpak ontwikkeld, waarmee de versnelling en kwalitatieve verbetering van de (verouderde) huisvestingsvoorraad gerealiseerd kan worden. Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: a. De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar. b. De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet.
Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. c. Het investeringsverbod voor het PO en (V)SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de Wet op het voortgezet onderwijs. PO- en (V)SO-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren. d. De concretisering van het Huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen. Vooruitlopend op de kaders van de vigerende wetgeving streeft de gemeente ernaar mee te gaan met deze ontwikkeling.
Referentie: 1157304-0020.2.0.
Pagina 34 van 35
Colofon Uitgave: Datum:
HEVO B.V. 2 oktober 2025
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch
Burg. Roelenweg 40 8021 EW Zwolle
T 073 - 6 409 409 info@hevo.nl
T 038 - 4 258 101
www.hevo.nl ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven.
Referentie: 1157304-0020.2.0.
Pagina 35 van 35