Bijlage - Bijlagenboek bij toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan Gemeente Vught Bijlagenboek
Bestemmingsplan Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan Gemeente Vught Bijlagenboek
Rapportnummer:
P04913_bijlagen
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.0865.HVBPDistelberg-VG01
Datum:
26 maart 2025
Opdrachtgever:
Buurtschap Distelberg
Projectteam BRO:
CVe
Bron foto kaft:
BRO
Beknopte inhoud:
--
BRO Hoofdvestiging Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T +31 (0)73 208 91 55 E info@bro.nl
Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Gebiedsvisie
4
Bijlage 2
Startnotitie
38
Bijlage 3
Stikstofberekeningen
50
Bijlage 4
Ladderonderbouwing
64
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek
79
Bijlage 6
Quickscan Flora en Fauna
111
Bijlage 7
Verslag omgevingsdialoog
121
2
Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)
Bijlagen bij toelichting
Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)
3
Bijlage 1 Gebiedsvisie
4
Bestemmingsplan "Buurtschap Distelberg - Giersbergsebaan" (vastgesteld)
Gebiedsvisie Buurtschap Distelberg – Giersbergsebaan (Fazant-, Eekhoorn-, en Spechtbos) te Helvoirt
colofon
titel rapport Gebiedsvisie datum 6 oktober 2021 projectnummer P01298 opdrachtgever HV Bosbewoners Distelberg BRO Projectleider WdR Projectteam TSc bron Kaft BRO
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
Aanleiding en doel
3
2
Geschiedenis
4
3
Huidige situatie 3.1 Eigenaren / bewoners / gebruikers 3.2 Het projectgebied 3.3 NNB & Natura 2000 3.4 Bebouwing
5 5 6 7 8
4
Toekomstvisie 4.1 NNB & Natura 2000 4.2 Het landschap 4.3 Bebouwing
9 9 9 10
4.3.1 Beeld-/kwaliteitsplan
10
4.3.2 Voorstel toekomstige bouwmogelijkheden
12
4.3.3 Juridische borging
13
4.3.4 Aanvullende initiatieven
13
5
Draagvlak
14
6
Conclusie en vervolg
16
Bijlage 1 Quickscan Flora en Fauna
woensdag 6 oktober 2021
2
Aanleiding en doel Gebiedsvisie
1
Aanleiding en doel
Na ruim zestig jaar wonen in een recreatiewoning, stilzwijgend gedoogd door de voormalige gemeenten Helvoirt en Haaren, zijn de eigenaren / bewoners (die verenigd zijn in de HV Bosbewoners Distelberg), in december 2016 voor het eerst geconfronteerd met handhaving op permanente bewoning en overschrijding van bouwvolumen. Het buurtschap ‘De Distelberg’ is gelegen aan de Spechtbos, Eekhoornbos en Fazant tussen de Distelberg en de Giersbergsebaan (zie ook figuur 1 en 2).
De handhavingsacties waren voor de bewoners aanleiding om gezamenlijk en succesvol op te trekken richting de politiek in Haaren. Tijdens de raadsvergadering d.d. 26 oktober 2017 besluit de raad unaniem de handhaving op te schorten. Dit mede ingegeven door de wetenschap dat het krampachtig vasthouden aan de louter recreatieve bestemming, voor een gebied waar sinds jaar en dag gewoond wordt, een kort leven beschoren zal zijn. Later op 20 september 2018 heeft de raad van Haaren wederom unaniem ingestemd met het permanent bewonen van de recreatiewoningen, echter zouden de bewoners zelf de Provincie moeten gaan overtuigen. Naast de ruimtelijke ordening zou daarbij juist het welzijn van de bewoners centraal moeten staan!
Het overgrote deel van de bewoners wil samen met natuurinstanties werken aan een duurzame oplossing waarbij wonen in de bossen centraal staat. Dit alles met het doel om een mooie duurzame toekomst op te bouwen met gelijkheid en harmonisatie van regelgeving waarbij het huidige gebruik kan worden voortgezet. Daarvoor hebben zij in het kader van het burgerinitiatief een subsidie ontvangen van de voormalige gemeente Haarenvoor het gebruiken van externe expertise (bureau BRO uit Boxtel) om te onderzoeken of de feitelijke situatie gelegaliseerd kan worden zodat permanent wonen toegestaan is met daarbij een upgrading van het gehele gebied. Bij dat onderzoek, om te komen tot een duurzame oplossing voor dit gebied, zijn ook de omwonenden en andere stakeholders betrokken. De resultaten zijn verwerkt in deze gebiedsvisie. Een duurzame en houdbare toekomst voor dit Distelbergse buurtschap!
Figuur 2: Buurtschap ‘De Distelberg’ meer in detail Figuur 1: Topografische kaart met ligging van buurtschap ‘De Distelberg’ (rood omkaderd)
woensdag 6 oktober 2021
3
2 Geschiedenis Gebiedsvisie
2
Geschiedenis
De geschiedenis van het Fazant-, Eekhoorn- en Spechtbos gaat terug tot de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het bos bestond toen uitsluitend uit dennen, die in de jaren dertig van de vorige eeuw waren geplant ten behoeve van de mijnbouw. Dit was een werkverschaffingsproject gedurende die crisis. Vanwege een toenemende behoefte aan recreatie gaf de toenmalige gemeente Helvoirt1 in de jaren vijftig bospercelen in erfpacht uit aan particulieren en bedrijven om er zomerhuisjes op te bouwen voor recreatieve doeleinden. Er werd vooral gerecreëerd in de zomers en in de weekenden. In de loop der tijd ontdekte de arbeider ook andere betaalbare vakantiebestemmingen zoals de Spaanse kusten en werd het animo om in de Brabantse bossen te recreëren kleiner. Daarom verkochten bedrijven die huisjes tot die tijd in eigendom ook aan particulieren. De wanden van de huisjes werden geïsoleerd en petroleumkachels geplaatst zodat er ook in de winter genoten kon worden van het verblijf in het bos. In de jaren tachtig startte de toenmalige gemeente Helvoirt met de verkoop van de percelen waarop de recreatiewoningen gebouwd waren en werden de eigenaren verplicht de riolering aan te sluiten op het gemeenteriool. De provinciale taxateur ir. Claassen was in zijn taxatie van de 23e november 1983 al vooruitziend door te stellen dat continue-bewoning in dit gebied aannemelijk was.
De uiteindelijke aankoopprijs is ook gebaseerd op deze taxatie. Begin jaren negentig werd i.o.v. de HV Bosbewoners Distelberg het distributienetwerk voor aardgasaangelegd. Ook gingen er steeds meer eigenaren permanent wonen, menigeen verbeterde het wooncomfort van de woning waarbij de veiligheid- en isolatie normen niet werden vergeten,
1
anderen gingen over tot sloop van het houten huisje met herbouw/nieuwbouw in steen of in natuurlijke materialen. Daarbij werd ook de biodiversiteit op het bosperceel niet vergeten. De oorspronkelijk kleine houten recreatiewoningen zijn veranderd in woningen met moderne voorzieningen!
Spechtbos 3: Oude situatie 1956.
Spechtbos 12: Oude situatie 1955.
Spechtbos 3: nieuwe situatie 2019
Spechtbos 12: Nieuwe situatie 2018
Tot 1 januari 1996 lag het buurtschap in de gemeente Helvoirt. Daarna werd het onderdeel van de gemeente Haaren en vanaf 1 januari 2021 behoort het tot het grondgebied van de gemeente Vught
woensdag 6 oktober 2021
4
3 Huidige situatie Gebiedsvisie
3
Huidige situatie
3.1
Eigenaren / bewoners / gebruikers
In en rondom het gebied wordt in de praktijk al meer dan zestig jaar in goede harmonie gewoond, gewerkt en gerecreeerd. Velen wonen er al meerdere decennia permanent en betalen al die jaren ook de belastingen en heffingen die iedere inwoner van Helvoirt verplicht is te betalen. De bewoners werd door de gemeente geen beperking opgelegd bij het inschrijven in het GBA en werden zelfs tot ca. 2016 bij brief hartelijk verwelkomd. Diverse woningen zijn door vererving al 60 jaar of langer in eigendom van een en dezelfde familie en velen die er al decennia lang wonen zijn verknocht aan deze bosrijke omgeving en hebben een sociaal- en economische verbondenheid met Helvoirt en veelal ook Cromvoirt. De nieuwe bewoners worden tijdens de jaarlijkse buurtborrel verwelkomd. Zij kunnen dan kennis maken met de “bosbewoners” en ook met de bewoners uit de nabije omgeving. Menigeen voert door zijn aanwezigheid en betrokkenheid met de buurt sociale controle uit, een noodzakelijke toezichthoudende functie naar de kostbare natuur. Sommigen zijn zelfs in volle overtuiging vrijwilliger bij natuurorganisaties en anderen komen na een dagelijkse wandeling met zwerfvuil thuis. Lieden met verkeerde bedoelingen worden aangesproken en bij werkelijk onraad (geluidsoverlast, kampvuren, crossen) worden de gezagsdragers op de hoogte gesteld. In het zomers vaak droge gebied is veel zorg voor preventie m.b.t.
roken en open vuur. Ook tijdens herdenkingen die gehouden worden bij het oorlogsmonument in het gebied zijn de bewoners present.
woensdag 6 oktober 2021
Figuur 5: Buurtschap (binnen de witte stippellijn) met voormalige recreatiewoningen rondom Duinoord.
De hechte gemeenschap met liefde voor de natuurlijke omgeving moet de basis zijn voor deze gebiedsvisie, de transformatie tot een optimale symbiose tussen mens en natuur! Het buurtschap met de tot wonen bestemde voormalige recreatiewoningen rondom het recreatieoord Duinoord (gehucht Distelberg) omvat totaal 53 eenheden (zie ook figuur 5).
Hieronder is aangegeven hoeveel eenheden permanent bewoond dan wel recreatief gebruikt worden. Ook is te zien hoeveel van de permanent bewoonde eenheden een woonbestemming hebben (zie ook figuur 6; de gele percelen hebben een woonbestemming) dan wel een persoonsgebonden beschikking (PGB): Recreatief gebruik (geen verhuur, maar 2e woning): 10 eenheden 19 % Permanent bewoond met een woonbestemming of PGB: 28 eenheden 53 % Permanent bewoond zonder woonbestemming of PGB: 15 eenheden 28 % Totaal 53 eenheden 100 % In dit gehele gebied is thans effectief nog slechts sprake van 19 % recreatie, door de eigenaar zelf (2e woning). Recreatieve kortstondige verhuur is nergens meer aan de orde, de moderne vakantieganger heeft immers anno 2020 hogere eisen. Meer dan 50% van de woningen hebben een woonbestemming dan wel hebben de bewoners een persoonsgebonden beschikking (PGB), waarmee permanente bewoning van hun recreatiewoning gedoogd wordt.
5
3 Huidige situatie Gebiedsvisie
Wel zijn er in die periode enkele woningen, na verkoop, weer voor recreatief gebruik aangewend. Uiteindelijk zijn er nu dus 29 woningen permanent bewoond.
3.2
Het projectgebied
Het projectgebied is gelegen tussen Distelberg en de Giersbergsebaan op afstanden tot de dorpskernen Cromvoirt en Helvoirt van respectievelijk 1,0 en 2,6 km (zie ook figuren 1 en 2) De wegen Spechtbos, Eekhoornbos en Fazantbos lopen van noord naar zuid door het gebied. Het kleinschalige terrein wordt daarom ook wel Fazant-, Eekhoorn- en Spechtbos genoemd. Het gebied ligt in de bosrand, ten noorden en ten oosten overgaand in landbouwgebied. Aan de zuid/oostzijde grenst het gebied aan het gehucht Distelberg. Ten zuiden en westen ligt natuurgebied.
Figuur 6: Uitsnede uit vastgesteld bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2020’
In het verleden zijn negen recreatiewoningen rondom Duinoord al bestemd tot permanente bewoning. Als we inzoomen op de buurtschap zelf dan laat het onderstaande overzicht zien wat het gebruik en bestemming is van de 39 aanwezige woningen: Recreatief gebruik (geen verhuur, maar 2e woning): 10 eenheden 26 % Permanent bewoond met een woonbestemming (2) of PGB (12): totaal 14 eenheden 36 %
woensdag 6 oktober 2021
Permanent bewoond zonder woonbestemming of PGB: 15 eenheden 38 % Totaal 39 eenheden 100 % Nog maar 26 % van de woningen wordt gebruikt voor recreatie. 74% wordt permanent bewoond al dan niet met een woonbestemming dan wel een PGB. 27 woningen werden al voor 2000 permanent bewoond. 11 woningen daarvan werden al voor al voor 1985 bewoond (van een 1 woning kan met zekerheid gesteld worden dat dat al vanaf 1959 het geval was). 8 woningen werden permanent bewoond in de periode 2000-2010. Na 2010 zijn er geen woningen meer bijgekomen die permanent bewoond werden.
Het gebied is volledig openbaar toegankelijk en functioneert in feite als een normale woonwijk. Het ontbreekt van begin af aan, aan recreatieve voorzieningen. Bij een rondgang in het prachtige gebied wordt dit bevestigd. De woningen hebben een eigen huisnummer met postcode en de percelen grenzen aan half verharde 10 meter brede wegen die openbaar gebied zijn en aansluiten op de geasfalteerde Distelberg en Giersbergsebaan. De woningen zijn vrijstaand en liggen verspreid door het bos aan één van de drie wegen die het bos doorkruizen. Alle woningen zijn aangesloten op water, elektriciteit, aardgas, riolering en glasvezel. Het projectgebied omvat 39 stuks vrijstaande woningen welke nagenoeg in het midden van de grote bospercelen zijn gesitueerd zonder enige regelmaat in positie. Dat losse patroon wordt nogmaals versterkt door steeds wisselende woningtypes. Elke woning heeft een eigen uitstraling door de specifieke situering in het gebied.
6
3 Huidige situatie Gebiedsvisie
Het gebied is uniek, ontstaan begin jaren 50 van de vorige eeuw, kleinschalig (slechts 39 woningen) en geheel openbaar, het enige in Brabant waar het wonen na al die jaren nog steeds niet gelegaliseerd is! Het oppervlak van de percelen varieert van 1345 m2 tot 3060 m2, met een gemiddelde kavelgrootte van 1850 m2.
3.3
NNB & Natura 2000
Het bos bestond oorspronkelijk alleen uit dennen, die in de jaren dertig van de vorige eeuw waren geplant ten behoeve van de mijnbouw. Dit was een werkverschaffingsproject gedurende die crisis. Vanaf 1983 plantten de bewoners steeds vaker loofbeplanting aan rond hun woningen en ontstonden op de percelen diverse bostuinen zoals deze tegenwoordig nog aanwezig zijn. Bijna dertig jaar geleden is het gebied bestempeld als EHS gebied (Ecologische Hoofdstructuur), zonder dat hieraan enig veldwerk ten grondslag had gelegen anders dan zgn. “helikopterview “ en zonder de eigenaren / bewoners hiervan in kennis te stellen. Dit wordt bevestigd door een het feit dat het perceel Fazantbos 12, een voormalig weiland i.p.v. bos uitgezonderd werd. De voormalige “cultuurgrond” met dennenteelt in vaste coördinaten van 3 x 3 meter - door de bewoners zelf getransformeerd tot een gevarieerd bosrijk gebied (aangelegen aan een nationaal park) - kreeg zo ongemerkt en geruisloos een wezenlijk andere status.
naar “wonen”. Daarbij van belang is dat vanaf begin jaren negentig tot op de dag van vandaag noch gemeente, noch provincie en noch natuurorganisaties richting eigenaren / bewoners actie hebben ondernomen met natuurontwikkeling als doel. Ook de omzetting van EHS naar NNB (opname in het Natuurnetwerk Brabant) heeft onder de radar plaatsgevonden. De bewoners, die veelal natuurliefhebbers zijn, hebben echter zelf bijgedragen aan het in stand houden en gevarieerder maken van het bos. Op 1 november 2019 is door
Groot voordeel boven een recreatieve bestemming is dat bij permanente bewoning er geen sprake is van steeds weer wisselende gasten, die meer verkeersbewegingen veroorzaken en meer bezoek binnen het Natura-2000 gebied veroorzaken.
Figuur 7: Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gear-
In figuur 7 is de ligging van het plangebied (rood omrand) ten opzichte van de natuurgebieden weergegeven.
ceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
In het ontwerp Natuurbeleidsplan Noord Brabant (1992) is het gebied opgenomen als “recreatie-woonverblijventerrein”. Bij de grondverkoop door de toenmalige gemeente Helvoirt (1983) schreef de provinciale taxateur ir. Claassen bij de waardebepaling m2-prijs dat continu-bewoning op termijn aannemelijk was. Dit heeft in de opvolgende jaren geleid tot diverse woningen rondom het recreatieoord Duinoord, Giersbergsebaan en Fazantbos, welke allen zijn (her) bestemd
woensdag 6 oktober 2021
BRO een quickscan naar flora en fauna uitgevoerd, waaruit blijkt dat het omzetten van recreatie naar wonen in het gebied geen nadelige gevolgen heeft voor beschermde dier en plantensoorten. Deze quickscan is als bijlage 1 bij deze visie gevoegd. De woningen worden nu al grotendeels permanent bewoond.
Het NNB-gebied (groen) vormt een buffer tussen het Natura 2000 (rood gearceerd) met NNB (groen) gebied “Loonse en Drunense Duinen” en Distelberg (een weg met intensief verkeer) en de achtergelegen agrarische gronden.
7
3 Huidige situatie Gebiedsvisie
3.4
Bebouwing
Het totaal bebouwde deel met woningen van het 71.645 m2 grote gebied betreft 3214 m2 (4,5%) met een gemiddeld bebouwd oppervlak per woning van 82 m2. In totaal zijn er 39 woningen aanwezig in het plangebied (waarvan 2 woningen al een woonbestemming hebben). Het betreft allemaal solitaire woningen, waarvoor eerst de gemeente Helvoirt en daarna de gemeente Haaren ook vergunningen heeft verleend, Niet alleen voor de woningen zelf, maar ook voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen/carports en kappen van veel dennenbomen. Door een weeffout in het bestemmingsplan was het in de periode vanaf 2009 tot 2014 mogelijk om vergunningsvrij overkappingen te bouwen. Enkele eigenaren hebben daar ook gebruik van gemaakt.
m2 (4.2 %) met een gemiddeld oppervlak aan bijgebouwen per woning van 76,8 m2. De bijgebouwen, overkappingen en carports, nogal opvallend in hun verscheidenheid in vorm/uitstraling als ook de positionering, staan verspreid gesitueerd op de percelen. Het totaal oppervlak aan bijgebouwen verschilt aanmerkelijk per perceel met uitersten van 8 tot 211 m2 en zijn veelal in hout opgetrokken.
Kenmerkend is de verscheidenheid in vorm/uitstraling als ook de positionering van de woningen. Zij slingeren zich op een natuurlijke wijze door het gebied en staan door de grote percelen ver uiteen. Dat losse patroon wordt nogmaals versterkt door steeds wisselende woningtypes. Elke woning heeft een eigen identiteit door de specifieke situering in het bosrijke landschap. De woningen verschillen dus aanmerkelijk in uitvoering/grootte met uitersten van 40 tot 124 m2. De woningen zijn veelal in hout opgetrokken, maar ook is sprake van enkele stenen woningen. De inhoud van de bestaande woningen bedraagt gemiddeld 283 m3, met enkele uitschieters waarbij de woningen een inhoud hebben van om en nabij de 375 m3. Ook hebben 10 woningen een kelder. Het totaal bebouwde deel met bijgebouwen, overkappingen en carports e.d. van het 71.645 m2 grote gebied betreft 2996
woensdag 6 oktober 2021
8
4 Toekomstvisie Gebiedsvisie
4
Toekomstvisie
“De huidige dynamiek van wonen en recreëren samen met de landschappelijke kwaliteit op een positieve wijze met elkaar verbinden, zodat veranderingsprocessen in het landelijk en bosrijke gebied op een eenvoudige en bijna natuurlijke wijze bijdragen aan een duurzame ruimtelijke kwaliteit en diversiteit.”
4.1
NNB & Natura 2000
Voor de bewoners, die veelal natuurliefhebbers zijn en die bijgedragen hebben aan het in stand houden en gevarieerder maken van het bos hoeft die NNB status niet gewijzigd te worden. De bewoners willen alleen een permanente woonstatus voor hun woningen. Het is een utopie te denken dat het gebied ooit nog eens vrijgemaakt wordt van bebouwing en in eigendom overgedragen wordt aan een natuurorganisatie om het gebied toe te voegen aan de Loonse & Drunense Duinen. De bewoners voelen zich uitgedaagd om de biodiversiteit in het gebied zelf verder uit te bouwen. Dat willen zij graag doen in nauw overleg met deskundigen op dit gebied binnen de gemeente, de provincie en natuurorganisaties.
4.2
Het landschap
Kenmerkend voor het gebied zijn de vele volgroeide dennenbomen. Deze bomen, die in het gebied thuishoren doch in mindere mate dan thans het geval, dienen (indien kap nodig is) vervangen te worden door inheemse beplanting. Te allen tijde zal minimaal sprake moeten zijn van 60% begroeiing van de perceel oppervlakten. Uitgaande van een gemiddeld perceel oppervlak van 1850 m2 betekent dat 1.110 m2 per perceel.
woensdag 6 oktober 2021
Figuur 8: Overzicht struweelzones
De bestaande waardevolle landschappelijke kwaliteiten blijven gehandhaafd en worden aangevuld met passende elementen die dienen als basis voor het landschapsontwerp. De bestaande kwaliteiten zijn bijvoorbeeld monumentale eiken op de perceelsgrenzen, landelijke halfverharde brede wegen en veel groen in de vorm van bosschages. De bewoners zelf denken niet alleen aan het versterken van het groen op eigen terrein door het voor begroeiing bestemde gedeelte van het perceel, in te richten volgens een
uit te werken biodiversiteitsplan, maar ook door het aanleggen van een groenzone. Een lommerrijke struweel zone aan de wegzijde van het perceel gelegen op zowel eigen terrein maar ook in de stroken gelegen tussen de betreffende percelen en de zandwegen. Dit met handhaving van de aanwezige bomen. De 6m1 brede struweelzone versterkt de lommerrijke zandwegen, dient als Noord – Zuid passage voor de fauna (zie quickscan Flora en Fauna) en onttrekt geparkeerde voertuigen uit het zicht (zie ook de figuren 8 en 9).
9
4 Toekomstvisie Gebiedsvisie
Figuur 10: Uitsnede uit de Cultuurhistorische waardenkaart van Noord-Brabant
Het buurtschap wordt zo steeds meer een resultante van de geschiedenis van bewoning en gebruik van dit bijzondere gebied: via bebossing (werkgelegenheidsproject in de jaren ’30) en verblijfsrecreatie naar permanente bewoning (kleinschalig) in een gevarieerd bosrijk gebied.
Figuur 9: Doorsnede struweelzone
Ze willen een en ander graag uitwerken in samenwerking met de landschapsarchitecten van de gemeente en provincie.
ale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) zijn de lijnstructuren rondom het projectgebied als waardevol beschouwd (zie ook figuur 10).
De beoogde aanpak van de bewoners is in lijn met het beleid van de provincie gericht op behouden en versterken van cultuurhistorische waarden in het gebied. Volgens de provinci-
De lijnstructuren worden niet aangetast. De plannen van de bewoners van het projectgebied zorgen juist voor een behoud en versterking van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van dit gebied.
2
4.3
Bebouwing
4.3.1
Beeld-/kwaliteitsplan
Kwaliteit, comfort en nederigheid ten opzichte van de natuur, zijn hierin leidend. Het geheel moet een timide, ingetogen verschijningsvorm hebben. Het omvormen van het gebied naar een villawijk is absoluut niet de bedoeling2. De eigenschappen en de uitstraling van de woningen of de afzonderlijke gebouwen op de boomrijke percelen wordt bepaald door inbedding in de bosrijke omgeving (wonen in het bos), de beplanting op de kavels en de aanleg van stroken ter breedte van 6 meter (struweelgrenzen) langs de lommerrijke zandwegen.
Onderstaande wensbeelden hebben betrekking op de 37 recreatiewoningen, die nu nog geen woonbestemming hebben. De twee woningen met een woonbestemming aan de Fazantbos 10 en 11 behouden natuurlijk hun (bouw)rechten zoals in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied is opgenomen.
woensdag 6 oktober 2021
10
4 Toekomstvisie Gebiedsvisie
Woningen De woningen liggen in een los patroon verspreid gesitueerd over de percelen. Deze karakteristieke situering blijft in de ogen van de bewoners gehandhaafd. De bestaande woningen zijn bepalend voor de ligging van de bouwblokken. De woningen lijken zo “te gast” in de natuur. De woningen dienen daarom ingetogen te zijn en op te gaan in de omgeving. Insteek zijn daarom woningen bestaande uit een bouwlaag met kap en een kleurstelling, die is aangepast aan de natuurlijke omgeving. Dit is vertaald in het criterium: gedekte
kleur. Glanzend materiaal is niet toegestaan vanwege het aspect ingetogenheid. Het materiaal voor de dakbedekking is natuurlijk of gelijkend aan natuurlijk. (Gebakken pannen, lei, riet, sedum of zink.)
kleurstelling is verplicht. Daarnaast kent elke woning een eigen hoofdvorm. die in verschijningsvorm lijkt op de overige woningen, maar niet identiek behoeft te zijn. Alle woningen moeten een duidelijke onderlinge verwantschap krijgen zonder dat ze allemaal precies gelijk zijn.
De gevels worden als een geheel (van maaiveld tot dak ) opgetrokken uit natuurlijke materialen. Het materiaal gebruik is natuursteen, donkere gebakken materialen of hout, dit alles in een gedekte kleurstelling. Het geheel dient een robuuste uitstraling te krijgen. De gevelopeningen/glasvlakken en de aansluiting van de gevel op het maaiveld maken onderdeel uit van de architectuur van de woning.
Bijgebouwen Het bijgebouw dient ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw/woning. De te gebruiken materialen zijn identiek aan de voorgeschreven materialen bij de woning.
De detaillering van de woning moet hoogwaardig zijn, de materialen op elkaar afgestemd en bij voorkeur worden circulaire materialen gebruikt. Van de daken is de nokrichting vrij. Het dakvlak moet bestaan uit één geheel en wordt uitgevoerd in een donkere
woensdag 6 oktober 2021
11
4 Toekomstvisie Gebiedsvisie
Erfafscheiding De erfafscheiding aan de voorzijde van het perceel dient gesitueerd te worden achter de aanwezige struweelzone en te bestaan uit natuurlijke materialen, zoveel mogelijk door bosschage of lage hagen omkleed. De overige erfafscheidingen mogen niet als gesloten schuttingen worden uitgevoerd. Ieder perceel kent slechts een erftoegang / inrit.
De toegangspoort moet evenals de erfafscheiding achter de struweelgrens gesitueerd worden en open en doorzichtig worden uitgevoerd.
moeten worden door de gemeente Vught. In dat kader zal er ook landschappelijk inpassingsplan moeten komen. Daarin kan het voorgaande in worden geborgd..
Parkeervoorziening De parkeervoorziening moet zijn gemaakt van natuurlijke materialen (ecologisch parkeren) als houtsnippers, honingraattegels (van gerecycled kunststof) of grastegels
4.3.2
Voorstel toekomstige bouwmogelijkheden
Woningen Herbouw c.q nieuwbouw na sloop moet plaatsvinden op de “bestaande situatie’. Wat betreft de bewoners behoeft de inhoud van de woning niet meer te bedragen dan 375 m3, de goothoogte niet meer dan 3 m1 en de nokhoogte niet meer dan 6,5 m1 met een dakhelling van max. 55 graden. De maximale inhoud van 375 m3 3 is gebaseerd op het feit, dat er al meerdere woningen van deze omvang in het buurtschap zijn die prima blijken te passen in het gewenste beeld van de bewoners van dit gebied (kleinschalig wonen passend in een natuurlijke omgeving). Verder denken de bewoners dat deze omvang het mogelijk maakt te kunnen bouwen conform het bouwbesluit. Bijgebouwen / carports Wat betreft de bijgebouwen hebben de bewoners het volgende voor ogen.
Het hierboven geschetste beeld beschouwen de bewoners als de een inspiratiebron voor iedereen die bij wil dragen aan de karakteristieke kwaliteiten van het Distelbergse buurtschap. Als er een akkoord is over het toestaan van permanent wonen in het buurtschap zal een ruimtelijke procedure gevolgd 3
Per perceel is slechts 1 bijgebouw toegestaan met een maximale goothoogte van 3 m1 en een maximale nokhoogte van 4.5 m1 met een dakhelling van max. 55 graden. In het nieuwe bestemmingsplan buitengebied geldt voor woningen in het buitengebied een maximale oppervlakte van 100 m2 voor bijbehorende bouwwerken. Om het kleinschalige karakter van het buurtschap te waarborgen is dit niet de wens van de bewoners. Zij denken aan bijgebouwen tot een maxi-
Dit is ver onder de maximale inhoudsmaat van 750 m3 voor woningen in het buitengebied conform het recent vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2020
woensdag 6 oktober 2021
12
4 Toekomstvisie Gebiedsvisie
maal volume van 100 m3. Het bijgebouw moet op het achtererfgebied gerealiseerd worden op ten minste 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw/de woning. Per perceel is slechts 1 overkapping / carport (zonder wanden) toegestaan met een oppervlak van maximaal 30 m2 met een dakrand hoogte van maximaal 3 m1 en voorzien van een platdak / dak met een dakhelling van maximaal 5 graden. Deze carport mag voor de voorgevelrooilijn van de woning gesitueerd worden maar achter de struweelzone. Per perceel mag maximaal 40% van het oppervlak worden aangewend voor bebouwing, tuin, open verharding, parkeervoorziening e.d. Erfafscheidingen De erfafscheiding gelegen aan de voorzijde van het perceel (op de achterste struweelgrens) mag maximaal 1,5 m1 hoog zijn. De inrit/poort heeft een maximale breedte van 3,75 m1. De toegangspoorten moet op of achter de achterste struweelgrens gesitueerd worden. De maximale hoogte van zo’n toegangspoort is 1,50 m1. Parkeren Op ieder adres dient de mogelijkheid aanwezig te zijn tot het parkeren van 2 stuks personenwagens. Hiermee wordt tevens voldaan aan de geldende parkeernormen voor een vrijstaande woning conform het parkeerbeleid van de voormalige gemeente Haaren (Parkeerbeleid en Parkeernota 20132022) en ook aan het parkeerbeleid van de gemeente Vught. Deze parkeervoorziening moet achter de struweelzone gesitueerd zijn.
Ondergronds bouwen Op plaatsen waar hoofdgebouwen- en bijbehorende bouwwerken bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag
woensdag 6 oktober 2021
eveneens ondergronds gebouwd worden en direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd. Onder voorwaarden kan hiervan worden afgeweken. 4.3.3
Juridische borging
De bewoners achten het van groot belang dat hun toekomstbeeld ook duidelijk juridisch geborgd wordt. Dan is er duidelijkheid voor alle bewoners wat wel en niet kan. Ook krijgen derde belanghebbenden zoals natuurorganisaties dan het vertrouwen dat er echt een natuur inclusieve kleinschalige woonbuurt ontstaat. Met de voorgestelde grotere volumes van de woningen en bijgebouwen wordt het merendeel van de bestaande bebouwing waarvoor geen geldende vergunning is afgegeven gelegaliseerd. Mocht in een enkel geval nog steeds sprake zijn van overschrijding dan zullen hierover goede afspraken gemaakt moeten worden.
4.3.4
Aanvullende initiatieven
De bewoners van het buurtschap de Distelberg willen voor hun gebied de huidige dynamiek van wonen en recreëren samen met de landschappelijke kwaliteit op een positieve wijze met elkaar verbinden zodat veranderingsprocessen in het landelijk en bosrijke gebied op een liefst eenvoudige en bijna natuurlijke wijze bijdragen aan een duurzame ruimtelijke kwaliteit en diversiteit. Naast zoveel als mogelijk energieneutraal bouwen en het gebruik van circulaire materialen is natuurinclusief bouwen en wonen een van de randvoorwaarden. Samen zijn zij gekomen tot een reeks van mogelijke initiatieven welke in bijlage 2 terug te vinden zijn.
Dit geldt ook voor het vergunningsvrije bouwen. BRO heeft voor een vergelijkbare situatie in de provincie Overijssel een bestemmingsplan gemaakt, dat vergunningsvrij bouwen zoveel mogelijk uitsluit. Dit plan is inmiddels onherroepelijk en is te zien op ruimtelijkeplannen.nl onder NL. IMRO.0177.BP20170007-VG01. De bewoners hebben een dergelijke regeling voor ogen als het gaat om hun buurtschap. Tenslotte: de vereniging wil de verplichting op zich nemen om bij toekomstig handelen in strijd met de regels de overtreder daar direct op aan te spreken. Ruimere, maar strakke regels en deze inspanningsverplichting zullen bijdragen aan het voorkomen van excessen.
13
5 Draagvlak Gebiedsvisie
5
Draagvlak
Er is door de HV Bosbewoners Distelberg en BRO onderzoek gedaan naar het draagvlak voor de gewenste omzetting van recreatie naar wonen bij stakeholders. Er heeft overleg plaatsgevonden met de burgemeester van Vught. Hij gaf aan dat de gemeente – onder de voorwaarde dat er sprake is van ‘kleinschalig bouwen in de natuur’- geen principiële bezwaren heeft tegen de beoogde wijziging van de bestemming gelet op de bijzondere historische situatie van het buurtschap, dat een natuurinclusieve woongemeenschap wil zijn. Als de provincie akkoord gaat zullen nadere afspraken gemaakt moeten worden over de voorwaarden voor het omzetten van de recreatieve bestemming naar een woonbestemming. Het gaat dan om bijvoorbeeld de maximale bouwmogelijkheden van de woningen in het buurtschap. Mede op advies van de burgermeester is de Gebiedsvisie verzonden naar gedeputeerde Ronnes met het verzoek zich te willen uitspreken over de wens van het buurtschap om permanente bewoning te legaliseren. Via zijn ambtenaren hebben we de volgende reactie gekregen: Wij waarderen de wijze waarop de vereniging HV bewoners Distelberg de zoektocht naar een duurzame oplossing voor het buurtschap heeft opgepakt. Wij constateren dat van een echt vakantiepark nooit of nauwelijks sprake is geweest.
In de visie zijn de kwaliteiten van het gebied benadrukt en het geeft inzicht in de manier waarop de aanwezige kwaliteiten kunnen worden versterkt. Met de verdere uitwerking van de gebiedsvisie kunnen wij ons ook voorstellen dat een vorm van permanente bewoning mogelijk wordt gemaakt. Wij vragen daarbij wel aandacht voor de borging
woensdag 6 oktober 2021
van de manier van wonen in het buurtschap. Juist om te voorkomen dat er een villawijk ontstaat en de kwaliteitsimpulsen die in de visie genoemd worden ook in de toekomst geborgd blijven. Uiteraard blijft de gemeente het eerste aanspreekpunt als het gaat om het toekennen van de bestemmingen en planprocedures.
dan recreatiewoningen. Aan deze ‘ja’ wordt de ‘mits’ toegevoegd, dat er dan wel duidelijke bestemmingsregels moeten komen, die het natuurlijke (bos)karakter van het buurtschap veiligstellen. Deze regels dienen ook te worden nageleefd en gehandhaafd.
Uit het coalitieakkoord (zie ook hoofdstuk 1) blijkt dat het huidige college (onder voorwaarden) bereid is mee te werken aan het omzetten van de recreatieve bestemming naar een woonbestemming met behoud van de natuurlijke waarden.
Uit een overleg met Natuurmonumenten blijkt dat deze vereniging het liefst ziet, dat het gebied met recreatiewoningen teruggegeven wordt aan de natuur. Natuurmonumenten heeft geen vertrouwen in handhaving door overheden en ook niet in dit burgerinitiatief hoe goed ook allemaal bedoeld: “Links om of rechtsom het wordt op termijn een villawijk”. Voor Natuurmonumenten zijn de argumenten als het beperken van uitbreidingsmogelijkheden om te bouwen, minder overlast voor de natuur en het verduurzamen / versterken van de natuur ter plaatse geen reden om in te stemmen met een omzetting van recreatie naar wonen Zij geven aan dat dit standpunt misschien kan worden heroverwogen als de villawijk ruim wordt gecompenseerd. Daarbij wordt gedacht aan het omzetten van circa 40 ha landbouwgrond naar bos. Hier is dus sprake van een ‘Nee, tenzij’.
Alle politieke partijen hadden al voor de totstandkoming van de huidige coalitie aangegeven positief te staan tegenover de gewenste wijziging naar ‘wonen’ onder de voorwaarde dat de bebouwing kleinschalig blijft ingebed in de natuur.
Omwonenden zijn benaderd. Zij hebben geen bezwaren als alleen kleinschalige bebouwing maar uitgangspunt is en het karakter van het gebied (boswoningen in het bos), de natuur en het groen behouden blijven.
Dus de provincie Noord-Brabant en de gemeente Vught kunnen in principe instemmen met het initiatief: hier is sprake van een ja, mits.
Het nabijgelegen bedrijf Gubbels Grondverzet BV en Duinoord hebben aangegeven op zich geen bezwaren te hebben.
Als provincie zijn wij graag bereid om samen met gemeente, vereniging, maar wellicht ook met andere stakeholders te kijken op welke manier de waarden in het buurtschap kunnen worden versterkt en geborgd, waarbij ook wonen een onderdeel vormt.
Samengevat kan de provincie dus (onder voorwaarden) instemmen met een permanente woonfunctie in het buurtschap.
Dit geldt ook voor de beleidsgroep van de Stichting Natuuren milieugroep Vught. Mede op basis van de quickscan flora en fauna wordt de steun uitgesproken voor de gedachte dat een permanente woonbestemming beter is voor de natuur
14
5 Draagvlak Gebiedsvisie
Samengevat: Er is een zeer breed draagvlak voor de wens van de HV om de recreatiewoningen om te zetten naar permanente bewoning. Alleen Natuurmonumenten kan pas akkoord gaan na een ruimhartige compensatie. Maar wellicht krijgt ook deze vereniging vertrouwen in de planvorming na het lezen van deze gebiedsvisie met de talrijke, voor de bewoners meer realistische, significante verbeteringen voor (de gewaardeerde) flora en fauna.
woensdag 6 oktober 2021
15
6 Conclusie en vervolg Gebiedsvisie
6
Conclusie en vervolg
Met deze gebiedsvisie hebben de bewoners hun ideeën en ambities kenbaar gemaakt om hun kleinschalige natuur-inclusieve woongemeenschap te behouden en te versterken. De bewoners geven het zo weer: ”Wij denken met deze veelheid aan aanpassingen, binnen onze financiële mogelijkheden, een significante verbetering te kunnen bewerkstelligen voor ons en onze prachtige woon- en verblijf omgeving. We weten dat we uniek zijn. Op alle vergelijkbare terreinen in Brabant met alleen recreatiewoningen is het permanent wonen al (lang geleden) gelegaliseerd. Alleen in onze buurtschap is dat nog steeds niet gebeurd. We willen een toekomst die ons buurtschap nog meer uniek maakt, een natuur-inclusieve woongemeenschap”. Noodzakelijke voorwaarde is dat het juridisch wordt toegestaan het buurtschap permanent te bewonen. Daar is breed draagvlak voor bij stakeholders. De provincie kan (onder voorwaarden) instemmen met een omzetting naar wonen. En dat geldt ook voor de gemeente Vught. Deze gebiedsvisie is wat ons betreft dan ook de start van een samen met u te doorlopen noodzakelijke ruimtelijke procedure als nadere uitwerking van uw coalitieakkoord.
woensdag 6 oktober 2021
16
Bijlage 1 Quickscan flora en fauna
Notitie
: Quickscan flora en fauna ‘Buurtschap Giersbergsebaan -Distelberg’ te Helvoirt
Datum Opdrachtgever Projectnummer Opgesteld door Interne controle:
: 1 november 2019 : HV Bosbewoners Distelberg / Buurtschap Giersbergsebaan - Distelberg : P01298 : ir. MvdS : ir. NL, drs. WdR
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het buurtschap Giersbergsebaan-Distelberg staan recreatiewoningen, waarvan vele permanent bewoond worden. Momenteel wordt onderzocht of de huidige feitelijke situatie gelegaliseerd kan worden zodat permanente bewoning toegestaan is. Als dit mogelijk is zal de recreatieve bestemming omgezet worden naar een woonbestemming. In dit kader is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de natuurwaarden van het plangebied en van de mogelijke effecten die de omzetting naar een woonbestemming kan hebben op de natuur. Is die omzetting in overeenstemming met de natuurwetgeving? Daarnaast is gekeken of er mogelijkheden zijn de aanwezige natuur te versterken. De bewoners willen graag las tegenprestatie gaan zorgen voor een verdere kwaliteitsimpuls van het hele terrein: natuur en groen voor de toekomst. De insteek is om gezamenlijk en met natuurinstanties te werken aan een duurzame oplossing en een eenduidige identiteit waarbij het overgangsgebied i.c.m. wonen in de bossen centraal staat De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb).
Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016.
1
Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 2 oktober 2019 tussen 10.30-11.30 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 13°C, half tot zwaarbewolkt, zonder neerslag, met een noordwestenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiele aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden. Planbeschrijving Het plangebied is gelegen ten westen van Cromvoirt, tegen de Loonse en Drunense Duinen aan, tussen de Distelberg en de Giersbergsebaan. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1. Topografische kaart ligging van het plangebied (1:25.000)
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
2
Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit 39 percelen met hierop recreatiewoningen waar permanent wonen deels persoonsgebonden gedoogd worden. In het oosten is op twee percelen reeds een woonbestemming aanwezig. Het terrein is bossig met voornamelijk grove den. Daarnaast zijn enkele open plekken aanwezig. De paden zijn onverhard. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Toekomstige situatie Initiatiefnemers (eigenaren (die verenigd zijn in de HV Bosbewoners Distelberg) hebben de gemeente verzocht om de recreatiebestemming om te zetten in woonbestemming.
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving
3
Figuur 3. Hoek Spechtbos en Giersbergsebaan
Figuur 4. Een van de woningen in het plangebied
Figuur 5. Woning op hoek Eekhoornbos en Distelberg
Figuur 6. Spechtbos vanuit zuiden
Figuur 7. Giersbergsebaan vanuit zuiden
Figuur 8. Takkenril op enkele meters van de Distelberg
4
Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen”, bevindt zich op circa 15 meter afstand aan de zuidzijde en noordwesthoek van het projectgebied, aan de andere zijde van de straat (zie figuur 10). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. De feitelijke situatie zal echter vrijwel niet wijzigen, aangezien er nu ook al grotendeels permanent gewoond wordt. Waar de woningen voor recreatie worden gebruikt kunnen deze ook het gehele jaar in gebruik zijn.
Daarbij zal recreatie met wisselende gasten, meer verkeersbewegingen veroorzaken en meer bezoekers binnen het Natura 2000-gebied tot gevolg hebben in vergelijking met de huidige te behouden “permanente” bewoning. Ondanks dat het handhaven van het huidige gebruik geen negatieve gevolgen zal hebben op de instandhoudingsdoelstellingen, is er bereidheid bij de bewoners om wijzigingen aan het terrein door te voeren welke kunnen bijdragen aan de doelstellingen van het naastgelegen Natura 2000-gebied. Hierover zal in overleg met Natuurmonumenten (beheerder van de Loonse en Drunense Duinen) worden getreden. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNB uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ).
Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is grotendeels gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Enkel de Fazantbos 12 en het perceel ten westen hiervan liggen niet binnen de NNB, maar wel binnen de groenblauwe mantel. De NNB ter plaatse is onderdeel van wat omstreeks 1900 de Helvoirtsche heide was. Ter plaatse van het
5
plangebied heeft dit plaatsgemaakt voor naald(productie)bossen. Aangezien de feitelijke situatie ter plaatse vrijwel niet zal wijzigen is het redelijkerwijs uitgesloten dat de ecologische kenmerken en waarden van het NNB ter plaatse zullen verslechteren.
Figuur 9. Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom houtopstanden bevindt en er bij uitvoer van de plannen geen (onderdelen van) houtopstanden gekapt worden, is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.
6
Toetsing soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet natuurbescherming) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming)
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Tabel 1. Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
(artikel 3.5 Wnb)
(artikel 3.10 Wnb)
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art. 3.5 lid 3
-
Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
-
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
-
7
De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.
De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.
Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). Het is niet de verwachting dat de woningen op het terrein nestlocaties bevatten van huismus of gierzwaluw. Gezien de bossige omgeving biedt dit geen geschikt leefgebied voor deze soorten. Wel zijn enkele nesten in de bomen aangetroffen welke kunnen dienen als nestlocatie voor soorten met jaarrond beschermd nest als buizerd, sperwer of ransuil. Het plangebied kan daarnaast dienstdoen als
8
leefgebied voor meerdere van deze soorten. Daarnaast kunnen binnen het plangebied “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning, bonte vliegenvanger en houtduif tot broeden komen. Deze broeden onder andere in nestkasten, welke op sommige percelen veelvuldig aanwezig zijn. Toetsing De bestemmingsplanwijziging heeft geen concrete werkzaamheden ter plaatste tot gevolg. Hierdoor gaan geen nestlocaties van soorten met of zonder een jaarrond beschermde status verloren. Bij werkzaamheden die mogelijk voortvloeien uit de bestemmingsplanwijziging dient wel rekening te worden gehouden met potentieel aanwezige nesten, bijvoorbeeld door werken buiten het broedseizoen. Dit dient echter separaat te worden getoetst bij bijvoorbeeld een bouw- en/of kapvergunning. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden.
De voorgenomen plannen, zover bekend, zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, meervleermuis en watervleermuis. Meerdere van de gebouwen binnen het plangebied bevatten geschikte rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort, zoals open stootvoegen, kierende dakranden, overhangende dakpannen en andere openingen naar ruimtes onder het dak of in de spouw. Er zijn tijdens het veldbezoek geen bomen met geschikte verblijfplaatsen als boomholtes of loshangend schors waargenomen. Het plangebied is echter niet uitvoerig gecontroleerd. De aanwezigheid van dergelijke bomen binnen het plangebied is hier gezien soort en leeftijd niet erg waarschijnlijk. Het plangebied kan dienen als foerageergebied voor meerdere soorten vleermuizen, met name bosranden en open stukken worden hiervoor gebruikt.
Daar het gebied geen landschapselement betreft waarvan vleermuizen afhankelijk zijn om foerageergebieden te kunnen bereiken, zal er geen sprake zijn van een eenduidige vliegroute, maar meer van een diffuse foerageerverbinding. Toetsing Het plangebied bevat geschikte verblijfplaatsen in gebouwen, en mogelijk essentieel foerageergebied. Concreet vinden er geen wijzigingen plaats. Indien er uit de bestemmingsplanwijziging werkzaamheden aan gebouwen voortvloeien waarbij potentiele verblijfplaatsen verloren gaan dient een (protocollair) onderzoek uit te wijzen of er daadwerkelijk vleermuizen in het betreffende gebouw of de gebouwen aanwezig zijn. Gezien de grote hoeveelheid opgaand groen welke aanwezig is en behouden blijft
9
zijn negatieve effecten met betrekking tot foerageergebied en vliegroutes uitgesloten. Wel is het hierbij van belang dat licht gericht en uitschijnend op het opgaand groen vermeden dient te worden. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Tussen de meeste percelen zit geen of beperkte erfbegrenzing, waardoor het vrijwel geheel barrièrevrij te doorkruisen is. “Algemene” soorten als bosmuis, rosse woelmuis, dwergmuis, huisspitsmuis, dwergspitsmuis, egel, konijn en vos kunnen in het plangebied worden waargenomen. Doordat er geen leefgebied of verblijfplaats verloren gaat betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.
Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, eekhoorn, das, waterspitsmuis en bever voor. Van deze soorten zijn enkel waterspitsmuis en bever niet binnen het plangebied te verwachten, gezien het ontbreken van geschikt, vochtig habitat binnen het plangebied en in de directe omgeving. Waarnemingen van deze soorten hebben waarschijnlijk betrekking op watergangen in de buurt zoals de Zandleij en het afwateringskanaal. Binnen het plangebied zijn geen grote holen in de grond of in bomen waargenomen. Er zijn wel nesten van eekhoorn waargenomen binnen het plangebied. Daarnaast zijn verblijfplaatsen van wezel, hermelijn en bunzing mogelijk binnen het plangebied, door de aanwezigheid van muizenholen, houtstapels, rommelhoekjes, takkenrillen, en alleriel schuurtjes. Binnen het plangebied zijn geen dassenburchten aangetroffen, wel is het aannemelijk dat het plangebied regelmatig bezocht wordt door de das, aangezien in de omgeving veel waarnemingen van de das bekend zijn.
De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan vooralsnog geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Indien uit deze planwijziging werkzaamheden voortvloeien die schadelijk kunnen zijn voor een van deze soorten dient dit op voorhand onderzocht te worden, met name als bomen gekapt worden en/of landschapselementen als takkenrillen verwijderd worden. Verder gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het te allen tijde wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.
10
Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en hazelworm. Binnen het plangebied is het niet uitgesloten dat er incidenteel individuen van deze soorten aanwezig zijn, met name door de halfopen bossen die de percelen creëren. Toetsing Wanneer er uit deze planwijziging werkzaamheden voortvloeien die een negatief effect kunnen hebben op deze soortgroep dient dit nader onderzocht te worden. Voor de huidige plannen, zonder fysieke ingrepen, kunnen negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen op voorhand uitgesloten worden. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker, heikikker, boomkikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Enkel rugstreeppad en boomkikker zijn niet in de omgeving van het plangebied te verwachten, gezien het ontbreken van geschikt habitat. Het plangebied bevat geen oppervlaktewater, waardoor voortplantingshabitat voor alle soorten bij voorbaat is uitgesloten.