Bijlage - Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
11
Horsten 2005. Verhees 1773. 13 Verhees 1773; Kadasterkaart 1811-1832. 14 Janssen, Kylstra-Wielinga & Olde Meierink (red.)1996; De Bont 1989. 12
Cultuurhistorisch bureauonderzoek
14
Afb. 2.3 Beschrijving van het goed in 1827 (Zwanikken 2014).
Naar verluidt heeft Bon het bestaande herenhuis laten slopen en er het huidige huis voor in de plaats gezet. Dit huis zou hij vernoemd hebben naar zijn vrouw Samuel(l)e Theophile van Voorburg(h), weduwe van Leonard Jan Smits.15 In 1776 liet Van Voorburg in ’s-Hertogenbosch het pand Parade 10-11 bouwen (het huidige Bisschoppelijke Paleis).16 Dit pand werd ontworpen door stadsarchitect A. Verhellouw (1744-1799).17 Dit zou dus zomaar eens de architect van Huis Voorburg kunnen zijn.
Afb. 2.4 Parade 10-11 werd in opdracht van het echtpaar Bon-Voorburg in 1776 gebouwd naar ontwerp van architect Paulus Verhellouw. Dit zou ook wel eens de architect van Voorburg geweest kunnen zijn. e
Een kaart uit de tweede helft van de 18 eeuw (zie afb. 2.2) laat ter plaatse van het huidige huis Voorburg al bebouwing zien, waaronder het dan nog U-vormig hoofdgebouw. Het heeft er alle schijn van, dat het huidige huis op de kaart wordt verbeeld. Het huis dat in opdracht van het echtpaar Bon-Voorburg werd gesloopt,
15
Anderen schrijven dat Bon het huis vernoemde naar zijn schoonmoeder. Bossche Encyclopedie 2020. 17 Paulus Verhellouw werkte in eerder in Rotterdam, later in ‘s-Hertogenbosch. De familie Voorburg was ook uit Rotterdam afkomstig. 16
15
Zorgpark Voorburg
zal geen onbeduidend huis zijn geweest. Bij de aanleg van de Straatweg in 1741, kon het dan bestaande huis niet wijken, waardoor ter hoogte van Voorburg de enige knik in deze verder kaarsrechte hoofdweg te vinden was. .
Afb. 2.5 Het huis kort aan het begin van de twintigste eeuw, nog met schoorstenen en dakbalustrade, dakkapellen met klauwstukken en zachter kleurgebruik. De serre op de foto is van 1914. e
De kaart uit de tweede helft van de 18 eeuw ( zie afb. 2.2) toont niet alleen het huis, maar direct ten noorden van het landhuis ook nog twee bijgebouwen. Die bijgebouwen bestaan tegenwoordig niet meer. Ten noorden van de bijgebouwen lag een groot gebouw, vermoedelijk een boerderij. Mogelijk betrof het de e e boerderij waarover in een koopakte uit de 16 of 17 eeuw werd gesproken.18 Het huis en één van de bijgebouwen werd omgeven door een gracht, die verder liep langs de Oude Baan en een rechthoekig terrein omsloot. Gezien de aanduiding van rechte paden in het noordelijke deel van het terrein was hier een formele tuin aangelegd. Het zuidoostelijke deel van het terrein had, gezien het ontbreken van paden, een meer functionele inrichting als moestuin. Ten westen van het dit terrein was een rationeel patroon van elkaar kruisende lanen aangelegd. Vanaf het landhuis liep in noordelijke richting een slingerende weg, die werd doorkruist door De Straat Weg en vermoedelijk een restant vormde van het oude wegenpatroon. Aan de Laagstraat, aan de zuidwestzijde van het plangebied, bevonden zich vier gebouwen, waarvan de meest zuidelijke hoeve (Laan van Voorburg 68) tot het landgoed behoorde. De hoofdlaan van het landgoed is op de kadastrale kaart uit 1811-1832 als pad gestippeld weergegeven waaruit opgemaakt mag worden dat de hoeve bij het goed hoort. Dit blijkt ook uit de OAT.19 e
In het begin van de 19 eeuw (zie bijlage 2) is de buitenplaatsaanleg in noordelijke richting uitgebreid met gebogen lanen tussen gelegen weides. Centraal tussen de vier klaverbladvormige weides is een uitkijkheuvel aangelegd. In het zuidelijke deel bleef de meer rationele aanleg grotendeels intact. Een deel 18
Zwanikken 2014. Verhees 1773; Kadasterkaart (minuutplan en OAT) 1811-1832.
19
Cultuurhistorisch bureauonderzoek
16
van de lanen in het westelijke deel is verwijderd, waarbij de buitenste lanen via een ronding met elkaar werden verbonden. Een deel van de terreinen was bebost. Aan de oostzijde is een langgerekte, slingerende vijver aangelegd met ten zuiden daarvan een bos met eveneens slingerende paden. Deze vijver sloot aan op de oudere grachten, waarvan het verloop in deze periode eveneens is aangepast. De grachten direct ten oosten van het landhuis zijn daarbij deels gedempt. Ook de oude formele tuin voor het landhuis is vervangen door een meer landschappelijke aanleg met een ronde oprijlaan in een grasveld met solitaire bomen. De boerderij ten noorden van Huis Voorburg, die toendertijd een andere eigenaar had dan het landhuis, werd voorzien van een aanzienlijke plaiziertuin met een (thee)koepel en aansluitend een park. Ten zuiden van de 20 tuinkoepel is een schuur gebouwd. In 1806 is de heijgrond op het landgoed ontgonnen en zijn sloten gegraven.21 Het gebied is daarbij grotendeels in onregelmatige strookvormige percelen verkaveld met afwisselend een overwegend oost-west oriëntatie en een min of meer noordwest-zuidoostelijke oriëntatie (zie bijlage 2). Door beplanting op de perceelsgrenzen (vermoedelijk singels) had het gebied ondanks het gebruik als wei- en bouwland een vrij gesloten karakter.
In deze periode zijn tevens enkele overwegend oost-west georiënteerde wegen en paden aangelegd om het gebied te ontsluiten. Opvallend is de westnoordwest-oostzuidoost georiënteerde weg die in het verlengde van de oprijlaan van landhuis Bleijendijk, dat ten oosten van het plangebied lag, is aangelegd. Langs de Straat Weg (ten noorden van de huidige Parklaan 21 en deels in het noordoostelijke deel van het plangebied) is een boerderij gerealiseerd 22 Het landgoed tussen 1832 en 1885 In 1836 werd de oude boerderij ten noorden van het landhuis gesloopt. Het bijgebouw tussen de boerderij en het landhuis werd aan de achterzijde sterk uitgebreid met een stal annex koetshuis. Bij de schuur ten zuiden van de tuinkoepel werd een rosmolen opgetrokken.23 Alle genoemde gebouwen, het landhuis uitgezonderd, zijn in de loop van de tijd verdwenen. De meeste in de jaren dertig van de vorige eeuw, toen een nieuw kloostergebouw werd opgericht.
20
Kadasterkaart 1811-1832. Zwanikken 2014. 22 Kadasterkaart 1811-1832. 23 Kadastrale kaart 1836. 21
17
Zorgpark Voorburg
Afb. 2.6 Detail van de kaart uit 1883. Langs de straatweg lag een wandelpark met links op de tekening een bergje en een slingerende waterpartij die eindigde in een vijvertje. Bij het heuveltje een ophaalbrug met duiker en ook over de slingerende waterpartij is een bruggetje getekend. Langs de straatweg lag een sloot. Er is op de kaart sprake van vier huizen. Er is een klein buitenhuis (de voormalige tuinkoepel) en een huis nabij de schuur met karnmolen (sloop 1883). Tussen deze opstallen en het buitenverblijf Voorburg ligt een schuur met stal en koetshuis. Daarachter werd in 1883 een nieuwe schuur gebouwd. Rechts van het buitenverblijf Voorburg is een omgrachte tuin met moezerij. Op de kaart is ook te zien dat de hoofdlaan met eiken is aangeplant. Het gebied waar het gesticht zou komen, heeft dreven met hakhout die om weidepercelen slingerden en vermoedelijk deel uitmaakten van de wandeling.
Op basis van de kadastrale kaart uit 1885 kan worden bepaald dat er aan het landhuiscomplex in de periode tussen 1836 en 1885 weinig veranderde. Achter de schuur met stal annex koetshuis is op de kaart uit 1885 een nieuw bijgebouw te zien evenals bij de tuinkoepel (zie afb. 2.6). Volgens een veldkaart uit 1883 werd de schuur in dat jaar gebouwd en werd toen het karnhuis afgebroken. Op die kaart staat overigens de tuinkoepel ook als buitenhuis aangemerkt.
Cultuurhistorisch bureauonderzoek
18
Afb. 2.7 Het plangebied in de tweede helft van de 19e eeuw (Topographische en Militaire kaart 1838-1857; Topotijdreis 2020). e
In het tweede kwart van de 19 eeuw zijn de grachten ten noorden van het landhuis gedempt. De gracht langs de Straat Weg is in noordelijke richting doorgetrokken en opgenomen in een ontwerp met vier ronde percelen (zie afb. 2.3). Op de meest zuidelijke cirkel bevond zich de bebouwing van de boerderij. e De drie noordelijke waren bebost.24 In het derde kwart van de 19 eeuw werden deze vier cirkels vervangen door een meer organisch geheel met onregelmatig slingerende paden in een grasveld met boomgroepen. In de jaren tachtig van de e 19 eeuw is een eveneens slingerende vijver aangelegd met aan de noordwestzijde een heuvel. Ook het patroon van rationele lanen ten westen van het landhuis is in deze periode vervangen door een grasland met slingerende paden en boomgroepen. In het westelijke deel van dit terrein is nog een derde uitzichtsheuvel gerealiseerd. In deze periode werden tevens meer gronden bebost. Het westelijke en noordelijke deel van het plangebied bleef echter een duidelijk agrarische functie houden met een afwisseling van bouw- en weilanden.25 Tussen 1868 en 1870 is langs de westgrens van het plangebied de spoorlijn Utrecht-Boxtel aangelegd. De spoorbaan sneed dwars door het oude wegen- en verkavelingspatroon, waardoor op diverse plekken oude bebouwing, is gesloopt.
De spoorbaan werd deels op de oude inundatiedijk aangelegd.26 De bebouwing aan de zuidwestzijde van het plangebied heeft in deze periode eveneens wijzigingen ondergaan. De ontwikkeling van het hoevecomplex aan de Laan van Voorburg 68 is aan de hand van kadastrale kaarten goed te volgen. In 1832 was er sprake van een complex van vier gebouwen. Het grootste is de hoeve, het kleinste een bakhuisje. In 1838 is er parallel aan de hoeve een bijgebouw 24
Caspers & Stam 2008. Topotijdreis 2020, kaart 1870; Kadastrale kaart 1883. 26 Martijn van Vulpen 2020; Topotijdreis 2020, kaart 1870. 25
19
Zorgpark Voorburg
verrezen, vermoedelijk een schuur (zie afb. 2.8). Het vierkante gebouw ten zuidwesten daarvan, was waarschijnlijk een schuur of schop. Dit gebouw was in 1894 al verdwenen. Op de kadastrale kaart uit dat jaar is te zien dat de ‘schuur’ was vergroot. In 1909 vond er wederom een vergroting plaats. Zowel van de ‘schuur’ als het gebouw ten noorden daarvan. In 1943 werden deze bijgebouwen gesloopt. In 1927 werd ten zuidoosten van de hoeve het huidige pand aan de Laan van Voorburg 19 gebouwd (zie afb. 2.9 rechts).27
Afb. 2.8 De ontwikkeling van de hoeve die in 1832 al deel uit maakte van het landgoed.
Afb. 2.9 Links de hoeve aan de Laan van Voorburg 68 die, ontdaan van bijgebouwen, teruggaat tot (ver) vóór 1832. Rechts het huis (Laan van Voorburg 19) dat in 1930-1931 bij de boerderij werd gebouwd, landelijke architectuur, passend binnen de context van het landgoed.
De andere bebouwing die in 1832 aan de huidige Lagedwarsstraat waren gelegen, hoorden in 1832 nog niet tot het landgoed. Het gaat om twee huisjes met erven van arbeider Johannes aan de Kerk en een boerderij met schuur en een klein huisje met moestuin, beide eigendom van kanunnik Theodorus van Berckel. Op het perceel ten zuiden hiervan, dat in gebruik was als moestuin met een klein e bijgebouw, stond in de 18 eeuw nog een boerderij. Volgens de kadastrale kaart van 1846 is er in dat jaar weer een gebouw gerealiseerd. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw was de huisplaats weer onbebouwd. Op het perceel van de kanunnik staat tegenwoordig het uit 1946 daterende Lagedwarsstraat 7.28 Ontwikkeling tot krankzinnigengesticht 1885-circa 1900 In 1885 werd op het landgoed het enorme krankzinnigengesticht gebouwd. Op de kadastrale kaart uit 1885 (zie afb. 2.12) is goed te zien dat, voor de bouw van dit complex van bouwdelen, een door dreven omkaderd weidecluster werd opgegeven. Het complex werd georiënteerd op de hoofdlaan van het dan meer dan een eeuw oude lanenkruis op het landgoed. Het ontwerp voor het complex was van de hand van architect Henri Jaques van Tulder (1819-1903), binnen wiens oeuvre het één van de omvangrijkste werken was. Met de ingebruikname als gesticht is een deel van de bossen gekapt.
De perceelsbeplanting, die het agrarische deel van het plangebied een kleinschalig 27 28
BHIC 2020, archief 1473, inv.nr. 1488 (toen Boxtelseweg 54). Topotijdreis 2020, kaart 1870 en 1988.
Cultuurhistorisch bureauonderzoek
20
aanzicht gaf, is in deze periode deels verwijderd. Een groot deel van de buitenplaatsaanleg, met name het landschapspark langs de zuidoostelijke en zuidelijke rand van het plangebied en de rechte lanen, bleef gehandhaafd.29
Afb. 2.10 De voorname entree aan de zijde van de Straatweg, eerste kwart 20e eeuw, bestaat niet meer.
Afb. 2.11 Het enorme complex oogt aan de zijde van de laan niet kolossaal doordat werd gewerkt met paviljoens die door corridors onderling verbonden waren. Het complex was op de hoofdlaan van het landgoed georiënteerd. Al de gebouwen op de foto werden in 1995 gesloopt, alleen het klokkentorentje is behouden.
Achter het complex was ruimte voor enkele kleine bijgebouwen, waaronder een gashouder. In de loop der tijd breidde het aantal bijgebouwen, met name dienstgebouwen, zich uit langs de achterzijde van het hoofdcomplex. Hierdoor ontstond geleidelijk een straat tussen het hoofdgebouw en deze bijgebouwen. Er werden ook twee mortuaria gebouwd. Eén voor vrouwen en één voor mannen. De hele periode 1885-1900 stond in het teken van in één gebouw gecentraliseerde zorg met strikt onderscheid tussen mannen en vrouwen. Aanvankelijk werden alle (sociale) klassen in één hoofdgebouw ondergebracht. Daaraan kwam echter al vrij snel een eind. In 1894 werd het Sint Jozefpaviljoen gebouwd. Dit vrijstaande gebouw kwam aan de overzijde van de hoofdlaan (nog steeds het structuurbepalende element) te liggen en was bestemd voor 29
Topotijdreis 2020, kaart 1900.
21
Zorgpark Voorburg
verzorging van welgestelde patiënten. Het landhuis werd geschikt gemaakt voor de verzorging van gegoede mannelijke patiënten. Dit waren patiënten die zelf hun verzorgingskosten betaalden.
Afb. 2.12 Kadastrale kaart uit 1885 met daarop de projectie van het krankzinnigencomplex op de oude weide- en drevenstructuur. Sterke oriëntatie op de hoofdlaan van het landgoed. De oriëntatie zal mede bepaald zijn door de wens om geen lange gevels op het noorden te richten (in verband met daglichttoetreding).
Door de sloop van het in 1885 gebouwde complex, is de historische kern van zorginstelling Voorburg niet langer meer als zodanig herkenbaar. Debet aan de sloop was onder andere de veranderende opvatting ten aanzien van geestelijke gezondheidszorg, met name de omslag van het centraliseren van de zorg in één gebouw naar het oprichten van gebouwen die gericht waren op de behandeling e van één specifieke geestesziekte in de tweede helft van de 20 eeuw. Het is te danken aan het Sint Jozefhuis aan de zuidzijde van de hoofdlaan, dat nu nog een beeld gevormd kan worden van het aanzien van het oorspronkelijke complex omdat dit gebouw qua architectuur in lijn is met de vormgeving van het verdwenen hoofdgebouw. Vermoedelijk is dit in 1894 gebouwde pand ook van de hand van architect Van Tulder. In 1913 werd naast dit pand, in soortgelijke stijl, een uitbreiding gerealiseerd. Beide gebouwen werden later op jammerlijke wijze met elkaar verbonden (zie afb. 2.14). In plaats van een moderne invulling waarmee beide gebouwen hun oorspronkelijke karakter zouden hebben behouden, werd gekozen voor een historiserende aanpak, wat hier niet werkt.
Cultuurhistorisch bureauonderzoek
22
Afb. 2.13 Vroege kaart van het gesticht Voorburg. De 19e-eeuwse wandeltuin, de moestuin (rechtsonder), de waterpartijen en de lanenstructuren zijn nog goeddeels intact. Linksboven de begraafplaats. De weiden ten noorden van het complex zullen als bleek zijn gebruikt, zoals is op te maken uit oude luchtfoto’s.
Afb. 2.14 Door het historiserende karakter van het tussenlid van het Sint Jozefhuis is een eigenaardig aandoend, langgerekt gebouw ontstaan, versterkt door het arkeltorentje van de oudbouw uit 1894.
23
Zorgpark Voorburg
Afb. 2.15 De begraafplaats die oorspronkelijk omgracht is geweest.
Afb. 2.16 De mortuaria (links voor vrouwen, rechts, in meer oorspronkelijke staat, voor mannen), oorspronkelijk direct achter het hoofdgebouw. Sinds de sloop van het hoofdgebouw is de plaats van de mortuaria wat onbestemd, nabij de technische gebouwen.
Afb. 2.17 Zusterklooster uit 1928 met het front op de hoofdlaan gericht.
De periode 1900-1945, huisvesting voor zorgverleners, arbeid en technische ontwikkelingen e
De eerste helft van de 20 eeuw stond in hoofdzaak in het teken van de huisvesting van zorgverleners. Lange tijd was de zorg in handen van de Broeders van Dongen en de Zusters van Barmhartigheid van Ronse. De broeders verzorgden uiteraard de manlijke patiënten, de zusters de vrouwelijke. Aanvankelijk werden de broeders en zusters in het hoofdgebouw gehuisvest en deelden zij de centraal gelegen kapel (uiteraard wel strikt gescheiden). Daar
Cultuurhistorisch bureauonderzoek
24
kwam tussen de beide wereldoorlogen verandering in. In 1928 ontwierpen de architecten Jan Stuyt en Th.J. Klompers een carrévormig zusterhuis (zie afb. 2.17) dat links naast het complex uit 1885 werd gebouwd. Ook dit gebouw werd op de hoofdlaan georiënteerd. Begin jaren dertig volgde het broederklooster (zie afb. 2.18), dat rechts van het bestaande complex kwam te liggen.
Afb. 2.18 Broederklooster uit omstreeks 1932, ommuurd en met duidelijk herkenbare kapel.
In 1916 was al aan de huidige Boxtelseweg een woonhuis voor de hoofdarts/geneesheer gebouwd (Parklaan 21, gemeentelijk monument). Mogelijk naar ontwerp van architect T.J. van Kempen.
Afb. 2.19 Het huis dat in 1916 voor de geneesheer van het gesticht werd gebouwd. Rechts op de foto mogelijk arbeidershuisjes.
Gelijk met de bouw van de kloosters werd er op/bij het terrein een boerderijhuis opgetrokken. In de interbellumperiode en kort na de Tweede Wereldoorlog werd lichamelijke arbeid onderdeel van de genezing van krankzinnigen. Door de patiënten (in de buitenlucht) aan het werk te zetten, kwamen zijn tot (geestelijke) rust, met als bijkomend voordeel dat hun inspanningen te gelde konden worden gemaakt. Het gebouw werd ‘Klein Bergen’ genoemd (zie afb.
25
Zorgpark Voorburg
2.20).30 Uit kadastrale kaarten is op te maken dat het carrévormige complex in fasen tot stand werd gebracht.
Afb. 2.20 Boerderij Klein Bergen in 1951.
Technische ontwikkelingen zorgen ook voor de nodige ontwikkelingen op het terrein. Deze ontwikkelingen speelden zich vooral af achter het hoofdcomplex. In 1903 werd hier een watertoren opgetrokken, een echte blikvanger waarvan Van Tulder de architect was. Bij de watertoren werd in 1941, tijdens de oorlog, een brandweerkazerne gebouwd.31 Architectonisch heeft deze kazerne het nodige weg van de brandweerkazerne die in 1938 werd gebouwd op de Frederik Hendrik Kazerne, al is het gebouw daar zeshoekig in grondplan.
Afb. 2.21 Verwoesting van een deel van het hoofdgebouw tijdens de oorlog.
30 31
BHIC2020, archief 1473, inv.nr. 1109. BHIC 2020, archief 1473, inv.nr. 2075.
Cultuurhistorisch bureauonderzoek
26
Afb. 2.22 De watertoren van Voorburg kort na en tijdens de bouw.
Afb. 2.23 Technisch gebouw, ‘De Weverij’, vermoedelijk gebouwd in 1956 (BHIC archief 1473, inv. Nr. 3259).
Met de aanleg van de nieuwe gebouwen werd ook het patroon van (water)wegen en lanen uitgebreid (zie afb. 2.24). Een deel van de nieuwe infrastructuur betrof de verlenging van de bestaande lanen. De Parklaan, die in deze periode is aangelegd, wijkt met de gebogen vorm af van de tot dan toe overwegend rechte lanen. De vijvers langs de oostgrens van het plangebied werden in deze periode aangepast en uitgebreid. Er werden tevens brede watergangen aangelegd.32
32
Topotijdreis 2020, kaart 1900, 1910, 1924, 1928, 1937 en 1956; RAF 1944.
27
Zorgpark Voorburg
Afb. 2.24 Het plangebied in de eerste helft van de 20e eeuw (Topotijdreis 2020).
Na 1945, gespecialiseerde zorg Ook na de oorlog is er veel verbouwd op het terrein. Grotendeels ging het daarbij om de verbouwing van bestaande panden. In de loop van de tweede helft van de e 20 eeuw vond er een omslag plaats waarbij behoefte ontstond om gespecialiseerde zorg te verlenen in speciaal daarvoor ontworpen gebouwen. Ruimte voor die nieuwe gebouwen was er genoeg, vooral in het noordelijk deel van het terrein. Al deze gebouwen hebben een, veelal sterk, eigen karakter en hebben als gemene deler dat ze zijn ingebed in de groene omgeving. Waar dat niet het geval is, komt dat vooral door grote parkeerterreinen aansluitend op de gebouwen.
Afb. 2.25 De Lichtboog (2003) voor patiënten met een verstandelijke beperking.
Cultuurhistorisch bureauonderzoek
28
Afb. 2.26 Novadic-Kentron uit 2007 voor verzorging van verslavingsziekten.
Afb. 2.27 Grote Cingels (Cello) uit 1988-1989 e
Het laatste kwart van de 20 eeuw staat ook ten dele in het teken van de sloop van gebouwen uit de beginfase van het gesticht. Het hoofdgebouw werd in 1995 gesloopt en liet een grote leegte achter op het terrein. Een in 1908 gebouwde dubbelvilla (vermoedelijk voor geneesheren) ging ook tegen de vlakte. In deze periode verdween er ook veel dat herinnerde aan de rol die de broeders en zusters tot begin jaren negentig hebben vervuld in het gesticht. Hun kloosters staan nog wel overeind en van de kapel van het gesloopte hoofdgebouw zijn twee heiligenbeelden en de klokkenstoel op het terrein herplaatst. Naast de begraafplaats, de veldkapel en de lourdesgrot zijn dat de voornaamste herinneringen aan de zorgtaak van deze geestelijken.
29
Zorgpark Voorburg
Afb. 2.28 Kliniek Herlaarhof uit 2014.
Afb. 2.29 Herlaarhof uit 2005.
Afb. 2.30 Nieuwbouw Vijverhof uit 2012 op de plaats van het in 1995 gesloopte hoofdgebouw. Architectonisch zeker niet onaardig, doch enkel in oriëntatie verweven in de omgeving.
Cultuurhistorisch bureauonderzoek
30
Afb. 2.31 Heiligenbeelden afkomstig van het gesloopte hoofdgebouw.
Afb. 2.32 Veldkapel en bij de vijver herplaatste klokkenstoel.
Afb. 2.33 Lourdesgrot bij het voormalige vrouwenklooster.
31
Zorgpark Voorburg
Na de Tweede Wereldoorlog zijn een aantal van de oude lanen waaronder de laan naar de begraafplaats en de centrale noord-zuid as onderbroken. Door de realisatie van bebouwing, die ten oosten van de begraafplaats nog aanwezig is, werd ook de oude zichtlijn onderbroken. Behalve wijzigingen op het terrein hebben ook rond het plangebied grote wijzigingen plaatsgevonden. De Straat Weg is verbreed, waardoor de weg direct langs de oostgrens van het noordoostelijke deel van het plangebied is komen te liggen. Hier is eveneens een parallelweg aangelegd (de huidige Boxtelseweg).33 In de jaren zestig, begin jaren zeventig is deze parallelweg doorgetrokken langs het zuidoostelijke deel van het plangebied (zie afb. 2.34). In deze periode is langs de westgrens van het plangebied een bedrijventerrein ontstaan, waardoor de oude relatie met hier gelegen agrarische gronden en bebouwing is verdwenen.34
Afb. 2.34 Het plangebied in de jaren zestig en zeventig (Topotijdreis 2020).
In de jaren negentig is ten oosten van het plangebied de Rijksweg A2 aangelegd (zie afb. 2.35). De Boxtelseweg is daarbij grotendeels opgebroken. Alleen de oude parallelweg is blijven bestaan. Voor de ontsluiting van dit bedrijventerrein en de meer westelijk gelegen uitbreidingswijken van Vught is langs westgrens van het plangebied een nieuwe weg, de huidige Laagstraat aangelegd. De oude Laag Straat bleef bestaan als de huidig halfverharde Lage dwarsstraat, Hogedwarstraat en de Cingel.35
33
Topotijdreis 2020, kaart 1967. Topotijdreis 2020, kaart 1978. 35 Topotijdreis 2020, kaart 1998. 34
Cultuurhistorisch bureauonderzoek
32
Afb. 2.35 Het plangebied in de jaren tachtig en negentig (Topotijdreis 2020).
2.3.3 Bekende cultuurhistorische waarden Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gekarteerd als onderdeel van de regio Meijerij en het cultuurhistorisch landschap ‘Groene Woud’ (nationaal landschap). Kenmerkend voor dit gebied is de opbouw in beekdalen en dekzandplateaus en de inrichting die nauw gerelateerd is aan de terreingesteldheid. De ontwikkelingsstrategie voor het cultuurhistorisch landschap is ‘behoud van kleinschalige karakteristieken
en het vergroten van de cultuurhistorische waardering door het vergroten van de beleving’. Zowel de spoorlijn Utrecht-Boxtel langs de westgrens als de Boxtelseweg langs de oostgrens van het plangebied zijn aangewezen als historisch-geografische lijn van redelijk hoge waarde. De Kettingweg langs de zuidgrens van het plangebied betreft een lijn van hoge historisch-geografische waarde. Een groot deel van het plangebied maakt deel uit van waardevol historisch groen (bos, houtwal, landgoed, park, tuin Bergen, Herlaarhof, Voorburg, Steenwijk, Vught).36 In het plangebied bevinden zich diverse waardevolle panden en complexen die zijn aangewezen als rijksmonument. Het betreft het voormalige broederklooster uit circa 1930 (Laan van Voorburg 2, monumentnr. 521294), het damespaviljoen uit 1893 (Laan van Voorburg 7, monumentnr. 525833), het voormalige zusterklooster uit 1928 (Laan van Voorburg 66, monumentnr. 525832), Huize Voorburg (Laan van Voorburg 1, monumentnr. 38156) en de watertoren uit 1903 (Watertorenlaan 7A, monumentnr. 521293).37 Het pand aan de Parklaan 21 uit 1916 is aangewezen als gemeentelijk monument. Voor het plangebied is een inventarisatie van de het waardevol groen uitgevoerd (zie afb. 2.36). De lanen zijn evenals veel van de bosjes als waardevol aangeduid. Ook veel solitaire bomen, waarvan een groot aantal een behoorlijk formaat 36 37
CHW 2016. Rijksmonumentenregister 2020.
33
Zorgpark Voorburg
hebben, worden als waardevol beschouwd. Het heeft de voorkeur om de waardevolle bomen te behouden; niet alleen vanwege de sfeer en vitaliteit van de leefomgeving, maar ook als onderdeel van de oude landgoedcultuur.38
Afb. 2.36 Groenkaart van het plangebied met daarop in donkergroen de waardevolle bossen, bomen en lanen en in lichter groen de overige bomen en bossen.
38
Vollmer & Partners 2019.
Cultuurhistorisch bureauonderzoek
34
3
Cultuurhistorische waarden
Op het terrein van de kliniek is nog vrij goed de oorsprong van buitenhuis of landgoed te herkennen. Structuren uit die tijd zijn de lanen, het huis zelf uiteraard én niet te vergeten: de boerderij aan de Lagedwarsstraat (Laan van Voorburg 68), waterpartijen, omgrachting, de dijk langs de Kettingweg en de tuinzone (wel vrijwel volledig opnieuw ingericht). Uiteraard is er ook het nodige verdwenen. De hoeve bij het huis verdween in 1885 en daarmee ook enkele bijgebouwen.
Afb. 3.1 Opname uit 1933 kort nadat door realisatie van de kloosters een grootschalig bebouwingscluster aan de hoofdlaan is ontstaan. Daarachter (aan een tweede as haaks aan de hoofdlaan) kleinschaligere gebouwen met veelal een technische functie of dienstfunctie. De lanen vormen de kaders om de gebouwen. Buiten die kaders liggen vooral weidevelden. Nabij de watertoren liggen bleekvelden.
Bij de bouw van het gesticht werd de hoofdlaan gekozen als structuurbepalend element, al zou het tot circa de jaren dertig duren alvorens er sprake was van een reeks van gebouwen aan deze laan. De sloop van het hoofdgebouw heeft aan de hoofdlaan een grote leegte achtergelaten. In die periode ontstond er achter het hoofdcomplex een uitgebreid cluster aan (veelal technische) bijgebouwen. Sommige zaken werden bewust op afstand van de laan en het hoofdcomplex gehouden. De begraafplaats uiteraard, maar ook het huis dat in 1916 voor de geneesheer werd gebouwd. Hij kreeg een optrekje dat aan de Straatweg de nodige allure uitstraalde, mede omdat het fraai was gelegen in de landschapstuin
35
Zorgpark Voorburg