CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Bijlagen bij de toelichting Bestemmingsplan `De Gijzel 30 te Helvoirt'

Raadsvergadering 19 november 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan De Gijzel 30 te Helvoirt16.505 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uitsnede visiekaart gemeente Vught In de agrarische zone wenst de gemeente ruimte te geven aan (de omvorming naar) gezonde en toekomstbestendige (agrarische) bedrijven passend in de omgeving en rekening houdend met natuurwaarden. Er wordt ontwikkelingsruimte geboden aan grondgebonden agrarische bedrijven (en aan nevenactiviteiten), waarbij wordt gekeken op welke wijze een bijdrage wordt geleverd aan doelen op het gebied van duurzaamheid, , natuurinclusiviteit, bodemkwaliteit en landschappelijke kwaliteit. Daarnaast wil de gemeente kansen bieden voor stoppende agrariërs, waarbij de nieuwe functie qua aard en omvang moet passen in de omgeving en moet voldoen aan de daarvoor gestelde eisen. Bovendien wil de gemeente een robuuste structuur van groengebieden, ecologische verbindingen, groene stapstenen en (monumentale) bomen realiseren ter versterking van de natuurwaarden.

4.3.4 Visie ‘Wonen in het buitengebied’ Op 29 september 2022 is de visie ‘Wonen in het buitengebied’ vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Vught. Hiermee wordt een toetsingskader beschreven voor het toestaan van nieuwe bebouwing in het buitengebied, met name voor eventuele toevoeging van Ruimte voor Ruimte woningen. Uitgangspunt is dat het voornemen bijdraagt aan de kernkwaliteiten van de bebouwingsconcentratie. In de visie wordt met betrekking tot het onderzoeksgebied specifiek

ingegaan op twee deelgebieden. Dit zijn de bebouwingsconcentratie rondom de Gijzel en het bebouwingslint aan de Udenhoutseweg. Gijzel is een gehucht en valt qua vorm onder een bebouwingscluster. Het bestaat uit een aantal woningen welke allen grenzen aan De Gijzel. Er is veel openheid in het gebied, welke in de laatste jaren is toegenomen vanwege het afnemen van de voorheen aanwezige kwekerijen. De kenmerkende afstand tussen de bebouwing dient in stand gehouden te blijven. In het buurtschap zijn verschillende mooie zichtlijnen over de achterliggende velden te vinden. In het oosten van het buurtschap ligt de bebouwing vrij open in het landschap, er is weinig erfbeplanting aanwezig. Een waardevol middengebied, op de plek waar de weg De Gijzel zich splitst, vormt visueel een soort brink voor het buurtschap. Deze dient daarom vrij van bebouwing te blijven. De afwisseling tussen bosjes en open weilanden zorgt voor een groene kwaliteit in het buurtschap. Daarbij is het zicht over de ‘brink’ van belang zodat er een relatie blijft tussen de twee gesplitste wegen. Het lint loopt verder richting het westen, daar krijgt het lint een meer besloten karakter.

Uitsnede analysekaart De Gijzel

De Udenhoutseweg is een bebouwingslint met een verschillend karakter aan de noord en zuidzijde van de weg. Aan de zuidzijde heeft het lint een wat meer besloten karakter. Er zit daar minder ruimte tussen de bebouwing en de aanwezigheid van volgroeide erfrandbeplanting draagt ook bij aan de beslotenheid van deze zijde van het lint.

Uitsnede analysekaart Udenhoutseweg

5. Globale ontwikkelingsrichting gebied Naar verwachting zal de transitie van het landelijk gebied in de komende jaren een grote verandering met zich meebrengen. Dit geldt ook voor het onderzoeksgebied. Vanwege de aanwezigheid van het bestaande waardevolle bosgebied, de waterbergingsopgave in het gebied, de nabijheid van de kern en de reeds bestaande functiemenging in de bestaande bebouwingslinten worden grootschalige agrarische ontwikkelingen hier niet wenselijk geacht en is de verwachting dat het intensief agrarisch gebruik van het onderzoeksgebied in de komende jaren verder gaat afnemen. Op gronden gelegen in en grenzend aan het primair agrarisch gebied kunnen nog agrarische ontwikkelingen plaatsvinden. Op de gronden rondom ‘de Gijzel’ is verdere functiemenging voorstelbaar gelet op de ligging tussen ‘groenblauwe waarden’ en ‘gemengd landelijk gebied’. In lijn met de gedachte van de gemengde plattelandseconomie kunnen in dit gebied ook intensievere (agrarische en niet-agrarische) bedrijfsactiviteiten landen, mits sprake is van een goede balans met het bodem- en watersysteem. Om de identiteit van het gebied intact te houden, is het gewenst om economische dragers in het gebied te behouden. Bestaande functies/bedrijven dienen dan ook waar mogelijk ontwikkelingsruimte te behouden.

Daarnaast wordt ruimte geboden voor nieuwe invullingen, mits hierbij bestaande kwaliteiten behouden kunnen blijven. Op bepaalde locaties (zoals aangewezen in de gemeentelijke visie ‘Wonen in het buitengebied’ (zie ook paragraaf 4.3.4) kunnen ook woningen worden toegevoegd. Nieuwe ontwikkelingen kunnen dus (onder voorwaarden) ook betrekking hebben op de functie Wonen. Binnen het onderzoeksgebied zijn enkele deelgebieden te onderscheiden, zie afbeelding hieronder.

Onderscheid deelgebieden

Het noordoostelijk deel van het onderzoeksgebied (groen gemarkeerd op bovenstaande afbeelding) betreft het natte broekbos Brokkenbroek, dat met enkele in het noordoosten aangrenzende agrarische percelen onderdeel uit maakt van het Natuurnetwerk Brabant en tevens onderdeel is van de provinciale attentiezone waterhuishouding. Hier heeft de natuur het primaat. Er wordt gestreefd naar

behoud en verdere versterking van de aanwezige natuurwaarden van het bosgebied. In dit deelgebied zijn geen detailbestemmingen gelegen en worden in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen voorgestaan. De aangrenzende gronden ten westen en zuiden van het bosgebied maken onderdeel uit van de provinciale groenblauwe mantel (groenblauw gemarkeerd op bovenstaande afbeelding) en zijn daarnaast eveneens gelegen binnen de attentiezone waterhuishouding. Mede vanwege de ligging nabij de kern Helvoirt en het waardevolle bosgebied zijn hier geen intensieve veehouderijontwikkelingen toegestaan. Daarnaast wordt vestiging van agrarische verwante en technische hulpbedrijven hier conform provinciaal beleid ook niet toegestaan, vanwege het veelal intensieve en grootschaligere karakter van dergelijke bedrijven. In deze overgangszone zijn overige nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk als ze bijdragen aan een verbetering van de omgevingskwaliteit doordat ze een positief effect hebben op de bestaande en te ontwikkelen natuuren landschapswaarden en/of op het bodem- en watersysteem in het gebied. Dit heeft met name betrekking op de herontwikkeling van bestaande of voormalige intensieve veehouderij-locaties en agrarisch verwante bedrijven.

Herontwikkeling van een dergelijke voormalig (agrarische) bedrijfslocatie ten behoeve van nietagrarische functies (wonen en/of niet-agrarische bedrijvigheid) wordt hier mogelijk geacht, mits dit binnen een reeds bestaand bouwperceel plaatsvindt en niet leidt tot een toename aan ruimtebeslag. Een dergelijke ontwikkeling moet relatief kleinschalig zijn, landschappelijk goed worden ingepast en bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van het geheel, waarbij het half open landschappelijk karakter van het gebied wordt versterkt. Daarnaast mag de herontwikkeling geen onevenredige hinder naar de omgeving veroorzaken en moet geen sprake van belemmering van omliggende bestaande agrarische bedrijven. De gronden in het noordwesten en het zuiden van het onderzoeksgebied betreffen de primair agrarische gebieden (geel gemarkeerd op voorgaande afbeelding), waar in beginsel nog ruimte wordt geboden voor agrarische ontwikkeling. Beiden deelgebieden zijn in het huidig bestemmingsplan ook aangeduid als boomteeltontwikkelingsgebied. In de gemeentelijke Omgevingsvisie is echter aangegeven dat verdere uitbreiding van de boomteeltsector op traditionele wijze niet wenselijk wordt geacht, vanwege uitputting van gronden, het gebruik van mest en bestrijdingsmiddelen en het waterverbruik.

Daarnaast is een aanzienlijk deel van het noordwestelijk deelgebied gelegen binnen de attentiezone waterhuishouding en maakt onderdeel uit van een als waardevol beschouwd open gebied (gearceerd op voorgaande afbeelding), terwijl het zuidelijk deelgebied wordt doorsneden door een beekdal. Nieuwe grootschalige boomteeltontwikkelingen worden in deze primair agrarische gebieden niet meer toegestaan, indien niet wordt bijgedragen aan de doelen, zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Bestaande grondgebonden agrarische functies krijgen waar mogelijk de ruimte. Voormalige agrarische bedrijfslocaties binnen deze gebieden kunnen zowel worden benut voor agrarisch hergebruik als voor herontwikkeling ten behoeve van niet-agrarische functies, waaronder ook vestiging van agrarisch verwante en technisch hulpbedrijven. Bij eventuele ruimtelijke ontwikkelingen vormt de versterking van de omgevingskwaliteit een belangrijke randvoorwaarde. Hiervoor kunnen afhankelijk van het landschapstype andere inrichtingsmaatregelen gewenst zijn om de specifieke gebiedskenmerken te versterken. Zo kan de kenmerkende rechte verkaveling van de jonge zandontginningen met name in het midden van het onderzoeksgebied onder andere worden versterkt door aanleg van lijnvormige beplantingstructuren langs de perceels-/kavelgrenzen en versterking van houtwallen, singels en grienden.

De kenmerkende kamerstructuur met afwisseling van openheid en beslotenheid van het kampen- hoevenlandschap in

met name het westen en zuiden van het plangebied kan onder meer worden versterkt door behoud van zichtlijnen over open akkers en extra aanplant van de randen van deze akkers. Dit vergt echter altijd maatwerk, omdat dit per locatie en ontwikkeling kan verschillen.

6. Planvoornemen Het concrete planvoornemen heeft betrekking op de bestaande bedrijfslocatie De Gijzel 30, gelegen in het gelijknamige gehucht ten westen van Helvoirt.

Begrenzing en ligging planlocatie

In het verleden was op deze locatie een veehouderij gevestigd. In 2011 is de voormalig veehouderij omgeschakeld naar een agrarisch-technisch hulpbedrijf, waarbij de ondergeschikte loonwerkactiviteiten planologisch als hoofdfunctie zijn geregeld en tevens als een ondergeschikte activiteit een machineverhuurbedrijf ten behoeve van niet buitengebied gerelateerde diensten was toegestaan. De omvang van het huidige bestemmingsvlak bedraagt ca. 9.000 m 2. Aan de zuidwestzijde van het bouwvlak staat een bedrijfswoning. Verder staan er een aantal bedrijfsgebouwen verder naar achteren op het perceel. In totaal is er in de huidige situatie sprake van 2.157 m2 aan bedrijfsbebouwing. Functioneel zijn de bedrijfsgebouwen midden op het perceel in gebruik als opslagloodsen voor machines. Het gebouw direct achter het bedrijfsgebouw doet naast opslag ook dienst als werkplaats. Verder zijn er nog een oude drijfmestsilo en kuilvoeropslag (463 m2) aanwezig op de achterzijde van het bouwvlak, behorend bij de voormalige functie als agrarisch bedrijf. Ten behoeve van de toekomstige bedrijfsopvolging met voldoende toekomstperspectief willen de initiatiefnemers de bestaande bedrijfslocatie door-/herontwikkelen ten behoeve van de verhuur van machines, met name voor grote en complexe infrastructurele projecten.

Hiermee worden de bestaande loonwerkactiviteiten alsmede de agrarische neventak voor het houden van dieren, telen van gewassen en statische opslag definitief beëindigd. Een groot gedeelte van de voormalige bedrijfsgebouwen zal met het voornemen worden gesloopt, waarvoor naast de te handhaven machinestalling 1 bedrijfsloods wordt teruggebouwd, zodat een logische en meer compacte perceelsindeling ontstaat. De bedrijfslocatie zal vervolgens worden voorzien van een robuuste landschappelijke inpassing, waarbij de achterliggende agrarische gronden worden omgezet naar ‘Natuur’ om daarmee een natuurlijkere overgangszone naar het achterliggende natuurgebied te realiseren en mede hierdoor bij te dragen aan de versterking van het bodem- en watersysteem.

7. Toetsing planvoornemen aan ontwikkelingsrichting De voorgenomen doorontwikkeling van een loonwerkbedrijf tot machineverhuurbedrijf zorgt ervoor dat op de bestaande bedrijfslocatie een toekomstbestendig bedrijf behouden blijft in het buitengebied, waarbij sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik en bedrijvigheid die door de kleinschaligheid als passend bij de ligging van het gebied wordt bevonden en geen afbreuk zal doen aan het bestaande landelijke, half open karakter van het buurtschap Gijzel. De planlocatie is gelegen in het overgangsgebied tussen het waardevol bosgebied Brokkenbroek en het primair agrarisch gebied ten zuiden van de Gijzel. In het overgangsgebied, dat onderdeel uitmaakt van de groenblauwe mantel, kunnen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan, mits ze bijdragen aan een verbetering van de omgevingskwaliteit en een positief effect hebben op bestaande en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden en/of op het bodem- en watersysteem in het gebied. Het uitplaatsen van dit bedrijf naar een bedrijventerrein wordt niet kansrijk geacht. Eventuele vrije ruimte op het bedrijventerrein wordt bij voorkeur niet aangewend voor bedrijfsactiviteiten, die qua milieuhinder en uitstralingseffecten ook gebruik kunnen maken van solitaire bedrijfslocaties.

Bovendien zou dit leiden tot leegstand op de huidige locatie, die met enkele aanpassingen kan voldoen aan de wensen en eisen van de initiatiefnemer. In het kader van zorgvuldig ruimtegebruik is doorontwikkeling op de planlocatie het meest gewenst. Het bedrijf neemt reeds een gespecialiseerde positie in en draagt het bij aan het onderhouden van belangrijke verkeersaders van de provincie Noord-Brabant. Met het voornemen kan het bedrijf toekomstbestendig opereren en doorontwikkelen, wat de efficiëntie van deze projecten alleen maar ten goede zal komen. Gelet op bovenstaande draagt de ontwikkeling bij aan een economisch sterke (top)positie van Brabant. Het voornemen leidt niet tot een toename aan verkeersbewegingen. Het voornemen betreft een moderniseringsslag die ervoor zorgt dat bestaande buitenstalling en buitenopslag overdekt kan plaatsvinden. Dit levert geen intensivering van de bedrijfsactiviteiten op of een wijziging in de bedrijfsvoering en leidt derhalve niet tot een toename van verkeersbewegingen. De locatie is door de situering aan de Gijzel gelegen aan een goede ontsluitingsroute, waarbij geen verkeer door de kern noodzakelijk is. De ontwikkeling voorziet in een ruimtelijke en milieukundige kwaliteitsverbetering, waarbij de bedrijfsfunctie duurzaam kan worden vormgegeven.

Het betreft een duurzame ontwikkeling van een bestaand bebouwd gebied, waarbij de kwaliteit van de leefomgeving verbetert. Door het bestemmen van de planlocatie als bedrijfslocatie voor machineverhuur, wordt er voor de toekomst uitgesloten dat er op de locatie agrarische activiteiten plaatsvinden. Daarnaast wordt met het voornemen een agrarisch technisch hulpbedrijf in de groenblauwe mantel beëindigd. Het voornemen vindt plaats op een bestaand bouwperceel. Met het voornemen vindt geen toename van bebouwing plaats. De van origine agrarische, ontsierende verouderde bebouwing op de locatie, die momenteel gebruikt wordt als opslag, zal worden gesloopt en wordt elders op het perceel herbouwd.. Met de voorgenomen herbouw ontstaat een logische en meer compacte perceelsindeling. Bovendien zijn na realisering van de nieuwe loods achter de bestaande loods de bedrijfsgebouwen minder zichtbaar. Met het voornemen wordt de verharding binnen het bestaande bouwperceel uitgebreid. Deze uitbreiding is noodzakelijk voor de interne routering en het veilig kunnen manoeuvreren van de vrachtwagens.

De gehele locatie wordt robuust landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting, waarbij is aangesloten op de ligging van de locatie in een jonge zandontginning. Hiertoe worden de kavelgrenzen aan de noord- en oostzijde met lijnvormige beplantingsstructuren versterkt. Aan de oostzijde wordt een grondwal met struweelrand van inheemse besdragende beplanting van 5 meter breed gerealiseerd en aan de noordzijde een nattere groenstrook van 10 meter breed met boomvormers, een heester- en kruidenlaag en enkele poelen. De achterliggende agrarische gronden zullen worden omgezet naar Natuur en natuurlijker worden ingericht, zodat een natuurlijke overgangszone wordt gerealiseerd met het achterliggende natuurgebied. Met de nieuwe beplantingsstroken wordt de bedrijfslocatie aan het zicht onttrokken, maar blijft tevens zicht op het achterliggend bosgebied behouden. Daarnaast wordt met de groenstroken licht- en evt geluidhinder naar de omgeving verder beperkt. Met het voornemen wordt extra ruimte gecreëerd voor opvang en infiltratie van hemelwater, waarbij in de toekomstige situatie het volledige verhard oppervlak van alle gebouwen en erfverharding wordt afgekoppeld en middels kolken en goten wordt afgevoerd naar de infiltratievijvers aan de noordzijde van de locatie. Door de afkoppeling, opvang en infiltratie van hemelwater wordt positief bijgedragen aan het watersysteem.

Op de bedrijfslocatie wordt reeds gebruik gemaakt van zonne-energie via zonnepanelen op de bestaande te handhaven bedrijfsloods. De nieuw op te richten bedrijfsloods kan worden benut voor de aanleg van extra zonnepanelen, waarmee verder bijgedragen kan worden aan de energietransitie. Dergelijke klimaatadaptatieve maatregelen zullen de kwaliteit binnen het gebied ten goede komen. Gelet op bovenstaande wordt het planvoornemen passend geacht binnen de ontwikkelingsvisie van het gebied. Het betreft herontwikkeling van een bedrijfslocatie op een bestaand bouwperceel in de groenblauwe mantel. Het voornemen leidt tot een verbetering van de omgevingskwaliteit, doordat overtollige, voormalige agrarische bebouwing wordt gesloopt en de bedrijfslocatie wordt robuust landschappelijk ingepast. Daarnaast worden achterliggende agrarische gronden meer natuurlijk ingericht, rekening houdend met het halfopen landschappelijk karakter alsmede overige specifieke landschapskenmerken van het gebied, waarmee tevens wordt bijgedragen aan natuurontwikkeling. Met de afkoppeling, berging en infiltratie van al het hemelwater wordt bovendien positief bijgedragen aan het watersysteem. Hiermee heeft de ontwikkeling, conform het provinciaal beleidsuitgangspunt voor locaties in de groenblauwe mantel een positief effect op de natuur- en landschapswaarden alsmede het watersysteem in het gebied.

2

Ontwikkelingsrichting omgeving De Gijzel Pouderoyen B.V.

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK GIJZEL 30 TE HELVOIRT Gemeente Helvoirt, sectie D, nummer 5380 PROJECT: N222437

INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1

INLEIDING _____________________________________________________________________ 4

2

LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 5

3

2.1

ALGEMEEN __________________________________________________________________ 5

2.2

VOORONDERZOEK _____________________________________________________________ 5

2.2.1

Omgeving _____________________________________________________________ 5

2.2.2

Bodemgebruik _________________________________________________________ 5

2.2.3

Bodemkwaliteitskaart ___________________________________________________ 6

2.2.4

Uitgevoerde bodemonderzoeken ___________________________________________ 6

2.2.5

Bodemopbouw en geohydrologie __________________________________________ 7

2.3

DOELSTELLING _______________________________________________________________ 8

2.4

HYPOTHESE _________________________________________________________________ 8

UITGEVOERD BODEMONDERZOEK _________________________________________________ 9 3.1

ALGEMEEN __________________________________________________________________ 9

3.2

VELDWERKZAAMHEDEN _________________________________________________________ 9

3.3

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN _________________________________________________ 10

4

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ______________________________________ 11

5

RESULTATEN __________________________________________________________________ 13

6

5.1

ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ___________________________________________________ 13

5.2

ANALYSERESULTATEN EN BODEMKWALITEIT ___________________________________________ 14

5.3

INTERPRETATIE ______________________________________________________________ 15

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 16

Bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8

Situering in de regio Kadastrale gegevens Locatieoverzicht Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond en grondwater Toetsingstabellen Fotobijlage Gegevens vooronderzoek

Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/3

1

INLEIDING Aelmans Bouwadvies heeft, in verband met een bestemmingswijziging, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 op de locatie De Gijzel 30 te Helvoirt. NIPA milieutechniek b.v. te Oss is een ISO 9001:2015 gecertificeerd onderzoeksbureau. Tevens is NIPA milieutechniek b.v. op grond van artikel 12 van het Besluit bodemkwaliteit erkend voor de werkzaamheid “Veldwerk”. Deze erkenning geldt voor de volgende protocollen: ▪

2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen

▪

2002 – Het nemen van grondwatermonsters

▪

2003 – Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek

▪

2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

NIPA milieutechniek b.v. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. De contactpersoon van de opdrachtgever is techniek b.v. zijn gecoördineerd door

Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

. De werkzaamheden bij NIPA milieu.

N222437.005/KVV/4

2

LOCATIEGEGEVENS 2.1

Algemeen

De onderzoekslocatie betreft de locatie De Gijzel 30 te Helvoirt (gemeente Vught) en staat kadastraal bekend als gemeente Helvoirt, sectie D, nummer 5380. De locatie heeft een oppervlakte van circa 9.050 m². Op het perceel is een verhuurbedrijf voor machines ten behoeve van rail en infra gevestigd. De voormalige agrarische activiteiten zijn volledig gestopt. De mestsilo is inmiddels gesloopt, op het te slopen gebouw E liggen asbestverdachte dakplaten.

Op het onverharde deel is recent een laag gebroken puin aangebracht. Voor aanvang van het veldwerk is een kopie van het kwaliteitscertificaat van het opgebrachte materiaal overlegd. Deze is opgenomen in bijlage 8.

De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 3. 2.2

Vooronderzoek

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform hoofdstuk 6 van de NEN 5725. In bijlage 8 zijn de relevante kopieën vanuit het vooronderzoek opgenomen. 2.2.1 Omgeving De locatie ligt ten westen van Helvoirt in het buitengebied, de directe omgeving van de locatie bestaat uit: −

Noordzijde:

grasland, spoorbaan

−

Oostzijde:

woonperceel

−

Zuidzijde:

agrarische percelen

−

Westzijde:

agrarische percelen

2.2.2 Bodemgebruik De locatie is sinds begin vorige eeuw in gebruik genomen, uit informatie van de BAG stamt de eerste bebouwing (woonhuis) uit 1900. Op de locatie heeft hierna agrarische bedrijvigheid plaatsgevonden, Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/5

vanaf de jaren 80 is naast het bedrijf begonnen met loonwerk en grondverzet. Daarnaast werd gestart met de ontwikkeling van speciale machines voor de railinfra. Gezien het succes hiervan is de agrarische bedrijvigheid inmiddels gestopt en zal het terrein worden ingericht op de bedrijvigheid en van machineverhuur. Verschillende opstallen worden gesloopt, hiervoor in de plaats zal een grotere loods worden gebouwd.

2018

1997

1967

1956 (bron: topotijdreis.nl)

Voor zover bekend hebben zich geen calamiteiten voorgedaan die een mogelijke bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. In de omgevingsrapportage en in voorgaande onderzoeken blijkt dat er op locatie een of twee bovengrondse (diesel) tanks aanwezig zijn (geweest). 2.2.3 Bodemkwaliteitskaart Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Noordoost-Brabant blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen in de zone Overig (landbouw / natuur). Op basis van de statistische parameters wordt verwacht dat de boven- en ondergrond voldoen aan de Achtergrondwaarde. 2.2.4 Uitgevoerde bodemonderzoeken Op de locatie zijn een aantal bodemonderzoeken uitgevoerd. -

In 2010 is door Agro milieu met kenmerk 121844 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, op het bebouwde deel. Er werden licht verhoogde gehalten aan minerale olie in de bodem gemeten. In het grondwater werden licht verhoogde waarden aan barium en nikkel gemeten. In 2011 is door Agro milieu in navolging van bovenstaande onderzoek, een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd met kenmerk 125042. Hier werden geen verontreinigingen aangetoond.

Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/6

-

In 2015 is door TerraMilieu met kenmerk Tm2015.266 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, op het onbebouwde deel (vanaf achter de mestsilo). In de grond werden licht verhoogde gehalten aan nikkel, kobalt en PAK gemeten. In het grondwater werd een matige waarde aan nikkel gemeten, daarnaast werden licht verhoogde waarden aan barium, cadmium en koper gemeten. De peilbuis is hierop opnieuw bemonsterd, uit deze analyseresultaten bleek de waarde aan nikkel boven de interventiewaarde aanwezig. Zware metalen komen van nature voor in Noord-Brabant. De waardes worden, bij het ontbreken van een bron, hieraan gerelateerd.

In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn een aantal tanksaneringen bekend. Op het adres van De Gijzel 32 zijn in 1991 twee HBO-tanks gesaneerd. 2.2.5 Bodemopbouw en geohydrologie Voor de bodemopbouw en de geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland (kaartbladen Centrale Slenk 45 west en 45 oost) en de Provinciale Overzichten Win- en Productiemiddelen (VEWIN). Uit deze rapporten zijn de volgende regionale gegevens samengevat.

De onderzoekslocatie ligt in de gemeente Vught. De gemiddelde maaiveldhoogte is circa 3 meter +NAP. Plaatselijk kan de bodemopbouw afwijken van onderstaande gegevens.

De in het Holoceen gevormde deklaag, behorende tot de Nuenen Groep, bestaat uit (zandige) klei, veen en lemig zand en heeft een dikte van circa 25 meter. Onder deze slecht doorlatende deklaag bevind zich het eerste watervoerend pakket bestaande uit de fijn- tot grofzandige formaties van Kreftenheije en Sterksel. Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van circa 60 meter. De scheidende laag tussen het eerste en tweede watervoerend pakket bestaat uit kleien en slibhoudende afzettingen van de formaties van Kedichem en Tegelen over een dikte van circa 35 meter. De bovenste helft van het tweede watervoerend pakket bestaat voornamelijk uit grove zanden behorende tot de formaties van Tegelen en Maassluis. Het onderste deel heeft dezelfde samenstelling en behoort tot de formaties van Tegelen, Oosterhout en Breda. De bovenste en onderste helft worden van elkaar gescheiden door (zandige) kleien (Belfeld klei). Bovenstaande gegevens zijn samengevat in tabel 1.

Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/7

Tabel 1: Schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw Pakket (Holocene) deklaag (Nuenen groep) 1e watervoerend pakket (Formaties van Kreftenheije en Sterksel) 1e scheidende laag (Formatie van Kedichem en Tegelen) 2e watervoerend pakket A (Formatie van Tegelen en Maassluis)

Diepte (m -mv) 0 - 25

Samenstelling klei, veen en lemig zand

Parameters Variabel

25 - 85

fijn zand tot uiterst grove (grindhoudende) zanden

kD = 3.100 m²/d

85 - 120

kleien en slibhoudende afzettingen

120 - 135 (bovenste deel)

2e watervoerend pakket B (Formatie van Tegelen, Oosterhout en Breda) scheidende laag tussen bovenste en onderste deel van het 2e watervoerend pakket (Formatie van Tegelen)

150 - ? (onderste deel)

uiterste fijn tot matig grove (grindhoudende) zanden uiterste fijn tot matig grove (grindhoudende) zanden met enkele kleilagen

uitgaan van door-latingsweerstanden van duizenden dagen, zeer slecht doorlatend kD = 1.100 m²/d

135 - 150

voornamelijk kleien (Belfeld klei)

slecht doorlatend

slecht doorlatend

De algemene stroming van het grondwater is noordwestelijk. Dit stromingspatroon wordt bepaald door de ondergrondse afstroming van de hoger gelegen gebieden in Noord-Brabant. De stromingsrichting van het freatisch grondwater kan worden beïnvloed door de aanwezigheid van oppervlaktewateren. Deze gegevens zijn samengevat in tabel 2.

Tabel 2: Grondwaterstromingsparameters Geohydrologische eenheid deklaag 1e watervoerend-pakket

k = doorlatendheid 2.3

Stromingsrichting Noordwest/ variabel noordwest

i = verhang

k (m/d) n.b. + 50

I (m-m) n.b. + 1/3000

v (m/j) n.b. + 18

Grondwaterstand variabel 2,0 +NAP

v = horizontale stroomsnelheid

Doelstelling

Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is, waardoor sprake kan zijn van beperkingen of belemmeringen ten aanzien van het huidige of toekomstige gebruik van het terrein. 2.4

Hypothese

Op basis van de beschikbare gegevens is de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie beschouwd kan worden als niet verdacht met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging.

De eventuele drupzone is verdacht op de aanwezigheid van asbest.

Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/8

3

UITGEVOERD BODEMONDERZOEK 3.1

Algemeen

Verdeeld over de onderzoekslocatie met een oppervlakte van circa 9.050 m² zijn conform de NEN 5740 volgens de strategie voor een onverdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging de volgende boringen verricht: •

14 boringen tot 0,5 meter -mv (03, 04, 05, 06, 08, 10, 11, 12, 13, 15 t/m 19)

•

4 boringen tot 2,0 meter -mv (07, 09, 14 en 20)

•

2 boring tot 1,5 meter onder het grondwaterniveau en afgewerkt met peilbuis (01 en 02)

Drie boven- en twee ondergrondmengmonsters zijn geanalyseerd op de parameters van het standaard pakket voor grond vanuit de NEN 5740. Voor de berekening van de gestandaardiseerde meetwaarden zijn van de mengmonsters tevens de percentages aan lutum en organisch stof bepaald. Het grondwatermonster is geanalyseerd op het standaard pakket voor grondwater vanuit de NEN 5740.

Drupzone: asbestonderzoek conform NEN 5707 Het onderzoek is beperkt tot de bodemzone waar vezelmateriaal aanwezig kan zijn door uitspoeling vanuit verweerde asbesthoudende dakplaten. In de meeste gevallen is de directe verdachte bodemlaag circa 1 m vanaf de dakrand tot 0,5 cm-mv. De afzonderlijke afwateringszones worden als separate deellocaties onderzocht. Tijdens de veldinspectie is aan de westzijde van gebouw E is een drupzone aangetroffen.

in de drupzone is een proefsleuf van 2,0 x 0,3 meter tot 0,05 meter-mv gegraven en bemonsterd. Er is 1 monster geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest in de fijne fractie, daarnaast is de grond geanalyseerd op de aanwezigheid van PCB. 3.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen en proefsleuf, het plaatsen van de peilbuizen, het bemonsteren van de grond en van het grondwater en de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters, zijn uitgevoerd volgens de methoden zoals aangegeven in de relevante NPR- en NEN-normen zoals beschreven in de beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij Milieuhygienisch Bodemonderzoek” [2]. De situering van de boringen is opgenomen in bijlage 3. Alle boringen zijn op 21 en 28 juli 2023 met handkracht uitgevoerd. Het grondwater is op 28 juli 2023 bemonsterd. De troebelheid (NTU), pH en de geleidbaarheid (Ec) van het grondwater zijn in het veld bepaald.

Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/9

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door

en

onder certifi-

caat VB-002. 3.3

Laboratoriumwerkzaamheden

De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters zijn uitgevoerd door een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. Voor de toegepaste analysemethoden wordt verwezen naar bijlage 5.

Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/10

4

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE De verontreinigingssituatie van de vaste bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de achtergrond- en interventiewaarde en zijn vastgelegd in respectievelijk de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering 2013. De achtergrondwaarden zijn landelijk vastgesteld en worden in het Besluit bodemkwaliteit als volgt gedefinieerd: Achtergrondwaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehaltes aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. In gemeenten die beschikken over een bodemkwaliteitskaart kan bij een overschrijding van de achtergrondwaarde getoetst worden aan de P90-waarde. Deze geeft een regionaal vastgestelde verhoogde achtergrondwaarde aan. Bij hergebruik van vrijkomende grond binnen de bodemkwaliteitskaart dient het verkennend bodemonderzoek als aanvullend bewijsmiddel/voorinformatie beschouwd te worden, maar kan niet als een erkend bewijsmiddel dienen. De bodemkwaliteitskaart vormt het erkende bewijsmiddel conform de Regeling bodemkwaliteit. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013.

De streefwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de vaste bodem en het grondwater hebben voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een “geval van ernstige bodemverontreiniging” te spreken dient voor ten minste één stof het gemiddelde gehalte van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. In bijzondere situaties, zoals bij volkstuinen en bij kruipruimten, kan reeds bij een geringere omvang en bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op grond van de daadwerkelijk optredende blootstelling aan de verontreiniging dient bekeken te worden of onaanvaardbare risico’s voor mensen en/of ecosystemen optreden.

Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/11

Uit de NEN 5740 kan het volgende worden afgeleid. De interpretatie van de onderzoeksresultaten en de noodzaak tot het uitvoeren van vervolgonderzoek hangen voor een belangrijk deel af van de aanleiding en doelstelling van het onderzoek en de ‘gevoeligheid’ van het gebruik en de bestemming van de locatie. Ook de onderzoeksinspanning van het vervolgonderzoek wordt voor een belangrijk deel hierdoor bepaald. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid te bepalen.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of organisch stofgehalte van de bodem. Bij de berekening van de gestandaardiseerde meetwaarden voor de vaste bodem is uitgegaan van gemeten lutum- en organisch stofgehaltes. De gestandaardiseerde meetwaarden zijn bepaald met behulp van BoToVa. De gestandaardiseerde meetwaarden en de toetsing aan de achtergrond- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 6.

Bij de interpretatie van de toetsingsresultaten is uitgegaan van de BodemIndex (BI). De BodemIndex heeft geen wettelijk kader en heeft slechts de functie van hulpmiddel bij de interpretaties van de toetsingsresultaten. De Tussenwaarde heeft eveneens geen wettelijk kader, maar wordt veelal toegepast als een signaalwaarde om tot aanvullend onderzoek over te gaan.

BodemIndex (BI) = (gestandaardiseerde meetwaarde - AW) / (IW - AW) AW = achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) IW = interventiewaarde BodemIndex < 0:

gestandaardiseerde meetwaarde < AW

BodemIndex = 0:

gestandaardiseerde meetwaarde = AW

0 < BodemIndex < 0,5:

gestandaardiseerde meetwaarde > AW maar < Tussenwaarde

BodemIndex = 0,5:

gestandaardiseerde meetwaarde = Tussenwaarde

0,5 < BodemIndex < 1:

gestandaardiseerde meetwaarde > Tussenwaarde maar < IW

BodemIndex = 1,0:

gestandaardiseerde meetwaarde = IW

BodemIndex > 1:

gestandaardiseerde meetwaarde > IW

De BodemIndex per analyseresultaat is eveneens weergegeven in de tabellen in bijlage 6.

Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/12

5

RESULTATEN 5.1

Zintuiglijke waarnemingen

Voor de boorprofielbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 4. De bodem is vanaf maaiveld of onderzijde puinlaag tot een diepte variërend van circa 0,0 tot 1,0 meter –mv, opgebouwd uit zand. Hieronder is de bodem circa 1,5 meter opgebouwd uit leem, waarna de bodem tot 3,50 meter -m weer uit zand bestaat.

Op een deel van de locatie was recent een puinlaag aangebracht, deze begint aan de straatkant en loopt tot het eerst onverharde deel van de locatie (circa 8 meter vanaf de straat). De halfverharding wordt omringt door beton banden. Van dit puin is het productcertificaat overlegd, de asbestverdachtheid is hiermee ontkracht. Aan de noordzijde van het terrein lag een depot grond, dit is afkomstig van het egaliseren van het terrein m.b.t. tot het aanbrengen van de puinlaag. Er zullen in de toekomst nog verder grondwerkzaamheden plaatsvinden en aangegeven is dat de grond hoogst waarschijnlijk op locatie wordt toegepast er is daarom geen verder onderzoek op uitgevoerd. De verharding tussen de bebouwing bestond voornamelijk uit klinkers en beton. Van de eerder genoemde bovengrondse tanks is er 1 aangetroffen, deze staat in gebouw E en was niet meer in gebruik. De andere tank is niet aangetroffen. Er zijn geen zintuigelijke waarnemingen gedaan welke duiden op een (voormalige tank) of verontreinigingen die door de aanwezigheid van de tanks veroorzaakt zouden kunnen zijn. Aan dit zelfde gebouw is een drupzone aangetroffen, het asbestverdachte dak had geen dakgoot en het maaiveld hieronder was (deels) onverhard.

Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn zintuiglijk bijzonderheden waargenomen die op een mogelijke bodemverontreiniging duiden. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De bijmengingen zijn per boring opgenomen in tabel 3.

Tabel 3: Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring 02 03 07 11 13 15 16 17 18 20

Diepte boring (m -mv) 3,70 0,50 2,00 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 2,00

Traject (m -mv) 0,30 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,15 - 0,50 0,15 - 0,50 0,00 - 0,30

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

sterk baksteen sporen baksteen zwak baksteen sporen puin zwak baksteen sporen baksteen zwak baksteen, zwak puin matig baksteen matig baksteen matig baksteen

De grondwaterstand bevond zich tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden op een diepte van circa 2,30 meter –mv. Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/13

5.2

Analyseresultaten en bodemkwaliteit

De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 5; de analyseen toetsingsresultaten zijn samengevat in de tabellen 4 en 5.

Tabel 4: Toetsingsresultaten grond met bodemindex monster

MM01

MM02 MM03

MM04 MM05

deelmonsters 02 02

traject m-mv

bijmengingen

>achtergrondwaarde

>interventiewaarde

0,30 - 0,50 0,50 - 1,00

Sterk baksteen

-

05 06 07 09 14 20 11 16 17 18 20

0,40 - 0,90 0,40 - 0,90 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 0,70 - 1,00 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,15 - 0,50 0,15 - 0,50 0,00 - 0,30

-

PCB (som 7) (-) Minerale olie (0,13) Zink (0,01) -

-

-

-

Puin, baksteen

Zink (0,03)

-

Matig baksteen

Kwik (-)

-

-

Tabel 5: Toetsingsresultaten grondwater met bodemindex monster 01-1 02-1

filterstelling m-mv 2,90 - 3,90 2,70 - 3,70

pH

Ec in µS/cm

troebelheid (NTU)

>streefwaarde

>interventiewaarde

6,6 6,5

774 460

3,33 5,96

Barium (0,12) Cadmium (0,01) Barium (0,05)

-

* De pH en de Ec hebben, voor deze regio, normale waarden. **Verondersteld wordt dat het water in de bodem van nature een troebelheid van 0 – 10 NTU heeft. Een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk maar kan bij de interpretatie van de analyseresultaten worden gebruikt. Een verhoogde NTU kan leiden tot een overschatting van organische parameters en zware metalen.

Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/14

5.3

Interpretatie

Grond In de grondmengmonsters waarin zintuigelijk baksteen en / of puin is aangetoond (MM01, MM04 en MM05) zijn licht verhoogde gehalten aan zink, kwik, PCB en/ of minerale olie gemeten. De licht verhoogde gehalten zouden hieraan gerelateerd kunnen worden. In de overige mengmonsters zijn geen verhoogde gehalten gemeten.

Grondwater In het grondwater ter plaatse van peilbuis 01 en 02 is een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Daarnaast is in peilbuis 02 een lichte verhoogde concentratie aan cadmium gemeten. Licht verhoogde gehaltes aan barium en andere zware metalen kunnen van nature in het grondwater voorkomen en duiden niet op een noemenswaardige verontreiniging. Omdat voor de aanwezigheid van het licht verhoogde gehalte in het grondwater geen antropogene bron/oorzaak gevonden is, wordt het niet als een verontreiniging beschouwd. Drupzone gebouw E In het grondmonster van de fijne fractie is geen asbest aangetoond. Er zijn tevens geen vezels kleiner dan 0,5 mm gemeten. het gehalte aan PCB in deze drupzone is niet boven de achtergrondwaarde gemeten.

Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/15

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Gijzel 30 te Helvoirt, kadastraal bekend als gemeente Helvoirt, sectie D, nummer 5380, blijkt dat de bovengrond over het algemeen licht verontreinigd zijn met de onderzochte parameters. De ondergrond is niet verontreinigd en het grondwater bevat van nature verhoogde gehaltes aan zware metalen. Op basis van deze resultaten dient de hypothese, zoals verwoord in paragraaf 2.4, in principe verworpen te worden. Er zijn licht verhoogde gehalten aangetoond aan zink, kwik, PCB en minerale olie in de bodem. En in het grondwater licht verhoogde waarde aan barium en cadmium. De gevolgde strategie is echter als voldoende te beschouwen. Eventueel vrijkomende grond mag op de locatie worden hergebruikt. Indien grond van de locatie afgevoerd dient te worden, is de Regeling bodemkwaliteit van toepassing: -

Op basis van dit rapport is de grond binnen het gebied van dezelfde bodemkwaliteitskaart herbruikbaar;

-

Vrijkomende grond die elders wordt hergebruikt, dient voorafgaand aan de toepassing als een partij gekeurd te worden conform het BRL SIKB 1000 VKB protocol 1001;

-

Afvoer van de vrijkomende grond naar een erkende grondbank of verwerker is op basis van dit rapport eveneens mogelijk.

Voor de afvoer van de grond naar elders zal een aanvullend onderzoek naar het voorkomen van PFAS noodzakelijk kunnen zijn. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Alhoewel het onderzoek met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen is uitgevoerd dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses wordt uitgevoerd. Niet geheel uitgesloten kan worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen.

Verkennend bodemonderzoek Gijzel 30 te Helvoirt, sectie D, nummer 5380

N222437.005/KVV/16

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2023107917/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode

Uw monsteromschrijving Boornr

13760652

Van

Tot

Uw datum monstername

Monsteromsch./Monstername ID

MM01 02 (30-50) 02 (50-100)

0536112167

02

30

50

21-Jul-2023

1

0536112144

02

50

100

21-Jul-2023

2

13760653

MM02 05 (40-90) 06 (40-90)

0536112125

05

40

90

21-Jul-2023

1

0536112122

06

40

90

21-Jul-2023

1

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2023107917/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)

De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG Opmerking 2)

PCB 153 kan positief beïnvloed worden door PCB 132.

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

.

Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2023107917/1

Analyse

Pagina 1/1

Methode

Techniek

Methode referentie

W0106

Voorbehandeling

AS3000

Droge Stof

W0104

Gravimetrie

pb 3010-2 en NEN-EN 15934

Organische stof (gloeiverlies)

W0109

Gravimetrie

pb 3010-3 en NEN 5754

Korrelgrootte < 2 µm (lutum)

W0171

Sedimentatie

pb 3010-4 en NEN 5753

Barium (Ba)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Cadmium (Cd)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kobalt (Co)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Koper (Cu)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kwik (Hg)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Molybdeen (Mo)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Nikkel (Ni)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Lood (Pb)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Zink (Zn)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Minerale Olie (C10-C40)

W0202

GC-FID

pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703

Chromatogram MO (GC)

W0202

GC-FID

NEN-EN-ISO 16703

W0271

GC-MS

pb 3010-8 en NEN 6980

Voorbehandeling

Cryogeen malen Bodemkundige analyses

Metalen

Minerale olie

Polychloorbifenylen, PCB

PCB (7)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

PAK som AS3000/AP04

W0271

GC-MS

pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287

PAK (10) (VROM)

W0271

GC-MS

pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287

Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzic

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2023110521/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode

Uw monsteromschrijving Boornr

13769201

Van

Tot

Uw datum monstername

Monsteromsch./Monstername ID

MM03 07 (50-100) 09 (100-150) 14 (70-100) 20 (50-1 00)

0536112326

09

100

150

28-Jul-2023

4

0536112335

07

50

100

28-Jul-2023

2

0536111917

14

70

100

28-Jul-2023

3

0536111882

20

50

100

28-Jul-2023

3

13769202

MM04 11 (0-50) 16 (0-50)

0536112329

11

0

50

28-Jul-2023

1

0536112338

16

0

50

28-Jul-2023

1

13769203

MM05 17 (15-50) 18 (15-50) 20 (0-30)

0536111909

20

0

30

28-Jul-2023

1

0536112342

18

15

50

28-Jul-2023

1

0536111914

17

15

50

28-Jul-2023

1

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2023110521/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)

De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

.

Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2023110521/1

Analyse

Pagina 1/1

Methode

Techniek

Methode referentie

W0106

Voorbehandeling

AS3000

Droge Stof

W0104

Gravimetrie

pb 3010-2 en NEN-EN 15934

Organische stof (gloeiverlies)

W0109

Gravimetrie

pb 3010-3 en NEN 5754

Korrelgrootte < 2 µm (lutum)

W0171

Sedimentatie

pb 3010-4 en NEN 5753

Barium (Ba)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Cadmium (Cd)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kobalt (Co)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Koper (Cu)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kwik (Hg)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Molybdeen (Mo)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Nikkel (Ni)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Lood (Pb)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Zink (Zn)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Minerale Olie (C10-C40)

W0202

GC-FID

pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703

Chromatogram MO (GC)

W0202

GC-FID

NEN-EN-ISO 16703

W0271

GC-MS

pb 3010-8 en NEN 6980

Voorbehandeling

Cryogeen malen Bodemkundige analyses

Metalen

Minerale olie

Polychloorbifenylen, PCB

PCB (7)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

PAK som AS3000/AP04

W0271

GC-MS

pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287

PAK (10) (VROM)

W0271

GC-MS

pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287

Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzic

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=1c485ad2-c6dd-4ffe-ae16-26827c000c3a