CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

BIjlage - Bijlagen bij de motivering

Raadsvergadering 1 juli 2025, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Gestelstraat 2 Helvoirt20.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ook zijn er geen sporen en holen van de das waargenomen binnen het plangebied. De aanwezigheid van deze soorten kan daarom worden uitgesloten. Mogelijk komen algemene zoogdieren zoals de vos en egel voor binnen en rondom het plangebied. Conclusie grondgebonden zoogdieren Samenvattend, tijdens de veldronde zijn sporen waargenomen van (grondgebonden) zoogdieren. Daarbij is de locatie potentieel geschikt voor deze soortgroep. Aanwezigheid van beschermde (grondgebonden) zoogdieren is dan ook niet uit te sluiten. Nader onderzoek naar soort steenmarter, wezel, bunzing en hermelijn is dan ook noodzakelijk.

blad 20 van 35

figuur 7: Geschiktheid grondgebonden zoogdieren. A. Prooiresten (houtduif).

B. Opening tussen dak stal A.

C. Uitwerpselen met insectenschildjes.

D. Drooggevallen sloot met braamstruweel.

5.2.4

Vleermuizen

5.2.4.1

Verblijfplaatsen

Vleermuizen gebruiken spleten, kieren en holtes van bomen of donkere ruimtes in gebouwen als verblijfplaats (Zoogdiervereniging, n.d.). Dit is afhankelijk van de soort. Daarnaast gebruiken vleermuizen een netwerk van foerageergebieden en vliegroutes. Tijdens het veldbezoek is de potentie van de locatie voor vleermuisverblijfplaatsen onderzocht en is gelet op sporen. Tevens is onderzocht welke functie de locatie kan hebben voor vleermuizen. Daarbij is gebruik gemaakt van de checklist van het huidige Vleermuisprotocol (Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2021). Objecten en elementen die geschikt worden geacht als verblijfplaats voor vleermuizen zijn beschermd middels de Ow. Binnen en rondom het plangebied zijn geen bomen met geschikte spleten, kieren en holtes waargenomen. De aanwezigheid van boom bewonende vleermuizen kan daarom worden uitgesloten. In de stallen zijn geen geschikte openingen aanwezig die kunnen dienen als verblijfplaats van gebouw bewonende vleermuizen. De openingen in de langsgevels van stal A bevinden op een maximale hoogte van 1,5 meter en hebben een overvallende dakrand. Hierdoor is het voor vleermuizen niet mogelijk deze openingen te betreden. De aanwezigheid van gebouw bewonende vleermuizen in de stallen kan derhalve worden uitgesloten.

Conclusie verblijfplaatsen vleermuizen Samenvattend, de locatie wordt niet geschikt bevonden als zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijfplaats met betrekking tot de groep van vleermuizen. Nader onderzoek naar deze verblijfsfunctie(s) is derhalve niet noodzakelijk.

blad 21 van 35

5.2.4.2

Foerageergebied en vliegroute

Naast verblijfplaatsen maken vleermuizen ook gebruik van migratieroutes, vliegroutes en foerageergebieden (Zoogdiervereniging, n.d.). Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als deze essentieel zijn voor aanwezige vleermuizen. Belangrijke structuren voor aanwezigheid van een foerageergebied zijn bijvoorbeeld waterlichamen en/of insect aantrekkende flora. Lijnvormige elementen zoals een watergang, een dijklichaam of een bomenrij zijn belangrijks voor vleermuizen ter oriëntatie gedurende verplaatsing (vliegroute) en migratie. De bomenranden zijn geschikt als vliegroute van vleermuizen. De te kappen bomen binnen het plangebied worden niet essentieel geacht gezien deze verbinding vormen met andere bomenrijen en/of belangrijk foerageergebied. De bomenrij langs de Gestelstraat vormen mogelijk wél een essentiële vliegroute. Gezien deze bomenrij behouden blijft is nader onderzoek niet benodigd. De bomenranden, ruigtes, bosschages, struweel en het weiland binnen en rondom het plangebied zijn geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Gezien de voldoende alternatieven in de omgeving van het plangebied worden deze groenstructuren niet als essentieel geacht. Conclusie foerageergebied en vliegroute vleermuizen Samenvattend, de locatie wordt geschikt bevonden als foerageergebied en vliegroute met betrekking tot de groep van vleermuizen.

Gezien de aard van de werkzaamheden is nader onderzoek naar een foerageergebied en/of vliegroute niet noodzakelijk. Maatregelen zijn echter wel van toepassing (zie H6). figuur 8: Geschiktheid foerageergebied en vliegroute vleermuizen. A. Te kappen bomenrij (vliegroute).

5.2.5

B. Ruigte en struweel (foerageergebied).

Amfibieën

Amfibieën zijn (in meer of mindere mate) afhankelijk van de aanwezigheid van water (Ravon, n.d.). Binnen het biotoop (leefgebied) van deze soortgroep is dus altijd, op overbrugbare afstand, water noodzakelijk. Voor diverse kikker- en paddensoorten kan dit water kan ook van tijdelijke aard zijn, bijvoorbeeld door het ontstaan van een plas in karrensporen of natte plekken in een weiland. Het waterhabitat wordt doorgaans gebruikt in de zomerperiode als voortplantingsplaats. In de winter trekken de meeste amfibieën zich terug op het land, waar zij zich op een droge en beschutte plek ingraven of verstoppen. Echter overwinteren een aantal soorten ook op de bodem van wateren, zodat zij als eerste kunnen beginnen aan de voortplanting in het voorjaar (Ravon, n.d.). Overwintering op het land heeft als nadeel dat soorten allereerst naar het water moeten trekken in het voorjaar; de zogenaamde ‘paddentrek’. De eigenschappen van zowel land- als waterhabitat variëren sterk per soort. Tijdens het veldonderzoek is de projectlocatie gecontroleerd op aanwezigheid van beschermde amfibieën. Tevens is een inschatting gemaakt of de projectlocatie geschikt is voor beschermde amfibieën. Op basis van de NDFF zijn enkele waarnemingen bekend van de alpenwatersalamander en de rugstreeppad.

Het voortplantingsbiotoop van de alpenwatersalamander is weinig eisend en omvat diverse typen wateren zolang het niet snel stromen en/of rijk aan vis is. De soort komt vaak voor nabij bos en houtwallen.

blad 22 van 35

Gezien de sloot langs het plangebied voornamelijk droog ligt en een geïsoleerde ligging heeft ten opzichte van andere sloten en watergangen wordt de aanwezigheid van de alpenwatersalamander niet aannemelijk geacht door het ontbreken van geschikt voorplantingsbiotoop. De rugstreeppad komt voor in het duinlandschap, rivierengebied, hogere zandgronden en in polderlandschap (veenweide gebied). Binnen de functionele leefomgeving van deze soort vallen goed vergraafbare bodem (overwinteringsbiotoop) en ondiepe wateren (voortplantingsbiotoop). Binnen en nabij het plangebied ontbreekt het aan eerstgenoemde. Er is geen makkelijk vergraafbare bodem (zand) aanwezig. Daarnaast staat de aangrenzende sloot in droog tijdens het voorplantingsseizoen van deze soort. De aanwezigheid van de rugstreeppad kan daarom worden uitgesloten. Conclusie amfibieën Samenvattend, tijdens de veldronde zijn geen beschermde amfibieën waargenomen. Ook biedt de locatie geen potentie voor deze soorten. De aanwezigheid van beschermde amfibieën kan worden uitgesloten. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde amfibieën is dan ook niet noodzakelijk.

5.2.6

Reptielen

In Nederland komen zeven soorten reptielen voor welke allemaal beschermd zijn onder de Ow (Ravon, n.d.). Reptielen zijn vaak schuw van aard waardoor zij (zeer) verstoringsgevoelig zijn en menselijke verstoring vermijden. Vaak worden reptielen dan ook aangetroffen in natuurgebieden of tuinen/parken op de rand van deze natuurgebieden, heide, duinen- of bosgebied en ruderale terreinen. Van belang zijn open plekken binnen het habitat waar zij zich kunnen opwarmen in de zon en meer beschutte plekken waar ze zich terug kunnen trekken en verblijven. Dergelijke verblijfplaatsen kunnen zijn onder liggend hout, vegetatie, stenenhopen, maar ook in oude (konijnen)holen of holtes bij boomwortels. Aanwezigheid van waterlichamen is voor een aantal beschermde reptielen niet noodzakelijk. De ringslang, levendbarende hagedis zijn wel echte vochtminnende soorten en de hazelworm heeft een voorkeur voor enigszins vochtige gebieden. Tijdens het veldonderzoek is de projectlocatie gecontroleerd op aanwezigheid van beschermde reptielen. Tevens is een inschatting gemaakt of de projectlocatie geschikt is voor beschermde reptielen. Op basis van de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van reptielen in de omgeving van het plangebied. Het plangebied ligt ver buiten het verspreidingsgebied van de muurhagedis, adder, ringslang en gladde slang.

Door het ontbreken van heidevegetatie wordt de aanwezigheid van levendbarende hagedis niet aannemelijk geacht. Door het ontbreken van bossen, bosranden, heide, struwelen, spoor- en wegbermen, kalkgraslanden, vestingwerken, steenhopen, ruderale plaatsen wordt de hazelworm ook niet verwacht. De aanwezigheid van beschermde reptielen kan daarom worden uitgesloten. Conclusie reptielen Samenvattend, tijdens de veldronde zijn geen beschermde reptielen waargenomen. Ook biedt de locatie geen potentie voor deze soorten. De aanwezigheid van beschermde reptielen kan worden uitgesloten. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde reptielen is dan ook niet noodzakelijk.

5.2.7

Vissen

De in Nederland beschermde vissen komen voor in diverse typen waterlichamen (Ravon, n.d.). Zo komen soorten als de steur en houting voornamelijk voor in grotere wateren zoals rivieren, meren een zee. De beekdonderpad, beekprik, elrits, kwabaal komen juist voor in beken en riviertjes en de grote modderkruiper in wat kleinere relatief ondiepere wateren met een goed ontwikkelde modderlaag. Tijdens het veldonderzoek is de projectlocatie gecontroleerd op aanwezigheid van waterlichamen die geschikt zijn voor beschermde vissoorten. Indien mogelijk en noodzakelijk is een schepnet gebruikt om de diepte en bodemlaag van het waterlichaam te bepalen. Aan de hand daarvan is een inschatting gemaakt of de projectlocatie geschikt is voor beschermde vissen.

blad 23 van 35

Langs de westzijde van het plangebied is een ondiepe sloot aanwezig. Door het kleine aandeel aan water worden (beschermde) vissen hier niet verwacht, daarnaast blijft deze sloot onaangetast. De aanwezigheid van (beschermde) vissen kan daarom worden uitgesloten. Conclusie vissen Samenvattend, tijdens de veldronde zijn geen beschermde vissen waargenomen. Ook biedt de locatie geen potentie voor deze soorten. De aanwezigheid van beschermde vissen kan worden uitgesloten. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde vissen is dan ook niet noodzakelijk.

5.2.8

Ongewervelden

De groep ongewervelden valt onder te verdelen in een aantal subcategorieën. Onderstaand worden deze toegelicht. Insecten (vlinders, libellen en kevers) Veel vlindersoorten zijn afhankelijk van de aanwezigheid van een specifieke waardplant (Vlinderstichting, n.d.). Deze plant is nodig als voedselbron voor de rupsen van de vlinder. Aanwezigheid van een specifieke waardplant is daarom vaak een voorwaarde voor aanwezigheid van een specifieke vlindersoort. Waardplanten zijn vaak inheems en kenmerkend voor een typische vlindersoort (bijvoorbeeld de eik voor de bruine eikenpage). Op basis van de NDFF zijn waarnemingen bekend van de grote vos en kleine ijsvogelvlinder. Deze soorten komen voor nabij bosranden, loofbossen, boomgaarden en solitaire bomen. Waardplanten zijn populier, sleedoorn, wild iep, kamperfoelie en sneeuwbes. Deze en andere waardplanten van beschermde dag- en nachtvlinders zijn binnen het plangebied niet aangetroffen. De aanwezigheid van beschermde dag- en nachtvlinders kan daarom worden uitgesloten. Libellen zijn juist zeer afhankelijk van de aanwezigheid van natte landschapselementen, zoals beken en rivieren, plassen en poeltjes, (park)vijvers, al dan niet met oever- en watervegetatie (Vlinderstichting, n.d.). Een nat landschap is nodig voor de afzet van de eieren in of nabij het water.

Aanwezigheid van landhabitat, zoals bosranden, graslanden en houtwallen zijn eveneens belangrijk als foerageergebied en schuilgelegenheid. Door het ontbreken van vennen, laagveen, duinplassen en rivieren kan de aanwezigheid van beschermde libellen binnen en in de omgeving van het plangebied worden uitgesloten. Kevers komen in tal van landschappen voor, waarbij de brede geelrandwaterroofkever en gestreepte waterroofkever gebonden zijn aan een waterhabitat (Stichting EIS Nederland, n.d.). De heldenbok, juchtleerkever, vermiljoenkever en het vliegend hert leven juist op het land en zijn afhankelijk van (dood) hout van bomen. Het plangebied ligt ver buiten het verspreidingsgebied van beschermde kevers. Daarnaast ontbreekt het aan dood hout binnen het plangebied. De aanwezigheid van beschermde kevers binnen en rondom het plangebied kan daarom worden uitgesloten. Weekdieren Onder de beschermde ongewervelden vallen ook de Bataafse mossel en de platte schijfhoren (Verspreidingsatlas, n.d.; Natura2000, 2008). Deze soorten leven in het water. Zo leeft de Bataafse mossel in (schone) snelstromende rivieren en beken en de platte schijfhoren juist in wateren (plassen en sloten) met een rijke begroeiing van bijvoorbeeld draadalg of krabbenscheer.

Tijdens het veldonderzoek is de projectlocatie gecontroleerd op aanwezigheid van waterlichamen en waterplanten die geschikt zijn voor beschermde ongewervelden. Aan de hand van de bevindingen is een inschatting gemaakt of de projectlocatie geschikt is voor beschermde ongewervelden. Binnen en rondom het plangebied ontbreekt het aan geschikte wateren zoals snel stromende rivieren, beken en plassen. De aanwezigheid van beschermde weekdieren binnen en rondom het plangebied kan daarom worden uitgesloten.

blad 24 van 35

Kreeftachtigen De enige beschermde kreeftachtige, de Europese rivierkreeft, komt van oorsprong voor in zuurstofrijke beken en rivieren met voldoende dekking (Nederlands Soortenregister, n.d.). Tegenwoordig is de kreeft alleen nog terug te vinden in vijvers waar hij concurrentie van andere (invasieve) exoten vermijdt. Binnen en rondom het plangebied ontbreekt het aan zuurstofrijke beken en rivieren. De aanwezigheid van beschermde kreeftachtigen binnen en rondom het plangebied kan daarom worden uitgesloten. Conclusie ongewervelden Samenvattend, tijdens de veldronde zijn geen beschermde ongewervelden waargenomen. Ook biedt de locatie geen potentie voor deze soorten. De aanwezigheid van beschermde ongewervelden kan worden uitgesloten. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde ongewervelden is dan ook niet noodzakelijk.

5.2.9

Planten en mossen

Beschermde planten en mossen kunnen op zeer diverse plaatsen groeien (Flora van Nederland, n.d.). Zo zijn er soorten die alleen voorkomen in natuurgebieden terwijl andere soorten juist voorkomen in een stadse omgeving (bijvoorbeeld muurplanten). Een voorwaarde voor een groeiplaats is dat de bodem geschikt is voor een beschermde soort en dat het beheer/dynamiek van het gebied aansluit op de levenscyclus van de soort. Tijdens het veldonderzoek is de projectlocatie gecontroleerd op aanwezigheid van beschermde planten en mossen. Aanwezigheid kan niet het gehele jaar door worden vastgesteld in verband met de bloeitijd van soorten. Aan de hand van het habitat en de bodem is een inschatting gemaakt of de projectlocatie geschikt is voor beschermde planten en mossen. Op basis van de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde planten en mossen in de omgeving van het plangebied. Daarnaast zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten en mossen aangetroffen en biedt het plangebied geen geschikt biotoop voor deze soorten. De aanwezigheid van beschermde planten en mossen kan daarom worden uitgesloten. Conclusie planten en mossen Samenvattend, tijdens de veldronde zijn geen beschermde planten of mossen waargenomen. Ook biedt de locatie geen potentie voor deze soorten. De aanwezigheid van beschermde planten of mossen kan worden uitgesloten.

Nader onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde planten of mossen is dan ook niet noodzakelijk.

5.2.10

Rode lijstsoorten

Rode lijstsoorten kunnen op zeer diverse plaatsen voorkomen. Zo zijn er soorten die alleen voorkomen in natuurgebieden terwijl andere soorten juist voorkomen in een stadse omgeving. Tijdens het veldonderzoek is de projectlocatie gecontroleerd op aanwezigheid van Rode lijstsoorten. Tijdens het veldbezoek zijn geen Rode lijstsoorten waargenomen. Door het ontbreken van geschikt habitat kunnen weekdieren, vissen, libellen en juffers, amfibieën, reptielen, vaatplanten en schimmels worden uitgesloten. Wel biedt de omgeving van het plangebied geschikt habitat voor zoogdieren, vogels, wespen, bijen en mieren door de aanwezigheid van weiland, struweel en bomen. Gezien de aard van de werkzaamheden wordt niet verwacht dat de voorgenomen plannen grote invloed hebben op zowel populatie- als individuniveau van bovengenoemde soortgroepen zolang de zorgplicht zal worden nagestreefd. Conclusie rode lijstsoorten Samenvattend, tijdens de veldronde zijn geen beschermde Rode lijstsoorten waargenomen. Echter, biedt de locatie wel potentie voor deze soortgroepen. Aanwezigheid van Rode lijstsoorten kan derhalve niet worden uitgesloten.

blad 25 van 35

Gezien de aard van de werkzaamheden is nader onderzoek niet benodigd. Wel zijn maatregelen noodzakelijk (zie H6).

blad 26 van 35

6.

Samenvatting en advies

6.1

Gebiedsbescherming

Op basis van de uitgevoerde bureaustudie naar de gebiedsbescherming, blijkt dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten op Natura 2000-gebied, bijzonder nationaal natuurgebied of het NNN. Eventuele effecten van stikstofdepositie zijn daarbij buiten beschouwing gelaten.

6.2

Soortbescherming

Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er mogelijk negatieve effecten te verwachten zijn op algemene broedvogels, vogels met jaarrond beschermde nesten, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. In onderstaande tabel staan de effecten en conclusie met betrekking tot eventueel nader onderzoek en maatregelen opgenomen. tabel 11: Samenvatting van de quickscan flora en fauna. Soortgroep

Niet uit te sluiten beschermde soorten

Effect van de werkzaamheden

Vervolg

Algemene broedvogels

Zangvogels

Mogelijk negatief effect

Maatregelen noodzakelijk

Vogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 5)

Ekster, zwarte kraai, boerenzwaluw

Mogelijk negatief effect

Maatregelen noodzakelijk

Vogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 1 t/m 4)

Geen

Geen

Geen

Grondgebonden zoogdieren

Hermelijn, bunzing, wezel, steenmarter

Mogelijk negatief effect

Nader onderzoek noodzakelijk

Vleermuizen verblijfplaatsen

Geen

Geen

Geen

Vleermuizen foerageergebied, vliegroute en/of migratieroute

Vliegroute en foerageergebied

Mogelijk negatief effect

Maatregelen noodzakelijk

Amfibieën

Geen

Geen

Geen

Reptielen

Geen

Geen

Geen

Vissen

Geen

Geen

Geen

Ongewervelden

Geen

Geen

Geen

Planten en mossen

Geen

Geen

Geen

Rode lijst

Zoogdieren, vogels, wespen, bijen, mieren

Mogelijk negatief effect

Maatregelen noodzakelijk

6.3

Houtopstanden

Op basis van de uitgevoerde bureaustudie naar houtopstanden blijkt dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten op houtopstanden.

6.4

Provinciaal en lokaal beleid

Op basis van de uitgevoerde bureaustudie naar aanvullend beleid blijkt dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten op lokaal of provinciaal beleid.

blad 27 van 35

6.5

Advies en vervolg

6.5.1

Nader onderzoek

Nader onderzoek is naar de hermelijn, bunzing, wezel en steenmarter is benodigd. In tabel 12 hieronder worden de benodigde onderzoeken toegelicht. tabel 12: Overzicht onderzoekperiode nader onderzoek. Soortgroep en functie

Uitvoering onderzoek

Aantal bezoeken

Marterachtigen (cameraonderzoek wezel, hermelijn, bunzing)

1 juni - 15 november

8 weken

6.5.2

Maatregelen

De werkzaamheden van het initiatief kunnen leiden tot verstoring van alle aanwezige flora en fauna. De zorgplicht uit de Omgevingswet geldt voor alle voorkomende soorten. Dit betekent dat bij de werkzaamheden, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, zorg wordt gedragen voor een zo min mogelijke verstoring of aantasting van de aanwezige flora en fauna. Om te voorkomen dat (beschermde en/of niet beschermde) aanwezige soorten worden verstoord of gedood, zijn maatregelen noodzakelijk. Tevens dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de zorgplicht. In de onderstaande tabel zijn maatregelen opgenomen waar men zich aan dient te houden tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. tabel 13: Overzicht met maatregelen. Soort(groep)

Maatregel

Alle soorten

Algemene zorgplicht (naar Artikel 1.6 Ow). Degene die een activiteit verricht en weet dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben, neemt alle maatregelen om de nadelige gevolgen te voorkomen, maakt de gevolgen beperkt of ongedaan of laat de activiteit achterwege.

Broedvogels/ vogels met jaarrond beschermde nesten categorie 5/ vogels van de Rode Lijst

Werken buiten het reguliere broedseizoen (circa 15 maart - 15 juli). Indien dit niet mogelijk is, dient er voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd. Een gevestigd nest en in gebruik zijnde nest, ook buiten het reguliere broedseizoen, mag echter niet worden weggehaald. Daarnaast dienen werkzaamheden aan de stallen te worden uitgevoerd in de periode dat de boerenzwaluw niet in Nederland is (eind september – begin april).

Vleermuizen, foerageergebied/vliegroute

De werkzaamheden mogen niet 's avonds of 's nachts worden uitgevoerd. Eventuele verlichting dient naar beneden gericht te worden en niet op aanwezige vegetatie of waterlichamen schijnen.

Grondgebonden zoogdieren

De werkzaamheden mogen niet 's avonds of 's nachts worden uitgevoerd. Eventuele verlichting dient niet op aanwezige vegetatie gericht te worden.

6.5.3

Aanbevelingen

Met natuurinclusief bouwen/ontwerpen is het mogelijk om die niet alleen voor gebruikers een gezonde, aantrekkelijke en prettige leefomgeving te realiseren, maar ook voor flora en fauna. Een investering in bijvoorbeeld een groene leefomgeving zorgt niet alleen voor een mooie uitstraling, maar trekt ook (bijzondere) dier- en plantensoorten aan. Bovenal is natuurinclusief bouwen doorgaans duurzaam en kan bijvoorbeeld een groene omgeving verkoeling bieden gedurende de zomerperiode en zuiveren de bomen/planten de lucht. Misschien lijkt een groene stad iets voor de toekomst maar natuurinclusief bouwen is nu al aan de orde van de dag. Met natuurinclusief bouwen zijn er talloze oplossingen om uw project nog mooier te maken en tegelijkertijd uw steentje bij te dragen aan het behoud van onze Nederlandse natuur.

blad 28 van 35

De project locatie leent zich erg goed voor natuurinclusief bouwen en wij willen dit ten zeerste aanraden. Voorbeelden van natuurinclusief bouwen voor dit project zijn bijvoorbeeld het gebruik van inbouwkasten voor huismussen, zwaluwen en vleermuizen. Disclaimer In deze rapportage is enkel getoetst aan de opgenomen werkzaamheden, het afwijken van deze werkzaamheden kan leiden tot mogelijk (nieuwe) effecten en daardoor mogelijk leiden tot een overtreding van de Omgevingswet. Indien men afwijkt van de in de rapportage opgenomen werkzaamheden dient overlegd te worden met een ecoloog. Mogelijk is er bij het afwijken van de werkzaamheden aanvullende toetsing benodigd. Indien het aanvragen van een vergunning noodzakelijk is, mogen er geen werkzaamheden plaatsvinden binnen het projectgebied. Indien noodreparaties moeten plaatsvinden binnen het projectgebied dient van tevoren te worden overlegd met de ecoloog. Indien er toch werkzaamheden plaatsvinden zonder toestemming van de ecoloog valt dit niet onder de verantwoording van Equipe adviseurs.

blad 29 van 35

7.

Verwijzingen

BIJ12. (2017). Kennisdocument Das, Meles meles. Opgehaald van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017003-Kennisdocument-Das-1.0.pdf BIJ12. (2023). Kennisdocument Gierzwaluw, Apus apus. Opgehaald van https://www.bij12.nl/assets/BIJ122017-006-Kennisdocument-Gierzwaluw-1.0.pdf BIJ12. (2017). Kennisdocument Roek, Corvus frugilegus. Opgehaald van Vogelbescherming. BIJ12. (2022). Kennisdocument Huismus, Passer domesticus. (Versie 2.0), 63p. Opgehaald van https://www.bij12.nl/ Bijlsma, R. G. (2015). Handleiding veldonderzoek Roofvogels. Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Opgehaald van https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/imce/nieuwesite/0verigen/downloads/15908 %20Handreiking%20kleine%20Marters%20DIGITAAL.pdf Flora van Nederland. (n.d.). Plantensoorten. Opgehaald van Flora van Nederland: https://www.floravannederland.nl/ Nationale Databank Flora en Fauna. (n.d.). NDFF Verspreidingsatlas. Opgehaald van Verspreidingsatlas: https://www.verspreidingsatlas.nl/ Natura2000. (2008). Platte schijfhoren (Anisus vorticulus) H4056. Opgehaald van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/profielen/Profielen_HRSoorten_Actueel/Profiel_soort _H4056.pdf Nederlands Soortenregister. (n.d.). Europese rivierkreegt Astacus astacus.

Opgehaald van Nederlandsesoorten.nl: https://www.nederlandsesoorten.nl/linnaeus_ng/app/views/species/nsr_taxon.php?id=143789&ca t=156 Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging. (2021). Vleermuisprotocol 2021. Omgevingswet. (2024). Opgehaald van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/2024-01-01/0 QGIS. (2009). QGIS Geographic Information System. Open Source Geospatial Foundation. Opgehaald van http://qgis.org Ravon. (n.d.). Amfibieën. Opgehaald van Ravon: https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/category/amfibie%C3%ABn Ravon. (n.d.). Reptielen. Opgehaald van Ravon: https://ravon.nl/reptielen Ravon. (n.d.). Vissen. Opgehaald van Ravon: https://www.ravon.nl/vissen Ravon. (n.d.). Wintersterfte. Opgehaald van Ravon Helpdesk: https://www.ravon.nl/Helpdesk/wintersterfte Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. (2021). Indicatieve lijst jaarrond beschermde vogelnesten. Opgehaald van https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/04/Lijst-jaarrond-beschermdevogelnesten.pdf Stichting EIS Nederland. (n.d.). Kevers. Opgehaald van Stichting EIS Nederland, Kenniscentrum insecten en andere ongewervelden: https://www.eis-nederland.nl/soortenbeleid/habitatrichtlijn/kevers Stichting NDFF. (2009). Uitvoerportaal Nationale Databank Flora en Fauna. Opgehaald van Nationale Databank Flora en Fauna: https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/login.zul Verspreidingsatlas. (n.d.). Bataafse stroommossel.

Opgehaald van Anemoon Verspreidingsatlas Weekdieren: https://www.verspreidingsatlas.nl/S8410 Vlinderstichting. (n.d.). Libellen. Opgehaald van Vlinderstichting: https://www.vlinderstichting.nl/libellen Vlinderstichting. (n.d.). Vlinders. Opgehaald van Vlinderstichting: https://www.vlinderstichting.nl/vlinders Vogelbescherming. (n.d.). Grote gele kwikstaart. Opgehaald van Vogelbescherming: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grotegele-kwikstaart?ss360SearchTerm=grote%20gele%20kwikstaart Vogelbescherming. (n.d.). Ooievaar. Opgehaald van Vogelbescherming: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ooievaar Vogelbescherming. (n.d.). Veelgstelde vragen wet- en regelgeving. Opgehaald van Vogelbescherming: https://www.vogelbescherming.nl/bescherming/juridische-bescherming/veelgestelde-vragenvogels-en-de-wet Zoogdiervereniging. (n.d). Steenmarter. Opgehaald van Zoogdiervereniging: https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter Zoogdiervereniging. (n.d.). Boommarter. Opgehaald van Zoogdiervereniging: https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/boommarter Zoogdiervereniging. (n.d.). Hoe gebruken vleermuizen een landschap? Opgehaald van Vleermuizen in de stad.

blad 30 van 35

Bijlage 1:

Stappenplan ecologisch onderzoek

Hieronder wordt beschreven welke stappen genomen moeten worden indien de quickscan flora en fauna geen uitsluitsel kan geven over eventuele strijdigheden met de Ow. Deze paragraaf is opgesplitst in soortenbescherming en gebiedsbescherming.

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Indien negatieve effecten van de werkzaamheden op beschermde Natura 2000-gebieden (figuur 9) niet kunnen worden uitgesloten met een quickscan, zal een voortoets worden opgesteld. In een voortoets wordt middels een bureaustudie bekeken of de werkzaamheden significant negatief effecten hebben op de kwaliteit en instandhoudingsdoelstellingen van beschermde gebieden. Als dit op basis van de voortoets niet uitgesloten kan worden, zal een passende beoordeling moeten worden opgesteld. In de passende beoordeling zal verder gedetailleerd onderzoek worden gedaan, waarbij de kwaliteit van de habitattypen wordt beoordeeld. Indien schadelijke effecten van de werkzaamheden alsnog niet kunnen worden uitgesloten, zal de ADC Toets de enige manier zijn om een vergunning voor het project te ontvangen. figuur 9: Overzicht stappenplan ecologisch onderzoek gebiedsbescherming (Natura 2000-gebied).

Gebiedsbescherming NNN gebieden Voor de NNN-gebieden geeft de Ow geen mogelijkheid tot een vergunning. In de Omgevingsverordening worden per provincie de NNN-gebieden aangewezen. Ook de wezenlijke kenmerken en waarden worden vastgelegd, alsmede ook de regels in het belang van het instandhouding, verbetering en ontwikkeling van deze waarden. Per NNN-gebied kunnen deze regels verschillen.

blad 31 van 35

Als uit de quickscan blijkt dat niet aan de specifieke regels voor het betreffende NNN kan worden voldaan zal overleg met het bevoegd gezag plaats moeten vinden. Voor de meeste NNN-gebieden is het bevoegd gezag de provincie waar het NNN gebied ligt. Voor de grotere wateren en rivieren, waar het Rijk (Rijkswaterstaat) beheerder is zal overlegd moeten worden met het Rijk.

Soortbescherming Wanneer tijdens de quickscan beschermde soorten worden aangetroffen of wanneer aanwezigheid van beschermde soorten niet uitgesloten kunnen worden op basis van de potentie van de projectlocatie, is soort specifiek onderzoek benodigd (figuur 10). Soort specifiek onderzoek heeft als doel het vaststellen van de aanwezigheid van een beschermde soort en het vaststellen van de functie van het projectgebied voor de soort. Tevens wordt onderzocht of de werkzaamheden een negatief effect hebben op een beschermde soort of op het functioneren van de soort. Wanneer een negatief effect op een beschermde soort wordt vastgesteld is het aanvragen van een vergunning noodzakelijk. De doorlooptijd van het onderzoek verschilt per soort en is afhankelijk van het onderzoeksprotocol voor een soort.

Omgevingsvergunning Flora-en fauna-activiteit Voor het verstoren/doden van beschermde soorten en/of verwijderen van verblijfplaatsen van beschermde soorten is het aanvragen van een vergunning noodzakelijk, omdat door werkzaamheden verbodsartikelen uit de Ow overtreden worden. Allereerst zal onderzocht moeten worden of wordt voldaan aan de voorwaarden om een vergunning te verkrijgen: Een vergunning kan alleen worden verkregen wanneer er een wettelijk belang is genoemd in de Ow; Een vergunning kan alleen worden verkregen wanneer er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is; Een vergunning kan alleen worden verkregen wanneer de staat van instandhouding van een soort niet in het geding komt. Wanneer aan deze voorwaarden voldaan kan worden, kan het traject van vergunning aanvragen ingezet worden. Voor het aanvragen van een vergunning dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin wordt beschreven wat de te verwachten effecten van de werkzaamheden zijn op beschermde soorten. Tevens wordt in dit document een pakket aan randvoorwaarden (compensatie en mitigatie) beschreven om de effecten van de werkzaamheden zo veel als mogelijk te verzachten (mitigeren) en compenseren.

blad 32 van 35

figuur 10: Overzicht stappenplan ecologisch onderzoek soortbescherming.

blad 33 van 35

Bijlage 2:

Fotobijlage

Foto 1: Impressie stal A.

Foto 2: Impressie stal A.

Foto 3: Impressie stal B (te behouden deel).

Foto 4: Impressie stal B (te slopen deel).

Foto 5: Impressie stal B (te slopen deel).

Foto 6: Te kappen bomenrij.

blad 34 van 35

Foto 7: Weiland aan de oostzijde.

Foto 8: Voederkuilen.

blad 35 van 35

Dit rapport is opgesteld in opdracht: Dhr. Van Iersel Gestelstraat 2 5268 KC Helvoirt Projectnummer: 244349 Opsteller: N.J. (Naomi) van Pelt Controleur: T.A. (Mees) van Rhijn

Equipe Adviseurs B.V. Daltonstraat 30D 3316 GD Dordrecht Postbus 3064 3301 DB Dordrecht 088 078 1100 info@equipe-adviseurs.nl www.equipe-adviseurs.nl BANK NL45ABNA0586840729 KVK 24459961 BTW NL820721141B01

07-05-2025 R&S advies, uw partner voor o.a.:

Koenraadt

Omgevingsplan

Omgevingsvergunning activiteit Milieu

Omgevingsvergunning ruimtelijk bouwen

MER-rapportage/(vormvrije) m.e.r. beoordeling

Onderzoek geurhinder, luchtkwaliteit en stikstof

Juridisch Advies

Onderbouwing Stikstofdepositie Project Gestelstraat 2-4 te Helvoirt

R & S advies Langegracht 4b 5091 SJ MIDDELBEERS Telnr: 06 - 510 39 378 Faxnr: 084 – 229 25 56 Email: algemeen@rensadvies.com www.rensadvies.com

Colofon Titel:

Berekening stikstofdepositie woonbestemming.

omzetten

Naam en adres adviseur Naam: R & S ADVIES Adres: Langegracht 4b 5091 SJ MIDDELBEERS Telnr: 013 - 514 4175 Faxnr: 084 – 229 25 56 Emailadres: algemeen@rensadvies.com

agrarische

bedrijfsbestemming

naar

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE ............................................................................................................................. 3 1.

TOETSINGSKADER ................................................................................................................ 4

1.1 ALGEMEEN ................................................................................................................................ 4 1.2 AERIUS ..................................................................................................................................... 5 2.

UITGANGSPUNTEN ............................................................................................................... 6

2.1 LIGGING ................................................................................................................................... 6 2.2 ACTIVITEITEN....................................................................................................................... 6 2.3 REFERENTIESITUATIE ............................................................................................................. 6 2.4 REALISATIEFASE ......................................................................................................................... 7 2.5 GEBRUIKSFASE ........................................................................................................................... 9 3.

CONCLUSIE ......................................................................................................................... 10

3.1 3.2

AERIUS ............................................................................................................................ 10 STIKSTOFDEPOSITIE ............................................................................................................. 10

Bijlagen: 1. Aerius calculator 2. Aerius calculator 3. Aerius calculator

Stikstofberekening sloopfase Stikstofberekening aanlegfase Stikstofberekening gebruiksfase

1.

Toetsingskader

1.1 ALGEMEEN Op 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) uitspraak gedaan in het hoger beroep over intern salderen met ongebruikte stikstofruimte door de Amercentrale in Geertruidenberg en destructiebedrijf Rendac in Son en Breugel. De zaken zijn bekend onder de nummers ECLI:NL:RVS:2024:131 en ECLI:NL:RVS:2024:129. Met deze uitspraken zijn de mogelijkheden voor intern salderen beperkter dan voorheen en er zal ook bijna altijd sprake zijn van een vergunningplicht. De uitspraak heeft ook gevolgen voor bedrijven die tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025 gebruik hebben gemaakt van intern salderen en waarvoor op grond van het oude beoordelingskader geen vergunningplicht voor de activiteit Natura2000 van toepassing was. Dit geldt ook voor bedrijven, die na 1 januari 2020 een positieve weigeringsbesluit hebben ontvangen. Hiermee wordt de rechtszekerheid van deze bedrijven aangetast. De afdeling heeft daarin voorzien en geeft ondernemers tot 1 januari 2030 de tijd om de onderzoeken of voor de aanwezige activiteiten alsnog een natuurvergunning noodzakelijk is. Daarnaast mogen provincies, vanwege het niet aanwezig zijn van de benodigde natuurvergunning tot 1 januari 2030 niet handhavend optreden. Wel mogen ze maatwerkvoorschriften stellen, die de verslechtering van de Natura2000 gebieden kan tegengaan.

Een natuurvergunning is noodzakelijk Verder volgt uit de bovenstaande beschreven uitspraak dat om te komen tot een vergunning de navolgende stappen moeten worden doorlopen:  Voortoets:

In de voortoets wordt beoordeeld of de nieuwe situatie mogelijk significante effecten heeft op de natura2000 gebieden, zonder dat er een vergelijking wordt gemaakt met de onderliggende toestemmingen. De activiteit zoals die na de wijziging wordt voortgezet (inclusief de ongewijzigde onderdelen die worden gecontinueerd) is in dat geval een nieuw project, waarvan beoordeeld moet worden of het significante gevolgen kan hebben. Voorbeeld: een locatie beschikt over een natuurvergunning. De locatie wil wijzigingen doorvoeren. Het project omvat ook realisatie van nieuwe bebouwing. In de voortoets moeten de gevolgen van de bouwwerkzaamheden en de exploitatie van de beoogde situatie, zoals die na de voorgenomen wijziging zal plaatsvinden, worden beoordeeld. Dit kan los van elkaar zijn, als beide situaties niet tegelijk plaatsvinden (realisatie en gebruik). Als uit de voortoets volgt dat er mogelijk sprake is van een significante gevolgen voor de Natura2000 gebieden is er sprake van een vergunningplicht.  Bepalen referentiesituatie: een eerder verkregen natuurtoestemming, in dit geval van vóór 1 januari 2020 óf een milieutoestemming, die aanwezig was op de

aanwijsdatum van de Natura2000 gebieden, dan wel een milieutoestemming, die op een latere datum is verkregen met een lagere emissie;  Passende beoordeling. Bij het opmaken van de passende beoordeling kan het inzetten van in-of extern salderen als een mitigerende maatregel worden ingezet. Bij een eerder verkregen natuurtoestemming van vóór 1 januari 2020 mag deze vergunning als geheel, mits de vergunde onderdelen alsnog kunnen worden gerealiseerd en in gebruik kunnen worden genomen. Bij een milieutoestemming geldt dat deze als een mitigerende maatregel kan worden betrokken als alle onderdelen van de desbetreffende milieutoestemming zijn gerealiseerd en in gebruik zijn genomen. Dat betekent concreet dat er geen mogelijkheid is voor het intern salderen met niet gerealiseerde onderdelen, dan wel onderdelen, die wel zijn gerealiseerd, maar structureel niet in gebruik zijn geweest.  Als na de stappen 1 tot en met 3 volgt dat de eigen aanwezige emissie onvoldoende is voor het uitvoeren van de nieuwe activiteit, dan is de inzet van bijvoorbeeld extra technieken noodzakelijk om tot een positieve natuurtoestemming te komen.

 Het voorgaande brengt mee dat in de natuurtoestemming voor een project waaraan een passende beoordeling ten grondslag ligt waarin intern salderen als mitigerende maatregel is betrokken, gemotiveerd moet worden dat het behoud van de staat van instandhouding door het treffen van instandhoudingsmaatregelen is gewaarborgd, dan wel dat het herstel van de staat van instandhouding mogelijk blijft. Deze motiveringsplicht geldt ook voor de inzet van extern salderen als mitigerende maatregel in een passende beoordeling Om de beoogde activiteiten, zoals deze zijn beschreven in dit document te mogen uitvoeren moeten bovenstaande stappen worden doorlopen om te beoordelen of er sprake is van een vergunningsplicht. Indien sprake is van een vergunningsplicht dienen de vervolg stappen te worden doorlopen.

1.2 AERIUS AERIUS Calculator is het rekeninstrument voor het bepalen van de emissie van stikstof uit een bron, de verspreiding door de lucht en de depositie op Natura 2000-gebieden. De AERIUS Calculator laat ook zien hoe groot de effecten op de stikstofgevoelige habitats en leefgebieden voor gevoelige soorten zijn. De rekenkern van AERIUS wordt gevormd door het Operationeel Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM. Dit model berekent de verspreiding van stikstof door de lucht en de depositie. OPS houdt daarbij rekening met verschillende factoren die de verspreiding en depositie van stikstof beïnvloeden, bijvoorbeeld de windrichting en -kracht, de ruwheid van het terrein en de hoogte van de vegetatie. Voor wegverkeer wordt gebruikt gemaakt van Standaard Rekenmethode 2 (SRM2). Daarmee sluit AERIUS aan op de modellering in het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit.

2.

Uitgangspunten

2.1 Ligging Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura2000-gebied. Het dichtst nabij gelegen Natura2000-gebied betreft Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen en is gelegen op een afstand van circa 2,6 kilometer van het plangebied, waarbij de stikstofgevoelige gebieden zijn gelegen op een afstand van ca. 2,7 kilometer. Het Natura2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen ligt op circa 3,1 kilometer van het plangebied.

2.2

Activiteiten

Met het plan wordt het omzetten van een agrarische bestemming naar een woonbestemming voor het realiseren van in totaal 3 woonkavels, dat bestaat uit de bestaande woning en twee toe te voegen woningen. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) kunnen plaatsvinden als gevolg van de navolgende activiteiten: Sloopfase

Aanlegfase

Gebruiksfase

2.3

Slopen van de overige agrarische bedrijfspanden (slopen gebouwen, puin breken en afvoeren sloopafval, aanvoer zand en verkeersbewegingen personeel) Realiseren van twee woningen (uitgraven fundering, aanvoer bouwmateriaal, realisatie werkzaamheden en verkeersbewegingen personeel)

Gebruik van de 3 woningen (gebruik en verkeersbewegingen van en naar de inrichting)

Sloopfase

Als gevolg van de sloopfase van de gebouwen aan de Gestelstraat 2-4 te Helvoirt veroorzaken de navolgende activiteiten mogelijk stikstofdepositie: Tabel 1a Sloopfase

Sloopwerkzaamheden:  Sloopwerkzaamheden kraan  Werkzaamheden loader  Mobiele puinbreker Transportbewegingen:  10 vrachten afvoer sloopafval (20 zware verkeersbewegingen);  60 vrachten afvoer puin (120 zware verkeersbewegingen);  48 vrachten aanvoer opvul zand (96 zware verkeersbewegingen);  60 verkeersbewegingen personeel (120 lichte verkeersbewegingen).

Tabel 2 Mobiele werktuigen sloopfase

Mobiele werktuig kW Mobiele kraan Tractor + wagen Loader Mobiele puinbreker

Stageklasse 80 Stage IIIA 80 Stage IIIA 130 Stage II 298 Stage IIIB

Uur

Brandstof/uur Totaal Brandstof Ad-Blue 85 8,79 747 97 8,79 853 74 14,63 1083 40 30,54 1222

Bij de invoer in Aerius is geen gebruik gemaakt van Ad-Blue, waardoor dit de worstcase betreft en geen sprake is van Ad-Blue verbruik

Tabel 3 Stationair draaien sloopfase Verwacht wordt dat de zware verkeersbewegingen binnen de inrichting ca. 15 min. stationair zullen draaien. Hiervoor is uitgegaan van bijlage 12 van de handleiding instructiegegevens invoer Aerius Het aantal uur is Dit geeft een totaal van

56,5 gram NH3/uur is

0,8976 gram NOx/uur is

kg NH3/jaar

0,1 kg NOx/jaar

92,4864 5,2

De verkeersbewegingen verlopen via de Gestelstraat, Molenstraat naar de Rijksweg waar deze worden opgenomen in het heersend verkeersbeeld. De bewegingen bestaan uit (20+120+96) zware verkeersbewegingen en (120) lichte verkeersbewegingen Dit is 236 zware verkeersbewegingen en 120 licht verkeersbewegingen. Tevens zijn hierbij de koude starten opgenomen (licht verkeer). Als worstcase situatie is bij de sloopfase ook de beoogde gebruiksfase opgenomen. Mocht dit is dezelfde periode plaats vinden. Als bijlage 9s1a is een berekening toegevoegd, die de situatie van de sloopfase inzichtelijk maakt. Tevens is hierbij ook de beoogde gebruiksfase bijgevoegd (zoals eerder door de gemeente verzocht). Uit de berekening komt naar voren dat de sloopfase niet bijdraagt aan een depositie van stikstofdepositie. Er kan geconcludeerd worden dat de bouwfase niet bijdraagt aan een mogelijkse significante verslechtering op de omliggende Natura2000 gebieden. Als bijlage 9s1b is de berekening beoordeling hexagonen met een hersteldoel toegevoegd. Ook hieruit komt naar voren dat de realisatiefase niet bijdraagt aan een toename van stikstofdepositie .

2.4 Realisatiefase Als gevolg van de beoogde realisatiefase veroorzaken de navolgende activiteiten mogelijk stikstofdepositie: Tabel 4 Realisatiefase

Mobiele bronnen:  Grondwerkzaamheden kraan + tractor + loader;  Bouwwerkzaamheden Betonwagen, kraan, verreiker, hoogwerker en triller Transportbewegingen:  8 vrachten fundering (16 zware verkeersbewegingen);  5 vrachten gevels (10 zware verkeersbewegingen);  3 vrachten wanden (6 zware verkeersbewegingen);

Vervolg transportbewegingen:  6 vrachten vloeren (12 zware verkeersbewegingen);  6 vrachten dak (12 zware verkeersbewegingen);  5 vrachten overige (10 zware verkeersbewegingen);  188 verkeersbewegingen personeel (376 licht verkeersbewegingen). Tabel 5 Mobiele werktuigen realisatiefase voor 2 woningen

Mobiele werktuig Mobiele kraan Tractor + wagen Loader Betonwagen Hijskraan Verreiker Hoogwerker Triller

kW

Stageklasse 80 Stage IIIA 80 Stage IIIA 130 Stage II 200 Stage IIIA 200 Stage IIIB 40 Stage IIIB 20 Stage II 10 Stage I

Uur

Brandstof/uur Totaal Brandstof Ad-Blue 80 8,79 703 60 8,79 527 80 14,63 1170 100 21,15 2115 120 20,54 2465 100 4,55 455 160 2,77 443 80 2,77 222

Bij de invoewr in Aerius is geen gebruik gemaakt van Ad-Blue, waardoor dit de worstcase betreft en geen sprake is van Ad-Blue verbruik

Tabel 6 Stationair draaien realisatiefase voor twee woningen Verwacht wordt dat de zware verkeersbewegingen binnen de inrichting ca. 15 min. stationair zullen draaien. Hiervoor is uitgegaan van bijlage 12 van de handleiding instructiegegevens invoer Aerius Het aantal uur is Dit geeft een totaal van

8,25 gram NH3/uur is

0,8976 gram NOx/uur is

kg NH3/jaar

0,0 kg NOx/jaar

92,4864 0,8

De verkeersbewegingen verlopen via de Gestelstraat, Molenstraat naar de Rijksweg waar deze worden opgenomen in het heersend verkeersbeeld. De bewegingen bestaan uit (16+10+6+12+12+10) 66 zware verkeersbewegingen en (376) lichte verkeersbewegingen per jaar per woning. Er kunnen twee woningen worden gerealiseerd, dit geeft 264 zware verkeersbewegingen en 1504 lichte verkeersbewegingen. Hierbij zijn tevens de koude starten opgenomen (lichtverkeer). Als bijlage 9d1 is een berekening toegevoegd, die de situatie van de realisatiefase inzichtelijk maakt. Uit de berekening komt naar voren dat de realisatiefase niet bijdraagt aan een stikstofdepositie. Er kan geconcludeerd worden dat de bouwfase niet bijdraagt aan een mogelijkse significante verslechtering op de omliggende Natura2000 gebieden. Als bijlage 9d2 is de berekening beoordeling hexagonen met een hersteldoel toegevoegd. Ook hieruit komt naar voren dat de realisatiefase niet bijdraagt aan een toename van stikstofdepositie . Uit de berekening komt naar voren dat enkel stap 1 uit paragraaf 1.1 van toepassing is. De berekening betreft de voortoets, waaruit naar voren komt dat er geen sprake is van een depositie.

2.5 Gebruiksfase Als gevolg van de gebruiksfase wordt uitgegaan van 3 woningen (1 bestaande woning en 2 ruimte-voor-ruimte woningen.  Voor de woningen zijn emissies opgenomen uit de Aerius handleiding/beschrijving. Dit is per vrijstaande bestaande woning 3,59 NOx en 0,00 NH3 en voor een vrijstaande nieuwbouw woning enkel 3,03 NOx.  Vrijstaande woning koopwoningen (CROW-publicatie 381, kerncijfer verkeersbewegingen per woning per etmaal) is 8,6 verkeersbewegingen (4,3 koude start).  Verkeersbewegingen worstcase 2 extra bewegingen opgenomen (middenzwaar verkeer) per woning;  Verkeersbewegingen worst-case benadering maximale planologische mogelijkheden (Bed & Breakfast 2 = 4 bewegingen (2 koude start, en bedrijf of beroep aan huis a 2,8 = 5,6 verkeersbewegingen (2,8 koude start). De verkeersbewegingen zijn meegenomen tot deze worden opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Om een worst-case situatie in beeld te brengen zijn de verkeersbewegingen vanaf Gestelstraat 2 in beide richtingen van de Molenstraat opgenomen. De gebruiksfase is bijgevoegd als bijlage 9c1. Hieruit komt naar voren de het beoogde gebruik geen depositie veroorzaakt op de omliggende Natura2000 gebieden. Als bijlage 9c2 is de berekening beoordeling hexagonen met een hersteldoel toegevoegd. Ook hieruit komt naar voren dat de realisatiefase niet bijdraagt aan een toename van stikstofdepositie .

3.

Conclusie

3.1

Aerius

De mogelijke stikstofdepositie is berekend met Aerius calculator. De output van de berekeningen zijn bijgevoegd als bijlage 9s (sloopfase), 9d (realisatiefase) en bijlage 9c (beoogde gebruiksfase). Hieruit komt naar voren dat de ontwikkeling niet bijdraagt aan een stikstof depositie op de omliggende Natura2000 gebieden. Daarnaast is een berekening toegevoegd van de beoogde gebruiksfase, waar ook uit naar voren komt dat deze niet bijdraagt aan een toename van stikstofdepositie. 3.2

Stikstofdepositie

Uit de bijgevoegde Aerius stikstofdepositie berekeningen volgt dat de beoogde veranderingen niet bijdragen aan een toename van stikstofbelasting, die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Voor het vaststellen en realiseren van het plan gelden met betrekking tot het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen en ook geen vergunningplicht voor het aspect Natura2000 gebiedsbescherming.

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Jan van Iersel Gestelstraat 2, 5268 KC Helvoirt Gestelstraat 2, Helvoirt - Sloopfase + -Gebruisfase 1 bestaande 'ouder' woning en 2 nieuwe woningen

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

S5qiR2LH2p9U 07 mei 2025, 11:58 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Sloop en gebruiksfase - Beoogd Sloop en gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

S5qiR2LH2p9U (07 mei 2025)

2025 -

1,5 kg/j

96,6 kg/j

2/9

Projectberekening

Sloop en gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | Gebruiksfase 2 nieuwe vrijstaande woningen 3 Wonen en Werken | Woningen | 1 'Oude' vrijstaande woning 6 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Sloopfase 7 Anders... | Anders... | Stationair draaien 8 Verkeer | Koude start: overig | Koude start gebruik en sloop Gestelweg 2 9 Verkeer | Koude start: overig | Koude start nieuwe woningen  Verkeersnetwerk

S5qiR2LH2p9U (07 mei 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

29,3 g/j 0,1 kg/j 0,2 kg/j 0,3 kg/j 1,0 kg/j

6,1 kg/j 3,6 kg/j 65,5 kg/j 5,2 kg/j 0,9 kg/j 1,8 kg/j 13,5 kg/j

3/9

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S5qiR2LH2p9U (07 mei 2025)

4/9

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Sloop en gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

S5qiR2LH2p9U (07 mei 2025)

5/9

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

1

S5qiR2LH2p9U (07 mei 2025)

Naam

Coördinaat

Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (21 km)

X:133551 Y:385590

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-

6/9

Projectberekening

Sloop en gebruiksfase, Rekenjaar 2025 1

Naam

Wonen en Werken | Woningen

Gebruiksfase 2 Uittreedhoogte nieuwe vrijstaande Warmteinhoud woningen Spreiding Locatie X:144595,55 Y:404057,42 Oppervlakte 0,45 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

1,0 m 0,000 MW 1m

2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeersbewegingen Locatie X:144707,72 Y:404438,77 Lengte 1.158,05 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Naam 1 'Oude' vrijstaandeUittreedhoogte woning Warmteinhoud Locatie X:144455,16 Y:404082,98 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeersbewegingen Locatie X:144644,74 Y:403924,24 Lengte 740,88 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

S5qiR2LH2p9U (07 mei 2025)

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

1,0 m 0,000 MW

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

6,1 kg/j

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wonen en Werken | Woningen

NOₓ

7,4 kg/j 1,4 kg/j 0,6 kg/j

In file

54,6 /etmaal 6,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ

3,6 kg/j

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

54,6 /etmaal 6,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

4,8 kg/j 0,9 kg/j 0,4 kg/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

7/9

Projectberekening

5 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeersbewegingen sloopfase Links Rechts NOₓ Locatie X:144721,44 Y:404361,2 Type scherm - NO₂ Lengte 1.306,60 m Hoogte - NH₃ Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Sloopfase X:144450,08 Y:404033,49 1,03 ha

Naam

Stageklasse

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

65,5 kg/j 29,3 g/j

Draaiuren AdBlue verbruik

Stof Emissie

Mobiele kraan

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, 747 l/j SCR: nee

85 u/j

NOₓ

Tractor

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, 853 l/j SCR: nee

97 u/j

NH₃ NOₓ

Loader

Stage-II, 2002-2005, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

1083 l/j

74 u/j

NH₃ NOₓ

Mobiele puinbreker

Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, 1222 l/j SCR: nee

40 u/j

NH₃ NOₓ

7

Anders... | Anders...

Naam Stationair draaien Uittreedhoogte Locatie X:144450,09 Warmteinhoud Y:404034,02 Spreiding Oppervlakte 1,03 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

S5qiR2LH2p9U (07 mei 2025)

Brandstof­verbruik

In file

120,0 /jaar 0,0 /jaar 236,0 /jaar 0,0 /jaar

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

1,3 kg/j 0,3 kg/j 32,7 g/j

0,0 m 0,000 MW 0m

NH₃ NOₓ NH₃

11,6 kg/j 5,6 g/j 13,3 kg/j 6,4 g/j 22,0 kg/j 8,1 g/j 18,5 kg/j 9,2 g/j 5,2 kg/j 0,1 kg/j

8/9

Projectberekening

8

Naam

Verkeer | Koude start: overig

Locatie Oppervlakte Type voertuig

Koude start gebruik en sloop Gestelweg 2 X:144450,49 Y:404033,68 1,04 ha

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 9

Verkeer | Koude start: overig

Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig

Koude start nieuwe woningen X:144595,59 Y:404057,62 0,46 ha

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

NOₓ NH₃

0,9 kg/j 0,2 kg/j

Koude starts

120,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 9,1 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal NOₓ NH₃

1,8 kg/j 0,3 kg/j

Koude starts

18,2 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.2_20250422_b7f8ec73c8 Database versie 2024.2_b7f8ec73c8_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

S5qiR2LH2p9U (07 mei 2025)

9/9

Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel AERIUS kenmerk Projectberekening: S5qiR2LH2p9U

Dit document is een bijlage, behorende bij een Projectberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. De bijlage is een hulpmiddel bij het beoordelen van projecten waar sprake is van hexagonen met een hersteldoel. De bijlage bevat daartoe een overzicht van de maximale bijdrage per gebied. Voor meer uitleg over 'hexagonen met een hersteldoel' in AERIUS, zie het handboek Calculator.

Overzicht Resultaten Deze PDF is geen digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS, maar alleen een bijlage. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

op onze website

handleidingen

Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Bijbehorende projectberekening

Jan van Iersel Gestelstraat 2, 5268 KC Helvoirt

Omschrijving projectberekening AERIUS kenmerk projectberekening Datum projectberekening

Gestelstraat 2, Helvoirt S5qiR2LH2p9U 07 mei 2025, 11:58

Totale emissie

Rekenjaar

Sloop en gebruiksfase - Beoogd

S5qiR2LH2p9U (07 mei 2025)

2025

Emissie NH₃

1,5 kg/j

Emissie NOₓ

96,6 kg/j

2/4

Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel

Resultaten hexagonen met hersteldoel situatie "Sloop en gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

S5qiR2LH2p9U (07 mei 2025)

3/4

Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.2_20250422_b7f8ec73c8 Database versie 2024.2_b7f8ec73c8_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

S5qiR2LH2p9U (07 mei 2025)

4/4

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Jan van Iersel Gestelstraat 2, 5268 KC Helvoirt Gestelstraat 2, Helvoirt Aanlegfase 2 woningen Gestelstraat 2 te Helvoirt

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

S4N8NG9VmZE6 07 mei 2025, 12:26 OwN2000-rekengrid incl. eigen rekenpunten

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=37d29f59-44b3-499f-ad9a-01eac7d048b7