CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Bijlageboek behorende bij toelichting Schoorstraat 8-10, Helvoirt

Raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Schoorstraat 8-10, Helvoirt'20.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Rekenoptimalisatie aan Zoekafstand [m] Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Openingshoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0

07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 6,6 4 Groepsresultaten Groepsresultaten Ja 5000 5000 -0,80 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50

Geomilieu V2022.1 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

1-9-2022 14:17:52

Geomilieu

invoer railverkeer

Commentaar 29-08-2022 11:23: Importeren Geluidregister Spoor 29-08-2022 11:24: Importeren Geluidregister Spoor 29-08-2022 11:27: Importeren Geluidregister Spoor

Geomilieu V2022.1 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

1-9-2022 14:17:52

Geomilieu Model: Groep: Naam B1 b02 B3 B4 B5

invoer railverkeer Schoorstraat rail versie van Schoorstraat 8-10 - Schoorstraat 8-10 (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - RMG-2012, railverkeer

Omschr.

Bf 0,00 0,00 0,00 0,00 0,50

B6 B7 B8 B9 B10

0,50 0,00 0,00 0,00 0,00

B11 B12 B13 B14 B15

0,50 0,00 0,00 0,00 0,00

B16

0,00

Geomilieu V2022.1 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

1-9-2022 14:21:08

Geomilieu Model: Groep: Naam T1 T2 T3 T4 T5

invoer railverkeer Schoorstraat rail versie van Schoorstraat 8-10 - Schoorstraat 8-10 (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - RMG-2012, railverkeer

Omschr.

Maaiveld 7,64 7,66 7,68 7,69 7,69

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50

Hoogte C 7,50 7,50 7,50 7,50 7,50

Hoogte D ------

Hoogte E ------

Hoogte F ------

Gevel Ja Ja Ja Ja Ja

T6 T7 T8 T9 T10

7,71 7,64 7,65 7,67 7,67

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

4,50 4,50 ----

7,50 7,50 ----

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

T11 T12 T13 T14 T15

7,67 7,69 7,70 7,71 7,73

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

------

------

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

T16 T17

7,72 7,70

Relatief Relatief

1,50 1,50

---

---

---

---

---

Ja Ja

Geomilieu V2022.1 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

1-9-2022 14:21:08

Geomilieu Model: Groep: Naam grid1

invoer railverkeer Schoorstraat rail versie van Schoorstraat 8-10 - Schoorstraat 8-10 (hoofdgroep) Lijst van Grids, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - RMG-2012, railverkeer Omschr.

Hoogte 4,00

Maaiveld 6,99

DeltaX 5

DeltaY 5

Geomilieu V2022.1 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

1-9-2022 14:21:08

Project Document Datum

:Schoorstraat 8 -10 te Helvoirt :17631-01 / Rap-01A :23 augustus 2023

BIJLAGE V

BEREKENINGSRESULTATEN GELUIDBELASTING GEVEL RAILVERKEER

24

Geomilieu

Resultaten railverkeer

Rapport: Model: Groep: Groepsreductie: Naam Toetspunt T10_A T11_A T12_A T13_A T14_A

Resultatentabel Schoorstraat rail LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee

Omschrijving

X 143486,88 143489,03 143488,40 143486,08 143483,29

Y 404882,88 404884,45 404891,70 404894,21 404895,76

Hoogte 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

Dag 37,0 36,6 36,5 38,5 35,8

Avond 36,5 36,1 36,0 38,0 35,3

Nacht 32,5 32,0 32,0 34,0 31,3

Lden 40,3 39,9 39,8 41,8 39,1

T15_A T16_A T17_A T1_A T1_B

143483,08 143490,03 143496,32 143504,28 143504,28

404902,70 404907,38 404902,05 404886,47 404886,47

1,50 1,50 1,50 1,50 4,50

35,9 33,3 39,2 51,8 53,1

35,4 32,8 38,8 51,3 52,6

31,4 28,8 34,7 47,2 48,5

39,2 36,6 42,6 55,1 56,4

T1_C T2_A T2_B T2_C T3_A

143504,28 143503,84 143503,84 143503,84 143499,86

404886,47 404893,41 404893,41 404893,41 404895,65

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

55,3 51,4 52,5 54,5 42,8

54,8 50,9 52,0 54,0 42,3

50,7 46,8 47,9 49,9 38,2

58,6 54,7 55,8 57,8 46,1

T3_B T3_C T4_A T4_B T4_C

143499,86 143499,86 143499,86 143499,86 143499,86

404895,65 404895,65 404904,04 404904,04 404904,04

4,50 7,50 1,50 4,50 7,50

43,9 46,4 41,0 44,5 48,2

43,4 45,9 40,7 44,2 47,9

39,3 41,8 36,5 40,0 43,7

47,2 49,7 44,4 47,9 51,6

T5_A T5_B T5_C T6_A T6_B

143503,48 143503,48 143503,48 143498,36 143498,36

404906,36 404906,36 404906,36 404908,57 404908,57

1,50 4,50 7,50 1,50 4,50

50,8 51,6 53,5 35,5 38,7

50,2 51,2 53,0 35,0 38,3

46,1 47,1 48,9 31,0 34,2

54,0 55,0 56,8 38,8 42,0

T6_C T7_A T7_B T7_C T8_A

143498,36 143501,03 143501,03 143501,03 143491,17

404908,57 404883,63 404883,63 404883,63 404879,29

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

42,1 49,4 51,2 54,0 39,9

41,8 48,9 50,7 53,6 39,5

37,6 44,8 46,6 49,5 35,5

45,5 52,7 54,5 57,4 43,3

T9_A

143484,60

404880,59

1,50

36,4

36,0

31,9

39,7

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen Geomilieu V2022.1 Licentiehouder: Ingenieursburo Ulehake B.V.

1-9-2022 14:23:16

Project Document Datum

:Schoorstraat 8 -10 te Helvoirt :17631-01 / Rap-01A :23 augustus 2023

BIJLAGE VI

GECUMULEERDE BELASTING

25

Gecumuleerde geluidbelasting

toetspunt

gevel

hoogte [m] Voorgevel

T01

Voorgevel Voorgevel Voorgevel

T02

Voorgevel Voorgevel zijgevel

T03

zijgevel Zijgevel zijgevel

T04

zijgevel Zijgevel Voorgevel

T05

Voorgevel Voorgevel zijgevel

T06

zijgevel Zijgevel zijgevel

T07

zijgevel Zijgevel

T08

zijgevel

T09

achtergevel

T10

zijgevel achter

T11

achtergevel

T12

achtergevel

T13

zijgevel achter

T14

achtergevel

T15

achtergevel

T16

zijgevel

T17

voorgevel

1,5 (begane grond) 4,5 (eerste verdiep) 7,5 (tweede verdiep) 1,5 (begane grond) 4,5 (eerste verdiep) 7,5 (tweede verdiep) 1,5 (begane grond) 4,5 (eerste verdiep) 7,5 (tweede verdiep) 1,5 (begane grond) 4,5 (eerste verdiep) 7,5 (tweede verdiep) 1,5 (begane grond) 4,5 (eerste verdiep) 7,5 (tweede verdiep) 1,5 (begane grond) 4,5 (eerste verdiep) 7,5 (tweede verdiep) 1,5 (begane grond) 4,5 (eerste verdiep) 7,5 (tweede verdiep) 1,5 (begane grond) 1,5 (begane grond) 1,5 (begane grond) 1,5 (begane grond) 1,5 (begane grond) 1,5 (begane grond) 1,5 (begane grond) 1,5 (begane grond) 1,5 (begane grond) 1,5 (begane grond)

geluidbelasting tgv weg Lvl [dB(A)]

geluidbelasting tgv rail Lrl [dB(A)]

geluidbelasting tgv rail L*rl [dB(A)]

geluidbelasting Lcum [dB(A)]

62 62

55

51

62

56

52

62

61

59

54

62

61

55

51

61

61

56

52

62

61

58

54

62

57

46

42

57

57

47

43

57

57

50

46

57

56

44

41

56

55

48

44

55

55

52

48

55

61

54

50

61

61

55

51

62

61

57

53

61

55

39

35

55

55

42

39

55

55

46

42

56

59

53

49

59

58

55

50

58

57

57

53

59

52

43

40

52

34

40

36

38

37

40

37

40

36

40

37

39

31

40

36

37

31

42

38

39

30

39

36

37

26

39

36

36

47

37

33

47

56

43

39

56

BESLUIT HOGERE WAARDEN WET GELUIDHINDER Kenmerk Z233 – 266641 Het besluit heeft betrekking op realisatie van drie seniorenwoningen in Helvoirt. Het plan bestaat uit het mogelijk maken van 3 seniorenwoningen (een twee-onder-een-kap en een vrijstaande woning). Het plan is gelegen aan de Schoorstraat 8-10 in Helvoirt. Onderzoek In verband met de voorgenomen ontwikkeling is er in september 2022 een akoestisch onderzoek door Ingenieursburo Ulehake uitgevoerd (“Schoorstraat 8-10 te Helvoirt, akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai”, Rapportnummer: Rap-01, definitief d.d. 01 september 2022). In het rapport wordt verslag gedaan van het onderzoek naar de wettelijke geluidsbronnen. Spoor Uit de resultaten volgt dat de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 55 dB als gevolg van het spoortraject Den Bosch -Tilburg ter plaatse van de panden aan de Schoorstraat 8-10, wordt overschreden. De geluidbelasting bedraagt maximaal 58 dB. Gezien de berekende geluidniveaus en beschouwde maatregelen dient voor de seniorenwoningen een hogere waarde worden verleend vanwege het geluid van het spoor. 30km/uur wegen De hoogst berekende geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer is afkomstig van de Schoorstraat en bedraagt 56 dB incl. aftrek Wgh. De Schoorstraat betreft een 30 km/u weg, het aanvragen van een hogere waarde is niet benodigd.

In het kader van een goed woon- en leefklimaat dient de weg wel beoordeeld te worden in de gecumuleerde geluidbelasting. De overige wegen overschrijden de voorkeursgrenswaarde niet. Het rapport van het akoestisch onderzoek voldoet aan de bepalingen van de Wet geluidhinder en geeft voldoende inzicht in de akoestische situatie. Overweging De Wet geluidhinder biedt de mogelijkheid om ontheffing te verlenen van de voorkeursgrenswaarde. Hierbij kan een hogere waarde worden vastgesteld voor de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Deze mag echter niet hoger zijn dan de maximale grenswaarde van 63 in stedelijk gebied in de zone aanwezige weg (art. 83 lid 2 Wet geluidhinder) en 53 dB in de zone van aanwezige auto(snel)weg. Op grond van artikel 110a, lid 1 van de Wet geluidhinder is de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de toelaatbare geluidbelasting. Dit besluit moet gebaseerd zijn op en onderbouwd worden door een akoestisch onderzoek (Wgh artikel 77). Artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder bepaalt dat het vaststellen van een hogere grenswaarde voor geluid slechts plaatsvindt indien geluidreducerende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.

De ontwikkeling van nieuwe seniorenwoningen vindt plaats in stedelijk gebied, welke is gelegen binnen de zone van de Gijzel en de Udenhoutseweg. De geluidbelastingen vanwege de nabije 30 km/uur wegen zijn via de cumulatieve geluidbelasting meegewogen. De maximaal te ontheffen waarden voor wegverkeer worden niet overschreden. Voor zover de overschrijdingen binnen de te ontheffen waarden vallen dient beoordeeld te worden of een hogere waarde verleend kan worden. In onderstaande tabel worden de overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarden als gevolg van railverkeer en de gecumuleerde geluidbelasting van de 30 km/uur weg (Schoorstraat) op de seniorenwoningen weergegeven.

Tabel 1: optredende geluidsbelastingen in dB Naam Waarneempunt

Omschrijving

Hoogte [m]

Lden [dB] Wegverkeer 30km/uur (valt buiten Wgh)

T01

Voorgevel

T02

Voorgevel

T03 T04 T04

Voorgevel Rechter-zijgevel Rechter-zijgevel

T05

Voorgevel

T06 T06

Linker zijgevel Linker zijgevel

T07 T08 T017 T09 tot en met T16

Rechter zijgevel Rechter zijgevel voorgevel

1,5 4,5 7,5 1,5 4,5 7,5 1,5/4,5/7,5 1,5 4,5/7,5 1,5 4,5 7,5 1,5/7,5 4,5 1,5 4,5 7,5 1,5 1,5

Schoorstraat 56 56 56 56 56 55 51 51 50 56 56 55 49 50 54 53 52 52 51

Spoorverkeer Voorkeur 55 dB Max 68 dB Den Bosch -Tilburg 55 56 59 55 56 58 ------54 55 57 ----53 55 57 -----

Gecumuleerde Geluidbelasting exclusief aftrek art 110g Wgh

Cumulatie uitgedrukt via methode Miedema

62

Tamelijk slecht

62

Tamelijk slecht

57 56 55 61 62 61 55/56 55 59 58 59 52 56 <50

Matig Matig Matig Tamelijk slecht

Uit tabel 1 blijkt dat enkele belastingen de voorkeursgrenswaarden overschrijden, maar beneden de maximaal te ontheffen waarden liggen. Bij het verlenen van hogere waarden vindt afweging plaats van maatregelen die genomen kunnen worden ter reductie van de geluidsbelasting. Hierbij wordt achtereenvolgens gekeken naar maatregelen aan de bron, overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij de ontvanger.

Bronmaatregelen

Het geluid van de bron wordt veroorzaakt door mechanische geluiden van de voertuigen en door het contact tussen banden van het voertuig en het wegdek. Reductie is mogelijk door het toepassen van een geluidreducerende wegdekverharding, weren van (vracht)verkeer en verlagen van de rijsnelheid. raildempers Bronmaatregelen tav spoorlawaai zoals raildempers zijn voor het reduceren van de geluidbelasting van 3 woningen onvoldoende doeltreffend. In de praktijk kan een maximale reductie van ca. 3 dB worden gerealiseerd. In deze situatie is er sprake van een spoorwegovergang waar raildempers praktisch niet mogelijk zijn daarnaast is het aantal beschikbare maatregelpunten beperkt. geluidscherm Omliggende bebouwing en ter plaatse van de spoorwegovergang is een scherm niet mogelijk. Aangezien een scherm over minimaal 2 maal de afstand tot het spoort noodzakelijk is en er aan schermen van 1 meter hoogte en een lengte van 180 meter. Vanwege de kleine projectomvang en de beperkte overschrijding van de voorkeursgrenswaarde worden

Matig Matig Matig Redelijk Matig Goed

maatregelen in de overdrachtsweg (schermen) of aan de bron (raildempers) niet als (financieel) doelmatig gezien.

Overdrachtsmaatregelen

Met betrekking tot het vergroten van de afstand tot de bron zijn er geen mogelijkheden binnen het plangebied. Het toepassen van een geluidsscherm van ca. 3 meter hoogte langs het spoor voor ca 200 meter (uitgezonderd van de spoorwegovergang) geeft een reductie van ca. 2 dB, waarmee de hoogst optredende geluidbelasting 56 dB bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde alsnog overschreven. De maatregel is getoetst aan de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet Geluidhinder. Het aantal reductiepunten bedraagt 9000. Het aantal maatregelpunten bedraagt 26600. Deze maatregel wordt hiermee niet doelmatig geacht. Ontvangersmaatregelen Het binnenmilieu wordt beschermd door de eisen opgelegd vanuit het Bouwbesluit. De geluidwering van de gevel dient zodanig te zijn dat het resulterende geluidniveau in de woning niet meer bedraagt dan 33 dB. Bij deze berekening wordt de cumulatieve geluidbelasting exclusief aftrek ex artikel 110g Wgh ten gevolge van het wegverkeer gebruikt. Bij een karakteristieke geluidwering van 29 dB voor de voorgevel kan in de seniorenwoning een goed woon- en leefklimaat worden geborgd.

Gelet op de voorgenomen samenstelling van de uitwendige scheidingsconstructie van de nieuw te realiseren bebouwing, dient te worden beoordeeld of met de beoogde (bouw)materialen kan worden voldaan aan de aanvullende eis betreffende het ten hoogst toelaatbare binnen niveau voor de studio’s. Cumulatie De hoogste gecumuleerde geluidbelasting voor de woning waarvoor een hogere waarde dient te worden verleend bedraagt ten hoogste 62 dB exclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. Dat is vergelijkbaar met tamelijk slechte akoestisch kwaliteit. Bijdrage van de lokale 30 km/uur weg is maatgevend. Deze geluidbelasting is lager dan de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 63 dB zoals deze van toepassing is voor de nieuw te bouwen woningen. Alle woningen hebben een gevel waar de geluidbelasting lager is dan de voorkeursgrenswaarde. De classificatie voor meeste gevels van de seniorenwoningen is “goed”. De geluidsbelasting zal niet leiden tot een onaanvaardbaar niveau. Zienswijzen De ontwerpbeschikking heeft vanaf 14 september 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Conclusie Op grond van bovenstaande overwegingen kan ten behoeve de seniorenwoningen, onder voorwaarden, een hogere waarde vastgesteld worden.

CONCEPT BESLUIT HOGERE WAARDEN WET GELUIDHINDER Kenmerk Z233 – 266641 Burgemeester en wethouders van Vught; gezien de noodzaak tot vaststelling van hogere waarden Wet geluidhinder voor de ontwikkeling van de seniorenwoningen te Helvoirt; gelet op de Wet geluidhinder; BESLUITEN: Voor de ontwikkeling van de seniorenwoningen gelegen aan de Schoorstraat 8-10 te Helvoirt waarvoor een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk is, de hogere waarden onder de navolgende voorwaarden vast te stellen: 1. voor de seniorenwoningen als hogere grenswaarden vanwege het spoor Den BoschTilburg vast te stellen de waarden als opgenomen in onderstaande tabel. 2. het akoestisch onderzoek: Schoorstraat 8-10 te Helvoirt, akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai”, Rapportnummer: Rap-01, definitief d.d. 01 september 2022 behoort tot dit besluit Tabel 1: optredende geluidsbelastingen in dB (Lden) Naam Waarneempunt

Omschrijving

Hoogte [m]

Lden [dB] Spoorverkeer

T01

Voorgevel

T02

Voorgevel

T03 T04 T04

Voorgevel Rechter-zijgevel Rechter-zijgevel

T05

Voorgevel

T06 T06

Linker zijgevel Linker zijgevel

T07 T08 T017 T09 tot en met T16

Rechter zijgevel Rechter zijgevel voorgevel

1,5 4,5 7,5 1,5 4,5 7,5 1,5/4,5/7,5 1,5 4,5/7,5 1,5 4,5 7,5 1,5/7,5 4,5 1,5 4,5 7,5 1,5 1,5

Voorkeur 55 dB Max 68 dB Den Bosch -Tilburg --56 59 --56 58 ----------57 --------57 -------

Nb: Waarneempunten komen overeen met de waarneempunten uit het akoestisch onderzoek

Vught, 23 augustus 2023 Namens burgemeester en wethouders van Vught,

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

Locatie: Schoorstraat 8-10 Helvoirt Rapportnummer: 2022-BE-0405 In opdracht van: De heer A.L.G. van Doorn Udenhoutseweg 36 5268 CE Helvoirt

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2022-BE-0405 Opdrachtgever De heer A.L.G. van Doorn Contactpersoon De heer W. Princen Princen BouwProcesBegeleiding BV Locatie Schoorstraat 8-10, Helvoirt Auteur Frenk van de Wal

Opleverdatum 9 maart 2023

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

Inhoudsopgave SAMENVATTING .................................................................................................................................. 3 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK .......................................................................................................... 4

1.1 Aanleiding ........................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ......................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................... 4 1.4 Criteria ............................................................................................................... 4 2.

BELEIDSKADER ........................................................................................................................... 5

2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................... 7 2.4 Zorgplicht ........................................................................................................... 7 3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ...................................................................................................... 8

3.1 Huidige situatie.................................................................................................... 8 3.2 Voorgenomen ontwikkeling .................................................................................. 9 4.

PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .........................................................................................10

4.1 Bureauonderzoek................................................................................................ 10 4.2 Veldonderzoek .................................................................................................... 11 4.3 Beschrijving plangebied ....................................................................................... 11 5.

BESCHERMDE NATUURWAARDEN ................................................................................................13

5.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................... 13 5.2 Soortenbescherming ........................................................................................... 15 6.

RESULTATEN EN ADVIES .............................................................................................................25

6.1 Resultaten .......................................................................................................... 25 6.2 Advies en aanbevelingen ...................................................................................... 25 7.

BRONNEN .................................................................................................................................27

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

SAMENVATTING

Opdrachtgever heeft concrete plannen voor herontwikkeling aan Schoorstraat 8-10 te Helvoirt. Het voornemen is om de huidige boerderij te slopen en drie seniorenwoningen te realiseren. Bij deze ontwikkeling is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen.

Frenk van de Wal Brabant Eco Maart 2023

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever de heer A.L.G van Doorn zal de huidige boerderijwoning aan de Schoorstraat 8-10 gesloopt worden om daarna drie seniorenwoningen te realiseren. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

2. BELEIDSKADER De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.

2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

o

o

Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Schoorstraat 8-10, ten westen van de kern van Helvoirt, in de gemeente Vught. Vught is een gemeente in de provincie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 34 km2 met nauwelijks water. De gemeente telt 31.828 inwoners (31 januari 2022) en bestaat uit de plaatsen Vught, Helvoirt en Cromvoirt. Helvoirt ligt zuidwestelijk van de plaats Vught en oostelijk van de Loonse en Drunense Duinen. Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kruising met de Udenhoutseweg, grenzend aan het buitengebied van Helvoirt. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen en burgerbebouwing. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Loonse en Drunense Duinen

Vught

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.

Het plangebied bestaat uit bebouwing, tuin en verharding. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

Globaal omlijnde planlocatie in blauw. Bron: Google Earth.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft het plan voor herontwikkeling van de planlocatie aan Schoorstraat 8-10. De bestaande boerderij, een losstaande garage en twee bijgebouwen zullen worden gesloopt om daarna drie seniorenwoningen te realiseren. De achter nummer 8 staande garage zal behouden blijven. In onderstaande afbeelding is de te slopen bebouwing in rood en de te behouden garage in geel omkaderd.

.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl, zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.

gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

4.2 Veldonderzoek Op maandag 5 september 2020 in de middag hebben ecologisch medewerker Marijn de Waard en ecoloog Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren zonnig, licht bewolkt met een zuidoostenwind met windkracht 3 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 23 graden Celsius. Het onderzoek vond dus onder nazomerse omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden nog actief zijn. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.

Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.

4.3 Beschrijving plangebied De omgeving van het plangebied bestaat vooral uit burgerbebouwing en aan de achterzijde (westen) van het plangebied een weide met grazende koeien. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan de Schoorstraat, met drie sierperen staande in de berm. Noordelijk grenzen Schoorstraat 4 en 6 met daartussen een haag van coniferen en laurier. Aan de zuidelijke zijde grenst het plangebied aan Schoorstraat 16 met daartussen een haag van hedera.

Vooraanzicht Schoorstraat 10

Vooraanzicht Schoorstraat 8

Overzicht achtergelegen weide

Achterzijde woning

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

Aan de straatzijde van het plangebied staan de 2 onder 1 kap woningen in boerderijvorm. Aan de straatzijde is een kleine voortuin met ligusterhagen, gazon en normaal gangbare tuinbeplanting. De woning bestaat uit bakstenen muren met spouw en een pannendak in zadeldakvorm. De kopgevelpannen van de noordelijke gevel zijn volledig aangesmeerd. De zuidelijke kopgevel heeft een houten overstek die strak op de muur aansluit. De goten zijn strak betimmerd en er zijn geen open stootvoegen of open naden of kieren zichtbaar in de spouwmuren. In 1975 is de zijkant van nummer 8 uitgebreid. De aanwezige dilatatie voeg is volledig dicht gemaakt met kit. De achtertuinen zijn grotendeels verhard met betonklinkers en aansluitend gazon met een moestuin. Met op het gazon twee notenbomen die verwijderd worden. De achtertuinen worden gescheiden door een houten schutting. Verder naar achter staat een haag van laurier naast de inrit. Deze haag zal verwijderd worden. Achter Schoorstraat 10 staat een losstaande garage met berging. Deze is van dezelfde bouw met bakstenen muur en pannendak in zadeldakvorm als de woning. Ook hier is de betimmering van de dakoverstek aangesloten aan de muur en zijn da dakpannen omsloten door betimmering. Achter Schoorstraat 8 staat een losstaande garage waarachter zich een houten schuur, afdak voor houtopslag en stalen container bevinden.

De houten schuur en het afdak worden gesloopt terwijl de garage behouden zal blijven. De schuur betreft een voormalige kippenschuur, op het moment van veldinventarisatie in gebruik voor opslag van goederen. De bodem is opgehoogd en van beton, de wanden zijn volledig van houten planken en het dak is belegd met pannen welke niet zijn geïsoleerd. Achter de schuur is een afdak in gebruik voor de opslag van houtblokken.

Achterzijde te behouden garage

Achterzijde te slopen schuur

Voorzijde te behouden garage

Voorzijde te slopen schuur

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Afdak en container

12

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Gebiedsbescherming Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van het totale perceel, inclusief de achtergelegen agrarische weilanden. De agrarische gronden grenzen direct aan het westelijk gelegen bos.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt zuidoostelijk op minimaal 1,4 kilometer afstand van gronden die tot Natura 2000 gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen behoren .Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in geel aangegeven.

Minimaal 1,4 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000

Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving.

Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius berekening kan dit staven. 5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op aansluitend aan gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN gebieden in oranje.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

Plangebied ligt aansluitend aan gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland

Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant.

In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt aansluitend aan NNN gebied. De voorste Stroom wat een ecologische verbindingszone betreft. De werkzaamheden zijn echter van een zodanige aard en altijd op minimaal 50 meter afstand van het NNN gebied zodat er geen deel van het NNN gebied wordt aangetast. Met een compensatietoets kan bepaald worden of en welke aanvullende maatregelen getroffen moeten worden wegens de verstoring van het NNN gebied maar de significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten. 5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.

5.2 Soortenbescherming 5.2.1 Flora Volgens de NDFF zijn er bij project Schoorstraat met nummer BE-0405 d.d. 27 augustus 2022 (bijlage 1) geen beschermde plantensoorten waargenomen binnen een straal van 1 kilometer rond het plangebied. Binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn 3 beschermde plantensoorten waargenomen. Deze planten staan op de rode lijst en zijn sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. Deze beschermde plantensoorten zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

Soort

Habitat

Stijve wolfsmelk

Afstand plangebied 5 km

Kluwenklokje

5 km

Kruipend moerasscherm

5 km

Zonnige, soms licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot vaak vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende en humushoudende grond (lemig zand, leem, zavel, mergen en stenige plaatsen) Zonnige, open plaatsen (pionier) op (periodiek) natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofrijke, zwak zure, ’s winters ondiep overstroomde grond (veen en klei)

Open, zonnige tot licht beschaduwde, vochtige, stikstofrijke, matig voedselrijke, weinig of niet bemeste klei-, en mergelbodems

Het plangebied bestaat naast de bebouwing en verharding uit een gecultiveerde tuin en biedt vanwege de inrichting, het beheer en gebruik geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. Conclusie Er worden met de voorgenomen werkzaamheden geen beschermde plantensoorten vernietigd. Binnen het plangebied ontbreken houtopstanden die voldoen aan de criteria die Wet natuurbescherming stelt om als beschermde houtopstand aangemerkt te worden. De te kappen notenbomen op het perceel kunnen aangemerkt worden als onderdeel van de tuin, waardoor overtreding op de Wet natuurbescherming op dit punt uitgesloten kan worden. Om een overtreding van de gemeentelijke uitzonderingsregels te voorkomen dient altijd alvorens tot kap over te gaan bij het gemeenteloket een nacheck gedaan te worden of voor de betreffende boom of houtopstand een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden noodzakelijk is.

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er 27 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 12 vleermuissoorten, 6 marterachtigen en 9 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Vleermuis soort Gewone dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Baardvleermuis Franjestaart Grijze grootoorvleermuis Gewone grootoorvleermuis

Afstand plangebied 1 km

Habitat en bescherming

5 km 5 km 5 km 5 km

Vooral bebouwing, soms bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bebouwing, strikt beschermd

1 km

Soms bebouwing, soms bomen, strikt beschermd

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Vooral bebouwing, strikt beschermd

16

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405 Laatvlieger

1 km

Vaak bebouwing, strikt beschermd

Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

5 km 1 km 5 km 5 km

Vooral bebouwing, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd

Bosvleermuis

5 km

Vooral bomen, strikt beschermd

Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. De in het plangebied staande bomen met geschikte diameter zijn gecontroleerd op holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Hiervan zijn geen waarnemingen gedaan. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De te slopen woning beschikt over een holle spouw, maar er zijn geen potentiële invliegopeningen, zoals stootvoegen, in de buitengevels van de woning waargenomen. De dilatatievoegen zijn zowel in de voor- als achtergevel geheel dicht met bouwkit. De kozijnen zijn in de muren ingebouwd en deze sluiten aansluitend aan de muren aan zonder openingen in hoeken of randen. De overstekbetimmeringen onder de goot zijn strak tegen de buitengevels geplaatst, waardoor geen gaten en kieren ontstaan die vleermuizen de kans bieden de spouw te betreden. De kopgevels van de woningen van de noordelijke en zuidelijke kant verschillen.

De noordelijke kopgevel is geheel gesloten, zonder openingen van naden en kieren of open stootvoegen en de pannenrand is strak aangesmeerd waardoor er voor vleermuizen geen openingen zijn om verblijfplaatsen onder de kopgevelpannen te vinden. De zuidelijke kopgevel is geheel betimmerd met een overstek. Hierdoor liggen de dakpannen ingebouwd. Ook deze betimmering is goed afgesloten en daardoor zijn er voor vleermuizen geen mogelijkheden om de spuw of het dak te bereiken. Er staan geen schoorstenen met openingen of loodslabben op het dak dat verder gesloten is. De nokpannen zijn aangesmeerd waardoor ook hier geen verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig kunnen zijn. Er zijn in de te slopen woning geen ruimtes onder dakpan, loodslab, windveer of boeiboord aanwezig waar potentieel verblijfplaatsen van vleermuizen zouden kunnen zijn. Ook zijn er geen andere ruimtes zoals een vensterluik aanwezig. De garage van nummer 10 wordt gesloopt. Ook hier is een zelfde dak met overstek als aan de woning zodat hier geen verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig kunnen zijn. De te slopen schuur bestaat uit houten planken en een niet geïsoleerd of onderschoten pannendak waardoor hier voor vleermuizen geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen zijn. In de te behouden garage zijn enkele open stootvoegen waargenomen.

Bij inspectie zaten deze vol met spinnen rag waardoor het aanwezig zijn van verblijfplaatsen in de te behouden garage ook zeer onwaarschijnlijk is. Het veldbezoek is uitgevoerd in een tijd van het jaar waarin vleermuizen actief zijn op een tijd van de dag waarop ze niet actief zijn. Tijdens het veldbezoek kon daarom onderzoek gedaan worden naar verblijfssporen, verblijfsmogelijkheden en de algehele gebiedsgeschiktheid voor vleermuizen. Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken. Hiervan zijn geen waarnemingen gedaan.

Noordelijke kopgevel

Zuidelijke kopgevel

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

betimmering onder goot

17

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405

Dilatatievoeg

aangesmeerde nokpannen

aangesloten inbouw kozijn

Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het plangebied zouden voor kunnen komen. Met name het kleinschalige weiland aan de achterzijde van de planlocatie is als groenvoorziening geschikt voor vleermuizen. Door de afwezigheid van substantiële groenstructuren toont het plangebied een matige geschiktheid als foerageergebied; aantasting van essentieel foerageergebied kan daarom geheel uitgesloten worden. De perenbomen langs de Schoorstraat zijn te klein om van belang te zijn als trek- en foerageerstructuur. Alle groenstructuren in de omgeving van het plangebied blijven behouden. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank.

De marterachtigen die volgens het NDFF aanwezig kunnen zijn binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort

Afstand plangebied

Bescherming

Boommarter Bunzing Das Hermelijn Steenmarter Wezel

5 km 5 km 1 km 5 km 5 km 5 km

Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd

Boommarter De schuilplaats van de boommarter bestaat meestal uit een holle boom, de nestplek evenzeer en hun leefgebied bestaat doorgaans uit bos. Zowel loof- als naaldbos en gemengd bos, jong en oud. Toch wagen ze zich ook buiten bosgebieden, maar bomen zijn nooit ver weg. De dieren leven solitair en kunnen goed zwemmen. ’s Nachts legt een boommarter 2 tot 20 kilometer af. Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan Schoorstraat 8-10 Helvoirt, BE-0405 Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras, omdat hier het voedsel het gemakkelijkst te vinden is. Hermelijn De hermelijn komt in alle habitats voor, van open plekken, in bossen, houtwallen, duinen, akkers, vochtig terrein. De enige voorwaarde is dat er voldoende dekking aanwezig is. De hermelijn is zowel overdag als ‘s nachts actief en is een actief jager. Het is een karnivoor die vooral op kleine zoogdieren jaagt. De hermelijn leeft in een hol, meestal een oud mollen nest of konijnennest en verplaatst zich meestal langs lijnvormige elementen die dekking bieden zoals heggen, muurtjes en oeverlijnen. Ook maakt hij hierbij geregeld gebruik van holen van andere dieren. Een hol of gang moet een doorsnede hebben van vijf centimeter. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen.

De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Wezel De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. Van de marterachtigen op de DNFF lijst is alleen de Das waargenomen binnen een straal van één kilometer. Binnen 50 meter van het plangebied zit een NNN-gebied, hier kunnen veel van de waarnemingen van de marterachtige gedaan zijn. De ruigtes langs de kleinschalige weides achter het plangebied kunnen mogelijk als foerageergebied dienen voor marterachtigen. Het plangebied is te opgeruimd voor marterachtigen waardoor ze geen ruigtehoekjes hebben om in te schuilen. Ook is er voor marterachtigen teveel menselijke activiteit. De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen.

Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van deze. Hierdoor is uit te sluiten dat het plangebied een belangrijk deel uitmaakt van het leefgebied van marterachtigen. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Overige soort Bever Damhert Eekhoorn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=a7969cd4-73b4-4201-bbff-dbc2bbafab7a