CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Ambitieplan VOS

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Budget-basissubsidie Vughtse Omroep Stichting 202214.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de ICE-norm. De leden van het PBO vertegenwoordigen elk een stroming binnen de gemeente. Zo heeft het PBO een sterke binding met het publiek waar de omroep zich op richt. Zij krijgt hiertoe alle relevante stukken van het bestuur. Het PBO kiest haar eigen voorzitter en verslaglegger. Bij de bijeenkomsten heeft een vertegenwoordiger van het bestuur toegang. Het PBO rapporteert haar bevindingen aan het bestuur. Nieuwsprogramma’s: De programma’s op radio, tv of internet of delen van programma’s die primair bedoeld zijn te informeren over actuele gebeurtenissen, ontwikkelingen en achtergronden bij die actualiteit. Overige programma’s: De overige programma’s zijn die programma’s die niet primair gekoppeld zijn of bedoeld zijn gekoppeld te worden aan actuele gebeurtenissen en die veelal een onderhoudend informatief of educatief karakter hebben. Onder overige programma’s worden ook die programma’s bedoeld die specifiek zijn gemaakt door en voor een doelgroep, zoals bijvoorbeeld minderheden of ouderen. Gesponsorde programma’s: Programma’s of delen van programma’s die gefinancierd, medegefinancierd of anderszins zakelijke ondersteuning verkrijgen door en van derden, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de journalistieke onafhankelijkheid als omschreven in artikel 5 van dit statuut. In de mediawet is geregeld welke programma’s voor sponsoring in aanmerking komen.

Zie: artikel 2.88b, eerste lid van de Mediawet, artikel 2.89, eerste lid onder b van de Mediawet (vermijdbare uitingen), artikel 2.94, eerste lid onder a en artikel 2.95, eerste lid onder a van de Mediawet (reclameboodschappen), artikel 2.106 en 2.108 van de Mediawet (sponsoring) en artikel 2.141, eerste lid van de Mediawet. Reclameboodschappen: Reclameboodschappen zijn alle betaalde uitingen van bedrijven en/of instellingen die erop zijn gericht het publiek te bewegen tot het kopen van een product of het gebruik maken van een bepaalde dienstverlening. Zie onder gesponsorde programma’s Gebruik netwerk en sociale media: Het gebruik van het netwerk en gedrag bij het gebruik van sociale media voor medewerkers en stagiaires bij de Vughtse Omroep Stichting is geregeld in het “Protocol gebruik sociale media” Artikel 4. Doelstelling en identiteit 1. De lokale Omroep onderscheidt zich van nationale

30

31 publieke omroepen en provinciale omroepen doordat zijn programma’s op radio, tv of internet in het bijzonder betrekking hebben op de eigen gemeente, meer in het bijzonder de gemeente Vught, en de inhoud van de programma’s cultureel en maatschappelijk van betekenis zijn voor de luisteraars en/of kijkers in Vught. De Vughtse Omroep Stichting wil zo veelzijdig mogelijk informatie verschaffen op een breed terrein. 2. De Vughtse Omroep Stichting opereert als publieke omroep. De Vughtse Omroep Stichting stelt zich ten doel radio/televisie/internetprogramma’s te maken en uit te zenden in overeenstemming met de bepalingen van de Mediawetgeving om daardoor de sociaal-maatschappelijke ontwikkeling in het uitzendgebied te bevorderen en de geestelijke, economische culturele, educatieve en recreatieve activiteiten in Vught te activeren. Daarbij staat het geven van informatie in de ruimste zin voorop. Artikel 5. Journalistieke onafhankelijkheid 1. De redactie oefent de haar opgedragen programmatische journalistieke taken uit zonder rechtstreekse beïnvloeding door wie dan ook, noch van buitenaf noch van binnenuit, anders dan op de wijze zoals in dit statuut verwoord.

en/of instellingen. Deze verantwoordelijkheid geldt zowel intern als tegenover derden. Het bestuur mandateert de transitie van het programmabeleid naar de programmering aan de hoofdredacteur en het CO. Het PBO toetst deze transitie en rapporteert aan het bestuur. De leden van het CO worden op voorstel van de hoofdredacteur en/ of overige leden van het CO benoemd door het bestuur behalve de hoofdredacteur, deze wordt benoemd door het PBO, zie art. 10.1. Ontslag wordt hen verleend door het bestuur na overleg met de hoofdredacteur, Co en PBO. Wordt het ontslag op journalistieke gronden verleend, dan behoeft de voorafgaande instemming van de hoofdredacteur en het CO. In geval van de hoofdredacteur door het PBO. Het CO kiest haar eigen voorzitter en secretaris, bij de bijeenkomsten heeft een vertegenwoordiger van het bestuur als toehoorder toegang. De onderwerpen die in het CO aan de orde komen zijn (tenminste): ● ● ● ● ● ●

Voorstel en uitvoering Programmering Personele bezetting Programmering PR activiteiten Techniek Investeringen

Artikel 7. Positie van de hoofdredacteur en de redactie 2. De redactie heeft geen binding met enige politieke of levensbeschouwelijke groepering of met belangengroepen. 3. De redactie hecht aan fundamentele waarden en grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting, het handhaven van de rechtsstaat en de eerbiediging van de menselijke waardigheid en persoonlijkheid, ongeacht afkomst, politieke voorkeur, ras, geslacht of seksuele geaardheid. 4. De redactie streeft bij de uitvoering van haar werk steeds objectiviteit en onpartijdigheid na zowel in de berichtgeving als in de analyses. Ze laat zich leiden door de uitgangspunten van journalistieke zorgvuldigheid en evenwichtigheid. Artikel 6. Positie van de leden van het CO Het bestuur is houder van de zendmachtiging. In het bijzonder is het bestuur verantwoordelijk voor het algemeen programmabeleid en voor de vorm en inhoud van hetgeen in de zendtijd van de Vughtse Omroep Stichting wordt uitgezonden, daaronder mede begrepen programma’s die worden uitgezonden door middel van samenwerkingsovereenkomsten met andere omroepen

1. De redactie van de Vughtse Omroep Stichting bestaat uit een hoofdredacteur, aangevuld met eindredacteuren en daarvoor uitgekozen medewerkers. De hoofdredacteur wordt bij afwezigheid vervangen door een eindredacteur of bij ontbreken daarvan door een door hem daartoe aangewezen lid van het CO. 2. De hoofdredacteur zal zich bij de uitoefening van zijn taak laten leiden door de bepalingen van dit statuut en draagt geen verantwoordelijkheid voor de vorm, inhoud of het karakter van een reclameboodschap of sponsoring, voor zover deze binnen de mediawet blijven. Zie artikel 3 van dit statuut 3. Het bestuur zal niet overgaan tot schorsing of ontslag van enig lid van de redactie dan na overleg met het hoofdredacteur indien het een ontslag betreft op journalistiek inhoudelijke gronden 4. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 8, tweede lid, van dit statuut belegt de hoofdredacteur ten minste twee maal per jaar een plenaire redactievergadering, waarin uitleg wordt gegeven over het redactionele beleid, in het bijzonder over de journalistieke uitgangspunten, de programmatische plannen en de besteding van het

redactiebudget. 5. Leden van de redactie zullen zonder (schriftelijke) toestemming van de hoofdredacteur en/of de eindredacteuren geen contacten onderhouden met bedrijven, instellingen of maatschappelijke groeperingen, gericht op het tot stand komen van enige zakelijke of persoonlijke samenwerking met die bedrijven, instellingen of maatschappelijke groeperingen. 6. Leden van de redactie zullen hun eventuele politieke en/of levensbeschouwelijke overtuiging niet zodanig uitdragen, dat hun journalistieke onpartijdigheid en die van de Vughtse Omroep Stichting in het gedrang kan komen. 7. Het gebruik van de naam van de Vughtse Omroep Stichting, van de naam van een programma of van onderdelen daarvan voor eigen gewin van redactieleden is strikt verboden zonder voorafgaande toestemming van hoofdredacteur. Artikel 8. Rechten van redactieleden

3. Wanneer de hoofdredacteur besluit om een programma geheel of deels niet uit te zenden, kan de betrokken programmamedewerker zich eveneens achteraf wenden tot CO om een bindende uitspraak. Indien het CO binnen twee weken geen advies heeft uitgebracht, wordt het CO geacht met de beslissing van de hoofdredacteur te hebben ingestemd. 4. Wanneer de hoofdredacteur besluit tot het heruitzenden van een programma of programmaonderdeel of toestemming verleent aan een derde partij tot heruitzending of openbaarmaking op welk medium dan ook, dient de betrokken programmamaker om advies te worden gevraagd. Een negatief advies zal slechts gebaseerd kunnen zijn op redenen van ernstige principiële aard, verband houdend met het journalistieke karakter dan wel de aard of richting van het andere publiciteitsorgaan. Van de verplichte adviesaanvrage kan slechts worden afgeweken, indien de actualiteitswaarde een voorafgaand advies niet toelaat. In dat geval zal de programmamaker zo spoedig mogelijk in kennis worden gesteld van de heruitzending.

1. Wanneer een programmamedewerker ernstige gewetensbezwaren heeft tegen een aan hem/haar verstrekte opdracht dan wel deze in strijd acht met de journalistieke grondbeginselen zoals omschreven in artikel 5 van dit statuut, kan hij/zij een dergelijke opdracht weigeren. Indien hij/zij zich niet kan verenigen met de door de hoofdredacteur genomen beslissing, kan hij die beslissing voorleggen aan CO dat beslist na bij de hoofdredacteur ingewonnen advies. Indien het CO binnen twee weken geen advies heeft uitgebracht, wordt het CO geacht met de beslissing van de hoofdredacteur te hebben ingestemd.

5. Indien de hoofdredacteur zich niet houdt aan de hierboven beschreven procedure, kan de betrokken programmamaker zich voor een uitspraak wenden tot het CO.

2. Wanneer de hoofdredacteur besluit ingrijpende wijzigingen aan te brengen of te doen aanbrengen in een programma, dient de betrokken programmamaker tijdig en voorafgaand in kennis te worden gesteld. De betrokken programmamedewerker kan verlangen dat het programma dan wel zijn programmabijdrage niet wordt uitgezonden. Indien door de hoofdredacteur niettemin tot uitzending wordt besloten, zal het programma niet van de naam van de medewerker kunnen worden voorzien. Wanneer de programmamedewerker het niet met de genomen beslissing eens is, kan hij zich achteraf wenden tot het CO met het verzoek om een bindende uitspraak. Indien het CO binnen twee weken geen advies heeft uitgebracht, wordt het CO geacht met de beslissing van de hoofdredacteur te hebben ingestemd.

Artikel 9. Overleg en Advies

6. Indien een programmamedewerker zich herhaald en/of in ernstige mate schuldig maakt aan wanprestatie, grove nalatigheid of opzet bij het niet naleven van het bepaalde bij of krachtens dit statuut kan de hoofdredacteur de medewerker bij het bestuur voordragen voor schorsing of ontslag. Het bestuur gaat tot zodanig besluit niet over dan na partijen te hebben gehoord.

1. De partijen die aan dit statuut gebonden zijn, verklaren het hoogste belang te hechten aan goede werkverhoudingen tussen journalistieke en nietjournalistieke medewerkers alsmede tussen medewerkers onderling. Zij erkennen het belang van onderling overleg in situaties die daar om vragen. 2. De hoofdredacteur pleegt ten minste twee maal per jaar overleg met de redactie over de hoofdlijnen van het programmering, de redactionele formatie en het redactionele budget 3. Tot de redactievergadering worden allen toegelaten

32

33 die op grond van een medewerkers overeenkomst onder verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur en de eindredacteuren functioneren. 4. Over besluiten die van invloed zijn of van invloed kunnen zijn op het redactionele beleid van de Vughtse Omroep Stichting zal het bestuur voorafgaand advies vragen aan de hoofdredacteur. Het voorafgaande advies heeft betrekking op onder andere plannen met betrekking tot wijziging van de beginselen en uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het redactionele beleid of de positie van de redactie. Ook reorganisatieplannen, redactionele samenwerkingsverbanden, fusies en andere eigendomsverhoudingen van de organisatie vallen hieronder. 5. Indien het bestuur vervolgens van het advies afwijkt, brengt het schriftelijk en gemotiveerd de redenen die hiertoe hebben geleid, ter kennis van de hoofdredacteur. Indien de redactie het met het besluit niet eens is, kan de hoofdredacteur dit als geschil voorleggen aan de ter zake bevoegde rechter in het arrondissement Haarlem. 6. Over zaken die verband houden met het bepaalde in dit statuut, zal de hoofdredacteur in geen geval overleg met (een vertegenwoordiging van) de redactie ontwijken of weigeren. 7. Over zaken die verband houden met het bepaalde in dit statuut, zal het bestuur in geen geval overleg met de hoofdredacteur ontwijken of weigeren. Artikel 10.

Benoeming en ontslag van de hoofdredacteur 1.De hoofdredacteur van de Vughtse Omroep Stichting wordt benoemd en ontslagen door het PBO op voorstel van het bestuur. 2.Het bestuur neemt geen beslissing tot benoeming dan nadat een vertegenwoordiging van de redactie in de gelegenheid is geweest over de voorgenomen benoeming een advies uit te brengen. Een van het advies afwijkend besluit wordt gemotiveerd genomen. 3. Bij een voorgenomen ontslag van de hoofdredacteur, door het bestuur voorgelegd aan het PBO, dient vooraf overleg gevoerd te worden met de redactie indien dit ontslag op journalistieke gronden wordt verleend Artikel 11. De begroting van de Vughtse Omroep Stichting De begroting van de Vughtse Omroep Stichting wordt

vastgesteld door het bestuur na ingewonnen advies van het CO. Artikel 12. Samenwerking, fusie, overdracht In geval van plannen voor het samengaan van de Vughtse Omroep Stichting met enige andere organisatie dan wel het overdragen van een meerderheidsbelang of de feitelijke zeggenschap aan een andere organisatie, zal het CO in een zo vroeg mogelijk stadium worden geïnformeerd en zal het CO om advies worden gevraagd. Het bestuur zal, zo enigszins mogelijk, de werking van de bepalingen van dit statuut doen voortzetten. Artikel 13. Statuutgeschillen Bij geschillen, direct samenhangend met de uitleg van bepalingen van dit statuut, kunnen betrokkenen een bindend oordeel vragen aan het bestuur Artikel 14. Slotbepaling 1. Dit statuut treedt in werking op *start omroeplicentie* en maakt automatisch deel uit van de overeenkomsten die tussen het bestuur en de individuele medewerkers zijn of worden gesloten. 2. Aangelegenheden die voortvloeien uit dit statuut doch waarin dit niet voorziet, kunnen worden geregeld in een reglement voor de redactievergadering. 3. Wijziging van dit statuut kan slechts met instemming van het bestuur en de redactie plaatsvinden. Instemming van de redactie vereist een gewone meerderheid van de redactieleden. Dit huishoudelijk reglement is vastgesteld door het bestuur van de Vughtse Omroep Stichting op 20 januari 2021.

Bijlage 2: Huishoudelijk reglement Huishoudelijk reglement 2021: Vughtse Omroep Stichting

twee achtereenvolgende vergaderingen van het bestuur.

Artikel 1. Dit huishoudelijk reglement is samengesteld op grond van artikel 17 van de statuten van de Vughtse Omroep Stichting.

Artikel 8. Van kandidaat-bestuursleden wordt verwacht dat zij, zonder stemrecht, deze bestuursvergaderingen bijwonen en van de agenda en vergaderstukken kennisnemen, tenzij het bestuur anders beslist.

Artikel 2. Als huishoudelijk reglement voor de uitvoering van het programmabeleid van de Vughtse Omroep Stichting. fungeert het redactiestatuut.

Artikel 9. De periode van kandidaat-bestuurslid eindigt op de datum waarop de benoeming in het bestuur is geschied, of de kandidaat zich bij nader inzien terugtrekt.

Artikel 3. Als huishoudelijk reglement voor het correcte gebruik van het gebouw, de studio’s en de apparatuur fungeert het protocol huisregels.

Besluitvorming Artikel 10. Voor het nemen van besluiten, het notuleren van vergaderingen alsmede de wijze van stemmen zijn de bepalingen van de stichtingsstatuten artikel 8, de leden 6 tot en met 13, van overeenkomstige toepassing op alle commissies of organen van de Vughtse Omroep Stichting als bedoeld in artikel 9.2 van de statuten.

Bestuur Artikel 4. Het bestuur, streeft naar een, volgens de statuten, uit ten minste drie personen (vgl. statuten artikel 6 lid 1). Artikel 5. Onverlet de verantwoordelijkheid van het bestuur als zodanig, behartigt één bestuurslid het beheer van gebouw en inventaris en één bestuurslid de technische voorzieningen. Artikel 6. Een beloning voor een bestuurslid, als bedoeld in artikel 6 lid 8 van de statuten kan slechts worden verleend voor het verrichten van bijzondere werkzaamheden, die in redelijkheid niet verwacht kunnen worden als gevolg van het bestuurslidmaatschap. Bestuurslidmaatschap Artikel 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de statuten zullen bestuursleden, alvorens te worden benoemd, een periode als kandidaat-bestuurslid doormaken, gedurende een periode van ten minste

Medewerkersvergadering en programmastaf Artikel 11. Een medewerkersvergadering wordt ten minste zeven dagen tevoren geagendeerd, met vermelding van de tijd en plaats van vergaderen, alsmede van de agenda. Artikel 12. De medewerkersvergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de stichting voor zover de agenda handelt over bestuurlijke aangelegenheden en door de hoofdredacteur voor zover zij handelt over programmatische zaken. In het laatste geval betreft het een vergadering van de programmastaf. Doorgaans worden deze twee vergaderingen op dezelfde avond en locatie georganiseerd. Artikel 13. Op de medewerkersvergaderingen en vergaderingen van de programmastaf wordt niet gesproken over het persoonlijk functioneren van medewerkers.

34

35 Artikel 14. Om zinvolle adviezen te kunnen uitbrengen aan het bestuur inzake het beleid van de stichting zorgt het bestuur voor inzicht gevende informatie. Redactieraad Artikel 15. De programmastaf bepaalt de omvang van de redactieraad. Deze bestaat uit minimaal drie leden plus de voorzitter. Artikel 16. Bij een vacature in de redactieraad kan de programmastaf kwaliteitseisen aan kandidaat-leden stellen,b.v. leeftijd, geslacht of vertegenwoordiging van een bepaald medium of redactieteam. Indien deze eisen niet vooraf worden gesteld, staat de vacature open voor alle programmamedewerkers. Indien er wél kwaliteitseisen zijn gesteld, maar er zijn geen kandidaten, dan stelt de programmastaf de eisen bij. Zijn er dan wederom geen kandidaten, dan vervallen alle kwaliteitseisen voor de betreffende vacature. Artikel 17. De verkiezing van leden van de redactieraad vindt schriftelijk plaats. Alle programmamedewerkers (lees: leden van de programmastaf) zijn stemgerechtigd. Artikel 18. De vergaderingen van de redactieraad worden voorgezeten door de hoofdredacteur. Hij heeft geen stemrecht, tenzij de stemmen staken. Bij verhindering van de hoofdredacteur wordt de redactieraad voorgezeten door de adjuncthoofdredacteur. Artikel 19. De redactieraad kan de programmastaf raadplegen om tot een advies aan bestuur, pbo of hoofdredacteur te komen.

Deze raadpleging dient per geval binnen een op dat moment vast te stellen termijn te worden afgerond, om verdere besluitvorming niet te hinderen. Hoofd techniek Artikel 20. Het hoofd techniek, aan wie de algehele technische uitrusting van de omroep is gedelegeerd middels een technische commissie (vgl. statuten artikel 13 lid 1), kan zich doen bijstaan door een adjunct-hoofd techniek, aan te stellen door het bestuur. Artikel 21. Aanschaffingen van apparatuur kunnen slechts gedaan

worden nadat het hoofd techniek daartoe een grondig gemotiveerd voorstel aan het bestuur heeft voorgelegd. Financiën Artikel 22. De penningmeester beheert de financiën van de stichting en kan zich laten bijstaan door een boekhouder. Artikel 23. Halverwege een lopend kalenderjaar stelt de penningmeester het bestuur op de hoogte van de financiële stand van zaken die de stichting betreffen. Artikel 24. De penningmeester doet geen betalingen die niet zijn geverifieerd door middel van op naam van de Vughtse Omroep Stichting gestelde facturen. Bedragen tot 100 euro kunnen door 1 bestuurslid worden goedgekeurd (maximaal 2 keer per maand). Bedragen tussen 100 en 500 euro hebben goedkeuring nodig van twee bestuursleden, (maximaal 2 keer per maand). Wanneer er bedragen tot 500 euro worden goedgekeurd moet dit op de zelfde dag per mail aan de overige bestuursleden worden bekendgemaakt. Bedragen hoger als 500 euro moeten door alle bestuursleden goedgekeurd worden. Artikel 25. Ook in het geval dat zij afwijken van het bepaalde in artikel 16 van de statuten worden de door de subsidiegever, c.q. de gemeente, en het Commissariaat voor de Media vastgestelde termijnen in acht genomen. Slotbepaling Artikel 26. In alle gevallen waarin dit huishoudelijk reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Dit huishoudelijk reglement is vastgesteld door het bestuur van de Vughtse Omroep Stichting op 20 januari 2021.

Bijlage 3: Vrijwilligersbeleid In de medewerker-overeenkomst voor lokale omroepen zijn afspraken vastgelegd tussen de lokale omroep en haar medewerkers. De lokale omroep wordt vanzelfsprekend vertegenwoordigd door een vrijwilligerscoördinator. Dit kan zijn een bestuurder, de (hoofd)redacteur of een andere persoon die daartoe op grond van de statuten of het huishoudelijk reglement toe bevoegd is. Bepalingen die betrekking hebben op de wijze waarop de medezeggenschap binnen de lokale omroep is geregeld, zijn niet in deze overeenkomst opgenomen. Medezeggenschap is bij voorkeur ondergebracht in een aparte medezeggenschapsregeling, die onderdeel uitmaakt van het huishoudelijke reglement. Het redactiestatuut is niet een dergelijke algemene (voor alle medewerkers geldende) medezeggenschapsregeling, ondanks het feit dat daarin bepalingen zijn opgenomen die betrekking hebben op vormen van inspraak. Dit redactiestatuut, dat de lokale omroep verplicht is tot stand te brengen, heeft alleen betrekking op medewerkers, betaald of niet betaald, die belast zijn met de verzorging en de samenstelling van de programma’s (het mediaaanbod). In de medewerker-overeenkomst komt onder meer aan bod de aard van de overeenkomst, de te verrichten werkzaamheden, de opzegtermijn en de verzekeringen. Deze onderwerpen treft men in de regel ook aan in een arbeidsovereenkomst.

Met uitzondering van de beloning is er immers geen groot verschil tussen de vrijwilligers en de betaalde medewerkers van een lokale omroep. De omroep stelt een vrijwilligerscoördinator aan om vrijwilligers te begeleiden, te beoordelen en op te leiden. Artikel 1 . Overeenkomst tussen vrijwilliger en omroep De medewerker ontvangt een exemplaar van de statuten en van de regelingen/reglementen van de lokale omroep.

De medewerker wordt aldus geacht op de hoogte te zijn van het reilen en zeilen van de lokale omroep en waaraan hij/zij zich dient te houden. De overeenkomst is geen reguliere arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat geen aanspraak kan worden gemaakt op gebruikelijke rechten en plichten zoals die gelden tussen werknemer en werkgever (salaris, vakantiedagen, ziekteuitkering, etc.). De medewerker-overeenkomst heeft, zoals gezegd, derhalve uitsluitend betrekking op onbetaalde medewerkers (vrijwilligers). Artikel 2. Werkzaamheden Uiteraard dient de lokale omroep en de medewerker ervan op de hoogte te zijn wat de aard en de omvang van de door de laatstgenoemde te verrichten werkzaamheden zijn. Taakafbakening draagt bij aan het adequaat functioneren van de lokale omroep en zorgt ervoor dat de medewerker weet wat van hem/haar verwacht wordt. Desalniettemin komt het de flexibiliteit van de organisatie van de lokale omroep ten goede indien erin voorzien is, dat de lokale omroep van de medewerker vraagt en kan vragen incidenteel ook andere werkzaamheden te verrichten naast die welke in de overeenkomst zijn omschreven. Voorts kan op basis van het bepaalde wijziging van de te verrichten taken plaatsvinden. Tenzij de medewerker anders verlangt, behoeft deze wijziging niet te geschieden door middel van het sluiten van een nieuwe medewerker-overeenkomst.

Er kan worden volstaan met schriftelijk vastgelegde afspraken tussen de medewerker en de functionaris, of diens plaatsvervanger, die de geldende medewerker-overeenkomst namens de lokale omroep heeft ondertekend. Deze aldus vastgelegde en door beide partijen ondertekende afspraken kunnen dan als aanhangsel aan de geldende medewerkerovereenkomst worden gehecht. Ook de notulen van de vergadering waarin dergelijke afspraken zijn gemaakt komen daarvoor in aanmerking.

36

37

Artikel 3. Duur van de overeenkomst, opzegging De overeenkomst is voor een bepaalde of onbepaalde tijd afgesloten. Indien de overeenkomst voor een bepaalde tijd is afgesloten, dan is de datum aangegeven, waarop de overeenkomst expireert. Weliswaar kan de medewerkerovereenkomst te allen tijde door zowel de lokale omroep als de medewerker eenzijdig worden opgezegd, het verdient ten zeerste aanbeveling een en ander in overleg te laten plaatsvinden. Immers, de continuïteit van de lokale omroep is er niet bij gebaat indien een (ervaren) medewerker van de ene op de andere dag niet meer beschikbaar is. Artikel 4. Werktijden/verhindering Het maken van afspraken met betrekking tot de werktijden is in het belang van een goede organisatie van de werkzaamheden van de lokale omroep. In de medewerkerovereenkomst is niet gekozen voor een regeling waarbij de medewerker in het geval van verhindering zelf voor vervanging zorgt. Een dergelijke afspraak is niet altijd in het belang van de lokale omroep. Artikel 5. Begeleiding van vrijwilligers De begeleiding van vrijwilligers kan taakgericht en/of persoonsgericht plaatsvinden. •

Taakgericht:

De taakgerichte of werkinhoudelijke begeleiding spitst zich toe op vergroting van de deskundigheid van de vrijwilligers. Deze taakgerichte deskundigheidsbevordering kan afhankelijk van het onderwerp, individueel of in groepsverband georganiseerd worden. De organisatie biedt deze coaching aan de vrijwilligers met wie een vrijwilligersovereenkomst is gesloten. Deze begeleiding wordt op verzoek van vrijwilligers dan wel op initiatief van de vrijwilligerscoördinator/begeleider aangeboden. Toegesneden op de situatie en de behoefte wordt een programma en een planning van instructie, cursussen en/ of themabijeenkomsten voor deskundigheidsbevordering opgesteld.

Het onderwerp of thema bepaalt mede de vorm hoe de deskundigheidsbevordering georganiseerd wordt: b.v. individueel, in groepsverband, themabijeenkomst, cursus of cyclus, externe scholing, training, enzovoorts en wie met de uitvoering belast is of wie daarbij betrokken moet worden. Externe deskundigen kunnen hiervoor worden ingeschakeld. In samenwerking met andere vrijwilligersorganisaties en een subsidie van de gemeente of fonds kunnen kosten hiervoor gedrukt worden. •

Persoonsgericht

De persoonsgerichte begeleiding spitst zich toe op het persoonlijk functioneren van de vrijwilliger in het vrijwilligerswerk. De aanleiding tot deze begeleiding is meestal een persoonsgebonden reden waardoor de begeleiding vaak individueel plaats vindt. In de persoonsgerichte begeleiding kunnen doelen aan de orde komen die de vrijwilliger voor zichzelf heeft gesteld toen deze koos voor het vrijwilligerswerk. Periodiek wordt er met elke vrijwilliger een voortgangsgesprek gevoerd. De voorbereiding, organisatie en (periodieke) uitvoering van het voortgangsgesprek is in handen van de vrijwilligerscoördinator/ begeleider. De vrijwilligers moeten in de gelegenheid worden gesteld punten voor het begeleidingsgesprek aan te dragen en voor te bereiden. In overleg met de vrijwilligers worden gespreksdata en -onderwerpen vastgesteld. De vrijwilligerscoördinator/begeleider treft alle nodige maatregelen om een goede en open sfeer van communicatie te bewerkstelligen en om de privacy te waarborgen. De coördinator/begeleider legt de gemaakte afspraken vast en ziet toe op de naleving van die afspraken. Van tijd tot tijd moet ook plaats zijn voor de evaluatie van de onderlinge samenwerking, zodat deze waarnodig, kan worden bijgesteld. De onderlinge samenwerking zal meestal met de groep vrijwilligers worden besproken. De vrijwilligerscoördinator/begeleider kan hiertoe het initiatief nemen.

Artikel 6. Vergoedingen

Het kan zijn dat vrijwilligers onkosten moeten maken om hun werk te kunnen doen. Denk bijvoorbeeld aan vervoerskosten of uitgaven die verbonden zijn aan de aanschaf van materialen. De omroep zal moeten vastleggen welke onkosten tot welke hoogte worden vergoed. Er moeten regels zijn met betrekking tot het declareren en ook bijvoorbeeld ten aanzien van het kopen van materialen. De regelingen zijn onderdeel van de vrijwilligerswijzer. In principe is de omroep niet verplicht om gemaakte onkosten te vergoeden. Een vrijwilliger is immers niet in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam. Maar toch gebeurt dat meestal wel. De organisatie maakt met de vrijwilligers daarover afspraken. Men kan vrijwilligersvergoedingen onderscheiden in: •

onkostenvergoedingen op declaratiebasis:

Hieronder worden verstaan: alle onkosten die een vrijwilliger moet maken om het werk te kunnen doen. Onkosten zoals hier bedoeld, zijn bijvoorbeeld: reis- en verblijfkosten, materiaalkosten, vergaderkosten. Na overleg met de vrijwilligerscoördinator vergoedt de organisatie in principe alle door de vrijwilligers gemaakte onkosten wanneer deze de gestelde maxima niet overschrijden. Vergoeding van de gemaakte onkosten vindt maandelijks of per kwartaal plaats, en wel op declaratiebasis. Dit wil zeggen dat de vergoeding van de werkelijk gemaakte onkosten wordt uitbetaald op basis van een door de betreffende vrijwilliger ingediende en ondertekende declaratie. Bij het declareren van gemaakte onkosten dienen nota’s, rekeningen, kassabonnen of andere betaalbewijzen te worden overlegd. Wettelijk gezien is een vergoeding op declaratiebasis van werkelijk gemaakte kosten altijd tot elk bedrag mogelijk. Onkostenvergoedingen op basis van declaraties hoeven niet voor de fiscus te worden aangegeven, ook al overschrijden deze de hieronder genoemde 700 euro. Belastingdienst, bedrijfsvereniging en sociale dienst hebben hierop geen invloed, mits op hun verzoek door middel van betalingsbewijzen en dergelijke aangetoond kan worden dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.

•

vaste onkostenvergoedingen:

De omroep kent in principe geen vaste onkostenvergoedingen. Indien hiervan wordt afgeweken wordt de uitbetaalde vergoeding opgegeven aan de Belastingdienst. De medewerker is over deze kosten geen belasting verschuldigd. Als de medewerker de vergoeding aanmerkt als gift en afziet van de onkostenvergoeding die de lokale omroep normaal gesproken aan hem uitbetaalt, dan vat de Belastingdienst de niet-vergoede kosten op als een gift aan de lokale omroep. De betrokken lokale omroep moet dan verklaren dat hij het afzien van de vergoeding aanmerkt als gift. Bovendien moet de omroep door de Belastingdienst zijn aangemerkt als ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling). Een en ander leidt voor de medewerker, indien de gift in zijn belastingaangifte is verwerkt, tot een verlaging van de verschuldigde inkomstenbelasting. Voor een vrijwilliger met een werkloosheidsuitkering geldt dat zijn werkzaamheden voor de lokale omroep het betaald werk niet in de weg staat, dat het de kansen op betaald werk niet verkleint en dat het geen werk is waarvoor iemand zonder uitkering betaald zou worden. Alvorens een medewerker-overeenkomst te sluiten met een medewerker/vrijwilliger die een werkeloosheidsuitkering ontvangt verdient het aanbeveling contact op te nemen met de betrokken uitkeringsinstantie teneinde problemen voor zowel de lokale omroep als de medewerker te voorkomen. Artikel 7.

Auteursrechten Medewerkers kunnen participeren in de samenstelling van een (onderdeel van een) programma (media-aanbod) van de lokale omroep. De (auteurs-)rechten van dat programma behoren in beginsel evenwel toe aan de lokale omroep. Immers, het werk wordt uitgezonden (openbaar gemaakt) onder de naam van de lokale omroep zodat ervan kan worden uitgegaan dat de lokale omroep de auteursrechthebbende is.

38

39

Artikel 8. Verzekeringen/regeling schade Vrijwilligers lopen risico’s tijdens hun werkzaamheden. Zij kunnen schade aanrichten of zelf een ongeluk of ongeval krijgen. De organisatie kan aansprakelijk worden gesteld, hetgeen grote (financiële) gevolgen kan hebben. Daarom zijn verzekeringen afgesloten om de organisatie en de vrijwilligers in te dekken tegen mogelijke gevolgen van schade en ongevallen, zoals een aansprakelijkheidsverzekering en een (collectieve) ongevallenverzekering. Elke vrijwilliger wordt - tenminste door middel van de Vrijwilligerswijzer - erop geattendeerd dat de organisatie niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de gevolgen van schade of ongeval, anders dan vastgelegd en bedoeld in de voorwaarden van verzekeringen die ten behoeve van de vrijwilligers zijn afgesloten. Het bestuur of de vrijwilligerscoördinator is het aanspreekpunt voor vrijwilligers aangaande verzekeringskwesties. •

aansprakelijkheidsverzekering

Omdat de organisatie aansprakelijk kan worden gesteld voor de fouten van een vrijwilliger heeft zij een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Deze verzekering dekt materiële schade en letselschade aan derden toegebracht, waarvoor de organisatie verantwoordelijk kan worden gesteld. •

ongevallenverzekering

De organisatie heeft voor alle vrijwilligers een collectieve ongevallen verzekering afgesloten. Deze verzekering is met name van belang voor vrijwilligers zonder betaalde baan en mensen met een uitkering. Als vrijwilliger kan men namelijk geen aanspraak maken op uitkeringen op grond van de Ziektewet, de Algemene Nabestaanden Wet of de WAO. De collectieve ongevallenverzekering dekt (gedeeltelijk) de eventuele schade en kosten van een ongeval, wanneer dat zich voordoet tijdens het vrijwilligerswerk. De ongevallenverzekering biedt dekking vanaf het moment dat de vrijwilligers onderweg zijn naar het vrijwilligerswerk tot aan hun thuiskomst na afloop van het vrijwilligerswerk.

•

auto-inzittendenverzekering

Incidenteel regelt de organisatie een tijdelijke autoinzittenden verzekering, welke dekking biedt bij een verkeersongeval waarbij de inzittenden letsel of materiële schade oplopen. Dit gebeurt als het vrijwilligerswerk betrekking heeft op het vervoeren van personen en/of goederen. Artikel 8. Begeleiding/opleiding De lokale omroep dient er voor zorg te dragen dat medewerkers hun werkzaamheden zo goed mogelijk (kunnen) verrichten. Juiste begeleiding en opleiding zijn daarvoor een noodzakelijk vereiste. Artikel 9. Beeindiging samenwerking Bij beëindiging van de samenwerking heeft de coördinator een exit-gesprek met de vertrekkende vrijwilliger. Het beëindigen van de samenwerking wordt formeel bevestigd met een brief, waarin de inzet en de periode van de werkzaamheden van de betreffende vrijwilliger wordt vastgelegd. Deze brief wordt ondertekend door het bestuur en uitgereikt op het moment dat de vrijwilliger afscheid neemt. De medewerker kan er belang bij hebben wanneer hem op grond van de werkzaamheden bij de lokale omroepinstelling een getuigschrift wordt verschaft. Artikel 10. Vertrouwenspersoon Het bestuur van de lokale omroep stelt een vertrouwenspersoon ter beschikking voor vrijwilligers. Wanneer zich geschillen of conflicten voordoen tussen vrijwilligers onderling of tussen vrijwilligers en de organisatie moet door middel van overleg een oplossing worden gevonden.

Waar dit niet lukt kan men terugvallen op de vertrouwenspersoon. Artikel 11. Informatievoorziening

Vrijwilligers hebben recht op de functionele informatie die nodig is om hun taken naar behoren te kunnen uitvoeren. Daarnaast dienen ze te worden geïnformeerd over wat er binnen de organisatie gebeurt. De vrijwilligers staan op de verzendlijst van de nieuwsbrief. Wanneer daartoe aanleiding is, ontvangen de vrijwilligers mailings, brieven en andere voor hen relevante (schriftelijke) informatie. Deze berichtgeving kan ook bedoeld zijn om de vrijwilligers op de hoogte te houden van minder formele zaken en aangelegenheden. De vrijwilligers zelf hebben - al dan niet op verzoek - ook redactioneel toegang tot de berichtgeving die de organisatie rondstuurt via de Nieuwsbrief, website of mailing.

Slot Zoals met elk beleidsplan, is ook dit plan er één die aan dynamiek, inzichten en ontwikkelingen onderhevig is. Niettemin vormen deze pagina’s een inzichtelijk spoorboekje van de reis die de VOS wil maken, op weg naar een stevige mediapartij in Vught

De vrijwilligerscoördinator zorgt ervoor dat relevante informatie bij de vrijwilligers terecht komt en stimuleert bijdragen van de vrijwilligers aan de nieuwsbrief en aan de website. Jaarlijks ontvangen alle vrijwilligers het jaarverslag. Het jaarverslag geeft hen inzicht in het verloop van de activiteiten en andere organisatorische en inhoudelijke ontwikkelingen en informatie binnen de organisatie.

Daarbij zal met name oog worden gehouden voor de vliegensvlugge ontwikkelingen op het vlak van de media én op het vlak van de mediapolitiek.

Dit vrijwilligersbeleid is vastgesteld door het bestuur van de Vughtse Omroep Stichting op 20 januari 2021.

NOVO3/VOS is toe aan een volgende stap. Een stap die gerechtvaardigd wordt door de mooie organisatie die inmiddels is neergezet.

Wij verzoeken de raad en college zich te verdiepen in het Lokaal Toereikend Media-Aanbod. Hierin wordt verwoord wat de wens van de gemeente is en de daarbij behorende (of beter gezegd: passende) financiering.

En vooral ook door de energie en het enthousiasme van redacteuren, programmamakers, nieuwsdienstleden, technici en de vele vrijwilligers voor ondersteunende werkzaamheden. NOVO3/VOS is klaar voor de licentie en bestuur, medewerkers en samenwerkende partijen zullen maximale inspanning leveren om van NOVO3/VOS met de status van publieke lokale omroep een succes te maken. Dit document is samengesteld door de “projectgroep ambitieplan” namens de VOS/NOVO3: • Ger Posthuma • Berry van de Water • Marcel van den Heuvel • Kees van den Heuvel • Frida Roupe van der Voort • Martijn van Engelen • Karlijne Jansen • Wouter Schreuder

Vughtse Omroep Stichting T. 073 - 2 340 440 E. info@vughtseomroepstichting www.vughtseomroepstichting.nl / www.novo3.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=fba37e39-0244-4ecc-8507-7d0cb547f257