CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Risicoanalyse Rozenoord

Raadsvergadering 11 februari 2021, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Rozenoord12.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6.2.4 Scenario IV Het project kan niet (gedeeltelijk) worden aangepast om op deze wijze de uitwerking van de (vermoedelijke) CE beheersbaar te maken, gezien het gehele projectgebied als verdacht gebied moet worden beschouwd. Wel kan worden overwogen om op de locaties van de uiteindelijke groenstroken het explosievenonderzoek tot net onder de werkdiepte uit te voeren. Hierdoor worden de opsporingswerkzaamheden ingeperkt, maar blijft een deel van het onderzoeksgebied nog verdacht. Gezien de oppervlakte van het onderzoeksgebied en de uiteindelijke maximale onderzoeksdiepte adviseren wij om het gehele onderzoeksgebied te onderzoeken en niet de hoogte in te perken. Detectie en benadering van de CE zijn noodzakelijk alvorens grondroerende werkzaamheden kunnen plaatsvinden binnen de verdachte gebieden.

6.2.5 Scenario V Binnen de op munitie verdachte gebieden is de ondergrond verdacht tot 2,5 meter minus het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog. AVG heeft getracht om in kaart te brengen tot welke diepte in ieder geval grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden sinds de Tweede Wereldoorlog en of de te verwachten CE ter plaatse van het projectgebied tot de diepte kunnen indringen tot waar ze worden verwacht. Wanneer bij toekomstige werkzaamheden grond wordt geroerd die sinds de Tweede Wereldoorlog niet aangetast is, dan dient ter plaatse reguliere oppervlaktedetectie uit te worden gevoerd en dienen gemeten verstoringen te worden geanalyseerd en te worden benaderd.

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 28 van 54

7 CONCLUSIE EN ADVIES 7.1

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is met behulp van een gevarieerd aantal bronnen informatie met betrekking tot het projectgebied vergaard. Het betreft informatie over:

    

Het verrichte vooronderzoek. De directe en nabije omgeving van de locatie, zowel onder- als bovengronds. Werkzaamheden die in het verleden hebben plaatsgevonden en die in de toekomst (mogelijk) zullen plaatsvinden. Invloeds-, gevaars- en uitwerkingsfactoren van CE. Een scenariostudie.

Door middel van het samenvoegen van de vergaarde informatie is een conclusie met bijbehorend advies en Risicoanalyse CE Bodembelastingkaart tot stand gekomen.

7.2

Conclusie

In onderstaande conclusie wordt per hoofdstuk opgesomd welke conclusie er is getrokken:

7.2.1 Analyse vooronderzoek

AVG beschikt niet over de onderliggende bronnen, literatuur en luchtfoto’s die REASeuro heeft gebruikt ten bate van het gemeentebreed vooronderzoek / de CE bodembelastingkaarten. Derhalve is AVG afhankelijk van hetgeen is aangeleverd door de opdrachtgever. Hierdoor is het voor AVG niet mogelijk gebleken om te verifiëren of alle beschikbare informatie uit de bovengenoemde archieven correct en volledig is geraadpleegd. De volgende soorten en subsoorten explosieven kunnen worden aangetroffen:  Geschutmunitie, klein kaliber munitie, handgranaten, munitie voor granaatwerpers  De verwachting is dat er één t/m enkele explosieven wordt aangetroffen.  De verticale afbakening bedraagt 0,5 meter voor klein kaliber munitie, handgranaten, munitie voor granaatwerpers en 2,5 meter voor geschutmunitie Mogelijk is in het opsporingsgebied ook klein kaliber munitie (kkm) achtergebleven. Vanwege de beperkte veiligheidsrisico’s wordt kkm niet actief opgespoord.

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 29 van 54

7.2.2 Omgevingsschets

      

Er zijn binnen het gebied detectie verstorende elementen aanwezig, zoals: kabels en leidingen, bebouwing, gemetselde muurtjes, bebording en begroeiing/bomen. De hoogte van de grondwaterstand bedroeg op 12 december 2018 1,9 m-mv. Bij het uitvoeren van benaderwerkzaamheden hoeft geen rekening te worden gehouden met het grondwater. De aanwezige bodemvervuiling heeft geen invloed op de benaderwerkzaamheden. Uitzondering is rond boring 103. Hier dient in samenwerking met Dura Vermeer te worden bepaald hoe om te gaan met de vervuilde grond, mits hier opsporingswerkzaamheden gaan plaats vinden. M.b.t. ecologie zijn er geen gegevens bekend M.b.t. archeologie zijn er geen gegevens bekend De hoogte van de projectlocatie varieert van 5,00 m +NAP tot 5,20 m +NAP. Sonderingen in de nabije omgeving van de projectlocatie geven een maximale indringingsdiepte van 3,50 meter +NAP (1,68 meter -mv)

7.2.3 Naoorlogse contra-indicaties

  

Het pand Rozenoord en Vlierthonk zijn voor de Tweede Wereldoorlog gebouwd Ten zuiden van het pand is na 1994 de Secretaris van Rooijstraat ingericht Overige veranderingen zijn moeilijk waar te nemen. Aan de hand van de huidige inrichting zijn de wijzigingen bepaald. Een deel is naoorlogs herstraat of bestraat.

7.2.4 Toekomstig project

Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt voornamelijk grond geroerd bij het slopen van het bestaande pand en bij de bouw van de ondergrondse parkeergarage. Het overige grondroerend werk betreft merendeels groenwerk.

7.2.5 Invloeds-, gevaars- en uitwerkingsfactoren CE

        

Beweging en toucheren van een CE, brand en blootstelling aan de buitenlucht kan invloed hebben op de toestand van CE. Trillingen kunnen geen invloed hebben de aanwezige CE Luchtdruk heeft geen invloed op de aanwezige CE. De explosieve stoffen van munitie kunnen in de loop der jaren onstabiel zijn geworden. Binnen het projectgebied moet met de aanwezigheid van CE met een voorgespannen inslagveer rekening worden gehouden. Pyrotechnische of brandladingen kunnen voorkomen in: Klein kaliber munitie, geschutmunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers. De CE die mogelijk aanwezig zijn binnen de projectlocaties kunnen witte fosfor bevatten. Er dient bij de opsporing rekening te worden gehouden met scherfwerking, schokgolfwerking, luchtdrukwerking, hitte/brand en witte fosfor. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met toxiciteit.

7.2.6 Scenario’s

Scenario’s I en IV spelen binnen het projectgebied een rol:  Scenario I: Er wordt vanwege het project geen uitwerking van de (vermoedelijke) CE verwacht. In dit geval kunnen de werkzaamheden op reguliere wijze worden uitgevoerd.

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 30 van 54

7.3

Scenario V: Er wordt vanwege het project uitwerking van de (vermoedelijke) CE verwacht, de effecten zijn niet beheersbaar en het project kan niet (gedeeltelijk) worden aangepast. Opsporen van CE is noodzakelijk.

Noodzaak explosievenonderzoek

In de navolgende tabel worden stapsgewijs de uit te voeren werkzaamheden omschreven. Per onderdeel wordt aangegeven of daarbij bodempenetrerende werkzaamheden worden uitgevoerd en of er vooraf aan de reguliere werkzaamheden een explosievenonderzoek moet plaatsvinden. Onderstaande bevindingen zijn gebaseerd op de bevindingen uit voorgaande hoofdstukken en zijn omgezet naar de Risicoanalyse CE Bodembelastingkaart (bijlage 9.5). Bij het bepalen van de bevindingen zijn wij uitgegaan van de volgende aannames:  De bestaande verharding heeft een dikte van 70 cm en bestaat uit:  Een zandlaag met een dikte van 50 cm  Een straatlaag (brekerzand) van 12 cm  Een straatlaag van 8 cm  De kabels en leidingen liggen op een maximale diepte van 60 cm -mv en zijn gegraven met een sleuf van maximaal 30 cm breed.  De aanwezige puinlaag heeft een maximale dikte van 30 cm -mv

Werkzaamheden: Normale gebruiksfunctie

Verwijderen infrastructuur (borden, lantaarnpalen etc.) waar nodig

Bodempentrerende Explosievenonderzoek noodzakelijk? werkzaamheden? Nee

Nee. Er worden geen bodempenetrerende handelingen uitgevoerd. Nee, mits de lantaarnpalen, bebording, etc. zo recht als mogelijk uit de bodem worden verwijderd.

Ja Ja, indien een rechtstandige verwijdering niet mogelijk is.

Verwijderen verlaagde muur voorzijde pand Vlierthonk

Ja

Ja, allereerste dient de grond rondom de muur te worden onderzocht, voordat de muur kan worden verwijderd.

Opbreken verhardingen

Ja

Nee, de verharding is naoorlogs aangebracht en kan regulier worden verwijderd.

Verwijderen onderliggende fundatielaag/zandbed

2062089-RA-01

Ja, wanneer de onderliggende fundatielaag dieper wordt ontgraven dan 70 cm -mv. Ja Nee, wanneer de onderliggende fundatielaag niet dieper wordt ontgraven dan 70 cm -mv.

Vught – Rozenoord

Pagina 31 van 54

Werkzaamheden:

Bodempentrerende Explosievenonderzoek noodzakelijk? werkzaamheden? Ja:

  Graven (proef)sleuven

Ja

Ter plaatse van het puin wanneer er dieper wordt ontgraven dan 30 cm -mv. Ter plaatse van de bestrating wanneer er dieper wordt ontgraven dan 70 cm -mv. Voor overige gebieden geldt een onderzoek vanaf mv.

Nee, wanneer proefsleuven niet dieper worden ontgraven dan de hierboven aangegeven diepten. Verwijderen bestaande bebouwing bovengronds

Nee

Nee, zolang er geen groenroerende werkzaamheden plaatsvinden

Verwijderen bestaande bebouwing ondergronds

Ja

Ja, bij het vrijgraven van de funderingen en kelders dient de buitenzijde van het pand vooraf te worden onderzocht op CE.

Ontgraven locatie kelder

Ja

Ja, bij het vrijgraven van de funderingen en kelders dient de buitenzijde van het pand vooraf te worden onderzocht op CE.

Bouwen overige verdiepingen

Nee

Nee, Voor deze werkzaamheden worden geen bodempenetrerende handelingen uitgevoerd

Nee

Nee, de sleuven zijn op dit moment reeds ontgraven. Het aanbrengen van het materiaal kan onder reguliere condities worden uitgevoerd.

Verdichten sleuven

Nee

Nee, bij het verdichten van de sleuf worden geen grondroerende werkzaamheden uitgevoerd. Trillingen zorgen niet voor een verhoogde kans op het ongecontroleerd detoneren van mogelijk aanwezige CE.

Egaliseren zandbed

Ja

Nee, de werkzaamheden worden uitgevoerd in naoorlogs geroerde grond

Nee

Nee, er vanuit gaande dat de fundatie- en straatlaag op het geëgaliseerde zandbed wordt aangebracht, worden er geen bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd.

Aanbrengen leidingen

Aanbrengen fundatie- en straatlaag

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 32 van 54

Werkzaamheden:

Aanbrengen infrastructuur (borden, lantaarnpalen etc.)

Bodempentrerende Explosievenonderzoek noodzakelijk? werkzaamheden? Ja, indien de voorwerpen dieper worden geplaatst dan 0/30/70* cm -maaiveld, dan dienen vooraf aan het plaatsen opsporingswerkzaamheden te worden uitgevoerd. Ja

Nee, indien de voorwerpen niet dieper worden geplaatst dan 30/70* cm -maaiveld. * Voor de diepten, zie de tekening in bijlage 9.5 Risicoanalyse CE Bodembelastingkaart Ja, indien de voorwerpen dieper worden geplaatst dan 0/30/70* cm -maaiveld, dan dienen vooraf aan het plaatsen opsporingswerkzaamheden te worden uitgevoerd.

Afwerken bermen en groenstroken

Ja

Nee, indien de voorwerpen niet dieper worden geplaatst dan 30/70* cm -maaiveld. * Voor de diepten, zie de tekening in bijlage 9.5 Risicoanalyse CE Bodembelastingkaart

7.4

Advies

Voor uw projectgebied kunt u ervoor kiezen om de opsporingswerkzaamheden te beperken tot de maximale ontgravingsdiepte van uw toekomstige werkzaamheden. Echter gezien de te onderzoeken oppervlakten, de maximale onderzoeksdiepten en uw toekomstige werkzaamheden adviseren wij binnen het projectgebied, zoals weergegeven in bijlage 9.5, opsporingswerkzaamheden uit te laten voeren. Hiermee wordt het projectgebied explosievenvrij gemaakt waardoor ook in de toekomst het risico tot het aantreffen van CE binnen het projectgebied nihil is.

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 33 van 54

7.5

Uitvoering in stappen

Onderstaande opsomming geeft de stappen van de uit te voeren werkzaamheden weer. De volgorde van de stappen is door AVG bepaald en kunnen door de civieltechnisch aannemer in andere volgorde worden uitgevoerd. Uitgaand van onderstaande volgorde heeft AVG bepaald tussen welke stappen in er een explosievenonderzoek moet plaats vinden. Deze zijn indicatief en afhankelijk van de wijze van uitvoering. In dit hoofdstuk wordt ten behoeve van de RA het toekomstig gebruik van het projectgebied in beeld gebracht en geïnventariseerd, gecombineerd met het explosievenonderzoek. Wij verwachten dat, na het regulier verwijderen van de verharding en onderliggende fundatielaag, het explosievenonderzoek in enkele dagen kan worden uitgevoerd. De doorlooptijd van de werkzaamheden is geheel afhankelijk van de hoeveelheid gedetecteerde verdachte objecten. De toekomstige werkzaamheden kunnen als volgt worden samengevat:

Verhardingen:  Verwijderen infrastructuur (borden, lantaarnpalen, hekwerk etc.) en begroeiing waar nodig  Opbreken verhardingen  Verwijderen onderliggende fundatielaag/zandbed

 Uitvoeren explosievenonderzoek incl. vrijgave gebied

 Kabels- en leidingen:  Graven proefsleuven  Sloopwerk:  Verwijderen bestaande bebouwing bovengronds  Verwijderen bestaande bebouwing ondergronds  Bouwwerkzaamheden:  Ontgraven locatie kelder  Bouwen overige verdiepingen  Leidingwerk:  Graven sleuf  Aanbrengen leidingen  Verdichten sleuven  Verhardingen:  Egaliseren zandbed  Aanbrengen verhardingen  Aanbrengen infrastructuur (borden, lantaarnpalen etc.)  Groenwerk:  Afwerken bermen en groenstroken In hoofdstuk 8 staan de werkwijze van opsporing omschreven.

7.6

Leemten in kennis bronnenmateriaal Bij het opstellen van een RA wordt vanuit beginsel gebruik gemaakt van een of meerdere vooronderzoeken. Bij vooronderzoeken, evenals alle andere historische onderzoeken, kan nooit een volledig overzicht van alle bronnen worden verkregen. Als gevolg daarvan bestaat de mogelijkheid dat er geschikte bronnen aanwezig zijn (geweest), waar de onderzoekers geen gebruik van hebben gemaakt.

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 34 van 54

Informatie die de basis vormt van een RA kan uit gegevens bestaan die voorheen als onbelangrijk of onmeetbaar zijn beschouwd. Dit betekent dat er mogelijk een gebrek bestaat aan historisch materiaal dat relevant is voor een dergelijk onderzoek. Hierbij moet bijvoorbeeld aan exacte maaiveldhoogtes uit het verleden worden gedacht. Om een RA zo volledig mogelijk te kunnen opstellen, is een groot aantal bronnen nodig. Bij het opstellen van een RA is men altijd afhankelijk van het materiaal dat voorhanden is. Er is voor de locatie onvoldoende historisch bronmateriaal aanwezig waarmee kan worden bepaald tot welke diepte de grond reeds geroerd is geweest. Dit valt ten dele te bepalen.

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 35 van 54

8 WERKWIJZE VAN OPSPORING 8.1

Doel

Het doel van opsporingswerkzaamheden is het vaststellen van de eventuele aanwezigheid van CE. Uitgangspunt is dat risico’s met betrekking tot CE worden beheerst. Het CE onderzoek maakt onderdeel uit van de opsporingsfase welke in paragraaf 6.6 van het WSCS-OCE is beschreven. De opsporingsfase omvat het geheel van organisatie en uitvoering, achtereenvolgens: werkvoorbereiding, detecteren, interpreteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie tot aan overdracht aan de EODD en het opstellen en aanleveren van een proces-verbaal van oplevering aan de opdrachtgever en Bevoegd Gezag.

8.2

Oppervlaktedetectie

Om een gedegen oppervlaktedetectie te kunnen uitvoeren dient het opsporingsgebied goed beloopbaar en vrij van obstakels te zijn. Dat wil zeggen dat alle bovengrondse obstakels, zoals verharding, fundatiemateriaal, hekwerk, begroeiing en gewas voor aanvang van de detectie moeten zijn verwijderd. Het verwijderen van deze obstakels kan conform de reguliere wijze worden uitgevoerd d.w.z. dat het niet noodzakelijk is om deze onder OCE-condities uit te voeren, mits hierbij geen grondroering plaats vindt binnen CE-verdacht gebied. Uitzondering hierop zijn de boomstobben en wortels. Deze dienen voor het verwijderen te worden onderzocht op mogelijk aanwezige explosieven. Voor zover mogelijk moet de naoorlogse bovenlaag vooraf regulier worden ontgraven.

Dat wil zeggen dat:  Ter plaatse van bestratingen kan worden ontgraven tot 70 cm -mv  Ter plaatse van kabels en leidingen tot onderzijde van de kabel en/of leiding  Ter plaatse van de puinverharding tot 30 cm -mv  De overige gebieden mogen niet vooraf aan het explosievenonderzoek mogen worden ontgraven Vanaf voorgenoemde diepten moet een detectie worden uitgevoerd om te bepalen of er CE in de bodem aanwezig zijn:  Klein kaliber munitie, handgranaten en munitie voor granaatwerpers tot 0,50 m -mv  Geschutmunitie tot 1,68 m -mv (3,50 m +NAP) Afhankelijk van de situatie in het veld kan een realtime of non-realtime detectie worden uitgevoerd. Een nonrealtime detectie wordt uitgevoerd op goed beloopbaar en vlakke ondergronden, waarbij de detectiedata wordt vastgelegd op een datalogger. De data wordt in een later stadium geïnterpreteerd (8.4). Indien een realtime detectie wordt uitgevoerd, op locaties waar een non-realtime detectie niet kan worden uitgevoerd, dienen alle verdachte objecten die worden gedetecteerd (en waarvan de meetwaarden overeenkomsten vertonen met mogelijk aanwezige munitie) in kaart te worden gebracht. Bij deze vastlegging dient tevens de vermoedelijke diepte te worden vastgelegd.

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 36 van 54

8.3

Interpretatie meetgegevens

Bij het uitvoeren van een non-realtime detectie wordt de data vastgelegd in een datalogger. De data wordt na de detectie uitgelezen in een speciaal hiervoor ontworpen softwareprogramma. Bij de interpretatie van de detectiedata kunnen sommige objecten worden weggefilterd, omdat hierbij met zekerheid kan worden gesteld dat het geen munitie betreft. Bij de interpretatie van de gegevens worden de aangewezen verdachte objecten door de senior OCEdeskundige afzonderlijk geïnterpreteerd, rekening houdend met de navolgende factoren:

  

De diepteligging van het object. Deze beïnvloedt het magnetisch veld en de magnetische waarde (d.w.z. hoe dieper het object ligt, hoe kleiner de meetwaarde); De hoek waaronder het object ligt. Wanneer een object bijvoorbeeld vrijwel verticaal in de bodem staat, wordt vaak alleen een positieve of negatieve waarde gemeten. Door de hoek meet men tevens een kleine afwijking, die in de praktijk echter wel degelijk groot kan blijken te zijn; De omgevingsfactoren van het object. Zo kunnen in de nabijheid liggende verstorende elementen de meting beïnvloeden waardoor de wiskundige berekeningen worden beïnvloed.

De combinatie van de diepteligging, de maximale nT-waarde, het magnetisch moment en de fitting-area (oppervlakte waarbinnen het object is gedetecteerd) is van invloed op het bepalen of een object als verdacht wordt aangemerkt. Bijvoorbeeld een object met een ondiepe ligging, een hoge nT-waarde en lage fitting-area kan duiden op een niet-verdacht object. Er bestaat geen “perfecte” combinatie tussen deze waarden. Immers, als deze had bestaan zouden dankzij het softwareprogramma enkel en alleen munitieartikelen benaderd worden. Helaas laat de praktijk zien dat het merendeel van de verdachte objecten geen munitieartikel is. De significante objecten worden weergegeven in een objectenlijst conform WSCS-OCE en worden in categorieën als volgt gerapporteerd: A. Gebied(en) zonder verdachte objecten (directe vrijgave voor vervolgwerkzaamheden). B. Gebied(en) met individuele verdachte objecten (conform objectenlijst). C. Gebied(en) met een dusdanige verstoring van de detectiedata dat er geen individuele objecten kunnen worden geselecteerd. D. Gebied(en) die door de aanwezige bovengrondse obstakels (b.v. afrastering, begroeiing) niet gedetecteerd kunnen worden.

8.4

Benaderen verdachte objecten

De hoeveelheid te benaderen objecten kan pas worden bepaald na het uitvoeren van de detectie. De diepteligging van de verdachte objecten wordt vergeleken met de netto CE verdachte gebieden in bijlage 9.5. Verdachte objecten die dieper liggen dan het netto verdachte gebied behoeven niet te worden benaderd, tenzij de opdrachtgever dit wenselijk vindt. Ook kan het voor de opdrachtgever wenselijk zijn dat de maximale diepte van benadering de maximale ontgravingsdiepte is, mits deze minder diep ligt dan 3,50 m +NAP. Indien de opdrachtgever voor de tweede optie kiest, dan adviseren wij wel een veiligheidsmarge van 50 cm aan te houden. Dat wil zeggen dat bij een maximale ontgraving van bijvoorbeeld 1,00 meter -mv, de verdachte objecten tot 1,50 meter -mv worden benaderd. Aangezien niet duidelijk was welke maximale ontgravingen worden gehanteerd, is deze optie niet visueel weergegeven in een tekening.

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 37 van 54

8.5

Verstoord gebied

Na of tijdens de detectie kan het voorkomen dat er dusdanig veel verdachte objecten worden gedetecteerd, dat er geen onderscheid meer kan worden gemaakt tussen de verschillende verdachte objecten. Op dat moment wordt gesproken over een verstoord gebied. Met behulp van een beveiligde graafmachine wordt het verstoord gebied laagsgewijs gedetecteerd en gecontroleerd ontgraven. Dat wil zeggen dat er geen separate verdachte objecten kunnen worden onderscheiden. Hierbij wordt het gebied met een beveiligde graafmachine in lagen van ca. 0,30 meter afgegraven, waarbij elke laag realtime wordt gedetecteerd en benaderd met behulp van een metaaldetector. Deze handelingen worden herhaald tot de gewenste diepte is bereikt, of totdat er een normale detectie (zonder ferro vervuiling) kan worden uitgevoerd.

8.6

Veiligstellen van explosieven

Aangetroffen explosieven en/of strategisch schroot, die naar oordeel van de senior OCE deskundige veilig kunnen worden verplaatst, worden veiliggesteld en opgeslagen in een speciaal daartoe ingerichte voorziening tijdelijk veiligstellen explosieven (VTVS) in afwachting van ruiming door de EOD Defensie. Wijzigingen op de inhoud van de VTVS worden zo nodig dagelijks doorgegeven aan de opdrachtgever en lokale autoriteiten. Aangetroffen explosieven welke niet kunnen worden verplaatst, worden direct gemeld aan opdrachtgever en lokale autoriteiten. Wanneer de aangetroffen explosieven naar oordeel van de senior OCE deskundige geen direct gevaar voor de omgeving opleveren, wordt in onderling overleg besloten de explosieven op locatie veilig te stellen in afwachting van ruiming door de EOD Defensie.

8.7

Proces-verbaal van oplevering

Na uitvoering van het project wordt het terrein conform afspraak opgeleverd. De wijze van opleveren wordt omschreven in het projectplan. Indien daarin niets is vermeld, wordt het terrein in de oorspronkelijke staat teruggebracht. Deze oorspronkelijke staat dient in dat geval te zijn beschreven en opgenomen in het projectdossier. Van het gevrijwaarde gebied wordt een proces-verbaal van oplevering opgesteld conform het WSCS-OCE (par. 6.6.12). Na het opstellen van het proces-verbaal van oplevering kunnen de overige werkzaamheden, zoals vernoemt in hoofdstuk 7.5 na het explosievenonderzoek, regulier worden uitgevoerd.

8.8

Planning

De globale planning van de werkzaamheden is als volgt:

     

Opstellen projectplan: binnen 2 werkweken na opdracht Goedkeuring door Bevoegd Gezag: normaliter 2 werkweken Uitvoeren detectie & benaderen noordzijde Rozenoord & Vlierthonk: 2 à 3 werkdagen Uitvoeren detectie & benaderen westzijde Rozenoord: 1 werkdag Uitvoeren detectie & benaderen zuidzijde Rozenoord & Vlierthonk: 3 werkdagen Opstellen proces-verbaal van oplevering: binnen 5 werkdagen na afronden werkzaamheden

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 38 van 54

9 BIJLAGEN 9.1

Tekening huidige situatie onderzoeksgebied

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 39 van 54

A C T U E L ES IT U A T IE

E sriN e d e rla n d ,b e e ld m a te ria a l.n l

LE G E N D A P ro je ctg e b ie d

0

1 2 ,5

2 5

5 0 M e te r

±

9.2

Tekening onderzoeksgebied inclusief CE Bodembelastingkaart

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 41 van 54

V E R D A C H TG E B IE D

E sriN e d e rla n d ,b e e ld m a te ria a l.n l

LE G E N D A P ro je ctg e b ie d V e rd a ch tg e b ie d(g e sch u tm u n itie ,h a n d g ra n a te n ,K K M ,m u n itiev o o rg ra n a a tw e rp e rs)

0

1 2 ,5

2 5

5 0 M e te r

±

9.3

Tekening ontwerp nieuwbouw Rozenoord

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 43 van 54

XX XX

XX

01

12 02

03

04

05

11 06

07

08

09

10

ROZENOORD - VUGHT BEGANE GROND

9.4

Naoorlogse veranderingen

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 45 van 54

S IT U A T IEW .O .II

E sriN e d e rla n d ,b e e ld m a te ria a l.n l

LE G E N D A P ro je ctg e b ie d

0

1 2 ,5

2 5

5 0 M e te r

±

N A O O R L O G S EV E R A N D E R IN G E N

1 9 5 3

E sriN e d e rla n d ;K a d a ste r; G e m e e n te k a a rt(t/m 1 :7 6 8 .0 0 0 ), T K 2 0 0(t/m 1 :1 9 2 .0 0 0 ), T O P 5 0(t/m 1 :4 8 .0 0 0 ), T O P 2 5(t/m 1 :6 .0 0 0 )

1 9 8 9

E sriN e d e rla n d ;K a d a ste r; G e m e e n te k a a rt(t/m 1 :7 6 8 .0 0 0 ), T K 2 0 0(t/m 1 :1 9 2 .0 0 0 ), T O P 5 0(t/m 1 :4 8 .0 0 0 ), T O P 2 5(t/m 1 :6 .0 0 0 )

E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs; E sriN e d e rla n d ;K a d a ste r; G e m e e n te k a a rt(t/m 1 :7 6 8 .0 0 0 ), T K 2 0 0(t/m 1 :1 9 2 .0 0 0 ), T O P 5 0(t/m 1 :4 8 .0 0 0 ), T O P 2 5(t/m 1 9 6 4 1 :6 .0 0 0 )

2 0 0 7

E sriN e d e rla n d ;K a d a ste r; G e m e e n te k a a rt(t/m 1 :7 6 8 .0 0 0 ), T O P 2 5 0(t/m 1 :1 9 2 .0 0 0 ), T O P 5 0(t/m 1 :4 8 .0 0 0 ), T O P 2 5(t/m 1 :6 .0 0 0 )

LE G E N D A

P ro je ctg e b ie d

0

2 5

5 0

1 0 0

1 5 0

2 0 0 M e te r

±

9.5

Tekening Risicoanalsye CE Bodembelastingkaart

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 48 van 54

R IS IC O A N A L Y S EC EB O D E M B E L A S T IN G K A A R T © O p e n S tre e tM a p(a n d )co n trib u to rs, C C -B Y -S A LE G E N D A

P ro je ctg e b ie d N ie tv e rd a ch t-G e e no n d e rzo e kn o o d za k e lijk O n d e rzo e k e nv a n a fm vto t3 ,5 0m + N A P O n d e rzo e k e nv a n a f4 ,8 0to t3 ,5 0m + N A P O n d e rzo e k e nv a n a f4 ,5 0to t3 ,5 0m + N A P E n ke lo n d e rzo e ke no pg e sch u tm u n itie

O n d e rzo e k e nv a n a f4 ,4 0to t3 ,5 0m + N A P E n k e lo n d e rz o e k e no pg e s c h u tm u n itie

012

4

P R O JE C T N U M M E R : T E K E N IN G N U M M E R : F O R M A A T : G E T E K E N DD O O R : D A T U M : O P D R A C H T G E V E R : V O O RA K K O O R D :

E sriN e d e rla n d ,b e e ld m a te ria a l.n l

6

8 1 0 M e te r

±

2 0 6 2 0 8 9 R AC EB B K A 2 M e n n oA b e e 1 3m e i2 0 2 0 D u raV e rm e e r M e n n oA b e e

V e stig in gK a a tsh e u ve l: V e stig in gH e ije n : V e e rw e g1 0 D eG re n s7 5 1 7 1P W K a a tsh e u ve l 6 5 9 8D KH e ije n 0 4 1 6 -7 0 0 2 2 0 0 4 8 5 -8 0 2 0 1 0

E m a il:e o @ a vg .e u W e b :w w w .a vg .e u

9.6

Bronnenlijst en geraadpleegde instanties

9.6.1 Archieven

 

Brabants Historisch Informatie Centrum Archief AVG

9.6.2 Rapporten en tekeningen

        

Nader bodemonderzoek Rozenoord te Vught, 20200051-00_40DO_NBO_RAP_Rozenoord Vught_D02, AGEL Adviseurs, d.d. 22 april 2020. Verkennend bodemonderzoek conform NEN5740, 25.18.00278.1, SGS, d.d. 21 december 2018. Asbestinventarisatie conform bijlage XIIIa van art. 4.27 ARBO-regeling, RFI-18-00011744-SI, SGS, d.d. 17 januari 2019 DTM, 2020-04-07 Ontvangen inmeting DVM078l1.dwg Bouwtekening Vo1_20-02-04.dwg Impressie, 5226_rozenoord_overzichten_dd01-04-20 Vooronderzoek CE, RO-120038, REASeuro, d.d. 26 juni 2012 Dwarsprofielen, Vo115a1_20-02-05 Bouwhistorische verkenning, B-18.0393, BAAC, d.d. 12 februari 2019

9.6.3 Websites

       

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN), http://www.ahn.nl/index.html Atlas Leefomgeving, http://www.atlasleefomgeving.nl/ Bodemloket Eindhoven, https://www.eindhoven.nl/bouwen/grond-en-vastgoed/bodeminformatie DINOloket, https://www.DINOloket.nl/ondergrondmodellen Kadaster, https://www.kadaster.nl/Kabels-en-leidingen Topotijdreis, http://www.topotijdreis.nl/ Brabants Historisch Informatie Centrum, https://www.bhic.nl/ Dotka, http://www.dotkadata.com/

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 50 van 54

9.7

Certificaat WSCS-OCE

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 51 van 54

2062089-RA-01

Vught – Rozenoord

Pagina 52 van 54

Infra Bouwstoffen Transport Explosieven Opsporing

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=14120693-47a9-4f2d-8c4c-2a412140810f