Bijlage 4 - Passende Beoordeling
Tekst van het document
95
Onze referentie: D10034287:42 - Datum: 13 september 2021
PASSENDE BEOORDELING
Figuur 6-48: Projecteffect in de realisatiefase op het overbelaste deel van het habitattype H6410 Blauwgraslanden in het Natura 2000-gebied Langstraat.
Figuur 6-49: Projecteffect in de gebruiksfase op het overbelaste deel van het habitattype H6410 Blauwgraslanden in het Natura 2000-gebied Langstraat.
96
Onze referentie: D10034287:42 - Datum: 13 september 2021
PASSENDE BEOORDELING
Knelpunten en stikstof De kritische depositiewaarde van dit habitattype is 1.071 mol N/ha/jaar (Van Dobben et al., 2012). Op het volledige oppervlak treedt momenteel een overschrijding van de KDW op, zie Tabel 6-32. Blauwgraslanden zijn soortenrijke hooilanden op voedselarme, basenhoudende bodems die in de winter onder water staan en in de zomer oppervlakkig uitdrogen. Essentieel is de buffering door aanvoer van basen in grond- en/of oppervlaktewater (waarbij de aanvoer van voedingsstoffen beperkt moet blijven). Deze graslanden ontstonden in het verleden door gebrekkige bemaling, maar bemaling is verbeterd, wat de bodem gevoelig heeft gemaakt voor verzuring. Verlaging van de grondwaterstanden is in ieder geval een grote bedreiging voor het habitattype omdat de hydrologie de belangrijkste sturende factor is 74. In het beheerplan en gebiedsanalyse is opgenomen dat de belangrijkste knelpunten de stikstofdepositie en verzuring door regenwater zijn (Provincie Noord-Brabant, 2017g; 2017h). Verbetering is mogelijk door een verbetering van het watersysteem waardoor meer aanvoer plaatsvindt van goede kwaliteit grondwater, jaarlijks hooilandbeheer en het verwijderen van de voedselrijke toplaag. In het beheerplan is aangegeven dat er mogelijkheden zijn in het Natura 2000-gebied voor verbetering (Provincie Noord-Brabant, 2017g), ondanks de overbelasting.
Hierbij moet de kanttekening worden geplaatst dat jaarlijks hooilandbeheer sowieso onderdeel moet uitmaken van het reguliere beheer van het habitattype (zie onder “Huidig beheer”): als huidig beheer niet op orde is, dan is dat ook een groot knelpunt. Als hiervoor aangegeven is de waterhuishouding leidend en het beheerplan geeft dat er mogelijkheden zijn voor verbetering ondanks de overbelasting. Beoordeling gevolgen voor areaal en kwaliteit Als hiervoor beschreven is alleen sprake van een tijdelijke toename. Van een permanente toename is geen sprake en voor delen van het habitattype neemt de stikstofdepositie zelfs permanent af. Hoewel de kwaliteit van het habitattype afneemt, is het mogelijk om ondanks de overbelaste situatie een verbetering te bewerkstelligen. Dit hangt vooral samen met de inlaat van water van voldoende kwaliteit en hooilandbeheer (het is ook mogelijk de toplaag af te graven). Gezien in de gebruiksfase geen sprake is van een toename en zelfs voor een deel van het habitattype een afname door de Reconstructie N65, de mogelijkheden voor verbetering ondanks de overbelaste situatie en de andere, meer bepalende knelpunten, zorgt de geringe projectbijdrage van maximaal 0,69 mol N/ha eenmalig niet voor een meetbare verandering van de vegetaties van dit habitattype.
Significante gevolgen zijn uitgesloten De verandering van de stikstofdepositie door de Reconstructie N65 belemmert de realisatie van de uitbreidings- en verbeteropgave voor dit habitattype niet.
6.5.4
H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
Beschrijving van het habitattype In het profieldocument is de volgende beschrijving van het habitattype opgenomen 75: “Dit habitattype betreft soortenrijke veenbegroeiingen van betrekkelijk voedselarme tot matig voedselrijke omstandigheden. De plantengemeenschappen van de overgangs- en trilvenen vormen ontwikkelingsstadia in de verlanding die begint in het open water van sloten, plassen en petgaten. In Nederland komen ze vooral voor in het laagveengebied. Verder kunnen overgangs- en trilvenen ook ontstaan in veenvormende systemen in de middenlopen van beekdalen, op de overgangen van de hogere (pleistocene) zandgronden naar laagveen en in zeekleilandschappen. Uitgaande van het verlandingsproces worden de overgangs- en trilvenen van dit habitattype voorafgegaan door begroeiingen van het open water, zoals drijftil- en krabbenscheergemeenschappen (habitattype H3150). De overgangs- en trilvenen worden in de successiereeks opgevolgd door struweel of bos, onder bepaalde omstandigheden ook door moerasheiden (habitattype H4010). Veenmosrietland dat is dichtgegroeid met wilgen, berken of elzen behoort niet tot het habitattype. De soorten van trilvenen en veenmosrietland kunnen hier wel plaatselijk nog met lage bedekkingen aanwezig zijn. Verzuring die door toenemende regenwaterinvloed aan de oppervlakte begint, is een natuurlijk proces in laagveensystemen.
Daarbij wordt de vegetatiemat heel geleidelijk dikker en eenvormiger en gaan trilvenen, subtype A, over in veenmosrietland, subtype B, of moerasheide, habitattype H4010_B vochtige heiden (laagveengebied). [Het subtype A van trilvenen bestaat] uit mosrijke op het water drijvende plantenmatten. Van de vaatplanten voeren schijngrassen de boventoon en in de moslaag domineren slaapmossen. In trilvenen kunnen zeldzame orchideeën groeien.”
74 https://www.natura2000.nl/sites/default/files/profielen/Habitattypen_profielen/Profiel_habitattype_6410.pdf, geraadpleegd op 27-04-
2021. 75 https://www.natura2000.nl/sites/default/files/profielen/Habitattypen_profielen/Profiel_habitattype_7140.pdf, geraadpleegd op 29-032021.
97
Onze referentie: D10034287:42 - Datum: 13 september 2021
PASSENDE BEOORDELING
Instandhoudingsdoelstelling De instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H7140 Overgangs- en trilvenen is “uitbreiding oppervlakte en verbetering”. Verspreiding in het Natura 2000-gebied Figuur 6-50 geeft de ligging van het habitattype H7140 Overgangs- en trilvenen in het Natura 2000-gebied. Het habitattype komt in verschillende delen van het Natura 2000-gebied voor. Het grootste deel van het habitattype bevindt zich in een overbelaste situatie.
Figuur 6-50: Ligging van het habitattype H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) in het Natura 2000-gebied Langstraat. Op de kaart is met kleur de mate van overbelasting aangegeven. Habitattypenkaart en achtergronddepositie zijn afkomstig uit het Nationaal Georegister en zijn gelijk aan de kaarten opgenomen in Aerius (versie 2020)76.
Huidig beheer In het algemeen geldt voor het habitattype dat bij verlanding van open water passief beheer voldoende is. Op een gegeven moment kan actief beheer nodig zijn. Hierbij kan gedacht worden aan maaien, opschonen of nieuwe uitgravingen. Door de geringe draagkracht van de bodem is beheer arbeidsintensief en is gespecialiseerd materieel nodig. Verder zijn verhinderen van verdroging, eutrofiëring, verontreiniging, verzuring en intensieve betreding cruciaal waarbij een constante aanvoer van voldoende grondwater belangrijk is.77 In het beheerplan zijn geen reguliere beheermaatregelen voor dit habitattype opgenomen (Provincie Noord-Brabant, 2017g). Dit betekent overigens niet dat geen beheer wordt uitgevoerd, het exacte beheer is echter niet bekend. Bij een veldbezoek in 2019 is waargenomen dat voor een deel van het habitattype maaiwerkzaamheden plaatsvinden en dat ook opslag verwijderd wordt. Huidige kwaliteit Volgens het beheerplan is de trend van omvang negatief en van de kwaliteit stabiel (Provincie NoordBrabant, 2017g). In de gebiedsanalyse is aangegeven dat het habitattype een matige kwaliteit heeft en dat de trend voor oppervlakte negatief is en voor kwaliteit stabiel (Provincie Noord-Brabant, 2017h).
76 AERIUS relevante habitatkartering: bron identificatie a4d666fb-aff5-4772-9e9b-85bc533aafc0, metadata datum: 15-10-2020.
AERIUS totale stikstofdepositie: bron identificatie: 5dbc4e3c-324f-4fcd-9652-04edcd84ea43, metadata datum: 15-10-2020. 77 https://www.ecopedia.be/natura2000/natura-2000-overgangsveen-en-trilveen-7140, geraadpleegd op 02-04-2021.
98
Onze referentie: D10034287:42 - Datum: 13 september 2021
PASSENDE BEOORDELING
Op 5 november 2019 zijn locaties met het habitattype in het Natura 2000-gebied bezocht. Over de bezochte delen is het volgende te melden: • Westkant van het gebied: het grote perceel is niet bezocht, omdat dit niet bereikbaar was. Het kleine perceel was ten tijde van het veldbezoek recent gemaaid. Het perceel leek structureel beheerd te worden. • Rond de petgaten: de petgaten leken voor een deel langs de randen te verlanden. Aanwezigheid van een bacteriefilm op het water wees op de aanvoer van basenrijke kwel. • Percelen ten zuiden van de Winterdijk: het ging hier om sloten in de weilanden. De weilanden hadden een meer natuurlijk uiterlijk dan intensief agrarisch grasland. De sloten lagen op afstand en konden niet goed bezocht worden. De oevers waren natuurlijk en langs de randen was oevervegetatie aanwezig. Verlanding was van een afstand niet goed zichtbaar. • Percelen ten westen van de Koesteeg: de vegetatie was kort en er was afwisselend sprake van verschillende vegetaties (met name Vochtige heide maar ook Kranswierwateren). Ook hier vond beheer plaats. Kwantificering van effect van Reconstructie N65 De kritische depositiewaarde van dit habitattype is 1.214 mol N/ha/jaar (Van Dobben et al., 2012). Het grootste deel van het habitattype is overbelast, zie Tabel 6-34.
Tabel 6-34: Totale oppervlakte van het habitattype H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) in het Natura 2000gebied Langstraat en welk deel overbelast is. De informatie is afkomstig uit de bronnen die ook gebruikt zijn voor de kaarten.
Totale oppervlakte (ha) 2,86
Overbelast (ha) 2,86
Niet overbelast (ha) 0,00
% Overbelast
% Niet overbelast
100,0%
0,0%
Tabel 6-35 geeft de veranderingen van de stikstofdepositie in de overbelaste delen voor het habitattype in het Natura 2000-gebied gedurende de realisatiefase en gebruiksfase van Reconstructie N65. Uit onderstaande tabel blijkt dat in de realisatiefase sprake is van een toename op het totale, overbelaste oppervlak binnen de reikwijdte (100%). In de gebruiksfase is geen sprake van een toename op het overbelaste oppervlak binnen de reikwijdte (0%). De toename van de stikstofdepositie voor dit habitattype is dus tijdelijk. Tabel 6-35: Verandering stikstofdepositie op het habitattype H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) in het Natura 2000-gebied Langstraat door Reconstructie N65.
% van overbelaste delen binnen reikwijdte waar sprake is van een toename
Max depositie plan op habitattype in overbelaste situatie [mol N/ha]
Min depositie plan op habitattype in overbelaste situatie [mol N/ha]
Oppervlakte habitattype binnen reikwijdte van effect [ha]
% oppervlakte overbelast binnen reikwijdte van effect
% van overbelaste delen binnen reikwijdte waar sprake is van een toename
Max depositie plan op habitattype in overbelaste situatie [mol N/ha/jaar]
2,86
100,0%
100,0%
0,73
0,03
2,86
100,0%
0,0%
-0,03 -0,29
Min depositie plan op habitattype in overbelaste situatie [mol N/ha/jaar]
% oppervlakte overbelast binnen reikwijdte van effect
Natura 2000-gebied en habitattypen/leefgebieden H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
GEBRUIKSFASE
Oppervlakte habitattype binnen reikwijdte van effect [ha]
REALISATIEFASE
De depositietoenames op de overbelaste delen zijn op kaart weergegeven in Figuur 6-51 voor de realisatiefase en Figuur 6-52 voor de gebruiksfase (en geven de ruimtelijke verdeling van de stikstofdeposities die zijn samengevat in Tabel 6-35). Uit de figuren blijkt dat alleen in de realisatiefase sprake is van een toename van stikstofdepositie (tot maximaal 0,73 mol N/ha). In de gebruiksfase is sprake van een afname (van maximaal 0,29 mol N/ha/jaar). 99
Onze referentie: D10034287:42 - Datum: 13 september 2021
PASSENDE BEOORDELING
Figuur 6-51: Projecteffect in de realisatiefase op het overbelaste deel van het habitattype H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) in het Natura 2000-gebied Langstraat.
Figuur 6-52: Projecteffect in de gebruiksfase op het overbelaste deel van het habitattype H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) in het Natura 2000-gebied Langstraat.
100
Onze referentie: D10034287:42 - Datum: 13 september 2021