Bijlage 2 - Voorlopig ontwerp stedenbouwkundig plan
Tekst van het document
Kloostergoed
THERESIA
Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig plan presentatie participatie
Inleiding
04
Visie en concept
10
Regeneratief ontwerpen
20
Ruimtelijk voorstel
58 Facetten
72
INHOUD
COLOFON Juli 2021 Opdrachtgever: BPD - Regio Zuid 040 2358729 www.bpd.nl
Uitgevoerd door Workframe:
Met een bijdrage van:
Tom van Tuijn Stedenbouw
FAAM Architects
Van Helvoirt Groen
info@tomvantuijn.com Nachtegaallaan 13m 5613 CM Eindhoven www.tomvantuijn.com
040 296 33 96 info@faamarchitects.nl www.faamarchitects.nl
013 540 8200 bert@shft.nl www.vanhelvoirtgroenprojecten.nl
TOM VAN TUIJN STEDENBOUW embedded urbanism
Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder uitdrukkelijke toestemming van de pms 2334U opdrachtgever pms 129Uen uitvoerende partijen en zonder naam- en bronvermelding. 80% black
Voor gebruikte bronnen is getracht de bron te vermelden en auteursrechten te respecteren. Mocht in dit document iets niet juist zijn 25M / 86Y vermeld, dan kunt u dat ons laten weten, zodat alsnog de juist bronvermelding kan worden opgenomen. De informatie in dit document is met uiterste zorgvuldigheid samengesteld. Aan de inhoud hiervan kunnen geen rechten worden ontleend. De opdrachtgever en adviseurs wijzen alle aansprakelijkheid door onvolledige of onjuiste gegevens in dit document van de hand.
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
INLEIDING
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
04
Kloostergoed Theresia is een plek waar je bij het betreden je direct bewust bent van de bijzondere eigenschappen van het landschap. De groenkwaliteit, de rust, de zorgzaamheid van gebruikers, de weloverwogen omgang met de natuur en het belang van persoonlijk en collectief welbevinden. Het is daarmee zowel een gelaagde plek met veel historie als een plek met waarde voor de toekomst en een bijdrage aan ‘het grotere goed’.
05
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
wat in het gebied aanwezig is (geweest)
Op het kloostergoed is al een zekere gemeenschap aanwezig. Dit maakt duidelijk dat er een ‘lange ontwikkellijn is’, een historie die al veel ouder is dan onze aanwezigheid. Daarom vermijden we ‘hit and run’ ingrijpen en gaan we voor een ontwikkeling door de tijd heen. Door in gesprek te gaan komen we er achter hoe de gemeenschap functioneert en ontdekken we de werkelijke waarde van de plek. Een waardevol (sociaal) basiskapitaal.
6
bouw kunstenaarsatelier
bouw van landhuis, garage en bakhuis
Sloop landhuis bouw klooster
1900
Landgoed in bezit van fruithandelaar Van Hoeckel
1963
Voedsel
Natuurinclusief
Zorg, gezondheid en welbevinden
Gemeenschap(szin)
Bewustzijn van de plek
Nieuwe functies nemen hun intrek
1945
2008
Zusters JMJ kopen grond
Zusters verlaten landgoed
2018
7
Mogelijkheden woningbouw worden onderzocht
2050 Pauzelandschap
DEEL 1 INLEIDING
DEEL 1 INLEIDING
1922 1926
Eigenaarschap
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Basiskapitaal
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Het is een prachtig gelegen plek waarin kinderen zichzelf kunnen ontwikkelen tot kleine mensen met respect en gevoel voor natuur, landschap, dieren, water en de seizoenen.
en de plek
Theresia, Vught
1. Verleden: Het Landgoed
Eerst de plek en de mensen leren kennen en dan pas plannen maken.
Theresia, Vught
ers Jag
b os
a chl
4. Toekomst: De Herontwikkeling
De indeling van de tuin is zodanig dat er een ruime wisselteelt kan plaats vinden, alles omzoomd en afgewisseld met bloemen van verschillende soorten. Dit verhoogt de diversiteit aan planten en trekt verschillende insecten en vogels aan.
Het schildersatelier
Het bakhuis Het landhuis Boomgaard
Moestuin De garage
11
Luchtfoto van Landgoed de Molenhoeve omstreeks 1938 (bron: BHIC)
Ontwerp van het landhuis door Johannes van Kaathoven
Plantekening van landgoed de Molenhoeve, getekend door Frans van der Heyden (1926).
2. Verleden: Het Kloostergoed
De entree van het landgoed kwam eerst op de kruising van de Jagersboschlaan en de Vijverboschlaan uit, later is deze opgeschoven naar oosten
Groenten en bloemen worden kleinschalig geteeld, zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Eigen bijen zorgen voor de bestuiving, kippen zetten onkruid en groenteresten om.
an
De Theresiahoeve
8
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
De mensen
3. Heden: Pauzelandschap
Een locatie waar het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan. Tot 2008 hebben daar ruim 60 jaar nonnen gewoond en dat merk je aan de serene sfeer in het park.
De naam ‘landgoed de Molenhoeve’ is ontstaan door de molen die tot 1911 aan de Esscheweg stond.Veel stratennamen in de buurt verwezen naar deze molen (Moleneind, Molenrijnselaan, Molenakker, etc.)
5. Toekomst: Gebruiksfase
9
Er is behoefte aan ‘samenleven’, niet als commune maar meer omkijken naar elkaar en soms zaken samen regelen.
Topografische kaart waarop de lus als toegang naar het landhuis goed te zien is.
DEEL 1 INLEIDING
DEEL 1 INLEIDING
9
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
VISIE
EN GEBIEDSCONCEPT
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
010
Een verzorgende plek met een gemeenschap. Zo rijk, puur en elegant als een natuurlijk ecosysteem. Met een boeiende historie, met jong en oud, met regeneratieve natuur, stress-verlagend en het delen van een leefomgeving met maximale schoonheid. Daarmee wordt Theresiapark een plek die klaar is voor de toekomst.
011
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Kernwaarden De kwaliteiten van het kloostergoed Kloostergoed Theresia is een plek waar je bij het betreden direct bewust bent van de bijzondere eigenschappen van het landschap. De groenkwaliteiten, de rust, de zorgzaamheid van gebruikers, de weloverwogen omgang met de natuur en het belang van persoonlijk en collectief welbevinden. Eigenschappen die zeer welkom zijn in de huidige tijd. Het is daarmee zowel een gelaagde plek met veel historie als een plek met waarde voor de toekomst en een bijdrage aan ‘het grotere goed’. Het op eigentijdse manier continueren van deze eigenschappen in een nieuwe leefomgeving is daarom ons doel. Hiermee pakken we de verantwoordelijkheid om met de ontwikkeling van het Kloostergoed een antwoord te geven op tal van maatschappelijke opgaven: het verlies van biodiversiteit, de individualisering en toenemende eenzaamheid en de scheiding tussen de haves en have-nots. Vanuit de kernwaarden van het bestaande Kloostergoed en de aanwezige landschappelijke kwaliteiten zijn wij gekomen tot 4 verschillende type bouwstenen, die op een vanzelfsprekende manier zijn ingebed om het landschap ruimtelijk te ervaren. Klooster Centraal in het gebied ligt het Klooster, een combinatie van verschillende woonvormen en -segmenten in een ensemble van gebouwen.
Het landgoed vormt een ecosysteem waar de mens al meer dan 100 jaar aan sleutelt. Eigenlijk hebben we het landgoed maar tijdelijk in bruikleen. Laten we er dan ook goed voor zorgen. Op het kloostergoed wordt gestreeft naar een gezonde wisselwerking tussen mens en natuur. Het gebied heeft een gezonde water-, energie- en groenbalans, gebruikte materialen doen geen afbreuk aan het ecosysteem en het landschap wordt in een duurzaam en aantrekkelijk nalatenschap aan toekomstige generaties doorgegeven. De relatie met de natuur vindt ook een uitwerking in de ‘ervaring’ van de ruimte, de omgeving en het gebouw. Hoe beleef je het, wat zie je en hoe voel je je. Natuurlijke aspecten als zicht op groen, de ervaring van seizoenen, voldoende buitenruimte en het gebruik van natuurlijke materialen die de lokale ecologie weerspiegelen.
Het landgoed is een bevoorrechte plek. Al meer dan een eeuw enigzins verscholen. De geschiedenis en aanwezige ingrediënten gebruiken we bij het vormgeven van een bijzondere, gezonde, prettige en mooie woonomgeving. Een omgeving die de gedeelde identiteit kan vormen voor de bewoners. De schoonheid zorgt ook voor zorgzaamheid om het grotere goed te behouden en voor de bewustwording van het effect van eigen handelen op de leefomgeving.
Moestuin In de open kamer ten zuiden van het klooster wordt een verrassende configuratie van rijwoningen opgenomen. De randen van de kamer worden, geinspireerd op de vroegere productietuin van het klooster, volgens het concept van permacultuur beplant. De Poel en voorzieningen Op een aantal plekken binnen het plan landen bijzondere functies. In een open kamer bij de poel ontstaat een kleinschalig woonveld met ruime woningen. In zorg en kinderdagopvang
Een aandachtig verbonden gemeenschap Op dit moment is er in het gebied al sprake van een zekere gemeenschap. Mensen van allerlei ‘pluimage’ komen hier samen. Ouderen maken er een wandeling. Kinderen van de kinderopvang slapen buiten in tentjes. Vrijwilligers uit de buurt werken in de moestuin en anderen vinden er weer hun dagbesteding. De positieve energie die reeds aanwezig is nemen we als sociaal kapitaal in het ontwikkelingsproces. Een verbonden gemeenschap zorgt voor persoonlijke ontwikkeling, voor omkijken naar elkaar en sterke (ver)banden. Niet als verplichting, alles gaat uit van vrije wil en van doen wat iemand wil of kan.
13
Een rijke en verzorgende plek voor mens en natuur Het landgoed vormde ooit het besloten buitenverblijf van de Zusters JMJ. Zij kwamen hier voor rust, bezinning en ontspanning. Vandaag de dag gebruiken het kinderdagverblijf en de moestuin de plek voor dezelfde rust, beweging en ontmoeting. Theresiapark is met recht een verzorgende plek, zowel fysiek als mentaal. Hieruit putten we op eigentijdse wijze inspiratie om een gezonde omgeving te creëren die het welzijn en de gezondheid van mens en milieu beschermt en optimaliseert. Het is ook een plek waar de menselijke ervaring centraal staat. Unheimische ruimtes, brede wegen, grote parkeervlaktes of bijvoorbeeld afgesloten private kavels zonder dat je je buren hoeft te kennen komen dan ook niet voor.
DEEL 2 VISIE EN CONCEPT
DEEL 2 VISIE EN CONCEPT
Groeiend landschap met een gezonde wisselwerking tussen mens en natuur
Het vieren van de schoonheid van de plek
Bosrand Aan de parkachtige noordzijde zijn vrijstaande woningen ingeschoven in de Bosrand. Door deze strategische plaatsing ontstaat er een gevarieerde ruimtelijke beleving: enerzijds het lommerrijke karakter van het bos en anderzijds de weidsheid van het uitzicht over het park. Met de bouw van woningen wordt de natuurlijke opbouw van de boszoom verbeterd.
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
12
De vier
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Wandeling De eerste wandeling op het terrein maakt je bewust van de kwaliteiten. Vanuit die ervaring zijn we gaan ontwerpen. Kijkend en luisterend naar de plek. Om het bijzondere ‘eigen’ karakter te behouden, om fijnzinnig de bebouwing in te weven en op de juiste plekken te investeren in groen. Of door ergens juist ‘niets’ te doen.
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 01
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 04
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 05
14
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 15
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 17
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 07
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 19
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 08
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 20
15
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 21
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 10
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 23
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 11
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 24
stap 2 analyse en uitwerking
DEEL 2 VISIE EN CONCEPT
DEEL 2 VISIE EN CONCEPT
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 14
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 06
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 09
stap 1 bestaand
RUIMTELIJKE ERVARING THERESIAPARK 13
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
De eerste
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Ruimtelijk
Concept bosrand bosrand
klooster
boom(groepen) bomenlaan
moestuin
16
poel
poel
1 Landschappelijke dragers
17
3. Bouwstenen
veld 5. entree langzaam verkeer
3: informele paden
park
2: paden
1: De oprijlaan kamers
5. entree langzaam verkeer
moestuin
2 Ruimtes
4 Routing
DEEL 2 VISIE EN CONCEPT
DEEL 2 VISIE EN CONCEPT
4: extra exit
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
WONEN
NATUUR
VOEDSEL
De ervaring van de landgoedkwaliteit: geen enclave, wel besloten ervaring en introverte ligging. De dichte rand blijft behouden. Kortom: functioneel verbonden maar ruimtelijk besloten.
Het landgoed heeft een vorm van ‘onbekendheid’ zoals in de natuur: de belofte van verrassing door dieper in de omgeving te willen trekken. Dit draagt bij aan de natuurlijke beleving van de plek.
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Het ontwerp versterkt het contact tussen mens en natuur door elementen van de natuur te verwerken in de gebouwde omgeving. Op allerlei schaalniveaus.
Een wandeling op het landgoed vormt een dynamische boeiende ruimtelijke ervaring: licht-donker, open-gesloten, ver-dichtbij, vrijbegrensd.
18
19 Duurzaamheidsconcept
Wonen, natuur en voedsel
Waardevolle en boeiende betekenissen uit het verleden zijn afleesbaar.Bijvoorbeeld de aanwezigheid van het kloostergebouw of de schuren en kassen van de moestuin.
Op het kloostergoed ervaar je natuurlijke systemen: de bewustwording van natuurlijke processen en seizoensgebondenheid. Auditieve, tastbare, geur of smaak stimuli verwijzing naar de natuur en levende processen.
Een natuurlijke balans tussen complexiteit en orde. Niet volledig door en-door georganiseerd maar ruimte voor toeval en eigenaarschap van de open ruimte.
Met de toevoeging van rood een verrijking van het landschap mogelijk maken op het gebied van natuurwaarde en ecologie.
Van groen naar rood. Positie, bebouwing, grootte van massa’s, bewuste leegte en oriëntatie komen voort uit de ruimtelijke ervaring van het landgoed.
De overgang van privé naar openbaar is zacht, en onderdeel van de architectuur of van de natuur en biedt privacy voor de bewoners.
Die koppeling herstellen vraagt wel om een andere manier van denken en doen. Daarvoor hebben we een traject nodig die onze ambities helpt realiseren. Het traject noemen we ‘regeneratief ontwerpen’.
DEEL 2 VISIE EN CONCEPT
DEEL 2 VISIE EN CONCEPT
Wonen, natuur en voedsel zijn in onze huidige maatschappij gescheiden domeinen. In de onstaansgeschiedenis van het Kloostergoed waren deze domeinen juist gekoppeld. We geloven dat het herstel en de versterking van deze koppeling veel meerwaarde levert voor deze plek; het zorgt voor een gezonde en prettige leefomgeving. Maar het zorgt ook voor een ultieme beleving van deze geliefde plek.
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
CIRCULAIR BOUWEN
sloopplan
HUISVESTING DIEREN EGELS/VLEERMUIZEN/ INSECTEN/VOGELS
ROUTING DOORZETTEN IN EN OM WONING AANDACHT VOOR WATERHUISHOUDING MATERIALISERING HERNIEUWBAAR
BIODIVERSITEIT ERVAREN DOOR ZICHTBAARHEID
OPSLAG CO2 IN MATERIAAL
ZICHT OP GROEN GROEN INTENSIVEREN BIJ WONINGEN: VERGROTEN BIODIVERSITEIT
020
REGENERATIEF ONTWERPEN
We beogen een ontwikkeling waar natuur en landschap voor flora, fauna en mens in een duurzaam en aantrekkelijk nalatenschap aan toekomstige generaties wordt doorgegeven. Daarom zetten we in op regeneratieve natuur: het herstellen, opnieuw laten groeien van de natuur. Hiermee gaan we verder dan het enkel in stand houden van de natuur. Middels een zorgvuldige werkwijze zijn bestaande waarden en opgaven met betrekking tot ecologie in kaart gebracht om vervolgens op locatie de bebouwing nauwkeurig in te passen met respect voor deze waarden.
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
AANPLANT OP KLOOSTERGOED VOOR BOUWMATERIAAL
021
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Hoe doen we dat op hoofdlijnen? We kijken eerst welke natuurwaarden het terein nu al heeft. Welke soorten komen er nu voor? Welke soorten passen bij de omgeving? Hoe is de beplanting opgebouwd? Is er sprake van verstorende factoren? Welke logische en eenvoudige verbindingen ontbreken er? De antwoorden op deze vragen vormen het uitgangspunt bij het ontwerp. We zetten hierbij niet enkel de beschermde soorten centraal maar proberen juist ook in te spelen op alle algemene soorten die de afgelopen decennia in de vergetelheid zijn geraakt.
Naar een gezond
ecosysteem Van EGO naar ECO De mens is zichzelf de afgelopen eeuwen steeds meer gaan zien als superieur boven al het andere leven op aarde. De afgelopen decennia is gelukkig steeds meer het inzicht ontstaan dat de mens niet bovenaan het ecosysteem staat maar er net als al het andere leven op aarde, een onderdeel van is. Ook in het traditionele natuurbeheer werd vaak één soort bovenaan de piramide geplaatst. Met veel beschermde soorten gaat het daardoor de afgelopen jaren beter.
wegvalt, door bijvoorbeeld een ziekte of plaag, vangen de andere verbindingen dit op. Dit maakt een ecosysteem krachtig en weerbaar.
De algemene en zeer algemene soorten zijn echter niet beschermd en daardoor de afgelopen decennia min of meer vergeten. Hoewel deze soorten nog steeds algemeen zijn is hun populatie gekelderd. Bij de inrichting van Kloostergoed Theresia willen we optimaal inspelen op de behoefte van deze algemene soorten. Kortom, van een piramidemodel naar een systeemmodel.
In een gezond ecosysteem zijn dynamiek en diversiteit de sleutelwoorden. Hoe meer dynamiek en diversiteit er is, hoe weerbaarder het ecosysteem.
Ecosystemen Alle planten en dieren zijn aan elkaar verbonden. Een gezond ecosysteem kent een hoge diversiteit en dynamiek en daardoor een heleboel verbindingen. Wanneer één verbinding
Doordat de mens steeds meer is gaan regiseren zijn veel ecosystemen enorm aangetast. Veel verbindingen zijn verdwenen. Dat wil zeggen dat als één verbinding wegvalt het ecosysteem niet langer weerbaar genoeg is om dat op te vangen. Hierdoor raakt de natuur haar balans kwijt. Een goed voorbeeld daarvan is de eikenprocessierups.
Bodem Het bodemtype in het plangebied bestaat overwegend uit leem- en voedselarme zandgronden. Dergelijke zandgronden kennen van oudsher een grote soortenrijkdom. Ander beheer op Kloostergoed Theresia leidt er al snel toe dat veel van de soorten die oorspronkelijk op dergelijke gronden voor kwamen weer verschijnen. Soortenrijkdom Zonnige plaatsen
Beschaduwde plaatsen
Hoogteverschillen
Dode bomen
Zoom
Mantel
Kern
Water
Water
Oever
Kruidenrijk grasland
23
De bosranden zijn hiervan een voorbeeld. De bomenetage wordt gedomineerd door gewone esdoorn en Amerikaanse eik. De zaailingen hiervan nemen zoveel licht weg op de bodem, dat de ontwikkeling van inheemse soorten zoals zomereik stopt. Actief beheer Actief beheer van deze soorten zorgt ervoor dat inheemse soorten weer de ruimte krijgen. Een goed beheer is de sleutel tot succes. Door goed en anders te gaan beheren zijn grootschalige ingrepen vaak niet eens noodzakelijk. Geduld is de key. Om tot een goed beheer te komen is het belangrijk dat voor alle natuurdoeltypen in het plangebied een einddoel wordt opgesteld. Het onwikkelingsbeheer bestaat uit de stappen die nodig zijn om van de nulmeting tot het gewenste einddoel te komen. Wanneer het einddoel is bereikt gaat het ontwikkelingsbeheer over in instandhoudingsbeheer. In onze stedelijke omgeving is een milieu ontstaan waar onze inheemse planten en soorten niet altijd optimaal meer op in kunnen spelen. Op deze plekken is het soms goed om te kiezen voor exoten die beter op de barre omstandigheden van een stedelijk milieu in kunnen spelen.
Een natuurlijke esthetiek Onze ouders en grootouders hebben ons geleerd wat ‘netjes’ is als het gaat om de buitenruimte. Netjes is een zwart aangeharkte grond, schone boomspiegels, bomenlanen bestaande uit dezelfde soorten etc. Naar deze maatstaven hebben we onze buitenruimte de afgelopen jaren ingericht en beheerd. We zijn de natuur en het “gezond boerenverstand” daarbij uit het oog verloren. Een bekend antwoord op de vraag waarom we dingen in de buitenruimte nu op een bepaalde manier doen luidt dan ook vaak: “omdat dat netjes is”! In deze door onszelf gecreëerde ecosystemen is de balans weg en de diversiteit en dynamiek verdwenen met als gevolg dat de populaties van algemene soorten in aantallen zijn gekelderd en dat ziekten en plagen ons teisteren. Voor herstel moet het idee over “schoonheid” veranderen. We moeten weer in gaan richten en gaan beheren met ons gezond boerenverstand.
Huidige situa�e
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
22
Theresia is een voormalig landgoed. Op landgoederen werden oorspronkelijk veel uitheemse planten toegepast. Veel van deze exoten verstoren verbindingen in het ecosysteem of maken deze zelfs onmogelijk.
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Kloostergoed Theresia De gedachtegang van een een weerbaar en robuust ecosysteem creëren vormt het hoofdoel bij de herinrichting van Kloostergoed Theresia.
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
ECO-concepten Permacultuur Permanente agricultuur. meewerken met de natuur. iets doen en goed kijken wat er gebeurt. Alles is op een of andere manier productief, of geeft opbrengst.
Voedselbossen Onderhoudsarme, plantaardige voedselproductie op basis van bosecosystemen. verschillende soorten vormen een veelvoud van lagen, zodat ze een habitat vormen gelijkend op een bos.
24
Een zorgvuldige
Werkwijze Het plaatsen van bebouwing in een gebied met natuurwaarde zal altijd zorgvuldig moeten geschieden. Vanuit de bestaande natuurwaarde zijn locaties gekozen voor de bebouwing. Met het plaatsen van de bebouwing wordt natuur regeneratief ontwikkeld en aangevuld. De locaties zijn vervolgens in het veld uitgezet. In samenwerking tussen disciplines (ecologie, ontwerp, ontwikkelaar) zijn de locaties verfijnd tot de defintieve afmetingen en plek.
1. Inventarisaties en rapporten
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Inspiratie uit 5
2. Eerste planopzet
Herstellende landbouw De bodemstructuur opbouwen, het water goed vasthouden, diverse soorten door elkaar en geen eenjarige varianten zodat de bodem niet te vaak opnieuw bewerkt hoeft te worden
25 3. Uitzetten piketpaaltjes
4. Prioriteren en afwegen
Masanobu Fkuoka Niet ploegen, bemesten of snoeien. Weglaten en bekijken wat je nog wel moet doen.
5. Tweede planopzet
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
Silvopasture Integreren van bomen, forage en vee, op een wederzijds voordelige manier. toename van productiviteit door gelijktijdige productie.
Nieuwe situa�e
Huidige situa�e
Nieuwe situa�e
De bosrand
Wal met bosplantsoen is van cultuurhistorische kwaliteit en ecologische waarde
A. Inventarisatie
Het vertrekpunt van het regeneratief ontwerpproces zijn de onderzoeken met betrekking tot flora- en fauna. Een goed inzicht in de bestaande waarde en de staat van het groen helpt ons de juiste keuzes te maken. De belangrijkste items zijn op de plattegrond aan de rechterzijde.
Afwisseling tussen inheemse en uitheemse boomsoorten. Plaatselijk domineert gewone esdoorn en Amerikaanse eik
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Huidige situa�e
Waardevolle bomen in de bosrand aanwezig
+
+
Omringende bossen zijn droog en hadden oorspronkelijk een productiedoel (N16.03)
Huidige situa�e
B. Ecologisch principe Nieuwe situa�e
Kern
Mantel
Kruiden
26
+-
Inlandse vogelkers Gewoon struisgras Gewone braam Gewone hulst Gewone esdoorn Noorse esdoorn Venijnboom Wilde lijsterbes Fluweelboom Cotoneaster spec.
+
Natuurlijke erfafscheiding
Huisjes
+
Veelal bomen zonder Amerikaanse eik Zomereik noemenswaardige Klimop gebreken.Amerikaanse Risicobomen vogelkers met name Laurierkers in oostelijke Rododendron spec. Gewone hazelaar rand aanwezig
Zoom
Soortenrijkdom
Terrein met relatief jong bos. Gezien de rust wel waardevol voor dieren
Hoogteverschillen DynamiekBeschaduwde terugbrengen in de opbouw van de Harde, plotselinge overgangen vormen een Dode bomen plaatsen Zoom bosrand. De mantel en zoom ontbreken in de Mantel Kern barrière voor flora en fauna. Het doel is om weer huidige situatie nagenoeg. gelaagdheid en geleidelijkheid aan te bregen in de bosrand ten noorden van het klooster. De woningen worden een ingepast onderdeel van de mantel en zoom.
Zonnige plaatsen
Potentiele roofvogelnesten aangetroffen. Indien niet binnen 75m gewerkt wordt, is er geen vervolgonderzoek nodig
clu
en ra nd
nd gr as la en
Hoogteverschillen: Noordelijke bosrand hoger gelegen dan zuidelijk deel
id rd enr ex ijk te gr ns as ie la f b nd eh ee r
fa kru se e ge
ois ell aa g ve rb et er ch en e bo in t e m r en es to san ev te oe in ge he n em se
-
-
Sporkehout Wilde lijsterbes Nieuwe Nieuwe situa�e situa�e Eenstijllige meidoorn
gis
ec olo
Nieuwe situa�e
st ro
op in lic h h vr toe eem ter uc vo s e p ht eg e la dr e blo at ag n e se en vo ien n e de or de n zo soo vlin stu aan og rt de ik ra die en rs vor nd re vo en me en: n or bij rs kle en in e
h kr oge uid r en blo gr em as e ve n ld
se m gis ch e bo in m ter en es to san ev te oe in ge he n e
g er een fa g fsc e he bo id uw in d vo ge e or n zie in nin de g be en bo int op uw eg in lic h h in rere g n vr toe eem ter uc vo s e p ht eg e la dr e blo at ag n e se en vo ien n e de or de n zo soo vlin stu aan og rt de ik ra die en rs vor nd re vo en me en: n or bij rs kle en in e
Huidige Huidige situa�e situa�e
ec olo
ec olo
gis
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
-
Huidige situa�e
Nieuwe situa�e
Huidige Huidigesitua�e situa�e
Nieuwe Nieuwesitua�e situa�e
Gewone hulst Gewone hazelaar Vingerhoedskruid Boerenwormkruid Look-zonder-look Stinkende gouwe Dolle kervel Bitterzoet Dagkoekoeksbloem Brandnetel spec.
Pijpenstrootje Bochtige smele Dovenetel spec. Ruwe berk Brem
ONTWERP PROJECTOMSCHRIJVING
Ecologische inspiratiesessie Kloostergoed Theresia OPDRACHTGEVER
BPD Ontwikkeling BV PROJECTNUMMER
20202516
SCHAAL
FORMAAT
Frank van Irsel
ONTWERPER
Frank van Irsel
N.V.T.
A0
DATUM
CONTACTPERSOON
VERSIE
STATUS
BLAD NO.
10-06-2020
001
CONCEPT
1 van 1
Combinatie van hoge zwarte enkeerdgronden en duinvaaggronden (leemarm, zwak, lemig, fijn zand)
Huidige Huidige situa�e situa�e
TEK. NO.
001
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
Huidige situa�e
ra nd
nd la gr as
nd gr as la
da k
la
nd sc ha
p
d ie
st
bo sg
eb
ra a
t
ie eb bo sg
Nieuwe Nieuwe situa�e situa�e
br a bu am ite str ch nr ue e an el bo in d m ter en es s to an ev te oe in op ge he n em in lic h h se vr toe eem ter uc vo s e p ht eg e la dr e blo at ag n e se en vo ien n e de or de n zo soo vlin stu aan og rt de ik ra die en rs vor nd re vo en me en: n or bij rs kle en in e
Huidige Huidige situa�e situa�e
m p bo s o m fv en rij in sta ve an ld de
Kruidenrijk grasland
d
Oever
27
Waardevolle bomen aanwezig aan de bomenlaan
Water
Water
Donkere plekken afgewisseld met lichtere plaatsen, en hoogteverschillen
AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
28
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
De bosrand C. Ruimtelijke principe
43,92 meter open
36,11 meter clumbs
4,8m Jagerboschlaan
1,5m voetpad
43,92 meter open
36,11 meter clumbs
4,8m Jagerboschlaan
1,5m voetpad
DOORSNEDE 1. Bosrand DOORSNEDE 1. Bosrand HUIDIGE SITUATIE HUIDIGE SITUATIE Totaal van bosrand is tussen de 1 en 1,5 maal de boomhoogte (20-40 meter)
Natuurlijke erfafscheidingen, niet gebouwd
Eigendomsgrens kavel tpv greppel
Bestaand profiel
Daklandschap op woningen
Groen intensiveren bij woningen (gevel, dak) en aandacht voor waterhuishouding
Rich in species!
Struweel: sheltered gevoel + kruidenlaag op plekken met licht
Struweel: sheltered gevoel & afsluiting van omgeving
29
kavellengte: +- 40m (greppel tot bosweg)
KRUIDEN 11,5 meter open KRUIDEN
Mogelijkheid speelelementen
8 meter clumb | 8 meter clumb |
ZOOM
11,32 meter tuin | MANTEL
ZOOM
11,32 meter tuin | MANTEL
Ruigtekruiden. kan een hoogte bereiken van 1,5 meter
Greppel met ecologische functie. automatisch andere vegetatie
|
|
Zoom met middelhoog struweel (de basis tot 3 meter), geven privacy maar ook zicht op veld
DOORSNEDE 1. Bosrand DOORSNEDE 1. Bosrand ONTWERP VOORSTEL ONTWERP VOORSTEL
kavellengte: +- 40m (greppel tot bosweg) 15 meter 14,39 meter woning voorzijde KERN
3 meter bosweg
12 meter
4,8m Jagerboschlaan
1,5m voetpad
15 meter woning
3 meter bosweg
12 meter
4,8m Jagerboschlaan
1,5m voetpad
KERN
14,39 meter voorzijde
Concept profiel Struik- of hakhout zone. De mantel kan een hoogte bereiken van 10 meter
Uitgangspunt: minimale verharding (bijvoorbeeld 3 meter + 1 meter halfverhard aan bijde zijdes?) Type bepalen adhv effect op wortels
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
11,5 meter open
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
DOORSNEDE 1. Bosrand HUIDIGE DeSITUATIE bosrand D. Soorten
kavellengte: +- 40m (greppel tot bosweg)
11,5 meter
open Kruiden
KRUIDEN
30
8 meter clumb |
ZOOM
11,32 meter tuin | MANTEL
Doel Een soorten-, bloem- en kleurrijke vegetatie die ondersteuning biedt in de biodiversiteit, als leef- en foerageergebied, in het bijzonder ten behoeve van de insectenpopulatie en die met minimale inspanningen en beheerkosten duurzaam in stand te houden is. Eén en ander met als doel weer te komen tot een robuust, veerkrachtig en weerbaar ecosysteem dat inspeelt op de lokale omstandigheden en minder gevoelig is voor ziektes en plagen.
|
15 meter woning
KERN
14,39 meter voorzijde
Doel Geleidelijke en natuurlijke overgang van open gebied naar boskern. Een zo compleet en weerbaar mogelijk leefgebied creëren voor zoveel mogelijk (voornamelijk algemene) planten en dieren. De te realiseren woningen vormen een logisch en geleidelijk onderdeel van de mantel- en zoomvegetatie.
DOORSNEDE 1. Bosrand ONTWERP VOORSTEL Wat hebben we nu? Vegetatie die oorspronkelijk werd beheerd als gazon. De droogte van de afgelopen twee jaar in combinatie met een extensiever maaibeheer heeft reeds geleid tot een toename in kruiden en een afname in grassen. Bestaande soorten - Enkele solitaire, voornamelijk exotische boomsoorten - Geen solitaire struiken in de kruidenvegetatie - Gewoon struisgras, schapenzuring, gewone hoornbloem, kluwenhoornbloem, speerdistel, kleine ooievaarsbek, zachte ooievaarsbek, duizendblad, gewone brunel, gewoon biggenkruid, gestreepte witbol, Engels raaigras, veldbeemdgras, straatgras, gewoon varkensgras, paardenbloem en kruipende boterbloem Gewenste soorten - Hier en daar een solitaire boom, enkel bestaande bomen handhaven. geen nieuwe bomen aanplanten - Hier en daar solitaire, inheemse, bloeiende struiken zoals meidoorn of sleedoorn - Duizendblad, gele morgenster, gewone brunel, gewone margriet, gewone rolklaver, gewone veldbies, gewoon biggenkruid, gewoon reukgras, glad walstro, grasklokje, hazenpootje, jakobskruiskruid, knoopkruid, middelste teunisbloem, muizenoor, peen, reigersbek, reukeloze kamille, rode klaver, schapenzuring, scherpe boterbloem, sintjanskruid, smalle weegbree, stalkaars en veldzuring
Wat hebben we nu? Bestaand bos met een harde overgang naar gras-/kruidenvegetatie. De mantel/zoom ontbreekt op de meeste plekken.
Bestaande soorten - Noorse esdoorn - Gewone esdoorn - Zomereik - Amerikaanse eik - Fluweelboom Gewenste soorten - Nagenoeg geen boomvormers, sporadisch mag een (dode) boom blijven staan
- Amerikaanse vogelkers - Laurierkerks - Krent - Gewone braam
- Ontbreekt nagenoeg, op enkele plekken ruigtesoorten zoals kropaar, zeven-blad en brandnetel
- Lijsterbes (30%) - Vuilboompje (30%) - Ruwe braam, hondsroos, meidoorn, gele kornoelje, sleedoorn (op lichte plaatsen, 35%) - Gewone hazelaar en inlandse vogelkers (tegen bosrand, 5%)
Ruigtekruiden in de zoom zoals: - Vingerhoedskruid - Look-zonder-look - Stinkende gouwe - Bosandoorn - Grote brandnetel - Fluitenkruid - Dag- en avondkoekoeksbloem
3 meter bosweg
Bos
12 meter
4,8m Jagerboschlaan
1,5m voetpad
Doel Gesloten bos met de nadruk op inheemse, streekeigen soorten (diversiteit en dynamiek). Wat hebben we nu? Gevarieerd bos dat wordt gedomineerd door exoten, met name esdoorn en Amerikaanse eik. Inheemse soorten zoals zomereik en ruwe berk kunnen de exoten nauwelijks beconcurreren waardoor deze verdwijnen. Zaailingen van esdoorn, Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers nemen veel licht weg van de bodem waardoor inheemse soorten zich niet kunnen vermeerderen. Ook de wintergroene laurierkers ontmeemt jaarrond veel licht. In de praktijk is zichtbaar dat onder laurierkers zich nagenoeg geen andere soorten vestigen. Bestaande soorten - Zomereik - Amerikaanse eik - Noorse esdoorn - Gewone esdoorn - Gewone beuk - Douglasspar - Grove den Gewenste soorten - Zomereik (60%) - Ruwe berk (30%) - Gewone beuk (10%) - Overige, enkele exoten en naaldbomen (10%)
- Laurierkers - Gewone hulst - Taxus - Gele kornoelje - Amerikaanse vogelkers - Lijsterbes
- Ontbreekt nagenoeg, op open plekken klimop
- Gewone hulst - Taxus - Lijsterbes - Vuilboompje
- Daar waar voldoende licht op de bodem valt: (eerste jaren) lookzonder-look, stinkende gouwe, bosandoorn en dagkoekoeksbloem, (daarna) gewone salomonszegel, dalkruid, Lelietje-vandalen, speenkruid, witte klaverzuring en bosanemoon. - Elders: klimop en ruigtesoorten zoals pijpenstrootje en bochtige smele
31
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
Bosrand
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
DOORSNEDE 1. Bosrand HUIDIGE DeSITUATIE bosrand E. Beheer
kavellengte: +- 40m (greppel tot bosweg)
11,5 meter open KRUIDEN
32
8 meter clumb |
ZOOM
DOORSNEDE 1. Bosrand ONTWERP VOORSTEL
|
15 meter woning
Kruiden
Zoom
Verschralen van de uitgangssituatie. Hoe voedselarmer het systeem, hoe meer soorten.
Op deze plekken eens in de 2 tot 5 jaar gaan maaien (gefaseeerd) en afvoeren buiten het groeiseizoen. Houtige gewassen in de zoom verwijderen.
Vanaf heden het maaibeheer aanpassen naar één keer per jaar maaien en afvoeren, in november wanneer de gemiddelde dagtemperatuur minder dan 10 graden Celsius bedraagt. Om sneller tot het gewenste einddoel te komen is het mogelijk om het gebied in te zaaien met gebiedseigen, inheemse, autochtone soorten.
KERN
14,39 meter voorzijde
3 meter bosweg
12 meter
4,8m Jagerboschlaan
1,5m voetpad
33 Mantel Dunnen van de huidige bosrand ten behoeve van de woningen. Weghalen van Amerikaanse vogelkers, Noorse en gewone esdoorn, laurierkers, klimop en fluweelboom. Inheemse soorten in de mantel zoveel mogelijk sparen. Er gaat een rand van circa vijf meter van het bestaande bos weg (ongeveer tot aan de eerste solitaire bomen). Daarna de mantel aanplanten in eerder genoemde soortendichtheid. Diepte mantel circa 15 meter. Mantel vormt de natuurlijke afscheiding tussen de woningen. Breedte van de mantel tussen de woningen is een compromis. Uitgangspunt is om tenminste een breedte van 12 tot 15 meter te hanteren (drie uitgegroeide struiken naast elkaar).
Kern Toekomstbomen aanwijzen: dit zijn bomen die onderdeel uitmaken van het eindbeeld. Elke vijf jaar hier en daar wat exoten weghalen. De geplande weg zo leggen dat overwegend exoten verdwijnen. Dunningsronde elke vijf jaar herhalen. De geplande weg zoveel mogelijk over de bestaande padenstructuur aanleggen. In de struikenetage alle ongewenste soorten in één werkronde weghalen. Eén keer in de drie jaar herhalen.
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
11,32 meter tuin | MANTEL
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
A. Inventarisatie
Het vertrekpunt van het regeneratief ontwerpproces zijn de onderzoeken met betrekking tot flora- en fauna. Een goed inzicht in de bestaande waarde en de staat van het groen helpt ons de juiste keuzes te maken. De belangrijkste items zijn op de plattegrond aan de rechterzijde.
+
+
Veelal bomen aanwezig zonder noemenswaardige gebreken, enkele attentiebomen
B. Ecologisch principe Hoge bomen in laag gras
Doel is een soorten-, bloem- en kleurrijke vegetatie die ondersteuning biedt in de biodiversiteit, als leef- en foerageergebied (in het bijzonder ten behoeve van de insectenpopulatie) en die met minimale inspanningen en beheerkosten duurzaam in stand te houden is. Eén en ander met als doel weer te komen tot een robuust, veerkrachtig en weerbaar ecosysteem dat inspeelt op de lokale omstandigheden en minder gevoelig is voor ziektes en plagen.
34
uidige situa�e
+
+
In de parkzone worden wadi’s aangelegd die bij piekbuien als waterretentiegebied dienen. De wadi’s en geulen dienen daarnaast als perceelsscheiding.
+35
Clumbs en solitaire bomen geven zichtlijnen door het veld, en een afwisseling van open en gesloten
Huidige situa�e
-
-
Huidige situa�e
Nieuwe situa�e
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
Combinatie van hoge zwarte enkeerdgronden en duinvaaggronden (leemarm, zwak, lemig, fijn zand)
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
uwe situa�e
+
Grasland in centraal deel is in huidige vorm minder van belang voor de flora en fauna in het gebied. De grote bomen bieden wel leefgebied aan insecten, vogels en er is een paarverblijf van de ruige dwergvleermuis aanwezig
Waardevolle solitaire bomen en boomgroepen (clumbs) blijven grotendeels behouden. In de boomgroepen wordt de ontwikkeling vrij gelaten en worden geen grote Nieuwe ingrepen gedaan, situa�e anders dan het beheersen van enkele exoten.
Rondom de bebouwing ter hoogte van het voormalige klooster wordt de gebruiksintensiteit hoger. De beplanting is hier gecultiveerder. Er is ruimte om exoten toe te passen mits deze voorzien in nectar. Rondom de bebouwing maakt de kruidenvegetatie in een langzame overgang ruimte voor gazon waar functionaliteit boven biodiversiteit gaat. Het doel is om sociale activiteiten naar de ruimte rondom het klooster te trekken zodat de ecologische waardevolle plekken verder vanaf het klooster af, worden ontzien.
Parkzone ligt in zijn geheel hoger dan het zuidelijke deel van Theresia: met een kleine uitzondering ten westen van het klooster
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
De parkzone
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
C. Ruimtelijk principe
20 meter clumbs
37,61 m open
10,82 m clumb
20 meter clumbs
DOORSNEDE 2. Park en klooster HUIDIGE SITUATIEClumbs staan vrij van de Gelaagde opbouw van struweel
randen
± 35 meter clumbs
DOORSNEDE 2. Park en klooster ONTWERP VOORSTEL ± 35 meter clumbs
1,5 m
4m weg
15,51 m gras
7,44 m pleintje
14,57m kloosterblok
21,07 m kloostertuin (bso)
2m bomenlaan
15,51 m gras
7,44 m pleintje
14,57m kloosterblok
21,07 m kloostertuin (bso)
2m bomenlaan
Bestaand profiel
DOORSNEDE 2. Park en klooster HUIDIGE SITUATIE
36
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
De parkzone
37,61 m open
10,82 m clumb
1,5 m
4m weg
Lange zichtlijnen door parkzone
37
Zicht vanaf woningen op open gebieden
27 m open
10,56 m voorzijde
9m woning
5m tuin
2m 1,5m
5m
6m
5m
1,5m
16m woning
13,39 m
2m bomenlaan
27 m open
10,56 m voorzijde
9m woning
5m tuin
2m 1,5m
5m
6m
5m
1,5m
16m woning
13,39 m
2m bomenlaan
Concept profiel
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
Gecultiveerde beplanting (nectarachtigen)
Integreren van voorzieningen voor dieren (vogels, vleermuis, egels etc.) in aangrenzende bebouwing (klooster)
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
DOORSNEDE 2. Park en klooster Grasland: naar de rand zijn Ter plaatse maaien de bloemen en grassen ten behoeve van ONTWERP VOORSTEL hoger paden/speelveld
Zicht op groene randen
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
DOORSNEDE 2. Park en klooster Kruiden ONTWERP VOORSTEL Doel Een soorten-, bloem- en kleurrijke vegetatie die ondersteuning biedt in de biodiversiteit, als leef- en foerageergebied, in het bijzonder ten behoeve van de insectenpopulatie en die met minimale inspanningen en beheerkosten duurzaam in stand te houden is. Eén en ander met als doel weer te komen tot een robuust, veerkrachtig en weerbaar ecosysteem dat inspeelt op de lokale omstandigheden en minder gevoelig is voor ziektes en plagen. Wat hebben we nu? Vegetatie die oorspronkelijk werd beheerd als gazon. De droogte van de afgelopen twee jaar in combinatie met een extensiever maaibeheer heeft reeds geleid tot een toename in kruiden en een afname in grassen. Bestaande soorten - Enkele solitaire, voornamelijk exotische boomsoorten - Geen solitaire struiken in de kruidenvegetatie - Gewoon struisgras, schapenzuring, gewone hoornbloem, kluwenhoornbloem, speerdistel, kleine ooievaarsbek, zachte ooievaarsbek, duizendblad, gewone brunel, gewoon biggenkruid, gestreepte witbol, Engels raaigras, veldbeemdgras, straatgras, gewoon varkensgras, paardenbloem en kruipende boterbloem
1,5 m
4m weg
15,51 m gras
7,44 m pleintje
14,57m kloosterblok
21,07 m kloostertuin (bso)
2m bomenlaan
Gewenste soorten - Hier en daar een solitaire boom. Enkel bestaande bomen handhaven. Geen nieuwe bomen aanplanten - Hier en daar solitaire, inheemse, bloeiende struiken zoals meidoorn of sleedoorn - Duizendblad, gele morgenster, gewone brunel, gewone margriet, gewone rolklaver, gewone veldbies, gewoon biggenkruid, gewoon reukgras, glad walstro, grasklokje, hazenpootje, jakobskruiskruid, knoopkruid, middelste teunisbloem, muizenoor, peen, reigersbek, reukeloze kamille, rode klaver, schapenzuring, scherpe boterbloem, sintjanskruid, smalle weegbree, stalkaars en veldzuring
27 m open
10,56 m voorzijde
9m woning
5m tuin
2m 1,5m
5m
6m
5m
1,5m
16m woning
13,39 m
2m bomenlaan
Boomgroepen of clumbs
Grassen
Doel Clumbs of boomgroepen waarin de ontwikkeling vrij wordt gelaten en geen grote ingrepen worden gedaan, anders dan het beheersen van enkele exoten. Ruimte laten voor successie.
Doel Op specifieke plekken gazon waar functionaliteit gaat boven biodiversiteit. Het doel is om de sociale activiteiten naar de ruimte rondom het huidige klooster te trekken, zodat de ecologisch waardevolle plekken, die op grotere afstand van het klooster liggen worden ontzien. Denk aan het uitmaaien van een intensief te gebruiken speel- of sportveld.
Wat hebben we nu? Gevarieerde boomgroepen die veelal bestaan uit Amerikaanse eik en zomereik. In de kruidenetage vormen zaailingen van Amerikaanse eik en esdoorn concurrentie voor inheemse soorten. Doordat de zaailingen heel groeikrachtig zijn en veel licht wegnemen op de bodem krijgen inheemse soorten niet langer de kans zich te vermeerderen. Deze zullen daardoor op termijn grotendeels uit de vegetatie verdwijnen.
Bestaande soorten - Voornamelijk Amerikaanse eik en zomereik, in mindere mate Noorse esdoorn, gewone esdoorn, ruwe berk, Douglas spar en grove den - Hoofdzakelijk Chinees klokje, krent, gewone esdoorn en Noorse esdoorn - De struikenetage ontbreekt nagenoeg. Op enkele open plekken ontwikkelt zich klimop
Gewenste soorten - Zomereik (30%), ruwe berk (30%) gewone beuk en naaldbomen (10%) en exoten (30%) - Gewone hulst, lijsterbes, taxus, vuilboompje en bestaande exoten zoals: Chinees klokje, rododendron, laurier en krent - Daar waar voldoende licht op de bodem valt: gewone salomonszegel, dalkruid, Lelietje-van-dalen, speenkruid, witte klaverzuring en bosanemoon - Elders: klimop en ruigtesoorten zoals pijpenstrootje en bochtige smele
39
Wat hebben we nu? Vegetatie die oorspronkelijk werd beheerd als gazon. De droogte van de afgelopen twee jaar in combinatie met een extensiever maaibeheer heeft geleid tot een toename in kruiden en een afname in grassen.
Bestaande soorten - Zie ‘kruiden’ - Zie ‘kruiden’ - Gewoon struisgras, schapenzuring, gewone hoornbloem, kluwenhoornbloem, speerdistel, kleine ooievaarsbek, zachte ooievaarsbek, duizendblad, gewone brunel, gewoon biggenkruid, gestreepte witbol, Engels raaigras, veldbeemdgras, straatgras, gewoon varkensgras, paardenbloem en kruipende boterbloem Gewenste soorten - Hier en daar een solitaire boom. Enkel bestaande bomen handhaven. Geen nieuwe bomen aanplanten - Hier en daar solitaire, inheemse, bloeiende struiken zoals meidoorn of sleedoorn - Veldbeemdgras, zwenkgras, schapengras en Engels raaigras, gemengd met concept ‘nectar onder het maaimes’ bestaande uit soorten zoals madeliefje, pinksterbloem, klein streepzaad, gewone reigersbek, gewoon biggenkruid, vertakte leeuwentand, gewone rolklaver en kleine klaver
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
10,82 m clumb
DOORSNEDE 2. Park en klooster HUIDIGE SITUATIE D. Soorten
± 35 meter clumbs
38
37,61 m open
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
De parkzone 20 meter clumbs
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
20 meter clumbs
E. Beheer
37,61 m open
27 m open
DOORSNEDE 2. Park en klooster ONTWERP VOORSTEL
4m weg
15,51 m gras
7,44 m pleintje
14,57m kloosterblok
10,56 m voorzijde
9m woning
5m tuin
2m 1,5m
5m
6m
5m
1,5m
Kruiden
Clumbs en randen
Gras/gazon
Verschralen van de uitgangssituatie. Hoe voedselarmer het systeem, hoe meer soorten.
Kern van de clumbs zoveel mogelijk ongeroerd laten. De esdoorns in de mantel weghalen. Boomvorming in de mantel tegengaan.
Bestaande gazon doorzaaien met soorten die droogte en maaien verdragen en diep wortelen. Daarna maaien en afvoeren. Frequentie afhankelijk van de groeisnelheid.
Vanaf heden het maaibeheer aanpassen naar één keer per jaar maaien en afvoeren, in november wanneer de gemiddelde dagtemperatuur minder dan 10 graden Celsius bedraagt. Om sneller tot het gewenste einddoel te komen is het mogelijk om het gebied in te zaaien met gebiedseigen, inheemse, autochtone soorten.
21,07 m kloostertuin (bso)
2m bomenlaan
Een strook van twee meter rondom de clumbs eens in de 2 tot 5 jaar gaan maaien (gefaseeerd) en afvoeren buiten het groeiseizoen. Houtige gewassen in de zoom verwijderen.
16m woning
13,39 m
2m bomenlaan
41
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
1,5 m
DOORSNEDE 2. Park en klooster HUIDIGE SITUATIE
± 35 meter clumbs
40
10,82 m clumb
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
De parkzone
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
De moestuin A. Inventarisatie
Het vertrekpunt van het regeneratief ontwerpproces zijn de onderzoeken met betrekking tot flora- en fauna. Een goed inzicht Nieuwe Nieuwesitua�e situa�e in de bestaande waarde en de staat van het groen helpt ons de juiste keuzes te maken. De belangrijkste items zijn op de plattegrond aan de rechterzijde. B. Ecologisch principe In de voormalige moestuin wordt de bouwintensiteit het hoogst. De woningen, bijgebouwen en moestuinen gaan visueel één geheel vormen, dat past in de omgeving.
42
Een stedelijke omgeving brengt een ander milieu met zich mee. Om optimaal op dit milieu in te spelen worden in dit deel van het plangebied ook exoten toegepast, die beter passen bij de ontstane omstandigheden. De nadruk ligt op zogenaamde ‘voedselbossen’. Onderhoudsarme, plantaardige voedselproductie op basis van bosecosystemen. Nabootsen van traditioneel boshabitat (kern, mantel, zoom, zie tabel) met voedselproducerende soorten. Permacultuur wordt hier een belangrijk thema. Zo blijft de referentie naar de voormalige moestuin behouden. Het toepassen van permacultuur dient daarnaast een belangrijk educatief doeleinde voor toekomstige bewoners. Door pluk- en eetbaar groen toe te passen leren kinderen al op jonge leeftijd over de natuur. Het plaatsen van bijenstallen zorgt voor een verse leverantie van honing in het zomerseizoen.
Eetbare/medicinale kruiden, zoals die vroeger ook in kloostertuinen werden toegepast
Struiken met eetbare vruchten
In het gebied worden voorzieningen (schuil-, rust- en nestgelegenheden) voor vogels, vleermuizen en egels geïntegreerd. Ieder type begroeiing heeft zijn eigen microklimaat. Dit microklimaat bepaalt in grote mate welke planten er in kunnen kiemen en welke organismen er in voorkomen. Zo leidt bijvoorbeeld het plaatsen van een prullenbak al tot een microklimaat met een zonnige en warme kant en een microklimaat met een schaduwrijke en vochtige kant. In dit deel van het plangebied worden deze microklimaten zorgvuldig toegepast. Om de bewustwording te vergroten kunnen informatieborden worden geplaatst.
43
Hoge zwarte enkeerdgronden (leemarm en zwak lemig, fijn zand) Huidige moestuin heeft cultuurhistorische kwaliteit
Bomen met eetbare vruchten
Kassencomplex staat centraal
Bestaand bos
-
Veelal bomen aanwezig zonder noemenswaardige gebreken, enkele attentiebomen
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
ONTWERP Orthogonaal ingedeeld, gecultiveerde gronden
PROJECTOMSCHRIJVING PROJECTOMSCHRIJVING
Ecologische Ecologische inspiratiesessie inspiratiesessie Kloostergoed Kloostergoed Theresia Theresia OPDRACHTGEVER OPDRACHTGEVER
BPD BPD Ontwikkeling Ontwikkeling BV BV PROJECTNUMMER PROJECTNUMMER
20202516 20202516 Huidige Huidigesitua�e situa�e
Nieuwe Nieuwesitua�e situa�e
ONTWERPER ONTWERPER
CONTACTPERSOON CONTACTPERSOON
SCHAAL SCHAAL
FORMAAT FORMAAT
Frank Frankvan vanIrsel Irsel
Frank Frankvan vanIrsel Irsel
N.V.T. N.V.T.
A0 A0
TEK. TEK.NO. NO.
DATUM DATUM
VERSIE VERSIE
STATUS STATUS
BLAD BLADNO. NO.
10-06-2020 10-06-2020
001 001
CONCEPT CONCEPT
11van van11
001 001
AUTEURSRECHT AUTEURSRECHTVOORBEHOUDEN VOORBEHOUDEN
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
-
-
Moestuin is laag gelegen binnen het gebied van Theresia
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
De moestuin C. Ruimtelijk principe
1,76m 2 m bospad
60 meter moestuinen
30 meter veld
25 meter zaailingen
30 meter veld
25 meter zaailingen
Bestaand profiel
DOORSNEDE 4. Moestuin HUIDIGE SITUATIE 1,76m 2 m bospad
44
DOORSNEDE 4. Moestuin HUIDIGE SITUATIE
Bomenlaan en cluster van bomen
1,76m 2 m bospad
24,16 meter moestuinen
1,5 m
DOORSNEDE 4. Moestuin ONTWERP VOORSTEL 1,76m 2 m bospad
24,16 meter moestuinen
1,5 m
DOORSNEDE 4. Moestuin geinspireerd op ONTWERPBeplanting VOORSTEL principes permacultuur
Binnenerf
45
Open veld & bosrand
Nader te onderzoeken: woningen en erfafscheiding
12,6 m woning
6m tuin
14 m moestuinen
22,80 m woningen
1,5 m
12,6 m woning
6m tuin
14 m moestuinen
22,80 m woningen
1,5 m
35 m
KRUIDEN
|
ZOOM
|
|
ZOOM
|
MANTEL
|
KERN
MANTEL
|
KERN
35 m
KRUIDEN
Concept profiel Microculturen op specifieke plekken, zoals windstille ruimtes of warme muren.
Woningen, bijgebouwen en (moes)tuinen vormen 1 geheel
Beplanting geinspireerd op principes permacultuur
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
60 meter moestuinen
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
D. Soorten
Bos- en boomgroepen Doel: Bos- of boomgroepen waarin de ontwikkeling vrij wordt gelaten en geen grote ingrepen worden gedaan, anders dan het beheersen van enkele 2m exoten.1,76m Bij nieuwe aanplant nadruk op zogenaamde ‘voedselbossen’. 60 meter bospad moestuinen Nabootsen van een traditioneel boshabitat (kern, mantel, zoom) met voedselproducerende soorten. Het toepassen van exoten is hier toegestaan. Wat hebben we nu? Gevarieerd bos dat wordt gedomineerd door exoten, met name esdoorn en Amerikaanse eik. Inheemse soorten zoals zomereik, en ruwe berk kunnen de exoten nauwelijks beconcurreren waardoor deze verdwijnen. Zaailingen van esdoorn, Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers nemen veel licht weg van de bodem waardoor inheemse soorten zich niet kunnen vermeerderen.
DOORSNEDE 4. Moestuin HUIDIGE SITUATIE
Bestaande soorten - Zomereik, Amerikaanse eik, Noorse esdoorn, gewone esdoorn, gewone beuk, douglasspar, fijnspar en grove den. Enkele walnoten, 30 meter lindes en tamme kastanjes.
Gewenste soorten - Zomereik (30 %), ruwe berk (30 %), gewone beuk en naaldbomen (10 %) en exoten (30 %). Bestaande vruchtdragende bomen zoals de 25 meter walnoot mogelijk te behouden.
- Laurierkers, gewone hulst, taxus, gele kornoelje, Amerikaanse vogelkers en lijsterbes.
- Gewone hulst, lijsterbes, taxus, vuilboompje, plaatselijk exoten zoals krent, Chinees klokje, Rododendron en laurier.
- Ontbreekt nagenoeg. Op open plekken klimop.
- Daar waar voldoende licht op de bodem valt: gewone salomonszegel, dalkruid, Lelietje-van-dalen, speenkruid, bosanemoon en witte klaverzuring. - Elders: klimop en ruigtesoorten zoals pijpenstrootje en bochtige smele.
veld
zaailingen
46
47 1,76m 2 m bospad
24,16 meter moestuinen
1,5 m
12,6 m woning
DOORSNEDE 4. Moestuin Bomenlaan ONTWERP VOORSTEL
Doel Indelen van de ruimte. Het vormen van een visuele scheiding tussen noord en zuid. Centrale ontmoetingsplek in het plangebied. Daarnaast dient de bomenlaan de weggeleiding te bevorderen en de natuurwaarden te versterken. Wat hebben we nu? Bomenlaan, uitsluitend bestaande uit Amerikaanse eik. Een deel van de eiken verkeert in een beginnende aftakelingsfase. Dit uit zich onder andere in zwamaantastingen, een transparante bovenhelft van de kroon en de ontwikkeling van dood hout. Desondanks heeft het grootste deel van de bomen bij ongewijzigde groeiomstandigheden een levensverwachting van meer dan 15 jaar. Bestaande soorten - Amerikaanse eik - Enkele solitaire struiken, voornamelijk laurierkers - Voornamelijk schaduwverdragende grassen Gewenste soorten - Vooralsnog bestaande bomen behouden, op termijn combinatie van zomerlinde, winterlinde en de bastaard - Hollandse linde - Enkele solitaire struiken, zolang het laaneffect daardoor niet wordt verstoord
6m tuin
14 m moestuinen
22,80 m woningen
1,5 m KRUIDEN
35 m |
ZOOM
|
MANTEL
|
KERN
Ruimte voor stadslandbouw/permacultuur
Openbare ruimte tussen woningen
Doel De lokale voedselproductie op kleine schaal koppelen aan maatschappelijke doeleinden zoals ontspanning, sociale cohesie en educatie.
Doel Bewustwording onder bewoners creëren voor natuur en de toepassing van groen.
Wat hebben we nu? Een traditionele moestuin, hoofdzakelijk bestaande uit éénjarige gewassen. De moestuin maakt onderdeel uit van diverse maatschappelijke projecten en vormt een belangrijke plek van samenkomst binnen het projectgebied.
Wat hebben we nu? Een traditionele moestuin, hoofdzakelijk bestaande uit éénjarige gewassen. De moestuin maakt onderdeel uit van diverse maatschappelijke projecten en vormt een belangrijke plek van samenkomst binnen het projectgebied.
Bestaande soorten n.v.t.
Bestaande soorten n.v.t.
Gewenste soorten Intiatieven voornamelijk bij de bewoners laten. Zo weinig mogelijk sturen. Keuzelijsten aanbieden met soorten die toegepast kunnen worden. Onderstaand een voorbeeld van gewenste soorten: - Vruchtdragende boomsoorten zoals: walnoot, tamme kastanje, appel (cultivars geschikt voor zandgrond zoals Malus domestica ‘Engelsche Winter Goud Pearmain’), zwarte moerbei - Vruchtdragende struiken zoals gewone braam, zwarte bes, aalbes, bottelroos, appelbes, hondsroos, kruisbes etc - Pastinaak, peen, wilde cichorei, duizendblad, gewone smeerwortel, grote brandnetel, look-zonder-look, muskuskaasjeskruid, vijfdelig kaasjeskruid, paardenbloem, bijvoet, sint-janskruid, echte valeriaan, teunisbloem, veldzuring, wilde tijm, aardbei etc
Gewenste soorten - Vruchtdragende boomsoorten zoals: walnoot, tamme kastanje, appel (cultivars geschikt voor zandgrond zoals Malus domestica ‘Engelsche Winter Goud Pearmain’), zwarte moerbei - Vruchtdragende struiken zoals gewone braam, zwarte bes, aalbes, bottelroos, appelbes, hondsroos, kruisbes - Pastinaak, peen, wilde cichorei, duizendblad, gewone smeerwortel, grote brandnetel, look-zonder-look, muskuskaasjeskruid, vijfdelig kaasjeskruid, paardenbloem, bijvoet, sint-janskruid, echte valeriaan, teunisbloem, veldzuring, wilde tijm, aardbei etc.
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
De moestuin
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
60 meter moestuinen
30 meter veld
25 meter zaailingen
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
De moestuin
1,76m 2 m bospad
E. Beheer DOORSNEDE 4. Moestuin HUIDIGE SITUATIE
1,76m 2 m bospad
24,16 meter moestuinen
1,5 m
12,6 m woning
6m tuin
14 m moestuinen
22,80 m woningen
1,5 m KRUIDEN
35 m |
ZOOM
|
MANTEL
|
KERN
DOORSNEDE 4. Moestuin ONTWERP VOORSTEL 48
Bomenlaan
Ruimte voor stadslandbouw
Gezien beginnende aftakeling jaarlijks visueel controleren op gebreken. Onderhoudssnoei afstemmen op controle.
Verspreid over het plangebied solitiare, vruchtdragende bomen en struiken en aanplanten. Toepassing van veldjes met eetbare kruiden zoals die vroeger ook in kloostertuinen werden toegepast. Aansturen op zoveel mogelijk meerjarige soorten om te voorkomen dat de bodem jaarlijks bewerkt moet worden. Ruimte laten voor eigen intitiatief van bewoners en goede afspraken maken over het beheer.
Laanverjonging toepassen wanneer 1/5e van de laan is uitgevallen. Tot die tijd geen exemplaren inboeten.
Exoten in uitzonderlijke gevallen beheersen. Dat wil zeggen: hier en daar exoten weg te halen om inheemse soorten te bevoordelen. Het gaat dan met name om Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en esdoorn. Enkele Amerikaanse eiken ringen en gecontroleerd af laten sterven. Meer ruimte creëren voor dood hout. Dat wil zeggen: bomen die dood zijn op vier meter afzagen wanneer deze een risico vormen voor de omgeving. Takafval verwerken in het bos. In de bosrand op enkele plekken groepen exoten weghalen en vervangen voor vruchtdragende soorten. Eens in de vijf jaar een dunningsronde uitvoeren in de bomenetage. Eens in de 2 à 3 jaar een dunningsronde in de struikenetage.
Het beheer is afhankelijk van de hoeveelheid initiatieven en de hoeveelheid vrijwilligers die in de stadslandbouw actief willen zijn.
Zoveel mogelijk kiezen voor open verhardingstypen zoals grasbetontegels. Met name bij parkeerplaatsen. Zo blijft de verticale zuurstofdiffussie en neerslaginfiltratie zoveel mogelijk gehandhaafd. Daarnaast biedt grasbeton kiemgelegenheid voor kruiden.
Bewoners bewustmaken van de microklimaten. Volledig gebasseerd op spontane ontwikkeling. “Onkruiden” zoveel mogelijk laten staan. Het moet voor de bewoners duidelijk met welk doel beheerd wordt in het plangebied.
49
Openbare ruimte tussen woningen Bestaande ‘clumbs’ met bomen worden zoveel mogelijk behouden en duurzaam ingepast om de wijk meteen ‘body’ en een groen aanzien te geven. Verspreid over het plangebied worden vruchtdragende solitaire bomen en struiken aangeplant. De bomen dienen te worden opgenomen in het regulier snoei- en controlebeleid van de gemeente wanneer het gebied openbare ruimte wordt. Indien dat niet het geval is wordt geadviseerd dezelfde snoeien controlefrequentie te hanteren als de gemeente.
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWEPREN
DEEL 3 REGENERATIEF ONTWERPEN
Bos en boomgroepen
Onderhoud van bosplantsoen, klimplanten en stadslandbouw afstemmen op de hoeveelheid vrijwilligers die in het gebied actief is. Beheerfrequentie is daarvan eveneens afhankelijk.
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
Kloostergoed Theresia Vught Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan
De poel A. Inventarisatie
Het vertrekpunt van het regeneratief ontwerpproces zijn de onderzoeken met betrekking tot flora- en fauna. Een goed inzicht in de bestaande waarde en de staat van het groen helpt ons de juiste keuzes te maken. De belangrijkste items zijn op de plattegrond aan de rechterzijde.
Nieuwesitua�e situa�e Nieuwe
B. Ecologisch principe Voortplantingslocatie en leefgebied voor amfibieën en insecten met ongeveer 50 % open water. De ruigte rondom de poel dient te bestaan uit hoge kruiden, braam en in beperkte mate uit solitaire bomen of struiken.
Zoom Zoom
Mantel Mantel
50
Kern Kern
In de huidige situatie liggen twee poelen verscholen in het bos. Rondom de poelen staan veel exoten, waaronder een aantal wintergroene soorten, die jaarrond veel licht op de poel wegnemen. De vele bomen en struiken rondom de poelen zorgen ervoor dat beide poelen vol bladafval liggen. De poel in het oosten van het plangebied betreft een kunstmatige vijver. Het is niet het doel deze
te behouden. De poel in zuidwest hoek van het terrein wordt vergroot. Realiseren van verschillende oeverzones (zon/ schaduw, natuurlijke begroeiing; riet, houtige opslag, kruiden / lage grazige oever, waarvan sommige delen niet betreden kunnen worden door ruigere vegetatie. Dit zorgt voor een leefgebied voor meer verschillende diersoorten (libelle, amfibie). Flauwe, zonbeschenen noordoever en meer beschaduwde begroeide oever. nden: ecologisch interessante inheemse bomen toevoegen + inheemse bloeiende struikvormers
Hoge zwarte enkeerdgronden (leemarm, zwak, lemig, fijn zand) Kunstmatige vijver met doek Afwijkende norm wateroverlast
51
X
Gebied rond de poel is het laagst gelegen deel van Theresia
Omringende weilanden: droge dooradering, vochtig
uidenrijkgrasland grasland uidenrijk
Alle aanwezige bomen zijn zonder noemenswaardige gebreken