Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
3.2
Verkeersgeneratie en -afwikkeling
De projectonderdelen behoren bij de golfbaan of bij andere bestaande functies en hebben zelf geen extra verkeersgeneratie ten opzichte van de huidige situatie. De verkeersafwikkeling blijft onveranderd.
44
HOOFDSTUK 4 BELEID In dit hoofdstuk wordt het project getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op:
nationaal niveau;
provinciaal niveau;
gemeentelijk niveau.
4.1
Nationaal niveau
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ondertekend. De SVIR geeft een integraal kader voor het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid op rijksniveau, en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR worden de ambities van het Rijk tot 2040 geschetst, alsmede doelen, belangen en opgaven tot 2028. In de SVIR kiest het Rijk voor minder nationale belangen en eenvoudiger regelgeving. De reeds ingezette trend om aan de provincies en gemeenten ruimte te laten inzake de ruimtelijke ontwikkelingen wordt versterkt in de SVIR. De SVIR bevat 13 nationale belangen, die worden beschermd middels het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het gaat onder meer om militaire objecten en terreinen, de grote rivieren en het Natuurnetwerk Nederland. Voor onderhavig project zijn geen van de nationale belangen aan de orde.
4.1.2
Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval van de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De projectonderdelen hebben een kleine omvang of zijn qua aard en karakter niet als stedelijke ontwikkelingen aan te merken. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet nodig.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
45
Conclusie Het project wordt niet aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking getoetst.
4.2
Provinciaal niveau
Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de documenten:
Omgevingsvisie Noord-Brabant;
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (ontwerp).
4.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie zal onder meer de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening gaan vervangen. De Omgevingsvisie kent één basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2. werken aan een klimaatproof Brabant; 3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie. Analyse Onderhavig project betreft een aantal kleine aanpassingen ten aanzien van bestaande functies, waaronder de golfbaan Bernardus. Deze relatief kleinschalige ontwikkeling draagt op de volgende wijze bij aan de 'grote' hoofdopgaven. ad 1.
De verschillende projectonderdelen hebben zelf geen invloed op de energietransitie, maar staan deze transitie ook niet in de weg.
ad 2.
De invloed van de projectonderdelen op een klimaatproof Brabant is beperkt. De schuilgelegenheid voor de paarden (activiteit 3.2) alsmede de kleine golfbaangebouwen (projectonderdeel 4) bieden de gebruiker de mogelijkheid te schuilen tegen weersinvloeden en dragen op die wijze beperkt bij aan de klimaatadaptatie.
ad 3.
46
Het project heeft op zichzelf geen invloed op een slimme netwerkstad.
ad 4.
Het project heeft op zichzelf geen invloed op een concurrerende en duurzame economie.
Conclusie Het plan geeft in beperkte mate invulling aan bij de opgaven van de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
4.2.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Op 25 oktober 2019 zullen Provinciale Staten naar verwachting de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vaststellen. Niet lang daarna zal deze verordening in werking treden. In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt hierop reeds vooruitgelopen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant betreft een samenvoeging van de bestaande provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving, waaronder de Verordening ruimte. De Interim omgevingsverordening is opgesteld naar de gedachtegang van de nieuwe Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening heeft een opbouw naar de verschillende doelgroepen. Voor onderhavig project zijn daarom - naast de Algemene bepalingen in hoofdstuk 1 - in beginsel uitsluitend de in hoofdstuk 3 opgenomen 'Instructieregels aan gemeenten' aan de orde. De artikelen in dat hoofdstuk zijn als volgt te onderscheiden (waarbij de volgorde is omgekeerd ten behoeve van vergroting van de toepasbaarheid):
artikelen 33 tot en met 45: toedeling van functies;
artikelen 23 tot en met 32: bescherming van gebiedskenmerken;
artikelen 21 en 22: algemene bepalingen en basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies.
4.2.2.1 Toedeling van functies Projectonderdeel 1: poort en keermuur entree golfbaan Dit projectonderdeel maakt direct deel uit van de ontwikkeling van de golfbaan. Artikel 36.2 van de Interim omgevingsverordening kan worden voorzien in een redelijke uitbreiding van bestaande voorzieningen in het landelijke gebied, als dit past binnen de omgeving.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
47
Dit projectonderdeel bevat enkele bouwwerken die nodig zijn voor het functioneren van de golfbaan en betekent geen uitbreiding van het golfbaanterrein zoals opgenomen in de omgevingsvergunning van 3 juli 2018. Er is daarom geen nadere toetsing aan de Interim omgevingsverordening nodig. Projectonderdeel 2: tuin Bernardus Lodge Bernardus Lodge en de bijbehorende tuin worden afzonderlijk beoordeeld. Het gebruik van het feitelijke gastenverblijf en direct aansluitende tuin - voor zover gelegen binnen de geldende bestemming 'Horeca' - past binnen het vigerende bestemmingsplan. Er hoeft voor dat deel geen toetsing aan de Interim omgevingsverordening meer plaats te vinden. Het deel van de tuin dat onderdeel is van onderhavig project wordt gezien als een uitbreiding van een bestaande voorziening in het landelijke gebied. Ook dit projectonderdeel wordt getoetst aan artikel 36.2 van de Interim omgevingsverordening, wat inhoudt dat er kan worden voorzien in een redelijke uitbreiding, als dit past binnen de omgeving. Er is op de volgende wijze sprake van passendheid binnen de omgeving:
De uitbreiding van de tuin vindt plaats in de zone tussen het golfbaanterrein en Bernardus Lodge, waartussen een intensieve gebruiksrealtie is. Bernardus Lodge betreft immers een van de golfbaanvoorzieningen.
De uitbreiding van de tuin betekent een nieuwe invulling van een perceel dat sinds 2011 niet meer in gebruik was en verrommelde.
Het nieuwe gebruik leidt tot instandhouding van de bestaande landschappelijke structuur van de achterpercelen in het dorpslint St.-Lambertusstraat en draagt daarmee bij aan het behoud van de landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied.
Het projectonderdeel omvat geen toevoeging van gebouwen.
Projectonderdeel 3: natuur en schuilgelegenheid Cromvoirtseweg De Interim omgevingsverordening stelt geen beperkingen ten aanzien van het aanleggen van nieuwe natuur. Er hoeft hieromtrent geen toetsing plaats te vinden. De schuilgelegenheid betreft een kleinschalige voorziening. Conform artikel 36.8 van de Interim omgevingsverordening is gelden voor nieuwvestiging van een dergelijke voorziening een aantal regels. Hierna zijn die regels genoemd, waarbij tevens is aangegeven op welke wijze het projectonderdeel hieraan voldoet.
48
De locatie ligt in een kernrandzone dan wel een gebied dat gezien de ligging en het feitelijk gebruik gerekend kan worden tot de kernrandzone. De locatie van de schuilgelegenheid is onderdeel van de kernrandzone behorende bij de kern Cromvoirt.
De beoogde ontwikkeling brengt slechts kleinschalige bebouwing met zich. De oppervlakte van de schuilgelegenheid bedraagt 30 m². Er is daarmee sprake van een kleinschalig gebouw.
Het bestemmingsplan borgt dat de voorziening inclusief de toegelaten bebouwing, kleinschalig blijft. Onderhavige procedure heeft als doel het verlenen van een omgevingsvergunning voor de in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen activiteiten, waaronder de bouw van een schuilgelegenheid met een oppervlakte van maximaal 30 m². Hiermee is de kleinschaligheid geborgd.
De publieksaantrekkende werking beperkt is. De schuilgelegenheid betreft een voorziening die hoort bij een bestaande burgerwoning en heeft geen publieksaantrekkende werking.
Projectonderdeel 4: kleine gebouwen golfbaan Deze gebouwen kunnen deels worden gerealiseerd door middel van toepassing van de 'kruimelgevallenregeling', opgenomen in artikel 4 van Bijlage II Bor, en deels op basis van het vigerend bestemmingsplan. Er is geen toetsing aan de Interim omgevingsverordening nodig. Projectonderdeel 5: kantoor golfbaan Ook deze activiteiten vormen geen afwijking van het bestemmingsplan, waardoor een toetsing aan de Interim omgevingsverordening achterwege kan blijven. Projectonderdeel 6: verharde paden en terreinverhardingen De Interim omgevingsverordening heeft uitsluitend invloed op de activiteiten 6.1 en 6.4. Omdat de omvang van deze activiteiten dermate beperkt is, is een nadere toetsing echter niet nodig.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
49
4.2.2.2 Bescherming van gebiedskenmerken Ter plaatse van de onderscheiden projectonderdelen komen de volgende te beschermen gebiedskenmerken voor:
regionale waterberging;
behoud en herstel watersystemen;
Natuurnetwerk Brabant - ecologische verbindingszone;
cultuurhistorisch waardevol gebied.
Regionale waterberging De projectonderdelen 4 en 6 liggen, voor zover gelegen in compartiment 3 binnen de aanduiding 'regionale waterberging'. Zoals uit paragraaf 3.1.6 blijkt gaat de verwezenlijking van deze projectonderdelen niet ten koste van het waterbergend vermogen van het gebied. Daarmee wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 25.1 van de Interim omgevingsverordening. Behoud en herstel watersystemen Het oostelijk deel van projectonderdeel 3 ligt tevens binnen de aanduiding 'behoud en herstel watersystemen'. Het beleid in deze gebieden is gericht op verbetering en herstel van het natuurlijke watersysteem van bovenregionaal belang. Eén van de maatregelen die daarbij genoemd worden is het aanleggen van plas-draszones. Het project omvat het aanleggen van een plas-draszone in deze aanduiding en sluit daarmee volledig aan bij het beleid, zoals vastgelegd in artikel 26.1 van de Interim omgevingsverordening. Natuurnetwerk Brabant - ecologische verbindingszone Het oostelijk deel van projectonderdeel 3 ligt binnen de aanduiding 'natuurnetwerk Brabant - ecologische verbindingszone'. Conform artikel 29.1 van de Interim omgevingsverordening moeten ontwikkelingen in deze zone bijdragen aan de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone met een breedte van ten minste 25 meter.
Het project voorziet in de aanleg van een plas-draszone ter versterking van de bestaande ecologische verbindingszone en sluit daarmee volledig aan bij de doelstelling van deze aanduiding. Cultuurhistorisch waardevol gebied De projectonderdelen zijn onderdeel van het cultuurhistorisch waardevolle gebied dat zich uitstrekt van Waalwijk tot 's-Hertogenbosch. Ontwikkelingen binnen een cultuurhistorisch vlak moeten mede gericht zijn op behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van het gebied. Zoals uit hoofdstuk 3 blijkt, sluit
50
het project aan bij het oorspronkelijke kleinschalige landschap en de daaruit voortgekomen verkavelingsstructuur.
4.2.2.3 Algemene bepalingen en basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies De in artikel 21 van de Interim omgevingsverordening opgenomen algemene bepalingen bevatten onder meer het toepassingsbereik van de verordening. Daaruit is op te maken dat - in relatie tot onderhavig project - de verordening uitsluitend van toepassing is op de activiteiten waarvoor vergunning nodig is in het kader van artikel 2.12, lid 1, onder a, ten 3° Wabo. De voor onderhavig project relevante basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zijn:
zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit;
kwaliteitsverbetering landschap;
externe werking Natuurnetwerk Brabant.
Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit bestaat uit zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Behoudens projectonderdeel 3 houden de projectonderdelen verband met de golfbaan Bernardus. Omdat de projectonderdelen niet leiden tot uitbreiding van het golfbaanareaal en ook niet tot uitbreiding van (bovengrondse) gebouwen, is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Voorafgaand aan de aanleg van de golfbaan heeft een zorgvuldige afweging plaatsgevonden over de situering en het ontwerp van de golfbaan (zo is er een milieueffectrapportage doorlopen). Daarbij is de lagenbenadering gehanteerd. Onderhavige projectonderdelen zijn dermate beperkt van omvang dat geen nieuwe afweging in het kader van de lagenbenadering noodzakelijk is. De meerwaarde van het project is al verkregen door de aanleg van de golfbaan. Onderhavige projectonderdelen zijn daaraan ondergeschikt en hebben op zichzelf geen directe meerwaarde, maar zorgen ook niet voor afbreuk daarvan. Projectonderdeel 3 - natuur en schuilgelegenheid Cromvoirtseweg - heeft uitsluitend door zijn ligging verband met golfbaan Bernardus. Er is op meerdere wijzen sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Hoewel dit projectonderdeel leidt tot een uitbreiding van bebouwing, is de omvang beperkt tot het
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
51
strikt noodzakelijke en in overeenstemming met een in het vigerend bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid. De aanleg van de nieuwe natuur is mogelijk door een uitruil van gronden. De nieuwe natuur betreft een versterking van een bestaande ecologische verbindingszone. Door aansluiting te zoeken in zowel ruimtelijk als functioneel opzicht wordt uitvoering gegeven aan de lagenbenadering. De versterking van de ecologische verbindingszone vormt tevens een meerwaarde voor het gebied. Kwaliteitsverbetering landschap De vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap is beschreven in paragraaf 4.3.3 waarin het project aan de gemeentelijke "Beleidsnotitie Kwaliteitsverbetering van het landschap" wordt getoetst. Externe werking Natuurnetwerk Brabant De projectonderdelen zijn dermate beperkt van omvang, dat deze geen externe werking op het Natuurnetwerk Brabant hebben.
4.2.2.4 Conclusie Het project voldoet aan de Interim omgevingsverordening.
4.3
Gemeentelijk niveau
4.3.1
Structuurvisie Vught
Op 19 december 2013 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Vught vastgesteld, waarin de gewenste ruimtelijke structuur voor een periode van 10 tot 15 jaar is vastgelegd. Voor het buitengebied van Cromvoirt bevat de structuurvisie de volgende relevante beleidsuitgangspunten:
behoud en versterking van de kleinschalige en gevarieerde ruimtelijke en functionele karakteristiek;
behoud van waardevolle doorzichten en onbebouwde en besloten zones direct rondom de kern en langs de bebouwingslinten in en rond Cromvoirt;
52
de golfbaan is als project in de lijst van potentiële ontwikkellocaties opgenomen.
Analyse Projectonderdelen 1, 4, 5 en 6 Deze projectonderdelen zijn onderdeel van de de golfbaan, die als ontwikkellocatie in de structuurvisie is opgenomen. De projectonderdelen sluiten daarmee aan bij het beleid in de structuurvisie. Projectonderdeel 2: tuin Bernardus Lodge Dit projectonderdeel omvat de herinrichting van de tuin bij het gastenverblijf dat onderdeel is van het historische bebouwingslint van Cromvoirt. Het project leidt tot het behoud van de bestaande, historische verkavelingsstructuur. Daarmee sluit het project aan op de beleidslijn tot behoud van de ruimtelijke karakteristiek. Projectonderdeel 3: natuur en schuilgelegenheid Dit projectonderdeel omvat de bouw van een schuilgelegenheid voor paarden in combinatie met de aanleg van nieuwe natuur. De schuilgelegenheid leidt niet tot aantasting van de ruimtelijke karakteristiek. De nieuwe natuur zorgt juist voor een versterking daarvan. Er komt een beperkte hoeveelheid bebouwing bij. De omvang van de bebouwing ten opzichte van het omliggende terrein betekent dat geen waardevolle zichtlijnen worden weggenomen. Conclusie Het project past binnen c.q. sluit aan bij de Structuurvisie Vught.
4.3.2
Gebiedsvisie buitengebied
De gemeente Vught heeft een dynamisch buitengebied. Om initiatieven ten behoeve van de leefbaarheid in het buitengebied te stimuleren en ongewenste initiatieven te voorkomen, heeft de gemeente Vught de "Gebiedsvisie buitengebied" vastgesteld. In de gebiedsvisie is opgenomen dat de omgeving van Cromvoirt een multifunctioneel karakter heeft. Recreatie is daarin een belangrijke sector en ook bedrijvigheid heeft een grote sociaal-maatschappelijke functie voor de kern. Ten aanzien van niet-agrarische bedrijvigheid is opgenomen dat er een efficiënt gebruik van bestaande locaties gewenst is en uitbreiding alleen wordt toegestaan mits, a. er een investering in de kwaliteit van het landschap wordt gedaan en het landschap wordt versterkt; b. er geen extra verkeersaantrekkende werking plaatsvindt; c.
er geen extra hinder (geluid, licht of verrommeling) plaatsvindt.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
53
Analyse ad a.
Voor een aantal projectonderdelen is in het kader van de Verordening ruimte kwaliteitsverbetering van het landschap nodig. In paragraaf 4.3.3 is beschreven hoe invulling is gegeven aan die verplichting.
ad b.
Zoals uit paragraaf 3.2 leiden de verschillende projectonderdelen niet tot een toename van het verkeer. Aan deze voorwaarde wordt derhalve voldaan.
ad c.
De projectonderdelen leiden niet tot extra hinder.
Conclusie Het project past in c.q. sluit aan bij de Gebiedsvisie buitengebied.
4.3.3
Beleidsnotitie Kwaliteitsverbetering van het landschap
Naar aanleiding van het uitgangspunt van het leveren van een kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in artikel 3.2 van de Verordening ruimte 2014 (zie paragraaf ) en de daaromtrent gemaakte regionale afspraken, heeft de gemeente Vught de "Beleidsnotitie Kwaliteitsverbetering van het landschap" vastgesteld. Deze paragraaf bevat een beschrijving van de wijze van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals bedoeld in artikel 3.2 van de Verordening. Voor het bepalen van de benodigde investering is de categorie-indeling van ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied van toepassing, gebaseerd op de ruimtelijke impact van de betreffende ontwikkeling:
categorie 1: geen ruimtelijke impact; geen tegenprestatie nodig;
categorie 2: beperkte impact; landschappelijke inpassing volstaat;
categorie 3: grote impact; landschappelijke inpassing én berekende kwaliteitsverbetering van het landschap.
Hierna komt per projectonderdeel aan de orde de benodigde investering, de wijze van kwaliteitsverbetering (fysieke prestatie) en de zekerstelling kwaliteitsverbetering (juridische verankering) aan de orde.
4.3.3.1 Projectonderdeel 1: poort en keermuur entree golfbaan Benodigde investering en wijze van kwaliteitsverbetering Zoals eerder aangegeven vormen de poort en keermuur rechtstreeks onderdeel van de golfbaanontwikkeling. In het Projectafwijkingbesluit Golfbaan Cromvoirt is de kwaliteitsverbetering van het landschap voor de gehele golfbaan opgenomen, uitgaande
54
van een categorie 3-ontwikkeling. Voor het bepalen van de benodigde investering is de methode van het omrekenen van de oppervlakte 'rood' naar de oppervlakte 'groen' gehanteerd. Daarbij werd onderscheid gemaakt in 'netto golfgebied', een 'neutrale zone' en 'nieuwe natuur'. Het netto golfgebied omvat de holes (tees, fairways, bunkers, greens), de oefenholes, de driving range en alle gebouwen en oppervlakteverhardingen; tezamen 29,5 hectare. De neutrale zone en de nieuwe natuur vormen de kwaliteitsverbetering van het landschap; tezamen 49,1 hectare. De poort en keermuur hebben een beperkte omvang en worden gerealiseerd op een locatie die in het netto golfgebied en in de neutrale zone zijn vervat. Dit projectonderdeel leidt niet tot uitbreiding van het netto golfgebied. Er is geen extra kwaliteitsverbetering van het landschap nodig, temeer omdat poort en keermuur zelf ook een kwaliteitsbijdrage leveren. De vormgeving van de poort en keermuur met overwegend hout, maakt dat beide bouwwerken opgaan in het landschap. Er is geen nadere landschappelijke inpassing nodig. Zekerstelling kwaliteitsverbetering Er is geen zekerstelling aan de orde, omdat er geen kwaliteitsverbetering nodig is.
4.3.3.2 Projectonderdeel 2: tuin Bernardus Lodge Benodigde investering Dit projectonderdeel betreft een categorie 3-ontwikkeling met een grote ruimtelijke impact. Naast een landschappelijke inpassing ie een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap nodig. In de gemeentelijke Beleidsnotitie is opgenomen dat de basisinspanning voor de kwaliteitsverbetering 20% bedraagt van de waardevermeerdering van de grond. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt tussen de waarde van de grond op basis van het vigerende bestemmingsplan en de waarde op basis van voorliggend projectafwijkingsbesluit, uitgedrukt in euro's. De gemeente Vught heeft daarvoor vaste m²prijzen vastgesteld voor de diverse functies, zogenaamde 'forfaitaire bedragen'. In onderstaande schema's is de waardebepaling van de grond voor de bestaande en nieuwe situatie weergegeven.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
55
WAARDE GROND BESTAANDE SITUATIE
categorie
omvang
eenheidsprijs
waarde
agrarische grond (onbebouwd)
2.298 m²
€ 5/m²
€ 11.490
totaal
2.298 m²
€ 11.490
WAARDE GROND NIEUWE SITUATIE
categorie
omvang
eenheidsprijs
waarde
horeca (zonder bouwvlak)
1.206 m²
€ 60/m²
€ 72.360
agrarische grond (onbebouwd)
1.092 m²
€ 5/m²
€
totaal
2.298 m²
5.460
€ 77.820
Zoals vermeld moet 20% van de waardevermeerdering van de grond worden ingezet voor de landschappelijke kwaliteitsverbetering, ofwel 20% x (77.820 - 11.490) = € 13.266. Wijze van kwaliteitsverbetering (fysieke prestatie) De kwaliteitsverbetering moet rechtstreeks gerelateerd zijn aan het project, of passen binnen een voorgenomen gemeentelijke ontwikkeling ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap. Bij het bepalen van de omvang van de fysieke prestatie worden niet alleen de kosten van de aanleg in ogenschouw genomen, zoals de verwerving van de gronden c.q. de waarde van de ingebrachte gronden en het feitelijk realiseren van het groen (planvorming, arbeid, materialen), maar ook de onderhouds- en beheerkosten voor een periode van tien jaar (bestemmingsplanperiode conform de Wet ruimtelijke ordening). Voorliggend project omvat het aanleggen van een landschapszone tussen de tennisbaan en het golfbaangebied direct ten noorden van dit projectonderdeel. Er vindt grondverzet plaats waardoor er reliëf wordt gevormd. Voorts wordt er beplanting aangebracht. Het beplantingsplan is als bijlage bijgevoegd. In onderstaand schema is de waarde van de fysieke prestatie gespecificeerd.
56
WAARDE FYSIEKE PRESTATIE
fysieke prestatie
omvang
eenheidsprijs
1. inbreng grond (verschil waarde
860 m²
€ 4/m²
waarde €
3.440
agrarisch onbebouwd en groen) 2. aanbrengen reliëf
(opgave aannemer)
€ 25.500
3. aanschaf bomen
(opgave aannemer)
€ 22.170
4. aanschaf heesters
(opgave aannemer)
€
7.865
5. plaatsing bomen en heesters
(opgave aannemer)
€
9.075
€ 68.050
totaal
De fysieke prestaties vertegenwoordigen een totale waarde van € 68.050, en daarmee wordt ruimschoots aan de 20%-regeling voldaan. Zekerstelling kwaliteitsverbetering De zekerstelling van de landschappelijke inpassing vindt plaats middels een voorschrift in de te verlenen omgevingsvergunning.
4.3.3.3 Projectonderdeel 3: natuur en schuilgelegenheid Cromvoirtseweg Naar analogie van de wijzigingsbevoegdheid zal de paardenschuilgelegenheid in een volgend bestemmingsplan onderdeel worden van de woonbestemming St.Lambertusstraat 91 (relatie-teken). Deze woonbestemming heeft in het vigerende bestemmingsplan een oppervlakte van 1.259 m². De uitbreiding als gevolg van de toevoeging van de schuilgelegenheid wordt deze oppervlakte uitgebreid tot 1.289 m². De uitbreiding van een bestemmingsvlak 'Wonen' tot 1500 m² betreft een categorie 1ontwikkeling. Er is geen tegenprestatie nodig. De verplaatsing van de natuurbestemming betreft geen stedelijke ontwikkeling. Er is voor dat projectonderdeel dan ook geen kwaliteitsverbetering van het landschap nodig.
4.3.3.4 Projectonderdeel 4: kleine gebouwen golfbaan De kleine gebouwen op het golfbaanterrein kunnen worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan. Er is voor dit projectonderdeel geen afwijking van het bestemmingsplan aan de orde. Daarom is ook geen kwaliteitsverbetering van het landschap nodig. Van landschappelijke inpassing is overigens wel sprake, als gevolg van ondergronds bouwen en van duurzaam materiaalgebruik.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
57
4.3.3.5 Projectonderdeel 5: kantoor golfbaan Ook voor dit projectonderdeel geldt dat er geen sprake is van een afwijking van het vigerend bestemmingsplan en dat een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap achterwege kan blijven. De activiteiten vinden ondergronds en inpandig plaats en hebben geheel geen invloed op het landschap.
4.3.3.6 Projectondereel 6: verharde paden Dit projectonderdeel omvat een aantal paden, waarvoor geen kwaliteitsverbetering van het landschap nodig is.
58
HOOFDSTUK 5 UITVOERINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1. milieu; 2. waarden; 3. waterhuishouding.
5.1
Milieu
Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven.
5.1.1
Bodemkwaliteit
5.1.1.1 Inleiding Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie.
5.1.1.2 Analyse Voor de projectonderdelen 1, 3, 4, 5 en 6 omvatten geen objecten waarvoor een bodemonderzoek nodig is. Voor projectonderdeel 2 is wel een bodemonderzoek nodig. Projectonderdeel 2: tuin Bernardus Lodge Om de bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Lankelma Geotechniek Zuid uit een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Verkennend bodemonderzoek locatie aan de St.-Lambertusstraat 59 te Cromvoirt" (23 januari 2012, nr. 65571). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 1. Lankelma concludeert dat er vanuit bodemkwaliteitsoogpunt geen beperkingen zijn ten aanzien van het voorgenomen gebruik. Hoewel het bodemonderzoek ouder is dan vijf jaar is het nog steeds bruikbaar, omdat er sinds het uitvoeren van het onderzoek geen bodemvervuilende activiteiten hebben plaatsgevonden en omdat er geen gebouwen gerealiseerd gaan worden.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
59
5.1.1.3 Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het project.
5.1.2
Bedrijven en milieuzonering
5.1.2.1 Inleiding Om te voorkomen dat als gevolg van het project voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:
de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;
bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling.
Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.
5.1.2.2 Analyse Invloed project op de omgeving De projectonderdelen 1, 3, 4, 5 en 6 hebben geen extra invloed op de omgeving. Er vindt derhalve geen nadere beoordeling plaats. Projectonderdeel 2 bevat twee objecten waarvan het gebruik mogelijk invloed heeft op de omgeving: het zwembad en de tennisbaan. Beide objecten zijn onderdeel van het gastenverblijf en zullen derhalve uitsluitend door de gasten gebruikt worden. Cauberg-Huygen uit Son heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van zwembad en tennisbaan; rapport "Bernardus Lodge. St.-Lambertusstraat 59 te Cromvoirt; akoestisch onderzoek hotel, zwembad en tennisbaan" (21 januari 2019, nr. 05169-4899601). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 2. Uit het onderzoeksrapport valt te concluderen dat het geluid als gevolg van het gebruik van zowel zwembad als tennisbaan voldoet aan de eisen die in het kader van de Wet ruimtelijke ordening als het Activiteitenbesluit worden gesteld. Invloed omliggende inrichtingen op project Het project omvat geen milieugevoelige objecten. Er is geen beoordeling van de invloed van omliggende inrichtingen nodig.
60
5.1.2.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het project.
5.1.3
Externe veiligheid
5.1.3.1 Inleiding Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit.
5.1.3.2 Analyse Het project omvat geen nieuwe kwetsbare objecten. Een nadere toetsing aan het aspect externe veiligheid is niet nodig.
5.1.3.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het project.
5.1.4
Geurhinder veehouderijen
5.1.4.1 Inleiding Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het project geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het project.
5.1.4.2 Analyse Het project omvat geen nieuwe geurgevoelige objecten. Een nadere toetsing aan het aspect geurhinder veehouderijen is niet nodig.
5.1.4.3 Conclusie Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor het project.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
61
5.1.5
Geluid
5.1.5.1 Inleiding Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd.
5.1.5.2 Analyse Het project omvat geen nieuwe geluidgevoelige objecten. Een nadere toetsing aan het aspect geluidhinder is niet nodig.
5.1.5.3 Conclusie Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het project.
5.1.6
Luchtkwaliteit
5.1.6.1 Inleiding Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
5.1.6.2 Analyse Effecten project op luchtkwaliteit De onderscheiden projectonderdelen hebben geen verkeersgeneratie, hetgeen betekent dat het project geen effect heeft op de luchtkwaliteit. Goed woon- en leefklimaat De projectonderdelen liggen niet nabij auto(snel)wegen, andere wegen met een hoge verkeersintensiteit of een concentratie van pluimveehouderijen. Er kan derhalve gesteld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
62
5.1.6.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het project.
5.1.7
Milieueffectrapportage
5.1.7.1 Inleiding Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, of waarvoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is.
5.1.7.2 Analyse In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan "Golfbaan Cromvoirt" (2010) is een milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen. Aanleiding daarvoor was de verplichting vanuit het destijds geldende Besluit milieueffectrapportage. Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. Het aanleggen van een golfbaan is daarin niet meer als m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit opgenomen. Voor voorliggend initiatief tot aanpassing van de golfbaan hoeft derhalve geen m.e.r. te worden doorlopen. N.B. De "winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem met een terreinoppervlakte van meer dan 25 hectare" is wel m.e.r.-plichtig. De ontgronding van het terrein van de golfbaan ten behoeve van de aanleg van het reliëf en de waterpartijen wordt als een dergelijke winning gezien. In het kader van de ontgrondingsvergunning is derhalve een m.e.r. doorlopen.
5.1.7.3 Conclusie Het project is niet m.e.r.(-beoordelings)plichtig. Het project heeft geen belangrijke nadelige milieugevolgen.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
63
5.2
Waarden
5.2.1
Archeologie
5.2.1.1 Inleiding Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten.
5.2.1.2 Analyse Projectonderdeel 1: poort en keermuur entree golfbaan Het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied 2011" stelt het uitvoeren van een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen, zoals afgraven, vergraven of egaliseren, draineren, onderbemalen en het graven van sloten, verharden. De aanleg van poort en keermuur omvat dergelijke bodemingrepen. Ter plaatse van projectonderdeel 1 heeft Vestigia uit Amersfoort een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd: rapport "Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van een woning aan de Deutersestraat 39 te Cromvoirt, gemeente Vught" (8 maart 2017, nr. V1325). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 3. Zoals uit de titel blijkt is het onderzoek uitgevoerd voor de nieuwbouw van een woning. Inmiddels is die ontwikkeling niet meer aan de orde. Het onderzoek is bruikbaar voor de golfbaanontwikkeling. Vestigia stelt dat - gezien de aangetroffen verstoringen, in combinatie met de gehanteerde boordichtheid en het ontbreken van archeologische indicatoren - de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats klein is. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek adviseert Vestigia daarom de archeologische verwachting voor het plangebied bij te stellen naar 'laag' en geen vervolgstappen te doen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg.
Projectonderdeel 2: tuin Bernardus Lodge Ook ter plaatse van projectonderdeel 2 geldt dat bodemingrepen moeten worden voorafgegaan van een archeologisch onderzoek. Het uitvoeren van een onderzoek is ter plaatse echter niet zinvol, omdat er sprake is van een reeds geroerde situatie. Voorheen heeft binnen dit plandeel een café gestaan. Het is derhalve niet aannemelijk dat er nog archeologische resten worden aangetroffen.
64
Projectonderdeel 3: natuur en schuilgelegenheid Cromvoirtseweg Zoals in paragraaf 3.1.3.4 hebben de bodemingrepen van projectonderdeel 3 reeds plaatsgevonden. Tijdens de werkzaamheden is niet op archeologische waarden gestuit. Projectonderdeel 4: kleine gebouwen golfbaan De kleine gebouwen zijn gerealiseerd op locaties waarop in het kader van het bestemmingsplan "Golfbaan Cromvoirt" al archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden en die als gevolg daarvan zijn vrijgegeven voor bodemingrepen. Er is derhalve geen aanvullend onderzoek meer nodig. Projectonderdeel 5: kantoor golfbaan De activiteit van dit projectonderdeel die tot een bodemingreep leidt vindt eveneens plaats op locatie als gevolg van eerder archeologisch onderzoek is vrijgegeven. Ook hier is geen nader archeologisch onderzoek nodig. Projectonderdeel 6: verharde paden Ook voor de verharde paden en oppervlakteverhardingen geldt dat op die locaties reeds archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden, waaruit is gebleken dat geen aanvullend onderzoek meer nodig is. Ondanks een zorgvuldig onderzoek of een zorgvuldige afweging kan nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden archeologische sporen of resten worden aangetroffen. Conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister.
5.2.1.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor het project.
5.2.2
Cultuurhistorie
5.2.2.1 Inleiding Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
65
5.2.2.2 Analyse Het gebied ten noorden van Cromvoirt is onderdeel van de Baardwijkse Overlaat, dat een cultuurhistorisch landschap van provinciaal belang is. Ter plaatse van het gebied zijn conform de beschrijving de volgende waarden en kenmerken aanwezig: het complex met dijken en wielen en het afwateringskanaal 's-Hertogenbosch-Drongelen (Drongelens Kanaal). Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het wenselijk om de cultuurhistorische waardering te verhogen door vergroting van de beleving. Hoewel het niet in de provinciale beschrijving van het gebied is opgenomen, wordt ook het oorspronkelijke patroon van lange, smalle percelen in het algemeen als waardevol gezien. In de zone direct ten noorden van de Nieuwkuikseweg, de Cromvoirtseweg en de St.Lambertusstraat zijn resten van dit cultuurhistorische landschap nog steeds aanwezig. Onderdeel van de aanleg van de golfbaan is een landschapsinrichtingsplan waarin het gebied waar de feitelijke golfbaan wordt/is aangelegd het karakter van een heidelandschap heeft gekregen. Het is wenselijk de cultuurhistorische verkaveling aan de zuidzijde van de golfbaan te behouden en waar mogelijk te versterken. Het golfbaanproject geeft tevens invulling aan deze versterking door het opnieuw aanbrengen van de oorspronkelijke houtwalstructuren. Projectonderdelen 1, 4, 5 en 6 (gedeeltelijk) liggen in het heidelandschap van de golfbaan.
De werkzaamheden zijn dermate beperkt van omvang dat deze niet of nauwelijks van invloed zijn op het landschap. Projectonderdelen 2, 3 en 6 (gedeeltelijk) worden gerealiseerd in de zone met de cultuurhistorische verkaveling. De ontwikkelingen vinden plaats met behoud van de verkavelingsstructuur en de opgaande beplanting op de perceelgrenzen, of zorgen juist voor een versterking daarvan. Er worden geen cultuurhistorische waarden aangetast.
5.2.2.3 Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het project.
66
5.2.3
Natuurwaarden
5.2.3.1 Inleiding Ten behoeve van de bescherming van natuurwaarden geldt de Wet natuurbescherming. De daarin opgenomen bescherming omvat de onderdelen:
gebiedsbescherming;
soortenbescherming;
bescherming van houtopstanden.
5.2.3.2 Analyse Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Brabant. Ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden moet het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. De verschillende projectonderdelen gaan behoren bij bestaande functies, zijn beperkt van omvang en hebben geen eigen verkeersaantrekkende werking. Geconcludeerd mag worden dat er geen sprake is van negatief effect op natuurgebieden. De aanleg van de natuurzone draagt er zelfs positief aan bij. In het kader van de Wet natuurbescherming is op 21 april 2020 een aanvraag om vergunning ingediend voor de exploitatie van de golfbaan en het uitvoeren van de in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen werkzaamheden. Deze aanvraag omvat onder meer een stikstofdepositie-onderzoek, waaruit volgt dat door toepassing van interne saldering voldaan wordt aan de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar. De procedure hieromtrent loopt thans nog. Soortenbescherming De onderscheiden projectonderdelen vormen geen aantasting van beschermde soorten. Algemeen geldt de zorgplicht conform artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Bescherming van houtopstanden Het project omvat niet het kappen van bomen buiten de bebouwde kom of in een houtopstand van meer dan 10 are, of het kappen van een bomenrij van meer dan 20 bomen.
Er is derhalve geen herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
67
5.2.3.3 Conclusie Het aspect natuurwaarden vormt geen planologische belemmering voor het project.
5.3
Waterparagraaf
5.3.1
Inleiding
Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap De Dommel. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een project. Deze waterparagraaf is een onderdeel van de watertoets. De waterparagraaf beschrijft zowel de huidige als toekomstige waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater).
5.3.2
Beleid
In deze paragraaf is het relevante vigerende beleid opgenomen.
5.3.2.1 Nationaal niveau
Het Nationaal Waterplan Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.
5.3.2.2 Provinciaal niveau
Het Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2016-2021 Dit plan bevat het strategische waterbeleid van de provincie Noord-Brabant voor de periode 2016-2021. Naast beleidskader is het Provinciaal Waterplan ook toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water. Bovendien dient het plan als structuurvisie voor het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening.
68
5.3.2.3 Gemeente Vught Het gemeentelijk water- en rioleringsbeleid is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2012 - 2017, dat op 22 december 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Gescheiden riolering in Vught In totaal ligt in de gemeente ruim 200 kilometer vrijvervalriolering (vuil- en hemelwaterriolen). Nagenoeg overal ligt naast het vuilwaterriool ook een hemelwaterriool, behoudens een incidentele straat en delen van de 'Villawijk' waar alleen een vuilwaterriool ligt. In de gemeente Vught ligt nergens een gemengde riolering. Afvalwaterstromen moeten gescheiden blijven. Het is niet toegestaan hemelwater en afvalwater gemengd af te voeren. Dit geldt zowel voor het stedelijk gebied als voor het buitengebied. Hemelwater mag niet op het vuilwaterriool worden geloosd. Hemelwater Hemelwater moet op een verstandige wijze worden behandeld bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Met behulp van de afvoernormen kan de benodigde waterberging en/of retentievoorziening worden berekend. Conform de landelijke uitgangspunten is de voorkeursvolgorde voor de te treffen compenserende maatregel: vasthouden - bergen afvoeren. Op eigen terrein vasthouden en bergen (infiltreren) heeft de voorkeur. In eerste instantie is de perceeleigenaar zelf verantwoordelijk voor de verwerking op zijn/haar terrein.
De zorg voor het verwerken van schoon hemelwater rust (in elk geval) op de perceeleigenaar.
5.3.2.4 Waterschap De Dommel Onderhavig plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap De Dommel. Het waterschapsbeleid is onder meer beschreven in:
Het Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' is een strategisch document. Hierin wordt aangegeven wat de doelen zijn voor de periode 2016-2021 en hoe het waterschap dit wil bereiken. Het plan is afgestemd op het Stroomgebiedsbeheerplan Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal Waterplan. Dit waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021.
Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
69
de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak. Hieromtrent is in de Algemene regels bij de keur het volgende opgenomen: 1. Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 2000 m² stelt het waterschap geen nadere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid. 2. Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 2000 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m) 3. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig.
De notitie Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk De beleidsnotitie 'Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk’ maakt inzichtelijk welke hydrologische consequentie(s) ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hebben op het watersysteem. Het bevat beleidsuitgangspunten, voorwaarden en normen om de negatieve hydrologische consequenties te compenseren. Tevens zijn de navolgende toetsaspecten opgenomen: 1. afvoer uit het gebied; 2. oppervlaktewaterstanden; 3. overlast/schade; 4. grondwateraanvulling; 5. grondwaterstanden.
5.3.3
Watersysteem
5.3.3.1 Bodem Er heeft geen specifiek onderzoek plaatsgevonden naar de infiltratiecapaciteit van de bodem. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek (zie paragraaf 5.1.1) blijkt dat ter plaatse sprake is van een zandbodem. De waterdoorlatendheid is goed.
5.3.3.2 Oppervlaktewater Binnen het plangebied en in de directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig.
70
5.3.3.3 Grondwater De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) binnen het plangebied bedraagt meer dan 80 cm onder maaiveld (bron: bodemdata.nl).
5.3.3.4 Waterschapsbelangen Delen van de projectonderdelen 4 en 6 vinden plaats binnen regionaal waterbergingsgebied. Hierop is in paragraaf 4.2.2.2 nader ingegaan. Voorts wordt opgemerkt dat het waterschap reeds een vergunning heeft verleend voor de activiteiten in dit waterbergingsgebied.
5.3.4
Projectonderdeel 1: poort en keermuur entree golfbaan
5.3.4.1 Hemelwater Projectonderdeel 1 omvat een aantal bouwwerken met een beperkte oppervlakte. Het hemelwater dat op de bouwwerken valt wordt ter plaatse in de bodem geïnfiltreerd.
5.3.4.2 Afvalwater Er is geen sprake van afvalwater.
5.3.5
Projectonderdeel 2: tuin Bernardus Lodge
5.3.5.1 Hemelwater Op het gehele perceel St.-Lambertusstraat 59 wordt circa 1.700 m² gesloten verharding (inclusief tennisbaan) aangelegd. De toename van het verharde oppervlak bedraagt minder dan 2.000 m², waardoor het waterschap geen nadere eisen stelt. Desondanks is het van belang het hemelwater goed te verwerken om wateroverlast te voorkomen. Uit toepassing van de eerder genoemde rekenregel (gevoeligheidsfactor 1) volgt dat de bergingscapaciteit (1700 x 1 x 0,06 =) 102 m³ moet bedragen. Voor het project is gekozen voor infiltratie van het hemelwater middels het aanbrengen van enkele grindkoffers in de landschappelijke zone direct ten noorden van de tennisbaan. Vanuit deze grindkoffers wordt het hemelwater rechtstreeks in de boden geïnfiltreerd. Er vindt geen overstort plaats naar het openbaar gebied of lozing op het gemeentelijk riool. Er is daarmee sprake van volledige afkoppeling.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
71
5.3.5.2 Afvalwater Uitgangspunt is dat het vuile afvalwater en het schone hemelwater worden gescheiden. Van vuil afvalwater is uitsluitend sprake bij lediging van het zwembad. Het chloorhoudende water zal dan na filtering op de bestaande riolering in de St.-Lambertusstraat worden geloosd.
5.3.6
Projectonderdeel 3: natuur en schuilgelegenheid Cromvoirtseweg
5.3.6.1 Hemelwater Er is geen sprake van toename van het verharde terreinoppervlak en slechts een beperkte toename van het bebouwde oppervlak (30 m²). Het hemelwater vanaf het bebouwde oppervlak zal ter plaatse in de bodem infiltreren, zonder dat daar voorzieningen voor nodig zijn.
5.3.6.2 Afvalwater Er is geen sprake van afvalwater.
5.3.7
Projectonderdeel 4: kleine gebouwen golfbaan
5.3.7.1 Hemelwater Een deel van de kleine gebouwen wordt ondergronds aangelegd. Het hemelwater op die gebouwen zal via de bodem afvloeien. Het derde gebouw heeft een oppervlakte die dermate beperkt is, dat het hemelwater direct naast het gebouw rechtstreeks in de bodem zal infiltreren, zonder het aanleggen van voorzieningen.
5.3.7.2 Afvalwater In twee kleine gebouwen zijn sanitaire voorzieningen aangebracht. Het afvalwater wordt geloosd op septic tanks.
5.3.8
Projectonderdeel 5: kantoor golfbaan
5.3.8.1 Hemelwater Dit projectonderdeel leidt niet tot een toename van het verhard oppervlak. Er is derhalve geen extra hemelwater te verwerken.
72
5.3.8.2 Afvalwater Dit projectonderdeel leidt ook niet tot een toename van het afvalwater, ten opzichte van de reeds vergunde situatie.
5.3.9
Projectonderdeel 6: verharde paden
5.3.9.1 Hemelwater Het hemelwater vanaf de verharde oppervlakken vloeit af naar de berm en zal ter plaatse in de bodem infiltreren.
5.3.9.2 Afvalwater Er is geen sprake van afvalwater.
5.3.10 Waterkwaliteit Er zijn geen bijzondere maatregelen genomen om vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. Overeenkomstig de eis van het waterschap worden in principe geen uitlogende materialen toegepast.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
73
74
HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Kostenverhaal Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' is (artikel 6.12 lid 2a Wro). In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in onderhavig project opgenomen ontwikkelingen behoren niet tot de in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Het vaststellen van een exploitatieplan is derhalve niet verplicht. Gemeentelijke grondexploitatie De gemeente heeft geen gronden in het plangebied in eigendom. Alle kosten en risico's van de planontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemers. De gemeentelijke grondexploitatie wordt dus niet belast door voorliggend project. De financiële uitvoerbaarheid van het project is hiermee aangetoond.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
75
76
HOOFDSTUK 7 MOTIVERING Het project is planologisch aanvaardbaar op basis van de volgende overwegingen. 1. Het project omvat vijf projectonderdelen, die verbonden zijn met de ontwikkeling van de golfbaan Cromvoirt, en één meer op zichzelf staand project. De omvang van de projectonderdelen is relatief beperkt. 2. De projectonderdelen passen binnen het ruimtelijke beleid van de verschillende overheden. 3. De projectonderdelen zijn milieutechnisch inpasbaar. 4. Er worden geen waarden aangetast.
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
77
78
BIJLAGEN Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek zwembad en tennisbaan
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
Bijlage 4
Aanzet verbeelding
R.O. PROJECTAFWIJKINGSBESLUIT GOLFBAAN CROMVOIRT 2020
79
80
Science Park Eindhoven 5634 5692 EN SON T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl www.cauberghuygen.nl
K.v.K. 58792562 IBAN NL71 RABO 0112 075584
Bernardus Lodge, St.-Lambertusstraat 59 te Cromvoirt; akoestisch onderzoek hotel, zwembad en tennisbaan
Datum Referentie
21 januari 2019 05169-48996-01
Referentie Rapporttitel
05169-48996-01 Bernardus Lodge, St.-Lambertusstraat 59 te Cromvoirt; akoestisch onderzoek hotel, zwembad en tennisbaan
Datum
21 januari 2019
Opdrachtgever
Bureau Verkuylen Veemarktkade 8 5222 AE 'S-HERTOGENBOSCH De heer ing. J. Nijssen
Contactpersoon
Behandeld door
ing. T.H.A.M. Taris ir. S. Segers Cauberg Huygen B.V. Science Park Eindhoven 5634 5692 EN SON Telefoon 088-5152505
Bernardus Lodge, St.-Lambertusstraat 59 te Cromvoirt; akoestisch onderzoek hotel, zwembad en tennisbaan
05169-48996-01 21 januari 2019 Pagina 1
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Uitgangspunten akoestisch onderzoek
5
2.1 2.2 2.3
Gehanteerde onderzoeksgegevens Situering inrichting Maximaal representatieve bedrijfssituatie
5 5 5
3
Normstelling
8
3.1 3.2 3.3
Activiteitenbesluit VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” Indirecte hinder
8 8 10
4
Rekenmodel
11
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.5.1 4.5.2
Gehanteerde meet- en rekenmethoden Bodemgebieden Objecten Rekenpunten Geluidbronnen Geluidbronnen directe hinder Geluidbronnen indirecte hinder
11 11 11 11 11 11 13
5
Rekenresultaten
14
5.1 5.2 5.3
Directe hinder - langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT Directe hinder - maximale geluidniveaus LAmax Indirecte hinder
14 14 15
6
Samenvatting en conclusies
17
Bernardus Lodge, St.-Lambertusstraat 59 te Cromvoirt; akoestisch onderzoek hotel, zwembad en tennisbaan
05169-48996-01 21 januari 2019 Pagina 2
Figuren Figuur I
Aangereikte situatietekening
Figuur II Figuur II-1 Figuur II-2 Figuur II-3 Figuur II-4 Figuur II-5
Overzicht rekenmodel Overzicht gebouwen en bodemgebieden Overzicht toetspunten Overzicht geluidbronnen directe hinder LAr,LT Overzicht geluidbronnen directe hinder LAmax Overzicht geluidbronnen indirecte hinder
Bijlagen Bijlage I Bijlage I-1 Bijlage I-2 Bijlage I-3 Bijlage I-4
Invoergegevens rekenmodel Invoergegevens objecten rekenmodel Invoergegevens geluidbronnen directe hinder LAr,LT Invoergegevens geluidbronnen directe hinder LAmax Invoergegevens geluidbronnen indirecte hinder
Bijlage II Bijlage II-1 Bijlage II-2 Bijlage II-3
Rekenresultaten Rekenresultaten directe hinder LAr,LT Rekenresultaten directe hinder LAmax Rekenresultaten indirecte hinder
Bernardus Lodge, St.-Lambertusstraat 59 te Cromvoirt; akoestisch onderzoek hotel, zwembad en tennisbaan
05169-48996-01 21 januari 2019 Pagina 3
1
Inleiding
Cauberg Huygen B.V. heeft in opdracht van Bureau Verkuylen een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsituatie bij meerdere bestaande woningen in de nabijheid van het Bernardus Lodge aan de St.-Lambertusstraat 59 te Cromvoirt. Bernardus Lodge is een klein hotel met 8 tweepersoonskamers dat onderdeel is van het golfbaancomplex Bernardus Golf. Bij de verblijfsaccommodatie wordt een nieuw zwembad en tennisbaan gerealiseerd. Bureau Verkuylen is bezig met het opstellen van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het zwembad en de tennisbaan bij de Bernardus Lodge. Zowel het zwembad als de tennisbaan passen niet in het vigerend bestemmingsplan, zodat de vergunning een afwijking van het bestemmingsplan vormt. Door Bureau Verkuylen wordt een ruimtelijke onderbouwing opgesteld ten behoeve van het projectafwijkingsbesluit. In het kader van deze ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Door de gemeente Vught is bovendien aangegeven dat een akoestisch onderzoek wenselijk is, gezien voorliggende situatie een tennisbaan en zwembad behorende bij horeca in een dichtbebouwde omgeving betreft.
In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ dient vastgesteld te worden of ter plaatse van de bestaande geluidgevoelige bestemmingen (woningen) geen ontoelaatbare geluidhinder ontstaat door de activiteiten van de nabij gelegen inrichting (onderdelen: tennisbaan, zwembad, hotel). Voor het onderzoek is de geluiduitstraling van de inrichting berekend op basis van de aangeleverde representatieve bedrijfssituatie, literatuurgegevens en akoestische ervaringscijfers die opgedaan zijn bij vergelijkbare inrichtingen. Het onderzoek heeft betrekking op het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en maximale geluidniveau (LAmax). Het onderzoek is uitgevoerd volgens de ‘Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai’ (1999). De optredende geluidniveaus zijn beoordeeld aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en volgens de systematiek van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009). In deze rapportage worden de uitgangspunten, de resultaten en de toetsing van het akoestisch onderzoek beschreven.
Bernardus Lodge, St.-Lambertusstraat 59 te Cromvoirt; akoestisch onderzoek hotel, zwembad en tennisbaan
05169-48996-01 21 januari 2019 Pagina 4
2
Uitgangspunten akoestisch onderzoek
2.1
Gehanteerde onderzoeksgegevens
Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksgegevens: - De ontwerptekeningen opgesteld door Studio Redd gedateerd 27 juni 2018. - ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’ (hierna: ‘Handleiding’). - De Duitse norm VDI 3770 van april 2002: Emissionskennwerte technischer Schallquellen: Sport- und Freizeitanlagen. - Bureau-ervaringscijfers. In bijgevoegde figuur I is de aangereikte situatietekening opgenomen. 2.2
Situering inrichting
De Bernardus Lodge is gelegen aan de St.-Lambertusstraat 59 te Cromvoirt (gemeente Vught). Bernardus Lodge is een klein hotel met 8 tweepersoonskamers dat onderdeel is van het golfbaancomplex Bernardus Golf. Bij de verblijfsaccommodatie wordt (buiten) een nieuw zwembad en tennisbaan gerealiseerd. De planlocatie is direct naast woningen van derden gelegen. De inrichting van Bernardus Lodge is weergegeven in figuur 2.1.
Figuur 2.1:
2.3
Overzicht inrichting Bernardus Lodge
Maximaal representatieve bedrijfssituatie
Bernardus Lodge is onderdeel van het golfbaancomplex Bernardus en zal 8 tweepersoonskamers aanbieden. Enkel golfbaangasten kunnen de gasten van het hotel zijn, de hotelkamers worden niet ‘los’ verhuurd. In het hotel bevindt zich geen keuken of restaurantgedeelte. Het ontbijt vindt plaats in het golfbaanclubhuis of op de kamer. Er wordt (buiten) een nieuw zwembad en tennisbaan gerealiseerd. Beide voorzieningen worden niet voorzien van verlichting, waardoor het gebruik beperkt is tot de momenten met daglicht. Dit komt neer op de dag- en avondperiode uitgaande van de zomermaanden. De afstand van het zwembad tot aan de dichtstbijzijnde woning (St.-Lambertusstraat 61) bedraagt 22 meter, voor de tennisbaan is dit 40 meter.
Bernardus Lodge, St.-Lambertusstraat 59 te Cromvoirt; akoestisch onderzoek hotel, zwembad en tennisbaan
05169-48996-01 21 januari 2019 Pagina 5
De maximaal representatieve bedrijfssituatie (RBS) bestaat uit de bedrijfssituatie die vaker dan 12 keer per jaar voorkomt en voor de hoogste geluidbijdrage op de gevels van de woningen zorgt. Gezien er geen verlichtingsmasten geplaatst worden, zal het zwembad en de tennisbaan niet in gebruik zijn gedurende de nachtperiode (23.00u t/m 07.00u). Tijdens de maximaal representatieve bedrijfssituatie is sprake van de volgende activiteiten op, of in de directe nabijheid van de Bernardus Lodge, uitgaande van volledige bezetting van het hotel: - het in bedrijf zijn van de installaties ten behoeve van het binnenklimaat van het hotel; - het aan- en afrijden / parkeren van personenauto’s bij de parkeerplaatsen op het terrein van de verblijfsaccommodatie in de dag-, avond en nachtperiode; - rijdende golfkarren tussen het hotel en het golfbaancomplex aan de noordzijde in de dag- en avondperiode; - het gebruik van het zwembad in de dag- en avondperiode; - het gebruik van de tennisbaan in de dag- en avondperiode. Het maximaal representatieve verkeer dat van en naar de inrichting rijdt bestaat uit maximaal 8 personenauto’s (8 kamers) met de volgende gehanteerde verdeling over een etmaalperiode: o Dag (07u-19u): 8 auto’s. o Avond (19u-23u): 5 auto’s. o Nacht (23u-07u): 3 auto’s. Opgemerkt wordt dat ieder voertuig twee voertuigbewegingen genereert (arriveren en vertrekken).