Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan Rozenoord
Tekst van het document
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 27
Beoordeling en conclusie Uit de uitsnede van de Groenstructurenkaart blijkt dat langs de bomen langs de randen van het plangebied zijn aangeduid als structuurbepalend of beeldbepalend groen. Binnen het plangebied zelf zijn op basis van de kaart geen bijzondere groenobjecten en/of structuren aanwezig.
Uitsnede Groenstructuurkaart
De ontwikkeling is op voldoende afstand van de bestaande bomen in de openbare ruimte gelegen. Hiermee wordt de vitaliteit van de boom gegarandeerd en de aanwezige bomenstructuur wordt niet benadeeld. De ontwikkeling is niet in strijd met de Nota Groen en sluit aan bij de wens om de nader aangeduide groenobjecten te behouden. Bij de verdere uitwerking van het (groen)gebied rondom de toekomstige bebouwing wordt aangesloten bij de beleidsuitgangspunten van de Nota.
3.3.6
Notitie waardevolle bomenlijst en Waardevolle- en monumentale bomenlijst
Toetsingskader Alle waardevolle bomen in de gemeente Vught zijn opgenomen op de waardevolle bomenlijst en krijgen daarmee de noodzakelijke bescherming. De Lijst Waardevolle Bomen heeft tot doel te komen tot een duurzaam beleid voor waardevolle bomen en deregulering. Op de lijst zijn alle kapvergunning plichtige bomen opgenomen. Voor alle bomen, die niet zijn opgenomen op de lijst, geldt dat geen kapvergunning noodzakelijk is. De Lijst Waardevolle Bomen is gekoppeld aan de APV. Beoordeling en conclusie Op de Lijst Waardevolle Bomen worden drie categorieën particuliere bomen onderscheiden: vlakken, lijnen en punten. Op de waardevolle bomenlijst zijn alleen particuliere bomen opgenomen. Gemeentelijke bomen blijven volgens de APV kapvergunningsplichtig. Dit geldt alleen voor bomen met een stamdiameter > 30 cm op 1.30m boven maaiveld in boomvlakken of boomstructuren.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 28
Uitsnede groene kaart Vught
Binnen het plangebied zijn ter plaatse van het achtererfgebied circa vier bomen en ter plaatse van het voorerf circa 6 bomen aanwezig. In totaal gaat het om circa 10 bomen. Dit zijn geen waardevolle bomen. Voor het kappen van de bomen is geen kapvergunning noodzakelijk.
3.3.7
Parkeerbeleid en Parkeernota 2013-2022
Toetsingskader De nota ‘Parkeerbeleid en Parkeernota 2013-2022’ geeft richting aan de wijze waarop de (beperkte) parkeerruimte in de gemeente Vught te verdelen is en de wijze waarop in de parkeerbehoefte (auto en fiets) te voorzien is. Daarbij wordt rekening gehouden met leefbaarheid, veiligheid en de kwaliteit van de openbare ruimte. De actualisatie van de parkeerkengetallen van het CROW (kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) in 2012 was één van de redenen om de parkeernormen te actualiseren. Dat geldt eveneens voor de wijze waarop de parkeerplaatsverplichting voor het centrumgebied wordt uitgevoerd. Naast de verplichting van het parkeren op eigen terrein, is voor het centrumgebied de optie geïntroduceerd om bij te dragen aan het realiseren van openbare en uitwisselbare parkeerplaatsen (efficiënt ruimtegebruik, kwaliteit openbare ruimte en financiële efficiency). Voor verbouwplannen geldt het principe ‘oud voor nieuw’. Indien verbouwen gepaard gaat met functiewijziging van een bestaand pand dan wordt het benodigde extra parkeerplaatsen uitsluitend bepaald op basis van de toename van de parkeervraag. Voor nieuwbouwplannen (dus ook sloop/nieuwbouw) wordt het benodigde aantal parkeerplaatsen berekend over het gehele nieuwbouwplan. In de nota zijn parkeernormen opgenomen
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 29
Beoordeling en conclusie Op basis van de nota wordt voor het toepassen van parkeernormen onderscheid gemaakt naar de volgende gebieden: 1. De kern Vught als matig stedelijk gebied die onderverdeeld is in het centrumgebied en de rest van de bebouwde kom. 2. De kern Cromvoirt en de buitengebieden als niet-stedelijk gebied. Het plangebied is gelegen in het centrumgebied van de kern Vught. In de omgeving van het plangebied zijn diverse bestaande parkeervoorzieningen aanwezig, welke gebruikt kunnen worden voor het opvangen van de toekomstige parkeerbehoefte.
Parkeervraag auto’s per functie in de nieuwe situatie Wonen
Aantal
Eenheid
Norm
Totaal
Huur, etage midden Huur sociale huurwoning Huurhuis, vrije sector Koop, tussen- en hoek
34
Woning Woning Woning Woning
0,8 1,0 1,2 1,2
27,2
1 5
1,2 6
Aandeel bezoek 0,3 0,3 0,3 0,3
De bovenstaande cijfers geven de minimale behoefte per functie weer. In totaal betreft de parkeervraag voor de ontwikkeling minimaal 35 parkeerplaatsen. Voor de 35 huurwoningen is minimaal 1 parkeerplaats in de bijbehorende parkeergarage beschikbaar. De overige parkeerplaatsen zijn beschikbaar voor de 5 grondgebonden woningen van St. Elisabethstraat 1a en 1b. Voor het aantal parkeerplaatsen binnen het ontwerp is uitgegaan van het realiseren van minimaal 45 parkeerplaatsen en hiermee wordt aan de parkeernorm voldaan. Verder wordt in de parkeerkelder een algemene fietsenstalling voor de bewoners gerealiseerd en hebben de bergingen voldoende ruimte om ook hierin een fiets te stallen.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
4
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 30
OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. Door rekening te houden met deze aspecten kan een goed leefklimaat worden ontwikkeld. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor het plangebied nader toegelicht. 4.1
4.1.1
Flora en Fauna
Wet Natuurbescherming
Toetsingskader Door Econsultancy is een quickscan Flora- en Faunawetgeving uitgevoerd. Doel van deze quickscan is het inzichtelijk maken of beschermde natuurwaarden in het plangebied aanwezig zijn en welke betekenis deze hebben voor de verdere uitvoering van het initiatief. Tevens wordt inzichtelijk gemaakt of er door de geplande ontwikkeling negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in de rapportage 'Quickscan Flora- & fauna Secretaris van Rooijstraat te Vught' van Econsultancy. De onderzoeksrapportage is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Beoordeling en conclusie De initiatiefnemer is voornemens de panden deels te slopen en nieuwbouw te realiseren. De quickscan flora en fauna heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie plantenen diersoorten, gebieden of houtopstanden aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. De aanwezigheid van geschikt habitats op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel I. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten.
In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen Soortgroep Broedvogels
Vleermuizen
Geschikt habitat
Ingreep verstorend
Ontheffingsaanvraag
Bijzonderheden / opmerkingen
ja
Nader onderzoek Nee
Algemeen
Ja
Nee
Ja
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren of bij verwijderen in broedseizoen broedvogelcheck laten uitvoeren Nader onderzoek naar huismus en gierzwaluw Nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger
Jaarrond beschermd Verblijfplaatsen
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 31
Foerageergebied Vliegroutes
Ja
Nee
Nee
Nee
-
Nee
Nee
Nee
Nee
-
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Mogelijk
Nee
Nee
Amfibieën
Minimaal
Mogelijk
Nee
Nee
Reptielen Vissen Libellen en dagvlinders Overige ongewervelden Vaatplanten
Nee Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Nee Nee Nee
Aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten als o.a. egel, mol en verschillende muizensoorten Aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten zoals o.a. bruine kikker en gewone pad -
Tijdens het veldbezoek zijn er geen individuen van beschermde soorten waargenomen in of op de gebouwen. Echter zijn er wel potentiele verblijfplaatsen van beschermde soorten aanwezig en kan gebruik van deze verblijfplaatsen door die soorten op basis van deze quickscan niet worden uitgesloten. Derhalve is op basis van de onderhavige quickscan flora en fauna aan te bevelen vóór uitvoering van de plannen middels aanvullend veldbezoek meer duidelijkheid te verkrijgen omtrent de aanof afwezigheid van verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en gebouwbewonende vleermuizen. Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen. Daarnaast dient bij werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van onder andere algemene zoogdieren en amfibieën. Met betrekking tot gebiedsbescherming zijn ten aanzien van de voorgenomen plannen op de onder-zoekslocatie geen negatieve effecten te verwachten op Natura-2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland.
4.1.2
Ecologisch onderzoek Rozenoord te Vught
Toetsingskader Uit de Quickscan Flora en Fauna blijkt dat nader onderzoek te worden gedaan naar het voorkomen van volgens de Wet natuurbescherming beschermde gebouwbewonende soorten. Specifiek dient er onderzoek te worden gedaan naar vaste rust-/verblijfplaatsen van gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen in de panden. Het ecologisch verdiepend onderzoek naar jaarrond beschermde broedvogels en vleermuizen is uitgevoerd door Natuurbureau Wonders in opdracht van de gemeente Vught. Het rapport omvat de resultaten van het verdiepend ecologisch onderzoek, mogelijke implicaties van de resultaten en een advies voor een eventueel verder traject. Het rapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna worden de verkregen resultaten van het veldwerkonderzoek aan het wettelijke kader getoetst op mogelijke overtredingen van de Wet natuurbescherming.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 32
Beoordeling gierzwaluwen In het plangebied zijn vier gierzwaluwnestplaatsen vastgesteld. Met de geplande sloop van de panden gaan deze nesten verloren. In het geval van het verwijderen van de nesten (door sloop van het pand) en/of het verwonden of doden van de gierzwaluwen is er sprake van een overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Echter, wanneer men mitigeert volgens maatregelen die zijn opgenomen in het kennisdocument gierzwaluw (2017), dan zijn de werkzaamheden niet ontheffingsplichtig. De werkzaamheden zijn dan echter wel onderhevig aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden dienen gedocumenteerd te worden in een mitigatieplan, en verder dienen de te nemen mitigerende maatregelen onderbouwd en ecologisch functioneel te zijn. Daarnaast dient te allen tijde de zorgplicht voor gierzwaluwen te worden gehandhaafd. Beoordeling huismussen Er zijn géén huismussen aangetroffen binnen of direct om het plangebied. Deze soort is een uitgesproken en honkvaste standvogel die zich zelden meer dan een paar honderd meter van zijn broedplek verwijderd, zelfs in de winter (BIJ12, 2017b). Het is daarom met zekerheid te zeggen dat er geen huismusverblijven binnen het plangebied bevinden, noch maakt het plangebied deel uit van het leefgebied van de huismus.
Beoordeling vleermuizen Voor vleermuizen zijn een drietal aspecten van het habitat wettelijk beschermd: de vaste rusten/of verblijfplaatsen, het foerageergebied en de vliegroutes. Per onderdeel wordt een conclusie gedaan.
Verblijfplaatsen
Er zijn binnen het plangebied geen vleermuisverblijven aangetroffen. Wel zijn er in de Vliertstate twee zomerverblijven vastgesteld van gewone dwergvleermuizen. Maar omdat dit appartementencomplex zich buiten de invloedsfeer van de voorgenomen ruimtelijke ingreep bevindt, hoeft hiervoor geen ontheffing te worden aangevraagd.
Foerageergebied
Rondom het plangebied wordt op één plek gefoerageerd door gewone dwergvleermuizen, echter gebeurt dit niet op intensieve wijze. Het foerageergebied is gelegen rond de bomen van de kruising Secretaris van Rooijstraat, Sint Elisabethstraat met de Kappellaan. Deze bomen blijven allen staan, zoals ook de bomen waar wordt gefoerageerd op de binnenplaats aan de kant van de Vliertstate. Omdat de foerageergebieden niet worden aangetast door de voorgenomen plannen en/of werkzaamheden, hoeft hiervoor geen ontheffing te worden aangevraagd.
Vliegroute
Vleermuizen gebruiken veelal lijnvormige vegetatiestructuren om zich door een gebied te verplaatsen. Binnen het plangebied bevinden zich géén bomen die deel uitmaken van zo’n lijnvormige structuur. Omdat geen vliegroute wordt aangetast door de voorgenomen plannen en/of werkzaamheden, hoeft hiervoor geen ontheffing te worden aangevraagd. Beoordeling overige broedvogels en zorgplicht Van alle van nature in Nederland in het wild levende vogels mag het nest tijdens het broeden (van start nestbouw tot en met het uitvliegen van de jongen) niet worden beschadigd of vernield. De periode waarin de meeste vogelsoorten broeden, loopt globaal van half maart tot half augustus, maar ook broedgevallen buiten deze periode zijn beschermd. Te allen tijde dient de zorgplicht te worden gehandhaafd voor alle natuur en in het wild levende dieren, planten en hun directe leefomgeving, overeenkomstig met het artikel 1.11 uit de Wet natuurbescherming.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 33
Conclusie Volgens de bovenstaande argumentatie zou men, wanneer men bepaalde maatregelen uitvoert die te lezen zijn in het betreffende onderzoek, geen ontheffing Wnb nodig hebben. De werkzaamheden zijn dan wel aan de, in het onderzoek benoemde, strenge voorwaarden onderhevig. Bij verwijdering of aantasting van de verblijfplaatsen van gierzwaluwen moet gezorgd worden voor meerdere nieuwe alternatieve verblijfplaatsen. De alternatieve verblijfplaatsen dienen voor minimaal eenzelfde aantal gierzwaluwen dezelfde functie te kunnen vervullen als de oorspronkelijke plaats die verdwijnt. In een mitigatieplan wordt specifiek en gedetailleerd beschreven hoeveel, waar en wanneer de mitigerende maatregelen geplaatst dienen te worden.
4.1.3
Notitie mitigerende maatregelen Rozenoord/ Vlierthonk e.o.
Toetsingskader Binnen het plangebied zijn vier gierzwaluwnesten aangetroffen. Wil men de sloop mogen uitvoeren, dienen er mitigerende maatregelen te worden getroffen voor de weg te nemen verblijfplaatsen. De compensatiefactor is gebaseerd op de Soortenstandaard Gierzwaluwen (2014), en dicteert dat er voor elk weggenomen nest 5 nieuwe verblijfplaatsen gecreëerd moet worden. Tevens dient onderbouwd te worden dat deze nieuwe verblijfplaatsen voldoende ecologische functionaliteit hebben. In totaal zijn er 21 nieuwe gierzwaluwverblijfplaatsen gecreëerd. In totaal zijn er ook 5 huismussenkasten (type NK MU 06) opgehangen en 3 vleermuiskasten (type PRO Ans-1 Bat Box) in het kader van het landelijk initiatief ‘natuurinclusief bouwen’ ter ondersteuning van beide soorten(-groepen). De onderbouwing is opgenomen in de notitie ‘Mitigerende maatregelen Rozenoord/Vlierthonk e.o.’, welke als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. De belangrijkste conclusies zijn hierna opgenomen. Beoordeling en conclusie Voor de 4 weg te nemen gierzwaluwverblijfplaatsen zijn in totaal 21 voorzieningen getroffen op het pand aan de Sint Elisabethstraat 1A. Alle voorzieningen zijn getroffen binnen 50 meter van de oorspronkelijke nesten.
Met deze mitigerende maatregelen is volgens de notitie voldoende invulling gegeven aan de mitigerende plichten die gesteld zijn door het ODBN en het kennisdocument gierzwaluwen (2017). Het is volgens de notitie niet nodig om een ontheffing Wnb aan te vragen wanneer men zich houdt aan dit mitigatieplan. De uiteindelijk verantwoordelijkheid door het opvolgen van dit traject ligt bij de uitvoerende projectontwikkelaar. Dura Vermeer zal contact hierover opnemen met de ODBN om te bepalen of de in dit document beschreven mitigerende maatregelen voldoende zijn om geen ontheffing te hoeven aanvragen. 4.2
Water
Toetsingskader Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht, mede in relatie tot de watertoets. Hierna is het relevante waterschapsbeleid beschreven. Daarnaast wordt op beknopte wijze ingegaan op de (eventuele) invloeden welke de beoogde plannen op de aanwezige waterhuishouding heeft, en middels welke maatregelen/ voorzieningen deze invloeden kunnen worden geminimaliseerd.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 34
Het waterschap De Dommel is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente Vught. Inrichtingen van waterhuishoudingen voor ruimtelijke plannen worden door het waterschap getoetst en gekeurd. Voor nieuwbouw geldt dat het “schone” regenwater van het “vuile” huishoudelijke afvalwater gescheiden opgevangen en verwerkt dient te worden. Het huishoudelijke afvalwater dient in overleg met de gemeente aangesloten te worden op een bestaand rioolstelsel in de omgeving van de planontwikkeling. De drie Brabantse waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd, genaamd “Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabants waterschappen”. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids-)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn; minder dan 2.000 m², tussen de 2.000 m² en 10.000 m² en meer dan 10.000 m². Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd.
Dit houdt in dat het hemelwater dat op daken en verhardingen valt, niet versneld mag worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Voor behandeling van dit water geldt de waterkwantiteitstrits, waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1. hergebruik; 2. vasthouden/ infiltreren; 3. bergen; 4. afvoeren naar oppervlaktewater; 5. afvoeren naar de riolering.
Watertoetsproces
Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Beoordeling
Waterbezwaar
De ontwikkelingslocatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Vught. Het ontwikkelgebied beslaat een totale oppervlakte van circa 3.060m² en is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Het plan voorziet in de herontwikkeling van een locatie ten behoeve van een maximaal 40 appartementen/ woningen. De verdeling verhard en onverhard oppervlak, afgerond op 5-tallen, is als volgt: Onderdeel: Bebouwing incl. trappen en balkons (verhard) Paden en inritten (verhard) Gazon en tuin (onverhard) Daktuin / dakterras (verhard) TOTAAL
Bestaande situatie: 1.305 m² 730 m² 1.025 m² 3.060 m²
Toekomstige situatie: 1.525 m² 225 m² 610 m² 700 m² 3.060 m²
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 35
Het terrein wordt heringericht, en leidt per saldo tot een toename van circa 415 m² het verharde oppervlak. De nieuwe situatie voorziet in een verhard oppervlak van 2.450 m², waarvan 700 m² in de vorm van een dakterras.
Globale verdeling oppervlaktes bestaande situatie
Globale verdeling oppervlaktes toekomstige situatie
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 36
Op basis van de Algemene Regel is er bij een verhardingstoename kleiner dan 2.000 m² geen verplichting tot aanleg van een retentievoorziening vanuit het waterschap de Dommel. Op basis van gemeentelijk beleid dient het regenwater van daken en verhardingen op het eigen terrein te worden opgevangen en geïnfiltreerd: Als het een perceel in het buitengebied betreft; of Als op het perceel terreinverharding wordt aangebracht of aangepast en het mogelijk is het regenwater van de verharding en dakoppervlak, te infiltreren: o via de verharding of; o via aan te brengen of aan te passen groenzones rond de verharding; of; Als er geen openbaar hemelwaterriool aanwezig is, én: o het perceel direct aan oppervlaktewater grenst; o óf het perceel goede infiltratiemogelijkheden heeft én het perceel groter is dan 400 m². Conform het gemeentelijk beleid moet waar mogelijk en doelmatig minimaal 15 mm waterberging worden gerealiseerd ten behoeve van de waterberging van het totale verharde oppervlak. Bij de inrichting, bouwen en beheer dienen zo min mogelijk vervuilende stoffen te worden toegevoegd aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Conform de waterkwaliteitstrits, 1. schoonhouden 2. scheiden 3. zuiveren, dienen de mogelijkheden voor bronmaatregelen (schoonhouden) te worden onderzocht.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan zorgvuldige materiaalkeuze (pakket duurzaam bouwen), geen blootstelling van uitloogbare bouwmaterialen zoals zink, koper en lood aan hemelwater en een verantwoord beheer van de openbare ruimte (weg- en groenbeheer).
Advies behandeling regenwater (RWA)
Vanuit het waterschap De Dommel worden geen aanvullende voorzieningen in het kader van berging/ infiltratie van regenwater geëist. Het regenwater afkomstig van het plangebied moet zoveel mogelijk worden opgevangen en geïnfiltreerd op eigen terrein of, in overleg met de gemeente, naar het rioolstelsel (indien er een RWA-stelsel aanwezig is) worden afgevoerd. Het regenwater dat op de daken valt wordt opgevangen door de daktuin. De overige kleinschalige verharding bestaat voornamelijk uit paden, welke rechtstreeks op de aangrenzende tuinen afwateren. Het bebouwd oppervlakte van de nieuwe bebouwing inclusief trappen, balkons en daktuin is ca. 1.800m2. Als daar een regenbui opvalt van 15 mm (0,015 m) valt er 27 m3, dat niet direct kan infiltreren. In het geval van een regenbui van 30 mm betreft dit volume 54 m3. De daktuin heeft een oppervlakte van ongeveer 650m2 en kan per m2 150 mm bergen. De daktuin biedt daarmee een bergingscapaciteit van 650 m2 maal 0,15 m = 97,5 m3. Met deze voorziening is een bui van zowel 15 mm als 30 mm gemakkelijk te bergen. In principe wordt geen regenwater geloosd op het gescheiden rioolstelsel. Op het moment van een extreme regenbui kan het mogelijk zijn dat de daktuin onvoldoende capaciteit heeft en hiertoe zal een overstort worden gerealiseerd naar het gescheiden rioolstelsel.
Ten aanzien van het materiaalgebruik dienen geen uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink, zachte pvc en geïmpregneerde materialen te worden toegepast. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 37
Advies behandeling vuilwater (DWA)
In de toekomstige situatie is er sprake van maximaal 40 wooneenheden. Uitgaande van een gemiddelde woningbezetting van 1,5 personen (Leidraad Riolering), en een vuilwaterproductie van 120 l/persoon/dag (Leidraad Riolering), bedraagt de geproduceerde hoeveelheid afvalwater per dag circa 7,2 m³. Het vuilwater van het plangebied dient doormiddel van een gescheiden rioolstelsel aangesloten te worden op het omliggende stelsel van de gemeente Vught. De verdere uitwerking hiervan dient in samenspraak met de gemeente Vught te worden uitgevoerd.
Conclusie
In de waterparagraaf zijn de effecten van de planontwikkeling op de waterhuishouding ter plaatse van het plangebied inzichtelijk gemaakt. In de regels van dit bestemmingsplan is de aanleg en instandhouding van de benodigde waterberging middels een voorwaardelijke verplichting geborgd. Het aspect water vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.3
4.3.1
Archeologie, cultuurhistorie en monumentale status
Archeologie
Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden verantwoord dat er geen archeologische waarden worden verstoord. Uit het gemeentelijk archeologisch beleid blijkt dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van een hoge verwachtingswaarde. In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Sinds juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die mogelijk in 2021 in werking zal treden. Het archeologiebeleid van de gemeente Vught inzake het plangebied is opgenomen in het bestemmingsplan ´Centrum Vught e.o. (2013)´. De vertaalslag heeft plaatsgevonden aan de hand van de gemeentelijke verwachtingskaart. Op deze kaart is per zone vastgelegd welke archeologische verwachting een gebied heeft. Het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. Aan het gebied met een hoge archeologische verwachting zijn in het bestemmingsplan aanvullend vrijstellingscriteria geformuleerd.
Er geldt dat initiatieven die kleiner zijn dan 500 m² en waarbij bodemingrepen niet dieper reiken dan 30 cm –Mv worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek (Waarde – Archeologie 4). Omdat de omvang van het plangebied de vrijstellingsgrenzen van het gebied met een hoge verwachting overschrijdt, geldt op basis van het bestemmingsplan een archeologische onderzoeksplicht. Beoordeling en conclusie Voor het volledige plangebied is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage bij de toelichting gevoegd. In het archeologisch onderzoek is vastgesteld dat het plangebied vermoedelijk op de overgang van een hoger gelegen dekzandrug naar een lager gelegen vlakte ligt. Tevens is in het zuiden veen gevonden, hetgeen in dit deel van het plangebied wijst op een lage landschappelijke ligging.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 38
De ligging van het plangebied op een flank (van een rug in het noordwesten naar een lager gelegen deel in het zuidoosten) geeft het een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten uit de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen. Tevens is de top van het dekzand intact: hoewel geen duidelijke sporen van bodemvorming zijn aangetroffen, is de humeuze ophooglaag op het dekzand homogeen en ongemoeid. Mogelijk vormt de humeuze ophooglaag een oud bouwlanddek, dat als gevolg van landbouwwerkzaamheden door bemesting en bewerking ontstaan is. De oorspronkelijke top van het dekzand is toen verploegd, maar deze werkzaamheden zijn niet zodanig geweest dat archeologisch gezien het dekzand verstoord is. Grondsporen kunnen namelijk nog aanwezig zijn: er is dus sprake van een hoge mate van intactheid van de ondergrond van het plangebied. Op basis van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek geldt voor een deel van het plangebied een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen en resten uit de Tweede Wereldoorlog. Er bestaat het voornemen om delen van de bebouwing in het plangebied deels te slopen. De bebouwing aan de St. Elisabethstraat 1a en 1b blijft volledig behouden. De rest van de bebouwing wordt volledig gesloopt. Voor de nieuwbouw wordt ontgraven tot een diepte van circa 220 cm -Mv.
De gemeente Vught is - als bevoegde overheid - gevraagd het onderzoek te beoordelen en een selectieadvies op te stellen. Het rapport is daartoe voorgelegd aan de afdeling SO/Erfgoed van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Het advies is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Selectieadvies: De gemeente kan instemmen met het door Transect opgestelde advies. Indien de geplande bodemingrepen tot in de archeologisch relevante niveaus reiken, zal in het plangebied een vervolgonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen vaststellen of behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn en om vast te stellen of deze worden bedreigd door de voorgenomen ingrepen. De archeologische onderzoeksplicht zal door middel van een archeologische dubbelbestemming in het bestemmingsplan moeten worden opgenomen. In overeenstemming met het selectieadvies is het plangebied voorzien van een archeologische dubbelbestemming.
4.3.2
Cultuurhistorie
Toetsingskader In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. De gemeente, waarbinnen de betreffende ontwikkeling plaatsvindt, is hierbij het bevoegd gezag. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant staat aangegeven welke archeologische en cultuurhistorische waarden (in potentie) aanwezig zijn. Beoordeling en conclusie Binnen het plangebied zijn geen waardevolle cultuurhistorische landschappen en/of gebieden aangewezig, welke met de ontwikkeling zouden kunnen worden beschadigd.
4.3.3
Monumentale status
Toetsingskader, beoordeling en conclusie Binnen het plangebied zijn de panden St- Elisabethstraat 1a, 1b en Vlierstraat 4 op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant aangeduid als ‘overige bouwkunst’. De panden zijn allen gebouwd anno 1937 in het kader van Onderwijs en Wetenschap.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 39
De provincie heeft geen specifiek beleid voor de overige bouwkunst. De panden zijn vaak overgenomen vanuit oude waardenkaarten, maar de actualiteit is niet nader getoetst. Uit een toetsing van de lijsten van Rijks- en Gemeentelijke monumenten blijkt dat de panden niet op deze lijsten zijn opgenomen. Vanuit het monumentale beleid gelden derhalve geen belemmeringen om de panden te slopen. 4.4
(Plan)-Mer
Toetsingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De vormvrije mer-beoordeling voor activiteiten beneden de grenswaarde is vervangen door de mer-beoordelingsplicht. De merbeoordelingsplicht is van toepassing indien: 1. de activiteit onder één van de categorieën van activiteiten in kolom 1 valt (ongeacht de omvang van die activiteit) én 2. sprake is van een aangewezen besluit in kolom 4, waaronder het bestemmingsplan. Beoordeling De realisatie van woningen valt onder een stedelijk ontwikkelingsproject zoals genoemd in categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r. en er is sprake van een besluit zoals genoemd in kolom 4. De drempelwaarde uit onderdeel D 11.2 voor woningen ligt op 2.000 woningen of meer. Voorliggende herziening voorziet in de toevoeging van maximaal 40 appartementen/ woningen. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project (midden in het stedelijk gebied van Vught) en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de beoordeling van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de voorgaande paragrafen zijn opgenomen. Conclusie Aangezien de ontwikkeling valt onder de activiteit D 11.2 van het Besluit m.e.r. is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht.
Het plan heeft geen belangrijke negatieve gevolgen het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Het bevoegd gezag neemt op basis van deze informatie een m.e.r.-beoordelingsbesluit. 4.5
Geluid
Toetsingskader Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met geluidsgevoelige gebouwen (waaronder woningen), nieuwe wegen, en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. Een akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh is daarom noodzakelijk wanneer de ontwikkeling plaatsvindt binnen een zone van een weg, in de nabijheid van een spoorwerg en waarbij sprake is van geluidgevoelige bestemmingen. Daarnaast is een akoestisch onderzoek noodzakelijk bij de reconstructie van wegen indien binnen de zone van de weg geluidgevoelige bestemmingen gelegen zijn. De geluidbelasting dient per gezoneerde weg te worden getoetst aan de wettelijke grenswaarden.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 40
Beoordeling Door AGEL adviseurs is een akoestisch onderzoek verricht voor de planlocatie. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting op de gevels van de geluidgevoelige functies binnen de ruimtelijke ontwikkeling als gevolg van het weg- en railverkeer en deze te toetsen aan het wettelijk kader. Tevens kunnen de onderzoeksresultaten dienen voor de beoordeling of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De onderzoeksrapportage is als bijlage aan voorliggend bestemmingsplan toegevoegd. Hierna worden de belangrijkste conclusies aangehaald. De ruimtelijke ontwikkeling bevindt zich binnen de geluidzone van de A2/A65 en de spoorlijnen ’s-Hertogenbosch – Tilburg en ’s-Hertogenbosch - Eindhoven. Daarnaast dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook de geluidbelasting te worden beoordeeld als gevolg van cumulatie van alle geluidsbronnen. In dit verband zijn ook de niet gezoneerde 30 km wegen bij het onderzoek betrokken
Wegverkeer:
Uit de rekenresultaten blijkt dat de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB als gevolg van de A2/A65 ter plaatse van de oostgevel van het appartementencomplex met maximaal 3 dB wordt overschreden. Ter plaatse van de overige gevels van het appartementencomplex en de beide bestaande panden wordt wel voldaan aan de grenswaarde. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt bij geen van de woningen overschreden.
Railverkeer:
Uit de rekenresultaten blijkt dat de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 55 dB als gevolg van de spoorwegen niet wordt overschreden.
Hogere waarde Wgh:
Conform de Wgh zijn de mogelijkheden om de geluidbelasting te reduceren m.b.t. stedenbouwkundige, bron- en overdrachtsmaatregelen nader onderzocht. Geconcludeerd wordt dat het bezwaar op stedenbouwkundige gronden te groot is om aanvullende geluidbeperkende maatregelen te treffen om de geluidbelasting als gevolg van de A2/A65 te reduceren voor een beperkt aantal woningen. Derhalve wordt de situatie aangemerkt als aanvaardbaar.
Bouwbesluit 2012:
Onderbouwd is dat, ondanks het feit dat sprake is van het vaststellen van een hogere waarde, de karakteristieke geluidwering moet voldoen aan de minimale eis van 20 dB.
Kwaliteit akoestische omgeving:
Omdat sprake is van een nieuwe geluidgevoelige ontwikkeling is op grond van de Wro, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, het akoestische klimaat ter plaatse van de ontwikkeling inzichtelijk gemaakt en beoordeeld. Uit deze beoordeling blijkt dat de kwaliteit van de akoestisch omgeving geclassificeerd kan worden als “slecht” tot “zeer goed”. Geadviseerd wordt om gevelmaatregelen te treffen zodat in de woning en de appartementen een goed woon- en leefklimaat kan worden geborgd. Conclusie Omdat voldaan wordt aan de criteria van het algemene ontheffingenbeleid kan op basis van de onderzoeksresultaten voor de ontwikkeling bij burgemeester en wethouders van de gemeente Vught een ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting worden aangevraagd voor de oostgevel van het appartementencomplex. De vast te stellen hogere waarde betreft 50 dB. Het aspect wegverkeer en railverkeer levert geen beperkingen op voor de beoogde ontwikkeling.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
4.6
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 41
Bodem
Toetsingskader Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient bij ruimtelijke ontwikkelingen de bodemkwaliteit te worden beschouwd. Bij ruimtelijke plannen met een functiewijziging dient te worden aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de functie die ter plaatse wordt beoogd. Middels een verkennend bodemonderzoek wordt inzicht verkregen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de mogelijke aanwezigheid van verontreinigde stoffen in de grond of het freatisch grondwater. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
4.6.1
Verkennend bodemonderzoek
Ten behoeve van de ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of er op de locatie verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater aanwezig zijn . Naar aanleiding van het verkennend bodemonderzoek is aanvullend een nader bodemonderzoek uitgevoerd. De rapporten zijn als bijlage bij de toelichting opgenomen. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: De bovengrond is licht verontreinigd met koper, zink, kwik, lood en/of PCB. Nabij de voormalige ondergrondse brandstoftank zijn in de ondergrond geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten gemeten. De ondergrond van boring 103 (tegen achtergevel St-Elisabethstraat 1a) bleek sterk verontreinigd te zijn met PAK en licht verontreinigd met koper, zink, kwik en lood. In het grondwater wordt geen van de geanalyseerde parameters verhoogd aangetroffen. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese “verdachte locatie” juist is. De grond op de locatie is over het algemeen maximaal licht verontreinigd. De resultaten van de analyses wijzen op de mogelijke aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Om inzicht te krijgen in de omvang van de verontreiniging ter plaatse van boring 103 dient een nader onderzoek conform de NTA 5755 uitgevoerd te worden.
4.6.2
Nader bodemonderzoek
Uit de resulaten van het eerdere (verkennend) bodemonderzoek is gebleken dat er mogelijk een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is binnen het plangebied. De direct omgeving rondom boring 103 (tegen achtergevel van St-Elisabethstraat 1a) is nader onderzocht. Het nder bodemonderzoek is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde nader bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: De eerder aangetoonde verontreiniging betreft een zogenaamde ‘spot’ met een beperkte omvang van circa 10 m³. De spot is afdoende afgeperkt, zowel verticaal als horizontaal. Er is op basis van de onderzoeksresultaten geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 42
Wegens verhoogde gehalten PFAS gelden gebruiksbeperkingen voor grondverzet. Deze verhoogde waarden is mogelijk ook van invloed op (de kosten voor) acceptatie van de verontreinigde bodem.
Op basis van de resultaten van het nader bodemonderzoek wordt vastgesteld dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen functionele wijziging van Maatschapppelijk naar Wonen. De aangetoonde verontreiniging zit beneden de 1e meter qua ontgravingsdiepte. Daarnaast overschrijdt de bodemverontreiniging niet het volumevriterium en geldt derhalve geen saneringsplicht. Bij eventueel toekomstige grondverzetwerkzaamheden dient de verontreinigde grond apart te worden ontgraven en het wordt aanbevolen deze grond af te voeren naar een erkende verwerker. Voor het uitvoeren van grondverzet zijn de regels conform het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. 4.7
4.7.1
Luchtkwaliteit
Wet milieubeheer
Toetsingskader Luchtkwaliteit is geregeld in de Wet milieubeheer. Een specifiek onderdeel van deze wet is de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Hierin is bepaald wanneer de mate van de bijdrage aan de luchtverontreiniging verwaarloosbaar klein is. In zo'n geval hoeft een project niet langer meer getoetst te worden, ongeacht of in de huidige situatie al sprake is van een overschrijding van grenswaarden. Een project kan als NIBM worden beschouwd als aannemelijk is, dat het project niet leidt tot een toename van de concentraties van NO2 of PM10 van meer dan 3% van de grenswaarde. De NIBMregeling van 3% is gekoppeld aan de vaststelling van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) omdat in dit programma hiervoor maatregelen tegenover staan die het tijdig behalen van de grenswaarden waarborgen. Beoordeling en conclusie Om het beoordelen van plannen voor overheden eenvoudiger te maken is in de Regeling NIBM het percentage van 3% uitgewerkt in concrete getallen. De regeling geeft concrete getallen voor plannen die gaan over, bijvoorbeeld de bouw van woningen en/of kantoren. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 3% op 1.500 woningen. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 3.000 woningen worden gehanteerd.
In het voorliggend plan is er sprake van het toevoegen van maximaal 40 appartementen/ woningen, zodat de ontwikkeling als NIBM kan worden beschouwd. Een toetsing aan de grenswaarden kan daardoor achterwege blijven.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
4.7.2
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 43
Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)
Toetsingskader Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening dient ook beoordeeld te worden of het aanvaardbaar is om het project op deze locatie te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan de ter plaatse bestaande luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project zelf 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur onder andere bij een woning, school of sportterrein. Om inzicht te geven in de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging wordt gebruik gemaakt van de, door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, beschikbaar gestelde digitale rekentool ‘AERIUS/Lucht’ (www.nsl-monitoring.nl). Met de jaarlijkse monitoring van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) wordt de ontwikkeling van de luchtkwaliteit gevolgd en wordt de uitvoering van de maatregelen en projecten (die zijn opgenomen in het NSL) bijgehouden. De rekentool ‘AERIUS/Lucht’ is het instrument waarmee de stand van zaken in de uitvoering van de projecten en maatregelen in het NSL wordt gevolgd, en de concentraties luchtverontreinigende stoffen worden berekend voor het achterliggende kalenderjaar en de toekomstige jaren die relevant zijn voor het NSL (2016). De kaart van de monitoring van het NSL biedt de mogelijkheid om de verschillende resultaten van de monitoring zichtbaar te maken.
Via de rekentool ‘AERIUS/Lucht’ zijn voorts de concentraties voor de jaren 2020 en 2030 afgelezen. Beoordeling Voor de kwaliteit van de buitenlucht bestaan verschillende soorten normen. Wettelijke grenswaarden en actiedrempels zijn meestal een compromis tussen haalbaarheid en gezondheid. Veel van de wettelijke normen komen direct uit Europese richtlijnen. De rekentool ‘AERIUS/Lucht’ is het instrument waarmee de stand van zaken in de uitvoering van de projecten en maatregelen in het NSL wordt gevolgd, en de concentraties luchtverontreinigende stoffen worden berekend voor het achterliggende kalenderjaar en de toekomstige jaren die relevant zijn voor het NSL (2015 en 2020). De kaart van de monitoring van het NSL biedt de mogelijkheid om de verschillende resultaten van de monitoring zichtbaar te maken. Via de rekentool ‘AERIUS/Lucht’ zijn voorts de concentraties voor de jaren 2020 en 2030 afgelezen en zijn de volgende grenswaarden voor het plangebied ontvangen:
NO2 PM10 PM2,5
2020
2030
<35 µg/m³ <35 µg/m³ <20 µg/m³
<35 µg/m³ <35 µg/m³ <20 µg/m³
Tabel: luchtkwaliteitswaarden, afgerond op hele waarden
Jaargemiddelde maximale grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ 25 µg/m³
Conclusie Uit de monitoringstool blijkt dat, in de omgeving van het plangebied, de maximale concentraties voor NO2, PM10 en PM2,5 voor de jaren 2020 en 2030 de jaargemiddelde grenswaarden niet overschrijden.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
4.8
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 44
Hinder ten gevolge van bedrijvigheid
Toetsingskader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. De richtafstand tussen een milieugevoelige functie en de milieubelastende activiteit wordt bepaald vanaf de gevel van de gevoelige functie, die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is, tot de grens van de inrichting. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming is gelegen. De VNG publicatie gaat uit van het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied of van een gemengd gebied. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging en een minimale invloed van invloeden van wegverkeer.
Bij een gemengd gebied is sprake van een functiemenging tussen wonen en milieubelastende activiteiten, van wonen langs drukke gebiedsontsluitingswegen of bij lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Voor het omgevingstype gemengd gebied kunnen deze richtafstanden met één stap worden verlaagd. De richtafstandenlijst biedt voor een scala aan typen bedrijvigheid de richtafstanden tot gevoelige bestemmingen vanwege geur, stof, geluid en gevaar. Voor het aspect gevaar wordt hierbij wel de kanttekening geplaatst dat mogelijke specifieke regelgeving van toepassing kan zijn zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) of het Vuurwerkbesluit. De afstand tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de milieubelastende activiteit wordt bepaald vanaf de gevel van milieugevoelige objecten (die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk zijn) tot de grens van de inrichting. Beoordeling Het plangebied is gelegen in het centrum van de kern Vught en op een korte afstand van diverse ontsluitingswegen van het centrum. Het centrum betreft een functiemenging van winkels, woningen, horeca, bedrijven en diverse maatschappelijke functies, zoals een theater en gemeentehuis. Op basis hiervan kan niet gesteld worden dat er sprake is van het omgevingstype rustige woonwijk of rustig buitengebied.
Voor de beoordeling aan de richtafstanden is dan ook uitgegaan van het omgevingstype 'gemengd gebied'. Het realiseren van een appartementengebouw betekent het toevoegen van een milieugevoelige functie, waarbij de richtafstanden van de directe omgeving gelegen milieubelastende functies in beeld dienen te worden gebracht. In de omgeving van het plangebied zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan diverse maatschappelijk en centrumfuncties mogelijk.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 45
De hoofdgroepen van de verschillende functies zijn in onderstaande tabel opgenomen met de bijbehorende richtafstanden op basis van een rustige woonwijk: Omschrijving Detailhandel voor zover n.e.g. Supermarkten, warenhuizen Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken, bakken Apotheken en drogisterijen Hotels en pensions met keuken, conferentieoorden en congrescentra Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. Cafés, bars Discotheken, muziekcafés Autoparkeerterreinen, parkeergarages Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Openbaar bestuur (kantoren e.d.) Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven Kerkgebouwen e.d. / Buurt en clubhuizen / dansscholen / Theaters, schouwburgen, concertgebouwen, evenementenhallen en bioscopen
Afstand Geur 0 0 10
Afstand Stof 0 0 0
Afstand Geluid 10 10 10
Afstand Gevaar 0 0 10
Categorie 1 1 1
0 10
0 0
0 10
10 10
1 1
10
0
10
10
1
0 0 10 0 0 0
0 0 0 0 0 0
10 30 30 10 10 30
10 10 0 0 0 0
1 2 2 1 1 2
0
0
10
0
1
0
0
30
0
2
0
0
30
0
2
Uit de voorgaande tabel blijkt dat het om functies met een lichte milieubelasting, die gekenmerkt wordt door met name geluidsbelasting als gevolg van parkeren (geluid). Voor deze functies geldt een richtafstand van 30 meter tot een rustige woonwijk en 10 meter tot een gemengd gebied. De dichtstbijzijnde milieuhinderlijke functies ligt op een afstand van meer dan 10 meter van het plangebied. Aanvullend is in de omgeving van het plangebied nog een aantal bedrijfsbestemmingen binnen een afstand van 30 meter van het plangebied aanwezig. Bedrijven, gelegen op een afstand groter dan 30 meter, zijn hierin niet meegenomen, omdat bedrijven met een dergelijke hindercirkel niet mogelijk zijn in de omgeving van het plangebied. Het gaat hierbij om de volgende functies: Adres:
Functie:
Bestemming:
St.-Elisabethstraat 6
Nutsvoorziening elektriciteit Venvulas Techniek BV Bedrijfswoning
Bedrijf – Nutsvoorziening Bedrijf
Secr. Van Rooijstraat 7 Secr. Van Rooijstraat 11
Bedrijf bedrijfswoning
–
Max. milieucategorie Categorie 2
Max. Afstand, 30 ( 10 gemengd gebied)
Categorie 1
30 (10 gemengd gebied)
n.v.t.
-
Bovenstaande functies zijn allen op een afstand van meer dan 10 meter vanaf het plangebied gelegen. Er is sprake van een goed verblijfsklimaat, dat overeenstemt met het woon- en leefklimaat voor woningen binnen een gemengd gebied. Conclusie De geplande ontwikkeling levert geen beperkingen op voor de omliggende aanwezige en mogelijke functies. Het plan wordt ook niet belemmerd door omliggende bedrijven.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
4.9
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 46
Externe veiligheid
Toetsingskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op bedrijven, buisleidingen of transportroutes. Op deze categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), welke op 27 oktober 2004 van kracht is geworden. Voor buisleidingen geldt het Besluit buisleidingen externe veiligheid (Bevb) van 1 januari 2011. Het externe veiligheidsbeleid voor transport van gevaarlijke stoffen staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, te worden bepaald. Beoordeling Het initiatief voorziet in de realisatie van nieuwe woningen, waardoor de ontwikkeling zelf geen risico’s voor de omgeving oplevert. Doordat woningen in de regelgeving met betrekking tot externe veiligheid als kwetsbare objecten worden beschouwd, speelt dit aspect een rol bij de haalbaarheid van het plan.
Uit de risicokaart blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende risicobronnen aanwezig zijn: A. Rijksweg A2 afstand ca. 325 meter; B. Rijksweg A65 afstand ca. 510 meter; C. Spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Tilburg afstand ca. 550 meter en D. Spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Eindhoven afstand ca. 335 meter De volgende figuur geeft een uitsnede van de risicokaart waarop de globale ligging van het plangebied (paars) en van de risicobronnen zijn weergegeven.
B
A
C
D
Uitsnede risicokaart
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 47
In de Regeling Basisnet wordt voor alle rijkswegen, hoofdvaarwegen en spoorlijnen een risicoplafond - dat wil zeggen hoeveel risico er maximaal mag zijn - vastgesteld voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarnaast wordt beschreven welke ruimtelijke ontwikkelingen wel en niet zijn toegestaan in het gebied tot 200 meter vanaf de infrastructuur. Aangezien het plangebied niet ligt binnen een afstand van 200 meter van de hiervoor genoemde transportroutes, is het uitvoeren van een groepsrisicoberekening voor deze transportroutes niet aan de orde.
Rijksweg A2/ A65
In het Basisnet Weg zijn het aantal toegestane transporten gevaarlijke stoffen weergegeven. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vervoersgegevens van gevaarlijke stoffen over de Rijkswegen A2 (wegvak B62) en A58 (wegvak B58). Vervoerscijfers gevaarlijke stoffen Rijkswegen A2 en A65 Stofgroep
LF1 Brandbare vloeistoffen LF2 Brandbare vloeistoffen LT1 Toxische vloeistoffen LT2 Toxische vloeistoffen LT3 Toxische vloeistoffen GF1 Brandbare gassen GF2 Brandbare gassen GF3 Brandbare gassen GT2 Toxische gassen GT3 Toxische gassen GT4 Toxische gassen GT5 Toxische gassen
Invloedsgebied 45 meter 45 meter 730 meter 880 meter > 4000 meter 40 meter 280 meter 355 meter 245 meter 560 meter > 4000 meter > 4000 meter
Aantal transporten A2 (wegvak B62) 4.887 3.654 33 65 0 0 0 max. 4.000 0 197 0 0
A65 (wegvak B58) 2121 2446 0 34 0 0 0 max.1500 0 0 0 0
Uit de tabel blijkt dat het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van zowel brandbare stoffen (stofgroep GF3) als toxische stoffen (stofgroepen LT1, LT2, GT3), die over de Rijksweg A2 worden vervoerd, en de vervoerde toxische stoffen (stofgroep LT2) over de Rijksweg A65. Op grond van artikel 7 van het Bevt dient daarom ingegaan te worden op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.
Spoorlijn ’s Hertogenbosch – Tilburg en ’s-Hertogenbosch - Eindhoven
Het aantal aangegeven transporten van gevaarlijke stoffen op deze trajecten zijn overgenomen uit Basisnettabellen Spoor. In de tabel hieronder zijn de gegevens weergegeven van het transport van gevaarlijke stoffen over de te onderscheiden spoorlijnen. Vervoerscijfers gevaarlijke stoffen spoorlijnen Stofgroep A B2 B3 C3 D3 D4
Brandbare gassen Toxische gassen Toxische gassen Brandbare vloeistoffen Toxische vloeistoffen Toxische vloeistoffen
Invloedsgebied 460 meter 995 meter > 4000 meter 35 meter 375 meter > 4000 meter
Jaarintensiteit ’s-Hertogenbosch Tilburg 700 200 0 1050 50 50
-
Jaarintensiteit ’s-Hertogenbosch Eindhoven 0 0 0 0 0 0
-
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 48
Uit de voorgaande tabel blijkt dat de locatie is gelegen in het invloedsgebied van de stofgroepen B2 en D4 (toxische stoffen) die over de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Tilburg worden vervoerd. Op grond van artikel 7 van het Bevt dient daarom ingegaan te worden op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.
Mogelijke rampenscenario’s
Over de Rijksweg A2 worden zowel brandbare als toxische stoffen vervoerd. Voor zowel de Rijksweg A65 en de spoorlijn is het toxisch scenario maatgevend. Hierna zijn de rampenscenario’s voor zowel brandbare als voor toxische stoffen beschreven. Brandbaar scenario: Het maatgevende scenario voor brandbare stoffen is een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) van een tankwagen. Een BLEVE bestaat uit een vuurbal en een drukgolf. Slachtoffers vallen door de warmtestraling en de drukgolf, alsmede door rondvliegende brokstukken en glasscherven die zware schade kunnen aanbrengen aan personen en gebouwen. Een warme BLEVE treedt op bij een externe brand, een koude BLEVE treedt op wanneer de tankwagen bezwijkt door een mechanische oorzaak. Het optredende effect en het moment van exploderen is afhankelijk van de inhoud van de tankwagen. Toxisch scenario: Voor toxische stoffen is een toxisch scenario maatgevend. Door een incident op de transportroute met een tankwagen met toxische stoffen scheurt de tankwand. Een groot deel van de toxische stoffen lekken in korte tijd uit. De toxische vloeistof vormt een plas waaruit verdamping plaatsvindt. Deze toxische damp wordt meegevoerd door de wind. Bij toxische gassen komen als gevolg van een brand toxische dampen direct vrij. De toxische dampen worden meegevoerd door de wind.
Zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Uit het plan blijk niet dat de woningen specifiek bedoeld zijn voor niet zelfredzame personen, zoals kinderen of ouderen. Dit betekent dat de aanwezige personen zich, bij een eventuele dreigende situatie, over het algemeen op eigen kracht (of onder begeleiding van) goed in veiligheid kunnen brengen. De zelfredzaamheid wordt als goed beoordeeld. Ter hoogte van het plangebied is langs de Rijksweg A2 een stenen geluidwal/-scherm aanwezig. Daarnaast is tussen de Rijksweg A2 en het plangebied veel bestaande bebouwing aanwezig, waardoor de nieuwe woningen geen direct zicht hebben op de transportroute. Bij een eventueel incident bieden zowel het geluidscherm/-wal en de bestaande bebouwing afscherming voor de nieuwe woningen. Daarnaast is het van belang dat aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwing- en Alarmering Systeem) als onderdeel van de algemene rampenbestrijding. Bovendien is alarmering via de telefonische dienst NL-Alert mogelijk.
A G E L adviseurs Bestemmingsplan Rozenoord Gemeente Vught
ruimte infra bouw milieu
20200051-00 december 2020 blad 49
BLEVE: Dit scenario is vanwege de afstand alleen maatgevend voor de Rijksweg A2. Bij het scenario van een koude BLEVE zal er geen tijd beschikbaar zijn voor zelfredding. Bij een warme BLEVE is er mogelijk beperkte vluchttijd. Gezien deze korte tijd zijn er geen mogelijkheden tot evacuatie. Daarom zullen de personen op eigen kracht het gebied moeten ontvluchten in geval van een incident. De maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid zullen daarom in de planologische, organisatorische en bouwkundige sfeer moeten worden gezocht. Wanneer een incident optreedt op de Rijksweg A2 is het beste advies om te schuilen totdat de BLEVE heeft plaatsgevonden. Daarna verdient het aanbeveling om te vluchten in verband met secundaire branden. Vluchten is de beste optie om te overleven bij een incident met brandbare stoffen op de Rijksweg A2. De Prins Bernardlaan – Kapellaan – Secretaris van Rooijstraat – Dokter Hillenlaan vormen door hun aaneengesloten ligging in min of meer west-oost oriëntatie een geschikte vluchtroute vanuit het plangebied aangezien deze route haaks op de risicobronnen ligt.