CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente Vught30.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het is onduidelijk of de 10% SPUK-korting op de gemeentelijke middelen voor volwasseneneducatie onder het terugdraaien van de onderwijsbezuinigingen valt.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

26/36

Cultuur Wat staat in het akkoord? De coalitiepartijen willen de financieringsstructuur in de culturele sector herzien en geven makers en culturele instellingen langjarige zekerheid, met oog voor de regionale spreiding. Ze willen de regeldruk in de culturele sector verminderen. Bij cultuurbeleid hebben ze extra aandacht voor talentontwikkeling, muziekscholen en landelijke dekking van cultuurvoorzieningen. Wat betekent dit voor gemeenten? De aandacht voor de breedte van cultuur sluit aan bij de cultuurpropositie van de VNG en de bestuurlijke afspraken cultuurbeoefening 2025-2028 die we vorig jaar maakten met OCW en IPO. We gaan ervan uit dat de extra aandacht aan zal sluiten bij die afspraken. Talentontwikkeling en muziekscholen zijn daarin een lokale/regionale verantwoordelijkheid. Voor langjarige zekerheid is ‘fair pay’ essentieel. Dit vereist niet alleen meer rijksmiddelen voor landelijke aanbieders, maar ook extra cultuurmiddelen in het gemeentefonds. Zo kunnen gemeenten lokaal ook eerlijk betalen. Zonder extra geld leidt ‘fair pay’ tot minder cultureel aanbod. Bibliotheken Wat staat in het akkoord? Ze willen bibliotheken in heel Nederland versterken, zodat mensen ook hulp krijgen bij laaggeletterdheid, digitale zaken en taallessen. In de budgettaire tabel staan geen extra investeringen.

Wat betekent dit voor gemeenten? De versterking van de bibliotheken sluit aan bij de werkzaamheden van vorige kabinetten. Het wetsvoorstel is inmiddels door het demissionaire kabinet aan de kamer gestuurd. Met de aankondiging van de invoering van een zorgplicht voor gemeenten in de nieuwe bibliotheekwet (WSOB) zijn er middelen vrijgekomen die vanaf 2028 structureel in het gemeentefonds zullen landen. Dit akkoord voegt daar geen verdere middelen aan toe. Emancipatie Wat staat in het akkoord? Het akkoord stelt voor om geweld tegen vrouwen aan te pakken via één Nationaal Actieplan en een Nationaal Coördinator. De samenwerking tussen hulpverlening, justitie en ministeries wordt aangescherpt en de rol van Veilig Thuis verder versterkt. Geweld achter de voordeur wordt behandeld als high impact crime. Professionals krijgen extra training om signalen van huiselijk geweld, intieme terreur en rode vlaggen voorafgaand aan femicide beter te herkennen. Ook wordt gewerkt aan sterkere bewustwording, een hardere aanpak van online seksueel geweld en aangescherpte wetgeving, waaronder Clare’s Law, strafbaarstelling van psychisch geweld en een adviesplicht voor onderwijs- en zorgprofessionals. Bescherming tegen eergerelateerd geweld wordt uitgebreid, onder meer via uitreisverboden. Met het akkoord wordt € 10 miljoen per jaar beschikbaar gesteld voor de bestrijding van femicide.

Wat betekent dit voor gemeenten? Een sterke en centrale aanpak van huiselijk en gendergerelateerd geweld is hard nodig. Gemeenten zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en zien dat het stelsel onder grote druk staat. Het is daarom een zorg dat het rijk bij de grote inhoudelijke ambities een dergelijk klein bedrag beschikbaar heeft gesteld.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

27/36

Een gezonde samenleving Wat staat er in het akkoord? Er is aandacht voor de gezondheid van kinderen en het stimuleren van bewegen in het dagelijks leven en sport voor mensen met en zonder beperking. Ze willen bouwen aan zorgzame wijken en buurten door te investeren in de sociale cohesie. Daarnaast wordt ingezet op renovatie en verduurzaming van sportaccommodaties. Het Actieprogramma Kansrijke Start wordt verder ondersteund, zodat gezinnen in een kwetsbare situatie betere zorg en ondersteuning ontvangen. Ook zijn er extra middelen voor medische preventie. Wat betekent dit voor gemeenten? Extra investeringen in de sociale basis en in krachtige gemeenschappen juichen we toe: daar zitten belangrijke sleutels tot een gezonde(re) samenleving. Na het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en de afspraken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is de verdere versterking van Kansrijke Start een mooie stap. Gezonde en leefbare wijken moeten uitnodigen tot bewegen. Dat vraagt meer dan het opknappen van speelplaatsen en accommodaties, maar we zien dit wel als een belangrijke voorwaarde. Investeren in de gezondste generatie ooit vraagt fundamentele en duurzame keuzes gericht op gezondheid. Maar ook weerstand kunnen bieden aan pandemieën. Dat de bezuinigingen van eerdere kabinetten op de pandemische paraatheid niet worden teruggedraaid is teleurstellend.

Huishoudelijke hulp Wat staat in het akkoord? Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo 2015 wordt geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien, waarbij geldt dat de beoogde besparing (€ 435 miljoen per 2029 op de rijksbegroting) taakstellend is. Wat betekent dit voor gemeenten? Vooralsnog is onduidelijk wat de precieze consequenties zijn zowel inhoudelijk als financieel en het is daarmee een risico voor gemeenten waar we aandacht voor hebben. Onduidelijk is wat dit betekent voor de eerdere voornemens van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage en de daarmee samenhangende ingeboekte bezuiniging op het gemeentefonds. Versterken wijken en buurten Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen investeren in zorgzame buurten en gemeenschapsontwikkeling zodat ouderen en mensen met een beperking langer thuis kunnen wonen met passende ondersteuning. Daarbij ondersteunen ze mantelzorgers door het blijven bieden van respijtzorg. Ze willen zorgen dat gezonde keuzes via een wijkgerichte aanpak ook kwetsbare groepen bereiken. Verder willen de partijen investeren in het versterken van buurtregie, sociale cohesie en mantelzorgondersteuning. Hiervoor wordt € 540 miljoen per jaar gereserveerd in 2027 tot en met 2029.

Wat betekent dit voor gemeenten? Het is nog onduidelijk waar de genoemde € 40 miljoen (2027-2029) precies voor is bestemd en of dit via gemeenten gaat lopen (waar de VNG voor pleit) en hoe dit budget zich verhoudt tot het elders genoemde ‘gemeenschapsfonds’ van 4 x € 50 miljoen. Extra inzet op mantelzorgondersteuning en respijtzorg vraagt om hogere investeringen van de gemeente. De investeringen in buurtregie,

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

28/36

sociale cohesie en mantelzorgondersteuning, samen met bestaande afspraken, zijn positief, maar niet voldoende voor de toekomst met meer ouderen die langer thuis wonen. Compensatie chronische ziektekosten naar gemeenten Wat staat in het akkoord? De partijen geven aan dat ze bij alle hervormingen van de zorg en sociale zekerheid de zorg voor iedereen toegankelijk willen houden. Ze hebben extra oog voor chronisch zieken en mensen met een beperking. Voor deze inwoners is er een tegemoetkoming voor zorgkosten opgenomen. Hiervoor hebben de partijen € 350 miljoen structureel (vanaf 2027) geserveerd die ze via gemeenten willen uitkeren. Deze maatregel gaat hand in hand met een bezuiniging van € 618 miljoen op de fiscale aftrek specifieke zorgkosten (maatregel 47 in de tabel). Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten moeten deze maatregel uitvoeren, maar de uitwerking is nog onduidelijk. Die moet aansluiten bij de vereenvoudigingsagenda inkomen, eenvoudig zijn voor inwoners en passen binnen de gemeentelijke taken. Daarom is duidelijkheid nodig over de taakverdeling tussen rijk en gemeenten, de effecten voor inwoners in kwetsbare omstandigheden en de uitvoerbaarheid. Ook is een goede onderbouwing nodig van de gevolgen voor inwoners met een chronische ziekte of beperking, met een eenvoudige werkwijze zodat het geld zoveel mogelijk bij hen terechtkomt.

Beschermd wonen en dakloosheid Wat staat er in het akkoord? In het akkoord staan geen nieuwe initiatieven op het gebied van Beschermd wonen of dakloosheid. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is een gemis dat hierover niets is opgenomen, want dakloosheid is één van de meest ingrijpende problemen waar een burger mee te maken kan krijgen. Voor gemeenten is het dus van groot belang dat de aanpak van dakloosheid met kracht wordt voortgezet. De groei van het aantal EUarbeidsmigranten en hun problemen vraagt daarbij om bijzondere aandacht. Staatscommissie zorg Wat staat er in het akkoord? De staatscommissie zorg zal voor de langere termijn aanbevelingen doen over meer hervormingen voor een financieel houdbaar zorgstelsel als antwoord op de toekomstige vergrijzing en personeelskrapte. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief dat een onafhankelijke gezaghebbende commissie met een lange termijnbril kijkt naar wat fundamenteel nodig is voor een houdbaar zorgstelsel. Gemeenten werken hier graag aan mee. Eerdere adviezen zoals investeren in preventie, meer middelen naar het sociaal domein en financiële schotten tussen zorgwetten wegnemen, moeten worden meegenomen. De staatscommissie moet ook verder kijken dan alleen het zorgstelsel en met praktische voorstellen komen voor beleid waarin gezondheid en vitaliteit centraal staan.

Langdurige zorg en zorg voor mensen met een beperking Wat staat er in het akkoord? De focus verschuift van intramurale zorg naar het investeren in zorgzame buurten, zodat ouderen en mensen met een beperking langer thuis kunnen blijven wonen. In de ouderenzorg wordt het

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

29/36

scheiden van wonen en zorg voortgezet en in de Wlz komt er meer doelmatige zorg door aanpassing van kwaliteitsnormen en tarieven. De regels voor het persoonsgebonden budget worden ingeperkt. Een bestuurlijk akkoord voor ouderenzorg, gehandicaptenzorg en ggz-wonen moet de uitgavengroei beperken door persoonsgerichte en passende zorg te stimuleren, waarbij zorg in natura de voorkeur krijgt boven het pgb. De enveloppe ouderenzorg die onder het vorige kabinet was gereserveerd voor moderne verzorgingshuizen is vervallen. Wat betekent dit voor gemeenten? De voorgenomen veranderingen in de Langdurige (Wlz-)zorg leiden tot meer en intensievere aanspraken op Wmo-zorg en ondersteuning, maar de mate waarin is vooraf niet in te schatten. Dit staat op gespannen voet met de voorgenomen korting op het gemeentelijk budget voor Wmo huishoudelijke hulp. De verschuiving van intramurale zorg naar zorgzame buurten en gemeenschapsontwikkeling wordt wel mede versterkt met de eerdergenoemde tijdelijke middelen voor zorgzame buurten. Geestelijke gezondheidszorg Wat staat er in het akkoord? Het nieuwe akkoord wil inzetten op preventie van mentale problemen van jongeren en volwassenen. Ze willen vroege interventie en voorkomen dat problemen te zwaar worden. Ze investeren in programma’s op school, het werk en in de wijk om mentale veerkracht te versterken.

Daarnaast willen partijen de financiering en organisatie van de GGZ hervormen, zodat er capaciteit in menskracht en budget komt voor complexe zorg. Prikkels die lichte zorg bevoordelen worden afgebouwd en er vindt meer sturing plaats op uitkomsten. De coalitiepartijen willen ook meer centrale regie over de verschillende wetten, zodat mensen niet tussen wal en schip vallen als ze van de ene naar de andere wet overgaan, bijvoorbeeld als ze volwassen worden. Om beter te kunnen prioriteren, blijven ze inzetten op het verkrijgen van inzicht in de zorgvraag. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is de inzet op een duurzame lokale en nationale strategie op mentale gezondheid positief. Meer regie op het gefragmenteerde ggz-stelsel kan positieve effecten hebben. Voorstellen voor ingrepen in het ggz-stelsel moeten met gemeenten samen worden geformuleerd. Ze moeten enerzijds gebaseerd zijn op een duurzame en gezamenlijke strategie voor het verbeteren van de mentale gezondheid. Anderzijds moeten gemeenten in staat worden gesteld van begin af aan hun preventieve, signalerende en normaliserende rol in het stelsel goed in te vullen. We herkennen het belang van bemoeizorg. Een rol van gemeenten in een aangepast ggz-stelsel moet gebaseerd zijn op de waarde van het sociaal domein.

Goede gegevensuitwisseling en slimme inzet van technologie Wat staat er in het akkoord? Om zorgverleners effectiever in te zetten en te ontzien van administratieve lasten, willen de partijen nieuwe technologieën en digitale consulten benutten omdat die bijdragen aan betere diagnostiek, slimmere zorg zodat professionals meer tijd hebben voor cliënten, patiënten en gezinnen. Ook willen ze zorgen voor een landelijk dekkende infrastructuur voor gegevensuitwisseling. Dit verbetert de samenwerking tussen zorgverleners, en waar passend met het sociaal domein, en maakt hoogwaardig onderzoek ten behoeve van patiëntenzorg mogelijk. Wat betekent dit voor gemeenten?

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

30/36

Een gezamenlijke aanpak van gezondheid betekent ook investeren in digitale samenwerking zorgen sociaal domein. Als gemeenten moeten aansluiten op de landelijk dekkende infrastructuur voor gegevensuitwisseling, vraagt dit om heldere afspraken tussen het zorg- en sociaal domein over uitwisseling van gegevens en veilige terugkoppeling van gegevens naar burgers die voldoen aan landelijke en Europese afspraken en wetgeving. VN-verdrag handicap Wat staat er in het akkoord? Om de zorg en het leven van mensen met een beperking te verbeteren voeren we het VN-verdrag Handicap uit. Wat betekent dit voor gemeenten? Uitvoering van het VN-verdrag Handicap zal worden doorgezet. Daarbij blijven we aandacht vragen voor uitvoerbaarheid, inclusief realistische financiële onderbouwing. Jeugdzorg In de bouwsteen ‘Jeugd, Onderwijs en Kansengelijkheid’ bepleiten we het belang van ‘zo gewoon mogelijk’ opgroeien binnen een sterke gemeenschap. Jeugdigen en gezinnen die extra ondersteuning nodig hebben, kunnen terecht bij lokale teams of – wanneer dat noodzakelijk is – bij specialistische jeugdhulp. We zetten in op inperking van het gebruik van individuele jeugdhulp en aanpassing van het financieringsmodel, om zo te komen tot een houdbaar stelsel. We zien dat het regeerakkoord belangrijke elementen bevat om deze visie te realiseren.

De coalitiepartijen erkennen de verantwoordelijkheid van ouders en het belang van een sterke pedagogische basis, waarin ook aandacht is voor (normalisering van) mentale problemen. Het is wel zaak de elementen goed met elkaar in verbinding te brengen en om te voorzien in passende (integrale) financiering, zodat er een samenhangend geheel ontstaat van kinderopvang, onderwijs, jeugdhulp en het bredere sociaal domein. De plannen om organisatie en financiering van de jeugdzorg te hervormen, bieden kansen om het jeugdstelsel toekomstbestendig te maken. Voor de komende jaren biedt dit echter nog geen realistisch financieel perspectief. Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen zetten in op een sterke sociaal-pedagogische basis en op preventie. Er gaat structureel € 150 miljoen naar de uitbreiding van het programma Kansrijke Start. Het kabinet wil ook investeren in mentale gezondheid op school, maar kent daarvoor geen specifieke middelen toe. De organisatie en financiering van de jeugdzorg wordt hervormd. Het nieuwe kabinet wil het gebruik van lichte jeugdhulp terugdringen, onder meer door lichte ondersteuning niet meer te financieren of collectief te organiseren. Daardoor moet er meer capaciteit beschikbaar komen voor complexe zorg. Ook wil men hulpvragen die geen zorgantwoord behoeven elders oppakken, bijvoorbeeld in het sociaal domein.

Het jeugddomein blijft – in tegenstelling tot de rest van de zorg – een vergaande bezuiniging bespaard. Extra middelen voor jeugdzorg worden echter niet toegekend. Hoewel het kabinet de hervorming van de jeugdbescherming wil voortzetten, worden de benodigde transitiemiddelen voor het Toekomstscenario niet beschikbaar gesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zetten al stappen om hulp en ondersteuning zoveel mogelijk rondom het kind en gezin te organiseren. Het is daarom waardevol dat de coalitie aandacht besteedt aan de pedagogische basis en aan de samenhang tussen wetten, bijvoorbeeld in de overgang van jeugd naar volwassenheid. Het is wel van belang dat gemeenten voldoende middelen ontvangen om de

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

31/36

pedagogische basis en lokale teams tot volle wasdom te laten komen, anders is er een risico dat de beweging stokt. De coalitiepartijen doen niets aan de dreigende tekorten in de jeugdzorg. Die lopen op van € 2,6 miljard in 2028 tot € 2,9 miljard in 2030, ten opzichte van het financieel kader dat de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd adviseerde. Wij gaan graag met het nieuwe kabinet in gesprek over mogelijkheden om het stelsel beheersbaar te maken. We achten het echter onrealistisch dat maatregelen al in 2028 het beoogde effect hebben en kijken uit naar het advies van de Deskundigencommissie in 2027. De huidige situatie is maatschappelijk en financieel onhoudbaar. Het is begrijpelijk dat de coalitiepartijen zich richten op lichte jeugdhulp, omdat daar de grootste toename zichtbaar is. Tegelijkertijd is het van belang ook het gebruik van specialistische hulp terug te dringen, omdat gemeenten daar vaak de hoogste kosten maken. We voorzien dat een harde afbakening binnen het aanbod – waarbij het één wel vergoed wordt, en het ander niet – kan leiden tot opwaartse druk richting zwaardere hulptrajecten. Dit beschouwen we als aandachtspunten voor de wetsconsultatie. De instroom in de jeugdhulp is niet los te zien van ontwikkelingen in andere domeinen. Enerzijds is onze hoopvolle verwachting dat de investeringen in het onderwijs leiden tot betere kansen voor alle kinderen.

Anderzijds is bekend dat armoede kan leiden tot stress in gezinnen. De voorgenomen bezuinigingen op bestaanszekerheid en zorg zijn op dit vlak een potentieel risico.

Nederland koploper in een digitale wereld Digitale samenleving Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen vinden dat de overheid meer verantwoordelijkheid moet nemen voor de digitale samenleving. Ze willen dat het internet een veilige en gezonde plek wordt voor kinderen, jongeren en kwetsbare groepen. Het gaat onder andere om een minimumleeftijd (15) voor social media, het terugdringen van ongezonde schermtijd, strengere regels om kwetsbare groepen te beschermen tegen gerichte beïnvloeding, het tegengaan van desinformatie en online beïnvloeding. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten worden (in-)direct geraakt door misstanden in de online wereld. De verspreiding van desinformatie raakt ook lokaal gezag en lokale bestuurders, versterkt maatschappelijke polarisatie, zet aan tot hinder van gemeenteambtenaren en kan leiden tot verstoringen van de openbare orde. Op het moment dat de gezondheid van jongeren verslechtert door effecten van de online leefwereld, hebben gemeenten de taak om jongeren in de jeugdzorg er weer bovenop te helpen. Een versterking van de nationale aanpak van online gezondheid en veiligheid is welkom maar de uitvoering blijft een vraagteken omdat ze geen geld hiervoor reserveren.

Digitale overheid en dienstverlening Wat staat er in het akkoord? De partijen willen een grote inhaalslag op digitale dienstverlening voor burgers en bedrijven, met Estland als voorbeeld. Alle overheidsdiensten moeten online en offline toegankelijk zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit dat zij hun dienstverlening verder moeten digitaliseren. De ambitie dat alle overheidsdiensten online toegankelijk zijn vraagt om investeringen in digitale kanalen, systemen en vaardigheden. In het kader van inclusie, begrijpelijkheid en toegankelijkheid zijn de

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

32/36

Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) van groot belang, deze worden in het akkoord niet benoemd. Ook hier ontbreken de benodigde financiën. Digitale autonomie Wat staat er in het akkoord? Het doel is om een overheid te creëren die digitaal betrouwbaar en weerbaar is. Dit betekent dat men kiest voor digitale autonomie door te investeren in Europese digitale infrastructuur en het verminderen van strategische afhankelijkheden. De coalitiepartijen willen daarnaast digitale aanbestedingen en inkoopprocessen standaardiseren en centraliseren, met veiligheid als belangrijk uitgangspunt. Wat betekent dit voor gemeenten? Het akkoord richt zich op de digitale zelfstandigheid van de rijksoverheid. Gemeenten hebben echter dezelfde digitale kwetsbaarheden en afhankelijkheden. Digitale autonomie is nodig voor de hele overheid, niet alleen voor het rijk. Omdat in de budgettabel nog geen duidelijkheid wordt gegeven over de financiering van deze transitie, is de impact lastig te overzien. Digitale weerbaarheid Wat staat er in het akkoord? Cyberaanvallen, digitale spionage en desinformatie worden als directe bedreigingen voor Nederland gezien. De coalitiepartijen willen dat vitale sectoren en de (semi-)overheid cyberweerbaar zijn om maatschappelijke ontwrichting te voorkomen.

Daarvoor stellen ze onder andere voor: een snelle implementatie van de NIS2-richtlijn, centrale regie op cybersecurity en oefeningen met overheden, MKB en vitale sectoren. Wat betekent dit voor gemeenten? De voorgenomen maatregelen vragen om intensieve afstemming tussen het rijk en de medeoverheden, onder meer via de Nederlandse Digitaliseringsstrategie en via het Bestuurlijk convenant digitale veiligheid gemeenten. Ook hier geldt dat het kabinet niet voorziet in de financiering van de plannen in de budgettabel.

Investeren in bereikbaarheid, zorg voor water en milieu Nieuwe infrastructuur Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen investeren in de aanleg van nieuwe infrastructuur die noodzakelijk is voor de ontsluiting van nieuwe woningbouw. In het coalitieakkoord staat dat nieuwe woonwijken zowel met OV als met de auto goed bereikbaar moeten zijn. Bij de prioritering van nieuwe aanlegprojecten wordt gekozen voor projecten die aantoonbaar bijdragen aan woningbouw, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. Voor prioritaire infrastructuurprojecten wordt zowel in 2028 als in 2029 € 750 miljoen beschikbaar gesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? Het coalitieakkoord legt sterk de nadruk op nieuwe infrastructuur voor woningbouw. Wat dit voor gemeenten betekent, hangt in hoge mate af van de verdere uitwerking. In de begroting zijn langjarige investeringen opgenomen die aansluiten bij de Nota Ruimte. Het is nog onduidelijk hoe ze invulling willen geven aan de aanpak uit Bereikbaarheid op Peil, waarbij de bereikbaarheid van

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

33/36

voorzieningen centraal staat in plaats van een knelpuntenaanpak. Ook hier bepaalt de concrete uitwerking in het coalitieakkoord wat dit in de praktijk voor gemeenten betekent. Beheer en onderhoud van infrastructuur Wat staat er in het akkoord? Om Nederland veilig, bereikbaar en economisch sterk te houden, krijgt de onderhoudsopgave voorrang bij het toedelen van beschikbare middelen. De coalitiepartijen zetten in op een nieuwe prioritering binnen alle onderhoudsopgaven van wegen en spoorlijnen. Wat betekent dit voor gemeenten? Positief is de aandacht voor de instandhoudingsopgave, alleen zijn de middelen onvoldoende voor de totale opgave van de gezamenlijke overheden. Bovendien zijn ze pas vanaf 2031 beschikbaar. In het coalitieakkoord zijn geen extra middelen vrijgemaakt voor de gemeentelijke onderhoudsopgave. Uit onderzoek van TNO blijkt dat hiervoor € 3,4 miljard per jaar nodig is. Openbaar vervoer, elektrisch rijden, fiets en verkeersveiligheid Wat staat er in het akkoord? In het coalitieakkoord wordt aandacht besteed aan de uitbreiding van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen en het fiscaal aantrekkelijk houden van elektrisch rijden. Daarnaast wordt het gebruik van deelauto’s, de fiets en het openbaar vervoer gestimuleerd. Binnen het ov ligt de focus op het spoor, het aanpakken van overlast en het tegengaan van zwartrijden.

Ook zetten de coalitiepartijen in op de uitvoering van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets. Verder zijn er plannen voor een aparte voertuigcategorie voor fatbikes, een minimumleeftijd en helmplicht, evenals de mogelijkheid voor gemeenten om fatbike‑vrije zones in te stellen en strenger te handhaven. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG is positief over het stimuleren van elektrisch rijden en alternatieven voor eigen autogebruik. In het coalitieakkoord is echter niet uitgewerkt hoe dit wordt gerealiseerd en er zijn geen extra middelen voor beschikbaar. Extra investeringen in ov, publieke mobiliteit of het Nationaal Toekomstbeeld Fiets ontbreken. Gemeenten die deelmobiliteit of fiets- en ov-gebruik willen stimuleren, moeten dit uit eigen middelen bekostigen. Voor verkeersveiligheid blijft de inzet gericht op educatie, handhaving en veilige infrastructuur, maar de bestaande middelen uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid zijn al uitgeput. Nieuwe middelen om de risicogerichte aanpak met gemeenten voort te zetten ontbreken. Wel krijgen gemeenten meer ruimte om overlast door fatbikes tegen te gaan, wat een oplossing op de korte termijn kan bieden. Zorg voor water en milieu Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen een toekomstgericht beleid op het gebied van milieu en water. Het Schone Lucht Akkoord dient daarbij als uitgangspunt.

De waterkwaliteit wordt structureel verbeterd. Bij de herziening van de Kaderrichtlijn Water zetten ze in op simplificatie, met als doel een ambitieuze en realistische richtlijn, zodat er ruimte is om samen met relevante waterpartners te werken aan concrete plannen voor verbetering. Daarnaast willen ze dat Nederland kartrekker wordt in het realiseren van een Europees verbod op PFAS.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

34/36

Wat betekent dit voor gemeenten? De Kaderrichtlijn Water kan gevolgen hebben voor ruimtelijke ontwikkelingen. Gemeenten wachten op de maatregelen die het kabinet hiervoor zal voorstellen, omdat het niet halen van de KRW-doelen vanaf 2027 kan leiden tot beperkingen voor nieuwe projecten, waaronder woningbouw. Daarnaast worden bodemkwaliteit, voldoende zoetwater en goede luchtkwaliteit steeds belangrijker voorwaarden voor de uitvoering van gemeentelijke opgaven. Wanneer luchtkwaliteitseisen worden overschreden, kan dat zowel de volksgezondheid raken als gevolgen hebben voor de ruimte die gemeenten hebben om te bouwen. In dit licht is een landelijke programmatische aanpak voor verbetering van de luchtkwaliteit van belang. Tot slot vraagt een eventueel Europees of landelijk verbod op PFAS om verdere uitwerking in overleg met gemeenten, zodat duidelijk wordt welke gevolgen dit heeft voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.

Gezonde overheidsfinanciën Wat staat er in het akkoord? Houdbare overheidsfinanciën zijn van belang voor brede welvaart van toekomstige generaties. Inzet is gericht op trendmatig begrotingsbeleid en het maken van meer onderscheid tussen uitgaven aan consumptie en investeringen zodat baten van investeringen duidelijker zichtbaar worden. Ook wordt de begrotingshorizon verbreed naar 8 jaar, dat geldt voor wonen en infrastructuur en energie en klimaat. In de budgettaire tabel staat een efficiencytaakstelling rijksoverheid/slagvaardige overheid en subsidietaakstelling. Wat betekent dit voor gemeenten? Een langjarig stabiel beleid is belangrijk om vanuit gemeenten bij te dragen aan de grote verbouwing van Nederland. Positief is de insteek om baten van investeringen duidelijker zichtbaar te maken. Ook om langjarig middelen (t/m 2035) te reserveren voor opgaven in het fysieke domein, ook al blijven wij inzetten op een bredere investeringsagenda t/m 2050. We kijken kritisch naar de taakstelling voor de overheid en subsidies omdat deze ongetwijfeld een doorwerking hebben naar gemeenten. Belasting- en toeslagenstelsel Wat staat er in het akkoord? Het belasting- en toeslagenstelsel en andere inkomensregelingen en -verzekeringen zijn aan herziening toe.

Hiervoor bewandelt een toekomstig kabinet meerdere sporen zoals stapsgewijze vereenvoudigingen in het fiscale, sociale zekerheids- en toeslagenstelsel en verder wordt gewerkt aan meer eenvoud in de uitvoering. Dat betekent onder andere: • Harmonisering van begrippen (partner, kostendeler, inkomen en vermogen) en voorwaarden voor inkomensondersteunende regelingen inclusief sociale zekerheid en toeslagen; • De uitvoering van toeslagen onder de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) brengen, zodat tussen uitvoeringsinstanties gegevens kunnen worden uitgewisseld en dienstverlening kan worden verbeterd. • Verkleinen van niet-gebruik en het risico op terugvorderingen door proactieve dienstverlening, waaronder toewerken naar automatisch uitkeren van toeslagen. • Stapsgewijs beperken van de veelheid aan inkomensafhankelijke regelingen in de fiscaliteit, te beginnen met de heffingskortingen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

35/36

• • •

De kinderbijslag en het kindgebonden budget samenvoegen in één-kindregeling met een hoger vast en lager variabel bedrag. Onderzoeken hoe de complexiteit van 21 samenlevingsvormen in de AOW op te lossen. Afschaffen Kinderopvangtoeslag door directe financiering.

Het nieuwe kabinet komt voor het einde van 2026 met een hervormingsagenda met concrete mijlpalen. De voortgang op de hervormingsagenda gebeurt onder primaire verantwoordelijkheid van de staatssecretaris voor Fiscaliteit in samenwerking met de minister van SZW. Wat betekent dit voor gemeenten? We herkennen de thema's als concrete onderdelen uit onze Verklaring Bestaanszekerheid. Vereenvoudiging en de raakvlakken met toeslagen en fiscaliteit lopen hier als rode draad doorheen. Voor deze samenhangende maatregelen is het budgettaire kader nog onduidelijk. De hervormingsagenda gaat over inhoud, maar ook over een stevige, gelijkwaardige en intensieve samenwerking met gemeenten en publieke dienstverleners van beleid tot uitvoering. Hersteloperatie Toeslagen Wat staat er in het akkoord? Het vertrouwen in de overheid van ouders die slachtoffer zijn geworden van de Toeslagenaffaire is ernstig geschaad. Herstel van de financiële en emotionele schade is nodig en urgent. De lessen uit de parlementaire enquête en ondervraging verdienen daarom opvolging.

Om de hersteloperatie rond de kinderopvangtoeslagaffaire zo spoedig mogelijk af te ronden, wordt maximaal ingezet op: • afhandelen van financiële schade; • gemeenten ondersteunen bij de uitvoering van hun taken richting ouders in het kader van brede ondersteuning; • inrichten van een ‘plek’ voor emotioneel herstel; • beter richten van de kindregeling zodat kinderen een goede (door)start krijgen. Om de hersteloperatie rond de kinderopvangtoeslagaffaire zo spoedig mogelijk af te ronden, wordt voor de duur van de afwikkeling een staatssecretaris benoemd. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is het belangrijk dat we de Hersteloperatie Toeslagen kunnen afronden, in lijn met eerder gemaakte Bestuurlijke afspraken. Voor gemeenten is het belangrijk dat langdurige psychosociale ondersteuning op landelijk niveau gewaarborgd is en dat de transitie, inclusief de impact op de reguliere dienstverlening, op een verantwoorde manier wordt vormgegeven.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

36/36

(PLASTIC) FILTER!

Gemeenteraad

de

van

No

(Plastic)

p/a

Fair Resource

gemeente Vught

Filter Foundation

(geanonimise rd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Utrecht,

9 december

Betreft:

‘No

Beste

2025

(Plastic) Filter'-campagne

gemeenteraadsleden,

Graag vragen wij uw In Nederland

aandacht

belanden

jaarlijks

groot milieuprobleem.

Ook

in

vervuilen.

Het structureel

gemeente

veel te kostbaar.

namelijk De in

‘No

een

(Europees)

(Plastic)

circa

uw

Het

1

miljard’ sigarettenpeuken peuken

van

op

voor

verbod

een

Amsterdam,

Utrecht

streeft

gemeente

naar

Als

onze

u

besluit

Venlo,

actie te

is niet te doen

hebben

een

steun

om

verbod voor

kunt

u

uw

ons

van

supporters. Aan het

een

donatie

door contact De

met

gezamenlijke

beleidsmakers.

1

onze

aan

wordt

steunen

campagne

logo

nemen

steun

voor

onze

In 2026

en

voor

uw

onze

actie

op

onze

waaronder

gemeente eenvoudig

aanmelden

Na

link in de

bevestiging via de

automatisch

vanuit de

op te

2027

uw

van

ons

ruimtes

maatregelen,

gemeenten

gedaan.

ondersteunen,

ontvangen,

meer

dat inmiddels

die

zult

openbare

actie. Via de website

gemeenten,

https://noplasticfilter.org/?support=true.

van

de

een

sigarettenfilters, vastgelegd

Meerdere

deze link: u

straat.

bovendien

en

andere

op

onze

wij onder

roepen

te ondertekenen.

en

peuken

Dit is

op

sigarettenfilters.

www.noplasticfilter.org/nl/supporters/ oproep

zullen talloze

probleem aanpakken vergt

Filter’ campagne uw

volgende.

gemeente

opruimen verbod

wetgeving. Wij vragen

het

voor

zijn geen

UPV-zwerfafval

toegevoegd

op

onze

kosten verbonden.

via

mail

website Uiteraard is

gelden altijd welkom.

Dat kan

(zie onder).

campagne

gebruiken wij richting (inter)nationale

evalueert de

Europese

Unie de

Single-Use

Plastics

Bron: https://ce.nl/wp-

content/uploads/2023/02/CE Delft 220280 Reduceren_van_sigarettenfilters_in_het zwerfafval Def V2. pdf. Schatting CE Delft: tussen 0,2 miljard en 7,1 miljard filters belandt per jaar in het milieu. O.b.v. cijfers Trimbos Instituut en CE Delft is een meer nauwkeurige schattingte maken van circa 1 miljard peuken. No

(Plastic)

Filter:

www.noplasticfilter.org

(PLASTIC) FILTER!

Directive

(SUPD). Wij hopen,

mede

met

uw

steun,

een

verbod

de

Nederlandse

op

sigarettenfilters in deze

Europese richtlijn te kunnen bewerkstelligen.

Ook

de

sigarettenfilters, dankzij onze

mogelijkheid van

informatie

In de

bijlage

indien

Met

over

vindt

gewenst,

gemeente

verbod

op

https://plasticpeukencollectief.nl/. Kortom,

campagne: Meer

nationaal

een

u

een

actie

onze

kunt

informatie

meer

nadere

u

vinden op de website

over

toelichting

de campagne.

te

eerdere

groot belang!

https://noplasticfilter.org/.

Uiteraard

Mogen wij

geven.

is van

steun

uw

overheid onderzoekt

zijn wij graag bereid,

ook op de steun

van

uw

rekenen?

vriendelijke groet,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Campagneleider

No

(Plastic)

Filter

(geanonimiseerd) Mn E:

info@noplasticfilter.org

W:

www.noplasticfilter.org

Bijlage:

alle

argumenten

Aanmelden Als

uw

een

Ga

besluit

naar

te

de website

uploaden.

bevestiging van aan

de

actie te

onze

organisatie/initiatief’ en vul gemeente

rijtje

als supporter

gemeente

eenvoudig.

op

U

ondersteunen,

als supporter heel

https://noplasticfilter.org/?support=true,

het aanmeldformulier

krijgt vervolgens

een

steun.

Na

bevestiging wordt

Supporters-pagina

en

de

No

(Plastic)

uw

is aanmelden

‘nieuwste

Filter:

zes

in.

e-mail uw

Vergeet

niet het

kies

logo van

‘Teken als uw

toegestuurd met een link ter

gemeente

supporters’

op

www.noplasticfilter.org

automatisch de

homepage.

toegevoegd

Financiële bijdrage vanuit UPV-zwerfafval Onze actie is voor uw gemeente geheel kosteloos. Toch is elke bijdrage welkom om de actie te kunnen financieren. Indien uw gemeente onze actie (ook) financieel wil steunen vanuit de UPV-zwerfafval gelden , kan uw gemeente contact opnemen via bovenstaande gegevens voor meer informatie. Wij sturen u graag een document met alle informatie die u nodig

heeft om intern draagvlak te genereren voor een bijdrage aan de campagne. Elke

gemeente ontvangt jaarlijks UPV-gelden vanuit onder andere de tabaksindustrie

-

die

ingezet mogen worden voor preventieve maatregelen zoals onze campagne om de opruimkosten te drukken. Elke bijdrage is welkom! Alvast hartelijk dank! De ‘No (Plastic) Filter’ campagne is een initiatief van Fair Resource Foundation - we stonden aan de wieg van het Plastic Peuken Collectief dat zorgde voor bestuurlijke draagvlak voor een verbod op sigarettenfilters in Nederland zorgden dankzij onze Statiegeldalliantie voor statiegeld op blikjes en flesjes in Nederland (en doen momenteel hetzelfde in België) en lobbyden succesvol voor Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) in de Europese Single-Use Plastic Directive (SUPD) waardoor gemeenten nu ook worden vergoed voor opruimkosten ,

,

No (Plastic) Filter: www. noplasticfilter. org

Bijlage: alle argumenten Waarom

zijn sigarettenfilters

een

op

een

rijtje

probleem?

Sigarettenfilters zijn een probleem omdat sigarettenfilters: 1)

de grootste vorm van (plastic) zwerfafval zijn Meer specifiek: a)

De huidige sigarettenfilter is gemaakt van cellulose acetaat: een geplastificeerd bio-based materiaal dat niet of nauwelijks afbreekt in het milieu en uiteen valt in microplastics en nanoplastics.

b) De vele sigarettenfilters zorgen voor zo’n enorme hoeveelheid vervuiling , dat dit nauwelijks aangepakt kan worden door bewustwording en opruimen. c)

Opruimen van sigarettenfilters is bovendien bewerkelijk , arbeidsintensief en duur. De filters liggen tussen tegels of in het groen waar ze uit elkaar vallen. Een deel verdwijnt in het water , in putten en andere plekken waar ze niet meer verwijderd kunnen worden.

d) De sigarettenfilter komt bijna onvermijdelijk in het milieu terecht , het weggooien zit besloten in het ontwerp. 2)

enorme zware

hoeveelheden giftige stoffen in het milieu lekken - zoals pesticiden ,

metalen , teer , arseen en nicotine - met schadelijke effecten op planten ,

dieren en de waterkwaliteit. In essentie is een sigarettenfilter chemisch afval. Ook alternatieve sigarettenfilters - zelfs als ze geen enkele plasticvezel bevatten belanden in enorme hoeveelheden in het milieu , breken niet direct af en lekken giftige stoffen. 3)

een enorme

kostenpost voor de samenleving zijn , nu en in de toekomst door het

opruimen , het saneren van bodemvervuiling en mogelijk extra benodigde investeringen in waterzuiveringsinstallaties. 4)

de gezondheidsrisico’s van roken niet verkleinen (zie dit overzicht van onze ‘werkgroep sigarettenfilters’ samen met de Nederlandse gezondheidsorganisaties)

No (Plastic) Filter: www. noplasticfilter. org

Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:

Secretariaat De Kinderombudsman <secretariaat@kinderombudsman.nl> donderdag 12 februari 2026 09:03 Secretariaat De Kinderombudsman Rapport Kinderombudsman 'Je bent maar een kind, je durft gewoon niet' Aanbiedingsbrief rapport - College BW (definitief).pdf; 110226_Def rapport klachtbehandeling in residentiële jeugdzorg.pdf

Let op: Deze mail komt van buiten onze organisatie. Help mee om onze organisatie veilig te houden en denk na voordat je op een link klikt of een bijgevoegd bestand opent.

Geachte heer/mevrouw, Bijgaand zend ik u het rapport 'Je bent maar een kind, je durft gewoon niet' van de Kinderombudsman, met daarbij een aanbiedingsbrief voor het college van Burgemeester en Wethouders. Het rapport bevat de belangrijkste inzichten van de Kinderombudsman over het recht van kinderen en jongeren om zich uit te spreken tijdens hun verblijf in de residentiële jeugdhulp. Het rapport is vandaag gepubliceerd. Ik wil u verzoeken ervoor te zorgen dat het rapport en de brief bij de juiste personen in uw organisatie terecht komt: College van Burgemeester en Wethouders De gemeenteraad Mocht deze mail nog vragen oproepen, dan kunt u contact opnemen met Eva Huls (via 070 356 35 90 of e.huls@nationaleombudsman.nl). Met vriendelijke groet,

Secretaresse Kinderombudsman

T +31 70 356 36 52 E secretariaat@kinderombudsman.nl

1

Retouradres: Postbus 93122, 2509 AC Den Haag

Aan: College van Burgemeester en Wethouders

Betreft: Aanbieding rapport "Je bent maar een kind, je durft gewoon niet" Geacht College, Hierbij bied ik u het rapport "Je bent maar een kind, je durft gewoon niet" aan. Dit rapport gaat over het recht van kinderen en jongeren om zich uit te spreken tijdens hun verblijf in de residentiële jeugdhulp. Op welke wijze draagt het klachtrecht daaraan bij? En wat hebben kinderen en jongeren nodig om hun verhaal te kunnen doen als er iets niet goed gaat? In het rapport leest u mijn bevindingen en de aanbevelingen die ik doe aan aanbieders van residentiële jeugdhulp. Voor gemeenten is dit rapport relevant omdat u afspraken zou moeten maken met gecontracteerde jeugdhulpaanbieders over de aanpak van de klachtbehandeling en over de terugkoppeling daarvan. De belangrijkste bevindingen Het klachtrecht is een belangrijke rechtswaarborg Het is een belangrijk kinderrecht dat kinderen en jongeren die niet thuis kunnen wonen, hun stem kunnen laten horen als er iets niet goed gaat op de plek waar zij geplaatst zijn. Het is essentieel dat zij hier gebruik van kunnen maken, kunnen vertellen wat er aan de hand is en op kunnen komen voor hun rechten. Een goed functionerend klachtrecht draagt er ook aan bij dat jeugdhulpaanbieders alert zijn op de kwaliteit van hun dienstverlening.

De klachtprocedures voldoen nog steeds niet aan de vereisten In het rapport "Neem mijn klacht serieus" (2016) formuleerde de Kinderombudsman tien regels waaraan het klachtrecht vanuit kinderrechtelijk perspectief moet voldoen.1 Ik constateer dat deze ook nu nog relevant zijn. De praktijk voldoet namelijk nog niet of onvoldoende aan de vereisten. Deze regels en de daarbij horende aanbevelingen verdienen dan ook blijvende aandacht Voorwaarden om het klachtrecht te kunnen en durven gebruiken Om te zorgen voor een goed functionerend en effectief klachtrecht, moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden.

1 Zie pagina 12 van het rapport.

Pagina 1/3 Datum 12 februari 2026 Onderwerp Aanbieden rapport Je bent maar een kind, je durft gewoon niet Ons nummer 2066734 Contactpersoon Ayeh Zarrinkhameh T 070 850 69 91

Kinderombudsman Bezuidenhoutseweg 151 2594 AG Den Haag Postbus 93122 2509 AC Den Haag T 070 356 35 63 info@kinderombudsman.nl www.kinderombudsman.nl De Kinderombudsman is onderdeel van de Nationale ombudsman

Pagina 2/3 Ons nummer 2066734

Een toegankelijke en laagdrempelige procedure Het is voor jongeren belangrijk dat de (formele) klachtenprocedure toegankelijk en laagdrempelig is. De procedure moet bekend, snel en duidelijk zijn. Daarnaast moeten jongeren altijd een terugkoppeling krijgen over wat er met hun klacht is gedaan en welke afwegingen daarin zijn gemaakt. Dit geeft jongeren een gevoel van regie en zorgt ervoor dat ze zich serieus genomen voelen. Roos: 'Als jongere dien je een klacht in, en dan kan er misschien zelfs met de beste intenties heel veel achter de schermen gebeuren. Maar als jongere heb je daar niks van door…heb je geen weet van.' Naast een toegankelijke en laagdrempelige procedure zijn twee basisvoorwaarden bepalend voor een effectief werkend klachtrecht. Het gaat dan met name om een veilig pedagogisch klimaat waarin het welzijn en de ontwikkeling van jongeren voorop staan én een reflecterende cultuur binnen de jeugdhulporganisaties. Een veilig pedagogisch klimaat Uit de gesprekken met jongeren blijkt dat een veilig pedagogisch klimaat waarin hun welzijn en ontwikkeling voorop staan - een belangrijke voorwaarde is om zich durven te uiten als ze onvrede ervaren. Een gevoel van veiligheid, geborgenheid en vertrouwelijkheid is basaal voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren, en om zich uit te durven uitspreken.

In de gesprekken met jongeren blijkt dat zij dit vaak niet zo hebben ervaren. Helena: 'Maar wat ik heel erg gemist heb binnen de jeugdzorg, is eigenlijk de nabijheid en betrokkenheid van de begeleiding.' Een cultuur van reflecteren en leren Verder blijkt uit de gesprekken met jongeren dat het ook bepalend is of er sprake is van een cultuur waarin medewerkers en organisaties openstaan voor feedback, en hiervan willen leren. Waarin jongeren niet bang hoeven te zijn voor de gevolgen als zij zich uitspreken. En waar ook echt iets wordt gedaan met hun inbreng. Uit de gesprekken met jongeren blijkt dat zij die open en lerende cultuur vaak niet (hebben) ervaren, en dat er weinig aandacht is voor reflectie en leren.

Pagina 3/3 Ons nummer 2066734

Melody: 'Ik denk dat je als instelling altijd verantwoordelijkheid hebt om te weten wat er speelt. En jij hebt als instelling de verantwoordelijkheid om naar de kinderen toe te gaan en te vragen: hoe vind je dit en hoe voelt dit, en hoe is dit?'

De aanbevelingen Over de wijze waarop bovengenoemde voorwaarden geconcretiseerd kunnen worden, doe ik in het bijgaande rapport een reeks aanbevelingen. Hierbij richt ik mij tot de sector: de aanbieders van residentiële jeugdhulp, de professionals die werken in die sector en ook de klachtencommissies. Het rapport met een aanbiedingsbrief is ook verstuurd aan de demissionair Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, de demissionair staatssecretaris Justitie en Veiligheid en de voorzitter van Jeugdzorg Nederland. Heeft u nog vragen? Als u nog vragen heeft over deze brief dan kunt u contact opnemen met Ayeh Zarrinkhameh (via 070 850 69 91 of A. Zarrinkhameh @nationaleombudsman.nl) of Eva Huls (via 070 356 3590 of E.Huls@nationaleombudsman.nl).

Met vriendelijke groet,

Margrite Kalverboer Kinderombudsvrouw

‘Je bent maar een kind, je durft gewoon niet’ Wat jongeren nodig hebben om zich uit te spreken tijdens hun verblijf in de residentiële jeugdhulp

12 februari 2026

Kinderen hebben rechten Deze zijn onder meer vastgelegd in het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. De rechten gelden voor iedereen onder de 18 jaar. De Kinderombudsman controleert of de overheid de kinderrechten in Nederland naleeft. Wij doen dit ook bij organisaties in het onderwijs, de kinderopvang, de jeugdzorg en de gezondheidszorg. De Kinderombudsman heeft verschillende taken die te maken hebben met onderzoek, advies en bewustwording over kinderrechten. Onderzoek De Kinderombudsman doet onderzoek naar onderwerpen die te maken hebben met de schending van kinderrechten. Wij kunnen ook een onderzoek beginnen naar aanleiding van klachten die binnenkomen over individuele gevallen.

Advies Op basis van signalen en onderzoeken adviseert de Kinderombudsman – gevraagd en ongevraagd – het parlement en verschillende instanties. Wij proberen structurele oplossingen te vinden voor problemen die met de rechten van kinderen te maken hebben. Bewustwording kinderrechten Het is belangrijk dat iedereen weet dat er kinderrechten zijn en wat deze inhouden. Dat geldt voor de kinderen en jongeren zelf, maar ook voor hun ouders, scholen, de overheid en instanties. Daarom wil de Kinderombudsman volwassenen, kinderen en jongeren bewust maken van de rechten van kinderen. Meer informatie, rapporten en adviezen zijn te vinden op www.kinderombudsman.nl

2

Inhoud

Samenvatting voor jongeren

4

Voorwoord

7

1

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Focus 1.3 Opbouw rapport

10 10 11 11

Klachtrecht in kinderrechtelijk perspectief

12

2

4

5 3

Wat onderzoekers en experts zeggen 3.1 Inleiding 3.2 De klachtprocedure 3.3 Leefklimaat: context waarin jongeren zich bevinden 3.4 Een cultuur van reflectie en leren van klachten 3.5 Alternatieve vormen om onvrede te uiten 3.6 Conclusie

15 15 15 17 20 21 23

Wat we hoorden van jongeren 4.1 Inleiding 4.2 Ervaringen met de klachtprocedure 4.3 Een veilig pedagogisch klimaat 4.4 Een cultuur van reflectie en leren van klachten 4.5 Alternatieve vormen om onvrede te uiten 4.6 Conclusie

Conclusies en aanbevelingen Conclusies Aanbevelingen

Bijlage 1: Werkwijze Bijlage 2: Opzet interviews

24 24 24 27 30 31 34

36 36 39

41 43

Samenvatting voor jongeren

Waar gaat dit rapport over? Soms gaat het niet goed bij jongeren thuis. Bijvoorbeeld omdat er problemen zijn waardoor een jongere thuis niet veilig is. Dan kan besloten worden dat een jongere ergens anders gaat wonen. Dat kan voor een korte of een langere tijd zijn. Het is niet bedoeld als straf. Het doel is om de jongere een veilige plek te geven om op te groeien. Dat heet: jeugdhulp met verblijf. Jongeren wonen dan tijdelijk op een andere plek, waar begeleiders voor hen zorgen. Ze wonen bijvoorbeeld samen met andere jongeren op een woongroep. Soms bepaalt een rechter dat het beter is voor een jongere om op een ‘gesloten’ groep te wonen. Bijvoorbeeld als een jongere meerdere grote problemen heeft. Op zo’n plek kun je niet zomaar weg en er zijn strenge regels. Jongeren die op deze plekken wonen, maken soms vervelende dingen mee. Bijvoorbeeld met hun begeleiders, of met andere jongeren die er wonen. Dat kunnen kleine dingen zijn, maar ook grote dingen. Je moet bijvoorbeeld apart op je

kamer zitten, of je wordt vastgepakt. Het is heel belangrijk dat jongeren daarover kunnen praten. Je moet het gewoon kunnen zeggen als je het er niet mee eens bent. Daarom hebben jongeren het recht om te klagen. Maar wij merkten dat zij dit niet vaak doen. Terwijl we ook weten dat er veel problemen zijn in de jeugdhulp. We hebben hier tien jaar geleden ook al onderzoek naar gedaan. Toen schreef de Kinderombudsman tien regels op. In die regels staat hoe volwassenen moeten omgaan met klachten van jongeren. En nu willen we hier nog een keer naar kijken. Om te weten hoe het nu gaat. We vinden het namelijk heel belangrijk dat jongeren hun stem kunnen laten horen. Wat hebben we gedaan? We hebben eerst gelezen wat er allemaal al geschreven is over de jeugdhulp. Want daar is al veel onderzoek naar gedaan. Verder hebben we met mensen gepraat die veel weten over dit onderwerp.

4

Daarna kwam het belangrijkste deel van ons project. We hebben met jongeren gepraat die zelf in de jeugdhulp wonen of hebben gewoond. Zij vertelden aan ons hoe het voor hen was om daar te wonen. En ze vertelden wat zij belangrijk vinden. Wat zij nodig hebben om hun verhaal te kunnen doen. Wat hebben we gevonden? Uit het onderzoek en de gesprekken met jongeren kwamen veel belangrijke punten naar boven. De belangrijkste zijn: • De regels die we tien jaar geleden opschreven zijn nog steeds belangrijk. Maar het lukt niet altijd om te werken volgens die regels. • Jongeren vinden het moeilijk om een klacht in te dienen als ze ergens niet tevreden over zijn. Bijvoorbeeld omdat ze niet goed weten hoe ze dat moeten aanpakken, of omdat ze het spannend vinden om iets over hun begeleider te zeggen. • Jongeren vertellen pas wat er niet goed gaat als ze zich veilig en vertrouwd voelen op de groep waar ze wonen. • Jongeren vinden het ook het belangrijk dat er echt naar hen wordt geluisterd en dat er iets met hun onvrede of klacht wordt gedaan. Ze hebben een open sfeer nodig waarin ze weten dat ze gewoon mogen vertellen wat er niet goed gaat.

5

• Jongeren geven aan dat je niet alle verant­ woordelijkheid bij hen kunt leggen. Organisaties moeten zelf ook moeite doen om te weten te komen wat er niet goed gaat en wat er beter kan. Dat kan bijvoorbeeld met een jongerenraad. Of door jongeren anonieme vragenlijsten te laten invullen. Wat moet er veranderen en wie moet dat doen? In het rapport vertellen we de organisaties die jeugdhulp geven wat ze moeten doen om het beter te doen. Zodat jongeren makkelijk hun onvrede en klachten kunnen uiten.

• er meerdere manieren zijn om jongeren aan het woord te laten. Zoals groepsgesprekken op de woongroep. Of een exitgesprek als een jongere naar huis of naar een andere plek gaat, waarin de jongere ruimte krijgt om te vertellen wat er beter kon. • de plek waar jongeren wonen huiselijk en veilig is voor hen, zodat zij zich hier goed voelen en zich kunnen ontwikkelen; • er een open cultuur is waarin jongeren zich durven uit te spreken. Waarin er naar jongeren wordt geluisterd en waarin actief naar een mogelijke oplossing wordt gezocht.

Wij vragen daarom aan de jeugdhulporganisaties om ervoor te zorgen dat: • jongeren op een makkelijke manier een klacht kunnen indienen. Dat de procedure goed wordt uitgelegd en niet te lang duurt. En dat jongeren altijd een antwoord krijgen op hun klacht;

6

Voorwoord

Vrijwel iedere jongere groeit het liefst op bij zijn eigen ouders, met zijn eigen broertjes en zusjes in zijn eigen vertrouwde omgeving. Zelfs als het thuis niet altijd fijn is. En soms kan dat niet. Bijvoorbeeld als het thuis onveilig is. Het Kinderrechtenverdrag geeft aan dat de plek waar je dan gaat wonen zo thuis mogelijk moet zijn. Dit rapport gaat over jongeren die uit huis geplaatst zijn in de residentiële jeugdhulp. Zo’n plaatsing kan vrijwillig of gedwongen zijn. Het kan gaan om een open of een gesloten plek. De jongeren wonen voor kortere of langere tijd op een leef- en behandelgroep. Ze krijgen zorg en hulp van hun begeleiders. De bedoeling is dat de plek waar ze wonen zo thuis mogelijk is. En toch is dit lang niet altijd het geval. Veel jongeren beschouwen een residentiële plaatsing niet als een thuis. Ze voelen zich niet veilig en vertrouwd genoeg om zich vrij te kunnen uiten. Ze durven daarom niet goed aan te geven wat hen dwars zit en waar ze tegenaan lopen. Ze zijn te bang dat het negatieve gevolgen heeft voor hun leven op de groep. Dat heeft tot gevolg dat

tijdens hun residentiële verblijf niet naar buiten komt wat er misgaat, als het misgaat. In dit onderzoek wilden we van jongeren weten wat zij nodig hebben om wel uit te spreken wat er tijdens hun uithuisplaatsing niet goed gaat. Dat kan gaan om kleinere en praktische zaken, maar vooral om zaken die met hun veiligheid en welzijn te maken hebben. Dat zijn zaken waar ze heel veel last van hebben, soms nog lang nadat ze de residentiële setting hebben verlaten. De beslissing dat een jongere niet thuis kan wonen is een ingrijpende beslissing. Daarom is het een belangrijk kinderrecht dat deze jongeren hun stem kunnen laten horen als er iets niet goed gaat op de plek waar zij geplaatst zijn. Begeleiders hebben een machtspositie ten opzichte van de jongeren en de inperking van rechten en vrijheden van jongeren (vooral in de gesloten jeugdhulp) is ingrijpend. Daarom moet hier heel veel bescherming tegenover staan. Rechtsbescherming in deze context is dus van essentieel belang, net als voldoen

7

aan de voorwaarden waarbinnen deze rechtsbescherming ingeroepen kan worden. Een onderdeel van deze rechtsbescherming is het recht van jongeren om zich uit te spreken of een klacht in te dienen in situaties waarin zij onvrede ervaren. Met dit recht hebben jongeren inspraak in hun situatie. Jeugdhulpaanbieders zijn mede hierdoor alert op de kwaliteit van hun hulpverlening. In dit rapport vertellen we hoe deze vorm van rechtsbescherming werkt in de praktijk en over de ervaringen van jongeren hiermee. Wat hebben zij nodig om hun verhaal te kunnen doen en om eventueel een beroep te doen op het klachtrecht?

1 Kinderombudsman 2016, Neem mijn klacht serieus, te raadplegen via: www. kinderombudsman.nl/ publicaties/neem-mijnklacht-serieusserieus | De Kinderombudsman

De Kinderombudsman heeft in 2016 onderzocht hoe het klachtrecht in instellingen waar jongeren verblijven functioneert. Uit de gesprekken die we recentelijk hebben gevoerd en de onderzoeken die we hebben gelezen, blijkt dat de regels en aanbevelingen van de Kinderombudsman over de (informele en formele) klachtbehandeling1 nog steeds relevant zijn. De praktijk voldoet namelijk nog niet of onvoldoende aan de vereisten. Deze regels verdienen dan ook blijvende aandacht. Regels naleven is voor een jongere echter niet genoeg om zijn of haar stem te laten horen. In onze gesprekken geven jongeren aan wat

8

ze echt nodig hebben om zich te durven en kunnen uitspreken. Als niet is voldaan aan belangrijke basisvoorwaarden zullen jongeren geen gebruik maken van het klachtrecht. De belangrijkste voorwaarde voor een effectief werkend klachtrecht is volgens jongeren dat ze zich veilig voelen en zich gezien voelen. Ze hebben een klimaat nodig waarin hun welzijn en ontwikkeling voorop staan. Daarvoor hebben zij ook behoefte aan een open cultuur waarin hun begeleiders kunnen reflecteren en leren van signalen en klachten. De jongeren die wij spraken vertelden ons dat er niet (voldoende) aan deze voorwaarden wordt voldaan. De Kinderombudsman pleit ervoor dat jeugdhulporganisaties en betrokken medewerkers een pedagogisch klimaat creëren waarin het welzijn en de ontwikkeling van jongeren centraal staan. Dit impliceert een reflecterende en lerende cultuur waarin het aankaarten van ongewenste situaties en misstanden niet (alleen) bij jongeren wordt gelegd. Organisaties en hun medewerkers hebben een grote verantwoordelijkheid om proactief en regelmatig bij jongeren te polsen wat er goed gaat en wat er beter of anders zou moeten.

Het is bijzonder wrang dat we tien jaar na ons eerste onderzoek over dit onderwerp moeten concluderen dat er voor jongeren die uit huis geplaatst zijn eigenlijk niets wezenlijks veranderd is. Nog steeds kunnen de meeste jongeren hun verhaal niet vertellen. Dit schept de verplichting aan ons als volwassenen dit eindelijk te veranderen. Laten we dit samen doen, zodat er over tien jaar niet opnieuw een rapport ligt waarin we vaststellen dat verbeteringen zijn uitgebleven. We willen alle jongeren bedanken die aan dit project hebben meegewerkt. Met hun openheid hebben zij een cruciale bijdrage geleverd aan deze publicatie. En of het nu lange of korte gesprekken waren, elke keer maakte hun verhaal indruk. Tot slot bedanken we ook het Jeugdwelzijnsberaad en de jeugdhulporganisatie die we hebben bezocht voor hun openheid en gastvrije ontvangst. Margrite Kalverboer Kinderombudsvrouw

9

1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De Kinderombudsman heeft een toezicht­ houdende taak op eerstelijns klachtbehande­ ling.2 Meer dan tien jaar geleden ontving de Kinderombudsman voor het eerst zorgelijke signalen over het functioneren van het klacht­ recht voor jongeren in geslotenheid. Het aantal klachten en signalen van deze jongeren aan de Kinderombudsman en/of andere instanties bleef echter beperkt. Dat was toentertijd aanleiding om te gaan onderzoeken hoe het klachtrecht van jongeren in de gesloten jeugdhulp en justitiële jeugdinrichtingen in de praktijk werkt. Uit het onder­zoek bleek dat het klachtrecht van jonge­ ren die in geslotenheid verbleven niet ten volle werd benut en effectiever zou kunnen zijn. In het rapport ‘Neem mij(n klacht) serieus!’ (2016) formuleerde de Kinderombudsman daarom tien regels waaraan het klachtrecht vanuit het kinder­ rechtenperspectief moest voldoen. Per regel ­deden we een aantal aanbevelingen om de prak­ tijk van het informele en formele klachtrecht te verbeteren (zie hoofdstuk 2).

We zijn nu tien jaar verder. Er is veel gebeurd in de tussentijd. De rapporten van bijvoorbeeld de Commissie de Winter3 en Jason Bhugwandass (Eenzaam gesloten4) beschrijven op een indringende manier wat jongeren in de gesloten jeugdhulp hebben meegemaakt. Inmiddels heeft de over­heid besloten om de gesloten jeugdhulp af- en om te bouwen. Dit levert nieuwe dilemma’s op, zoals het al dan niet toepassen van vrijheids­beperkende maatregelen in de open residentiële jeugdhulp. Hoewel we weten dat de kwaliteit van de gesloten jeugdhulp nog steeds onder druk staat, ontving de Kinderombudsman de afgelopen jaren – net als in het verleden – een beperkt aantal klachten, vragen en signalen van en namens jongeren. Wel weten we vanuit de verhalen die in de loop der jaren naar buiten zijn gekomen dat jongeren geen meldingen maken (zie o.a. het hiervoor genoemde rapport van Jason). We zien dus hetzelfde gebeuren als in het verleden: we weten dat er dingen misgaan, maar we ontvangen hier weinig klachten over.

2 In artikel 11b, onder d, van de Wet Nationale ombudsman staat dat de Kinderombudsman toezicht houdt op de wijze waarop klachten van jeugdigen of hun wettelijke vertegenwoordigers door instanties worden behandeld. 3 Te raadplegen via de website van de Rijksoverheid: Eindrapport Commissie Onderzoek - De Winter: kinderen werden vanaf 1945 in de jeugdzorg onvoldoende beschermd tegen geweld | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl 4 Te raadplegen via de website van Expex: 06032024_Jason_Geslotenjeugdzorg_drukker2.pdf

10

1.2 Focus De Kinderombudsman heeft naar recente rapporten en onderzoeken gekeken en gesprekken gevoerd met allerlei partijen in het veld over het klachtrecht in de praktijk, met name in de gesloten jeugdzorg. We wilden achterhalen of de praktijk voldoet aan de vereisten van een goed functionerend klachtrecht. Daarvoor heeft de Kinderombuds­ man de uitgangspunten voor goede klacht­ behandeling uit het rapport ‘Neem mij(n klacht) serieus’ als vertrekpunt genomen. De ervaringen, idealen en behoeften van jongeren5 staan centraal in het werk van de Kinderombudsman, en dus ook in deze publicatie. Wij hebben met jongeren en ervaringsdeskundigen zelf gesproken, waarbij we de input vanuit de gesprekken met partijen in het veld hebben meegenomen en getoetst. Daarnaast kregen wij de mogelijkheid om een dag mee te kijken op een locatie voor open residentiële jeugdhulp. Vanwege de ontwikkelingen in de jeugdhulp (de afbouw van geslotenheid) lag de focus tijdens de gesprekken met jongeren niet langer alleen op de gesloten jeugdhulp, maar breder, namelijk op residentiële jeugdhulp.6 Daarbij was de belangrijkste vraag voor de Kinderombudsman of de praktijk voldoet aan de vereisten van een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=b3bbef10-aa45-481a-ad47-d3f67b4f5649