Agendabundel
Tekst van het document
Het is niet duidelijk waarop het juridische onderscheid tussen professionele organisaties en maatschappelijke verenigingen gebaseerd gaat worden en wat dit betekent voor het gemeentelijke evenementenbeleid.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7/36
Het gemeenschapsfonds Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen constateren dat ontmoetingsplekken onder druk staan in dorpen, oudere wijken en nieuwbouwwijken. Het nieuwe kabinet richt een Gemeenschapsfonds op om voorzieningen zoals buurthuizen, verenigingsgebouwen en dorpswinkels te realiseren en te behouden, samen met overheid, samenleving en bedrijfsleven. Hiervoor wordt € 200 miljoen (€ 50 miljoen per jaar) incidenteel geld voor uitgetrokken. De minister van BZK stelt een regeling hiervoor op. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten herkennen de druk op ontmoetingsplekken. Deze kunnen potentieel ook een rol spelen bij weerbaar maken van buurten, dorpen en wijken. Gemeenten kennen potentiële locaties, verenigingen, maatschappelijke initiatieven en bedrijven die hier een rol in kunnen spelen. Het ligt voor de hand dat de regeling van de minister van BZK het geld via het gemeentefonds laat lopen zodat gemeenten kunnen zorgen voor een doelmatige besteding. Gelijke Behandeling Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen racisme en discriminatie aanpakken, onder meer door inzichtelijkheid via een landelijke antidiscriminatie voorziening (ADV) met fysieke loketten en wettelijke verankering van de rol van de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme en de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding.
Ook willen ze in samenwerking met de zes Caribische eilanden werken aan maatschappelijke bewustwording over het koloniale verleden, het slavernijverleden en de blijvende impact daarvan. Er zijn plannen aangekondigd tegen arbeidsmarkt- en stagediscriminatie, maar geen extra middelen daarvoor. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn momenteel verantwoordelijk voor regionale ADV’s en al langer loopt het gesprek over toekomstige inrichting van het stelsel. Via de bestuurlijke netwerktafel discriminatie en het Leernetwerk Doorwerking Slavernijverleden kunnen gemeenten betrokken blijven en kan versnippering voorkomen worden. Gemeenten pleiten al langer voor versterking van de rol van de NCDR, ter voorkomen van alle vormen van discriminatie. We zijn één Koninkrijk Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen de samenwerking met de drie openbare lichamen Saba, Bonaire en SintEustatius (hierna: Caribisch Nederland) en met de landen Curaçao, Sint-Maarten en Aruba versterken. Voor Caribisch Nederland gaat het nieuwe kabinet uit van ‘comply’: in de basis wordt nieuw beleid van Europees Nederland ook ingevoerd in Caribisch Nederland, tenzij er zwaarwegende redenen zijn dit niet te doen. In Caribisch Nederland bouwt het nieuwe kabinet aan een leefbaar sociaal minimum, waaronder het betaalbaar maken en houden van nutsvoorzieningen en basisbehoeften.
Er wordt structureel € 30 miljoen vrijgemaakt voor opvolging van de adviezen uit het rapport ‘Een waardig bestaan’ van de Commissie Thodé. Voor de landen ligt de focus van de samenwerking op deugdelijk bestuur, bescherming van mensenrechten en een sterke rechtsstaat. Op alle zes de eilanden wordt geïnvesteerd in een duurzame economische toekomst, onder meer door de oprichting van een Economisch Groeiplatform Carib. Wat betekent dit voor de bijzondere gemeenten? Het is positief dat er structureel geld wordt vrijgemaakt voor opvolging van de adviezen van de commissie sociaal minimum Caribisch Nederland o.l.v. Glenn Thodé, conform de VNG-inzet. De
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8/36
verschillen tussen de Caribisch Nederlandse eilanden zijn groot, maar de verschillen met het Europese deel van ons land zijn nog veel groter. Het is goed dat nieuw beleid in de basis wordt ingevoerd voor Caribisch Nederland. De ambitie van de coalitiepartijen voor eenvoudig, uitvoerbaar en voorspelbaar beleid moet daarbij ook uitdrukkelijk voor Caribisch Nederland opgepakt worden.
Veilig zijn in een sterke rechtsstaat Rechtsstaat: demonstratierecht Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen excessen rond demonstraties aanpakken door aanpassingen in de Wet Openbare Manifestaties. Ook krijgen burgemeesters bevoegdheden tot bestuursrechtelijke handhaving of verplaatsing. Wat betekent dit voor gemeenten? Het demonstratierecht is een fundamenteel grondrecht. Onderzoek en praktijk laten zien dat het bestaande instrumentarium burgemeesters en politie voldoende ruimte biedt om proportioneel en situationeel op te treden. Rechtsstaat: constitutionele toetsing Wat staat er in het akkoord? Om de rechtsbescherming te versterken gaat het nieuwe kabinet constitutionele toetsing aan de klassieke grondrechten in onze Grondwet mogelijk maken. Hiervoor wordt artikel 120 van de Grondwet gewijzigd. Wat betekent dit voor gemeenten? Constitutionele toetsing is al mogelijk door middel van rechterlijke toetsing van lagere regelgeving, zoals de Algemene Plaatselijke Verordening, aan de Grondwet. Bovendien moeten de regering en de Staten-Generaal (artikel 81 van de Grondwet) er gezamenlijk voor waken dat de wetten die zij maken niet in strijd zijn met regels van constitutioneel recht. De rechter is momenteel echter niet bevoegd om formele wetten te toetsen aan bepalingen in de Grondwet. Dit toetsingsverbod is neergelegd in artikel 120 van de Grondwet.
Het betekent in de praktijk onder andere dat burgers die menen dat een bepaalde wet tot een aantasting leidt van hun grondwettelijke rechten nu niet bij de rechter terecht kunnen. Een nieuwe vorm van constitutionele toetsing is vooral van belang bij sectorale wetgeving met medebewindstaken voor gemeenten. Zo kunnen burgers die zich beroepen op hun grondrechten besluiten bij de rechter aanvechten en er mede voor zorgen dat gemeenten bij de verplichte uitvoering van medebewindstaken niet meer in strijd met de Grondwet hoeven te handelen. (Lokale) veiligheid Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen vinden dat veiligheid dichtbij begint. Ze willen onder andere de politie ondersteunen en investeren in zowel de operationele slagkracht als de organisatie van de politie. De behoeften van de politie en het lokale gezag om de openbare orde te handhaven moeten leidend zijn voor het beleid. Uiteindelijk landen de investeringen in veiligheid vooral bij de politie (€ 512 miljoen), het OM, NCTV, aanpak van femicide en ‘overig veiligheidsbeleid’ (€ 20 miljoen).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9/36
Wat betekent dit voor gemeenten? Investeringen in de politie zijn positief. Het tekort aan politiecapaciteit is merkbaar in veel gemeenten. Tegelijkertijd heeft de politie diverse landelijke taken, waardoor het niet vanzelfsprekend is dat deze investeringen direct bijdragen aan de lokale veiligheid. Dit geldt des te meer omdat de coalitiepartijen geen aanvullende middelen voor gemeentelijk toezicht en handhaving hebben aangekondigd. Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid (NPLV) en Preventie met gezag (PMG) Wat staat er in het akkoord? De NPLV en PMG dragen bij aan leefbare buurten en helpen criminaliteit voorkomen in (groot)stedelijke wijken. De coalitiepartijen willen deze programma’s op gelijk niveau doorzetten. Voor de periode vanaf 2029 komt er jaarlijks € 135 miljoen beschikbaar. Het is niet duidelijk of dit een continuering is van de SPUK ‘Kansrijke Wijk’ waarin € 400 miljoen beschikbaar is gesteld voor de NPLV voor de periode 2026-2028 of dat het nieuwe kabinet een andere vorm van financiering kiest. Wat betekent dit voor gemeenten? Continuering van de NPLV is positief voor de deelnemende gemeenten en mogelijkheden tot langjarig beleid voor deze gebieden. Er zijn meer gemeenten die deel willen nemen aan het programma maar een uitbreiding ligt niet in de plannen.
Aanpak overlast door mensen met verward of onbegrepen gedrag Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen gaan overlast voorkomen door mensen met verward of onbegrepen gedrag beter te helpen. Om dit te bereiken, krijgen burgemeesters meer mogelijkheden om door middel van bemoeizorg in te grijpen en meer crisisplekken te realiseren. De oproep van de stuurgroep Zorg &Veiligheid om in te zetten op het voorkomen van overlast en incidenten en het inzetten van passende zorg zien we terug in deze ambities uit het regeerakkoord. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen vaak te maken met mensen met verward gedrag, het is positief dat hier aandacht voor is. Het is nog wel onduidelijk hoe extra zorg en crisisplekken geregeld en gefinancierd gaan worden. In de budgettabel staat slechts € 20 miljoen onder ‘overig veiligheidsbeleid’, het is onbekend waar dit bedrag voor bedoeld is. Drugsbeleid Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen zetten het experiment met gesloten cannabisketen, zogenaamd wietexperiment, voort. Grote festivals worden verplicht een drugspreventieplan op te stellen. Het akkoord laat in het midden welke festivals groot zijn en wie de naleving van een dergelijk plan controleert. Wat betekent dit voor gemeenten? Voortzetting van het experiment is positief, gemeenten hebben hierin al veel ervaring opgedaan.
Gemeenten krijgen te maken met de drugspreventieplannen omdat deze invloed hebben op evenementenbeleid, maar op basis van de summiere beschrijving is het nog lastig te zeggen wat dit in de praktijk betekent.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
10/36
Femicide Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen een duidelijker en daadkrachtiger aanpak van huiselijk en gendergerelateerd geweld. Speerpunt is het Nationaal Actieplan stop geweld tegen vrouwen dat aangestuurd wordt door een Nationaal Coördinator. De nadruk ligt op een ketenaanpak en met name op geweld achter de voordeur. Hiervoor is jaarlijks € 10 miljoen beschikbaar. Over gendergerelateerd geweld in de openbare ruimte staat niets in de plannen. Wat betekent dit voor gemeenten? Aandacht voor femicide en gendergerelateerd geweld is positief, maar op het eerste gezicht lijkt € 10 miljoen niet veel voor de hoge ambities van de coalitiepartijen. Het ligt voor de hand dat bijvoorbeeld de intensivering van een ketenaanpak gevolgen heeft voor het werk van zorg- en veiligheidshuizen en Veilig Thuis. De huidige beschrijving bevat echter nog te weinig details om die gevolgen goed te beoordelen.
Nationale veiligheid Weerbare samenleving Wat staat er in het akkoord? Een weerbare samenleving moet ‘samenredzaam’ zijn. De coalitiepartijen willen de hele samenleving betrekken bij veiligheid en crisisbeheersing. Dat begint in buurten en dorpen waar mensen verantwoordelijkheid nemen, voor elkaar zorgen en een beroep op elkaar kunnen doen in geval van nood. Dit kan het nieuwe kabinet doen door samen met gemeenten en veiligheidsregio’s buurtcrisisteams op te zetten van burgers die bij rampen en crises kunnen worden ingezet. Het nieuwe kabinet zorgt voor locaties waar mensen bij crisissituaties terecht kunnen in buurten en dorpen, zoals buurthuizen en brandweerkazernes. Wat betekent dit voor gemeenten? Het ligt voor de hand dat gemeenten gebruik maken van de bestaande sociale en (in)formele netwerken om samenredzaamheid te bevorderen en te versterken. In het coalitieakkoord staat niets over de taakstelling van buurtcrisisteams. Het nieuwe kabinet gaat ook niet in op de bekostiging van deze teams en andere maatregelen voor samenredzaamheid. Het is bijzonder dat de coalitiepartijen niet de pilots noodsteunpunten noemen waarvoor al bestuurlijke afspraken zijn gemaakt (en budget voor gereserveerd is) als het gaat om locaties waar mensen bij crisissituaties terecht kunnen.
Toegenomen dreiging tegen politici, journalisten en advocaten Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen investeren in het stelsel Bewaken en Beveiligen om tegenwicht te bieden aan het toegenomen aantal dreigingen, onder andere tegen politici. Wat betekent dit voor gemeenten? Hoewel het akkoord meer focus legt op dreigingen tegen politici, journalisten en advocaten, is onduidelijk of dit ook lokale politici omvat. In de budgettabel zijn bovendien geen gerichte investeringen opgenomen. Het is niet helder of eventuele middelen binnen de € 512 miljoen voor de politie vallen of de € 20 miljoen voor overig veiligheidsbeleid. Daarnaast zegt het akkoord niets
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11/36
over de beveiliging van objecten, terwijl dit voor gemeenten vaak extra kosten met zich meebrengt die soms samenhangen met persoonsbeveiliging. Hiervoor is evenmin een voorziening opgenomen. Effectieve straffen, lik-op-stuk Wat staat er in het akkoord? Er komt een extra investering van € 100 miljoen per jaar voor DJI om de druk in de strafrechtsketen te verlichten. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is goed dat er aandacht komt voor het tegengaan van verstopping in de justitiële keten. Reintegratie en de rol van gemeenten zijn daarbij belangrijk, want goede re-integratie vermindert recidive en ontlast zo de keten. De uitwerking hiervan ontbreekt nog.
Hoofdstuk 3 – Grote keuzes voor Nederland De grote verbouwing van Nederland staat voor de deur, zo onderschrijft ook het coalitieakkoord. De fysieke leefomgeving vormt daarbij de kern van de investeringen: voor brede welvaart, de woningbouw en het perspectief voor het landelijk gebied. De coalitiepartijen zetten in op euro’s, handen en hectares, zoals ook omschreven in de bouwstenen die gemeenten samen met partners hebben ingebracht tijdens de formatie. Samen met regio’s en medeoverheden willen de partijen strategische agenda’s vormgeven om fysieke vraagstukken integraal verder te brengen. Dit biedt kansen voor gemeenten. De coalitiepartijen willen deze verbouwing oppakken door de komende jaren de focus te leggen op een integrale, gebiedsgerichte aanpak, waarin onder andere de brede woonopgave een centrale plek krijgt. De VNG herkent in dit coalitieakkoord onder meer: • • •
• • • • •
de urgentie om te investeren in de fysieke leefomgeving als basis voor wonen en werken; de brede woonopgave als één van de topprioriteiten; het belang van een geïntegreerde gebiedsaanpak en het realiseren van noodzakelijke succesfactoren voor toekomstbestendig wonen, waaronder actief grondbeleid en voldoende middelen; de noodzaak van een effectieve en juridisch geborgde aanpak voor stikstof, natuurherstel en het perspectief voor het landelijk gebied; inzet op een goed investeringsklimaat voor zowel grote als kleine ondernemers; een eerste stap richting meer langjarig financieel beleid dat perspectief biedt voor bedrijven; het op koers brengen van Nederland voor het klimaat, met aandacht voor circulariteit; investeringen in het voorkomen van netcongestie, met aandacht voor zowel warmte als elektriciteit.
Daarnaast is in het akkoord een tendens zichtbaar naar meer (rijks)regie en naar vermindering en standaardisatie van regels. Ook wordt verwezen naar de zogenoemde omnibussen van de Europese Commissie, die tot doel hebben regelgeving te vereenvoudigen. Wel is aandacht nodig voor kader- en afwegingsruimte. In het coalitieakkoord zijn weinig referenties opgenomen aan de nog af te ronden Nota Ruimte. In deze nota worden keuzes van nationaal belang gemaakt, waarvan de doorwerking veelal bij gemeenten terechtkomt. In het akkoord lopen investeringen wel langs de thema’s van de Nota Ruimte, maar zonder de samenhang tussen de verschillende thema’s en opgaven te expliciteren. Dit brengt het risico met zich mee dat integratie vooral op gemeentelijk niveau plaatsvindt, wat de uitvoerbaarheid van beleid onder druk kan zetten. In dat licht hebben gemeenten ook behoefte aan overkoepelende gebiedsbudgetten. Hieraan wordt in het coalitieakkoord deels invulling gegeven.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
12/36
Tot slot kondigt het coalitieakkoord aan met crisiswetgeving te komen om procedures voor woningbouw en het aanpakken van netcongestie te versnellen. Het is nog onduidelijk of dit daadwerkelijk tot de gewenste versnelling leidt, aangezien de totstandkoming en implementatie van nieuwe wetgeving tijd vergt. Ook een optimaal gebruik van het bestaande instrumentarium kan bijdragen aan het beoogde doel.
Bouwen en wonen Wat staat er in het akkoord? De aanpak van het woningtekort wordt de topprioriteit van de coalitiepartijen. Daarbij zien zij de woning niet als stapel stenen maar als de sleutel naar een zelfstandig leven. De partijen kiezen voor een aanpak langs drie sporen: meer bouwen, minder belemmeringen en betaalbaarheid. Bij het verminderen van belemmeringen denkt de coalitie aan verschillende maatregelen, zoals: het schrappen van bezwaarprocedures, structurele vereenvoudiging van wetten en regels, standaardisering van normen en het schrappen van bovenwettelijke eisen aan de bouw. Daarnaast wil de coalitie het Besluit bouwwerken leefomgeving vereenvoudigen en ingrijpen in wet- en regelgeving en het fiscale klimaat rond de huurmarkt. Ten aanzien van bouwen blijft de ambitie 100.000 nieuwe woningen per jaar waarvan twee derde betaalbaar en van het totaal 30% sociale huur. Nieuw is de ambitie van 25% betaalbare koopwoningen. Het aantal grootschalige nieuwbouwlocaties wordt opgeschroefd van 21 naar 30. Er komt vanaf 2029 geld bij voor de realisatiestimulans en de woningbouwimpuls. Ook komt er geld bij voor infrastructurele maatregelen. De subsidiëring voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid wordt voortgezet. Gebiedssubsidies worden in één budget gebundeld. Er komen meer mogelijkheden voor actief gemeentelijk grondbeleid.
De financiële positie van corporaties en private verhuurders moet verbeteren om meer (betaalbaar) te kunnen bouwen. Om de woningvoorraad betaalbaar te houden blijft de fiscale behandeling van de eigen woning ongewijzigd. De partijen willen permanente bewoning van recreatiewoningen mogelijk maken. Er wordt ingezet op woonvormen voor specifieke doelgroepen. Er komt een jaarlijkse inkomenstoets om te bepalen of de huurprijs nog passend is. Voor nieuwe instroom in de sociale huursector wordt ook een vermogenstoets ingevoerd. De Nationale Prestatieafspraken en de andere uitkomsten van de Woontop worden doorgezet. De coalitie kiest daarmee voor continuering van ingezet beleid. Wat betekent dit voor gemeenten? De topprioriteit voor wonen en de continuïteit in beleid is positief voor gemeenten. Bouwen is een zaak van lange adem. Bij bouwen zijn veel partijen betrokken en uitgangspunten moeten helder zijn en zoveel mogelijk vaststaan. Verlichting van de gemeentelijke uitvoering door afname van regels en standaardisering kan de verhouding tussen middelen en taken meer in balans brengen. Tegelijkertijd is er minder ruimte voor lokaal maatwerk en daarmee ook minder ruimte om rijksregels aan te passen die in de praktijk niet goed werken en voor bouwvertraging kunnen zorgen. Voor de continuïteit is het goed dat het nieuwe kabinet vasthoudt aan 2/3 betaalbaar en 30% sociaal.
Het toevoegen van een taakstelling voor betaalbare koop is begrijpelijk, maar betekent minder speelruimte in regio’s en gemeenten waar het gaat om de programmering. Positief is dat het nieuwe kabinet rekening wil houden met regionale verschillen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
13/36
Het is positief dat de subsidieregelingen worden voortgezet. Dat is hard nodig, mede gezien de financiële positie van gemeenten. Het gaat bij woningbouw om € 1 miljard voor 2029 en 2030, maar niet structureel. Uit berekeningen blijkt wel dat jaarlijks € 4 à 5 miljard nodig is om 100.000 woningen per jaar te realiseren. De coalitie zet in op permanente bewoning van recreatiewoningen. Dit is een aandachtspunt omdat dit de mogelijkheden tot vernieuwing van parken belemmert en leidt tot vaak niet-gewenste inperking van recreatiemogelijkheden. In geval van losse recreatiewoningen ontbreekt toetsing aan de lokale omstandigheden. Gemeenten staan terughoudend tegenover de verkoop van corporatiewoningen gezien de behoefte aan sociale huur en de problemen rond versnipperd eigendom bij verduurzaming, funderingsherstel en integrale wijkaanpak. Gemeenten kunnen bij het maken van prestatieafspraken met corporaties verder op de ingezette lijn. Als medeondertekenaar van de Woontopafspraken en de Nationale prestatieafspraken is de VNG het eens met dit voorstel van de coalitie. Wij denken dat verruiming van de commerciële activiteiten voor corporaties daadwerkelijk helpt om te voorzien in middenhuurwoningen. We denken echter niet dat dit gaat zorgen voor de noodzakelijke verbetering van de financiële positie van corporaties.
In dat kader is het goed dat de vennootschapsbelasting vanaf 2028 wordt aangepakt. Wij zijn voorstander van volledige afschaffing van deze belasting voor corporaties. Een grondfaciliteit kan gemeenten helpen bij het afdekken van de risico’s bij grondaankoop. Bevordering van actief gemeentelijk grondbeleid is welkom. De VNG ziet graag een aanvulling op het regeerakkoord door het aanpassen van de inbrengwaarde van grond voor het kostenverhaal naar gebruikswaarde. Dat zal in de praktijk leiden tot kortere doorlooptijden in de vorming van plannen voor woningbouw. Bij de woningbouwambities zien we beperkte aandacht voor water, bodem en klimaatverandering. Veel woningbouw is gepland in gebieden met risico op o.a. overstroming en bodemdaling. Wanneer onvoldoende wordt ingezet op klimaatadaptief bouwen komen huidige en toekomstige kosten voor beheer, wateroverlast en funderingsproblematiek in belangrijke mate bij gemeenten terecht. Ook is meer aandacht nodig voor de noodzaak om te investeren in behoud van bestaande woningen gezien o.a. funderingsproblematiek. Ook voor de 21 bekende en 9 nieuwe woningbouwlocaties van nationaal belang geldt dat er nog veel afgesproken moet worden over de rol van de verschillende overheden op deze locaties. De grote belemmeringen als stikstof, netcongestie en financiering moeten voortvarend worden opgelost om de ambitie op woningbouw te halen.
We kijken positief naar de aandacht die daaraan in het coalitieakkoord wordt gegeven en zien tegelijkertijd nog dat de ruimte voor investeringen beperkt is.
Landbouw, natuur en stikstof Wat staat er in het akkoord? De coalitie zet in op toekomstbestendige landbouw, sterke natuur en een toekomstgericht voedselsysteem, waarbij het doorbreken van het zogenoemde stikstofslot een hoge prioriteit heeft. Hiervoor reserveren de coalitiepartijen € 20 miljard, waarvan € 6,5 miljard uit bestaande middelen. De coalitie wil nationale doelen voor 2035 wettelijk vastleggen, met tussendoelen voor 2030. In lijn met onze bouwstenen kiest zij daarbij voor een integrale, landelijke en gebiedsgerichte aanpak, gekoppeld aan juridisch bindende emissiedoelen. Daarnaast biedt de inzet op een geborgde
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
14/36
rekenkundige ondergrens en bindende convenanten voor gewasbescherming perspectief om urgente vraagstukken in samenhang uit te werken en gezamenlijk vervolgstappen te zetten. Wat betekent dit voor gemeenten? In het regeerakkoord zijn verschillende onderdelen opgenomen die raken aan de bouwsteen emissiereductie landbouw. Daarmee wordt een beleidsrichting geschetst die relevant is voor gemeenten. Voor de komende periode zijn daarbij een aantal aandachtspunten van belang. Zo zet het nieuwe kabinet onder meer in op vergroening van stedelijke gebieden, terwijl de implementatie van de Natuurherstelverordening moet plaatsvinden binnen bestaande budgetten. Dit roept de vraag op in hoeverre de financiering van de stedelijke opgave hiermee is geborgd. Daarnaast kiest de coalitie voor zonering rond kwetsbare natuur. De gevolgen hiervan voor woningbouw en economische ontwikkeling vragen nadere aandacht, mede in het licht van de bredere ambitie om ruimtelijke knelpunten op te lossen. Tot slot wordt een groot deel van de beschikbare middelen gericht op zones rond kwetsbare natuurgebieden. Daarbij is het relevant om te bezien in hoeverre alle regio’s worden meegenomen en of er voldoende middelen beschikbaar blijven voor gebiedsprocessen in het gehele landelijke gebied.
Op koers voor het klimaat en groene groei Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen houden vast aan de klimaatdoelen voor 2030 en aan de implementatie en realisatie van de daarvoor afgesproken maatregelen. Voor de klimaatdoelen richting 2040 sluiten zij aan bij het Europese doel en bij de (in 2027) vast te stellen Europese aanpak en maatregelen. Om deze doelen dichterbij te brengen willen de coalitiepartijen knelpunten in de uitvoering oplossen, doorbraken versnellen en inzetten op langetermijnbeleid. De plannen richten zich daarbij vooral op grote bedrijven en industrie en op de realisatie van wind op zee. Aandacht voor de lokale (gemeentelijke) aanpak, inwoners, het MKB en lokale industrie, en voor regionale aanpakken zoals de RES en integraal programmeren blijft beperkt. Meer inzet op deze onderdelen kan bijdragen aan een groter draagvlak voor de energietransitie. Gemeenten vragen hier nadrukkelijk aandacht voor en willen hierover graag samenwerken met het nieuwe kabinet. Hieronder benoemt de VNG drie onderwerpen waar specifieke zorgen liggen en waarover zij de komende periode graag met de coalitie in gesprek gaat. Uitvoeringsmiddelen Het coalitieakkoord trekt de huidige reeks uitvoeringsmiddelen voor gemeenten en provincies door tot 2040.
De middelen worden echter niet verhoogd, terwijl de Raad voor het Openbaar Bestuur in het rapport ‘Koersen op Klimaatneutraal’ (2024) heeft geadviseerd dit wel te doen. Energie-infrastructuur De coalitiepartijen willen netcongestie aanpakken en trekken daarbij de regie meer naar zich toe. Dit krijgt onder meer vorm via een nieuwe Crisiswet Netcongestie, die procedures en vergunningen voor energie-infrastructuur moet versnellen. Ook blijven de partijen vasthouden aan lopende aanpakken en aan het wetgevingsprogramma voor het sneller uitbreiden van het elektriciteitsnet.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
15/36
De vraag is in hoeverre energiebesparing en het beter benutten van het bestaande net hiermee voldoende prioriteit houden. Het coalitieakkoord benoemt wel het belang van prikkels in nettarieven, flexcontracten, energiehubs en het netbewust inpassen van duurzame elektriciteitsbronnen. Voor energieopwekking blijven de coalitiepartijen inzetten op wind op zee, groen gas, groene en blauwe waterstof en kernenergie, onder meer door versnelling van het SMR-programma. De bouw van ten minste vier nieuwe kerncentrales wordt doorgezet. Hernieuwbare opwek via wind op land wordt niet benoemd en duidelijkheid over afstandsnormen voor wind op land ontbreekt. Gebouwde omgeving Het coalitieakkoord wil de energierekening blijvend betaalbaar houden en energiearmoede aanpakken, onder meer via een Nationaal Isolatie Offensief. Verhuurders moeten energielabels E, F en G per 2029 uitfaseren, gevolgd door energielabels C en D in 2040. Via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) wil het nieuwe kabinet wijken met de grootste energiearmoede ondersteunen. Het programma heeft een budget van € 135 miljoen per jaar en richt zich op 20 stedelijke gebieden. Het coalitieakkoord gaat niet in op de (verlenging van) andere instrumenten, zoals energiearmoedemiddelen, het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) en de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH).
Het rijk wil blijven werken met een noodfonds energie om huishoudens met een laag inkomen gericht te ondersteunen bij hun energiekosten. De VNG heeft hierbij steeds gepleit voor een structurele oplossing via verduurzaming. Vanaf 2026 werkt het rijk aan de invoering van een pakket aan maatregelen in het kader van het Europese Social Climate Fund. Dit fonds moet structureel bijdragen aan het tegengaan van energiearmoede en het bevorderen van verduurzaming. De coalitiepartijen blijven daarnaast inzetten op warmtenetten en zijn bereid via staatsdeelneming private warmtebedrijven over te nemen of te participeren in nieuwe ontwikkelingen, binnen de bestaande financiële kaders. Ook willen zij inwoners zo snel mogelijk duidelijkheid geven over de beschikbare verduurzamingsopties. Waar een warmtenet niet passend is, willen de coalitiepartijen de uitrol van hybride warmtepompen stimuleren en per 2029 normeren. Wat betekent dit voor gemeenten? Het coalitieakkoord bevestigt dat het nieuwe kabinet wil vasthouden aan de bestaande klimaatdoelen en de daarbij horende afspraken. Ook wordt ingezet op het wegnemen van knelpunten in de uitvoering. Daarbij wordt de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) genoemd als instrument om de uitvoerbaarheid van beleid te verbeteren en bij te dragen aan versnelling en meer langetermijnperspectief.
Tegelijkertijd laat het coalitieakkoord zien dat de aandacht binnen het klimaat- en energiebeleid vooral uitgaat naar grote bedrijven en industrie. De rol van gemeenten, hun inwoners en het MKB komt daarbij beperkt aan bod. Het coalitieakkoord kondigt aan dat de uitvoeringsmiddelen worden doorgetrokken tot na 2030. Hoe dit precies doorwerkt in de uitkeringssystematiek moet nog blijken. Sinds 2026 worden de middelen uitgekeerd via het gemeentefonds, in de vorm van een decentralisatie-uitkering die op termijn wordt opgevolgd door een bijzondere fondsuitkering. Het coalitieakkoord volgt daarbij niet het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (Koersen op Klimaatneutraal, 2024) om de reeks uitvoeringsmiddelen ook richting 2040 te verhogen. Hierdoor ontstaat volgens de huidige ramingen een tekort van circa € 400 miljoen in 2026, oplopend tot ruim € 500 miljoen per jaar vanaf 2030.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
16/36
Uitvoeringsmiddelen
(gemeenten
en
2026
2027
2028
2029
2030
€ 1.184,1
€ 1.235,0
€ 1.181,8
€ 1.255,8
€ 1.329,9
€ 750,0
€ 747,0
€ 796,0
€ 799,0
€ 795,0
provincies) Advies ROB incl. indexatie en materiële kosten Beschikbaar op begroting KGG
Deze middelen zijn bedoeld voor ambtelijke capaciteit op de gemeentelijke taken voor de energietransitie. Daarmee loopt met name de warmtetransitie het risico vertraging op te lopen. Gezien de prioriteiten is het begrijpelijk dat de coalitie de regie op de aanpak van netcongestie meer naar zich toe wil trekken. Tegelijkertijd kan dit gevolgen hebben voor de ruimte om brede maatschappelijke afwegingen te maken en voor de mogelijkheden van gemeenten om in te spelen op lokale behoeften en omstandigheden, waaronder leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en draagvlak. Gemeenten hebben juist een rol in het aanbrengen van samenhang binnen gebieden en het ontwikkelen van lokale oplossingen. Naast netverzwaring is een doortastende aanpak gericht op het beter benutten van het bestaande elektriciteitsnet van belang. Gemeenten kunnen hierin een rol vervullen. In het coalitieakkoord komt de ontwikkeling naar een meer decentraal en integraal energiesysteem echter beperkt terug. Ook krijgt het thema ‘beter benutten’ weinig nadere uitwerking, bijvoorbeeld als het gaat om netbewuste nieuwbouw, energiedelen en tweezijdig laden. Daarnaast blijft onduidelijkheid bestaan over afstandsnormen voor wind op land. Dit leidt tot onzekerheid bij gemeenten over lopende en geplande windprojecten. Verdere groei van duurzame energieopwekking is nodig om wonen, werken en mobiliteit mogelijk te blijven maken.
Duidelijkheid over windnormen kan bijdragen aan voortgang op dit terrein. Er leven vragen over de aanpak van energiearmoede en de verduurzaming van de gebouwde omgeving, omdat hiervoor aanvullende middelen of nieuw instrumentarium ontbreken. De wijze waarop het coalitieakkoord inzet op het blijvend verlagen van de energierekening en het terugdringen van energiearmoede lijkt onvoldoende. Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid richt zich bovendien op slechts twintig stedelijke gebieden in Nederland. De VNG gaat met het nieuwe kabinet in gesprek over de manier waarop gemeenten de lokale warmtetransitie kunnen versnellen en inwoners handelingsperspectief kunnen bieden, waaronder de door de coalitie beoogde duidelijkheid over warmtenetten. De vermelding van staatsdeelneming voor warmtebedrijven in het coalitieakkoord biedt op zichzelf nog geen zekerheid over een haalbare businesscase, met name voor nieuwe warmtenetten. Uitstel bij het beschikbaar stellen van aanvullende middelen kan gevolgen hebben voor de kosten van de warmtetransitie en voor het behalen van de klimaatdoelen. Klimaatadaptatie en water Klimaatadaptatie wordt in het coalitieakkoord niet expliciet genoemd. Gezien de verwijzingen naar onder meer het Deltaprogramma, water en waterveiligheid, gaat de VNG ervan uit dat de bestaande inzet op klimaatadaptatie wordt voortgezet.
Dat betekent dat er aandacht blijft voor klimaatadaptatie, maar dat de beschikbare middelen mogelijk ontoereikend zijn. In het akkoord lijkt beperkt rekening te zijn gehouden met de investeringen die nodig zijn voor waterveiligheid, ter voorkoming van wateroverlast en funderingsproblemen, of voor het klimaatadaptief inrichten van bestaande en
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
17/36
nieuwe bebouwing. Wel is er relatief veel aandacht voor het verbeteren van de waterkwaliteit, onder andere door inzet op het voorkomen van het lozen van ongewenste stoffen via bronaanpak. Wat betekent dit voor gemeenten? Het weer wordt extremer, waardoor gemeenten voor een grote opgave staan. Dit betreft niet alleen waterveiligheid en het voorkomen van overlast, maar ook hittebestrijding, klimaatadaptief inrichten van bestaande bebouwing en het creëren van draagvlak voor de soms complexe keuzes die hierbij horen. De VNG zet zich ervoor in dat ook het rijk de benodigde verantwoordelijkheid neemt voor klimaatadaptatie, om te voorkomen dat de gevolgen volledig bij gemeenten terechtkomen. Positief is dat in het akkoord wordt vermeld dat ‘water en bodem sturend’ een richtinggevend principe blijft in de Nota Ruimte.
De sterkste economie van Europa Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen sturen actief op 1,5% structurele economische groei door in te zetten op innovatie, verduurzaming en verhoging van de productiviteit, in lijn met het rapport ‘De route naar toekomstige welvaart’ van Peter Wennink. Ze kiezen voor een nieuw strategisch industriebeleid met focus op specifieke domeinen en markten, gebaseerd op potentieel verdienvermogen, maatschappelijke opgaven en het belang voor strategische autonomie. De positie van Nederland in de schone maakindustrie wordt verder versterkt. Het nieuwe kabinet wil bedrijven voldoende ruimte bieden voor fysieke uitbreiding en streeft naar de 3%-norm voor R&D-investeringen. In het kader van de schone maakindustrie willen de coalitiepartijen bovendien toewerken naar een volledig circulaire economie in 2050. Om dit te bereiken wordt het Nationaal Programma Circulaire Economie versterkt, met (sectorale) circulaire doelen. Hiermee wordt beoogd innovatie en marktontwikkeling te stimuleren en de concurrentiepositie van Europese en Nederlandse ondernemers te versterken. Daarnaast ligt de nadruk op uitvoering en concrete opschaling van circulaire oplossingen in de praktijk. De huidige afhankelijkheid van strategische grondstoffen wordt genoemd als belangrijkste reden om te streven naar een circulaire economie.
Tegelijkertijd ziet men kansen voor verdere uitbouw van een schone maakindustrie, met ruimte voor onder meer circulaire bouwmaterialen, groene chemie en biobased plastics. Wat betekent dit voor gemeenten? De coalitiepartijen nemen extra stappen om investeringen los te maken en het vestigingsklimaat te versterken. Dit gebeurt onder meer via de voortzetting van de impulsaanpak voor winkelgebieden, wat van belang is voor de leefbaarheid en vitaliteit van binnensteden en kernen. Het is echter nog niet bekend welke middelen hiervoor beschikbaar worden gesteld. Daarnaast willen de partijen regeldruk aanpakken door jaarlijks minimaal 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen. Elk ministerie krijgt hiervoor een vaste reductiedoelstelling, en bij nieuwe wetgeving wordt een uitvoeringstoets gedaan om de gevolgen voor medeoverheden en het MKB in kaart te brengen. Dit biedt mogelijkheden voor gemeenten. Ook wil het nieuwe kabinet samen met gemeenten standaarden ontwikkelen om de lokale regeldruk voor ondernemers te beperken. Bij het nieuwe industriebeleid en innovatie blijft onduidelijk hoe aansluiting wordt gezocht bij het brede MKB, dat ongeveer 70% van de regionale werkgelegenheid en brede welvaart in gemeenten verzorgt. Het streven naar een 3%-norm voor R&D-investeringen biedt kansen voor de regionale economie en de arbeidsmarkt.
Voor gemeenten is het belangrijk dat hierbij een koppeling wordt gelegd met menselijk kapitaal en regionaal arbeidsmarktbeleid, zodat de impact van deze investeringen optimaal is.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
18/36
Gemeenten ondersteunen het streven naar een volledig circulaire economie in 2050 en zien positief dat de coalitiepartijen de opschaling van circulaire oplossingen in de praktijk willen versterken. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot meer circulair inkopen of hergebruik van grondstoffen. Hoe precies wordt toegewerkt naar een volledig circulaire economie en hoe om te gaan met minder strategische grondstoffen is nog niet uitgewerkt. Ook is een verlaging van de verwerkingskosten voor door gemeenten ingezameld huishoudelijk afval nog niet in zicht.
Hoofdstuk 4 – Nederland in de wereld Defensie en internationale veiligheid Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen investeren stevig in defensie en willen uiteindelijk in 2035 3,5% van het bbp besteden aan defensie-uitgaven. Een deel van deze uitgaven willen zij bekostigen met een vrijheidsbijdrage. De coalitiepartijen willen de Wet op de defensiegereedheid zo snel mogelijk invoeren om defensie te faciliteren in het creëren van ruimte voor personeel en oefenen. Men zoekt hierbij nadrukkelijk de samenwerking met Europa op. Ook willen de coalitiepartijen een aanjagende rol hebben binnen de Europese Unie. De partijen geven geen invulling aan de NAVO-afspraak om 1,5% van het bbp te besteden aan investeringen die ten goede komen aan maatschappelijke weerbaarheid. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is niet duidelijk hoe de door Wet op defensiegereedheid mogelijk gemaakte ruimteclaims zich verhouden tot andere ruimteclaims zoals omschreven in de Ontwerp-Nota Ruimte. Hetzelfde geldt voor de inzet op Europese uitzonderingen voor defensie. De prioriteit van ingrepen is nog niet bepaald terwijl de inzichtelijkheid van keuzes wel het doel is van de Omgevingswet. Er is beperkt aandacht voor de bredere weerbaarheidsopgave, zoals het gereedmaken van de infrastructuur of het realiseren van schuilplaatsen.
Dit betekent dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor het investeren in de weerbaarheid van dorpen, wijken en buurten.
Europa en de wereld Wat staat er in het akkoord? Nederland moet een leidende en constructieve rol spelen in Europa volgens de coalitiepartijen. Europa moet onafhankelijker, sterker en veiliger worden door samenwerking op het gebied van defensie, energie, technologie, financiën en industrie. De coalitiepartijen willen het Meerjarig Financieel Kader (MFK) herprioriteren naar investeringen in veiligheid, defensie en innovatie. Daarnaast moet Nederland een aanjagersrol spelen bij het implementeren van de rapporten ‘The future of European competitiveness’ van Mario Draghi en ‘Much more than a Market’ van Enrico Letta. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is het MFK een belangrijk onderwerp, omdat het gaat over de fondsen zoals EFRO, Interreg en ESF. De inzet van de coalitie op veiligheid, defensie en innovatie sluit grotendeels aan bij de inzet van de gemeenten voor een nieuw Meerjarig Financieel Kader. Voor gemeenten is het belangrijk dat het partnerschapsbeginsel wordt gerespecteerd en dat het MFK bijdraagt aan Europese en Nederlandse uitdagingen zoals het versterken van de concurrentiekracht, innovatie en de sociale, groene en digitale transities.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
19/36
Asiel, migratie en integratie Het coalitieakkoord presenteert een aantal maatregelen voor een stabieler asiel- en migratiebeleid, zoals het behoud van de Spreidingswet, voorkomen van dure (crisis)noodopvang, beleid op basis van realistische prognoses en meerjarige financiering voor de vreemdelingenketen. Er is aandacht voor sneller meedoen via werk en taal, en er wordt ingezet op voldoende opvangplekken en alternatieve huisvesting. Dat sluit goed aan bij de bouwsteen én het alternatieve VNG-plan voor opvang en integratie 'Van wachtstand naar werkstand'. Bij arbeidsmigratie zijn de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten van het recente SER-advies leidend, waarbij werkgevers meer verantwoordelijkheden krijgen. Asielzoekers Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen de asielketen beter op orde brengen door steviger op te treden tegen overlastgevers, meer rust en voorspelbaarheid in de opvang te creëren en te werken met structurelere, meerjarige financiering van de keten (IND, COA, DT&V en Nidos). Asielzoekers met een kansrijke aanvraag krijgen sneller toegang tot werk en taal. Werk en meedoen worden nadrukkelijk de norm, en een inburgeringstraject gaat hier beter op aansluiten.
Zolang de asielketen nog niet op orde is en de opvangcapaciteit onvoldoende blijft, willen de coalitiepartijen de spreidingswet behouden om te zorgen voor een evenwichtige verdeling van opvang over gemeenten. Werken moet eenvoudiger worden voor kansrijke asielzoekers, onder meer door een alternatief voor de tewerkstellingsvergunning, hulp en bemiddeling naar werk en uitbreiding van het aantal pilots met startbanen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten blijven een centrale rol spelen in opvang, leefbaarheid en openbare orde. Het behoud van de spreidingswet biedt bestuurlijke duidelijkheid en voorkomt dat de opvangdruk eenzijdig bij een beperkt aantal gemeenten blijft liggen. De inzet op sneller meedoen via werk en taal kan bijdragen aan meer rust rond opvanglocaties. Dit vraagt om goede afstemming met lokale en regionale partners in onder meer de Werkcentra en voldoende uitvoeringscapaciteit. Statushouders Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen de druk op de sociale huur verminderen en zetten in op alternatieve, tijdelijke woonvormen tussen opvang en reguliere huisvesting. Zolang deze alternatieven onvoldoende beschikbaar zijn, blijft het aan gemeenten om zelf te bepalen hoe zij omgaan met voorrang voor statushouders.
Daarnaast willen de coalitiepartijen de Participatiewet en de Inburgeringswet beter op elkaar laten aansluiten, zodat statushouders sneller aan het werk kunnen en integratie en participatie parallel verlopen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten behouden beleidsruimte om, passend bij hun lokale situatie, keuzes te maken in de huisvesting van statushouders. Tegelijkertijd vraagt de inzet op flexibele woonvormen en snellere arbeidsmarkttoeleiding om samenhang tussen wonen, inburgering en participatie. Dit versterkt de gemeentelijke regierol, maar vergt ook voldoende middelen, faciliterende wettelijke kaders en uitvoeringsruimte.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
20/36
Oekraïense ontheemden Wat staat er in het akkoord? Oekraïense ontheemden vallen tot 2027 onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Daarna willen de coalitiepartijen overstappen op een tijdelijke verblijfsstatus en inzet plegen op participatie en meedoen via werk. Over de langetermijninrichting na 2027 biedt het coalitieakkoord echter nog weinig concrete duidelijkheid. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten blijven verantwoordelijk voor opvang, begeleiding en toeleiding naar werk. Dit betekent dus ook dat de zorgen en problemen in de uitvoering nog niet zijn opgelost. Gemeenten ervaren op dit moment ernstige knelpunten bij de opvang, begeleiding en toeleiding naar werk van Oekraïeners. We zijn hierover al langer in gesprek met het kabinet, helaas tot nu toe zonder concrete oplossingen. Ook in het nieuwe akkoord zien we die nog niet. Voor gemeenten is daarnaast snelle duidelijkheid over de langetermijn noodzakelijk, omdat het risico bestaat dat anders per maart 2027 nieuwe uitvoerings- en opvangproblemen ontstaan. We willen hierover zo snel mogelijk in gesprek met het nieuwe kabinet. Arbeidsmigranten Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen nemen de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten en het recente SER-advies als uitgangspunt. Werkgevers worden nadrukkelijk verantwoordelijk voor registratie, huisvesting en het voorkomen van misstanden.
Bij nieuwe bedrijvigheid willen de coalitiepartijen werken met een bedrijfseffectrapportage, zodat huisvesting, voorzieningen en leefbaarheid vooraf worden meegewogen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om vooraf te sturen op de effecten van arbeidsmigratie. Dit vraagt om extra inzet op toezicht, handhaving en ruimtelijke afwegingen. De bedrijfseffectrapportage versterkt de positie van gemeenten richting werkgevers, mits dit gepaard gaat met voldoende ondersteuning en duidelijke kaders vanuit het rijk. Ontwikkelingssamenwerking Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen de 10% bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking terugdraaien, door jaarlijks structureel € 257 miljoen extra te investeren. Deze extra middelen zijn bedoeld voor humanitaire hulp, klimaat, onderwijs, vrouwenrechten en het verstevigen van het maatschappelijk middenveld. Ook blijft er nadrukkelijk aandacht voor het bijdragen aan de opvang van vluchtelingen in de regio en het beheersen van internationale migratiestromen, zowel direct als in de vorm van migratiepartnerschappen. Wat betekent dit voor gemeenten? VNG International heeft een strategisch partnerschap met het ministerie van Buitenlandse Zaken waarmee we bijdragen aan het versterken van lokaal bestuur in 14 landen, waaronder wederopbouw in Oekraïne.
Nederlandse gemeenten dragen met kennis en expertise bij aan dit programma. De financiering van dit programma loopt tot eind 2026. De VNG blijft in constructieve dialoog met het ministerie van Buitenlandse Zaken om ook na 2027 te blijven werken aan krachtig lokaal bestuur.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
21/36
Hoofdstuk 5 – Nederland werkt Elementen uit de bouwsteen Investeringsagenda zijn zichtbaar in de aanpak van de coalitiepartijen. De partijen kijken door tot 2035, ook al is een doorkijk tot en met 2050 nodig. Onderdelen uit de bouwsteen Bestaanszekerheid zien we duidelijk terug in het coalitieakkoord. Wat specifiek ontbreekt is de herijking van het sociaal minimum en het op orde brengen van de basis. Ook zien we dat maatregelen genomen worden die de basis van bestaanszekerheid juist onder druk zetten. Tegelijkertijd is er wel oog voor Caribisch Nederland en de opvolging van Commissie Thodé voor een leefbaar sociaal minimum. Voor deze samenhangende maatregelen is het budgettaire kader nog onduidelijk. De bezuinigingen op de sociale zekerheid en zorg enerzijds en de impact van maatregelen anderzijds kunnen we nog niet overzien op het gemeentelijk domein en voor onze inwoners. Bestaanszekerheid gaat over inhoud, maar ook over een stevige, gelijkwaardige en intensieve samenwerking met gemeenten en publieke dienstverleners van beleid tot uitvoering. Wij steken onze hand uit om samen te werken aan concrete en uitvoerbare maatregelen.
Werk en zekerheid Samenwerkingsagenda op werk, inkomen en arbeidsmarkt Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen komen met een werkagenda voor zowel de korte als middellange termijn, waarbij zij zich richten op maatregelen die sociale zekerheid en baanzekerheid beïnvloeden. Het nieuwe kabinet bouwt verder aan werkcentra die op maat gemaakte dienstverlening bieden, afgestemd op de lokale arbeidsmarkt en bewoners. Daarnaast streeft het nieuwe kabinet naar 3% R&D-investeringen en wordt er een Nationale Investeringsinstelling opgericht om het Nationaal Groeifonds te vervangen. Samen met sociale partners wordt er een ambitieuze samenwerkingsagenda ontwikkeld. In een driehoeksoverleg werken de ministers van SZW en EZ, samen met werkgeversorganisaties en vakbonden, aan concrete doelen voor een betere arbeidsmarkt en een sterker systeem voor werk en inkomen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het akkoord en de aangekondigde werkagenda bieden ruimte voor een constructieve samenwerking met gemeenten, alhoewel zij niet expliciet genoemd worden. Gemeenten hebben immers een regie- en uitvoerende rol in de Participatiewet, re-integratie en werkcentra. De voortzetting van de samenwerking in de werkcentra sluit aan bij de gedeelde ambitie van gemeenten en hun partners, maar onduidelijk is of de gewenste aanvullende middelen voor integrale dienstverlening daadwerkelijk worden vrijgemaakt.
Verhoogde R&D-middelen en de Nationale Investeringsinstelling versterken regionale innovatieecosystemen en bieden toegang tot kapitaal voor sociaal(economische) ambities en vraagstukken van gemeenten en arbeidsmarktregio’s. Leven Lang Ontwikkelen en Transitievergoeding Wat staat er in het akkoord? Er is gepaste focus op talentontwikkeling en een toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt. Met een korte termijninvestering van €100 miljoen in Leven Lang Ontwikkelen (LLO) kijkt het nieuwe
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
22/36
kabinet naar tekortsectoren en kansrijke beroepen. Hiervoor worden de re-integratiebudgetten verlaagd. Voor de lange termijn willen de coalitiepartijen naar een stelsel van individuele leerrechten. Mensen die het meest baat hebben bij om- en bijscholing (zoals mbo’ers en mkb’ers) moeten daar ook het meest gebruik van kunnen maken. De compensatie van de transitievergoeding wordt afgeschaft en deze wordt gekoppeld aan de (nieuwe) LLO-infrastructuur. Daardoor krijgen werkgevers die tijdig en voldoende hebben geïnvesteerd in bijscholing, omscholing en re-integratieverplichtingen lagere tot helemaal geen verplichtingen. Wat betekent dit voor gemeenten? De investering in LLO biedt gemeenten kansen als regisseurs van de regionale arbeidsmarkt. Toch is er behoefte aan meer en flexibeler budget voor werkcentra. Door een verlaging van het UWV-reintegratiebudget met € 100 miljoen komen meer mensen na hun uitkering bij gemeenten terecht voor begeleiding. De afschaffing van de compensatie van de transitievergoeding raakt sociaal ontwikkelbedrijven onevenredig hard en de huidige demissionaire Minister van SZW heeft toegezegd in het huidige wetsvoorstel te kijken of een uitzonderingspositie of compensatie mogelijk is.
Participatiewet, aanpassingen WW en Arbeidsongeschiktheidsstelsel Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen met een tweesporenbeleid de stelsels van arbeidsongeschiktheid en sociale zekerheid aanpassen. Dit gaat zowel om opvolging van de commissie OCTAS als om versobering van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. De WW-uitkering wordt verkort naar één jaar, met verscherping van eisen qua opbouw van rechten en verzilvering, inclusief een korting op het maximaal te ontvangen bedrag. De AOW-leeftijd stijgt mee met de stijging van de levensverwachting en de IVA wordt afgesloten voor nieuwe instroom. Ook worden samenhangende interventies geschetst die de WIA uitvoerbaar en betaalbaar moeten houden. Op middellange termijn willen de coalitiepartijen fundamentele herzieningen van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid, met primaire focus op goede en snelle begeleiding naar werk. Het streven is dat meer mensen de weg naar werk vinden vanuit de Participatiewet, zeker in deze krappe arbeidsmarkt. Daar staat tegenover dat ze van de kleine groep die echt niet kan werken ook niet constant zullen vragen dit toch te doen. Wat betekent dit voor gemeenten? De aanpassingen van de WW, IVA en WIA kunnen ertoe leiden dat inwoners sneller een beroep doen op de bijstand, wat gevolgen kan hebben voor de gemeentelijke ondersteuning.
Dit geldt vooral voor mensen met een lang arbeidsverleden voor wie het verlies van werk ingrijpend kan zijn. De aangekondigde korting van € 100 miljoen op de re-integratiebudgetten van het UWV kan daarnaast invloed hebben op de beschikbare ondersteuning in de Werkcentra, al is de precieze impact voor gemeenten nog niet duidelijk. Mensen die niet meer uren kunnen werken, bijvoorbeeld vanwege een arbeidsbeperking, hebben geen baat bij de voltijdsbonus of het meerurenvoordeel. Recent is een compensatie uitbetaald aan medewerkers van de sociaal ontwikkelbedrijven omdat zij getroffen waren door soortgelijke beleidskeuzes. Deze ontwikkelingen vragen daarom zeer zorgvuldige afwegingen waar gemeenten bij betrokken moeten worden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
23/36
Gemeenten werken al aan een fundamentele herziening van de Participatiewet en steunen het ontzien van mensen die echt niet kunnen werken. Onduidelijk is of er steun is om voor deze groep de arbeidsplicht los te laten en een hogere inkomensondersteuning te bieden. Kinderopvang Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen doorgaan met bijna gratis kinderopvang voor werkende ouders. Door de grootste toeslag af te schaffen, verminderen ze financiële onzekerheid. Wat betekent dit voor gemeenten? In de praktijk dreigt kinderopvang voor ouders met een laag inkomen juist minder toegankelijk te worden. Doordat er wordt vastgehouden aan de arbeidseis, wordt kinderopvang niet betaalbaar en toegankelijk voor álle kinderen. Door de verwachte toenemende vraag en het aanhoudende personeelstekort nemen de kosten voor ouders toe. Echte vereenvoudiging gaat er vanuit dat aparte gemeentelijke regelingen, zoals kinderopvang via een Sociaal Medische Indicatie (SMI), op termijn minder nodig zijn. Met de huidige uitwerking lijkt dat echter niet realistisch. Gemeenten verwachten dat deze regelingen voorlopig nodig blijven om de toenemende ontoegankelijkheid van de kinderopvang te compenseren. Meer ondersteuning voor gezinnen met kinderen Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen gezinnen ondersteunen en meer zekerheid geven.
Daarom werken ze toe naar het verminderen van de veelheid aan regelingen en het risico op terugvorderingen. Ze beginnen door de kinderbijslag en het kindgebonden budget samen te voegen in één-kindregeling met een hoger vast en een lager variabel bedrag. SVB is de beoogde uitvoerder. Wat betekent dit voor gemeenten? De introductie van de één-kindregeling is een positieve stap voor ouders en de uitvoering. Het is wel van belang dat de basis op landelijk niveau goed geregeld wordt, toereikend is voor inwoners en dat er gekeken wordt naar samenhang met lokale voorzieningen, zoals bijzondere bijstand, schuldhulpverlening en kinderopvang. Een goed inkomen Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen met hervormingen en bezuinigingen de sociale zekerheid en zorg toekomstbestendig maken. Ze richten zich op gerichte maatregelen voor kwetsbare groepen zoals werkende armen, investeren in armoedebeleid en schuldenpreventie. In overleg met gemeenten willen ze werken aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen. Om grip te krijgen op de portemonnee willen ze dat alle regelingen van de overheid op een vast moment in de maand worden uitbetaald.
De coalitiepartijen zetten zich ervoor in om, in samenwerking met aanbieders van vaste lasten zoals banken, zorgverzekeraars en energiebedrijven, te komen tot één vaste betaaldag voor maandelijkse lasten, als de inwoner hierom vraagt. Wat betekent dit voor gemeenten? De beoogde hervormingen en bezuinigingen raken de gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden, zoals de bijstand, het armoede- en schuldenbeleid en re-integratie en
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
24/36
participatie. De VNG zal deze voorstellen toetsen op de gevolgen voor de uitvoering, de financiën en de gemeentelijke doelgroepen. Positief is dat het coalitieakkoord inzet op extra investeringen in armoedebeleid en schuldenpreventie, met een structurele reservering van € 150 miljoen. Tegelijk is nog onduidelijk welk deel hiervan bij gemeenten terechtkomt. In het akkoord ontbreekt bovendien een duidelijke opvolging van de aanbevelingen van de Commissie sociaal minimum, die benadrukte dat het rijk verantwoordelijk is voor een toereikend en zeker inkomen. In de Verklaring Bestaanszekerheid heeft de VNG daarnaast gepleit voor meer eenvoud en voorspelbaarheid voor inwoners, onder meer door te werken met één betaalmoment. Samen met ketenpartners wil de VNG betrokken zijn bij de verdere uitwerking hiervan, zodat dit in de praktijk haalbaar en uitvoerbaar wordt.
Goed onderwijs en wetenschap Onderwijs Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen draaien de bezuinigingen op het onderwijs terug en investeren een oplopende reeks van € 1 miljard in 2027 tot € 1,5 miljard structureel vanaf 2031 in onderwijs. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief dat het rijk investeert in het onderwijs. Verspreid over het regeerakkoord staan, naast deze investering, nog diverse wenselijke maatregelen om onze jeugd betere kansen te geven. Denk aan de kansrijke start bij gezondheid, het versterken van de pedagogische basis bij jeugdzorg en hier dus de investeringen in van de rijke schooldag en vroeg en voorschoolse educatie. In de praktijk van gemeenten zijn al die aanpakken dagelijks met elkaar verweven. Gemeentelijke Onderwijsachterstandsmiddelen Wat staat er in het akkoord? Leerachterstanden worden vroeg aangepakt. De coalitiepartijen investeren in bewezen aanpakken zoals de rijke schooldag en voor- en vroegschoolse educatie via de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Hoewel de enveloppe van € 1,5 miljard in de financiële paragraaf niet wordt verbijzonderd gaan we ervan uit dat hiermee de 10% SPUK-korting en de 2% extra korting op de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen per 2027 worden teruggedraaid. Dat is goed nieuws voor gemeenten en voor kinderen.
Gemeenten kunnen daarmee hun aanbod aan voorschoolse educatie op peil houden en zo meer kinderen behoeden van een achterstand aan de start van hun schoolcarrière. Omdat dit per 2027 ingaat, ontstaat er nog wel een gat in de financiering voor 2026. Dat zullen we bij de komende begrotingsbehandeling agenderen. Onderwijshuisvesting Wat staat er in het akkoord? Ondanks de grote noodzaak tot investeren is er in het akkoord niet voorzien in extra middelen. De partijen willen scholen beter ondersteunen bij de renovatie en verbetering van schoolgebouwen, maar doen dit ‘binnen de bestaande mogelijkheden en middelen’.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
25/36
Wat betekent dit voor gemeenten? Het gat tussen de breed gedeelde ambitie van goede, veilige, klimaatneutrale schoolgebouwen en het beschikbare budget om deze te realiseren loopt door inflatie en verdere veroudering op naar € 1,3 miljard per jaar. Als gevolg hiervan zullen schoolgebouwen opnieuw verder verouderen. Scholen zijn daardoor steeds minder geschikt om naar de normen van vandaag les in te geven en voldoen in steeds mindere mate aan de eisen en wensen ten aanzien van energieprestaties en binnenklimaat. Mbo Wat staat er in het akkoord? Het regeerakkoord wil het mbo versterken door structurele financiering en gelijke toegang voor studenten. Er komt extra aandacht voor stagediscriminatie, mentale gezondheid en weerbaarheid. De talentstrategie richt zich op betere aansluiting met de arbeidsmarkt en meer erkenning van het mbo als eindstation in het onderwijs. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten en mbo werken op veel terreinen intensief samen, bijvoorbeeld rondom het regionale arbeidsmarktbeleid, voldoende vakkrachten in tekortsectoren (techniek, bouw, veiligheid, kinderopvang), inburgering en mentale gezondheid van mbo-studenten. De extra investering geeft een goede basis voor deze samenwerking, bijvoorbeeld over ondersteuning en zorg voor mbostudenten en de beweging van selectie- naar talentmaatschappij.
Gemeenten spelen via de regionale meldpunten antidiscriminatie een rol in het tegengaan van stagediscriminatie.
Maatschappelijke diensttijd Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen burgerschap en maatschappelijke weerbaarheid bij jongeren bevorderen door de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) beschikbaar te houden voor personen tussen twaalf en dertig jaar die niet deelnemen aan het militaire dienstjaar. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG gaat ervan uit dat het budget MDT van € 130 miljoen behouden blijft voor het veld en dat dezelfde werkwijze als voor dit jaar gehandhaafd blijft. Relevant om te weten is dat gemeenten zelf geen MDT-projecten kunnen aanvragen bij OCW, maar MDT-partners dit wel kunnen doen in afstemming met gemeenten. Er zijn dus geen financiële gevolgen voor gemeenten. Basisvaardigheden in relatie tot Volwasseneducatie (WEB) Wat staat er in het akkoord? Het gericht investeren in lezen, schrijven en rekenen wordt voortgezet. Op die manier beginnen kinderen niet met een achterstand en is er op het mbo meer tijd voor beroepsvaardigheden in plaats van het inhalen van achterstanden. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief en hard nodig dat het nieuwe kabinet het niveau van basisvaardigheden in het onderwijs zelf wil verhogen. In het akkoord zien wij echter geen aanvullende investeringen in de volwasseneducatie.