Agendabundel
Tekst van het document
kabels en leidingen), door slimme inzet van data en door een deel van de beschikbare middelen op de slimmere benutting in te zetten via lokale oplossingen (denk ook aan warmtenetten). Daarmee minimaliseren we de kosten voor uitbreiding van bijvoorbeeld het stroomnet, waardoor elektrificatie en verduurzaming betaalbaarder wordt voor grote en kleine ondernemers én voor de inwoners van Nederland. • Handels- en investeringsakkoorden vergroten onze weerbaarheid door grondstoffen veilig te stellen en strategische afhankelijkheden te beperken. Daarom vinden we het belangrijk dat Europa snel akkoorden sluit met o.a. India, de ASEAN-landen, Zuid-Amerika en de VS. Nederland verstevigt zijn internationale oriëntatie, inclusief een sterker postennetwerk. • Nederland steunt de voorstellen van Draghi en Letta om de interne markt te vervolmaken. We zetten in Brussel actief in op voltooiing van de interne markt alsook op het wegnemen van belemmeringen. We maken werk van de kapitaalmarktenunie, zodat bedrijven – ook het MKB – makkelijker toegang krijgen tot kapitaal. We versterken de strategische autonomie van Europa via gezamenlijke investeringen in sleuteltechnologieën, versnelling van digitale investeringen en economische veiligheid.
1 SER, 2024. Perspectief op brede welvaart in 2040. Bouwen aan de economie van de toekomst. Te raadplegen via: https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/adviezen/2024/visie-perspectief-op-brede-welvaart.pdf
7
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
Investeren in de economie en arbeidsmarkt van de toekomst • Hoe we omgaan met artificiële intelligentie (AI), versterkt door kwantumtechnologie, is bepalend voor onze toekomst. We zorgen voor een werkbare implementatie van Europese regels, zodat we de kansen benutten en risico’s beperken. Dit vraagt om duidelijke standaarden en praktische tools. Daarnaast komt er een nationaal AI-plan gericht op infrastructuur, toepassingen en gebalanceerde datadeling, ondersteund door sectorale dataruimtes en AI-hubs. Overheden geven hierbij het goede voorbeeld door Europese cloudoplossingen te gebruiken. • We voeren strategisch industriebeleid op enkele (deel)sectoren en groeimarkten die bepalend zijn voor onze toekomstige economische slagkracht. Een kabinetsbrede aanpak is nodig, omdat industriebeleid raakt aan regeldruk, arbeidsmarktkrapte, stikstof, energie-infrastructuur, klimaat en ruimtelijke ordening. Het ministerie van EZ krijgt hierin een coördinerende rol, met nauwe betrokkenheid van de decentrale overheden en het bedrijfsleven en in samenwerking met Europa. • We ontwikkelen een actieagenda om de Nationale Technologie Strategie (NTS) handen en voeten te geven, gericht op sleuteltechnologieën die de concurrentiekracht van meerdere sectoren bepalen. Innovaties die nu elders worden opgeschaald, moeten in Nederland ruimte krijgen om te groeien.
• Volgens de SER (2025) is de kwaliteit van menselijk kapitaal bepalend voor productiviteitsgroei. Daarom investeren we extra in kennis en talent - dé grondstoffen voor een toekomstbestendig Nederland – met als doel dat publiek en privaat in 2030 samen 3% van het BBP aan R&D besteden, waarbij de publieke investeringen worden verhoogd naar 1% van het BBP. We verbeteren de kwaliteit van onderwijs, organiseren leven lang ontwikkelen, versterken digitale vaardigheden en gezondheid, en vergroten private R&D-investeringen via betere valorisatie, meer ruimte voor startups en scale-ups en gerichte publiek-private samenwerking. Ook versterken we regionale kennisecosystemen, waar bedrijven en instellingen samen innovatie broedplaatsen vormen die economische en sociale ontwikkeling aanjagen. Hierin benutten we o.a. de infrastructuur van de arbeidsmarktregio’s en de publiek-private netwerksamenwerking hierbinnen. • De arbeidsmarkt verandert snel en kampt met toenemende tekorten. Om kennis en vaardigheden actueel te houden en de arbeidsproductiviteit te vergroten, moeten steeds meer werkenden zich bij- of omscholen. Het mbo, hbo en wo vormen samen het publieke fundament voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Zij beschikken over de kennis en infrastructuur om iedereen, van vakmens tot onderzoeker, te ondersteunen in blijvende professionele groei.
We verankeren LLO als publieke opdracht in wet- en regelgeving. Aanvullend draagt het kabinet zorg voor structurele financieringsarrangementen. • Het mbo, hbo en wo versterken hun samenwerking met regionale partners en sluiten hun ontwikkelinfrastructuur aan op de arbeidsmarktagenda en economische plannen, zodat onderwijs en onderzoek beter inspelen op de regionale arbeidsmarkt- en economische opgaven, met behoud van de autonomie van onderwijs- en onderzoeksinstellingen. • We zetten in op talentontwikkeling om Nederland concurrerend en veerkrachtig te houden in een snel veranderende wereld. Dit is van belang in het licht van demografische krimp en ook om te zorgen dat Nederland aantrekkelijk blijft voor toptalent, met oog voor erkenning van kwalificaties, snelle procedures en een open houding. • We versterken de innovatie-ecosystemen en (top)campussen van Nederland. Die spelen immers een gedegen rol in de economie van de toekomst. We volgen de adviezen uit het Draghi rapport op door de scale-ups uit deze ecosystemen beter te ondersteunen in hun groei. Daarbij investeren we ook op de aansluiting met en verbinding van het breed MKB en de samenwerking in de hele onderwijsketen (mbo, hbo, wo).
Versterken van de regionale economie • We gaan de economische kracht van álle regio’s versterken en maken dit een structureel thema in het kabinetsbeleid. We hebben daarbij ook oog voor het regionale, sociale en agrarische belang van de plattelandseconomie. • We gaan gemeenten en provincies beter in staat stellen om hun economische rol te vervullen en hun uitvoeringskracht te vergroten. We investeren in de interbestuurlijke samenwerking om
8
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
effectiever als een overheid met bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld samen te werken aan een toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt. • Specifiek als het gaat om arbeidsmigratie, noodzakelijk voor bepaalde sectoren, moet dit vooral bijdragen aan een toekomstbestendige economie met kwalitatief goed werk en aan maatschappelijke opgaven. Daarmee sluiten we aan bij het briefadvies ‘Arbeidsmigratie naar waarde; Minder waar het kan, beter waar het moet’ van de SER. • We intensiveren regionale publiek-private samenwerkingsverbanden tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden en ook binnen en tussen regionale ecosystemen onder meer door een gecoördineerde aanpak en een integrale financieringssystematiek. We pakken de huidige versnippering in regionaal investeringsbeleid aan door koppeling te leggen tussen sociaaleconomische meerjarenagenda’s van de regio’s met Defensie, Regiodeals, Startups & Scale-upsprogramma’s en Human Capital Agenda’s. • Wij creëren ruimte voor economische initiatieven uit de samenleving: coöperaties, maatschappelijke organisaties, burgerinitiatieven en bewonersinitiatieven kunnen een sleutelrol spelen bij de oplossing van economische knelpunten zoals energietransitie of het aanjagen van economische activiteit in wijken en dorpen waar bedrijvigheid afwezig is.
Nu lopen initiatieven uit de samenleving klem omdat economische activiteit in de regelgeving bij bedrijven of overheden hoort, maar niet bij de samenleving. • We verbeteren de dienstverlening aan werkenden, werkzoekenden en werkgevers onder meer door de ontwikkeling van regionale werkcentra die in elke arbeidsmarktregio een publiek-private samenwerking moeten vormen. Ondersteuning wordt geboden op het gebied van werk en scholing via één regionale toegang met een belangrijke rol voor de publieke en private partners in de regionale netwerksamenwerking als een van de onderdelen op de regionale meerjarenagenda’s van de arbeidsmarktregio. • We investeren in de krachtenbundeling van ondernemers, dienstverleners, onderwijs en overheden in 19 regio’s die als voorlopers werken aan een landelijk dekkend netwerk van regionale MKBecosystemen. We bouwen aan regionale en nationale ondersteuning die ondernemers helpt om zekerheden te vergroten: toegang tot materialen, energie, personeel en digitale kansen zoals kunstmatige intelligentie.
• We investeren in de ruimtelijke kant voor een toekomstbestendige economie door: • regio’s te laten doen waar ze goed in zijn • ruimte te geven aan de transitie naar een weerbare economie • zoveel mogelijk slimme combinaties maken van functies, voor circulaire economie, werkgelegenheid, energie, combinaties van kantoren, werken en wonen, ruimte zoeken voor o.a. het MKB • Richtinggevende keuzes te maken bij de aanpak van knelpunten als energienet, mobiliteit en milieunormen. • We gaan investeren in voldoende en kwalitatieve ruimte voor ondernemers om zich te kunnen vestigen of verder te ontwikkelen: betaalbare werklocaties op de juiste plek en bedrijventerreinen, deze beschermen en ontwikkelen, met “werkdeals” naast woondeals, verduurzaming en betere bereikbaarheid en aansluiting op het elektriciteitsnet.
2.2 De opgave en de kans: zorgen onder de motorkap Met een goed opgeleide bevolking, een gunstige ligging, ondernemerschap en wetenschap van topniveau heeft Nederland alles in huis om internationaal leidend te blijven. Tegelijkertijd gaan achter dit fundament serieuze problemen schuil en is er grote urgentie om veranderingen door te voeren. Net als elders in Europa stagneert de groei van de beroepsbevolking en blijft de arbeidsmarkt structureel krap. Dit zien we ook in het vervolgonderwijs. Het aantal Nederlandse studenten neemt af doordat er minder jongeren zijn, en ook het aantal buitenlandse studenten daalt. Dat is zorgelijk omdat het haaks staat op de ambitie van Nederland om toptalent aan te trekken en te behouden. En ook om een volgende generatie op te leiden tot veerkrachtige burgers die onze samenleving vooruit helpen. De snel veranderende werkgelegenheid door o.a. technologisering en AI zorgen ook voor een toenemende mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Ondanks de schaarste aan personeel blijft de arbeidsproductiviteitsgroei – ook internationaal
9
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
gezien – laag. De SER waarschuwt dat dit alles het verdienvermogen en daarmee de brede welvaart structureel onder druk zet. Er zijn ook specifieke Nederlandse problemen. Er is sprake van krapte op onder meer de arbeidsmarkt, de ruimte en het energienet. De balans tussen economische groei en welvaart staat daardoor onder druk met o.a. vraagstukken rondom arbeidsmigratie – met impact op zaken als huisvesting en leefbaarheid – en wachtlijsten voor bedrijven voor energieaansluiting. Het MKB (zowel bestaand als scale-ups) groeit onvoldoende door. Ook het investeringsklimaat staat sterk onder druk. Ons VPB-tarief ligt ver boven het EU-gemiddelde en de belastingdruk op ondernemerswinst (voor het MKB ook vanuit de inkomstenbelasting) ligt te hoog om investeren in Nederland aantrekkelijk te houden. Multinationals vertrekken geleidelijk en ondernemers ervaren Nederland steeds vaker als onaantrekkelijk om in te ondernemen en te investeren. Politieke instabiliteit en onvoorspelbaar beleid versterken dit beeld; bijna 90 procent van de ondernemers is hierover ontevreden. Investeringen in innovatie, verduurzaming en digitalisering blijven daarom achter. Het bedrijfsleven kampt met hoge energiekosten, een hoog ervaren regeldruk met o.a. nationale koppen op Europese regels en een elektriciteitsinfrastructuur die onvoldoende snel wordt uitgebreid.
Hierdoor maakt Nederland te weinig tempo in de grote transities.
2.3 Het kan anders Dynamiek in onze economie terugbrengen We streven naar welvaart en welzijn. Dit kan niet zonder een ondernemende, innovatieve en eerlijke economie. Hoe divers ze ook zijn, regionale economieën zijn de beste bouwstenen voor een duurzame nationale ontwikkelstrategie. Het is essentieel dat deze regionale economieën het beste uit zichzelf kunnen halen en hiermee ook het landelijk verdienvermogen vergroten, toplocaties mogelijk maken en veerkrachtige arbeidsmarkten vormen met een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Met krachtig en voorspelbaar beleid kan Nederland zijn sterke uitgangspositie benutten en leidend worden in het vormgeven van de transities. Het is daarom van groot belang om de stap te zetten van zorgen benoemen naar kansen creëren en onze economie duurzaam te versterken. Vandaar ook dat we inzetten op drie invalshoeken: • Stabiliteit en een concurrerend ondernemersklimaat • Investeren in de economie en arbeidsmarkt van de toekomst • Versterken van de regionale economie.
10
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
3: Bouwsteen Bestaanszekerheid Gesteund door
Samen met het kabinet biedt onze coalitie van publieke dienstverleners, gemeenten en maatschappelijke partners een bouwsteen voor bestaanszekerheid. Het stelsel van inkomensondersteuning is zo ingewikkeld geworden dat het zelf onzekerheid creëert. Vereenvoudiging is nodig om de uitvoerbaarheid van het stelsel te borgen. Volgens deze coalitie is vereenvoudiging mogelijk door scherpe keuzes te maken. Door het stelsel de komende acht jaar te vereenvoudigen, kunnen inwoners de stappen naar werk, participatie en onderwijs weer overzien en durven zij die te zetten. Rapporten en adviezen van de Nationale Ombudsman, de Commissie Sociaal Minimum, Staatscommissie Rechtsstaat, de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen, OCTAS, Ritme in Vereenvoudiging van de IBTD en de interdepartementale beleidsonderzoeken (IBO’s) toeslagen en vereenvoudiging sociale zekerheid onderbouwen treffend waarom we moeten doorpakken op het borgen van bestaanszekerheid op de korte, middellange en lange termijn. Laten we niet langer nadenken maar kiezen om met elkaar te werken aan een zekerder stelsel.
3.1 Tekst voor het regeerprogramma Het kabinet gaat door met de hervormingsagenda vereenvoudiging (inkomensondersteuning, toeslagen en fiscaliteit) en gaat het stelsel vereenvoudigen met een jaarlijkse vereenvoudigingswet en concrete vereenvoudigingsvoorstellen per voorjaarsbesluitvorming. Daarbij ziet het kabinet tien concrete verbeteringen: 1. Door de aanhoudende arbeidsmarktkrapte moeten we investeren in werk(zekerheid) en participatie; iedereen is nodig. Als uitgangspunt geldt dat iedereen naar zijn of haar vermogen werkt en dat dienstverlening daar ook op gericht is. Het succes van Regionale Werkcentra kenmerkt zich door integrale en passende dienstverlening, ongeacht vanuit welke situatie de inwoner aanklopt. De benodigde aanvullende middelen passen bij de brede maatschappelijke baten die nagestreefd worden. 2. Iedereen met ondersteuningsbehoefte is in beeld en krijgt passende ondersteuning. We weten (op basis van skills) wat mensen willen, kunnen en wat er nodig en beschikbaar is om de stap naar een duurzame positie op de arbeidsmarkt te maken. Samen met sociale partners investeren we gerichter en structureel in scholing en ontwikkeling, met name voor werk in vitale sectoren. Verschillen tussen mbo-, hbo- en wo-studenten binnen het
11
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
studiefinancieringsstelsel worden weggenomen voor gelijkwaardige behandeling, waardering en gelijke kansen op de arbeidsmarkt. 3. Door het instrumentarium van de Banenafspraak breed toegankelijk te maken, én de wet Banenafspraak te vereenvoudigen faciliteren we inclusief personeelsbeleid. 4. Een arbeidsongeschiktheidsstelsel waarin werk voorop staat. De voorgestelde vereenvoudiging richt zich op maatregelen op de korte termijn binnen het bestaande stelsel: passende beoordelingsmomenten met inzet van een lichte toets aan het begin en een meer integrale beoordeling op een later moment, betere taakverdeling tussen professionals, en een bredere blik op gezondheid en inzetbaarheid. Na de lichte toets starten we waar mogelijk direct met de terugkeer naar werk. Voor werkenden en werkgevers biedt dit meer bestaanszekerheid en duidelijkheid, waarbij de focus van het stelsel ligt op wat iemand nog wel kan doen. Dit betekent een beter uitvoerbaar stelsel met de mogelijkheid om in de overgangsfase achterstanden terug te dringen. Voor de lange termijn is het noodzakelijk om verder te werken aan een duurzaam en toekomstbestendig stelsel. 5. Het sociaal minimum wordt periodiek herijkt. De Participatiewet wordt fundamenteel herzien. Er komt een oplossing voor de groep in de Participatiewet zonder arbeidsvermogen die recht doet aan hun situatie en bestaanszekerheid biedt.
We maken het armoedebeleid gezamenlijk eenvoudig, effectief en toekomstbestendig, mede op basis van de Verkenning armoededienstverlening. 6. Het stelsel (schulden, incasso, MSNP/WSNP) rondom het voorkomen en aanpakken van schulden wordt vereenvoudigd. Focus zit ook op het voorkomen van schulden door de overheid. Er komt een daadkrachtige aanpak van risicovolle kansspelen en kopen op afbetaling. We investeren in een centraal schuldenregister en in structurele financiering én de kwaliteit van gegevens en gegevensuitwisseling voor vroegsignalering van schulden. Tegelijkertijd vereenvoudigen we het toeslagenstelsel zodat achteraf zo min mogelijk verrekeningen plaatsvinden met ontvangen inkomsten. We regelen dat keteneffecten bij nabetalingen niet meer voorkomen. 7. De Toeslagenwet van UWV wordt op de langere termijn overbodig gemaakt. Op de korte termijn beginnen we met de Vereenvoudiging van de Toeslagenwet door het verhogen van de Wajonguitkering van Wajonggerechtigden met arbeidsvermogen tot het sociaal minimum voor een alleenstaande. Ook schaffen we op korte termijn de kostendelersnorm af in de Toeslagenwet. 8. We vereenvoudigen de leefvormen in de AOW met bredere baten op het gebied van wonen en zorg door een objectief partnerbegrip in te voeren en te starten met het gesprek over een toekomstbestendige en uitvoerbare AOW op de lange termijn. 9.
Vereenvoudiging verlofregelingen voor ouders. Door verschillende verlofregelingen voor ouders zoveel mogelijk samen te voegen, worden regels eenvoudiger, weten ouders en werkgevers beter waar zij aan toe zijn, en verdwijnen administratieve drempels die ouders nu belemmeren om verlof op te nemen. De vereenvoudiging leidt tot structureel lagere uitvoeringskosten. Voor ouders betekent het meer toegankelijkheid, minder administratieve inspanning en een kleinere financiële drempel om verlof op te nemen. Dit draagt bij aan een betere balans tussen werk en privé en voorkomt gezondheidsproblemen en uitval. Daarnaast werken we toe naar een zekere tegemoetkoming voor ouders door de kinderbijslag en het kindgebonden budget samen te voegen tot één regeling. 10. Om te bereiken dat mensen hun regelingen gebruiken, krijgen gemeenten en publieke dienstverleners middelen, capaciteit en wettelijke ruimte voor gegevensdeling. We werken gezamenlijk aan het verbeteren van gegevensbronnen om proactieve dienstverlening mogelijk te maken. Daarnaast werken we aan vereenvoudiging voor mensen en de uitvoering door het domeinoverstijgend harmoniseren van de inkomens-, partner- en vermogensbegrippen, het definitief toekennen van regelingen in de actualiteit en de invoering van één betaaldatum voor inkomsten en uitgaven.
Voor de benodigde wendbaarheid en capaciteit voor op de lange termijn, wil het kabinet ook bepaalde regelingen heroverwegen om regeldruk op het terrein van bestaanszekerheid te voorkomen. Het PWC-rapport ‘Feiten en effecten wet- en regelgeving op uitvoeringsorganisaties’ laat de toename aan regeldruk treffend zien. Een brede enveloppe “vereenvoudiging en verminderen regeldruk” kan effecten van het moderniseren van langdurig overgangsrecht of het heroverwegen van landelijke regelingen met een zeer kleine doelgroep, mogelijk maken.
12
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
Tot slot wil het kabinet toewerken naar meer bestaanszekerheid, niet alleen inhoudelijk, maar ook door te investeren in een stevige, gelijkwaardige en intensieve samenwerking tussen gemeenten, publieke dienstverleners, beleid en politiek. Interbestuurlijk, gericht op het verbeteren van bestaanszekerheid van mensen, nu en in de toekomst.
3.2 De opgave en de kans De grote vereenvoudiging en hervorming voor het borgen van bestaanszekerheid in Nederland is nodig voor de kwaliteit van leven voor onze inwoners, werkgevers in de dagelijkse praktijk en de toekomstbestendigheid van de uitvoering van publieke dienstverleners en gemeenten. De grote vereenvoudiging en hervorming op Bestaanszekerheid bestaat uit drie uitgangspunten: • Mensen hebben een zeker en toereikend inkomen zonder (hoge) terugvorderingen waarvan zij basisvoorzieningen kunnen betalen; • Iedereen kan meedoen en iedereen is nodig op de krappe arbeidsmarkt. Daarom investeren we in werk(zekerheid) en participatie; • Vereenvoudiging voor inwoner én mensen in de uitvoering. We gaan door met de hervormingsagenda vereenvoudiging (inkomensondersteuning, toeslagen en fiscaliteit) en we vereenvoudigen het stelsel met een jaarlijkse vereenvoudigingswet en concrete vereenvoudigingsvoorstellen per voorjaarsbesluitvorming.
3.3 Het kan anders Om bestaanszekerheid te borgen en concrete invulling te geven aan de drie uitgangspunten zijn politieke besluiten en investeringen in het hervormen van het stelsel noodzakelijk. • Vereenvoudiging vraagt om keuzes. Want als er dingen moeten veranderen, zijn er ook onherroepelijk mensen die daar nadeel van ondervinden. Het rapport ‘De toekomst begint nu’ van de 18e Studiegroep Begrotingsruimte geeft kaders en overwegingen voor grote keuzes die noodzakelijk zijn en die door het komende kabinet genomen moeten worden om het stelsel houdbaar te maken. Onderzoek toont brede maatschappelijke baten bij het kiezen voor eenvoudigere regelingen: het voorkomen van armoede, meer vertrouwen in de overheid, meer bestaanszekerheid en meer ruimte voor de menselijke maat. • Doorpakken op bestaanszekerheid vraagt concrete politieke besluiten en om nauwe samenwerking tussen politiek, publieke dienstverleners, gemeenten en maatschappelijke partners. Maak middelen, capaciteit en denkkracht over de domeinen heen vrij. Er is sturing nodig via een lange termijnprogramma met concrete tussenresultaten op korte termijn en het voorkomen van nieuwe complexiteit. Breng ritme in vereenvoudiging door een jaarlijkse vereenvoudigingswet en werk volgens één meerjarige agenda structureel aan het verminderen en vereenvoudigen van regelingen vanuit het perspectief van mensen.
• Hervormingen op basis van deze ambities kosten tijd. Betere dienstverlening en vereenvoudiging van regelgeving kosten ook middelen, zeker als de wens is groepen die er door vereenvoudiging op achteruit gaan te compenseren. Maar niet hervormen of niet kiezen, heeft ook een prijs voor mensen, de uitvoering en de samenleving. Juist de volle omvang van de vereenvoudiging en hervorming laat zien dat Nederland echt iets te kiezen heeft. De maatschappelijke partners hebben daar een perspectief op en een aanbod bij.
13
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
4: Bouwsteen Jeugd, Onderwijs en Kansengelijkheid Gesteund door
De Nederlandse jeugd behoort tot de gelukkigste ter wereld. Tegelijkertijd worstelen jongeren met prestatiedruk, staat het mentaal welzijn onder druk en is er grote kansenongelijkheid. Het gebruik van jeugdhulp is toegenomen tot 1 op de 7 kinderen. Het lukt ons tien jaar na de invoering van de Jeugdwet en de wet Passend Onderwijs onvoldoende om de slag te maken naar een inclusieve samenleving waarin iedereen meedoet en waar kinderopvang, onderwijs, hulp of ondersteuning kansenongelijkheid daadwerkelijk verminderen. Eén van de verklaringen voor dit langzaam vastdraaiende systeem is de te eenzijdige focus op het kind/de jongere als individu. De hypernerveuze samenleving vraagt /eist prestaties en een individu dat meegaat in collectieve normen op school en in de (prestatie)samenleving. Lukt dat niet, dan worden kinderen en jongeren, al dan niet tijdelijk, apart gezet. Dat moet anders. Niet de jongere maar de omgeving dient zich aan te passen. Dat kan door uit te gaan van een sterke gemeenschap en een sterke pedagogische basis: inclusieve omgevingen op scholen, kinderopvang, jeugdgezondheidszorg, jeugd/jongerenwerken schoolmaatschappelijk werk. Waar kinderen, jongeren en hun ouders/opvoeders zich veilig, gezien en gewaardeerd voelen en de gelegenheid krijgen hun talenten te ontplooien en te werken aan de fysieke en mentale weerbaarheid.
Dat vraagt ook extra aandacht voor het onderwijs (en kinderopvang) als plek die bijdraagt aan de vorming en ontwikkeling van kinderen/ jongeren. Die ontwikkeling stopt niet op 16 of 18 jaar. Daarom is het belangrijk oog te hebben voor de positie van jongeren en studenten, die te maken krijgen met nieuwe vragen over onder andere wonen, werk, opleiding, inkomen en welzijn.
4.1. Tekst voor het regeerakkoord Zo gewoon mogelijk opgroeien: we verstevigen de sociale en pedagogische basis • Het kabinet bouwt aan inclusieve en veilige omgevingen op scholen, kinderopvang, in de jeugdgezondheidszorg, het schoolmaatschappelijk werk en het jeugd/jongerenwerk. Zo krijgen kinderen en jongeren de gelegenheid hun talenten te ontplooien en fysiek en mentale weerbaar te
14
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
worden. Ouders kunnen er laagdrempelig terecht met vragen rondom opvoeden en opgroeien. • We zorgen ervoor dat deze omgevingen breed toegankelijk zijn. Dat kan alleen wanneer schoolgebouwen ook buiten onderwijstijden open zijn en passend aanbod hebben. Daarom investeren we onder andere in de rijke schooldag. • De stelselherziening kinderopvang wordt zo aangepast dat de kinderopvang algemeen toegankelijk wordt. Te beginnen met 2 dagen/dagdelen per week. • Het kabinet werkt toe naar duurzame bekostiging van gelijke kansen. Er komt een ontschotting van alle budgetten die, aanvullend op de reguliere bekostiging die scholen krijgen, op school en in de kinderopvang bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren, ook om kinderen die dat nodig hebben extra ondersteuning te bieden in de klas/groep. Dit vraagt niet alleen om het ombouwen van specifieke, vaak tijdelijke financieringsbronnen naar integrale, structurele budgetten, maar ook om extra investeringen in onderwijsachterstandenbeleid. • Het kabinet biedt ruimte voor lokaal maatwerk. Omdat startposities tussen kernen en wijken kunnen verschillen, is het geoorloofd om via extra voorzieningen en gerichte investeringen de situatie in specifieke gebieden te verbeteren. Investeringen in de (gezinsgerichte) aanpak van laaggeletterdheid maken hier onderdeel van uit.
• Om te realiseren dat onderwijs, kinderopvang en ondersteuning integraal onder één dak kunnen plaatsvinden, wordt dit het leidende principe in de onderwijshuisvesting. Gemeenten krijgen een expliciete rol en de benodigde middelen om dit waar te maken. Het budget voor onderwijshuisvesting wordt structureel verhoogd zodat gebouwen geschikt zijn voor goed, inclusief onderwijs en duurzaam en betaalbaar zijn in de exploitatie.
Passende hulp: we organiseren samenwerking rondom het kind en de jongere • Het kabinet brengt samenhang aan tussen onder andere de portefeuilles kinderopvang, onderwijs en jeugd. Ten behoeve van een samenhangende en kabinetsbrede meerjarige aanpak jeugd werkt het kabinet samen met NJR, gemeenten en maatschappelijke partners aan een te ontwikkelen brede jeugdstrategie. • Het kabinet zorgt voor ontschotting van budgetten (uitgezonderd de reguliere bekostiging die scholen krijgen voor het geven van onderwijs) en biedt zodanige kaders dat het schoolgebouw en kinderopvang de plek is waar kinderen zich kunnen ontplooien en de ondersteuning krijgen die in hun context nodig is. Voor ouders/verzorgers wordt school een vanzelfsprekende plek om elkaar te ontmoeten, vragen, onzekerheden en tips te delen en samen met kinderopvang en onderwijsprofessionals een mooie pedagogische basis voor kinderen neer te zetten. Gemeenten en scholen krijgen de ruimte en opdracht om ongelijk te investeren voor meer gelijke kansen voor alle gezinnen. • Het kabinet stelt de brede sociale context van kinderen en gezinnen met een hulpvraag centraal. Het wil af van het denken in ketens en doorverwijzingen en zet in op een doorlopende samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs, welzijn en jeugdhulp, met (tijdelijk) individueel maatwerk enkel als aanvulling op collectieve ondersteuning.
• Het kabinet stelt lokale teams in staat om, in nauwe samenwerking met onder meer kinderopvang en onderwijs, flexibel integrale ondersteuning te bieden, Daartoe ruimen we bureaucratische, organisatorische en wettelijke belemmeringen voor samenwerking op en onderzoeken we in hoeverre het juridisch instrumentarium uit de Algemene Wet Bestuursrecht passend is voor het sociaal domein. • Het kabinet heeft oog voor de groep jongeren/MBO, HBO en WO studenten in de leeftijd van 16-27 en hun specifieke vragen op weg naar volwassenheid. De big five (support, wonen, werken en school, inkomen en welzijn) vormt een belangrijke onderlegger voor het beleid voor deze groep. Het stelsel van de kind- en gezinsbescherming gaan we fundamenteel herzien in lijn met het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. De afbouw van de gesloten jeugdzorg wordt verder geëffectueerd. We spreken de ambitie uit om het aantal uithuisplaatsingen verder terug te dringen en een halt toe te roepen aan het doorplaatsen van kinderen. • Het kabinet houdt vast aan de beweging die is ingezet met de Hervormingsagenda Jeugd en omarmt de inhoudelijke en financiële adviezen van de Deskundigencommissie. We investeren in onder meer lokale teams, kinderopvang, onderwijs en jeugd/jongerenwerk om collectieve
15
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
arrangementen te ontwikkelen met en voor gezinnen/kinderen/jongeren die daar baat bij hebben. Het betekent ook dat we via de reikwijdtewetgeving de kaders bieden voor een inperking van het individueel aanbod van de aanvullende jeugdhulp. Dit wordt zeer beperkt en alleen ingezet in aanvulling op de basisondersteuning in de lokale context. • Deze krimpopgave in de jeugdsector gaat hand in hand met een herijking van het financieringsmodel. Hiermee realiseren we een langjarig realistisch financieel perspectief en brengen we balans terug in de verhouding met de gemeentelijke medeoverheid
Kansengelijkheid: we zorgen voor een goede start en gaan van een selectie- naar talentenmaatschappij • Kinderen en jongeren verdienen het om hun uiteenlopende talenten (cognitief, praktisch, motorisch, sociaal en creatief) te ontwikkelen op een manier die bij hen past. Om leerlingen meer tijd te geven hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen stimuleert het kabinet een flexibele inrichting van de onderbouw van het voortgezet onderwijs en passen we het huidige vroege selectiemoment op scholen aan. Ook maken we een plan voor (her)waardering van het beroepsonderwijs (inclusief de “vitale” beroepen). • Omdat het werken aan gelijke kansen al vroeg begint, werken we binnen de komende kabinetsperiode stapsgewijs toe naar kinderopvang voor kinderen van alle ouders – werkend én niet werkend. In deze kabinetsperiode realiseren we twee dagen/dagdelen per week voor kinderen van 0-13 jaar. Opvang en begeleiding voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte (voor- en vroegschoolse educatie, sociaal-medische indicatie en ‘plus’ opvang) maken hier onderdeel van uit. • De huidige gefragmenteerde aanpak gericht op het versterken van basisvaardigheden in het onderwijs zetten we om in een integrale aanpak inclusief stimulerend inspectie toezicht.
4.2 De opgave en de kans De veelheid aan maatschappelijke opgaven (prestatiedruk, mentale problemen, kansenongelijkheid) en het vastlopen van het jeugdhulpstelsel (toenemend gebruik, langere behandelduur, oplopende kosten etc.) nopen tot het nemen van serieuze maatregelen. Tegelijk ontstaat zo een kans om de ondersteuning van jongeren op een geheel andere leest te schoeien. Het dwingt te erkennen dat voortgaan op dezelfde weg geen zin heeft. Er zal iets fundamenteels moeten veranderen. Onderdelen van die verandering zijn: • Een andere benaderingswijze, uitgaande van een sterke pedagogische basis waarin niet het kind maar de omgeving zich dient aan te passen, • Samenhangende meerjarige aanpak om school, kinderopvang en basisondersteuning samen te brengen, • Randvoorwaarden over financiering, ongelijk mogen investeren, ketenaanpak etc. aanpassen aan bovenstaande beweging.
4.3 Het kan anders De grootschalige manifestatie kansengelijkheid van 22 september2 toonde een breed draagvlak om samen te werken aan deze fundamentele verandering. Lokaal en regionaal wordt hiermee al veel ervaring opgedaan en wordt ook duidelijk wat er op landelijk niveau aan aanpassingen nodig zijn. De uitdaging is de beweging van onderop landelijk ruggensteun te geven in de aanpassing van wet- en regelgeving, financiering en langetermijnbeleid.
2 16
Samen werken aan gelijke kansen voor jongeren en kinderen | VNG
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
5: Bouwsteen Gezondheid, Welzijn en Zorg Gesteund door
De overheid heeft een leidende verantwoordelijkheid in het bevorderen van gezondheid en het zekerstellen van toegankelijke zorg en ondersteuning voor alle inwoners, maar kan dat niet alleen. Oplopende gezondheidsverschillen, de toename van het aantal ouderen, de achterliggende maatschappelijke en omgevingsoorzaken van veel zorgvragen en de druk op beschikbare capaciteit in het sociaal domein en in de zorg, maken het noodzakelijk de organisatie en financiering van gezondheid, welzijn en zorg aan te passen aan de eisen en mogelijkheden van de toekomst. Gezondheid voor iedereen vraagt brede aandacht en actie op vele beleidsterreinen. We moeten van nazorg naar voorzorg en gezondheid. Het bieden van bestaanszekerheid (inkomen, wonen, werk, onderwijs) is cruciaal voor het welzijn en de weerbaarheid van mensen nu en van toekomstige generaties. Het maakt Nederland veerkrachtiger en kan een beroep op zorg en ondersteuning voorkomen: gezondere mensen kunnen beter meedoen aan de samenleving en de arbeidsmarkt en ons nationaal inkomen stijgt dan mee. Investeren in gezondheid en welzijn is dus investeren in verdienvermogen, in brede welvaart en in het verlichten van de druk op de arbeidsmarkt, sociale zekerheid en zorg. Bij inzet op gezondheid geven we extra aandacht aan de verbetering van de gezondheid en het welzijn van mensen met gezondheidsachterstanden en in kwetsbare situaties.
Om de curatieve zorg kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar te houden zetten we daarnaast in op structurele domeinoverstijgende en regionale samenwerking en financiering, serieuze herziening van zorgbekostiging ter ondersteuning van preventie, digitale toepassingen, en een eerlijk gesprek over wat je van de publiek gefinancierde zorg en van elkaar mag verwachten.
5.1 Tekst voor het regeerakkoord Verantwoordelijkheid voor gezondheid, zorg en welzijn delen • Voor een breed gedragen gezondheidsoffensief zet de overheid gezondheid centraal in al haar beleid, komen er wettelijke gezondheidsdoelen en wordt de Minister van VWS coördinerend
17
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
bewindspersoon. Daarbij wordt aandacht besteed aan de sociale en economische determinanten van gezondheid. • Er komt een structureel en substantieel gezondheidsbudget dat het mogelijk maakt om meerjarig te investeren in gezondheid. • Als basis streeft het kabinet naar een vitale samenleving waarin iedereen die dat kan toegang heeft tot goed betaald werk en degenen die op financiële ondersteuning zijn aangewezen kunnen rekenen op voldoende inkomen om rond te kunnen komen. • We werken aan een gezonde omgeving voor een gezonde generatie. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om te sturen op bijvoorbeeld de gezonde voedselomgeving • De doelen in het Preventieakkoord worden voortvarend opgepakt. De inzet is een rook- en vapevrije generatie en het terugdringen van drugsgebruik, overgewicht en alcoholgebruik. Daartoe maken we gezonde producten toegankelijker, goedkoper en beter beschikbaar en stelt de overheid grenzen aan verdienmodellen die leiden tot gezondheidsschade. • Met oog op de inperking van overgewicht komt er een landelijke strategie van preventie, intensieve leefstijlbegeleiding, meer bewegen en verstandige inzet van nieuwe obesitasmedicijnen. Nederland moet het eerste land worden dat de trend van toenemend overgewicht weet te keren. • We maken ongezonde producten minder toegankelijk, zeker voor de jeugd, door beleid gericht op (kinder)marketing, beschikbaarheid en prijs.
• Er komt meer aandacht voor de mentale gezondheid van jongeren. Hiervoor ontwikkelt het kabinet een brede aanpak met langjarige financiering, waarvan sociaal mediagebruik een onderdeel is. • Het kabinet ondersteunt kwetsbare regio’s en buurten in gemeenschapsversterking en het tegengaan van eenzaamheid. Nieuwe wijken moeten worden ingericht ter ondersteuning van de gemeenschap en ontmoeting en verbinding faciliteren. Gemeenschappen kunnen ook zelf het initiatief nemen. • Samen met sociale partners wordt ingezet op en geïnvesteerd in mantelzorgondersteuning van juist ook werkenden, in lijn met het aankomend SER-advies over mantelzorg. Investering van werkgevers in gezondheid van werknemers wordt niet meer belast als loon in natura: uitgaven voor health checks, periodiek medisch onderzoek, leefstijlprogramma’s en aanvullende zorgverzekeringen gaan onder de nihilstelling van de Werkkostenregeling vallen. • De zorg en ondersteuning is onmisbaar in de versterking van de weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen. Om daarop voorbereid te zijn, zijn middelen uit het 1,5%-deel van de 5% NAVOnorm nodig. De financiering van ‘pandemische paraatheid’ ter versterking van de publieke gezondheidsinfrastructuur wordt structureel gemaakt.
De zorg- en welzijnsprofessionals in het hart • Arbeidsmarktkrapte is een risico. Het nieuwe kabinet maakt prioriteit van het aantrekkelijker maken van opleidingen voor instroom naar cruciale beroepen, waaronder zorg. Door verlagen/schrappen collegegeld, versterken publiciteit rondom beroepskeuze, waarborgen voldoende kwalitatieve stage- en leerplekken en een numerus fixus voor opleidingen met weinig perspectief op arbeidsmarkt. Veranker dit in een nationale arbeidsmarkstrategie gericht cruciale beroepen in de verschillende publieke sectoren en pak dit in gezamenlijkheid op. • De kraamzorg in Nederland is uniek en onmisbaar voor veel gezinnen. De kraamzorg staat onder druk. Dit zorgt voor onwenselijke zorgrisico’s voor ouders en kind. De aanpak op arbeidsmarktkrapte is ook voor kraamzorg belangrijk. We schaffen de eigen bijdrage voor kraamzorg af, zodat kraamzorg voor ieder gezin toegankelijk blijft en elk kind een kansrijke start krijgt. We stimuleren kraamzorgorganisaties en zorgverzekeraars om samen te werken aan oplossingen voor gezinnen waar de schaarste aan kraamzorg het hoogst is. • Ondanks de mogelijkheid van digitale toepassingen blijven zorg en welzijn mensenwerk.
Om het beroep en de werkplek aantrekkelijk te houden zet het kabinet in op passende beloning, opleiding, zeggenschap, vermindering administratieve lasten en verantwoordelijkheid met bijkomende ondersteunende voorzieningen. • Administratieve lastenvermindering moet bijdragen aan een verantwoordingsopgave op basis van vertrouwen in plaats van wantrouwen. Dit laat onverlet dat fraude in zorg en welzijn hard moet worden aangepakt.
18
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
• Waar nodig en mogelijk kunnen gemeenten aan zorgmedewerkers (m.n. verpleegkundigen, verzorgenden en begeleiders) voorrang geven bij huisvesting en kinderopvang. In het licht van het bestaande huisartsentekort voorziet een landelijke regeling in structurele financiële ondersteuning voor de huisvesting van eerstelijnszorg. • Het opleiden van zorgprofessionals is een kerntaak van zorgorganisaties en wordt structureel onderdeel van het zorginkoopbeleid door verzekeraars. Ook de opleiding van professionals in de welzijnsorganisaties wordt structureel ondersteund. • Om de samenwerking en wisselwerking tussen verschillende zorgdomeinen te stimuleren past het dat sociale partners streven naar meer afstemming van arbeidsvoorwaarden en het tegengaan van negatieve effecten van onderlinge concurrentie.
Zorg en sociale cohesie samen organiseren als publiek goed • Omdat mensen verschillende behoeften en wensen hebben – de een wordt gezond ouder in een omgeving naar keuze, de ander is aangewezen op collectieve voorzieningen – vraagt dit helderheid over wat je van de overheid kan verwachten en wie op (extra) steun kan rekenen. • Voortbouwend op de samenwerkingsafspraken in de integrale zorg- en welzijnsakkoorden werkt het kabinet verder aan een ‘gemengd publiek-privaat model van de toekomst’, met ruimte om zorgwetgeving te ontschotten en zorg te verbinden met het sociale domein, welzijn en publieke gezondheid. • Om instroom in het ziekenhuis te beperken blijft ingezet worden op versterking van de eerstelijnszorg. Analoog aan de inkoop van de huisartsenzorg, wordt ook wijkverpleging ingekocht door de preferente verzekeraar en afspraken gevolgd door andere zorgverzekeraars. Zo kan het zorgaanbod in de eerste lijn beter op elkaar afgestemd worden. • Aanpassing van het wettelijk kader is wenselijk zodat – mede in het licht van het VN-verdrag handicap – inwoners die op permanente zorg en ondersteuning zijn aangewezen, daarop vanuit (de verbinding tussen) de Zvw, WLZ, WMO of Jeugdwet en de Participatiewet kunnen rekenen. • De zorgbekostiging wordt aangepast ter ondersteuning van gezondheidsbevordering, preventie, leefstijl en passende zorg, zodat de beoogde uitkomsten leidend zijn.
Hierbij is voldoende ruimte in de diverse budgettaire kaders nodig in het bijzonder in het Wmo-, en Wpg-budget nodig om deze beweging te ondersteunen. Het kabinet stimuleert de inzet van mentale gezondheidsnetwerken.
Zorg voorkomen en anders aanbieden • Zorg en ondersteuning worden geboden in samenspraak tussen patiënt en zorgverlener: Samen Beslissen is overal uitgangspunt en praktijk. • Zorg en ondersteuning zijn niet alleen van de zorg, mensen hebben ook een eigen verantwoordelijkheid om hulp en ondersteuning in de eigen omgeving te zoeken • Iedere inwoner heeft recht op een eigen huisarts, met bij voorkeur huisvesting dicht bij de patiënt. Om de druk op de eerstelijnszorg te verlichten zet het kabinet in op verbinding sociaal medisch met de verbinding tussen zorg, het wijkteam, de hulpverlener, de wijkverpleegkundige bijvoorbeeld leefstijlloketten, welzijn-coaches en mentale gezondheidsnetwerken. Het is van belang om in communicatie en bejegening rekening te houden met mensen met een LVB. • Wanneer de huisarts geconfronteerd wordt met niet-medische problemen, wordt hij/zij in staat gesteld deze naar het sociaal domein toe te leiden. Dat betekent méér financiën voor het sociaal domein, een uitbreiding van de gereedschapskist voor zorgprofessionals, sociaal werkers, buurt- en wijkteams gericht op gezondheid, geïndiceerde en zorg-gerelateerde preventie, groepsgerichte oplossingen voor individuele hulpvragen en (verwijzing naar) leefstijlbevordering en versterking van sociale veerkracht.
• Stevige inzet op universele en selectieve preventie moet het aantal mensen met chronische (zowel fysieke als mentale) aandoeningen en de toestroom naar zorg en ondersteuning verminderen. Goede publieke gezondheidszorg (o.a. vaccinatieprogramma’s, jeugdgezondheid- en
19
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
ouderengezondheidszorg) is daarbij randvoorwaardelijk. Net als aandacht voor de omgevingsfactoren van gezondheid. Zo draagt de bestrijding van en het voorkomen dakloosheid bijvoorbeeld bij aan het voorkomen van zorgkosten. • Transparantie (van uitkomsten) is belangrijk zodat mensen de mogelijkheid krijgen te kiezen door wie zij behandeld worden en zorg- en andere professionals tegelijkertijd de kans behouden te blijven leren. • Om voor iedereen de basiszorg toegankelijk en betaalbaar te houden moeten we kritisch kijken naar de effectiviteit van medicatie en behandelingen en inzetten op passende zorg Het kabinet stimuleert het eerlijke gesprek om niet alles wat kan ook toe te passen. Dat vraagt tevens meer ruimte om proactieve zorgplanning en palliatieve zorg voor een waardig einde te vergoeden.
Zorgaanbod afstemmen in de regio • Zorgaanbieders werken samen in regionale netwerken van eerste lijn, ziekenhuizen, geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, thuiszorg en verpleeghuizen – samen met gemeenten en sociaalwerk organisaties. Deze samenwerking sluit aan op de overleggen over regioplannen en acute zorg en wordt gelijkgericht ondersteund door de zorgverzekeraars. • Er wordt daarbij verbinding gemaakt met de regionale preventie-infrastructuur gericht op het verminderen van de instroom. • Regionale overleggen krijgen ruimte de basiszorg maximaal toegankelijk in te richten, rekening houdend met de regionale zorg- en welzijnsbehoefte. Taakverdeling in de medisch-specialistische zorg borgt dat alle acute en klinische functies in de regio beschikbaar blijven. • Vanuit lokaal maatwerk in de langdurige zorg wordt ingezet op vernieuwende woon- en zorgconcepten, meer onderlinge informele hulp in zorgzame wijken en buurten en voor iedereen bereikbare sociale maatschappelijke ondersteuning. Het verpleeghuis fungeert als deskundige opvang als het echt niet anders kan. Het is belangrijk voldoende verpleeghuiszorg te behouden waar kwaliteit van leven centraal staat in lijn met het recent ontwikkelde kwaliteitskompas. Hiermee sluiten we aan bij veranderende behoefte van ouderen.
Daarnaast is preventie, het betrekken van het sociaal netwerk en het verminderen van regeldruk van belang. • Ziekenhuizen stemmen hun toekomstig zorgaanbod af op de behoeften in de regio met als uitgangspunt dichtbij waar het kan en verder weg als het moet, ook bovenregionaal. Elke regio kan blijven rekenen op bereikbare acute zorg en goede basisziekenhuiszorg. De spreiding van acute zorg wordt op nadere te bepalen wijze landelijk bepaald.
Zorg ondersteunen door digitalisering en kunstmatige intelligentie • Met publiek geld gefinancierde zorginstellingen zijn verplicht aangesloten op een landelijke infrastructuur van gegevensuitwisseling. Deze digitale snelweg wordt een nutsvoorziening onder regie van de rijksoverheid, met de verplichting voor leveranciers om datasystemen hieraan te koppelen. Dit systeem wordt zo ingericht dat de patiënt meer zeggenschap en grip krijgt over de eigen medische gegevens en het voor de professional makkelijker wordt om in netwerken en domeinoverstijgend met elkaar samen te werken. • De administratieve lasten en dubbele diagnostiek worden daarmee fors gereduceerd. Verantwoorde opschaling van AI wordt gestimuleerd om de personeelstekorten te verminderen. • Digitale vaardigheden worden een belangrijke vereiste in het beroep en in de organisatie van de zorg en het sociaal domein. En er komt een landelijk Centrum voor AI-toepassing in de medischsociale praktijk om te voorkomen dat overal het wiel wordt uitgevonden en een vuist kan worden gemaakt richting leveranciers. • We vergemakkelijken het gebruik van kunstmatige intelligentie ter ondersteuning van de zorgprofessional, zodat die kan leren van andere praktijken en samen met de patiënt tot betere beslissingen kan komen.
20
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
Doorbraakinvesteringen voor de zorg in 2040 • De toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de zorg vragen van iedereen een bijdrage. Zorguitgaven kunnen niet onbeperkt doorstijgen. Er moet geld overblijven voor veiligheid, omgeving en onderwijs, die tevens bijdragen aan de beperking van de zorgvraag. • De inzet op het de-medicaliseren van sociaalmaatschappelijke problemen en de gezondheidsbevordering en bescherming leidt naar verwachting tot een lager zorggebruik in de toekomst. Tegelijkertijd moet zorg bereikbaar zijn voor groepen die er nu ten onrechte geen gebruik van kunnen maken. • Het kabinet zal met de partijen van IZA en AZWA een lange-termijn financieel kader overeenkomen dat budgettaire ruimte biedt voor investeringen t.b.v. preventie, innovatie en passende zorg in integrale samenwerking. Doel daarbij is om de structurele groei van de zorguitgaven stapsgewijze terug te brengen tot een niveau gelijk aan de jaarlijkse structurele bbp-groei. • In aanvulling hierop zal een zorg- en welzijn transformatiefonds jaarlijks incidentele middelen beschikbaar stellen om digitale, AI en organisatorische transformatie mogelijk te maken. Zo ontstaat ruimte om lokale en regionale succesvolle innovaties landelijk op te schalen, alsook om de investeringsagenda te ondersteunen ter uitvoering van de Green Deal Duurzame Zorg.
• Van alle betrokkenen wordt inspanning gevraagd om publieke middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. Door ongecontracteerde zorg niet langer te vergoeden, tenzij het belang van de patiënt hierdoor wordt geschaad, kunnen zorgverzekeraars meer verantwoordelijkheid nemen voor het beheersen van de zorguitgaven en het sturen op passend aanbod en passende zorg. Daarbij blijft de vrije artsenkeuze in stand. • Het systeem van import en productie van medicijnen wordt herzien zodat tekorten aan toegelaten medicijnen worden voorkomen. • Om de brede beschikbaarheid van acute zorg en complexe zorg te waarborgen past de NZa de tariefregulering aan zodat verzekeraars verschillende tarieven toepassen tussen algemene ziekenhuizen en zelfstandige klinieken. Contractering van eerste- en tweedelijns zorg vraagt om meerjarige bekostiging en gelijk-gerichtheid van zorgverzekeraars, zodat zorginstellingen toekomstgericht kunnen investeren in mensen en ICT. • Ter ondersteuning van de solidariteit waarop het stelsel rust worden transparantie en inzicht afgesproken over de prestaties van de medisch specialistische zorg, zoals wachttijden, zorgkwaliteit en financiële stabiliteit en investeringsvermogen.
5.2 De opgave en de kans Ondanks toenemende welvaart nemen gezondheidsverschillen eerder toe dan af. Theoretisch opgeleiden worden gemiddeld vijf jaar ouder en leven gemiddeld veertien jaar langer in goede gezondheid dan praktisch geschoolden. Ook leven de 20 procent meest welvarende mensen in Nederland ruim acht jaar langer en 24 jaar langer in goede gezondheid. Gezondheid voor iedereen vraagt daarom brede aandacht en actie op vele beleidsterreinen. Maar de zorg kan dit niet alleen en niet in de eerste plaats. We moeten van nazorg naar voorzorg en gezondheid. Het bieden van bestaanszekerheid (inkomen, wonen, werk, onderwijs) is cruciaal voor het welzijn en de weerbaarheid van mensen nu en van toekomstige generaties. En het maakt Nederland veerkrachtiger: gezondere mensen kunnen beter meedoen aan de samenleving en de arbeidsmarkt en ons nationaal inkomen stijgt dan mee. Investeren in gezondheid is dus investeren in verdienvermogen, in brede welvaart en in het verlichten van de druk op de arbeidsmarkt, sociale zekerheid en zorg.
5.3 Het kan anders Om bovenstaande omslag te realiseren is het nodig om te werken aan een aantal ambitieuze doelstellingen, namelijk • Tempo maken met de Gezonde Generatie en een vitale samenleving (in productaanbod, in ruimtelijke en schoolinrichting, in bevordering kansengelijkheid en bestaanszekerheid etc.). • Krachtige uitvoering van het Nationaal Preventieakkoord (toewerken naar rook- en vapevrije generatie, terugdringen van drugsgebruik, overgewicht en alcoholgebruik etc.).
21
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
• Inzet op een gezonde, vitale en weerbare beroepsbevolking van 10 miljoen werkenden (vitaliteitsbeleid voor werkgevers en werknemers, leefstijlprogramma’s etc.). • Het centraal stellen van gezondheid in het zorgstelsel en in het daarmee verbonden sociaal domein (financiering van preventie, prikkels voor gezondheidsbevordering.
22
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
6: Bouwsteen Asiel en Migratie Gesteund door
Voor u ligt de bouwsteen asiel en migratie: ‘werken aan samenhang: migratie en meedoen’. Een plan voor een migratie- en opvanglandschap dat uitvoerbaar, uitlegbaar en menswaardig is.
6.1 Tekst voor het regeerprogramma Gematigde bevolkingsgroei • Het kabinet kiest voor een scenario van gematigde bevolkingsgroei, waarin de bevolking tot 2050 groeit naar 19 tot 20 miljoen mensen. Er wordt daarbij actief gekozen voor een balans tussen verschillende migratiegroepen waaronder asielzoekers, ontheemden uit Oekraïne en EUarbeidsmigranten. • Er wordt deze kabinetsperiode ingezet op circa 40.000 minder EU-arbeidsmigranten door inzet op technologische ontwikkelingen die leiden tot arbeidsontlasting en bewustere keuzes in de huisvesting van bedrijven. • Investering in lokaal bestuur en wederopbouw in landen van herkomst vermindert de noodzaak tot (asiel)migratie. • Landelijke implementatie van het Europese Migratiepact, dat voorziet in snellere en beter gedifferentieerde asielprocedures, wordt gezamenlijk met medeoverheden en uitvoeringsorganisaties opgepakt. • Er wordt ingezet op goede registratie van arbeidsmigranten. De positie van laagbetaalde arbeidsmigranten wordt versterkt door maatregelen tegen uitbuiting en misstanden, zowel op de werkvloer als in de samenleving, net als een voortzetting van de inzet rondom dakloze arbeidsmigranten. • Toelating van arbeidsmigranten uit derde landen wordt alleen mogelijk wanneer er sprake is van voldoende huisvesting, begeleiding en toezicht.
Actief meedoen en bijdragen door nieuwkomers • Het kabinet biedt mensen die mogen blijven duidelijkheid en kansen om hun leven op te bouwen. Nieuwkomers zijn mensen met potentieel en eigen kracht. Het is niet langer vrijblijvend dat zij meedoen en bijdragen.
23
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
• Vanaf dag één wordt ingezet op participatie, opleiding, taal en werk. Zo versterken we de zelfstandigheid van nieuwkomers en het draagvlak in de samenleving. • Er wordt ingezet op een doorlopende lijn van vroege participatie, integratie, werk en wonen in dezelfde regio. • Een evenwichtige verdeling van opvang en huisvesting is hiervoor noodzakelijk en blijft daarom bestaan via de huidige instrumentarium en wetgeving. • Waar mogelijk is er versnelde toegang tot werk in tekortsectoren, ondersteund door diplomawaardering, (bij)scholing en duale trajecten (werk en taal). • Gemeenten krijgen een taak in arbeidstoeleiding van asielzoekers en ontheemden, wettelijk geborgd en passend gefinancierd, en doen dit in samenwerking met COA, IND, onderwijsinstellingen en werkgevers.
Alternatieve vormen van huisvesting • Vanwege de woningkrapte wordt gezocht naar ‘next best’ woonoplossingen voor mensen die nu tussen wal en schip vallen en onnodig lang in opvangcentra moeten verblijven. • Het kabinet zet in op alternatieve vormen van huisvesting om op creatieve wijze extra woonruimten te creëren ter overbrugging. In eerste instantie wordt gedacht aan flexibele nieuwbouw, tijdelijke woonunits, transformatie van bestaande panden en opdeling van bestaande woningen maar zoeken samen met partners naar nieuwe mogelijkheden. • Hiervoor wordt geld beschikbaar gesteld. Dit investeringslef is nodig vooruitlopend op een kostenbesparing- en efficiënte op lange termijn. • Er gaat geen onnodig en inefficiënt geld meer naar dure vormen van (crisis)noodopvang, door behoud en uitvoering van de Spreidingswet en inzet op een duurzame en flexibele asielketen.
6.2 De opgave en de kans Wat gaan we doen? • Het advies van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 om te kiezen voor een gematigde groei van de bevolking wordt opgevolgd. Voor migratie betekent dit dat er actief wordt gekozen voor een balans tussen verschillende migratiegroepen. Momenteel met name tussen asielzoekers, ontheemden uit Oekraïne en EU-arbeidsmigranten. En investeringen in lokaal bestuur en wederopbouw in landen van herkomst vermindert de noodzaak tot (asiel)migratie. • Asielzoekers zijn mensen met potentie en eigen kracht, die actief meedoen en bijdragen - en dit is niet langer vrijblijvend. Vanaf dag één gaan de betrokken partijen, waaronder gemeenten, inzetten op participatie, opleiding, taal en werk. Zo versterken we de zelfstandigheid van nieuwkomers en het draagvlak in de samenleving. • We bouwen aan een mensgerichte opvang- en integratieketen. In samenwerking met het rijk, de uitvoeringsinstanties COA, IND, DT&V maar ook met werkgevers, woningbouwcorporaties en maatschappelijke partners. Hiervoor is het noodzakelijk meer te investeren in alternatieve vormen van huisvesting. Dit kan worden bekostigd uit de middelen die nu inefficiënt worden besteed aan allerlei vormen van dure noodopvang.
Toelichting: In deze bouwsteen zien we ontheemden uit Oekraïne ook als onderdeel van de asielzoekers, ondanks dat hier momenteel andere wet- en regelgeving geldt. Belangrijk aspect is dat ontheemden uit Oekraïne reeds al vanaf dag één mogen werken. In deze bouwsteen worden de uitgangspunten verenigd waarmee er meer balans komt tussen de verschillende migratiegroepen. Waarom? Door geschikte opvanglocaties met goede begeleiding en die passen in de context van de wijk, wordt rust gecreëerd en verveling tegengegaan. Overlast wordt voorkomen en bestraft. Er wordt actief gestuurd op
24
Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord
migratieaantallen in het belang van sociale voorzieningen zoals wonen, zorg en onderwijs. Dat is ten gunste van alle inwoners. We bieden mensen die mogen blijven (kansrijke asielaanvraag) duidelijkheid en kansen om hun leven op te bouwen. Maar ook de vanzelfsprekendheid om zelfstandig mee te doen en bij te dragen, en niet per definitie afhankelijk te zijn van de overheid. Hiermee versterken we de kans op succesvolle integratie én creëren we maatschappelijke meerwaarde: meer arbeidsparticipatie, minder afhankelijkheid van uitkering, minder overlast, sterkere gemeenschappen en meer draagvlak voor asielopvang.
6.3 Het kan anders Asielzoekers starten direct met taal, opleiding, werk oriëntatie en/of participatie. Zij bouwen aan hun toekomst en leveren vanaf dag één een maatschappelijke én economische meerwaarde. Dit wordt gefaciliteerd door: • De benodigde ondersteuning om direct mee te doen. Rechten maar ook plichten die de integratie ondersteuning, zoals een vroegtijdige voorinburgering en arbeidstoeleiding. Gemeenten krijgen hierin een regierol maar kunnen dat niet zonder belangrijke partners vanuit het onderwijs- en arbeidsmarktveld en aanvullende financiering. Evenredige spreiding over het land die de doorlopende lijn in het verblijf en begeleiding van opvang naar huisvesting ondersteunt binnen eenzelfde regio is een randvoorwaarde. • Vanwege het woningtekort dat niet op korte termijn is opgelost gaan we op zoek naar ‘next best’ woonoplossingen voor mensen die nu tussen wal en schip vallen en onnodig lang in opvangcentra moeten verblijven. Het idee is om op creatieve wijze extra woonruimten te creëren ter overbrugging. In eerste instantie wordt gedacht aan flexibele nieuwbouw, tijdelijke woonunits, transformatie van bestaande panden en opdeling van bestaande woningen maar we zoeken samen met partners naar nieuwe mogelijkheden. Gemeenten faciliteren regionale en lokale afspraken met relevante partners.
Nieuw hierbij is de integrale aanpak met participatie en integratie, en investeringslef voor kostenbesparing en -efficiëntie op langere termijn. We stellen voor deze investeringen te bekostigen door de honderden miljoenen die nu aan allerlei vormen van noodopvang worden besteed omdat het niet mogelijk is om statushouders tijdig van een woning te kunnen voorzien. Daarnaast zien we asielmigratie als een onderdeel van een bredere migratieopgave. We kiezen actief voor een balans tussen verschillende migratiegroepen, waarbij er wordt gekozen voor gematigde groei. Momenteel betekent dat een vermindering van circa 40.000 EU-arbeidsmigranten. Door inzet op technologische ontwikkelingen die leiden tot arbeidsontlasting en bewustere keuzes in de vestiging van bedrijven, zijn er minder arbeidsmigranten benodigd. Daarbij willen we de positie van laagbetaalde arbeidsmigranten versterken, zowel op de werkvloer als in de samenleving. En een voortzetting, dan wel landelijke uitrol, voor programma’s rondom dakloze arbeidsmigranten. Arbeidsmigratie, noodzakelijk voor bepaalde sectoren, moet vooral bijdragen aan maatschappelijke opgaven en een toekomstige economie met kwalitatief goed werk. Daarmee sluiten we aan bij het briefadvies ‘Arbeidsmigratie naar waarde; Minder waar het kan, beter waar het moet’ van de SER.