8. Raadsinformatiebrief Duurzame Verstedelijking
Tekst van het document
wc g Raadsinformatiebrief Datum
21 juni 2022
Onderwerp
Duurzame Verstedelijking Z22- 247506
Zaaknummer Documentnr.
UIT/22 - 492188
Inleiding Op 12 mei 2022 bent u tijdens een raadsdialoogavond geïnformeerd over het proces om te komen tot een regionaal duurzaam verstedelijkingsakkoord. Tijdens deze avond heeft u verzocht om meer informatie. En dan voornamelijk met betrekking op de autonomie van de gemeente en de bevoegdheden van de raad binnen het eigen grondgebied. Daaruit voortvloeiend wilt u ook meer informatie over de impact van een verstedelijkingsakkoord op bestaand en nog te ontwikkelen gemeentelijke beleid.
Voorgeschiedenis In het besluit Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) van november 2019 is opgenomen dat er in onze regio afspraken gemaakt moeten worden over duurzame verstedelijking. In de raadsinformatiebrief van 8 maart 2022 hebben wij u geschetst hoe dat in onze provincie is opgepakt. Kort en bondig is er een provincie brede strategie en daaronder een regionale strategie. Op basis van het "Daily urban system", die wordt toegelicht in de raadsinformatiebrief van 8 maart 2022, is Vught ingedeeld in de Stedelijke Regio's-Hertogenbosch. In onze regio heeft een kernteam van gemeenten de voorbereidingen voor een verstedelijkingsakkoord ter hand genomen. Vught is vertegenwoordigd in dit kernteam.
Inhoud Om te komen tot een breed gedragen duurzaam verstedelijkingsakkoord, is ervoor gekozen om eerst met alle betrokken partijen (provincie, waterschappen en gemeenten) te komen tot ontwikkelprincipes. Op basis van deze principes geeft onze regio vorm aan zijn duurzame verstedelijking. Brabantbreed De ontwikkelprincipes voor onze regio worden gekaderd door de Brabantbrede ontwikkelprincipes. Deze principes zijn: De bodem en het watersysteem zijn de basis voor de verstedelijking; Het landschap en de natuur groeien mee met verstedelijking; Nieuwe en bestaande woningen versterken elkaar;
1/4
wc De mobiliteitstransitie als maatwerk voor stad en dorp krijgt vorm; En er zijn werklocaties op de juiste plek. Stedelijke Regio 's-Hertogenbosch (SRsH) Het college heeft bij de totstandkoming van de ontwikkelprincipes voor onze regio zichzelf tot opdracht gesteld om zoveel mogelijk de Vughtse belangen in te brengen. Waarbij we als uitgangspunt hebben gekozen dat gemeentelijke planvorming niet geschaad mag worden door het uiteindelijke verstedelijkingsakkoord. In de raadsdialoogavond van 12 mei 2022 hebben wij u de ontwikkelprincipes voor onze regio gepresenteerd. Deze zijn: • We zetten het polycentrische karakter (meerdere sterke kernen) van de regio in zijn kracht; • Met de schaalsprong in stedelijkheid (in 's-Hertogenbosch en Oss) zetten we in op het creëren van aantrekkelijke hoogstedelijke huiskamers; • We zetten in op woningbouw als meekoppelkans voor de brede binnenstedelijke en binnendorpse kwaliteitsopgave; • Onze verstedelijkingsopgave begint bij het bodem- en watersysteem. • Groen (natuur) en Blauw (water) groeien mee met de verstedelijking. Bovenstaande is verder uitgeschreven in bijlage 1, 2 en 3.
Vertaling voor Vught Alhoewel de ontwikkelprincipes in deze fase nog redelijk abstract zijn geformuleerd, is het college van mening dat deze principes voldoende handvatten bieden voor onze eigen (beleids-)plannen en voornemens. We hebben ook samen met de andere kleinere gemeente rondom 's-Hertogenbosch een position paper (bijlage 4) geschreven waarin wij onze gemeenschappelijke standpunten en belangen onder de aandacht brengen. Wonen inbreiding In het polycentrisch netwerk is Vught aangemerkt als middelgrote kern in onze regio. Een kern die zeer goed bereikbaar is, in een groene omgeving, met zowel veel voorzieningen binnen de eigen gemeentegrenzen als net daarbuiten. Bij een middelgrote kern past een verdere verstedelijking zoals wij deze in onze woonvisie hebben opgenomen, waarbij we voornamelijk bouwen op inbreidingslocaties. Ons woningbouwprogramma sluit aan bij het principe dat verstedelijking aansluit op het bodemen watersysteem, en dat we in onze plannen nadrukkelijk rekening houden met klimaatadaptief bouwen. Wonen uitleglocaties en in het buitengebied Voor het realiseren van nieuwe plannen op uitleglocaties en in het buitengebied, werkt de provincie met een stoplichtmodel. Dit model voorziet er in dat bouwen alleen is toegestaan als aan de ontwikkelprincipes van het akkoord wordt voldaan.
Dit betekent bijvoorbeeld dat het onwenselijk is om te bouwen op locaties waar dat niet in overeenstemming is met het bodem-
2/4
wc Eg en/ of watersysteem (bouwen inlaagliggend gebied of waterberging). Met de visie "Wonen in het Buitengebied", dat wij na de zomer aan u voorleggen, geeft u hier invulling aan. Werklocaties Ten aanzien van de werklocaties zijner voldoende aanknopingspunten die wij in de lokale beleidsontwikkeling verder kunnen concretiseren. Buitengebied Ons buitengebied kent een grote diversiteit aan functies en daarmee verschillende kwaliteiten. Kwaliteiten die wij als gemeente graag behouden en waar dat kan willen versterken. En, zoals het op lokaal niveau bijdraagt aan een gezonde en fijne leefomgeving, doet het dit ook op regionaal niveau. In het uiteindelijke verstedelijkingsakkoord willen we dit verder uitgewerkt zien. In onze huidige samenwerking met andere overheden, zoals de gebiedsgerichte aanpak voor waterberging en van natuurbehoud en de vorming van Van Gogh Nationaal Park, zien wij dat nu ook al concreter worden.
Financieel Voor de voorbereiding van het verstedelijkingsakkoord zijn geen extra budgetten nodig. Onze inzet beperkt zich tot ambtelijke en bestuurlijke deelname aan de werkgroepen en bestuurlijke overleggen. Mocht dit in de verdere uitwerking van het verstedelijkingsakkoord alsnog voortkomen, dan kan kom wij daar vanzelfsprekend bij u op terug.
Standpunt/Besluit college van B en W Gezien het bovenstaande onderschrijft het college de reeds geformuleerde regionale ontwikkelprincipes. Bij het toewerken naar een regionaal verstedelijkingsakkoord zullen wij daarbij blijven toetsen op de door uw raad vastgestelde lokale kaders. Wij zetten daarbij in op het behoud van onze kaders en uitvoeringsprogramma's. En dat deze door het verstedelijkingsakkoord worden onderschreven of op zijn minst niet onmogelijk gemaakt worden. Daarbij moet natuurlijk genuanceerd worden dat ook op dit moment nationale en provinciale regelgeving in kan grijpen op lokale plannen of voornemens.
3/4
voce Vervolg Op 21 juni 2022 is oriënterend gesproken in het "Landsdelig bestuurlijk overleg leefomgeving" met Rijk en provincie over de ontwikkelprincipes en over de verdere stappen die gezet moeten worden om te komen tot een verstedelijkingsakkoord. Onze regio wil in november 2022 een verstedelijkingsakkoord voorleggen aan het "Landsdelig bestuurlijk overleg MIRT". Wij zullen u over het vervolgproces, besluitvormingsprocedure en de rol van de raad hierin na de zomer nader informeren. Burgemeester en wethouders van Vught, de secretaris (wnd),
M . P.M.J.C.C. van Lindt
R.J. van de Mortel
Bijlage(n): 1. 2. 3. 4.
Uittreksel ontwikkelprincipes uit Brabant brede strategie en Ontwikkelpad SRsH Schets Ontwikkelpad Stedelijke Regio's-Hertogenbosch, versie 24 mei 2022 Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040, versie 30 maart Position Paper van de gemeenten Vught, Boxtel, Sint-Michielsgestel en Heusden: De betekenis van de Zuid- en Westflank van's-Hertogenbosch
4/4
Bijlage 1 “Uittreksel” ontwikkelprincipes uit Brabant brede strategie en Ontwikkelpad SRsH
Uit Brabant brede Strategie
1. Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking In aansluiting op de NOVI principes:
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal •
Bodem- en Watersysteem is het ordenend principe voor de ruimtelijke ontwikkeling: bodemtype, hoogteverschillen en watersystemen zijn maatgevend voor wat er lokaal mogelijk is. Niet alles kan overal, maar de juiste functies op de juiste plek: ‘functie volgt peil’.
Afwentelen voorkomen •
Bestaand en nieuw stedelijk gebied wordt ingericht als spons: maximaal
vasthouden, benutten, bergen en (als echt niet anders kan) dan pas afvoeren van water. Dus: niet langer schoon regenwater lozen op de riolering, maar juist opvangen op daken en in vijvers, bergingen en/of via wadi’s in de bodem laten infiltreren.
Combineren boven enkelvoudig • Stedelijk gebied als waterbron en inrichten als circulair watersysteem waarin reststromen volledig opnieuw kunnen worden ingezet ten dienste van het systeem. Dat betekent: hemelwater opvangen en hergebruiken voor bijvoorbeeld toiletspoeling, tuinbesproeiing of toepassingen in de industrie, of bijvoorbeeld ten behoeve van irrigatie (alternatief voor grondwateronttrekking). Voor het watergebruik wordt zoveel mogelijk gewerkt volgens de trits ‘reduceren > hergebruiken > recyclen’: hoogwaardig (grond)water niet verspillen voor laagwaardige functies, verminderen van watergebruik en afvalstromen, hergebruik van stoffen uit het water of opwerken naar nieuwe grondstoffen.
• We kiezen voor een robuust watersysteem: er moet ‘waterinclusief’ ontwikkeld worden, niet als opgave naast de verstedelijking maar als onderdeel daarvan. De
verstedelijkingsopgave benutten we voor de verbetering van de leefomgeving en leefbaarheid van de bestaande steden en dorpen middels verdere verblauwing. Dat gaat zowel over ruimte voor de grote groen/blauwe structurenals om kleinere ingrepen op wijk, straat en perceelniveau. • Voor de grote rivieren en beken is ruimte nodig om afvoer- en bergingscapaciteit te vergroten en waar mogelijk natuur en recreatie meer ruimte te geven. • Op de hogere gronden in het bekenlandschap moet het water veel beter worden vasthouden. De daar gelegen steden en dorpen, landbouw en natuurgebieden moeten weer ‘als spons’ fungeren en vertraagd het water afgeven aan de beekdalen. • Op het stedelijke schaalniveau is meer ruimte nodig voor groen en blauw bij de inrichting van het bebouwd gebied (verkoeling door bijvoorbeeld meer ruimte voor beken en waterlopen, in combinatie met parken, geveltuinen, bomen, groene daken, groene schoolpleinen en waterpartijen).
2. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking • Kwaliteit van leven staat voorop:
Gezonde, leefbare, klimaatrobuuste, natuurinclusieve, vitale, groene en blauwe steden en dorpen voor mens en dier. Een aantrekkelijk en gezond woon- en leefklimaat, met een prachtig landschap en cultuur om de hoek, is een absolute vestigingsvoorwaarde voor een succesvolle kenniseconomie. De ambities voor het Van Gogh Nationaal Park komen mede voort uit de kwaliteitsimpuls die het kan geven aan gezonde en mooie woon- en werkomgevingen voor bewoners en (internationale) kenniswerkers.
• De verstedelijkingsopgave benutten we voor de verbetering van de leefomgeving en leefbaarheid van de bestaande steden en dorpen middels verdere vergroening.
Dat betekent: groen groeit mee met de stedelijke (her)ontwikkeling en ontwikkelingen zijn natuurinclusief. Hierdoor ontstaat meerwaarde voor ecologie en biodiversiteit (ecosysteemdiensten), fysieke en mentale gezondheid, leefbaarheid (klimaatadaptatie), economie en identiteit (vestigingsklimaat).
• Landschap altijd dichtbij, de stad als park. We kiezen voor een robuust en aaneengesloten natuurnetwerk voor plant en dier in stad en ommeland. De groenblauwe dooradering loopt door vanuit het landschap tot in de haarvaten van het stedelijk systeem (tot aan de voordeur): • Groenstedelijke hoofdstructuur: Verbindingen tussen natuur, landschap en stedelijk
groen volgen uit de hoofdlandschapsstructuur en verbinden stad en ommeland. Daar waar aan de orde spelen de beekdalen daarbij een cruciale versterkende of dragende rol. Cruciaal binnen de hoofdstructuur is de overgang tussen stad en land. Hier versterken transities in het landelijke en stedelijke gebied elkaar met behoud van (kwaliteit van) groen en landschap.
• Systeemingrepen in het verstedelijkt gebied: Versterken van functionele relaties (groene wiggen, natuurbruggen, ommetjes, etc.). De B5 kent al van dit soort ‘groene wiggen’ en verbindingen. Uitdaging is om deze ook te ontwikkelen voor de M7.
• Lokale vergroening: ‘grijs groen kleuren’ (groen tot in de haarvaten van elke buurt: straat, tuin en gebouw – horizontaal en verticaal). Dit toont zich overal vanaf
de voordeur, op de straat, tegen de gevel, op het dak en biedt koelte, nestplekken, recreatieve en belevingswaarde, enz. Lokale en natuurinclusieve oplossingen zijn overal de standaard en geven zo een ruimtelijke impuls en vormen drager van gebiedskwaliteit. Door de stad verder te ontwikkelen wordt deze groener.
• Koppel de stikstofaanpak met kwaliteitsverbetering aan de groene stadsrandzones (verduurzaming landbouw, recreatie en natuurkwaliteit) waardoor een voor stedelingen aantrekkelijke
3. Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp • We benutten bestaande voorzieningen, opgaven, kansen en behoeften in wijken en dorpen om in het bestaande bebouwde gebied (snel) woningen te realiseren.
Omgekeerd dragen we met die woningbouwontwikkeling bij aan een evenwichtige en toekomstvaste woningvoorraad in de bestaande steden, dorpen, buurten en wijken. We gebruiken de transformatie om te verrijken, te verduurzamen, te revitaliseren en te vergroenen (door meekoppelen brede opgave: o.a. kwaliteit, klimaatadaptatie, energietransitie, diversificeren van woningaanbod).
• Bij woningbouwontwikkeling zetten we de brede integrale Brabantse opgave voorop. Uitleglocaties realiseren we alleen daar waar dat bijdraagt aan kwaliteit van dorpen, landschap of groen/blauwe opgaven. Dat gaat over kleinschalige
ontwikkelingen. Uitleggen is geen middel tot versnelling. Transformaties gaan minstens even snel. Vanwege de noodzaak tot snel bouwen maken we in ieder geval af wat in vergevorderd stadium is: 32.900 woningen in harde plannen.
• We bouwen naar behoefte en bieden verscheidenheid in woonmilieus.
We zorgen dat de totale woningvoorraad past bij de groei in eenpersoonshuishoudens, senioren en migranten. We voegen hoogstedelijkheid toe aan het kleurenpalet van Brabant. We volgen in woningbouw de demografie, de economie en maatschappelijke trends. Iedere kern, groot of klein, realiseert dus voor haar opgave. De bevolkingsprognoses zijn hierbij een middel, waarbij het essentieel is te plannen op een bandbreedte omdat de toekomst er anders uit kan zien dan we nu voorzien.
• De beschikbaarheid van (duurzame) energie en de bijbehorende infrastructuur is integraal onderdeel van de locatiekeuze en planontwikkeling. Dat kan door bij ontwikkelingen aan te sluiten op een centraal netwerk (en te zorgen dat de noodzakelijke verzwaring en uitbreiding van dat netwerk op tijd gereed is) of door in een ontwikkeling in te zetten op lokale productie en afname van energie met bijbehorend transportnetwerk en opslagfaciliteiten (zowel etmaal- als seizoensopslag). We zetten in om de lokaal of in een gebied opgewekte energie ook zoveel mogelijk ter plekke te gebruiken. Dit voorkomt (nieuw) ruimtebeslag voor energiehoofdstructuur.
4. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp • Het gehele mobiliteitssysteem is een eenheid.
Alle modaliteiten zijn belangrijk en vervullen in onderlinge samenhang elk hun eigen rol die ervoor zorgen dat er soepel gereisd kan worden binnen de Daily Urban Systems van de stedelijke regio’s tussen de verschillende gebiedstypen.
• We hanteren het Daily Urban System van de 15 minuten stad als uitgangspunt.
In stedelijk gebied betekent dit ontwikkelen met als principes nabijheid en menging in stedelijke milieus van wonen, werken en voorzieningen. Buiten het stedelijk gebied betekent ‘15 minuten nabijheid’ ruimtelijk ontwikkelen gericht op draagvlak voor dagelijkse voorzieningen op loop- en fietsafstand en multimodale bereikbaarheid in 15-30 minuten van meer stedelijke voorzieningen, inclusief bereikbaarheid van een goede OV-knoop. De stedelijke knopen zijn op hun beurt weer onderdeel van het Stedelijk Netwerk Nederland en bieden internationale connectiviteit.
• In het stedelijk gebied zetten we in op een mobiliteitstransitie waarbij verblijfskwaliteit, lopen, fietsen, deelmobiliteit en OV (voor de lange afstanden) voorop staan.
Een flankerende aanpak met sturende parkeeraanpak, gedragsaanpak en herinrichting van de openbare ruimte horen daarbij. Dat vraagt ook een mental shift (een nieuwe kijk op reizen en op het mobiliteitssysteem) en een modal shift (van auto naar ruimte efficiëntere en duurzamere alternatieven deelmobiliteit, OV, fiets en lopen).
• Door deze stedelijke mobiliteitstransitie in combinatie met flankerend beleid blijft er ruimte op het autowegennet. Die capaciteit op het autonetwerk reserveren voor verplaatsingen van personen en vracht waarvoor geen goed alternatief is. Buiten de
(hoog)stedelijke milieus blijft de auto het belangrijkste vervoersmiddelen voor verplaatsingen buiten de eigen kern.
5. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie • Bij de ontwikkeling en verduurzaming van werkgebieden zetten we de knoopwaarde en unieke assets van een plek centraal (denk bijvoorbeeld aan: ligging aan het landschap, in de stad, aan een haven, aantakking op goederenspoor, buisleiding of energie-hub of de nabijheid van een OV-knoop). Gebouw- en gebiedstypologie worden ontwikkeld als een afgeleide van de knooppotentie.
• Nieuwe (hoog)stedelijke laag (in de B4) draagt bij aan kennisontwikkeling en open innovatie (co-creatie) • We zetten in op integratie van Brabantse maakindustrie in stedelijk omgeving (met name in Helmond en de M7): nieuwe stedelijke interactiezones (werken, wonen en voorzieningen) tussen centrum, economisch kerngebied en (nieuwe) HOVknoop.
• Groei binnen de hogere milieucategorieën concentreren bij knopen van haven, spoor, energie en grondstoffen.
We sturen op programma op de juiste plaats op basis van de volgende indeling, we zien de volgende kwaliteiten op de bijbehorende plekken: A. De grote energieknopen zijn Bergen Op zoom, Moerdijk, Geertruidenberg, Tilburg en Eindhoven. B. De havenknopen zijn Bergen op Zoom, Roosendaal, Moerdijk, Breda, Oosterhout en Geertruidenberg / Raamsdonksveer, Tilburg, Waalwijk, ‘s-Hertogenbosch, Eindhoven, Veghel, Helmond, Oss en Cuijk. C. Goederenspoorknopen: Roosendaal, Moerdijk, Oosterhout, Tilburg, Eindhoven en Oss. D. Buisleidingen: Bergen op Zoom, Roosendaal, Moerdijk, Geertruidenberg Oosterhout, Tilburg Noord en Oss. E. (Hoog)stedelijke centra: Breda, Tilburg, ‘s-Hertogenbosch, Eindhoven en op een tweede niveau Helmond, Oss, Roosendaal. F. Internationale logistiek over de weg: Moerdijk, Breda, Tilburg en Eindhoven
• Tijdige beschikbaarheid van (duurzame) energie en de bijbehorende infrastructuur is integraal onderdeel van de locatiekeuze en planontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen.
Dat kan door bij ontwikkelingen aan te sluiten op een centraal netwerk (en te zorgen dat de noodzakelijke verzwaring en uitbreiding van dat netwerk op tijd gereed is) of door in een ontwikkeling in te zetten op lokale productie en afname van energie met bijbehorend transportnetwerk en opslagfaciliteiten (zowel etmaal- als seizoensopslag). We zetten in om de lokaal of in een gebied opgewekte energie ook zoveel mogelijk ter plekke te gebruiken. Dit voorkomt (nieuw) ruimtebeslag voor energiehoofdstructuur
Uit Ontwikkelpad Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch 1. We zetten het polycentrische karakter van de regio in zijn kracht: Complementariteit door vergroten onderlinge verscheidenheid. De kracht van de regio is het intergemeentelijk samenspel van steden en kernen qua woon-, werk- en voorzieningenniveau. Elke stad en kern werkt aan haar eigen unieke kwaliteiten en economische specialiteiten binnen het grotere polycentrisch netwerk. Eenheid in verscheidenheid dus! De verschillende knopen in het polycentrisch netwerk werken aan een sterk eigen economisch profiel Bij de ontwikkeling en verduurzaming van werkgebieden zetten we de knoopwaarde, lagenbenadering en unieke assets van een plek centraal (denk bijvoorbeeld aan: ligging aan het landschap, in de stad, aan een haven, aantakking op goederenspoor, buisleiding of energie-hub of de nabijheid van een OV-knoop).Ook maken we gebruik van waterwegen (Maas) voor duurzame vervoer handel, producten op de corridor Rotterdam- Ruhrgebied. Vraagt om het toekomstbestendig maken van deze knopen en verbeterde aansluiting op infrastructuur (met name energie en nieuwe waterstofbuisleidingen). De mobiliteitstransitie richting een duurzaam en (zero emissie) mobiliteitssysteem is maatwerk voor stad en dorp.
Vraagt om fiets georiënteerde verstedelijking, gedragsaanpak, sturend parkeerbeleid, deelmobiliteit, smart mobilty maatregelen en sterke doorstroomassen voor het auto-, fiets- en busverkeer. Om de woon- en werkmilieus in het polycentrische netwerk in hun kracht te zetten gaan we voor een schaalsprong in Oss en ’s-Hertogenbosch (zie 2.) en knooppuntontwikkeling in de middelgrote kernen. Vraagt Bus Rapid Transit in middelgrote kernen zonder station (Waalwijk, Veghel en Uden) en om het slechten van lokale belemmeringen voor integratie tussen bedrijven- en centrumgebieden. De ontwikkeling van alle locaties wordt integraal opgepakt, dus inclusief investeringen in groen / blauw, energie en klimaat en mobiliteit die onrendabel kunnen zijn naast de mogelijkheid van onrendabele toppen.
2. Met schaalsprong in stedelijkheid zetten we in op het creëren van een aantrekkelijk hoog stedelijke huiskamer. We voegen in de spoorzones van ‘s-Hertogenbosch en Oss een nieuwe hoogdynamische laag toe aan het regionale palet van woon- en werkmilieus. We versterken het daily urban system zodat inwoners van elkaars specifieke kracht kunnen profiteren: bijvoorbeeld studeren en hoogstedelijk wonen in Den Bosch en werken in Waalwijk We leggen de verbinding met het Nationaal stedelijk (OV+fiets)netwerk en zijn we maximaal aantrekkelijk voor jongeren en kenniswerkers. Deze schaalsprong zorgt er mede voor dat andere kernen hun dorpse en suburbane woonkwaliteit kunnen behouden. ‘s-Hertogenbosch en Oss maken een schaalsprong in stedelijkheid en kwaliteit in de (brede) spoorzone.
De substantiële geconcentreerde toename van massa en dichtheid leidt tot aantrekkelijke stedelijke en economische interactiemilieus die de regio nu nog niet heeft, zoals rondom Bossche Stadsdelta en Pivot Park. Ontwikkelingen in de spoorzones van ’s-Hertogenbosch en Oss dragen bij aan betere connectiviteit met agglomeratie Nederland en daarbuiten. Vraagt om betere ICbediening op stad-stad relaties We zetten in op minder auto (autoluwe centra), meer OV, meer fiets, meer lopen en meer interactie en ontmoeting. Vraagt om breed pakket aan maatregelen: herinrichting buitenruimte, sturend parkeerbeleid, versterken fietsnetwerk, fietsenstallingen, deelmobiliteit, maar ook het nationaal beprijzen van mobiliteit Ook zijn water, klimaat, natuur en groen een sturend/leidend principe”.
3. We zetten woningbouw in als meekoppelkans voor de brede binnenstedelijke en binnendorpse kwaliteitsopgave. Het leven van alledag vindt plaats in vitale steden, dorpen en buurten met een menselijke, Brabantse maat. Om de woonkwaliteit voor de regio te behouden en te versterken is er aandacht nodig op allerlei vlak (o.a. reageren op huishoudensverdunning en vergrijzing, voorzieningen-draagvlak, de energietransitie en klimaatadaptatie). Aandacht voor de buurt dus voor het creëren van duurzame, warme harten. Bij woningbouwontwikkeling zetten we de brede integrale regionale opgave voorop. We benutten bestaande voorzieningen, opgaven, kansen en behoeften in wijken en dorpen om in het bestaande bebouwde gebied (snel) woningen te realiseren. Dit ‘anders bouwen’ maakt de opgave lokaal en regionaal groter. Het bevorderen en een level playing field afdwingen vraagt ook iets van het Rijk. Vraagt om wegnemen blokkades in draagvlak, capaciteit, geld en risico’s. We bouwen naar behoefte en bieden verscheidenheid in woonmilieus. Zowel in de steden als dorpen. We zorgen dat de totale woonvoorraad past bij de groei in eenpersoonshuishoudens, senioren en migranten
4. Verstedelijkingsopgave begint bij het bodem- en watersysteem. Bij de grote klimaatveranderingen die op ons afkomen hebben we de gehele regio nodig, anders dreigt het op veel plekken veel te heet, nat en/of droog te worden. Het vraagt om een grotere inzet op de KRW-doelen. Elke ontwikkeling begint bij de logica van het bodem- en watersysteem. We creëren meer groen en blauw om ervoor te zorgen dat iedereen (bovenstrooms en benedenstrooms) zijn eigen broek ophoudt en niet zorgt voor afwentelingen van (water)problemen. Bodem- en Watersysteem is het leidend principe voor de ruimtelijke ontwikkeling: bodemtype, hoogteverschillen en watersystemen zijn maatgevend voor wat er lokaal mogelijk is. Ons uitgangspunt is een watersysteem, waarin iedereen (bovenstrooms en benedenstrooms) zijn eigen broek ophoudt en problemen niet afwentelt. Daarbij stellen we dat bij verdichting en transformatie ruimte gemaakt wordt voor extra groen en blauw. Dit vraagt, naast waterinclusief ontwikkelen, lokale ontharding en investering in HoWaBo 2.0, ook om onderlinge afspraken hoe dit principe met elkaar te borgen.
5. Groen en blauw groeien mee met verstedelijking. Natuur en landschap zijn in onze regio altijd nabij. Het kenmerkende en waardevolle mozaïek aan landschappen is een belangrijke identiteitsdrager van onze steden en dorpen. Deze kwaliteit bouwen we verder uit met een aaneengesloten groenblauw natuurnetwerk. Het droombeeld: gezonde en leefbare steden en dorpen van waaruit je vanaf de voordeur langs groene routes tot aan de grotere landschapsparken kunt lopen en fietsen. We zetten verder in op het Brabants natuurnetwerk. Het ontwikkelen van duurzaam toerisme, beleving en betekenisgeving (inclusief bereikbaarheid, bezoekbaarheid en landschapsontwikkeling) hoort daarbij. Het vraagt om het versneld inhalen van de achterstand in realisatie NNN-NNB plus versterking natuurwaarden buiten erkend natuurgebied. Vraagt om investering in Van Gogh Nationaal Park: Hooge Heide, Maashorst, De Duurzame Polder, Kanaalpark, Diezemonding, Engelermeer. We zetten in op structuuringrepen in het verstedelijkt gebied (parken, groene wiggen, natuurbruggen, een aaneengesloten netwerk van ommetjes, etc.). Vraagt om groene dooradering in ’s-Hertogenbosch, Boxtel, Oss, Uden, Veghel en Waalwijk We zetten in op lokale vergroening (groen tot in de haarvaten van buurt, straat, tuin en gebouw – horizontaal en verticaal)
De Moerasdraak slaat zijn vleugels uit! Ontwikkelprincipes t.b.v. Verstedelijkingsakkoord Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch Schets Ontwikkelpad, versie 24 mei 2022
Voorwoord Alléén ga je sneller, samen kom je verder. Voor u ligt een eerste stap richting het
regio voor elkaar krijgen zetten we een belangrijke stap naar een gezonde toekomst.
Verstedelijkingsakkoord voor de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch (SRsH) welke we willen presenteren tijdens het BO MIRT november 2022. We kijken hierin verder dan de
In de ontwikkelperspectieven krijgen de urgente opgaven waar de regio voor staat
winst- en verliesrekening op onderdelen en werken aan een gezamenlijk akkoord waar
een plek: de schaalsprong in stedelijkheid met haar relatie tot de mobiliteitstransitie,
de gehele regio profijt van heeft. Het akkoord moet leiden tot een coalitie van partijen
energietransitie en de noodzaak tot economische vernieuwing (zie pagina 18 t/m 30),
(regiogemeenten, waterschappen, provincie en Rijk) die gezamenlijk hun schouders
de leefbaarheidsopgave van bestaande stadsbuurten, landelijke kernen en dorpen
eronder zetten en naast systeemingrepen ook gebiedsprocessen vlot trekken en
(pagina 31 t/m 36), de water-/ en klimaatopgave (pagina 37 t/m 46) en de opgave
tegelijkertijd een groei van 47.000 woningen (+16%) woningen mogelijk maken. Dat
rondom groen, vestigingskwaliteit en biodiversiteit (pagina 47 t/m 50).
vraagt breed draagvlak en gezamenlijke regie over het akkoord. De nu voorliggende ontwikkelperspectieven zetten daartoe een eerste stap en zijn een uitnodiging aan alle
Om de mogelijkheden en consequenties van de ontwikkelprincipes inzichtelijk te
partners de krachten te bundelen en lef en ambitie te tonen. Als we dit samen in de
maken zal er de komende tijd verdieping plaatsvinden op bovengenoemde thema’s.
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding
Hoofdstuk 2
Samenwerking
Hoofdstuk 3
DNA / Kracht van de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch
Hoofdstuk 4
Grote uitdagingen voor de regio
Hoofdstuk 5
Dromen van een gezonde, leefbare en sterke regio
Ontwikkelprincipe 1
We zetten het polycentrische karakter van de regio in zijn kracht:
complementariteit door vergroten onderlinge verscheidenheid
Ontwikkelprincipe 2
Met schaalsprong in stedelijkheid zetten we in op het creëren van
aantrekkelijke ‘stedelijke huiskamers’ voor de regio
Ontwikkelprincipe 3
We zetten woningbouw in als meekoppelkans voor de brede
binnenstedelijke en binnendorpse kwaliteitsopgave
Ontwikkelprincipe 4
Verstedelijkingsopgave begint bij het bodem- en watersysteem
Ontwikkelprincipe 5
Groen en blauw groeien mee met verstedelijking
Hoofdstuk 1 - Inleiding Onderdeel van de Verstedelijkingsstrategie Brabant. De rijksoverheid heeft een Nationale
met de provincie gelijktijdig op blijven trekken richting en met het Rijk.
Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Daarin werkt het Rijk ideeën uit over de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Een belangrijk onderdeel
Verstedelijkingsakkoord Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch (SRsH). De SRsH is gebaseerd
van die NOVI gaat over ‘verstedelijking en verstedelijkingsopgaven’. Brabant is het
op basis van de belangrijkste leef-, werk- en marktomgeving; het Daily Urban
tweede grote verstedelijkte gebied van Nederland. In Brabant ligt een forse bouw-,
System. Op basis van het onderzoek van Pieter Tordoir is tot deze interstedelijke
transformatie en herstructureringsopgave. Reden om als Brabantse partners met
netwerkstructuur gekomen. Deze is dus niet gekoppeld aan een (bestuurlijke)
het Rijk en de Waterschappen gezamenlijk te bepalen wat er nodig is in Brabant
samenwerking als het RNOB (Regio Noordoost Brabant). Wel is sprake van overlap,
voor een duurzame verstedelijking. We willen naast de grote vraag naar ruimte voor
zowel in geografie als in opgaven. Met het Daily Urban System kijken we naar het
woningen en bedrijvigheid ook andere opgaven oplossen m.b.t. klimaatadaptatie,
functioneren van een deelnetwerk binnen het grote stedelijke netwerk in Nederland.
energietransitie, slimme mobiliteit, biodiversiteit, gezondheid en circulaire economie.
Binnen dit deelnetwerk vinden de meeste dagelijkse verplaatsingen plaats.
De Brabantbrede strategie en het regionale akkoord zijn gericht op ondersteuning die het Rijk en de provincie hierbij kunnen bieden aan de regio en het biedt de regio
Zaltbommel
de kans bestaande sectorale afspraken (o.a. wonen, energie en bedrijventerreinen) te verbinden en extra ambities neer te zetten. ’s-Hertogenbosch en omgeving is een van de vier stedelijke regio’s binnen Brabant. De andere drie zijn Eindhoven/Helmond, Breda/Tilburg en Bergen op Zoom/Roosendaal. De verstedelijkingsopgave voor Brabant wordt opgepakt op twee schaalniveaus: •
Oss
Maasdriel
Waalwijk
‘s-Hertogenbosch Heusden Sint-Michielsgestel Vught
Bernheze
Meierijstad
Maashorst
Boekel
Boxtel
Gezamenlijke Verstedelijkingsstrategie Stedelijk Netwerk Brabant, waarin de uitgangspunten van de verstedelijkingsopgave worden uitgewerkt. Het proces
•
voor de Verstedelijkingsstrategie heeft tot doel om gezamenlijk richtinggevende
Relatie met andere trajecten en bestaande afspraken - Het verstedelijkingsakkoord is
keuzes voor uitgangspunten en kaders voor de regionale afspraken te maken. Dit
geen overkoepelende omgevingsvisie maar focust zich op de vraag hoe we met
wordt getrokken vanuit de provincie Noord-Brabant, samen met B5- gemeenten
verstedelijkingsvraagstukken omgaan. Daarbij zijn de demografische ontwikkelingen
(Breda, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch en Tilburg), het Rijk en de vier
voor de regio leidend en zoeken we naar een optimum voor de regio als geheel. Dat
waterschappen.
betekent dat we de manier waarop we nu met verstedelijkingsvraagstukken omgaan
Uitwerking in Verstedelijkingsakkoorden per stedelijke regio. De stedelijke regio
tegen het licht houden en kijken waar en hoe we dat op een toekomstbestendigere
’s-Hertogenbosch (trekker), bestaat verder uit Bernheze, Boekel, Boxtel, Heusden,
manier kunnen vormgeven. De verstedelijkingsvraagstukken over wonen en werken
Maashorst, Meierijstad, Oss, Sint-Michielsgestel, Vught, Waalwijk en de Gelderse
worden in samenhang gezien met de opgave voor klimaatadaptatie, bereikbaarheid,
gemeenten Maasdriel en Zaltbommel. Uitgangspunt is dat de stedelijke regio’s
economische ontwikkeling, energietransitie, recreatie, duurzaamheid, biodiversiteit en
gezondheid. Voor die samenhang wordt niet enkel naar het stedelijk gebied, maar ook naar het landelijk gebied gekeken. Organisatie. In een stedelijke regio met 15 gemeenten die niet als bestuurlijke samenwerking georganiseerd zijn, is het van groot belang een werkwijze te kiezen die de voortgang bewaakt en iedereen voldoende de kans geeft betrokken te zijn. Vandaar dat ervoor gekozen is een ambtelijke en bestuurlijke kerngroep samen te stellen vanuit de middelgrote gemeenten met als trekker de gemeente ’s-Hertogenbosch. Deze kerngroep bestaat dus uit de gemeenten ’s-Hertogenbosch, Oss, Meierijstad, Maashorst, Waalwijk en Vught, Waterschap Aa en Maas en provincie Noord-Brabant. Het Rijk is vanuit het Ministerie van BZK ook onderdeel van het Brabantbrede en regionale proces. Deze kerngroepen verbinden het Brabantbrede traject aan het regionale traject, zorgen voor inhoudelijke en procesmatige sturing en bereiden regiobrede bijeenkomsten voor. Om ervoor te zorgen dat alle gemeenten betrokken zijn en blijven is ieder kernteamlid verantwoordelijk voor het aanhaken van enkele kleinere gemeenten, zodat de lijnen zo kort mogelijk blijven. Omdat de grenzen van de stedelijke regio niet samenvallen met de grenzen van de werkregio RNOB is gezocht naar een passende aanhaking van RNOB. Deze is gevonden door de diverse programmaregisseurs op inhoud te betrekken bij het proces.
Andere belanghebbende partijen krijgen een plek in het proces op het moment dat er meer duidelijkheid is over de inhoudelijke richting die gekozen wordt.
Verplaatsingen tussen gemeenten binnen, vanuit en naar Brabant (Tordoir, 2015)
Proces. De nu voorliggende ontwikkelprincipes vormen een tussenstap op weg naar
Er is al een aantal stappen doorlopen om tot het huidige product te komen:
het Verstedelijkingsakkoord Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch. Na de Brabantbrede
•
Stap 1 - Analyseboek - In de stedelijke regio zijn we in maart 2021 gestart met
feitenbasis en het inspirerend document, de analyse van opgaven en kwesties in
een analyse van de opgaven. Dit heeft geleid tot een regionaal analyseboek.
de stedelijke regio en de lessen uit het ontwerpend onderzoek en de Dashboard
Tegelijkertijd heeft in het Brabantbrede traject een vergelijkbare analyse
Verstedelijking (gebaseerd op de regionale perspectievenstudie) tekenen we nu
plaatsgehad op het schaalniveau van de provincie (het Inspirerend kader).
gezamenlijk de ontwikkelprincipes op in het kader van het Verstedelijkingsakkoord
Stap 2 - Ontwerpend Onderzoek / Perspectievenstudie – In de tweede fase (januari 2022) zijn op basis van ontwerpend onderzoek onderscheidende perspectieven
Drie perspectieven (uit ontwerpend onderzoek)
SRsH dat we willen presenteren tijdens het BO MIRT november 2022.
•
Perspectief 1: ‘Centrale Stad’
Perspectief 2: ‘Polycentrische stad: Vitale kernen’
Perspectief 3: ‘Polycentrische stad: Brabants Mozaïek’
6
opgesteld die elk een ander antwoord geven op gestelde opgaven. Gezamenlijk
•
Stap 5 – De volgende stap is om te komen tot een verstedelijkingsakkoord inclusief een
presenteren de drie perspectieven het speelveld van opinies. De methode is
uitgewerkt ontwikkelpad - Het ontwikkelpad is een tactische uitwerking van de
gebruikt om samen te testen, om verschillende gedachtengangen te verkennen en
principekeuzes die in dit document worden gepresenteerd. Aan die principes
om daar vervolgens lessen uit te trekken. Gezamenlijk ontwerpen en onderzoeken
worden drie aspecten toegevoegd, namelijk (1) mogelijke ingrepen om de
dus om het gesprek te kunnen voeren over de effecten en consequenties die
principes te operationaliseren; (2) de onderlinge afhankelijkheden tussen de
horen bij voorliggende keuzes. De perspectieven zijn opgesteld om de urgente
ingrepen en (3) het aspect tijd. Doel van het ontwikkelpad is de betrokken partijen
opgaven van de regio ruimtelijk te verkennen. Perspectief ‘centrale stad’ speelt
te ondersteunen in hun besluitvorming. Over welke zaken moet op welk moment
bijvoorbeeld sterk in op de mogelijkheden en onmogelijkheden van economische
duidelijkheid komen en wat zijn daarbij de relevante afhankelijkheden?
interactiemilieus en de mobiliteitstransitie. Terwijl perspectief 2 ‘Polycentrische stad: Stedelijke kernen’ de binnenstedelijke en binnendorpse kwaliteitsopgave en het vraagstuk rondom OV-bereikbaarheid centraal zet. Perspectief 3 ‘Polycentrische stad: Brabants Mozaïek’ focust meer op de vraag naar bijzondere milieus en de landschappelijke opgaven. De perspectieven zijn doorleefd in een aantal illustratieve casussen. •
Stap 3 - Doorrekening met Dashboard Verstedelijking - De perspectieven zijn doorgerekend met behulp van het Dashboard Verstedelijking en de mobiliteitsscan. Het Dashboard Verstedelijking is een instrument van het Ministerie van BZK dat inzicht biedt in hoe de woningbouwopgave maatschappelijke meerwaarde oplevert. Het Dashboard Verstedelijking vergelijkt verschillende verstedelijkingsmodellen met elkaar op schaal van een regio, en kijkt daarbij een generatie vooruit. Deze tool brengt op strategisch niveau de effecten van verstedelijkingsmodellen in beeld op aspecten als stedelijke dichtheid, mobiliteit, meekoppelkansen energietransitie en toegang tot groen.
•
Stap 4 - De geleerde lessen staan aan de basis voor voorliggende ontwikkelprincipes Na doorrekening, discussie en weging zijn de ontwerpbouwstenen die goed scoren en veel draagvlak hebben vertaald naar ontwikkelprincipes. Deze ontwikkelprincipes geven antwoord op de vraag ‘wat voor regio willen we zijn’. Ze presenteren een samenhangende en integrale ontwikkelrichting. De principes geven geen eindbeeld maar laten juist ruimte voor een adaptieve invulling.
Beeld uit doorrekening Dashboard Verstedelijking
7
Hoofdstuk 2 - Samenwerking De essentie van onze stedelijke regio is het aantrekkelijke ruimtelijk-economische
Via het Verstedelijkingsakkoord kunnen we de stad de stad laten zijn en de dorpen
profiel. Daar zit ook onze regionale saamhorigheid en ambitie. Dat willen we
de dorpen. Hoogstedelijke dynamiek in de stad en Brabants wonen in de dorpen.
behouden, versterken en op sommige vlakken ook veranderen. De SRsH heeft de
Daarmee blijft de regio gezond en toegankelijk en is er voor ieder wat wils. Je kunt
voorwaarden en het know-how een substantiële bijdrage te leveren aan de landelijke
kiezen wat bij je past! De dorpen profiteren van de stedelijke voorzieningen en
opgaven van wonen, werken en mobiliteit. Wat we daarvoor nodig hebben is een
nieuwe woon- en werkmilieus en de stad profiteert van een rijk, vitaal en ontspannen
oplossing voor wat ons belemmert in wie we willen zijn.
achterland.
Via de lijn van dit het Verstedelijkingsakkoord lossen we problemen op voor de hele regio en slechten we barrières die anders blijven bestaan en voor individuele gemeenten te groot zijn zelfstandig op te lossen. We bepalen samen de ontwikkelrichting voor een duurzame verstedelijking van de stedelijke regio en leggen dit vast in het Verstedelijkingsakkoord. Hierbij worden ook afspraken gemaakt over bijvoorbeeld bereikbaarheid, stikstofaanpak en groen-blauwe agenda zodra deze een afhankelijkheid hebben ten opzichte van de verstedelijkingsopgave. We realiseren ons dat bij het bepalen van ambities ook keuzes maken hoort. Sommige ambities sluiten namelijk niet naadloos op elkaar aan of zitten elkaar in de weg (denk aan ruim baan voor rijdende en stilstaande auto versus meer ruimte voor groen en water in de buitenruimte). Het Verstedelijkingsakkoord moet de gehele regio helpen bij het realiseren van hoogstedelijke en economische interactiemilieus in de brede spoorzones en op de stedelijke knooppunten, in het verbreden van het aanbod van vitale woon- en werkmilieus en in het versnellen van de woon- en werkopgave. We voegen toe aan de regio wat er op dit moment nog niet is.
8
DNA - DE KRACHT VAN DE STEDELIJKE REGIO ’S-HERTOGENBOSCH Brabants Bont – bourgondisch - ontspannen leven - sterke netwerken – familiebanden - ons Brabant Brabants achterom – vertrouwen - ondernemend – makers - innovators – vervoerders - vernieuwend agrifood – farma - dienstverlening – ontmoeting - ict-techs - start-ups - familiebedrijven – makersbazen woonaantrekkelijkheid – rust - ruimte – leefbaarheid - cultureel aanbod - historische karakter Brabants kwartiertje – centrale stad - polycentrisch stedelijk netwerk - 15 minuten – alles dichtbij – Benelux – Europa - Brabants nuchter - water - buiten de lijntjes kleuren - pionieren - samen proberen - stad en land vervlochten - mozaïek aan landschappen – rivierenlandschap - De Peel - de Meierij – zandgronden – landgoederenstructuren – productiebossen – Loonse en Drunense Duinen - Vlijmens Ven - Moerputten Kampina - Maashorst – Dommeldal - Aa-dal - Raamvallei
9
Hoofdstuk 3 - DNA / Kracht van de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch In de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch is het over het algemeen ruim wonen en
de regio en de regio voor de stad bereikbaar te houden en de grote veranderopgaven
leven (97% van de regio bestaat uit dorpse en suburbane woonmilieus met ruime
op het gebied van water, energie en klimaat te kunnen aanpakken. Deze verandering is
eengezinswoningen in 0 tot 35 woningen per hectare). De regio kent een stabiele
noodzakelijk en ondertussen ook in volle gang. Deze ontwikkelschets geeft antwoord
economie in de top van Nederland gericht op innovatieve agrifood, maakindustrie
op de vraag welke principes en interventies daarvoor nodig zijn.
en data en is strategisch gelegen in de Benelux en met spoor, water en snelweg
De Moerasdraak slaat daarom zijn vleugels uit, over de centrale stad ’s
verbonden met Europa. De stedelijke regio ’s-Hertogenbosch omspant het Daily
Hertogenbosch en haar stedelijke regio in alle windrichtingen, het moerasland tussen
Urban System van de centrale stad ’s-Hertogenbosch en strekt zich uit van
hoogzand en Maas. Onze rijke geschiedenis heeft ons oplossend vermogen en
Waalwijk tot Oss en van Zaltbommel tot Meierijstad. Veel van het DNA van de regio
doorzettingskracht geleerd en daarbij de inzet en het gebruik van bodem en water.
’s-Hertogenbosch is te verklaren aan de hand van de diversiteit in de bodem. De regio
Veerkracht en ondernemerszin zijn daarom twee typische kenmerken voor onze
ligt op het grensvlak van hoger gelegen zandgronden in het zuiden, de Maas-Waal
stedelijke regio. Alles is hier dichtbij (in 3 minuten van altaar naar ijsvogel zeggen we
delta in het noorden en de veengronden in het westen.
hier), we bedenken het en voeren het ook uit en het is hier goed en ontspannen wonen en leven.
We zijn een ontspannen regio waar nuchter geleefd en hard gewerkt wordt. De kracht van de regio zit ook in de verbinding met anderen, de Brainport-regio, brede
BRABANTS BONT - Wij zijn een bourgondische regio. We zijn weliswaar pragmatische
spoorzones Breda en Tilburg, Foodvalley Gelderland en de nationale kenniscentra in
denkers en harde werkers, maar we vieren ook het leven en het woordje ‘ons’ is niet
Utrecht en Amsterdam. Een typisch kenmerk van de regio is ook de veelkleurigheid
alleen een bezittelijk voornaamwoord, maar staat veeleer synoniem voor sterke
van de middelgrote kernen die een dorps karakter hebben, maar vaak een bovenlokale
netwerken en familiebanden. Wij zijn gehecht aan de directe omgeving, de (eigen)
of zelfs nationale betekenis (denk aan Noordkade Veghel).
woning en buurt. We verhuizen niet graag en als we dat doen dan graag vlakbij en in woningen die we kennen omdat er kennissen eerder zijn gaan wonen.
De voorsprong en voorspoed staan momenteel echter onder grote druk door
Wij zijn complementair aan elkaar, verbonden in een open netwerk, daar ligt ook onze
mondiale trends (strijd om talent en innovatie en het daardoor toenemende belang
kracht en stabiliteit en biedt dus ruimte voor innovatie en experiment. NETwerken is
van massa en dichtheid in lokale concentraties van bedrijven, kennis, human
hard werken, we zijn verbonden in vervoer, in natuur, in energie, maar ook in vertier,
capital, bereikbaarheid, internationale connectiviteit en kwaliteit van leven), de
historie en samenzijn (ons Brabant).
woningbouwopgave/ wooncrisis, de wateropgave, de noodzaak tot een energie- en grondstoffentransitie en de druk op bereikbaarheid die de regio in een duurzame
BRABANTS ACHTEROM - Hier werkt men vanuit vertrouwen, zijn we ondernemend als
ontwikkeling beperkt. Een schaalsprong in kwantiteit en kwaliteit in duurzame
makers, innovators en vervoerders, zijn we vernieuwend in agrifood en farma, blinken
verstedelijking is nodig om toekomstbestendig te blijven. Waarom? Om iedereen die
we uit in dienstverlening en ontmoeting, hier zitten de ict-techs en start-ups en
in onze regio wil wonen en werken een plek te kunnen blijven bieden, onze nationale
werken we aan de banen voor de toekomst. Wij zijn familiebedrijven en makersbazen
kracht als voorzieningen-, cultureel- en recreatief centrum te behouden, de stad voor
en vaak tegelijkertijd.
10
Met een Bruto Regionaal Product van 30 miljard euro staat de stedelijke regio in
de weg op de grens van Brabant naar Utrecht en Gelderland en in de economische
economisch opzicht op plaats zes van de veertig regio’s in Nederland (BCI 2019). De
positie in de FoodValley en tussen Noord-Zuidvleugel, Ruhrgebied en Euregio Maas-
regio is goed voor 330.000 banen op 650.000 inwoners. Dit totaal groeit sneller dan
Rhein/Eindhoven.
het Nederlands gemiddelde en weet meer welvaart te genereren naar verhouding de werkgelegenheid die ook groeiende is. De regio is een echte MKB-regio, met
In 15 minuten kun je overal komen in de regio, er is een uitgebreid netwerk van spoor
nadruk op agrifood, logistiek, life sciences & health en data-economie. Kenmerkend
en weg, vanaf de IC-knooppunten is de hele regio in 15 minuten te voet, fiets, auto of
is dat het aantal éénmanszaken de afgelopen jaren fors is gegroeid. De sterk
OV bereikbaar. En als je niet op tijd bent accepteren we een marge van 15 minuten,
groeiende economie en bereikbaarheid van banen in combinatie met een hoge
daar doen wij niet moeilijk over.
woonaantrekkelijkheid door rust, ruimte en leefbaarheid, het rijke culturele aanbod, het historische karakter en de nabijheid van de natuur maakt de regio uitermate
BRABANTS NUCHTER - In de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch is het leven goed. We
aantrekkelijk voor inwoners uit de regio zelf maar ook ver daarbuiten.
zijn de regio van buiten de lijntjes kleuren, pionieren en samen proberen. Stad en land zijn vervlochten tot een hecht netwerk.
De centrumstad ’s-Hertogenbosch kent een gevarieerde economische structuur. Met de laatste jaren vooral een steeds krachtigere (financiële) dienstensector en recenter
In landschappelijke zin kenmerkt onze regio zich door een enorme diversiteit; zowel
een sterke groei van de ICT/datasector. ’s-Hertogenbosch is daarnaast een belangrijk
in stedelijke en dorpse milieus als in een mozaïek aan landschappen. Zo hebben we
voorzieningencentrum, met name voor het (hoger) onderwijs in de regio.
een rivierenlandschap aan de oostelijke en noordelijke randen, Natura2000 gebieden, een historisch (veen)ontginningslandschap in het hart van de regio (De Peel), een
Er is een heus mozaïek van bedrijvigheid uit de gehele voedselketen; van boer tot bord;
agrarisch productielandschap, de Meierij, die zich kenmerkt door zijn waardevolle
een keten die in onze regio tamelijk compleet is en waarmee we ons onderscheiden.
cultuurlandschap, zandgronden, oude landgoederenstructuren en productiebossen,
Maar ook andere, opkomende economische sectoren spelen een steeds belangrijkere
Kampina, de Loonse en Drunense Duinen en de Maashorst, een aaneengesloten
rol. Dit mozaïek heeft ook een aantrekkingskracht dankzij de wisselwerking met de
natuurgebied.
naburige economische centra buiten de regio. Sommige bedrijven uit de agro- en foodsector zijn uitgegroeid tot innovatieve wereldspelers met een belangrijke functie
Verder wordt onze regio door drie beeklandschappen doorsneden, het Dommeldal,
op het gebied van kennisontwikkeling en werkgelegenheid.
het Aa-dal en de Raamvallei. Water zit in ons DNA. Water is onze vriend (biedt bescherming, drijft handel en produceert voedsel) maar soms ook onze vijand (er
BRABANTS KWARTIERTJE - De stedelijke regio kenmerkt zich door een centrale stad
komt 36 miljoen kuub water op ons af, in oppervlak net zo groot als de centrale stad).
in een polycentrisch stedelijk netwerk. Maar wij zijn niet alleen strategisch gelegen,
We leven samen met het water en water is in veel van onze keuzes medebepalend.
het is nog meer, je kunt niet om ons heen. Via spoor op de kruising van Amsterdam/ Utrecht en Eindhoven/Maastricht en van Breda/Tilburg en Nijmegen/Zwolle, via
11
OPGAVE - GROTE UITDAGINGEN VOOR DE REGIO Ambitie Van Gogh Nationaal Park
Klimaatverandering: te nat, te droog en te heet 36 miljoen kuub aan waterberging
Stad-land verbindingen
Toekomstperspectief landbouw
Natuurkwaliteit (biodiversiteit, droogte en stikstof)
Sponswerking hoge zandgronden
OV-bereikbaarheid middelgrote kernen
Energietransitie Goederenvervoer versus stedelijke ontwikkeling
Circulaire economie
Yuverta mbo Boxtel
’t-Handelshuys Uden
Proeffabriek Veghel
Havencluster Waalwijk
Pivot Park Oss
Aantakking op Stedelijk Netwerk NL Wereldwijde concurrentie om talent Noordkade Veghel
Leefbaarheid en voorzieningendraagvlak ’t Podiumhuis Uden
Bouwen voor eenpersoonshuishoudens, vergrijzing en migratie Vitaliteit buurten (irt huishoudensverdunning)
Grasso-Grenco ’s-Hertogenbosch
De kernen in de regio ‘s-Hertogenbosch hebben elk een eigen economisch profiel. De economische clusters zijn echter beperkt ingebed in het stedelijk gebied. Van echte interactiemilieus is derhalve nog nauwelijks sprake. Zoals Buck constateerde ligt in het maken van dit soort milieus de uitdaging voor de toekomst.
Kwaliteit economische vestigingsmilieus
12
Hoofdstuk 4 - Grote uitdagingen voor de regio Wat we willen bereiken - We willen de verstedelijking inzetten als middel om voor
Wat ons hindert - Echter belemmeringen zijn er ook. We zijn een cruciale schakel in
langere termijn de regio toegankelijk en leefbaar te houden én van nationaal belang
het Toekomstbeeld OV als tweede grootste overstapstation van Nederland, maar de
te blijven. Dit doen we vanuit de voorwaarde dat we ons DNA als stedelijke regio
beoogde toename van het spoorgoederenvervoer hindert de stedelijke ontwikkeling
behouden en bepalen wat we moeten doen (of moeten laten) om dit te versterken.
in ’s-Hertogenbosch, Oss en in mindere mate Vught en Boxtel. De spoorbarrière
We houden zo veel mogelijk rekening met demografische en sociaalmaatschappelijke
knelt in Oss en de situatie bij spoorbrug Ravenstein staat een frequentieverhoging op
trends, de digitalisering, moderne modaliteiten en het nieuwe werken.
het treinnet in de weg. We vervullen als watermachine de schakel tussen Zuid-Oost Nederland en de Maas, maar hogere waterstanden zetten de veiligheid van onze
We benutten de vraag naar ruimte voor woningen en werklocaties om ook andere
laaggelegen centrale stad onder druk. Ons cultureel erfgoed (stedelijk en landelijk) is
opgaven aan te pakken m.b.t. brede welvaart, klimaatadaptatie, energietransitie,
een groot (internationaal) goed, maar staat door functieverandering, transitieopgaven
mobiliteitstransitie, biodiversiteit, gezondheid, circulaire economie, recreatie,
en intensivering van gebruik flink onder druk.
cultuur en onderwijs. Om deze opgave voor elkaar te krijgen is meer nodig dan we nu al doen. We gaan namelijk niet snel genoeg (in relatie tot de woningnood) en
Alle prognoses (PBL/CBS) laten een groei zien, vooral in de stad. Inwoners buiten
soms liggen oplossingen of middelen buiten onze macht en hebben we daarvoor
het stedelijk gebied zijn steeds meer afhankelijk van de auto, omdat de afstanden tot
de provincie of het Rijk nodig. Ook al zijn we goed op weg. Voor het verbreden
werk, sociaal netwerk en voorzieningen toenemen en het OV geen goed alternatief
van de A2 tussen Deil en Vught zet het Rijk € 830 miljoen opzij en reserveren
biedt. In de stad verliest de auto juist zijn aantrekkingskracht dankzij tal van
regionale partijen voor aanvullende maatregelen tot € 55 miljoen. Rijk, provincie
alternatieven. In de stad is sprake van nabijheid wat minder en sneller reizen betekent,
en gemeenten hebben daarnaast als eerste stap € 200 miljoen gereserveerd voor
maar ook een grotere variëteit aan functies oplevert. Dit succes van aantrekkelijkheid
de zogenoemde spoorknopen ’s-Hertogenbosch en Eindhoven. Dit is besloten in
en levendigheid versterkt zichzelf en trekt nog meer mensen aan; de essentie van
het BO MIRT en via het Toekomstbeeld OV 2040 (TBOV 2040) Zuid-Nederland.
verstedelijking. De lessen die we hebben opgehaald uit het Dashboard Verstedelijking
Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over de mobiliteitsagenda voor de A50
bevestigen dit en vullen aan op eerdere studies die regionaal hebben plaatsgevonden,
corridor Eindhoven-Nijmegen en de A2 Randweg (inclusief A50 tot N279 en N65),
zoals de MIRT-verkenning A2 en studies t.a.v. economische profilering (BCI),
heeft RNOB (Regio Noordoost Brabant) recent een Regiodeal, een Strategische
bereikbaarheid en samenwerking (BRE-onderzoek).
Agenda en een Uitvoeringsagenda opgesteld en zijn er in de regio recente afspraken over woningbouw- en werklocaties, een meerjaren mobiliteitsagenda, opwek
Een transitie van de oude economie naar een nieuwe circulaire economie is
duurzame energie van de RES (Regionale Energie Strategie) en is de spoorzone
noodzakelijk en biedt ook kansen. Maar daar hebben we wel de juiste mensen voor
van ’s-Hertogenbosch samen met die van Breda en Tilburg het 14de NOVI
nodig. Robotica en dataficering zullen de economie veranderen. Zij vragen om goed
transformatiegebied.
geschoolde arbeidskrachten. Tegelijkertijd zorgen vergrijzing en het wegtrekken van jongeren voor krapte op de arbeidsmarkt en zal het moeilijker worden om voorzieningen op peil te houden. Voorzieningen en leefbaarheid staan onder druk
13
in veel kleinere kernen in onze regio. Goede verbindingen worden dus steeds
Toekomstbeeld OV op de agenda staan (met aantakkingen in Waalwijk, Uden en
belangrijker. Deze verbindingen worden vraagafhankelijk, op maat en duurzaam
Veghel) zijn een belangrijke schakel in het regionale netwerk. Het Daily Urban System
ingezet om banen en voorzieningen te kunnen (blijven) bereiken in én buiten de regio.
van de 15 minuten stad is daarom ons uitgangspunt. Ontwikkelingen worden
En ondertussen willen we kunnen blijven genieten van een fijne plek om te wonen.
ingezet vanuit het principe van nabijheid (meer programma, meer functiemix, meer fiets, meer voetganger, meer HOV). Investeringen in duurzame mobiliteit (zoals
Het verschil tussen het verplaatsingsgedrag binnen de stad (OV+fiets) en buiten de
knooppuntontwikkeling, HOV-buslijnen, (snel)fietsroutes, mobiliteitshubs, gedeelde
stad (auto) groeit, waardoor het regionaal autonetwerk vastloopt. Daarbij missen
mobiliteitsconcepten en smart mobility) beschouwen we als randvoorwaarde voor
enkele van de (middelgrote) kernen aansluiting op het stedelijk mobiliteitssysteem
duurzame verstedelijking.
(met name Waalwijk, Veghel en Uden). De HOV-verbindingen die vanuit het
14
Hoofdstuk 5 - Dromen van een gezonde, leefbare en sterke regio Onze droom is een gezonde leefbare en sterke regio met een hoogstedelijk centrum en
We bouwen voort op de drie afwegingsprincipes uit de NOVI: Combineren boven
een fijnmazig polycentrisch netwerk van stedelijke knooppunten en landelijke kernen in
enkelvoudig (slimme combinaties maken waar dat mogelijk is), Kenmerken & identiteit
balans met een groenblauw mozaïeklandschap. Wat we daarvoor nodig hebben is een
(het gebied staat centraal) en Afwentelen voorkomen (niet uitstellen of doorschuiven).
schaalsprong in de brede spoorzone van ’s-Hertogenbosch (richting hoogstedelijke
En op de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040. Kwaliteit van leven staat voorop: we
nabijheid) en verdichting in de spoorzone van Oss (met een stap richting stedelijke
willen een regio zijn van gezonde, leefbare, klimaat robuuste, natuur inclusieve, vitale,
nabijheid). Dit om nieuwe woon- werk en interactiemilieus te realiseren die in de
groene en blauwe steden en dorpen. Welzijn en gezondheid voor iedereen zijn daarbij
regio nog onvoldoende aanwezig zijn. Daarnaast willen we inzetten op ‘warme
uitgangspunt. Kwaliteit van leven bestaat in de regionale context uit compacte steden
harten’ in de dorpen en op aantrekkelijke (stedelijke) knooppunten in Waalwijk, Vught,
en dorpen met kwalitatief hoogwaardig landschap nabij. De kracht van die steden en
Veghel, Boxtel en Uden om de brede welvaart te versterken en om te investeren in een
dorpen zit enerzijds in de diversiteit aan schaal, maat en inrichting en anderzijds in de
duurzame leefbaarheid en vitaliteit van de kernen en dorpen.
onderlinge verbindingen. Daardoor kan iedere inwoner van de regio zijn leven inrichten binnen een breed pallet van gebiedstypen: van hoogstedelijk tot landelijk en dorps.
15
We beperken onze footprint en maken ons klaar voor de veranderingen die komen. De
Voor het werken aan een gezonde, leefbare en sterke regio zetten we in op de volgende
regio beperkt vergaand haar bijdrage aan klimaatopwarming en achteruitgang van de
5 ontwikkelprincipes. De principes zijn van even groot belang. Kwaliteit wordt bereikt
natuur (CO2, stikstof, biodiversiteit, grondstoffen, afval). Daarnaast bereiden we ons
wanneer we de principes in samenhang beschouwen.
voor op een ander klimaat met meer piekbuien, piekwaterstanden, droogte en hitte.
•
Hiervoor zetten we in op een robuust watersysteem, op een energietransitie, een groei naar circulariteit en meervoudig ruimtegebruik.
Ontwikkelprincipe 1 – We zetten het polycentrische karakter van de regio in zijn kracht: complementariteit door vergroten onderlinge verscheidenheid
•
Ontwikkelprincipe 2 – Met schaalsprong in stedelijkheid zetten we in op het creëren van aantrekkelijke ‘stedelijke huiskamers’ voor de regio
•
Ontwikkelprincipe 3 – We zetten woningbouw in als meekoppelkans voor de brede binnenstedelijke en binnendorpse kwaliteitsopgave
•
Ontwikkelprincipe 4 – Verstedelijkingsopgave begint bij het bodem- en watersysteem
•
Ontwikkelprincipe 5 – Groen en blauw groeien mee met verstedelijking
16
5 Ontwikkelprincipes voor een gezonde, leefbare en sterke regio
Ontwikkelprincipe 1
Ontwikkelprincipe 2
Ontwikkelprincipe 3
Ontwikkelprincipe 4
Ontwikkelprincipe 5
We zetten het polycentrische
Met schaalsprong in
We zetten woningbouw in
Verstedelijkingsopgave
Groen en blauw groeien mee
karakter van de regio in zijn
stedelijkheid zetten we in op
als meekoppelkans voor
begint bij het bodem- en
met verstedelijking
kracht: complementariteit
het creëren van aantrekkelijke
de brede binnenstedelijke en
watersysteem
door vergroten onderlinge
‘stedelijke huiskamers’ voor de
binnendorpse kwaliteitsopgave
verscheidenheid.
regio
Natuur en landschap zijn in Bij de grote
onze regio altijd nabij. Het
Het leven van alledag vindt
klimaatveranderingen die op
kenmerkende en waardevolle
De kracht van de regio
We voegen in de spoorzones
plaats in vitale steden,
ons afkomen hebben we de
mozaïek aan landschappen
is het intergemeentelijk
van ‘s-Hertogenbosch
dorpen en buurten met
gehele regio nodig, anders
is een belangrijke
samenspel van steden en
en Oss een nieuwe
een menselijke, Brabantse
dreigt het op veel plekken
identiteitsdrager van onze
kernen qua woon-, werk- en
hoogdynamische laag toe
maat. Om de woonkwaliteit
veel te heet, nat en/of droog
steden en dorpen. Deze
voorzieningenniveau. Elke
aan het regionale palet van
voor de regio te behouden
te worden. Elke ontwikkeling
kwaliteit bouwen we verder
stad en kern werkt aan haar