CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

7. VNG - Ledenbrief Programma Woningbouw en Nationale Woon- en Bouwagenda

Raadsvergadering 19 mei 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-A Externen34.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2 Doelen De opgave die in het vorige hoofdstuk naar voren komt, vraagt om ambitieuze doelstellingen. Het overkoepelende doel van deze Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschik­ baarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. Hieronder wordt beschreven wat we op deze punten willen bereiken. Concreet stellen we ons drie belangrijke kerndoelen.

Beschikbaarheid: 900.000 woningen tot en met 2030, waarvan twee derde betaalbaar Onze ambitie is een woning voor iedereen. Het doel is om te groeien naar het realiseren van 100.000 woningen per jaar (inclusief flex- en transformatiewoningen en splitsing van woningen). Het langetermijndoel is om 900.000 woningen tot en met 2030 te realiseren. Wat betreft flexwoningen streven we naar het opleveren van 15.000 woningen per jaar. Behalve op nieuwbouw zetten we jaarlijks in op het opleveren van 15.000 woningen door transformatie van winkelgebied en kantoren. Deze opgave wordt in samenhang bezien met andere doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie, bedrijvigheid, bereikbaarheid, natuur etc. Voor het realiseren van het beoogde aantal woningen is het nodig dat de periode van bouwplan tot oplevering van de woning korter wordt. We willen dat iedereen een betaalbaar (t)huis heeft. Van de nieuwe huur- en koopwoningen streven we naar twee derde betaalbaar, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd. Om de al in gang gezette woningbouwprojecten geen vertraging te laten oplopen door nieuwe betaalbaarheidsvereisten, zal dit streven gelden voor nieuwe projecten. We streven er naar dat vanaf 2025 twee derde betaalbare huur- en koopwoningen in alle projecten de norm kan zijn.

Van de 600.000 betaalbare woningen streven we naar 350.000 middenhuur en betaalbare koop, gezien de grote behoefte aan woningen voor starters en mensen met een middeninkomen (zie figuur 7).24 Tot 2030 streven we ernaar dat 250.000 nieuwe sociale huurwoningen door corporaties gebouwd worden, met oog voor de behoefte aan passende woningen voor mensen met een laag inkomen, waaronder aandachtsgroepen als dak- en thuisloze mensen en statushouders. We werken toe naar een meer evenwichtige verdeling van sociale huurwoningen over alle gemeenten. Figuur 7: Verdeling 900.000 woningen naar segment

Bron: BZK

24

Betaalbare huurwoningen zijn woningen met een huur van 1.000 euro per maand of minder; betaalbare koopwoningen zijn woningen tot aan de NHG-grens (355.000 euro in 2022). De grens van betaalbare huur (middenhuur) wordt momenteel onderzocht op basis van actuele ontwikkelingen in zogenaamde botsproeven in het kader van huurprijsbescherming en dit voorjaar indien nodig herijkt.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 21

Betaalbaarheid: betere aansluiting van woonlasten bij het inkomen We zorgen ervoor dat de woonlasten van mensen beter aansluiten bij hun inkomen. We verminderen het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen en zorgen dat meer mensen een voor hen passende en betaalbare woning kunnen vinden. Jongeren, starters en personen met middeninkomens geven we meer toegang tot betaalbare huur- en koopwoningen en we verbeteren de bescherming van kopers en huurders. De huidige woningvoorraad zetten we zo goed mogelijk in, waarbij we kijken naar aspecten als woonlasten in relatie tot inkomen, grootte van de woning in relatie tot huishoudengrootte en kwaliteit van de woning in relatie tot de (huur)prijs. Ook verduurzaming kan hierbij een belangrijke rol spelen, omdat de energieprijzen een substantieel onderdeel uitmaken van de totale woonlasten. Dit geldt in het bijzonder voor slecht geïsoleerde woningen met een hoge energierekening.

Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare gebieden en duurzame huisvesting voor iedereen bereikbaar Het doel is om voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen en ouderen te realiseren. We gaan hiervoor de verschillende aandachtsgroepen beter definiëren zodat we de omvang beter kunnen bepalen en kunnen monitoren of het doel van voldoende woningen wordt gerealiseerd. Het aantal 75-plussers neemt naar verwachting toe van 1,4 miljoen in 2020 naar 2,6 miljoen in 2040. We stellen op korte termijn vast wat dit betekent voor het aantal te bouwen woningen voor ouderen. De leefsituatie en het perspectief van bewoners van de meest kwetsbare gebieden in Nederland worden in 15-20 jaar tijd verbeterd. In deze gebieden zetten gemeenten samen met onder andere corporaties in op herstructurering. Ook bij de bouw van nieuwe woningen en specifiek bij grootschalige woningbouw horen de leefbaarheid en een gezond leefmilieu nu en in de toekomst geborgd te zijn. Binnen de verduurzaming van Nederland wordt het wettelijk doel de CO₂-uitstoot in 2030 te verlagen met minimaal 55 procent ten opzichte van 1990. Voor de gebouwde omgeving betekent dit een versnelling van wat we in het Klimaatakkoord hebben afgesproken.

Voor alle huishoudens, bedrijven en instellingen zullen we een duurzame woning of een duurzaam gebouw binnen bereik brengen, waarbij we voor kwetsbare huishoudens moeten zorgen dat deze transitie betaalbaar is en blijft. Om ook de ambitieuze doelen voor 2030 en daarna haalbaar te maken, zullen we inzetten op energiebesparing, isolatie, duurzame installaties voor verwarming en koeling zoals (hybride) warmtepompen en de opschaling en ontwikkeling van duurzame technieken en energiebronnen zoals aquathermie en geothermie. Hiermee verlagen we stapsgewijs de uitstoot van CO₂ in de gebouwde omgeving tot uiteindelijk netto 0 in 2050. Ook beperken we de CO₂-uitstoot bij het bouwen zelf door duurzamer te bouwen en verbouwen: schoon, emissieloos, circulair, klimaatadaptief en natuurinclusief. Het Europese Fit for 55-pakket geeft bij deze ambities ruggensteun en kader.

22 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

3 Wat gaan we doen? Nederland heeft behoefte aan een toegankelijk, betaalbaar woonlandschap van goede kwaliteit. De opgave waar we voor staan, is complex: ze vraagt om een gerichte inspanning van alle betrokkenen. Samen met belangrijke partners in het woonveld, zoals medeoverheden, woningcorporaties en marktpartijen, bundelt het Rijk de krachten om de in hoofdstuk 1 geconstateerde problemen en oorzaken aan te pakken en de doelstellingen van deze Nationale Woon- en Bouwagenda te realiseren. We nemen bij de uitwerking van deze agenda ook Caribisch Nederland mee. Meer dan voorheen neemt het Rijk hierbij de rol op zich van normsteller en bewaker van nationale doelen die gerealiseerd moeten worden. De kracht van deze agenda is dat zij ons in staat stelt om de diverse bouw- en woonopgaven samen en in samenhang met andere belangen aan te pakken, te financieren en te monitoren. Zo bouwen we aan een samenleving waarin het rechtvaardig en prettig wonen is.

We versterken de regie op de volkshuisvesting De overheid herneemt de regie op de volkshuisvesting, waarbij het Rijk vaker dan in het verleden de lijnen uitzet en normen stelt. Regie nemen betekent echter niet: het vraagstuk zelfstandig oplossen. Medeoverheden spelen, samen met het Rijk, een belangrijke rol in de volkshuisvesting. Met hen, maar ook met corporaties, de Woonbond en marktpartijen, maken we afspraken over de realisatie en kwaliteit van nieuw woonaanbod, de doorlooptijd van die realisatie en betaalbaarheid. Hierbij wordt vastgelegd hoe nationale doelen zullen doorwerken in regionale afspraken, hoe deze in lokale prestatieafspraken landen en op welke manier bijgestuurd kan worden. Het kabinet koppelt de afschaffing van de verhuurderheffing aan afdwingbare prestatieafspraken. De opgaven waar de corporaties tot 2030 voor staan, zijn in het coalitieakkoord en in deze agenda al op hoofdlijnen beschreven en gaan over beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van woningen. Die nationale opgaven gaan we voor de zomer vastleggen met vertegenwoordigers van corporaties, de Woonbond, gemeenten en provincies. Na deze bestuurlijke afspraken zal het wetsvoorstel tot afschaffen van de verhuurderheffing in september bij uw Kamer worden ingediend. De nationale opgaven worden doorvertaald in regionale afdwingbare prestatieafspraken.

Daarbij is aandacht nodig voor regionale verschillen in opgaven en middelen, waarbij we projectsteun zullen inzetten om die zo nodig te overbruggen.

We stellen corporaties in staat hun volkshuisvestelijke opgaven te realiseren De afschaffing van de verhuurderheffing stelt corporaties in staat om de volkshuisvestelijke opgaven die in deze agenda worden genoemd te realiseren. Corporaties kunnen zo hun brede maatschappelijke taak weer vervullen. Zij zijn er niet alleen om de groepen met de laagste inkomens te huisvesten in sociale huurwoningen van goede kwaliteit, maar spelen ook een actieve rol in het verbeteren van de betaalbaarheid, het verduurzamen van de bestaande voorraad, het huisvesten van middeninkomens en het verbeteren van de kwaliteit van woningen en de woon- en leefomgeving in wijken en buurten.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 23

We passen onze wet- en regelgeving aan en zorgen voor versnelling in de woningbouw Wat betreft sturing op de woningbouwopgave en de inzet van doorzettingsmacht, hebben de verschillende overheden instrumenten in handen via de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en straks de Omgevingswet. Hiermee kan verticaal sturing gegeven worden aan lokale besluiten, zoals het vaststellen van een omgevingsplan. Daarnaast brengen we in kaart of het huidige instrumentarium in de Omgevingswet straks aangevuld moet worden om verdergaande sturing mogelijk te maken. Daarbij kijken we naar aanpassing van beleid in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het opstellen van instructieregels, bijvoorbeeld in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Bouwbesluit. Om lokaal te kunnen sturen op de huisvestingsopgave, zoals die van aandachtsgroepen, kijken we nadrukkelijk ook naar het instrumentarium van de Woningwet en de Huisvestingswet 2014. Om de woningschaarste aan te pakken, continueren we de Woningbouwimpuls, die gemeenten helpt bij het snel realiseren van veelal betaalbare woningen. Zowel generiek als op locatieniveau beperken we waar mogelijk het effect van knelpunten in het bouwproces. Met gerichte kennis en expertise versnellen we het proces. Daarnaast stimuleren we het ontwikkelen en delen van ervaringen en kennis.

In gebieden waar woningbouw complex is en het woningtekort hoog, maken we met financiële ondersteuning van het Rijk en door het opheffen van knelpunten, woningbouw mogelijk.

We bouwen in overeenkomst met de behoefte We zien dat middeninkomens en starters in de knel komen. Daarom zetten we in op het vergroten van het aanbod betaalbare woningen voor middeninkomens en starters. Dit doen we door regionale afspraken te maken over de aantallen betaalbare woningen die er moeten komen en voorwaarden te stellen in de woningbouwimpuls ten aanzien van betaalbare woningen. De groeiende en vergrijzende bevolking en de veranderende samenstelling van huishoudens vragen om de realisatie van meer en beter passende woningen. We zorgen voor passende woningen die aansluiten bij de verschillen in levensfase of omstandigheden van mensen. Met andere ministeries slaan we de handen ineen om de huisvestingsproblematiek van aandachtsgroepen integraal op te lossen, zoals voor arbeidsmigranten en statushouders maar ook voor mensen die een intramurale instelling verlaten en dak- en thuisloze mensen. Deel van deze samenwerking is inzet op preventie, om te voorkomen dat personen zonder huis komen te zitten. Het snel realiseren van betaalbare woningen is voor veel mensen uit aandachtsgroepen van groot belang. Daar zetten we op in. Daarbij is het voor aandachtsgroepen ook belangrijk dat alle gemeenten een fair share van deze huishoudens huisvesten. Dit vereist dat vooral in gemeenten die nu verhoudingsgewijs een kleine voorraad hebben de sociale huurvoorraad toeneemt.

Om te zorgen dat de sociale huurvoorraad toeneemt in juist die gemeenten, stellen we het streven vast van ten minste 30 procent sociale huur in de woningvoorraad van elke gemeente. Daarmee geven we provincies, omliggende gemeenten en corporaties een middel in handen om te komen tot een meer evenwichtige verdeling van de sociale huurvoorraad en daarmee een meer evenwichtige verdeling van aandachtsgroepen. De uitwerking van dit streven nemen we mee in de prestatieafspraken die we met corporaties en medeoverheden maken. Ook sturen we op woonzorgvisies voor alle aandachtsgroepen en ouderen. Zo brengen gemeenten de behoefte aan wonen, zorg, ondersteuning en participatie in kaart, op basis waarvan bindende lokale prestatieafspraken tussen onder meer gemeenten, verhuurders en zorgaanbieders kunnen worden gemaakt. De groeiende groep ouderen vergt een andere benadering dan in het verleden. Ook hier moeten we regie nemen vanuit het Rijk. Dat betekent sturen op voldoende passende en toekomstbestendige woningen voor ouderen. Hierbij hanteren we een planmatige aanpak die anticipeert op demografische

24 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

ontwikkelingen. Naast reguliere woningen die aantrekkelijk zijn voor ouderen, zijn geclusterde woonvormen en nieuwe woonzorgvormen nodig waar zorg en ondersteuning kan worden opgeschaald als de kwetsbaarheid toeneemt. Hiertoe zetten we de Regeling ontmoetingsruimtes voor de bouw van geclusterde woonvormen in. Samen met de minister voor Langdurige Zorg en Sport (LZS) gaan we hiermee aan de slag. Ook maken we het aantrekkelijk voor ouderen om te verhuizen, zodat de doorstroming op gang komt. Dit zal tegelijk de kansen van jongere woningzoekenden op een passende woning vergroten. Voor ouderen die langer thuis willen én kunnen wonen, maken we het eenvoudiger een deel van de waarde van het huis op te nemen.

We bouwen op de juiste plek en met goede ruimtelijke kwaliteit De woonopgave kan niet los worden gezien van opgaven op het gebied van bereikbaarheid, bedrijvigheid, verduurzaming van de energievoorziening, klimaatadaptatie, landschappelijke kwaliteit, een gezond leefmilieu en natuurontwikkeling. Dat vraagt om samenhangende keuzes over wat we waar willen. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zijn hiertoe belangrijke stappen gezet. Sinds het verschijnen van de NOVI in 2020 is de problematiek achter de opgaven echter alleen maar dringender geworden. Hierdoor dreigen nationale belangen in het gedrang te komen. Dit vraagt op onderdelen aanscherping van het beleid en meer betrokkenheid en regie vanuit het Rijk. In het kader van het Uitvoeringsprogramma NOVI zal per provincie een samenhangende ruimtelijke vertaling gemaakt worden van sectorale (kwantitatieve) doelen en de bijbehorende ruimtevraag. Omdat we faseren, staat het maken van nadere ruimtelijke keuzes het versnellen van de woningbouw niet in de weg. We richten ons in eerste instantie op het versnellen van bestaande ‘harde’ plannen. Bij de plannen die nog niet ‘hard’ zijn, gaan we bekijken welke locaties potentie hebben om snel te kunnen worden ontwikkeld. Het realiseren van complexere locaties vergt meer tijd, maar is wel nodig. Zo werken we aan de realisatie van een aantal grootschalige woningbouwlocaties.

Deze locaties liggen in gebieden waar het woningtekort zo groot is, dat alleen kleine en middelgrote locaties onvoldoende zijn om toe te groeien naar het bouwen van 100.000 woningen per jaar. Met grootschalige woningbouw zorgen we tevens voor langjarige zekerheid en continuïteit van de bouwproductie. Dit vergt een zorgvuldig samenspel met andere departementen, betrokken regio’s en de markt. Voor zeven regio’s met de hoogste verstedelijkingsdruk hebben Rijk en regio samen verstedelijkings­ strategieën opgesteld. Binnen de zeven verstedelijkingsregio’s hebben we op dit moment vijftien grootschalige integrale woningbouwgebieden geïdentificeerd, waar intensieve betrokkenheid van het Rijk nodig is.25 Het gaat om de volgende grootschalige woningbouwgebieden: Amsterdam Havenstad, MRA West, MRA Oost, Rotterdam Oostflank, Den Haag CID-Binckhorst, Oude Lijn Leiden-Dordrecht, Utrecht Groot Merwede, Eindhoven internationale knoop XL, de Brabantse stedenrij, Groningen Suikerunieterrein, Groningen Stadshavens, Nijmegen stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone, Zwolle Spoorzone en Amersfoort.26 Voor een deel van de grootschalige woningbouwgebieden is de ruimtelijke afweging en de ruimtelijke inrichting nog (deels) gaande. Water en bodem worden sturend bij de ruimtelijke planvorming.

Randvoorwaardelijk bij de ontwikkeling en inrichting van grootschalige woningbouwgebieden zijn klimaatadaptatie, energie, het water- en bodemsysteem, een evenwichtige balans tussen wonen en werken en de wettelijke eisen ten aanzien van luchtkwaliteit en een gezond en veilig leefmilieu (onder andere geluid). Het kabinet investeert de komende tien jaar 7,5 miljard euro extra in infrastructuur voor de ontsluiting van nieuwe woningen in de grootschalige woningbouwgebieden en daarbuiten. Financiële ondersteuning vanuit het Rijk voor infrastructurele aanpassingen en andere bereikbaarheidsmaatregelen – of het nu

25

Aan de eerder geïdentificeerde veertien grootschalige integrale woningbouwgebieden is, na een motie van de Tweede Kamer, Amersfoort toegevoegd.

26

De afbakening van de grootschalige woningbouwlocatie Amersfoort is nog onderwerp van gesprek tussen Rijk en regio.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 25

26 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

gaat om kleine of grootschalige locaties – lopen via de procedures van het MIRT. Verder zijn er ook middelen vanuit de woningbouwimpuls beschikbaar en is er voor grootschalige gebieden ook het gebiedsbudget. Wat betreft woningbouw moeten we heel Nederland zien te benutten. Vanwege het gewenste tempo betekent dit waar nodig ook buitenstedelijk bouwen. Bij bebouwing van open ruimte zal daarbij groen meegroeien. We houden daarnaast rekening met verschillen tussen regio’s: er zijn bijvoorbeeld regio’s waar het woonvraagstuk meer kwalitatief van aard is, omdat hier geen sprake is van bevolkingsgroei. Hoewel tempo en versnelling nodig zijn, zal ook op de kwaliteit van het nieuwe aanbod moeten worden gelet. Hierbij hebben we expliciet aandacht voor de leefbaarheid. De ruimtelijke kwaliteit van nieuwe locaties is nadrukkelijk een aandachtspunt, waarbij we inzetten op circulair en natuurinclusief bouwen. We houden oog voor luchtkwaliteit en een gezond en veilig leefmilieu (onder andere geluid). Ook moeten we klimaatadaptief bouwen, zodat we droge voeten houden. Hiervoor nemen we de aanbevelingen van de Deltacommissaris als uitgangspunt.

We zorgen voor eerlijke kansen en betaalbare woonlasten We gaan veel nieuwe betaalbare woningen realiseren, waardoor we het aanbod van deze woningen vergroten. Dat is echter niet voldoende om op korte termijn de woonsituatie te verbeteren voor een grote groep mensen die in de knel zit. Daarom nemen we ook gerichte betaalbaarheidsmaatregelen om verschillende inkomensgroepen te helpen. Met de corporaties maken we afspraken over betaalbaarheid voor hun huurders. Van hogere inkomens vragen we een rechtvaardigere bijdrage. Met het maximeren van het puntenaandeel van de WOZ-waarde in het woningwaarderingsstelsel voorkomen we dat woningen binnen korte tijd uit het gereguleerde segment verdwijnen door de sterke stijging van de huizenprijzen. Voor middeninkomens maken we de huurmarkt toegankelijker. Met huurprijsbescherming gaan we de aanvangshuren in het middensegment begrenzen, in aanvulling op de begrenzing van de jaarlijkse huurprijsstijging die al is ingevoerd. De beschikbaarheid van betaalbare koopwoningen in de bestaande voorraad verbeteren we door de positie van (startende) kopers te verbeteren. We onderzoeken ondersteuning van starters bij het kopen van een woning, bijvoorbeeld door een nieuwe vorm van premie A-woningen. Daarnaast zetten we in op het toewijzen van betaalbare woningen aan de mensen die daar het meest bij gebaat zijn.

Gemeenten krijgen meer ruimte om woningen toe te wijzen aan mensen met lokale binding en het wordt mogelijk om via een huisvestingsverordening betaalbare koopwoningen toe te wijzen aan de juiste doelgroep. Met de opkoopbescherming worden koopstarters beschermd en worden beleggers geweerd uit door de gemeente aan te wijzen wijken. Deze wet is per 1 januari 2022 in werking getreden. Andere maatregelen die de betaalbaarheid van koopwoningen bevorderen zijn het afschaffen van de verruimde schenkings­ vrijstelling en het niet aanscherpen van de loan-to-value. Voor starters wordt bij het aanvragen van een hypotheek de actuele stand van de studieschuld bepalend. We verstevigen de positie en bescherming van huurders, bijvoorbeeld via de Wet goed verhuurderschap27 en door de gang naar de huurcommissie te vereenvoudigen. Het traject om het koopproces te verbeteren zetten we voort, waarbij we de afspraken over het verbeterplan voor makelaars volgen en deze afspraken waar nodig wettelijk verankeren.

27

Momenteel wordt er een artikel 2-onderzoek op basis van de Wet financiële-verhoudingen uitgevoerd om de uitvoeringskosten van dit wetsvoorstel voor gemeenten in kaart te brengen. Financiële dekking van deze uitvoeringskosten voor gemeenten is voorwaardelijk voor invoering van de wet. De dekking zal worden bezien tijdens de voorjaarsbesluitvorming.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 27

We verbeteren de financiële prikkels in de woningmarkt We zoeken naar een nieuwe balans tussen het vergroten van het aanbod en de betaalbaarheid van dat aanbod voor starters en personen met een middeninkomen. Institutionele beleggers zijn belangrijk om het aanbod van nieuwbouwwoningen en middenhuurwoningen te realiseren. Het moet daarom aantrekkelijk voor hen blijven om te investeren in nieuwbouw en om middenhuurwoningen aan te bieden. Naast regulering van de aanvangshuurprijzen in het middensegment, zorgen we ervoor dat de positie van starters en mensen met een middeninkomen ten opzichte van beleggers wordt verbeterd. Vanaf dit jaar hebben gemeenten de mogelijkheid een opkoopbescherming in te stellen als er in een gebied een tekort is aan betaalbare koopwoningen. Verder is een evenwichtige fiscale behandeling van belang. We verkleinen de financiële prikkels die ertoe leiden dat de woningmarkt een te grote aantrekkingskracht heeft op beleggers die in korte tijd een buitensporig rendement willen maken. Na de differentiatie van de overdrachtsbelasting die in 2021 is ingegaan, waarbij koopstarters eenmalig vrijgesteld worden van overdrachtsbelasting en beleggers 8 procent gaan betalen, verhogen we dit tarief voor onder andere beleggers in 2023 verder naar 9 procent.

Het verhuren van vastgoed in box 3 wordt zwaarder belast door de afschaffing van de leegwaarderatio in 2023 en de hervorming van box 3 richting werkelijk rendement in 2025.

We versnellen de verduurzaming van de gebouwde omgeving Een gebouw is pas kwaliteitsvol wanneer het klaar is voor de toekomst. Daarom verduurzamen we de gebouwde omgeving door de vraag naar warmte en koeling te verkleinen, de overstap naar duurzame alternatieven voor aardgas te stimuleren en het gebruik van duurzame bouwmaterialen te bevorderen. Om die versnelling te kunnen realiseren en duurzame woningen en andere gebouwen voor iedereen binnen bereik te brengen, gaan we de komende jaren op programmabasis aan de slag. Met heldere doelen en tussenstappen. Woningen met de slechtste energieprestatie zullen als eerste worden geïsoleerd en cv-verwarmingsketels zullen stapsgewijs worden vervangen door (hybride) warmte­ pompen. Dit is belangrijk voor het halen van de klimaatdoelen, maar ook voor de betaalbaarheid van de energierekening. We gaan de randvoorwaarden voor het aanleggen van een nieuwe warmteinfrastructuur en de ontwikkeling van duurzame warmtebronnen verbeteren. Daarnaast gaan we aardgas bijmengen met groen gas. We gaan over de noodzakelijke versnelling met corporaties, netbeheerders, gemeenten en marktpartijen zo concreet mogelijke afspraken maken. Die zullen ook betrekking hebben op de beschikbare menskracht die nodig is voor de uitvoering.

Tevens gaan we de mix van normeren, beprijzen en subsidiëren voor verschillende segmenten in de gebouwde omgeving, zoals de woningbouw en de utiliteitsbouw, opnieuw bekijken. We verwachten grotere en snellere stappen van professionele gebouweigenaren, geven prioriteit aan de gebouwen met de slechtste energieprestatie en gaan kwetsbare doelgroepen in de energietransitie beter ondersteunen. Daar waar normering een logische en effectieve keuze is, proberen we zo veel als mogelijk aan te sluiten bij natuurlijke momenten, zoals het moment van overdracht, vervanging of renovatie. Ook de kaders en richtlijnen van de Europese Unie zijn daarbij relevant.

We verbeteren de veiligheid en leefbaarheid van kwetsbare gebieden We hebben ook oog voor de sociale kant van wonen. Wonen en samenleven – het fysieke en sociale domein – zijn nauw verweven. Volkshuisvesting gaat over het bouwen van gemeenschappen. Ook bij het leefbaarder maken van wijken zet de Rijksoverheid een stap naar voren. Bijzondere aandacht krijgen zestien stedelijke vernieuwingsgebieden die uitdagingen kennen op het vlak van veiligheid en leef­ baarheid. Door middel van een gebiedsgerichte inzet gaat het kabinet samen met lokale partijen, zoals scholen, werkgevers, de politie en corporaties, onder leiding van de burgemeester, langjarig en dus integraal hardnekkige en gestapelde problemen te lijf. In deze gebieden is ook een extra (financiële) rijksinzet via het Volkshuisvestingsfonds nodig. Dat betekent niet dat onze inzet zich beperkt tot deze

28 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

gebieden. Ook voor andere kwetsbare gebieden blijven deze middelen bereikbaar. We vragen woningcorporaties bij te dragen aan de leefbaarheid van kwetsbare gebieden, bijvoorbeeld door herstructurering. Om een integrale aanpak van het Rijk mogelijk te maken, vernieuwen we het juridisch instrumentarium en onderzoeken we of rijksmiddelen meer ontschot en gebiedsgericht kunnen worden ingezet. Daarnaast werken we aan de doorontwikkeling van de aanzet die is gemaakt wat betreft kennisontwikkeling en –overdracht.

We stimuleren innovatie in de bouw Om een hoog productietempo in combinatie met betaalbare kosten en duurzame kwaliteit te kunnen realiseren, is een omslag in de bouwsector nodig. We moeten voor grootschalige woningbouwproductie en verduurzaming minder afhankelijk zijn van traditionele bouwmethoden. Er zijn weliswaar steeds meer mooie voorbeelden van een nieuwe bouwcultuur, maar die worden nog onvoldoende breed toegepast. De komende jaren zetten we verdere stappen om innovatie in de bouw verder en beter in te bedden in het missiegedreven innovatiebeleid. Dit doen we samen met de ontwerp-, bouw- en technieksector, vertegenwoordigd in het Bouw Techniek en Innovatie Centrum (BTIC), Mensen Maken de Transitie, en het Bouwberaad. Via innovatie in de bouw verminderen we tegelijk het tekort in de bouwcapaciteit. De stappen die we willen zetten, betreffen digitalisering, standaardisatie en industrialisatie in de bouw. Daarnaast gaat het om afstemming van opdrachtgevers en andere vormen van procesinnovatie en ketensamenwerking, zodat er meer continue bouwstromen ontstaan. Ook zetten we innovatie in om te borgen dat bouwactiviteiten voldoende klimaatadaptief, natuurinclusief en circulair zijn, waarmee we er onder andere voor zorgen dat stikstof en soortenbescherming geen vertragende factor zijn bij de bouw en verduurzaming van woningen.

De aankomende herziening van de Europese bouwproducten-verordening is bij dit streven een steun in de rug. Hiervoor zullen voorstellen voor normering, publiek opdrachtgeverschap en duurzaam aanbesteden verder worden doorontwikkeld. We sluiten daarbij aan bij de aanscherping van de Milieuprestatie voor gebouwen en bij de ambities in het kader van het stikstofbeleid voor emissievrij bouwen.28 Daarnaast gaan we aan de slag met het ontwikkelen van groennormen voor gebouwen en voor de afstand tot groen voor bewoners. We zorgen hierbij voor maatwerk.

We vergroten de capaciteit en uitvoeringskracht We gaan gemeenten ondersteunen bij het verbeteren van de capaciteit, kennis en uitvoeringskracht op het gebied van de woningbouw en de verduurzaming. In het coalitieakkoord zijn op basis van een advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) uitvoeringskosten opgenomen voor de klimaatopgave, oplopend naar 800 miljoen euro per jaar.29 Belangrijk onderdeel in het advies betrof de uitvoeringskosten voor de wijkgerichte aanpak van de verduurzaming in de gebouwde omgeving. Voor het versnellen van de woningbouw worden pilots uitgevoerd om te laten zien dat het voortraject van woningbouw maar ook het realisatieproces sneller kunnen. Daarbij wordt gekeken naar innovaties als digitalisering en industrieel bouwen. Ook gaan we periodiek onderzoek uitvoeren naar de doorloop­ tijd van plan naar realisatie bij de woningbouw en op basis daarvan knelpunten identificeren en oplossen. Het Expertteam Woningbouw zetten we in om gemeenten en provincies te helpen bij woningbouw­ plannen die stagneren. Voor het oplossen van de arbeidsmarkttekorten sluiten we aan bij verschillende lopende trajecten. Er is een rijksbrede aanpak gericht op de brede arbeidsmarktkrapte en een actieplan groene banen gericht op de arbeidsmarkt voor de energietransitie. Tot slot houden we oog voor de beschikbaarheid van benodigde bouwmaterialen.

28

De aanscherping Milieuprestatie voor gebouwen is aangekondigd in een brief aan de Tweede Kamer: Kamerstukken II, 2019–2020, 32 852, nr. 94.

29

Raad voor het Openbaar Bestuur (2021). Van Parijs naar praktijk: bekostiging en besturing van de decentrale uitvoering van het klimaatakkoord.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 29

30 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

4 Programma’s en actielijnen Voor de uitwerking van de acties die we in het vorige hoofdstuk noemen, hanteren we een programmatische aanpak. De komende jaren werken we langs de lijnen van zes programma’s: • Programma Woningbouw • Programma Betaalbaar wonen • Programma Een thuis voor iedereen • Programma Wonen en zorg voor ouderen • Programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving • Nationaal programma Leefbaarheid en veiligheid In dit hoofdstuk worden de programma’s in eerste aanzet toegelicht. Deze zullen verder worden uitgewerkt volgens onderstaande planning. De programmatische aanpak vraagt om nauwe samenwerking met medeoverheden, corporaties, bouwbedrijven, maatschappelijke en burgerorganisaties, koepels en brancheorganisaties, opleidingsinstituten en departementen. Een veelkoppig probleem horen we met vele hoofden en handen op te lossen. Figuur 8: Planning programma’s Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2022

Bron: BZK

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 31

Programma Woningbouw Doel programma Het doel is het realiseren van de groei naar het bouwen van 100.000 woningen per jaar in deze kabinetsperiode (inclusief flex- en transformatiewoningen en splitsing) en het realiseren van 900.000 woningen tot en met 2030. We streven ernaar dat ten minste twee derde van de woningen betaalbare huur- en koopwoningen zijn, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd. Om de al in gang gezette woningbouwprojecten geen vertraging te laten oplopen door nieuwe betaalbaarheidsvereisten, zal dit streven gelden voor nieuwe projecten. We streven ernaar dat vanaf 2025 twee derde betaalbare huur- en koopwoningen in alle projecten de norm kan worden.

Actielijnen Om deze drie gestelde doelen te halen, werken we langs vier actielijnen: • Actielijn 1: Het versterken van regie We zorgen ervoor dat via prestatieafspraken alle gemeenten, provincies, corporaties en Rijk hun deel van de taak en verantwoordelijkheid nemen voor voldoende betaalbare woningen, de groei naar 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar deze kabinetsperiode en de bouw van 900.000 woningen tot en met 2030. • Actielijn 2: Het versnellen van het proces van initiatief naar realisatie We zorgen dat het proces van het realiseren van een woning efficiënter en ingekort wordt. Zowel generiek als op locatieniveau beperken we het effect van knelpunten in het bouwproces met oog voor kwaliteit en toekomstbestendigheid van de woning en leefomgeving. We kijken daarbij naar de korte en middellange termijn. Dit doen we samen: Rijk, medeoverheden, corporaties, marktpartijen en maatschappelijke organisaties. • Actielijn 3: Het stimuleren van snelle woningbouw We maken woningbouw mogelijk door gemeenten te ondersteunen: financieel en met hulp bij specifieke oplossingen, zoals flex- en transformatiewoningen en betaalbare woningen. Zo kunnen onhaalbare projecten wel mogelijk worden gemaakt. • Actielijn 4: Het bouwen op grootschalige locaties Grootschalige woningbouw is nodig in een aantal gebieden.

Het woningtekort is daar zo groot, dat kleine en middelgrote locaties onvoldoende goede betaalbare woningen opleveren om 900.000 woningen tot 2030 te realiseren. Deze grootschalige woningbouw zorgt ook voor langjarige zekerheid en continuïteit van de bouwproductie op de middellange en lange termijn.

32 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Instrumenten Om het doel te kunnen bereiken worden de volgende instrumenten ingezet: • Prestatieafspraken: We maken bindende, wederkerige prestatieafspraken met provincies over te realiseren woonvoorraad. Met corporaties en gemeenten maken we afdwingbare en wederkerige prestatieafspraken over de bouw van 250.000 sociale huurwoningen en 50.000 middenhuurwoningen. • Woondeals: Hiermee worden bestuurlijke afspraken gemaakt over o.a. woningbouwaantallen, programmering en betaalbaarheid, waarbij er aandacht is voor de haalbaarheid en de benodigde uitvoerende ondersteuning. Tevens wordt de regionale samenwerking verbeterd. • Optimaliseren juridisch instrumentarium: Het huidige instrumentarium zal beter worden ingezet en waar nodig zal additionele wet- en regelgeving worden doorgevoerd. • Financiële regelingen: Succesvolle regelingen zoals de WBI en flexpools kunnen een vervolg krijgen. • Inzet van experts om pro-actief te ondersteunen: vanuit het Rijk ondersteunen we medeoverheden en de bouwsector pro-actief met onder andere capaciteit en expertise. • Extra financiële middelen voor meer capaciteit bij de Raad van State. Hierdoor kan vertraging in beroepsprocedures worden voorkomen en kan kennis en kunde bij de Raad van State worden benut voor adviezen over het versnellen van procedures.

• Best practices: Het uitwisselen van goede voorbeelden van (innovatieve) bouwmethoden met andere landen. • Monitoringsysteem: Er worden monitoringssystemen opgezet om ontwikkelingen beter en sneller in beeld te krijgen. • Rapportages: Door middel van rapportages zal de Tweede Kamer twee keer per jaar worden geïnformeerd over de voortgang, zodat waar nodig actief kan worden bijgestuurd. In het programma Woningbouw wordt hierop verder ingegaan.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 33

Programma Betaalbaar wonen Doel programma Het doel is te zorgen dat woonlasten voor meer mensen in redelijke verhouding zijn tot het inkomen en dat meer mensen een voor hen passende en betaalbare woning kunnen krijgen. Daarbij kijken we naar het aantal mensen met lage en middeninkomens dat een te hoge huur- of koopquote heeft in relatie tot de budgetruimte volgens de toepasselijke Nibud-begroting.

Actielijnen Om deze doelstelling te bereiken richten we ons niet alleen op de woonlasten, maar ook op de vraag of mensen passend wonen voor hun inkomen en gezinssituatie. In het programma willen we dus zo gericht mogelijk maatregelen nemen op doelgroepen die problemen ervaren met de betaalbaarheid en tegelijkertijd zorgen dat het functioneren van de woningmarkt nu en later wordt verbeterd. Het programma heeft drie actielijnen: • Actielijn 1: aantal mensen met te hoge woonlasten (volgens Nibud) verminderen • Actielijn 2: aantal mensen met lage en middeninkomens dat toegang krijgt tot passende/betaalbare woningen vergroten • Actielijn 3: betere bescherming van huurders en kopers • Actielijn 1: Het verminderen van het aantal huishoudens met te hoge woonlasten Voor lage inkomens kijken we – naast de in het coalitieakkoord aangekondigde verhoging van het wettelijk minimumloon en de uitkeringen – naar het huurbeleid en huurtoeslag om de betaalbaarheid te verbeteren. • Inzet is om de beschikbare instrumenten zoals de huurverlaging voor lage inkomens en de huur­ bevriezing zo gericht mogelijk in te zetten op de mensen die het nodig hebben. Voor huishoudens met een hoger inkomen verhogen we de huur zo gericht mogelijk in stappen naar de markthuurprijs. • Met de aanpassing van de huurtoeslag verbreden we de doelgroep en ondersteunen we meer mensen met een laag inkomen.

De overgang naar normhuren maakt de huurtoeslag alleen afhankelijk van het inkomen en versterkt de prikkel om een passende woning voor het inkomen te zoeken. • We maken afspraken met alle relevante belanghebbenden, zoals de Woonbond en Aedes over onder andere betaalbaarheid. • Verder kijken we in het programma naar afspraken over maatwerk bij inkomensdaling, zoals tijdelijke huurkortingen. Ook bekijken we hoe we door woningen te verduurzamen huishoudens minder kwetsbaar kunnen maken voor energiearmoede. • Voor middeninkomens maken we huurwoningen meer betaalbaar door prijsregulering. We houden daarbij oog voor voldoende investeringen in middenhuur door institutionele beleggers. Om te toetsen hoe regulering er het beste uit kan zien, worden in een drietal gemeenten simulaties (zogenaamde botsproeven) uitgevoerd. • Actielijn 2: Zorgen dat mensen een woning kunnen vinden die bij hen past Voor alle doelgroepen geldt dat er meer woningen moeten komen door de bouw van meer betaalbare koop- en huurwoningen (zie programma Woningbouw, programma Een thuis voor iedereen en programma Wonen en zorg voor ouderen). Maar het is ook belangrijk de bestaande woningen beter te benutten. Daarbij gaat het om het herverdelen van schaarste zodat mensen gelijkere kansen krijgen en de woning aansluit bij de woonwensen. • Betaalbare woningen moeten ook terecht komen bij de juiste mensen.

Hier willen we met het toewijzen van woningen aan bijdragen. We kijken daarbij naar zowel sociale huur, middenhuur als betaalbare koopwoningen.

34 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

• Voor middeninkomens moet een huurwoning niet het eindstation zijn als zij dat niet willen. Zeker als mensen aan gezinsvorming beginnen, willen we ervoor zorgen dat ze betere toegang krijgen tot de koopmarkt. Daarom gaan we koopstarters helpen, bijvoorbeeld door een vorm van premie A. Daarnaast bieden we ruimte voor alternatieve woonvormen en coöperatieve initiatieven. • De beschikbaarheid van betaalbare koopwoningen in de bestaande voorraad kan worden verbeterd door de positie van (startende) kopers ten opzichte van beleggers te versterken. Denk hierbij aan de wijziging van de overdrachtsbelasting en de aanpassingen in box 3 om huurinkomsten te belasten, maar ook aan de opkoopbescherming. Daar hebben vooral koopstarters en middeninkomens profijt van. • We schaffen de schenkingsvrijstelling af. De loan-to-value (de verhouding tussen de hoogte van de hypotheek en de waarde van het huis) wordt niet aangepast en voor starters wordt bij het aanvragen van een hypotheek de actuele stand van de studieschuld bepalend. Verder krijgen huurders van grondgebonden corporatiewoningen onder bepaalde voorwaarden de kans om de woning te kopen. • Ook de Leegstandwet en de Wet toeristische verhuur draagt eraan bij dat mensen beter een woning kunnen vinden die bij hen past.

• Actielijn 3: Het verbeteren van de bescherming van kopers en huurders Het primaire doel van deze actielijn is om woonconsumenten zelf aan het roer te krijgen in het huur- of koopproces en hen te beschermen als zij hierin worden gehinderd. In een krappere markt waarin je als koper of huurder afhankelijk bent van derden, ontstaat er meer ruimte voor personen en organisaties om hier misbruik van te maken en kwetsbare mensen onder druk te zetten. Beperkte transparantie van de bestaande processen zorgt er daarnaast voor dat woonconsumenten niet voor zichzelf kunnen opkomen. Daarom zijn extra maatregelen nodig om dit tegen te gaan. • We maken een einde aan oneerlijke praktijken die kunnen gedijen door de druk die uitgaat van het woningtekort. Er is dus geen plek voor makelaars die onder een hoedje spelen over de rug van een koper. Ook worden malafide verhuurders aangepakt. • Daarnaast breiden we rechten uit waar nu onzekerheid bestaat, versterken we ze waar bestaande regels tekortschieten en zorgen we ervoor dat je niet alleen je recht hebt, maar dat ook krijgt. • Een breed scala aan maatregelen geeft invulling aan deze doelstelling.

Denk daarbij aan de Wet goed verhuurderschap,30 het verbeterplan makelaars koopproces en het biedlogboek waarmee makelaars moeten gaan werken, de vereenvoudiging van het Woningwaarderingsstelsel en de gang naar de Huurcommissie, het beperken van generieke tijdelijke huurcontracten, het convenant transparantie huurprijzen en de aanpak discriminatie op de woningmarkt.

30

Momenteel wordt er een artikel 2-onderzoek op basis van de Wet financiële-verhoudingen uitgevoerd om de uitvoeringskosten van dit wetsvoorstel voor gemeenten in kaart te brengen. Financiële dekking van deze uitvoeringskosten voor gemeenten is voorwaardelijk voor invoering van de wet. De dekking zal worden bezien tijdens de voorjaarsbesluitvorming.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 35

Programma Een thuis voor iedereen (aandachtsgroepen) Doel programma Voor sommige mensen geldt dat ze minder kans hebben bij het vinden van passende woonruimte of dat hun woonbehoefte extra urgent is. Omdat ze zich in een kwetsbare situatie bevinden, afhankelijk zijn van extra zorg of begeleiding, of omdat zij hun leven (opnieuw) moeten opbouwen. Zoals mensen met sociale en/of medisch urgentie, mensen die uitstromen uit een intramurale situatie, dak- en thuisloze mensen en statushouders. Bij de grondwettelijke zorg van de overheid voor voldoende woongelegenheden hoort in het bijzonder de aandacht uit te gaan naar deze mensen. We willen dat er voor mensen uit aandachtsgroepen voldoende betaalbare woningen zijn, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en waar nodig met de juiste zorg, opvang, ondersteuning en begeleiding.

Actielijnen Het programma legt het brede fundament voor het verbeteren van de huisvesting voor mensen uit aandachtsgroepen. Dit doen we met een generieke aanpak langs vier actielijnen. Gezien de grote diversiteit aan omstandigheden waarin mensen zich bevinden, kan er naast een generieke aanpak ook een specifieke aanpak nodig zijn. Om aan die verschillen recht te doen, komt er in ieder geval een specifieke aanpak voor dak- en thuisloze mensen, voor arbeidsmigranten en studenten. • Actielijn 1: Het realiseren van voldoende betaalbare en passende woningen Er is een groot tekort aan met name betaalbare woningen. Met het oog op passende woningen voor mensen met een laag inkomen, waaronder aandachtsgroepen, is een toename nodig van het aandeel sociale huur in de woningvoorraad. Met het programma Woningbouw wordt de realisatie van betaalbare woningen opgepakt. Hier komen de programma’s Woningbouw en Een thuis voor iedereen samen. • Actielijn 2: Zorgen voor een evenredige verdeling over alle gemeenten Voor vitale en leefbare wijken is het belangrijk dat er mensen met diverse achtergronden wonen. We willen een evenwichtiger verdeling van mensen uit aandachtsgroepen over gemeenten. Daartoe hanteren we het streven dat elke gemeente ten minste 30 procent sociale huur in de woningvoorraad heeft.

De uitwerking van dit streven nemen we mee in de prestatieafspraken die we met corporaties en medeoverheden maken. • Actielijn 3: Het combineren van wonen, zorg, welzijn en werk Een thuis is voor de mensen die we willen helpen met dit programma meer dan een huis alleen. Passende huisvesting en zorg, begeleiding of ondersteuning moeten gelijktijdig gerealiseerd worden. Daartoe werken we toe naar de volgende aanpak. Op gemeentelijk en provincieniveau worden de woon- en zorgbehoeften in kaart gebracht. Gemeenten werken in verplichte verbrede woonzorgvisies uit hoe zij invulling geven aan de verschillende behoeften van aandachtsgroepen en stemmen dit regionaal af. De woonzorgvisies vormen de basis voor gemeenten om op lokaal niveau bindende afspraken te maken met woningcorporaties, particuliere verhuurders, zorgaanbieders/zorgkantoren en andere partijen in het fysiek en sociaal domein over de prestaties die geleverd moeten worden om aan de woon- en zorgbehoeften te voldoen. • Actielijn 4: Het inzetten op preventie Zo veel mogelijk voorkomen dat mensen tot een aandachtsgroep gaan behoren, is niet alleen voor de betrokkene, maar ook de maatschappij als geheel winst. Het voorkomen van dakloosheid heeft hierbij prioriteit.

Bij deze actielijn hoort ook de brede schuldenaanpak, participatie, inburgering, de zorg voor veiligheid en bovenal de zorg voor kwetsbare jongeren zodat zij een goede start op de woningmarkt kunnen maken.

36 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Zorgen voor voldoende betaalbare woningen met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding, evenwichtig verdeeld over gemeenten, vereist inzicht in de woon- en zorgbehoeften van mensen uit aandachtsgroepen. Veel scherper dan nu dient de opgave in beeld te zijn, zowel landelijk, regionaal als lokaal. Dat vraagt om duidelijker definities en beter zicht op de aantallen. We werken indicatoren uit aan de hand waarvan we kunnen vaststellen of de huisvestingspositie van mensen uit aandachtsgroepen verbetert. Daarbij moet bedacht worden dat sommige aandachtsgroepen behoefte hebben aan een ander type woonplek voor een passend thuis dan een gehele woning. Denk aan studenten of arbeidsmigranten, waar het ook kan gaan om onzelfstandige woonruimten als kamers en gedeelde woonruimten. Hier houden we in het programma rekening mee. We werken aan een integrale ondersteuningsstructuur om in het bijzonder de gemeenten bij de opgave te faciliteren. Samen met de departementen van VWS, SZW, JenV en OCW, met medeoverheden, Aedes en andere stakeholders werken we het programma uit. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening coördineert het programma.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 37

Programma Wonen en zorg voor ouderen In dit programma werken BZK en VWS samen. We bouwen daarbij voort op de bestuurlijke afspraken Wonen en zorg voor ouderen van 8 april 2021 met de partners van de Taskforce Wonen en Zorg, de VNG, Aedes, Actiz en ZN.

Doel Programma Het doel van het programma is het bouwen van meer reguliere woningen voor ouderen en het bouwen van geclusterde woon(zorg)vormen. Bij de woon(zorg)vormen kan de zorg en ondersteuning voor ouderen worden opgeschaald als de kwetsbaarheid toeneemt en zitten zij in een omgeving met voldoende voorzieningen. Dit draagt eraan bij dat ouderen langer zelfstandig kunnen wonen en beperkt het beroep op verpleeghuisplekken die voor de ernstig kwetsbaren nog wel nodig zijn. Ook kan worden voldaan aan de woonwensen van grote groepen ouderen door aantrekkelijke reguliere woningen te bouwen die geschikt zijn voor prettig ouder worden. Veel (toekomstige) ouderen bezitten een koopwoning en zouden op termijn een overstap kunnen maken naar een meer passende woning, mits die voldoet aan hun wensen. Wanneer zij verhuizen bevordert dit de doorstroming op de woningmarkt.

Actielijnen • Actielijn 1: Het versnellen van de woningbouw Deze actielijn betreft het realiseren van woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. Het versterken van de regie op ouderenhuisvesting doen we door heldere afspraken te maken met gemeenten en regio’s. Voor een concrete doelstelling zullen we met de betrokken partijen bespreken of de aantallen te bouwen woningen voor ouderen uit de bestaande bestuurlijke afspraken geactualiseerd moeten worden. Om te zorgen dat deze woningen worden gebouwd, zullen we inzichtelijk maken wat de knelpunten hiervoor zijn en hoe we deze kunnen adresseren. Tevens is het van belang de bouw van deze woningen te stimuleren vanuit het Rijk. Daarvoor bestaan nu twee stimuleringsregelingen: • De Stimuleringsregeling ontmoetingsruimtes in ouderenhuisvesting vanuit het ministerie van BZK. In totaal is hiervoor 38 miljoen euro beschikbaar. • De Stimuleringsregeling wonen en zorg (VWS) helpt bewonersinitiatieven en sociale ondernemers met de financiering van een woonzorgvorm. Een belangrijk middel om te zorgen dat de woningen gebouwd worden, is regie nemen vanuit het Rijk. Binnen de huidige bestuurlijke afspraken krijgt de regie vorm door het stimuleren en aanspreken van partijen, zodat de opgave voor ouderenhuisvesting wordt opgepakt. Dit is in lijn met de inzet van de Taskforce Wonen en Zorg. Hierin zijn goede stappen gezet.

Zo heeft vrijwel elke gemeente nu een woonzorgvisie. Wel hebben nog weinig gemeenten concrete doelen opgenomen in de prestatie­ afspraken en/of uitvoeringsprogramma’s. Ook de verbinding met verpleegzorg is in weinig gemeenten gemaakt. Beide jagen we verder aan binnen dit programma. We maken heldere afspraken op het niveau van gemeente en regio. Daarbij bouwen we voort op het werk van de bestuurlijke afspraken, maar dan steviger. Een middel hierbij kan bijvoorbeeld zijn om de woonzorgvisie wettelijk vast te leggen. We sluiten waar het kan aan op de brede regie die binnen het programma Woningbouw wordt uitgewerkt.

38 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

• Actielijn 2: Het vergroten van doorstroming De verhuisgeneigdheid onder ouderen is laag. Tegelijkertijd kan een kleine stijging van het aandeel ouderen dat verhuist al zorgen voor betere doorstroming op de woningmarkt. Doorstroming begint bij het juiste aanbod voor ouderen. In aanvulling daarop zullen we bekijken hoe we het voor ouderen makkelijker en aantrekkelijker kunnen maken om te verhuizen. Zowel voor mensen met een koopwoning als met een huurwoning. Er kunnen diverse interventiecategorieën worden onderscheiden. Dit zijn: 1 een passend woningaanbod; 2 het op weg helpen van ouderen (informeren); 3 het ontzorgen van ouderen (bijvoorbeeld de verhuizing organiseren); 4 een prijsprikkel realiseren (huurstijging voorkomen); 5 voorrang verlenen. We zullen hierbij ook inzichten uit de gedragswetenschappen betrekken. Daarnaast brengen we in kaart wat de mogelijkheden zijn om woningen toe te wijzen aan ouderen. Naast deze actielijnen op het gebied van wonen worden in het kader van de zorg en ondersteuning diverse maatregelen uitgewerkt waarin de minister voor Langdurige Zorg en Sport het voortouw heeft.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=dbadf689-ed0a-47c9-8b7b-4149971a45ad