CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Raadsinformatiebrief Woonwensenonderzoek 2023 Vught

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-B Schriftelijke mededelingen van college of griffie29.287 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vught Raadsinformatiebrief Datum Onderwerp Zaaknummer Documentnr.

28 mei 2024 Woonwensenonderzoek 2023 Vught Z24 - 276257 UIT/24 - 616889

Bijgaand ontvangt u het woonwensenonderzoek 2023 Vught. Inleiding Het Woonwensenonderzoek heeft betrekking op de vraag of inwoners tevreden zijn met hun huidige woning en woonomgeving door een antwoord op de vragen te krijgen op `wie willen er verhuizen en waarom? wat willen mensen als zij verhuizen en waar willen zij wonen? Bij de analyse van de uitkomsten staan drie doelgroepen centraal: * thuiswonende jongeren van 18 t/m 30 jaar (en degenen met een verhuiswens noemen we starters) *zelfstandig wonende huishoudens tot 65 jaar (en degenen met een verhuiswens noemen we doorstromers tot 65 jaar) *zelfstandig wonende huishoudens van 65 jaar en ouder (en degenen met een verhuiswens noemen we doorstromers vanaf 65 jaar of senioren) Aan het woonwensenonderzoek 2023 hebben, behalve de gemeente Vught, de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxtel, 's-Hertogenbosch, Heusden, Maashorst, Meierijstad, Oss en SintMichielsgestel meegedaan. Het woonwensenonderzoek 2023 sluit goed aan bij de eerdere woonwensenonderzoeken (2003, 2007, 2011, 2015, 2019). Een deel van de onderzoeksvragen is gelijk, waardoor resultaten op trends geanalyseerd kunnen worden. Voorgeschiedenis

Elke vier jaar houdt de gemeente Vught een woonwensenonderzoek onder haar inwoners. Het woonwensenonderzoek 2023 is een vervolg op eerdere woonwensenonderzoeken (2003, 2007, 2011, 2015, 2019). Een deel van de onderzoeksvragen is gelijk, waardoor resultaten op trends geanalyseerd kunnen worden. Inhoudelijk 1.1 Het Woonwensenonderzoek 2023 is een kwalitatief onderzoek en sluit aan bij eerdere onderzoeken De onderzoeksresultaten worden o.a. gebruikt voor (analyses voor) woningbouwprogramma's, beleid en prestatie-afspraken met woningbouwcorporaties. Het onderzoek is een kwalitatieve vertaling en verdieping van kwantitatieve reeds beschikbare gegevens over de doelgroep woningzoekenden, zoals de woningmarktmonitor. Vanwege het feit dat de absolute aantallen van de onderzoeksgroep klein zijn, wordt voornamelijk gewerkt met percentages. Het is mogelijk om naar aanleiding van dit basisonderzoek aanvullende onderzoeken te doen die gebruikt kunnen 1/3

Vught

k.

worden voor nadere verdieping van de cijfers en beleid. Bijvoorbeeld om in beeld te brengen hoe de woningvoorraad van Vught en de directe omgeving eruit ziet in relatie tot de woonwensen die in Vught leven. De ervaring is dat deelnemers de vragenlijsten realistisch invullen; dus dat zij serieus naar hun eigen behoeften in relatie tot hun (financiële) mogelijkheden kijken. Ruim 1.800 inwoners hebben meegedaan In totaal hebben 1.834 inwoners uit de gemeente Vught meegewerkt aan het woonwensenonderzoek. Daarvan zijn 1.550 zelfstandig wonende huishoudens en 284 thuiswonende jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 30 jaar. Bewoners konden de vragenlijst via internet en schriftelijk invullen. Het betreft een representatieve steekproef en de resultaten kunnen daardoor worden geëxploreerd naar alle inwoners van Vught. Bewoners die niet in de steekproef zaten, konden de vragenlijst invullen via een `open link'. Het veldwerk vond plaats in de maanden mei en juni 2023. Belangrijkste bevindingen per doelgroep Jongeren t/m 30 jaar: Van de 2.000 thuiswonende jongeren zijn er 500 ouder dan 23 jaar. 50% thuiswonende jongeren wil zeker en 34% wil mogelijk verhuizen. 47% van de jongeren wil huren, 29% kopen en 24% heeft geen voorkeur. 60% blijft het liefst in Vught wonen.

Zelfstandig wonende huishoudens <65 jaar (met verhuiswens= doorstromer) De groep bestaat uit_8.600 huishoudens, waarvan 2.700 van 55 tot 65 jaar. 12% wil zeker en 27% wil mogelijk verhuizen vanwege woning. 31% van hen wil huren, 56% wil kopen en 13% heeft geen voorkeur. 71% blijft het liefst in Vught wonen, waarvan 17% liefst ook in eigen buurt. Zelfstandig wonende huishoudens >65 jaar (met verhuiswens= doorstromer) De groep bestaat uit_4.800 huishoudens, waarvan 2.400 75-plussers. Er zijn 1.700 doorstromers vanaf 65 jaar. 7% van hen wil zeker en 28% wil mogelijk verhuizen. 14% doorstromers vanaf 65 jaar wil zo snel mogelijk verhuizen vanwege gezondheid of behoefte aan zorg (39%) of vanwege de woning (37). 82% van deze doelgroep blijft het liefst in Vught wonen, waarvan 20% het liefst in eigen buurt. De uitkomsten van het woonwensenonderzoek worden meegenomen in de herijking van de nieuw op te stellen woonvisie. Leeswijivr bij de tabellen De tabellen in dit rapport zijn in veel gevallen voorzien van een totaalkolom met absolute aantallen. Waar mogelijk zijn deze cijfers ontleend aan de Databank Woningmarktmonitor. Niet alle relevante huishoudens- en woningkenmerken zijn daarin echter opgenomen, zodat sommige aantallen geraamd zijn op basis van de uitkomsten van het woonwensenonderzoek. Aantallen zijn steeds afgerond op honderdtallen.

Vanwege deze afronding wijken optellingen soms af van het totaal. De enquêteresultaten worden doorgaans gepresenteerd als een percentage. Het is mogelijk dat daarbij incidenteel onlogische of extreme waarden worden aangetroffen. In het algemeen is dat

2/3

Vught het gevolg van een gering aantal waarnemingen, tenzij in de tekst een andere verklaring wordt gegeven. Tot slot moet bij de interpretatie van de cijfers bedacht worden dat het gaat om een steekproef, waardoor de gepresenteerde percentages een soms vrij forse bandbreedte kennen. Bij dit rapport hoort een bijlage met tabellen. In deze bijlage staan ook uitsplitsingen naar een viertal deelgebieden: * Vught; * Vught-Zuid; * Cromvoirt; * Helvoirt.

Burgemeester en wethouders van Vught, de secretaris, urgemeester,

R.J. van de Mortel

Bijlage(n): 1.Woonwensenonderzoek 2023 Vught 2.Tabellenboek Woonwensenonderzoek 2023 Vught

3/3

Woonwensenonderzoek 2023

Onderzoek & Statistiek gemeente ‘s-Hertogenbosch april 2024

Samenvatting Elke vier jaar houdt de gemeente Vught een woonwensenonderzoek onder haar inwoners. Zijn inwoners tevreden met hun huidige woning en woonomgeving? Wie willen er verhuizen en waarom? Wat willen mensen als zij verhuizen en waar willen zij wonen? Aan het woonwensenonderzoek in 2023 hebben ruim 1.800 inwoners meegewerkt. Bij de analyse van de uitkomsten staan drie doelgroepen centraal: • thuiswonende jongeren van 18 t/m 30 jaar (en degenen met een verhuiswens noemen we starters) • zelfstandig wonende huishoudens tot 65 jaar (en degenen met een verhuiswens noemen we doorstromers tot 65 jaar) • zelfstandig wonende huishoudens van 65 jaar en ouder (en degenen met een verhuiswens noemen we doorstromers vanaf 65 jaar of senioren) Het onderzoek wordt gebruikt om de toekomstige woningbehoefte en gewenste woningbouwprogrammering in de gemeente te bepalen. Ook biedt het een basis voor het maken van prestatieafspraken met de woningcorporaties.

2

Huishoudens en huidige woonsituatie

Thuiswonende jongeren 18 t/m 30 jaar (met verhuiswens= starter)

Zelfstandig wonende huishoudens <65 jaar (met verhuiswens= doorstromer)

•

•

2.000 thuiswonende jongeren waarvan 500 ouder dan 23 jaar

• •

Verhuiswens

Belangrijkste verhuismotieven

Gewenst eigendom en prijs

• 50% thuiswonende jongeren wil zeker en 34% wil mogelijk verhuizen • 1.700 potentiële starters • 33% starters wil zo snel mogelijk verhuizen

• • •

Zelfstandig wonende huishoudens >65 jaar (met verhuiswens= doorstromer)

8.600 huishoudens, • waarvan 2.700 van 55 tot 65 jaar Rapportcijfer woning: 7,7 • Rapportcijfer buurt: 7,6 •

12% wil zeker en 27% wil mogelijk verhuizen 3.400 doorstromers tot 65 jaar 18% doorstromers tot 65 jaar wil zo snel mogelijk verhuizen

•

4.800 huishoudens, waarvan 2.400 75-plussers Rapportcijfer woning: 7,9 Rapportcijfer buurt: 7,9

7% wil zeker en 28% wil mogelijk verhuizen • 1.700 doorstromers vanaf 65 jaar • 14% doorstromers vanaf 65 jaar wil zo snel mogelijk verhuizen

• 4% van alle thuiswonende jongeren is dringend op zoek naar een woning/woonruimte

•

1% van alle zelfstandig wonende huishoudens is dringend op zoek naar een woning/woonruimte

• 1% van alle zelfstandig wonende huishoudens is dringend op zoek naar een woning/woonruimte

• wil zelfstandig wonen (81%) • wil samenwonen (32%)

• •

vanwege woning (49%) vanwege buurt (27%)

•

• 47% wil huren, 29% wil kopen en 24% heeft geen voorkeur • 36% van starters met belangstelling voor huur zoekt in segment tot €647 • 80% van starters met belangstelling voor koop zoekt in segment tot €355.000

• 31% wil huren, 56% wil kopen en 13% heeft geen voorkeur • 26% van verhuisgeneigden met belangstelling voor huur zoekt in segment tot €647 • 61% van verhuisgeneigden met belangstelling voor koop zoekt in segment vanaf €405.000

•

3

vanwege gezondheid of behoefte aan zorg (39%) vanwege woning (37%)

• 44% wil huren, 24% wil kopen en 32% heeft geen voorkeur • 29% van verhuisgeneigden met belangstelling voor huur zoekt in segment tot €647 • 56% van verhuisgeneigden met belangstelling voor koop zoekt in segment vanaf €405.000

Thuiswonende jongeren 18 t/m 30 jaar (met verhuiswens= starter) Gewenst woningtype

• 20% wil gestapeld, 31% grondgebonden en 49% heeft geen voorkeur • meest gewenst: rijwoning (55%), flat/appartement (55%), hoekwoning (34%) • 9% heeft voorkeur voor nieuwbouw, 11% voor recente bouw en 6% voor bestaande bouw >5 jaar, 72% heeft geen voorkeur

Gewenste locatie

Bijstellen wensen

Energiezuinig wonen

• 60% blijft liefst in eigen gemeente, waarvan 16% liefst ook in eigen buurt • 42% wil liefst in een praktische omgeving wonen, 35% in een levendige omgeving, 20% centrum-stedelijk • Top 3 voorzieningen: winkels (84%) parkeren (66%), opstappunten openbaar vervoer (43%) • 85% starters is bereid om woonwensen aan te passen om snel(ler) woning te vinden • 24% starters blijft wonen waar ze nu wonen als op gewenste locatie geen woning naar wens is

Zelfstandig wonende huishoudens <65 jaar (met verhuiswens= doorstromer) • 16% wil gestapeld, 63% grondgebonden en 21% heeft geen voorkeur • meest gewenst: vrijstaande woning (31%), 2-1-kap woning (28%), hoekwoning (27%) • 15% heeft voorkeur voor nieuwbouw, 15% voor recente bouw en 14% voor bestaande bouw >5 jaar, 52% heeft geen voorkeur

Zelfstandig wonende huishoudens >65 jaar (met verhuiswens= doorstromer) • 37% wil gestapeld, 25% grondgebonden en 38% heeft geen voorkeur • meest gewenst: flat/appartement (56%), gesch. bungalow (34%), vrijst. bungalow (26%) • 13% heeft voorkeur voor nieuwbouw, 22% voor recente bouw en 9% voor bestaande bouw >5 jaar, 54% heeft geen voorkeur

•

•

•

•

Niets over gevraagd in woonwensenonderzoek

4

71% blijft liefst in eigen gemeente, waarvan 17% liefst ook in eigen buurt 45% wil in praktische omgeving wonen, 34% in levendige omgeving, 24% in een landelijke omgeving Top 3 voorzieningen: winkels (76%), kijkgroen (64%), gebruiksgroen (59%)

82% blijft liefst in eigen gemeente, waarvan 20% liefst in eigen buurt 51% wil liefst in een praktische omgeving wonen, 36% in een geborgen omgeving, 28% in een levendige omgeving Top 3 voorzieningen: winkels (84%), medische voorzieningen (65%), parkeren (64%)

•

•

• 59% verhuisgeneigden is bereid woonwensen aan te passen om snel(ler) woning te vinden • 37% doorstromers blijft wonen waar ze nu wonen als op gewenste locatie geen woning naar wens is

•

• bij 74% zijn afgelopen 5 jaar energiebesparende maatregelen genomen • 25% eigenaar-bewoners niet van plan komende 2 jaar maatregelen te nemen, 40% heeft behoefte aan advies, 9% aan ontzorging

•

•

•

76% verhuisgeneigden is bereid woonwensen aan te passen om snel(ler) woning te vinden 53% doorstromers blijft wonen waar ze nu wonen als op gewenste locatie geen woning naar wens is bij 72% zijn afgelopen 5 jaar energiebesparende maatregelen genomen 32% eigenaar-bewoners niet van plan komende 2 jaar maatregelen te nemen, 29% heeft behoefte aan advies, 9% aan ontzorging

Inhoudsopgave Samenvatting .................................................................................................................................2 Inleiding ..........................................................................................................................................7 Deel A: Starters ..............................................................................................................................9 1.

Kenmerken van de doelgroep ............................................................................................. 10

2.

Verhuisgeneigdheid ............................................................................................................ 11 2.1 Verhuisgeneigdheid ..................................................................................................... 11 2.2 Verhuisredenen ........................................................................................................... 12 2.3 Redenen om niet te verhuizen .................................................................................... 12

3.

Woonwensen ...................................................................................................................... 14 3.1 Huren of kopen? .......................................................................................................... 14 3.2 Gewenste prijsklasse .................................................................................................. 14 3.3 Gewenst woningtype ................................................................................................... 15 3.4 Bijzondere woonvormen .............................................................................................. 17 3.5 Gewenste locatie ......................................................................................................... 18

4.

Verloop zoektocht ............................................................................................................... 20

Deel B: Doorstromers.................................................................................................................. 22 5.

Huidige woonsituatie ........................................................................................................... 23 5.1 Doelgroepen van beleid .............................................................................................. 23 5.1.1 Middeninkomens ................................................................................................... 24 5.1.2 5.2 5.3

Betaalbaarheid ...................................................................................................... 25 Tevredenheid met huidige woning .............................................................................. 26 Tevredenheid met huidige buurt ................................................................................. 27

6.

Verhuisgeneigdheid ............................................................................................................ 31 6.1 Verhuisgeneigdheid ..................................................................................................... 31 6.2 Verhuisredenen ........................................................................................................... 33 6.3 Redenen om niet te verhuizen .................................................................................... 34

7.

Woonwensen ...................................................................................................................... 35 7.1 Huur of koop? .............................................................................................................. 35 7.2 Gewenste prijsklasse .................................................................................................. 36 7.3 Gewenst woningtype ................................................................................................... 37 7.4 Bijzondere woonvormen .............................................................................................. 40 7.5 Gewenste locatie ......................................................................................................... 41

8.

Verloop zoektocht ............................................................................................................... 44

9.

Energiezuinig wonen ........................................................................................................... 46 9.1 Energielabel van de woning ........................................................................................ 46 9.2 Welke energiebesparende maatregelen zijn genomen? ............................................. 46

5

9.3

Welke maatregelen zijn eigenaar-bewoners van plan te nemen? .............................. 48

10. Service en zorg ................................................................................................................... 49 10.1 Toegankelijkheid van de woning en aanwezigheid aanpassingen ............................. 49 10.2 Geschiktheid huidige woonsituatie bij achteruitgaan gezondheid .............................. 51 10.3 Hoe wonen als de gezondheid achteruit gaat? ........................................................... 52 10.4 Welke woonsituatie als men moet verhuizen? ............................................................ 54 11. Onderzoeksverantwoording ................................................................................................ 55

6

Inleiding Vraag staat centraal De gemeenten en corporaties in de regio Noordoost-Brabant beschikken over een regionale woningmarktmonitor waarmee de ontwikkelingen op de woningmarkt kunnen worden gevolgd. De informatie in de woningmarktmonitor is afkomstig van gegevensbronnen die bij de gemeenten aanwezig zijn (o.a. BRP-bestanden, WOZ-bestanden), van het CBS en van de woningcorporaties. Om aanvullende, kwalitatieve informatie te verkrijgen over de woontevredenheid, de verhuisgeneigdheid en de woonwensen, wordt eens in de vier jaar een woonwensenonderzoek onder de inwoners uitgevoerd. Woonwensenonderzoek in 10 gemeenten Aan het woonwensenonderzoek 2023 hebben, behalve de gemeente Vught, de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxtel, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Maashorst, Meierijstad, Oss en SintMichielsgestel meegedaan. Het woonwensenonderzoek 2023 sluit goed aan bij de eerdere woonwensenonderzoeken (2003, 2007, 2011, 2015, 2019). Een deel van de onderzoeksvragen is gelijk, waardoor resultaten op trends geanalyseerd kunnen worden. Bewoners konden de vragenlijst via internet en schriftelijk invullen. Bewoners die niet in de steekproef zaten, konden de vragenlijst invullen via een ‘open link’. Op deze wijze is een goede vertegenwoordiging verkregen van de verschillende groepen (en daarbinnen de huishoudens met een verhuiswens c.q.

de verhuisgeneigden) die worden onderscheiden in het onderzoek: starters (18 tot en met 30 jaar), huishoudens jonger dan 65 jaar en huishoudens van 65 jaar en ouder. Het veldwerk voor het woonwensenonderzoek is uitgevoerd door Research 2Evolve. De enquêtegegevens zijn bewerkt en geanalyseerd door de afdeling Onderzoek & Statistiek van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Woonwensen gemeente Vught In deze rapportage staan de uitkomsten van het woonwensenonderzoek in de gemeente Vught centraal, ofwel de woonwensen van de inwoners van de gemeente Vught. Het veldwerk vond plaats in de maanden mei en juni 2023. Ruim 1.800 inwoners hebben meegedaan In totaal hebben 1.834 inwoners uit de gemeente Vught meegewerkt aan het woonwensenonderzoek. Daarvan zijn 1.550 zelfstandig wonende huishoudens en 284 thuiswonende jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 30 jaar. Leeswijzer bij de tabellen De tabellen in dit rapport zijn in veel gevallen voorzien van een totaalkolom met absolute aantallen. Waar mogelijk zijn deze cijfers ontleend aan de Databank Woningmarktmonitor. Niet alle relevante huishoudens- en woningkenmerken zijn daarin echter opgenomen, zodat sommige aantallen geraamd zijn op basis van de uitkomsten van het woonwensenonderzoek. Aantallen zijn steeds afgerond op honderdtallen. Vanwege deze afronding wijken optellingen soms af van het totaal.

De enquêteresultaten worden doorgaans gepresenteerd als een percentage. Het is mogelijk dat daarbij incidenteel onlogische of extreme waarden worden aangetroffen. In het algemeen is dat

7

het gevolg van een gering aantal waarnemingen, tenzij in de tekst een andere verklaring wordt gegeven. Tot slot moet bij de interpretatie van de cijfers bedacht worden dat het gaat om een steekproef, waardoor de gepresenteerde percentages een soms vrij forse bandbreedte kennen. Bij dit rapport hoort een bijlage met tabellen. In deze bijlage staan ook uitsplitsingen naar een viertal deelgebieden1 binnen de gemeente Vught: • Vught; • Vught-Zuid; • Cromvoirt; • Helvoirt.

1 Deze indeling is gebaseerd op de CBS wijk- en buurtindeling.

8

Deel A: Starters

9

1.

Kenmerken van de doelgroep

2.000 thuiswonende jongeren van 18 tot en met 30 jaar • Begin 2023 telt de gemeente Vught 2.000 thuiswonende jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 30 jaar. • Vanwege hun over het algemeen verschillende woonwensen en levensfase waarin zij zich bevinden, wordt in deze rapportage, waar mogelijk, onderscheid gemaakt tussen twee groepen thuiswonende jongeren: de leeftijdsgroep 18 tot en met 23 jaar (1.500 thuiswonende jongeren) en de leeftijdsgroep 24 tot en met 30 jaar (500 thuiswonende jongeren). • Thuiswonende jongeren met een verhuiswens worden in deze rapportage aangeduid als starters op de woningmarkt.

10

2.

Verhuisgeneigdheid

2.1

Verhuisgeneigdheid

84% van de thuiswonende jongeren met (mogelijke) verhuiswens: 1.700 potentiële starters • Van de 2.000 thuiswonende jongeren in de gemeente Vught geeft 50% aan zeker te willen verhuizen en 34% misschien. Omgerekend gaat het om 1.700 jongeren met een (mogelijke) verhuiswens, ofwel potentiële starters. • Thuiswonende jongeren van 24 t/m 30 jaar willen het vaakst verhuizen (73% zeker). • Ten opzichte van 2019 (48%) is de verhuisgeneigdheid van thuiswonende jongeren toegenomen. Dit geldt zowel voor thuiswonende jongeren in de leeftijd van 18 t/m 23 jaar als voor thuiswonende jongeren in de leeftijd van 24 t/m 30 jaar. Tabel 2.1: Verhuiswens thuiswonende jongeren 18 t/m 23 jaar

24 t/m 30 jaar

Totaal

Wil verhuizen

41%

73%

50%

Wil misschien verhuizen

38%

23%

34%

Wil niet verhuizen

16%

4%

13%

Weet het nog niet

5%

0%

3%

1.500

500

2.000

Totaal thuiswonende jongeren

33% van de starters wil zo snel mogelijk verhuizen en 35% binnen twee jaar • 33% van de starters wil het liefst zo snel mogelijk verhuizen (circa 600 jongeren). Onder 24 t/m 30 jarigen ligt dit aandeel hoger (45%) dan onder 18 t/m 23 jarigen (28%). Ten opzichte van 2019 is het aandeel starters dat zo snel mogelijk wil verhuizen gelijk gebleven (in 2019: 33%). • Nog eens 35% van de thuiswonende jongeren geeft aan binnen twee jaar te willen verhuizen (circa 600 jongeren). • In totaal gaat het om circa 1.200 thuiswonende jongeren die binnen nu en twee jaar willen verhuizen. Circa 40% van de thuiswonende jongeren is dringend of serieus op zoek naar een woning • Van deze 1.200 thuiswonende jongeren met een verhuiswens op korte termijn, geven er circa 100 aan dringend op zoek te zijn naar een woning en nog eens circa 700 geven aan serieus op zoek te zijn naar een woning. Omgerekend is dat circa 40% van de thuiswonende jongeren van 18 t/m 30 jaar in de gemeente Vught.

11

Figuur 2.1: Type verhuiswens thuiswonende jongeren

dringend op zoek; 4%;100

serieus op zoek; 36%; 700 (mogelijk) verhuizen; 83%; 1.700

Geen verhuiswens; 17%: 300

als ik ideale woning vind; 12%;300 anders; 7%; 100 over 2 jaar of langer; 25%; 500

2.2

Verhuisredenen

Meest genoemde verhuisreden starters: zelfstandig wonen • De meeste starters willen verhuizen omdat zij zelfstandig willen wonen (81%). Een derde van de starters wil gaan samenwonen. Figuur 2.2: Verhuisredenen starters 81%

Zelfstandig / op mezelf wonen 32%

Samenwonen 17%

Vanwege studie 8%

Vanwege werk

8%

Vanwege de grootte van mijn huidige woonruimte 0% Totaal

2.3

20%

18 t/m 23 jaar

40%

60%

80%

100%

24 t/m 30 jaar

Redenen om niet te verhuizen

60% thuiswonende jongeren zonder verhuiswens wil nog thuis blijven wonen • Van de thuiswonende jongeren zonder verhuiswens, geeft 60% aan nog thuis te willen blijven wonen. Dit speelt alleen bij 18 t/m 23 jarigen. • Ongeveer vier op de tien thuiswonende jongeren wil niet verhuizen omdat zij tevreden zijn met hun huidige woonsituatie. •

Het (waarschijnlijk) niet kunnen vinden van een (geschikte) woning wordt door 38% genoemd als reden om niet te willen verhuizen en de te hoge prijs van huurwoningen door 28%.

12

Figuur 2.3: Redenen om niet te verhuizen 60%

Wil nog thuis blijven wonen 40%

Tevreden hoe ik nu woon

38%

Kan (waarschijnlijk) geen (geschikte) woning vinden

28%

Huurprijzen zijn te hoog

25%

Koopwoningen zijn te duur 0% Totaal

20%

18 t/m 23 jaar

13

40% 24 t/m 30 jaar

60%

80%

100%

3.

Woonwensen

3.1

Huren of kopen?

Helft starters zoekt een huurwoning • Ongeveer de helft van de starters uit Vught zoekt een huurwoning (47%). Drie op de tien wil een koopwoning. • Starters van 18 t/m 23 jaar zijn vaker op zoek naar een huurwoning en starters van 24 t/m 30 jaar zijn vaker op zoek naar een koopwoning. • De voorkeur voor huren is relatief groot onder starters met een inkomen uit studiefinanciering en starters die behoren tot de sociale doelgroep. Onder de werkende starters en degenen met een midden inkomen is de voorkeur voor kopen groter dan gemiddeld. • De groep starters die aangeeft dringend of serieus op zoek te zijn naar een woning, heeft een relatief sterke voorkeur voor huren. • Het aandeel starters dat geen voorkeur heeft voor huren of kopen (24%), is vergelijkbaar met 2019 (23%). Figuur 3.1: Gewenste eigendomsvorm door starters Totaal starters

47%

18 t/m 23 jaar

52%

24 t/m 30 jaar

10%

20% Huur

25%

42% 60%

0%

24%

23%

35%

Dringend/serieus

3.2

29%

30%

23% 21%

40% Koop

50%

60%

70%

19% 80%

90%

100%

Geen voorkeur

Gewenste prijsklasse

Aan starters die zeker of misschien willen verhuizen is gevraagd in welke prijsklasse zij een woning zoeken. De huurprijsklasse is gevraagd aan degenen die een huurwoning zoeken of geen voorkeur voor huur of koop hebben. De gewenste koopprijsklasse is gevraagd aan degenen die een koopwoning zoeken of geen eigendomsvoorkeur hebben. In huursegment: meer interesse voor huur boven liberalisatiegrens dan 4 jaar geleden • Circa 1.000 starters zoeken (mogelijk) een huurwoning. Dit is berekend door alle verhuisgeneigden met een voorkeur voor huur én de helft van verhuisgeneigden zonder voorkeur voor huur of koop bij elkaar op te tellen. • 77% van de starters met een huurwens wil een woning met een huurprijs tot de liberalisatiegrens (€808). Dit aandeel is iets lager dan in 2019 (82%). • 39% van de starters wenst een woning met een huur tot de eerste aftoppingsgrens (€647). In 2019 was dat nog 58%.

14

In koopsegment: meer interesse voor duurdere woningen dan 4 jaar geleden • Circa 700 starters willen (mogelijk) verhuizen naar een koopwoning. Dit is berekend door alle verhuisgeneigden met een voorkeur voor koop én de helft van verhuisgeneigden zonder voorkeur voor huur of koop bij elkaar op te tellen. • 34% van de starters met een koopwens zoekt een goedkope koopwoning (tot €225.000). In 2019 was dat 68%. • De belangstelling voor koopwoningen met een prijs boven de Nationale Hypotheekgrens (€405.000, prijspeil 2023) is 7%. Een combinatie van de gewenste huur- en koopprijzen laat het volgende totaalbeeld zien voor starters. Vraag naar dure huur is bij starters hoger dan vraag naar dure koop • 14% van de starters wenst een woning met een huurprijs boven de liberalisatiegrens en 3% een koopwoning boven de NHG-grens. Figuur 3.2: Gewenste huur- en koopprijsklasse door starters

Totaal starters

28%

18 t/m 23 jaar

18%

33%

24 t/m 30 jaar

10%

Dringend/serieus

16% 25%

10%

Huur < €694 Koop €225.000-355.000

3.3

30%

12%

50%

Huur €694-808 Koop €355.000-405.000

60%

5%

17%

5%

22%

17%

40%

18%

17%

24% 20%

13%

15%

15%

25% 0%

14%

11%

7%

16%

70%

80%

Huur > €808 Koop > €405.000

90%

5% 4% 100%

Koop < €225.000

Gewenst woningtype

Circa 30% van de starters heeft voorkeur voor grondgebonden bouw • 31% van de starters geeft aan enkel interesse te hebben in een grondgebonden woning, 20% heeft enkel interesse in gestapelde bouw en 49% heeft geen uitgesproken voorkeur qua bouwwijze. • Starters die na een verhuizing een meerpersoonshuishouden willen gaan vormen, zoeken verhoudingsgewijs vaker naar een grondgebonden woning (40%). Figuur 3.3: Gewenste bouwwijze door starters Totaal starters

31%

18 t/m 23 jaar

20%

26%

24 t/m 30 jaar

49%

21%

53%

41%

Dringend/serieus

19%

28% 0%

10%

39%

26% 20%

30%

Alleen grondgebonden

46%

40%

50%

60%

Alleen gestapeld

15

70%

80%

90%

Geen voorkeur

100%

Rijwoning en flat/appartement populair onder starters • De meest populaire woningtypen onder starters zijn een woning in een rijtje en een flat of appartement (beide 55%). Dit wordt gevolgd door een hoekwoning (34%) en een tweeonder-één-kap woning (25%). • Twee derde van de starters zoekt woonruimte met 2 of 3 kamers (66%) en 28% wil 4 of 5 kamers. Slechts 3% is op zoek naar woonruimte met 1 kamer. • Het merendeel van de starters (72%) heeft geen uitgesproken voorkeur voor bestaande bouw of nieuwbouw. • Op de vraag wat voor type buitenruimte bij de woning gewenst is, geeft 69% van de starters aan graag een eigen tuin bij de woning te willen. Een balkon of terras wordt door 52% van de starters genoemd. Slechts 3% vindt buitenruimte bij de woning niet belangrijk. • De vraag hoe groot de eigen buitenruimte moet zijn, is lastig te beantwoorden door starters. 34% weet dit niet. Vier op de tien starters geeft aan behoefte te hebben aan 10 tot 50 m2 buitenruimte. Figuur 3.4: Gewenste woningtype(n) door starters 55%

woning in rijtje

55%

flat, appartement 34%

hoekwoning 25%

2-onder-1 kap 18%

benedenwoning

16%

studio

15%

vrijstaande woning

14%

bovenwoning 8%

kamer 0%

10%

20% Totaal

30% 18 t/m 23 jaar

40%

50%

60%

70%

80%

24 t/m 30 jaar

Betaalbaarheid meest belangrijke aspect bij keuze van de woning • Op de vraag welke kenmerken van de woning het meest belangrijk zijn bij de keuze van de gewenste woning, noemt 90% van de starters de prijs van de woning. • Op enige afstand volgen tuin/balkon/buitenruimte bij de woning (55%), de staat van onderhoud van de woning (53%), het aantal slaapkamers (47%) en de energiezuinigheid van het huis (42%) Stijgende hypotheekrente beïnvloedt woonwensen helft van de starters • Ruim 60% van de 24 t/m 30 jarigen en ongeveer de helft van de 18 t/m 23 jarigen geeft aan dat de stijgende hypotheekrente hun woonwensen beïnvloedt. • Op de vraag op welke manier hun woonwensen worden beïnvloed, noemen zij vooral dat er minder geld geleend kan worden waardoor de financiële mogelijkheden beperkt(er)

16

zijn. Starters zijn van mening dat zij minder kans maken op een woning. Je moet meer eigen geld inzetten. “Het is onmogelijk om op onze leeftijd een huis te kopen. Zelfs als je het kan betalen en dat kan bewijzen willen banken het risico niet nemen,” aldus één van de starters. Tabel 3.1: Beïnvloedt de stijgende hypotheekrente de woonwensen van starters? Ja

Nee

Weet niet/geen mening

18 t/m 23 jaar

48%

12%

40%

24 t/m 30 jaar

62%

5%

32%

Totaal

54%

9%

37%

Financiële situatie beïnvloedt mogelijkheden op de woningmarkt bij 40% starters • 36% van de starters van 18 t/m 23 jaar en 62% van de 24 t/m 30 jarigen geeft aan dat één of meerdere financiële situaties van invloed is op hun mogelijkheden op de woningmarkt. Starters noemen daarbij vooral een studieschuld van na 2015 en financiële hulp van ouders. Tabel 3.2: Invloed van financiële situatie starters op mogelijkheden op de woningmarkt 18 t/m 23 jaar

24 t/m 30 jaar

Totaal

Nee, geen van deze situaties

64%

38%

56%

Ja, een of meer van deze situaties

36%

62%

44%

-Studieschuld voor 2015

0%

5%

2%

-Studieschuld na 2015

53%

70%

60%

-Lening(en)

8%

15%

11%

-Financiële hulp van ouders

59%

33%

47%

3.4

Bijzondere woonvormen

Aan de starters is een aantal bijzondere woonvormen met een korte omschrijving voorgelegd met de vraag of zij deze (eventueel) zouden overwegen. Interesse in bijzondere woonvormen bij twee derde starters • Starters hebben vooral interesse in verbouwde kantoren, scholen, kerken, kloosters of fabrieken (32%). Daarna volgen tiny-houses (25%). Dat zijn compacte, zelfstandige grondgebonden woningen van 25-50 m2. • Starters met (mogelijke) interesse in een tiny-house, hebben voorkeur voor huren of geen voorkeur voor een eigendomsvorm. Binnen het huursegment gaat voorkeur uit naar huurprijsklassen tot €647 of tussen €694 en €808. In het koopsegment gaat de voorkeur uit naar het segment tot €185.000. • Bij friends-wonen gaan bewoners samen één huurcontract aan. Iedere bewoner heeft een eigen kamer. Daarnaast delen zij de woonkamer, keuken, badkamer en buitenruimte. Het merendeel van de starters die (mogelijk) interesse hebben in friends-wonen, geeft de voorkeur aan een huurwoning. Deze heeft bij voorkeur een kale huurprijs tot €647 of tussen €647 en €808.

17

Tabel 3.3: Interesse in bijzondere woonvormen onder starters 18 t/m 23 jaar

24 t/m 30 jaar

Totaal

Verbouwd kantoor/school/kerk/klooster/fabriek

29%

42%

32%

Tiny-house

25%

27%

25%

Wonen met alleen gelijkgestemden

11%

16%

12%

Friends-wonen

17%

4%

12%

Meergeneratie-woning

8%

20%

11%

Gemeenschappelijk wonen

6%

9%

7%

Kleinschalig woonzorgproject

6%

4%

5%

Anders

5%

2%

4%

GEEN van deze woonvormen vind ik aantrekkelijk

33%

31%

32%

Weet niet/geen mening

11%

5%

10%

Totaal

1.200

500

1.700

3.5

Gewenste locatie

Sterke binding met de gemeente Vught • 60% van de starters wil in de gemeente Vught blijven wonen. Ongeveer driekwart van de starters zoekt in de hele gemeente (73%). 16% zoekt alleen in de buurt waar zij nu wonen en 10% zoekt in een specifieke wijk of buurt. Van de starters die uit de gemeente Vught willen vertrekken, geeft 46% aan dat dit vanwege werk of studie is. Praktische omgeving heeft de voorkeur • Aan de starters is een aantal typen omgeving met een omschrijving voorgelegd met de vraag welke hen het meest aanspreekt. • De top 3 zijn: een praktische omgeving (42%), een levendige omgeving (35%) en een centrum-stedelijke omgeving (20%).

Tabel 3.4: Gewenste type(n) omgeving door starters 18 t/m 23 jaar Praktisch: goed bereikbaar, dagelijkse voorzieningen dichtbij, privacy Levendig: gezellig, niet te druk, met ruimte voor privacy Centrum-stedelijk: binnenstad of stationsomgeving, mix van wonen, winkels, kantoren, horeca, cultuur Stedelijk: altijd wat te doen, nieuwe dingen beleven, ontmoeting Landelijk: vrijheid, midden in het landschap, veel ruimte, groen, voorzieningen nabij niet belangrijk Gezellig: veel saamhorigheid, echte gemeenschap Kindvriendelijk: groen, veilig Individueel: eigen plek, zelf vormgegeven woning Authentiek: historisch, eigen identiteit Geborgen: zorg beschikbaar indien nodig, dagelijkse voorzieningen nabij Duurzaam: overtuiging, duurzaam, betrokken bij elkaar en omgeving Allure: bijzonder, prestige

24 t/m 30 jaar

Totaal

40%

44%

42%

38%

30%

35%

20%

22%

20%

17%

17%

17%

10%

28%

16%

13%

11%

12%

9%

15%

11%

6%

6%

6%

5%

6%

5%

4%

2%

4%

3%

0%

2%

1%

0%

1%

Anders

2%

0%

1%

Geen voorkeur

11%

6%

9%

18

45% starters woont graag in een straat • Op de vraag hoe starters willen wonen, geeft 45% aan dat dit in een straat is. Een kwart (23%) woont graag aan een park en 33% heeft geen voorkeur. Tabel 3.5: Gewenste woonsituatie door starters Straat

Hofje

Woonerf

Aan een park

Anders

Geen voorkeur

18 t/m 23 jaar

47%

13%

11%

19%

9%

11%

2%

34%

24 t/m 30 jaar

42%

15%

9%

32%

4%

23%

2%

32%

Eenpersoonshuishouden

41%

14%

7%

Meerpersoonshuishouden

49%

12%

17%

20%

9%

15%

1%

38%

26%

6%

14%

3%

28%

Totaal

45%

14%

11%

23%

7%

15%

2%

33%

Plein Buitengebied

Leeftijd

Huishoudensamenstelling na verhuizing

Winkels en parkeerplaatsen in buurt meest belangrijk • 84% van de starters vindt winkels voor dagelijkse boodschappen in de buurt belangrijk bij de keuze voor een woning. Op de tweede plaats volgt parkeergelegenheid (66%). Groen in de buurt wordt door bijna 40% van de starters belangrijk gevonden. Figuur 3.5: Voorzieningen in de buurt die van belang voor starters bij keuze voor woning 84%

Dagelijkse winkels 66%

Parkeergelegenheid 43%

Opstappunten openbaar vervoer

38%

Kijkgroen

36%

Gebruiksgroen 27%

Uitgaansgelegenheden 21%

Medische voorzieningen

16%

Basisschool/kinderopvang Niet-dagelijkse winkels

13%

Culturele voorzieningen

13%

Speelplekken

12%

Gemeenschapshuis/buurthuis

0%

Iets anders

2%

Voorzieningen niet belangrijk

1% 0%

20% Totaal

40%

18 t/m 23 jaar

19

60%

24 t/m 30 jaar

80%

100%

Verloop zoektocht

4.

10% starters zoekt al meer dan twee jaar naar woonruimte • Aan starters is gevraagd hoe lang zij al op zoek zijn naar woonruimte. • 10% van de starters geeft aan al meer dan twee jaar op zoek te zijn naar woonruimte. Dat is minder dan in 2019 (14%). • 41% van de starters geeft aan nog niet serieus op zoek te zijn geweest naar woonruimte. Dit aandeel is groter onder 18 t/m 23 jarigen dan onder de 24 t/m 30 jarigen. • Van de groep starters die aangeeft dringend of serieus op zoek te zijn naar een woning, is het aandeel dat twee jaar of langer op zoek is naar een woning 22%. Figuur 4.1: Zoektijd van starters naar woonruimte Totaal starters

41%

18 t/m 23 jaar

13%

48%

24 t/m 30 jaar

24%

Dringend/serieus

15%

0%

10%

16%

8%

11%

18%

20%

nog niet serieus op zoek geweest 1 tot 2 jaar weet niet / geen mening

15% 17%

40%

< half jaar 2 tot 5 jaar

26%

50%

60%

70%

8% 2% 13%

35% 18%

30%

20%

5%

17%

5%

17%

5%

80%

90%

100%

half jaar tot 1 jaar 5 jaar of langer

Verhuisgeneigden bekijken vooral woningaanbod op internet • De top 3 van ondernomen acties door starters in de zoektocht naar andere woonruimte zijn: 1) woningaanbod op internet bekijken 2) inschrijven als woningzoekende bij een corporatie in de regio Noordoost-Brabant 3) reageren op advertenties van woningcorporaties •

24 t/m 30 jarigen hebben, ten opzichte van 18 t/m 24 jarigen, relatief vaak hun financiële mogelijkheden laten bepalen en woning(en) van binnen bekeken of zich ingeschreven voor een nieuwbouwproject.

55% van de starters denkt niet snel een passende woning te vinden • 2% van de starters denkt snel een passende woning te vinden. Het merendeel (55%) denkt echter dat dit niet snel gaat lukken. Belangrijkste knelpunten die worden genoemd zijn de (te) dure koopwoningen, (te) dure particuliere huurwoningen en lange wachtlijsten voor een sociale huurwoning. Andere veelgenoemde barrières door starters zijn woningaanbod dat niet voldoet aan de woonwensen, de concurrentie op de koopmarkt en de concurrentie op de particuliere huurmarkt. 23% van de starters bereid om in een andere woonplaats te zoeken • 23% van de starters gaat in een andere woonplaats zoeken als in de gewenste buurt geen woning naar wens wordt gevonden. Eveneens 23% gaat in een andere buurt zoeken. • Een kwart van de starters blijft wonen waar hij/zij nu woont.

20

Meeste starters bereid tot aanpassen woonwensen • Aan starters die binnen twee jaar (mogelijk) willen verhuizen is gevraagd of en zo ja, welke eisen/wensen zij zouden aanpassen om sneller woonruimte te vinden. • 15% van de starters is niet bereid zijn/haar wensen aan te passen. De meeste starters zijn echter wel bereid om hun woonwensen aan te passen. Het meest genoemd in dit kader, is het laten vallen van specifieke wensen/eisen (bijvoorbeeld de grootte en ligging tuin, vaste trap naar zolder, ligbad, staat van onderhoud, etc.). Ook is men bereid op een andere plek te zoeken of een kleinere of goedkopere woning te accepteren.

21

Deel B: Doorstromers

22

5.

Huidige woonsituatie

5.1

Doelgroepen van beleid

Doelgroepen op de woningmarkt kunnen op verschillende wijzen worden gedefinieerd. Voor het woonbeleid wordt doorgaans gekeken naar het huishoudensinkomen en de samenstelling van huishoudens. Huishoudens met een laag inkomen die in aanmerking komen voor een sociale huurwoning behoren tot de sociale doelgroep van beleid. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen huishoudens die recht hebben op huurtoeslag (primaire doelgroep) en huishoudens die in aanmerking komen voor een sociale huurwoning maar geen recht hebben op huurtoeslag (verruimde doelgroep). Middeninkomens vormen eveneens een belangrijke doelgroep voor het woonbeleid. Deze huishoudens komen vanwege hun inkomen veelal niet in aanmerking voor een sociale huurwoning, maar kunnen vaak ook niet terecht in de koopsector. Bruto

Netto maandinkomen

jaarinkomen

huishouden

eenpersoonshuishoudens

tot €25.500

tot €1.400

meerpersoonshuishoudens

tot €34.000

tot €1.850

doelgroep behoren

tot €44.000

tot €2.250

alle huishoudens

€44.000-80.000

€2.250-4.000

Lage middeninkomens

€44.000-48.600

€2.250-2.500

Midden middeninkomens

€48.600-60.000

€2.500-3.250

Hoge middeninkomens

€60.000-80.000

€3.250-4.000

alle huishoudens

vanaf €80.000

vanaf €4.000

Sociale doelgroep •Primaire doelgroep •Verruimde doelgroep

Middeninkomens

Hoge inkomens

alle huishoudens die niet tot primaire

Naar schatting een derde van de huishoudens behoort tot de sociale doelgroep • Begin 2023 telt de gemeente Vught 13.500 zelfstandig wonende huishoudens. Op basis van het woonwensenonderzoek wordt ingeschat dat 23% van alle huishoudens tot de sociale doelgroep behoort (primaire doelgroep en verruimde doelgroep). • Jongvolwassenen (tot 30 jaar), senioren en alleenstaanden behoren relatief vaak tot de sociale doelgroep. Meer dan de helft van alle huurwoningen bewoond door huishouden uit de sociale doelgroep • Begin 2023 telt de bewoonde woningvoorraad in de gemeente Vught circa 4.000 huurwoningen en 9.400 koopwoningen. • Op basis van het woonwensenonderzoek wordt ingeschat dat meer dan de helft (56%) van de huurwoningen wordt bewoond door huishoudens die tot de sociale doelgroep behoren. • Kleine en gestapelde woningen worden relatief vaak bewoond door huishoudens uit de sociale doelgroep (circa 50%).

23

Circa 20% van de sociale doelgroep woont in een koopwoning • Naar schatting 21% van de huishoudens die tot de sociale doelgroep behoren, woont in een koopwoning. De meesten van hen wonen in een woning tot €355.000 en dan met name in het segment tussen €275.000 en €355.000. Tabel 5.1: Huishoudens die wel of niet tot de sociale doelgroep behoren naar huishoudenskenmerken Sociale doelgroep Niet-doelgroep

Aantal

Leeftijd tot 30 jaar 30-54 jaar 55-64 jaar 65-74 jaar 75 jaar e.o.

30% 14% 24% 29% 34%

70% 86% 76% 71% 66%

100% 100% 100% 100% 100%

600 5.300 2.700 2.400 2.400

Huishoudenstype alleenstaand < 65 jaar alleenstaand >=65 jaar meerpersoons met kinderen <65 jaar meerpersoons zonder kinderen < 65 jaar meerpersoons >= 65 jaar

43% 50% 10% 9% 12%

57% 50% 90% 91% 88%

100% 100% 100% 100% 100%

2.000 2.200 4.600 2.000 2.600

5.1.1

Middeninkomens

Huishoudens die in het woonwensenonderzoek hebben aangegeven dat hun netto huishoudensinkomen tussen €2.250 en €4.000 per maand ligt, worden gerekend tot de middeninkomensgroep. De sociale sector is voor huishoudens met een middeninkomen niet toegankelijk en lang niet alle middeninkomens kunnen of willen een woning kopen. In dit rapport wordt onderscheid gemaakt tussen lage middeninkomens (€2.250-€2.500), midden middeninkomens (€2.500-€3.250) en hoge middeninkomens (€3.250-€4.000). 40% van de huishoudens heeft een middeninkomen (€2.250-€4.000) • Op basis van het woonwensenonderzoek schatten we in dat er in de gemeente Vught circa 5.000 huishoudens zijn met een middeninkomen. Hiervan heeft naar schatting 60% een inkomen tot 1,5 keer modaal (€2.250-€3.250) en 40% een inkomen tussen 1,5 en 2 keer modaal (€3.250-€4.000). Alleenstaanden tot 65 jaar en oudere paren relatief vaak lage en midden middeninkomens • Van huishoudens met een laag middeninkomen is 27% alleenstaand en jonger dan 65 jaar en 20% een ouder paar. Bij de midden middeninkomensgroep is dat 25% respectievelijk 31%. • Bij de hoge middeninkomensgroep komen echtparen boven de 65 jaar (29%) en echtparen met kinderen het vaakst voor (28%).

24

Tabel 5.2: Huishoudens met een laag, midden en hoog inkomen naar huishoudenskenmerken laag inkomen

midden inkomen €2.250€2.5002.500 3.250

<€2.250 Leeftijd t/m 29 jaar 30 t/m 54 jaar 55 t/m 64 jaar 65 t/m 74 jaar 75 jaar of ouder

Huishoudenstype alleenstaand < 65 jaar alleenstaand >=65 jaar meerpersoons met kinderen <65 jaar meerpersoons zonder kinderen < 65 jaar meerpersoons >= 65 jaar

hoog inkomen €3.2504.000

>€4.000

Aantal

6% 24% 21% 23% 27% 100%

9% 35% 14% 19% 22% 100%

6% 21% 20% 28% 25% 100%

0% 36% 25% 22% 17% 100%

4% 58% 19% 10% 10% 100%

600 5.300 2.700 2.400 2.400

30% 38% 15% 6% 11% 100%

27% 22% 29% 2% 20% 100%

25% 24% 11% 9% 31% 100%

14% 11% 28% 18% 29% 100%

2% 3% 56% 23% 16% 100%

2.000 2.200 4.600 2.000 2.600

Twee derde middeninkomens woont in een koopwoning • De lage middeninkomensgroep woont minder vaak in een koopwoning (65%) dan de hoge middeninkomensgroep (83%). Zij wonen wat vaker in kleinere woningen dan de hoge middeninkomensgroep. • Een kwart van de huurders met laag of midden middeninkomen betaalt meer dan €808 per maand aan huur. Bij de hoge middeninkomensgroep is dat ongeveer een derde.

5.1.2

Betaalbaarheid

Huurders hebben het financieel lastiger dan eigenaar-bewoners • 82% van de huishoudens in een koopwoning kan goed rondkomen van hun inkomen. Bij huurders is dat 48% van de huishoudens het geval. De financiële positie van huurders is daarmee een stuk minder gunstig. • Hoe lager het inkomen, hoe vaker men moeite heeft om rond te komen. Dit geldt voor huurders sterker dan voor eigenaar-bewoners. Figuur 5.1: Aandeel huishoudens dat het eens is met de stellingen over rondkomen 82%

Ik kan goed rondkomen van mijn inkomen

48%

Ik hou aan het eind van de maand geld over om te sparen

61% 30%

Ik maak mij wel eens zorgen dat ik mijn huur/hypotheeklasten niet kan betalen

4%

17%

Ik bezuinig op zaken om mijn woonlasten en andere vaste lasten te kunnen betalen

18% 44%

Ik maak mij wel eens zorgen dat ik mijn energiekosten niet kan betalen

10% 27% 0%

20%

Eigenaar-bewoners

25

40%

Huurders

60%

80%

100%

5.2

Tevredenheid met huidige woning

Woning gewaardeerd met gemiddeld een 7,7 • Zelfstandig wonende huishoudens zijn over het algemeen tevreden met de woning waarin zij wonen. De huidige woning krijgt gemiddeld een 7,7 als rapportcijfer. 67% geeft de woning een 8 of hoger als rapportcijfer, terwijl 8% een onvoldoende geeft. • Huishoudens tot 65 jaar, huurders en verhuisgeneigden zijn minder tevreden over hun woning dan respectievelijk 65-plussers, eigenaar-bewoners en de groep zonder verhuisplannen. Tabel 5.3: Rapportcijfer voor huidige woning naar huishoudenskenmerken rapportcijfer

rapportcijfer

rapportcijfer

Gemiddeld

1 t/m 5 gegeven

6 of 7 gegeven

8 t/m 10 gegeven

rapportcijfer

Leeftijd <65 jaar 65 jaar e.o.

9% 7%

28% 20%

64% 73%

7,7 7,9

Eigendom huur koop

21% 2%

40% 18%

39% 79%

6,9 8,1

Verhuisgeneigdheid niet verhuisgeneigd verhuisgeneigd

3% 16%

19% 34%

78% 50%

8,1 7,2

Totaal

8%

25%

67%

7,7

Aan alle zelfstandig wonende huishoudens is een aantal aspecten voorgelegd over de huidige woning met de vraag deze te beoordelen. Tevredenheid over grootte van woning en buitenruimte • Bijna acht op de tien de huishoudens is tevreden met de grootte van de woning. Ook over de aanwezige buitenruimte is men over het algemeen positief: 79% is tevreden met de grootte van de tuin en 72% met de grootte van het balkon. • De waardering van deze aspecten verschilt naar leeftijd, eigendomsvorm en het al of niet hebben van verhuisplannen. Tabel 5.4: Beoordeling grootte van de huidige woning en aanwezige buitenruimte <65

65 jaar

jaar

e.o.

Eigenaar-

Niet-

Huurders

bewoners

verhuisgeneigd

Verhuisgeneigd

Totaal

Woning te groot neutraal te klein

9% 79% 12%

21% 76% 4%

10% 72% 18%

14% 81% 5%

5% 90% 4%

25% 58% 17%

13% 78% 9%

Tuin te groot neutraal te klein

4% 78% 18%

15% 80% 5%

8% 82% 10%

7% 77% 15%

3% 85% 12%

15% 68% 17%

7% 79% 14%

Balkon te groot neutraal te klein

3% 68% 29%

1% 76% 23%

2% 57% 41%

2% 83% 15%

1% 80% 19%

3% 60% 36%

2% 72% 26%

26

25% huishoudens met verhuiswens vindt huidige woning te groot, 17% te klein • De grootte van de woning lijkt een rol te spelen bij de verhuiswens: 25% van de huishoudens met een verhuiswens vindt de woning te groot en 17% vindt deze te klein. Onder niet-verhuisgeneigden is dat 5% respectievelijk 4%. Huurders geven vaker aan hun woning te klein te vinden dan eigenaar-bewoners. • Verhuisgeneigden vinden ook vaker dat hun tuin (17%) of balkon (36%) te klein is dan huishoudens zonder verhuiswens (12% respectievelijk 19%). Eigenaar-bewoners vaker tevreden over onderhoud en isolatie woning dan huurders • 34% van de huurders tegenover 71% van de eigenaar-bewoners vindt de woning waarin zij wonen goed onderhouden. • 28% van de huurders vindt dat hun woning een goede warmte-isolatie heeft en 23% vindt de woning qua geluid goed geïsoleerd. Bij eigenaar-bewoners ligt dit voor beide aspecten rond 50%. • Naarmate woningen van een recenter bouwjaar zijn, is men ook tevredener over het onderhoud, de warmte- en geluidsisolatie. Tabel 5.5: Beoordeling onderhoud en isolatie van huidige woning <65

65 jaar

jaar

e.o.

Eigenaar-

Niet-

Huurders

bewoners

verhuisgeneigd

Verhuisgeneigd

Totaal

Onderhoud goed redelijk matig slecht

57% 29% 9% 5%

64% 26% 8% 3%

34% 34% 21% 10%

71% 25% 3% 1%

65% 26% 6% 3%

51% 31% 12% 6%

60% 28% 9% 4%

Warmte-isolatie goed redelijk matig slecht

41% 34% 13% 13%

42% 38% 13% 7%

28% 26% 19% 27%

47% 40% 10% 3%

47% 34% 11% 8%

31% 39% 15% 15%

41% 36% 13% 11%

Geluidsisolatie goed redelijk matig slecht

39% 30% 17% 14%

47% 31% 13% 8%

23% 24% 27% 25%

50% 34% 11% 6%

48% 29% 15% 8%

32% 33% 17% 18%

42% 31% 16% 12%

5.3

Tevredenheid met huidige buurt

Woonomgeving gewaardeerd met gemiddeld een 7,7 • Zelfstandig wonende huishoudens zijn over het algemeen ook tevreden met de buurt waarin zij wonen. De woonomgeving krijgt, net als de woning, gemiddeld een 7,7 als rapportcijfer. Twee derde geeft de woonomgeving een 8 of hoger als rapportcijfer en circa 8% geeft een onvoldoende. • De verkeersveiligheid in de buurt krijgt gemiddeld een 6,8, de sociale veiligheid een 7,6 en de leefbaarheid in de buurt een 7,8. •

Verhuisgeneigden, huurders, huishoudens tot 65 jaar zijn minder tevreden over de woonomgeving dan de groep zonder verhuisplannen, eigenaar-bewoners, senioren. Ook alleenstaanden tot 65 jaar geven relatief lagere rapportcijfers .

27

Tabel 5.6: Rapportcijfer voor diverse aspecten woonomgeving naar huishoudenskenmerken Woonomgeving

Verkeers-

Sociale

veiligheid

veiligheid

Leefbaarheid

Leeftijd <65 jaar 65 jaar e.o.

7,6 7,9

6,6 7,1

7,6 7,8

7,7 7,9

Eigendom huur koop

7,3 7,9

6,7 6,8

7,2 7,8

7,4 8,0

Huishoudenstype alleenstaand <65 jaar alleenstaand >= 65 jaar meerpersoons met kinderen <65 jaar meerpersoons zonder kinderen <65 jaar meerpersoons >= 65 jaar

7,3 7,9 7,7 7,9 7,9

6,8 7,3 6,4 6,8 7,0

7,3 7,8 7,7 7,6 7,7

7,4 7,9 7,9 7,9 7,9

Verhuisgeneigd niet verhuisgeneigd verhuisgeneigd

8,0 7,2

6,9 6,6

7,8 7,3

8,1 7,4

Totaal

7,7

6,8

7,6

7,8

50% mist voorzieningen in de huidige buurt • Vrijwel alle huishoudens vinden voorzieningen in hun buurt belangrijk. Circa 50% geeft aan dat de voorzieningen die zij belangrijk vinden ook aanwezig zijn in hun buurt. Dit betekent dat zo’n 50% één of meer voorzieningen mist. • Huishoudens jonger dan 65 jaar, vooral de alleenstaanden en meerpersoons huishoudens jonger dan 65 jaar met kinderen, en huishoudens met verhuisplannen geven relatief vaak aan voorzieningen in hun buurt te missen. Ook huurders geven iets vaker dan eigenaar-bewoners aan voorzieningen in hun buurt te missen. Winkels voor dagelijkse boodschappen en parkeergelegenheid meest gemist • Huishoudens die aangeven voorzieningen in hun buurt te missen, noemen vooral winkels voor de dagelijkse boodschappen (bijvoorbeeld supermarkt, bakker), parkeergelegenheid en oplaadpunten voor elektrische auto’s. • Huishoudens van 65 jaar of ouder missen relatief vaak winkels voor dagelijkse boodschappen, opstappunten voor openbaar vervoer en medische voorzieningen (bijvoorbeeld huisarts, apotheek) in hun buurt. • Bij huishoudens jonger dan 65 jaar gaat het relatief vaak om speelplekken, voorzieningen voor jongeren en parkeergelegenheid. • De voorzieningen die worden gemist verschillen per wijk (zie bijlage). In Cromvoirt worden vooral winkels voor dagelijkse boodschappen gemist, speelplekken voor kinderen en medische voorzieningen.

In Helvoirt worden relatief vaak opstappunten voor openbaar vervoer genoemd, winkels voor niet-dagelijkse boodschappen en voorzieningen voor jongeren. In Vught-Zuid worden relatief vaak parkeergelegenheid, oplaadpunten voor elektrische auto’s en groen genoemd. Huishoudens die in Vught wonen noemen ook relatief vaak parkeergelegenheid en winkels voor dagelijkse boodschappen.

28

Figuur 5.2: Voorzeningen die in de buurt worden gemist (in % van respondenten die iets missen) 32%

Winkels voor dagelijkse boodschappen

30%

Parkeergelegenheid

26%

Oplaadpunten elektrische auto’s 21%

Opstappunten voor openbaar vervoer

19%

Groen

19%

Speelplekken voor kinderen 15%

Medische voorzieningen

14%

Voorzieningen voor jongeren

13%

Winkels voor niet dagelijkse boodschappen 3%

Basisschool

2%

Kinderopvang

18%

Iets anders

Totaal

0%

10%

<65 jaar

65 jaar e.o.

20%

30%

40%

Driekwart van de huishoudens voelt zich thuis in de buurt • 76% van de huishoudens voelt zich thuis in de eigen buurt, 48% is gehecht aan de buurt waarin zij wonen en 45% van de huishoudens geeft aan veel sociale contacten in de buurt te hebben. Dat is meer met 2019. • Bij verhuisgeneigden is de binding met de buurt kleiner (36%) dan bij huishoudens zonder verhuisplannen (55%). Verhuisgeneigden geven ook minder vaak aan dat zij zich thuis voelen in de eigen buurt (63%) dan niet verhuisgeneigden (85%). Ook hebben verhuisgeneigden minder sociale contacten in de buurt en zien zij de buurt vaker als tijdelijke plek waar zij wonen. • Huurders geven minder vaak aan gehecht te zijn aan hun buurt (38%) dan eigenaarbewoners (53%). Ook geven zij minder vaak aan zich thuis te voelen in de buurt (62% respectievelijk 83%). Zij geven vaker aan dat zij tijdelijk in de buurt wonen (11% respectievelijk 2%). Datzelfde geldt voor huishoudens jonger dan 65 jaar ten opzichte van huishouden van 65 jaar en ouder.

29

Aangezien de mate van tevredenheid met de huidige woning een reden kan zijn om te willen verhuizen, is gekeken met welke factoren deze tevredenheid samenhangt. De factoren die het meest bepalend zijn, zijn: -

Leeftijd van de respondent: een hogere leeftijd gaat samen met een hogere tevredenheid.

-

Verhuisgeneigdheid: verhuisgeneigden zijn minder tevreden dan niet-verhuisgeneigden

-

Eigendomsvorm: huurders in een corporatiewoning zijn iets minder tevreden dan eigenaarbewoners.

-

Bouwjaar: over het geheel genomen zijn bewoners van oudere huizen wat minder tevreden.

-

Zorgen om de energiekosten: huishoudens die zich zorgen maken over de energiekosten, geven een wat mindere mate van tevredenheid aan.

-

Algemeen oordeel over woonomgeving: het rapportcijfer voor de huidige woning hangt positief samen met het rapportcijfer voor de woonomgeving

-

Sociale veiligheid in de buurt: het rapportcijfer dat voor sociale veiligheid wordt gegeven hangt positief samen met de tevredenheid met de huidige woning.

In mindere mate, maar ook van significante invloed zijn: -

Leefbaarheid in de buurt: het rapportcijfer dat aan de leefbaarheid in de buurt wordt gegeven hangt positief samen met de tevredenheid met de huidige woning.

30

6.

Verhuisgeneigdheid

6.1

Verhuisgeneigdheid

37% zelfstandig wonende huishoudens verhuisgeneigd: 5.100 potentiële doorstromers • Van de zelfstandig wonende huishoudens heeft 37% een verhuiswens: 10% wil zeker verhuizen en 27% misschien. Absoluut gaat het om circa 5.100 potentiële doorstromers. In 2019 had 37% van de zelfstandig wonende huishoudens een verhuiswens. • 65-plussers hebben minder en ook minder serieuze verhuisplannen dan huishoudens tot 65 jaar. 65-plussers zijn kritisch en verhuizen doorgaans alleen als zij hun ideale woning tegen komen. Tabel 6.1: Verhuiswens zelfstandig wonende huishoudens <65 jaar

65 jaar e.o.

Totaal

Wil verhuizen

12%

7%

10%

Wil misschien verhuizen

27%

28%

27%

Wil niet verhuizen

56%

57%

56%

Weet het nog niet

5%

8%

6%

8.600

4.800

13.500

Totaal huishoudens

Verhuiswens verschilt naar woonduur en inkomen • Van de huishoudens die nog geen twee jaar in de huidige woning wonen geeft 6% aan zeker te willen verhuizen. Tussen twee en tien jaar ligt dat op 12% en vanaf een woonduur van tien jaar of langer is dat nog maar 9%. • Huishoudens met een laag of middeninkomen geven het vaakst aan zeker te willen verhuizen, terwijl huishoudens met een hoog inkomen het vaakst aangeven niet te willen verhuizen. Figuur 6.1: Verhuiswens zelfstandig wonende huishoudens naar inkomen Laag inkomen (tot €2.250)

12%

30%

58%

Middeninkomen (€2.250-4.000)

12%

32%

56%

Hoog inkomen (vanaf €4.000)

8%

Totaal

10% 0%

22%

71%

27%

62%

20% Ja

40% Misschien

60%

80%

100%

Nee

Circa 15% huishoudens met verhuiswens wil zo snel mogelijk verhuizen • •

17% van de huishoudens met een verhuiswens wil het liefst zo snel mogelijk verhuizen en 19% binnen twee jaar. De gewenste verhuistermijn van huishoudens tot 65 jaar is wat korter dan van 65plussers. Zo wil 18% van de huishoudens tot 65 jaar zo snel mogelijk verhuizen, terwijl dat onder de 65-plussers 14% is.

31

8% van zelfstandig wonende huishoudens dringend of serieus op zoek naar woonruimte • Van de 13.500 zelfstandig wonende huishoudens, geeft 1% aan dringend op zoek te zijn naar woonruimte en 7% is serieus op zoek. Omgerekend zijn dat circa 1.000 huishoudens. • Onder huishoudens tot 65 jaar is de urgentie en vastberadenheid om te willen verhuizen relatief groot: 1% is dringend op zoek en 8% is serieus op zoek (circa 800 huishoudens). Bij huishoudens van 65 jaar of ouder is dat 1% respectievelijk 4% (circa 200 huishoudens). • Van alle 65-plussers met een verhuiswens geeft 71% aan dat zij alleen gaan verhuizen als zij hun ideale woning vinden. Onder de huishoudens jonger dan 65 jaar met een verhuiswens is dat 57%. Figuur 6.2: Type verhuiswens zelfstandig wonende huishoudens dringend op zoek; 1%;100 serieus op zoek; 7%; 900

62% Geen verhuiswens; 8.400

38% (mogelijk) Verhuizen; 5.100

als ik ideale woning vind; 23%;3.200

anders; 7%;900

Kwart van zelfstandig wonende huishoudens tot 30 jaar wil zeker verhuizen • De verhuisgeneigdheid onder zelfstandig wonende huishoudens tot 30 jaar is het grootst: 25% wil zeker verhuizen en 37% misschien. Onder de 30-54 jarigen wil 12% zeker verhuizen. • Huishoudens van 75 jaar of ouder zijn het minst verhuisgeneigd. Huishoudens in gestapelde bouw en huurders willen relatief vaak verhuizen • 17% van de huishoudens in gestapelde bouw wil zeker verhuizen. In grondgebonden woningen ligt dit een stuk lager (9%). • Ook huurders geven vaker (17%) dan eigenaar-bewoners (8%) aan dat zij zeker willen verhuizen. De grootste verhuisgeneigdheid bestaat in de goedkoopste huurwoningen (tot €452) en duurste huurwoningen (vanaf €808).

•

Tussen de koopprijsklassen zijn de verschillen in verhuisgeneigdheid een stuk kleiner. In het segment tot €355.000 is de verhuisgeneigdheid het grootst (10% zeker en 26% misschien) en in het segment vanaf €600.000 het kleinst (71% wil niet verhuizen).

32

6.2

Verhuisredenen

De woning zelf is belangrijkste verhuisreden voor doorstromers tot 65 jaar • Bovenaan in de lijst met verhuisredenen staat bij doorstromers tot 65 jaar de woning zelf (49%), gevolgd door de woonomgeving of buurt waarin men woont (27%) en een verandering in de huishoudenssamenstelling (26%). • Bij 65-plussers is de meest genoemde verhuisreden de gezondheid of behoefte aan zorg (39%), gevolgd door de woning zelf (37%). • Circa 5% van de doorstromers noemt te hoge woonlasten als verhuisreden en een even groot deel te hoge energiekosten. Figuur 6.3: Belangrijkste verhuismotieven van doorstromers 45%

Vanwege mijn woning 23%

Vanwege de woonomgeving of buurt waar ik nu woon

21%

Vanwege gezondheid of behoefte aan zorg

20%

Verandering in huishoudenssamenstelling Om dichter bij familie, vrienden of kennissen te gaan… Mijn woonlasten zijn te hoog geworden Mijn energiekosten zijn te hoog geworden Totaal

6% 5% 5%

0% <65 jaar

20% 40% 65 jaar e.o.

60%

80%

100%

Verhuizen vanwege woning: type woning en buitenruimte meest genoemd • Aan de doorstromers die expliciet hebben aangegeven vanwege hun woning te willen verhuizen, is de vraag gesteld wat de belangrijkste redenen zijn waarom men vanwege de woning wil verhuizen. • Meest genoemde redenen zijn dat een andere type woning gewenst is (44%), men een (grotere) tuin wil (37%), de slechte warmte-isolatie van de woning (35%) of de wens om een energiezuinigere woning (32%). • De meest genoemde redenen van 65-plussers wijkt hier van af. Zij verhuizen omdat hun huidige woning te groot is (61%), zij een woning willen waarin zij zelfstandig oud kunnen worden (48%) of een ander type woning gewenst is (35%). • Huurders noemen relatief vaak als verhuisreden de slechte warmte-isolatie van hun woning, dat hun woning te klein is of een slechte geluidsisolatie heeft. Verhuizen vanwege buurt: overlast van buren en verkeer meest genoemd • Aan de doorstromers die expliciet hebben aangegeven vanwege hun woonomgeving of buurt te willen verhuizen, is de vraag gesteld wat de belangrijkste redenen zijn waarom men vanwege hun woonomgeving wil verhuizen. • Overlast van buren/buurtbewoners worden het meest genoemd als verhuisreden (59%), gevolgd door overlast door overlast van verkeer (38%) en onvoldoende groen in de buurt (21%).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=0a2bb51e-7746-4c1c-a773-70c0cc4216a5