CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Raadsinformatiebrief Koersdocument groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA) Vlijmens Ven, Moerputten, Bossche Broek

Raadsvergadering 9 oktober 2025, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-B Schriftelijke mededelingen van college of griffie27.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vught Raadsinformatiebrief Datum

16 september 2025

Onderwerp

Koersdocument groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA) Vlijmens Ven, Moerputten, Bossche Broek Z25 - 295387

Zaaknummer Documentnr.

U11/25 - 713496

Inleiding Met deze notitie informeren we u over het Koersdocument groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA) Vlijmens Ven, Moerputten, Bossche Broek.

Inhoudelijk Het gebied rondom het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten, Bossche Broek staat voor een aantal grote uitdagingen op het gebied van klimaat, natuur en water, maar ook op het gebied van landbouw, energie en woningbouw. In nauwe samenwerking met gebiedspartners (de provincie Noord-Brabant, waterschap Aa en Maas, waterschap De Dommel, gemeente Vught, gemeente Heusden en gemeente 'sHertogenbosch, ZLTO, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer) is gewerkt aan een koersdocument. Hierin is met elkaar gezocht naar slimme combinaties van oplossingen voor het versterken van de natuur, voldoende water met een betere kwaliteit, een goede bodem en toekomst voor de landbouw. Het koersdocument vormt een gezamenlijke leidraad voor de verdere uitwerking om opgaven te realiseren. De uitgewerkte koers past binnen de omgevingsvisie Vught en heeft betrekking op de Vughtse Gement.

Belangrijke elementen in de voorgestelde koers voor Vught zijn: - Herstel van het watersysteem, met aandacht voor het voorkomen van ongewenste neveneffecten op landbouw en stedelijk gebied; - Vermindering van stikstofdepositie, met prioriteit voor de aanpak van de piekbelaster; - Bieden van duurzaam perspectief voor de landbouw; - Zorgvuldige inpassing van eventuele duurzame energieopwekking in het gebied; - Verbetering van het weidevogelgebied op basis van de uitvoering van het weidevogelconvenant; - Behoud van het waardevolle open landschap en het zichtbaar maken van cultuurhistorische elementen; Het koersdocument biedt de basis om tot concrete gezamenlijke maatregelen te komen die daadwerkelijk in uitvoering kunnen worden gebracht. In het kader van de provinciale Aanpak Landelijk Gebied (ALG) middelen is daarvoor al een bod ingediend bij de provincie Noord-Brabant. Voor het informeren van de gemeenteraden van de gemeenten 's-Hertogenbosch, Heusden en Vught en het algemeen bestuur van het waterschap Aa en Maas heeft de GGA Vlijmens Ven, Moerputten, Bossche Broek een informatiebrief opgesteld. Deze is 1/2

Vught k4 in de bijlage bijgevoegd. De komende maanden werken de gebiedspartners samen aan een uitvoerbaar pakket aan maatregelen. Hiervoor zullen passende overeenkomsten worden uitgewerkt die een eigen besluitvormingstraject zullen gaan hebben. Burgemeester en wethouders van Vught, de secretaris, de burgemeester,,..

eijzers Bijlage(n): 1. Informatiebrief van de GGA Vlijmens Ven, Moerputten, Bossche Broek

2/2

KOERSDOCUMENT

Koersdocument Versie September 2025

INHOUDSOPGAVE

HOOFDSTUK 5: Integraal streefbeeld ..................................................................... 49 5.1 Inleiding ......................................................................................................... 49

VOORWOORD door Ernest de Groot ......................................................................... 3

5.2 Van opgaven en aanpak naar inzichten ......................................................... 49

HOOFDSTUK 1: Inleiding ............................................................................................ 9

5.3 Van inzichten naar een integraal streefbeeld ................................................ 54

1.1 Waarom dit koersdocument?.......................................................................... 9

HOOFDSTUK 6: Aanzet voor maatregelen .............................................................. 59

1.2 Leeswijzer ...................................................................................................... 10

6.1 Inleiding ......................................................................................................... 59

HOOFDSTUK 2: Gebiedsbeschrijving ....................................................................... 11

6.2 Nader uit te werken maatregelen ................................................................. 59

2.1 Wat speelt er in het gebied? ........................................................................ 11

6.3 Denkrichtingen instrument ‘grond’ ............................................................... 65

2.2 Het focusgebied ............................................................................................ 11

6.4 Monitoringsprogramma ................................................................................ 67

2.3 Beleidsdoelen en gebiedsbelangen............................................................... 13

HOOFDSTUK 7: Hoe nu verder met de Koers? ........................................................ 68

2.4 Landschapsontwikkeling ............................................................................... 16

7.1 Inleiding ......................................................................................................... 68

2.5 Watersysteem ............................................................................................... 17

7.2 Juridische borging.......................................................................................... 69

2.6 Grondeigendom ............................................................................................ 23

7.3 Bestuurlijke borging....................................................................................... 70

2.7 Grondgebruik ................................................................................................ 25

7.4 Communicatie- en participatie strategie ....................................................... 70

2.8 Pacht ............................................................................................................. 26

Bijlagen .................................................................................................................... 72

HOOFDSTUK 3: Hoe is dit koersdocument tot stand gekomen? ............................. 27

Bijlage I Doelen Aanpak Landelijk Gebied (ALG) ................................................... 72

3.1 Een gezamenlijk proces van de gebiedspartners .......................................... 27

Bijlage II Gebiedspartners ....................................................................................... 76

3.2 Methodiek: Wegingskader en Bouwstenen ................................................. 28

Bijlage III Wegingskader ......................................................................................... 77

HOOFDSTUK 4: Bouwstenen voor de gebiedskoers ................................................ 30

Bijlage IV Belangenmatrix ....................................................................................... 78

4.1 Natuurdoelanalyse (NDA) ............................................................................. 30

Bijlage V Maatregelen Natuurdoelanalyse (NDA) .................................................. 79

4.2 Ecohydrologische Systeemanalyse (EHSA) .................................................... 31

Bijlage VI Conclusies maatregelenpakketten EHSA in beeld .................................. 80

4.3 HoWaBo (Hoogwater Aanpak Brabant Oost) ................................................ 36

............................................................................................................................. 80

4.4 Stikstofonderzoek .......................................................................................... 38

Bijlage VII Overzicht pachtcontracten ..................................................................... 83

4.5 Agrarische Visie ............................................................................................. 46

Bijlage VIII Beschikbare instrumenten voor communicatie + participatie ............ 85

4.6 Recreatie, cultuurhistorie en duurzame energie ........................................... 47

Bijlage VIII Kaartenboek .......................................................................................... 89 Bronnen ................................................................................................................... 90 2

VOORWOORD door Ernest de Groot Voor u ligt het koersdocument voor de gebiedsgerichte aanpak Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek. Dit koersdocument is tot stand gekomen dankzij de inzet van verschillende overheden (provincie Noord-Brabant, waterschap Aa en Maas, waterschap De Dommel, gemeente Vught, gemeente Heusden en gemeente ’s-Hertogenbosch) en organisaties (ZLTO, BAJK, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer). Deze koers vormt een leidraad voor de verdere uitwerking. Belangrijke bouwstenen die deel uitmaken van de voorliggende koers zijn de Natuurdoelanalyse incl. advies van de Ecologische Autoriteit, de ecohydrologische systeemanalyse, de agrarische visie vanuit de streek zelf, de uitwerking van HoWaBo 2.0 en het (deels) uitgevoerde stikstofonderzoek. Al deze bouwstenen op het terrein van landbouw, klimaat, water, natuur en stikstof hebben geleid tot het integraal streefbeeld in voorliggende koers.

Van meedenken en meepraten naar meedoen Voorliggende koers vormt de gezamenlijke inzet van alle partijen om de opgaven te realiseren en de leidraad voor handelen. Nu breekt de tijd aan om tot een gezamenlijke uitvoering te komen van de koers en vervlechting van deze koers met de andere plannen (o.a. HoWaBo en de energieopgaven) in het gebied. We gaan voor herstel en versterken van dit waardevolle mooie natuurgebied door samen met de ondernemers in het gebied de bouwstenen en maatregelen uit te werken. Zij spelen een belangrijke rol in het beheer van ons landschap. Samenwerking blijft het sleutelwoord voor de wijze waarop gebiedspartners met elkaar omgaan, maar ook een maatschappelijk haalbaar, maakbaar en betaalbaar uitvoeringsprogramma is onontbeerlijk. Als gezamenlijke partners gaan we onze krachten bundelen, want alleen mag je soms sneller gaan, samen komen we verder. Doet u mee? Ernest de Groot

Waterschap Aa en Maas, lid dagelijks bestuur Voorzitter stuurgroep gebiedsproces Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek

3

Samenvatting Na bijna twee jaar van intensief samen optrekken, durven we als gebiedspartners te concluderen dat er rondom het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek mooie stappen voorwaarts gezet kunnen worden! Dit koersdocument bevat een streefbeeld van het gebied dat invulling geeft aan de opgaven rond natuur, landbouwtransitie (duurzaam perspectief voor ondernemers), waterveiligheid (Hoogwater Aanpak Brabant Oost, HoWaBo) en waterkwaliteit. Daarin zijn ook de belangen vanuit het gebied rond de woningbouwopgave, de kwaliteit van de leefomgeving, het stedelijk watersysteem, recreatie, cultuurhistorie en duurzame energie meegenomen. Tevens is een doorkijk opgenomen naar de vervolgfase, waarin partners samen concrete maatregelen uitwerken en realiseren. Water is een belangrijk sturend mechanisme in dit gebied. Uit de studie naar het watersysteem (Ecohydrologische Systeemanalyse, EHSA) blijkt dat het hydrologisch systeem in het gebied gevoelig is. Er zijn maatregelen nodig om het noodzakelijke natuurherstel binnen N2000 te realiseren, maar deze maatregelen zullen ook effecten buiten het N2000-gebied hebben op bijvoorbeeld wonen en landbouw. Gebiedspartners zijn overeengekomen samen te bepalen welke (neven)effecten ze maatschappelijk aanvaardbaar vinden.

Dit koersdocument geeft richting aan een verdere samenwerking waardoor het Natura 2000-gebied zich optimaal herstelt, het aangrenzende bebouwd gebied beter is toegerust op het veranderende klimaat en de risico’s op wateroverlast beheersbaar zijn. Een toekomstbestendige landbouw is een belangrijke pijler voor het gebied. Daarin moet samen gezocht worden naar verdienmodellen die passen bij de specifieke omstandigheden vlakbij een Natura 2000-gebied. Verdienmodellen zoals bijvoorbeeld landschapsonderhoud sluit aan bij het

bereiken van goede omstandigheden voor de natuur. Een gezonde agrarische sector in het gebied is essentieel voor een gezonde leefomgeving, waar bewoners en recreanten de natuur en het karakteristieke landschap op een passende manier kunnen beleven. Integraal gebiedsproces In 2022 is voor het N2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek een verkenning uitgevoerd om alle beleidsopgaven en gebiedsbelangen in kaart te brengen. Na afronding van de verkenning is in maart 2023 gestart met de volgende fase: het opstellen van een streefbeeld met doorkijk naar mogelijke maatregelen om de bij wet vastgelegde beleidsdoelen rond het N2000-gebied te realiseren. Over maatregelen op de natuuropgave, de landbouwtransitie en de wateropgave is vanuit en met het gebied gedacht én is de koppeling gemaakt met de belangen die in het gebied zelf bestaan. Dit is gedaan in een integraal gebiedsproces. Met de Aanpak Landelijk Gebied (ALG) werkt de provincie Noord-Brabant aan opgaves als natuur, waterkwaliteit en klimaat. Hierin staat de koers op de realisatie van de wettelijke doelen op het gebied van natuur, stikstof, water en klimaat in samenhang met een duurzaam perspectief voor de landbouw. Iets waar in Brabant al enige jaren samen met haar gebiedspartners aan wordt gewerkt in de groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA).

Dit is in lijn met het Bestuursakkoord “Samen maken we Brabant” worden de krachten gebundeld, want stilstand is geen optie. Bouwstenen Om de beleidsopgaven en gebiedsbelangen (rekening houdend met de ALG) te vertalen naar een streefbeeld voor het gebied is informatie verzameld die

4

‘bouwstenen’ zijn genoemd. De inzichten uit deze sectorale bouwstenen zijn samengevoegd tot een integraal streefbeeld voor het gebied. De volgende bouwstenen hebben in dat proces geleid tot het streefbeeld: • De Natuurdoelanalyse (NDA) voor het N2000-gebied en de in november 2023 gepubliceerde rapportage van de Ecologische Autoriteit (EA), geven een beeld van de actuele stand van zaken voor de natuurdoelen. Ook geeft de NDA een suggestie voor belangrijke maatregelen. Optimalisatie van het hydrologische systeem en vermindering van stikstofdepositie zijn de belangrijkste knoppen om aan te draaien voor de natuuropgave. • Voor een goed beeld van de werking van het hydrologisch systeem is een Ecohydrologische Systeem Analyse (EHSA) voor het gebied gemaakt. Hierin is het verband gelegd tussen wat er aan het watersysteem moet veranderen om natuurdoelen te bereiken en wat er gedaan kan worden om deze veranderingen ook daadwerkelijk te bereiken. Ook is onderzocht wat effecten in de omgeving zijn van die veranderingen. • Om een goed beeld te hebben van de effecten van stikstofneerslag in het N2000-gebied, de bronnen van de stikstof en de mogelijke maatregelen is door provincie Noord-Brabant een breed stikstofonderzoek uitgevoerd. Brabantbreed is in de BOS 2.0 gekeken naar het stikstofdeken op het gebied en gebiedspecifiek zijn enkele mogelijke maatregelen doorgerekend.

• Agrarische ondernemers in het gebied realiseren zich dat zij ook een belangrijke rol spelen in de mogelijke oplossingen om tot verbetering van de natuurkwaliteit te komen. Zij hebben gezamenlijk een visie op papier gezet waarin ze met diverse projectvoorstellen aangeven wat hun bijdrage zou kunnen zijn. In het agrarisch gebied tussen N2000 in

•

•

het noorden en het Drongelens Kanaal in het zuiden zullen de hydrologische herstelmaatregelen invloed hebben op het grondgebruik. Het beheer van dit gebied zal door agrarische ondernemers verzorgd moeten blijven worden, waarbij er naar mogelijkheden gezocht zal worden om het verdienvermogen van de gronden in stand te houden voor ondernemers die actief blijven. HoWaBo (Hoogwater Aanpak Brabant oost) is een belangrijke bouwsteen voor de toekomst van het gebied maar loopt nu nog een eigen spoor. Een aantal mogelijke oplossingen zijn onder HoWaBo geselecteerd en worden nu verder uitgewerkt, waarbij ook de samenwerking met de verschillende gebieden gezocht gaat worden. Voor het focusgebied in de Gebieds Gerichte Aanpak voor Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek zijn 3 HoWaBo-oplossingen van belang. Belangrijk aandachtspunt voor verdere uitwerking van zowel maatregelen uit dit koersdocument als van HoWaBo-oplossingen is de verbinding tussen beiden. Dit heeft de aandacht van beide projectteams. De wensen en belangen vanuit het gebied zijn in een werksessie gedeeld en gezamenlijk zijn mogelijke maatregelen in beeld gebracht om tot realisatie hiervan te kunnen komen. Daarbij gaat het om de thema’s woningbouw, recreatie, landschap/cultuurhistorie en duurzame energie.

5

Inzichten De bouwstenen hebben inzichten opgeleverd over wat er in het gebied mogelijk is om samen stappen te zetten: • De EHSA laat zien dat er zeker nog knelpunten en aandachtspunten zijn voor de optimalisatie van het watersysteem ten behoeve van de natuur- en KRW-doelen. Maar de EHSA laat ook zien dat het watersysteem op een aantal punten al voldoet aan de richtlijnen. Er zijn concrete mogelijkheden onderzocht die tot een verbetering kunnen leiden. Het wegnemen van alle (hydrologische) belemmeringen om de natuurdoelen volledig te kunnen realiseren lijkt niet mogelijk. Om wel stappen te zetten die leiden tot verbetering (verkleining van het doelgat) zijn een aantal maatregelen gedefinieerd en zijn de effecten daarvan modelmatig doorgerekend. Hieruit blijkt dat de maatregelen in meer of mindere mate risico op negatieve effecten hebben voor de andere opgaven en belangen. Denk aan waterschade in het landbouwgebied, wateroverlast in bebouwd gebied en risico’s voor de volksgezondheid door riooloverstorten. De maatregelen dienen daarom in alle gevallen verder uitgewerkt te worden om een goed beeld te krijgen van de effecten, de risico’s goed te kunnen beoordelen en eventuele mitigerende maatregelen te kunnen meenemen. Hierbij is een goede afstemming met de uitwerking van de HoWaBo-oplossingen belangrijk.

• Uit de eerste stikstofanalyse blijkt dat de vermindering van stikstofdepositie door gebiedsspecifieke maatregelen binnen 1 km van N2000 beperkt is. De KDW's (kritische depositiewaarde) worden hiermee niet gehaald. In de provinciebrede aanpak van het stikstofdeken (BOS 2.0) zit voor het gebied de grootste winst en heeft prioriteit. Daarnaast heeft de aanpak van de piekbelaster in het focusgebied prioriteit. Bij de uitwerking naar maatregelen moet

gekeken worden naar het effect op de stikstofgevoelige habitattypen, hierbij is goede monitoring essentieel. Daarnaast moet integraal gekeken worden naar maatregelen en de koppeling met de doelen op het gebied van stikstof met hydrologie, bijvoorbeeld als het gaat om te realiseren NNB gronden en het komen tot een boer-boswachterpeil met minder mestaanwending in de zone rond N2000. Andere maatregelen zoals het verlagen van de snelheid van het wegverkeer en het gasloos maken van woonwijken hebben een gering effect op de stikstofdepositie. Een onbekende factor is de latente ruimte in vergunningen. • In de agrarische visie komen ondernemers met voorstellen die een positieve bijdrage aan de opgaven kunnen leveren. Water is voor hen ook belangrijk voor de bedrijfsvoering. Hierin kunnen de belangen van landbouw, water en natuur dan ook samenkomen. In een vervolgfase zullen deze voorstellen samen met de gebiedspartners uitgewerkt moeten worden. • Voor de gebiedsbelangen woningbouw, recreatie, cultuurhistorie en duurzame energie zijn in de werksessies aandachtspunten voor mogelijke maatregelen benoemd. Voor de woningbouwopgave moeten we concluderen dat vanuit het gebiedsproces hieraan voorlopig geen concrete bijdrage geleverd kan worden. • De connectiviteit en robuustheid van het Natura2000-gebied kan verbeterd worden door het natuurnetwerk af te maken.

6

Streefbeeld voor het gebied Een gebied in balans waar scherpe overgangen aan de noordzijde zichtbaar blijven tussen bebouwd gebied en een waardevol mooi natuurgebied (N2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek) dat aan de zuidzijde overgaat in een agrarisch gebied, zuidelijk begrensd door het Drongelens Kanaal. Water en bodem worden als sturende mechanismen ingezet, waardoor de natuur versterkt. Gebruiksmogelijkheden voor agrarische gronden zullen veranderen. Partijen streven ernaar om het verdienmodel van ondernemers te behouden en nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen. Ondernemers in het gebied spelen een belangrijke rol in het landschapsbeheer (natuur(lijk) beheer, weidevogels) en deze diensten maken deel uit van dat verdienmodel. Het open landschap blijft behouden, met uitzondering van de eendenkooien. Eventuele duurzame energieopwekking wordt slechts kleinschalig toegepast. Samenwerking blijft het sleutelwoord voor de wijze waarop gebiedspartners met elkaar omgaan. Maatregelen worden in samenwerking uitgewerkt met respect voor elkaars belangen als basis.

Maatregelen Vanuit de bouwstenen zijn voor alle beleidsopgaven en gebiedsbelangen mogelijke maatregelen in beeld gebracht die verder uitgewerkt kunnen worden, met onderscheid in twee soorten maatregelen: • Maatregelen die op korte termijn verder uitgewerkt kunnen worden omdat ze naar verwachting een positief effect op de N2000-doelen hebben en geen/heel beperkte risico’s op ongewenste neveneffecten hebben;

•

Maatregelen die naar verwachting positief effect hebben op de natuuropgave maar nog verder onderzocht moeten worden en waarvan de risico’s op ongewenste neveneffecten (en eventuele mogelijke mitigerende maatregelen) nog onvoldoende duidelijk zijn;

Gezien het feit dat de bouwstenen voor wat betreft hydrologie en stikstof op modelstudies zijn gebaseerd, is een goed monitoringsprogramma noodzakelijk. Nadere uitwerking van de maatregelen zal dan ook gekoppeld worden aan een monitoringsprogramma waarin effecten van maatregelen in beeld worden gebracht, zowel op doelrealisatie als op de risico’s. De korte termijn maatregelen die in beeld zijn, lijken niet ingrijpend te zijn en niet om grote ingrepen te vragen. Toch zal definitieve bestuurlijke afweging op maatschappelijke effecten hiervan nog gemaakt moeten worden. De verwachting is dat deze maatregelen niet MER-plichtig zijn en er dus geen planologische procedures gestart hoeven te worden om ze uit te kunnen voeren. Voor de lange termijn maatregelen is meer onderzoek nodig en kan dus nog niets gezegd worden over planologische procedures. Doorkijk naar uitvoering Met het beschrijven van een streefbeeld en maatregelen is de basis gelegd om de stap naar een robuuste toekomst te kunnen zetten. De uitwerking en de realisatie van het pakket aan maatregelen is de volgende stap. Daartoe is al een eerste aanzet gedaan door opdracht te geven om in samenwerking met een aantal ondernemers in het gebied te gaan uitwerken welk grondwaterpeil in de zomer (en in de winter) voor ondernemers wenselijk en aanvaardbaar is. Een eerste belangrijke stap.

Laten we samen verder gaan op de ingezette koers. Want er is veel te winnen rond het Vlijmens Ven, de Moerputten en het Bossche Broek!

7

8

HOOFDSTUK 1: Inleiding 1.1 Waarom dit koersdocument?

Dit document geeft geen in beton gegoten beeld van het gebied in 2050. Het

Verspreid over Brabant wordt rondom 12 Natura 2000-gebieden gewerkt

geeft wel richting aan de ontwikkelingen die ingezet kunnen worden en welke

volgens een ‘groenblauwe gebiedsgerichte aanpak’. Deze aanpak is bedoeld

maatregelen je daarbij voor kunt stellen; waarbij sommige maatregelen al

voor die gebieden waar de beleids- en gebiedsopgaven zodanig urgent en/of

uitgewerkt kunnen gaan worden en andere nog verder verkend zullen

complex zijn dat een integrale oplossing, nauwe samenwerking tussen

worden. Het is dus geen integrale visie met een vastgesteld

gebiedspartners en een procesmatige aanpak noodzakelijk zijn. De uitdaging

maatregelenpakket. Wel hebben we een goed beeld gekregen van wat er kan

is het zoeken naar slimme combinaties van oplossingen voor sterkere natuur,

in het gebied, welke maatregelen effect hebben en welke risico’s daarbij

voldoende water met een betere kwaliteit, een goede bodem en

ontstaan. Omdat dit nog niet voldoende helder is, zullen de mogelijke

toekomstperspectief voor de landbouw.

maatregelen nog nader uitgewerkt moeten worden.

In en rondom het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche

Brabantbreed speelt het proces van de Aanpak Landelijk Gebied (ALG). Er

Broek wordt sinds maart 2022 door de gebiedspartners samengewerkt in een

wordt invulling gegeven aan het ALG met input van de gebiedsprocessen

gebiedsgerichte aanpak. In september 2022 is de Verkenning voor dit

rondom Natura 2000-gebieden; zo ook voor het gebied Vlijmens Ven,

gebiedsproces opgeleverd. De gebiedspartners verklaarden toen gezamenlijk

Moerputten en Bossche Broek, o.a. door beschikbare (financiële) middelen

de vervolgstap te willen zetten naar het opstellen van een toekomstvisie, met

voor de uitvoering van maatregelen.

als basis de opgaven en uitgangspunten zoals die in de verkenning waren vastgesteld.

Dat er zaken in een gebiedsgericht proces onzeker zijn en veranderen door bijvoorbeeld onderzoeksresultaten, waren de gebiedspartners al gewend

Het afgelopen jaar hebben de gebiedspartners samen de benodigde stappen

vanuit de Verkenning en is ook nu weer gebleken bij het opstellen van dit

doorlopen om opgaven en uitgangspunten te vertalen en verbeelden in een

koersdocument. De partners zijn inmiddels aardig bedreven in het laveren in

koersdocument.

zo’n gebiedsproces. Het motto is dan ook ‘alleen ga je sneller, samen kom je verder’. 9

1.2 Leeswijzer Wat bij aanvang bedoeld was als een document waarin een visie werd

In Hoofdstuk 5 is een integraal streefbeeld beschreven dat is ontstaan door

geschetst op de toekomst van het gebied, bleek gaandeweg het traject dat

de inzichten vanuit de bouwstenen samen te voegen tot een geheel. In

we al een stapje verder konden komen tot een aanzet voor maatregelen.

Hoofdstuk 6 zijn de mogelijke maatregelen beschreven. Hoofdstuk 7

Deze maatregelen dienen nog wel verder uitgewerkt te worden omdat de

tenslotte bestaat uit een doorkijk naar de volgende stap: borging van de

balans tussen effectiviteit op de doelrealisatie enerzijds en het risico op

uitgangspunten en suggestie tot het gezamenlijk verder uitwerken van de

schadelijke neveneffecten anderzijds gevoelig blijkt. In die zin is het meer een

maatregelen tot een uitvoeringsprogramma.

koersdocument geworden. Vanuit die gedachte is het belangrijk om goed uit te leggen welke weg we hebben afgelegd, welke informatie is verzameld en welke afwegingen er zijn gemaakt die tot dit koersdocument hebben geleid. Vanuit de opgaven en belangen is een aantal sectorale bouwstenen ontwikkeld. Deze hebben inzicht gegeven in de mogelijkheden om de verschillende doelen te realiseren. Deze inzichten zijn samengevoegd tot een integraal streefbeeld van waaruit mogelijke maatregelen zijn afgeleid. Figuur 1 geeft een schematische weergave van dit proces. Het document is als volgt opgebouwd: In Hoofdstuk 2 is het gebied beschreven op een aantal relevante onderwerpen: wat speelt er, welke beleidsmatige doelen vallen in dit gebied, hoe zitten het landschap en het hydrologisch systeem in elkaar? Wat is het (agrarisch) grondgebruik en hoe zijn de grondeigendommen verdeeld? In Hoofdstuk 3 is het proces beschreven hoe we met elkaar tot dit koersdocument zijn gekomen. In Hoofdstuk 4 is beschreven welke informatie is verzameld en hoe we deze als bouwstenen hebben gebruikt om tot een integraal beeld met een samenhangend pakket aan maatregelen te komen. Figuur 1 Schematische weergave van proces om tot koersdocument te komen

10

HOOFDSTUK 2: Gebiedsbeschrijving

het Bossche Broek noord. Er komen zowel bewoners van de aangrenzende kernen als bezoekers van buiten het gebied.

2.1 Wat speelt er in het gebied? In het gebied tussen de woonkernen van Drunen, Vlijmen, Nieuwkuijk, ‘s-Hertogenbosch, Vught en het Drongelens Kanaal vinden we een drietal unieke natuurgebieden met een gezamenlijke N2000-status. In totaal omvat dit N2000-gebied een oppervlak van ca. 900 ha. Nagenoeg alle grond binnen het N2000-gebied is in handen van de terreinbeherende organisaties (TBO's) Staatsbosbeheer (Moerputten en Bossche Broek) en Natuurmonumenten (Vlijmens Ven, Rijskampen, Honderd Morgen en De Maij). Waterschap Aa en

Net zoals overal in Nederland speelt hier ook een opgave om woningen te bouwen, die bemoeilijkt wordt door ‘het stikstofslot’. Vanuit de Regionale Energie Strategie (RES) wordt er in het gebied gezocht naar locaties om een bijdrage te leveren aan de productie van duurzame energie. Met het intensiveren van de landbouw zijn hier over de jaren hydrologische maatregelen genomen die een economisch rendabel gebruik van de gronden mogelijk maakten. Snel afvoeren van water was het uitgangspunt.

Maas beheert en is eigenaar van het Drongelens Kanaal, dat met enkele verbindingszones ook tot N2000 behoort. Ook delen van de Deutersestraat zijn N2000. Er is nog een kleine restopgave te verwerven Natuurnetwerk Brabant (NNB). Rondom het Natura 2000-gebied ligt een open cultuurlandschap. De Gement is een open landschap dat behouden moet blijven t.b.v. weidevogels (weidevogelconvenant) en historische zichtassen. Ook liggen in het gebied 2 historische eendenkooien. Het gebied is van oudsher nat, als laaggelegen deel tussen de hoogte van de Loonse en Drunense Duinen en de zandrug waarop de woonkernen van Drunen, Vlijmen en Nieuwkuijk zijn ontstaan. De natste delen (de huidige N2000-gebieden) zijn nooit ontgonnen of inmiddels terug naar natuur ontwikkeld. Het gebied is in trek bij recreanten, vooral voor wandelen en fietsen, en kent in sommige delen een intensief recreatief gebruik, zoals de Moerputten en

2.2 Het focusgebied Het focusgebied van dit gebiedsproces is een schil om het N2000-gebied heen. De begrenzing van het focusgebied uit de Verkenning is verder op maat gemaakt (zie figuur 2). Er is een begrenzing aangehouden op basis van het watersysteem. Dit is een watersysteem met een peilbesluit. De noordgrens van het focusgebied is De Heidijk (de zuidrand van het bebouwde gebied). De zuidgrens van het focusgebied is het Drongelens Kanaal en de overgang naar de Loonse en Drunense Duinen. Het focusgebied is -in vergelijking met andere gebiedsprocessen in Brabantin omvang niet groot en kent scherpe overgangen tussen bebouwd, natuur en agrarisch gebied. Het gebied wordt gekenmerkt door bebouwing aan de noordzijde (Drunen, Vlijmen, Nieuwkuijk, ’s-Hertogenbosch en Vught) en agrarisch gebruik aan de zuidzijde. In het agrarisch gebied is de melkveehouderij

de

meest

voorkomende

sector.

Een

belangrijke 11

kanttekening is dat het watersysteem niet ophoudt bij de grens van het focusgebied. Vanuit de opgave en mogelijke maatregelen kan ook verder worden gekeken. Grondeigendom in het focusgebied is verdeeld over particulieren/ondernemers (41%), gemeenten (26%), terreinbeherende organisaties (26%), twee waterschappen (5%) en provincie & rijk (2%).

Figuur 2 Kaart met begrenzing focusgebied voor koersdocument (rode stippellijn) en de Natura 2000-gebieden (donkergroen) Het rood gemarkeerd gedeelte bij Drunen is in de EHSA en grondanalyse opgenomen in het focusgebied maar valt voor het Koersdocument en het vervolg buiten het focusgebied.

12

2.3 Beleidsdoelen en gebiedsbelangen 2.3 Beleidsdoelen en gebiedsbelangen

natuur ten opzichte van de opgave. Daaruit blijkt dat de matige

Opgaven vanuit de Verkenning

hydrologische omstandigheden en de te hoge stikstofdepositie

In de Verkenningsfase (september 2022) zijn onderstaande opgaven voor het

ervoor zorgen dat de staat van de natuur achterblijft bij de gestelde

gebied vastgelegd (zie figuur 3):

doelen. Herstel van natuur is, beleidsmatig, het belangrijkste doel

• •

•

•

De Natura 2000-opgave staat centraal, met vooral eisen aan herstel

voor dit gebied, met watermaatregelen als de knop waar de meeste

van de kwelstroom (verhoging waterstanden in de zone er omheen);

positieve effecten voor de natuurdoelen zijn te behalen. Hiermee is

De landbouw moet zodanig versterkt worden dat het perspectief

het eerste doel uit de verkenning aangescherpt: met behoud- en

biedt voor de boeren die doorgaan en past bij de langere termijn

uitbreidingsdoelen voor verschillende habitattypen en -soorten en

beelden voor duurzame landbouw (kringloop, grondgebonden,

vooral eisen aan het herstel van de kwelstroom (verhoging

extensief etc.);

grondwaterstanden in de zone eromheen), verbetering van de

Er is vanuit Hoogwater Aanpak Brabant Oost een grote

waterkwaliteit, verbetering van ecologische verbindingen in het

waterbergingsopgave, die voor een deel in en nabij dit GGA-gebied

gebied en de omgeving en het optimaliseren van het natuurbeheer.

moet worden opgelost;

Waarom het herstel van kwelstromen nodig is voor natuurherstel is

Er is een opgave om de waterkwaliteit op orde te brengen (KRW-

toegelicht in de Ecohydrologische Systeemanalyse (paragraaf 4.1);

opgave en maatregel t.b.v. Natura2000 doel); •

•

uitgewerkt worden;

Er liggen opgaven voor verstedelijking, energietransitie, recreatie, natuurontwikkeling buiten N2000, herstel van de waarde

Binnen HoWaBo zijn 11 mogelijke oplossingen in beeld die verder

•

Stikstofreductie (in het gebied en in de ‘stikstofdeken’) is belangrijk

weidevogelgebied en herstel van het karakteristieke open landschap

om natuurdoelen te behalen. Dit stond in de verkenning beschreven

met cultuurhistorische landschapselementen.

maar was niet opgenomen bij ‘belangrijkste opgaven’. Meer over stikstof is te vinden in paragraaf 4.3;

Gebiedsopgaven: aanscherping en aanvulling t.b.v. koersdocument •

De Natuurdoel Analyse (NDA) die in voorjaar 2023 voor dit gebied is gepubliceerd (en waarover de Ecologische Autoriteit in november

•

Realisatie Natuurnetwerk Noord-Brabant;

•

Mogelijk volgt actualisatie van de Vogel Habitat Richtlijn (VHR)doelen. Dit kan mogelijk gevolgen hebben.

2023 een advies heeft uitgebracht) geeft inzicht in de staat van de

13

Figuur 3 In de doorsnede uit de Verkenning (sept 2022) zijn beleidsopgaven voor het focusgebied systemisch verbeeld.

14

De gebiedspartners hebben tijdens het proces een onderverdeling en

De doelen die genoemd zijn in Aanpak Landelijk Gebied (ALG) van de

aanscherping gemaakt op de beleidsdoelen en gebiedsbelangen:

Provincie Noord-Brabant zijn opgenomen in de bijlage I.

Beleidsopgaven Bescherming en verdere ontwikkeling van natuurdoelen (N2000 en de bijbehorende verbindingen) Duurzaam perspectief voor landbouw Waterkwaliteit herstellen en verbeteren (KRW en N2000) Gebiedsbelangen Stikstofruimte voor verstedelijkingsopgave van gemeenten Vught, ’s-Hertogenbosch en Heusden Duurzame energie. Zoekgebied voor duurzame energie benoemd in de Regionale Energie Strategie (RES) Weidevogelgebied op een deel van de agrarische gronden ten zuiden van de N2000-gebieden Vlijmens Ven en Moerputten Recreatie: voorzien in behoeften + reguleren Cultuurhistorie – onder voorwaarden – beleefbaar maken Waterveiligheid. De Hoogwater Aanpak Brabant Oost (HoWaBo) bestaat uit 11 oplossingen, waarvan er drie in het focusgebied vallen: Drongelens Kanaal, Baardwijkse Overlaat en Bossche Broek Noord. Een goed functionerend stedelijk watersysteem.

15

2.4 Landschapsontwikkeling In deze paragraaf worden de relevante hoofdlijnen van de landschapshistorie

Van oudsher heeft het gebied een functie als natuurlijk overstromingsgebied

aangestipt. Inzoomen op de landschapshistorie geeft meer inzicht in de

(overlaat). Dat heeft grote invloed gehad op het landschap, bijvoorbeeld op

huidige knelpunten. In de EHSA is een uitgebreide beschrijving van de

het open karakter, de bodemgesteldheid en de blauwgraslanden. Recentere

landschapshistorie te lezen. In het kaartenboek dat gemaakt is bij aanvang

ontwikkelingen hebben het landschap gemaakt tot wat het nu is: de aanleg

van dit proces is ook meer informatie te vinden over het ontstaan van het

van het Drongelens Kanaal in 1911, de ruilverkavelingen in de jaren ’60 en de

landschap en de typeringen.

meer recent de grootschalige natuurontwikkeling in de lage delen van Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek (Natuurinrichting Vlijmens Ven

Het focusgebied is in feite een natuurlijke laagte. Zowel door de ligging tussen

en Honderd Morgen in het project Life+ Blues in the Marshes in 2016). Deze

de hoger gelegen Loonse en Drunense Duinen en de dekzandrug waar

natuurontwikkeling is gecombineerd met de aanleg van een regionale

Vlijmen, Drunen, Nieuwkuijk en ’s-Hertogenbosch op zijn ontstaan, als door

waterberging, kavelruil en bedrijfsverplaatsing door agrarische ondernemers

de ligging op de overgang van zand- naar rivierlandschap (de overgang van

rondom Vlijmens Ven.

hoog naar laag), bekend als de Naad van Brabant (zie figuur 4). Het zandlandschap is gevormd door dekzandruggen die door de wind zijn afgezet en beekdalen die zich een weg daartussen hebben gebaand. Het focusgebied is omringd door deze zandruggen en is daarmee van oudsher een nat moerasgebied geweest. Dit moerasgebied is door de tijd heen ontgonnen (zie hiervoor de historische kaarten in het kaartenboek). De hogere gronden zijn geschikt gemaakt voor landbouw en uitbreiding van bebouwing. Later, nadat de functie als overlaatgebied minder noodzakelijk was, zijn hiervoor ook de minder hooggelegen gronden ontgonnen, resulterend in een agrarisch landschap. Het gehele gebied tussen de dekzandruggen is veen geweest, dat door afgraven en oxidatie is verdwenen. In de Moerputten is een veenlaag nog aanwezig en elders zijn lokaal dunne veenlagen aanwezig.

Figuur 4 Hoogtekaart met locaties van landschapsstructuren en historische waterlopen (bron: EHSA 2024, RHDHV)

16

2.5 Watersysteem

deze drooglegging (figuur 6). Met de grootschalige natuurontwikkeling in

Middels een EHSA is de werking van het watersysteem onderzocht. De

2016 is het watersysteem in het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven en

punten uit de EHSA die het belangrijkste zijn voor de gewenste optimalisatie

Moerputten volledig losgekoppeld van het omliggende agrarische

van het watersysteem zijn in deze paragraaf benoemd. Meer informatie is te

watersysteem. In het Natura-2000 gebied wordt geen water ingelaten, maar

vinden in het rapport Ecohydrologisch Onderzoek Vlijmens Ven, Moerputten

wordt juist kwelwater vastgehouden en met een systeem van pompen door

en Bossche Broek (2024, RHDHV) .

het gebied verspreid. Er wordt een natuurlijk peilbeheer gevoerd: nat in de winter en wegzakkend in de zomer.

Aansluitend bij de vorige paragraaf ligt het gebied geohydrologisch gezien binnen de Centrale Slenk. Het gebied bevat drie watervoerende pakketten (zie doorsnede figuur 5). De Loonse Vaart, Bossche Sloot en Dongense Sloot zijn de afwaterende hoofdwaterlopen. Het Drongelens Kanaal heeft lokaal in het focusgebied een drainerende werking en elders (deels in het focusgebied en deels erbuiten) een infiltrerende werking. De Dommel heeft alleen een infiltrerende werking in Natura 2000-gebied Bossche Broek. Voor het poldergebied gelegen in Waterschap Aa en Maas geldt een peilbesluit. In het Bossche Broek gelegen in waterschap De Dommel geldt een streefpeilbesluit. Het overtollige water uit het GGA gebied wordt weggepompt door gemalen. Voor het Bossche Broek via de Dommel en voor

Figuur 5 Doorsnede: geohydrologische opbouw met watervoerende pakketten en waterwinningen (Bron: EHSA 2024 RHDHV)

het overig gebied van waterschap Aa en Maas wordt water van peilvakken afgevoerd (en in droge tijden aangevoerd) via de Bossche Sloot en de Loonse Vaart. Gedetailleerde stroomrichtingen van zijn te zien op figuur 7 en 8 (informatie uit de EHSA). Door afvoeren en wegpompen van water wordt de grondwaterstand in percelen verlaagd. Het verschil tussen maaiveld en waterstand in sloten heet drooglegging. Afhankelijk van de maaiveldhoogte en de waterpeilen varieert

Figuur 6 Droogleggingskaart (Bron: ESHA 2024 RHDHV)

17

Figuur 7 Oppervlaktewaterstroming (winterpeil)

Figuur 8 Oppervlaktewaterstroming (zomerpeil)

18

In de ecohydrologische studie zijn de stroombanen van het grondwater per

landbouwgebieden beïnvloeden de (grond-)waterkwaliteit in o.a.

gebied in beeld gebracht (figuur 9 - 12):

Vlijmens ven en Honderd Morgen.

•

•

De kwel in het Vlijmens Ven is belangrijk voor de kwelaanvoer in het

•

Ook onttrekkingen uit het grondwater hebben bijgedragen aan een

gehele gebied. Het westelijk deel wordt gevoed met grondwater van

afname van de kwel in de natuurgebieden. Huidige onttrekkingen in

lokale herkomst (o.a. Hoge Bank). Het centrale en oostelijk deel

en rondom het gebied zijn in de afgelopen decennia toegenomen,

worden gevoed door grondwater van regionale herkomst (omgeving

zodat dit knelpunt steeds groter is geworden. Dit betreft

Biezenmortel);

onttrekkingen

In de Moerputten is het grondwatersysteem een doorstroomsysteem

beregening en bodemenergiesystemen.

voor

drinkwater,

levensmiddelenindustrie,

met lokaal, in de Rijskampen, geïnfiltreerd water. Het water stroomt van zuidoost naar noordwest, vanaf de Rijskampen naar de Bossche Sloot. De Moerputten heeft een hoge oppervlaktewaterstand en vooral lokale kwel dat deels van lokale en deels van regionale herkomst is. De waterkwaliteit voldoet aan de ecologische vereisten voor blauwgrasland. Ook de Honderd Morgen en De Maij ontvangen een combinatie van water van grotere afstand en lokaal kwelwater. De Rijskampen heeft vrijwel geen kwel van buiten dit gebied. Kwelstromen bevinden zich binnen dit deelgebied; •

Het Bossche Broek ontvangt grondwater van (boven)regionale herkomst en aan de westzijde uit de Dommel;

•

Figuur 9 Grondwaterstroombanen Vlijmens Ven en De Ham (Bron: EHSA Vlijmens Ven Moerputten en Bossche Broek 2024 RHDHV)

Het Drongelens Kanaal heeft een grote invloed op de kwelstromen in het focusgebied, zoals zichtbaar in de onderstaande doorsneden. Hierbij valt op dat het Drongelens Kanaal voornamelijk de kwel afvangt die anders aan het oppervlak komt in De Gement en niet zozeer in het natuurgebied Vlijmens ven. Lokale kwel stroomt wel naar de oevers van het Drongelens Kanaal (deel van dit traject is Natura

2000).

Lokale

kwelstromen

uit

omliggende 19

Met deze kennis van de werking van het watersysteem is in de EHSA gekeken naar de huidige natuurtypen. Knelpunten en conclusies staan in Hoofdstuk 4.1 EHSA en zijn een belangrijke bouwsteen voor de koers.

Figuur 10 Grondwaterstroombanen Moerputten, Rijskampen Moerputten en Bossche Broek 2024 RHDHV)

(Bron: EHSA Vlijmens Ven

Figuur 12 Berekende grondwaterstroombanen vanuit een model (Bron: EHSA Vlijmens Ven Moerputten en Bossche Broek 2024 RHDHV)

Figuur 11 Grondwaterstroombanen Bossche Broek (Bron: EHSA Vlijmens Ven Moerputten en Bossche Broek 2024 RHDHV)

20

•

In het focusgebied is de kwaliteit van het diepere grondwater in bijna alle meetpunten goed (stoffen nitraat, chloride en sulfaat). Ten zuiden van het Drongelens Kanaal ligt het landbouwgebied Giersbergen-De Margriet. Hier is in het grondwater een hoog sulfaatgehalte waargenomen. Dit sulfaatrijke water stroomt naar het Drongelens Kanaal;

•

Het kanaal heeft in het oppervlaktewater een hoog gehalte aan voedingsstoffen en sulfaat. In de zomer stroomt water vanuit het kanaal in de waterlopen in de landbouwkundige peilvakken, waardoor deze dan ook een hoog voedselrijk gehalte hebben;

•

Het ondiepe grondwater staat met name bij Vlijmens Ven-west direct in contact met het N2000-gebied, omdat daar de agrarische en N2000afwatering niet gescheiden zijn;

Vervolg Figuur 12 Berekende grondwaterstroombanen vanuit een model (Bron: EHSA 2024 RHDHV)

•

De huidige oppervlaktewaterkwaliteit in het Vlijmens Ven is een knelpunt voor het aanwezige habitattype kranswierwateren, waar de

De opgave waterkwaliteit vanuit de Kader Richtlijn Water (KRW) heeft zowel betrekking op grondwater als op oppervlaktewater. Hierbij enkele

gehalten fosfaat en nitraat te hoog zijn; •

Het gemiddelde chloridegehalte in grond- en oppervlaktewater van de

bevindingen over beide typen waterkwaliteit:

meeste meetpunten in het Natura 2000-gebied is optimaal voor

•

In het focusgebied zijn weinig grondwatermeetpunten. Uit deze

blauwgraslanden. Het sulfaatgehalte is ook geen knelpunt. Eén

meetpunten blijkt dat er veel variatie is in waterkwaliteit. In de meeste

meetpunt grondwater in de Moerputten gaf in de periode 2016-2023

meetpunten in het Natura 2000-gebied is de waterkwaliteit optimaal

wel te hoge gehalten voor habitattypen voor Chloride, Sulfaat en OXV.

voor de habitattypen, met enkele uitzonderingen. In enkele meetpunten zijn gehalten van voedingsstoffen en sulfaat te hoog. Ook

In het gebied liggen de enkele KRW-watergangen, waarvan de inrichting

is de gemiddelde zuurgraad van het water niet overal optimaal voor de

grotendeels gereed zijn. Hierin zijn niet alle KRW-parameters op orde, met

habitattypen;

name macrofauna, waterflora, stikstof en fosfor. In de KRW factsheets (Waterschap Aa en Maas 20-09-2023) wordt per watergang een overzicht 21

gegeven van de doelen, toestand en maatregelen. In het waterbeheerplan 2022-2027 van waterschap Aa en Maas zijn alle KRW-maatregelen en de benodigde financiële investeringen opgenomen. •

Nieuwe Loonse Vaart: De Nieuwe Loonse Vaart is een gegraven waterloop die vanaf het Drongelens Kanaal de noordelijk gelegen gebieden van water voorziet en is sterk gereguleerd.

•

De Bossche Sloot en de Vlijmensch Vensche Hoofdloop: De Vlijmensch Vensche Hoofdloop is een gegraven waterloop en de Bossche Sloot is een watergang die in het oorspronkelijke tracé van de beek de Zandleij ligt.

•

Drongelens Kanaal: Het Drongelens Kanaal is gegraven ten behoeve van het afvangen van piekafvoeren van de beken die naar 's-Hertogenbosch afwateren daarnaast wordt vanuit het Drongelens Kanaal via twee gemalen water ingelaten voor de agrarische gebieden rondom Drunen en Vlijmen. Het kanaal stroomt via de Bovenlandse sluis uit in de Maas. Er is geen scheepvaart op het kanaal.

•

Midden- en Beneden Dommel: Het waterlichaam Midden- en Beneden Dommel omvat het deel van de Dommel benedenstrooms van Eindhoven. Aandachtspunten zijn de lozing van effluent van RWZI’s en de aanwezigheid van gemengde overstorten.

Daarnaast is in de factsheet KRW Stroomgebiedbeheerplan 2022-2027 ‘Grondwaterlichaam Zand Maas’ (06-04-2022) de toestand, de belasting en maatregelen met betrekking tot het grondwater genoemd.

22

2.6 Grondeigendom Op basis van gegevens van onder meer het Kadaster is een analyse gemaakt

Opvallend is dat overheden en TBO's tezamen 59% van het eigendom in

van grondeigendommen en grondgebruik. De verdeling van het

handen hebben. Kijkend naar het grondeigendom van particuliere eigenaren

grondeigendom binnen het focusgebied voor Vlijmens Ven, Moerputten en

valt op dat deze voornamelijk gronden in het focusgebied in eigendom

Bossche Broek is hieronder overzichtelijk weergegeven. Op de kaarten in

hebben en weinig daarbuiten. Deze grondeigenaren hebben binnen het

figuur 13 - 16 worden deze gegevens verder uiteengezet, waarbij onderscheid

focusgebied ca. 17% in eigendom. Daarnaast valt op dat deze gronden als

is gemaakt in:

clusters bij elkaar liggen, voornamelijk ten zuiden van Drunen en Nieuwkuijk.

•

Grondeigendom niet-particulier zoals bekend vanuit de verkenning;

•

Grondeigendom van eigenaren die woonachtig zijn binnen het focusgebied; Grondeigendom van eigenaren die woonachtig zijn buiten het focusgebied.

Analyse Grondstrategie GGA VVMPBB

•

Figuur 124 Grondeigendom niet-particulier binnen en buiten het focusgebied

Figuur 13 Verdeling van grondeigendom binnen het focusgebied

23

Grondeigendom in het focusgebied van particuliere eigenaren die buiten het focusgebied wonen, ligt op ca. 24%. Deze grondeigenaren wonen zowel in de schil rond het focusgebied als elders in Nederland. Opvallend is dat veel van deze gronden dicht tegen het Natura2000-gebied zijn gelegen. Met name in de omgeving van tuincentrum De Gement,

Ruidigerdreef,

Drunen-Oost

en

Vaartweg/Nieuwkuijkseweg zijn veel gronden in eigendom van particulieren woonachtig buiten het focusgebied. Er is overlap met de vorige kaart in verband met dubbele eigendommen van o.a. Gasunie, Brabant Water en Waterschap Aa en Maas. Daarnaast zijn sommige gronden in gemeenschappelijk particulier eigendom, zowel binnen als buiten het focusgebied.

Boven: figuur 15 Grondeigendom van percelen in het focusgebied van eigenaren (niet overheid/TBO) binnen het focusgebied (boven), en hun eigendom tot 1 km buiten het focusgebied. Onder: figuur 16 Grondeigendom van percelen in het focusgebied van eigenaren (niet overheid/TBO) buiten het focusgebied (boven), en hun eigendom tot 1 km buiten het focusgebied.

24

2.7 Grondgebruik Naast grondeigendom is ook grondgebruik van belang voor het opstellen van

Het grootste gedeelte van het grondgebruik in het focusgebied is agrarisch

de grondstrategie. Bij het Kadaster is hierover informatie beschikbaar, maar

grasland en in mindere mate bouwlanden met intensieve teelten verspreid

deze komt in veel gevallen niet overeen met de praktijk. Wat bijvoorbeeld

over het gebied. Het gaat hierbij voornamelijk om mais, maar ook om bieten,

opvalt aan de Kadaster-gegevens is het hoge percentage grondgebruik

aardappelen en granen. Deze bouwlanden met landbouwgewassen zijn in

‘akkerbouw’, dat in de praktijk grasland is. Een mogelijke verklaring hiervoor

eigendom van overheden als pachtgrond, maar ook in eigendom van

is dat deze gronden als tijdelijk grasland zijn opgegeven voor de mei-telling.

eigenaren binnen en buiten het focusgebied. Opvallend is dat enkele van

Wanneer een perceel 6 jaar na elkaar als tijdelijk grasland wordt opgegeven

deze bouwlanden in het Natura-2000 gebied liggen. Bij het inzoomen op

staat het automatisch geregistreerd als blijvend grasland. De kaart Landelijk

maatregelen kunnen deze gegevens gedetailleerder over elkaar worden

Grondgebruik Nederland 2021 geeft hierin een beter inzicht (figuur 17).

gelegd.

Figuur 17 Landgebruik in en rondom het N2000-gebied

25

2.8 Pacht Zoals uit de gegevens ‘totaaloverzicht eigendommen binnen focusgebied’

Opvallend is de grote hoeveelheid pachtgrond van met name de gemeenten

blijkt, is een groot gedeelte van de grond in eigendom van de gemeenten en

Vught en Heusden in het focusgebied. Het merendeel van deze pachtgronden

wordt verpacht. In deze analyse zijn de pachtgronden binnen en buiten het

vallen niet onder ‘geliberaliseerde pacht’ maar reguliere pacht. De

focusgebied van de overheden in kaart gebracht volgens aangeleverde

pachtvoorwaarden voor deze verschillende pachttypen zijn per organisatie

informatie van de gemeenten (figuur 18). De verschillen tussen de

anders (zie Bijlage VI).

pachtcontracten zijn vervolgens uiteengezet.

Figuur 18 Pachtgronden en type pachtgronden. Rood is reguliere pacht, groen is geliberaliseerde pacht.

26

HOOFDSTUK 3: Hoe is dit koersdocument tot stand gekomen? 3.1 Een gezamenlijk proces van de gebiedspartners Het proces van het bepalen van de koers is met dezelfde gebiedspartners

Bestuurlijke ijkmomenten op weg naar de koers:

doorlopen als bij de Verkenning: Waterschap Aa en Maas, Provincie NoordBrabant, ZLTO, Gemeente Heusden, Gemeente ’s-Hertogenbosch, Gemeente Vught, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Waterschap De

22 september 2023: •

voor de koers;

Dommel, Brabants Agrarisch Jongeren Contact (BAJK) en AJK Den Bosch. Meer over deze gebiedspartners is te vinden in bijlage II.

De landschapsanalyse, verbeeld in het kaartenboek, is het startpunt

•

Optimalisatie van hydrologisch herstel is uitgangspunt voor de koers, waarbij stikstof ook meegenomen wordt;

Om tot een gezamenlijke koers te komen zijn verschillende middelen ingezet: •

•

Koers moet met consensus tot stand komen en we helpen elkaar

Maandelijkse overleggen van de ambtelijke gebiedspartners, waarbij

vooruit door te geven en nemen. De basis is harmonie en het streven

zowel over proces als inhoud werd gesproken en de bestuurlijke

is consensus.

overleggen werden voorbereid; •

Thematische bijeenkomsten van ambtelijke gebiedspartners, over NDA, EHSA-resultaten en het stikstof-onderzoek;

8 december 2023: •

We stellen het wegingskader vast als bouwsteen voor de koers. Met

•

Online bijpraat-sessies voor de ambtelijke gebiedspartners;

de methodiek van het wegingskader kunnen we de vervolgstap

•

Veldbezoek thema ‘water’ voor de ambtelijke gebiedspartners;

maken richting koers;

•

Elke 2-3 maanden overleg van de bestuurlijke gebiedspartners, zowel

•

We zien de Landbouwvisie als bouwsteen voor de koers.

voor besluitvorming als informeren (bijvoorbeeld EHSA en stikstofonderzoek); •

17 april 2024:

Najaar 2023 + voorjaar 2024: op initiatief van de ZLTO zijn de

•

We zien de EHSA als bouwsteen voor de koers;

agrarische ondernemers in het gebied bijgepraat over het GGA

•

We zien het stikstof-onderzoek als bouwsteen voor de koers.

proces en HoWaBo.

27

3.2 Methodiek: Wegingskader en Bouwstenen Om van de verkenning naar het koersdocument te komen is ‘van grof naar fijn’ gewerkt. Stapsgewijs is er steeds verder – en dus concreter - ingezoomd op de beleidsdoelen en gebiedsopgaven. Het schema (figuur 19) is een weergave van hoe het koersdocument tot stand is gekomen.

28 Figuur 19 Schema over totstandkoming koersdocument

Wegingskader

Bouwstenen

Aan de hand van de beleidsdoelen en gebiedsopgaven zijn eerst de belangen

De koers is tot stand gekomen met inzichten uit verschillende bouwstenen:

van elke gebiedspartner in een belangenmatrix gezet. Deze matrix vormde

•

De NDA (natuurdoelanalyse) geeft een beeld van de staat van de

vervolgens de basis voor het wegingskader. Dit wegingskader is gebruikt om

natuur in het N2000-gebied. De NDA is daarna nog getoetst door de

uitgangspunten en richtinggevende keuzes te maken en dit inzichtelijk en

Ecologische Autoriteit (EA);

transparant te kunnen doen. In de bijlagen III en IV zijn het wegingskader en

•

de belangenmatrix toegelicht en opgenomen.

In de EHSA is de werking van het hydrologisch systeem in beeld gebracht. Een aantal mogelijke maatregelen zijn onderzocht die tot optimalisatie van het hydrologisch systeem zouden moeten leiden;

In werksessies is vervolgens gekeken welke ingrepen mogelijk kunnen zijn om

•

De stikstofdepositie op het gebied is onderzocht. Er is gekeken naar

voor elk van die doelen en belangen stappen voorwaarts te kunnen maken.

de herkomst van de stikstof, effecten van de generieke maatregelen

Ook hier weer van grof naar fijn: vanuit de NDA en de EHSA is gekeken naar

om stikstofuitstoot te beperken en de mogelijke lokale maatregelen

de knoppen waaraan in het watersysteem gedraaid kan worden en naar de

en de daaraan verbonden effecten;

consequenties daarvan voor de verschillende gebiedsopgaven.

•

Agrarische ondernemers in het gebied hebben een gezamenlijke

Mogelijke maatregelen, passend bij de verschillende knoppen, zijn gewogen

toekomstvisie opgesteld. Hierin hebben zij beschreven aan welke

op hun gebiedsbrede effect om zo consequenties van keuzes in beeld te

maatschappelijke doelen zij een bijdrage zouden kunnen leveren

brengen. Dit is gedaan op basis van de vraag ‘Welke invloed (positief, negatief

vanuit hun bedrijfsvoering;

of neutraal/geen effect) heeft een ingreep op de andere doelen en

•

Gebiedsoverstijgend speelt de Hoogwater Aanpak Brabant Oost (ook

belangen?’. Zo kon besloten worden welke ingrepen verder uitgewerkt

wel HoWaBo), waarvan drie oplossingen in het focusgebied liggen.

moeten worden om uiteindelijk tot een afgewogen pakket aan maatregelen

De koers voor het gebied moet de verdere uitwerking van deze 3

te komen.

HoWaBo-oplossingen niet onmogelijk maken; •

Resultaten van een werksessie ‘recreatie, cultuurhistorie en

In een volgend stadium kan het wegingskader weer gebruikt worden om de

duurzame energie’ met de gebiedspartners, waarbij indirect ook

verder uit te werken maatregelen te wegen op bijvoorbeeld kosten,

gesproken is over 10% groenblauwe dooradering en de VHR doelen

efficiëntie, haalbaarheid, negatieve effecten + kosten daarvan en effecten +

(Vogel- en Habitatrichtlijnen).

kosten van mitigerende maatregelen. In het volgende hoofdstuk is de input van deze bouwstenen beschreven. 29

HOOFDSTUK 4: Bouwstenen voor de gebiedskoers

van natuurbeheer. Een aantal van de andere bouwstenen (EHSA, zie 4.2; het stikstofonderzoek, zie 4.4 en de uitkomsten van de werksessie recreatie,

Dit hoofdstuk geeft voor de verschillende bouwstenen een compacte weergave van de input.

4.1 Natuurdoelanalyse (NDA)

cultuurhistorie en duurzame energie, zie 4.6) leveren informatie en inzichten in de haalbaarheid en effectiviteit van de voorgestelde maatregelen. Voor het vervolgtraject is het belangrijk om de voorgestelde maatregelen met de inzichten uit de genoemde bouwstenen te blijven toetsen aan het bereiken van de gunstige staat van instandhouding van het N2000-gebied. In bijlage V

De natuuropgaven in het Natura 2000-gebied vormen een belangrijke

zijn de maatregelen uit de NDA Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek

aanleiding voor de start van het gebiedsproces. Om een goed beeld te

op kaart gezet.

hebben van de staat van de natuur in N2000-gebieden is door het Rijk opdracht gegeven om per gebied een natuurdoelanalyse (NDA) op te stellen.

De NDA benoemt daarnaast dat het Rijk op dit moment op landelijk en

Deze natuurdoelanalyses resulteren in een overzicht van resterende

provinciaal niveau de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn actualiseert.

drukfactoren op het Natura 2000-gebied en geven geven richting aan

Het is nog niet duidelijk of hieruit extra doelen voortkomen die in het gebied

noodzakelijke en verder uit te werken natuurherstelmaatregelen die het

moeten landen.

N2000-gebied weer in een gunstige staat van instandhouding moeten brengen. De maatregelen zullen in uitgewerkte vorm opgenomen gaan worden in het te actualiseren Natuurbeheerplan voor het N2000-gebied dat de juridische basis vormt voor het toekomstige beheer. De NDA’s zijn daarna nog getoetst door de Ecologische Autoriteit (EA). De uitkomsten van de NDA voor het Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek zijn meegenomen als bouwsteen voor dit document. De hydrologische omstandigheden en de stikstofdepositie blijken de belangrijkste knelpunten te zijn voor de natuurdoelen. In de NDA is een aantal voorstellen voor maatregelen gedaan, die naast het watersysteem en de stikstofdepositie, zich ook richten op de connectiviteit en optimalisatie 30

4.2 Ecohydrologische Systeemanalyse (EHSA)

watersysteem dat is ingericht op afvoeren, de belangrijkste oorzaken voor de

De Ecohydrologische Systeemanalyse geeft inzicht in de werking van het

knelpunten. Op de kaart van figuur 20 zijn voor de verschillende delen van

watersysteem, wat de knelpunten zijn voor de natuur, welke maatregelen

het

kunnen worden onderzocht en wat de mogelijke effecten hiervan zullen zijn.

aandachtspunten weergegeven.

De

EHSA

bestaat

uit

drie

delen:

een

systeemanalyse,

gebied

de

belangrijkste

ecohydrologische

knelpunten

en

een

gevoeligheidsanalyse en modelmatige maatregelenpakketten.

Het voornaamste knelpunt in het gebied is het te ver wegzakken van het grondwaterpeil in de zomer waardoor, met name in de Moerputten en in

Systeemanalyse: knelpunten in het watersysteem in beeld

mindere mate in het Bossche Broek, de natuurdoelen niet bereikt kunnen

De Ecohydrologische Systeemanalyse vormt een belangrijke bouwsteen voor

worden. In droge jaren is dit probleem extra groot en zakt het grondwater in

de koers omdat het inzicht geeft in de werking van het watersysteem en het

de zomer niet alleen in het Bossche Broek en de Moerputten, maar in het

effect daarvan op de gewenste natuurtypen. In deze paragraaf staan de

hele gebied te diep weg. Op de lange termijn kan dit extra maatregelen

belangrijkste knelpunten en conclusies uit de EHSA op een rijtje.

vergen als gevolg van de klimaatverandering.

De werking van het hydrologische systeem met oppervlakte- en

Grondwaterstandverhoging in de winter is nodig om uitzakken van het

grondwaterstanden wordt in grote mate beïnvloed door het klimaat en met

grondwater in de zomer te verminderen. Dit kan o.a. door toename in

name de variatie en langjarige veranderingen daarin. Te zien is dat de jaarlijks

kwelstromen en beperken van de afvoer. Aanrijking van kwelwater in de

gemiddelde neerslag is toegenomen, maar dat ook de verdamping is

winter is nu minimaal door lage waterpeilen en grote invloed van regenwater.

toegenomen. Met als resultaat een tijdelijke toename van het

Figuur 21 laat doelgaten zien, door in te zoomen op de verschillende

neerslagoverschot aan het eind van de vorige eeuw. In de afgelopen 30 jaar

natuurtypen in het gebied en waar precies verandering van de gemiddeld

is het gemiddelde neerslagoverschot gedaald. Dit heeft invloed op de

laagste grondwaterstand (GLG) nodig is. Doelgat is het verschil tussen de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=712302ac-ac3f-4bed-8fb0-627ba4b51a05