CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Raadsinformatiebrief Regionaal Handelingsperspectief Van internationale medewerkers naar nieuwe Nederlanders

Raadsvergadering 4 november 2021, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-B Schriftelijke mededelingen van college of griffie24.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Huisvesting in woningen in woonwijken voor short-stayers Een groot deel van de negatieve ervaringen die omwonenden ervaren gaat over internationale werknemers die in groepen in woningen zijn gehuisvest. Het gaat dan bijvoorbeeld om parkeer-, geluids- en afvaloverlast. De overlast door afval is gelegen in het feit dat internationale werknemers die hier kort verblijven zich niet inschrijven in de Basisregistratie Personen en daarom ook geen afvalstoffenheffing betalen. Niet alleen zorgen groepen internationale werknemers in woningen vaak voor overlast, met name een steeds wisselende samenstelling van bewoners is niet goed voor de leefbaarheid en sociale samenhang in de kernen. Ook willen gemeenten voldoende goedkope woningen beschikbaar houden voor starters en doorstromers gezien de enorme druk op de woningmarkt. Verkamering We zien in de regio dat internationale werknemers vaak wonen in woningen die ‘verkamerd’ zijn. Dat betekent dat een woning veel intensiever wordt bewoond dan wanneer er één huishouden woont. Het is anders of iemand naast een gezin woont of naast een huis waar bijvoorbeeld acht of meer mensen wonen. Vooral als die niet in gezinsverband samenwonen. Voor de woning betekent dit feitelijk dat deze is verworden tot “onzelfstandige woonruimten” en dat deze is onttrokken aan de gemeentelijk woningvoorraad.

Als verkamering vaak voorkomt in een wijk of straat legt dat een druk op de leefbaarheid en veroorzaakt dit op den duur sociale erosie. De afgelopen jaren hebben diverse vastgoedbedrijven en uitzendbureaus panden opgekocht en ‘verkamerd’ om de huisvesting van internationale werknemers te regelen. De ervaring leert dat de realisatie van deze onzelfstandige wooneenheden niet altijd leidt tot deugdelijke huisvesting, omdat de leefomstandigheden en de veiligheid van de bewoners van 19 Expertisecentrum Flexwonen, 2019. 'Routekaart naar goede huisvesting voor EU-arbeidsmigranten'

Engbersen e.a., 2011. Rapport arbeidsmigratie in vieren. Gestel, van, e.a., Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, 2013. Overlast, lokaal beleid en arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa. 20 21

16

onvoldoende niveau is. Tevens zorgen de onzelfstandige wooneenheden voor ruimtelijke effecten waar gemeenten graag op wil sturen. Hierbij kan gedacht worden aan het aspect parkeren. Ook heeft de toevoeging van de onzelfstandige wooneenheden geleid tot een druk op woonruimtes in het goedkope segment. Deze woonruimtes zijn namelijk veelal gerealiseerd in woningen binnen dit goedkope segment, waardoor het aanbod goedkope woningen onder druk is komen te staan. Dit tezamen maakt dat gemeenten steeds meer de behoefte hebben om te kunnen sturen op de ruimtelijke gevolgen van het omzetten van een woning in onzelfstandige wooneenheden. Verkamering tegengaan Het tegengaan van verkamering en daarmee voorkomen van misstanden als overbewoning, onveiligheid en overlast kan daarvoor een oplossing bieden mitst alternatieven geboden kunnen worden. Een van de instrumenten die gemeenten daarvoor ter beschikking hebben is het vaststellen van een (nieuw) paraplubestemmingsplan, bedoeld om een eenduidige regeling op te stellen en de gewenste regulering vorm te geven. Binnen deze kaders kunnen gemeenten verkamerde woningen, bijvoorbeeld voor internationale werknemers, tegengaan. Advies is om dit op maximaal 10 % van de woningen in een straat toe te staan en geen twee woningen naast elkaar.

Advies is ook om de verkamering van reguliere woningen te beperken tot maximaal 4 per woning, uiteraard afhankelijk van de grootte van de woning en een minimaal woonoppervlak volgens de SNF of AFK-normen, waarbij de gemeenschappelijke ruimtes niet bij de individuele woonruimte per bewoner mag worden opgeteld. In uitzonderingsgevallen kan in overleg bij grotere woningen bekeken worden of huisvesting van meer personen mogelijk is. Huisvesting op agrarisch bedrijven In de regio maken ook agrarische bedrijven gebruik van woningen in de woonwijken om internationale werknemers (kamergewijs) te huisvesten. Aanbevolen wordt om voor agrarische bedrijven de mogelijkheden uit te breiden om huisvesting op eigen terrein te realiseren ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering. Door de grotere behoefte van sommige bedrijven, zouden gemeenten middels maatwerk de ruimte kunnen bieden om meer personen te huisvesten op het agrarisch bedrijf. De omvang van de eigen arbeidsbehoefte, de omgeving en de ruimtelijke aspecten zouden dan de mogelijkheden en voorwaarden kunnen bepalen. Vervalt de eigen behoefte aan internationale werknemers, dan vervalt ook de behoefte aan huisvesting. De toestemming kan dan door de betreffende gemeente worden ingetrokken. In principe is deze vorm van huisvesting geschikt voor de groep internationale werknemers die hier tot één jaar verblijven.

Maar ook voor internationale werknemers die hiervoor middellange dan wel korte tijd verblijven kan deze vorm van huisvesting aantrekkelijk zijn, bijvoorbeeld voor internationale werknemers die hier jaarlijks terugkomen om op hetzelfde bedrijf te werken. Voorwaarden die gesteld zouden moeten worden aan huisvesting op een agrarisch bedrijf zijn onder andere een goed beheer, minimaal huisvesten conform het SNF-keurmerk of Agrarisch Keurmerk Flexwonen. Per locatie moet specifiek worden gekeken naar de verkeersituatie en de verkeersaantrekkende werking in relatie tot de omvang van het initiatief.

17

Ook hier wordt aanbevolen om te streven naar maximaal 1 persoon per slaapkamer, zoals ook toegelicht onder ‘verantwoorde huisvestingslocaties'. Internationale werknemers verblijven soms langere tijd op het terrein. Zoals eerder toegelicht is voldoende privacy daarom belangrijk in het kader van kwalitatief goede, maatschappelijk verantwoorde, huisvesting. Realisatie van nieuwe pensions/logiesgebouwen Naast de mogelijkheden binnen het bestaande bestemmingsplan zijn er mogelijkheden om nieuwe pensions/logiesgebouwen te koppelen aan hergebruik van bestaande leegstaande gebouwen. Op deze locaties is een permanente wijziging van de bestemming ten behoeve van de maatschappelijk verantwoorde huisvesting van internationale werknemers mogelijk. Dit sluit aan bij het uitgangspunt van zuinig ruimtegebruik en draagt bij aan de planologische hergebruikmogelijkheden van vrijkomende locaties. We bieden bedrijven/huisvesters de mogelijkheid om gezamenlijk of zelfstandig maatschappelijk verantwoorde huisvesting te realiseren, zowel voor de internationale werknemer als voor de omgeving. Een voorziening moeten beschikken over een 24/7 beheer en goede woon- en leefvoorzieningen. De omvang (aantal bedden) is afhankelijk van de omgeving en de relevante ruimtelijke aspecten. Omliggende bedrijven moeten niet belemmerd worden in de ontwikkeling.

Huisvesting dient minimaal te voldoen aan het SNFkeurmerk. Andere voorwaarden die gesteld worden aan grootschalige locaties zijn voldoende aandacht voor veiligheid, kwaliteit en een goede verkeersontsluiting. Net als bij huisvesting op het agrarisch bedrijf wordt hier bij huisvesting de aanvullende eis opgenomen dat er sprake moet zijn van maximaal één persoon per slaapkamer. Bij de beoordeling van ingediende initiatieven zal bij de concrete planvorming gekekenworden naar de gebruikelijke beoordelingsaspecten als archeologie, gevolgen flora en fauna, waterhuishoudkundige consequenties etc. Specifiek willen we hier noemen de verkeerskundige consequenties voor de directe omgeving. Dit is een stukje maatwerk bij de concrete planvorming en kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat er beperkingen worden opgelegd aan de omvang van het initiatief. Balans Met dit handelingsperspectief willen we als regio Noordoost-Brabant ervoor zorgen dat er een goede balans komt tussen woningen en verkamerde woningen. De woningen zijn in de basis voor de huisvesting van één huishouden. Samenwonende internationale werknemers worden juridisch dan niet als één huishouden gezien. Verkamering van een woning kan alleen middels vergunning toegestaan worden. De huisvesting van grotere aantallen is (mits voldaan wordt aan de leefbaarheidstoets etc.) mogelijk.

Hiervoor kan dan de zogenaamde ‘kruimelregeling’ worden gebruikt.

Gemeentelijke voorzieningen De internationale werknemers maken gebruik van de gemeentelijke voorzieningen, maar dragen hierin financieel niet bij als ze niet staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP). Gemeenten missen daardoor inkomsten in relatie tot het werkelijke inwoneraantal. Uitgangspunt is dan ook dat internationale werknemers dienen bij te dragen aan het in stand houden van het voorzieningenniveau van de gemeente waarin ze woonachtig zijn.

18

Wettelijke bepalingen Met betrekking tot de problematiek van internationale werknemers is een scala aan wettelijke kaders en regelingen van toepassing. In bijlage 2 (blz. 19) vindt u deze uitgebreid omschreven. Ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en veiligheid lopen hier door elkaar. Bepalingen zijn te vinden in de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet milieubeheer, Huisvestingswet, Bouwbesluit, Wet aanpak woonoverlast, de (provinciale) Verordening ruimte, bestemmingsplannen, Bouwverordening en de APV. Er is een aantal mogelijkheden binnen de relevante wetgeving op het gebied van het huisvesten van internationale werknemers. Veel van deze wetgeving is rechtstreeks van toepassing. Ze legt beperkingen op aan huisvesters. Er worden eisen gesteld op het gebied van veiligheid, overlast en locaties. Ten aanzien van het reguleren van de woningvoorraad en de aan woningen te stellen eisen met betrekking tot bewoning, bieden bovenstaande regelingen geen directe oplossing. Een huisvestingsverordening en een (paraplu) bestemmingsplan kan dan uitkomst bieden (zie bijlage 4, pagina 43).

Verantwoordelijkheid De Regio Noordoost-Brabant voelt de verantwoordelijkheid om deze internationale werknemers goed te huisvesten22. De regio wil een aantrekkelijke omgeving zijn voor bedrijven om te kunnen ondernemen; daarbij kunnen bedrijven in de regio niet zonder internationale werknemers. De regio Noordoost-Brabant stelt dat arbeidsmigratie primair een economisch vraagstuk is. Huisvesting is daarvan een afgeleid vraagstuk, maar vraagt veelal wel om de meeste aandacht en heeft daarmee een hoge prioriteit. Dit zowel vanwege het tekort aan kwalitatief goede en humane huisvesting in veel gemeenten, als vanwege de veelal ervaren maatschappelijke weerstand. De regio ziet als kern van hun opgave het verbeteren van de politieke en maatschappelijke beeldvorming en het creëren van draagvlak. Als opmaat naar regionale afspraken zijn een aantal kwalitatieve uitgangspunten geformuleerd: 1. Huisvesting moet veilig en humaan zijn en daarvoor willen we een gezamenlijke norm hanteren; 2. Beperken woon/werk verkeer voor internationale werknemers; 3. Beperken relatie tussen wonen en werken voor internationale werknemers; 4. Belang gezamenlijk beeldopgave; 5. Geen contingenten, maar bijdragen aan de opgave naar rato van de mate waarin het vraagstuk speelt; 6. Regio en gemeenten geven kaders en faciliteren; uitvoering ligt bij marktpartijen; 7.

Creëer begrip en acceptatie door met oplossingen voor internationale werknemers ook kansen te creëren voor andere woningzoekenden. 22 Regio Deal Noordoost-Brabant, pagina 17: 20168948.bijlage (4).pdf en (pagina 9): boekjeregiodeal nob.pdf

(regionoordoostbrabant.nl)

19

Daarbij is de kwalitatieve huisvestingsvraag te verdelen in twee typen, namelijk tijdelijke huisvesting (korter dan 2 tot 3 jaar) en permanente huisvesting (internationale werknemers die zich definitief vestigen in Nederland). De opgave voor de permanente huisvesting moet worden opgelost in de reguliere woningmarkt. Deze behoefte is ook meegenomen in de provinciale bevolkings- en woningbehoeftenprognoses. Dit vraagt om een versnelling van de woningbouw met specifieke aandacht voor voldoende sociale woningbouw. Dit laatste in verband met de betaalbaarheid van huisvesting voor internationale werknemers en het voorkomen van verdringing van andere woningzoekenden.

Oplossingsrichtingen De tijdelijke huisvesting van internationale werknemers is mogelijk op verschillende soorten locaties en in verschillende vormen en omvang. Daarbij vinden wij het van groot belang dat huisvesters ook met internationale werknemers zelf in gesprek zijn over hun woonwensen. Omdat de aard, omvang en (ruimtelijke) eigenschappen per gemeente verschillen is er niet één type huisvestingsvoorziening ideaal, maar afhankelijk van de kenmerken van de gemeente. Veelal is een mix van typen voorzieningen wenselijk. Vanuit de (omvang van de) opgave, het wegnemen van druk op de reguliere woningmarkt, het bevorderen van integratie en vanuit het oogpunt van beheer en draagvlak genieten in eerste instantie flexwonen en daarna geclusterde huisvesting de voorkeur. Flexwonen Flexwonen is een concept dat een snelle, tijdelijke en - natuurlijk - flexibele vorm van wonen voor verschillende doelgroepen realiseert, bijvoorbeeld afgestudeerde studenten, gescheiden mensen en uitstromers uit de maatschappelijke opvang, de zogenoemde ‘spoedzoekers’ en ook geschikt voor zich vestigende internationale werknemers. Het is bij uitstek geschikt voor mensen die op zoek zijn naar een snelle (en betaalbare) oplossing voor een urgente woonsituatie. Deze vorm van huisvesting typeren we als ‘wonen’.

Geclusterde huisvesting Geclusterde huisvesting is huisvesting, meestal in de vorm van logies, voor één specifieke doelgroep. Deze vorm van huisvesting heeft een andere prijs en kwaliteit dan flexwonen en typeren we als ‘verblijven’. De mensen die hier ‘verblijven’ hebben hun hoofdverblijf elders. Dat kan in verschillende groottes: − kleinschalig zijn (tot 20 personen) − middelgroot (20 tot 80 personen) − grootschalig (vanaf 80 personen)

Geclusterde voorzieningen en flexwonen zijn beide mogelijk in woonkernen of woongebieden waarbij de daadwerkelijke geschiktheid van de locatie afhankelijk is van de situatie en omgevingskenmerken en de schaal van de huisvesting. Daarbij is er een kans om juist leegstaand of leegkomend vastgoed, zoals kantoren, hotels en maatschappelijk vastgoed, te benutten. Buiten de woongebieden heeft flexwonen, onder andere vanuit het oogpunt van integratie, niet de voorkeur. Het is aan de individuele gemeente om op basis van beleidskaders te 20

beoordelen waar en onder welke voorwaarden flexwonen mogelijk is. Geclusterde huisvesting is onder voorwaarden wel mogelijk buiten de woongebieden. De regionale uitgangspunten voor geclusterde huisvesting zijn hierna nader uitgewerkt.

Afgestemde aanpak overheden We constateren dat de noodzakelijke randvoorwaarden op de leefgebieden wonen, werken en welzijn nog niet allemaal goed zijn ingevuld. Daar willen wij als lokale, regionale en provinciale overheden door middel van een afgestemde aanpak aan werken. We houden daarbij uiteraard rekening met onze mogelijkheden en de ontwikkelingen op nationaal niveau. Afstemming binnen Noordoost-Brabant (en verder) is nodig om te voorkomen dat een diversiteit aan voorwaarden leidt tot verschuiving van ongewenste situaties.

Integrale aanpak De krapte op de woningmarkt maakt dat de schaarste aan ontwikkelruimte steeds meer wordt gevoeld. Er zijn ook andere urgente groepen die passende huisvesting behoeven. Dit vraagt om een specifieke ontwikkelstrategie die realiseerbare huisvestingsoplossingen biedt met passende kwaliteit. Een goede samenwerking met ontwikkelende partners is cruciaal, de gemeente alleen lost het tekort aan goede huisvesting niet op. De huisvesting van internationale werknemers heeft ook raakvlakken met handhaving en openbare orde en met zorg en welzijn. In dit ontwikkelkader wordt aangegeven dat het vraagstuk van huisvesting internationale werknemers zich verder strekt dan de realisatie van grootschalige huisvesting. Vanuit de markt zijn er initiatieven om internationale werknemers in grootschalige logiesvoorzieningen te huisvesten. Er is behoefte aan een afweegkader om dergelijke initiatieven te beoordelen en af te wegen, of en waar een dergelijk initiatief gerealiseerd kan worden en binnen welke randvoorwaarden. Het handelingsperspectief grootschalige logiesvoorzieningen voor internationale werknemers geeft daarvoor handvatten en sluit aan op provinciale en regionale kaders. Één van de instrumenten om dit te realiseren is bijvoorbeeld het inzetten van een omgevingsvergunning, nodig om een woning te gebruiken voor kamerverhuur.

Onderdeel van het onderzoek of deze vergunning kan worden afgegeven, is dan een leefbaarheidstoets als onderdeel van de ‘paraplu-bestemming. Is het advies hiervan negatief, dan wordt de vergunning niet verstrekt. Het streven van dit handelingsperspectief is dan ook om (een deel van) de verkamerde woningen voor internationale werknemers weer beschikbaar te krijgen voor de regionale en gemeentelijke woningvoorraad als zelfstandige woning. Dit vraagt dan wel dat er alternatieven worden geboden in de vorm van grootschalige huisvesting voor internationale werknemers.

21

Regionaal handelingsperspectief Dit handelingsperspectief vormt een stevige basis voor de afgestemde Noordoost-Brabantse aanpak. Internationale werknemers in Noordoost-Brabant zijn in verschillende sectoren werkzaam. Dit verschilt per gemeente en dit vereist lokaal maatwerk. Graag willen we dat deze medewerkers zich thuis voelen in onze regio, passend bij de opgaven uit de Regio Deal Noordoost-Brabant: goed leven, fijn wonen en anders werken23 De urgentie ligt bij het oplossen van de huisvestingsopgave, maar zeker ook bij integratie, participatie, sociaal welzijn, veilig en het creëren van draagvlak. Met oog voor de verschillende positie van internationale werknemers per gemeente (‘couleur lokale’) delen we een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het verbeteren van de positie van internationale werknemers, kunnen we leren van elkaar en maken we hiervoor afspraken. Diversiteit is immers de kracht van onze regio.

Migratie Informatie Punt Binnen de Regio Deal Noordoost-Brabant wil de provincie Noord-Brabant stapsgewijs, samen met alle relevante regionale, nationale en internationale partners, de benodigde informatievoorziening voor internationale werknemers in kaart brengen en op een uniforme en structurele manier verbeteren. Om dit succesvol te doen, heeft de provincie Noord-Brabant opdracht gegeven tot verkenning en mogelijke ontwikkeling van een Brabants Migratie Informatie Punt (BMIP) dat aansluit bij het landelijk beleid en zoveel mogelijk gebruikmaakt van de bestaande (kennis)structuren (zoals expatcentra, grensinformatiepunten en RNIlocaties). Het Informatiepunt wil op laagdrempelige wijze de internationale werknemers in de regio Noordoost-Brabant in de toekomst goed informeren om de juiste stappen te zetten op weg naar een veilige en prettige plek om te werken en wonen. Dit platform wil bij voorkeur ook voor alle betrokkenen, dus ook de inwoners van de regio, een informatiepunt zijn waar men met vragen terecht kan. Goede informatie leidt tot een betere beeldvorming over internationale werknemers, meer draagvlak en begrip en help de internationale werknemers om makkelijk(er) hun weg te vinden in onze regio.

Lokaal maatwerk Gemeenten gebruiken dit afsprakenkader als aanvulling op en/of context voor lokaal beleid. Door het vaststellen van deze afspraken geven wij als regio duidelijkheid aan onze partners onder welke voorwaarden zij een bijdrage kunnen leveren aan de opgaven rond internationale werknemers. Het regionale afsprakenkader laat ruimte voor lokale keuzes en besluitvorming.

23

Regio Noordoost Brabant gaat voor regiodeal

22

Samenwerking met partners Goed leven, fijn wonen en anders werken, ook voor internationale werknemers, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid en partners waaronder uitzendbureaus, werkgevers, huisvesters, woningcorporaties, ontwikkelaars en maatschappelijke organisaties. Het realiseren van huisvesting is de verantwoordelijkheid van marktpartijen. De overheid schept de randvoorwaarden en de mogelijkheden waarbinnen dit invulling kan krijgen. Zij zijn onderling afhankelijk en complementair in hun rollen. Zo kunnen kwalitatief goede huisvesting en arbeidsomstandigheden voor positieve beeldvorming en vergroten van draagvlak zorgen en daarmee ondersteuning van de lokale en regionale economie. Er zijn veel goede voorbeelden van partners die verantwoordelijkheid nemen en waarmee we graag willen samenwerken. Daarom vinden wij het belangrijk om in een vroegtijdig stadium in gesprek te zijn met deze partijen. Want alleen samen en door rechtstreeks in contact te zijn met hen en met de internationale werknemer zelf komen we verder.

Doel Handelingsperspectief De sterke bedrijvigheid in agrifood, hightech en logistiek: dat is waar Noordoost-Brabant om bekend staat. Drie sterke sectoren die samen goed zijn voor 11.000 bedrijven en ruim 91.000 banen. Van innovatieve starters tot snelle groeiers, van jonge foodrebellen tot grote familiebedrijven. Internationale werknemers zijn hard nodig voor de economische bedrijvigheid in NoordoostBrabant. Met dit handelingsperspectief willen we als Regio Noordoost-Brabant gezamenlijk uitspreken welke verantwoordelijkheid wij willen nemen ten aanzien van arbeidsmigratie in onze regio, welke randvoorwaarden wij stellen en op welke wijze wij gezamenlijk willen optrekken met onze partners.

23

Integraal beleid Regio Noordoost-Brabant streeft naar de realisatie van een integraal beleid wat betreft de huisvesting voor haar internationale werknemers. Regio Noordoost Brabant gelooft in hun talenten. Dat talent verdient de juiste aandacht, optimale faciliteiten en alles wat nodig is om te schitteren. De Regio Deal Noordoost-Brabant streeft dat voor deze groep werknemers nadrukkelijk na. Dat doen we samen met onze partners, zoals de uitzendbureaus, werkgevers, woningcorporaties, ontwikkelaars en welzijnsorganisaties. Want alleen samen en door rechtstreeks in contact te zijn met de internationale werknemers zelf komen we verder. Dit handelingsperspectief probeert daarvoor de nodige ideeën aan te reiken. Gemeenten zouden hiervoor o.a. de volgende stappen kunnen inzetten: Stap 1: Opstellen van uitgangspunten: Voor het ontwikkelen van beleid moet vooraf helder zijn welke uitgangspunten gemeenten kunnen hanteren om voor internationale werknemers te zorgen voor goede woon- en werkomstandigheden en ervoor te zorgen dat men (hopelijk) hier graag wil blijven komen en werken. Kern uitgangspunt: Gemeenten in Noordoost-Brabant willen zorgen voor goede, adequate en leefbare huisvesting voor internationale werknemers, waar zij zich kunnen ontspannen en bovenal vrij voelen.

Stap 2: Kadernota met beleidsregels en een paraplubestemmingsplan: Gemeenten zijn geen voorstander van het huisvesten van kort verblijvende internationale werknemers in verkamerde woningen, maar streeft voor deze werknemers naar grootschalige logiesvoorzieningen. Het opstellen van een kadernota is dan behulpzaam. Een kadernota is een document dat diverse zaken met elkaar verbindt en uitlegt. Denk hierbij aan: de huisvesting internationale werknemers en seizoenwerkers, verkamering van panden, beleidsregels, leefbaarheidstoets, een voorbereidingsbesluit en invoering van een (paraplu) bestemmingsplan en het verminderen van overlast. Kernadvies: Het verkamering van woningen is alleen toegestaan als hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. Stap 3: Ontwikkelkader grootschalige logiesvoorzieningen: Om grootschalige logiesvoorzieningen mogelijk te kunnen maken wordt gemeenten een regionaal handelingsperspectief geboden. Dit perspectief kan dienen als toetssteen voor het opstellen van een gemeentelijk (nieuw) bestemmingsplan, buitenplanse afwijking van een bestemmingsplan (verklaring van geen bedenkingen), afwijkend gebruik toe te staan (kruimelgevallenregeling), tijdelijk huisvesting / ontheffing voor 10 jaar met mogelijkheid tot verlenging met 5 jaar, het verlenen van een omgevingsvergunning, etc.

Ook hierbij kunnen zaken als een leefbaarheidstoets en prestatiecontract voorwaarden zijn.

24

Kernadvies: De gemeente wil grootschalige logiesvoorzieningen mogelijk maken volgens een regionaal vast te stellen handelingsperspectief. Mochten gemeenten in de regio zich kunnen vinden in de uitgangspunten van dit handelingsperspectief en de voorgestelde drie (3) stappen zoals hierboven aangegeven, dan kunnen gemeenten door de regio ondersteund worden hoe dit in de dagelijkse praktijk gerealiseerd kan worden.

Lijst veel voorkomende afkortingen AKF ABU AOV-er APV BBHA Boa BRP BSN Btw CBS EU FIOD FNV LIEC RIEC NBBU NEN Nimby Nivea NOB RIVM RNI SNA SEO SNF SZW VAB WABO WW

= Agrarische Keurmerk Flexwonen = Algemene Bond Uitzendondernemingen = Adviseur openbare orde en veiligheid = Algemeen Plaatselijke verordening = Beheerstichting Bescherming en Huisvesting Arbeidsmigranten = Buitengewoon opsporingsambtenaar = Basis Registratie Personen = Burger Service Nummer = Belasting toegevoegde waarde = Centraal Bureau voor de Statistiek = Europese Unie = Fiscale Inlichtingen en Opsporings Dienst = Federatie Nederlandse Vakbeweging = Landelijk Informatie- en Expertise Centrum = Regionaal Informatie- en Expertise Centrum = Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen = Nederlandse Norm = Not in my back yard = Niet in voor en achtertuin = Noord Oost Brabant = Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu = Registratie niet ingezetenen = Stichting Normering Arbeid = Sociaal Economisch onderzoek = Stichting Normering Flexwonen = Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid = Vrijkomende agrarische bebouwing = Wet algemene bepalingen omgevingsrecht = Werkloosheidwet

25

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 1 van 38

Bijlagen bij het regionaal Handelingsperspectief Huisvesting, Integratie en Participatie van internationale werknemers in de regio Noordoost-Brabant

Status: Ter besluitvorming aan het College van Burgemeester en Wethouders Versie 1.0 1.1

1.2

Datum 24 juni 2021 REGIODAG Periode: 1 juli tot 1 november 2021

Periode: Eind 2021

Auteur Datum Status

Bespreking Besproken op de Regiodag Handelingsperspectief en onderliggende documenten worden voorgelegd aan het College van B&W ter besluitvorming; het besluit betreft in te stemmen met het Handelingsperspectief zoals besproken en toegelicht op de Regiodag van 24 juni 2021, inclusief de dáár genoemde aanbevelingen en opmerkingen zoals verwerkt in versie 1.1. Regionale instemming met het Handelingsperspectief waarnodig aangevuld met annotaties vanuit de 17 Colleges in de periode juli tot 1 november (week 43 van 2021).

Regionale projectgroep Arbeidsmigratie, steller: Gerard Olthof 29 juni 2021 Vertrouwelijk / Besloten

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 2 van 38

Inhoudsopgave

Pagina: 4

Bijlage 1: Beoordelingsformulier leefbaarheidstoets

6

Bijlage 2: Wettelijke bepalingen

12

Bijlage 3: Beleidsregels, uitgangspunten en huisvestingseisen

17

Bijlage 4: Paraplubestemmingsplan ‘Omzetten woningen’

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 3 van 38

Bijlage 1 – Beoordelingsformulier leefbaarheidstoets Beoordelingsformulier leefbaarheidstoets Datum indiening: Adres pand: Dossiernummer:

1

Vraag: Hoeveel woningen telt de betreffende straat en hoeveel zijn daarvan gesplitst of omgezet in kamerbewoning, zowel illegaal als legaal?*

2

Is er sprake van clustervorming**?

3

Zijn al eerder aanvragen in de betreffende straat geweigerd of verleend? Zo ja, wanneer?

2

Zijn er in de afgelopen twee jaar overlastmeldingen /klachten/signalen bij gemeente en politie geweest vanuit meerdere verkamerde adressen in de betreffende straat? Zo ja, hoeveel? ***

4

Is het laatste half jaar sprake van meer dan 4 meldingen / klachten / signalen bij gemeente en politie per maand vanuit meerdere adressen in de betreffende straat? Zo ja, hoeveel? ***

5

Wat is het beeld van de wijk en in welke mate wordt er overlast ervaren in de wijk?

6

Zijn er overige relevante c.q. overlastgevende factoren aanwezig rondom de woning? (voorbeeld: horecagelegenheden, prostitutie, coffeeshops, tankstations, probleemgezinnen, etc.) Oordeel n.a.v. bovenstaande antwoorden:

Advies: positief/negatief

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 4 van 38

Antwoord:

* Hier is van belang dat wordt bekeken welke vergunningen voor huisvesting van internationale werknemers al zijn verleend (inclusief overgangsrecht). Daartoe wordt een zogenoemde stippenkaart gebruikt om alle woningen waarvoor in het verleden vergunningen tot onttrekking, samenvoeging en eventueel kadastrale splitsing zijn verleend, rondom de woning waarvoor nu een vergunning wordt aangevraagd, inzichtelijk te maken. Deze stippenkaart wordt gevuld naar aanleiding van aanvragen die binnenkomen, in overleg met de wijkregisseur/gebiedsconsulent (zowel van de gemeente als corporatie) en wijkagent van de betreffende wijk. ** Clustervorming: Er is sprake van clustervorming indien in een straat in een woonwijk meer dan 10% van de woningen, gericht op huisvesting internationale werknemers aanwezig zijn en meer dan 2 woningen gericht op huisvesting van internationale werknemers aaneengesloten. Uitgangspunt is huisvesting van maximaal 4 internationale werknemers per woning. In uitzonderingsgevallen kan in overleg bij grotere panden bekeken worden of huisvesting van meer personen mogelijk is. *** Meldingen ten aanzien van overlast als gevolg van bijvoorbeeld parkeren, stank, geluid, drank –en drugsmisbruik, schending van de veiligheid, plaatsen van fietsen, op straat laten staan van kliko’s en/of vuilniszakken en vandalisme.

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 5 van 38

Bijlage 2 – Wettelijke bepalingen 1

Landelijk

1.1 Woningwet In de Woningwet heeft de rijksoverheid regels vastgelegd omtrent het bouwen en gebruiken van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bij het laatste dient gedacht te worden aan bouwwerken die niet toegankelijk zijn voor mensen, niet overdekt en niet zijn voorzien van wanden, zoals bijvoorbeeld een schutting en een pergola. In de Woningwet wordt, voor zover hier van belang, de basis gelegd voor het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening. Verder verbiedt de Woningwet, voor zover hier relevant: • •

het zonder onttrekkingsvergunning bewonen van een pand dat hoewel geschikt voor bewoning, niet eerder legaal als woning is gebruikt en het een bestaande woning in een staat te brengen, te laten komen of te houden, opdat deze woning niet langer voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit.

Het college is op basis van de Huisvestingswet 2014 bevoegd om onttrekkingsvergunningen te verlenen. Daarnaast heeft een college de bevoegdheid om eigenaren van panden aan te schrijven hun woning op te knappen, opdat de woning weer voldoet aan de minimale eisen van het Bouwbesluit. Ook kan een college besluiten een gebouw, een open erf of een bepaald terrein te sluiten als de staat of het gebruik van een gebouw, een open erf of een bepaald terrein gepaard gaat met een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid. Deze bevoegdheden zijn niet specifiek bedoeld voor de gebouwen en percelen die gebruikt worden voor de huisvesting van internationale werknemers. De bevoegdheden kunnen hier echter wel voor worden toegepast. Ze vormen dus belangrijke instrumenten voor een college van burgemeester en wethouders om de huisvesting van internationale werknemers te reguleren. 1.2 Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening (verder: de Wro) heeft betrekking op het bouwen en gebruik van gebouwen en percelen. Deze wet is verder uitgewerkt in het Besluit ruimtelijke ordening (verder: het Bro). In de Wro is bepaald dat gemeenteraden voor elk perceel binnen de gemeentegrenzen een bestemming moeten vaststellen. In een bestemmingsplan regelt de gemeenteraad op perceelniveau de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

In een bestemmingsplan kan de gemeenteraad locaties aanwijzen die gebruikt zouden kunnen worden voor het aanbieden van kamerverhuur of logies aan derden. Deze derden hoeven niet per definitie internationale werknemers te zijn, maar de eigenaren kunnen de locaties wel gebruiken om internationale werknemers in te huisvesten. Het is ook mogelijk in het bestemmingsplan afwijkingsmogelijkheden op te nemen voor het aanbieden van kamerverhuur of logies. In dat geval is kamerverhuur of logies niet rechtstreeks toegestaan, maar kan het college per geval besluiten of kamerverhuur of logies wenselijk is. Het toepassen van deze bevoegdheid is geen verplichting. Het college kan derhalve ook besluiten dat kamerverhuur of logies zonder omgevingsvergunning niet is toegestaan. De huisvesting van grotere aantallen is (mits voldaan wordt aan de leefbaarheidstoets etc.) mogelijk. Hiervoor kan de zogenaamde ‘kruimelgevallenregeling’ gebruikt te worden of een eventuele BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 6 van 38

afwijkingsbevoegdheid, een buitenplanse afwijkingsprocedure of een bestemmingsplanprocedure. Afhankelijk van de aard en impact van het initiatief kan hierin een keuze worden gemaakt. 1.3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder: de Wabo) voegt ongeveer 25 gemeentelijke toestemmingen samen in één nieuwe vergunning: de omgevingsvergunning. Onder andere zijn de bouwvergunning en de ontheffing van het bestemmingsplan (kruimelgevallenregeling) opgenomen in de omgevingsvergunning. Aangezien aanbieden van kamerverhuur of logies meestal niet is toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan, zullen huisvesters meestal een Wabo-vergunning nodig hebben. Voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan is sinds 1 oktober 2010 namelijk geen ontheffing op grond van de Wro meer vereist, maar een omgevingsvergunning op grond van de Wabo. Ook indien gebouwen worden aangepast ten behoeve van kamerverhuur of logies, kan de huisvester in aanraking komen met de Wabo. 1.4 Wet milieubeheer Wonen, bedrijvigheid, industrie en agrarische bedrijvigheid grenzen in Nederland op veel locaties tegen elkaar aan. Deze vormen van gebruik zijn echter niet altijd met elkaar te verenigen en het kan dan ook onwenselijk zijn dat ze naast elkaar plaats vinden.

In de Wet milieubeheer en daarvan afgeleide regelgeving is onder andere vastgelegd welk effect bepaalde vormen van gebruik op de omgeving heeft. Dit effect bepaalt de gebruiksmogelijkheden van de omringende percelen. Als bijvoorbeeld op een bepaalde locatie woningen staan, is het niet langer mogelijk op het aangrenzende perceel een intensieve veehouderij te vestigen. Andersom geldt dat er naast een bestaande intensieve veehouderij geen nieuwe woonwijk gebouwd kan worden. Tussen de verschillende vormen van gebruik moet dan een bepaalde afstand worden aangehouden. Deze afstand wordt een hindercontour genoemd. Bij de huisvesting van internationale werknemers dient rekening gehouden te worden met deze hindercontouren. 1.5 Huisvestingswet Op basis van de Huisvestingswet is de gemeenteraad bevoegd een Huisvestingsverordening vast te stellen. In deze verordening kunnen verplichtingen worden opgelegd aan huiseigenaren. Relevant voor kamerverhuur en logies is de bevoegdheid op grond van artikel … van de wet tot het instellen van een vergunningplicht voor het splitsen van woningen (= onttrekkingsvergunning) of het onttrekken van woningen aan de woningvoorraad. Indien een woning permanent wordt gebruik voor kamerverhuur of logies wordt deze woning in feite aan de woningvoorraad onttrokken.

Op basis van een Huisvestingsverordening kan hiervoor op grond van artikel … van de wet een vergunningplicht worden ingesteld (= onttrekkingsvergunning). 1.6 Bouwbesluit In het Bouwbesluit 2012 zijn voorschriften vastgelegd die uit oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid betrekking hebben op het (nieuw-)bouwen en gebruiken van woningen, woonketen, woonwagens en andere gebouwen. Bij de voorschriften omtrent veiligheid dient gedacht te worden aan de algemene sterkte van de bouwconstructie, de sterkte bij brand, vloerafscheidingen, de overbrugging van

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 7 van 38

hoogteverschillen, elektriciteit, verlichting, gasvoorziening, beweegbare constructieonderdelen, brandvertragende materialen en brandvertragende indeling van gebouwen (compartimentering, nooduitgangen, etc.) en inbraakwerendheid van een gebouw. De gezondheidsvoorschriften hebben betrekking op de reducering van geluid, vocht en ongedierte, de afvoer van afvalwater en hemelwater, de aanvoer van verse lucht, de drinkwater- en warmwatervoorziening en de toetreding van daglicht. In de voorschriften over de bruikbaarheid van gebouwen worden oppervlaktes gegeven voor de diverse gebruiksfuncties die in een gebouw voorkomen, zoals verblijfsruimten (b.v. woonkamer en slaapkamers), verkeersruimten (b.v. gang), sanitaire ruimtes (b.v. badkamer en toilet) en technische ruimtes (b.v. meterkast, liftkamer) en de bereikbaarheid tussen deze verschillende ruimtes. Ook aan de opstelplaats van boilers/cv-ketels en kookplaten/ovens wordt aandacht besteed. De isolatie, de luchtdoorlatendheid en de energieprestatie van gebouwen zijn geregeld in de voorschriften over energiezuinigheid. Deze regels zijn bij de huisvesting van internationale werknemers van belang. Het betreft namelijk minimale eisen waaraan woonruimte in het algemeen moet voldoen, dus ook de woonruimte voor internationale werknemers.

Als een gebouw in gebruik genomen gaat worden als woonruimte, dan kan het noodzakelijk zijn het pand bouwkundig aan te passen, om het geschikt te maken voor bewoning. Als het pand niet aan deze minimale eisen voldoet dan kan dit inhouden dat het betreffende pand niet als woning in gebruik genomen kan worden. Brandveilig gebruiken van bouwwerken Het Bouwbesluit bevat diverse regels die betrekking hebben op het brandveilig gebruiken van bouwwerken. Deze regels zien onder andere op de aanleg van brandmeldinstallaties en ontruimingsinstallaties en de plaatsing van brandbestrijdingsmiddelen. De mate waarin aan de regels moet worden voldaan, wordt mede bepaald door de functie van het gebouw en de intensiteit van het gebruik van het gebouw. Naarmate er meer mensen in een bepaalde periode in een gebouw verblijven, worden de eisen van brandveiligheid zwaarder. Op basis van dit besluit is een omgevingsvergunningplicht voor gebruik ingesteld voor bouwwerken waar: • • • •

bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft aan meer dan 10 personen; dagverblijf zal worden verschaft aan meer dan 10 personen; jonger dan 12 jaar of met een lichamelijke of verstandelijke handicap.

Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegde bestuursorgaan om de omgevingsvergunning voor gebruik te verlenen. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om in de bouwverordening een ander aantal personen waaraan nachtverblijf verschaft mag worden, vast te stellen.

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 8 van 38

Naast de omgevingsvergunning voor gebruik regelt het Bouwbesluit ook de gebruiksmelding. Een gebruiksmelding is verplicht als: • • • •

in afwijking van de brandveiligheidseisen uit het Bouwbesluit met andere materialen en oplossingen een gelijkwaardig resultaat als beoogd met het Bouwbesluit wordt behaald; een bouwwerk in gebruik genomen of gebruikt wordt indien daarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn; een woonfunctie in gebruik genomen of gebruikt wordt voor kamergewijze verhuur; het bouwwerk of het gebruik daarvan verandert indien eerder een gebruiksmelding is gedaan en door het veranderen een afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens.

Een gebruiksmelding is niet verplicht indien: • •

voor het bouwwerk een gebruiksvergunning vereist is; het gebouw een één- of meergezinswoning betreft.

De gebruiksmelding dient minimaal vier weken voorafgaand aan het in gebruik nemen ingediend te worden bij het college van burgemeester en wethouders. Voor wat betreft huisvesting van internationale werknemers moet het gebouw in principe voldoen aan de brandveiligheidseisen uit het Bouwbesluit 2012. Hierbij dient aangetekend te worden dat indien er een goede onderbouwing is er afgeweken kan worden van dit besluit. Of een vergunning op basis van het bouwbesluit is vereist, is dus afhankelijk van de situatie. 1.7 Wet aanpak woonoverlast Gemeenten hebben meer mogelijkheden gekregen om woonoverlast aan te pakken. De Wet aanpak woonoverlast is op 1 juli 2017 in werking getreden. Door de wet hebben burgemeesters de mogelijkheid gekregen om specifieke gedragsaanwijzingen te geven aan overlastgevers. Het vergroot hiermee de wettelijke mogelijkheden voor gemeenten, bij de aanpak van woonoverlast. De burgemeester kan pas een gedragsaanwijzing geven als een waarschuwing, mediation of buurtbemiddeling niet werken. Wanneer deze gerichte aanpak niet werkt, kan alsnog de woning gesloten worden. Met de Wet aanpak woonoverlast is de Gemeentewet gewijzigd door toevoeging van artikel 151d Gemeentewet.

In dit artikel is bepaald dat de raad de burgemeester bij verordening de bevoegdheid kan verlenen tot oplegging van een last onder bestuursdwang aan degene, die een woning - of een bij die woning behorend erf - gebruikt, indien door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf omwonenden ernstig worden gehinderd. De wet voorziet dus in de introductie van een specifieke gedragsaanwijzing. Op grond van de aanwijzing moet de overlastgever bepaalde handelingen doen of juist nalaten op straffe van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. Op basis van de wet hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om (handhavend) op treden tegen diegene die een woning of een bij die woning behorend erf tegen betaling in gebruik geeft aan personen die niet als ingezetene in de basisregistratie personen zijn opgenomen, en zorgen voor herhaaldelijke hinder. Dit vergt mogelijk een aanpassing van de APV en het mogelijk opstellen van beleidsregels voor de burgemeester.

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 9 van 38

Let op: deze mogelijkheid is geen directe oplossing, het is een vangnetbepaling en kan alleen worden ingezet indien alle andere mogelijke manieren om de overlast tegen te gaan zijn mislukt. Eerst waarschuwen, buurtbemiddeling inzetten, mediation proberen, etc. Het is ook mogelijk om met behulp van dit artikel een verhuurder aan te pakken die zijn woning verhuurt aan personen die niet als ingezetenen zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Dit wordt ook wel de 'Air BnB bepaling' genoemd. 2

Provinciaal

2.1 Verordening ruimte In de Verordening ruimte zijn geen specifieke regels opgenomen over het huisvesten van internationale werknemers. Wel zijn in de verordening relevante bepalingen opgenomen over het gebruik van het buitengebied. Bij het formuleren van beleid voor de huisvesting van internationale werknemers in het buitengebied, moet met de bepalingen uit de Verordening ruimte rekening worden gehouden. Bepalingen in een bestemmingsplan mogen niet in strijd zijn met de Verordening ruimte.

3

Lokaal

3.1 Bestemmingsplannen In de vigerende bestemmingsplannen binnen de gemeente [NAAM GEMEENTE] is nog weinig tot geen aandacht besteed aan het fenomeen kamerverhuur en logies. De huisvesting van internationale werknemers is evenmin geregeld. Verschillende bestemmingsplannen bevatten bepalingen voor het creëren van een Bed & Breakfast. Deze afwijkingsbevoegdheid is niet bedoeld voor het huisvesten van internationale werknemers. Het achterliggende doel is namelijk het stimuleren van het toerisme binnen de gemeente. 3.2 Bouwverordening Op grond van het Bouwbesluit is het verboden zonder vergunning nachtverblijf te verschaffen aan meer dan 10 personen. In de bouwverordening kan dit aantal personen worden gewijzigd. De gemeente kiest ervoor dit aantal naar beneden bij te stellen tot 4 personen. 3.3 Gemeentewet: Algemene plaatselijke verordening Op grond van de Algemene plaatselijke verordening kunnen houders van nachtverblijven worden verplicht een nachtregister bij te houden. De houder is verplicht dit register aan de gemeente te tonen, wanneer de gemeente dit verlangt. Met het register kan inzicht worden verkregen in de omvang en aard van het nachtverblijf: zie artikel 2:38 van de APV. De Gemeentewet biedt de gemeente de mogelijkheid om onder de naam 'toeristenbelasting' c.q.

‘verblijfsbelasting’ een directe belasting te heffen voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen (BRP) zijn ingeschreven. Deze verblijfsbelasting is bijvoorbeeld in de gemeente [NAAM GEMEENTE] in XXXX ingevoerd. Degenen die wel ingeschreven zijn in het BRP vallen buiten deze verblijfsbelasting.

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 10 van 38

Het instrument verblijfsbelasting gaat de problematiek van verkamering niet tegen. Het bescheiden bedrag dat wordt gevraagd, zal geen drempel zijn voor het starten van verkamering. Wel biedt de verblijfsbelasting1 de gemeente inzicht in de aantallen migranten op bepaalde adressen en ontvangt ze inkomsten.

1 Let op dat het innen van verblijfsbelasting ertoe kan leiden dat de huisvester er van uit gaat dat de verkamering is toegestaan,

ook als meer dan 4 internationale arbeidsmigranten worden gehuisvest zonder omgevingsvergunning….

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 11 van 38

Bijlage 3 – Beleidsregels, uitgangspunten en huisvestingseisen 1. Inleiding Onderstaande regels worden vastgesteld als beleidsregels. Hierdoor dienen deze regels als afwegingskader bij aanvragen voor een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Om de regels te gebruiken als beleidsregels, worden deze als zodanig gepubliceerd. Uitspraak Raad van State ten aanzien van huisvesting in woningen: De bewoning door seizoenarbeiders van één pand betreft niet de huisvesting van een huishouden in de gewone zin van dat woord en is daarmee ook niet op één lijn te stellen. Hierbij is immers geen sprake van continuïteit in de samenstelling ervan, nu de seizoenarbeiders slechts ongeveer drie maanden in de panden zijn gehuisvest, en is evenmin sprake van onderlinge verbondenheid. De door appellanten genoemde omstandigheden dat de seizoenarbeiders hetzelfde werk verrichten, dezelfde nationaliteit delen en gezamenlijk de huishouding doen zijn hiervoor onvoldoende. De rechtbank heeft derhalve met juistheid overwogen dat het gebruik van de percelen strijdig is met de bestemming (Raad van State, 200603867/1). 2. Algemene uitgangspunten De algemene uitgangspunten voor het omzetten van woningen naar kamerverhuur zijn voor alle aanvragers c.q. doelgroepen: 1. Er moet zo veel mogelijk maatschappelijke acceptatie en begrip zijn voor huisvestingsinitiatieven; 2.

Voorkomen moet worden dat er grote concentraties eenzijdige huisvestingsfaciliteiten in een klein gebied verschijnen; 3. Huisvesting dient te allen tijde veilig en leefbaar te zijn: ‘schoon, heel en veilig’. Hierbij is het type, de omvang en de locatie van de huisvesting van belang.

Voor het omzetten van woningen specifiek voor de doelgroep ‘internationale werknemers’ geldt aanvullend: 4. Huisvesting van internationale werknemers is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van werkgevers, huisvesters en de internationale werknemers zelf. De gemeentelijke verantwoordelijkheid ligt in het scheppen van kaders waarbinnen die huisvesting kan plaatsvinden en het toezicht houden dat uitvoering daarvan op een deugdelijke en veilige wijze geschied; 5. Het huisvesten van internationale werknemers is alleen bestemd voor internationale werknemers die hier op grond van een EU-paspoort of tewerkstellingsvergunning legaal werkzaam zijn; 6. In de gemeente [NAAM GEMEENTE] is gewenst dat alleen internationale werknemers worden gehuisvest die werkzaam zijn in [NAAM GEMEENTE] en/of omliggende gemeenten.

3. Begripsbepalingen (algemeen) Voor een uniforme toepassing van de regels moeten goede begripsbepalingen worden opgesteld: a. Het college: het college van burgemeester en wethouders;

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 12 van 38

b. woning / wooneenheid: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; c. Huishouden: Er is sprake van één huishouden wanneer één of meer personen in vast verband samenleven en er sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid.

Bij de huisvesting van internationale werknemers is van continuïteit in de samenstelling of van onderlinge verbondenheid van de bewoners geen sprake, anders dan in de hoedanigheid van werknemer van de uitzendorganisatie. Internationale werknemers hebben niet de intentie om voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Anders gezegd: een persoon of groep van personen, die een huishouden voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. Deze definitie borgt een zekere duurzaamheid, die bij tijdelijke kamerverhuur niet als zodanig kan worden aangemerkt. Een kortstondig verblijf is binnen deze definitie dan ook niet toegestaan; d. Kamerverhuur: al dan niet bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden van onzelfstandige woonruimte, waarbij het kenmerk is dat de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft; e. Kamerverhuurbedrijf: een samenstel van verblijfsruimten, uitsluitend of mede bestemd of gebruikt om daarin aan anderen dan aan de rechthebbende en de personen behorend tot diens huishouden woonverblijf, niet in de zin van zelfstandige woongelegenheid, te verschaffen, al dan niet met gehele of gedeeltelijke verzorging. Onder de definitie van kamerverhuurbedrijf valt niet de verhuur van één of twee kamers door de eigenaar/bewoner van een woning aan niet meer dan twee personen; f.

Logies: het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij het kenmerk is dat de betreffende persoon zijn hoofdverblijf elders heeft; g. Logiesgebouw: een gebouw specifiek ingericht voor het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden voor meer dan tien personen, waarbij het kenmerk is dat de betreffende personen het hoofdverblijf elders hebben. h. Pension: Een bijzondere vorm van logies is het pension. Kenmerkend voor een pension is dat er naast nachtverblijf ook andere faciliteiten, zoals maaltijden worden aangeboden. Een pension is meestal verbonden aan de horeca. Kamerverhuur kan een vorm zijn van logies als daarbij de verhuurder ter plaatse zelf het hoofdverblijf heeft. Anders is er sprake van een onzelfstandige woning; i. Tijdelijke buitenlandse werknemers / internationale werknemers / seizoenarbeiders: Bijvoorbeeld werknemers afkomstig uit Midden- en Oost-Europese EU-landen (MOE-landen) zoals Polen, Bulgarije, Estland en Roemenië en/of in de toekomst nieuw toe te treden EUlidstaten, die voor een bepaalde periode werkzaamheden verrichten in Nederland en vervolgens weer naar hun thuisland terugkeren. Hierbij bestaat de mogelijkheid dat zij daarna opnieuw voor een bepaalde periode werkzaamheden komen verrichten in Nederland. Voor de duidelijkheid: deze personen wonen niet in [NAAM GEMEENTE] maar verblijven er tijdelijk; j.

Tijdelijke huisvesting: Een huisvestingsvorm die slechts een aantal maanden per jaar plaatsvindt, alleen op het moment dat de internationale werknemers benodigd zijn. Een voorbeeld van tijdelijke huisvesting is die voor seizoensgebonden arbeid. Dit soort arbeid wordt veelal gedurende een maximum van zes maanden per jaar uitgevoerd (veelal in de agrarische sector). Tijdelijke huisvesting betreft zowel de persoon die een gedeelte van het jaar ergens gehuisvest

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 13 van 38

is als de faciliteit waarin dit gebeurt, die ook voor een gedeelte van het jaar ergens wordt geplaatst; k. Structurele huisvesting: Deze huisvestingsvorm betreft niet een persoon die een aantal maanden per jaar op een locatie werkt, maar een permanente of semipermanente faciliteit om internationale werknemers te huisvesten (met 10-15 jaar tijdelijke ontheffing). De internationale werknemers kunnen in wisselende samenstelling jaarrond gebruik maken van deze faciliteit; l. Zelfstandige woonruimte: Een zelfstandige woning is een woning met eigen toegang en alle wezenlijke voorzieningen binnen de woonruimte, zoals een keuken, toilet en badgelegenheid; m. Onzelfstandige woonruimte: een woonruimte waarbij de wezenlijke voorzieningen zich buiten de woonruimte bevinden. Een voorbeeld van een onzelfstandige woning is een (studenten)kamer. Kamers en appartementen in verzorgings- of verpleeghuizen vallen meestal niet onder de huurregels voor onzelfstandige woningen. Er is namelijk geen sprake is van een huurcontract, maar van een zorgcontract. Wordt een (deel van een) etage in een woning verhuurt en wordt daarbij de voordeur, het trappenhuis of de lift met andere bewonersgedeeld? Dan wordt de woning ook gezien als zelfstandige woonruimte. De woning moet dan wel voldoen aan de hierboven genoemde drie voorwaarden van zelfstandige bewoning (keuken, toilet, douchegelegenheid).

De kamers van de etage moeten van buitenaf kunnen worden afgesloten. Een onvrije woning of onvrije etage is een woning waarvan de vertrekken uitkomen op een gemeenschappelijke gang of hal. Maar met eigen keuken, douche en toilet. De vertrekken zijn afsluitbaar. Een onvrije woning is dus wel een zelfstandige woonruimte; n. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, met alle bijbehorende uitwerkingen zoals Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's); o. Wonen: Het gehuisvest zijn in (een) woning(en); p. Wro: Wet op de ruimtelijke ordening, met alle bijbehorende uitwerkingen zoals AMvB's; q. ODBN: Omgevingsdienst Brabant Noord. Het samenwerkingsverband van de gemeenten in de regio Brabant Noord die diverse taken als vergunningverlening en handhaving uitvoert voor de deelnemende gemeenten in Noordoost-Brabant; r. Directe omgeving: een straal van 75 meter rond het om te zetten/omgezette pand. Deze grens omvat vrijwel alle belanghebbenden; s. Spreiding: Er mogen maximaal 10% woningen in de woonstraat vergund worden en maximaal 2 woningen aaneengesloten ten behoeve van verkamering.

4.

Voorwaarden en weigeringsgronden voor het verlenen van een omgevingsvergunning a. Alleen toegestaan in bestaande bouw en wanneer bestemmingsplan wonen toestaat; b. Er moet worden voldaan aan de leefbaarheidstoets; c. Er moet voldaan worden aan: o maximaal 4 personen per woning bij verkamering. Een uitzondering kan gemaakt worden bij woningen die groter dan gemiddeld zijn; o maximaal 1 persoon per (slaap)kamer) o voor het overige moet voldaan worden aan de voorwaarden van de SNF- c.q. AKF-normen en haar opvolgers; d. Er moet een vergunning dan wel melding voor brandveilig gebruik zijn aangevraagd/ingediend indien dit wettelijk is voorgeschreven;

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 14 van 38

e. De woonruimte moet voldoen aan de eisen die het Bouwbesluit 2012 stelt aan bestaande bouwwerken; f. Geen twee woningen aaneengesloten in gebruik en de vergunningverlening mag niet leiden tot het insluiten van een naast-, onder en/of bovengelegen zelfstandig woonruimte door kamerverhuur woningen. Voor wat betreft zorgwoningen kan in overleg in bijzondere situaties hiervan worden afgeweken; g. Er moet voldoende parkeergelegenheid zijn: hierbij geldt de gemeentelijke parkeernota en in afwezigheid daarvan de landelijke (CROW) kencijfers voor kamerverhuur; h. Er moet sprake zijn van adequate communicatie: communicatieprotocol en klachtenregistratie.

5. Leefbaarheidstoets Met de leefbaarheidstoets dient te worden voorkomen dat de directe omgeving van de woonruimte waarvoor vergunning wordt aangevraagd te zwaar wordt belast en er onaanvaardbare inbreuk op de woon- en leefomgeving zal ontstaan. Het college zal bij de leefbaarheidstoets advies vragen aan de wijkagent (en ook de wijkregisseur/ wijkconsulent gemeente/ corporatie). Bij een negatief advies zal de vergunning worden afgewezen Bij het advies van de wijkagent spelen de volgende punten een rol: a. Hoe is het op dit moment gesteld met de leefbaarheid in de omgeving? b. Zijn er in de afgelopen twee jaar overlastmeldingen geweest in de omgeving? c. Wordt er in de omgeving op dit moment overlast ervaren? d. Zijn er overlast gevende activiteiten in de omgeving, o.a. uitgaansgelegenheden, tankstations, coffeeshops, etc.? e. Is er sprake van overlast van reeds bestaande verkamerde woningen in de wijk? f. Zal de vergunning zorgen voor een onaanvaardbare inbreuk op de woon- en leefomgeving g. Hoeveel verkamerde woningen in de straat aanwezig en staan deze naast elkaar?

6. (Paraplu) bestemmingsplan Zoals al eerder opgemerkt kunnen gemeenten kiezen voor het instrument ‘paraplubestemmingsplan’ om de doelstellingen te realiseren voor de bebouwde kom en het buitengebied. Met betrekking tot het bestemmingsplan wordt op [DATUM] door de Gemeenteraad een voorbereidingsbesluit genomen, in afwachting van het definitieve bestemmingsplan. Na publicatie op [DATUM] is dit van kracht voor de duur van maximaal 1 jaar. 7. Intrekkingsgronden De omgevingsvergunning kan door het College worden ingetrokken wanneer: a. de vergunninghouder niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, daadwerkelijk is overgegaan tot onttrekking of omzetting van de zelfstandige woonruimte; b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijze kon vermoeden dat de gegevens onjuist of onvolledig waren; c. de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet worden nageleefd; d. het gebruik van de vergunning in de praktijk leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op de leefbaarheid in de omgeving van het pand en de vergunninghouder deze onaanvaardbare

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 15 van 38

inbreuk niet binnen 6 weken na schriftelijke waarschuwing van het college ongedaan heeft gemaakt.

8. Bestuurlijke boete Bij overtreding van de inschrijfplicht in de BRP een bestuurlijke boete worden opgelegd van ten hoogste €310,- per persoon. Bij overtreding van deze beleidsregels en bij overtreding van de vergunningsvoorwaarden en voorschriften kan een bestuurlijke boete worden opgelegd van ten hoogste € 13.750. Deze boete zal bij herhaling binnen vijf jaar van een overtreding, met 150% worden verhoogd. 9. Overgangsrecht Overgangsrecht gebruik 1. Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 4.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4 Uitzondering Artikel 1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 10.

Inwerkingtreding en citeerregel De beleidsregels treden in werking op de eerste dag na bekendmaking van het besluit. De beleidsregels worden geciteerd als ‘Beleidsregels omzetting en onttrekking van zelfstandige woonruimte Gemeente [NAAM GEMEENTE].

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 16 van 38

Bijlage 4 – CONCEPT Paraplubestemmingsplan ‘Omzetten woningen’ Inleiding De ervaring leert dat de omvorming van deze woningen naar onzelfstandige wooneenheden niet altijd leidt tot deugdelijke huisvesting, omdat de leefomstandigheden en de veiligheid van de bewoners van onvoldoende niveau is. Tevens zorgen de onzelfstandige wooneenheden voor ruimtelijke effecten waar gemeenten graag op wil sturen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het aspect parkeren. Ook heeft de toevoeging van de onzelfstandige wooneenheden geleid tot een grote druk op woningen in het goedkope segment. Deze woonruimtes zijn namelijk veelal gerealiseerd in woningen binnen dit goedkope segment, waardoor het aanbod goedkope woningen onder druk komt te staan. Dit tezamen maakt dat gemeenten de behoefte hebben om te kunnen sturen op de ruimtelijke gevolgen van het omzetten van een woning in onzelfstandige wooneenheden. Daarvoor kan een zogenoemd ‘parapluplanbestemmingsplan’ in werking worden gezet waarin een eenduidige regeling voor het grondgebied wordt opgesteld en de gewenste regulering vorm wordt gegeven. Om in de tijd dat het paraplubestemmingsplan in voorbereiding en in procedure ongewenste ontwikkelingen te kunnen blokkeren wordt een ‘voorbereidingsbesluit’ genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=a693a5fb-f338-4ee1-babb-18483ee8765d