5. Raadsinformatiebrief Beleid VTH
Tekst van het document
De uitvoeringstaken op het gebeid van milieu, inclusief vergunningverlening, toezicht en handhaving, worden onder verantwoordelijkheid van het college verricht door de ODBN. Het terugbrengen van geluidsoverlast bij horeca-inrichtingen De afgelopen periode is een aantal maal geconstateerd dat de geluidnormen bij verschillende horeca-inrichtingen werden overschreden. Hard, aanhoudend of ongewenst geluid kan erg hinderlijk zijn. Daarom wordt de komende periode ingezet op het terugbrengen van geluidsoverlast. Het toezien op het veilig verwijderen van asbest bij sloop en tegengaan van illegale asbestverwijdering Een adequate uitvoering van de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving voor het thema asbest is belangrijk voor het beperken van risico's voor mens en milieu door blootstelling aan deze stof. Regionaal, en ook in Vught, wordt veel aandacht aan het verwijderen van asbest. In de afgelopen jaren heeft de gemeente de informatie over asbest voor burgers en bedrijven toegankelijker gemaakt, onder andere door belangrijke links en formulieren op de website van Vught te plaatsen. Het naleven van regels wordt hierdoor eenvoudiger gemaakt.
Evenementen Het terugbrengen van geluidsoverlast en voorkomen van calamiteiten bij evenementen Bij het mogelijk maken, organiseren, bezoeken en beleven van evenementen zijn een aantal deelnemers (gemeente in samenwerking met de hulpdiensten, organisatoren, bezoekers en omwonenden) betrokken, met ieder hun eigen belangen en belevingswereld. Om een balans te 24
vinden tussen levendigheid en leefbaarheid, heeft de gemeente Vught regels in de APV verwerkt. Het beoogd effect van deze regels is om enerzijds recht te doen aan de wensen van organisatoren en bezoekers van evenementen en anderzijds de (geluids)overlast voor omwonenden te beperken. Tijdige en juiste informatieverstrekking is een belangrijk middel om de hinderbeleving van omwonenden te verlagen. Hier ligt een taak voor de organisatoren van de evenementen in samenwerking met de gemeente. Het handhaven van de gemaakte afspraken en de gedane toezeggingen is daarbij een belangrijke factor. Toezicht van evenementen vindt in beginsel zowel plaats bij evenementen waar (geluids)klachten zijn te verwachten, als bij hoog-risico evenementen waarbij niet per se geluidsoverlast verwacht wordt, bijvoorbeeld door het type evenement, de verwachte bezoekersaantallen of vanwege klachten uit het verleden. Ook de brandweer houdt risico gestuurd toezicht bij evenementen. Dit betekent dat intensiever toezicht wordt gehouden bij evenementen waar dat nodig is (een evenement waar veel mensen dicht bij elkaar zijn bijvoorbeeld), en minder bij evenementen met een klein risico. Bijdragen aan een veilig en leefbaar Vught Openbare orde en Veiligheid streeft naar een veilig en leefbaar Vught, door minder criminaliteit, overlast en onveiligheidsgevoelens.
In de gemeente Vught wordt nauw samengewerkt tussen de toezichthouders en juristen handhaving en de medewerkers Openbare orde en Veiligheid. Het terugdringen van ondermijnende criminaliteit, handhaving van het verbod op inbrekerswerktuig met een last onder dwangsom en het opleggen van een gebiedsverbod zijn voorbeelden van onderwerpen die in- en extern gezamenlijk worden opgepakt. Overlastfeiten in de openbare ruimte, kunnen het veiligheidsgevoel en de leefbaarheid van wijken aantasten. Het gaat dan bijvoorbeeld om overlast door hangjongeren, parkeerexcessen, vandalisme, hondenpoep en om dumping van straatafval. De gedragingen die leiden tot deze overlast, zijn veelal als verbodsbepaling opgenomen in APV of in andere lokale verordeningen. Voor de handhaving hierop zet de gemeente Vught boa’s in. Het tegengaan van ondermijnende criminaliteit Ondermijnende criminaliteit is een vorm van georganiseerde misdaad (al dan niet verweven met de bovenwereld) die een bedreiging vormt voor de veiligheid en integriteit van de samenleving. Georganiseerde hennepteelt en de productie van synthetische drugs zijn vormen van ondermijnende criminaliteit. De gemeente Vught treedt hard op tegen deze vorm van ondermijnende criminaliteit. Alcoholbeleid en tegengaan van illegale horeca Geen alcohol onder 18, het controleren van vergunningseisen en het tegengaan van illegale horeca.
Doelstellingen in schema De handhavingsdoelen zoals eerder zijn aangegeven en de bijbehorende handhavingstaken worden hieronder schematisch weergegeven.
25
Doelstelling
Handhavingstaken
Bouwen
Brandveiligheid tijdens gebruiksfase
Het aanpakken van illegale bouw
Constructieve (brand)veiligheid
Het terugbrengen van strijdig gebruik van gronden
Bouwen in afwijking vergunning
Het toezien op brandveilig gebruik van panden (inclusief de constructieve brandveiligheid)
Illegaal bouwen Gebruik in strijd met het bestemmingsplan Monumentenbescherming/beschermd stadsgezicht Controle omgevingsvergunning bouw Duurzaam bouwen Vergunningsvrij bouwen met welstandsinvloed Bouwbesluit (anders dan constructief en brandveiligheid) Reclameborden en uitstallingen
Milieu Het beperken van risico’s op het gebied van milieuveiligheid Het bevorderen van de naleving van milieuwetgeving Het terugbrengen van geuroverlast afkomstig van veehouderijen Het terugbrengen van geluidsoverlast bij horeca-inrichtingen Het toezien op het veilig verwijderen van asbest bij sloop en tegengaan van illegale asbestverwijdering
Categorie D1 inrichting (dit is inclusief intensieve veehouderijen) Geuroverlast veehouderijen Categorie C1 en C2 inrichting Geluidsoverlast algemeen en bij evenementen Bodem- en grondstromen Geuroverlast (horeca etc.) Bouw- en sloopafval Categorie B1 en B2 inrichting Categorie A inrichting Indirecte lozingen Toezien op het veilig verwijderen van asbest Het tegengaan en voorkomen van geluidsoverlast
Evenementen
Het tegengaan en voorkomen van geluidsoverlast
Het terugbrengen van geluidsoverlast en
Controleren op het gebied van veiligheid (brandveiligheid,
26
voorkomen van calamiteiten bij evenementen
tijdelijke constructies, vluchtroutes, gebruik van gasflessen)
Veilig en leefbaar Vught
Uitvoering Artikel 13b-beleid
Het tegengaan van ondermijnende criminaliteit
Handhaven op basis van APV
Bijdragen aan een veilig en leefbaar Vught
Handhaven op overlastfeiten in de openbare ruimte (APV)
Alcoholbeleid
Alcoholbezit 18-
Geen alcohol onder 18, tegengaan illegale horeca en controleren van vergunningseisen
Verbod verkoop 18Genotmiddelenverbod Geen vergunning of ontheffing Openbare dronkenschap ID-fraude Afwezigheid leidinggevende Administratieve vergunningseisen
De kwaliteit van de leefomgeving heeft prioriteit 1. We wensen de veiligheid van het publieke domein, de gezondheid en veiligheid van mensen die binnen onze gemeente verblijven, de kwaliteit van de omgeving en het milieu van onze inwoners te waarborgen. Deze prioritering is van toepassing op meldingen en eigen waarnemingen. Indien bij een categorie 2 of 3 overtredingen geen ruimte is binnen de capaciteit, ontvangt de overtreder een wrakingsbrief of een constateringsbrief met een langere begunstigingstermijn. Met deze brief wordt de overtreder in kennis gesteld, verzocht om de overtreding ongedaan te maken en kenbaar gemaakt dat wij te allen tijde over kunnen gaan tot verder handhavend optreden. Overtredingen geconstateerd naar aanleiding van een verzoek tot handhaving, worden te allen tijde behandeld. Zodra een handhavingstraject wordt opgestart, worden alle geconstateerde overtredingen meegenomen in de handhaving. Concreet betekent dit dan een categorie 1 en een categorie 3 overtreding op één perceel gelijktijdig worden behandeld. Ook wordt de verzoeker om handhaving in kennis gesteld over de voortgang.
3.3.4 Projecten Campings Het doel van dit project is het beëindigen van alle overtredingen op onze campings en zorgen voor behoud van de recreatieve doeleinden. We gaan dit project gefaseerd uitvoeren. In 2019 is een start gemaakt met het toezicht.
27
Controles Alcoholwet Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. De burgemeester is daarin het bevoegd gezag voor de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de wet- en regelgeving. De aard en het werkingsgebied van de Alcoholwet zijn specifiek en de uitvoering van toezicht en handhaving hierop vraagt om een gedegen kennis en expertise. Daarom heeft de wetgever enkele eisen vastgelegd waaraan een toezichthouder voor de Alcoholwet moet voldoen. De toezichthouder moet een Buitengewoon opsporingsambtenaar zijn met een bevoegdheid voor domein 1 of 2. Daarnaast moet de toezichthouder een opleiding voor het toezicht op de Alcoholwet hebben gevolgd en met succes hebben afgerond. Andere vereisten zijn dat een toezichthouder om moet kunnen gaan met wisselende werktijden, de specifieke doelgroepen en met mogelijke lokale betrokkenheid. Wij hebben geen Buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst en huren deze dan ook in. Wij zijn aan het onderzoeken of een boa in dienst kunnen nemen. Op deze wijze kunnen wij onze wettelijke taak uitvoeren. De burgemeester heeft de bevoegdheid om personen de toegang tot ruimtes te ontzeggen waar in strijd met de wet alcoholhoudende drank wordt verstrekt. Bij bepaalde overtredingen kan de burgemeester een bestuurlijke boete opleggen.
Het Besluit bestuurlijke boete Alcoholwet bevat een overzicht van deze overtredingen met bijbehorende boetebedragen. Het is verboden een horecabedrijf of een slijtersbedrijf te voeren, zonder dat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Wanneer een bedrijf de verbodsbepalingen uit de Alcoholwet niet naleeft, kan de burgemeester de vergunning intrekken. Als zich in een inrichting feiten voor doen die gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid en als niet langer voldaan wordt aan de inrichtingseisen of de eisen gesteld aan de leidinggevende, dan moet de burgemeester tot intrekken van de vergunning besluiten. Voorts heeft de burgemeester de mogelijkheid om een vergunning voor een periode van maximaal 12 weken te schorsen als dit passender is voor de ernst van de overtreding. Bij deze sancties kan een last onder dwangsom en bestuursdwang (sluiting) worden toegepast. De Alcoholwet verbiedt jongeren onder de 18 jaar om alcoholhoudende drank bij zich te hebben op voor publiek toegankelijke plaatsen. Voor publiek toegankelijke plaatsen zijn: de openbare weg, stationshallen, overdekte winkelcentra, plantsoenen, portieken, stadions, postkantoren, gemeentehuizen, parkeergarages en horecabedrijven. Supermarkten en slijterijen vallen hier niet onder. De gemeente heeft de bevoegdheid om handhavend op te treden en deze jongeren te beboeten.
De Alcoholwet verbiedt verkoop en verstrekking van alcoholhoudende producten aan personen beneden de leeftijd van 18 jaar. De burgemeester kan bedrijven die zich hier niet aan houden sancties opleggen. Wanneer drie keer binnen een jaar is geconstateerd dat alcohol wordt verstrekt of verkocht aan minderjarigen, dan kan de burgemeester de verkoop van alle alcoholhoudende dranken verbieden voor een periode van maximaal 12 weken. Daarbij kan hij een last onder dwangsom opleggen. Ieder jaar zullen wij minimaal 10 horecacontroles (verdeeld over horecagelegenheden, paracommerciële horeca, supermarkten en slijterijen) uitvoeren, op twee deelgebieden: ➢ De inrichting gebonden controles (incl. evenementencontroles) Dit toezicht is gericht op de inrichting of het evenement zelf en richt zich op de aanwezigheid en actualiteit van de vergunning of ontheffing, het voldoen aan de voorschriften bij de vergunning/ontheffing en de andere bepalingen uit de Alcoholwet. ➢ Leeftijdsgrenzeninspectie Dit toezicht is gericht op het constateren van verstrekking van alcoholhoudende drank aan jongeren onder de 18 jaar of onder de 21 jaar.
28
3.3.5 Buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) Een buitengewoon opsporingsambtenaar is een functionaris die niet in dienst is van de politie of marechaussee, maar die werkt voor de gemeente. De boa is slechts bevoegd verklaard voor de opsporing van een beperkt aantal strafbare feiten en is alleen bevoegd te verbaliseren voor gemeentelijke regelgeving en parkeerovertredingen. Bij gemeentelijke regelgeving betreft het de APV en de afvalstoffenverordening. Voorheen was de boa enkel ingehuurd om de blauwe zone te verbaliseren. Inmiddels heeft de boa zijn werkterrein verbreed en pakt hij meerdere strafbare feiten aan, zoals onder andere: -
Hondenpoep; Vuurwerk; Hinderlijk verblijf bij gebouwen of voor publiek toegankelijke ruimten; Illegaal storten van afval en op onjuiste dagen aanbieden van afval; Foutief parkeren.
3.3.6 Openbare orde en veiligheid Openbare orde bevoegdheden zijn bestuursrechtelijke bevoegdheden. Dat betekent dat zij primair een preventief en/of preparatoir karakter hebben en gericht zijn op het voorkomen van verstoring van de openbare orde of het herstel daarvan. Enkel de bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking hebben een punitief karakter. Voordat bevoegdheden voor handhaving in het kader van openbare orde kunnen worden toegepast, is het vaak nodig om eerst een waarschuwing te geven. Zo stel je de burger in staat om de openbare ordeverstoring te beëindigen. Wanneer de bevoegdheden gericht zijn op individuen of concrete groepen, dan geeft de burgemeester een beschikking af. De burger kan rechtsmiddelen aanwenden tegen dergelijke beschikkingen volgens de gebruikelijke bezwaar- en beroepsbepalingen op basis van de Algemene wet bestuursrecht. De burgemeester is als eenhoofdig bestuursorgaan verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Vanuit de wet heeft hij bevoegdheden, voor specifieke situaties, zoals: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Preventief fouilleren Sluiten woning Wet Victoria Wet Damocles Binnentreden zonder toestemming bewoner Opvragen nachtregister Hinder en overlast in de openbare ruimte Optreden tegen herhaaldelijke woonoverlast
Binnen het cluster Veiligheid wordt er nauw samengewerkt tussen de adviseurs openbare orde en veiligheid en de handhavingsjuristen. De juridische werkzaamheden worden op last van de burgemeester door de handhavingsjuristen uitgevoerd.
4
VAN BELEID NAAR UITVOERING
Vanuit het principe van een lerende organisatie wordt regelmatig teruggekeken of het efficiënter kan en of de voorgenomen doelstellingen zijn bereikt. 29
Daarnaast vragen het gemeentebestuur en de provincie om verslaglegging over de resultaten op het gebied van toezicht en handhaving. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van programmering, monitoren en verslaglegging.
4.1 Beleidscyclus Het opstellen en vaststellen van het VTH-beleidsplan is onderdeel van het cyclische en programmatische werken. In de dagelijkse praktijk moet aan het vastgestelde beleid uitvoering vervolg gegeven worden. In onderstaande figuur - de ‘Big-8’ - is het cyclische proces schematisch weergegeven. Dit model maakt vanuit een strategisch kader de vertaling naar operationeel beleid ten behoeve van kwaliteitsborging samen met een sluitende ‘planning en control-cyclus’. Door dit model in de praktijk te brengen bij het plannen, uitvoeren en evalueren van het beleid en de uitvoeringstaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt geborgd dat op een goede wijze uitvoering en vervolg gegeven wordt aan datgene wat in dit beleidsplan is weergegeven. Daarnaast wordt het beleidsplan ter kennisgeving aangeboden aan de gemeenteraad. Het evaluatieverslag zal jaarlijks worden opgepakt.
4.2 Programmering De in deze nota geformuleerde strategische doelen, prioriteiten en jaarlijkse operationele doelen vormen het kader voor VTH-activiteiten in Vught. De uitwerking en de programmering komen tot uiting in het jaarlijks op te stellen VTH-uitvoeringsprogramma dat bestuurlijk wordt vastgesteld. Aan de hand van de doelen, het budget uit de programmabegroting en de gestelde prioriteiten wordt jaarlijks het uitvoeringsprogramma opgesteld. In het uitvoeringsprogramma worden onder andere de volgende elementen opgenomen: • Wat de verwachte werkvoorraad is en welke consequenties dat heeft voor de capaciteit. • De relatie met de gestelde doelen, ambities en prioriteiten.
4.3 Monitoring Gedurende de uitvoering van het VTH-uitvoeringsprogramma vindt monitoring plaats. Monitoring is het stelselmatig en systematisch verzamelen, bewerken en verstrekken van gegevens. Daarmee gaan we na of het beleid effect heeft en de gestelde doelen zijn (of worden) gehaald. Aan de hand van de evaluatie kunnen uiteraard ook de doelen voor het volgende jaar worden bijgesteld als blijkt dat de praktijk daarom vraagt. Om verantwoording af te leggen over de inspanningen en resultaten zijn verschillende gegevens nodig. Informatie-gestuurd werken is hier een belangrijk onderdeel van. In het jaarlijks uitvoeringsprogramma wordt de systematiek van monitoring uitgewerkt. De gegevens worden vervolgens gebruikt als input voor de jaarlijkse evaluatie. De gemeente Vught investeert in het (verder) ontwikkelen van gerichte indicatoren.
30
5
ORGANISATIE EN UITVOERING
5.1 Inleiding VTH maakt onderdeel uit van het beheersen van risico's voor de samenleving. De inwoners en ondernemers van Vught moeten gerust kunnen leven in de wetenschap dat de gemeente de belangrijkste risico's goed onder controle heeft. Om dit vertrouwen waar te kunnen maken, is het belangrijk dat de gemeentelijke organisatie de kwaliteit van de VTH-taken kan garanderen. Dit is niet alleen van belang voor de gemeente en haar inwoners zelf. Ook externe instanties zoals de provincie- als toezichthouder op de gemeente – eisen een vorm van kwaliteitsbewaking waarmee de beheersing van de risico's kan worden geborgd. Het VTH-beleidsplan geeft daarvoor een beschrijving van hoe de gemeente denkt de risico’s van niet-naleving van regels in de fysieke leefomgeving te kunnen beheersen. Dit hoofdstuk beschrijft hoe de gemeente zelf zorgt dat ze dit voorgenomen beleid kan uitvoeren en hoe ze daar verantwoording over aflegt, ofwel hoe de gemeente haar eigen uitvoeringskwaliteit denkt te borgen.
5.2 Organisatorische condities 5.2.1 Kwaliteitszorg en kwaliteitsborging De samenleving verwacht van de overheid dat deze de VTH taken op een professionele wijze en op een kwalitatief hoog niveau uitvoert. Om dit te realiseren heeft de overheid kwaliteitscriteria ontwikkeld die zich richten op de kwaliteit van de medewerkers en het borgen van de organisatorische processen. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteitscriteria worden geborgd in de organisatie, is de verordening ‘Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht’ vastgesteld door de gemeenteraad. In de verordening is opgenomen dat het college van burgemeester en wethouders de kwaliteitscriteria voor de kwaliteit van vergunningverlening, alsmede de daaruit voorvloeiende uitvoeringskaders, vaststellen. De kwaliteitscriteria behelzen criteria op 26 deskundigheidsgebieden voor de organisatie en haar medewerkers (kritieke massa) op het gebied van: benodigde opleiding, ervaring, kennis en het onderhouden en borgen daarvan. Organisaties en medewerkers die aan de criteria op basis van deze verordening voldoen, moeten in staat zijn producten af te leveren met de gewenste kwaliteit. De gemeente Vught heeft ervoor gekozen om naast het basistakenpakket ook aanvullende verzoektaken onder te brengen bij de ODBN. De ODBN moet ook voldoen aan de kwaliteitscriteria.
Het voorgaande geldt eveneens voor de brandweer (veiligheidsregio) Brabant Noord waar de taken met betrekking tot de controle en advisering op basis van de brandveiligheid zijn neergelegd.
5.2.2 Begroting Ontwikkelingen als bezuinigingen, deregulering, minder administratieve lasten, uitbreiding van het vergunningsvrij bouwen en een andere manier van werken hebben hun weerslag op de begroting. De zekerheden van vroeger voor wat betreft inkomsten zijn verdwenen. De economische crisis plaatste de gemeente voor minder legesinkomsten, doordat wet- en regelgeving veranderd zijn, meer vergunningsvrij kan worden gebouwd en werkzaamheden zijn verschoven richting de vrije markt (o.a. private kwaliteitsborging). Binnen de bestaande vaste formatie kan niet alles voor 100% worden uitgevoerd. De beschikbare ruimte wordt benoemd in het VTH-uitvoeringsprogramma. Daarnaast kan bij structurele ondercapaciteit en bij tijdelijke werkpieken een beroep worden gedaan op de flexibele schil van de gemeentelijke organisatie.
31
5.2.3 ICT Zaakgericht werken is een belangrijke ontwikkeling binnen de gemeente Vught. Het verbetert in veel gevallen de dienstverlening, de efficiency van werken, de toegankelijkheid van informatie en het zorgt vaak ook voor kostenbesparing. Met een optimaal zaaksysteem is alle informatie over de behandeling van een zaak aan die zaak gekoppeld en voor alle betrokkenen toegankelijk. Dit zorgt voor transparantie. Door zaakgericht te werken kan de gemeente de kwaliteit en doorlooptijd van de processen beter bewaken. Het gaat bovenal om de processen in de organisatie en in de keten en het besef dat we integraal moeten werken. Daarin zit de verandering van werken. Met de inwerkingtreding van de Wabo, de ontwikkelingen in de samenleving en straks de toenemende integraliteit die de Omgevingswet vraagt, neemt de noodzaak van beschikbare informatie en informatie-uitwisseling tussen de deelnemers toe. De deelnemerszijn hier de burgers en bedrijven, maar ook de overheden die betrokken zijn bij de uitvoering van de Omgevingswet. Iedereen werkt binnen de initiatief- en de uitvoeringsketen samen met adviseurs binnen en buiten de eigen organisatie. Deze ontwikkelingen laten zich clusteren in drie informatiebehoeften: • Burgers, bedrijven en overheden willen begrijpelijke en betrouwbare digitale informatie op maat.
Hoe gerichter de informatie (over regels, voorschriften enz.), des te beter iedereen deze kan begrijpen, en de overheid passende besluiten kan nemen, toetsen en handhaven. • Burgers, bedrijven en overheden willen hun zaken vooral via internet regelen met elkaar, waar en wanneer het hen uitkomt. Het gaat daarbij niet alleen om het aanvragen van een omgevingsvergunning, wat nu al mogelijk is, maar ook om het indienen van zienswijzen, bezwaar, beroep, voortgangsinformatie en het ontvangen van notificaties, bijvoorbeeld op wijzigingen van regels. • Overheden hebben behoefte aan een beter afgestemde digitale ondersteuning van de overheidsprocessen, in het bijzonder voor de informatievoorziening binnen het VTH-proces (vergunningverlening, toezicht en handhaving).
5.3 Het netwerk In de voorbereiding en uitvoering van taken inzake VTH wordt gezorgd voor afstemming met interne- en externe betrokkenen. De interne afstemming omvat afstemming tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving en afstemming met de overige relevante organisatieonderdelen zoals Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw(kunde). Ook samenwerking met andere instanties is van belang om te komen tot een adequate uitvoering. Er worden meer taken vanuit het Rijk bij gemeenten neergelegd. Daarnaast speelt dat steeds meer gedereguleerd wordt (activiteiten besluit milieubeheer en vergunningsvrij bouwen) en dat toezicht gedecentraliseerd wordt richting omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s en wellicht private partijen. Dit leidt ertoe dat de gemeente haar werkzaamheden anders vorm moet geven. Behouden van regie Met het onderbrengen van taken bij specialistische instanties wordt beoogd de kwaliteit van de betreffende taken te verbeteren en efficiënter uit te voeren. Een bijkomend nadelig effect van deze keuze kan zijn dat we de binding en het zicht op bedrijven in onze gemeente verliezen of dat “de oog en oor functie” verdwijnt. Door tijd te steken in een goede regie en afstemming worden deze nadelen naar verwachting geminimaliseerd.
Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) De ODBN voert in opdracht van de gemeente taken uit op voornamelijk het onderdeel milieu (onderverdeeld in een basistakenpakket, verzoektaken en collectieve taken). De gemeente blijft 32
overigens bevoegd gezag voor de taken die zijn overgeheveld naar de ODBN. Verder beoordeelt de ODBN het toetsingskader inzake sloopmeldingen. De samenwerking vindt plaats op basis van een gemeenschappelijke regeling, een dienstverleningsovereenkomst en een jaarlijks vast te stellen werkprogramma. De divisie Samen sterk in Brabant (SSIB) richt zich voornamelijk op overtredingen in het kader van natuur zoals stroperij en wild crossen. Brandweer Brabant Noord De brandweer Brabant Noord voert (in onze opdracht) een aantal taken uit op het gebied van VTH. De brandweer is inhoudelijk adviserend ten aanzien van de omgevingsvergunningen bij de activiteiten bouw en brandveilig gebruik en ten aanzien van het feitelijke gebruik. Ook is er een front-office-dag op woensdagochtend waarbij vanuit de gemeente Vught overige vragen, de meldingen brandveilig gebruik besproken kunnen worden of er integraal toezicht wordt uitgevoerd. Overig Naast bovenstaande structurele samenwerkingspartners vindt incidenteel ook samenwerking plaats met andere instanties. Dit vindt plaats naar aanleiding van concrete voorvallen of constateringen. Hierbij valt te denken aan het Waterschap, het RIEC (Regionaal Informatie en Expertise Centrum), Rijkswaterstaat, de Provincie Noord-Brabant, Staatsbosbeheer en organisaties als het Brabants Landschap en Natuurmonumenten.
33
BIJLAGE 1
PRODUCTENBOEK VERGUNNINGEN EN MELDINGEN WABO 2.1 OMGEVINGSVERGUNNING Bouwen Toestemming
Vergunning ziet toe op het oprichten of veranderen van bouwwerken.
Risico’s
De volgende risico's verbonden aan het bouwen worden met de toestemming afgedekt: • Planologische inpasbaarheid • Uiterlijke vormgeving • Veiligheid van het bouwwerk zelf, het gebruik van het bouwwerk en van de omgeving tijdens de bouw • Gezondheid van het bouwwerk voor de gebruikers • Bruikbaarheid van het bouwwerk • Energiezuinigheid en milieu • Installaties • Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen van het definitieve besluit
Proces
Wettelijke grondslag Procedure Uitvoeringsbeleid
Betrokken adviseur
Inhoud plantoets
Artikel 2.1, lid 1, onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Regulier • Bestemmingsplan • Welstandsnota gemeente Vught, 2e herziening • Bouwverordening Afdeling Ontwikkeling Afdeling Dienstverlening, team Bor en team Verkeer Veiligheidsregio Brabant-Noord (VRBN) Toets aan het bestemmingsplan, redelijke eisen van welstand, Bouwbesluit 2012 volgens toets protocol, bouwverordening en externe veiligheid.
34
Brandveilig in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk Toestemming
Risico’s
Proces
Wettelijke grondslag Procedure Uitvoeringsbeleid Betrokken adviseur Inhoud plantoets
De vergunning ziet toe op het brandveilig gebruiken van gebouwen. Een vergunning voor het zo brandveilig mogelijk in gebruik nemen of gebruik houden van een bouwwerk dat meer dan 10 personen nachtverblijf verschaft of een dagverblijf voor meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar of met een lichamelijke of verstandelijke handicap. De volgende risico's verbonden aan het brandveilig gebruiken worden met de toestemming afgedekt: • Veiligheid van het gebruik van het bouwwerk • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen van het ontwerpbesluit • Behandelen van zienswijzen • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.1, lid 1, onder d Wabo juncto artikel 2.2 Bor Uitgebreid Veiligheidsregio Brabant-Noord (VRBN) Toets voor de veiligheid door het narekenen, nakijken, nameten en vergelijken van de ingediende gegevens.
Slopen Toestemming
De vergunning ziet toe op het slopen van bouwwerken, waar het bestemmingsplan dit vereist, dan wel in een beschermd stads- of dorpsgezicht.
Risico’s
De volgende risico's verbonden aan het slopen worden met de toestemming afgedekt: • Planologische inpasbaarheid (goede ruimtelijke ordening) • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.1, lid 1, onder g Wabo Regulier Commissie ruimtelijke kwaliteit Vught Toets of het plan past binnen de voorwaarden van het bestemmingsplan om vergunning te verlenen. Toets of het plan ruimtelijk aanvaardbaar is qua functie, vormgeving, t.o.v. de omgeving, m.b.t. natuur- en landschappelijke waarden.
Proces
Wettelijke grondslag Procedure Uitvoeringsbeleid Betrokken adviseur Inhoud plantoets
35
Uitweg en inrit Toestemming Risico’s
Proces
Wettelijke grondslag Procedure Uitvoeringsbeleid Betrokken adviseur Inhoud plantoets
De vergunning ziet toe op het maken/veranderen van een uitweg De volgende risico's verbonden aan het maken/veranderen van een uitweg worden met de toestemming afgedekt: • Ontstaan van onveilige verkeerssituaties • Verdwijnen van parkeergelegenheid • Op aanvaardbare wijze aantasten van openbaar groen • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.2, lid 1, onder e Wabo juncto artikel 2:12 APV Regulier Afdeling Dienstverlening, team Verkeer Toets op de bruikbaarheid en inrichting van (toegang naar) de weg, bijvoorbeeld materialisatie van de weg. Toets of de objecten van de gemeente worden beschermd dan wel kunnen of mogen worden verwijderd, zoals o.a. verkeersborden of lichtmasten. Toets op veilig en doelmatig gebruik van de weg en het aanzicht van het openbaar groen niet wordt aangetast. Ook wordt beoordeeld of er geen openbare parkeerplaatsen zonder noodzaak verloren gaan.
Kappen Toestemming Risico’s
Wettelijke grondslag Procedure Uitvoeringsbeleid
De vergunning ziet toe op het vellen of doen vellen van een houtopstand De volgende risico's verbonden aan het kappen worden met de toestemming afgedekt: • Behoud waardevolle houtopstand • Behoud bosachtig karakter van een gebied • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.2, lid 1, onder g Wabo juncto hoofdstuk 4, afdeling 3 APV Regulier • Groene Kaart Vught
Betrokken adviseur
Afdeling Dienstverlening, team BOR
Inhoud plantoets
Toets of het gaat om bomen vermeld op de Bomenlijst dan wel andere beschermde bomen in de openbare ruimte of binnen bijzondere gebieden.
Proces
36
Aanleggen o.b.v. bestemmingsplan Toestemming
Risico’s
Proces
Wettelijke grondslag Procedure Uitvoeringsbeleid Betrokken adviseur Inhoud plantoets
De vergunning ziet toe op verschillende aanlegactiviteiten op basis van het bestemmingsplan, zoals bijvoorbeeld het aanleggen of verharden van wegen, aanbrengen andere oppervlakteverhardingen, afgraven ophogen of egaliseren van gronden, het aanbrengen van onder- of bovengrondse leidingen, het graven uitdiepen verbreden en dempen van watergangen, aanleggen van drainage, het vellen rooien of verwijderen van houtopstanden. De volgende risico's verbonden aan het aanleggen worden met de toestemming afgedekt: • Schade aan een gebied met archeologische waarde • Vernietiging van het bodemarchief • Bodemverontreiniging • Natuur- en landschappelijke waarden • Grondwater • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.1, lid 1, onder b Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Regulier • Bestemmingsplan Afdeling Ontwikkeling, team ruimtelijke ontwikkeling Afdeling Dienstverlening, team BOR Omgevingsdienst Brabant Noord Toets of het bestemmingsplan de mogelijkheid geeft om een aanlegvergunning te verlenen. Toets of het aanleggen gevolgen heeft voor de archeologische waarde in het gebied.
Toets of er sprake is van bodemverontreiniging o.b.v. rapporten Toets of de natuur- en landschappelijke waarden (bv. NNB) in de gemeente niet onevenredig worden aangetast. Toets of het aanleggen van invloed is op het grondwater.
37
Afwijken bestemmingsplan met verklaring van geen bedenkingen van de raad. Toestemming
De vergunning ziet toe op een buitenplanse afwijkingsmogelijkheid om projecten, van grote planologische betekenis en in strijd met het bestemmingsplan, met een ruimtelijke onderbouwing mogelijk te maken.
Risico’s
De volgende risico's verbonden aan de afwijking worden met de toestemming afgedekt: • Planologische inpasbaarheid (goede ruimtelijke ordening)
Proces
• Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen van het ontwerpbesluit besluit • Behandelen van zienswijzen • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.1, lid 1, onder c juncto 2.12, lid 1, onder a, 3° Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Wettelijke grondslag Procedure
Uitgebreid
Uitvoeringsbeleid
-
Betrokken adviseur
Afdeling Ontwikkeling, team ruimtelijke ontwikkeling Afdeling Dienstverlening, team BOR en team Verkeer Provincie Noord-Brabant Gemeenteraad Waterschap Ruimtelijke inpasbaarheid Toets of het plan ruimtelijk aanvaardbaar is qua functie, planologisch en stedenbouwkundig t.o.v. de omgeving, m.b.t. milieu, bodem, waterhuishouding, natuur en economische uitvoerbaarheid.
Inhoud plantoets
38
2.1.8 Buitenplanse afwijking bestemmingsplan Toestemming
Risico’s Proces
Wettelijke grondslag
De vergunning ziet toe op een buitenplanse afwijkingsmogelijkheid om bouwwerken of het gebruiken van bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, mogelijk te maken. De basis voor welke afwijkingen kunnen worden toegestaan met deze procedure, is in het Besluit omgevingsrecht vastgelegd. De volgende risico's verbonden aan de afwijking worden met de toestemming afgedekt: • Planologische inpasbaarheid (goede ruimtelijke ordening) • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.1, lid 1, onder c juncto 2.12 lid 1 onder a sub 2° juncto artikel 4 bijlage II Besluit omgevingsrecht
Procedure
Regulier
Uitvoeringsbeleid
-
Betrokken adviseur
Afdeling Ontwikkeling, team ruimtelijke ontwikkeling Afdeling Dienstverlening, team BOR en team Verkeer
Inhoud plantoets
Ruimtelijke inpasbaarheid Toets of het plan ruimtelijk aanvaardbaar is qua functie, planologisch en stedenbouwkundig t.o.v. de omgeving en in relatie tot milieu en overlast gerelateerde zaken.
39
2.1.9 Binnenplanse afwijking bestemmingsplan Toestemming
Risico’s Proces
Wettelijke grondslag
De vergunning ziet toe op een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid en is opgenomen in het bestemmingsplan. Met de vergunning wordt het mogelijk gemaakt om in voorkomende gevallen af te wijken van de planregels. De volgende risico's verbonden aan de afwijking worden met de toestemming afgedekt: • Planologische inpasbaarheid (goede ruimtelijke ordening) • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.1, lid 1, onder c juncto 2.12, lid 1, onder a, 1° Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Procedure
Regulier
Uitvoeringsbeleid
-
Betrokken adviseur
Afdeling Ontwikkeling, team ruimtelijke ontwikkeling Afdeling Dienstverlening, team BOR
Inhoud plantoets
Planologische inpasbaarheid Toets of het plan past binnen de voorwaarden van het bestemmingsplan om binnenplans af te wijken. Ruimtelijke inpasbaarheid Toets of het plan ruimtelijk aanvaardbaar is qua functie, planologisch en stedenbouwkundig t.o.v. de omgeving en in relatie tot milieu en overlast gerelateerde zaken.
40
2.1.10 Rijksmonument Toestemming
De vergunning ziet toe op het behoud en herstel van als rijksmonument aangewezen zaken.
Risico’s
De volgende risico's verbonden aan het wijzigen van een rijksmonument worden met de toestemming afgedekt: • Verdwijnen van (gedeeltelijke) monumentale waarde van het rijksmonument • Onherstelbare schade aan de monumentale waarde van het rijksmonument • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen van het ontwerpbesluit indien sprake is van uitgebreide procedure • Behandelen van zienswijzen indien sprake is van een uitgebreide procedure • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.1, lid 1, onder f juncto Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Proces
Wettelijke grondslag Procedure
Uitvoeringsbeleid Betrokken adviseur Inhoud plantoets
Regulier Uitgebreid bij (gedeeltelijke) sloop, ingrijpende wijziging, functiewijziging en reconstructie • Monumentenverordening Vught Gemeentelijke Monumentencommissie gemeente Vught Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Commissie ruimtelijke kwaliteit Vught Monumentale waarde Toets van de monumentale waarde zoals aangegeven in de beschrijving van het rijksmonument in de bestaande situatie. Schade Toets of het belang en bescherming van de monumenten(zorg) zich niet verzet tegen de aangevraagde wijziging van het rijksmonument. Gebruik Toets of het gebruik een belemmering vormt voor het behoud van de monumentale waarde van het rijksmonument.
41
2.1.11 Gemeentelijk monument Toestemming
De vergunning ziet toe op het behoud en herstel van als gemeentelijk monument aangewezen zaken.
Risico’s
Wettelijke grondslag
De volgende risico's verbonden aan het wijzigen van een gemeentelijk monument worden met de toestemming afgedekt: • Verdwijnen van (gedeeltelijke) monumentale waarde van het gemeentelijk monument • Onherstelbare schade aan de monumentale waarde van het gemeentelijk monument • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.2, lid 1, onder b juncto Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Procedure
Regulier
Proces
Uitvoeringsbeleid
• •
Monumentenverordening Vught Welstandsnota gemeente Vught, 2e herziening
Betrokken adviseur
Gemeentelijke Monumentencommissie gemeente Vught Commissie ruimtelijke kwaliteit Vught
Inhoud plantoets
Monumentale waarde Toets van de monumentale waarde zoals aangegeven in de beschrijving van het gemeentelijk monument in de bestaande situatie. Schade Toets of het belang en bescherming van de monumenten(zorg) zich niet verzet tegen de aangevraagde wijziging van het gemeentelijk monument. Gebruik Toets of het gebruik een belemmering vormt voor het behoud van de monumentale waarde van het gemeentelijk monument.
42
2.1.12 Milieuneutraal veranderen zonder nadelige gevolgen Toestemming
Wettelijke grondslag
Kleine veranderingen binnen de inrichting kunnen met behulp van deze vergunning worden afgehandeld. Het gaat dan om veranderingen die niet in overeenstemming zijn met de vergunning, maar niet leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen dan op grond waarin de verleende vergunning voorziet. De volgende risico's verbonden aan het milieuneutraal veranderen van een inrichting worden met de toestemming afgedekt: • Afvalstoffen • Afvalwater • Bodem • Energie • Externe veiligheid • Geluid • Lucht en geur • Opslag gevaarlijke stoffen • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.1, lid 1, onder e, sub 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Procedure
Regulier
Uitvoeringsbeleid
-
Betrokken adviseur
Afdeling Ontwikkeling Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN)
Inhoud plantoets
Afvalstoffen Toets of de afvalstoffen geregistreerd worden, gescheiden worden afgevoerd en de opslag en afvoer doelmatig plaatsvindt. Afvalwater Nagaan wat de kwaliteit, de samenstelling, het gehalte, temperatuur en de hoeveelheid van het afvalwater is. Bodem Vaststellen of er bodembedreigende activiteiten binnen de inrichting plaatsvinden. Nagaan of er reeds een actueel bodemonderzoek is uitgevoerd, zo niet eventueel een bodemonderzoek uit laten voeren. Dit rapport dient te worden beoordeeld en getoetst te worden aan de NEN-normen. Energie Toets op gebruik van energie en eventueel een energiebesparingsonderzoek uit laten voeren. Externe veiligheid Toets of met het in gebruik nemen van de inrichting voldaan wordt aan de aspecten op het gebied van externe veiligheid. Geluid Toets of er voldaan wordt aan de wettelijke geluidnormen en ga na in welk
Risico’s
Proces
43
geluidsgebied de inrichting gelegen is. Geur en lucht Toets aan emissienormen. Opslag gevaarlijke stoffen Toets aan de verschillende PGS-reeksen. Inhoudelijke toets op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer, specifiek op thema/milieuaspecten en (niet limitatieve) wet- en regelgeving: Algemeen Ministeriële regeling Omgevingsrecht, Bijlage I, Aanwijzing BBT-documenten, diverse onderwerpen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Milieueffectrapportage (m.e.r): • Besluit milieueffectrapportage • Regeling startnotitie milieueffectrapportage • Handreiking m.e.r.-beoordelingsplicht • Handleiding milieueffectrapportage Natuur • Wet natuurbescherming Geluid • Circulaire beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met • Vergunningverlening Wet milieubeheer • Wet geluidhinder • Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999) • Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van 1998 • Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen • Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 • Besluit geluidhinder Bodem • Wet bodembescherming • Besluit bodemkwaliteit Externe Veiligheid • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) • Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) • Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revb) • Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen • Handreiking
verantwoording groepsrisico • Vuurwerkbesluit • Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 1 t/m 30 (PGS-Richtlijnen) • Besluit LPG-tankstations
44
2.1.13 Actualiseren milieuvergunning en het ambtshalve wijzigen door bevoegd gezag Toestemming
Het bevoegd gezag moet regelmatig ambtshalve bezien of de voorschriften uit de omgevingsvergunning nog toereikend zijn.
Risico’s
Wettelijke grondslag
De volgende risico's verbonden aan het ambtshalve wijzigen van de vergunning worden met de toestemming afgedekt: • Afvalstoffen • Afvalwater • Bodem • Energie • Externe veiligheid • Geluid • Lucht en geur • Opslag gevaarlijke stoffen • Voeren van vooroverleg met de inrichtingshouder en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen ontwerpbesluit • Behandelen van zienswijzen • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.30 en 2.31, lid 1, onder b Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Procedure
Uitgebreid
Uitvoeringsbeleid
-
Betrokken adviseur
Afdeling Ontwikkeling Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN)
Inhoud plantoets
Afvalstoffen Toets of de afvalstoffen geregistreerd worden, gescheiden worden afgevoerd en de opslag en afvoer doelmatig plaatsvindt. Afvalwater Nagaan wat de kwaliteit, de samenstelling, het gehalte, temperatuur en de hoeveelheid van het afvalwater is. Bodem Vaststellen of er bodembedreigende activiteiten binnen de inrichting plaatsvinden. Nagaan of er reeds een actueel bodemonderzoek is uitgevoerd, zo niet eventueel een bodemonderzoek uit laten voeren. Dit rapport dient te worden beoordeeld en getoetst te worden aan de NEN-normen. Energie Toets op gebruik van energie en eventueel een energiebesparingsonderzoek uit laten voeren. Externe veiligheid Toets of met het in gebruik nemen van de inrichting voldaan wordt aan de aspecten op het gebied van externe veiligheid. Geluid Toets of er voldaan wordt aan de wettelijke geluidnormen en ga na in welk
Proces
45
geluidsgebied de inrichting gelegen is. Geur en lucht Toets aan emissienormen. Opslag gevaarlijke stoffen Toets aan de verschillende PGS-reeksen. Inhoudelijke toets op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer, specifiek op thema/milieuaspecten en (niet limitatieve) wet- en regelgeving: Algemeen Ministeriële regeling Omgevingsrecht, Bijlage I, Aanwijzing BBT-documenten, diverse onderwerpen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Milieueffectrapportage (m.e.r): • Besluit milieueffectrapportage • Regeling startnotitie milieueffectrapportage • Handreiking m.e.r.-beoordelingsplicht • Handleiding milieueffectrapportage Natuur • Wet natuurbescherming Geluid • Circulaire beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met • Vergunningverlening Wet milieubeheer • Wet geluidhinder • Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999) • Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van 1998 • Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen • Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 • Besluit geluidhinder Bodem • Wet bodembescherming • Besluit bodemkwaliteit Externe Veiligheid • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) • Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) • Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revb) • Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen • Handreiking
verantwoording groepsrisico • Vuurwerkbesluit • Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 1 t/m 30 (PGS-Richtlijnen) • Besluit LPG-tankstations Lucht en geur • Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 • Nederlandse emissie Richtlijn geur (Ner) • Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit • Regeling Niet in betekende mate (NIBM) • Besluit emissies stookinstallaties (BEES-A) • Besluit emissies stookinstallaties (BEES-B) • Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer • Wet Ammoniak en Veehouderij (Wav) • Regeling Ammoniak en Veehouderij • Wet geurhinder en veehouderij • Regeling geurhinder en veehouderij
46
• Nederlandse emissie Richtlijn Lucht (Ner) • Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij Afval • Europese afvalstoffenlijst (Eural) • Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP) • Handreiking wegen naar preventie bij bedrijven Afvalwater • Besluit lozen buiten inrichtingen Energie • Meerjarenafspraak energie-efficiency tot 2020 (MJA-3) • Handreiking wegen naar preventie bij bedrijven • Informatieblad vervoermanagement met bedrijven Licht • Algemene richtlijn betreffende lichthinder Verkeer en Vervoer Grondstofgebruik/ Waterverbruik • Handreiking wegen naar preventie bij bedrijven Diversen • Milieuconvenanten • Eventuele Bedrijfsmilieuplannen • Toekomstige ontwikkelingen
47
2.1.14 Geheel of gedeeltelijk intrekken van milieuvergunning Toestemming
Het geheel of gedeeltelijk intrekking van de vergunning ziet toe op het beschermen van het milieu.
Risico’s
De volgende risico's verbonden aan het geheel of gedeeltelijk intrekken van de vergunning worden met de toestemming afgedekt: • Afvalstoffen • Afvalwater • Bodem • Energie • Externe veiligheid • Geluid • Lucht en geur • Opslag gevaarlijke stoffen • Voeren van vooroverleg met de inrichtingshouder en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen ontwerpbesluit • Behandelen van zienswijzen • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.33, lid 1, onder b en f en lid 2 onder b en d Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Proces
Wettelijke grondslag Procedure
Uitgebreid
Uitvoeringsbeleid
-
Betrokken adviseur
Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN)
Inhoud plantoets
Afvalstoffen Toets of de afvalstoffen geregistreerd worden, gescheiden worden afgevoerd en de opslag en afvoer doelmatig plaatsvindt. Afvalwater Nagaan wat de kwaliteit, de samenstelling, het gehalte, temperatuur en de hoeveelheid van het afvalwater is. Bodem Vaststellen of er bodembedreigende activiteiten binnen de inrichting plaatsvinden. Nagaan of er reeds een actueel bodemonderzoek is uitgevoerd, zo niet eventueel een bodemonderzoek uit laten voeren. Dit rapport dient te worden beoordeeld en getoetst te worden aan de NEN-normen. Energie Toets op gebruik van energie en eventueel een energiebesparingsonderzoek uit laten voeren. Externe veiligheid Toets of met het in gebruik nemen van de inrichting voldaan wordt aan de aspecten op het gebied van externe veiligheid. Geluid Toets of er voldaan wordt aan de wettelijke geluidnormen en ga na in welk
48
geluidsgebied de inrichting gelegen is. Geur en lucht Toets aan emissienormen. Opslag gevaarlijke stoffen Toets aan de verschillende PGS-reeksen. Inhoudelijke toets op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer, specifiek op thema/milieuaspecten en (niet limitatieve) wet- en regelgeving: Algemeen Ministeriële regeling Omgevingsrecht, Bijlage I, Aanwijzing BBT-documenten, diverse onderwerpen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Milieueffectrapportage (m.e.r): • Besluit milieueffectrapportage • Regeling startnotitie milieueffectrapportage • Handreiking m.e.r.-beoordelingsplicht • Handleiding milieueffectrapportage Natuur • Wet natuurbescherming Geluid • Circulaire beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met • Vergunningverlening Wet milieubeheer • Wet geluidhinder • Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999) • Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van 1998 • Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen • Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 • Besluit geluidhinder Bodem • Wet bodembescherming • Besluit bodemkwaliteit Externe Veiligheid • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) • Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) • Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revb) • Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen • Handreiking
verantwoording groepsrisico • Vuurwerkbesluit • Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 1 t/m 30 (PGS-Richtlijnen) • Besluit LPG-tankstations Lucht en geur • Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 • Nederlandse emissie Richtlijn geur (Ner) • Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit • Regeling Niet in betekende mate (NIBM) • Besluit emissies stookinstallaties (BEES-A) • Besluit emissies stookinstallaties (BEES-B) • Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer • Wet Ammoniak en Veehouderij (Wav) • Regeling Ammoniak en Veehouderij • Wet geurhinder en veehouderij • Regeling geurhinder en veehouderij
49
• Nederlandse emissie Richtlijn Lucht (Ner) • Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij Afval • Europese afvalstoffenlijst (Eural) • Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP) • Handreiking wegen naar preventie bij bedrijven Afvalwater • Besluit lozen buiten inrichtingen Energie • Meerjarenafspraak energie-efficiency tot 2020 (MJA-3) • Handreiking wegen naar preventie bij bedrijven • Informatieblad vervoermanagement met bedrijven Licht • Algemene richtlijn betreffende lichthinder Verkeer en Vervoer Grondstofgebruik/ Waterverbruik • Handreiking wegen naar preventie bij bedrijven Diversen • Milieuconvenanten • Eventuele Bedrijfsmilieuplannen • Toekomstige ontwikkelingen
50
2.1.15 Oprichten van een inrichting Toestemming
Wettelijke grondslag
Deze vergunning is nodig voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting en heeft tot doel de bescherming van het milieu. De vergunning moet zijn verleend voordat de inrichting wordt opgericht en in werking wordt gebracht. De volgende risico's verbonden aan het oprichten van een inrichting worden met de toestemming afgedekt: • Afvalstoffen • Afvalwater • Bodem • Energie • Externe veiligheid • Geluid • Lucht en geur • Opslag gevaarlijke stoffen • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen ontwerpbesluit • Behandelen van zienswijzen • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.1, lid 1, onder e, sub 1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Procedure
Uitgebreid
Uitvoeringsbeleid
-
Betrokken adviseur
Afdeling Dienstverlening, team vergunningen Omgevingsdienst Noordoost-Brabant (ODBN)
Inhoud plantoets
Afvalstoffen Toets of de afvalstoffen geregistreerd worden, gescheiden worden afgevoerd en de opslag en afvoer doelmatig plaatsvindt. Afvalwater Nagaan wat de kwaliteit, de samenstelling, het gehalte, temperatuur en de hoeveelheid van het afvalwater is. Bodem Vaststellen of er bodembedreigende activiteiten binnen de inrichting plaatsvinden. Nagaan of er reeds een actueel bodemonderzoek is uitgevoerd, zo niet eventueel een bodemonderzoek uit laten voeren. Dit rapport dient te worden beoordeeld en getoetst te worden aan de NEN-normen. Energie Toets op gebruik van energie en eventueel een energiebesparingsonderzoek uit laten voeren. Externe veiligheid Toets of met het in gebruik nemen van de inrichting voldaan wordt aan de aspecten op het gebied van externe veiligheid.
Risico’s
Proces
51
Geluid Toets of er voldaan wordt aan de wettelijke geluidnormen en ga na in welk geluidsgebied de inrichting gelegen is. Geur en lucht Toets aan emissienormen. Opslag gevaarlijke stoffen Toets aan de verschillende PGS-reeksen. Inhoudelijke toets op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer, specifiek op thema/milieuaspecten en (niet limitatieve) wet- en regelgeving: Algemeen Ministeriële regeling Omgevingsrecht, Bijlage I, Aanwijzing BBT-documenten, diverse onderwerpen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Milieueffectrapportage (m.e.r): • Besluit milieueffectrapportage • Regeling startnotitie milieueffectrapportage • Handreiking m.e.r.-beoordelingsplicht • Handleiding milieueffectrapportage Natuur • Wet natuurbescherming Geluid • Circulaire beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met • Vergunningverlening Wet milieubeheer • Wet geluidhinder • Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999) • Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van 1998 • Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen • Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 • Besluit geluidhinder Bodem • Wet bodembescherming • Besluit bodemkwaliteit Externe Veiligheid • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) • Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) • Regeling externe veiligheid inrichtingen
(Revb) • Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen • Handreiking verantwoording groepsrisico • Vuurwerkbesluit • Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 1 t/m 30 (PGS-Richtlijnen) • Besluit LPG-tankstations Lucht en geur • Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 • Nederlandse emissie Richtlijn geur (Ner) • Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit • Regeling Niet in betekende mate (NIBM) • Besluit emissies stookinstallaties (BEES-A) • Besluit emissies stookinstallaties (BEES-B) • Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer • Wet Ammoniak en Veehouderij (Wav) • Regeling Ammoniak en Veehouderij
52
• Wet geurhinder en veehouderij • Regeling geurhinder en veehouderij • Nederlandse emissie Richtlijn Lucht (Ner) • Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij Afval • Europese afvalstoffenlijst (Eural) • Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP) • Handreiking wegen naar preventie bij bedrijven Afvalwater • Besluit lozen buiten inrichtingen Energie • Meerjarenafspraak energie-efficiency tot 2020 (MJA-3) • Handreiking wegen naar preventie bij bedrijven • Informatieblad vervoermanagement met bedrijven Licht • Algemene richtlijn betreffende lichthinder Verkeer en Vervoer Grondstofgebruik/ Waterverbruik • Handreiking wegen naar preventie bij bedrijven Diversen • Milieuconvenanten • Eventuele Bedrijfsmilieuplannen • Toekomstige ontwikkelingen
53
2.1.16 Veranderen van een inrichting Toestemming
Wettelijke grondslag
Vergunning is nodig voor het uitbreiden of veranderen van een inrichting wanneer eerder een vergunning voor de activiteit milieu is afgegeven. Deze vergunning heeft slechts betrekking op de uitbreiding of verandering van de inrichting en geldt naast de al eerder verkregen vergunning. Een verandering moet worden gezien als een activiteit waarbij de inrichting of onderdelen daarvan (zoals gebouwen, installaties of processen) in een andere gedaante, vorm toestand of bestemming worden gebracht. De volgende risico's verbonden aan het veranderen van een inrichting worden met de toestemming afgedekt: • Afvalstoffen • Afvalwater • Bodem • Energie • Externe veiligheid • Geluid • Lucht en geur • Opslag gevaarlijke stoffen • Voeren van vooroverleg met de aanvrager en/of adviseurs • Uitvoeren van een check inzake de juiste grondslag • Uitvoeren van een check inzake het bevoegde gezag • Beoordelen van onlosmakelijkheid met andere activiteiten • Inhoudelijke plantoets • Raadplegen van adviseurs • Opstellen ontwerpbesluit • Behandelen van zienswijzen • Opstellen van het definitieve besluit Artikel 2.1, lid 1, onder e, sub 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Procedure
Uitgebreid
Uitvoeringsbeleid
-
Betrokken adviseur
Afdeling Ontwikkeling Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN)
Inhoud plantoets
Afvalstoffen Toets of de afvalstoffen geregistreerd worden, gescheiden worden afgevoerd en de opslag en afvoer doelmatig plaatsvindt. Afvalwater Nagaan wat de kwaliteit, de samenstelling, het gehalte, temperatuur en de hoeveelheid van het afvalwater is. Bodem Vaststellen of er bodembedreigende activiteiten binnen de inrichting plaatsvinden. Nagaan of er reeds een actueel bodemonderzoek is uitgevoerd, zo niet eventueel een bodemonderzoek uit laten voeren. Dit rapport dient te worden beoordeeld en getoetst te worden aan de NEN-normen. Energie Toets op gebruik van energie en eventueel een energiebesparingsonderzoek uit laten voeren.
Risico’s
Proces
54
Externe veiligheid Toets of met het in gebruik nemen van de inrichting voldaan wordt aan de aspecten op het gebied van externe veiligheid. Geluid Toets of er voldaan wordt aan de wettelijke geluidnormen en ga na in welk geluidsgebied de inrichting gelegen is. Geur en lucht Toets aan emissienormen. Opslag gevaarlijke stoffen Toets aan de verschillende PGS-reeksen. Inhoudelijke toets op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer, specifiek op thema/milieuaspecten en (niet limitatieve) wet- en regelgeving: Algemeen Ministeriële regeling Omgevingsrecht, Bijlage I, Aanwijzing BBT-documenten, diverse onderwerpen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Milieueffectrapportage (m.e.r): • Besluit milieueffectrapportage • Regeling startnotitie milieueffectrapportage • Handreiking m.e.r.-beoordelingsplicht • Handleiding milieueffectrapportage Natuur • Wet natuurbescherming Geluid • Circulaire beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met • Vergunningverlening Wet milieubeheer • Wet geluidhinder • Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999) • Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van 1998 • Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen • Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 • Besluit geluidhinder Bodem • Wet bodembescherming • Besluit bodemkwaliteit Externe Veiligheid • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) • Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) • Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revb) • Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen • Handreiking verantwoording groepsrisico • Vuurwerkbesluit • Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 1 t/m 30 (PGS-Richtlijnen) • Besluit LPG-tankstations Lucht en geur • Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 • Nederlandse emissie Richtlijn geur (Ner) • Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit • Regeling Niet in betekende mate (NIBM) • Besluit emissies stookinstallaties (BEES-A) • Besluit emissies stookinstallaties (BEES-B)