5. Raadsinformatiebrief Beleid VTH
Tekst van het document
wc Datum
9 november 2021
Onderwerp
VTH-beleid 2022 Z21 - 243069
Zaaknummer Documentnr.
UIT /21- 456743
Inleiding Een gemeente is verplicht haar VTH-cyclus (beleid, programma, evaluatie) te borgen in één beleidsstuk. In dit beleid wordt op hoofdlijnen de visie van de gemeente Vught op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving kenbaar gemaakt. De strategische doelen die de gemeente nastreeft worden benoemd, met daarbij de prioriteiten die worden gesteld om te komen tot een verbetering van de leefbaarheid in de fysieke leefomgeving. De ervaringen opgedaan met het VTH-beleid 2020, actuele ontwikkelingen (zoals de toevoeging van Helvoirt en delen van Esch aan de gemeente Vught) en bestuurlijke wensen zijn verwerkt in dit nieuwe beleid. Dit beleid treedt op 1 januari 2022 in werking en kent geen einddatum. Het beleid zal na de jaarlijkse evaluatie en na de invoering van de Omgevingswet en de Wet private kwaliteitsborging waar nodig worden aangepast. Naast dit beleidsplan wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld. In dit programma wordt de aanpak geconcretiseerd waardoor duidelijk is wat we in de gemeente gaan doen. In een jaarverslag wordt teruggekeken op de effectiviteit van het beleid in de praktijk en de mate waarin de doelen bereikt zijn. Het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag bieden wij u op een later moment aan.
Voorgeschiedenis Het college heeft op 10 december 2019 het vorige VTH-beleid fysieke leefomgeving vastgesteld.
Inhoudelijk Het beleid is op het gebied van vergunningverlening bijgewerkt aan de hand van de ontwikkelingen, zoals een toename van aanvragen zowel door de toevoeging van Helvoirt en delen van Esch aan de gemeente Vught als het gegeven dat mensen meer zijn gaan (ver)bouwen sinds het covid-19 virus is gaan heersen. Ook hebben we de te verwachten veranderingen wanneer de Omgevingswet en de Wet private Kwaliteitsborging in werking treden verwerkt. Wat betreft handhaving hebben we de prioriteitenlijst verduidelijkt en aangevuld en het beleid aangepast aan de hand van de ontwikkelingen die wij de afgelopen periode hebben gezien. Het volledige beleid VTH fysieke leefomgeving is toegevoegd als bijlage.
Standpunt/ Besluit college van B en W 1. Het Beleid VTH fysieke leefomgeving vast te stellen en vanaf 1 januari 2022 in werking te laten treden; 2. Het Beleid VTH fysieke leefomgeving 2020 gemeente Vught per 1 januari 2022 in te trekken
1/2
wc Burgemeester en wethouders van Vught, De secretaris
R.J. van de Mortel Bijlage(n): 1. Beleid VTH fysieke leefomgeving 2022
2/2
Beleid VTH Fysieke leefomgeving
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 9 november 2021
1
Inhoud 1
AANLEIDING.................................................................................................................................................... 4
2
ANALYSE ............................................................................................................................................................ 5 2.1 Omgevingsanalyse .............................................................................................................................................. 5 2.2. Kaders ................................................................................................................................................................. 5 2.2.1 Regelgeving .................................................................................................................................................. 5 2.2.2 Bestuurlijke ambitie .................................................................................................................................... 7 2.3 Probleemanalyse vergunningen ........................................................................................................................ 7 2.3.1 Vergunningstaken ....................................................................................................................................... 7 2.3.2. Aanvragen vergunningen en meldingen .................................................................................................
8 2.3.3 Toetsingskaders vergunningverlening ..................................................................................................... 8 2.3.4 Vergunningverlening en benodigde capaciteit ....................................................................................... 9
3
VISIE ..................................................................................................................................................................10 3.1 Visie en missie ...................................................................................................................................................10 3.2 Uitwerking doelstellingen ................................................................................................................................10 3.2.1 Kwalitatief goede dienstverlening ..........................................................................................................11 3.2.2 Integraal werken........................................................................................................................................11 3.2.3 Rechtszekerheid voor inwoners en ondernemers................................................................................11 3.2.4 Redeneren vanuit oplossingen ................................................................................................................11 3.2.4 Gedeelde verantwoordelijkheid ..............................................................................................................12 3.3 Strategie
..............................................................................................................................................................12 3.3.1 Preventie.....................................................................................................................................................12 3.3.2 Toezicht- en handhavingsinstrumenten ................................................................................................13 3.3.3 Prioriteiten .................................................................................................................................................17 3.3.4 Projecten ....................................................................................................................................................27 3.3.5 Buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) ..........................................................................................29 3.3.6 Openbare orde en veiligheid ...................................................................................................................29
4
VAN BELEID NAAR UITVOERING........................................................................................................29 4.1 Beleidscyclus......................................................................................................................................................30 4.2 Programmering .................................................................................................................................................30 4.3 Monitoring .........................................................................................................................................................30
5
ORGANISATIE EN UITVOERING ..........................................................................................................31 5.1 Inleiding .............................................................................................................................................................31 5.2 Organisatorische condities ..............................................................................................................................31 5.2.1 Kwaliteitszorg en kwaliteitsborging .......................................................................................................31 5.2.2 Begroting ....................................................................................................................................................31
2
5.2.3 ICT ..............................................................................................................................................................32 5.3 Het netwerk .......................................................................................................................................................32 PRODUCTENBOEK VERGUNNINGEN EN MELDINGEN WABO ....................................................34 2.1 OMGEVINGSVERGUNNING..................................................................................................................34 2.2 MELDINGEN .................................................................................................................................................64 2.3 MILIEU .............................................................................................................................................................69
3
1
AANLEIDING
Het Besluit omgevingsrecht verplicht het college om beleid te formuleren voor de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. De kwaliteit van de uitvoering wordt geborgd door te voldoen aan de landelijke proceskwaliteitscriteria voor VTH-taken. Op basis hiervan wordt strategisch beleid vastgesteld, met daarin gestelde prioriteiten en doelen. Beleidsvorming en uitvoering worden op basis van een dubbele regelkring (ook wel “BIG-8 cyclus”) steeds op elkaar afgestemd. Een gemeente is verplicht haar VTH-cyclus (beleid, programma, evaluatie) te borgen in één beleidsstuk. Sinds 2020 is het vergunningenbeleid geïntegreerd zodat we één integraal Beleid VTH Fysieke Leefomgeving hebben. In dit beleid wordt op hoofdlijnen de visie van de gemeente Vught op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving kenbaar gemaakt. De strategische doelen die de gemeente nastreeft worden benoemd, met daarbij de prioriteiten die worden gesteld om te komen tot een verbetering van de leefbaarheid in de fysieke omgeving. De ervaringen opgedaan met het handhavingsbeleid fysieke leefomgeving 2020, actuele ontwikkelingen en bestuurlijke wensen zijn verwerkt in dit nieuwe beleid. Dit nieuwe beleid kent geen einddatum. Het beleid zal na de jaarlijkse evaluatie en na de invoering van de omgevingswet, waar nodig worden aangepast. Naast dit beleidsplan stellen we jaarlijks een uitvoeringsprogramma op.
In dit programma wordt de aanpak geconcretiseerd waardoor duidelijk is wat we in de gemeente gaan doen. In een jaarverslag wordt teruggekeken op de effectiviteit van het beleid in de praktijk en de mate waarin de doelen bereikt zijn.
4
2
ANALYSE
2.1 Omgevingsanalyse Wie aan Vught denkt, denkt aan landgoederen, de natuur, de vestingwerken, het oorlogsverleden met Kamp Vught en aan wonen met allure. De gemeente telt 31.697 inwoners (1 januari 2021, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van ruim 60,29 km². De gemeente bestaat uit de kernen Vught, Helvoirt en Cromvoirt. Uit eerder onderzoek blijkt dat de bewoners het wonen in Vught associëren met woorden als groen, gezellig, ruimte, duur, natuur en rust. Tegelijk wordt Vught geassocieerd met infrastructuur, wat een prima bereikbaarheid geeft, maar ook overlast. Ook de ligging nabij ‘sHertogenbosch, ‘de grote stad’, is kenmerkend. Een relatie die ver teruggaat in de tijd. De gemeente Vught wenst zich te profileren met een heldere koers voor de toekomst. De ambitie van Vught is om een eigen kleur te hebben en zich op strategische punten te profileren in samenwerking met de regio. De groene ligging en de sterke zorgstructuur die het deelt met de omliggende gemeenten biedt veel perspectief voor regionale profilering. Vught wil zich daarom met de dorpen Haaren en Sint-Michielsgestel profileren als ‘groene mantel’ onder ‘sHertogenbosch. Hiermee ontleent Vught dus ook identiteit aan haar ligging nabij ‘sHertogenbosch. Met ‘s-Hertogenbosch en de ‘groene mantel’-gemeenten kan Vught binnen het Noordoost-Brabantse (NOB) de zorgstructuur verder ontwikkelen.
Daarmee wil Vught met de omliggende gemeenten binnen het bestuurlijke samenwerkingsverband een plek innemen. Binnen deze regionale context heeft Vught ook eigen kwaliteiten, waarmee het een geheel eigen kleur krijgt: het beeld van allure, natuur en landgoederen, waarmee het zich zowel positioneert binnen de ‘mozaïekmetropool’, de ‘kennis as langs de A2’ en de ‘groene mantel’.
2.2. Kaders 2.2.1 Regelgeving Besluit omgevingsrecht en kwaliteitscriteria Het Besluit omgevingsrecht verplicht het college om beleid te formuleren voor de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. Voor een goede uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn kwaliteitscriteria ontwikkeld. Deze criteria hebben betrekking op het proces, de inhoud en kritieke massa van organisaties en zijn geborgd in de Wet VTH. De kwaliteit van de uitvoering wordt geborgd door te voldoen aan de landelijke proceskwaliteitscriteria voor VTHtaken. De gemeente Vught heeft hiertoe in 2016 de Verordening Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht vastgesteld. Deze Verordening is in 2019 geëvalueerd. De wijziging van het Besluit omgevingsrecht om beleid te formuleren en te evalueren vormt het sluitstuk van de wijzigingen die de wetgever met de Wet VTH heeft willen doorvoeren. De regering beoogt met de wijziging meer eenheid te brengen in de uitvoering van alle VTH-taken. Op basis hiervan wordt dit strategisch beleid vastgesteld, met daarin gestelde prioriteiten en doelen. Ontwikkelingen in wet- en regelgeving zijn een continu proces. Wijzigingen zijn van invloed op de organisatie van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit beleid is afgestemd op de laatste stand van zaken van deze ontwikkelingen.
Hierna zullen de voor VTH belangrijkste aankomende wetswijzigingen besproken worden.
5
Omgevingswet Medio of eind 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Het kabinet wil het omgevingsrecht eenvoudiger maken door tientallen wetten samen te voegen. De wet heeft het doel minder regels te stellen, de geldende regels en procedures overzichtelijk(er) te maken, meer ruimte te laten voor initiatieven en meer kwaliteit te bieden voor de leefomgeving. Een ander element van de Omgevingswet is de zorgplicht. Deze plicht beoogt bedrijven zelfverantwoordelijk te maken voor de naleving van regelgeving. Ten aanzien van de invoering van de Omgevingswet is op 11 april 2019 door de gemeenteraad een koersdocument “Invoering Omgevingswet” vastgesteld. De raad wenst onderscheidend te zijn en Helvoirt (per 1 januari 2021 onderdeel van de gemeente Vught) mee te nemen in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Dit heeft consequenties voor dit beleidskader. Er zal gehandeld worden vanuit de belangen van initiatiefnemers en van daaruit naar de regels gekeken worden en belangen van omwonenden en andere belanghebbenden. Inmiddels zijn we aan de slag met het Digitaal stelsel omgevingswet (DSO). Dat is het digitaal systeem waarmee we onze Vughtse omgeving transformeren naar een virtuele informatievoorziening. Hier is straks alle digitale gebiedsgerichte informatie te vinden, met alle kansen, mogelijkheden en beperkingen.
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Het wetsvoorstel ‘Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’ is aangenomen door de Eerste Kamer en het is de bedoeling om de wet tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking te laten treden. De wet regelt de invoering van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen. Hiermee wordt de positie van de particuliere en zakelijke bouwconsument versterkt. Het stelsel houdt in dat bij de oplevering van het bouwwerk, een bouwer moet aantonen dat aan de regelgeving is voldaan. Bouwers worden verplicht een onafhankelijke en gecertificeerde kwaliteitsborger (controleur) in te schakelen. De gemeente beoordeelt dan nog redelijke eisen van welstand, ruimtelijke ordening en de veiligheid/belangen van derden. Het preventief toetsen van het Bouwbesluit door de gemeente is dan niet meer nodig. De toets zal zien op volledigheid. Slechts als de private kwaliteitsborger tussentijds constateert dat hij geen gerechtvaardigd vertrouwen heeft wordt de toezichthouder van de gemeente ingeschakeld. Deze kan dan indien nodig een bouwstop opleggen of andere maatregelen laten treffen. De rol van gemeenten blijft verder met name in de sfeer van handhaving van belang. Door het nieuwe stelsel verandert de rol van gemeenten als vergunningverlener wezenlijk. De rol als toezichthouder op de naleving van het Bouwbesluit 2012 wijzigt niet.
Het nieuwe stelsel treedt stapsgewijs in werking en geldt vanaf inwerkingtreding eerst voor bouwwerken in de laagste risicoklasse, gevolgklasse 1, waaronder eenvoudige bedrijfspanden, eengezinswoningen, recreatiewoningen.
Beleid Risicokaart Samenhangend met milieu en bedrijven heeft ook de externe veiligheid een hoge prioriteit. Ter waarborging van de externe veiligheid is landelijk een Risicokaart opgezet. De provincie beheert deze kaart. De risicovolle inrichtingen en de kwetsbare objecten zijn op deze kaart aangegeven. De risicokaart is een digitale kaart voor de hele provincie die via het internet door iedereen kan worden ingezien. Vught heeft een aantal locaties met risico op explosies, het weglekken van gevaarlijke stoffen of brand. Om dat te voorkomen nemen we maatregelen. Risicovolle bedrijven krijgen alleen een vergunning als ze voldoen aan allerlei veiligheids- en milieuvoorschriften. We controleren of deze bedrijven de wetten en regels goed naleven en treden handhavend op als de
6
regels niet worden nageleefd. De controle en handhaving is belegd bij de Omgevingsdienst Regio Brabant Noord. Bodembeheerplan en Bodemkwaliteitskaarten De gemeente Vught heeft, samen met regiogemeenten in Noordoost Brabant, een Bodemkwaliteitskaart (BKK) en een bodemfunctieklassenkaart opgesteld. Daarin is aangegeven dat de gemeente toezicht houdt op daarmee verband houdende activiteiten. Bij overtreding van de regels wordt handhavend opgetreden.
2.2.2 Bestuurlijke ambitie In het ‘Coalitieakkoord 2021-2026 zijn zaken aangegeven die kaders scheppen voor het beleid VTH fysieke leefomgeving. De coalitiepartijen kiezen voor hogere transparantie, toegankelijker en beter aanspreekbaar bestuur en inwoners meer en eerder betrekken bij beleid. Burgerparticipatie is belangrijk voor de coalitie. Verder wil de coalitie het veiligheidsgevoel in Vught verder vergroten. Onder andere door vergaande samenwerking van verschillende diensten en de inzet van boa’s op diverse vormen van overlast, maar ook aan verkeerd parkeren. In deze bestuursperiode willen de coalitiepartijen de doorstroming op de Vughtse woningmarkt stimuleren. Het accent op de woningmarkt komt te liggen op betaalbare en middeldure woningen, vooral voor jongeren, starters en ouderen. Er zullen diverse trajecten voor nieuwbouwwoningen starten. Verder gaat de coalitie concrete acties uitzetten in het kader van een ambitieus klimaat- en energiebeleid. Leefbaarheid en veiligheid in de drie dorpen zijn speerpunt van verkeersbeleid waarbij de Rijksinfraprojecten hoge prioriteit hebben.
2.3 Probleemanalyse vergunningen De essentie van vergunningverlening is het toetsen aan de wetgeving en het vastleggen van kader stellende voorwaarden. Het doel van de probleemanalyse is om inzichtelijk te maken waar zich welke risico’s voordoen, om op basis daarvan sturing te geven aan de inspanningen van vergunningverlening. De probleemanalyse is daarmee de basis voor het stellen van prioriteiten in relatie tot de gestelde missie, het formuleren van doelstellingen en het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. De probleemanalyse voor vergunningverlening betreft een analyse van de complexiteit en aard van de te verwachten omgevingsvergunningen ten einde een gefundeerde inschatting te kunnen maken van de benodigde capaciteit (kwaliteit en kwantiteit). Deze analyse bevat de volgende elementen: ➢ Aantal te verwachten aanvragen/ meldingen; ➢ Aard en complexiteit van de aanvraag; ➢ Benodigde capaciteit (met inachtneming van de kritieke massa criteria o.b.v. kwaliteitscriteria).
2.3.1 Vergunningstaken De taken bij vergunningen bestaan uit: ➢ Het toetsen en afhandelen van alle vergunningaanvragen, meldingen en overige vragen om toestemming; ➢ Adviseren over vergunningsvrije activiteiten; 7
➢ Interne en externe afstemming, advisering over de aanvraag (vooroverleg) en communicatie; ➢ Het verzorgen van klantcontacten die betrekking hebben op genoemde aanvragen of die betrekking hebben op informatie in algemene zin betreffende de fysieke leefomgeving.
2.3.2. Aanvragen vergunningen en meldingen In onderstaande tabel is een overzicht te vinden van de aantallen vergunningen en meldingen over 2020. Op basis van de gegevens tot nu toe in 2021 is het verdere aantal te verwachten vergunningen, meldingen et cetera opgenomen. Het grootste gedeelte van de aanvragen binnen de gemeente Vught betreft aanvragen om een omgevingsvergunning, activiteit bouwen. Ook is een prognose gegeven voor 2022, de verwachting is dan een geringe afname in aanvragen. Soort aanvraag Omgevingsvergunning activiteit bouw: < 10.000 10.000 – 100.000 100.000 – 1.000.000 >1.000.000 Activiteit strijdig gebruik Activiteit aanleg Activiteit monument Activiteit kap Uitweg Sloopmelding Vooroverleg Brandveilig gebruik activiteit Melding brandveilig gebruik Melding Activiteitenbesluit en bodemenergiesysteem Omgevingsvergunning beperkte milieutoets
2020 288
2021 324
2022 308
120 98 55 9 96 21 18 40 36 86
161 91 59 14 83 18 10 55 37 105
153 87 56 12 78 17 9 52 35 99
141 2
204 4
194 3
20 40
7 40
8 38
2
3
2
2.3.3 Toetsingskaders vergunningverlening De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalt in welke gevallen inwoners en bedrijven een omgevingsvergunning nodig hebben. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning kan bij één loket worden aangevraagd. Er geldt daarbij één procedure waarop één besluit volgt voor mogelijk meerdere activiteiten (geïntegreerd). In de bijlage staan de specifieke vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen, toestemmingen en meldingen benoemd. Bij vergunningverlening worden activiteiten preventief getoetst. Hierbij worden de wettelijke (indiening)eisen van onder meer het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor), de Ministeriële regeling omgevingsrecht (hierna: Mor) en de Wabo gehanteerd. Aan een commissie ruimtelijke kwaliteit (welstand en erfgoed) wordt advies gevraagd bij omgevingsaanvragen voor bouwen en wijzigen van een monument. In de bijlage staat per soort vergunning of melding omschreven waar de speerpunten en daarmee de risico’s van toetsing liggen. Zo wordt voor de activiteit bouwen met name getoetst op 8
constructieve veiligheid en welstand en voor in-/uitritvergunningen op verkeersveiligheid en bruikbaarheid van de weg.
2.3.4 Vergunningverlening en benodigde capaciteit Bij de afdeling Ontwikkeling van de afdeling Vught is ervoor zowel de eenvoudige, de meervoudige als de complexe vergunningaanvragen voldoende vakkennis aanwezig dan wel beschikbaar vanuit het netwerk. Door de zogenaamde één-loket gedachte is het voor een burger of bedrijf eenvoudiger geworden om een vergunning aan te vragen. Maar van de plancoördinator/vergunningverlener vraagt het meer coördinatie en afstemming met verschillende interne en externe partijen. De behandeling van complexe vergunningaanvragen kost extra tijd. Voor de brandveiligheidsaspecten (gebruik) levert de brandweer Brabant Noord capaciteit. Voor de beoordeling van sloopmeldingen, omgevingsvergunningen OBM en milieumeldingen voor zover gelegen in het dorp Helvoirt (alsmede het bijbehorende buitengebied) levert de omgevingsdienst Brabant Noord capaciteit. De benodigde formatie is vastgelegd in de meerjarenbegroting van de gemeente Vught. Momenteel is er een spanning in de formatie en de uit te voeren taken, omdat vanwege de krapte op de arbeidsmarkt de openstaande vacatures niet kunnen worden ingevuld. We hopen en verwachten dat dit snel opgelost wordt. Verder is er een forse toename geweest in vergunningaanvragen en andere verzoeken.
De toename is te verklaren door de herindeling van de gemeente Haaren waarbij het dorp Helvoirt bij de gemeente Vught is ingedeeld alsmede aan de toename van verbouwingen en bouwactiviteiten als algehele trend in 2020 en 2021. De ervaring is dat vergunningaanvragen vrijwel altijd binnen de reguliere daarvoor geldende beslistermijn worden afgehandeld. In het afgelopen jaar is wel gebleken dat de beslistermijn vaker wordt verlengd dan voorheen. Ook is de bestuurlijke ambitie van het afhandelen van verzoeken om vooroverleg binnen vier weken, nagenoeg niet gehaald. Dit is te verklaren door een forse toename van aanvragen ten opzichte van 2019. Waarbij de aantallen in 2021 nog explosiever zijn gestegen. Dit heeft er intern toe geleid dat interne werkwijzen zijn aangepast, door bijvoorbeeld te werken met een frontoffice-medewerker en interne processen efficiënter in te richten. Het blijft van belang om een eventuele verdere toename van vergunningsaanvragen goed te monitoren en we moeten blijven streven naar de meest efficiënte werkwijze. Tot slot heeft ook het ambitieniveau dat voor de Omgevingswet wordt gehanteerd, effect op de vergunningverlening. Immers, hoe minder kaders gesteld worden, des te minder vergunningen verleend dienen te worden. Daarnaast speelt ook de Wet kwaliteitsborging (verder: WKB) hierin een grote rol.
Er zal rekening moeten worden gehouden met de WKB-meldingen die voorzien zijn van een borgingsplan met beheersmaatregelen op basis van een risicobeoordeling dat ziet op de fysieke leefomgeving. Er moet dan ook rekening worden gehouden met een verschuiving van de werkzaamheden.
9
3
VISIE
3.1 Visie en missie De gemeente wil bij haar VTH taken een betrouwbare partner zijn voor haar burgers en bedrijven. Zij wil zich dienstverlenend opstellen om haar burgers en bedrijven zo optimaal mogelijk te bedienen. De gemeente Vught kiest voor een klantgerichte en vraaggerichte benadering, waarbij een snelle, zorgvuldige en tijdige afhandeling van de vergunningaanvragen centraal staat. De focus van de gemeente ligt niet op de beperkingen die wet- en regelgeving met zich meebrengen. Bij het beoordelen van vergunningaanvragen en legalisatieverzoeken wordt gezocht naar de mogelijkheden om de aangevraagde activiteiten te vergunnen (“ja-tenzij principe”). Een goede afstemming tussen alle interne betrokken adviseurs en afdelingen is belangrijk. Zo kunnen we, waar mogelijk, maatwerk leveren. In samenwerking met onze inwoners en partners en met oog voor behoud van de identiteit en eigenheid van onze gemeente. Burgers worden uitgenodigd om zelf met initiatieven te komen, dit geldt zowel voor vergunningaanvragen als meldingen. De gemeente neemt daarbij een faciliterende en meedenkende rol in. Hiermee sluit onze visie aan bij de ambitie uit de Omgevingswet die ook uitgaat van uitnodigingsplanologie en een goede integrale afstemming. Toezicht en handhaving richten zich op de naleving van regels. Regels die vanuit verschillende motieven zijn gesteld door de (gemeentelijke) overheid.
Het toezien door de gemeente op naleving van de regels gaat in essentie om het borgen van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en is een kerntaak van de overheid. Een burger moet kunnen vertrouwen op een eerbare overheid die de regels motiveert, vaststelt en toetst en op een overheid die op basis van rechtsgelijkheid handelt wanneer regels niet worden gerespecteerd. Daarentegen kan de (gemeentelijke) overheid niet op alles handhaven en toezicht houden. Uit de diverse beleidsnotities, waarin handhaving een rol speelt, blijken de volgende factoren steeds van doorslaggevend belang te zijn voor de inzet van handhavingscapaciteit in volgorde van zwaarte (zie prioritering). Als bestuurlijk visie wordt gehanteerd dat de handhaving zich primair richt op het bewaken van de veiligheid, de gezondheid, het milieu en de leefomgeving om zo te komen tot veilige en leefbare dorpen met zo min mogelijk hinder en overlast voor de burgers, de bedrijven en de instanties. Waar inwoners graag wonen, werken en verblijven en waar bezoekers/recreanten zich welkom voelen en graag verblijven.
De missie van de gemeente Vught wordt vormgegeven door de volgende uitgangspunten: - Kwalitatief goede dienstverlening; - Integraal werken; - Rechtszekerheid voor burgers en bedrijven; - Burgers zo veel mogelijk betrekken bij processen, overtredingen en oplossingen; - Redeneren vanuit oplossingen; - Gedeelde verantwoordelijkheid
3.2 Uitwerking doelstellingen Hierna worden de uitgangspunten uitgewerkt in doelen met daarbij behorende doelstellingen.
10
3.2.1 Kwalitatief goede dienstverlening De gemeente Vught kiest voor een klantgerichte benadering, waarbij een goede dienstverlening en een snelle en zorgvuldige afhandeling van de vergunningaanvragen centraal staan. Onze burgers en bedrijven worden daarbij op een deskundige en vriendelijke wijze van informatie voorzien en het vergunningentraject is voor hen herkenbaar en transparant. Wij streven voortdurend naar verbetering van de dienstverlening aan onze burgers en bedrijven. De klantgerichte benadering betekent ook dat burgers en bedrijven meer worden gewezen op eigen verantwoordelijkheden, zoals bijvoorbeeld participatie en ruggenspraak met de directe omgeving. Doelstellingen: - De gemeente wil graag goed bereikbaar zijn voor de burger; - Een burger of bedrijf moet “ontlast” worden in die zin dat vragen door de gemeente gecoördineerd opgepakt worden en een burger of bedrijf zelf niet hoeft te zoeken waar of bij wie hij terecht moet.
3.2.2 Integraal werken Bij de VTH-taken zijn veel verschillende aspecten betrokken. Er moet een integrale afweging worden gemaakt om een goed woon- een leefklimaat te kunnen garanderen en een juridisch houdbaar besluit te kunnen nemen. De gemeente Vught zet zich de komende jaren in om het integraal werken nog verder te verbeteren. Daarbij is het de uitdaging dat dit proces op zodanige wijze efficiënt verloopt dat er geen onnodig tijdsverlies optreedt. Bij toezicht en handhaving worden acties ondernomen die moeten leiden tot naleving van de regels. Vanuit het gelijkheidsbeginsel zullen de acties voor derden en de eigen organisatie op dezelfde wijze worden uitgevoerd. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt wordt het bevoegd gezag voor vergunningen en projectbesluiten ook het bevoegd gezag voor de handhaving ervan. Dit is een ondersteunende bevoegdheid die de regelgevende of besluitvormende bevoegdheid volgt. Doelstelling: - Integrale beoordeling met alle interne adviseurs of gebieden met raakvlakken en externe partners. - Acties voor derden en de eigen organisatie op dezelfde wijze uitvoeren.
3.2.3 Rechtszekerheid voor inwoners en ondernemers Rechtszekerheid voor inwoners en bedrijven is van groot belang. Wij streven naar vergunningen die helder, duidelijk en niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn en daardoor de rechterlijke toets kunnen doorstaan. Voor ons is het uitgangspunt het voorkomen van het van rechtswege verlenen van vergunningen als gevolg van overschrijding van wettelijke afhandelingstermijnen van aanvragen. Doelstellingen: - Bij de gemeente werken deskundige mensen die in staat zijn om de juiste besluiten te nemen; - De gemeente streeft ernaar besluiten te nemen die voor iedereen te begrijpen zijn; - De gemeente wil graag juridisch houdbare besluiten nemen.
3.2.4 Redeneren vanuit oplossingen Bij het beoordelen van vergunning- of legalisatie aanvragen wordt gezocht naar de mogelijkheden om de aangevraagde activiteiten te vergunnen. De focus ligt dus niet op de beperkingen die weten regelgeving met zich meebrengen, maar juist op het zoeken naar wegen en oplossingen om 11
binnen de wet rekening houdend met de wensen van de aanvrager en de omgeving, de activiteiten mogelijk te maken. Oplossingen zullen initiatiefrijker dan wel inventiever zijn met meer eigen invulling, en passend zijn wanneer het doel van de regel behaald wordt. Het is echter niet altijd mogelijk om medewerking te verlenen. In dat geval is het zaak dit duidelijk en goed gemotiveerd te communiceren aan de aanvrager. Er zal meer gewerkt kunnen worden met eigen oplossingen, wanneer deze in lijn liggen met de geest van de Omgevingswet. Doelstellingen: - De gemeente denkt oplossingsgericht mee met initiatiefnemers; - De gemeente geeft duidelijkheid over de (on)haalbaarheid van een initiatief.
3.2.4 Gedeelde verantwoordelijkheid De gemeente is verantwoordelijk voor het afgeven van kwalitatief goede vergunningen. De initiatiefnemers van vergunningaanvragen zijn in de eerste plaats zelfverantwoordelijk voor het indienen van een complete aanvraag en volledige meldingen. Ook zijn de initiatiefnemers zelfverantwoordelijk voor het creëren van draagvlak c.q. acceptatie van de voorgenomen plannen bij belanghebbenden, zoals buren. Uiteraard kan de gemeente hierbij desgewenst adviseren. Daarnaast mag van inwoners en bedrijven worden verwacht dat zij zelf hun verantwoordelijkheid nemen om problemen op te lossen, actief op zoek gaan naar informatie en daarbij het omgevingsloket.nl en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) benutten bij een aanvraag. De gemeente Vught zal daar waar mogelijk inwoners en bedrijven dan ook stimuleren om gezamenlijk problemen op te lossen, bijvoorbeeld door overleg. Oplossingen die in gezamenlijkheid worden gevonden hebben de voorkeur boven oplossingen die zijn afgedwongen. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt krijgt de initiatiefnemer een nog grotere rol in de processen en tegelijkertijd een grotere verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd met de Omgevingswet zal de Wet Private Kwaliteitsborging (WKB) ingaan. Er wordt meer van de initiatiefnemer verwacht in de fase van het vooroverleg om tot een betere bouwkwaliteit WKB te komen.
Een goed (voorbereid) vooroverleg brengt risico's aan het licht waarop de kwaliteitsborger en initiatiefnemer kunnen inspelen en een beter volledige bouwmelding (borgingsplan) kunnen indienen. Conclusie: Samenwerken wordt van belang bij de eerste fase WKB. Doelstelling: -
De gemeente werkt graag samen met initiatiefnemers en/of naar een oplossing met overtreders. Daarbij neemt de gemeente een faciliterende en meedenkende rol in, maar zij wijst initiatiefnemers/overtreders ook op de eigen verantwoordelijkheid.
3.3 Strategie 3.3.1 Preventie Door op het gebied van de gemeentelijke vergunningstaken algemene informatie te verstrekken op de website van de gemeente en naar behoefte aanvullende informatie te verstrekken, bijvoorbeeld telefonisch, per mail, op afspraak of met een conceptaanvraag (vooroverleg) voorafgaand aan de vergunningverleningsfase, probeert de gemeente het naleefgedrag te stimuleren en aan haar inwoners een passende (digitale) dienstverlening te bieden. Bij vergunningverlening is de preventiestrategie voorts gericht op het zo compleet mogelijk indienen van aanvragen en meldingen. We willen graag gaan werken met infographics op de website over de WKB en de veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt. We willen het opvragen van aanvullende gegevens en het buiten behandeling laten van een aanvraag (onder meer door het te laat indienen van een aanvulling op de aanvraag of melding) zoveel mogelijk voorkomen. 12
Vergunningverlening legt de basis voor de verdere keten van toezicht en handhaving. Het geeft duidelijkheid in de regels en werkt daarom preventief door in toezicht en handhaving. Zowel voor degene die de vergunning heeft aangevraagd en gekregen of een melding heeft gedaan die is geaccepteerd (en die nu weet wat er van hem of haar verwacht wordt), als voor omwonenden die zich nu bewust zijn van de activiteiten waardoor meldingen worden voorkomen. Ook kan het feit dat er een vergunning is verleend voor een bepaald bouwwerk een signaal vormen voor buurtbewoners dat zij ook een vergunning nodig hebben voor vergelijkbare initiatieven. Handhaving kan worden onderscheiden in een preventief en een repressief traject. Preventieve handhaving geschiedt over het algemeen in de vorm van voorlichting (zoals publicaties), toezicht en controles (bedrijfsbezoeken en bezoeken aan bouwlocaties) maar ook het bekijken van luchtfoto’s en het maken van milieuvluchten zijn vormen van preventieve handhaving. Het toezicht en de controles vinden plaats zonder dat daartoe aanleiding bestaat in de vorm van een concrete verdenking dat regels worden overtreden. Dit toezicht en deze controles vinden plaats conform programmatisch handhaven.
Indien als gevolg van toezicht activiteiten, klachten of calamiteiten overtredingen van wet- en regelgeving worden geconstateerd, moet er handhavend worden opgetreden door het bevoegd gezag. In de regel wordt allereerst de overtreder voorgelicht over het gewenste nalevingsgedrag en worden afspraken gemaakt over het beëindigen van de illegale situatie, het ongedaan maken van de gevolgen en het voorkomen van (nieuwe overtredingen).
3.3.2 Toezicht- en handhavingsinstrumenten Toezicht houdt in dat wordt gecontroleerd of wet- en regelgeving worden nageleefd (naar letter en/of geest). Deze controles kunnen overigens ook plaatsvinden in een situatie dat er nog geen concreet vermoeden van overtreding van wet- en regelgeving bestaat. Dit geldt voor alle gevolgklassen. Als de WKB in werking treedt zal echter bij gevolgklasse 1 geen preventieve controle worden uitgevoerd ten tijde van de bouw. Dit wegens het feit dat de private kwaliteitsborger toeziet op het bouwen. Wanneer bij een toezichtcontrole een overtreding wordt geconstateerd start een handhavingstraject. Het houden van toezicht in algemene zin is onder te verdelen in algemeen en specifiek toezicht. Algemeen toezicht is aan de orde als controleurs toezicht houden op bijvoorbeeld de openbare ruimte zonder dat zij een concrete wet of activiteit voor ogen hebben. Specifiek toezicht is gericht op een concrete situatie. Er wordt bijvoorbeeld een bedrijf bezocht om de naleving van bepaalde wetten en regelgeving te controleren. Toezicht vindt plaats op basis van (landelijke)wet- en regelgeving, verleende vergunningen en ontheffingen, in het kader van projecten, naar aanleiding van meldingen, handhavingsverzoeken, klachten en calamiteiten. Om effectief en doelmatig te werk te gaan is het nodig om verschillende vormen van toezicht te hanteren.
Deze vormen van toezicht kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden: - Periodieke controles: bedrijven worden met een vaste frequentie gecontroleerd. Aan de grootte van de invloed op de omgeving (risico) wordt er een vaste bezoekfrequentie gekoppeld. - Niet-periodieke controles: zoals na afgegeven omgevingsvergunningen, ontheffingen en klachten. 13
-
-
Controles na ontvangen meldingen en inlichtingen vanuit de private Kwaliteitsborger (KB) of initiatiefnemer zelf. Administratie controles en zelfcontroles: Tijdens controles kan de toezichthouder op basis van de administratie van een bedrijf gegevens verzamelen. Bij zelfcontroles krijgen bedrijven een vragenlijst die ze in moeten vullen en retourneren, dit instrument passen we alleen toe bij bedrijven met een laag risico. Dit geldt ook voor de zelfscan die de brandweer door sommige instellingen of inrichtingen laat toepassen. Integrale controles: Gemeente en andere instanties werken samen. Dit kan signaaltoezicht zijn; voor elkaar een oog en oor functie vervullen, voor een andere instantie controlepunten meenemen in de eigen controle of tijdens een controle samen op trekken. Dit om de frequentie van bezoeken aan een bedrijf of pand te minimaliseren.
Controles Bij elke vorm van controle hanteren we de volgende uitgangspunten: ➢ Degene die een toezichtcontrole uitvoert legitimeert zich tijdens de controle. ➢ De controle resulteert in een controleverslag welke in het centrale registratiesysteem opgeslagen wordt. ➢ Medewerkers die toezicht en handhaving uitvoeren voor de gemeente Vught hebben regelmatig overleg om de uniformiteit en afstemming te waarborgen. Handhavingstraject Een handhavingstraject is het gehele traject gericht tot beëindiging van de overtreding. Zo kan een handhavingstraject bijv. bestaan uit gesprekken met de overtreder, een waarschuwing of aanwijzing aan de overtreder, het nemen van een handhavingsbesluit (bijv. opleggen last onder bestuursdwang of dwangsom) of een boete (opgelegd door de boa). Het is de bedoeling, in de geest van de Ow, dat de burger zelf meer verantwoordelijkheid neemt en bijvoorbeeld de buren meer betrekt in het proces of meedenkt over oplossingen hoe het werkt voor de burger zelf en de buren. Het optreden bij overtredingen kan in verschillende vormen tot uiting komen. Dit is afhankelijk van de ernst van de overtreding, de geldende inhoudelijke voorschriften gekoppeld aan het te handhaven product en geformuleerd beleid.
Optreden bij overtredingen kan bijvoorbeeld bestaan uit de volgende activiteiten: ➢ Waarschuwen of geven van een aanwijzing op een onvolledige melding; ➢ De overtreder in de gelegenheid stellen om de overtreding op een alternatieve wijze op te heffen; ➢ Maken van een afspraak over corrigerende activiteiten zodat alsnog wordt voldaan aan gestelde voorschriften, bepalingen of voorwaarden; ➢ Opleggen van sancties (bestuursdwang, dwangsom, intrekking begunstigde beschikking, privaatrechtelijke of strafrechtelijke handeling). Bij het optreden tegen illegale situaties wordt de Landelijke Handhavingsstrategie, gehanteerd. Afwijken daarvan is mogelijk indien daarvoor een goede motivatie bestaat. Wanneer is geconstateerd dat een ander bestuurs- of overheidsorgaan in de gemeente Vught een overtreding heeft begaan, wordt de hierna beschreven sanctiestrategie eveneens toegepast. Dit geldt ook als de gemeente Vught zelf overtreder is.
14
Sanctiestrategie/handhavingsinstrumenten De Algemene wet bestuursrecht geeft een uitgebreid instrumentarium voor gemeenten om handhavend op te treden. De wet kent vier sancties: de last onder bestuursdwang, de (preventieve) last onder dwangsom, de bestuurlijke boete en de intrekking van een begunstigende beschikking. Daarnaast is het voor gemeenten mogelijk de bestuurlijke strafbeschikking toe te passen.
De constateringsbrief, waarschuwingsbrief
In deze brief wordt de overtreder gewezen op de overtreding, het feit dat de overtreding moet worden opgeheven, de (on)mogelijkheden om de overtreding op te heffen door middel van een omgevingsvergunning (legalisering) en een termijn. Naar aanleiding van deze brief kan de overtreder contact opnemen met de behandelaar voor vragen of opmerkingen. Wij hebben ervoor gekozen om een tweede constateringsbrief te sturen wanneer de eerste constateringsbrief (waarschuwingsbrief) geen effect teweeg heeft gebracht. Als de tweede constateringsbrief geen effect heeft gehad gaan wij over tot de volgende stap, het sturen van een brief voornemen. Hierna leggen wij uit wat deze inhoudt. Opgemerkt dient te worden dat het sturen van een tweede constateringsbrief coulant is ten opzichte van wat er in den lande gebruikelijk is. Wanneer spoed zich tegen het sturen van een constateringsbrief verzet wordt deze fase overgeslagen.
Het voornemen last onder dwangsom of bestuursdwang
In het voornemen wordt beschreven dat niet tot actie overgaan om de overtreding(en) op te heffen ertoe zal leiden dat uiteindelijk een besluit wordt gestuurd. In het voornemen wordt wederom een hersteltermijn vermeld om de overtreding op te heffen. Daarbij wordt aan de overtreder tevens de gelegenheid geboden om zijn zienswijze kenbaar te maken. De last onder dwangsom De last onder dwangsom is een repressief handhavingsinstrument dat met betrekkelijk weinig risico ingezet kan worden om een overtreding te beëindigen. Als na her controle na afloop van de hersteltermijn die in de brief voornemen is vermeld blijkt dat de geconstateerde overtreding niet ongedaan is gemaakt, wordt een besluit last onder dwangsom opgelegd, wederom met een begunstigingstermijn. Hierin wordt de eventuele zienswijze en de reactie erop verwerkt. Onze ervaringen met het handhavingsinstrument last onder dwangsom zijn positief. Vaak blijkt de constateringsbrief of het voornemen om een last onder dwangsom op te leggen al voldoende stimulans om de overtreding te beëindigen. In geval van bestuursdwang kan het college van burgemeester en wethouders op kosten van de overtreder de onrechtmatige situatie (laten) herstellen. Hiervoor moet wel kostenverhaal worden toegepast met het risico dat een overtreder de kosten niet betaalt.
Een last onder dwangsom strekt ertoe om de overtreding ongedaan te laten maken door de overtreder zelf of om verdere overtreding dan wel een herhaling daarvan te voorkomen. Preventieve last onder dwangsom De last onder dwangsom is een repressief handhavingsinstrument dat met betrekkelijk weinig risico ingezet kan worden om een overtreding te beëindigen. Bij het vermoeden dat een overtreding zich in de toekomst zal voordoen wordt een preventieve last onder dwangsom gestuurd met daarin de consequenties (financieel) van het niet nakomen van de gestelde last. Daarbij wordt aan de overtreder tevens de gelegenheid geboden om zijn zienswijze kenbaar te maken. Als blijkt dat de vermoedelijke overtreding zich toch voor doet, wordt een last onder dwangsom verbeurd.
15
Hoogte dwangsom Wij kennen een ruime mate van beleidsvrijheid bij het bepalen van de hoogte van dwangsommen en het stellen van een maximum aan het te verbeuren bedrag. Wij sluiten ons in de basis aan bij de Landelijke handhavingsstrategie (LHS), maar passen maatwerk toe daar waar dat nodig is. De verwachting is dat de LHS aansluit bij de Omgevingswet. In ieder geval moet de hoogte van de dwangsom tot doel hebben de overtreding tegen te gaan en of te beëindigen. En moet dus hoog genoeg zijn om de overtreder te bewegen om de overtreding te beëindigen. Een dwangsom kan afhankelijk van het soort overtreding opgelegd worden per geconstateerde overtreding of per tijdseenheid. In een dwangsombesluit vermelden wij de hoogte van de dwangsom per constatering met een maximumbedrag dat de overtreder kan verbeuren. Bestuursdwang In gevallen waarin direct optreden noodzakelijk is (bijvoorbeeld bij acute veiligheids- of milieurisico’s) of wanneer van een dwangsom geen effect uitgaat, hanteren we bestuursdwang. Dit kan bijvoorbeeld betekenen het (gedeeltelijke) sluiten van een onderneming of het op kosten van de overtreder maatregelen treffen om (de effecten van) de overtreding ongedaan te maken.
Bepalen begunstigingstermijn Bij iedere opgelegde last onder dwangsom/bestuursdwang wordt een redelijke termijn gesteld, waarbinnen de overtreder in de gelegenheid wordt gesteld de overtreding te beëindigen, zonder dat een dwangsom wordt verbeurd of bestuursdwang wordt toegepast. Wij houden bij het stellen van een begunstigingstermijn rekening met de reële mogelijkheid die de overtreder heeft om de overtreding op zo kort mogelijke termijn te beëindigen. Intrekken begunstigende beschikking Het college van burgemeester en wethouders heeft soms ook de mogelijkheid tot intrekking van een vergunning, het sluiten van een bedrijf (inrichting) of andere bijzondere maatregelen om de handhaving van wettelijke bepalingen en/of voorschriften verbonden aan vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen te waarborgen. Bestuurlijke strafbeschikking De wet stelt gemeenten in staat bij een overtreding van de APV een bestuurlijke boete of een bestuurlijke strafbeschikking op te leggen aan de overtreder. De bestuurlijke boete is een punitieve sanctie, in tegenstelling tot de andere bestuurlijke instrumenten. Bij de bestuurlijke boete hoeft een overtreder niet eerst een waarschuwing te ontvangen. Zodra een overtreding wordt geconstateerd, kan direct tot handhaving over worden gegaan. Het kan worden gebruikt bij de aanpak van overlast in de openbare ruimte.
Gemeenten kunnen een bestuurlijke boete opleggen voor overtredingen op grond van de APV, met uitzondering van de feiten die zijn uitgezonderd in een Algemene Maatregel van Bestuur. De Wet OM-afdoening is vanaf 2006 van kracht. De wet is vanaf 2010 ook van toepassing op gemeenten, provincie en waterschappen. De wet stelt gemeenten in staat bij bepaalde overtredingen van de APV een bestuurlijke strafbeschikking op te leggen aan de overtreder. Een van de verschillen met de bestuurlijke boete is dat er een strafbaar feit wordt begaan waartegen in verzet kan worden gekomen bij het OM in plaats van bij het bestuursorgaan zelf. Wraken Een wrakingsbrief is een constateringsbrief waarin wordt aangegeven dat er sprake is van een overtreding maar waarop we niet direct handhavend optreden. Dit instrument kan bijvoorbeeld worden ingezet wanneer een overtreding op dat moment geen prioriteit heeft volgens het handhavingsbeleid of het handhavingsprogramma en er geen capaciteit is om de zaak op te 16
pakken. Een dergelijke brief voorkomt dat er op een later tijdstip niet meer kan worden opgetreden tegen deze overtreding. Met deze brief behouden we het recht om tegen deze overtreding op te treden in een later stadium. Bijvoorbeeld wanneer de prioritering of formatie verandert of wanneer er een verzoek om handhaving binnen komt. Gedogen Gedogen is het niet optreden tegen een overtreding van rechtsregels. Niet optreden houdt in dat het bestuur expliciet aangeeft dat het geen gebruik maakt van de handhavingsbevoegdheid. Uit rechtspraak is gebleken dat gedogen slechts aanvaardbaar is onder een aantal condities. Ook is er geen sprake meer van een gedoogbeschikking waartegen rechtsmiddelen open staan. Gedogen is een uitzondering en zal slechts worden toegepast als voldaan wordt aan strikte eisen die vanuit wetgeving of jurisprudentie daaraan worden gesteld en indien ook andere belangen het gedogen niet in de weg staan. Sinds de invoering van het handhavingsbeleid in 2003, wordt er in Vught in principe niet meer passief gedoogd. Strafrechtelijke handhaving Enkele overtredingen waarvoor de gemeente bevoegd gezag is leveren ook een overtreding van de strafwetgeving op. Voor de handhaving op dit rechtsgebied is het Openbaar Ministerie bevoegd gezag. Zij worden hierin bijgestaan door politie en de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s).
Indien de toezichthouder de overtreding in het midden- of zware segment positioneert, vindt conform de LHS-overleg met de strafrechtpartner plaats om te bepalen of bestuursrechtelijk, dan wel strafrechtrechtelijk of een combinatie van bestuurs- en strafrechtelijk wordt opgetreden.
3.3.3 Prioriteiten Vergunningverlening In kwantitatieve zin kan er geen prioritering plaatsvinden. Vergunningverlening is een vraag gestuurd proces waar de gemeente geen invloed op heeft. Een ingekomen vergunningaanvraag moet nu eenmaal binnen de wettelijke termijnen worden afgehandeld waarbij slechts in beperkte gevallen de afhandelingstermijn kan worden verlengd of opgeschort. Uitgangspunt bij het stellen van prioriteiten bij vergunningaanvragen kan zijn dat deze worden afgehandeld op basis van de risico-inschatting naast het moment van indiening. Bij een hoog risico van de aangevraagde activiteiten, wordt die aanvraag met meer diepgang beoordeeld en nauwkeuriger vastgelegd dan onderdelen die minder risico met zich meebrengen. Dit hoeft overigens niet altijd een fysiek risico te zijn: ook rechtszekerheid en het bestuurlijke risico worden hierin meegewogen. Uiteindelijk resulteert vergunningverlening in een goed afgewogen besluit dat handhaafbaar is en waarbij alle relevante aspecten in de besluitvorming zijn betrokken. Onderwerpen die na analyse met een lage prioriteit worden beoordeeld, kunnen op een eenvoudigere manier (met minder diepgang) worden afgehandeld.
Alleen bij onvoldoende rechtszekerheid of wanneer een aanvraag onvoldoende vertrouwen geeft om over te gaan tot een vereenvoudigde, minder diepgaande toets, worden ook deze aanvragen op alle onderdelen diepgaand getoetst. Na inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging zal de risico-inschatting ook veranderen. Er zal rekening moeten worden gehouden met de behandeling van de volledigheidstoets op de verplichte WKB-meldingen (voor gevolgklasse 1)> hiervoor geldt een termijn van 4 weken, daarna mag initiatiefnemer starten met bouw. Het is dan ook van belang ook al rekening te houden met een verschuiving van kwaliteit van de bouwkwaliteit als toets in het vooroverleg. Een 17
goed (voorbereid) vooroverleg brengt risico's aan het licht waarop de kwaliteitsborger en initiatiefnemer kunnen inspelen en een beter volledige bouwmelding (borgingsplan) kunnen indienen. Handhaving Op basis van de verschillende wettelijke taken moet een groot aantal handhavingsactiviteiten worden uitgevoerd. Gemiddeld genomen is de totale hoeveelheid werk groter dan de voor handhaving beschikbare personele capaciteit. Een verantwoorde prioritering is dus onmisbaar. De gemeente Vught streeft met handhaving een gemiddeld ambitieniveau na waarbij kritisch naar de inzet van middelen en capaciteit wordt gekeken. De belangrijkste thema’s worden als eerste behandeld. Overigens erkent de gemeente dat zij er niet in slaagt alle wettelijke taken voor honderd procent uit te voeren. Vught heeft echter de overtuiging dat zij met een slimme inzet van middelen, een integrale benadering die ook organisatorisch zijn beslag heeft gekregen, haar handhavingstaak op een verantwoorde manier kan uitvoeren. De keuzes in prioritering bij handhaving zijn op basis van een risicoanalyse bepaald. Op deze manier wordt er nagestreefd om zo effectief en efficiënt mogelijk te handhaven. We hebben de volgende prioriteiten vastgesteld: Verzoeken om handhaving en klachten (meldingen) hebben – in beginsel – altijd een hoge prioriteit, vanuit een wettelijke taak en/of uit oogpunt van klantgerichtheid.
Calamiteiten en ongewone voorvallen zijn niet opgenomen in de prioriteitenlijst, hiervoor wordt standaard capaciteit gereserveerd.
Categorisering van prioriteiten In de volgorde van prioriteit zijn 3 categorieën te onderscheiden namelijk hoog, gemiddeld en laag. Categorie hoog Overtredingen met een hoge prioriteit zijn dermate van belang, dat daaraan structureel handhaving, toezicht en communicatieve acties moeten worden gekoppeld. Het doel is om het naleefgedrag zoveel mogelijk te bevorderen en overtredingen zoveel mogelijk te voorkomen. Het gaat hierbij vooral om zaken die van invloed zijn op de veiligheid en gezondheid en die een grote impact hebben op de omgeving. Categorie gemiddeld Deze overtredingen hebben een gemiddeld belang, dat zich enerzijds vertaalt in het kritisch omgaan met overtredingen door regelmatige controle en anderzijds het beter in beeld krijgen van de oorzaken van overtredingen (volgen van tendensen, kansen, gevolgen, naleefgedrag, landelijke prioriteiten en dergelijke). Categorie laag Overtredingen met een lage prioriteit zijn van minder belang voor de gemeente. Het is wel gewenst om overtredingen binnen deze taken te blijven monitoren, omdat door toename van het aantal overtredingen het gewenst kan zijn om er een hogere prioriteit aan te geven. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een project.
18
Overzicht van prioriteiten Bouwen, ruimtelijke ordening en brandveiligheid
Risico
Brandveiligheid tijdens gebruiksfase
Hoog
Brandveiligheid tijdelijke voorzieningen (evenementen)
Hoog
Constructieve (brand)veiligheid
Hoog
Strijdig gebruik bestemmingsplan bedrijvigheid in kernen en buitengebied (incl. statische en dynamische opslag)
Hoog
Bouwen in afwijking vergunning
Hoog
Illegaal bouwen (zonder vergunning) >50 m3, zichtbaar vanaf de openbare weg Overtreding niet ouder dan 10 jaar
Hoog
Illegaal bouwen (zonder vergunning) vóór de voorgevel
Hoog
Woningsplitsingen
Hoog
Panden waarin niet zelfredzame personen verblijven
Hoog
Strijdig gebruik logies/wonen: wonen of overnachten in bouwwerken
Hoog
Permanente bewoning recreatiewoning
Hoog
Strijdige activiteiten, gebruik en bouwen op recreatieterreinen
Hoog
Wijzigen van een monument, beschermd dorpsgezicht of beeldbepalende panden door aantasting van cultuurhistorische waarden zonder toestemming
Hoog
Welstandexces
Hoog
Bouwen zonder vergunning, >50m3, niet zichtbaar vanaf de openbare weg
Gemiddeld
Bouwen zonder vergunning, <50m3, zichtbaar vanaf de openbare weg
Gemiddeld
19
Afwijking in hoogte of in oppervlakte meer dan 10% t.o.v. bestemmingsplan
Gemiddeld
Bouwbesluit (anders dan constructief en brandveiligheid)
Gemiddeld
Wijzigen van een monument of beschermd dorpsgezicht zonder aantasting van cultuurhistorische waarde, zonder toestemming
Gemiddeld
Strijdig gebruik, bedrijvigheid industriegebied
Gemiddeld
Bewoning bedrijfswoning van burger zonder bedrijf
Gemiddeld
Aanleggen uitrit zonder toestemming, op een doorgaande weg, bij verkeersgevaarlijke situaties
Gemiddeld
Reclame en uitstallingen die hinder of gevaar opleveren voor voorbijgangers
Gemiddeld
Illegaal gebruik van gemeentegronden
Gemiddeld
Schuilgelegenheden in het buitengebied
Gemiddeld
Duurzaam bouwen
Gemiddeld
Vergunningsvrije bouwwerken die niet voldoen aan redelijke eisen van welstand en/of bouwbesluit
Gemiddeld
Controle omgevingsvergunning bouw
Gemiddeld
Bouwen zonder vergunning, <50m3, niet zichtbaar vanaf de openbare weg
Laag
Bouwen afwijking in hoogte of in oppervlakte tot 10% t.o.v. bestemmingsplan
Laag
Overige sloopwerkzaamheden zonder toestemming
Laag
Reclameborden en uitstallingen die geen hinder of gevaar opleveren
Laag
Aanleggen uitrit zonder toestemming in overige situaties
Laag
20
Milieu
Risico
Categorie D1 inrichting (dit is inclusief intensieve veehouderijen)
Hoog
Slopen met asbest
Hoog
Risicovolle sloopwerkzaamheden
Hoog
Geuroverlast veehouderijen
Hoog
Geluidsoverlast evenementen
Hoog
Categorie C1 en C2 inrichting
Gemiddeld
Bodem- en grondstromen
Gemiddeld
Geluidsoverlast algemeen
Gemiddeld
Geuroverlast (horeca etc.)
Gemiddeld
Bouw- en sloopafval
Gemiddeld
Categorie B1 en B2 inrichting
Gemiddeld
Categorie A inrichting
Laag
Indirecte lozingen
Laag
Waterberging
Laag
21
APV & Bijzondere wetten
Risico
Drugsoverlast en 13b Opiumwet
Hoog
Woonoverlast
Hoog
Evenementen
Hoog
Overlast openbare ruimte
Hoog
Illegaal storten afval
Hoog
Vernietigen of niet aanbrengen van waardevolle landschapselementen en het vellen van waardevolle houtopstanden zonder toestemming
Hoog
Hangjongeren (veelplegers)
Hoog
Standplaatsen
Hoog
Bibob
Gemiddeld
Vandalisme
Gemiddeld
Parkeerexcessen
Gemiddeld
Hangjongeren
Gemiddeld
Hondenbeleid
Gemiddeld
Voorwerpen op of aan de weg
Laag
Reclame (promotiemateriaal)
Laag
Afvalcontainers
Laag
Dumping van straatafval
Laag
22
Drank- en horecawet
Risico
Genotmiddelenverbod
Hoog
Geen vergunning of ontheffing
Hoog
Afwezigheid leidinggevende
Hoog
Openbare dronkenschap
Gemiddeld
Alcoholbezit 18-
Gemiddeld
ID-fraude
Gemiddeld
Verbod verkoop 18-
Gemiddeld
Administratieve vergunningseisen
Gemiddeld
Doelstellingen De belangrijkste prioriteiten vormen de speerpunten van het handhavingsbeleid. De komende periode wil het college de volgende bijzondere doelstellingen bereiken met het integrale toezichten handhavingsbeleid: Bouw, sloop, gebruik van gebouwen en brandveiligheid Bouwwerken horen veilig, gezond, bruikbaar en energiezuinig te worden gebouwd en ook te blijven. De gemeente houdt hier toezicht op. Wanneer niet conform de regels wordt gebouwd kunnen de negatieve gevolgen voor de leefomgeving erg groot zijn. Zo kunnen levensbedreigende of onomkeerbare situaties ontstaan. Toezicht hierop betreft verschillende handhavingstaken en heeft een hoge prioriteit. Het terugbrengen van illegale bouw Het gaat meestal om het bouwen van bouwwerken zonder de benodigde omgevingsvergunning. Als een verzoek wordt ingediend of een constatering wordt gedaan van een mogelijke overtreding wordt altijd een onderzoek gestart. Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheid om de bouw te legaliseren. Het terugbrengen van strijdig gebruik van gronden Het gaat met name om gronden of gebouwen die in strijd met het bestemmingsplan worden gebruikt. Strijdig gebruik kan overlast voor omwonenden veroorzaken en kan hinderlijk zijn bij bijvoorbeeld de (toekomstige) ontwikkeling van gebieden. 23
Het toezien op brandveilig gebruik van panden (inclusief de constructieve brandveiligheid) Omdat het hier om de fysieke veiligheid van burgers kan gaan, wordt bij iedere geconstateerde overtreding direct een handhavingsprocedure gestart om de overtreding zo spoedig mogelijk te beëindigen. Milieu Het terugbrengen van geuroverlast afkomstig van veehouderijen Binnen de gemeente Vught zijn veel agrarische bedrijven die voor luchtemissies zorgen. Vanuit handhaving is het belangrijk dat de wettelijke regels met betrekking tot de veehouderij worden nageleefd. Dit om de overlast voor de omgeving zo veel mogelijk te beperken. Door preventief toezicht worden stalsystemen op de juiste manier aangebracht. En door adequaat handhavend optreden wordt de overlast voor de omgeving verminderd. Het beperken van risico’s op het gebied van milieuveiligheid en bevorderen van de naleving van de milieuwetgeving Handhaving op het gebied van milieu is belangrijk, zodat zo min mogelijk negatieve effecten worden veroorzaakt voor bewoners, recreatie, natuur en milieu. Een deel van de handhaving ziet op de handhaving van agrarische bedrijven, waaronder intensieve veehouderijen. Intensieve veehouderijen zijn boerderijen met veel dieren zoals varkens, pluimvee en/of vleeskalveren. Deze bedrijven moeten voldoen aan verschillende eisen, ter voorkoming van negatieve effecten voor omwonenden, natuur en milieu.