CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

36. Omgevingsdienst Brabant Noord - Zienswijzeverzoek ontwerpbegroting 2022

Raadsvergadering 29 april 2021, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-A Externen20.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wat is waardeg ed

reven toezicht?

Bij waarde gedreven toezicht is het vertr ekpunt de gemeenschappelijk e waarde die bove n een te bereiken doel en/of een mili euprobleem ligt. M et de waarde als vertrekpunt voer je toezicht uit op de na leving en borging van milieudoelen en /of -probleem bij ee n initiatiefnemer. Hierbij ligt de nadr uk op de verantwoo rdelijkheid van de initiatiefnemer. Dit alles moet ervo or zorgen dat naleefgedrag ook buiten het toezicht smoment in stand blijft en de druk va n milieukwesties ge deeld wordt door overheid en burger s. Deze manier van to ezicht is anders da n wat nu vaak wor gedaan, namelijk dt losse toezichtsmom en te n ui tvoeren op de naleving van regels en wetten. D it noemen we regelgedreven toez icht.

Ook vanuit ketentoezicht zien we dat niet-geprogrammeerde incidenten vragen om flexibele en directe inzet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de mestfraude. Extra projecten vragen om extra capaciteit en middelen. Voor de toekomst zien we echter een verschuiving binnen bestaande budgetten. Algemene voorbereidende taken voor risicoanalyse (IGW Informatie gestuurd werken) en projectvoorbereiding voor themagericht toezicht zullen groeien met als voordeel dat toezicht heel gericht op het thema en/of te behalen resultaat kan worden georganiseerd. De inzet van verschillende toezichtsvormen zal steeds meer regulier worden.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

36

37

Wat gaan we doen in 2022? Toezicht vanuit de maatschappelijke opgave(s): In 2022 herleiden we onze toezichtsinterventies naar onze maatschappelijke opgaves. Hiermee sluit toezicht beter aan bij wat het bevoegde gezag wil bereiken in de leefomgeving. Een belangrijk instrument hiervoor is het ROK-VTH. Breed interventierepertoire: In 2022 worden de nieuwe interventies en methodieken rondom waardegedreven toezicht en thema aanpak onderdeel van ons interventierepertoire. Naadloze samenwerking tussen toezicht & handhaving: Toezichthouders werken samen met team handhaving aan de hand van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Slim toezicht: We werken met een uitvoerbaarheidstoets waardoor vergunningverlening en toezicht beter op elkaar aansluiten. Ontwikkeling toezichthouder: We zetten in op de ontwikkeling van hierbij passende competenties bij de toezichthouder. De doorontwikkeling van toezicht is onderdeel van het Ontwikkelprogramma 2022. Welke onzekerheden kennen we? De ontwikkelingen rondom toezicht zijn talrijk. Daarnaast wordt ook een verschuiving van taken van vergunningverlening naar toezicht onder de Omgevingswet verwacht. Deze ontwikkelingen houden we goed in de gaten, maar hebben effect op de ontwikkelruimte en de beschikbare capaciteit van toezichthouders. Hoe communiceren we? Via de P&C-cyclus en het RSP houden we u op de hoogte van de ontwikkelingen rondom toezicht.

2.2.5 Informatiegestuurd werken Bij informatiegestuurd werken (IGW) wordt data omgezet naar informatie, waarbij die informatie/ kennis wordt toegepast om de organisatie en processen te verbeteren. Informatiegestuurd werken is nodig om bij te dragen aan het voorkomen en/of oplossen van (steeds complexer wordende) maatschappelijke vraagstukken op het gebied van veiligheid, volksgezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid. Ook is informatiegestuurd werken nodig om de schaarse capaciteit in mensen en middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten waar deze het meest nodig zijn of waar het risico voor de leefomgeving het grootst is. En om middels data aan te tonen wat de impact is van onze taakuitvoering. Binnen de ODBN worden er al enkele jaren stappen gezet in het informatiegestuurd werken. Zo wordt binnen toezicht en handhaving gebruik gemaakt van data-analyse bij de brancheaanpak en het toezicht op energiebesparing. Maar de mogelijkheden om informatie in te zetten voor een betere kwaliteit en efficiëntie van ons werk nemen naar verwachting in de komende jaren een hoge vlucht. Informatiegestuurd werken zien we binnen onze organisatie op drie niveaus: ➜ Als middel voor herkennen en vertalen van strategisch/tactische ontwikkelingen voor o.a.

de Kadernota/Begroting/Bestuursrapportage (de planning- en controlcyclus); ➜ Als middel voor de totstandkoming van uitvoeringsprogramma’s zoals de brancheplannen, ketenaanpak en het ROK; ➜ Als middel voor de uitvoering van onze reguliere taken: welke informatie hebben we over deze locatie/onderneming in het VTH-proces? Informatiegestuurd werken vraagt om een omslag in werken waarbij we ons werk beter kunnen inrichten en sturen op basis van steeds betere data. Daarbij gaat de ODBN nog meer samenwerken met haar deelnemers en andere partners zoals (Brabantse) omgevingsdiensten, Veiligheidsregio, GGD, RVO, CBS en waterschappen. Het Brabants OmgevingsDatalab (BOD) samen met de ODZOB, OMWB en provincie is een goed voorbeeld daarvan.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

38

Wat gaan we doen in 2022? In 2021 start een kwartiermaker IGW om concrete werkwijzen op de drie niveaus te ontwikkelen en deze vormen van informatiegestuurd werken in te bedden in de organisatie. Dit project met een rapportage waarin vervolgstappen, aanbevelingen en effecten op de bedrijfsvoering worden gegeven, wordt in 2022 opgeleverd. Informatiegestuurd werken vraagt om een goede samenwerking met andere partijen, waaronder onze deelnemers. We werken samen in het Brabants Omgevingsdatalab met de andere Brabantse omgevingsdiensten en de provincie Brabant. We onderzoeken of samenwerking met andere deelnemers en stakeholders in de leefomgeving zinvol is om IGW binnen de ODBN te verbeteren. Welke onzekerheden kennen we? Deze worden in kaart gebracht in de kwartiermakersfase. Hoe communiceren we? Via onze P&C-cyclus en het RSP en bestuur houden we onze deelnemers op de hoogte van onze stappen binnen IGW.

39

2.2.6 Samen Sterk in Brabant (SSiB) Het groene samenwerkingsverband Samen Sterk in Brabant (SSiB staat voor een schoner en veiliger buitengebied waarin de biodiversiteit is gewaarborgd. Uitgangspunt daarbij is een nauwe samenwerking met alle handhavingspartners, maar ook zeker met bewoners en bezoekers. Samen maken we ons sterk voor behoud van de kwaliteit van ons buitengebied: schoon, veilig en groen. SSiB zet zich in om de onderstaande punten te voorkomen: ➜ Afvaldumping: dumpen, lozen, verbranden en vernielen van huis- en bedrijfsafval, asbest en drugsresten. ➜ Stroperij 2: stropen van wild, vogels en vissen, vernielen of plukken van (beschermde) planten, aantasten van natuur en dierenwelzijn. ➜ Wildcross: crossen met motoren en quads in o.a. bos en natuurgebieden, waaronder Natura 2000-gebieden en ook in overig buitengebied. De samenleving vraagt om natuur waarin gerecreëerd kan worden. Daarnaast is er behoefte aan (behoud van) biodiversiteit. De steeds verder toenemende overlast en gevolgen van criminaliteit in het Brabantse buitengebied en in de natuurgebieden leiden tot een (groter) gevoel van onveiligheid. Door schade aan natuurgebieden komen doelstellingen van Europese, nationale en provinciale wet- en regelgeving onder druk te staan. Deze ongewenste omstandigheden leiden tot steeds hogere kosten voor terreinbeherende organisaties en lagere overheden.

De komende periode staat in het teken van de versteviging van de bestaande samenwerking en verdere professionalisering van SSiB. We werken aan een robuust SSiB, waarbij ook de netwerkfunctie en de samenwerking met andere handhavingspartners steeds belangrijker wordt. Er is een stuurgroep met vertegenwoordiging van alle partners die mede de inhoudelijke koers bepaalt. Inmiddels is SSiB bij de ODBN structureel belegd in het team Handhaving.

2

Op dit moment wordt er gewerkt aan een nieuw handelingskader rond het speerpunt stroperij om aansluiting te hebben met de aanwezige geweldsmiddelen.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

40

Wat gaan we doen in 2022? We gaan invulling geven aan het meerjarenprogramma 2021 – 2023, o.a. door doorontwikkeling regioplannen samen met de regiopartners in de 6 regio’s die Brabant kent en de uitvoering van innovatieprojecten (o.a. met inzet van drone(s), internetrecherche en camera’s.) Waar mogelijk maken we een koppeling met aanpak ondermijning en de inzet van het Brabants Omgevingsdatalab, zodat we ons verder ontwikkelen naar informatiegestuurd handhaven. Door analyses van ons Boa Registratiesysteem (BRS) voeren we integrale acties uit. Tegelijkertijd zijn we ogen en oren voor de ketenpartners, zoals politie. Om een nieuwe werkwijze of doorontwikkelde aanpak uit te proberen voeren we ook een aantal pilots uit om in de praktijk te leren en te testen. Zo gaan we rond wildcrossen in samenwerking met enkele gemeenten de inzet van bestuursrechtelijke aanpak uitproberen. Om de taakuitoefening nog effectiever te maken gaan we door met het professionaliseren van het team door opleiding en differentiatie en specialisatie van het takenpakket binnen het team. Het planmatig werken gaan we naar een hoger niveau trekken door inzet van een Brabantbrede jaarkalender en aanhaking lokaal bij het reguliere driehoeksoverleg tussen burgemeester, officier van justitie en de lokale politieleiding (lokale driehoeksoverleg).

Zo krijgen we de problematiek van het buitengebied ook op de bestuurlijke tafel . Op deze manier professionaliseren we ook de planning en inzet van politiecapaciteit bij onze integrale acties. Samenwerken doen we ook op provinciaal niveau. Door o.a. toezichthouders en boa’s te trainen in het herkennen van en doormelden van ondermijningssignalen. Welke onzekerheden kennen we? Op dit moment zijn we in overleg met onze opdrachtgevers om te bekijken of bijstelling van onze opdracht nodig is om de problematiek in het buitengebied nog effectiever te kunnen aanpakken. Mogelijk volgt verderop in 2021 enige aanpassing op het gebied van stroperij. Hoe communiceren we? Via de stuurgroep SSiB Via social media, SSiB-nieuwsflitsen (840 volgers) en analoge kanalen zoals regionale en lokale kranten en natuurlijk op onze eigen SSiB-website: www.ssibbrabant.nl.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

41

2.2.7 Klachtenregeling De ODBN, voert voor onze deelnemers de klachtenregeling uit. We zien in de afgelopen jaren een forse toename van milieuklachten. En daarmee ook een toename van de kosten voor onze deelnemers. In 2021 hebben we een onderzoek gedaan naar de klachtenafhandeling wat heeft geleid tot een nieuw proces met invulling van een front-officefunctie. Het uitgangspunt is dat de klachtenregeling minimaal budgetneutraal dan wel met minder totaalkosten ingericht wordt. De Milieuklachtencentrale (Brabant-breed en ondergebracht bij de OMWB) heeft in 2021 een pilot gedraaid om hun proces kwalitatief beter in te richten en dienstbaarder te zijn naar de deelnemende partners. Samen met het MKC blijven we zoeken naar een zo kort en transparant mogelijk werkproces waarbij de klachten kwalitatief goed, maar met minder kosten worden afgehandeld.

Wat gaan we doen in 2022? In 2021 zijn we gestart met een nieuwe werkwijze. We gaan deze nieuwe werkwijze in 2022 continueren. In samenwerking met de milieuklachtencentrale (MKC) willen we het proces zo efficiënt en effectief mogelijk inrichten. Hiervoor monitoren we continu de uitvoering en voeren verbeteringen in het proces door. Welke onzekerheden kennen we? Bij het afhandelen van milieuklachten zijn we afhankelijk van de milieuklachtencentrale waar de klachten binnen komen. In 2020/2021 heeft het MKC een onderzoek gedaan naar de tevredenheid en daaruit kwam voort dat de kwaliteit verbeterd dient te worden. Als het MKC deze stappen niet zet dan is het niet duidelijk of onze nieuwe werkwijze efficiënter en effectiever is. We zullen het proces dan opnieuw evalueren. Hoe communiceren we? Wij nemen u mee in de doorontwikkeling van de klachtenregeling. Dit doen we via de gesprekken die de accountmanagers hebben met de deelnemers. Wij laten aan de hand van managementinformatie zien aan de deelnemers wat de effecten zijn van de wijzigingen. In de voortgangsrapportages en managementrapportages zullen wij meer informatie verstrekken.

ODBN Programmabegroting 2022

42

3 Programma Bedrijfsvoering

2.3 Wat mag het kosten? PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN X €1.000

REKENING 2020

BEGROTING 2021

BEGROTING 2023

Personeel Bedrijfsmiddelen

1.547 614

1.592 2.436

1.765 562

TOTAAL LASTEN

2.161

4.028

2.327

Crisisbeheersing Collectieve taken Samen Sterk in Brabant Overige regionale programma's

95 997 2.235 38

98 667 2.358 22

99 677 2.436 66

TOTAAL BATEN

3.365

3.145

3.277

SALDO

1.204

-883

950

Toelichting Voor de uitvoering van het programma Regionale Dienstverlening zijn in deze begroting 29.542 uren opgenomen. Het grootste deel hiervan (23.227 uren) heeft betrekking op Samen Sterk in Brabant. Een deel hiervan is structureel, een deel worden bekostigd uit de impulsgelden die tot en met 2023 gesubsidieerd zijn. Daarnaast zijn er 6.000 uren voor Collectieve taken en 70 uren voor de coördinatie van de milieuzorg opgenomen. Tevens zijn de uren voor het Bodemloket en het beheer van de gesloten stortplaatsen verschoven van de aanvullende verzoektaken in programma 1, naar overige regionale programma’s. Een verdere financiële toelichting is te vinden in hoofdstuk 3 van de financiële begroting.

43

Inhoud programma Conform de BBV-regelgeving is in deze begroting een paragraaf gewijd aan de PIOFACH taken; de paragraaf Bedrijfsvoering. Toch is een programma met betrekking tot de bedrijfsvoering relevant maar zal het accent gericht zijn op de verantwoording aan u als eigenaar. Waar mogelijk vertaald in KPI’s. De algemene trends worden toegelicht in dit programma. De technische onderbouwingen worden elders in de begroting gegeven. In dit programma zijn ook de begrote baten en lasten van de interne financiering en de algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING

DATUM

EXPIRATIEDATUM

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten

1 juli 1993

Open

1 januari 2020

Open

Nota weerstandsvermogen en risicomanagement

16 december 2020

Open

Financiële verordening ODBN

24 februari 2021

Open

Gemeenschappelijke regeling ODBN

Taakvelden OOm op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Regionale Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 1.1 Taakveld 7.3 Taakveld 7.4

➜ ➜ ➜

Crisisbeheersing Beheer stortplaatsen Milieubeheer

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

44

3.1 Wat willen we bereiken?

3.2 Wat gaan we doen in 2022?

De ODBN wil komen tot een goede bedrijfsvoering, betrouwbare managementinformatie en kostenbeheersing. Uitgangspunt is dat we zodanig in control zijn dat de tussentijdse rapportages actueel en betrouwbaar zijn en dat deze een reëel beeld geven van de te verwachten resultaten op jaarbasis. Een grote ambitie gezien de grote maatschappelijke onzekerheden die op ons afkomen. Zo zal 2022 volledig in het teken staan van de verdere uitrol/implementatie van de Omgevingswet.

De bedrijfsvoering van de ODBN staat nu en is klaar om de transitie naar de Omgevingswet aan te gaan. Maar de Omgevingswet heeft meerdere gevolgen. Zo is onze leverancier van het financieel pakket voornemens om de applicatie te gaan vervangen en zal de ODBN ook deze overgang moeten voorbereiden. Deze applicatie is zeer nauw aan de primaire applicatie verbonden omdat hierin de urenverantwoording en projectadministratie plaatsvinden. Daarom zullen er in 2022 op de overige thema’s van bedrijfsvoering geen nieuwe ambities worden opgepakt dan de nu bekende uitdagingen. Waar mogelijk zullen we de kansen die zich voordoen uiteraard niet onbenut laten.

Door de tijd heen zijn er diverse KPI’s vastgesteld als kader voor een gezonde bedrijfshuishouding. Voor u als eigenaar zijn deze relevant om in één oogopslag een eerste gevoel te hebben bij de bedrijfsmatige en financiële situatie van de ODBN als organisatie. Indicatoren bedrijfsvoering Om een beeld te kunnen vormen over het bedrijfsmatig functioneren van de ODBN worden in onderstaande tabel de meest essentiële indicatoren gepresenteerd. KPI'S ODBN (ALS BEDRIJF) KPI'S 1

NORM

REALISATIE 2020

BEGROTING 2021

BEGROTING 2022

Productiviteit

1.350 uur

1.419

1.350

1.350

§ 3.5 Declarabiliteit

Gemiddeld uurtarief

n.v.t.

€ 88,45

101,21

102,74

§ 3.6 Tariefontwikkeling

Ziekteverzuim

5,5%

5,75%

5,5%

5,5%

§ 3.3 BedrijfsvoeringHRM

22%-24%

23%

22%

23%

§ 3.3 BedrijfsvoeringFormatieomvang

Aandeel kosten overhead personeel

25%

24,5%

25%

25%

§ 3.3 Bedrijfsvoeringformatieomvang

Aandeel kosten overhead totaal2

35%-37%

33%

Max 37%

35,4%

§ 3.6 Tariefontwikkeling

Weerstandsratio

1,0 – 1,5

0,93

0,84

1,5

§ 3.3 Weerstandvermogen

Weerstandsratio incl. resultaat voor bestemming

15% -20%

19%

Max 20%

20%

§ 3.3 Bedrijfsvoeringformatieomvang

Formatie overhead

TOELICHTING 2

45

Wat gaan we doen in 2022? Omgevingswet: Per 1 januari zal de Omgevingswet naar verwachting ingaan. Vanaf die datum werken we voor het primair proces met een nieuwe applicatie (DSO en CLO). Dit heeft grote impact op werkwijze, processen en beheersbaarheid. We zullen ons deels opnieuw moeten gaan uitvinden. Informatiegestuurd werken: De extra impuls die in 2021 is gegeven, heeft geleid tot een gezamenlijke aanpak voor een Datawarehouse. Daarmee zijn de randvoorwaarden weer beter ingevuld. Investeren in kennis en kwaliteit: Medewerkers werven en opleiden, werken aan het proactief kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen. Dit om op de juiste momenten te kunnen beschikken over de juiste aantallen medewerkers met de juiste competenties. Daarnaast ontwikkelen en behouden van senioriteit binnen de organisatie, voldoen aan de kwaliteitscriteria en werken aan competenties. Het zijn allemaal brede HR-vraagstukken waarvoor continu oplossingen gezocht worden. Wij doen dit met inzet van een methodiek tot strategische personeelsplanning (SPP). Door de competenties van onze huidige medewerkers af te zetten tegen de toekomstige rol van de ODBN kunnen wij ons HR-beleid zo inrichten dat we continu anticiperen op de toekomstige uitdagingen. In de concept-Kadernota 2022 hadden we al aangegeven dat het zelf opleiden van medewerkers extra kosten met zich meebrengt.

Door de reserve ‘HR-instrumentarium’ kunnen deze kosten op korte termijn gedekt worden en hoeft dit nu niet te leiden tot een verhoging van het tarief. Welke onzekerheden kennen we? De looptijd van de CAO is afgelopen. Op dit moment zijn de onderhandelingen over een nieuwe CAO nog bezig. Het bod van de werkgevers en de eis van de vakbonden ligt behoorlijk uit elkaar. We verwachten de effecten van een nieuwe CAO zelf op te kunnen vangen waardoor dit niet hoeft te leiden tot een verhoging van het tarief. Hoe communiceren we? Via de reguliere P&C-cyclus communiceren wij met het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur en onze deelnemers.

1

De rekensystematiek is conform de benchmark omgevingsdiensten

2

In de meest rechtse kolom wordt verwezen naar de paragraaf waarin de technische onderbouwingen van de afzonderlijke KPI’s worden verklaard.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

46

4 Paragrafen

3.3 Wat mag het kosten? PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X €1.000

REKENING 2020

BEGROTING 2021

BEGROTING 2022

Personeel en inhuur Opleidingen en loopbaanbegeleiding Dienstreizen / woon-werk Overige personele kosten Organisatie Huisvesting Kantoorkosten Informatisering / automatisering Vervoermiddelen Externe deskundigheid Overige lasten

5.056 424 346 325 121 1.632 134 1.532 26 157 292

6.123 608 569 277 191 704 115 1.660 81 225 101

6.103 536 577 291 194 711 136 1.693 82 228 102

SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING

10.045

10.652

10.653

0 0

0 100

0 100

TOTAAL LASTEN

10.045

10.752

10.753

Personeel en inhuur Overige baten

48 1.276

0 0

0 0

SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING

1.324

0

0

0

0

0

TOTAAL BATEN

1.324

411.500

0

SALDO

-8.722

-10.752

-10.753

Treasury Onvoorzien

Treasury

47

4.1 Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing Algemeen De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de omgevingsdienst. In deze paragraaf wordt weergegeven in welke mate de dienst in staat is om onvoorziene, financiële tegenvallers op te vangen zonder dat daarvoor het bestaande beleid veranderd hoeft te worden. Om dit te kunnen beoordelen, is inzicht nodig in het beschikbare weerstandsvermogen en in de omvang en de achtergronden van de aanwezige risico’s. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de dienst beschikt om de onverwachte financiële tegenvallers te dekken zonder het bestaande beleid aan te moeten passen. Voor de ODBN geldt dat de beschikbare weerstandscapaciteit gevormd wordt door de Algemene reserve. Andere reserves worden hierin niet meegenomen omdat deze door het Algemeen Bestuur voorzien zijn van een specifieke bestemming.

Toelichting De lasten van het programma Bedrijfsvoering hebben betrekking op de uren van de medewerkers die ondersteunend zijn aan het primaire proces. Daarnaast gaat het om de organisatiebrede kosten zoals deze in bovenstaande tabel zijn opgenomen. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Bedrijfsvoering hebben betrekking op: Taakveld 0.01 Taakveld 0.04 Taakveld 0.08

➜ ➜ ➜

Bestuurskosten Overhead Overige baten en lasten

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

48

Risicobeheersing De ODBN streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door het treffen van beheersmaatregelen, de benodigde verzekeringen af te sluiten en/of buffers te vormen voor niet voorzienbare financiële tegenvallers. In het overzicht Reserves en Voorzieningen kunt u de diverse posten en hoogten van de bedragen lezen. Inventarisatie risico’s Aan het begin van 2021 is een nieuwe actualisatie van het risicoprofiel van de ODBN uitgevoerd. Hierbij zijn alle financiële risico’s meegenomen die, na het nemen van beheersmaatregelen, nog steeds een mogelijke financiële impact hebben die niet uit de reguliere exploitatie gedekt kan worden. Eventuele risico’s die afgedekt zijn door middel van een verzekering, een getroffen voorziening of een specifiek aangewezen bestemmingsreserve, zijn buiten beschouwing gelaten. Voor een geactualiseerd overzicht van alle risico’s wordt verwezen naar bijlage 3 van deze begroting. Dit geactualiseerde overzicht is gelijk aan de jaarrekening 2020, voor een toelichting op de (mutaties van de) risico’s verwijzen wij u naar de jaarrekening.

49

Weerstandsratio De weerstandsratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit.

Totale omvang Netto-risico's

Weerstandsratio

Beschikbare weerstandscapaciteit

Benodigde weerstandscapaciteit

Bij het bepalen van de impact van het risico is rekening gehouden met de kans van optreden van het risico. De impact van het risico wordt daardoor bepaald door de ingeschatte financiële jaaromvang te vermenigvuldigen met de kans van optreden. Daar waar een risico mogelijk een meerjarig effect heeft, is uitgegaan van het principe dat de financiële impact in één jaar vermenigvuldigd is met 2, vanuit het principe dat 2 jaar doorgaans voldoende is om maatregelen te nemen om de financiële impact van het risico te beperken of te verwerken in de begroting. In de bijlage ‘Geactualiseerde risicoanalyse’ is het geactualiseerde risicoprofiel van de ODBN opgenomen. Per risico zijn de genomen beheersmaatregelen opgenomen en is inzicht gegeven in de financiële omvang, kans van optreden en impact van het risico. Ten opzichte van de vorige presentatie bij de jaarrekening 2020 zijn er geen wijzigingen doorgevoerd aangezien dezelfde inventarisatie is gebruikt.

Bij de vaststelling van besluit van de jaarrekening 2020 heeft het Algemeen Bestuur besloten om de reserve Herhuisvesting vrij te laten vallen en toe te voegen aan de Algemene reserve van de ODBN. Ook is een deel van het jaarrekeningresultaat toegevoegd aan de Algemene reserve. Hiermee bedraagt de weerstandsratio nu 1,5, zie onderstaande tabel. Hiermee is de bandbreedte, conform bestaand beleid, volledig gevuld. Eventuele voordelen in het resultaat vloeien daarmee, bij een ongewijzigd risicoprofiel, terug naar de deelnemers. Opbouw van de weerstandsratio BEGROTING 2021 Algemene reserve op 01-01

€ 1.191.000

€ 1.852.000

Risicoprofiel

€ 1.415.000

€ 1.234.000

0,84

1,50

WEERSTANDSRATIO

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

BEGROTING 2022

ODBN Programmabegroting 2022

50

51

Financiële kengetallen In onderstaande paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten worden opgenomen. Kengetallen die voor de ODBN niet van toepassing zijn, zijn achterwege gelaten. VERLOOP FINANCIËLE KENGETALLEN FINANCIËLE KENGETALLEN REKENING 2020

BEGROTING 2021

BEGROTING 2022

-48% -48% 54% 4,4% n.v.t. n.v.t.

-33% -33% 53% 0,4% n.v.t. n.v.t.

-25% -25% 46% 1% n.v.t. n.v.t.

Netto schuldquote Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio in % Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

4.2 Paragraaf Financiering 4.2.1 Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De ODBN heeft op dit moment geen leningen met een looptijd van één jaar of langer. Hiermee voldoen wij automatisch aan de deze renterisico-norm. Ook geeft de huidige financieringspositie geen aanleiding om in de komende jaren langlopende geldleningen af te sluiten, zodat we in dat kader ook geen renterisico lopen.

4.2.2 Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,5%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de ODBN bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld. UIT VOERINGSREGELING FINANCIERING DECENTRALE OVERHEDEN

VLOT TENDE SCHULD

VLOT TENDE MIDDELEN

NET TO VLOT TENDE SCHULD OF OVERSCHOT

A. Gemiddeld vlottend overschot

1.600.000

13.546.000

11.946.000

B. Berekening kasgeldlimiet

2.339.700

Begrotingstotaal Percentage regeling

27.526.200 8,50%

C. Ruimte onder kasgeldlimiet

14.285.700

Gemiddeld vlottend overschot (A) Kasgeldlimiet (B)

0 11.946.000

Voor de ODBN bedraagt de kasgeldlimiet over het jaar 2022 € 2.339.700. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op dit moment geschat wordt op € 11.946.000, is de ruimte onder de kasgeldlimiet voor jaar 2022 € 14.285.700.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

52

4.2.3 Renteresultaat Treasury In de gewijzigde BBV is opgenomen dat in deze paragraaf ook inzicht gegeven moet worden in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen. Ter verkrijging van dit inzicht is onderstaand overzicht opgesteld. OMSCHRIJVING A B

C E

BEDRAG

Externe rentelasten over korte en lange financiering Externe rentebaten

0 0

SALDO EXTERNE RENTELASTEN

0

Interne eigen rente Toerekening rente via renteomslag

0 0

RENTERESULTAAT OP TAAKVELD TREASURY

0

4.3 Paragraaf Bedrijfsvoering In het programma Bedrijfsvoering is al aangegeven dat we enkele grote transities te verwerken krijgen in 2022. Enerzijds de na-ijleffecten van de overgang naar de Omgevingswet en de daarmee samenhangende ingebruikname van het DSO en CLO. Verder verwachten we een conversie van het financieel systeem. Daarom wordt in 2022 vooral ingezet in het continueren van de al ingezette koers en zal er weinig nieuw beleid worden ontwikkeld t.a.v. de bedrijfsvoering.

Verder willen we de mogelijkheden voor verdergaande samenwerking met scholen, andere omgevingsdiensten en het UWV onderzoeken met als doel het kunnen aantrekken van voldoende mensen. En we kijken welke effecten jobcarving, digitalisering/automatisering en het verder optimaliseren van processen kunnen hebben op de benodigde competenties van ons medewerkersbestand. Sinds enkele jaren wordt intensiever werk gemaakt van verzuimbegeleiding. We zien dat in de aard van het verzuim ook terug. Een lage frequentie en weinig kort verzuim maar daar staat helaas tegenover dat we te maken hebben met enkele individuele ziektegevallen met een langer verloop. Covid-19 en chronische ziektebeelden kunnen we niet beïnvloeden. We continueren de intensieve begeleiding en blijven streven naar een maximaal verzuimpercentage van 5,5%. In het sociaal jaarverslag zal hier verder op worden ingegaan. Hiermee zitten wij iets onder het verzuimpercentage bij gemeenten waar het verzuimpercentage 5,8% is (bron: personeelsmonitor A&O fonds gemeenten 2018 en 2019). Formatieomvang Vanaf de start van de ODBN zagen we groei in het aantal opdrachten en dito personele behoeften. Veelal werden uit voorzichtigheid medewerkers ingehuurd. Dat bracht hoge kosten met zich mee maar ook beheersmatig de nodige inspanningen. De laatste twee jaar zijn we gaan koersen op een flexibele schil van 15- 20%.

Dit doen we om kosten te beperken, continuïteit in kennis en vaardigheden in de organisatie te borgen maar ook fluctuaties in de opdracht te kunnen opvangen.

HRM Als gevolg van de remmende groei verwachten we de komende jaren niet zozeer te moeten werven om de groei op te kunnen vangen maar vooral om het kennisniveau mee te laten ontwikkelen met de alsmaar toenemende complexiteit van het VTH-vakgebied. Daarnaast zullen we ook het natuurlijk verloop moeten kunnen opvangen. Op verschillende werkgebieden bestaat en ontstaat er schaarste op de arbeidsmarkt. Dit geldt zeker voor de vacatures die er zijn bij de omgevingsdiensten. Ook moeten we de naamsbekendheid van de omgevingsdienst als werkgever op de kaart blijven zetten. Dit alles heeft gevolgen voor ons. Het wordt steeds lastiger om voldoende en gekwalificeerd personeel aan te trekken. Alleen inzetten op werven levert onvoldoende resultaten op. Ervaren mensen zijn er nauwelijks. Daarom moeten we op zoek gaan naar alternatieven. Eerder zijn we al succesvol gebleken in het zelf opleiden van personeel (Handhavers in Opleiding (HIO’s), trainees Omgevingswet, trainees Wnb)). Dit zullen we blijven doen. Daarnaast wordt gekeken naar mogelijkheden voor ‘training on the job’. Zo kunnen wij eigen mensen opleiden tot mentor voor jonge en/of onervaren medewerkers.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

53

54

De formatie in de begroting 2022 is gebaseerd op de eerste concept-werkprogramma’s 2022 (maart 2021) voor de gemeenten en de provinciale opdracht 2021. Er is een formatie van 257,2 FTE opgenomen in de begroting, waarvan 198,3 FTE in het primair proces en 58,9 FTE voor de overheadformatie. Dat is 23% van het totaal. Omdat de omvang van ons werkpakket door het jaar heen varieert (piekbelasting) en sommige werkzaamheden skills vereisen die niet altijd intern aanwezig zijn, blijft de ODBN ook in 2022 een beroep doen op inhuur.

ARBEIDSMIX

JAARREKENING 2020

Primair proces Overhead

206,7

TOTAAL

BEZET TING 1

BEGROTING 2021

BEGROTING 2022

FTE IN %

58,7

219 63

198,3 58,9

77% 23%

265,4

282

257,2

100%

JAARREKENING 2020

Primair proces Overhead

195,0

TOTAAL

BEGROTING 2021

BEGROTING 2022 2

FTE IN %

58,4

182,2 54,8

214,3 59,8

78% 22%

253,4

237,0

274,1

100%

Communicatie In 2021 gaat de nieuwe website live. Op onderdelen zal de website in 2022 nog worden uitgebreid. Het accent ligt op projectcommunicatie maar ook corporate communicatie vanwege het belang van de positionering van de ODBN. Voor het verhogen van de bekendheid van omgevingsdiensten trekken we indien mogelijk samen op de andere twee Brabantse omgevingsdiensten en de ODNL. Planning & Control De ODBN is op koers om volledig in control te zijn. Dit is meermaals bevestigd door de accountant. Hier hebben we nog een ambitie. De digitale verwerking van informatie d.m.v. koppelingen moet volledig betrouwbaar zijn en de controles door het systeem zelf geven voldoende waarborgen. De zogenaamde opzet, het bestaan en de werking van ons gedigitaliseerd administratief proces. In samenwerking met IM staat deze doorontwikkeling van de koppelingen voor 2021 gepland. Echter met de komst van nieuwe applicaties in 2022 zullen deze koppelingen moeten worden omgezet.

1

Peildatum maart 2021

2

Deze bezetting is inclusief 49 fte aan externen, waarvan 39,2 in het primaire proces en 9,8 in de overhead.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

55

Informatisering en automatisering De ODBN heeft een visie opgesteld die aanvullend is op de ontwikkeling die de organisatie doormaakt. Deze IV-visie is uitgewerkt in een uitvoeringsplan dat doorloopt tot en met 2022. 2022 kenmerkt zich vooral door het opvolgen van wetgeving zoals de Omgevingswet, de Omnichannel wetgeving (digitale toegankelijkheid) en Informatiebeveiliging. We willen toewerken naar een dynamisch en actueel informatiebeeld van het verleden, het heden en de toekomst. Door gegevens slim te combineren ontstaat inzicht in patronen en verbanden die innovatieve antwoorden bieden op complexe VTH-vraagstukken. In het IV-Uitvoeringsplan staat beschreven in welke activiteiten/projecten we hebben voorzien. Het jaar 2022 zal vooral in het teken staan van 5 hoofdthema’s: 1. 2. 3. 4. 5.

Uitvoering geven aan het DSO in het kader van de Omgevingswet; Informatiegestuurd werken (IGW); Wetgeving in het kader van Omnichannel (samenspel van alle klantgerichte kanalen); Cloudcomputing: in 2021 een start gemaakt met het plaatsen van software in de Cloud zoals JOIN, nieuwe versie van S4O (Centric Leefomgeving) en afdelingsschijven (MS365); Migratie naar Sharepoint & teams (MS365).

4.4 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en vennootschappen waarin de ODBN een bestuurlijk en financieel belang heeft. Bestuurlijk belang Betreft zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang Betreft een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bij deelname in een vennootschap betreft het financiële belang het bezit van aandelen en het ontvangen van bijbehorend dividend.

ODBN Programmabegroting 2022

56

De ODBN is per 1 juli 2019 aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbesteding Zuidoost-Brabant (Bizob). Daarmee is Bizob, volgens de letter van de wet, de enige officiële verbonden partij van de ODBN. In onderstaande overzicht wordt nader ingegaan op de verbonden partij “Bizob”. PROGRAMMA 3 BEDRIJFSVOERING 1. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU INKOOP EN AANBESTEDING ZUIDOOST-BRABANT Publiek Belang

Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen organisaties hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij

De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn.

Partijen

Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen

Bestuurlijk belang

Een bestuurslid van de ODBN wordt aangewezen om ODBN te vertegenwoordigen in het bestuur van Bizob.

Financieel belang

De ODBN draagt jaarlijks bij aan de exploitatie van Bizob via een bedrag per afgenomen dag. De bijdrage voor 2022 is geraamd op € 77.800. Dit is gebaseerd op het aantal afgenomen dagen. In 2022 zijn 110 dagen begroot.

Financiële informatie

Eigen vermogen: per 1-1-2020 € 868.000 per 31-12-2020 € 975.000 (inclusief resultaat 2020) Vreemd vermogen: per 1-1-2020: € 957.000 per 31-12-2020: € 1.009.000 Resultaat 2020: € 569.000

Eventuele risico's

Niet van toepassing

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Daarnaast kent de ODBN de volgende organisaties waarmee een intensieve samenwerkingsrelatie wordt onderhouden: ➜ De deelnemers van ODBN zijnde de 103 gemeenten in de regio Noordoost-Brabant en de provincie Brabant. ➜ De twee collega-omgevingsdiensten die actief zijn binnen Noord-Brabant; de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). ➜ De samenwerkingspartners in het kader van Samen Sterk in Brabant (SSiB); te weten Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabant Landschap, Brabant Water, Evides, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Rivierenland.

4.5 Niet van toepassing zijnde paragrafen Voor de ODBN zijn de onderstaande, in de het BBV voorgeschreven, paragrafen niet van toepassing: ➜ Paragraaf Lokale Heffingen ➜ Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ➜ Paragraaf Grondbeleid.

3 Per 01-01-2022 vinden er 2 gemeentelijke herindelingen plaats, waardoor het aantal van 15 deelnemers is gedaald naar 10 deelnemers.

ODBN Programmabegroting 2022

57

58

Financiele Begroting 2022

59

4

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Programmabegroting 2022

60

1 Algemeen

61

1.1 Inleiding

1.2.2 Financieel technische uitgangspunten

De financiële begroting geeft inzicht in algemene uitgangspunten waarop de geraamde baten en lasten van de verschillende programma’s tot stand zijn gekomen. Verder zijn, conform de voorschriften van het BBV, deze geraamde baten en lasten voor het jaar 2022 en voor het meerjarenperspectief 2023-2025 inzichtelijk gemaakt. In de toelichting op de baten en lasten zijn niet alleen de verschillen ten opzichte van de begrotingscijfers aangegeven, maar zijn ook de incidentele baten en lasten in een overzicht aangegeven. Tenslotte is op hoofdlijnen de financiële positie van de ODBN uiteengezet.

Bij het opstellen van de financiële begroting 2022 en het financieel meerjarenperspectief (in constante prijzen) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

1.2 Financiële uitgangspunten In de kadernota 2022 zijn algemene kaders en uitgangspunten geformuleerd die verwerkt zijn in de voorliggende begroting 2022 met bijbehorend meerjarenperspectief 2023-2025.

1.2.1 Algemene financiële kaders De volgende algemene financiële kaders zijn uitgangspunt bij deze begroting: ➜ De begroting 2022 voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) ➜ De begroting 2022 inclusief meerjarenperspectief is sluitend ➜ De begroting 2022 gaat uit van bestaand actueel beleid, rekening houdend met de financiële effecten die betrekking hebben op de beleidsontwikkelingen zoals opgenomen in het programmaplan van deze begroting. ➜ Bij de raming van de meerjarenbegroting 2023-2025 wordt uitgegaan van constante prijzen.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Baten De ramingen voor de baten zijn gebaseerd op: ➜ ➜ ➜ ➜ ➜

De concept-werkprogramma’s 2022 van de gemeentelijke opdracht; De provinciale opdracht 2021 (opdracht 2022 is nog niet gereed); De vastgestelde begroting 2021; Gemiddeld tarief uit kadernota 2022; De vastgestelde realisatiecijfers 2020.

Lasten Bij de ramingen voor de lasten is rekening gehouden met: ➜ De vastgestelde realisatiecijfers 2020; ➜ De formatie 2022 waarin de loonstijgingen conform kadernota zijn verwerkt en waarin al rekening is gehouden met een afname van de begrote omzet en waarmee de totale geraamde opgave ook afneemt en daarmee de formatie dient mee te bewegen ➜ De budgetten 2021 zijn gehandhaafd, tenzij er concrete ontwikkelingen zijn, die zijn toegelicht in onderdeel 3 van deze financiële begroting “toelichting op baten en lasten 2022” ➜ Een totale formatieomvang van 257,2 FTE, waarvan 198,3 FTE in het primair proces en 58,9 FTE in de overhead. ➜ De benodigde inzet van medewerkers die de opdracht gaan uitvoeren is berekend op gemiddeld 1.350 declarabele uren per FTE in het primaire proces. Uitzondering hierop zijn de Boa’s van SSIB, hierbij wordt rekening gehouden met 1.500 declarabele uur per FTE;

ODBN Programmabegroting 2022

62

2 Baten en lasten begroting 2022-2025

63

2.1 Overzicht van baten en lasten 2022 OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000

LASTEN 2022

BATEN 2022

2.2 Overzicht meerjarenperspectief lasten 2022-2025 REKENING 2020

BEGROTING 2021

BEGROTING 2022

BEGROTING 2023

BEGROTING 2024

BEGROTING 2025

Individuele dienstverlening

14.402

17.036

14.445

14.445

14.445

14.445

Regionale dienstverlening

2.161

4.028

2.327

2.377

1.293

1.293

SUBTOTAAL PROGRAMMA’S

16.563

21.064

16.773

16.823

15.739

15.739

Overhead

10.045

10.652

10.653

10.653

10.247

10.247

397

Treasury

0

0

0

0

0

0

397

Onvoorzien

0

100

100

100

100

100

SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING

10.045

10.752

10.753

10.753

10.347

10.347

TOTAAL LASTEN EXPLOITATIE

26.609

31.816

27.526

27.576

26.086

26.086

586

0

0

0

0

0

27.195

31.816

27.526

27.576

26.086

26.086

SALDO PER PROGRAMMA

MUTATIES RESERVES

SALDO NA BESTEMMING

Individuele dienstverlening Regionale dienstverlening

14.445 2.327

24.645 3.277

10.200 950

0 0

10.200 950

SUBTOTAAL PROGRAMMA’S

16.773

27.923

11.150

0

11.150

Overhead Treasury Onvoorzien

10.653 0 100

0 0 0

-10.653 0 -100

0 0 0

-10.653 0 -100

SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING

10.753

0

-10.753

0

-10.753

TOTAAL

27.526

RESULTAAT 2022

27.923

397 397

0

OMSCHRIJVING LASTEN

Toevoegingen aan reserves TOTAAL LASTEN

In het meerjarenperspectief is in 2024 een daling te zien van de lasten met € 1.490.000. Dit zijn de lasten van de impuls gelden voor Samen Sterk in Brabant. De subsidie voor deze impulsgelden loopt tot en met 2023. Hoewel de verwachting is dat dit ook na 2023 wordt voortgezet is vanuit het voorzichtigheidsprincipe daarmee geen rekening gehouden.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

64

65

2.3 Totaal lasten verdeeld naar programma’s en bedrijfsvoering TOTAAL LASTEN BEDRAGEN X €1.000 Personeel en inhuur

2.4 Overzicht meerjarenperspectief baten 2022-2025

REKENING 2020

BEGROTING 2021

TOTAAL

PROGRAMMA’S 1&2

PROGRAMMA 3 BEDRIJFSVOERING

20.594

24.751

22.313

16.210

6.103

REKENING 2020

BEGROTING 2021

BEGROTING 2022

BEGROTING 2023

BEGROTING 2024

BEGROTING 2025

Individuele dienstverlening

23.368

26.884

24.645

24.645

24.645

24.645

Regionale dienstverlening

3.365

3.145

3.277

3.327

1.837

1.837

SUBTOTAAL PROGRAMMA’S

26.733

30.030

27.923

27.973

26.483

26.483

Overhead

1.324

0

0

0

0

0

Treasury

0

0

0

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING

1.324

0

0

0

0

0

TOTAAL BATEN EXPLOITATIE

28.057

30.030

27.923

27.973

26.483

26.483

Onttrekkingen aan reserves

937

1.893

0

0

0

0

TOTAAL BATEN

28.994

31.923

27.923

27.973

26.483

26.483

BATEN

Opleidingen & loopbaanbegeleiding

518

Dienstreizen / woon-werk

346

569

577

0

577

Overige personele kosten

349

307

315

25

291

Organisatie

121

191

194

0

194

Huisvesting

1.632

704

711

0

711

Kantoorkosten

134

115

136

0

136

Informatisering / automatisering

1.532

1.660

1.693

0

1.693

Vervoermiddelen

151

145

252

171

82

Externe deskundigheid

157

225

228

0

228

Overige lasten

1.075

2.382

407

305

102

SUBTOTAAL

26.609

31.716

27.426

16.773

10.653

Treasury

0

0

0

0

0

Onvoorzien

0

100

100

0

100

26.609

31.816

27.526

16.773

10.753

TOTAAL LASTEN

OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

670

598

62

536

In het meerjarenperspectief is in 2024 een daling te zien van de baten met € 1.490.000. Dit zijn de lasten van de impuls gelden voor Samen Sterk in Brabant. De subsidie voor deze impulsgelden loopt tot en met 2023.

ODBN Programmabegroting 2022

3 Toelichting op baten en lasten 2022

66

67

In dit onderdeel van de financiële begroting wordt een toelichting op hoofdlijnen gegeven van de belangrijkste verschillen tussen de in de begroting 2021 en de begroting 2022 gepresenteerde bedragen.

Basis- en VTH-verzoektaken / Overige verzoektaken Op basis van de gemeentelijke concept-werkprogramma’s 2022 en de provinciale opdracht 2021 is een urenraming gemaakt. Deze uren zijn met het gemiddelde tarief van € 102,74 als omzet geraamd.

Aan het eind van dit onderdeel wordt nader ingegaan op de benodigde capaciteit aan declarabele uren voor uitvoering van alle werkzaamheden. Deze worden afgezet tegen de beschikbare declarabele uren op grond van de in de begroting opgenomen formatie. Tevens zal inzicht worden gegeven in de te hanteren functionele tarieven voor het begrotingsjaar 2022.

3.1 Programma Individuele Dienstverlening PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN X €1.000

BEGROTING 2021

BEGROTING 2022

13.991

17.036

14.445

-2.591

411

0

0

0

TOTAAL LASTEN

14.402

17.036

14.445

-2.591

Basis- en VTH-verzoektaken

12.270

13.823

13.856

34

Overige Verzoektaken

9.152

9.688

9.686

-2

Aanvullende verzoektaken

1.946

3.374

1.104

-2.271

TOTAAL BATEN

23.368

26.884

24.645

-2.239

SALDO

8.966

9.848

10.200

352

Personeel Bedrijfsmiddelen

REKENING 2020

VERSCHIL

Personeel De lasten binnen dit programma betreffen de personeelskosten voor de medewerkers die uitvoering geven aan de werkprogramma’s van de gemeenten en de provinciale opdracht. Het gaat hierbij om de kerntaken van de ODBN op het gebied van vergunningverlening en toezicht & handhaving. De aanvullende verzoektaken zijn opdrachten die buiten de reguliere opdrachten om door deelnemers en niet-deelnemers bij de ODBN belegd worden. Door de stabilisering van het aantal declarabele uren op het niveau van 2020 is de formatie bijgesteld ten opzichte van de begroting 2021. Dit leidt tot een bijstelling van de personele lasten in dit programma.

Aanvullende verzoektaken Dit betreffen de opdrachten die buiten de reguliere werkprogramma’s of opdrachten om bij de ODBN belegd worden. Dit zijn opdrachten van onze deelnemers, maar soms ook van nietdeelnemers. Op basis van de realisatie van 2019 en 2020 is een analyse gemaakt, waarop de raming voor 2022 is bijgesteld naar een realistischer niveau. Dit leidt tot een daling van de baten op dit programma. De daling ten opzichte van 2021 lijkt tevens groot, doordat in de raming van 2021 nog rekening gehouden was met een incidentele opdracht voor de transitie veehouderij van € 1,42 miljoen. De urenraming is met het gemiddelde tarief van € 102,74 in deze begroting opgenomen.

3.2 Programma Regionale Dienstverlening PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING BEDRAGEN X €1.000

REKENING 2020

BEGROTING 2021

BEGROTING 2022

VERSCHIL

Personeel

1.547

1.592

1.765

173

Bedrijfsmiddelen

614

2.436

562

-1.874

2.161

4.028

2.327

-1.701

Crisisbeheersing

95

98

99

1

Collectieve taken

997

667

677

10

Samen Sterk in Brabant

2.235

2.358

2.436

79

38

22

66

43

TOTAAL BATEN

3.365

3.145

3.277

132

SALDO

1.204

-883

950

1.833

TOTAAL LASTEN

Overige regionale programma's

De lasten binnen dit programma bestaan uit de personeelskosten voor de medewerkers die actief zijn voor de regionale programma’s zoals hierboven vermeld. Daarnaast worden overige kosten gemaakt, direct ten behoeve van het volbrengen van deze regionale programma’s.

Daarnaast vindt er een kleine verschuiving van personeelslasten plaats van Programma 1 naar programma 2 door het verplaatsen van activiteiten als Bodemloket en beheer stortplaatsen. De uren zaten voorheen in de aanvullende verzoektaken.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

68

69

Personeel Er vindt een kleine verschuiving van personeelslasten plaats van Programma 1 naar programma 2 door het verplaatsen van activiteiten als Bodemloket en beheer stortplaatsen. De uren zaten voorheen in de aanvullende verzoektaken. Daardoor stijgt het aantal uren binnen Programma 2 terwijl het aantal uren binnen Programma 1 daalt, waardoor er meer loonkosten aan dit programma toegerekend worden. Bedrijfsmiddelen In 2020 en 2021 loopt het project Sanering Verkeerslawaai door dat bekostigd wordt uit de reserve ISV. Momenteel wordt er gewerkt aan de actualisatie van het project Sanering Verkeerslawaai. Omdat de huidige besluitvorming over het project loopt tot en met 2021, is er in de begroting 2022 geen budget voor het project opgenomen. Na actualisatie van het project zullen de financiële consequenties verwerkt worden in de eerste bestuursrapportage 2022. Doordat er in de begroting 2022 voor dit project geen middelen zijn opgenomen, ontstaat er een daling in het onderdeel bedrijfsmiddelen met € 1.873.900. Deze verloopt neutraal doordat ook de reserve opbrengsten die hier tegenover staan dan wegvallen. Baten De baten hebben betrekking op de deelnemersbijdragen met uiteenlopende verdeelsleutels. Voor het beheer van de voormalige stortplaatsen worden jaarlijks middelen onttrokken uit de hiervoor bestemde voorziening.

Andere onderdelen worden bekostigd door middel van een vaste bijdrage per inwoner. Voor SSiB geldt voor het jaar 2022 voor het eerst de nieuwe verdeelsleutel, bestaande uit een vast deel en een bijdrage voor de oppervlakte buitengebied. Voor het incidentele deel van de impulsgelden is een subsidie van de Provincie Brabant opgenomen. De mutaties van de baten ten opzichte van 2021 wordt veroorzaakt door indexering van de verschillende budgetten.

3.3 Programma Bedrijfsvoering PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X €1.000

BEGROTING 2021

BEGROTING 2022

VERSCHIL

Personeel en inhuur

5.056

6.123

6.103

-20

Opleidingen en loopbaanbegeleiding

424

608

536

-72

Dienstreizen / woon-werk

346

569

577

9

Overige personele kosten

325

277

291

14

Organisatie

121

191

194

3

Huisvesting

1.632

704

711

8

Kantoorkosten

134

115

136

22

Informatisering / automatisering

1.532

1.660

1.693

34

Vervoermiddelen

26

81

82

1

Externe deskundigheid

157

225

228

3

Overige lasten

292

101

102

2

10.045

10.652

10.653

1

Treasury

0

0

0

0

Onvoorzien

0

100

100

0

TOTAAL LASTEN

10.045

10.752

10.753

1

Personeel en inhuur

48

0

0

0

MJOP

0

0

0

0

Overige baten

1.275

0

0

0

SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING

1.323

0

0

0

0

0

0

0

TOTAAL BATEN

1.323

0

0

0

SALDO

-8.722

-10.752

-10.753

-1

SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING

Treasury

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

REKENING 2020

ODBN Programmabegroting 2022

70

71

Personeel Door de stabilisering van het aantal uren in deze begroting, is de formatie ten opzichte van de begroting 2021 naar beneden bijgesteld. Dit is ook voor de overhead formatie gebeurd. Organisatiebreed houden we rekening met een flexibele schil van maximaal 20%. Omdat op voorhand niet te bepalen is op welke onderdelen ingehuurd wordt, is het budget voor externe inhuur centraal geplaatst bij de directie in programma 3. Daardoor is de bijstelling van de personeelsbudgetten binnen programma 3 beperkt. Opleidingen Het bijstellen van de benodigde formatie leidt ook tot het naar beneden bijstellen van de opleidingsbudgetten. De opleidingsbudgetten zijn genormeerd op 2% van de loonsom van de organisatie. Indexeringen Alle materiële budgetten zijn geïndexeerd met 1,5% conform kadernota 2022. ICT Naast de prijsindexering is de post met licenties verhoogd met € 12.000.

3.4 Declarabiliteit Benodigde declarabele uren Het totale volume van de werkzaamheden van de ODBN voor het jaar 2022 is gebaseerd op de eerste concept-werkprogramma's 2022 (maart 2021) voor de gemeenten. Voor de provincie is dit gedaan op basis van de definitieve opdracht 2021. Daar zijn de uren uit de regionale dienstverlening en de raming voor de aanvullende opdrachten aan toegevoegd.

In onderstaande tabel staan de verwachte aantal benodigde uren per programma:

PROGRAMMA'S

JAARREKENING 2020

BEGROTING 2021

vergunningverlening

55.386

57.620

57.869

57.869

57.869

57.869

toezicht & handhaving

71.042

78.950

77.002

77.002

77.002

77.002

126.428

136.570

134.871

134.871

134.871

134.871

vergunningverlening

52.308

47.040

47.858

47.858

47.858

47.858

toezicht & handhaving

19.948

21.060

21.324

21.324

21.324

21.324

overige verzoektaken

26.126

27.620

25.090

25.090

25.090

25.090

TOTAAL VERZOEKTAKEN

98.382

95.720

94.272

94.272

94.272

94.272

AANVULLENDE OPDRACHTEN

18.682

33.340

10.741

10.741

10.741

10.741

TOTAAL INDIVIDUELE DIENST VERLE-NING

243.492

265.630

239.884

239.884

239.884

239.884

collectieve taken

6.195

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

samen sterk in Brabant

23.587

21.090

23.227

23.227

9.247

9.247

20

70

70

70

70

70

0

160

160

160

160

0

85

85

85

85

TOTAAL BASISTAKEN

klachten / crisispiket bodeminformatiesystemen

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

beheer en nazorg stortplaatsen

85

Diverse opdrachten

3.283

2022

2023

2024

2025

TOTAAL REGIONALE DIENST VERLENING

33.170

27.160

29.542

29.542

15.562

15.562

TOTAAL ODBN

276.662

292.790

269.426

269.426

255.446

255.446

ODBN Programmabegroting 2022

72

73

In vergelijking met de begroting 2021 is er een daling van 23.544 uren. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de aanvullende opdrachten, waar een daling is van 22.600 uren. Dit zijn de opdrachten die deelnemers of niet-deelnemers buiten de reguliere opdrachten om aan de ODBN verstrekt worden. Op basis van deze analyse is het aantal uren in deze categorie naar beneden bijgesteld. Deze daling komt door de incidenteel extra begrote uren voor transitie veehouderij voor 2021. In de jaarrekening 2020 zijn er 276.662 declarabele uren gerealiseerd wat iets hoger is dan de inschatting voor de begroting 2022.

BEREKENING UURTARIEF 2022 Totaal lasten conform benchmark systematiek

De ruimte die maximaal wordt benut voor overheadformatie in Fte is 23%. Voor 2021 komt dat neer op 58,9 FTE. Dit betreft de zogenoemde ‘personele overhead’ in Fte’s. De benodigde uren kunnen niet alleen door eigen medewerkers worden gerealiseerd. Vandaar dat er ook in 2021 nog een beroep op externe inhuur gedaan moet worden om de gevraagde programma’s te kunnen realiseren. Hier is met de nieuwe formatieberekening in de kadernota al rekening mee gehouden. We streven naar een flexschil van 15-20% van de formatie.

3.5 Tariefontwikkeling

17.854.896

Resultaat

396.600

Lasten gedekt door vaste bijdrage

599.850

TOTAAL LASTEN TE DEKKEN VIA TARIEVEN

Beschikbare declarabele uren Er is een formatie van 257,2 Fte opgenomen in de begroting, waarvan 198,3 Fte in het primair proces. Hierdoor is, rekening houdend met een declarabiliteit van 1.350 uur per Fte4, voor de uitvoering van de verschillende programma’s de benodigde 269.426 uur beschikbaar.

PROGRAMMA’S

OVERHEAD 9.671.328

TOTAAL 27.526.224

599.850

17.651.646

9.671.328

Geraamde declarabele uren

267.011

265.937

GEMIDDELD TARIEF 2022

66,28

€ 36,46

Geraamde declarabele uren

64,5%

35,4%

26.926.374

102,74

De lasten die niet via het tarief maar via vaste bijdragen worden gedekt, zijn uit deze berekening gehaald. Daarmee komt het aantal uren dat beschikbaar is om de totale lasten te dekken uit op 267.011 uren. De overheadcomponent in het tarief is gebaseerd op een lager aantal (265.937)5 uren. Functionele tarieven 2022 De tarieven 2022 stijgen met 1,5% ten opzichte van de tarieven uit de begroting 2021 en zijn als volgt bepaald. In deze begroting 2022 is enkel gerekend met het gemiddelde uurtarief van € 102,74. In de afrekening over 2022 zullen de werkelijke uren conform onderstaande functionele tarieven worden gehanteerd.

Algemene uitgangspunten De ODBN hanteert in de begroting een gemiddeld uurtarief voor de geraamde bijdragen van de deelnemers. De facturatie vindt plaats tegen gedifferentieerde tarieven, gebaseerd op de functionele inschaling van de uitgevoerde werkzaamheden. Berekening gemiddeld uurtarief 2022 Het gemiddeld uurtarief dat is vastgesteld bij de begroting 2021 bedraagt € 101,21. Dit gemiddeld tarief stijgt in de begroting 2022 naar € 102,74. Dit is in overeenstemming met de hierover vastgestelde uitgangspunten uit de Kadernota 2022.

4

Voor de inzet van de BOA’s SSiB geldt het uitgangspunt van 1.500 uren per FTE.

5

Conform bestaand beleid wordt 10% van het aantal uren onder aanvullende opdrachten niet meegenomen voor de dekking van de overhead uren.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

74

75

FUNCTIESCHAAL

TARIEF 2021

TARIEF 2022

HOOFDSTUK WERKPROGRAMMA

GEDIFFERENTIEERD TARIEF

Niveau 4

€ 61,16

€ 62,08

Algemeen Werkprogramma (hoofdstuk 1)

€ 74,93

Niveau 5

€ 63,68

€ 64,64

Vergunningverlening (hoofdstuk 2)

€ 101,91

Niveau 6

€ 67,52

€ 68,56

Toezicht en handhaving (hoofdstuk 3)

€ 98,40

Niveau 7

€ 73,92

€ 75,04

Juridische ondersteuning (hoofdstuk 4)

€ 119,00

Niveau 8

€ 82,68

€ 83,92

Overige verzoektaken (hoofdstuk 5)

€ 103,99

Niveau 9

€ 94,28

€ 95,72

Niveau 10

€ 104,44

€ 106,04

Niveau 11

€ 119,52

€ 121,32

Niveau 12

€ 136,20

€ 138,28

Niveau 13

€ 148,92

€ 151,16

In bovenstaande tabel zijn per hoofdstuk de gehanteerde gedifferentieerde tarieven opgenomen. De gedifferentieerde tarieven zijn gebaseerd op de totale gemeentelijke werkprogramma’s, voor individuele gemeenten kunnen deze tarieven naar beneden of naar boven afwijken. Deze doorvertaling op basis gedifferentieerde tarieven is niet voor de provinciale opdracht gemaakt, aangezien deze opdracht budgetgestuurd is in plaats van urengestuurd.

Gedifferentieerde tarieven voor werkprogramma 2022 De ontwerpbegroting 2022 is volledig doorgerekend op het gemiddelde tarief uit de kadernota 2022. De concept-werkprogramma’s voor de gemeentelijke deelnemers zijn voor 2022 voor het eerst doorgerekend op basis van gedifferentieerde tarieven. Dit maakt op voorhand duidelijker zichtbaar wat de verwachte kosten van de opdracht zullen gaan worden. De afrekening van de daadwerkelijk gemaakte uren vindt plaats conform bovenstaande functionele tarieven.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2022

76

4 Overzicht incidentele baten en lasten 2022

Als een van de algemene financiële uitgangspunten is in de kadernota 2022 aangegeven dat de programmabegroting 2022 structureel sluitend dient te zijn. Concreet betekent dit na het elimineren van eventueel in de begroting opgenomen incidentele baten en lasten, deze nog steeds een sluitend beeld moet laten zien. Uit onderstaand overzicht blijkt dat de ontwerpbegroting 2022 van de ODBN ook structureel in evenwicht is.

77

INCIDENTELE BATEN EN LASTEN

LASTEN / BATEN

RESULTAAT VOOR BESTEMMING EN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN

BEGROTING 2021

BEGROTING 2022

BEGROTING 2023

BEGROTING 2024

BEGROTING 2025

106

397

397

397

397

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1. INDIVIDUELE DIENST VERLENING N.v.t.

Baten en lasten

TOTAAL INDIVIDUELE DIENST VERLE-NING

2. REGIONALE DIENST VERLENING Impulsgelden SSIB 3.0

Baten

1.385

1.440

1.490

0

0

Lasten SSiB (impulsgelden) incl. extracomptabele overhead

Lasten

1.385

1.440

1.490

0

0

Lasten sanering verkeerslawaai

Lasten

1.893

0

0

0

0

1.893

0

0

0

0

1.893

0

0

0

0

-1.893

0

0

0

0

106

397

397

397

397

TOTAAL REGIONALE DIENST VERLENING

3. BEDRIJFSVOERING Onttrekking aan reserve sanering verkeerslawaai TOTAAL BEDRIJFSVOERING

RESULTAAT NA BESTEMMING EN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Baten

ODBN Programmabegroting 2022

78

5 Uiteenzetting financiële positie

79

5.1 Algemeen

5.3 Geprognosticeerde balans

Op grond van artikel 20 van de BBV dient in de begroting een uiteenzetting van de financiële positie opgenomen te worden. In het programmaplan is reeds het bestaande en nieuw beleid per programma beschreven. Hierna wordt de geprognosticeerde balans gepresenteerd en het EMU-saldo meerjarig weergegeven. Tenslotte wordt het verloop van de reserves en voorzieningen meerjarig zichtbaar gemaakt.

In deze meerjarig geprognosticeerde balans is uitgegaan van bestaand beleid. In het onderstaand overzicht is de prognosticeerde begin- en eindbalans weergegeven voor zowel het begrotingsjaar 2022 als het meerjarenperspectief voor de jaren 2023 tot en met 2026.

5.2 Investeringen

ACTIVA

In onderstaand overzicht zijn de te accorderen investeringen voor de ontwerpbegroting 2022 opgenomen. De bijbehorende kapitaallasten zijn in deze begroting verwerkt.

Vaste activa

NIEUWE INVESTERINGEN Aanschaf laptops

Aanschaf telefoons

2022 25.000

12.000

37.000

TOELICHTING

TERMIJN AFSCHRIJVING

In 2022 is een bedrag noodzakelijk voor de aanschaf van nieuwe laptops. In het kader van de thuiswerkfaciliteiten worden alle nieuwe medewerkers voorzien van de juiste middelen. Daarnaast is het bedrag noodzakelijk voor vervanging van afgeschreven laptops.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=35d32b5d-62a1-4e05-af2f-85a42ac7fe5a