CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Raadsinformatiebrief Uitvoeringsprogramma VTH 2024

Raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-B Schriftelijke mededelingen van college of griffie19.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

17

18

minimaal één ster van het Beter Leven keurmerk (BLK1*) van de Dierenbescherming draagt. Dit marktinitiatief verandert het aangezicht van de Nederlandse vleeskuikenhouderij; van de circa 625 vleeskuikenhouders in Nederland wil bijna 90% omschakelen of is reeds omgeschakeld. Op 12 juni 2023 heeft de minister (LNV) aangegeven dat uit een impactstudie van de WUR is gebleken dat er onzekerheid is over de ammoniakemissie uit BLK1* bij vleeskuikens. Er is onvoldoende zekerheid om voor een individuele veehouder uitspraken te doen dat overstappen naar BLK1* niet leidt tot een depositiestijging met negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Hierdoor is het nagenoeg onmogelijk om een natuurvergunning te krijgen voor de aanpassingen van de stal. ➜ Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) Op 7 juli 2023 heeft de minister van I&W uitgangspunten aan de Tweede Kamer gepresenteerd t.a.v. aanpassingen aan de Wgv. Een van de uitgangspunten is dat de 50%-regeling op den duur zal verdwijnen. Ook zullen de geurnormen worden aangescherpt. Deze brief is o.a. naar aanleiding van de uitspraak van 14 september 2022 van de rechtbank Den Haag tot stand gekomen.

In deze uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat de Staat onrechtmatig handelt tegenover 8 omwonenden van intensieve veehouderijen, doordat de bescherming tegen geurhinder (die de Wvg hen in het licht van artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Mens (EVRM) moet bieden) tekortschiet. Gelet op de recente politieke ontwikkelingen is het niet zeker wanneer er verdere stappen worden genomen in het wijzigen van de Wvg. Het zal duidelijk zijn dat bovenstaande ontwikkelingen grote impact hebben op de agrarische vergunningverlening en dat de inzichten en werkwijzen van dag tot dag veranderen. Onzekerheid over de werking van stalsystemen leidt tot uitstelgedrag bij ondernemers. De aanvragen die wel worden ingediend, moeten dan vaak weer worden opgeschort door de onduidelijkheden over emissiearme stalsystemen. Aanvragen die wel door kunnen, moeten vaak opnieuw getoetst worden door veranderde inzichten, wat tot dubbel werk leidt. Op dit moment valt moeilijk te voorspellen hoe de uitvoering van vergunningverlening er in 2024 uit zal zien.

2.2.3 Afhandeling van meldingen en vergunningen Voor de afhandeling van meldingen die betrekking hebben op veehouderijen en voor aanmeldnotities m.e.r. wordt de systematiek gehanteerd die opgesteld is naar aanleiding van de maatregelen en aanbevelingen vanuit de Taskforce VTH en transitie veehouderij. Middels een checklist wordt bepaald of inhoudelijke toetsing nodig is. Zo niet, dan wordt de melding direct afgewerkt.

Versie 2.1, december 2023

19

20

Voor meldingen die betrekking hebben op de overige bedrijven moet in 2024 nog een risicogerichte afhandeling worden ontwikkeld. Wel is de bestaande werkwijze aangepast. Voortaan worden bedrijven nog maar één keer in de gelegenheid gesteld de melding aan te vullen, daarna zal de melding buiten behandeling worden gelaten. Deze werkwijze bespaart de nodige tijd. Vergunningen en OBM’s worden afgehandeld conform de werkwijze die de afgelopen jaren gehanteerd is. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt het instrument OBM. Echter OBM’s ingediend voor in de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten afgehandeld worden volgens het geldende recht op moment van indienen.

2.2.4 Actualiteit en het intrekken van de vergunning 2.2.4.1 Actualiseren van vergunningen Naast de reguliere actualisatie van vergunningen als gevolg van het toetsen op actualiteit van vergunningsvoorschriften bij toezicht en het behandelen van veranderingsvergunningen, wordt in 2024 via een planmatig spoor gekeken naar actualisaties die nog plaats moeten vinden.

PGS-richtlijnen Door de komst van de Omgevingswet wordt ook pseudo wetgeving zoals de PGS richtlijnen vernieuwd. Op basis van risicoprioritering zal worden beoordeeld in hoeverre direct een actualisatie nodig is, dan wel dat het in een vergunningprocedure op termijn kan worden meegenomen. Vergunningen van bedrijven met de meest risicovolle activiteiten worden daarbij als eerste beoordeeld.

21

2.2.5 Regionale prioriteiten voor de uitvoering 2.2.5.1 Potentieel zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) De laatste jaren is de aanwezigheid van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) een urgent thema. De aanwezigheid van ZZS speelt breed: in lucht, water en bodem. Deze stoffen zijn geclassificeerd als de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu en het is het streven om deze stoffen uit de leefomgeving te weren. Binnen toezicht (paragraaf 3.4.4.2) worden inspanningen verricht om bedrijven met ZZS inzichtelijk te krijgen. Waar nodig zullen vergunningen worden geactualiseerd of maatwerkvoorschriften worden opgelegd. 2.2.5.2 Energiebesparing bedrijven Het thema energiebesparing is voortdurend in ontwikkeling. Op 1 juli 2023 is het Activiteitenbesluit aangepast en is de ‘aangescherpte energiebesparingsplicht’ van kracht geworden. Deze werkt rechtstreeks door naar vergunningen wat energievoorschriften in de vergunning overbodig maakt. De ODBN heeft hierop geanticipeerd en vanaf april 2023 geen energievoorschriften meer opgenomen in vergunningen. 2.2.5.3 Veehouderij en volksgezondheid Voor vergunningaanvragen die betrekking hebben op de MBA Veehouderij wordt in een aantal gevallen een advies opgevraagd bij de GGD. Het wel of niet opvragen van een advies is afhankelijk van het risico voor de omgeving van het aangevraagde initiatief.

Het GGD-advies wordt meegenomen in de beoordeling van de aanvraag.

In 2023 is overigens al geanticipeerd op de Omgevingswet door de nieuwe PGS-richtlijnen reeds op te nemen in verleende omgevingsvergunningen. 2.2.4.2 Intrekken van vergunningen Vergunningen (incl. OBM’s) van bedrijven die gestopt zijn met hun activiteiten worden waar mogelijk actief ingetrokken. Voor vergunningen (incl. OBM’s) van agrarische activiteiten wordt daarbij de werkwijze gevolgd die ontwikkeld is naar aanleiding van de maatregelen en aanbevelingen vanuit de Taskforce VTH en transitie veehouderij.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

22

23

Verder worden aanvragen getoetst aan het in Brabant ontwikkelde Endotoxinetoetsingskader. Dit toetsingskader is opgesteld door het Ondersteuningsteam veehouderij en volksgezondheid.

Concrete afspraken hierover moeten nog gemaakt worden. Pas nadat deze afspraken gemaakt zijn kan implementatie plaats vinden.

Daarnaast is een goede afstemming tussen milieu, ruimtelijke ordening en natuur nodig. Voor deze integrale afweging is (voor)overleg tussen veehouder, omwonenden en/of bevoegd gezag van belang. Dit vooroverleg wordt onder de Omgevingswet ingevuld middels het omgevingsoverleg (de omgevingstafel). De invulling van dit omgevingsoverleg wordt in overleg met de gemeenten in 2024 nader uitgewerkt.

2.3 Meldingen basistaken bodem en mobiel breken

2.2.6 Rolopvatting

Bestaande taken:

Bij complexe en/of meervoudige cases vindt participatie (door de ODBN) aan de omgevingstafel plaats en ligt het casemanagement bij het bevoegd gezag (rolbeschrijvingen vastgelegd bij Vereniging Nederlandse Gemeenten). In enkelvoudige cases (alleen milieu) ligt het casemanagement bij de ODBN. Een initiatief tot een omgevingstafel ligt echter bij het bevoegd gezag.

➜ Het beoordelen van meldingen bodemkwaliteit (opslaan, zeven, ontwateren en samenvoegen van grond of baggerspecie/ toepassen van grond of baggerspecie/ toepassen van bouwstoffen), risicogericht met behulp van een quick-scan. ➜ Het beoordelen van meldingen mobiel breken volgens een risicogerichte werkwijze.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Het beoordelen van verschillende typen meldingen en informatieplichten die betrekking hebben op de bodem en mobiel breken. Er wordt onderscheid gemaakt in reeds bestaande taken en nieuwe taken onder de Omgevingswet.

Versie 2.1, december 2023

24

25

Nieuwe taken onder Omgevingswet: ➜ Het beoordelen van meldingen graafactiviteiten in schone grond. ➜ Het beoordelen van meldingen graafactiviteiten in verontreinigde grond kleiner en groter dan 25 m³ (er is bij deze werkzaamheden geen sprake van daadwerkelijke sanering). ➜ Het beoordelen van meldingen in het kader van het uitvoeren van bodemsaneringen. ➜ Het beoordelen van meldingen gesloten bodemenergiesystemen (deze taak werd voorheen uitgevoerd onder de overige verzoektaken maar is onder de Omgevingswet een basistaak geworden). ➜ Het beoordelen van meldingen hergebruik voormalige stortplaatsen en advisering rond dit onderwerp. ➜ Het beoordelen van meldingen voor de toepassing van immobilisaten.

In 2024 wordt een start gemaakt met de ontwikkeling van een risicogerichte werkwijze per taak die moet leiden tot een efficiënte taakuitvoering en bovenstaande werkwijzen vervangt. De werkwijzen en de omschrijving worden vervolgens vastgelegd in de notitie Basistaken bodem Omgevingswet en mobiel breken, welke de huidige notitie Overdracht reguliere taken Besluit bodemkwaliteit vervangt. De nieuwe notitie zal na gereed komen aan de deelnemers worden voorgelegd.

2.4 Meldingen sloop met asbest Het beoordelen van verschillende typen meldingen en informatieplichten die betrekking hebben op asbestverwijdering en bouwkundige sloop. Er wordt onderscheid gemaakt in reeds bestaande taken en nieuwe taken onder de Omgevingswet.

Bestaande taken: ➜ Het toetsen van asbestinventarisatierapporten. ➜ Het toetsen/ beoordelen van een sloopmelding voor particulier asbestverwijdering (sloop van minder dan 35 m2 asbest). Deze verzoektaak is bij dit onderdeel opgenomen omdat de omvang hiervan te gering is om dit apart op te nemen.

Nieuwe taken onder Omgevingswet: ➜ Het beoordelen van meldingen asbestverwijdering en gecombineerde meldingen asbestverwijdering/ bouwkundige sloop. ➜ Het beoordelen van stukken met betrekking tot de informatieplicht bij meer dan 10 m³ sloopafval (risicomatrix, sloopveiligheidsplan en stikstofmaatregelen). Voor het toetsen van asbestinventarisatierapporten wordt een risicogerichte werkwijze gevolgd die nader is uitgewerkt in de geactualiseerde notitie “De aanpak van de ODBN op het gebied van Asbest” (concept van 17 november 2020). Deze notitie moet nog worden aangepast op de (nieuwe taken) Omgevingswet. De notitie zal op een later tijdstip met de gemeenten worden gedeeld.

2.5 Budgetten In bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor vergunningverlening opgenomen.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

26

3 Toezicht en handhaving

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

27

Versie 2.1, december 2023

28

3 Toezicht en handhaving

en wanneer er ongewone voorvallen hebben plaatsgevonden. De punten worden bij elkaar opgeteld en levert zo een kans score.

3.1 Risicomodel Bij het geprogrammeerd toezicht wordt gekeken op welke wijze het toezicht effectiever en efficiënter uitgevoerd kan worden. Informatie gestuurd werken (IGW) is een belangrijk hulpmiddel om slimmer te werken. Het vergroot de effectiviteit, efficiëntie, transparantie en flexibiliteit. Dit is onmisbaar in een omgeving waarin steeds meer van de ODBN wordt gevraagd. Als eerste kan informatie gestuurd werken bijdragen aan een effectievere en efficiëntere voorbereiding van toezicht. Op basis van in het verleden verzamelde data gecombineerd met data uit externe bronnen wordt inzicht verkregen over het specifieke bedrijf/ de milieubelastende activiteit (MBA). Daarnaast wordt IGW gebruikt om te bepalen wat de risico’s zijn en bij welke bedrijven/ MBA’s deze kunnen voorkomen. Deze informatie wordt gebruikt bij de totstandkoming van dit werkprogramma en de bedrijvenselectie voor 2024.

Risicomodel Het afgelopen jaar is een nieuw risicomodel ontwikkeld voor het industriële toezicht (voor veehouderijen is reeds een model in gebruik, gezamenlijk ontwikkeld met OMWB en ODZOB) Deze bestaat uit drie factoren die tezamen leiden tot een risicoscore. Op deze manier kan het toezicht plaatsvinden daar waar de (milieu)risico’s het grootste zijn. Bovendien kan tijdens het toezicht meer aandacht worden besteed aan de belangrijkste risico’s. De drie factoren in het model zijn; Kans op overtreding, Milieueffect en Tijd laatste controle. KANS OP OVERTREDING

MILIEUEFFECT

TIJD LAATSTE CONTROLE

- LHSO - Klachten - Handhavingstrajecten - Ongewone voorvallen

- Type bedrijf (zwaarte) - Branche/Milieubelastende activiteit - Hoeveelheid (niet) gevaarlijk afval - Aantal Eural codes - PRTR registratie - BEVI/REVI - Aanwezige (zware) stookinstallaties - Opslagtanks

- Tijd sinds laatste contole

➜ Milieueffect De tweede factor is een score voor milieurelevantie. Hierbij wordt onder andere gekeken naar het type bedrijf (A, B/B+, C en IPPC), branche waarin het bedrijf actief is en richting de toekomst ook de aanwezige MBA’s. Hoe milieubelastender de branche of activiteit hoe meer punten er worden toegekend. Daarnaast wordt in externe bronnen gekeken of het bedrijf geregistreerd staat in het Integraal Pollutant Release and Transfer Register (PRTR), wordt gekeken naar hoeveelheid en type afval (LMA/ AMICE), of externe veiligheid een belangrijke factor is (BEVI/REVI) en naar de aanwezigheid van zware stookinstallaties (SCIOS portaal) en opslagtanks (KIWA). Op elk van deze onderdelen worden punten toegekend en leveren zo een totaal score op milieurelevantie. ➜ Tijd sinds laatste controle De derde factor is een score voor de periode die verstreken is sinds de laatste milieucontrole is uitgevoerd. Hierbij krijgen bedrijven die lang niet zijn bezocht een hogere score dan bedrijven waar we recent een controle hebben uitgevoerd. De 3 bovenstaande factoren worden vervolgens met elkaar vermenigvuldigd wat leidt tot een totaalscore voor het betreffende bedrijf. Door deze methode toe te passen op alle industriële bedrijven uit het bedrijven-/ MBA bestand, wordt een lijst verkregen met de meest risicovolle bedrijven bovenaan en de minst risicovolle onderaan.

Omdat veel van de gebruikte factoren geen vaste gegevens zijn, zal ook de volgorde van de meest risicovolle bedrijven een dynamisch karakter hebben. In 2024 wordt voor het eerst gebruik gemaakt van het risicomodel en daarmee de selectie van

➜ Kans op overtreding De kans dat een overtreding plaatsvindt wordt bepaald op basis van het naleefgedrag van een bedrijf. Deze score wordt bepaald aan de hand van onder andere de uitkomsten uit eerdere inspecties (indeling overtredingen volgens Landelijke Handhavingsstrategie > LHSO), aantal klachten, bestuurlijke handhavingstrajecten en ongewone voorvallen. Hierbij zijn de LHSO scores ingedeeld in categorieën (gedrag en zwaarte) en worden er punten toegekend afhankelijk van de LHS score die na een controle is gegeven. Daarnaast wordt gekeken hoeveel (gegronde) klachten er zijn binnengekomen, waarbij meer klachten leidt tot meer punten. Tot slot worden ook punten toegekend als er handhavingstrajecten (bijvoorbeeld dwangsom of bestuursdwang) zijn geweest

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

29

30

31

industriële bedrijven op basis van een risicoscore. Hiermee wordt geanticipeerd op het nog vast te stellen ROK-VTH, waarin het gebruik van het risicomodel geborgd zal worden. Benoemd moet worden dat het risicomodel een belangrijk hulpmiddel voor de selectie is, maar dat de uiteindelijke keuze om een bedrijf wel of niet te controleren gemaakt wordt na een menselijke check. Verder wordt het effect van het gebruik van het model nauwlettend gevolgd en geëvalueerd met als doel het model verder door te ontwikkelen.

3.2 Doelstellingen en indicatoren Doelstelling Artikel 13.5 lid 2 van het Omgevingsbesluit stelt dat de bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst zorgen voor een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen de omgevingsdienst moet behalen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten daartoe door de omgevingsdienst uitgevoerd worden. In de nog vast te stellen nieuwe uitvoerings- en handhavingsstrategie ( (zie paragraaf 1.3 Uitgangspunten, beleidskaders) worden bovenstaande elementen geborgd en zal invulling gegeven worden aan dit artikel.

Indicatoren en monitoring Pas nadat er doelen geformuleerd zijn, kunnen indicatoren benoemd worden die gemonitord kunnen worden.

Rapportage Op basis van artikel 13.11 lid 1 van het Omgevingsbesluit moet (minimaal) jaarlijks gerapporteerd worden over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen.

3.3 Financieel kader geprogrammeerd toezicht (in uren) Uitvoering van regulier toezicht op bedrijfsgebonden milieubelastende activiteiten vindt in 2024 plaats binnen de budgeturen die volgens het Level-Playing-Field (LPF; bijlage 4 uit Bedrijfsplan 2012) noodzakelijk zijn aangevuld met: ➜ Uren voor de uitvoering van het toezicht bij bedrijven die onder de Omgevingswet van bevoegd gezag wisselen (van provincie naar gemeente). ➜ Uren voor de ex-VVGB-bedrijven: in 2024 is het budget gelijk aan het in 2023 gereserveerde budget voor geprogrammeerd toezicht en handhaving. ➜ Aanvullende uren voor uitvoering Energiebod. Deze uitgangspunten worden gehanteerd voor basis- en verzoektaakbedrijven. De volgens het LPF noodzakelijke budgeturen worden bepaald op basis van de kentallen en controlefrequenties van het LPF en de in het LPF opgenomen uitgangspunten voor herinspecties (m.u.v. van het kental, dat in 2019 van 4 naar 5 uur is gegaan). De berekening heeft plaatsgevonden op basis van het huidige inrichtingenbestand van de ODBN.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

3.4 Geprogrammeerd toezicht en handhaving In dit onderdeel worden de toezichttaken beschreven. Onder toezicht worden hier alle handelingen verstaan tot bestuursrechtelijke handhaving. Dat wil zeggen dat het voornemen dwangsom/ bestuursdwang nog wel onder toezicht valt, maar vanaf de definitieve beschikking de werkzaamheden vallen onder repressieve bestuursrechtelijke handhaving (niet-geprogrammeerd toezicht). In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze in 2024 invulling wordt gegeven aan geprogrammeerd toezicht. Dit wordt gedaan aan de hand van de volgende onderdelen: ➜ ➜ ➜ ➜ ➜

Industrieel Veehouderijen Branche en thema aanpak Gebiedsgerichte handhaving Toekomstige ontwikkelingen

Versie 2.1, december 2023

32

33

3.4.1 Voorbereidingsfase toezicht/bedrijvenlijst

3.4.2 Industrieel

Door de steeds grotere inbedding van het informatiegestuurd werken (IGW) wordt meer tijd besteed aan de voorbereiding van toezicht. Dit wordt voornamelijk vormgegeven door voorafgaande aan het toezicht informatie te verzamelen en een informatieanalyse uit te voeren.

Binnen het industriële toezicht worden een aantal vaste categorieën onderscheiden die hieronder beschreven worden. Aanvullend hierop is de nieuwe categorie ‘prioritaire bedrijven risicomodel’ opgenomen.

IGW is het op gerichte wijze verzamelen en analyseren van gestructureerde en ongestructureerde data om de daaruit voortkomende informatie en inzichten te gebruiken bij het maken van keuzes en het verbeteren van de organisatie van het toezicht. Bij de totstandkoming van dit werkprogramma en de bedrijvenselectie voor 2024 speelt IGW een belangrijke rol. Die rol zal de komende jaren steeds verder toenemen.

Jaarlijks te bezoeken Al vele jaren wordt een lijst bijgehouden met bedrijven die 2x per jaar, jaarlijks of eenmaal per 2 jaar worden bezocht. Kortweg wordt deze groep aangeduid met ‘jaarlijks te bezoeken’. Deze bedrijven worden zowel door de ODBN (meest recente informatie van toezichthouders) als door de gemeenten aangedragen en jaarlijks onderling besproken.

Deze werkwijze heeft ook tot gevolg dat de selectie van bedrijven pas in de voorbereidingsfase plaatsvindt en het totaal aantal uit te voeren inspecties niet in dit werkprogramma is opgenomen. De selectie van bedrijven wordt gepresenteerd aan de gemeenten, zodat gemeenten in de gelegenheid zijn om bij hen bekende informatie over deze bedrijven te delen of om aan te haken bij de controle (bijv. in het kader van ruimtelijke ordening).

Een aantal van de gehanteerde selectiecriteria zijn inmiddels opgenomen in het risicomodel en op termijn zal het risicomodel wellicht leidend worden in de selectie. Op dit moment komt dat nog te vroeg omdat zaken als bestuurlijke gevoeligheid, complexiteit bedrijf of gevoelig voor ondermijning moeilijk (geautomatiseerd) ontsloten kunnen worden. Risicorelevante bedrijven (RRB) Van 2019 tot en met 2022 was het “meerjarenperspectief naleefbevordering van risicorelevante bedrijven 2019-2022” de basis voor de aanpak rondom risicorelevante bedrijven. Dit heeft geleid tot het raamdocument RRB. Hierin staan de aanleiding, de vertrekpunten en de belangrijkste speerpunten rondom de aanpak van risicorelevante bedrijven. Deze aanpak is nadien voortgezet en inmiddels ingebed binnen de organisatie. Alle risicorelevante bedrijven worden jaarlijks gecontroleerd, in een aantal gevallen gezamenlijk met de brandweer en/ of het waterschap. Waar nodig worden extra inspanningen verricht om de veiligheid binnen het bedrijf naar een hoger plan te tillen (pro-actief, boven wettelijk). E-PRTR Het Integraal Pollutant Release and Transfer Register (PRTR)-verslag is een verplichte jaarlijkse milieujaarrapportage voor bepaalde industriële bedrijven. Hierin moeten deze bedrijven rapporteren over hun afval, energie- en waterverbruik en emissies naar lucht, water en bodem.

Het integraal PRTR-verslag bestaat uit de rapportage in het kader van de Europese PRTR-verordening, aangevuld met noodzakelijke bevragingen. Van alle bedrijven wordt het PRTR-verslag beoordeeld en waar nodig wordt een aanvullende controle uitgevoerd op het verifiëren van de ingevulde data. Prioritaire bedrijven risicomodel In 2024 wordt voor alle industriële bedrijven één lijst samengesteld op basis van het risicomodel. De bedrijven uit de hierboven genoemde vaste categorieën zullen op basis van de beschikbare data waarschijnlijk al hoog scoren, maar krijgen los hiervan ook een markering om ze inzichtelijk te houden binnen het model en de controle te borgen. Voor de overige bedrijven gebruikt de ODBN de risicoscore om de industriële bedrijvenlijst verder aan te vullen. De bedrijven die op basis van de risicoscore worden ingepland voor controle, worden de ‘prioritaire bedrijven risicomodel’ genoemd.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

34

35

3.4.3 Veehouderijen

Toelichting brancheprojecten 2024

In 2024 wordt op basis van een (bestaand) risicomodel bepaald bij welke veehouderijen toezicht wordt gehouden. Dit risicomodel is ontwikkeld in samenwerking met de OMWB en de ODZOB en is gebaseerd op zowel kwantitatieve als kwalitatieve analysemethoden. Op basis van beschikbare informatie over veehouderijen (zoals bijvoorbeeld overtredingen, klachten, naleefgedrag, milieubelastende activiteiten, etc.) zijn de belangrijkste milieurisico’s geïdentificeerd die zijn verbonden aan het fokken en houden van dieren.

1. Afvalverwerkingsbedrijven Afvalverwerking is een actueel onderwerp. Steeds vaker zien we in de media berichten over calamiteiten bij afvalverwerkingsbedrijven, zoals felle en langdurige branden. Ook de problematiek die ontstaat rondom de opslag van te veel afvalstoffen bij dit soort bedrijven komt steeds vaker voor. Relevante onderwerpen daarbij zijn: : ➜ inname van vergunde afvalstoffen, ➜ het scheiden en opslaan van afval met de juiste veiligheidsprotocollen en ➜ het goed registreren van afvalstromen.

De ODBN zet zich in om op een zo objectief mogelijke manier het risico op overtredingen binnen de branche veehouderijen vast te stellen. Op deze manier kan het toezicht plaatsvinden daar waar de (milieu)risico’s het grootste zijn. Bovendien kan tijdens het toezicht meer aandacht worden besteed aan de belangrijkste risico’s. Doordat de drie Brabantse omgevingsdiensten op een eenduidige manier werken ontstaat binnen de provincie Noord-Brabant een gelijkwaardig speelveld.

3.4.4 Branche en thema aanpak In 2023 zijn een aantal branches en thema’s niet (of slechts deels) uitgevoerd in verband met prioritering van diverse werkzaamheden. Omdat voor deze branches en thema’s al de nodige voorbereidingen waren getroffen, is de uitvoering doorgeschoven naar 2024. Daarnaast zijn ook enkele nieuwe branches en thema’s toegevoegd.

Uit de data-analyse blijkt dat er veel overtredingen zijn bij deze bedrijven. Wat daarbij opvalt is dat: ➜ een relatief klein aantal bedrijven verantwoordelijk is voor een groot deel van de overtredingen ➜ drie activiteiten van afvalwerkingsbedrijven een hoger overtredingspercentage laat zien. In 2024 ligt de focus van het toezicht daarom op: ➜ de bedrijven die stelselmatig in overtreding zijn en ➜ op de drie activiteiten met een hoger overtredingspercentage.

Voor de uiteindelijke selectie van bedrijven, die binnen een branche of thema bezocht zullen worden, zal het nieuwe risicomodel zo veel als mogelijk worden ingezet. 3.4.4.1 Branche aanpak Bij de branche aanpak wordt doelgroep gericht en risico gestuurd gewerkt waarbij gekeken wordt naar milieurisicovolle onderwerpen binnen deze specifieke doelgroepen. De volgende branches zijn geselecteerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Afvalverwerkingsbedrijven Autodemontage bedrijven LPG tankstations Dienstverlening landbouw (loonwerkers) Glastuinbouw Particuliere verkooppunten vuurwerk

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

36

37

2. Autodemontage bedrijven Binnen deze branche komen verschillende milieuaspecten aan bod zoals bodem (opslag/ verwerken van wrakken) en afval (opslag/ afvoer van afvalstoffen uit wrakken). Uit eerdere brancheprojecten en landelijke analyses blijkt dat veel bedrijven binnen deze doelgroep hier nog steeds ‘laconiek’ mee omgaan. Met de bevindingen uit voorgaande jaren is vanaf 2021 gestart met een nieuwe opzet waarbij maatwerk per bedrijf wordt geleverd voor de fysieke controle. Er wordt o.a. rekening gehouden met: 1. De hoeveelheid demontagewerkzaamheden binnen een bedrijf 2. De bezoekfrequentie in de afgelopen jaren 3. Specifieke werkafspraken met gemeenten over een bedrijf 4. ‘Illegale’ activiteiten 5. Nieuwe bedrijven In 2024 zal deze branche in zijn geheel gecontroleerd worden. Daarna zullen deze bedrijven naar de ‘jaarlijks te bezoeken’ bedrijven (zie paragraaf 3.4.2) overgezet worden, omdat dit een branche is die blijvende aandacht nodig heeft.

3. LPG tankstations Tankstations met een afleverzuil voor LPG leveren een verhoogd veiligheidsrisico op voor de omgeving. Uit de data-analyse blijkt bovendien dat: ➜ Het overtredingspercentage voor deze branche hoog is, ➜ Er gemiddeld veel overtredingen per overtreder worden geconstateerd en ➜ dat het aantal gecontroleerde inrichtingen dat in overtreding hoog is. Toezicht vanuit de ODBN is ook in 2024 gewenst om risico’s voor de omgeving te beheersen. 4. Dienstverlening landbouw (loonwerkers) De regio Brabant Noord is een agrarische regio. De agrarische sector is in transitie waardoor de rol van loonwerkbedrijven binnen de sector aan het veranderen is. Loonwerkbedrijven bieden steeds meer diensten aan zoals grondverzet/ -opslag of bijvoorbeeld inname van afvalstoffen zoals afgewerkte olie. Veel loonwerkbedrijven zijn hierdoor aan het groeien maar zijn zich niet bewust van de bijhorende milieuwetgeving. De ODBN ziet loonwerkbedrijven, gezien de aard van de uitgevoerde activiteiten en het ontbreken van vee, als industriële bedrijven opererend binnen de agrarische sector. Deze bedrijven worden daarom op dit moment niet meegenomen in het risicogericht toezicht veehouderijen (zie paragraaf 3.4.3). In 2024 wordt de 2e helft van de geplande bedrijven gecontroleerd en het brancheproject afgerond.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

38

39

5. Glastuinbouw Deze branche viel binnen het ROK-TH in de risicoklasse laag. Hierdoor werd geen periodiek toezicht uitgevoerd en kwam de branche (voor langere tijd) ook niet in aanmerking voor de brancheaanpak. Omdat er binnen de glastuinbouw toch de nodige milieuaspecten spelen, denk aan bovengrondse opslagtanks, WKK-installaties, lozingen naar bodem en oppervlaktewater, bestrijdingsmiddelen en meststoffen, heeft de ODBN in 2020-2021 toch een project uitgevoerd binnen deze branche. In die jaren zijn alle bekende bedrijven (destijds zo’n 100 stuks) gecontroleerd. Sindsdien is de branche niet meer bezocht. Reden genoeg om deze branche in 2024 opnieuw onder de loep te nemen. 6. Particuliere verkooppunten vuurwerk De particuliere verkooppunten voor vuurwerk worden jaarlijks gecontroleerd. Zowel voorafgaand aan de verkoop als ook tijdens de verkoopdagen. Jaarlijks wordt de aanpak op de actuele ontwikkelingen afgestemd en wordt de werkwijze in het 3e kwartaal van dat jaar bepaald. 3.4.4.2 Thema aanpak Bij de thema aanpak wordt themagericht en locatie gestuurd gewerkt waarbij er gericht gekeken wordt naar milieurelevante locaties binnen het thema. De volgende thema’s zijn geselecteerd: 1. CO2 koelingen 2. Lozingen; 1) indirect 2) noodtrayvelden aardbeienteelt 3. Energie 4. ZZS (Zeer zorgwekkende stoffen) 5. Mestverwerking 6. Blinde vlekken 7. Terugdringen milieuklachten

Toelichting themaprojecten 2024 1. CO2 koelingen In 2021 en 2022 heeft de ODBN branchegericht toezicht uitgevoerd bij supermarkten. De aanwezigheid van een koelinstallatie was vanwege het veiligheidsaspect een van de belangrijkste risico-indicatoren. Uit het toezicht kwam naar voren dat bij veel bedrijven de veilige borging rondom de koelinstallaties niet op orde is. Hierdoor is de ODBN het gesprek aangegaan met de NVKL en erkende bedrijven. Gezien het veiligheidsrisico en de eerder vastgestelde slechte naleving komt dit thema terug in 2024. In ieder geval worden de supermarkten nogmaals bezocht om vast te stellen of de bedrijfsvoering er inmiddels op gericht is hoe juist moet worden omgegaan met deze installaties. Afhankelijk van de uitkomsten volgen mogelijk nog aanvullende acties. 2. Lozingen; 1) indirect 2) noodtrayvelden aardbeienteelt 1 ➜ Schoon water wordt steeds minder vanzelfsprekend in Nederland. De Nederlandse waterschappen waarschuwen voor de problematiek rondom de waterkwaliteit en in de media is steeds vaker te lezen dat ons watergebruik, mede door klimaatverandering, op verschillende vlakken moet veranderen. Niet alleen bij particulieren of in de agrarische sector maar ook vanuit de industrie. De ODBN zet zich daarom in 2024 opnieuw in om de indirecte lozingen,

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

het lozen van schadelijk afvalwater op het gemeentelijke rioolsysteem, door industriële bedrijven grondiger te controleren. Door aangescherpt toezicht op dit thema wordt bij de betreffende bedrijven een kwaliteitsverbetering verwacht rondom deze lozingen waardoor we als ODBN een mooie bijdrage leveren aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Ook op het gebied van water. 2 ➜ Noodtrayvelden voor de aardbeienteelt is een seizoen activiteit met een specifieke problematiek. Water met bestrijdingsmiddelen en meststoffen wordt veelal niet opgevangen (wat wel wettelijk verplicht is) en vormt daardoor puntlozingen in sloot en/of bodem. Daarnaast is de activiteit vaak niet toegestaan volgens het omgevingsplan. Door deze combinatie worden meestal geen (opvang)voorzieningen aangelegd. Dit speelt jaarlijks in enkele gemeenten met grote fruittelers. Het valt moeilijk te voorspellen waar deze activiteiten zullen ontplooien omdat vooraf onbekend of de velden dat jaar gebruikt zullen worden en locaties kunnen jaarlijks verschillen. Op de locaties waar in 2024 activiteiten worden opgezet, zal controle plaatsvinden.

Versie 2.1, december 2023

40

41

3. Energie Energiebod Per 1 juli 2023 is energietoezicht een wettelijke basistaak geworden en dat wordt per 1 januari 2024 in het werkprogramma geëffectueerd. Het onderdeel ‘themaplan’ (dat voorheen voor niet deelnemende gemeenten aan het Energiebod het enige reguliere energietoezicht betrof ) wordt samengevoegd met het Energiebod. Uitgangpunt blijft dat de ODBN in de periode 2022 t/m 2030 alle energierelevante bedrijven waar de gemeente een wettelijke toezichttaak heeft, minimaal één keer controleert. Dit kan een fysieke controle zijn, maar ook een administratieve controle waarbij geoordeeld wordt dat een fysieke controle niet zinvol is. De verwachting is dat dit toezicht ca. 20% kan bijdragen aan de besparingsdoelstelling van de Regionale Energiestrategie (RES): 11% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2017.

moment kwamen ook de ETS bedrijven onder gemeentelijk toezicht en zijn omgevingsdiensten belast met toezicht op de onderzoeksplicht voor bedrijven die meer dan 170.000 m³ gas en/of 10 miljoen kWh elektriciteit verbruiken. De Omgevingswet bepaalt dat het toezicht zich richt op zowel de gebouweigenaar als de uitvoerder van de activiteit en ook dat zal leiden tot meer inzet. Energielabel C voor kantoren Sinds 1 januari 2023 geldt voor kantoren de verplichting energielabel C of beter te hebben. Deze verplichting staat in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het toezicht op deze verplichting valt administratief in te richten. Eventuele handhaving is intensiever maar kan wellicht gecombineerd worden met het reguliere energietoezicht als onderdeel van het Energiebod. Gemeenten kunnen de uitvoering van toezicht en handhaving als verzoektaak beleggen bij de ODBN.

SPUK-THE subsidie Het toezicht vanuit de SPUK-THE subsidie maakt formeel geen onderdeel uit van dit werkprogramma, vanwege de alternatieve financiering en uitvoeringseisen. Voor de volledigheid wordt deze wel benoemd. De ODBN zal ook richting subsidieverstrekker en gemeenten verantwoorden wat voor de SPUK-subsidiegelden is gedaan.

4. Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) In heel Nederland werken de bevoegde gezagen en omgevingsdiensten aan de ontwikkeling en implementatie van beleid inzake ZZS. De ODBN zet zich vanaf 2022 in om vanuit toezicht uitvoering te geven aan het reduceren van ZZS. Dit naast de inspanning vanuit de vergunningverlening. Toezichthouders gaan met verschillende bedrijven in gesprek om te kijken welke veranderingen nu al wettelijk verplicht zijn om geen/minder ZZS uit te stoten maar ook wat er aanvullend gedaan kan worden. Zodoende wordt er meer ervaring met dit thema opgedaan, zowel door de bedrijven als de toezichthouders. In 2024 zetten we deze aanpak dan ook voort.

Vanuit de SPUK-THE subsidie financiert de ODBN een deel van de organisatiekosten (max. 30% van de totale SPUK-besteding) en wordt energietoezicht uitgevoerd als aanvulling op het Energiebod. Die aanvulling is nodig omdat per 1 juli 2023 het aantal wettelijke taken is toegenomen. Vanaf dat

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

42

5. Mestverwerking Mestfraude wordt aangepakt door middel van een ketengerichte aanpak (zie ook paragraaf 3.8). Inspecties bij mestverwerkende bedrijven kunnen binnen verschillende onderdelen van het geprogrammeerd toezicht uitgevoerd worden. Zo vallen de bedrijven die naast mestverwerking ook dieren houden onder het risicogericht toezicht veehouderijen. Bedrijven worden mogelijk bezocht in het kader van: ➜ de risicogerichte aanpak veehouderijen, ➜ de lijst met jaarlijks te bezoeken bedrijven of ➜ als gevolg van de ketengerichte aanpak mestfraude. Voor mestverwerkende bedrijven die niet in het kader van deze onderdelen geselecteerd zijn voor toezicht in 2024, wordt beoordeeld of ze alsnog geïnspecteerd moeten worden. 6. Blinde vlekken Voor de toezichtstaken wordt gebruik gemaakt van data en informatie uit het ODBN bedrijvenMBA bestand. In 2023 is met succes data uit het KvK gekoppeld aan dit bestand. Deze koppeling maakt het mogelijk om onderzoek te doen naar de ‘blinde vlekken’ in het bedrijven-/ MBA bestand. Blinde vlekken zijn: ➜ milieurelevante bedrijven die wel in het KvK staan maar niet in het bedrijven-/ MBA bestand ➜ bedrijven die wel zijn opgenomen in het bedrijven-/ MBA bestand, maar verkeerd geregistreerd staan (bijv. verkeerde SBI code/ MBA)

In 2024 worden alle locaties waar veel milieuklachten worden ingediend nog eens goed bekeken en een inschatting gemaakt waar deze verdergaande methoden wellicht succesvol ingezet kunnen worden. Voor de geselecteerde locaties zal een plan van aanpak opgesteld worden en de benoemde acties worden uitgevoerd.

3.4.5 Gebiedsgerichte aanpak Veehouderijen Naast risicogericht toezicht op basis van IGW is er ook een gebiedsgerichte aanpak voor veehouderijen. Hierbij wordt toezicht uitgevoerd, zonder voorafgaande bedrijvenselectie, in een bepaald gebied/ met een bepaald thema. Te denken valt aan het inspecteren (op afstand) van luchtwassers door middel van drones met warmtecamera’s. Ook zal er gekeken worden naar onbekende of illegale milieubelastende activiteiten. In 2023 is de nieuwe aanpak op kleine schaal uitgevoerd, in 2024 wordt dit verder uitgerold.

Industrieterreinen In 2023 is gestart met het opsporen van illegaliteit bij verschillende industrieterreinen. Op basis van constateringen, meldingen of andere signalen worden informatieanalyses uitgevoerd en enkele milieu risicovolle industrieterreinen geselecteerd. Binnen deze terreinen zal de nadruk van het toezicht met name liggen op illegale activiteiten en op voor de ODBN onbekende bedrijven. De eerste resultaten laten zien dat er de nodige onbekende activiteiten zijn op deze terreinen en dat de aanpak zinvol is. !n 2024 wordt deze dan ook voortgezet.

Als er een verschil wordt geconstateerd betekent dit niet direct dat er iets niet klopt. Zo staan er in het KvK veel bedrijven die geen milieubelastende activiteiten uitvoeren. Daarnaast kan het voorkomen dat een bedrijf meerdere economische activiteiten uitvoert maar deze niet allemaal heeft geregistreerd bij de KvK. Of de activiteit op een ander adres dan de feitelijke locatie geregistreerd heeft. In 2024 wordt een aanpak ontwikkeld om meer grip te krijgen op blinde vlekken. Zo zal er ook gekeken worden naar koppelingen met andere externe bronnen zoals het KRD (kernregistratie dierverblijven), LMA/ AMICE (afvoer afvalstoffen), SCIOS (zware stookinstallaties) of KIWA (opslagtanks). Na beoordeling van de data zullen interessante locaties ingepland worden voor controle. Naast deze data gedreven methode om blinde vlekken op te sporen, bestaat er nog een gebiedsgerichte aanpak die uitgaat van willekeurige controles binnen bepaalde gebieden (zie paragraaf 3.4.5). 7. Terugdringen milieuklachten Sinds 2022 is er een nieuwe werkwijze rond de behandeling van milieuklachten (o.a. inzet van administratieve medewerkers klachtenafhandeling). Nu het proces voor de afhandeling van klachten goed is ingericht, kan als volgende stap gekeken worden naar de preventie van klachten.

De laatste jaren nemen de aantallen klachten immers toe, in een veranderende maatschappij waarin mensen steeds mondiger worden en minder lijken te dulden. Het gewoonweg afhandelen van klachten draagt niet perse bij aan de preventie van klachten. Daarvoor moeten wellicht verdergaande acties opgetuigd worden. Gedacht kan worden aan actieve sessies met (notoire) melders voor een goede uitleg van de situatie (presentatie), begrip te tonen, het verdere traject te schetsen en (waar mogelijk) perspectief te bieden. Ook actief betrekken van het betreffende bedrijf, een op maat gemaakte aanpak voor inspectie of mediation behoort tot de mogelijkheden. Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

43

44

3.4.6 Toekomstige ontwikkelingen Registratieverplichting werkgebonden personenmobiliteit Vanaf 1 januari 2024 is de Registratieverplichting Werkgebonden Personenmobiliteit (RWP) van kracht. Vanaf dat moment zijn organisaties met 100 of meer werknemers en alle publieke rechtspersonen zoals gemeenten, provincies en ministeries, verplicht te rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer. De verplichting komt voort uit afspraken in het Klimaatakkoord om de CO2 uitstoot van werkgebonden personenverkeer in 2030 met 1 Mton te verminderen. Omdat 2024 het eerste jaar is waarover moet worden gerapporteerd, start de ODBN in 2025 met toezicht en handhaving op dit onderdeel. In 2026 evalueert het ministerie van I&W de CO2reductie die in 2024 en 2025 is behaald. Als de organisaties op koers liggen om het doel van het Klimaatakkoord te halen, blijft het bij rapporteren. Als dat niet het geval is, kan vanaf 2027 een nieuwe wettelijke norm worden ingesteld waarmee slimmer en zuiniger reizen wordt afgedwongen.

Brancheaanpak metaalrecycling Metaalrecycling is een belangrijke sector die bijdraagt aan de circulaire economie. Het recyclen van metalen zorgt voor een vermindering van de hoeveelheid afval en vermindert de behoefte aan nieuwe grondstoffen. Echter, deze sector brengt ook risico's met zich mee op het gebied van milieuvervuiling en arbeidsveiligheid.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Onder deze branche vallen bedrijven die metaalafval innemen, opslaan en bewerken om geschikt te maken voor recycling. Deze bedrijven houden zich voornamelijk bezig met ijzer, roestvrij staal, kabels, accu’s, aluminium en overige non-ferrometalen. Vanuit Omgevingsdienst NL is een voorstel gekomen voor een landelijk brancheteam metaalrecycling. Dit voorstel regelt dat alle Omgevingsdiensten nauwer gaan samenwerken op het gebied van metaalrecycling. Dit heeft als doel milieurisico's te verminderen en kennis en ontwikkeling over actuele maatschappelijke en wettelijke veranderingen binnen deze branche te optimaliseren. Verder is het in lijn met de aanbevelingen uit het rapport van de Commissie van Aartsen. De ODBN heeft de intentie om bij het brancheteam aan te sluiten. Actuele onderwerpen zoals e-waste (illegale inzameling en verwerking), lithium-ion batterijen (afvalbranden) en chroom VI (ZZS en hoe hiermee om te gaan) zijn onderwerpen waar de focus op ligt. Het landelijk brancheteam metaalrecycling komt viermaal per jaar samen. Wat de eventuele consequenties zijn voor vergunningverlening en toezicht, is op het moment van schrijven van dit werkprogramma nog niet duidelijk.

Versie 2.1, december 2023

45

46

47

Ketengerichte aanpak Controles als gevolg van de ketengerichte aanpak, die niet ondergebracht zijn of kunnen worden onder het geprogrammeerde toezicht, asbest- of bodemtoezicht (zoals bijvoorbeeld controles op mestfraude), worden onder dit gedeelte van het programma uitgevoerd.

Ondermijning Vanuit het speerpunt Ondermijning kunnen verzoeken komen om inspecties milieu uit te voeren bij door dit speerpunt geselecteerde locaties/ branches. Vaak is er voor deze inspecties aanvullend budget beschikbaar binnen de gemeenten, vanuit de portefeuille Openbare orde en Veiligheid. Inspecties uitgevoerd in het kader van ondermijning maken daarom onderdeel uit van nietgeprogrammeerd toezicht. 3.5.1.2 Beoordelen voorgeschreven onderzoeken Het beoordelen van onderzoekrapportages, waarvan het opstellen en aanleveren ervan is voorgeschreven vanuit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de omgevingsvergunning (onderdeel milieu) of het omgevingsplan. Voorgaande geldt nadrukkelijk voor onderzoekrapportages die zijn ingediend nadat de meldings- of vergunningsprocedure is afgerond. Onderzoekrapportages die tijdens de lopende procedure worden ingediend, worden afgehandeld onder het gedeelte ‘Vergunningverlening bij bedrijfsgebonden MBA’s’ van dit programma.

3.5.2 Repressieve bestuursrechtelijke handhaving

3.5 Niet geprogrammeerd toezicht en handhaving 3.5.1 Niet geprogrammeerd toezicht bij bedrijfsgebonden MBA’s Gedurende het jaar doen zich omstandigheden voor waardoor het noodzakelijk of gewenst is toezicht of andere taken uit te voeren op bedrijfsgebonden MBA’s die niet voorzien waren in dit programma. 3.5.1.1 Controles milieu (losse opdrachten) Hiermee worden controles milieu bij bedrijfsgebonden MBA’s bedoeld, die niet onder het geprogrammeerde toezicht vallen maar gedurende het lopende jaar voor controle worden aangedragen. Deze controles kunnen op initiatief van zowel de deelnemer als de ODBN zijn. Hieronder vallen ook oplevercontroles (na verlenen omgevingsvergunning/ beoordelen meldingsplicht) en controles na het buiten behandeling laten van een omgevingsvergunning of melding.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

De werkzaamheden die betrekking hebben op het ten uitvoer brengen van bestuursdwang of een last onder dwangsom, zoals het opstellen van een dwangsombeschikking, de herinspecties na afloop van de begunstigingstermijn of het verbeuren van dwangsommen. Dit zijn de werkzaamheden die volgen vanaf het besluit tot een definitieve beschikking. Deze werkwijze is nieuw vanaf 2024. Voorheen werd slechts een klein gedeelte van het bestuurlijke handhavingstraject binnen dit onderdeel uitgevoerd. Hierdoor ontstaat echter een vertekend beeld in de verantwoording over bestuurlijke handhaving. Daarnaast heeft de toenemende bestuurlijke handhaving een verdringend effect op de gereserveerde uren voor geprogrammeerd toezicht waardoor minder controles uitgevoerd kunnen worden. Met deze nieuwe werkwijze is dat opgelost. Omdat deze werkwijze wel tot een urentoename binnen dit onderdeel zal leiden, is er regio breed aanvullend 1.900 uur extra opgenomen binnen niet-geprogrammeerd toezicht.

3.5.3 Advies verzoek om handhaving/advies gedoogbeschikkingen Het, bij een verzoek om handhaving, opstellen van een voornemen dwangsom, beschikking voor afwijzing dan wel het opleggen last onder dwangsom/bestuursdwang. Inspecties als gevolg van een verzoek om handhaving worden eveneens onder dit gedeelte uitgevoerd. En het in overleg met de gemeente opstellen van gedoogbeschikkingen bij illegale situaties die volgens het landelijk gedoogbeleid in aanmerking komen voor tijdelijk gedogen.

Versie 2.1, december 2023

48

3.5.4 Repressieve strafrechtelijke handhaving

Versterken samenwerking strafrechtelijke handhavingspartners

Naast bestuursrechtelijke handhaving is strafrecht één van de instrumenten welke ingezet kan worden om bij te dragen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Hoewel strafrechtelijke handhaving nooit een opzichtzelf staand doel mag zijn, is het wel een onmisbaar middel voor de handhaving van het omgevingsrecht. En hét repressieve sluitstuk wanneer (alleen) bestuursrechtelijke maatregelen onvoldoende blijken. Bestuurs- en strafrechtelijke handhaving zijn onderdeel van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), de opvolger van de LHS. De LHSO gaat uit van een evenwichtig afgestemd bestuurs- en strafrechtelijk interveniëren. De vraag welke interventie passend is, hangt af van de aard, zwaarte, oorzaken en de gevolgen van de overtreding plús het verwachte effect van de interventie.

Strafrechtelijke handhaving vraagt om intensieve samenwerking tussen de diverse handhavingspartners. Gezamenlijk met o.a. de politie, het Openbaar Ministerie (OM) en diverse andere partners wordt zorg gedragen voor de handhaving van het omgevingsrecht. In 2024 wordt de samenwerking van een volgende impuls voorzien. In lijn met de uitgangspunten van pijler 2 van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH, en het recent verschenen onderzoeksrapport van AVN-advies over strafrechtelijke milieuhandhaving in Noord-Brabant, worden de bestaande overlegstructuren geformaliseerd en versterkt. Verder wordt toegewerkt naar een gezamenlijke regionale prioritering op basis van een regionaal dreigingsbeeld milieu. Daarnaast zoeken de grijze boa’s afstemming met het Functioneel Parket (FP) over de meest effectieve insteek bij individuele strafrecht zaken.

De afgelopen jaren werkt de ODBN aan het steviger inbedden van strafrecht binnen de organisatie. Er zijn reeds twee ‘grijze’ boa’s in dienst die strafrechtelijke handhavingszaken oppakken voor het grijze kleurspoor. Dit zijn zaken die voortkomen uit agrarisch en industrieel toezicht (MBA gebonden). Daarnaast behandelen ze ook zaken op het gebied van asbest, sloop, bodem, omgevingszorg of de ketenaanpak. Zaken die strafrechtelijk opgepakt worden, worden opgevolgd met een proces-verbaal (verkort of uitgebreid) of een bestuurlijke-strafbeschikking milieu. Er staat een vacature open voor de werving van een derde grijze boa, een senior met coördinerende taken. Daarmee voldoet de ODBN aan de kwaliteitscriteria.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Toepassing LHSO In 2024 wordt voor het eerst gewerkt met de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), de opvolger van de LHS. De LHSO kent geen grote wijzigingen ten opzichte van diens voorganger. Wel is het instrument op een aantal punten concreter en biedt de strategie verduidelijking. Daarnaast zijn enkele begrippen geactualiseerd met het oog op de Omgevingswet. Binnen de ODBN wordt de komst van de LHSO aangegrepen om enkele verbeteringen in de toepassing van de strategie door te voeren. Zo wordt gewerkt aan een ‘handreiking LHSO’ met daarin verdere concretiseringen op en werkafspraken over de toepassing van de LHSO. Het doel hiervan is een eenduidigere en reproduceerbare toepassing van dit instrument. Daarnaast wordt

Versie 2.1, december 2023

49

50

51

gekeken om lijsten op te stellen voor bepaalde overtredingen waarvan effectscore mogelijk gestandaardiseerd kan worden. Ook zijn er maatregelen om de LHSO beter te borgen in de systemen, de kwaliteitscontroles op zaken en door het frequenter organiseren van casus overleggen tussen toezichthouders. Bovenstaande ontwikkelingen - tezamen met de doorontwikkeling van risicogericht toezicht kunnen leiden tot een toename in het aantal strafzaken. De gezamenlijke prioritering is van groot belang om een selectie te maken van de strafzaken die overdragen worden aan het FP. Ook de weging binnen de LHSO is van belang. Het ligt voor de hand om zaken met een hogere LHSO-score te prioriteren.

3.5.5 Behandelen klachten- en incidentmeldingen Behandeling van klachten en incidenten, meldingen ongewone voorvallen en meldingen voorgenomen activiteit. Het betreffen meldingen over bedrijven, zoals geluids- of geuroverlast, maar ook meldingen in het kader van omgevingszorg (niet bedrijfsgebonden), zoals drugsafval dumpingen, asbestbranden e.d. Inspecties als gevolg van klachten, incidenten, ongewone voorvallen of omgevingszorg, vallen ook onder dit gedeelte van het programma.

3.6 Toezicht basistaken bodem en mobiel breken Het uitvoeren van toezicht op verschillende taken die betrekking hebben op de bodem. Er wordt onderscheid gemaakt in reeds bestaande taken en nieuwe taken onder de Omgevingswet.

Bestaande taken: ➜ Het uitvoeren van toezicht op werkzaamheden die betrekking hebben op de bodemkwaliteit (opslaan, zeven, ontwateren en samenvoegen van grond of baggerspecie/ toepassen van grond of baggerspecie/ toepassen van bouwstoffen), risicogericht met behulp van een quickscan. In overleg met de betreffende gemeenten worden tijdens de voorbereiding van het werkprogramma de grote (infrastructurele) projecten geïnventariseerd. Dit kunnen zowel projecten zijn binnen de eigen gemeentegrenzen als projecten die de gemeentegrenzen overschrijden. ➜ Het toezicht op mobiel breken wordt volgens een risicogerichte werkwijze uitgevoerd. ➜ Het uitvoeren van toezicht op gesloten bodemenergiesystemen. ➜ Vrijeveld toezicht op illegale grondverplaatsingen.

Nieuwe taken onder Omgevingswet: ➜ Het uitvoeren van toezicht op graafactiviteiten in schone grond. ➜ Het uitvoeren van toezicht op graafactiviteiten in verontreinigde grond kleiner en groter dan 25 m³. Er is bij deze werkzaamheden geen sprake van daadwerkelijke sanering, daarom wordt toezicht niet in alle voorkomende gevallen uitgevoerd. ➜ Het uitvoeren van toezicht op bodemsaneringen. Vooralsnog wordt uitgegaan van toezicht op 100% van de ingediende meldingen. Hierdoor wordt ervaring opgedaan met deze taak waarna een meer risicogerichte werkwijze ontwikkeld wordt. ➜ Het uitvoeren van toezicht op voormalige stortplaatsen. ➜ Het uitvoering van toezicht op de toepassing van immobilisaten. In 2024 wordt een start gemaakt met de ontwikkeling van een risicogerichte werkwijze per taak die moet leiden tot een efficiënte taakuitvoering en bovenstaande werkwijzen vervangt. De werkwijzen en de omschrijving worden vervolgens vastgelegd in de notitie Basistaken bodem Omgevingswet en mobiel breken, welke de huidige notitie Overdracht reguliere taken Besluit bodemkwaliteit vervangt. De nieuwe notitie zal na gereed komen aan de deelnemers worden voorgelegd.

3.7 Toezicht sloop met asbest Het uitvoeren van toezicht op verschillende taken die betrekking hebben op asbestverwijdering en bouwkundige sloop. Er wordt onderscheid gemaakt in reeds bestaande taken en nieuwe taken onder de Omgevingswet.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

52

53

Bestaande taken: ➜ Het uitvoeren van toezicht op asbestverwijdering. ➜ Vrijeveld toezicht op illegale asbestsaneringen/ sloopactiviteiten.

Het vrijeveld toezicht asbest is in 2023 ingebed in de organisatie. Het blijkt een meerwaarde en er worden geregeld illegale asbestsaneringen en/of sloopwerkzaamheden geconstateerd. De eventuele invloed van dit vrijeveld toezicht op de (bestaande) budgeturen is op dit moment nog niet inzichtelijk.

Nieuwe taken onder Omgevingswet: ➜ Het uitvoeren van toezicht op een gecombineerde sloop (asbestverwijdering + bouwkundige sloop). ➜ Het uitvoeren van toezicht op de risicomatrix, het sloopveiligheidsplan en stikstofmaatregelen (bij meer dan 10 m³ sloopafval). In 2019 is gestart met meer risico gericht (informatie gestuurd) toezicht. Locaties waar lage risico’s aanwezig zijn worden minder diepgaand gecontroleerd. Locaties waar meer risico bestaat worden uitgebreider geïnspecteerd. Deze werkwijze is vastgelegd in de geactualiseerde notitie “De aanpak van de ODBN op het gebied van Asbest” (concept van 17 november 2020). Deze notitie moet nog worden aangepast op de (nieuwe taken) Omgevingswet en wordt op een later tijdstip met de gemeenten gedeeld. Daarnaast worden projectmatig zaken opgepakt die vanuit het reguliere toezicht aandacht vragen. Een voorbeeld hiervan is intensiever toezicht op asbestsaneringen van een specifieke asbestsaneerder, indien deze herhaaldelijk negatief gedrag laat zien.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

3.8 Ketenaanpak en milieucriminaliteit (gefinancierd uit budget collectieve taken) De ODBN voert in 2024 ketengericht toezicht uit voor de thema's asbest, bodem, mest en overige afvalstromen. Een keten is een reeks van opeenvolgende partijen die handelingen verrichten met dezelfde risicovolle stof. Ketenproblematiek heeft de eigenschap dat overtreding en de mogelijke schadelijke effecten daarvan voor de leefomgeving in plaats en tijd ver uit elkaar kunnen liggen. Daardoor is zowel de schade als de oorzaak daarvan niet altijd direct zichtbaar. Het risico bestaat dat partijen problemen doorschuiven naar andere partijen en deze zo bewust proberen te maskeren binnen de keten. Met de ketenaanpak wordt niet een bedrijf centraal gesteld in het toezicht, maar de risicovolle stof(fen) waar het mee werkt en de verschillende bijhorende partijen. Leveranciers en afnamepunten krijgen hierdoor ook meer aandacht in het toezicht. Hierbij wordt grens en bevoegdheid overschrijdend te werk gegaan door nauw samen te werken met alle toezichtpartners.

Versie 2.1, december 2023

54

55

Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen wordt deze manier van toezicht steeds belangrijker voor een effectieve bijdrage aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Vanuit samenwerking en informatieoverdracht met alle toezichtpartners wordt inzicht verkregen in de ‘risicomomenten’ binnen de totale keten. De omgevingsdienst kan hierdoor gerichte interventies uitvoeren. Zowel preventief als repressief. Aan de hand van deze inzichten wordt in 2024 samen met de OMWB en de ODZOB een Brabant breed ketenjaarplan opgezet waarin onderstaande ketenthema’s worden meegenomen.

Ketengericht toezicht bodem en asbest Binnen de teams asbest en bodem is het ketengerichte toezicht de gangbare manier van toezicht en zal deze aanpak verder doorontwikkeld worden.

Ketengericht toezicht afval Omgaan met afval wordt een steeds belangrijk onderwerp. In 2024 wordt hier uitvoering aan gegeven door toezicht op gemeentelijke afvalverwerkingsbedrijven (vanuit het geprogrammeerd toezicht, paragraaf 3.4.4.1). Hierbij worden de ketenpartners zoals IL&T, LMA en de andere twee Brabantse omgevingsdiensten betrokken. Er wordt onder meer ingezet op E-waste, shredderafval en gevaarlijke stoffen.

Ketengericht toezicht mestfraude Mestfraude is een actueel thema als het gaat om milieu. Onverantwoord omgaan met mest kan gevolgen hebben voor de grond- en waterkwaliteit. Vanuit Europa en vanuit verschillende landelijke partijen is er een nadrukkelijke vraag om meer inzet te realiseren op mestfraude in Nederland. De ODBN heeft een minimale rol in de uitvoering van toezicht rondom mestfraude maar voert wel toezicht uit op mestverwerkende bedrijven binnen de regio. Hierdoor heeft de omgevingsdienst een signalerende toezichtfunctie richting ketenpartners. De afgelopen jaren is hier vorm aan gegeven door inspecties uit te voeren in het kader van het Brabant brede project Gebiedsgerichte handhaving mestfraude, waarin samengewerkt wordt met de provincie Noord-Brabant, NVWA, RVO en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deze werkwijze wordt in 2024 voortgezet.

3.9 Budgetten In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor toezicht en handhaving opgenomen.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

56

4 Juridische ondersteuning (bezwaar en beroep) 5 Overige verzoektaken 6 Regionale dienstverlening

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

57

2

Versie 2.1, december 2023

57

58

4 Juridische ondersteuning (bezwaar en beroep)

5 Overige verzoektaken

Onder juridische ondersteuning (bezwaar en beroep) worden onderstaande taken verstaan (maken geen onderdeel uit van het budget voor vergunningverlening en Toezicht en handhaving):

5.1 Algemeen

➜ Bezwaar en beroep behandelen ➜ Ondersteunen bij/uitvoeren van bezwaarschriftprocedures ➜ (hoger) beroepsprocedures en verzoeken voorlopige voorziening i.h.k.v. vergunning- en handhavingsprocedures ➜ Inningsprocedures Het gaat uitsluitend om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Deze werkzaamheden zijn vaak moeilijk vooraf te ramen.

4.1 Budgetten In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor juridische ondersteuning (bezwaar en beroep) opgenomen.

59

Onder overige verzoektaken vallen alle door de ODBN op verzoek van de gemeenten uitgevoerde taken die: ➜ Niet onder het basistakenpakket vallen of; ➜ Geen betrekking hebben op bedrijfsgebonden MBA’s.

5.2 Uitvoering Onder de overige verzoektaken zijn zeer verschillende taken opgenomen. Werkzaamheden die niet regulier zijn worden in overleg met de deelnemer uitgevoerd. In bijlage 1 is een tabel opgenomen waarin per gemeente is aangegeven welke overige verzoektaken bij de ODBN worden belegd. Bijlage 3 geeft vervolgens een gedetailleerde (inhoudelijke) beschrijving van alle voorkomende werkzaamheden die onder het betreffende opdrachtnummer uitgevoerd kunnen worden.

5.3 Budgetten In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor de overige verzoektaken opgenomen. In 2024 zijn voor 7 deelopdrachten individuele budgetten geraamd. Zodoende kan er beter op deze deelopdrachten gestuurd worden en kan gerichter verantwoord worden.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

60

6. Regionale dienstverlening

61

De ODBN voert een aantal taken uit voor alle gemeenten waarvoor speciale afspraken zijn gemaakt voor wat betreft de uitvoering en financiering. Het betreft: ➜ ➜ ➜ ➜

Het budget Collectieve taken Samen sterk in Brabant Regeling Omgevingszorg/Klachtenregeling buiten kantoortijd Uitvoering taken Bodemloket

De budgetten voor deze taken zijn in bijlage 2 opgenomen zodat er per gemeente één financieel overzicht beschikbaar is. De inhoudelijke uitvoering van deze taken is niet in dit werkprogramma opgenomen.

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

62

Bijlagen

63

2

Gemeentelijk werkprogramma 2024 ODBN

Versie 2.1, december 2023

Bijlage 1: Overzicht uit te voeren verzoektaken

64

65

Per gemeente Maashorst

Meierijstad

Oss

Vught

Land van Cuijk

Sint-Michielsgestel

Boxtel

s-Hertogenbosch

Boekel

X

Bernheze

X

02*

Advies evenwichtige toedeling functies aan locaties (ETFAL)

X

X

X

X

X

X

X

01a

BZV-toets

X

X

X

X

X

X

X

X

X

60a

Toezicht BZV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=8bd4ea38-1899-4876-b0c5-8995e34b3c99