CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Raadsinformatiebrief Gebiedsvisie Lunettenlaan

Raadsvergadering 10 februari 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-B Schriftelijke mededelingen van college of griffie32.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen Directie Sanctie- en Slachtofferbeleid Datum 22 november 2021 Ons kenmerk

Afdelingen met Intensief Toezicht Niet alle gedetineerden voldoen aan de criteria voor plaatsing op de EBI. Zij staan echter wel op een zogeheten GVM-lijst. Hierop komen alle gedetineerden met een zogeheten vlucht- of maatschappelijk risico.6 Deze groep bestaat uit enkele tientallen gedetineerden. De directeur van een inrichting kan aan deze gedetineerden extra toezichtsmaatregelen opleggen. Deze kunnen het meest effectief plaatsvinden op zogeheten Afdelingen met Intensief Toezicht (AIT). Deze afdelingen zijn kleinschaliger dan reguliere afdelingen en er is strenger toezicht. Daarnaast hebben gedetineerden op een AIT een eigen dagprogramma waardoor ze geen contact hebben met gedetineerden van andere afdelingen. Er zijn op dit moment twee AIT’s in Leeuwarden en Krimpen aan den IJssel. Medio 2022 komt er een derde AIT in Alphen aan den Rijn. Ik monitor of daarna verdere uitbreiding nodig is. Maatregelen op gebied van wet- en regelgeving Met de hierboven genoemde fysieke maatregelen beperken we het vervoer van gevaarlijke gedetineerden en zorgen we ook voor een veiliger berechting voor alle deelnemers aan het strafproces en hun omgeving. Ik ben tot de conclusie gekomen dat daarnaast de mogelijkheden om de huidige wet- en regelgeving aan te passen in beeld moeten worden gebracht.

Deze biedt onvoldoende ruimte en waarborgen om te voorkomen dat de georganiseerde criminaliteit kan doorgaan tijdens detentie en de rechtsgang. Alleen als we deze groep onder intensief toezicht plaatsen krijgen ze moeilijker toegang tot hun netwerk van boodschappers en loopjongens.

Kamerstukken II, 2020/2021, 24587, nr. 791. Het gaat dan om risico’s voor de veiligheid binnen een penitentiaire inrichting of in de samenleving. Hierbij valt te denken aan risico’s op ontvluchting of bevrijding van buitenaf, liquidatie, voortgezet crimineel handelen vanuit detentie, radicalisering of andere inbreuken op cruciale veiligheidsbelangen, zoals ondermijning van het gezag. 5 6

Pagina 6 van 14

Het gaat om aanpassingen bij het gevangeniswezen, de advocatuur en de rechtsgang. Voorstellen tot aanpassing van de huidige wet- en regelgeving zullen in afstemming met de relevante ketenpartners worden uitgewerkt.7 Ook breng ik de operationele en financiële gevolgen hiervan in kaart. Op basis daarvan zal ik u in het voorjaar 2022 nader informeren over welke precieze maatregelen genomen kunnen worden.

Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen Directie Sanctie- en Slachtofferbeleid Datum 22 november 2021 Ons kenmerk

Gevangeniswezen We zien dat een groep gedetineerden tijdens detentie toch een weg vindt om te communiceren met hun criminele netwerk. Dat kan bijvoorbeeld via binnengesmokkelde telefoons of via loopjongens. Daarom komt er meer, strenger en langer toezicht, worden medewerkers intensiever getraind op weerbaarheid en wordt de informatiedeling verbeterd. Intensivering toezicht Gedetineerden worden in de EBI geplaatst bij actuele signalen van vluchtgevaar en/of bij een ernstige verdenking van voortgezet crimineel handelen. Gelet op de huidige dreiging vind ik deze plaatsingsgronden te smal. Ik pas de regelgeving aan zodat plaatsing in de EBI ook mogelijk wordt bij de dreiging die uitgaat van iemands rol en positie in een crimineel netwerk. De huidige capaciteit in Vught en de toekomstige capaciteit in Vlissingen bieden hiervoor voldoende plaats. Een signaal van vluchtgevaar en de verdenking van voortgezet crimineel handelen zijn over het algemeen niet binnen zes maanden verdwenen. Dat geldt des te meer voor de positie die iemand heeft binnen een crimineel netwerk. Daarom ga ik het halfjaarlijkse toetsingsmoment verlengen naar minimaal één jaar. Ik onderzoek ook of het mogelijk is om gedetineerden gedurende hun hele voorlopige hechtenis, zonder tussentijds toetsingsmoment, in de EBI te kunnen plaatsen.

Er komt een 4-ogen principe voor al het ambtelijk bezoek aan gedetineerden in de EBI. Bezoek van bijvoorbeeld medewerkers van de gemeente of de reclassering zal alleen nog in duo’s plaats kunnen gaan vinden. Hierdoor wordt het moeilijker voor gedetineerden om druk uit te oefenen op één medewerker. Ik verken nog of dit ook kan gelden voor zorgmedewerkers. Dat ligt gevoelig door de vertrouwelijke relatie tussen zorgverlener en patiënt. In algemene zin is het een gedetineerde toegestaan om vanuit detentie een organisatie op te richten, zolang binnen de wettelijke kaders wordt gehandeld. Ook mogen gedetineerden financiële transacties doen. Ik vind het onwenselijk wanneer deze mogelijkheden gebruikt worden om criminele activiteiten voort te zetten. Ik wil dit aan banden gaan leggen danwel verbieden bij gedetineerden die in de EBI of AIT zitten. Gedetineerden mogen in Nederland hun eigen kleding dragen. Deze kleding kan in en uit de gevangenis gebracht worden. Het komt voor dat gedetineerden dure

Politie, openbaar ministerie, de Raad voor de Rechtspraak (Rvdr) en de Dienst Justitiële Inrichtingen. 7

Pagina 7 van 14

merkkleding en/of accessoires de gevangenis invoeren waarna ze het ‘doorgeven’ aan medegedetineerden in ruil voor een handeling. Dit wil ik beperken. Weerbaarheid en screening van medewerkers Het aanscherpen van regels en regimes kan ertoe leiden dat de druk op de integriteit van de medewerkers vergroot wordt. Criminelen zien dit en spelen hierop in. Het is dus belangrijk om te investeren in de weerbaarheid en integriteit van medewerkers om te voorkomen dat zij in het web van de criminelen verstrikt raken en daardoor op hun werk of in hun privéomgeving in een benarde positie komen.

Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen Directie Sanctie- en Slachtofferbeleid Datum 22 november 2021 Ons kenmerk

DJI gaat het als werkgever laagdrempelig maken om signalen van ondermijning te delen en bespreekbaar te maken, ook als de medewerker zelf onderdeel uitmaakt van dat signaal. Dit kan door de medewerker maximaal te ondersteunen in het bieden van een veilige werkomgeving. We zorgen voor weerbaarheidstrainingen en het beter afschermen van persoonsgegevens van de medewerkers, bijvoorbeeld door het anoniem kunnen schrijven van rapporten. Daarnaast biedt DJI ondersteuning bij het treffen van fysieke maatregelen bij dreiging tegen medewerkers, zoals het plaatsen van camera’s en kogelwerend glas. Bij concrete en acute dreiging wordt samengewerkt met het stelsel Bewaken en Beveiligen onder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Medewerkers van justitiële inrichtingen zijn de ogen en oren van de gevangenis. Daarom zijn zij vanwege hun kennis, autorisaties en toegang tot (andere) gedetineerden interessant voor criminelen, zowel gedetineerd als niet gedetineerd. De integriteit van medewerkers van DJI moet dan ook buiten kijf staan. Op dit moment hoeven medewerkers alleen bij indiensttreding een VOG te overleggen. Hierbij kan alleen een justitieel verleden (veroordelingen) een weigeringsgrond zijn.

Met de recent aangenomen wet VOG politiegegevens kan nog beter worden gescreend op integriteit, omdat naast veroordelingen ook aangiftes en meldingen die bij de politie zijn gedaan worden meegewogen. Als de medewerker ná indiensttreding in aanraking komt met justitie moet DJI dit weten. De nieuwe CAO Rijk 2021 maakt het mogelijk dat alle medewerkers van DJI om de vier jaar een VOG moeten overleggen. Medewerkers die dit niet kunnen, worden geschorst. In aanvulling hierop wil ik een vorm van screening onderzoeken waarbij er continu wordt gekeken of medewerkers in aanraking komen met politie en justitie, zodat DJI snel kan interveniëren. Ik ga samen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderzoeken of medewerkers die een risicofunctie op een bijzondere locatie binnen DJI bekleden, zoals medewerkers bij de EBI, een zogeheten veiligheidsonderzoek kunnen krijgen. Informatiedeling verbeteren Om voortgezet crimineel handelen tegen te gaan, is goede informatie-uitwisseling in de strafrechtketen cruciaal. Iedere organisatie heeft informatie. Zaak is om die informatie bij elkaar te brengen zodat een goed beeld ontstaat op basis waarvan interventies worden gepleegd. Op dit moment vindt informatie-uitwisseling tussen politie, DJI en het OM plaats via het zogeheten Gedetineerden Recherche

Pagina 8 van 14

Informatie Punt (GRIP). Het GRIP fungeert als centraal informatieknooppunt en verwerft inzicht in de achtergrond van gedetineerden met een vlucht- en maatschappelijk risico. Maar de mogelijkheden voor snelle en volledige informatiedeling tussen politie en DJI stuiten in de praktijk op de grenzen van de privacywetgeving. Dat betekent dat DJI niet altijd weet wat voor type gedetineerde zij binnen krijgt en welke maatregelen nodig zijn. Een ander voorbeeld is dat de politie bij het uitlezen van de PGP-telefoons bepaalde signalen die betrekking hebben op de situatie binnen een justitiële inrichting niet eenvoudig kan delen met de DJI. Hierop kan DJI dan geen gepaste maatregelen nemen, waardoor het crimineel handelen door kan gaan.

Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen Directie Sanctie- en Slachtofferbeleid Datum 22 november 2021 Ons kenmerk

We gaan, uiteraard binnen de kaders van de Algemene verordening persoonsgegevens en de Richtlijn bescherming persoonsgegevens politie en justitie, deze informatiedeling verbeteren. Met politie en OM worden afspraken gemaakt dat bij de plaatsing van bijzondere gedetineerden de directeur altijd actief wordt geïnformeerd, zodat zij het juiste toezicht op deze gedetineerde kunnen organiseren. Een goed en actueel ondermijningsbeeld van penitentiaire inrichtingen, waarin alle signalen en fenomenen die zich bij de PI’s voordoen zijn samengebracht, kan bijdragen aan het voorkomen en aanpakken van ongewenste situaties. Door het hebben van een goed ondermijningsbeeld, wordt het inzichtelijk waar zwakke plekken en rotte appels zitten. Ik onderzoek de mogelijkheden om te komen tot een dergelijk ondermijningsbeeld. Hiervoor is het nodig om informatie van buiten de PI’s te betrekken. Daarvoor treed ik in overleg met de Regionale Informatieen Expertisecentra (RIEC). Het RIEC heeft ervaring met deze ondermijningsbeelden. Zij doen onderzoek naar signalen en fenomenen van criminele activiteiten binnen een bepaald geografisch gebied. Convenantpartners van het RIEC zijn onder gemeenten, provincies, politie, Belastingdienst en de Koninklijke Marechaussee. Advocatuur De aanhouding van de advocaat in de EBI is een signaal dat ook advocaten betrokken kunnen raken bij ondermijnende activiteiten.

Verreweg de meeste advocaten doen hun werk goed en integer. Ik merk dat deze aanhouding ook zijn weerslag heeft op de beroepsgroep zelf. Als advocaten betrokken raken bij ondermijnende activiteiten moet dat hard worden aangepakt. Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat advocaten bewust of onbewust in de verleiding zouden kunnen komen mee te werken met ondermijnende activiteiten. We zien dat het soms zou kunnen knellen. Advocaten worden onder druk gezet om mee te werken, eerst wellicht door iets onschuldigs te doen, maar vervolgens worden ze het criminele circuit ingezogen. Het is aan de advocaat om alert te zijn op het risico dat de opdracht die hij krijgt niet wordt gebruikt voor de voorbereiding, ondersteuning of afscherming van onwettige activiteiten. De advocaat heeft daarbij een onderzoekplicht en moet bij gerede twijfel een onderzoek instellen naar de gevraagde dienstverlening. Daarbij geldt dat de advocaat die dienstverlening ook moet stoppen, indien hij na onderzoek nog steeds onvoldoende inzicht heeft verkregen of in die gevallen

Pagina 9 van 14

waarin na onderzoek nog steeds aanwijzingen bestaan dat de gevraagde dienst strekt tot voorbereiding, ondersteuning of afscherming van onwettige activiteiten. Bij overtredingen van het bepaalde bij of krachtens de Advocatenwet en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) door advocaten is het primair aan de toezichthouder (de lokale deken) om daar tegen op te treden. Bij concrete verdenkingen van betrokkenheid van advocaten bij criminele handelingen is het aan het OM een onderzoek te starten en indien opportuun te vervolgen. In de preventieve sfeer wil ik aanvullende maatregelen nemen om de weerbaarheid van advocaten verder te vergroten en daarmee de integriteit van de beroepsgroep verder te beschermen.

Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen Directie Sanctie- en Slachtofferbeleid Datum 22 november 2021 Ons kenmerk

Gelet op de onafhankelijke positie van de advocaat tegenover de staat moet juist daarbij het precaire evenwicht tussen de waarborgen van onze rechtsstaat en de aanpak van ondermijning niet uit het oog worden verloren. Tegelijkertijd is het wel nodig dat ook met betrekking tot de advocatuur maatregelen worden genomen. Versterking toezicht advocatuur Het toezicht op de advocatuur wordt versterkt. Op dit moment oefent de lokale deken dit toezicht uit. In de toekomst komt er een landelijke toezichthouder die eindverantwoordelijk wordt voor het toezicht op alle advocaten in Nederland. De aanhouding van de advocaat is voor mij mede reden om na te denken over het meer op afstand van de deken organiseren van het toezicht. Ik denk daarbij aan een dagelijks bestuur binnen de landelijke toezichthouder die de bevoegdheid krijgt om onderzoeken te starten en bestuursrechtelijk en tuchtrechtelijk te handhandhaven. Een andere optie is om andere advocaten dan de deken de rol van landelijke toezichthouder te laten uitvoeren. De landelijke toezichthouder speelt een belangrijke rol bij de aanpak van ondermijning in relatie tot de advocatuur door kennis en expertise op het gebied te bundelen, voorlichting te geven en actief op te treden als er aanwijzingen zijn dat advocaten mogelijk betrokken zijn bij ondermijning.

Belangrijk daarbij is dat de toezichthouder op advocaten en de opsporingsinstanties, met behoud van ieders rol en verantwoordelijk, intensiever met elkaar samenwerken als het gaat om de aanpak van mogelijke betrokkenheid van advocaten bij ondermijning. Daarbij geldt ook dat opsporingsinstanties signalen die zij hebben over mogelijke betrokkenheid van advocaten bij ondermijnende activiteiten, delen zodra het opsporingsbelang dit toelaat. 4-ogen principe bij bezoek aan gedetineerden Om de druk op individuele advocaten te verminderen overweeg ik, net als bij ambtelijk bezoek aan gedetineerden, het advocatenbezoek aan gedetineerden in de EBI alleen nog in duo’s te laten plaatsvinden. Dit kunnen alleen advocaten zijn die een cliëntrelatie hebben met de gedetineerde, om zo de vertrouwelijkheid van de gesprekken te waarborgen. Door te werken in duo’s wordt het lastiger voor gedetineerden om druk uit te oefenen en advocaten zo te bewegen mee te werken met voortgezet crimineel handelen vanuit detentie. Bovendien wordt het ook eenvoudiger om eventuele dilemma’s met elkaar te bespreken en zo nodig de deken daarbij te betrekken. Bij het werken in duo’s spelen diverse

Pagina 10 van 14

uitvoeringsvragen, bijvoorbeeld de financiering van de tweede advocaat en de vraag of het de advocaat van eenzelfde kantoor mag zijn. Hierover ben ik in gesprek met de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). Screening en kwaliteitseisen In verband met de hoge mate van integriteit die van een advocaat wordt verwacht geldt nu al dat bij beëdiging een VOG moet worden overlegd. Hierbij geldt een specifiek screeningsprofiel met een terugkijktermijn van 10 jaar. Ik onderzoek de mogelijkheid om die VOG niet alleen bij beëdiging te vragen, maar periodiek, bijvoorbeeld eens in de 5 of 10 jaar. Verder ga ik in gesprek met de NOvA over het stellen van extra kwaliteitseisen voor advocaten die gedetineerden bijstaan die op de zogeheten GVM-lijst staan. Een vorm van screening kan hiervan ook onderdeel zijn. Bij extra kwaliteitseisen denk ik aan eisen met betrekking tot kennis, ervaring en integriteit waar advocaten aan moeten voldoen. Advocaten die dan aan die kwaliteitseisen voldoen kunnen zich dan als zodanig bij de NOvA registreren en alleen die advocaten zouden dan toegang krijgen tot gedetineerden in de EBI.

Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen Directie Sanctie- en Slachtofferbeleid Datum 22 november 2021 Ons kenmerk

Kernwaarden Onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid zijn de vijf kernwaarden van de advocaat. Deze kernwaarden vormen de basis van het bijzondere karakter het beroep van de advocaat. Zo is onafhankelijkheid een noodzakelijke voorwaarde voor een behoorlijke uitoefening van het beroep. De advocaat behoort onafhankelijk te zijn ten opzichte zijn cliënt, de overheid, de rechter en anderen, maar ook tegenover de zaak die hij behandelt. Die zaak moet de advocaat benaderen met voldoende afstand en persoonlijke belangen van de advocaat mogen daarbij geen rol spelen. Ook de schijn dat dat het geval zou kunnen zijn moet, zo mogelijk, vermeden worden. Gelet op deze wettelijke kernwaarde vind ik het dan ook moeilijk verdedigbaar dat advocaten cliënten bijstaan met wie zij een nauwe persoonlijke band of een familieband hebben, omdat dan al snel persoonlijke belangen een rol kunnen gaan spelen. Op grond van de huidige Gedragsregels is het niet verboden om familieleden bij te staan of personen met wie de advocaat een nauwe persoonlijke band heeft. Voorwaarde voor die bijstand is wel dat de onafhankelijkheid in de uitoefening van het beroep niet in gevaar komt. De afweging of bijstand kan worden verleend is in beginsel aan de advocaat, waarbij dit achteraf getoetst kan worden. De aanhouding van de neef van R.T.

die tevens zijn advocaat is, laat mijns inziens zien dat die afweging hier niet goed is gegaan. Ik roep de NOvA dan ook op om binnen de beroepsgroep het gesprek aan te gaan over de onafhankelijkheid in relatie tot het bijstaan van familieleden en personen met wie de advocaat een nauwe persoonlijke band heeft en indien nodig eerder in te grijpen. Vertrouwelijkheid is een andere kernwaarde. De vertrouwelijkheid van de communicatie tussen cliënten en hun advocaat is een grondbeginsel dat we moeten respecteren. Er gelden terecht zware waarborgen als daar inbreuk op wordt gemaakt. Tegelijkertijd zien we ook dat advocaten soms bij communicatie met cliënten gebruik maken van een PGP-telefoon. Hoewel dit in het algemeen niet verboden is, rijst wel de vraag waarom dat gebeurt en vooral ook waarom in een dergelijk geval niet gebruik wordt gemaakt van de eigen geheimhoudertelefoon. Hierover ga ik in gesprek met de NOvA. In zijn

Pagina 11 van 14

algemeenheid vind ik dat vanuit de NOvA daarbij normerender moet worden opgetreden richting de eigen beroepsgroep. Het is namelijk in het belang van de advocatuur zelf dat de kernwaarden boven alle twijfel verheven zijn. Betalingen aan advocaten In het kader van een behoorlijke rechtspleging moet iedereen zich kunnen laten bijstaan door een advocaat. Tegelijkertijd moeten we proberen te voorkomen dat advocaten worden betaald met gelden die afkomstig zijn uit criminaliteit, omdat het ontvangen van geld waarvan je weet dat het afkomstig is uit criminaliteit in beginsel een strafbaar feit kan opleveren. Bij het nemen van eventuele maatregelen op dit terrein is het noodzakelijk de juiste balans te bewaken tussen de waarborgen van onze rechtsstaat en de aanpak van ondermijning.

Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen Directie Sanctie- en Slachtofferbeleid Datum 22 november 2021 Ons kenmerk

Nu al is het zo dat in veel strafzaken, zeker daar waar het gaat om een ambtshalve toevoeging, de advocaat wordt betaald vanuit het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand. De advocaat moet de cliënt altijd wijzen op de mogelijkheid van een toevoeging, maar de cliënt mag er vanaf zien. In dat geval wordt de advocaat betaald door de cliënt. Het spanningsveld tussen het recht op rechtsbijstand en de strafrechtelijke norm inzake heling en witwassen is van alle tijden. Het algemeen belang van een behoorlijke rechtspleging brengt mee dat een advocaat in beginsel bijstand moet kunnen verlenen zonder vrees voor vervolging wegens heling. Belangrijke voorwaarde bij dat uitgangspunt is dat er geen sprake mag zijn van een overmatige honorering waardoor de advocaat mee zou delen in criminele gelden. Gelet op de recente ontwikkelingen op het terrein van het tegengaan van ondermijning ga ik in gesprek met de NOvA en met het OM over het hiervoor geschetste dilemma en mogelijke aanvullende waarborgen om met dit dilemma om te gaan. Bij die gesprekken wil ik ook de optie bespreken om het in beginsel niet meer mogelijk te maken een ambtshalve toevoeging te weigeren.

Achteraf kan dan nog wel, zoals nu ook al kan, door de Raad voor Rechtsbijstand getoetst worden of de toevoeging gelet op de draagkracht van de veroordeelde terecht is afgegeven of dat de veroordeelde de toevoeging moet terug betalen. Het niet meer kunnen weigeren van een ambtshalve toevoeging betekent een inperking van de vrije advocaatkeuze. Of deze inperking uiteindelijk te rechtvaardigen is in het licht van het te bereiken doel, neem ik mee bij de verdere uitwerking. Een andere optie die ik wil bespreken is dat de advocaat die het vermoeden heeft dat het geld dat hij ontvangt voor zijn dienstverlening een criminele herkomst heeft dit eerst met de deken bespreekt. De deken kan dan op voorhand toetsen dat er geen sprake lijkt te zijn van overmatige honorering, bijvoorbeeld door een veel hoger uurtarief te vragen. Met betrekking tot contante betalingen geldt nu al dat advocaten dit in beginsel niet mogen aannemen waarop wel uitzonderingen mogelijk zijn. Bovendien geldt dat bij een contante betaling van meer dan € 5.000 in een zaak eerst overleg met de deken moet plaatsvinden. Ik bespreek met de NOvA of de grens kan worden verlaagd of helemaal afgeschaft.

Pagina 12 van 14

Ook in de advocatuur is er aandacht voor het verrichten en ontvangen van betalingen. De NOvA is recent een taskforce bescherming tegen ondermijning gestart en ik verwacht dat daar ook gekeken gaat worden naar mogelijke kwetsbaarheden bij betalingen aan advocaten. Daarnaast voeren de dekens, in samenwerking met de unit Financieel Toezicht Advocatuur, in 2021 een themaonderzoek uit naar de naleving van wet- en regelgeving inzake Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en de Verordening op de advocatuur door strafrechtkantoren. Hierbij wordt gekeken naar contante betalingen (inclusief de administratieve verwerking daarvan) en financiële bewegingen op de derdengeldenrekening.8 De resultaten van dit onderzoek verschijnen naar verwachting in de eerste helft van 2022.

Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen Directie Sanctie- en Slachtofferbeleid Datum 22 november 2021 Ons kenmerk

Rechtsgang Het werkbezoek aan Italië heeft inzicht gegeven in de wijze waarop daar wordt omgegaan met opsporing, vervolging, berechting en detentie van personen die verdacht worden van deelname aan ´maffia-achtige georganiseerde misdaad´. Verdenking van of veroordeling voor een dergelijk delict en de plaatsing in een specifiek detentieregime, kan doorwerken in verschillende onderdelen van het Italiaanse strafrechtsysteem. Onderdeel daarvan is dat er in beginsel geen vervoer meer plaats vindt van gedetineerden waarbij het vervoer als zodanig een bedreiging is van de openbare orde en veiligheid. Voor de langere termijn wil ik onderzoeken welke onderdelen van de Italiaanse aanpak ook in Nederland toepassing kunnen vinden. Op korte termijn wordt het vervoer van gedetineerden met ernstige veiligheidsrisico’s teruggedrongen door te investeren in extra digitale voorzieningen zoals videoconferentie, zodat de rechter kan bepalen dat niet alle verdachten fysiek in de zittingszaal aanwezig zijn, maar ze wel op een goede manier worden gehoord. Dit moet het vervoer van gedetineerden met ernstige veiligheidsrisico´s en de daarmee gepaard gaande – en in mijn ogen niet langer acceptabele - risico’s voor de openbare orde en veiligheid fors verminderen.

Daarbij zal ervoor worden gezorgd dat noodzakelijke randvoorwaarden in orde zijn, zoals de mogelijkheid van vertrouwelijk overleg met de raadsman en de kwaliteit en ruimtelijke opstelling van de videoverbinding. Dit vergt in de eerste plaats aanpassing van het Besluit videoconferentie. Daarin zal expliciet tot uitdrukking worden gebracht dat de rechter, ook zonder instemming van de verdachte of diens raadsman, kan beslissen om videoconferentie te gebruiken bij ernstige veiligheidsrisico’s tijdens het vervoer van en naar de zitting. De Rechtspraak heeft toegezegd met een intern advies te komen hoe om te gaan met gebruik van videoconferentie bij gedetineerden met een buitengewoon veiligheidsrisico.

Jaarplan dekenberaad 2021, p. 16, zie: https://www.advocatenorde.nl/over-denova/samenwerking/dekenberaad. 8

Pagina 13 van 14

De wijziging van het Besluit videoconferentie zal op korte termijn ter hand worden genomen en, in afstemming met de Raad voor de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de NOvA in procedure worden gebracht. Financiële paragraaf De in deze brief genoemde maatregelen met betrekking tot de AIT en de genoemde maatregelen met betrekking tot de PI Vught, zoals de videowall, RCruimte en de ontsluitingsweg en de daarmee samenhangende uitgaven zijn gedekt binnen de begroting van JenV. Zoals gezegd worden voor de overige maatregelen, waaronder de aanpassingen van wet- en regelgeving, allereerst de operationele en financiële gevolgen in kaart gebracht. Op basis daarvan zal ik u in het voorjaar 2022 nader informeren over welke maatregelen genomen kunnen worden.

Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen Directie Sanctie- en Slachtofferbeleid Datum 22 november 2021 Ons kenmerk

Tot slot Binnen onze rechtsstaat moeten mensen zich veilig en beschermd weten. De buitencategorie criminelen waar we op dit moment mee te maken hebben, maakt daar ernstige inbreuk op. We weten dat vervoer grote risico’s met zich meebrengt en dus verminderen we dat als het even kan door meer gebruik te gaan maken van videozittingen en justitiële inrichtingen te bouwen waar berechting en verblijf samen gaan. Ook maken we het toezicht strenger en zorgen we dat het personeel sterk staat. Ik besef dat we er dan nog niet zijn. We zullen alert moeten blijven en steeds nieuwe maatregelen moeten nemen om geharde criminelen een stap voor te blijven, ook in de gevangenis. Daarnaast is er een meer ethische discussie nodig over hoe streng we willen zijn en waar in ons humane land de grens ligt. Deze brief en de aankondigde maatregelen zie ik als een wezenlijke stap in de versterking van de gezamenlijke aanpak van de ketenpartners die zijn betrokken bij de berechting en detentie van verdachten van georganiseerde criminaliteit. Ik zal u over de voortgang in het voorjaar van 2022 informeren.

De Minister voor Rechtsbescherming,

Sander Dekker

Pagina 14 van 14

RAPPORT Verkenning vervoersbewegingen en zittingsruimte PI Vught

Ministerie van Justitie en Veiligheid Den Haag, 17 november 2021

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1.

Vught ............................................................................................................................................... 5 1.1 Reconstructie N65 ......................................................................................................................... 6 1.2 Programma Hoogfrequent Spoor .................................................................................................. 6

2.

Omgeving van de PI Vught .............................................................................................................. 6 2.1 Verkeersveiligheid ......................................................................................................................... 7 2.2 Bereikbaarheid en bedrijfsveiligheid en -zekerheid ....................................................................... 7 2.3 Opgaven: 2e ontsluitingsweg en nieuwe entree ........................................................................... 7

3.

De PI Vught ...................................................................................................................................... 9 3.1 Extra Beveiligde Inrichting (EBI) .................................................................................................... 9

4.

Gedetineerden met een vlucht- en/of maatschappelijk risico en hun vervoer .............................. 9 4.1 Vervoer van gedetineerden ......................................................................................................... 10

5.

BOT-transporten van en naar Vught ............................................................................................. 11 5.1 Aantal BOT-vervoer verplaatsingen 2018-2021 .......................................................................... 11 5.2 Kosten BOT-vervoer van en naar Vught ...................................................................................... 13

6.

Analyse .......................................................................................................................................... 13 6.1 Infrastructurele projecten Vught ................................................................................................. 13 6.2 Toename GVM gedetineerden in Vught ...................................................................................... 14 6.3 Toename BOT transporten .......................................................................................................... 14 6.4 Toename overlast en risico’s BOT transporten............................................................................ 14 6.5 Toename Hoogbeveiligde zittingen ............................................................................................. 14

7.

Oplossingsrichtingen ..................................................................................................................... 15 7.1 Lange termijn (na 2027) .............................................................................................................. 15 7.2 Korte termijn................................................................................................................................ 15 7.2.1 Leg een (tijdelijke) tweede ontsluitingsweg aan .................................................................. 15 7.2.2 Plaats preventief gehechte gedetineerden zoveel mogelijk elders ...................................... 17 7.2.3 Plan zittingen zoveel mogelijk meerdaags en laat gedetineerden elders overnachten ....... 18 7.2.4 Laat (GVM-)gedetineerden zoveel mogelijk online deelnemen aan hun zitting .................. 19 7.2.5 Bouw een tijdelijke zittingslocatie met een tijdelijke ontsluitingsweg in/bij de PI Vught .... 20

8.

Conclusie ....................................................................................................................................... 24 8.1 Aanpak......................................................................................................................................... 24 8.2 Oplossingsrichtingen ................................................................................................................... 25

Bijlage 1: overzicht regimes................................................................................................................... 27 Bijlage 2: planning risicovolle zaken ...................................................................................................... 28 Bijlage 3: gebruik videoconferentie....................................................................................................... 29 Bijlage 4: Zuidwestelijke tweede Ontsluitingsweg ................................................................................ 30 2

Bijlage 5: Tijdelijke zittingslocatie aan de Noordwestzijde met tijdelijke noordelijke ontsluitingsweg 31

3

Inleiding Op 7 september 2020 heeft de Minister voor Rechtsbescherming gesproken met de burgemeester van Vught naar aanleiding van diens oproep om de door de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak gewenste uitbreiding van de capaciteit van extra beveiligde zittingslocaties in Vught te realiseren. Tijdens dit gesprek is afgesproken om gezamenlijk naar de problematiek bij de Penitentiaire Inrichting Vught (hierna: PI Vught) te kijken. Hiertoe is een werkgroep ingesteld om de impact van de vervoersbewegingen van de Dienst Vervoer & Ondersteuning (hierna: DV&O) van en naar de PI Vught te verkennen. De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Raad voor de rechtspraak en het Openbaar Ministerie. 1 Op 10 december 2020 hebben de Kamerleden Van Toorenburg en Van Nispen een motie ingediend waar in het dictum de regering wordt verzocht om ‘serieus te bezien of naast de initiatieven die in Vlissingen worden ontwikkeld, in de PI Vught zittingsruimte kan worden ingericht zodat (onderdelen van) strafzaken in de toekomst ook in de PI Vught kunnen worden afgehandeld’.

2 In de overwegingen van de motie staat dat er een stijgende behoefte is aan zowel capaciteit voor beveiligd vervoer als extra beveiligde zittingscapaciteit, dat beveiligd vervoer kostbaar is, risico’s met zich meebrengt en regelmatig tot onveilige situaties leidt in Vught, dat de toegankelijkheid van de PI Vught onder druk staat in verband met aanstaande wegwerkzaamheden (N65) en werkzaamheden aan het spoor en dat de PI Vught toch al bouwactiviteiten gepland heeft en ruimte over heeft. De motie is aangenomen. De motie wordt uitgevoerd door het onderzoek naar het inrichten van een zittingsruimte in/bij de PI Vught als een van de oplossingsrichtingen te betrekken bij de verkenning naar de vervoersbewegingen. Centraal in deze verkenning staan de vragen: 1. Op welke wijzen kan het vervoer van gedetineerden met een hoog risicoprofiel van en naar de PI Vught en de daarmee gepaard gaande risico’s en overlast worden beperkt? 2. Kan de bouw van een (tijdelijke) zittingsruimte in Vught bijdragen aan de beperkingen van deze vervoersbewegingen? 3. Is de bouw van een (tijdelijke) zittingsruimte in Vught noodzakelijk om het BOTvervoer afdoende te beperken? De werkgroep heeft voor de beantwoording van de vragen een onderscheid gemaakt tussen oplossingsrichtingen voor die op korte termijn kunnen worden gerealiseerd en oplossingen waarvoor een langere termijn is benodigd.

Op 9 juli 2021 heeft de directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving een zienswijze op het conceptrapport gevraagd aan het Openbaar Ministerie, de Raad voor de rechtspraak, de Dienst Justitiële Inrichtingen en de burgemeester van Vught. Mede naar aanleiding van de zienswijze van DJI is op 7 september 2021 tevens de zienswijze gevraagd van de Inspectie JenV. Deze zienswijzen zijn als bijlage bij het rapport gevoegd.

1 2

Deelnemende onderdelen: DGRR, DGSenB, DHF, DJI, DV&O. Kamerstukken II 2021/21, 24587 nr. 791.

4

Voorts is relevant dat de Commissie Hoogbeveiligde Zittingslocatie ten noorden van de grote rivieren op 28 juni 2021 haar advies heeft aangeboden aan de Raad voor de rechtspraak en de minister voor Rechtsbescherming. De commissie adviseert, gegeven de opdracht aan de commissie en de door haar vastgestelde uitgangspunten en voorhanden locaties, het Rijksvastgoedbedrijf opdracht te geven de bouw van een hoog beveiligde zittingslocatie ten noorden van de grote rivieren op de locatie Lelystad projectmatig nader te onderzoeken. Daarbij geven de mogelijkheden voor het beheersbaar maken van de veiligheidsrisico’s in combinatie met de mogelijkheden in de penitentiaire inrichting Lelystad cellen voor tijdelijke overnachting van EBI/GVM-hoog gedetineerden te realiseren, de doorslag. Ook de omstandigheid dat de betreffende grond voor de bouw van een HBZ reeds in eigendom is van het RVB, speelt daarin mee. De minister voor Rechtsbescherming heeft 8 juli 2021 het advies van de commissie naar de Tweede Kamer gestuurd. Op dit moment worden de financiële, organisatorische, beheersmatige en andere relevante aspecten nader uitgediept in voorbereiding op de besluitvorming. Het OM en de burgemeester van Vught hebben gevraagd om een bredere analyse van de maatschappelijke en veiligheidsrisico’s en de ondermijningsproblematiek. Dat valt buiten het bestek van de taakopdracht van de werkgroep.

In debrief aan de Tweede Kamer waarbij dit eindrapport zal worden gevoegd wordt hier nader op ingegaan. Hetzelfde geldt voor de onderlinge verhouding met het traject voor een hoogbeveiligde zittingslocatie ten noorden van de grote rivieren. De werkgroep merkt voorts op dat bij de verkenning de informatie is betrokken die op dat moment beschikbaar was. De werkgroep heeft zich ingespannen om zo actueel mogelijke informatie te verkrijgen. De werkgroep heeft een kwalitatieve analyse gemaakt en deze op basis van de beschikbare gegevens van kwantitatieve onderbouwing voorzien door middel van aannames en schattingen. Leeswijzer Het rapport leest ‘van buiten naar binnen’: In paragraaf 1 wordt een beschrijving van Vught gegeven en de infrastructurele projecten waar Vught de komende jaren mee te maken krijgt. In paragraaf 2 wordt ingezoomd op de omgeving van de PI Vught, waarna paragraaf 3 ingaat op de PI zelf en de doelgroepen die er verblijven. Paragraaf 4 gaat vervolgens in op het vervoer van gedetineerden die een hoger dan normaal risicoprofiel hebben. Paragraaf 5 beschrijft de ‘buitencategorie’ van dit type vervoer zijnde de zogeheten BOT Transporten. Paragraaf 6 analyseert vervolgens het probleem, waarna paragraaf 7 ingaat op de oplossingsrichtingen voor de korte en lange termijn. De conclusie volgt in paragraaf 8.

1.

Vught

Vught telt ongeveer 33.000 inwoners en ligt in het hart van de Brabantse Meierij. De gemeente bestaat uit de kernen Vught, Cromvoirt en Helvoirt en is vooral bekend vanwege de aanwezige zorginstellingen, maar huisvest ook twee kazernes, de verkeerspolitie Oost-Brabant, het nationaal Monument Kamp Vught en de PI Vught. Vught is gelegen aan de snelwegen A2 en N65 en aan de spoorlijnen ’s-Hertogenbosch-

5

Tilburg en ’s-Hertogenbosch-Eindhoven. De komende jaren (2022-2030) worden in en rond Vught grootschalige werkzaamheden uitgevoerd aan spoor en weg.

1.1 Reconstructie N65 Naar verwachting start de Provincie Noord-Brabant in september 2022 met de reconstructiewerkzaamheden van de Rijksweg N65 tussen ’s-Hertogenbosch en Tilburg. Tussen Vught en Haaren wordt de rijksweg geheel opnieuw en voor een groot deel verdiept aangelegd. Deze werkzaamheden duren ongeveer vier jaar. Tijdens deze reconstructie verandert de 4-baansweg in een 2-baansweg en worden diverse afritten van en naar de N65 afgesloten.

1.2 Programma Hoogfrequent Spoor Het spoorwegennet wordt geschikt gemaakt voor de huidige en toekomstige vraag van vervoerders en reizigers. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat realiseert dit de komende jaren samen met ProRail middels het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS). Onderdeel van het PHS is het traject Meteren-Boxtel, waar meer reizigers- en goederentreinen gaan rijden. Vught ligt op dit traject. Daarom wordt in Vught de komende jaren:  Een vierde spoorlijn aangelegd;  Een verdiepte ligging van de spoorlijn gerealiseerd;  Een vrije kruising gerealiseerd voor treinen tussen ‘s-Hertogenbosch - Tilburg en treinen tussen ’s-Hertogenbosch – Eindhoven. Deze werkzaamheden duren naar verwachting acht jaar en starten in Q1 2022 en overlappen dus met de werkzaamheden aan de N65. Naast de hierboven genoemde twee grote rijksinfraprojecten zijn er twee locale projecten. Gezamenlijk gaan deze projecten de bereikbaarheid van de gemeente Vught, en daarmee de PI Vught, de komende jaren beïnvloeden.

2.

Omgeving van de PI Vught

In november 2020 heeft het Rijksvastgoedbedrijf een gebiedsstructuurvisie “Rijksontwikkeling omgeving Lunettenlaan Vught” opgeleverd aan de gemeente en provincie. Hieronder volgt een samenvatting van de visie die betrekking heeft op de PI Vught, de problemen met betrekking tot verkeersveiligheid en bereikbaarheid en bedrijfsveiligheid en de maatschappelijke opgaven om die te verbeteren. De PI Vught is gelegen aan de Lunettenlaan. Deze weg is tijdens WOII aangelegd als toegangsweg naar 'Kamp Vught'. De laan is de hoofdontsluiting en enige ontsluiting voor alle aanliggende partijen en terreinen in het gebied. Deze ontsluitingsweg sluit alleen aan de zuidzijde aan op het regionale wegennet. Aan de noordzijde eindigt de Lunettenlaan in het gebied. Aan weerszijden van de Lunettenlaan liggen Defensiekazernes, oefenterreinen en andere (rijks)objecten. Ten noorden van de Van Brederodekazerne ligt, in de structuur van het voormalig Kamp, een woongebied waar na de 2e wereldoorlog vooral een Molukse gemeenschap is gevestigd. Tussen het woonoord en het afwateringskanaal 's-Hertogenbosch-Drongelen, ligt de Penitentiaire Inrichting Vught (PI), met een extra beveiligde inrichting (EBI). Aan de noordzijde ligt naast de PI het bezoekerscentrum van het Nationaal Monument Kamp Vught (NMKV). Het museum trekt jaarlijks ongeveer 100.000 bezoekers.

Halverwege de laan staat nog Barak 1B als bezoeklocatie van het NMKV en is tot slot het Geniemuseum gevestigd.

6

2.1 Verkeersveiligheid

Rondom de Lunettenlaan spelen diverse ontsluitings-en veiligheidsproblemen gerelateerd aan verkeer. Deze problemen zijn divers en terug te herleiden tot aspecten als: veel verschillende gebruikers, hoge intensiteiten, grote verschillen in snelheid, massa en richting van het verkeer, de inrichting van de weg, zoekverkeer en piekmomenten. Op de laan ontmoeten de schoolklassen die lopend het NMKV en Barak 1B bezoeken de zwaarbeveiligde gevangenentransporten die met optische en geluidssignalen (O&G) rijden en komen wandelende recreanten en bewoners van het woonoord de bevoorradingsvrachtauto's, touringcars en defensievoertuigen tegen. Daar tussendoor zoeken toeristische fietsers een veilige weg naar onder andere de IJzeren Man of ‘sHertogenbosch. De hoge intensiteiten van motorvoertuigen (gem. 1.800 mvt/werkdag ter hoogte van de PI/NMKV tot ruim 3.250 mvt/werkdag bij de aansluiting op de Boslaan) vergroten de verkeersonveiligheid.

2.2 Bereikbaarheid en bedrijfsveiligheid en -zekerheid

Doordat de Lunettenlaan slechts aan één zijde aansluit op het regionale wegennet en alle partijen afhankelijk zijn van deze ontsluiting is dit een zeer zwakke schakel in de bereikbaarheid en bedrijfszekerheid. Dit is vooral voor de PI en Defensie ook vanuit veiligheidsoogpunt een onwenselijke situatie.

2.3 Opgaven: 2e ontsluitingsweg en nieuwe entree

Het is al tientallen jaren de wens van alle betrokken partijen (gemeente, Defensie, DJI, NMKV, bewoners, buurtbus) dat de verkeersveiligheid van de Lunettenlaan verbeterd wordt. Voor een goede verkeersveiligheid is een herinrichting nodig. De verkeersveiligheid op de Lunettenlaan en het verbeteren van de bereikbaarheid van de PI aan de zuidwestzijde nabij het oefenterrein de Kamp en het NTC CBRN zijn de reden dat al jaren wordt gezocht naar een mogelijkheid om een 2e ontsluitingsweg te realiseren. Realisatie hiervan is echter moeilijk. Dit komt door:  De historische achtergrond van de hele omgeving van de PI Vught en beperkte ruimte;  De vele en vooral diverse gebruikers van de Lunettenlaan;  De eigendomsverhoudingen van de weg (de Lunettenlaan is eigendom van het Rijk maar in beheer van Defensie);  De Natura 2000 gebieden in de omgeving van de PI Vught. In aansluiting op de gebiedsstructuurvisie “Rijksontwikkeling omgeving Lunettenlaan Vught” wordt momenteel onder leiding van het Rijksvastgoedbedrijf en Rijksbouwmeester een gebiedsvisie ontwikkeld in samenwerking met de diverse partijen zoals de PI, Defensie, NMKV, de Molukse gemeenschap, gemeente en provincie waarin de diverse ontwikkelingen rond de Lunettenlaan in samenhang worden gepresenteerd. De 2e ontsluitingsweg heeft daarin een belangrijke plaats.

De gebiedsvisie wordt naar verwachting in eind 2021/begin 2022 opgeleverd. Oogmerk is om op basis van de vastgestelde gebiedsvisie tot uitvoering over te gaan van de onderliggende deelprojecten, met prioriteit voor de 2e ontsluitingsweg. Met een tweede ontsluitingsweg en door het scheiden van de verkeersstromen verbetert de verkeersveiligheid op de Lunettenlaan. Ook het risico voor de zwaarbeveiligde DJItransporten wordt hierdoor kleiner. Een tweede ontsluitingsweg ontlast de kernen van Vught en Helvoirt.

7

Om de veiligheid en het functioneren van de PI te waarborgen is het tevens noodzakelijk dat er een nieuwe entree voor de PI wordt gerealiseerd. Onderzoek door de Inspectie van Justitie en Veiligheid in 2016 heeft bevestigd dat de huidige entree niet langer berekend is op de eisen van de huidige en toekomstige bedrijfsvoering van de PI en een veilig en goed functioneren van het primaire proces. 3 De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd door de toenmalige Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Daarom wordt er sinds 2017 onderzocht hoe de entree het beste vervangen kan worden. De huidige locatie zorgt voor grote parkeer- en verkeersproblemen. De ontwikkeling richt zich daarom op een nieuwe toegang in de zuidwest hoek van de PI. Voor de huidige functies op deze locatie zal vervangende nieuwbouw worden gerealiseerd. De aanleg van de 2e ontsluitingsweg is hier onlosmakelijk mee verbonden. Daarmee hoeven de vervoersbewegingen van gedetineerden en BOT-transporten niet langer over de druk bezette en onveilige Lunettenlaan plaats te vinden.

3

https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/j4nvgs5kjg27kof_j9vvij5epmj1ey0/vk1tos9ekl0j/f=/blg6886 64.pdf.

8

Afbeelding 1: Overzicht PI Vught en omgeving

3.

De PI Vught

De Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: DJI) is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en voert namens de Minister straffen en vrijheidsbenemende maatregelen uit die door de rechter zijn opgelegd. DJI is verantwoordelijk voor de dagelijkse verzorging van gedetineerden en werkt op vele manieren met hen samen aan de voorbereiding op terugkeer in de maatschappij. Met 38 locaties verspreid over het land en een personeelsbestand van ruim 15.000 medewerkers is DJI een van de grootste overheidsorganisaties van Nederland. Jaarlijks stromen ruim 37.000 nieuwe justitiabelen in. De PI Vught is met 765 plaatsen en 1200 personeelsleden één van de grootste penitentiaire inrichtingen van Nederland. In de PI Vught worden in totaal negen regimes uitgevoerd. Deze regimes variëren van een ‘reguliere’ gevangenis tot regimes voor gedetineerden met een hoog risico- of zorgprofiel of een hoog vluchtrisico (zie hieronder bij paragraaf 4). De PI Vught heeft zowel een gevangenis als een Huis van Bewaring (HvB), Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD), Terroristen Afdeling (TA), Afdeling Beheersproblematische Gedetineerden (BPG), Langdurige Forensische Psychiatrische Zorg (LFPZ), Zeer intensieve Specialistische Zorg (ZISZ) als een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC).

Deze diversiteit aan regimes maakt PI Vught naast zijn omvang, ook één van de belangrijkste en meest diverse penitentiaire inrichtingen van Nederland.

3.1 Extra Beveiligde Inrichting (EBI)

Penitentiaire Inrichtingen of afdelingen zijn naar de mate van beveiliging onderscheiden en ingericht in categorieën a (beperkt beveiligd) tot en met d (Extra Beveiligd). 4 De Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught is momenteel de enige afdeling in Nederland die tot de categorie d behoort.

4. Gedetineerden met een vlucht- en/of maatschappelijk risico en hun vervoer Gedetineerden die geen standaard risicoprofiel hebben worden op een zogeheten GVMlijst geplaatst. GVM staat voor gedetineerden met een vlucht- en/of maatschappelijk risico. Het gaat dan om risico’s die DJI loopt met betrekking tot de veiligheid binnen de PI of in de samenleving. Hierbij valt te denken aan risico’s op ontvluchting of bevrijding van buitenaf, liquidatie, voortgezet crimineel handelen vanuit detentie, radicalisering of andere inbreuken op cruciale veiligheidsbelangen, zoals ondermijning van het gezag. In de GVM-lijst wordt onderscheid gemaakt tussen de categorieën verhoogd, hoog en extreem:

4

Artikel 13 penitentiaire beginselenwet.

9

 

Verhoogd: Gedetineerden in deze categorie moeten gemonitord worden, maar kunnen geplaatst worden in iedere PI met een normaal beveiligingsniveau; Hoog: Deze gedetineerden moeten gemonitord worden en in een van de GVM-hoog penitentiaire inrichtingen worden geplaatst. DJI kent 10 inrichtingen die een dergelijke status hebben; Extreem: Deze gedetineerden moeten geplaatst worden in de EBI of TA.

Een zogeheten selectiefunctionaris van de Divisie Individuele Zaken van DJI besluit, namens de Minister, of een gedetineerde op de GVM-lijst wordt geplaatst en welk risicoprofiel wordt toegekend. 5 Gemiddeld zijn er 35 gedetineerden met het profiel ‘verhoogd’, 25 met het profiel ‘hoog’ en 10 met het profiel ‘extreem’. De trend in de afgelopen jaren is dat alle GVMcategorieën gestaag stijgen. Ook het aantal GVM-gedetineerden met het profiel ‘hoog’ en ‘extreem’ dat is gehuisvest in Vught, stijgt.

4.1 Vervoer van gedetineerden

De Dienst Vervoer & Ondersteuning (DV&O) is een onderdeel van de DJI. Een van de taken van de DV&O is het vervoeren van personen van en naar politiebureaus, huizen van bewaring, penitentiaire inrichtingen en rechtbanken. DV&O verzorgt het vervoer van arrestanten, Tbs-patiënten, volwassen gedetineerden, jongeren en vreemdelingen op verschillende beveiligingsniveaus. Voor het vervoer van GVM-gedetineerden maakt de afdeling Risicoanalyse van de DV&O een analyse en beoordeling per opdracht. De vervoersopdracht kan door een reguliere cellenbus gedaan worden, door het extra beveiligd vervoer (EBV) en in bijzondere gevallen worden opgeschaald naar vervoer dat wordt uitgevoerd door het Bijzonder Ondersteuningsteam (BOT):  Regulier beveiligd vervoer: Vervoer in een normale cellenbus zonder inzet van extra personeel. Er kan worden gekozen om een gedetineerde alleen in compartiment (AIC) of alleen in een voertuig (AIV) te vervoeren.  Extra beveiligd vervoer: Gedetineerden worden in onopvallende voertuigen van DV&O vervoerd, zonder andere gedetineerden en met 1 extra medewerker. Er is normaliter geen sprake van meerdere voertuigen die met optische en geluidssignalen rijden of andere maatregelen.  BOT-Transport: Meerdere gepantserde voertuigen die zich met verhoogde snelheden en optische en geluidsignalen verplaatsen, dit kan met ondersteuning vanuit de lucht.

Binnen BOT-Transport wordt nog onderscheid gemaakt tussen BOT-laag, BOT-midden en BOT-hoog. Dit onderscheid bepaalt het aantal voertuigen dat DV&O gebruikt voor het transport en of er gebruik wordt gemaakt van bijstand door andere diensten en/of (ondersteuning) vanuit de lucht. Circa 95% van de BOT transporten zijn ‘Hoog’ of ‘Midden’. GVM-gedetineerden in de categorie ‘verhoogd’ worden doorgaans vervoerd met Extra beveiligd vervoer. Gedetineerden in de categorie ‘extreem’ worden altijd met BOTTransport vervoerd. Bij gedetineerden in de categorie ‘hoog’ wordt per geval bekeken of EBV voldoende is of dat BOT-Transport noodzakelijk is. De DV&O besluit voor welk type vervoer wordt gekozen.

De Divisie Individuele Zaken zorgt ervoor dat een veroordeelde op het juiste moment op de juiste plaats zijn straf of maatregel ondergaat. Dit kan in een gevangenis of een huis van bewaring zijn, of in een justitiële jeugdinrichting of zorginstelling. 5

10

5.

BOT-transporten van en naar Vught

Alle gedetineerden uit de EBI worden per definitie met een BOT-transport vervoerd. Voor de beeldvorming: Op 11 november 2021 verblijven er tien gedetineerden in de EBI, drie gedetineerden binnen de BPG en zes gedetineerden met een GVM-hoog profiel in Vught op de reguliere afdelingen, die ook met een BOT-Transport vervoerd worden. Deze gedetineerden worden door bewapende medewerkers van het BOT van en naar de PI Vught vervoerd in geval van politieverhoor, rechtsgangvervoer, ziekenhuisbezoek en bij eventuele calamiteiten. De burgemeester van Vught heeft als kernpunt van de zorg, vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid, waaronder verkeersveiligheid, het (toenemend) vervoer van gedetineerden (vooral de hoog risico-transporten) door de gemeente Vught heen benoemd. Deze transporten gaan met hoge snelheid door de diverse woonkernen van de gemeente, waaronder Vught zelf, alsmede Cromvoirt en Helvoirt. Risico's op het gebied van aanslagen, ontsnappingspogingen, alsmede verkeersongelukken bij deze transporten met alle gevaren voor omwonenden van dien, zijn realistisch en tevens groot. De "ondergrens" van de problematiek is, dat bij inwoners van de gemeente door de diverse BOT-transporten, waarbij een veelheid aan voertuigen, zwaarbewapende beveiliging en een helikopter worden ingezet, het veiligheidsgevoel en de veiligheidsbeleving worden aangetast.

Hij vindt dat vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid in Vught niet verantwoord. De komende jaren is de routing van dit vervoer extra problematisch, in die zin dat nog meer en langer door de woonkernen van de gemeente wordt gereden, vanwege de reconstructie van de N65 (start september 2022) en het Programma Hoogfrequent Spoor (start 2022). Sinds 2021 is er een aanzienlijke toename van het aantal BOT-Transporten vanuit met name Vught naar de beveiligde rechtbank Amsterdam en weer terug. Naar inschatting van het OM zal deze additionele inzet in elk geval de komende 3 á 4 jaar noodzakelijk zijn.

5.1 Aantal BOT-vervoer verplaatsingen 2018-2021

Op basis van cijfers van DV&O is het totaal aantal BOT-verplaatsingen in Nederland en in Vught over de periode 2018-2021 t/m augustus gemeten. Landelijk is het beeld van 2018 tot en met 2020 tussen de 871-894-867 verplaatsingen per jaar, waarvan 179154-124 in Vught. In 2021 wordt een stijging verwacht naar 1.169 verplaatsingen, waarvan 267 in Vught (lineaire prognose). Het gemiddelde aantal voertuigen dat is ingezet per verplaatsing is landelijk stabiel op 3,1, terwijl dit in Vught is gestegen van 3,2 naar 3,6.

Totaal aantal BOTverplaatsingen Gem. aantal voertuigen per verplaatsing 6

2018

2019

2020 6

871

894

867

3,1

3,2

3,1

2021 (t/m augustus) 779

Prognose 2021 (lineair) 1.169

% stijging 2021-2020 35%

Covid-19 heeft in 2020 ook invloed gehad op het aantal vervoersbewegingen van het BOT.

11

BOT-transporten van en naar Vught Gem. aantal voertuigen per verplaatsing -

179

154

124

3,2

3,5

3,6

178

267

115%

Een verplaatsing is een enkele reis tussen ophaal- en afzetlocatie. Per type opdracht wordt het aantal verplaatsingen bepaald. Een medische opdracht is meestal 2 verplaatsingen: naar het ziekenhuis en weer retour. Een overplaatsing is meestal 1 verplaatsing: Van een DJI-locatie naar de ander. Verwachting is dat het aantal BOT verplaatsingen in 2021 flink zal toenemen ten opzichte van de voorgaande jaren door meer gelastingen en hogere risico zittingen zoals bv. het Marengo proces. Het gemiddeld aantal voertuigen ingezet per verplaatsing is de laatste jaren stabiel gebleven. Voor de locatie Vught is deze echter toegenomen de laatste jaren.

In 2020 waren er in Vught op 5 dagen vier verplaatsingen, op 46 dagen twee verplaatsingen en op 12 dagen één verplaatsing, in 2021 is het aantal verplaatsingen per dag gestegen (zie tabel hieronder, bron DVO-METIS - Met inzicht sturen). Vught Aantal verplaatsingen per dag 1 2 3 4 5 6

Aantal dagen voorgekomen in 2020 12 46 0 5

Aantal dagen voorgekomen in 2021 16 52 1 11 1 1

12

Uit de gegevens van de eerste acht maanden van 2021 blijkt dat ruim 80% van de verplaatsingen van/naar Vught door het BOT ten behoeve is van de rechtsgang.

5.2 Kosten BOT-vervoer, politie en beveiliging DV&O werkt met tarieven voor haar diensten. Het tarief voor een BOT-transport varieert per opdracht (twee verplaatsingen – heen en terug) al naar gelang het risico, laag, standaard en hoog. Het tarief voor een BOT-verplaatsing is circa 5000 euro, exclusief wachttijd. De gemeente Vught heeft de uren inzichtelijk gemaakt die politieagenten van Basisteam de Meierij besteden aan de PI Vught. Iedere vervoersdag van het BOT kost de lokale politie 70 uur aan inzet. Uitgaande van 150 dagen (=300 verplaatsingen) waarop de politie deze inzet moet leveren bedraagt de inzet per jaar circa 10.000 uur. Wanneer deze inzet zou worden gekapitaliseerd dan staat dit gelijk aan een bedrag van naar schatting € 700.000,- per jaar. 7 Gezien de geprognosticeerde stijging is de verwachting dat dit bedrag kan oplopen tot € 1 mln. Naast de inzet vanuit het basisteam is er sprake van inzet van landelijke politiediensten, zoals bijvoorbeeld de luchtvaartpolitie. Daarnaast is het aantal meldingen van verdachte situaties op de Lunettenlaan fors toegenomen. In 2017-2019 waren er minder dan tien meldingen per jaar. In 2020 waren er 87 meldingen. Bij iedere melding worden er twee dubbelbemande politievoertuigen ingezet De kosten voor de beveiliging van de PI Vught bedragen circa € 6,5 mln. per jaar.

6.

Analyse

Deze paragraaf geeft een analyse van de vervoersproblematiek en de daaraan verbonden risico’s en overlast binnen en rondom de gemeente Vught. Deze risico’s worden met name veroorzaakt door een toename van BOT-vervoer van GVM-gedetineerden van en naar zittingen. Het BOT-vervoer van EBI- en andere GVM-hoog gedetineerden levert daarbij het meeste overlast en de grootste (verkeers)veiligheidsrisico’s op. Op de korte termijn wordt deze problematiek verergerd door de verkeersinfrastructurele projecten in Vught.

6.1 Infrastructurele projecten Vught

De in paragraaf 1 beschreven verkeersprojecten leiden tot uitval van meerdere routes die worden gebruikt door het BOT (hoog risicotransporten). Daardoor is de kans groot dat het BOT-vervoer door een woonwijk en dicht langs woonhuizen gaat. Naar verwachting start het eerste infraproject in Q3 2022. JenV heeft geen invloed op de planning van deze werkzaamheden. Met het oog op de aankomende (rijks)infraprojecten, waarbij lokale enkelbaans wegen dreigen vol te lopen, neemt het risico op stilstand van het transport toe. Daarbij positioneert BOT-personeel zich bewapend buiten de voertuigen, en is het risico groot dat deze incidenten plaatsvinden in de buurt van scholen en woonwijken.

Uitgaande van 2 fte (schaal 8) obv normkostenmodel. Dit is dus loon, werkgeverslasten, toeslagen, materiaal en overhead. 7

13

6.2 Toename GVM gedetineerden in Vught

Mede als gevolg van de toename van het aantal gedetineerden met een GVM-status in Vught is, op advies van de politie, het OM en de PI Vught, de openbare ruimte rondom de PI Vught (o.a. Lunettenlaan) sinds juni 2020 door de burgemeester aangewezen als veiligheidsrisicogebied. 8 Hiervan is sprake als uit feiten en omstandigheden van de politie blijkt dat de veiligheid in gevaar is, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van bedreiging of geweld met gebruik van wapens. Dit betekent bijvoorbeeld dat preventief fouilleren door de politie is toegestaan.

6.3 Toename BOT transporten

De analyse van de BOT-transporten laat zien dat het aantal BOT-vervoersbewegingen sterk is toegenomen in 2021 en dat veiligheidsrisico’s, vanwege het aantal gedetineerden met een hoog vlucht- en maatschappelijk risico waaronder liquidatiegevaar, zijn toegenomen. Dit vergroot de risico’s voor omwonenden en bezoekers van nabijgelegen musea en natuur- en recreatiegebieden, wat weer leidt tot extra inzet van politie en justitie. Het gaat hierbij met name om het vervoer van gedetineerden uit de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) naar de zwaarbeveiligde rechtbank in Amsterdam NieuwWest, genaamd De Bunker.

6.4 Toename overlast en risico’s BOT transporten

BOT-transporten brengen, naast hoge kosten en hoge risico’s, ook overlast met zich voor de inwoners van de gemeente Vught en overige weggebruikers. Het vervoer van en naar de PI Vught vindt plaats in de nabijheid van andere bestemmingen waar mensen komen (o.a. Nationaal Monument Kamp Vught, woonoord Lunetten, recreatieplas IJzeren Man). Een toename van BOT transporten leidt ook tot een toename aan risico’s voor de (verkeers)veiligheid. Inwoners van Vught vragen meer aandacht voor de veiligheid en uiten zorgen over o.a. zichtbare en hoorbare vervoersbewegingen binnen de gemeentegrenzen. Bij de gemeente komen meldingen binnen, bijvoorbeeld over incidenten waarbij BOT-personeel bewapend buiten de voertuigen is gepositioneerd om de veiligheid van het transport te waarborgen. Tezamen leidt dit de komende jaren tot een serieus probleem om gedetineerden soepel en veilig naar de zitting en terug te vervoeren. De transporten nemen toe, waarmee ook veiligheidsrisico’s en kosten zullen toenemen, alsmede de overlast voor de omwonenden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=b8ed7100-181e-445b-a9b2-1f8919cceb00