CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

13. Raadsinformatiebrief Voortgang transitie Omgevingsplan 2025

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-B Schriftelijke mededelingen van college of griffie13.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21

Toelichting: Regels over bijbehorende bouwwerken houden inhoudelijk zoveel mogelijk rekening met de bruidsschat. Er staan in dit hoofdstuk dus geen regels die zinledig zijn, omdat de bruidsschat deze overrulet. De bruidsschat wordt hierbij als een gegeven beschouwd. Toelichting: Is een regel nodig is, die is te vergelijken ar met een voormalige ‘binnenplanse afwijking’? Dan wordt dit een ‘normale’ bouwregel. Als hierbij open normen voorkomen dan komt voor de open norm de toevoeging te staan: ‘naar het oordeel van het bevoegd gezag’. Een voorbeeld hiervan staat in artikel 21.15, derde lid. Artikel 21.16 Bouwwerk, geen gebouw zijnde: erf- of perceelsafscheiding 1. De bouwhoogte van een erf- of perceelsafscheiding is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm bouwhoogte erfscheiding- Omgevingsweg 1. 2. In het gebied bouwhoogte erfscheiding-1- Omgevingsweg 1 is de bouwhoogte van een erf- of perceelsafscheiding is niet meer dan: a. 2 meter, in het achtererfgebied; of b. 1 meter, in andere gevallen. Artikel 21.17 Bouwwerk, geen gebouw zijnde: overig 1. De bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, anders dan een erf- of perceelsafscheiding is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm bouwhoogte overig bouwwerk- Omgevingsweg 1. Dit geldt niet voor zover in de volgende leden iets anders is bepaald. 2. De bouwhoogte van […] is in het gebied [locatie] niet meer dan […]. 3.

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde voor extensieve openluchtrecreatie in het gebied bouwhoogte bouwwerk openluchtrecreatie- Omgevingsweg 1 voldoet aan de volgende regels: a. er wordt geen onevenredige schade aangericht aan de aanwezige waarden; b. de bouwhoogte is niet meer dan 3 meter. Toelichting: In de praktijk is vaak behoefte aan regels over specifieke bouwwerken zoals masten, informatieborden, e.d. Die staan in het tweede lid en de daaropvolgende leden. Houd hierbij rekening met het Bbl. Bepaalde bouwwerken, zoals lichtmasten, zijn op grond van artikel 2.29 Bbl bij recht toegelaten, ongeacht de hoogte. Regelen via het omgevingsplan heeft dan geen zin.

22

Paragraaf 21.1.4 Aanlegactiviteiten Subparagraaf 21.1.4.1 Omgevingsvergunning Toelichting: In de praktijk kunnen er meerdere ‘aanlegvergunningen’ aan de orde zijn. Elk aanlegvergunningstelsel komt in een aparte subparagraaf. We hanteren hierbij de opzet van aanlegvergunningstelsels uit het bestemmingsplan. Artikel 21.17 Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten in het gebied aanlegactiviteiten-vergunningplicht-Omgevingsweg 1: a. […]; b. […]. Artikel 21.18 Uitzondering op de vergunningplicht Het verbod, bedoeld in artikel 21.17 geldt niet voor aanlegactiviteiten die: a. […]; b. […]. Artikel 21.19 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.17 wordt een landschapsplan gevoegd. Artikel 21.20 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.17 wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag […]. Artikel 21.21 Advies Het bevoegd gezag vraagt advies van […] bij de beoordeling, bedoeld in artikel 21.20.

23

BIJLAGE 3: ANNOTATIESTRATEGIE Inleiding Deze annotatiestrategie beschrijft hoe de gemeente Vught omgaat met het annoteren van het omgevingsplan. Het doel van de strategie is om eenduidige afspraken vast te leggen. Dit zorgt voor consistente annotaties en kenmerken. Duidelijke en consistente annotaties verbeteren de vindbaarheid en het hergebruik van informatie in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De annotatiestrategie is een aanvulling op de landelijke digitale standaard (STOP-TPOD) en op de handleiding bij de plansoftware (GISkit). De strategie bestaat uit drie onderdelen: 1. In het eerste deel staat een algemene toelichting op de begrippen annotatie en annotatiestrategie. 2. Het tweede deel gaat in op de inhoud van de annotaties. 3. In het derde deel staan de gemaakte afspraken over het gebruik van annotaties. N.B. Deze (versie van de) annotatiestrategie is specifiek gericht op het annoteren van hoofdstuk 21 (tijdelijk hoofdstuk voor ontwikkelingen in de transitiefase). Deze annotatiestrategie is een levend document. De gemeente zal de strategie op termijn aanpassen en aanvullen.

24

Deel 1: Algemene informatie 1.1 Wat zijn annotaties? Annotaties komen voort uit de landelijke STOP-TPOD standaard. Deze standaard zorgt voor een eenduidige manier van digitaal vastleggen van regels en beleid in omgevingsdocumenten. (Omgevingsdocumenten van de gemeente zijn het omgevingsplan, de omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s.) Simpel gezegd zijn annotaties labels (of kenmerken) die worden toegekend aan stukken tekst. Deze labels maken het mogelijk om de inhoud digitaal beter te ordenen, doorzoekbaar te maken en op de juiste manier te tonen in de viewer Regels op de kaart. Annotaties zorgen ervoor dat inwoners en bedrijven de inhoud van omgevingsdocumenten eenvoudiger kunnen terugvinden en begrijpen. 1.2 Welke annotaties kunnen gebruikt worden? Deze annotatiestrategie gaat over annotaties die (op basis van de landelijke digitale standaard STOP-TPOD) kunnen voorkomen bij het omgevingsplan: • • • • •

werkingsgebied (locatie) gebiedsaanwijzing thema activiteit omgevingsnorm

1.3 Wat is een annotatiestrategie en waarom is deze belangrijk? In de annotatiestrategie staat welke annotaties we gebruiken, en hoe. Dit is van belang om het omgevingsplan straks op een integrale manier te kunnen tonen in de viewer Regels op de kaart. 1.4 Voor wie is de annotatiestrategie bedoeld? De annotatiestrategie is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij het opstellen van het omgevingsplan. Denk aan beleidsmedewerkers, juristen en planologen, en externe bureaus die werken voor de gemeente of voor een initiatiefnemer. Bij het schrijven van de tekst moet je namelijk al rekening houden met het annoteren. Dit is de annotatiestrategie van de gemeente Vught. Als in deze annotatiestrategie wordt gesproken over ‘we’ of ‘wij’ dan wordt hiermee de gemeente Vught bedoeld.

25

1.5 Waar zie ik de annotaties uiteindelijk terug? We gebruiken het softwarepakket GIT-KIT om omgevingsdocumenten op te stellen en te annoteren. De annotaties worden, na de publicatie van het (wijzigings)besluit, zichtbaar in de viewer Regels op de kaart van het nieuwe Omgevingsloket .

Deel 2: Uitleg per type annotatie 2.1 Toelichting op annotatie Werkingsgebied (locatie) Elke regel in een omgevingsplan moet gekoppeld zijn aan een locatie. Die locatie bepaalt waar de regel geldt. Dit heet het werkingsgebied. Het koppelen van een werkingsgebied (locatie) aan een regel is verplicht. Dat is omdat regels alleen juridisch geldig zijn op één specifieke plek. Zo kunnen bijvoorbeeld in een archeologisch waardevol gebied andere regels gelden voor graven, dan daarbuiten. Het werkingsgebied zorgt voor de ‘klik op de kaart’: na een klik op de kaart toont de viewer Regels op de kaart de op die plek geldende regels (zie voorbeeld 1).

Voorbeeld 1: Visualisatie werkingsgebied (locatie) annotatie ‘gemeente Vught’

26

2.2 Toelichting op annotatie Gebiedsaanwijzing Een gebiedsaanwijzing is een annotatie, die een gebied in een omgevingsplan inhoudelijk duidt. Gebiedsaanwijzingen typeren gebieden op basis van een gemeenschappelijke eigenschap. Deze annotatie is niet verplicht, maar biedt een stukje service aan de raadpleger van het omgevingsplan. De annotatie maakt het namelijk mogelijk om gebieden met vergelijkbare eigenschappen te groeperen en zo artikelen of tekstonderdelen te clusteren. Dit faciliteert de doorzoekbaarheid van het omgevingsplan. De annotatie gebiedsaanwijzing heeft juridisch geen effect. Een gebiedsaanwijzing wordt in Regels op de kaart getoond in een specifieke kleur of arcering (zie voorbeeld 2). De gebiedengroep die geselecteerd is, bepaalt de invulling.

Voorbeeld 2: Visualisatie gebiedsaanwijzing annotatie ‘Bouwvlak’ (gemeente Wijk bij Duurstede) 6

2.3 Toelichting op annotatie Thema Een thema-annotatie is een tekst gebonden kenmerk. Dit koppelt regels of tekstdelen in omgevingsdocumenten aan een specifiek onderwerp. De thema-annotatie speelt een rol bij het terugvinden van informatie. Deze annotatie maakt het namelijk mogelijk om regels in de viewer Regels op de kaart te filteren op een specifiek thema. Dit gebeurt los van het bestuursniveau of document, waarin de regel staat.

6

Voor Vught zijn hier op dit moment nog geen voorbeelden van beschikbaar.

27

Voor het annoteren van thema’s bestaat een vaste waardenlijst die hetzelfde is voor ieder bestuursorgaan. Deze annotatie is niet verplicht en komt niet op de kaart te staan. De annotatie thema heeft juridisch geen effect.

2.4 Toelichting op annotatie Activiteit De annotatie met activiteit dient twee doelen. Net als bij thema en gebiedsaanwijzing helpt de activiteit-annotatie om regels te filteren in de viewer Regels op de kaart. De annotatie activiteit heeft juridisch geen effect. De belangrijkste rol van de activiteit-annotatie is om de relatie te leggen tussen het omgevingsplan en het Omgevingsloket. Via het Omgevingsloket kunnen gebruikers nagaan welke regels er gelden voor specifieke activiteiten. Het Omgevingsloket maakt hiervoor gebruik van vragenbomen. Aan de basis van de vragenboom staan toepasbare regels. De gemeente stelt deze toepasbare regels op, en baseert zich hierbij op de juridische regels in het omgevingsplan. De gemeente gebruikt toepasbare regels ook voor het aanmaken van aanvraagformulieren. Een aanvraag- (of meldings)formulier is nodig voor de gebruiker om een aanvraag (of melding) te kunnen doen. De gemeente kan alleen toepasbare regels opstellen als het omgevingsplan is geannoteerd met activiteiten. De manier van annoteren heeft invloed op het stelsel van toepasbare regels, vragenbomen en formulieren, en daarmee op de gemeentelijke dienstverlening. Het omgevingsplan bepaalt ook de functionele structuur7 van activiteiten en bovenliggende activiteiten. Deze functionele structuur is ook sterk van invloed op de mogelijkheden die je hebt bij het maken van de toepasbare regels.

Het annoteren met activiteit is niet verplicht of noodzakelijk voor het publiceren van een rechtsgeldig omgevingsplan. Het is wel noodzakelijk voor het opstellen van toepasbare regels voor vragenbomen en formulieren. 2.5 Toelichting op annotatie Omgevingsnorm De annotatie omgevingsnorm wordt gebruikt om juridische normen te tonen op de kaart in Regels op de kaart. Een voorbeeld hiervan is de omgevingsnorm ‘bouwhoogte’. Maar het kan ook gaan om ook andere getalsmatige én tekstuele. Een omgevingsnorm is onderdeel van de juridische regel en dus juridisch onderdeel van het omgevingsplan.

De ‘functionele structuur’ is de structuur waarin alle activiteiten, die worden gebruikt voor activiteitannotaties, zijn geordend in een onderlinge samenhang. De functionele structuur van het omgevingsplan van Vught is te raadplegen via de Registratie toepasbare regels in het Omgevingsloket. 7

28

Voorbeeld 3: Visualisatie annotatie omgevingsnorm ‘Maximum goothoogte hoofdgebouw (gemeente Wijk bij Duurstede) 8

8

Voor Vught zijn hier op dit moment nog geen voorbeelden van beschikbaar.

29

Deel 3: De afspraken Hieronder staan de afspraken per type annotatie. De afspraken sluiten – waar mogelijk – aan op de Landelijke Annotatierichtlijn.9 3.1 Algemeen • •

•

Deze afspraken gelden totdat de gemeente ze aanpast. Bij het annoteren volgt de opsteller van het omgevingsplan deze afspraken. Afwijken van de afspraken kan alleen na nadrukkelijke toestemming van de regisseur omgevingsplan van de gemeente Vught. Als deze afspraken niet voorzien in een situatie, gaat de opsteller van het omgevingsplan altijd in overleg plaats met de gemeentelijke opdrachtgever. Dit gebeurt voordat de opsteller een annotatie toepast. De gemeentelijke opdrachtgever beslist samen met de regisseur omgevingsplan en de regelanalist over de wijze van annoteren. De gemeente sluit dan waar mogelijk aan bij de (actuele) Landelijke Annotatierichtlijn. De regisseur omgevingsplan gaat dan ook na of de gemeente deze afspraken hierop moeten aanpassen.

3.3 Gebruik van de annotatie Werkingsgebied (locatie) Werkingsgebieden koppelen aan het ontwikkelgebied (hoofdstuk 21) Hoofdstuk 21 is ingedeeld in afdelingen. Voor elke nieuwe ontwikkeling komen de regels in een eigen afdeling te staan. Elke afdeling krijgt ook zijn eigen geometrie. Dit betekent dat de opsteller van het omgevingsplan voor elke afdeling aparte werkingsgebieden moet aanmaken, met eigen noemers (zie hierna over naamgeving). Werkingsgebied (locatie) verplicht één keer noemen in tekst Om te kunnen annoteren met een werkingsgebied (locatie) benoemen we de annotatie minimaal 1 keer expliciet in de regeltekst. Uitgangspunt is om het werkingsgebied te noemen in het artikel over toepassingsbereik.10 Als dat niet past, staat het werkingsgebied in de juridische regel waar dit op van toepassing is. Degene die de plantekst schrijft, is hierbij in de lead. Het werkingsgebied (locatie) annotatie hoeft dus niet in ieder artikel of lid te staan. Je kunt een artikel of lid ook annoteren met een werkingsgebied, als de tekst van dat artikel of lid dit niet benoemt.

De landelijke Annotatierichtlijn (Geonovum) is een hulpmiddel. De richtlijn geeft uitleg over do’s en don’ts bij het annoteren van omgevingsdocumenten, waaronder het omgevingsplan. Voor deze annotatiestrategie is aangesloten bij versie 1: AnnotatierichtlijnVolledig_1_0_20250702_0.pdf. 10 Soms kan er reden zijn om meerdere werkingsgebieden te noemen, het is technisch mogelijk om meerdere werkingsgebieden aan één juridische regel te koppelen. 9

30

De opsteller van het omgevingsplan moet er wel voor zorgen dat ook uit de plantekst blijkt, welk werkingsgebied er bij een artikel of lid hoort. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit het eerdergenoemde artikel ‘toepassingsbereik’. De eerste keer dat de regeltekst een werkingsgebied (locatie) noemt, is ook de eerste keer dat dit wordt geannoteerd. Naamgeving van werkingsgebied (locatie) Voor de naamgeving van werkingsgebieden zijn er naamgevingsafspraken. Deze zijn opgenomen in BIJLAGE 4: NAAMGEVINGSAFSPRAKEN. In aanvulling op de naamgevingsconventie gelden de volgende afspraken: •

• • • •

de naam van een werkingsgebied (locatie) voor hoofdstuk 21 eindigt altijd met het adres van de locatie. De noemer wordt dus: naam locatie volgens naamgevingsconventie - [straat] [huisnummer]. de naam van een werkingsgebied (locatie) begint altijd met een kleine letter (omdat ze voornamelijk gebruikt worden in een lopende zin); de naam van een werkingsgebied (locatie) is altijd in enkelvoud verwoord, tenzij uit de naamgevingsconventie volgt dat meervoud logischer is; de naam van een werkingsgebied (locatie) is in de tekst en in de noemer van de annotatie hetzelfde; de naam van een werkingsgebied (locatie) voor het ambtsgebied van de gemeente heeft altijd de noemer: gemeente Vught. Gebruik in de naam niet het woord ‘ambtsgebied’, want dit zegt inwoners niets.

Werkingsgebied (locatie) altijd actief annoteren De afspraak is om altijd handmatig een werkingsgebied (locatie) in te vullen in GISkit, ook bij gebruik van het ambtsgebied. Hierdoor voorkomen we dat de publicatie niet zichtbaar is of regels op te veel plekken gelden. (In hoofdstuk 21 zullen overigens in principe geen regels voorkomen met het werkingsgebied ‘ambtsgebied’.) Laatste controle voor werkingsgebied (locatie) verplicht De opsteller van het omgevingsplan doet vóór oplevering altijd een controle om na te gaan of overal het juiste werkingsgebied (locatie) is ingevuld.

31

3.4 Gebruik van annotatie Gebiedsaanwijzing Te gebruiken gebiedsaanwijzing annotaties We gebruiken de annotatie gebiedsaanwijzing in principe alleen bij het aanwijzen van: •

• • •

een gebied waarvoor een wettelijke verplichting geldt om dat aan te wijzen (Landelijke annotatierichtlijn, richtlijn 26). Een voorbeeld van zo’n gebied is de bebouwingscontour houtkap.11 We gebruiken hiervoor de gebiedsaanwijzing van het type ‘beperkingengebied’ (Landelijke annotatierichtlijn, richtlijn 28); een gebied dat is gekoppeld aan één ‘functie’. We gebruiken hiervoor de gebiedsaanwijzing van het type ‘functie’ (Landelijke annotatierichtlijn, richtlijn 28); bouwvlakken. We gebruiken hiervoor de gebiedsaanwijzing van het type ‘bouw (Landelijke annotatierichtlijn, richtlijn 28); gebiedstypen;. We gebruiken hiervoor de gebiedsaanwijzing van het type ‘ruimtelijk gebruik’.12

Gebiedsaanwijzingen in hoofdstuk 21 Gebiedsaanwijzingen zijn hetzelfde voor heel hoofdstuk 21. Anders dan bij werkingsgebieden komen er dus geen aparte gebiedsaanwijzingen per afdeling. Wel is er een onderscheid tussen gebiedsaanwijzingen voor hoofdstuk 21 en gebiedsaanwijzingen voor andere delen van het (definitieve) omgevingsplan. Zie verder onder ‘naamgeving’. Functies We annoteren met ‘functie’ de regels die gebruiksactiviteiten koppelen aan locaties. Dat zijn regels die voorheen werden aangeduid als ‘bestemmen’. De intentie is om hiermee aan te sluiten op de wijze van verbeelden van bestemmingen bij een bestemmingsplan.

Instructieregel Rijk over de bebouwingscontour houtkap | Informatiepunt Leefomgeving. Deze afspraak wordt ná publicatie van ‘Langbroek’ geëvalueerd omdat we dan kunnen nagaan of we dit prettig vinden werken op Regels op de kaart. Een gebiedsaanwijzing krijgt namelijk een kleur mee. We houden dan ook rekening met eventueel landelijk voortschrijdend inzicht over het annoteren van gebiedstypen. 11

1212

32

Bouwvlak Voor het annoteren van een bouwvlak gebruiken we de gebiedsaanwijzing van het type ‘bouw (Landelijke annotatierichtlijn, richtlijn 28). Heeft een planregel, die verwijst naar bouwvlakken, een werkingsgebied dat groter is dan het bouwvlak? Dan krijgt de planregel als annotatie dát werkingsgebied én de gebiedsaanwijzing voor het bouwvlak. Het bouwvlak zelf krijgt geen werkingsgebied. Gebiedstype Voor het annoteren van een gebiedstype gebruiken we de gebiedsaanwijzing van het type ‘ruimtelijk gebruik’. Een planregel die een gebiedstype aanwijst, krijgt als annotatie zowel het werkingsgebied waar dat gebiedstype geldt, als de gebiedsaanwijzing voor dat gebiedstype. Overige planregels die gaan over dat gebiedstype, krijgen alleen de gebiedsaanwijzing voor het gebiedstype mee (maar niet het werkingsgebied van het gebiedstype). Het (juridische) werkingsgebied bepaalt het werkingsgebied van de planregel. Gebiedsaanwijzing verplicht één keer noemen in tekst Voor gebiedsaanwijzingen geldt hetzelfde als voor werkingsgebieden: deze staan minimaal één keer expliciet in de hoofdtekst. Naamgeving van gebiedsaanwijzing De naam van een gebiedsaanwijzing is zo specifiek mogelijk, maar zonder specifieke plekverwijzingen (bijv. geen straatnamen). De naam wordt zichtbaar in de legenda van de viewer Regels op de kaart en moet dus gebruiksvriendelijk zijn.

Voor de naamgeving gelden dezelfde afspraken als bij ‘werkingsgebied’, met de volgende aanpassing: •

de naam van een gebiedsaanwijzing voor hoofdstuk 21 eindigt altijd met ‘H21’. De noemer wordt dus: [naam gebiedsaanwijzing volgens naamgevingsconventie]-H21.

33

3.5 Gebruik van annotatie Thema Annotatie ‘thema’ wordt niet gebruikt De gemeente Vught gebruikt de annotatie ‘thema’ voorlopig niet. (De landelijke Annotatierichtlijn is op dit punt ook nog niet ingevuld. Na invulling van de landelijke richtlijn gaat ook de gemeente Vught kijken naar dit type annotatie.) 3.6 Gebruik van annotatie Omgevingsnorm Gebruik van de annotatie omgevingsnorm De gemeente Vught gebruikt de annotatie omgevingsnorm in alle situaties dat dit mogelijk is. We vermijden dus het noemen van (de waarden van) normen in de plantekst, ook als (nog) maar één normwaarde is (Landelijke annotatierichtlijn, richtlijn nr. 31). Bovenstaande afspraak geldt in elk geval voor getalsmatige normen. Voor ‘tekstuele normen’ (bijvoorbeeld welstandsgebieden) gebruikt de gemeente Vught omgevingsnormen als dat meerwaarde heeft voor het beheer van de geometrie en het plan. Omgevingsnormen koppelen aan het ontwikkelgebied (hoofdstuk 21) Hoofdstuk 21 is ingedeeld in afdelingen. Voor elke nieuwe ontwikkeling komen de regels in een eigen afdeling te staan. Elke afdeling krijgt ook zijn eigen geometrie. Net als voor werkingsgebieden, betekent dat elke afdeling ook zijn eigen omgevingsnormen krijgt, met eigen noemers. Naamgeving van omgevingsnormen De afspraak over de naamgeving van werkingsgebieden geldt ook voor de naamgeving van omgevingsnormen.

3.7 Gebruik van annotatie Activiteit Bij het annoteren van activiteiten sluiten we aan bij de Landelijke annotatierichtlijn. We hebben deze (waar dat nodig was) aangevuld. Niet alle richtlijnen uit de landelijke richtlijn, die gaan over annotatie-activiteiten, zijn hieronder opgenomen. Dit is omdat sommige richtlijnen minder relevant zijn voor de praktijk van de gemeente Vught (zoals richtlijn 10, die via de annotatie van de bruidsschat al is verwerkt in het omgevingsplan). De belangrijkste aanvulling op de Landelijke richtlijn gaat over het toevoegen van nieuwe activiteiten ten opzichte van de bestaande (per 1-1-2024) functionele structuur. De onderstaande afspraken over het gebruik van de annotatie-activiteit zijn afspraken voor de korte (en eventueel middellange) termijn. We zullen de werkwijze bij het annoteren van activiteiten op langere termijn aanpassen en/of uitgebreid met het oog op dienstverlening. 34

Bij het toevoegen van activiteiten is van belang dat de toepasbare regelsoftware van GISkit op dit moment (november 2025) nog niet volledig functioneel is. Hierdoor kunnen we wel nieuwe activiteiten aanmaken, maar het aanmaken van nieuwe aanvraagformulieren en vragenbomen functioneert nog niet goed genoeg. GISkit is bezig met verbeteringen, die normaal gesproken binnen afzienbare termijn effect zouden moeten hebben. Annoteren in samenspraak met de toepasbare regelspecialist Het annoteren van activiteiten – en vooral de keuze voor de te gebruiken activiteitannotatie - en aanpassing van de functionele structuur (verwijderen, toevoegen en verplaatsen van activiteiten) – vindt altijd plaats in overleg met de toepasbare regelspecialist. Annoteren van regels over activiteiten We annoteren in elk geval de volgende regels met een activiteit-annotatie: • • •

regels waarin een vergunningplicht, meldingsplicht of informatieplicht staat; regels waarin beoordelingsregels of aanvraagvereisten (incl. adviesverplichtingen) staan over bovengenoemde vergunningplichten etc.; regels waarin beoordelingsregels etc. staan bij vergunningplichten die zelf nog in de bruidsschat staan.

We doen dit vooral omdat het annoteren van deze regels van belang is voor het beschikbaar stellen van aanvraagformulieren en het verwijzen naar aanvraagvereisten in deze formulieren. Ook helpen deze annotaties bij het maken van vragenbomen. Regels over activiteiten die bij recht zijn toegelaten c.q. vergunningvrij zijn toegelaten annoteert de gemeente Vught vooralsnog niet. Dit doen we niet, omdat hiervoor geen aanvraagformulieren nodig zijn. Dit terwijl (zie verderop) we hier wel vaak nieuwe activiteiten voor zouden moeten aanmaken. Het is op termijn wel wenselijk is om hiervoor vragenbomen te maken. Daarom zal de gemeente Vught de annotatiestrategie op een later moment aanpassen. Activiteit gereguleerd in omgevingsplanregels Vught We passen de naam van de tophaak-activiteit ‘Activiteit gereguleerd in omgevingsplanregels van rijkswege’ (eenmalig) aan naar ‘Activiteit gereguleerd in omgevingsplanregels Vught’. Annoteren van de tophaak We annoteren de tophaakactiviteit ‘Activiteit gereguleerd in omgevingsplanregels Vught’ bij artikel 1.1, eerste lid, van het omgevingsplan. Deze annotatie was al opgenomen bij de bruidsschat en we verwijderen deze niet. 35

De daar onder liggende activiteit ‘Activiteit gereguleerd in het omgevingsplan van Rijkswege’ annoteren we bij artikel 22.1, eerste lid, van het omgevingsplan. Deze annotatie was al opgenomen bij de bruidsschat en we verwijderen deze niet. Het is voor het ongestoord functioneren van (bestaande) toepasbare regels noodzakelijk dat deze annotaties niet worden verwijderd. De opsteller van het omgevingsplan kan ze wel verplaatsen (aan andere artikelen koppelen). Dit gebeurt alleen in overleg met de gemeente. Aanpassing van aanvraagformulieren en vragenbomen Activiteit-annotaties leggen de basis voor aanvraagformulieren en vragenbomen. Als een nieuwe activiteit wordt gebruikt om te annoteren, dan moet de gemeente het aanvraagformulier en de vragenboom, die daarbij horen, handmatig aanmaken (of wijzigen). Dit moet de gemeente doen via het proces van toepasbare regels. Dit gaat namelijk niet automatisch. Als een bestaande activiteit wordt gebruikt om te annoteren, dan moet de gemeente bestaande aanvraagformulieren en vragenbomen hierop aanpasen. Ook dat moet handmatig, omdat het niet automatisch gaat. Gebruik van de ‘bruidsschat-activiteiten’ Voor het annoteren met activiteiten gebruiken we, als het kan, een activiteit die al is opgenomen in de bibliotheek. Deze komt (dus) uit de functionele structuur van de bruidsschat.

Dat wil zeggen een van de activiteiten op het laagste niveau, of de bovenliggende activiteit ‘Bouwactiviteit (omgevingsplan)’. Toevoegen van nieuwe activiteiten • •

•

Toevoegen van nieuwe activiteiten gebeurt altijd pas ná goedkeuring van de gemeente en in overleg met de toepasbare regelspecialist. Alleen als het echt nodig is, maken we een nieuwe activiteit aan. Dit is nodig als er een nieuw aanvraagformulier13 of een nieuwe vergunningcheck14 nodig is, en er dus géén bestaande activiteit is die passend is voor de planregel. Gebruik bij het toevoegen van nieuwe activiteiten zoveel mogelijk de bestaande bovenliggende activiteiten ‘Bouwactiviteit (omgevingsplan)’, ‘Milieubelastende activiteit gereguleerd in het omgevingsplan’ of ‘Overige activiteit’. Maak nieuwe activiteiten hieronder aan.

Elke activiteit (op het laagste niveau) heeft in beginsel een aanvraagformulier. Dit is alleen anders als de bovenliggende activiteit is bepaald op ‘toonbaar’. Dit geldt voor de bovenliggende activiteit ‘Bouwactiviteit (omgevingsplan)’ van de bruidsschat. Voor alle bouwactiviteiten is één gezamenlijk aanvraagformulier. 14 Elke activiteit (op het laagste niveau) heeft een eigen vragenboom. 13

36

•

•

•

Gebruik bij voorkeur de bovenliggende activiteit ‘Overige activiteiten’. Hiervan kan bewust afgeweken worden op het moment dat je een nieuwe activiteit wilt toevoegen aan de bovenliggende activiteit ‘Bouwactiviteit (omgevingsplan)’. Let op! Deze gaat dan ook onderdeel uitmaken van het bestaande aanvraagformulier voor de activiteit ‘Bouwactiviteit (omgevingsplan)’. Doe dit dus alleen als dit passend is. Als de opsteller van het omgevingsplan een nieuwe activiteit aanmaakt, zal de gemeente hieraan nog verder werken in de Toepasbare Regelsoftware. De gemeente moet sowieso een passend aanvraagformulier aanmaken. Ook moet de gemeente ‘werkzaamheden’ (zoekfunctionaliteit in het Omgevingsloket) koppelen aan de nieuwe activiteit. Vanuit het oogpunt van dienstverlening kan de gemeente er ook als ‘extra’ voor kiezen om een vragenboom (vergunningscheck) aan de activiteit te hangen. Maak géén nieuwe activiteiten aan onder ‘Bouwactiviteit (omgevingsplan)’ als de instandhouding (en uitbreiding) van de bestaande toepasbare regels niet is gewaarborgd. Als je hieraan gaat sleutelen, gaan de bestaande toepasbare regels namelijk ‘stuk’!

Naamgeving van activiteiten We sluiten voor de naamgeving van activiteiten aan bij de werkwijze van de bruidsschat en de annotatierichtlijn (richtlijn 16). De naam van een activiteit bestaat uit een zelfstandig naamwoord, gevolgd door een werkwoord (bijvoorbeeld ‘Acculader in werking hebben’). We gebruiken in de naam zelf in principe niet het woord ‘activiteit’. Gebruik annotatierichtlijn Verder volgen we de Landelijke annotatierichtlijn, in het bijzonder de volgende richtlijnen. Gebruik van de annotatie activiteit We annoteren met ‘activiteit’ alleen de regels die gaan over een activiteit, die in de juridische tekst staat (Landelijke annotatierichtlijn, richtlijn nr. 6). Definieer soms groter juridisch werkingsgebied Als dat nodig is voor de juridische werking van de regel annoteren we een regel met een groter werkingsgebied dan de locatie van de activiteitlocatieaanduiding (Landelijke annotatierichtlijn, nr. 8). Annoteer alleen wat in de tekst staat

37

We annoteren alleen de Activiteit(en), Activiteitregelkwalificatie(s) en Locatie(s) die in de tekst van het artikel of lid is/zijn genoemd (of, als de Activiteit en/of Locatie in een ander artikel is benoemd: waar de regel over gaat) (Landelijke annotatierichtlijn, nr. 11). Let op juridisch risico bij opsommingen Artikelen die, qua reikwijdte, ruim geformuleerd zijn, annoteren we niet met activiteiten. Hiermee kan namelijk de indruk ontstaan dat de artikelen alléén voor die activiteiten gelden (Landelijke annotatierichtlijn, nr. 12). Juridische strekking bepaalt regelkwalificatie van activiteit We passen de Activiteitregelkwalificatie toe, ongeacht of die juridische strekking onder voorwaarden geldt (Landelijke annotatierichtlijn, nr. 14). (De Activiteitregelkwalificatie is het kenmerk dat aangeeft wat de juridische strekking van de regel over een Activiteit op een bepaalde Locatie is.) 3.8 Beheer en aanlevering van geometrieën Eigenaarschap inhoud en naam van geometrie De dossierhouder van het desbetreffende wijzigingsbesluit is verantwoordelijk voor de inhoud en naamgeving van de geometrie, binnen de kaders van deze annotatiestrategie.

Beheer geometrieën binnen en buiten GISkit De key-users van GISkit zijn binnen de organisatie verantwoordelijk voor het beheer van de werkingsgebieden (locaties) en gebiedsaanwijzingen in GISkit, en voor het beheren van geometrie buiten GISkit, waar zij het bij de bron bewaren. Locatiegroepen altijd gebruiken voor geometrieën De opsteller van het omgevingsplan stelt een geometrie voor een werkingsgebied (locatie) of gebiedsaanwijzing annotatie altijd op o.b.v. locatiegroepen. Dit omdat het ID behouden blijft wanneer er een vlak bijkomt of een vlak wegvalt. Zo beperken we het risico voor de rest van de keten, inclusief toepasbare regels. Ook is bij wijzigingen van bestaande geometrie duidelijker over welke precieze locaties de wijziging gaat.

38

BIJLAGE 4: NAAMGEVINGSAFSPRAKEN 1. Inleiding In het omgevingsplan heeft elk artikel (of artikellid) een ‘werkingsgebied’. Dat is het gebied, waar dat artikel(lid) van toepassing is. Elk werkingsgebied staat minimaal één keer in de regeltekst van het omgevingsplan (zie paragraaf 3.2 van de annotatiestrategie). Het is belangrijk dat er een standaard werkwijze is voor de naamgeving van deze gebieden. Daarom zijn daar afspraken over. Dit is belangrijk voor het beheer van de gebieden. Deze naamgevingsafspraken hanteren als uitgangspunt richtlijnen 4 en 5 van de landelijke annotatierichtlijn (v1): −

Benoem het werkingsgebied eenduidig

−

Gebruik in de naam van het werkingsgebied niet de woorden ‘functie’, ‘werkingsgebied’ of ‘locatie’

2. Verwijzing naar een ‘gebied’ of ‘locatie’ Afspraak: de planregels (regeltekst) verwijzen naar een locatie met de woorden ‘in het gebied’. Toelichting: Er is geen goede of foute manier om naar locaties te verwijzen. Wel is het belangrijk dat het consequent gebeurt. Landelijk komen verschillende zinsneden voor, zoals ‘binnen de locatie’, binnen [naam gebied]’ en ‘in het [naam gebied]’. We kiezen ‘in het gebied’. Dit sluit namelijk het beste aan bij het algemeen spraakgebruik.

3. Locaties Afspraak: locaties krijgen als naam: ‘[activiteit]-[activiteitregelkwalificatie]. We sluiten hierbij aan bij richtlijn nr. 5 van de landelijke annotatierichtlijn. Voorbeeld Artikel 5.63 Standplaatsen innemen Het innemen van een standplaats is uitsluitend toegestaan in het gebied standplaats innemen-toegelaten. Artikel 5.32 Verboden gevallen In het gebied gebouw bouwen-verboden is het verboden een gebouw te bouwen. Artikel 5.89 Specifieke regels afmeting parkeerplaatsen Bij woningen in het gebied parkeerplaatsen realiseren-gebod wordt per perceel minimaal één parkeerplaats met een afmeting van tenminste 3 x 5 meter gerealiseerd en in stand gehouden, zoals dit onder meer blijkt uit het handhaven van de verharding, dan wel het toegankelijk houden van de parkeerplaatsen.

Volgnummer Het kan best zijn dat er in het omgevingsplan meer ‘geboden’ over parkeerplaatsen komen, die verschillend luiden, en voor verschillende locaties gelden. Dan zijn er twee opties: 39

−

Naamgeving met volgnummers, zoals ‘In het gebied parkeerplaatsen realiserengebod-2 geldt (…)’

−

Meer inhoud toevoegen aan de naamgeving. Bij regels zoals dit levert dit vrij complexe namen op, zoals ‘In het gebied parkeerplaatsen plaatsen realiseren-1 met regels over afmeting-gebod wordt per perceel minimaal etc. (…)’.

Met het oog op de leesbaarheid werken we vooralsnog met volgnummers. We verwachten dat dit soort situaties weinig zal voorkomen.

4. Omgevingsnormen Afspraak: een omgevingsnorm wordt aangeduid met: [norm]-[activiteit]. Voorbeeld Artikel 5.37 De bouwhoogte van een erf- of perceelsafscheiding is niet meer dan is aangegeven met de omgevingsnorm bouwhoogte erf- of perceelsafscheiding bouwen.

5. Gebiedstype Afspraak: gebiedstypen krijgen de naam: [naam gebiedstype] waarbij de naam in de tekst vooraf wordt gegaan door de term ‘gebiedstype’. Voorbeeld Artikel 4.30 Aanwijzing Er is een gebiedstype Openbaar gebied.

6. In- en uitgesloten activiteiten Afspraak: locaties waar specifieke activiteiten zijn toegestaan, noemen we: [activiteit] [gebiedstype]-‘toegelaten’. Voorbeeld Artikel 4.52 Maatschappelijke activiteiten – toegelaten Binnen de locatie maatschappelijke activiteiten woongebied-toegelaten zijn maatschappelijke activiteiten toegelaten.

De toevoeging ‘toegelaten’ nemen we op om het onderscheid te kunnen maken met verboden of vergunningplichtige activiteiten. Hiervoor luidt de naam: [naam activiteit] [gebiedstype]-‘verbod’ of ‘vergunningplicht’.

7. Overig: gebruik van hoofdletters en kleine letters Afspraak: we gebruiken kleine letters; alleen als een werkingsgebied een geografische benaming bevat (zoals ‘Dorpsstraat’ of ‘De Hoge Veluwe’)15 gebruiken we hoofdletters.

Het gebruik van geografische namen in de naamgeving van werkingsgebieden is overigens in strijd met de annotatiestrategie (zie par. 3.3). Alleen in uitzonderingsgevallen wordt hiervan afgeweken, zoals in een tijdelijk hoofdstuk voor ontwikkelingen waarin regels per locatie (adres) zouden zijn opgenomen. 15

40

41

BIJLAGE 5 CASCO OMGEVINGSPLAN VUGHT HOOFDSTUK 1: Algemene bepalingen Toelichting hoofdstuk 1: In dit hoofdstuk worden algemene bepalingen opgenomen. Dit zijn algemene regels die nodig zijn voor de goede toepassing van andere regels in het omgevingsplan, zoals begripsbepalingen. De titel van hoofdstuk 1 wordt bepaald door de digitale standaard voor het omgevingsplan. Afdelingen in dit hoofdstuk: Afdeling 1.1 Begripsbepalingen Afdeling 1.2 Meet- en rekenvoorschriften Afdeling 1.3 Overige algemene bepalingen HOOFDSTUK 2: Doelen, omgevingswaarden & programma's Toelichting hoofdstuk 2: Doelen omgevingsplan Aan de hand van de omgevingsvisie stelt de gemeente Vught doelstellingen vast om een goede fysieke leefomgeving te realiseren die zowel beschermd als benut wordt. Deze doelen kunnen terugkomen in het omgevingsplan. Dit is echter niet verplicht en verkrijgt hierdoor ook geen andere juridische status. Omgevingswaarden Een omgevingswaarde is een instrument waarmee de gemeente in het omgevingsplan de kwaliteit vastlegt die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. Met deze omgevingswaarden kan de gemeente bepaalde doelen binnen de fysieke leefomgeving bereiken. Deze waarden zijn daarmee bindend en vereisen dan vervolgens ook monitoringsplicht en bij overschrijding een bijpassend omgevingsprogramma.

Deze waarden kunnen opgenomen worden in het omgevingsplan. Dit is echter niet verplicht en verkrijgt hierdoor ook geen andere juridische status. Omgevingsprogramma’s Het college van B&W is bevoegd een omgevingsprogramma vast te stellen dat beleid of maatregelen (anders dan regelgeving) bevat met het oog op doelstellingen in de fysieke leefomgeving. Het is echter niet verplicht om daarvoor een specifieke regeling op te nemen in het omgevingsplan. Vanuit hogere overheidsorganen kunnen er ook verplichte programma's worden opgelegd aan een gemeente. De gemeente is verplicht deze programma's tot uitvoering te brengen. Een specifieke vorm van een programma is een programma met programmatische 42

aanpak. Bij een programmatische aanpak wordt het toelaten van activiteiten in een gebied (vaak) afhankelijk gemaakt van de resultaten van maatregelen in het programma. Daarom kan een programma met programmatische aanpak uitsluitend worden vastgesteld door het college van B&W nadat het programma is aangewezen in het omgevingsplan. Afdelingen in dit hoofdstuk: Afdeling 2.1 Doelen omgevingsplan Afdeling 2.3 Omgevingswaarden Afdeling 2.3 Programma’s Afdeling 2.4 Monitoring & informatie HOOFDSTUK 3: Aanwijzingen in fysieke leefomgeving Toelichting hoofdstuk 3: Hoofdstuk 3 is bedoeld voor het aanwijzen van specifieke locaties, gebieden of objecten voor zover dat nodig is om het toepassingsbereik te bepalen van regels over activiteiten. Het gaat hier met name om aanwijzingen die verplicht zijn vanuit de Besluit kwaliteit leefomgeving of rechtstreeks voortvloeien uit instructieregels van het Rijk of de provincie. De bekende functies en werkingsgebieden van regels komen niet in dit hoofdstuk. Deze aanduidingen komen in hoofdstuk 4 bij de afdeling waar de aanduiding ook van toepassing is op de regel. Afdelingen in dit hoofdstuk: Afdeling 3.1: Gebiedsgerichte aanwijzingen Afdeling 3.2: Themagerichte aanwijzingen HOOFDSTUK 4: Activiteiten Toelichting hoofdstuk 4: Hoofdstuk 4 vormt in Vught het hart van het omgevingsplan.

Hierin staan regels over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Ook de regels over functies (het toegelaten gebruik) zijn in dit hoofdstuk opgenomen. De regels over activiteiten zijn (primair) geordend naar activiteit (i.e. ‘gebruiksactiviteiten’, ‘bouwactiviteiten’, ‘milieubelastende activiteiten’ etc.). Voor de nadere ordening in (sub)paragrafen is een eerste aanzet gedaan. Deze ordening wordt verder verfijnd en ingevuld als het casco wordt gevuld met de juridisch regels, en de behoefte aan nadere ordening die daaruit ontstaat. Afdelingen in dit hoofdstuk: 43

Afdeling 4.1 Inleidende bepalingen Afdeling 4.2 Overstijgende regels Afdeling 4.3 Gebruiksactiviteiten [Voorlopige indeling in paragrafen] Paragraaf 4.3.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 4.3.2 Algemene regels over het gebruiken van gronden en bouwwerken Paragraaf 4.3.3 Specifieke regels over functies Paragraaf 4.3.4 Verboden gebruiksactiviteiten Paragraaf 4.3.5 Meldingsplichtige gebruiksactiviteiten Paragraaf 4.3.6 Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten Afdeling 4.4 Bouw- en sloopactiviteiten [Voorlopige indeling in paragrafen] Paragraaf 4.4.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 4.4.2 Algemene regels over bouwactiviteiten Paragraaf 4.4.3 Verboden bouwactiviteiten Paragraaf 4.4.4 Meldingsplichtige bouwactiviteiten Paragraaf 4.4.5 Vergunningplichtige bouwactiviteiten Paragraaf 4.4.6 Vergunningplichtige sloopactiviteiten Afdeling 4.5 Aanlegactiviteiten Afdeling 4.6 Milieubelastende activiteiten Afdeling 4.7 Cultureel en werelderfgoed Afdeling 4.8 Activiteiten met betrekking tot planten en dieren HOOFDSTUK 5: Overige bepalingen Algemene toelichting hoofdstuk 5: Hoofdstuk 5 is gereserveerd voor diverse inhoudelijke ‘overige’ bepalingen, zoals bepalingen met betrekking tot plichten, financiën, procedures, uitvoering en handhaving. Naar behoefte kunnen afdelingen worden toegevoegd.

Afdelingen in dit hoofdstuk: Afdeling 5.1 Beheer en onderhoud Afdeling 5.2 Uitvoering & handhaving Afdeling 5.3 Financiële bepalingen Afdeling 5.4 Procedurele bepalingen Afdeling 5.5 Voorbereidingsregels HOOFDSTUK 6 t/m 20: Gereserveerde hoofdstukken Iedere gemeente in Nederland kreeg vanaf 1 januari 2024 een tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijke omgevingsplan is met uitzondering van de hoofdstukken 1, 22 en 23 leeg. Iedere gemeente heeft de mogelijkheid om de hoofdstukindeling naar eigen behoefte in 44

te delen. Met het casco-omgevingsplan maakt de gemeente Vught een eerste indeling van deze hoofdstukken. Binnen Vught worden de hoofdstukken 6 tot en met 20 op dit moment niet gebruikt maar blijven ze wel gereserveerd voor mogelijkheden in de toekomst. HOOFDSTUK 21: Tijdelijk hoofdstuk Omgevingsplan Algemene toelichting hoofdstuk 21: Ondanks dit casco-omgevingsplan voor de gemeente Vught is het definitieve omgevingsplan met de bijhorende specifieke juridische regels nog niet volledig. Naar verwachting zullen we alle definitieve regels in het omgevingsplan hebben verwerkt rond 2030. Dat betekent dat er in de tussentijd ontwikkelingen en initiatieven in het fysieke domein zijn die vragen om wijzigingen in het tijdelijke omgevingsplan. Om de voortgang van de transitieperiode niet extra te belasten en om te voorkomen dat er “ad hoc” keuzes worden gemaakt waarvan de gevolgen nadelig kunnen zijn voor het definitieve omgevingsplan, worden deze ontwikkelingen en initiatieven mogelijk gemaakt door een tijdelijk hoofdstuk in het omgevingsplan. De regels in dit hoofdstuk worden op termijn, net als de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, omgezet naar een regeling in het definitieve omgevingsplan. Bij die omzetting worden regels (qua formulering en opzet) gewijzigd als de beantwoording van ontwerpvragen daar (inmiddels) om vraagt.

Afdelingen in dit hoofdstuk: Opbouw van dit hoofdstuk: In dit hoofdstuk wordt voor elk nieuw initiatief één afdeling opgenomen. De opbouw van de verschillende afdelingen is identiek. Die opbouw is opgenomen in het Handboek wijzigen omgevingsplan. De structuur is op hoofdlijnen als volgt: Afdeling 21.1 [Initiatief nr. 1] Paragraaf 21.1.1 Algemene bepalingen Paragraaf 21.1.2 Gebruiksactiviteiten Paragraaf 21.1.3 Bouwactiviteiten Paragraaf 21.1.4 Aanlegactiviteiten Afdeling 21.2 [Initiatief nr. 2] Paragraaf 21.2.1 Algemene bepalingen Paragraaf 21.2.2 Gebruiksactiviteiten Paragraaf 21.2.3 Bouwactiviteiten Paragraaf 21.2.4 Aanlegactiviteiten Etc. etc.

45

HOOFDSTUK 23: Slotbepalingen Algemene toelichting hoofdstuk 23: Hoofdstuk 23 bevat de slotbepalingen waarin zaken worden geregeld zoals duur, wijzigingen en algemene geldigheid van het omgevingsplan. In het nu van kracht geworden tijdelijke omgevingsplan is hoofdstuk 23 al opgenomen en bestaat enkel uit artikel 23.1 (citeertitel) Dit omgevingsplan wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Vught. Afdelingen in dit hoofdstuk: Afdeling 23.1: Overgangsrecht

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=b7519fec-15c1-46b2-bcfe-532202e385c4