13. Raadsinformatiebrief Voortgang transitie Omgevingsplan 2025
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Datum Onderwerp
9 december 2025 Voortgang transitie Omgevingsplan 2025
Zaaknummer Z25 - 298336 Documentnr.
Inleiding Met de komst van de Omgevingswet in 2024 heeft iedere gemeente in Nederland de taak om voor 2032 een definitief en passend omgevingsplan op te stellen voor haar grondgebied, met als doel alle regels voor de fysieke leefomgeving te bundelen in één integraal stelsel en meer ruimte te bieden voor lokaal maatwerk en een transparante afweging van belangen. De gemeente Vught heeft hiervoor in 2024 een transitieplan opgesteld om hiermee de strategische lijnen uit te zetten richting het definitieve omgevingsplan in 2029. Belangrijk is hierbij dat de ruimtelijke initiatieven ondertussen ook gewoon door moeten gaan. In 2025 heeft de gemeente - conform het transitieplan stappen gezet, namelijk het maken van een casco-omgevingsplan en een handboek.
Inhoudelijk Het casco-omgevingsplan geeft structuur aan het omgevingsplan. Het casco-omgevingsplan vormt een raamwerk. Binnen dit raamwerk kan de gemeente de juridische regels uit bestemmingsplannen, verordeningen en de bruidsschat ordenen en opnemen in het omgevingsplan. Met het casco-omgevingsplan zijn de eerste keuzes voor het omgevingsplan gemaakt. Bij het maken van het casco-omgevingsplan zijn de eerste keuzes gemaakt voor het omgevingsplan. Zo is ervoor gekozen om -in navolging van het voorstel van de VNG- de hoofdstukken van het omgevingsplan in te richten aan de hand van activiteiten in plaats van functies of gebieden. Door omgevingsplannen te structureren op activiteiten in plaats van functies sluiten de regels direct aan op wat mensen doen, zoals bouwen of aanleggen, en niet alleen op de bestemming van een perceel. Dit biedt meer flexibiliteit, betere aansluiting op vergunningen en maakt integrale afwegingen eenvoudiger. Het handboek voor initiatieven geeft initiatiefnemers duidelijkheid. Dankzij het handboek weten initiatiefnemers precies welke stappen en voorwaarden gelden bij het wijzigen van het omgevingsplan tijdens de transitieperiode, waardoor zij sneller duidelijkheid hebben en hun plannen efficiënter kunnen voorbereiden. Dankzij het handboek worden ruimtelijke initiatieven een intern gestroomlijnd proces.
Door het handboek te schrijven voor initiatiefnemers is er intern een uniforme werkwijze ontstaan voor het wijzigen van het omgevingsplan. De gemeente Vught kan hiermee uniform uitdragen wat de eisen en processen zijn van de gemeente rondom een ruimtelijk initiatief.
Vught voldoet aan de wettelijke eis om te werken conform STOP/TPOD procedure. Om ruimtelijke initiatieven mogelijk te maken heeft Vught de wettelijk verplichte STOP/TPOD procedure geïmplementeerd binnen de organisatie. Hierdoor voldoet de gemeente aan de landelijke procedure om wijzigingen rondom het omgevingsplan te realiseren en te publiceren. Ruimtelijke ontwikkelingen tijdens de transitie passen in het definitieve omgevingsplan. Alle ruimtelijke ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt tijdens de transitie zullen uiteindelijk landen in het definitieve omgevingsplan van Vught. Door hier nu op voor te sorteren kan dit in de toekomst worden gerealiseerd.
Financieel Het uitwerken van het omgevingsplan pas binnen de budgetten die zijn opgenomen binnen de meerjarenbegroting. Burgemeester en wethouders van Vught, de secretaris, dé burgemeester;
W.F
Keijzers
Bijlage: Bijlage 1: Casco-omgevingsplan gemeente Vught v1.11 Bijlage 2: Handboek Ruimtelijke Initiatieven
Casco-omgevingsplan Vught Het raamwerk van het omgevingsplan van de gemeente Vught
Versie: 1.14 – 26 november 2025 Marcus Veenker
INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .................................................................................................. 2 INLEIDING .............................................................................................................. 4 Leeswijzer:........................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 1: Algemene bepalingen ...................................................................... 1 Toelichting hoofdstuk 1: ....................................................................................... 1 Keuzes: ............................................................................................................ 1 Afdelingen in hoofdstuk 1: .................................................................................... 1 HOOFDSTUK 2: Doelen, omgevingswaarden & programma's ..................................... 2 Toelichting hoofdstuk 2: ....................................................................................... 2 Keuzes: ............................................................................................................ 2 Afdelingen in hoofdstuk 2: .................................................................................... 3 HOOFDSTUK 3: Aanwijzingen in fysieke leefomgeving ...............................................
4 Toelichting hoofdstuk 3: ....................................................................................... 4 Keuzes: ............................................................................................................ 4 Afdelingen in hoofdstuk 3: .................................................................................... 4 HOOFDSTUK 4: Activiteiten ..................................................................................... 5 Toelichting hoofdstuk 4: ....................................................................................... 5 Keuzes: ............................................................................................................ 5 Afdelingen in hoofdstuk 4: .................................................................................... 6 HOOFDSTUK 5: Overige bepalingen ......................................................................... 7 Algemene toelichting hoofdstuk 5: ........................................................................ 7 Keuzes: ............................................................................................................ 7 Afdelingen in hoofdstuk 5: .................................................................................... 7 HOOFDSTUK 6 T/M 20: Gereserveerde hoofdstukken ................................................
8 Algemene toelichting hoofdstuk 6 t/m 20: ............................................................. 8 Keuzes: ............................................................................................................ 8 Afdelingen in hoofdstukken 6 t/m 20: .................................................................... 8 HOOFDSTUK 21: Tijdelijk hoofdstuk Omgevingsplan ................................................. 9 Algemene toelichting hoofdstuk 21: ...................................................................... 9
2
Keuzes: ............................................................................................................ 9 Afdelingen in hoofdstuk 21: ................................................................................ 10 Opbouw van dit hoofdstuk: ................................................................................. 10 HOOFDSTUK 23: Slotbepalingen ............................................................................ 11 Algemene toelichting hoofdstuk 23: .................................................................... 11 Keuzes: .......................................................................................................... 11 Afdelingen in hoofdstuk 23:Afdeling 23.1: Overgangsrecht ................................... 11
3
INLEIDING Voor u ligt het werkdocument van de gemeente Vught voor de inrichting van het cascoomgevingsplan. Het casco-omgevingsplan is de eerste stap naar een permanent en volledig omgevingsplan dat passend en dekkend is voor de gemeente Vught. Het casco-omgevingsplan wordt gezien als het raamwerk van het omgevingsplan waarin alle regels m.b.t. de fysieke leefomgeving gaan vallen. Met de werkgroep casco-omgevingsplan heeft de gemeente Vught in 2025 aan de hand van verschillende voorbeeld documenten, zoals het VNG-document cascoomgevingsplan (2020), een proces doorlopen om te komen tot dit cascoomgevingsplan. Tijdens dit proces zijn door de organisatie enkele keuzes gemaakt met de strekking van voortschrijdend inzicht. Deze keuzes zijn gemaakt met in het achterhoofd het door college vastgesteld transitieplan. Deze keuzes kunnen tijdens de totstandkoming van het definitieve omgevingsplan nog wijzigen mocht hier juridische, technische of procesmatige behoeftes voor zijn. Leeswijzer: Het document is zo ingericht dat zichtbaar wordt hoe de gemeente Vught haar hoofdstukken van het omgevingsplan wil inrichten en welke onderwerpen erin komen te staan. Bij ieder hoofdstuk wordt begonnen met een algemene toelichting. In die paragraaf wordt kort beschreven wat de functie van het hoofdstuk is. Ook wordt hierin duidelijk welke keuzes de gemeente Vught voor dit hoofdstuk al heeft gemaakt.
De paragraaf ‘algemene toelichting’ wordt niet opgenomen in het definitieve omgevingsplan. Per hoofdstuk worden de afdelingen van het hoofdstuk benoemd. Hierdoor is duidelijk welke afdelingen terugkomen in het omgevingsplan en onder welk hoofdstuk de gemeente Vught deze afdelingen ziet. Hoofdstuk 4 vormt het hart van het omgevingsplan. In dit hoofdstuk worden de afdelingen ‘gebruiksactiviteiten’ en bouw & sloop activiteiten verder uitgeschreven op paragraaf niveau.
4
HOOFDSTUK 1: Algemene bepalingen Toelichting hoofdstuk 1: In dit hoofdstuk worden algemene bepalingen opgenomen. Dit zijn algemene regels die nodig zijn voor de goede toepassing van andere regels in het omgevingsplan, zoals begripsbepalingen. De titel van hoofdstuk 1 wordt bepaald door de digitale standaard voor het omgevingsplan. Keuzes: Met betrekking tot dit hoofdstuk maken we (voorlopig) de volgende keuzes: ▪
▪
▪
▪
De begrippen die zijn gedefinieerd in de Omgevingswet of één van de vier AMvB’s hoeven niet opgenomen te worden in de begrippenlijst in het omgevingsplan. We kiezen ervoor om dit wel te doen. Op deze wijze hebben we alle begrippen bij elkaar; Als een term/begrip één keer wordt gebruikt, ligt het voor de hand om dit in of bij het artikel zelf te beschrijven. Komt een term/begrip vaker voor, dan is het zinvol om deze op te nemen in de begrippenlijst; In de Omgevingswet zijn bepaalde begrippen dwingend omschreven. Die begripsbepalingen moet de gemeente daarom ook hanteren. We nemen deze in de begrippenlijst op als ‘[begrip]: [begrip] als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingswet’. Ook in de vier AMvB’s zijn relevante begrippen omschreven. Deze werken niet dwingend door naar het omgevingsplan, maar wij hanteren als uitgangspunt dat we hierbij aansluiten. Ook voor deze begrippen nemen we in de begrippenlijst op: [begrip]: [begrip] als bedoeld in bijlage I bij [AMvB]’. We nemen daarnaast relevante overige begrippen op die nodig zijn voor de uitleg van planregels. Deze zullen meestal worden gebaseerd op (recente) bestemmingsplannen en verordeningen; We hanteren voor ieder begrip één definitie. Nader onderscheid kan waar nodig in de regels worden gemaakt.
Afdelingen in hoofdstuk 1: Afdeling 1.1 Begripsbepalingen Afdeling 1.2 Meet- en rekenvoorschriften Afdeling 1.3 Overige algemene bepalingen
1
HOOFDSTUK 2: Doelen, omgevingswaarden & programma's Toelichting hoofdstuk 2: Doelen omgevingsplan Aan de hand van de omgevingsvisie stelt de gemeente Vught doelstellingen vast om een goede fysieke leefomgeving te realiseren die zowel beschermd als benut wordt. Deze doelen kunnen ter verduidelijking opgenomen worden in het omgevingsplan. Dit is echter niet juridische verplicht. Omgevingswaarden Een omgevingswaarde is een instrument waarmee de gemeente in het omgevingsplan de kwaliteit vastlegt die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. Met deze omgevingswaarden kan de gemeente bepaalde doelen binnen de fysieke leefomgeving bereiken. Deze waarden zijn daarmee bindend en vereisen dan vervolgens ook monitoringsplicht en bij overschrijding een bijpassend omgevingsprogramma. Deze waarden kunnen opgenomen worden in het omgevingsplan. Dit is echter niet juridisch verplicht. Omgevingsprogramma’s Het college van B&W is bevoegd een omgevingsprogramma vast te stellen dat beleid of maatregelen (anders dan regelgeving) bevat met het oog op doelstellingen in de fysieke leefomgeving. Het is echter niet verplicht om daarvoor een specifieke regeling op te nemen in het omgevingsplan. Vanuit hogere overheidsorganen kunnen er ook verplichte programma's worden opgelegd aan een gemeente.
De gemeente is verplicht deze programma's tot uitvoering te brengen. Een specifieke vorm van een programma is een programma met programmatische aanpak. Bij een programmatische aanpak wordt het toelaten van activiteiten in een gebied (vaak) afhankelijk gemaakt van de resultaten van maatregelen in het programma. Daarom kan een programma met programmatische aanpak uitsluitend worden vastgesteld door het college van B&W nadat het programma is aangewezen in het omgevingsplan. Keuzes: Met betrekking tot dit hoofdstuk maken we (voorlopig) de volgende keuzes: ▪
▪
Op dit moment heeft het college binnen de gemeente Vught nog geen concrete programma’s met een programmatische aanpak vastgesteld aan de hand van de omgevingsvisie gemeente Vught 2023. Dit gaat mogelijk in de toekomst nog gebeuren. Hierdoor willen we hiervoor wel ruimte reserveren. Het hoofdstuk monitoring en informatie dat voorkomt in het VNG-voorbeeld van het casco-document wordt in dit hoofdstuk opgenomen als afdeling, gezien de 2
omvang van het onderwerp en de relatie met betrekking tot omgevingswaarden en programma’s. Afdelingen in hoofdstuk 2: Afdeling 2.1 Doelen omgevingsplan Afdeling 2.3 Omgevingswaarden Afdeling 2.3 Programma’s Afdeling 2.4 Monitoring & informatie
3
HOOFDSTUK 3: Aanwijzingen in fysieke leefomgeving Toelichting hoofdstuk 3: Hoofdstuk 3 is bedoeld voor het aanwijzen van specifieke locaties, gebieden of objecten voor zover dat nodig is om het toepassingsbereik te bepalen van regels over activiteiten. Het gaat hier met name om aanwijzingen die verplicht zijn vanuit de Besluit kwaliteit leefomgeving of rechtstreeks voortvloeien uit instructieregels van het Rijk of de provincie. De bekende functies en werkingsgebieden van regels komen niet in dit hoofdstuk. Deze aanduidingen komen in hoofdstuk 4 bij de afdeling waar de aanduiding ook van toepassing is op de regel. Keuzes: Met betrekking tot dit hoofdstuk maken we (voorlopig) de volgende keuzes: ▪
In dit hoofdstuk kunnen zowel thematische en gebiedsgerichte aanwijzingen terugkomen.
Afdelingen in hoofdstuk 3: Afdeling 3.1: Gebiedsgerichte aanwijzingen Afdeling 3.2: Themagerichte aanwijzingen
4
HOOFDSTUK 4: Activiteiten Toelichting hoofdstuk 4: Hoofdstuk 4 vormt in Vught het hart van het omgevingsplan. Hierin staan regels over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Ook de regels over functies (het toegelaten gebruik) zijn in dit hoofdstuk opgenomen. De regels over activiteiten zijn (primair) geordend naar activiteit (i.e. ‘gebruiksactiviteiten’, ‘bouwactiviteiten’, ‘milieubelastende activiteiten’ etc.). Voor de nadere ordening in (sub)paragrafen is een eerste aanzet gedaan. Deze ordening wordt verder verfijnd en ingevuld als het casco wordt gevuld met de juridisch regels, en de behoefte aan nadere ordening die daaruit ontstaat. Keuzes: Met betrekking tot dit hoofdstuk maken we (voorlopig) de volgende keuzes: ▪
▪
We streven naar een integraal omgevingsplan. Regels vanuit een specifiek thema die passen bij een specifieke activiteit worden opgenomen in de afdeling van de activiteit. Zo houden we zoveel mogelijk regels rondom een activiteit bij elkaar. Verschillende afdelingen kunnen verschillende indelingen hebben op paragraafniveau. Hierdoor blijft de afdeling voor een bepaalde activiteit een logische volgorde hebben.
5
Afdelingen in hoofdstuk 4: Afdeling 4.1 Inleidende bepalingen Afdeling 4.2 Overstijgende regels Afdeling 4.3 Gebruiksactiviteiten [Voorlopige indeling in paragrafen]
Paragraaf 4.3.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 4.3.2 Algemene regels over het gebruiken van gronden en bouwwerken Paragraaf 4.3.3 Specifieke regels over functies Paragraaf 4.3.4 Verboden gebruiksactiviteiten Paragraaf 4.3.5 Meldingsplichtige gebruiksactiviteiten Paragraaf 4.3.6 Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten Afdeling 4.4 Bouw- en sloopactiviteiten [Voorlopige indeling in paragrafen]
Paragraaf 4.4.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 4.4.2 Algemene regels over bouwactiviteiten Paragraaf 4.4.3 Verboden bouwactiviteiten Paragraaf 4.4.4 Meldingsplichtige bouwactiviteiten Paragraaf 4.4.5 Vergunningplichtige bouwactiviteiten Paragraaf 4.4.6 Vergunningplichtige sloopactiviteiten Afdeling 4.5 Aanlegactiviteiten Afdeling 4.6 Milieubelastende activiteiten Afdeling 4.7 Cultureel en werelderfgoed Afdeling 4.8 Activiteiten met betrekking tot planten en dieren
6
HOOFDSTUK 5: Overige bepalingen Algemene toelichting hoofdstuk 5: Hoofdstuk 5 is gereserveerd voor diverse inhoudelijke ‘overige’ bepalingen, zoals bepalingen met betrekking tot plichten, financiën, procedures, uitvoering en handhaving. Naar behoefte kunnen afdelingen worden toegevoegd. Keuzes: Met betrekking tot dit hoofdstuk maken we (voorlopig) de volgende keuzes: ▪
▪
▪
Het onderdeel uitvoering & handhaving dat in het VNG-voorbeeld van het casco document is opgenomen als afzonderlijk hoofdstuk, is opgenomen in dit hoofdstuk als afdeling Het onderdeel beheer en onderhoud dat in het VNG-voorbeeld van het casco document is opgenomen als afzonderlijk hoofdstuk, is opgenomen in dit hoofdstuk als afdeling Het onderdeel financiële bepalingen dat in het VNG-voorbeeld van het casco document is opgenomen als afzonderlijk hoofdstuk, is opgenomen in dit hoofdstuk als afdeling
Afdelingen in hoofdstuk 5: Afdeling 5.1 Beheer en onderhoud Afdeling 5.2 Uitvoering & handhaving Afdeling 5.3 Financiële bepalingen Afdeling 5.4 Procedurele bepalingen Afdeling 5.5 Voorbereidingsregels
7
HOOFDSTUK 6 T/M 20: Gereserveerde hoofdstukken Algemene toelichting hoofdstuk 6 t/m 20: Iedere gemeente in Nederland kreeg vanaf 1 januari 2024 een tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijke omgevingsplan is - met uitzondering van de hoofdstukken 1, 22 en 23 - leeg. Iedere gemeente heeft de mogelijkheid om de hoofdstukindeling naar eigen behoefte in te delen. Met het casco-omgevingsplan maakt de gemeente Vught een eerste indeling van deze hoofdstukken. Binnen Vught worden de hoofdstukken 6 tot en met 20 op dit moment niet gebruikt maar blijven ze wel gereserveerd voor mogelijkheden in de toekomst. Keuzes: Niet van toepassing Afdelingen in hoofdstukken 6 t/m 20: Niet van toepassing
8
HOOFDSTUK 21: Tijdelijk hoofdstuk Omgevingsplan Algemene toelichting hoofdstuk 21: Ondanks dit casco-omgevingsplan voor de gemeente Vught is het definitieve omgevingsplan met de bijhorende specifieke juridische regels nog niet volledig. Naar verwachting zullen we alle definitieve regels in het omgevingsplan hebben verwerkt eind 2029. Dat betekent dat er in de tussentijd ontwikkelingen en initiatieven in het fysieke domein zijn die vragen om wijzigingen in het tijdelijke omgevingsplan. Om de voortgang van de transitieperiode niet extra te belasten en om te voorkomen dat er “ad hoc” keuzes worden gemaakt waarvan de gevolgen nadelig kunnen zijn voor het definitieve omgevingsplan, worden deze ontwikkelingen en initiatieven mogelijk gemaakt door een tijdelijk hoofdstuk in het omgevingsplan. Keuzes: Met betrekking tot dit hoofdstuk maken we (voorlopig) de volgende keuzes: ▪
▪
▪
Het hoofdstuk is tijdelijk. Dit is een tijdelijk hoofdstuk. Het hoofdstuk wordt specifiek gebruikt om tijdens de transitieperiode regels op te nemen die nodig zijn om ontwikkelingen mogelijk te maken die in strijd zijn met het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het hoofdstuk wordt gebruikt voor ontwikkelingen zo lang er nog geen basisopzet ligt voor het omgevingsplan, waarbij bij een planwijziging kan worden aangesloten. Als die basisopzet er ligt, kan het tijdelijk hoofdstuk worden geschrapt en de regels worden geïntegreerd in het definitieve omgevingsplan. De inhoud van het hoofdstuk is ‘beleidsarm’. De regels in dit hoofdstuk worden beperkt tot wat strikt noodzakelijk is om een ontwikkeling mogelijk te maken. In dit hoofdstuk worden daarom in beginsel geen regels verwerkt uit gemeentelijke verordeningen en de bruidsschat. Regels over milieu worden alleen opgenomen als dat nodig is om te voldoen aan de instructieregels uit het Bkl of als een ontwikkeling in strijd is met de bruidsschat. De vormgeving van het hoofdstuk is gelijk aan het casco-omgevingsplan De vormgeving van de regels en de opzet van in dit hoofdstuk is in beginsel gelijk aan de opzet en vormgeving van het casco-omgevingsplan van de gemeente Vught.
Dit betekent dat daar waar het al kan voor de opbouw en formulering van planregels zoveel mogelijk kan worden aangesloten bij de indeling van de regels in de rest van het casco.
De regels in dit hoofdstuk worden op termijn, net als de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, omgezet naar een regeling in het definitieve omgevingsplan. Bij die omzetting worden regels (qua formulering en opzet) gewijzigd als de beantwoording van ontwerpvragen daar (inmiddels) om vraagt. 9
Afdelingen in hoofdstuk 21: Opbouw van dit hoofdstuk: In dit hoofdstuk wordt voor elk nieuw initiatief één afdeling opgenomen. De opbouw van de verschillende afdelingen is identiek. Die opbouw is opgenomen in het Handboek wijzigen omgevingsplan. De structuur is op hoofdlijnen als volgt: Afdeling 21.1 [Initiatief nr. 1] Paragraaf 21.1.1 Algemene bepalingen Paragraaf 21.1.2 Gebruiksactiviteiten Paragraaf 21.1.3 Bouwactiviteiten Paragraaf 21.1.4 Aanlegactiviteiten Afdeling 21.2 [Initiatief nr. 2] Paragraaf 21.2.1 Algemene bepalingen Paragraaf 21.2.2 Gebruiksactiviteiten Paragraaf 21.2.3 Bouwactiviteiten Paragraaf 21.2.4 Aanlegactiviteiten Etc. etc.
10
HOOFDSTUK 23: Slotbepalingen Algemene toelichting hoofdstuk 23: Hoofdstuk 23 bevat de slotbepalingen waarin zaken worden geregeld zoals duur, wijzigingen en algemene geldigheid van het omgevingsplan. In het nu van kracht geworden tijdelijke omgevingsplan is hoofdstuk 23 al opgenomen en bestaat enkel uit artikel 23.1 (citeertitel) Dit omgevingsplan wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Vught. Keuzes: Met betrekking tot dit hoofdstuk maken we (voorlopig) de volgende keuzes: ▪
Tijdens de transitiefase wordt het hoofdstuk van de slotbepaling genummerd als hoofdstuk 23. Dit hoofdstuk is namelijk al opgenomen in het tijdelijk omgevingsplan. In de toekomst zal de hoofdstuknummering van dit hoofdstuk aansluiten bij de overige hoofdstukken.
Afdelingen in hoofdstuk 23: Afdeling 23.1: Overgangsrecht
11
Handboek ruimtelijke initiatieven Vught
1
Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ....................................................................................................... 4 1.2 Doel ............................................................................................................... 4 2. Aanleveren voor het wijzigingsbesluit ..................................................................... 5 2.1 Onderdelen van het wijzigingsbesluit ................................................................ 5 2.1.1 Motivering................................................................................................. 5 2.1.2 Regels en geometrie .................................................................................. 6 2.1.3 Artikelsgewijze toelichting (toelichting per artikel) ....................................... 7 3. Procedure wijziging omgevingsplan ........................................................................ 8 3.1
Inleiding ..................................................................................................... 8
3.2
Procedure wijziging omgevingsplan ............................................................. 8
3.2.1
Voorbereiding ...................................................................................... 8
3.2.2
Ontwerp-wijzigingsbesluit .................................................................... 8
3.2.3
Vaststelling wijzigingsbesluit ................................................................ 9
BIJLAGE 1 MOTIVERING .......................................................................................... 11 BIJLAGE 2: VOORBEELDREGELS OMGEVINGSPLAN ................................................. 16 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen ....................................................................... 17 Hoofdstuk 21 Ontwikkelingen in de transitiefase ................................................... 17 Afdeling 21.1 Helvoirt – Omgevingsweg 1 ................................................................. 17 BIJLAGE 3: ANNOTATIESTRATEGIE........................................................................... 24 Inleiding ............................................................................................................. 24 Deel 1: Algemene informatie ................................................................................ 25 1.1 Wat zijn annotaties? ................................................................................... 25 1.2 Welke annotaties kunnen gebruikt worden? ................................................. 25 1.3 Wat is een annotatiestrategie en waarom is deze belangrijk? ........................ 25 1.4 Voor wie is de annotatiestrategie bedoeld? .................................................. 25 1.5 Waar zie ik de annotaties uiteindelijk terug? .................................................
26 Deel 2: Uitleg per type annotatie .......................................................................... 26 2.1 Toelichting op annotatie Werkingsgebied (locatie) ........................................ 26 2.2 Toelichting op annotatie Gebiedsaanwijzing ................................................ 27 2
2.3 Toelichting op annotatie Thema .................................................................. 27 2.4 Toelichting op annotatie Activiteit ............................................................... 28 2.5 Toelichting op annotatie Omgevingsnorm .................................................... 28 Deel 3: De afspraken ........................................................................................... 30 3.1 Algemeen .................................................................................................. 30 3.3
Gebruik van de annotatie Werkingsgebied (locatie) ................................. 30
3.4
Gebruik van annotatie Gebiedsaanwijzing .............................................. 32
3.5
Gebruik van annotatie Thema ................................................................ 34
Annotatie ‘thema’ wordt niet gebruikt ............................................................... 34 3.6
Gebruik van annotatie Omgevingsnorm .................................................. 34
3.7
Gebruik van annotatie Activiteit ............................................................. 34
3.8
Beheer en aanlevering van geometrieën.................................................. 38
BIJLAGE 4: NAAMGEVINGSAFSPRAKEN ................................................................... 39 1.
Inleiding ...................................................................................................... 39
2.
Verwijzing naar een ‘gebied’ of ‘locatie’ ......................................................... 39
3.
Locaties ...................................................................................................... 39
4.
Omgevingsnormen ....................................................................................... 40
5.
Gebiedstype ................................................................................................ 40
6.
In- en uitgesloten activiteiten ........................................................................ 40 7.
Overig: gebruik van hoofdletters en kleine letters ........................................ 40
BIJLAGE 5 CASCO OMGEVINGSPLAN VUGHT........................................................... 42
3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Het belangrijkste doel van deze wet is het realiseren en behouden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Ook is deze wet gericht op het waarborgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Eén van de belangrijkste instrumenten binnen de Omgevingswet is het omgevingsplan. Het omgevingsplan bestaat uit alle regels die gaan over de fysieke leefomgeving. Elke gemeente heeft één omgevingsplan dat geldt voor het volledige grondgebied van de gemeente. Het omgevingsplan van de gemeente Vught bestaat uit dit moment uit een tijdelijk deel (van rechtswege). Dit bestaat onder andere uit de oude ruimtelijke plannen, enkele gemeentelijke verordeningen en de bruidsschat.1 In de komende jaren werken wij stap voor stap aan een volledig nieuw omgevingsplan. In de tussentijd maken we gebruik van een tijdelijk hoofdstuk voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hiervoor is het nodig dat wij het omgevingsplan aanpassen. Deze eerste versie van het handboek dient als leidraad voor wijziging van het omgevingsplan, binnen het tijdelijke hoofdstuk. Het casco-omgevingsplan van de gemeente Vught vormt de basis voor de structuur. Daarnaast hanteren wij een vaste wijze van annoteren (annotatiestrategie). Op deze wijze komen we tot consequente en werkbare besluiten (wijzigingen van ons omgevingsplan).
1.2 Doel Het belangrijkste doel van het handboek is ervoor te zorgen dat procedures voor initiatieven gestroomlijnd verlopen en leiden tot consequente en werkbare besluiten. Het handboek geeft in eerste instantie in elk geval antwoord op de volgende vragen: 1. Wat moet een initiatiefnemer aanleveren voor het wijzigingsbesluit? 2. Hoe verloopt de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan, en wat verwacht de gemeente hierbij van de initiatiefnemer?
Meer informatie over het tijdelijk deel van het omgevingsplan is te vinden op de website van het Informatiepunt Leefomgeving: Omgevingsplan van rechtswege | Informatiepunt Leefomgeving. 1
4
2. Aanleveren voor het wijzigingsbesluit 2.1 Onderdelen van het wijzigingsbesluit Voor het wijzigingsbesluit moet de initiatiefnemer het volgende aanleveren: • de motivering en de onderzoeken, die nodig zijn; • de voorgestelde wijziging van de regels2 van het omgevingsplan (en de technische vertaling ervan in de werkset); • artikelsgewijze toelichting op de regels; De gemeente Vught maakt gebruik van de plansoftware GISkit. De initiatiefnemer moet de onderdelen van het wijzigingsbesluit aanleveren in een werkset die geschikt is voor GISkit. 2.1.1 Motivering Het eerste deel van het aan te leveren wijzigingsbesluit bestaat uit de motivering. De motivering is de inhoudelijke onderbouwing van het initiatief en het besluit. De motivering bestaat in ieder geval uit: • • •
• • •
een beschrijving van het initiatief; een beschrijving van de huidige situatie en de gewenste situatie in het plangebied; een motivering waarom het besluit bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In BIJLAGE 1 MOTIVERINGbij dit handboek staat aan welke eisen de motivering moet voldoen; een overzicht van de onderdelen van het omgevingsplan, die het wijzigingsbesluit moet aanpassen, met een onderbouwing waarom dit nodig is; de uitkomsten van de omgevingsdialoog; een m.e.r.-beoordeling of milieueffectrapportage.
Als dat nodig is voor een goede onderbouwing, steunt de motivering op resultaten van onderzoek. Die resultaten staan dan in een bijlage.
Behalve de daadwerkelijke regels omvat dit ook de annotaties (werkingsgebieden, gebiedsaanwijzingen, normen, activiteiten, thema’s etc.) 2
5
2.1.2 Regels en geometrie Het tweede deel van de aanvraag bestaat uit een voorstel voor het wijzigingsbesluit: de regels die deel gaan uitmaken van het omgevingsplan en de daarbij behorende annotaties. a. Inhoud van de regels Voor de inhoud (de strekking) van de regels kan de initiatiefnemer – bijvoorbeeld als het gaat om normen – aansluiting zoeken bij: • de bestaande ruimtelijke plannen • eerdere initiatieven die al in hoofdstuk 21 zijn verwerkt (dit geldt nadat het eerste initiatief is verwerkt). Daarnaast sluit de inhoud van de regeling natuurlijk aan bij de motivering en de bevindingen uit onderzoek. b. Gebruik maken van wettelijke flexibiliteit Wil de initiatiefnemer gebruik maken van wettelijke mogelijkheden om maatwerkregels te stellen? Of wil de initiatiefnemer normen toepassen die afwijken van de standaard (denk bijvoorbeeld aan de standaardwaarden voor geluid)? Overleg dit dan altijd vooraf met de gemeente. c. Woningbouwcategorieën Als dat nodig is, kan het wijzigingsbesluit regels bevatten over te realiseren categorieën woningen (sociale huur, sociale koop, middenhuur en/of particulier opdrachtgeverschap). De planregels moeten hierbij voldoen aan § 5.1.7a Besluit kwaliteit leefomgeving. d. Casco De initiatiefnemer neemt regels op in hoofdstuk 21 van het omgevingsplan. De opbouw van dit hoofdstuk is opgenomen in het casco-omgevingsplan van de gemeente Vught.
Hierin zijn de uitgangspunten en keuzes verder toegelicht. Het casco-omgevingsplan staat in BIJLAGE 5 CASCO OMGEVINGSPLAN VUGHT bij dit handboek. e. Opzet van de regels Voor de opzet van de planregels moet de initiatiefnemer aansluiten bij de opzet van de voorbeeldregels in BIJLAGE 2: VOORBEELDREGELS OMGEVINGSPLAN bij dit handboek. Voorzien de voorbeeldregels niet in wat de initiatiefnemer nodig heeft? Of heeft de initiatiefnemer vragen over het toepassen van de voorbeeldregels? Neem dan contact op met de gemeente om dit af te stemmen. f. Taalgebruik 6
Voor het taalgebruik en het gebruik van termen sluit de initiatiefnemer aan bij de voorbeeldregels. De gemeente streeft naar een toegankelijk taalniveau. Dit betekent dat planregels bestaan uit korte zinnen. Vaktaal en onnodig formele bewoordingen worden zoveel mogelijk vermeden. g. Annoteren van het wijzigingsbesluit Voor de uniformiteit en consistentie is een annotatiestrategie opgesteld. Deze staat in BIJLAGE 3: ANNOTATIESTRATEGIE bij dit handboek. Het toepassen van deze strategie is verplicht. Dit geldt ook voor de afspraken over de naamgeving van locaties, die in de bijlage bij de strategie staan. 2.1.3 Artikelsgewijze toelichting (toelichting per artikel) Het derde onderdeel van het wijzigingsbesluit bestaat uit een toelichting per artikel bij de regels van het omgevingsplan. Deze toelichting is juridisch niet verplicht. De gemeente kan deze toelichting gebruiken om de regels van het omgevingsplan te verduidelijken. De gemeente wil de opzet van deze toelichting verder uitwerken bij het eerste initiatief dat in hoofdstuk 21 wordt opgenomen. De initiatiefnemer doet dit in nauw overleg met de gemeente. Bij volgende initiatieven sluit de initiatiefnemer bij deze opzet aan.
7
3. Procedure wijziging omgevingsplan 3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft hoe de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan verloopt, en wat de gemeente hierbij verwacht van de initiatiefnemer.
3.2
Procedure wijziging omgevingsplan
Voor het wijzigen van het omgevingsplan volgen we een vaste procedure. Die bestaat uit onze beoordeling en afstemming van de ingediende documenten en (daarna) uit het besluit van het college over het starten van de formele procedure. De formele procedure is geregeld in de wet. Deze procedure geeft onder andere kaders voor bekendmaking, publicatie, zienswijzen en termijnen. 3.2.1 Voorbereiding De gemeente maakt bekend (via het digitale Gemeenteblad)3 dat zij het omgevingsplan gaat wijzigen (kennisgeving). In deze kennisgeving staat ook, hoe de participatie wordt ingevuld. 3.2.2 Ontwerp-wijzigingsbesluit a. Kennisgeving ontwerp-wijzigingsbesluit De gemeente doet voorafgaand aan de terinzagelegging een kennisgeving van het ontwerp-omgevingsplan in het Gemeenteblad Is in de voorbereiding een milieueffectrapport opgesteld? Dan doet de gemeente ook een kennisgeving van dit rapport. Beide publiceren wij op hetzelfde moment in het Gemeenteblad. Naast publicatie in het Gemeenteblad doet de gemeente een kennisgeving in het Klaverblad. Deze kennisgeving verwijst naar de publicatie in het Gemeenteblad. b. Mededeling ontwerp-wijzigingsbesluit We plaatsen het ontwerp-omgevingsplan via de LVBB integraal in het Gemeenteblad. c. Terinzagelegging ontwerp-wijzigingsbesluit Een kennisgeving in het Gemeenteblad verloopt via de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB).
Dit is onder de centrale landelijke voorziening voor de publicatie van (onder andere) omgevingsdocumenten. De omgevingsdocumenten komen via deze landelijke voorziening ook in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) (de viewer ‘Regels op de kaart’). 3
8
Met de mededeling (genoemd onder b) start de terinzagelegging van het ontwerpwijzigingsbesluit. De terinzagelegging duurt 6 weken. Ook het milieueffectrapport ligt dan ter inzage. Dit gebeurt alleen digitaal, via het Gemeenteblad en de viewer Regels op de kaart. d. Eventueel advies Commissie m.e.r. Als er een milieu-effectrapport is opgesteld moet de gemeente hierover een advies vragen aan de Commissie voor de milieu-effectrapportage. Dit doet de gemeente uiterlijk bij de start van de terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan en het milieueffectrapport. e. Zienswijzen Tijdens de zienswijzenperiode (zie onder c) kan iedereen gedurende een periode van zes weken een zienswijze indienen. Dat kan schriftelijk of mondeling. Als sprake is van een mondelinge zienswijze, dan maakt de gemeente hiervan een verslag. f. Mededeling en kortere beslistermijn wanneer geen zienswijzen zijn ingediend Als er tijdens de termijn van zes weken geen zienswijzen op het ontwerpbesluit zijn gekomen, dan doet de gemeente hiervan zo spoedig mogelijk mededeling in het digitale gemeenteblad. Daarna wordt het wijzigingsbesluit vastgesteld. 3.2.3 Vaststelling wijzigingsbesluit De gemeenteraad stelt het wijzigingsbesluit vast.4 De gemeenteraad maakt hierbij de belangenafweging.
Daarbij betrekt de gemeenteraad ook de uitkomst van uw omgevingsdialoog en eventuele ingekomen zienswijzen a) Termijn tussen vaststelling en bekendmaking Tussen de vaststelling van het wijzigingsbesluit en de bekendmaking moeten minimaal twee weken zitten. Bekendmaking mag sneller als: • Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant geen zienswijzen naar voren hebben gebracht over het ontwerp-wijzigingsbesluit; • het vastgestelde besluit niet afwijkt van het ontwerp-besluit; of • Gedeputeerde Staten hebben bepaald dat het omgevingsplan eerder ter inzage mag worden gelegd. b) Bekendmaking, kennisgeving, terinzagelegging
Het college van burgemeester en wethouders stelt het omgevingsplan vast, als de gemeenteraad deze bevoegdheid heeft gedelegeerd aan het college. 4
9
De gemeente maakt het besluit bekend door het te publiceren in het Gemeenteblad. Tegelijk met de bekendmaking, geeft de gemeente kennis van de terinzagelegging van de bijbehorende stukken. De gemeente vermeldt hierbij binnen welke termijn en bij welk orgaan beroep mogelijk is. c) Mededeling van het besluit: Tegelijkertijd met de bekendmaking doet de gemeente in ieder geval mededeling van het besluit aan: • degenen die bij de voorbereiding een zienswijze hebben ingebracht; • een adviseur, als het bevoegd gezag van zijn advies is afgeweken. De gemeente vermeldt hierbij binnen welke termijn en bij welk orgaan beroep mogelijk is. d) Inwerkingtreding Een wijziging van een omgevingsplan treedt in werking vier weken na de dag van bekendmaking tenzij in het wijzigingsbesluit een andere datum is bepaald. De wijziging van het omgevingsplan wordt dan zichtbaar in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Iedereen kan zo in het Omgevingsloket zien welke regels waar gelden. e) Termijn vaststelling bij m.e.r. Als het initiatief m.e.r.-plichtig is, loopt het milieueffectrapport (MER) mee met bovenstaande procedure. De stappen onder a t/m e hebben dan ook betrekking op het m.e.r.. f) Beroep Belanghebbenden kunnen beroep instellen tegen het wijzigingsbesluit. Dit kan gedurende 6 weken vanaf de dag van de bekendmaking van het besluit.
Vroeger konden alleen belanghebbenden beroep instellen, die een zienswijze hadden ingediend. Tegenwoordig is dat anders. Alle belanghebbenden kunnen beroep instellen. Als iemand beroep heeft ingesteld, kan deze ook bij de rechter om een voorlopige voorziening vragen. Dit is een tijdelijke maatregel die meestal de inwerkingtreding van het omgevingsplan tegenhoudt (schorst). Dat is om te voorkomen dat er een onomkeerbare situatie ontstaat. De rechter beoordeelt of het verzoek om een voorlopige voorziening terecht is. De rechter besluit dan of het besluit wordt geschorst. Als het beroep wordt ingesteld, is het omgevingsplan normaal gesproken al in werking getreden (zie punt d). Het indienen van het beroep, en ook het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening, heeft hier geen effect op. De inwerkingtreding wordt alleen geschorst als de rechter dat beslist na een verzoek om een voorlopige voorziening. 10
BIJLAGE 1 MOTIVERING Rolverdeling en verantwoordelijkheid Deze instructie gaat over het opstellen van de motivering. De motivering is – in juridische zin – de onderbouwing van het bevoegd gezag (de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders) bij het wijzigingsbesluit. Soms stelt de initiatiefnemer de motivering op. De gemeente neemt deze dan over, als ze ermee akkoord is. In dit document staat steeds wat ‘de gemeente’ moet onderbouwen. In de praktijk moet de initiatiefnemer ervoor zorgen dat dit in de motivering staat. Hoofdlijn De motivering van een wijzigingsbesluit onderbouwt dat het besluit bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarbij moet de gemeente in elk geval toetsen aan: • • •
(instructie)regels van het Rijk en de provincie; gemeentelijk beleid, waaronder in het bijzonder de omgevingsvisie; overige criteria, zoals hierna gespecificeerd.
In de tabel hierna is meer in detail aangegeven welke onderwerpen de motivering moet behandelen. Een uitgebreide toets aan beleid van Rijk, provincie en waterschap (naast een toets aan regels van deze overheden) is niet nodig. Deze toets wordt alleen opgenomen als dat wezenlijk bijdraagt aan de motivering van het besluit. Beschrijvingen van beleid blijven altijd kort en bondig. Toetsingscriteria In onderstaande tabel staat welke onderwerpen de motivering moet behandelen. Is een onderwerp overduidelijk niet van belang voor het betrokken initiatief? Geef dit dan 11
bondig in de motivering aan, met een toelichting. De motivering moet het onderwerp altijd wél benoemen. Het wettelijk kader bepaalt welke ruimte er - binnen de motivering - is voor een eigen gemeentelijke afweging. Als de initiatiefnemer wil dat de gemeente die ruimte benut, gaat de motivering in op het hoe en waarom. De motivering betrekt bij elk onderwerp het gemeentelijke beleid, dat hiervoor van belang is.
12
Onderwerp
De motivering onderbouwt dat het wijzigingsbesluit voldoet aan:
Milieueffectrapportage
Artikel 16.4 en in het bijzonder Artikel 16:36 Omgevingswet. Dit betekent dat initiatiefnemer: - een formele m.e.r.-beoordeling opneemt, of - als dat niet nodig is dit vooraf met de gemeente afstemt, en wordt in de motivering gemotiveerd. Voor m.e.r.-plichtige initiatieven stelt iniatiefnemer een MER op.
Veiligheid
§ 5.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving, Paragraaf 5.1.2.2 tot en met paragraaf 5.1.2.5. Kaartmateriaal kan inzichtelijk worden gemaakt via : www.atlaskaarten.nl met de kaarten ‘veilige omgeving’. Hierin worden 4 kaarten zichtbaar en kunnen worden gebruikt ter onderbouwing. De kaarten betreffen: - activiteiten met gevaarlijke stoffen; - aandachtsgebieden; - plaatsgebonden risico's; - kwetsbare gebouwen.
Waterbelangen Watertoets
§ 5.1.3 Besluit kwaliteit leefomgeving.
Waterveiligheid
Paragraaf 5.3.1 (Waterveiligheid) van de Omgevingsverordening NoordBrabant.
Waterberging
Paragraaf 5.3.2 (Waterberging) van de Omgevingsverordening NoordBrabant.
Milieu Kwaliteit van de buitenlucht
§ 5.1.4.1 Besluit kwaliteit leefomgeving
Geluid door activiteiten
§ 5.1.4.2 Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarbij wordt ook aangegeven of wordt voldaan aan de bruidsschat en zo niet, welke consequenties dat heeft. Flexibiliteit om – binnen het kader van instructieregels – af te wijken van de bruidsschat gebruikt de initiatiefnemer alleen na overleg met de gemeente.
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
§ 5.1.4.2a Besluit kwaliteit leefomgeving en paragraaf 5.2.3 (Provinciale weg) van de omgevingsverordening Noord-Brabant. Flexibiliteit die het Bkl biedt, gebruikt de initiatiefnemer alleen na overleg met de gemeente.
Trillingen
§ 5.1.4.4 Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarbij wordt ook aangegeven of wordt voldaan aan de bruidsschat en zo niet, welke consequenties dat heeft. Flexibiliteit om – binnen het kader van instructieregels – af te wijken van de bruidsschat gebruikt de initiatiefnemer alleen na overleg met de gemeente.
Slagschaduw van windturbines
§ 5.1.4.4a Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarbij wordt ook aangegeven of wordt voldaan aan de bruidsschat en zo niet, welke consequenties dat heeft. Flexibiliteit om – binnen het kader van instructieregels – af te wijken van de bruidsschat gebruikt de initiatiefnemer alleen na overleg met de gemeente.
Bodemkwaliteit
§ 5.1.4.5 Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarbij wordt ook aangegeven of wordt voldaan aan de bruidsschat en zo niet, welke consequenties dat heeft. Flexibiliteit om – binnen het kader van instructieregels – af te wijken van de bruidsschat gebruikt de initiatiefnemer alleen na overleg met de gemeente.
Geur
§ 5.1.4.6 Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarbij wordt ook aangegeven of wordt voldaan aan de bruidsschat en zo niet, welke consequenties dat heeft.
13
Flexibiliteit om – binnen het kader van instructieregels – af te wijken van de bruidsschat gebruikt de initiatiefnemer alleen na overleg met de gemeente. Milieuzonering
De gemeente gebruikt de richtafstanden uit de oude handreiking bedrijven en milieuzonering niet voor het motiveren van de aanvaardbaarheid van het initiatief. Hooguit ter indicatie of het wel of niet nodig is onderzoek te doen voor toetsing aan de wettelijke normen (voor geluid, geur etc. zoals hierboven aangehaald).
Stedelijke ontwikkeling Laddertoets
§ 5.1.5.4 Besluit kwaliteit leefomgeving.
Stedelijke functies en mobiliteit
Afdeling 5.5 (Ontwikkeling van stedelijke functies en mobiliteit) van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Vitaal platteland
Afdeling 5.6 (Vitaal platteland) van de Omgevingsverordening NoordBrabant.
Cultureel erfgoed
§ 5.1.5.5 Besluit kwaliteit leefomgeving. Hierbij vindt in elk geval een toets plaats aan Paragraaf 5.2.6 (Aardkundige, cultuurhistorische en groenblauwe waarden) van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De motivering besteedt in elk geval aandacht aan de effecten op archeologische waarden en monumenten.
Behoud van ruimte voor toekomstige functies
§ 5.1.6 Besluit kwaliteit leefomgeving (reserveringsgebieden autowegen, snelwegen en hoofdspoorwegen; buisleidingen van nationaal belang).
Staat en werking van infrastructuur en voorzieningen
§ 5.1.7 Besluit kwaliteit leefomgeving (landsverdediging en nationale veiligheid; elektriciteitsvoorziening; rijksvaarwegen; apparatuur voor de burgerluchtvaart; landelijke fiets- en wandelroutes; hyperscale datacentra).
Toegankelijkheid van de buitenruimte
§ 5.1.8 Besluit kwaliteit leefomgeving.
Uitoefening van taken fysieke leefomgeving
Afdeling 5.2 Besluit kwaliteit leefomgeving.
Spuitzones
Actuele jurisprudentie over spuitzones.
Gezondheid
Artikel 2.1 Omgevingswet (vierde lid).
Duurzaamheid, energietransitie, klimaatadaptatie
Paragraaf 5.4 (Duurzame energie) van de Omgevingsverordening NoordBrabant. De motivering gaat verder in op de kenmerken van het initiatief op het gebied van duurzaamheid, energietransitie en klimaatadaptatie, voor zover het initiatief op dat gebied meerwaarde heeft.
Mobiliteit en parkeren
Een evenwichtige toedeling van functies als het gaat om de verkeersafwikkeling. Hierbij besteedt de motivering in elk geval aandacht aan verkeersgeneratie en parkeren voor zowel auto’s als fietsen en aan ovbereikbaarheid. Hierbij wordt voldaan aan de actuele gemeentelijke parkeernormen.
Groen en natuur Soortbescherming
Uitvoerbaarheid in het licht van de regels over soortbescherming (flora- en fauna-activiteit). Het initiatief mag niet evident onuitvoerbaar zijn
Gebiedsbescherming
Artikel 16.53c Omgevingswet. Dit betekent dat initiatiefnemer of een passende beoordeling opstelt of motiveert waarom dat niet nodig is.
14
Natuur Netwerk Brabant
Paragraaf 5.2.5 (Natuur Netwerk Brabant) van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Groen en natuur (overig)
ETFAL in het licht van het effect van het initiatief op (overig) groen en natuur. Hierbij vindt in elk geval een toets plaats aan Paragraaf 5.2.6 (Aardkundige, cultuurhistorische en groenblauwe waarden) van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Ook houdt de motivering in elk geval rekening met de beleidsnota ‘Groenvisie Vught 2023-2033’.
Landschap
ETFAL in het licht van het effect van het initiatief op het landschap. Hierbij vindt in elk geval een toets plaats aan Paragraaf 5.2.6 (Aardkundige, cultuurhistorische en groenblauwe waarden) van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Stedenbouwkundige kwaliteit
ETFAL in het licht van het effect van het initiatief op de stedenbouwkundige kwaliteit.
Algemene ruimtelijke kwaliteit
De instructieregels voor ruimtelijke kwaliteit uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant, met inbegrip van de ruimte die de verordening biedt voor maatwerk, afwijking en flexibiliteit, waaronder in elk geval: - artikel 5.7 (Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit); - artikel 5.11 (Kwaliteitsverbetering Landschap); - artikel 5.12 (Ontwikkelingsrichting). Paragraaf 5.2.1 (Grondwaterbescherming) en Paragraaf 5.2.2 (Voorkomen grondwaterverontreiniging) van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Grondwater Stiltegebied
Paragraaf 5.2.4 (Stiltegebied) van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Kabels en leidingen
ETFAL in het licht van kabels en leidingen. Hiervoor brengt initiatiefnemer in kaart welke kabels en leidingen binnen het plangebied aanwezig zijn en of dat leidt tot mogelijke beperkingen.
Overige onderwerpen Het initiatief kan effecten hebben op andere aspecten van de fysieke leefomgeving. De motivering bevat dat punt een belangenafweging. Dit is nog belangrijker, als deze effecten andere belanghebbenden raken. Zo nodig onderbouwt de initiatiefnemer zijn belangenafweging met onderzoek. Voorbeelden van zulke andere aspecten zijn licht, schaduw, stof en hitte.
Disclaimer: de bovenstaande tabel is gebaseerd op de geldende instructieregels van Rijk en provincie op 11 november 2025. De initiatiefnemer zorgt er zelf voor dat alle actuele instructieregels worden meegenomen. De regelgeving is leidend; niet de tabel.
15
BIJLAGE 2: VOORBEELDREGELS OMGEVINGSPLAN In dit document staan voorbeeldregels voor hoofdstuk 21 van het omgevingsplan. Deze voorbeeldregels gebruikt een initiatiefnemer als basis bij het formuleren van planregels. De regels zijn bedoeld als voorbeeld voor zaken als opbouw van het plan (volgorde van artikelen), opzet (structuur) van artikelen, zinsbouw, begrippenkader en taalniveau. De voorbeeldregels zijn niet bedoeld als voorbeeld voor de juridische inhoud van de planregeling. De naamgeving van locaties sluit aan bij de naamgevingsafspraken van de gemeente Vught. Deze afspraken zijn opgenomen in de BIJLAGE 3: ANNOTATIESTRATEGIE bij de annotatiestrategie voor het omgevingsplan van de gemeente Vught.
16
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Toelichting: Artikel 1.1 blijft ongewijzigd. Dit artikel blijft dus zoals het nu in het omgevingsplan staat (vanuit de bruidsschat). Als voor hoofdstuk 21 begripsbepalingen nodig zijn, komen die in hoofdstuk 21 te staan. Zie hiervoor de toelichting bij hoofdstuk 21.
Hoofdstuk 21 Ontwikkelingen in de transitiefase
Afdeling 21.1 Helvoirt – Omgevingsweg 15 Toelichting: De naam van de afdeling bestaat uit de plaatsnaam, gevolgd door het adres, waar de ontwikkeling plaatsvindt. Dus bijvoorbeeld ‘Helvoirt – Omgevingsweg 1’. Is er geen specifiek adres beschikbaar? Doordat er (bijvoorbeeld) sprake is van een gebiedsontwikkeling. Dan kan de naam natuurlijk bestaan uit een locatieaanduiding of de naam van de gebiedsontwikkeling. Bij voorkeur gebruikt de initiatiefnemer wel een geografische benaming. Zie verder ook de naamgevingsafspraken. Deze staan in de bijlage bij de annotatiestrategie. Paragraaf 21.1.1 Algemene bepalingen Artikel 21.1 Toepassingsbereik Afdeling 21.1 gaat over het gebied H21-Helvoirt-Omgevingsweg 1.
5
17
Artikel 21.2 Tijdelijk deel van het omgevingsplan niet van toepassing In het gebied H21-Helvoirt-Omgevingsweg 1 zijn de volgende onderdelen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan niet van toepassing: a. […]. Toelichting: Hier staat welke bestemmingsplannen, of onderdelen daarvan, het bevoegd gezag buiten toepassing verklaart. Als dit gewenst is, dan blijven algemene regels (hoofdstuk 3) van het geldende bestemmingsplan van toepassing. Dit geldt ook voor regels over dubbelbestemmingen, als daarin niets hoeft te veranderen. Geldende paraplubestemmingsplannen blijven in beginsel óók van toepassing. Artikel 21.3 is het ‘spiegelbeeld’ van artikel 21.2. Dit artikel is (daarom) juridisch niet nodig. We nemen het op voor de duidelijkheid op. Artikel 21.3 Tijdelijk deel van het omgevingsplan onverkort van toepassing In het gebied, bedoeld in artikel 21.1, blijven de volgende onderdelen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan onverkort van toepassing: a. […]; b. het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie’; c. het bestemmingsplan ‘Parapluplan kamerverhuur Vught’; d. overige delen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, in het bijzonder regels uit verordeningen en de bruidsschat (hoofdstuk 22 van het omgevingsplan).
Artikel 21.4 Schakelbepaling bruidsschat Waar in hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan wordt gesproken over ‘het tijdelijke deel van dit omgevingsplan’ moet daarvoor steeds worden gelezen: het omgevingsplan. Artikel 21.5 Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: [begrip1]: [begripsbepaling1]; [begrip2]: [begripsbepaling2]; [begrip3]: [begripsbepaling3]; Etc. Toelichting: In deze bepaling komen begrippen te staan die nodig zijn voor deze afdeling. Zijn begrippen al gedefinieerd via artikel 1.1? Dan komen ze niet opnieuw te staan in hoofdstuk 21.
18
Begrippen staan altijd in alfabetische volgorde. Ze krijgen geen opsommingstekens in de vorm van nummers of letters. Dit is overeenkomstig de TPOD Omgevingsplan. Paragraaf 21.1.2 Gebruiksactiviteiten Subparagraaf 21.1.2.1 Wonen Toelichting: Elke gebruiksactiviteit (‘functie’, voorheen bestemming) krijgt een eigen subparagraaf. In deze voorbeeldregels is alleen ‘wonen’ ingevuld. Hoofdstuk 21 heeft dezelfde opzet als het bestemmingsplan als het gaat om het bestemmen van gronden voor ‘waarden’. Gaat een (dubbel)bestemmingen alleen over waarden (denk hierbij bijvoorbeeld aan Bos of Waarde-Archeologie? Dan gebruiken we dus dezelfde opzet als hieronder is opgenomen voor ‘wonen’. In het uiteindelijke definitieve omgevingsplan is dit waarschijnlijk anders. Artikel 21.6 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing in het gebied wonen - Omgevingsweg 1. Artikel 21.7 Toegelaten activiteiten Gronden mogen worden gebruikt voor: a. wonen in de vorm van woningen; b. bed & breakfast als nevenactiviteit met maximaal 5 kamers; met de daarbij behorende voorzieningen: c. tuinen, erven en terreinen; d. parkeervoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. groenvoorzieningen. Artikel 21.8 Verboden gebruiksactiviteiten De volgende gebruiksactiviteiten zijn in elk geval verboden: a. wonen in een woonwagen; b.
opslag van goederen en materialen binnen en buiten het bouwvlak; c. bewoning als afhankelijke woonruimte; d. […].
19
Artikel 21.9 Voorwaardelijke verplichtingen […] Toelichting: Op deze plek staan eventuele voorwaardelijke verplichtingen voor de activiteit ‘gebruiken van gronden en bouwwerken’. Artikel 21.10 Vergunningplichtige activiteiten 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning […]. 2. Het eerste lid geldt niet voor […]. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als […]. Toelichting: Op deze plek staan eventuele vergunningplichtige activiteiten voor ‘gebruik’. Het gaat hier om activiteiten die het bestemmingsplan via een ‘binnenplanse afwijking’ zou hebben toegelaten. Zijn activiteiten langs deze weg toegelaten? Dan staan ze niet ook bij ‘verboden activiteiten’ (zie artikel 21.8). Paragraaf 21.1.3 Bouwactiviteiten Toelichting: De volgorde van de regels over bouwen is als volgt: • ‘verbod’ • ‘vergunningplicht’ • ‘voorwaardelijke verplichting’ • ‘(beoordelings)regels’. Binnen de beoordelingsregels (en – als dat vanwege de omvang nodig is - ook binnen de andere regels) worden de regels verder geordend naar type bouwwerk. Dit gebeurt van grof (‘bouwwerken’) naar fijn (‘gebouwen’, ‘hoofdgebouwen’, ‘bijbehorende bouwwerken’, ‘bouwwerken, geen gebouwen zijnde’). Een uitsplitsing naar functie komt niet voor. Behalve als dat uit de inhoud van de regels volgt. M.a.w.
als een bouwregel zowel geldt voor ‘Wonen’ als voor ‘Bedrijf’, en beide komen voor in het initiatief, dan wordt de regel één keer opgenomen met de geometrie van zowel ‘Wonen’ als ‘Bedrijf’. Artikel 21.11 Bouwverbod 1. In het gebied bouwen-bouwwerk-verbod- Omgevingsweg 1 is het verboden een bouwwerk te bouwen. 20
2. In het gebied bouwen-gebouw-verbod- Omgevingsweg 1 is het verboden een gebouw te bouwen. Artikel 21.12 Vergunningplichtige bouwactiviteiten Voor het bouwen van een bouwwerk is een omgevingsvergunning nodig op grond van dit omgevingsplan, als dat volgt uit paragraaf 22.2.7.2 en paragraaf 22.27.3. Toelichting: Dit is een bepaling ‘voor de volledigheid’. Hij is juridisch niet nodig. Verder verwijzen de bouwregels niet naar de vergunningplicht. Dit betekent ook dat we de term ‘beoordelingsregels’ niet gebruiken. De opzet is in die zin vergelijkbaar met een bestemmingsplan. Artikel 21.13 Voorwaardelijke verplichtingen […] Toelichting: Op deze plek staan eventuele voorwaardelijke verplichtingen voor de activiteit ‘bouwen’. NB let op dat een voorwaardelijke verplichting alleen wordt opgenomen als deze niet als ‘normale’ bouwregels (c.q. een beoordelingsregel voor een omgevingsvergunning) kan worden opgenomen. Artikel 21.14 Hoofdgebouw 1. Het is verboden een hoofdgebouw te bouwen buiten een bouwvlak. 2. De bouwhoogte van een hoofdgebouw is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm bouwhoogte hoofdgebouw-Omgevingsweg 1. Artikel 21.15 Bijbehorend bouwwerk 1. De bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk is niet meer dan aangegeven met de omgevingsnorm bouwhoogte bijbehorend bouwwerk- Omgevingsweg 1. 2.
In afwijking van het tweede lid is een bouwhoogte toegestaan van 8 meter als het bouwwerk, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. vanuit het stedenbouwkundige beeld inpasbaar is in zijn omgeving; b. ondergeschikt blijft aan het hoofdgebouw; c. geen onevenredige nadelige belemmeringen oplevert voor de omgeving op het gebied van privacy en dag- en zonlichttoetreding. 3. Onderkeldering van een bijbehorend bouwwerk is alleen toegestaan direct onder de contouren van het bijbehorende bouwwerk.