CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Raadsinformatiebrief Omgevingsplanprocedure supermarkt Hart van de Baarzen

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-B Schriftelijke mededelingen van college of griffie32.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

blad 50 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

Daarmee gelden de instructieregels zowel bij het toestaan van de activiteit, als bij het toestaan van geluidgevoelige gebouwen in de nabijheid van de activiteit. Met uitzondering van het geluid van woonactiviteiten, zijn de instructieregels van deze paragraaf van toepassing op het geluid van alle denkbare activiteiten. Het gaat hierbij niet alleen om geluid van bedrijven en/of instellingen, maar bijvoorbeeld ook geluid afkomstig van locaties waar openbare voorzieningen zijn voorzien, zoals parkeerterreinen. De instructieregels zijn ook van toepassing op geluid afkomstig van een locatie waar woningen met een bedrijf aan huis zijn toegelaten. Dat betekent dat het geluid dat afkomstig is van het wonen niet wordt beoordeeld, maar het geluid van de bedrijfsmatige activiteiten wel. De instructieregels zijn niet van toepassing op tijdelijk gebouwen (minder dan 10 jaar) en op geluid afkomstig van doorgaand verkeer op wegen en spoorwegen. Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Paragraaf 5.1.4.2a van het BKL gaat over het toelaten van een nieuw geluidgevoelig gebouw bij wegen, spoorwegen en industrieterreinen alsook het geluid veroorzaakt door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen gelegen binnen een geluidaandachtsgebied.

Onder geluidgevoelige gebouwen wordt verstaan: woningen; Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal); Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Een geluidaandachtsgebied is een locatie langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde zoals opgenomen in de tabel in art. 5.78t van het Bkl. Een nieuw geluidgevoelig gebouw kan zonder meer worden toegelaten als het geluid niet hoger is dan de standaardwaarden zoals opgenomen in onderstaande tabel:

Figuur 5.1: Standaardwaarden Bkl Er is in het kader van de wijziging van het omgevingsplan onderzoek gedaan naar de geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten. Beoordeling en conclusie Geluid door activiteiten Er is een akoestisch onderzoek gedaan om inzicht te geven in de geluidemissie van de blad 51 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

activiteiten van de supermarkt. Dit onderzoek is als bijlage 4 bijgevoegd. De geluidbelastingen zijn beoordeeld conform de instructieregels volgend uit het Bkl. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels uit de “meet- en rekenmethode geluid industrie”. Bij de berekeningen is voor het laad- en losverkeer van de supermarkt rekening gehouden met de directe geluidimmissie. Hierbij is zowel uitgegaan van de situatie waar bij er geen paaltje op het fietspad staat (variant 1) als de situatie met paaltje (variant 2) waarbij de vrachtwagen dus geen gebruik kan maken van het fietspad. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Variant 1 – zonder paaltje fietspad Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) ter plaatse van woningen in de directe nabijheid van de supermarkt bedraagt ten hoogste 44 dB(A) in de dagperiode, 40 dB(A) in de avondperiode en 37 dB(A) in de nachtperiode (47 dB(A) etmaalwaarde). Ter plaatse van het (toekomstige) kinderdagverblijf bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 39 dB(A) etmaalwaarde. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt ter plaatse van de eerste verdieping van de basisschool ten hoogste 52 dB(A) in de dagperiode, 47 dB(A) in de avondperiode en 30 dB(A) in de nachtperiode (52 dB(A) etmaalwaarde).

Ter plaatse van de begane grond van de basisschool bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) ten hoogste 49 dB(A) in de dagperiode, 44 dB(A) in de avondperiode en 30 dB(A) in de nachtperiode (49 dB(A) etmaalwaarde). Op basis van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) blijkt dat met uitzondering van de eerste verdieping van de basisschool wordt voldaan aan de standaardwaarden zoals gesteld in artikel 5.65 Bkl. Ter plaatse van de eerste verdieping van de basisschool wordt de voornoemde standaardwaarde in de dag- en avondperiode net overschreden. Conform artikel 5.66 Bkl kan het Omgevingsplan hogere waarden bevatten indien wordt voldaan aan de grenswaarden. De school is gebouwd in 2009 en is gebouwd overeenkomstig de regels van het destijds geldende Bouwbesluit. In het destijds geldende Bouwbesluit wordt gesteld, dat een uitwendige scheidingsconstructies een geluidwering van de gevel van minimaal 20 dB moet hebben. Uitgaande van deze minimale prestatie-eis wordt in de dag- en avondperiode in de geluidgevoelige ruimte van de school een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bepaald van 32 dB(A) in de dagperiode en 27 dB(A) in de avondperiode. Hiermee wordt voldaan aan de in artikel 5.66 van het Bkl gestelde grenswaarde.

Variant 2 – met paaltje fietspad Bij variant 2 (met paaltje fietspad) bedraagt het berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) in enkele gevallen meer dan het berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau zonder paaltje bij het fietspad. Echter, deze toename leidt niet tot een overschrijding van de standaardwaarden. Bijlage 4 van het geluidonderzoek geeft een totaaloverzicht van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT). Maximale geluidniveau Uit het onderzoek blijkt, dat het maximaal geluidniveau (LAmax) ter plaatse van de woningen ten hoogste 63 dB(A) in de avondperiode bedraagt. De hoogst berekende maximale geluidniveaus worden ter plaatse van de woningen veroorzaakt door het uitpakken van winkelwagens (andere piekgeluiden). Ter plaatse van de woningen wordt daarmee ook ten aanzien van de maximale geluidniveaus voldaan aan de standaardwaarden uit het Bkl. Ter plaatse van het kinderdagverblijf bedragen de maximale geluidniveaus ten hoogste 51 dB(A) in de avondperiode waarmee ten aanzien van de maximale geluidniveaus wordt voldaan aan de standaardwaarden uit het Bkl Het maximale geluidniveau bedraagt ter plaatse van de basisschool op de begane grond ten hoogste 70 dB(A) in de avondperiode. Op de eerste verdieping bedragen de maximale blad 52 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

geluidniveaus ten hoogste 72 dB(A) in de avondperiode. De hoogste maximale geluidniveaus worden ter plaatse van de basisschool veroorzaakt door het sluiten van (achter)portieren van geparkeerde lichte motorvoertuigen op de openbare parkeerplaats (andere piekgeluiden). Op basis van de openbare informatie is de school niet geopend in de avonden nachtperiode. Ter plaatse van de onderwijsinstelling wordt ook geen avondonderwijs gehouden, waardoor de school in de avondperiode geen geluidgevoelig object hoeft te zijn. In de planregels zijn regels opgenomen die bepalen dat de school in de avond- en nachtperiode niet geopend is voor onderwijs, zodat voldaan wordt aan de standaardwaarden zoals gesteld in artikel 5.65 Bkl. Verkeersaantrekkende werking De geluidbelasting ten gevolge van het herkenbare verkeer (vrachtwagens van en naar de laad- en loslocatie en personenauto’s van en naar de parkeerplaats) bedraagt ten hoogste 46 dB(A) etmaalwaarde. Hiermee wordt voldaan aan de in de “Schrikkelcirculaire” voorgestelde voorkeurswaarde van 50 dB(A). Op basis van het voorgaande wordt gesteld dat ook ten aanzien van de verkeersaantrekkende werking sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De supermarkt voldoet aan BBT.

Geconcludeerd wordt op grond van bovenstaande dat er voor wat betreft geluid vanwege milieubelastende activiteiten er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Geluid vanwege gemeentewegen In het kader van de wijziging van het omgevingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 5 bijgevoegd. Doel van het onderzoek is het in beeld brengen van de precieze geluidniveaus vanwege omliggende wegen op de nieuwe woningen in het plan en om aan de hand van de uitkomsten te bepalen of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in de zin van de Omgevingswet. Uit de resultaten blijkt dat het geluid vanwege gemeentelijke wegen hoogstens 48 dB Lden bedraagt en derhalve onder de standaardwaarde van 53 dB Lden blijft. Daarnaast zijn de indirecte akoestische effecten vanwege het verkeer op de bestaande woningen beoordeeld. Het geluid op bestaande woningen is in de plansituatie (maximaal 12 extra woningen en de nieuwe supermarkt) eveneens lager dan de standaardwaarde van 53 dB Lden. Wat betreft het aspect geluid kan derhalve worden gesproken van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Geconcludeerd wordt dat uit de resultaten blijkt, dat het geluid vanwege gemeentelijke wegen onder de standaardwaarde van 53 dB Lden blijft en het geluid op bestaande woningen in de plansituatie eveneens lager is dan de standaardwaarde van 53 dB Lden. Wat betreft het aspect geluid kan derhalve worden gesproken van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.3

Luchtkwaliteit Kader De wijziging van het omgevingsplan kan invloed hebben op de luchtkwaliteit en daarmee ook op de gezondheid van de mens. Daarom dienen deze gevolgen in kaart te worden gebracht. In het Bkl is aangegeven in welke gevallen een beoordeling van de luchtkwaliteit noodzakelijk is (paragraaf 5.1.4). Of een beoordeling nodig is hangt af van de activiteit, de locatie en het effect van de activiteit en de mate van het effect. Voor de toetsing van het

blad 53 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

omgevingsplan moet daarom inzichtelijk worden gemaakt welke ontwikkelingen en activiteiten het omgevingsplan faciliteert. Daarna kan worden bepaald of een beoordeling vereist is. In het Bkl staan aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof vermeld (paragraaf 5.1.4, artikel 5.51 in het Bkl). Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Het plangebied is niet binnen een dergelijk aandachtsgebied voor stikstofdioxide of fijnstof gelegen. Tenslotte is de mate van de verhoogde concentratie van belang. Toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit (stikstofdioxide en PM10) is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Dit wordt ook 'niet in betekenende mate' (NIBM) genoemd. Er is sprake van NIBM wanneer de concentratie stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) niet hoger is dan 1,2 µg /m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Of een activiteit zorgt voor een concentratieverhoging van NIBM wordt bepaald met de NIBM-toets. Beoordeling en conclusie Ten behoeve van deze ontwikkeling zijn de relevante wijzigingen ten aanzien van luchtkwaliteit geïnventariseerd en is de aanvaardbaarheid hiervan beoordeeld.

Het initiatief omvat de wijziging van een bestaande supermarkt naar maximaal 12 woningen en de nieuwbouw van een supermarkt van 2.000 m2 (bvo). Zoals aangegeven in paragraaf 4.1 leidt het plan tot circa 484 extra verkeersbewegingen. Voor het aandeel vrachtverkeer in de extra vervoersbewegingen geldt, dat er vanwege de supermarkt sprake is van maximaal 4 vrachtwagenbewegingen per dag (opgave supermarkt). Voor woningen geldt, dat volgens de CROW-publicatie 744 'Parkeren - parkeerkencijfers 2024' rekening moet worden gehouden met 0,02 vrachtwagenverkeersbewegingen per woning, hetgeen neerkomt op circa 0,2 vrachtverkeersbewegingen bij 12 woningen. Het totaal aantal vrachtwagenverkeersbewegingen per gemiddelde weekdag komt daarmee op 4,2. In de berekening is uitgegaan van 1%, wat neerkomt op circa 4,8 vrachtwagenbewegingen per weekdag. De berekening is daarmee een worst-case berekening. Uit een berekening met de NIBM-tool volgt dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt, zie figuur 5.2.

Figuur 5.2: Berekening NIBM-tool, versie 14-04-2025 In het kader van een gezonde leefomgeving is met behulp van de Atlas Leefomgeving beoordeeld of er ter hoogte van het plan sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreinigende stoffen. Uit de resultaten blijkt dat er geen sprake is van een (dreigende) normoverschrijding. Voor de concentraties verontreinigende stoffen ter plekke van het plangebied wordt ruim voldaan aan de grenswaarden uit het Bkl en ook aan de toekomstige normen die door de Europese Raad en het Europese Parlement op 20 februari 2024 akkoord zijn bevonden. Deze richtlijn moet nog formeel worden aangenomen, voordat blad 54 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

hij van kracht is. Lidstaten hebben dan twee jaar om de richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. In figuur 5.3 zijn voor de relevante stoffen de jaargemiddelde concentratie in 2023 weergeven en de (toekomstige) grenswaarden ter plaatse van het plangebied weergegeven. De jaargemiddelde concentraties zijn via de Atlas Leefomgeving bepaald ter plaatse van de bestaande supermarkt.

Figuur 5.3: Jaargemiddelde concentratie in 2023 weergeven en de (toekomstige) grenswaarden. Voor de concentraties verontreinigende stoffen ter plekke van het plangebied wordt ruim voldaan aan de grenswaarden uit het Bkl en de toekomstige normen. Er is sprake van een gezonde leefomgeving.

5.4

Bedrijven en milieuzonering Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige functies kan de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij de ontwikkeling van milieugevoelige functies in de directe omgeving van bedrijfsfuncties en bij de vestiging of uitbreiding van (nieuwe) bedrijfsfuncties in de directe omgeving van gevoelige functies. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) wordt informatie gegeven over de gemiddelde milieubelasting van verschillende typen bedrijfsfuncties en -activiteiten, waarbij deze zijn ingedeeld in verschillende milieucategorieën. De milieucategorie geeft daarbij een indicatie over de minimale afstand die tussen de milieubelastende- en milieugevoelige functies moet worden aangehouden, als gevolg van hinder in de vorm van geur, stof, geluid en of gevaar. De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk'. In bepaalde gevallen is echter sprake van een 'gemengd gebied'. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Of bij een gebied dat langs een ontsluitingsweg ligt of een gebied in het buitengebied met meerdere functies. De afstanden tot de milieucategorieën zijn weergegeven in de onderstaande figuur.

blad 55 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

Figuur 5.4: Richtafstanden VNG-publicatie (2009) Beoordeling en conclusie Omgevingstype Het omgevingstype van de planlocatie kan worden gekenmerkt als 'gemengd gebied'. Naast een groot aantal woningen zijn er verschillende activiteiten aanwezig rondom de planlocatie: een basisschool, een supermarkt, een snackbar, en de parkeerplaats. In een gemengd gebied gelden voor deze activiteiten de volgende richtafstanden die moeten worden aangehouden ten opzichte van milieugevoelige functies, in dit geval de bestaande basisschool en de woningen.

Figuur 5.5: Richtafstanden omgevingstype gemengd gebied Richtafstanden De richtstanden zijn gevisualiseerd in onderstaande figuur. Milieugevoelige gebouwen zijn de woningen die met een gele arcering zijn weergegeven en de gebouwen met een maatschappelijke functie, zoals basisschool De Lichtstraat direct ten zuiden van de parkeerplaats (oranje arcering). De grijze vlakken met de zwarte gestippelde contour betreft inmiddels gesloopte bebouwing. De overige grijze vlakken zijn bergingen bij woningen en groene taluds, die specifiek zijn aanduid in figuur 5.6.

Figuur 5.6: Richtafstanden 'Gemengd gebied' Uit figuur 5.6 volgt, dat alleen voor de nieuwe parkeerplaats bij de supermarkt niet aan de richtafstand wordt voldaan. Er is een overlap met de basisschool aan de zuidkant. De school is een milieugevoelig gebouw. Deze richtafstand betreft het aspect geluid. blad 56 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

In dat kader is in paragraaf 5.2 beoordeeld in hoeverre er in de beoogde situatie er sprake is van een ETFAL. Uit het uitgevoerde geluidsonderzoek blijkt, dat de geluidemissie van het parkeerterrein inclusief de activiteiten van de supermarkt geen belemmeringen opleveren.

5.5

Omgevingsveiligheid Kader Als onderdeel van de overwegingen rondom een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het stellen van regels voor c.q. aan activiteiten dient ook rekening te worden gehouden met risico's van branden, rampen en crises (paragraaf 5.1.2 Bkl). We willen in Nederland gezond en veilig leven, maar ook ruimte voor economische groei behouden. Net als geluid, bodemkwaliteit, geur en tal van andere aspecten speelt daarbij ook omgevingsveiligheid een rol. Bij omgevingsveiligheid gaat het om de risico's van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor, water of via buisleidingen, de veiligheid van bedrijven en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Daarbij gaat het om de “feitelijke” risico's (met soms grote onzekerheden), maar ook om hoe risico's worden ervaren. Ten behoeve van deze wijziging van het omgevingsplan zijn de relevante risico's geïnventariseerd en is de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling beoordeeld. Daarbij wordt ook aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met het voorkomen en bestrijden van branden, rampen en crisis, het beperken en vertragen van de gevolgen van incidenten, de mogelijkheden van personen om zich in veiligheid te brengen in geval van een incident en de gevolgen voor de (continuïteit van de) geneeskundige hulpverlening.

Plaatsgebonden risicocontour Het plaatsgebonden risico betreft de kans per jaar dat iemand, die continu en onbeschermd op een plek verblijft, overlijdt als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Daarvoor geldt (nog steeds) een grenswaarde van 10-6, ofwel een kans van maximaal 1 op één miljoen. Deze grenswaarde dient volgens het Bkl in het omgevingsplan in acht te worden genomen voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties geldt dat slechts rekening moet worden gehouden met de grenswaarde. Brand-, gifwolk- en explosieaandachtsgebied: Groepsrisico Binnen deze aandachtsgebieden moet rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. Dit staat in het eerste lid van artikel 5.15 van het Bkl. De contour van een gifwolkaandachtsgebied bedraagt ten hoogste 1,5 kilometer conform artikel 5.12, lid 4 van het Bkl. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpgtankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen.

Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Beoordeling en conclusie In het kader van externe veiligheid zijn op basis van Bijlage VI onder C. van het Bkl 'kwetsbare gebouwen' in beginsel alle gebouwen met een woonfunctie en/of bestemd voor nachtverblijf. De voorgenomen ontwikkeling van het projectgebied met de bouw van maximaal 12 woningen voorziet daarmee in de ontwikkeling van kwetsbare gebouwen. De supermarkt betreft een beperkt kwetsbaar gebouw.

blad 57 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft op de Atlas Leefomgeving de kaarten 'Activiteiten met gevaarlijke stoffen' en 'aandachtsgebieden' gepubliceerd. Op deze kaarten zijn alle actuele activiteiten met externe veiligheidsrisico's weergegeven. Met behulp van deze kaarten is beschouwd of risicobronnen in de omgeving van het plangebied een risico vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. In navolgend figuur is een uitsnede weergegeven.

Figuur 5.7: Uitsnede gecombineerde kaarten 'Activiteiten met gevaarlijke stoffen' en 'aandachtsgebieden' Uit figuur 5.7 volgt dat er in en rond het plangebied geen activiteiten met externe veiligheidsrisico's aanwezig zijn. Ter plaatse van het plangebied zijn tevens geen brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden van toepassing van inrichtingen met externe veiligheidsrisico's en transportroutes van gevaarlijke stoffen. Vanuit het aspect omgevingsveiligheid is er op grond van bovenstaande sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.6

Trillingen Kader Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn van mensen of schade aan gebouwen veroorzaken. De Omgevingswet beschermt (delen van) gebouwen. Gemeenten mogen zelf regels stellen over trillingen door milieubelastende activiteiten. De regels voor trillingen zijn op verschillende plaatsen terug te vinden. In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels voor trillingen. Deze instructieregels zijn gericht op de bescherming van trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen. In paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat zijn eveneens regels voor trillingen opgenomen. Deze regels gelden voor trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat.

blad 58 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

Onder de Omgevingswet zijn de regels van trillingen door bedrijven (activiteiten) gedecentraliseerd. Dat betekent dat gemeenten zelf regels mogen stellen over trillingen van activiteiten. In het omgevingsplan nemen gemeenten ook regels op voor trillingen door milieubelastende activiteiten. Vastgelegd wordt welke trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn. In het omgevingsplan van Vught zijn nog geen regels met betrekking tot trillingen opgenomen. Beoordeling en conclusie In het algemeen moet er binnen 100 meter van het spoor het risico op trillinghinder worden beoordeeld. In uiterste gevallen is dit zelfs nodig binnen 250 aan beide kanten van het spoor. Het plangebied ligt op circa 415 meter afstand van het spoor. In het plangebied en de omgeving zijn geen milieubelastende activiteiten aanwezig die trillinghinder veroorzaken. Op basis hiervan wordt geconcludeerd, dat trillingshinder in het plangebied niet aannemelijk i s Vanuit het aspect trillingen is er op grond van bovenstaande sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

5.7

Gezondheid Kader Het toepassingsgebied van de Omgevingswet betreft de fysieke leefomgeving en activiteiten die daarvoor gevolgen kunnen hebben. Als dergelijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden in elk geval aangemerkt gevolgen voor de mens, die onder meer kunnen voortvloeien uit het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan of activiteiten waardoor emissies, hinder of risico's worden veroorzaakt. Eén van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is ook het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. De gezondheid van de mens wordt in de praktijk bepaald door vier factoren: erfelijkheid, leefstijl, toegang tot de gezondheidszorg c.q. de kwaliteit daarvan en het leefmilieu. De Omgevingswet is gezien het voorgaande slechts gericht op de laatste factor, door het bieden van bescherming tegen invloeden vanuit het milieu, zoals geluid en luchtverontreiniging, maar ook tegen ziekteverwekkers uit de veeteelt en elektromagnetische straling. Bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties – zoals in een omgevingsplan – dient in ieder geval ook rekening te worden gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid.

Dit krijgt onder meer vorm door te voorzien in een scheiding tussen milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies (milieuzonering) en het stellen van regels voor activiteiten ten aanzien van aspecten als geur, geluid, luchtkwaliteit, trillingen en bodemkwaliteit. Op deze aspecten is afzonderlijk ingegaan in de andere paragrafen van dit hoofdstuk. Beoordeling en conclusie Zoals in dit hoofdstuk beschouwd zijn de aspecten bedrijven en milieuzonering (paragraaf 5.4), bodem (paragraaf 5.1), geluid (paragraaf 5.2), luchtkwaliteit (paragraaf 5.3), milieuzonering (paragraaf 5.4), trillingen (paragraaf 5.6), geurhinder veehouderijen (paragraaf 5.11) en magneetvelden (paragraaf 5.12) geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Aanvullend aan bovenstaande aspecten wordt hieronder aandacht besteed aan gezondheidseffecten vanwege veehouderijen. Wonen in de omgeving van veehouderijen kan leiden tot gezondheidsproblemen. Om de gezondheidsrisico’s van veehouderijen te beperken, adviseert de GGD het volgende. Een minimumafstand van 250 meter tussen een veehouderij en woningen.

blad 59 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

Voor nieuwbouw rondom geitenhouderijen wordt een afstand van 2 km aangehouden. Voor pluimveebedrijven wordt een afstand van minimaal 500 meter geadviseerd. Binnen deze afstand is er sprake van een verhoogd risico op longontsteking. In dat kader is beoordeeld of er in een straal van 2 kilometer rondom het plangebied veehouderijen, geitenhouderijen en pluimeehouderijen aanwezig zijn. Hiervoor is de kaart Veehouderijen van Brabant uit de Kaartbank provincie Noord- Brabant geraadpleegd, zie figuur 5.8. Hieruit volgt dat er geen veehouderijen, geitenhouderijen en pluimveehouderijen aanwezig zijn in een straal van respectievelijk 250 meter, 2 kilometer en 500 meter rond het plangebied.

Figuur 5.8: Veehouderijen van Brabant (bron: Kaartbank provincie Noord- Brabant Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect gezondheid geen belemmering is voor de beoogde ontwikkeling.

5.8

Ontplofbare oorlogsresten Kader Voor ontplofbare oorlogsresten zijn geen rijksregels opgenomen in de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt decentrale overheden de mogelijkheid zelf decentrale regels op te stellen voor de fysieke leefomgeving. In het kader van de beoordeling of er sprake is van een ETFAL is dit aspect wel beoordeeld. Beoordeling en conclusie In het kader van de wijziging van het omgevingsplan is voor de beoordeling gebruik gemaakt

blad 60 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

van de gemeentelijke bodembelastingkaart, zie figuur 5.8.

Figuur 5.8: Uitsnede bodembelastingkaart Op de bodembelastingkaart is het plangebied aangeduid als onverdacht gebied voor wat betreft de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Het aspect ontplofbare oorlogsresten is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.9

Klimaatadaptatie en duurzaamheid Kader Klimaatadaptatie is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen aan stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort. Het thema klimaatadaptatie heeft met name betrekking op ruimtelijke maatregelen waarmee gebieden en gebouwen zo ingericht kunnen worden dat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. In het kader van een ETFAL is het plan beoordeeld op de klimaataspecten overstromingsrisico, wateroverlast en hitte. Beoordeling en conclusie De beoordeling op bovengenoemde aspecten is uitgevoerd met behulp van de Klimaateffectatlas. Overstromingsrisico Voor het beoordelen van het overstromingsrisico bij een dijkdoorbraak zijn de kaarten 'overstromingsdiepte - kleine kans, middelgrote kans en grote kans' geraadpleegd. Hieruit volgt dat er geen risico is op overstromingen vanuit de rivier of zee.

blad 61 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

Figuur 5.9: Uitsnede gecombineerde kaarten overstromingsdiepte - kleine kans, middelgrote kans en grote kans Wateroverlast Hevige neerslag over een korte periode kan lokaal zorgen voor wateroverlast. Figuur 5.10 geeft een indicatie van de maximale waterdiepte die in de bestaande situatie op kan optreden als gevolg van hevige neerslag. De kaart is gegenereerd op basis van modelsimulaties en wordt ontsloten via de klimaateffectatlas. De kaart toont de maximale waterdiepte bij een bui van 70 mm in 2 uur, waarbij voor deze bui geldt dat die in het huidige klimaat gemiddeld eens per 100 jaar voorkomt.

blad 62 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

Figuur 5.10: Waterdiepte bij hevige bui van 70 mm in 2 uur (bron: Klimaateffectatlas). In het plangebied komt plaatselijk wateroverlast voor. De maximale waterdiepte bij een dergelijke bui is ca. 15 tot 20 cm. De wateroverlast vindt vooral plaats ten oosten van het plangebied. Conform het onderzoek 'weging van het waterbelang' (zie bijlage 2) wordt voldoende waterberging gerealiseerd in en nabij het plan om wateroverlast te voorkomen. Hittestress Voor wat betreft hittestress is de impact van hitte in het plangebied geanalyseerd. Onderstaande figuur toont de gevoelstemperatuur in en rondom het plangebied tijdens een extreem hete zomermiddag in de bestaande situatie. Het plangebied bereikt een gevoelstemperatuur van 35 tot 51 graden.

Figuur 5.11: Gevoelstemperatuur in en rondom het plangebied tijdens een extreem hete zomermiddag 2022 (bron: klimaateffectatlas.nl) De hoogste gevoelstemperatuur van 51 graden treedt in de bestaande situatie op, op het verharde terrein ten zuiden en westen van het voormalige schoolgebouw. Via de voorgenomen ontwikkeling blijft de oppervlakte aan bebouwing ongeveer gelijk en wordt de buitenruimte ingericht met groen, waaronder extra bomen en beplanting. De bomen komen op en langs het parkeerterrein en aan de noord- en westkant van het supermarktgebouw. De blad 63 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

bomen en beplanting en leveren een bijdrage aan het verminderen van de hitte in het plangebied. Dit geldt ook voor de oostelijke gevel van de supermarkt die beplant wordt met minimaal vijf plantsoorten. De groene gevel onttrekt warmte aan de lucht door middel van verdamping. Een groene gevel fungeert tevens als isolatie voor het gebouw, waardoor er minder energie nodig is voor koeling en verwarming. Tot slot geldt dat de parkeerplekken worden gerealiseerd met gras-beton-tegels, wat eveneens bijdraagt aan jet verminderen van de hitte. Geconcludeerd wordt dat bij de planvorming rekening is gehouden met klimaatadaptatie en duurzaamheid.

5.10

Bezonning Kader De zon speelt een grote rol bij woningen of andere bouwwerken. Zonlicht heeft invloed op humeur, werkprestaties en woongenot, waardoor er veel waarde wordt gehecht aan voldoende zonlicht. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn er daarom regels opgenomen voor voldoende daglicht in verblijfruimten van een nieuw te bouwen bouwwerk. Het Bbl zegt echter niets concreets over het wegnemen van zonlicht bij andere gebouwen. De rijksoverheid heeft ook geen andere wet- en regelgeving die hierop betrekking hebben. Bij de ontwikkeling van een nieuw bouwwerk, bestaat de kans dat het zonlicht van omwonende wordt afgenomen als gevolg van de schaduwwerking van het nieuwe bouwwerk. Omdat een toename van schaduw door nieuwbouw ongewenst kan zijn is het belangrijk om ervoor te zorgen dat er voldoende bezonning en schaduw overblijft op de omgeving. Het onafhankelijk onderzoeksinstituut TNO heeft een 'lichte' en een 'strenge' norm voor bezonning: de 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam; de 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de perioden 21 januari - 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. Deze normen zijn alleen van toepassing op gevels die zon kunnen ontvangen.

Noordgevels ontvangen nooit direct zonlicht, waardoor deze zijn uitgesloten van deze normen. De TNO-norm is niet per wet verplicht gesteld, maar gemeenten kunnen er wel voor kiezen om deze norm te hanteren. Beoordeling en conclusie In het kader van de beoogde nieuwbouw van de supermarkt is een bezonningstudie uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 6 bijgevoegd. In het voorliggende geval is getoetst aan de ‘lichte’ TNO-norm. Deze norm schrijft voor dat er ten minste sprake is van 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Uit het onderzoek volgt het volgende: 19 februari De omliggende bebouwing ondervindt in de vroege ochtend (8:00-9:00) beperkte schaduwwerking van de nieuwbouw. Vanaf 9:00 uur ontvangen alle omliggende woningen volledige bezonning tot zonsondergang (17:00/18:00). Dit resulteert in minimaal 8-9 uur mogelijke bezonning per dag. Alle woningen voldoen ruimschoots aan de TNO-norm.

blad 64 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

21 oktober Vergelijkbaar patroon met 19 februari. Minimale schaduwwerking in de vroege ochtenduren (8:00-9:00). Vanaf 9:00/9:30 uur ligt alle omliggende bebouwing in de zon tot zonsondergang. Minimaal 8 uur mogelijke bezonning per dag. Alle woningen voldoen ruimschoots aan de TNO-norm. Voor een visuele weergaven van de bezonning wordt verwezen naar bijlage 6.

5.11

Geurhinder veehouderijen Kader Voor het aspect geur zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl. In artikel 5.92 van het Bkl is bepaald, dat in een omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Geurgevoelige gebouwen die in ieder geval beschermd moeten worden zijn genoemd in artikel 5.91 Bkl. Hieronder vallen gebouwen met een woonfunctie, gebouwen voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang. In paragraaf 22.3.6 van het Omgevingsplan gemeente Vught (bruidsschat) is het onderdeel geur verder geregeld. Geur op geurgevoelige gebouwen is in ieder geval aanvaardbaar als aan de standaardwaarden/-afstanden uit het Bkl wordt voldaan. Onder bepaalde omstandigheden kan een hogere of lagere grenswaarde aanvaardbaar zijn. Bij zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen kan een hogere waarde worden toegestaan dan de grenswaarden. Woningen zijn geurgevoelige gebouwen in de zin van artikel 5.91 Bkl. In het Bkl wordt onderscheid gemaakt in geur van landbouwhuisdieren met een geuremissiefactor (zoals geiten, varkens en kippen) en landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor (zoals melkrundvee). Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend. Voor de tweede soort gelden minimumafstanden tussen emissiepunt en dergelijke objecten.

De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld en een geurgevoelig object bedraagt ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen. Beoordeling en conclusie Er bevinden zich geen veehouderijen waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld binnen een straal van 100 meter rond het plangebied. Voor wat betreft de aanwezigheid van veehouderijen met een geuremissiefactor is de agrarische kaart van de omgevingsdienst Zuidoost Brabant geraadpleegd. De achtergrond geurbelasting is de uitstoot van geur van alle veehouderijen bij elkaar opgeteld. In figuur 5.12 is de achtergrondbelasting, veroorzaakt door de aanwezigheid van intensieve veehouderijen opgenomen in odour units per kubieke meter (ouE/m3). De ligging van het plangebied is weergegeven met een blauwe pin.

blad 65 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

Figuur 5.12: achtergrond geurbelasting' De achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied is zeer goed (<3 ouE/m3). Dit houdt in dat aan de standaardnorm van 3 ouE/m3 wordt voldaan. Het aspect geur vanwege veehouderijen is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het aspect geur vanwege milieubelastende activiteiten is beoordeeld in paragraaf 5.4.

5.12

Magneetvelden Kader In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bkl) zijn regels opgenomen omtrent milieubelastende activiteiten. Het omzetten van elektrische energie in elektromagnetische stralingsenergie bij een groter elektrisch vermogen dan 4kW is een dergelijke milieubelastende activiteit. Elektromagnetische velden van antennes kunnen het lichaam opwarmen. Dat kan slecht zijn voor de gezondheid en daarom zijn er blootstellingslimieten. Mensen mogen niet worden blootgesteld aan elektromagnetische straling boven de blootstellingslimieten van de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP). De toelatingsregels van het omgevingsplan borgen dat de blootstellingslimieten niet worden overschreden. Meestal blijkt uit de aanvraag voor een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit dat de blootstellingslimieten niet worden overschreden. Naast bovengenoemde elektromagnetische velden kunnen er ook magneetvelden ontstaan door bovengrondse en ondergrondse hoogspanningskabels. Uit internationaal onderzoek blijkt dat er in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningslijnen een geringe verhoging van het aantal gevallen van leukemie voorkomt. Eerst leek het alleen om kinderen te gaan. In 2022 stelde de Gezondheidsraad vast dat dit ook voor volwassenen geldt.

De Gezondheidsraad concludeert dat er aanwijzingen zijn voor een oorzakelijk verband tussen magneetvelden en leukemie. Er is echter onvoldoende wetenschappelijk bewijs om te spreken over een waarschijnlijk of bewezen oorzakelijk verband. Het is dus niet zeker dat magneetvelden de oorzaak zijn van de verhoging van het aantal gevallen van leukemie nabij bovengrondse hoogspanningslijnen. De verhoging kan ook andere oorzaken hebben (die onbekend zijn) of toeval zijn. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microtesla. Nederland overschrijdt deze norm op maaiveldniveau nergens. In aanvulling op de internationale norm heeft Nederland een voorzorgbeleid. Daarover gold sinds 2005 een advies van het Rijk. Dit advies hield in om zoveel mogelijk te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven binnen een magneetveldzone. Een magneetveldzone is een gebied waarbinnen het jaargemiddelde

blad 66 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

magneetveld hoger kan zijn dan 0,4 microtesla. Op 21 april 2023 is het herijkte voorzorgbeleid magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen in werking getreden. De ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben hierover een beleidsadvies (Herijkt voorzorgbeleid) aan het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening (gemeenten, provincies en het Rijk) en de netbeheerders gestuurd. Deze brief vervangt de eerder door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu verzonden brieven over het voorzorgbeleid magneetvelden bij bovengrondse hoogspanningslijnen van 2005 (kenmerk: AS/2005183118) en 2008 (kenmerk: DGM/20081058664). Het doel van het voorzorgbeleid magneetvelden is om, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat burgers (volwassenen en kinderen) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden die afkomstig zijn van de elektriciteitsinfrastructuur. Niet omdat dit om gezondheidsredenen noodzakelijk is, maar uit voorzorg. Het voorzorgbeleid is gericht op het beperken van (de blootstelling aan) magneetvelden afkomstig van 50 hertz wisselspanningscomponenten in het elektriciteitsnet.

De volgende netcomponenten vallen onder het voorzorgbeleid: bovengrondse hoogspanningsverbindingen, aangeduid als hoogspanningslijnen, met een spanning van 50 kV of hoger ondergrondse hoogspanningsverbindingen, aangeduid als hoogspanningskabels, met een spanning van 50 kV of hoger hoogspanningsstations, waarbij de hoogste spanning op het station 50 kV of hoger i s middenspanningsstations, ook aangeduid als transformatorhuisjes, waarbij de hoogste spanning op het station tussen de 3 en 50 kV ligt (dus lager is dan 50 kV opstijgpunten (de overgang tussen een bovengrondse en ondergrondse verbinding) gelden als onderdeel van de hoogspanningslijn. Het voorzorgbeleid voor magneetvelden bestaat uit: bronmaatregelen, die de netbeheerders bij alle netcomponenten treffen afstandsmaatregelen bij bovengrondse hoogspanningslijnen, die het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening op basis van de berekening van de magneetveldzone kan treffen. Het advies om afstandsmaatregelen te nemen, gaat alleen over nieuwe situaties. Ook gaat het alleen over bovengrondse hoogspanningslijnen. De ministers overwegen om voor de grootte van de magneetveldzone rond hoogspanningsstation vaste afstanden te kiezen. Dan hoeft het magneetveld niet steeds voor elk onderdeel apart te worden berekend. Het RIVM heeft daarom de magneetveldcontouren bij zes hoogspanningsstations laten berekenen en geanalyseerd.

Hieruit blijkt dat de omtrek van de magneetveldzone rond een hoogspanningsstation grillig verloopt. Die magneetveldzone kan zich uitstrekken tot 65 meter buiten het hek van het station. Deze afstanden geven slechts een indruk, omdat maar een klein aantal locaties is onderzocht. We gaan voor de beoordeling of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties uit van een minimale afstand van 65 meter tot gevoelige gebouwen. Onder gevoelige gebouwen wordt verstaan: gebouwen in de magneetveldzone, waarin mensen langdurig kunnen verblijven. Onder langdurig verblijf wordt verstaan: een dagelijks verblijf gedurende minimaal een jaar met een verblijftijd van minimaal 14–18 uur per dag. Beoordeling en conclusie In de omgeving van het plan bevinden zich geen milieubelastende activiteiten met elektromagnetische straling. Er is binnen 65 meter geen hoogspanningsstation aanwezig. Er bevinden zich ook geen ondergrondse of bovengrondse hoogspanningsverbindingen in de omgeving. blad 67 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

Het aspect elektromagnetische velden vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

5.13

Mer-beoordeling Kader Projecten en de daarvoor benodigde besluiten waarvoor een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, staan in het Omgevingsbesluit bijlage V. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een mer-beoordeling (kolom 3), waarbij het bevoegd gezag een beslissing kan nemen of een m.e.r. nodig is, en een verplicht mer. (kolom 2). Om te bepalen in welke categorie een besluit of plan valt is er per categorie een lijst met projecten opgenomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Hierin zijn ook de drempelwaardes in opgenomen, die aangeven welke procedure er doorlopen moet worden. Als een plan kaderstellend is voor de projecten uit bijlage V van het Omgevingsbesluit, maar niet boven de drempelwaarde van kolom 2 uitkomt, moet een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd. Een plan-mer-beoordeling vindt alleen plaats als: Het plan een kleine wijziging van een plan of programma is. Het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van de gemeente het bevoegd gezag is. Lokaal niveau staat voor gemeentelijk niveau. Europese jurisprudentie geeft een eerste inkleuring van het begrip 'klein gebied'. Het Hof concludeerde dat de grootte van het betrokken gebied, vergeleken met die van het grondgebied, klein moet zijn. (omgevingsbesluit, artikel 11.11).

In een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36, lid 3 en 4 Omgevingswet) toetst het bevoegd gezag of er bij het plan of programma aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Er zijn twee mogelijke uitkomsten: Het is uitgesloten dat er aanzienlijke milieueffecten voor het milieu optreden; er is geen plan-mer nodig en er wordt geen milieueffectrapport (MER) gemaakt. Dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten moet in het besluit worden gemotiveerd. Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten; in dit geval moet er een plan-mer worden doorlopen en een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. De plan-mer-beoordeling moet worden opgesteld met in achtneming van de criteria uit Bijlage II van de smb-richtlijn (Afdeling 16.4, artikel 16.36, lid 5 Ow). Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met: De kenmerken van het plan, waaronder de ligging, aard, omvang en gebruiksvoorwaarden. De kenmerken van de effecten van de gebieden die kunnen worden beïnvloed. Hierbij wordt onder andere gelet op de waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van effecten. Risico's voor de menselijke gezondheid en het milieu worden meegenomen. Daarnaast wordt ook de cumulatie van effecten beoordeeld. Beoordeling en conclusie De voorgenomen activiteit valt onder het project J11, zoals vermeld in bijlage V bij het Omgevingsbesluit, zie onderstaande tabel.

blad 68 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

In het kader van de wijziging van het omgevingsplan is een aanmeldnotitie mer-beoordeling opgesteld, die als bijlage 16 is bijgevoegd. Over het geheel gezien kan worden geconcludeerd, dat het plan in relatie tot in de omgeving aanwezige gevoeligheden geen aanzienlijke effecten verwacht hoeven worden. Op grond daarvan kan geoordeeld worden dat geen MER nodig is.

blad 69 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

Hoofdstuk 6

6.1

Toelichting op de regels

Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de relevante milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van dit TAM-IMRO-omgevingsplan, bestaande uit een plankaart (verbeelding) en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-IMRO omgevingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde functies zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Met het ontwerp TAM-IMRO omgevingsplan “Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught ” wordt realisatie van een nieuwe supermarkt met bijhorende parkeerplaatsen mogelijk gemaakt en wordt voorkomen dat op de locatie van de bestaande supermarkt na de verplaatsing een nieuwe supermarkt kan worden gevestigd. Het plan voorziet net als het huidige plan dat in het bestaande woongebouw in de plint nieuwe woningen mogen worden gebouwd, met een maximum van 12. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Vught is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet.

6.2

Opzet regels Het omgevingsplan van de gemeente Vught bestaat nog uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Daarnaast heeft de gemeente inmiddels met de TAM twee hoofdstukken aan het definitieve deel van het omgevingsplan toegevoegd. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Ook de TAM-omgevingsplannen (hoofdstukken in het omgevingsplan) moeten worden omgezet naar STOP/TPOD. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen.

6.2.1

Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO.

blad 71 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

6.2.2

Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie 'supermarkt Baarzen Vught', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0865.vghTAMsupmrBaarzen-ON01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In hoofdstuk 1 van deze ruimtelijke motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen.

6.2.3

Preambule In de preambule is opgenomen dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het gemeentelijk omgevingsplan en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen.

6.2.4

Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: Artikel 1 Toepassingsbereik: Dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. Artikel 2 Begrippen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. artikel 3 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. artikel 4 Aanvraagvereisten: In dit artikel is aangegeven dat de aanvraagvereisten uit artikel 22.5.2 van het omgevingsplan van rechtswege ook van toepassing zijn verklaard op omgevingsvergunningaanvragen vereist op basis van het TAM-IMRO omgevingsplan.

6.2.5

Hoofdstuk 2: Functies en activiteiten Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod: Dit artikel geeft aan dat gebruik zoals niet omschreven in de regels van dit hoofdstuk, als strijdig wordt aangemerkt. Artikel 6 Centrum, artikel 7 Detailhandel - Supermarkt, artikel 8 Groen, artikel 9 Verkeer, artikel 10 Wonen, artikel 11: Waarde - Archeologie 5. In deze artikelen is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. Ook zijn regels gesteld met het oog op de bescherming (behoud in situ) en veiligstelling (behoud ex situ) van de op of in deze gronden voorkomende archeologische waarden.

6.2.6

Hoofdstuk 3: Algemene bepalingen Hoofdstuk 3 bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: artikel 12: Antidubbeltelregel: Het doel van de anti-dubbeltelregel is om te voorkomen dat, wanneer volgens een omgevingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Kort gezegd, komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. artikel 13: Algemene bouwregels: dit artikel bevat algemene bouwregels voor ondergronds bouwen. Daarnaast zijn regels gesteld ten aanzien van de verplichting voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid in het kader van een

blad 72 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

6.2.7

Hoofdstuk 4: Overgangsbepalingen Artikel 14: Overgangsgrecht. In dit artikel is bebouwing die niet voldoet aan de bepalingen van dit omgevingsplan onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met 10% wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en opstallen dat in strijd is met dit bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

blad 73 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid Onder de Omgevingswet geldt dat een gemeenteraad bij het toekennen van functies aan locaties niet meer aannemelijk hoeft te maken dat die ontwikkeling (financieel) uitvoerbaar is. In haar omgevingsplan wordt door de gemeente aangegeven dat een functie op een bepaalde locatie kan komen, dat minder verstrekkend is. Enkel behoeft te worden gemotiveerd dat een ontwikkeling in beginsel mogelijk is ('niet evident onuitvoerbaar'). Pas als zich een concreet initiatief aandient dat past binnen de in het omgevingsplan toebedeelde functie, moet worden onderzocht hoe dat op een aanvaardbare wijze kan worden gerealiseerd. Op grond van Omgevingswet (afdeling 13.6 Ow) zijn overheden verplicht om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Indien sprake is van een ontwikkeling op eigendomsgronden van de overheid zelf, is het kostenverhaal verzekerd en zijn daartoe geen overeenkomst of kostenverhaalsregeling aan de orde. Als sprake van een ontwikkeling die op eigendomsgronden van de overheid is gelegen, dan is het uitgangspunt van de overheid om middels het sluiten van een anterieure overeenkomst het kostenverhaal te verzekeren. Dit is mogelijk op grond van artikel 13.13 Ow.

Indien de onderhandelingen over deze overeenkomst succesvol zijn, kan overgegaan worden tot het wijzigen van het omgevingsplan en vinden betalingen plaats op grond van de gemaakte afspraken. In onderhavig geval zijn de gronden in het bezit van initiatiefnemer. Tussen gemeente Vught en initiatiefnemer is inmiddels een overeenkomst gesloten om het kostenverhaal te verzekeren en de financiële uitvoerbaarheid van het plan te borgen.

blad 75 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

blad 76 van 79

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c supermarkt Baarzen Vught

Gemeente Vught Projectnummer 0500052.100

Hoofdstuk 8

8.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Met betrekking tot dit initiatief is overleg geweest met de provincie en het waterschap. Van het waterschap De Dommel is 21 augustus 2025 een reactie ontvangen. Het waterschap geeft het volgende aan. Ten opzichte van de eerdere situatie binnen Hart van Baarzen zorgt de herontwikkeling voor een afname van verhard oppervlak. Ik heb dan ook geen bezwaar tegen de geplande bouw van de supermarkt en aanleg van de parkeervoorzieningen. Ook heb ik geen opmerkingen op de planregels en verbeelding. Het waterschap heeft wel een paar opmerkingen en vragen bij de bijlage Weging van het waterbelang. Samengevat merkt het waterschap het volgende op. Het rapport toont niet aan dat de bergingsopgave daadwerkelijk past. De beschrijving van het gemeentelijk beleid in het rapport stelt dat er een bergingsopgave geldt bij toename verhard oppervlak. Het gemeentelijk beleid is niet compleet verwoord. Het rapport weging van het waterbelang en de planmotivering sluiten niet op elkaar aan: aangegeven moet worden wat er precies geldt als opgave voor de nieuwbouw van de supermarkt; hoe wordt die opgelost en hoe is de samenhang met de andere ontwikkelingen en bergingsvoorzieningen hiervoor in het plangebied. De onderbouwing en uitwerking van de regenwaterberging wordt doorgeschoven naar de bouwvergunningaanvraag.

Geadviseerd wordt om dit nu in de planfase al verder inzichtelijk te maken en aan te tonen dat de opgave kan worden ingepast. De opmerkingen van het waterschap zijn verwerkt in het rapport Weging van het waterbelang dat als bijlage 2 en in de deze motivering van de wijziging van het omgevingsplan.

8.2

Participatie Met voorliggend TAM-omgevingsplan vindt de wijziging van het tijdelijke omgevingsplan van gemeente Vught plaats. In dat kader moet in het vaststellingsbesluit staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En ook wat met de resultaten van de participatie is gedaan. Dit staat in artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit. Wie bij de vroegtijdige participatie betrokken moet worden, hangt af van het type omgevingsplanwijziging, de aard, de omvang en de invloed op de fysieke leefomgeving voor belanghebbenden. De verplichting om een wijziging van het omgevingsplan voor te bereiden met participatie geldt voor het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan met de initiatiefnemer afspreken dat deze zorg draagt voor de uitvoering van de participatie. Voorliggend initiatief is onderdeel van de integrale gebiedsontwikkeling Hart van Baarzen. In dat kader heeft de gemeente Vught meerdere bewonersbijeenkomsten georganiseerd om de stand van zaken van de verschillende deelprojecten toe te lichten, de omwonenden te informeren en suggesties op te halen vanuit de omgeving. Op basis van de participatie en de ingebrachte wensen en bedenkingen is onder meer afgesproken dat: 1. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=f9af1e39-6297-43e1-abbf-03827be3c739