10. Stadsgewest 's-Hertogenbosch - Wijziging GR
Tekst van het document
gebruik te maken van diensten, dan wel bepaalde onderdelen daarvan, van het openbaar lichaam. 2. Het gebruik en de daartoe strekkende voorwaarden, zoals bedoeld in het eerste lid, worden vastgelegd in een overeenkomst. HOOFDSTUK VIII COMMISSIES Artikel 21 Adviescommissies 1. Het algemeen bestuur kan op voorstel van het dagelijks bestuur vaste commissies van advies en bijstand aan het dagelijks bestuur instellen. 2. Het regelt op voorstel van het dagelijks bestuur de bevoegdheden en de samenstelling.
Artikel 22 Bestuurscommissies 1. Het algemeen bestuur kan een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen instellen. 2. Het in het eerste lid bedoelde instellingsbesluit wordt in ontwerp aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden. 3. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van deze commissies dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 22a Extern klachtrecht De behandeling van verzoekschriften zoals bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vindt plaats door de ombudscommissie van de gemeente ’s-Hertogenbosch. HOOFDSTUK IX INFORMATIE EN VERANTWOORDING
Artikel 23 Informatieverschaffing door algemeen en dagelijks bestuur 1. Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten, gevraagd of ongevraagd, alle inlichtingen die voor een beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid, waaronder ook begrepen is het beleid van de bestuurscommissies, nodig is, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang. 2. Een verzoek om inlichtingen door één of meer leden van de raad van één van de deelnemende gemeenten dient schriftelijk te worden ingediend bij het dagelijks bestuur.
Artikel 24 Informatie- en verantwoordingsplicht leden algemeen bestuur 1. Een lid van het algemeen bestuur geeft de gemeenteraad die hem als lid heeft aangewezen, mondeling of schriftelijk de door één of meer leden overeenkomstig het reglement van orde van de raad verlangde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is het met openbaar belang. 2. Alvorens de gevraagde inlichtingen de verstrekken kan hij zich daarover laten adviseren door het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam.
Artikel 25 Verantwoording dagelijks bestuur 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur, waaronder ook begrepen is het bestuur van de bestuurscommissies. 2. Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door één of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang, op de wijze zoals die geregeld is in het algemeen reglement van orde van het openbaar lichaam.
Artikel 26
Informatie- en verantwoordingsplicht voorzitter Het bepaalde met betrekking tot het dagelijks bestuur in de artikelen 23 en 25 is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.
HOOFDSTUK X VERGOEDINGEN Artikel 27 Vergoedingen Aan de leden van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur wordt geen tegemoetkoming in de kosten voortvloeiende uit hun werkzaamheden als lid van het bestuur uitgekeerd.
HOOFDSTUK XI SECRETARIS Artikel 28 Secretaris 1. Het algemeen bestuur kiest uit de leden van het dagelijks bestuur een secretaris en regelt zijn vervanging. 2. De stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan, worden door hem medeondertekend.
Artikel 29 Ambtelijke ondersteuning De ambtelijke ondersteuning van het openbaar lichaam alsmede personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan wel op basis van overeenkomst van opdracht wordt in overleg met het dagelijks bestuur ingevuld door de gemeente Meierijstad.
HOOFDSTUK XII FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 30
Financiële administratie, geldelijk beheer en controle 1. Het algemeen bestuur stelt regelen vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer van het openbaar lichaam. 2. Ten aanzien van de controle op het geldelijke beheer en de financiële administratie zijn de artikelen 214 en 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 3. Het algemeen bestuur stelt regels vast omtrent de verzekering van de gelden van het openbaar lichaam tegen benadeling door derden.
Artikel 31 Begroting 1. Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks een ontwerpbegroting van baten en lasten op voor het daaropvolgende jaar. De ramingen in dit ontwerp moeten worden toegelicht. De begroting gaat vergezeld van een meerjarenraming voor het lopende en de drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2. In de begroting wordt aangegeven de, naar raming, door elke aan de regeling deelnemende gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft verschuldigde bijdrage. 3. Voorzover de in lid 2 bedoelde bijdrage berekend wordt naar verhouding van de inwonertallen, wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari 1998. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. 4. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting toe aan de raden van de deelnemende gemeente, uiterlijk 12 weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Indien de raden van de deelnemende gemeenten omtrent de ontwerpbegroting aan het dagelijks bestuur vóór de aanbieding aan het algemeen bestuur een zienswijze naar voren hebben gebracht, voegt het dagelijks bestuur de ontvangen zienswijzen bij de ontwerpbegroting. 6.
Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vijfde lid, alsmede van de eventuele conclusie die het daaraan verbindt.
7. Na vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, zendt het dageljiks bestuur binnen twee weken, maar in ieder geval voor 15 september, de begroting aan: a. de raden van de deelnemende gemeenten. b. gedeputeerde staten 8. Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing voor zover de begrotingswijziging een verhoging geeft voor de bijdrage van de gemeenten. De overige begrotingswijzigingen kunnen vastgesteld worden door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur.
Artikel 32 De rekening 1. Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk dienstjaar verantwoording gedaan aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de rekening met de daarbij behorende bescheiden. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet, aangewezen deskundige, alsmede hetgeen het te zijner verantwoording dienstig acht. 2. Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening van het afgelopen jaar vóór 30 april van het jaar waarvoor de begroting dient, toe aan de raden van de deelnemende gemeente 3. Het algemeen bestuur stelt de rekening vast volgend op het jaar waarop zij betrekking heeft. Het dagelijks bestuur zendt deze binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli daaropvolgend aan gedeputeerde staten. Van de vaststelling wordt mededeling gedaan aan de deelnemende gemeenten. 4. De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden. 5. In de rekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 6.
De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld, naar verhouding van het inwonertal, tenzij in de begroting een andere verdeelsleutel is vastgesteld. HOOFDSTUK XIII TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING Artikel 33
Toetreding 1. Over het door andere gemeenten deelnemen aan de regeling beslissen de deelnemers aan deze regeling met toepassing van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het algemeen bestuur stelt de regels vast, waaronder het deelnemen aan de regeling wordt toegestaan. 3. De toetreding gaat in op een in overleg met de desbetreffende gemeente te bepalen datum.
Artikel 34 Uittreding
1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer met inachtneming van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het uittredingsbesluit van een deelnemer wordt niet later genomen dan een jaar voorafgaand aan de datum waarop de uittreding plaatsvindt. Uittreding is slechts mogelijk per 1 januari. 3. Het algemeen bestuur inventariseert binnen zes maanden na de opzegging de gevolgen van uittreding na overleg met de deelnemers in een uittredingsplan waartoe in ieder geval behoren: a. de juridische, organisatorische en personele gevolgen zoals de toewijzing, terugname of overname van medewerkers; b. de financiële gevolgen, waaronder in ieder geval frictiekosten, desintegratiekosten en gevolgschade over een periode van vijf jaar, alsmede de betaling ineens of de afbouw van de bijdrage en over welke periode het ontbreken van dekking voor vaste kosten dient te worden gecompenseerd. c. desintegratiekosten zijn alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch, die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van de risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding, en d.
frictiekosten zijn alle incidentele kosten te maken door het Stadsgewest ‘sHertogenbosch die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van een deelnemer.
4. De financiële gevolgen worden gebaseerd op de jaarrekening van het jaar na het besluit tot uittreding, waarbij de financiële effecten op de datum van uittreding worden meegenomen. 5. De financiële gevolgen zullen worden bepaald door het algemeen bestuur, na controle door een gezamenlijk te benoemen onafhankelijk expert. 6. Uiterlijk 6 maanden na het moment van het besluit van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. 7. De uittredende deelnemer is gehouden de definitieve uittreedsom binnen 6 maanden na de in lid 6 bedoelde vaststelling te voldoen. Het algemeen bestuur kan in afwijking hiervan een andere betalingsregeling vaststellen. 8. De financiële gevolgen van de uittreding worden door de uittredende deelnemer gedragen. 9. Het dagelijks bestuur ziet toe op de naleving van de verplichtingen uit dit artikel. Artikel 35 Wijziging van de regeling 1. De regeling kan worden gewijzigd bij een daartoe strekkend besluit van de organen van de deelnemende gemeenten. 2. Een voorstel tot wijziging kan worden gedaan door het algemeen bestuur en door de raden van één of meer van de deelnemende gemeenten. 3. De wijziging van de regeling treedt in werking de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad van de gemeente ’s-Hertogenbosch.
Artikel 36 Opheffing 1. De regeling wordt opgeheven indien de organen van twee-derde van het aantal deelnemende gemeenten, die tezamen minstens twee-derde van het inwonerstal van het gebied vertegenwoordigen, daartoe besluiten. 2. Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.
3.
Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.
4. De organen van het openbaar lichaam blijven, zo nodig, na het tijdstip van beëindiging van de regeling in functie, totdat de liquidatie is voltooid. 5. De opheffing gaat in de dag na bekendmaking van de opheffing in het Gemeenteblad van ’s-Hertogenbosch.
HOOFDSTUK XIV ARCHIEF Artikel 37 Archivering 1. Het dagelijks bestuur draagt de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam en die worden gevormd krachtens de aan het openbaar lichaam toegekende taken, 2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het Stadsgewest ’s-Hertogenbosch, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. 3. Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het Stadsgewest ’s-Hertogenbosch, die nog niet naar de archiefbewaarplaats van de gemeente ’s-Hertogenbosch zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente ’sHertogenbosch. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente ’s-Hertogenbosch. 6. De in lid 5 bedoelde archivaris brengt jaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7.
Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam.
8. De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 9. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling. 10. Bij opheffing van de regeling blijven alle onder beheer van de secretaris staande archiefbescheiden berusten in de archiefbewaarplaats van de gemeente ‘sHertogenbosch, tenzij ook deze vervalt. In het laatste geval wordt een voorziening getroffen conform de geldende archiefwetgeving.
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 38 Overgangsbepaling De eerste aanwijzing van leden van het algemeen bestuur moet uiterlijk acht weken na de dag van in werking treden van de regeling hebben plaatsgevonden.
Artikel 39 Toezending aan GS en aan de gemeenten; inwerkingtreding; gelding; evaluatie 1. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch maakt de regeling, waaronder tevens bedoeld worden de wijzigingen ervan, in alle deelnemende gemeenten bekend in het Gemeenteblad van ’s-Hertogenbosch. 2. Het Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch draagt zorg voor opname van alle gegevens in het register als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 3. Deze regeling geldt voor onbepaalde tijd. 4. Tenzij het algemeen bestuur anders besluit, wordt deze regeling niet geëvalueerd.