Woonzorganalyse gemeente Voorst
Tekst van het document
Woonvormen met een mix van alle leeftijden Een les bij (nieuwe) geclusterde woonvormen is dat er genoeg aandacht moet zijn voor een goede mix aan bewoners (leeftijden). Als alle bewoners dezelfde leeftijd hebben, worden zij op hetzelfde moment oud en hebben zij op hetzelfde moment meer zorg nodig. Onderlinge steun wordt dan steeds moeilijker. Het is dus noodzakelijk om goed zicht te houden op een juiste mix van leeftijden. Bij de zoektocht naar nieuwe bewoners moet de leeftijd een belangrijk aanmeldingscriteria zijn. De ervaring leert dat het aantrekken van nieuwe (jongere) bewoners moeilijk is. Voor relatief jongere ouderen is het samenwonen met veel relatief oudere ouderen niet zo aantrekkelijk; zij voelen zich dan al snel te jong. Het advies is om geclusterde woningen niet aan te merken als woningen voor ouderen of senioren, om ‘jongere ouderen’ niet af te schrikken.
De makelaar of coach vormt een aanspreekpunt voor ouderen die nadenken over een verhuizing, wijst naar informatiebronnen en adviseert over passende woonruimte en toewijzingsprocedures.
26 |
Stimuleer het gebruik van technologie Technologie kan een belangrijke rol spelen bij het langer zelfstandig wonen van ouderen, maar veel mensen zijn nog niet bekend met de mogelijkheden. Wij adviseren om een uitleenservice van technologische oplossingen aan te bieden, met een website waarop men de diverse oplossingen kan bekijken. Door de drempel voor gebruik te verlagen, zullen meer mensen de oplossingen (tijdig) gaan gebruiken. Betrek naast de ouderen, de hele bevolking in de gemeente bij technologische oplossingen. Technologie kan er niet alleen voor zorgen dat ouderen een verhuizing kunnen uitstellen, maar vooral dat zij comfortabeler en veiliger kunnen wonen – of dit nu in een instelling is, in een geclusterde woonvorm of in een reguliere woning. Via een tablet kunnen ouderen hun boodschappen bestellen, maar ook videobellen met een zorgverlener. En GPStrackers maken het mogelijk om mensen met dementie een deel van hun vrijheid te laten behouden. Hoewel technologie soms als ‘koud’ wordt ervaren, kunnen goede toepassingen een grote bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven van ouderen.
Gebruik de regionale samenwerking In de regio Salland is er al een samenwerkingsverband van 13 zorgorganisaties: Samen voor Sallandse Zorg. Het doel van de samenwerking is om samen in de regio de uitdagingen in de langdurige zorg aan te pakken. In regionaal verband is een visiedocument opgesteld dat richting geeft aan het toekomstig landschap voor wonen en zorg. De thema’s en uitgangspunten die in dit document aan de orde komen, zijn ook voor Voorst relevant. Het gaat dan om zaken zoals preventie, arbeidsmarkt en innovatie. Wij adviseren dan ook om deze te benutten bij het uitwerken bij de lokale woonzorgvisie van de gemeente Voorst.
27 |
4 Mensen met een verstandelijke beperking
hebben. Dit geldt ook voor de gemeente Voorst. Deze groei is sterker dan de algehele bevolkingsgroei. Deels wordt dit verklaard doordat ook mensen met een verstandelijke beperking steeds ouder worden. Andere mogelijke verklaringen zijn herindicering of betere diagnostiek.
De groep mensen met een verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Wonen met andere verstandelijk beperkten in een geclusterd woonconcept is doorgaans prettig voor deze groep. Een deel van de verstandelijk beperkten is ook zelfredzamer en woont in toenemende mate zelfstandig in de kern. Een ander deel is minder zelfredzaam en woont plezierig op in instellingsterrein van de zorgaanbieder in een veilig omgeving. In dit hoofdstuk brengen wij de behoefte aan geclusterde en gespikkelde plekken voor zorg met verblijf voor de VG-groep in beeld, en zetten we deze vraagontwikkeling af tegen het bestaande aanbod.
De VG-doelgroep gaat steeds vaker extramuraal wonen, hetgeen meer vraag creëert naar wonen in de wijk (gespikkeld wonen). Door technologische ontwikkeling in de zorg is het steeds vaker (beter) mogelijk om buiten een instelling te wonen. Daarnaast is er een toenemende vraag zichtbaar vanuit cliënten (en verwanten) om het zorgpakket zelf samen te stellen.
In dit onderzoek richten wij ons primair op de groep die gebruik maakt van Wlzzorg. Dit houdt in dat we het hebben over mensen die ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Deze mensen staan onder permanent toezicht of ontvangen 24 uur per dag zorg in de nabijheid. In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkter geworden. Nieuwe cliënten met een lichte zorgvraag (Wlz-indicaties VG 1 en 2) kunnen tegenwoordig geen beroep meer doen op een woonplek in een instelling. In plaats daarvan krijgen zij ondersteuning vanuit de Wmo. Het is niet bekend om hoeveel cliënten het hier gaat. Bestaande cliënten met een lichte zorgvraag die in een instelling wonen, mogen hier wel blijven. Ondanks de beperkte toegang tot Wlz-indicaties, zien wij een landelijke trend waarin er steeds meer mensen een indicatie voor VG
4.1 Woonvraag van verstandelijk beperkten Het aantal Wlz-indicaties in Voorst voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2018 tot en met 2021 gestegen van 510 naar 530. Omgerekend heeft ongeveer 21 op de 1.000 mensen in Voorst een verstandelijke beperking. Dit is relatief hoog vergeleken met het provinciale gemiddelde van ca 8 personen met een verstandelijke beperking per 1.000 inwoners. In de gemeente Voorst bevinden zich een aantal grote instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking. Hier wordt voornamelijk zorg aangeboden voor mensen met een zware indicatie. De instellingen hebben een regionale of zelfs een landelijke functie. Tabel 4.1: Ontwikkeling van het aantal Wlz-indicaties met grondslag VG (2018 - 2021) 2018 2019 2020 2021 VG-indicaties 510 510 505 535 Bron: CIZ-databank.
Aan de hand van de CIZ-indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Voorst hebben wij een inschatting opgesteld van de zorgvraag van
28 |
verstandelijk beperkten voor de periode tot en met 2040. In deze prognose is inzichtelijk gemaakt hoe de totale zorgvraag van verstandelijk beperkten zich zal ontwikkelen. Hierin hebben wij rekening gehouden met een stijging van het aantal inwoners met een Wlz-indicatie voor VG van 2% per jaar. Dit is gebaseerd op de langdurige landelijke trend waarin het aantal Wlz-indicaties voor VG met iets meer dan dit percentage jaarlijks stijgt. In de werksessie met ketenpartners werd de toegenomen levensverwachting en vitaliteit van de groep verstandelijk beperkten genoemd als een belangrijke verklaring voor deze toename. Aanbieders verwachten dat de zorgvraag van cliënten met een Wlz-indicatie complexer wordt. De onderstaande grafiek toont de verwachte vraag naar zorg-met-verblijfplekken in de gemeente Voorst. De stijging van de vraag naar woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking die we hier zien is - naast de genoemde stijging van het aandeel mensen met een VGindicatie - vooral het gevolg van een stijging van de totale bevolking van de gemeente Voorst. De berekening van de basisprognose is gebaseerd op de huidige situatie in Voorst – dat is dus inclusief de vraag vanuit de regio die gemeente Voorst bedient. Deze situatie is doorgetrokken tot 2040.
Figuur 4.1: Gemeente Voorst. Basisprognose VG (2021 - 2040)
700 600 500 400 300
540
560
590
610
630
2021
2025
2030
2035
2040
200 100 0 Bron: CIZ-databank, bevolkingsprognose gemeente Voorst, bewerking Companen.
Tabel 4.2: Gemeente Voorst. Basisprognose woonvormen VG (2021 - 2040) 2021 2025 2030 2035 Basisprognose 535 560 585 610 Geclusterd wonen 420 445 465 480 Gespikkeld wonen 15 15 15 25 Zelfstandig wonen 100 100 105 105
2040 630 495 30 105
Bron: CIZ-databank, Monitor Langdurige Zorg, bevolkingsprognose gemeente Voorst, bewerking Companen.
De prognoses worden kwalitatief verdeeld over geclusterd en gespikkeld wonen (zelfstandig wonen nabij een zorgpunt). In onze vraagberekeningen gaan wij daarbij uit van een beperkte verdere extramuralisering. De mate waarin cliënten gespikkeld zullen wonen stellen wij afhankelijk van het type VGindicatie7. De vraag naar gespikkelde woonvormen zal in de basisprognose oplopen van ca 10 woningen nu naar 30 woningen in 2040. Het aandeel gespikkeld wonen groeit daarmee van 2% naar 10%. In gesprekken met aanbieders horen wij terug dat dit wel eens het ‘plafond’ zou kunnen zijn. De 7
Zie bijlage 3 voor een overzicht van de gebruikte aannames.
29 |
interactie tussen sommige zelfstandig wonende VG-cliënten en hun buren is beperkt. Daarnaast wil een groot deel van de verstandelijk beperkten liever samen blijven wonen, vanwege de onderlinge sociale interactie in een geclusterde woonvorm. Zelfstandig wonen blijft daarmee een persoonsgebonden keuze, waarbij de randvoorwaarden per individu moeten kloppen.
Trends en ontwikkelingen In de werksessie met ketenpartners is besproken welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg in de gemeente Voorst. Daaruit kwam het volgende naar voren: 1. Extramuralisering Voor mensen met een lichtere verstandelijke beperking is extramuralisering een optie, mits deze zorg met enige clustering geleverd kan worden. Bijvoorbeeld in vrijkomende boerderijen in het buitengebied, al zijn hier voorzieningen doorgaans ver vandaan. 2. Veranderde groep mensen met een verstandelijke beperking Door verbeterde zorg leven mensen met een verstandelijke beperking langer, maar de zorgvraag zal naar verwachting complexer worden. In de toekomst zullen minder mensen geboren worden met het syndroom van Down, door onder andere geboortepreventie. Daarentegen zal de groep met niet-aangeboren hersenletsel flink toenemen, door bijvoorbeeld trampoline- en fietsongelukken. Ook de groep mensen met autisme lijkt te groeien. Mensen met een vorm van een verstandelijke beperking zijn vaak aangewezen op een corporatiewoning, maar deze zijn niet altijd geschikt voor de doelgroep. Veel mensen met een verstandelijke beperking hebben behoefte aan een woning in een prikkelarme omgeving; vaak bevinden corporatiewoningen zich daar niet.
3. Lokaal wonen In de gemeente Voorst bevinden zich grote instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking. Hier wordt voornamelijk zorg aangeboden voor mensen met een zware indicatie. De instellingen hebben een regionale of zelfs landelijke functie. In de werksessie met ketenpartners is de beweging van het ‘lokaal wonen’ geschetst: de gedachte is dat zorgvragers in de toekomst vaker opgevangen zullen worden in de eigen gemeente of regio, dichterbij hun ouders. In het scenario beweegt het aandeel mensen met een verstandelijke beperking in de gemeente richting het landelijk gemiddelde. Voor Voorst zou dit betekenen dat de vraag naar woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking gaat afnemen. Deelnemers van de heisessie achten dit scenario niet waarschijnlijk, door de specifieke zorg die geleverd wordt op de instellingsterreinen in Voorst. Bewoners komen vanuit alle windstreken, en de verwachting is dat dit zo zal blijven. Een tweede scenario werd door de deelnemers van de werksessie waarschijnlijker geacht. In het scenario ‘lokale behoefte’ gaan wij uit van een stabiele vraag vanuit de rest van het land en een groei van de lokale behoefte uit de gemeente Voorst - op basis van de demografische groei, langere levensverwachting van mensen met een beperking en de stijging van het aandeel mensen met een Wlz-indicatie. Verder blijft de vraag uit de regio constant.
De lokale vraag is gebaseerd op het aantal gemiddeld gegeven indicaties in de provincie Gelderland. Daarbij is ook rekening gehouden met de verdeling van de zorgprofielen in de provincie.
30 |
Tabel 4.3: Gemeente Voorst. Vraagontwikkeling woonvormen VG, Scenario ‘Lokale behoefte’ (2021 - 2040) 2021 2025 2030 2035 2040 Scenario 'Lokale behoefte’ 535 540 550 560 565 Geclusterd wonen 420 420 425 425 425 Gespikkeld wonen 15 15 20 30 35 Zelfstandig wonen 100 100 105 105 105 Bron: CIZ-databank, bevolkingsprognose gemeente Voorst, bewerking Companen.
4.2 Aanbod Aan alle zorgaanbieders in de gemeente Voorst die zich richten op zorg voor verstandelijk beperkten is gevraagd hoeveel woonzorgplekken zij hebben voor deze doelgroep. In de onderstaande tabel wordt het geïnventariseerde aanbod weergegeven.
Tabel 4.4: Aanbod naar woonvorm (2021) Zorgaanbieder Geclusterd wonen Twello Stichting de Passerel 32 Zozijn 32 Voorst ’s Heeren Loo 8 Pluryn 11 Wilp Stichting de Passerel 9 Zozijn 347 Totaal 439
Gespikkeld wonen 8 8 8
1 17
Bron: Aanbodinventarisatie zorgaanbieders gemeente Voorst.
4.3 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Bij het opstellen van de huisvestingsopgave tonen wij een bandbreedte van de vraag met daarin zowel het basisscenario als het trendscenario ‘lokale behoefte’. De huidige vraag naar en het aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking is relatief hoog voor de omvang van de gemeente Voorst. In de gemeente bevinden zich grote instellingsterreinen met veel woongelegenheden voor mensen met een verstandelijke beperking. In de ‘basisprognose’ is uitgegaan van een stijgende vraag, zowel vanuit de gemeente als vanuit de regio - waarbij het tempo van de groei afhangt van de demografische ontwikkeling van de gemeente Voorst. In het scenario ‘lokale behoefte’ is uitgegaan van een stabiele vraag vanuit de regio, en een stijgende vraag vanuit de eigen gemeente (vanwege de bevolkingsgroei in de gemeente). Een vergelijking van de verschillende scenario’s van de vraagprognose met het huidige woonzorgaanbod voor de doelgroep verstandelijk beperkten laat het volgende zien: 31 |
•
•
Op dit moment zien we een balans tussen de vraag naar en het aanbod aan geclusterde woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking. Door demografische ontwikkelingen, waaronder een toegenomen levensverwachting van de groep mensen met een verstandelijke beperking, zal de vraag gaan toenemen. Het tekort loopt op tot 60 plekken in 2040. Ook bij gespikkeld wonen zien we een balans tussen vraag aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking. In de toekomst ontstaat een tekort, van 15 tot 20 plekken in 2040. Meer cliënten willen en kunnen zelfstandig wonen. Hierover kan het zorgkantoor afspraken maken met zorgaanbieders en corporaties.
Tabel 4.5: Vraag en aanbod aan geclusterde woonvormen voor VG (bandbreedte: basisprognose en lokale behoefte) (afgerond op vijftallen) Vraagaanbod Vraag-aanbod Vraag-aanbod Vraag-aanbod Woonvormen 2021 2025 2030 2040 Geclusterd wonen 0 -10 tot 0 -30 tot 0 -60 tot 0 Gespikkeld wonen 0 0 tot 5 -5 tot 0 -20 tot -15 Totaal 0 -10 tot -5 -35 tot 0 -80 tot -15 Bron: Aanbodinventarisatie, Woonzorgweter Companen.
4.4 Aanbevelingen VG Kleinschalig uitbreiden en behouden van bestaand vastgoed Uitbreiding van het aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking zal voornamelijk moeten bestaan uit ‘gespikkeld wonen’; zelfstandig wonen in de buurt van een zorglocatie. De bestaande geclusterde woonvormen moeten behouden blijven voor de regionale/landelijke vraag. Het is belangrijk dat de cliënten binnen deze woonvormen naast een appartement met eigen voorzieningen (sanitair, soms ook een keuken) ook een ontmoetingsruimte of een gezamenlijke woonkamer hebben. Ontmoetingsruimten die aanwezig zijn in
bestaand aanbod kunnen ook worden gebruikt door cliënten die in de nabije omgeving (‘gespikkeld’) wonen. Een dergelijke plek biedt bewoners structuur (dagritme) en mogelijkheden voor ontmoeting en ontspanning. Er kan ook op een laagdrempelige manier begeleiding worden geboden.
Gemengd wonen zonder ‘doelgroepen’ In geclusterde woonvormen liggen mogelijkheden om verschillende mensen met een zorgvraag gezamenlijk te huisvestingen. Onder mensen met een verstandelijke beperking zien we een toenemende vraag naar gespikkeld wonen. Daarnaast is er veel vraag naar geclusterde woonvormen voor ouderen en zoeken kwetsbare jongeren ook naar geschikte woningen. Dit biedt kansen voor woonvormen waarbij verschillende typen zorgvragers samen wonen, maar ook voor ‘gemengd wonen’, waarbij ‘dragers’ (jongeren, studenten of ook gezinnen) en ‘vragers’ samen wonen. Dit laatste zorgt voor een dynamische mix, waarbij bewoners elkaar kunnen aanvullen en ondersteunen. Een vereiste is wel de intrinsieke motivatie van de ‘dragers’ om een rol te spelen bij het ondersteunen van de ‘vragers’. Wederkerigheid is het fundament. Het is wenselijk om bij de realisatie van gemengd wonen aansluiting te zoeken bij het bestaande welzijnsnetwerk en de inclusieve woonzorgcentra. Het verdient aanbeveling om in dergelijke gemengde woonvormen tevens plek te bieden aan mensen die net buiten de definities vallen van bepaalde doelgroepen. Personen die bijvoorbeeld niet binnen een definitie van verstandelijk gehandicapten vallen omdat hun IQ van een bepaalde hoogte is, kunnen wel degelijk moeite hebben zich goed staande te houden in een samenleving die steeds moeilijker wordt.
Zij hebben baat bij ondersteuning die in een gemengde woonvorm kan worden gegeven om goed om te kunnen gaan met de huidige samenleving.
32 |
Randvoorwaarden extramuralisering Een deel van de mensen met een verstandelijke beperking wil graag zelfstandig wonen. Hiervoor adviseren wij om de volgende randvoorwaarden te hanteren: •
Het stelt eisen aan de zorginfrastructuur en de samenwerking tussen ketenpartners om de zelfstandige huisvesting te realiseren en succesvol te laten zijn. • Naast een goede samenwerking is een geschikte woonomgeving essentieel. • Een randvoorwaarde om zelfstandig te kunnen wonen is het bestaan van een stevig sociaal netwerk waaraan ook informele zorg en mantelzorg kan worden ontleend. • Onderzoeken wijzen uit dat komende decennia het aantal mantelzorgers zal gaan dalen. Dit maakt het belangrijk om de sociale veiligheid van de doelgroep te waarborgen door activiteiten en voorzieningen in de buurt aan te bieden en de doelgroep samen te laten komen. De VG-doelgroep wordt veel ouder en doet daarbij vaker een beroep op de ouderenzorg. Hier liggen kansen om het zorgaanbod van zorgaanbieders te combineren.
33 |
5 Kwetsbare jongeren In dit hoofdstuk gaan we in op de jaarlijkse vraag naar woonruimte die bestaat onder jongvolwassenen (18+) die een vorm van problematiek ervaren: bijvoorbeeld gedragsproblematiek of psychiatrische problematiek. Het gaat daarbij met name om jongeren die uitstromen vanuit een verblijfssituatie. Zij wonen om uiteenlopende redenen niet meer thuis, en voor hen is de stap naar vervolghuisvesting geen gegeven. In een drukke woningmarkt is het wenselijk om ook voor deze jongeren tijdig passende huisvesting te bieden, zodat zij niet escaleren in hun problematiek en/of dak- of thuisloos raken.
5.1 Doelgroep en context De groep ‘kwetsbare jongeren’ (18 tot 23 jaar) die een specifieke vraag heeft op de woningmarkt is een diverse groep. Het grootste deel stroomt uit vanuit een pleeggezin of jeugdhulpinstelling. Er bestaat een variëteit aan woonvormen voor jeugdhulp met verblijf, waaronder pleeggezinnen, gezinshuizen of in een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep. Jongeren in pleeggezinnen kunnen tot 23 jaar in jeugdhulp verblijven. Doorgaans is de begeleidingsvraag onder deze jongeren na uitstroom ook minder vaak aanwezig en minder intensief. In de gemeente Voorst bevinden zich twee grote locaties voor jeugdhulp: De Beele van Pluryn en de locatie van Zozijn in Wilp. De meeste jongeren die verblijven op deze locaties komen niet uit Voorst en stromen na hun verblijf ook niet uit in Voorst. In Wilp en Klarenbeek staan ook buitenhuizen; hier bereiden jongeren zich voor op meer zelfstandigheid.
leeftijdsgenoten zonder ondersteuningsbehoefte. Om deze stap in hun wooncarrière te kunnen zetten zijn er (extra) inspanningen nodig. Met name financiën en vaardigheden (vaak huishoudelijk van aard) zijn belangrijke ‘struikelblokken’ op weg naar zelfstandig wonen. Het inkomen van deze jongvolwassenen is vaak te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden voor een kamer of woning. Tot hun 23 e kunnen jongeren bovendien beperkt aanspraak maken op huurtoeslag. Daarnaast is het woningaanbod voor jongeren beperkt. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn lang en de inschrijftijd van jongeren is per definitie erg kort, aangezien zij zich pas vanaf 18 jaar kunnen inschrijven bij een corporatie. Het gebrek aan woonvaardigheden in combinatie met het gebrek aan geschikte, betaalbare woonruimte voor jongeren zorgt ervoor dat een deel van deze jongvolwassenen terecht komt in beschermd wonen, terwijl zij puur op basis van hun begeleidingsbehoefte niet zo’n ‘zware’ vorm van zorg nodig hebben.
5.2 Aantal jongeren in Jeugdhulp met verblijf Eind 2021 maakten 63 jongeren uit de gemeente Voorst gebruik van jeugdhulp met verblijf. In dit onderzoek richten we ons op de kwetsbare jongeren van 17 jaar en ouder in jeugdhulp met verblijf. Deze groep zit tegen de leeftijdsgrens van Jeugdhulp aan en zal daarom spoedig een stap op de woningmarkt (willen) zetten. Eind 2021 ging dit voor Voorst om een groep van 15 jongeren in totaal.
Jongeren met een ondersteuningsbehoefte geven aan dat meer zelfstandigheid en vrijheid om hun eigen leven te leiden voor hen de belangrijkste redenen vormen om op zichzelf te willen wonen. Daarin verschillen zij niet van hun 34 |
Tabel 5.1: Jongeren in vormen van jeugdhulp met verblijf in de gemeente Voorst (peildatum 1 december 2021) Leeftijdsgroep Gezinshuizen Wonen met behandeling Pleegzorg Onder 10 jaar 0 2 4 10-14 jaar 3 13 3 15-16 jaar 0 20 3 17-18 jaar 1 6 3 18 jaar of ouder 3 1 1 Totaal 7 42 14 Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Voorst (2021).
Bovenstaande aantallen zijn de jongeren die op de peildatum vielen onder de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente Voorst (woonplaatsbeginsel tot eind 2021). Per 1 januari 2022 is het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet veranderd. Hierdoor valt een groot deel van de kwetsbare jongeren die in Voorst verblijft in een jeugdzorginstelling, nu niet meer onder de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente Voorst.
5.3 Uitstroom kwetsbare jongeren Onderstaande tabel laat zien hoeveel jongeren van 17 jaar en ouder in de afgelopen twee jaar zijn uitgestroomd vanuit Jeugdhulp met verblijf in Voorst. Tabel 5.2: Uitstroom uit jeugdhulp met verblijf gemeente Voorst (17+) per kalenderjaar 2020 2021 Gezinshuizen 4 4 Wonen met behandeling 30 24 Pleegzorg 7 0 Totaal 41 29 Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Voorst (2021).
De meeste uitstromers uit jeugdhulp met verblijf komen uit De Beele van Pluryn. Dit is een behandelingstelling met een bovenregionale functie. In de afgelopen jaren zijn weinig tot geen jongeren die vanuit De Beele zijn uitgestroomd gaan wonen in de gemeente Voorst; de meesten keren terug naar de gemeente van herkomst. Per jaar stromen gemiddeld ongeveer 8 jongeren uit vanuit gezinshuizen en pleegzorg. De verwachting is dat een ongeveer een kwart van die jongeren in de gemeente Voorst wil blijven wonen. Dat betekent dat de uitstroom vanuit jeugdhulp met verblijf naar een woonplek in de gemeente Voorst ongeveer twee jongeren per jaar is. Hier bovenop komen nog kwetsbare jongeren die op dit moment thuis wonen en op zichzelf willen gaan wonen; dit gaat om enkele jongeren per jaar. Wij ramen de huisvestingsopgave voor kwetsbare jongeren die graag in de gemeente Voorst willen wonen, daarom op 2 tot 4 per jaar. Voor deze jongeren is het belangrijk dat er voldoende en geschikt aanbod is, we hebben het dan over goedkope sociale huur of onzelfstandige woningen. Een deel van de uitgestroomde jongeren heeft behoefte aan begeleiding/kamertraining.
5.4 Regulier woonaanbod Om jongeren die uitstromen uit jeugdzorg een goede start te bieden, is een passende woonplek een essentiële voorwaarde. Daarbij geldt dat een passende woonkwaliteit sterk afhankelijk is van de problematiek waarmee mensen te maken hebben. De problematiek is voor ieder persoon net weer anders en vergt daarom maatwerk. Spreiding van het goedkope woningaanbod geeft (fysiek) ruimte om maatwerk ook goed toe te kunnen passen.
35 |
Vrijkomend goedkoop huuraanbod Jongvolwassenen die uitstromen uit jeugdzorg hebben over het algemeen een laag inkomen en zijn dus aangewezen op een goedkope huurwoning of kamer. In onderstaande tabel geven wij weer hoeveel goedkope sociale huurwoningen er in Voorst zijn vrijgekomen in 2020. In 2020 werden er in de gemeente Voorst ca 20 woningen aangeboden met een goedkope huur (tot € 442). Deze waren voornamelijk te vinden in Twello. In de andere kernen is weinig aanbod aan goedkope sociale huurwoningen. In de prijsklasse € 442 tot € 633 kwamen ca 69 woningen vrij. Deze zijn voornamelijk ook te vinden in Twello, maar ook in der andere kernen is deze prijsklasse te vinden.
€ 442,46 tot € 633,25
€ 633,25 tot € 678,66
€ 678,66 tot € 752,33
boven € 752,33
Totaal
Kernen Gebied Voorst Gebied Twello en Steenenkamer Gebied Nijbroek, Terwolde Gebied Klarenbeek Gebied Teuge Gebied Wilp Totaal
tot € 442,46
Tabel 5.4: Vrijgekomen goedkoop huuraanbod (2020)
1 19 0 0 0 0 20
11 40 12 0 3 3 69
0 17 2 2 2 2 25
0 28 7 1 0 1 37
0 0 0 0 0 0 0
12 104 21 3 5 6 151
* De woningen van Woonzorg Nederland zijn niet meegenomen, deze woningen zijn niet beschikbaar voor jongeren. Bron: Inventarisatie corporaties.
Onzelfstandige woningen Voor jongeren tot 23 jaar geldt dat zij geen aanspraak kunnen maken op (volledige) huurtoeslag als zij een woning huren met een maandhuur boven de kwaliteitskortinggrens. Voor hen zijn dus alleen de goedkoopste woningen
geschikt. In dat segment komen echter maar zeer weinig woningen vrij. Kamerhuur lijkt voor deze groep een realistischer optie. In de gemeente Voorst is het aantal onzelfstandige woningen niet groot. In ieder geval zijn 5 locaties in de gemeente Voorst bekend met onzelfstandige woonruimten. Dit betekent niet dat hier ook per definitie alleen jongeren wonen, het geeft wel een goede indicatie van de aantallen. In totaal zijn er 41 onzelfstandige woningen in de gemeente: 15 in Voorst, 17 in Twello en 9 in Wilp. Een van de locaties is het concept van Friendswonen van IJsseldal wonen; drie vrienden of vriendinnen delen een woning met deels gemeenschappelijke voorzieningen met een huurprijs voor € 350 per persoon. Dit concept kan ook geschikt zijn om kwetsbare jongeren te huisvesten.
5.5 Huisvestingsopgave Het grootste gedeelte van de jongeren die uitstromen uit jeugdzorg met verblijf keren terug naar de herkomstgemeente, dit zijn voornamelijk de jongeren uit De Beele. Wij verwachten dat per jaar 2 tot 4 kwetsbare jongeren uit gezinshuizen, pleeggezinnen en de thuissituatie een woonplek zoeken in de gemeente Voorst. Zij zijn aangewezen op de goedkoopste woningen. Per jaar komen ca 20 goedkope sociale huurwoningen vrij. Dit lijkt voldoende om deze jongeren te kunnen huisvesten; een aandachtspunt is wel of de woningtoewijzing er voldoende op is ingericht om ervoor te zorgen dat zij deze woonplekken ook toegewezen krijgen. Er zijn 40 onzelfstandige woningen in de gemeente, vooral in de particuliere huurvoorraad. Deze zijn niet allemaal geschikt voor kwetsbare jongeren. Een deel van de onzelfstandige woningen wordt bovendien bewoond door niet-jongeren. Het aanbod aan onzelfstandige wooneenheden lijkt dan ook aan de krappe kant. Vanuit Pluryn is er in de gemeente behoefte aan extra aanbod in ‘tussenvormen’ voor kwetsbare jongeren die een start willen maken met een zelf36 |
standig leven maar nog wel behoefte hebben aan enige begeleiding vanuit de instelling waar ze eerder verbleven. Dit kunnen ook jongeren zijn die niet oorspronkelijk uit Voorst afkomstig zijn, maar hier wel hun eerste stap op de woningmarkt zetten.
5.6 Aanbevelingen Focus op onzelfstandige huisvesting Wij adviseren om kwetsbare jongeren (< 23 jaar) die uitstromen uit jeugdzorg in principe geen hele woning aan te bieden, maar hiervoor kamergewijs aanbod te realiseren. Dit is ook mogelijk door woningdeling toe te staan, mits hier de juiste match aan bewoning kan worden gevonden en er wordt toegezien op een goede verstandhouding met omwonenden. Een goed concept hiervan zijn de Friendswoningen van IJsseldal wonen.
worden. Dit vraagt wel om een goede (vitale) mix aan zorgdragers en zorgvragers.
Kamertraining als voorbereiding op zelfstandigheid Het is belangrijk oog te houden voor de totale groep kwetsbare jongeren wat betreft de woonvraag door niet alleen oog te hebben voor jongeren van 18 jaar en ouder, maar ook voor jongeren vanaf 16 jaar die nog onder de jeugdzorg vallen. Als jongeren zich vanaf die leeftijd kunnen voorbereiden op het volwassen worden en te zijner tijd zelfstandig wonen, dan is de kans op succesvol zelfstandig wonen na het 18e jaar groter. Het is belangrijk om woonmogelijkheden te bieden die het mogelijk maken om zich voor te bereiden op deze stap, bijvoorbeeld in de vorm van kamertraining.
Meer aanbod aan tussenvormen Een passende vervolgstap voor jongeren die uitstromen uit jeugdzorg is van groot belang, om te voorkomen dat zij op een later moment terugkeren in instellingszorg zoals beschermd wonen. De stap van instellingszorg naar zelfstandig wonen is in sommige gevallen te groot. Er is dus aanbod nodig in tussenvormen: geclusterde vormen waarbij de bewoner eigen voorzieningen heeft en meer privacy dan in een woongroep, maar waar de begeleiding wel dichtbij is. Wij adviseren om in overleg te gaan met Pluryn over mogelijkheden om dergelijk aanbod te realiseren in de gemeente. Deze wooneenheden kunnen bijvoorbeeld gerealiseerd worden als tiny houses of onzelfstandige eenheden in de vorm van Friendswoningen. Hierin kan het ook een optie zijn om gemengde woonvormen te realiseren met andere groepen; zo kunnen exploitatiekosten voor het vastgoed gedeeld
37 |
Bijlage 1: Afkortingen en begrippen • • • • • • • • • • • • •
Ambulantisering (GGZ, Jeugd en Beschermd Wonen): afbouwbeleid van intramurale zorg. Een deel van de cliënten die voorheen zorg met verblijf in een instelling kreeg, wordt voortaan ambulant begeleid in hun eigen woning. Extramuralisering: het streven om buiten de muren van een zorginstelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning. Anders dan bij ambulantisering gaat het niet zozeer om individuele cliënten vanuit een instelling in de buurt te laten wonen, maar dat nieuwe cliënten minder snel worden opgenomen in een instelling. Intramurale zorg: zorg in een verpleeghuis of een woonzorgcentrum, waarbij ook de woonlasten worden bekostigd vanuit de zorgindicatie. MPT: Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deelverstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB. PGB: Persoonsgebonden budget: een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert. PG: Psychogeriatrie. Aandoeningen die gepaard gaan met beperkingen van de geestelijke vermogens (psycho) op hogere leeftijd (geriatrie), zoals dementie. Scheiden wonen en zorg: cliënt betaalt zelf de huur en de kosten voor levensonderhoud. SOM: Somatiek. Zorg bij lichamelijke ziektes. VG: Verstandelijk Gehandicapt. VPT: Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis kan worden geleverd.
Wlz: Wet langdurige zorg. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning. Zvw: Zorgverzekeringswet.
Woonvormen Ouderen • •
•
Reguliere woning: ‘gewone’, niet-geclusterde woning. Het gaat hierbij zowel om gezinswoningen als om appartementen of studio’s waar ook mensen zonder zorgvraag kunnen wonen. Geclusterd wonen voor ouderen: een geschikte woning met een seniorenlabel in een woonvorm met 10 of meer wooneenheden en met een welzijnsvoorziening (bijvoorbeeld ontmoetingsruimte, recreatievoorziening of buitenruimte voor gezamenlijk gebruik) in de directe woonomgeving (500 meter) of inpandig. In dit onderzoek is een ontmoetingsruimte in geclusterde woonvorm geen harde eis Wlz-zorg PG/SOM (intramuraal): wooneenheden in een verpleeghuis of een woonzorgcentrum.
Mensen met een verstandelijke beperking of met een psychiatrische aandoening • • •
Geclusterd wonen: woonvorm waarbij de bewoner een eigen appartement of studio heeft met voorzieningen, maar ook met een ontmoetingsruimte in of bij het pand. Betreft zowel groepswonen als het wonen in geclusterde appartementen, waarbij begeleiding 24-uur aanwezig kan zijn of 24-uur oproepbaar is. Groepswonen: een specifieke vorm van geclusterd wonen, waarbij bewoners een kamer hebben en voorzieningen als keuken en woonkamer delen met andere bewoners. Gespikkeld wonen: wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden.
38 |
Jongeren met problematiek •
Geclusterd begeleid wonen: doorstroomgerichte ‘tussenvorm’, waarbij jongeren (intensieve) begeleiding ontvangen bij het zelfstandig wonen. In fases groeien zij toe naar zelfstandigheid. Voorbeelden zijn kamertrainingscentra of fasehuizen.
39 |
Bijlage 2: Kernenindeling per gebied gemeente Voorst Kern Voorst Bussloo Twello Steenenkamer Nijbroek Terwolde Klarenbeek Teuge Wilp-Achterhoek Wilp Posterenk De Vecht
Gebied Gebied Voorst Gebied Voorst Gebied Twello en Steenenkamer Gebied Twello en Steenenkamer Gebied Nijbroek, Terwolde Gebied Nijbroek, Terwolde Gebied Klarenbeek Gebied Teuge Gebied Wilp Gebied Wilp Gebied Wilp Gebied Wilp
40 |
Bijlage 3: Toelichting vraaganalyse Tijdens werksessies met welzijnsorganisaties, corporaties, zorgaanbieders en zorgkantoor zijn diverse trends en ontwikkelingen in het wonen met zorg voor ouderen besproken. Op basis van deze informatie is er een vertaling opgesteld van de zorgvraag naar de woonvraag. Deze vertaling is tweeledig; één op basis van de huidige situatie (2021) en twee met verwachtingen voor de toekomst (2040). De basisvariant ouderenzorg bestaat uit een prognose waarbij de huidige situatie (2021) door is gerekend. De trendvarianten ouderenzorg rekent met een geleidelijke trendontwikkeling richting de toekomstige situatie. Vertaling van zorgvraag naar woonvraag, basisvariant (2021)
Woonvormen voor 65-plussers in 2021 Regulier wonen Geclusterd wonen Geclusterd wonen met Wlz-zorg PG/SOM
Zorgtrede 1 95% 5% 0%
Zorgtrede 2 95% 5% 0%
Zorgtrede 3 85% 15% 0%
Zorgtrede 4 75% 25% 0%
Zorgtrede 5 65% 35% 0%
Zorgtrede 6 (PG) 5% 27% 68%
Zorgtrede 6 (SOM) 5% 40% 55%
In de trendvarianten (mild en sterk) schuiven de percentages in diverse zorgtreden tussen de verschillende woonvormen, op basis van de trends en ontwikkelingen (zie onderstaande tabellen). Vertaling van zorgvraag naar woonvraag, milde trendvariant (2040)
Woonvormen voor 65-plussers in 2040 Regulier wonen Geclusterd wonen Geclusterd wonen met Wlz-zorg PG/SOM
Zorgtrede 1 95% 5% 0%
Zorgtrede 2 95% 5% 0%
Zorgtrede 3 85% 15% 0%
Zorgtrede 4 75% 25% 0%
Zorgtrede 5 60% 40% 0%
Zorgtrede 6 (PG) 5% 30% 65%
Zorgtrede 6 (SOM) 10% 45% 45%
Zorgtrede 2 95% 5% 0%
Zorgtrede 3 85% 15% 0%
Zorgtrede 4 70% 30% 0%
Zorgtrede 5 50% 50% 0%
Zorgtrede 6 (PG) 0% 40% 60%
Zorgtrede 6 (SOM) 0% 60% 40%
Vertaling van zorgvraag naar woonvraag, maximale trendvariant (2040)
Woonvormen voor 65-plussers in 2040 Regulier wonen Geclusterd wonen Geclusterd wonen met Wlz-zorg PG/SOM
Zorgtrede 1 95% 5% 0%
41 |
Wij hebben eveneens een aannamestelsel opgenomen voor de kwalitatieve vraag van de doelgroep VG; welke cliënten zijn in staat om gespikkeld te kunnen wonen, nu en in 2040? In zowel de basis- en trendvariant VG houden wij rekening met een verdere extramuralisering. Hieronder geven wij het vertrekpunt weer voor de huidige situatie, en de verwachte situatie in 2040. Vertaling van zorgvraag naar woonvraag (2021)
Zorgzwaartepakketten Wmo SG(LVG) VG1 VG2 VG3 VG4 VG5 VG6 VG7 VG8
Aandeel geclusterd 0% 100% 50% 50% 85% 100% 100% 95% 100% 100%
Aandeel gespikkeld 100% 0% 50% 50% 15% 0% 0% 5% 0% 0%
In de toekomstige situatie schuiven de percentages in diverse zorgzwaartepakketten tussen de verschillende woonvormen. Vertaling van zorgvraag naar woonvraag (2040)
Zorgzwaartepakketten SG(LVG) VG1 VG2 VG3 VG4 VG5 VG6 VG7 VG8
285.144/G | Woonzorganalyse Gemeente Voorst
Aandeel geclusterd 0% 85% 0% 0% 67% 100% 100% 85% 100%
Aandeel gespikkeld 100% 15% 100% 100% 33% 0% 0% 15% 0%
42
Bijlage 4: Aanbod zorgaanbieders Voorst per locatie, doelgroep en woonvorm
Zorgaanbieder/vastgoedeigenaar Zorggroep Apeldoorn De Zonneburg Sensire ’s Heeren Loo Stichting de Passerel
Zozijn IJsseldal wonen
Woonzorg Habion
Locatienaam De Hofstede De Nieuwenhof Het Grotenhuis De Martinushof De Benring Woonvorm van Limburg Stirum Torenbosch Barnte Torenbosch Perronpad De nieuwe Loine Diverse locaties Diverse locaties Diverse locaties Diverse locaties Lariksweg Diverse locaties Bleriotstraat Diverse locaties Diverse locaties De Benring
285.144/G | Woonzorganalyse Gemeente Voorst
Plaats Twello Voorst Twello Twello Voorst Twello Twello Twello Wilp Twello Wilp en Twello Twello Voorst Klarenbeek Terwolde Teuge Wilp Twello Voorst Totaal
Ouderen Geclusterd wonen Geclusterd wonen Geclusterd wonen met nadruk op > 10 woningen < 10 woningen Wlz-zorg PG/SOM zorg per complex per complex 30 24 32 48
Verstandelijk beperkten Geclusterd wonen
Gespikkeld wonen
8 18
8
8 6 9
62
134
73 72 207
283 11
44 44 8 19 4 24
294
143
379
8 1
294
17
43
Bijlage 5: Zorgaanbod en voorzieningen op kaart In onderstaande kaarten van Voorst en Twello wordt het zorgaanbod en de voorzieningen getoond. Het geclusterd wonen voor ouderen gaat in dit geval over complexen met 10 of meer woningen.
285.144/G | Woonzorganalyse Gemeente Voorst
44
h
Voorst
Geclusterd wonen jeugd
285.144/G | Woonzorganalyse Gemeente Voorst
45
Twello
Geclusterd wonen jeugd
285.144/G | Woonzorganalyse Gemeente Voorst
46