Woonzorganalyse gemeente Voorst
Tekst van het document
Woonzorganalyse Gemeente Voorst
DATUM
1 juli 2022
TITEL
Woonzorganalyse Gemeente Voorst
OPDRACHTGEVER
Gemeente Voort
AUTEUR(S)
Davy van Beers Bas de Ruigh Roosje van Leer
PROJECTNUMMER
285.144/G
STATUS
Eindrapportage
Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01
Inhoud 4 4 5 5 5
5.5 5.6
2 Managementsamenvatting De belangrijkste huisvestingsopgaven De belangrijkste beleidsopgaven
6 6 7
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Ouderen Zorgvraag in beeld Woonvraag van ouderen Aanbod in geclusterde woonvormen Voorzieningenniveau De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod Aanbevelingen ouderen
10 10 12 19 20 23 25
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Mensen met een verstandelijke beperking Woonvraag van verstandelijk beperkten Aanbod De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Aanbevelingen VG
28 28 31 31 32
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Kwetsbare jongeren Doelgroep en context Aantal jongeren in Jeugdhulp met verblijf Uitstroom kwetsbare jongeren Regulier woonaanbod
34 34 34 35 35
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Onderzoek van Samen voor Sallandse zorg Onderzoeksvragen Verantwoording Leeswijzer
Huisvestingsopgave Aanbevelingen
36 37
Bijlage 1: Afkortingen en begrippen
38
Bijlage 2: Kernenindeling per gebied gemeente Voorst
40
Bijlage 3: Toelichting vraaganalyse
41
Bijlage 4: Aanbod zorgaanbieders Voorst per locatie, doelgroep en woonvorm 43 Bijlage 5: Zorgaanbod en voorzieningen op kaart
44
1 Inleiding Het aantal ouderen in Voorst zal – zoals in veel gemeenten – in de komende jaren sterk gaan groeien. Er is sprake van een dubbele vergrijzing: binnen de groep ouderen neemt de groep ‘oudere ouderen’ het sterkst in aantal toe. Met de vergrijzing stijgt ook het aantal mensen met een zorgvraag. Ook onder de groep jongeren en mensen met een verstandelijke beperking zien we een lichte toename van de vraag naar zorg. Tegelijkertijd zien we een trend om mensen met een zorgvraag vaker in ‘normale’ woonsituaties (gezinshuizen of kleinschalige woonvormen) te huisvesten. In Voorst wonen relatief veel mensen op instellingsterreinen, zij wonen hier plezierig en veilig. Nu zorggroepen vaker en steeds langer zelfstandig blijven wonen, ook als zij behoefte krijgen aan zorg, vraagt dat om aanpassingen in het woningaanbod: meer en andere geclusterde woonvormen, en meer geschikte ‘normale’ woningen. Tegelijkertijd vraagt het om aanpassingen in het aanbod aan zorg en ondersteuning in de buurt. De gemeente Voorst wil weten wat deze ontwikkelingen gaan betekenen voor de woonbehoefte van haar inwoners. De gemeente Voorst wordt regelmatig geconfronteerd met huisvestingsinitiatieven voor mensen met een zorgvraag. Door gebrek aan goede, actuele gegevens kan de gemeente daar onvoldoende antwoord op geven.
In het Meerjarenbeleid Sociaal Domein dat in oktober 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld, is opgenomen dat de gemeente onderzoek naar vraag en aanbod van wonen en zorg voor ouderen, mensen in beschermd wonen en mensen met een verstandelijke beperking zal uitvoeren. Het onderzoek naar de woonzorgbehoefte van mensen in beschermd wonen is al in regionaal verband door Companen uitgevoerd (in 2020). Aanleiding daarvoor was de doorcentralisatie en herverdeling van middelen die landelijk voor beschermd wonen in de komende 10 jaar worden doorgevoerd.
Vanuit het fysieke domein van de gemeente Voorst bestaat nu ook de behoefte de woonzorgvraag nader te verkennen in verband met de toekomstige huisvestingsopgave. Voor de gemeente Voorst is in 2019 een woningmarktonderzoek uitgevoerd om de kwantitatieve en kwalitatieve woonvraag voor de komende jaren in beeld te krijgen. De woonzorganalyse bouwt verder op dit woningmarktonderzoek. Een vergelijking van vraag en aanbod is een belangrijke eerste stap om te komen tot verdere visievorming. Een woonzorgvisie beschrijft de uitgangspunten op basis waarvan de gemeente en andere betrokken partijen zoals woningcorporaties en zorgaanbieders willen samenwerken om wonen met zorg (beter) mogelijk te maken. De gemeente Voorst heeft al een woonzorgvisie opgesteld in 2015. Op basis van dit nieuwe onderzoek zal de visie uit 2015 worden geactualiseerd.
1.1 Onderzoek van Samen voor Sallandse zorg In 2020 verscheen het rapport Samen voor Sallandse zorg: Wlz-huisvestingsopgave 2020 - 2040. Dat onderzoek biedt een verkenning van de trends op het gebied van wonen en zorg en geeft zicht op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte van mensen met een Wlz-indicatie in de regio Midden-IJssel. In dit onderzoek gaan we nader in op de lokale behoefte, waarbij we ook aandacht hebben voor mensen met een lichtere zorgvraag. We zetten de behoefte aan woonvormen ook af tegen het huidige aanbod; dit levert een huisvestingsopgave op voor de gemeente Voorst en de verschillende kernen in de gemeente.
4 |
1.2 Onderzoeksvragen
1.3 Verantwoording
Dit onderzoek heeft als hoofddoel zicht te krijgen op de huidige en toekomstige vraag naar passende woonruimte voor ouderen, kwetsbare jongeren en mensen met een verstandelijke beperking in de gemeente (in kwantitatieve en kwalitatieve zin) en dit te relateren aan het huidige aanbod aan dergelijke woonvormen.
Bij het bepalen van de toekomstige behoefte zijn ketenpartners nadrukkelijk betrokken. In werksessies met vertegenwoordigers van de gemeente, zorgkantoor, zorgaanbieders, corporaties en welzijnspartijen zijn trends en ontwikkelingen besproken die volgens deze partijen van invloed zullen zijn op de vraag naar woonvormen. Het gaat dan om de gevolgen van nieuw beleid, maar bijvoorbeeld ook om technologische ontwikkelingen en de ontwikkeling van nieuwe woonconcepten. De opbrengst van deze bijeenkomsten is gebruikt om prognoses en scenario’s op te stellen die aansluiten bij de praktijk in de gemeente Voorst.
Onderzoeksvragen: •
• •
Wat is de ontwikkeling van de doelgroepen als gevolg van demografische ontwikkelingen (op basis van gemeentelijke bevolkingsprognoses), maatschappelijke trends en beleidsontwikkelingen tot 2040, zowel op gemeente- als kernniveau? Wat is het huidige aanbod aan woningen en woonvormen voor deze doelgroepen? Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match tussen vraag en aanbod van passende woningen (woonzorgvormen) nu en op langere termijn (2025, 2030, 2040) en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om hierin te voorzien?
Doelgroepen In het onderzoek worden de volgende doelgroepen onderscheiden: -
Ouderen (65+) Mensen met een verstandelijke beperking (VG) Kwetsbare jongeren (18+)
1.4 Leeswijzer In dit rapport behandelen we de verwachte vraagontwikkeling en de hieruit volgende huisvestingsopgave voor de volgende doelgroepen: -
Hoofdstuk 3. Ouderen Hoofdstuk 4. Mensen met een verstandelijke beperking Hoofdstuk 5. Kwetsbare jongeren
In de bijlagen staan een overzicht van begrippen, afkortingen en woonvormen, een overzicht van de gebruikte aannames in de hoofdstukken 3 tot en met 5, een kaart met het geïnventariseerde woonaanbod en een tabel met het huidige aanbod per zorgaanbieder en doelgroep.
5 |
2 Managementsamenvatting In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende zorgdoelgroepen in de gemeente Voorst. In dit hoofdstuk vatten we de huisvestingsopgave en de beleidsopgaven kort samen. In de afzonderlijke hoofdstukken verdiepen we de uitkomsten.
De belangrijkste huisvestingsopgaven Ouderen In de komende jaren zien we een groeiende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen en een licht groeiende vraag naar intramurale voorzieningen •
•
•
Voor mensen met een Wlz-indicatie vanwege een psychogeriatrische (PG) zorgvraag zijn er momenteel genoeg plekken in geclusterde woonvormen met 24-uurszorg in de gemeente. Tot 2040 ontstaat een tekort aan intramurale plekken van 45 tot 65 plekken. Voor mensen met een Wlz-indicatie vanwege somatische klachten (SOM) zijn er op dit moment ook genoeg intramurale plekken. Tot 2040 ontstaat een klein tekort (10 tot 30 plekken). Voor mensen die geen Wlz-indicatie hebben maar wel behoefte aan geclusterd wonen, voldoet het huidige aanbod aan de huidige vraag. In de periode tot 2040 ontstaat wel een tekort, van 95 tot 275 geclusterde woningen.
In bijna alle kernen is een huisvestingsopgave voor de komende jaren • De meeste ouderen blijven het liefste in hun eigen dorp wonen, ook als zij gaan verhuizen. Niet in alle kernen is echter geschikt aanbod voor ouderen met een zorgvraag. Als het streven is om in alle deelgebieden van de gemeente voldoende aanbod te hebben aan geclusterd wonen voor ouderen, dan betekent dat vooral een uitbreidingsopgave in de gebieden Terwolde, Klarenbeek en Wilp. De kleinere kernen lenen zich minder voor nieuwbouw gericht op ouderen met een (lichte) zorgvraag, vanwege het gebrek aan voor ouderen belangrijke voorzieningen. • Ook de vraag naar intramurale zorgplekken neemt in de kleine kernen toe, maar dit gaat om kleine aantallen. De vraag is dan ook of het realistisch is om hier aanbod voor te realiseren. Mogelijk biedt de combinatie met andere zorgdoelgroepen hier kansen. • In Voorst en Twello volstaat het huidige aanbod aan zowel geclusterd wonen als intramurale zorg voor de toekomstige vraag vanuit deze dorpen zelf. Als de keuze wordt gemaakt om het aanbod aan geclusterd wonen ook in de toekomst te concentreren in de kernen Twello en Voorst, dan is hier wel een uitbreidingsbehoefte – dan moet immers de stijgende vraag vanuit de omliggende kernen ook in deze kernen worden ingevuld.
Mensen met een verstandelijke beperking •
•
Op dit moment is de vraag naar geclusterde woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking in balans met het aanbod. Volgens de basisprognose ontstaat er een tekort van 60 plekken in 2040. Als we alleen kijken naar de lokale behoefte vanuit Voorst, dan volstaat het huidige aanbod. Vraag en aanbod aan ‘gespikkeld wonen’ zijn op dit moment met elkaar in balans. Doordat meer mensen met een beperking zelfstandig willen wonen, ontstaat richting de toekomst een tekort aan dit soort woningen. 6 |
Begrippenkader Regulier wonen: ‘Gewone’, niet-geclusterde woning. Het gaat hierbij zowel om gezinswoningen als om appartementen of studio’s. Geclusterd wonen voor ouderen: Een clustering van levensloopgeschikte woningen (eventueel met een seniorenlabel), met een mogelijkheid voor ontmoeten (ontmoetingsruimte, recreatievoorziening of buitenruimte voor gezamenlijk gebruik) inpandig of in de directe woonomgeving (500 meter). Intramuraal PG/SOM: Wooneenheden in een verpleeghuis of een woonzorgcentrum. Gespikkeld wonen: Wonen bij een zorgaanbieder in een niet-geclusterde woning in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden. Geclusterd wonen: Woonvorm voor bewoners met een (verstandelijke en/of lichamelijke) beperking, waar 24 uur per dag begeleiding aanwezig of oproepbaar is. Binnen ‘geclusterd wonen’ komt groepswonen voor (waarbij de bewoner een kamer heeft en voorzieningen zoals een keuken en woonkamer deelt met andere bewoners), maar ook geclusterde appartementen waarbij de bewoners eigen voorzieningen hebben.
Kwetsbare jongeren •
Jaarlijks stromen ca 2 tot 4 kwetsbare jongeren vanuit een jeugdzorginstelling, gezinshuis of pleeggezin uit naar geclusterd begeleid wonen of zelfstandig wonen in de gemeente Voorst.
De belangrijkste beleidsopgaven Ouderen •
Passend woonaanbod per kern In bijna alle kernen is er vraag naar geclusterde en geschikte woningen voor ouderen, ook met een intensieve zorgvraag. Om ook intensieve zorg te kunnen bieden is - gezien de krapte op de arbeidsmarkt clustering nodig. In overleg met zorgpartijen moet worden gekeken naar de minimale grootte van geclusterde woonvormen om de benodigde zorg te kunnen leveren. In de kernen Terwolde, Klarenbeek en Wilp is ruimte voor het toevoegen van geclusterde woonvormen. De kernen beschikken over voldoende belangrijke voorzieningen voor ouderen. In de andere kleine kernen kunnen wellicht geclusterde woonvormen gerealiseerd worden, waar zowel ouderen met als zonder Wlzindicatie kunnen wonen. Op deze manier kan Wlz-zorg (via MPT en VPT) efficiënter geboden worden dan in reguliere woningen. Daarnaast kunnen ouderen in een geclusterde woonvorm elkaar ook tot steun zijn.
7 |
•
•
•
•
•
•
Versterken ‘naoberschap’ - Om mensen prettig en veilig langer thuis te laten wonen, zullen inwoners ook elkaar moeten helpen. In Voorst is een sterke cultuur van ‘naoberschap’: mensen kijken naar elkaar om en er worden gezamenlijk activiteiten georganiseerd. Richting de toekomst is het van belang om dit te blijven versterken. Doorstroming bevorderen Wij adviseren dat de gemeente blijft inzetten op bewustwording onder ouderen over de keuzes omtrent langer zelfstandig thuis wonen en de mogelijkheden die er zijn om door te stromen naar een geschiktere woning als de inwoner dat wil. Stimuleren nieuwe woonvormen Ouderen in Voorst zijn niet erg verhuisgeneigd. Om ouderen te laten verhuizen naar geclusterde woonvormen zijn zo ‘normaal’ mogelijk geclusterde woonvormen nodig, die niet al te zeer lijken op een zorgvoorziening. Hofjeswoningen zijn daarvoor een geschikt concept. Woonvormen met een mix van alle leeftijden Een les bij (nieuwe) geclusterde woonvormen is dat er aandacht moet zijn voor een goede mix aan bewoners (leeftijden). Als alle bewoners dezelfde leeftijd hebben, worden zij op hetzelfde moment oud en hebben tegelijk meer zorg nodig. Onderlinge steun wordt dan moeilijker. Stimuleer het gebruik van technologie Technologie kan een belangrijke rol spelen bij het langer zelfstandig wonen voor ouderen, maar veel mensen zijn nog niet bekend met de mogelijkheden.
Gebruik de regionale samenwerking In de regio Salland is er al een samenwerkingsverband van 13 zorgorganisaties: Samen voor Sallandse Zorg. Gebruik deze woonzorg-
analyse voor de lokale diepgang voor Voorst en gebruik de samenwerking om goede oplossingen en voorbeelden met elkaar te delen.
Mensen met een verstandelijke beperking •
•
•
Kleinschalig uitbreiden en behouden van bestaand vastgoed Uitbreiding van het aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking uit Voorst zal voornamelijk moeten bestaan uit ‘gespikkeld wonen’; zelfstandig wonen in de buurt van een zorglocatie. Gemengd wonen zonder ‘doelgroepen’ Onder mensen met een verstandelijke beperking zien we een toenemende vraag naar gespikkeld wonen. Daarnaast is er veel vraag naar geclusterde woonvormen voor ouderen en zoeken kwetsbare jongeren ook naar geschikte woningen. Dit biedt kansen voor woonvormen waarbij verschillende typen zorgvragers samen wonen, maar ook voor ‘gemengd wonen’, waarbij ‘dragers’ (jongeren, studenten of ook gezinnen) en ‘vragers’ samen wonen. Aandachtspunt hierbij is wel de juiste mix; niet alle groepen gaan even goed samen. Randvoorwaarden extramuralisering Een deel van de mensen met een verstandelijke beperking wil graag zelfstandig wonen. Hiervoor zijn verschillende randvoorwaarden nodig; een goed aanbod van ambulante ondersteuning en een goede daginvulling (dagbesteding of werk) zijn hiervan de belangrijkste.
8 |
Kwetsbare jongeren •
•
•
Focus op onzelfstandige huisvesting Wij adviseren om kwetsbare jongeren (< 23 jaar) die uitstromen uit jeugdzorg in principe geen hele woning aan te bieden, maar hiervoor kamergewijs aanbod te realiseren. Een goed concept voor in de gemeente Voorst zijn Friendswoningen. Meer aanbod aan tussenvormen Er is ruimte voor geclusterde woonvormen waarbij er sprake is van minder afstand tussen zorg en cliënt, maar waar ook eigen voorzieningen en privacy kunnen worden geboden. Men kan hier gebruiken maken van gemeenschappelijke (buiten)ruimtes, maar hoeft dit niet te doen. Wij adviseren om een pilot te starten om ca 2 wooneenheden per jaar te reserveren voor jongeren die uitstromen vanuit een jeugdzorginstelling, gezinshuis of pleeggezin. Kamertraining als voorbereiding op zelfstandigheid Jongeren in een jeugdzorginstelling moeten vanaf 16 jaar worden voorbereid op het volwassen worden en te zijner tijd zelfstandig wonen. Het is belangrijk om woonmogelijkheden te bieden die het mogelijk maken om zich voor te bereiden op deze stap.
9 |
3 Ouderen
voor ouderen; een deel zal willen blijven wonen in de eigen, reguliere woning en deze eventueel aanpassen.
Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen (94%) wonen zelfstandig, zo blijkt uit de Monitor Zorg voor ouderen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) 1. Veel ouderen zijn daarbij niet afhankelijk van langdurige zorg en ondersteuning. Ook van de 85-plussers woont 70% nog zelfstandig, vaak met ondersteuning vanuit de wijkverpleging.
In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz ingeperkt voor ouderen die Verpleging en Verzorging (VV) nodig hebben. Mensen met een zorgvraag waar vroeger indicatie VV 1, 2 of 3 voor werd afgegeven, kunnen tegenwoordig geen beroep meer doen op een woonplek in een instelling. In plaats daarvan krijgen zij ondersteuning vanuit de Wmo. Landelijk zien we dat het aantal plekken in verpleeghuiszorg de laatste jaren licht is gedaald, al horen we van diverse zorgaanbieders in het land dat zij zich, met het oog op de vergrijzing, wél beraden op nieuw vastgoed.
In dit hoofdstuk gaan wij in op de woonvraag van drie groepen ouderen: Ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlzzorg. Dat betekent dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. Ouderen met een lichtere zorgvraag, die ondersteuning ontvangen vanuit de Wmo (bijvoorbeeld huishoudelijke ondersteuning) of zorg vanuit de Zorgverzekeringswet (wijkverpleging). Ouderen zonder zorgvraag. De meeste ouderen met een Wlz-indicatie wonen in een verpleeghuis of woonzorgcentrum. Een deel van de Wlz-cliënten woont zelfstandig en ontvangt deze zorg vanuit een MPT, PGB of VPT. In de regio Midden-IJssel ontvangt 73% van de ouderen met een Wlz-indicatie deze zorg intramuraal, de rest wordt extramuraal geleverd2. Van de ouderen met een lichte zorgvraag en ook van de ouderen zonder zorgvraag kiest een deel ervoor om te verhuizen naar een geclusterde woonvorm
Het aantal Wlz-indicaties in Voorst voor zorg aan ouderen is over de jaren 2018 tot en met 2021 licht gestegen: van 205 naar 215.
1
2
-
Nederlandse Zorgautoriteit, Monitor Zorg voor ouderen 2018 (april 2018).
Tabel 3.1: Ontwikkeling van het aantal Wlz-indicaties met grondslag VV (2018 - 2021) 2018 2019 2020 2021 VV-indicaties 205 200 205 215 Bron: CIZ-databank.
3.1 Zorgvraag in beeld De groep ouderen in de gemeente Voorst zal in de komende jaren sterk gaan groeien: zijn er in 2021 ca 6.000 65-plussers, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot ruim 7.800. Het aantal huishoudens (van 65 jaar en ouder) groeit van ca 3.900 (nu) tot ongeveer 5.500 huishoudens (2040). Lang niet al deze ouderen hebben een zorgvraag of behoefte aan een specifieke woonvorm. Voor een deel van de ouderen geldt dit zeker wél. Om een inschatting te
Zorgverzekeraars Nederland, Landelijke monitor capaciteitsplannen verpleegzorg (2021).
10 |
kunnen maken van de toekomstige zorgvraag én van de woonvraag die hiermee samen kan hangen, sluiten wij met onze prognoses aan bij het Zorgtredenmodel van de NZa.
Figuur 3.1: Zorgtredenmodel NZa (Monitor Zorg voor Ouderen, 2018)
Zorgtredenmodel van de NZa Het zorgtredenmodel van de Nederlandse Zorgautoriteit bevat zes treden. Alle Nederlandse ouderen (65+) zijn ingedeeld in één van deze treden op basis van de aard en mate van hun zorggebruik. De indeling van ouderen naar zorgtreden gebeurt op basis van de zwaarste zorgvorm die ouderen in het afgelopen half jaar ontvingen: • •
•
•
• •
De meest vitale ouderen zitten in zorgtrede 1. Zij wonen zelfstandig thuis en gaan slechts af en toe naar de huisarts of de apotheek voor medicatie. Zorgtrede 2 omvat zelfstandig thuiswonende ouderen die gebruik maken van medisch-specialistische zorg vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg. In zorgtrede 3 vallen ouderen die gebruik maken van Wmo-zorg en daarmee een lichte mate van afhankelijkheid van zorg of ondersteuning hebben. Deze zorg betreft hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere zorg waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. Bij zorgtrede 4 maakte de oudere tijdens de afgelopen zes maanden tijdelijk (niet meer dan 3 maanden) gebruik van professionele zorg: persoonlijke verzorging en kernverpleging uit de Zvw of mpt/pgb uit de Wlz, of revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf of Wmo-verblijf. In zorgtrede 5 maakt de oudere structureel (langer dan 3 maanden) gebruik van de zorg die onder zorgtrede 4 is beschreven. In zorgtrede 6 zitten ouderen die zijn opgenomen in een intramurale instelling of die een 'Volledig Pakket Thuis (VPT)' ontvangen via de Wlz.
Hoe hoger de leeftijd, hoe vaker een oudere gebruik maakt van relatief zware zorg; de verdeling over de zorgtreden van 85-plussers ziet er dan ook heel anders uit dan van de groep 65-75-jarigen. Figuur 3.2 toont de verdeling over zorgtreden binnen de verschillende leeftijdsgroepen. Figuur 3.2: Verdeling zorgvraag in zorgtreden, naar leeftijd (landelijk beeld) 65-75 jr
31%
75-85 jr 85+ jr
17% 8%
Zorgtrede 1
58% 49%
18% Zorgtrede 2
6% 9% Zorgtrede 3
5% 8% 31% Zorgtrede 4
14%
7%
28% Zorgtrede 5
Zorgtrede 6
Bron: NZA, Monitor Zorg voor ouderen (2018).
Op basis van de gegevens over het zorggebruik in verschillende leeftijdscategorieën, in combinatie met de bevolkingsprognose voor de gemeente Voorst, is het mogelijk om een prognose te berekenen voor de toekomstige 11 |
omvang van de groep ouderen in de verschillende zorgtreden in de gemeente. In onze prognose zien we een stijging van ca 65% in zorgtrede 6 tussen 2021 en 2040. Figuur 3.3: Prognose zorgvraag ouderen in Voorst naar zorgtrede (in personen) 140
150
160 810 420 270
190 920 460 290
210 990
3.800
3.930
3.940
1.810
1.800
110
100 90 130 630 320 210
3.160
140 720 370 240
3.480
1.500
1.630
1.760
2021
2025
2030
2035
Zorgtrede 1
Zorgtrede 2
Zorgtrede 3
Zorgtrede 5
Zorgtrede 6 (PG)
Zorgtrede 6 (SOM)
480 310
2040
Zorgtrede 4
er vaker voor kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Ouderen in zorgtrede 6 wonen doorgaans in een instelling voor 24-uurszorg, maar een deel woont ook ‘thuis’ (bijvoorbeeld met een Volledig Pakket Thuis). Dit ‘thuis’ kan ook een geclusterde woonvorm zijn speciaal voor ouderen, zoals een seniorencomplex, aanleunwoning of hofjeswoning. De grafiek op de volgende pagina geeft weer welke aannames wij hebben gedaan over de behoefte aan woonvormen onder ouderen in de verschillende zorgtreden. We maken hierbij een onderscheid tussen de volgende woonvormen: Regulier wonen (‘normale’ eengezinswoningen of appartementen). Dit kunnen zowel woningen zijn die levensloopgeschikt zijn, als woningen die niet geschikt zijn voor ouderen. Geclusterd wonen voor ouderen. In geclusterd wonen zijn alle woningen geschikt voor ouderen, en is er een mogelijkheid voor ontmoeten (inpandig of in de directe nabijheid). Binnen geclusterd wonen wonen mensen zonder een Wlz-indicatie en mensen met een Wlz-indicatie vanwege psychogeriatrische (PG) dan wel somatische problematiek (SOM). De eventuele Wlz-zorg wordt ‘extramuraal’ geleverd, vanuit een Volledig Pakket Thuis (VPT) of Modulair Pakket Thuis (MPT). Intramuraal verblijf. Dit zijn verpleeghuizen of woonzorgcentra waar alleen mensen met een Wlz-indicatie (PG/SOM) wonen.
Bron: NZa, Monitor Zorg voor ouderen, bevolkingsprognose Voorst, bewerking Companen.
3.2 Woonvraag van ouderen In de vorige paragraaf lieten we zien hoe het zorggebruik onder ouderen zich zal ontwikkelen in de gemeente Voorst. In dit hoofdstuk geven we aan welke gevolgen deze ‘zorgprognose’ heeft voor de toekomstige vraag naar woonvormen. In het algemeen verwachten wij dat ouderen in een hogere zorgtrede
12 |
Figuur 3.4: Aannames woonvraag ouderen per zorgtrede voor Voorst (huidige situatie) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
5%
5%
15%
25%
35% 68%
95%
95%
85%
75%
Figuur 3.5: Woonvraag per zorgtrede voor Voorst (huishoudens; huidige situatie)
65% 27% 5%
55%
40% 5%
Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede 1 2 3 4 5 6 (PG) 6 (SOM) Regulier wonen
Geclusterd wonen
Intramuraal SOM
Intramuraal PG
Bovenstaande aannames in combinatie met het aantal ouderen per zorgtrede leidt tot een inschatting van de huidige vraag naar woonvormen voor ouderen in de gemeente Voorst. In figuur 3.5 is te zien dat verreweg de meeste ouderen behoefte hebben aan een reguliere woning, dit zijn voornamelijk vitale ouderen. Een deel van de vitale ouderen heeft behoefte aan geclusterd wonen. In ‘geclusterd wonen’ wonen dus mensen zonder zorgvraag, met een lichte zorgvraag én met een zwaardere zorgvraag; in intramurale instellingen wonen in principe alleen mensen met een Wlz-indicatie (soms met een partner zonder Wlz-indicatie). 85-plushuishoudens stijgt met name na 2030 zeer sterk. Deze oudere groep maakt
Geschikte reguliere en geclusterde woningen Een deel van de zelfstandig wonende ouderen heeft mobiliteitsproblemen en daarom behoefte aan een ‘toegankelijke’ of ‘geschikte’ woning. Onderzoeks-
13 |
bureau ABF Research raamt het aantal huishoudens met een ADL-beperking3 in de gemeente Voorst op ca 960 huishoudens in 2021. Het gaat hierbij om mensen die mobiliteitsbeperkingen ervaren binnen en/of buiten de woning. Een deel van deze mensen woont in een reguliere woning, een deel in een geclusterde woonvorm voor ouderen.
1.
Toename zorgvraag/eenzaamheid: in 2040 heeft Nederland een half miljoen mensen met dementie. Zij kunnen niet allemaal in een instelling (intramuraal) wonen en dat willen veel mensen ook niet. Het maatschappelijk debat moet gevoerd worden over de rol van inwoners zelf: om mensen veilig langer thuis te laten wonen, zullen inwoners ook elkaar moeten helpen. Ook moet er aandacht zijn voor eenzaamheid van ouderen. Een gedeelte van de ouderen is hiervoor extra kwetsbaar, doordat zij alleenstaand zijn en vaak geen sociaal vangnet of mantelzorg hebben. Geclusterd wonen kan hierop een deel van het antwoord zijn.
2.
Tekort aan zorgpersoneel: in de toekomst gaan in de zorg grote personeelstekorten ontstaan. Het aanbod van zorgpersoneel zal in toenemende mate bepalend zijn voor de zorg die geleverd kan worden. We moeten kritisch kijken naar de behoeftes van mensen met een zorgvraag, en waar dit gerealiseerd kan worden als arbeid het schaarse goed is. Steunpunten in de wijk zijn een kans, hierbij kunnen zorgvragen en eenzaamheid in een vroeg stadium gesignaleerd worden. Ook hier geldt dat geclusterd wonen een deel van de oplossing kan zijn, omdat zorg hier efficiënter georganiseerd kan worden.
3.
Woonvormen in de kernen: de gemeente Voorst heeft verschillende kernen waar ouderen met plezier wonen. Sommige ouderen hebben op een gegeven moment intensieve zorg nodig; het is de vraag of dat in elke kern geboden kan worden. Om intensievere zorg te kunnen blijven bieden in de kleinere kernen zijn geclusterde en gemengde woonvormen volgens betrokkenen een noodzaak. Door clustering ontstaan efficiëntievoordelen, waardoor het rendabel kan worden om deze zorg te blijven aanbieden in
Ontwikkeling van de vraag De groei van de groep 65-plushuishoudens zal leiden tot een stijging van de vraag naar alle onderscheiden woonvormen. In absolute zin is de stijging van de vraag naar reguliere woningen het grootst. In de periode 2021 - 2040 neemt de vraag van ouderen naar reguliere woningen toe met ca 1.300 woningen, een stijging van ongeveer 40%. Maar doordat er steeds meer ‘oudere ouderen’ in de gemeente zullen wonen, zal de behoefte aan geclusterd wonen relatief meer gaan toenemen. De vraag naar geclusterd wonen neemt toe met ca 230 wooneenheden tot 2040 (+45%). De groep oudere ouderen (85+) groeit met name na 2030 zeer sterk. Deze groep maakt relatief vaak gebruik van Wlz-zorg. Als gevolg daarvan zien wij een sterke stijging in de vraag naar geclusterd wonen en de vraag naar intramurale plekken na 2030. Met deze basisprognose als vertrekpunt zijn we in gesprek gegaan met stakeholders in een zogenaamde ‘heisessie’. In deze bijeenkomst hebben we trends en ontwikkelingen besproken die van invloed kunnen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg voor ouderen. Op basis van de bespreking hebben we scenario’s uitgewerkt waarin we rekening hebben gehouden met de volgende ontwikkelingen:
3
Beperkingen bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen zoals traplopen, zich wassen of aankleden.
14 |
de kleinere kernen. Gemengd wonen kan in verschillende samenstelling tot stand komen; een mix van mensen met en zonder zorgvraag én zeker ook een mix van mensen met verschillende zorgvragen, zoals ouderen, mensen met een verstandelijke beperking en kwetsbare jongeren. 4.
5.
Naoberschap: Veel ouderen willen graag zo lang mogelijk blijven wonen in hun eigen woning. Deze woningen kunnen aangepast worden voor het (geschikt) wonen met een mobiliteitsbeperking, zolang de zorg niet te complex wordt. Samen met inwoners moeten realistische keuzes gemaakt worden over welke zorg waar geboden kan worden, en wat mensen ook onderling met elkaar kunnen regelen (naoberschap). De cultuur van ‘naoberschap’ is sterk aanwezig in Voorst, veel meer dan in andere delen in Nederland, en kan daarom goed ingezet worden om ouderen zolang mogelijk thuis te laten wonen.
Naar aanleiding van de werksessie met de ketenpartners hebben wij drie scenario’s doorgerekend: een basisscenario (doorrekening demografische ontwikkeling) en twee trendscenario’s. In de trendscenario’s gaan we uit van een milde en een sterkere verschuiving van de woonbehoefte richting geclusterd wonen ten opzichte van het basisscenario. In de berekeningen is meegenomen dat de verblijfsduur in verpleeghuizen in de afgelopen jaren is afgenomen. Door de sterke groei van ‘oudere ouderen’ verwachten we desondanks een groei van de vraag naar geclusterd wonen met Wlz zorg, met name onder mensen met psychogeriatrische problematiek (PG).
Technologische ontwikkelingen/sociale innovatie: Eén van de zaken die ouderen in staat stelt om langer thuis te kunnen wonen, is de inzet van technologische ontwikkelingen. Deelnemers aan de heisessies willen innovaties inzetten die ouderen meer zelfstandigheid bieden, om daarmee zorgpersoneel te helpen en/of ondersteunen bij het bieden van zorg aan huis.
Samenvattend kunnen bovenstaande trends zorgen voor een verschuiving van de vraag: ouderen met een (middel)zware zorgvraag zullen in de toekomst vaker dan nu (moeten) verhuizen van een reguliere woning naar geclusterd wonen. Tegelijkertijd verwachten we dat – onder meer dankzij technologische ontwikkelingen - ouderen met een Wlz-indicatie vanwege somatische of psychogeriatrische klachten vaker zullen blijven wonen in zo’n geclusterd woonconcept, en dus niet hoeven te verhuizen naar een verpleeghuis.
15 |
Tabel 3.2: Vraagprognose van 65-plushuishoudens naar woonvormen (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op tientallen) 2021 2025 2030 2035 2040 Basisprognose Regulier wonen 3.280 3.670 4.110 4.460 4.580 Geclusterd wonen 510 570 640 700 740 Wlz-zorg SOM (intramuraal) 50 60 60 80 80 Wlz-zorg PG (intramuraal) 90 100 110 130 150 Trendprognose – mild Regulier wonen 3.280 3.670 4.090 4.440 4.550 Geclusterd wonen 510 580 660 740 790 Wlz-zorg SOM (intramuraal) 50 50 60 70 70 Wlz-zorg PG (intramuraal) 90 100 110 130 140 Trendprognose – maximaal Regulier wonen 3.280 3.650 4.050 4.360 4.430 Geclusterd wonen 510 600 710 830 920 Wlz-zorg SOM (intramuraal) 50 50 50 60 60 Wlz-zorg PG (intramuraal) 90 90 100 120 130 Totaal 3.930 4.390 4.920 5.370 5.540 Bron: Woonzorgweter, Companen.
Uit de tabel blijkt dat in alle scenario’s het grootste deel van de ouderen in een reguliere woning woont; dit blijft ook zo richting de toekomst. Dit kunnen gezinswoningen zijn, maar ook appartementen die niet specifiek bedoeld zijn voor ouderen. De toename van de vraag naar reguliere woningen zoals die uit bovenstaande tabel blijkt, is niet per definitie een uitbreidingsvraag. Veel mensen die in Voorst wonen en in de toekomst tot de 65-plusdoelgroep gaan behoren wonen immers nu al in een reguliere woning, en blijven in deze woning wonen als ze ouder worden. De groei van het aantal ouderen dat in een reguliere woning woont, zal er wel voor zorgen dat meer mensen hun woning willen aanpassen om deze ‘geschikter’ te maken.
Uitsplitsing naar marktsegment In reguliere woningen en geclusterde woonvormen zijn wonen en zorg gescheiden: bewoners betalen zelf de woonlasten, en krijgen indien nodig zorg aan huis. Door het scheiden van wonen, zorg en welzijn is het van belang dat de huur- of koopprijs past bij de behoefte van oudere woningzoekenden. Op basis van gegevens over de huidige woonsituatie van ouderen uit Voorst uit CBS-Microdata en woonwensen van ouderen zoals die blijken uit het landelijk woonwensenonderzoek WoON2018, hebben wij een inschatting gemaakt van de toekomstige verdeling van de vraag over marktsegmenten. In onderstaande tabel staat de huidige verdeling naar eigendom van regulier en geclusterd wonende ouderen. In regulier wonen woont het merendeel in een koopwoning, bij geclusterd wonen woont het merendeel in een sociale huurwoning. Het aandeel ouderen dat woont in een particuliere huurwoning is beperkt. Tabel 3.3: Ouderen in Voorst: eigendomssituatie woning (2021) Sociale Particuliere huur huur Koop Regulier wonen 28% 5% 67% Geclusterd wonen 60% 9% 31% Totaal 32% 6% 63%
Totaal 100% 100% 100%
Bron: CBS-Microdata, WoON2018.
Richting 2040 verwachten we dat het aandeel ouderen dat een koopwoning of particuliere huurwoning wenst licht zal stijgen; de aankomende generaties ouderen zijn immers steeds vermogender. Deze trend leidt tot de volgende bandbreedte (tussen basisprognose en trendprognose) van de behoefte aan regulier en geclusterd wonen, uitgesplitst naar marktsegment:
16 |
Tabel 3.4: Verwachte vraag naar regulier en geclusterd wonen, uitgesplitst naar marktsegmenten, bandbreedte basis-maximaal (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op tientallen) 2021 2025 2030 2040 Regulier wonen Sociale huur 920 990 1.050 - 1.070 1.110 - 1.150 Particuliere huur 160 180 240 - 250 270 - 280 Koop 2.200 2.480 - 2.500 2.750 - 2.790 3.060 - 3.160 Geclusterd wonen Sociale huur 305 340 – 350 370 – 410 410 -520 Particuliere huur 50 50 60 70 – 90 Koop 160 180 – 190 210 – 230 250 - 310
met een mobiliteitsbeperking gaan wij ervan uit dat zij behoefte hebben aan een rollatorgeschikte woning. Richting de toekomst spiegelen wij de behoefte aan geschikte woningen aan de ontwikkeling van de groep ouderen met een zorgvraag uit zorgtrede 3 tot en met 5, om daarmee rekening te houden met de effecten van vergrijzing op de geschikte woningvraag.
Bron: CBS-Microdata, WoON2018 en Woonzorgweter, Companen.
Bron: Woonzorgweter, Companen
Uitsplitsing geschikt wonen naar mate van toegankelijkheid De vraag naar geschikte woningen (woningen die geschikt zijn voor mensen met een mobiliteitsbeperking) valt uit te splitsen naar mensen die een rollator gebruiken en mensen die een rolstoel gebruiken. Mensen die gebruik maken van een rollator of rolstoel hebben verschillende eisen ten aanzien van toegankelijkheid in de woning, om bijvoorbeeld huishoudelijke taken te kunnen uitvoeren of zich vrij te bewegen door het huis. In totaal gaat het om ca 960 huishoudens in 2021 in de gemeente Voorst. Op basis van (schaarse) landelijke data weten we dat ca 1% van alle huishoudens een bewoner heeft die gebruik maakt van een rolstoel. Dit houdt in dat 1% van alle woningen rolstoelgeschikt zou moeten zijn. In de praktijk blijkt een deel van de mensen die gebruik maken van een rolstoel ook uit de voeten te kunnen met een rollatorgeschikte woning, bijvoorbeeld omdat zij de rolstoel alleen buitenshuis gebruiken. Voor de berekeningen in dit hoofdstuk gaan wij er echter van uit dat iedere persoon in een rolstoel ook daadwerkelijk behoefte heeft aan een rolstoelgeschikte woning. Voor de rest van de groep mensen
Tabel 3.5: Vraagprognose ‘geschikte’ woningen (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op tientallen, basisprognose) 2021 2025 2030 2035 2040 Rolstoelgeschikt 100 120 130 150 160 Rollatorgeschikt 850 980 1.100 1.230 1.310 Totaal 960 1.100 1.230 1.380 1.470
Tabel 3.5 laat zien dat in de huidige situatie ca 100 huishoudens in Voorst behoefte hebben aan een rolstoelgeschikte woning en ca 850 huishoudens aan een rollatorgeschikte woning. De totale behoefte aan ‘geschikte’ woningen - dit kunnen zowel reguliere woningen zijn als woningen in een complex voor geclusterd wonen voor ouderen - groeit van ca 960 woningen nu (2021) naar ca 1.470 in 2040. Een deel van de mensen die behoefte heeft aan een ‘geschikte’ woning, wil in een geclusterde woning wonen, al dan niet met intensieve zorg. Een ander deel geeft er de voorkeur aan om te verhuizen naar een geschikte reguliere woning, of om de bestaande reguliere woning dusdanig aan te passen dat deze geschikt wordt. In praktijk zijn er altijd meer ‘geschikte’ woningen nodig dan er mensen zijn met een mobiliteitsbeperking, om de eenvoudige reden dat een deel van de woningen die levensloopgeschikt zijn, bewoond worden door mensen zonder mobiliteitsbeperking. Uitgangspunt is dat alle woningen in ‘geclusterd wonen voor ouderen’ en ‘geclusterd wonen met Wlz-zorg’ ten minste rollatorgeschikt moeten zijn. Immers: ook als hier mensen komen wonen die (nog) geen mobiliteitsbeperking hebben dan moeten zij hier kunnen blijven wonen 17 |
als zij die op latere leeftijd wel krijgen. Om een inschatting te kunnen maken van het aantal reguliere woningen dat ‘geschikt’ moet zijn om te voorzien in de toekomstige vraag, hebben we gekeken naar het aantal mensen dat in zorgtrede 3 tot en met 6 valt en in een reguliere woning woont. Tabel 3.6 laat zien hoe de vraag naar geschikte reguliere woningen zich ontwikkelt in het basisscenario. In de trendscenario’s is de aanname gedaan dat een groter deel van de ouderen (preventief) verhuist naar een geclusterde woning. In dat geval zijn logischerwijs minder geschikte reguliere woningen nodig. Tabel 3.6: Vraagprognose geschikte woningen naar woonvorm in basisprognose (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op tientallen) 2021 2025 2030 2035 2040 Geschikt wonen 960 1.100 1.230 1.380 1.470 Waarvan in reguliere 510 590 670 760 790 woning
•
•
In de grote kern Twello is veel vraag naar geclusterde woonvormen. Deze vraag loopt in de komende jaren ook op. Er is dus behoefte om meerdere geclusterde woonvormen te realiseren. In de kernen Voorst en Wilp geldt dat er genoeg behoefte bestaat om één grootschaliger complex te realiseren. In andere, kleine kernen zijn kleinschalige woonvormen op de lange termijn gewenst. Voor de meeste kernen geldt dat de vraag naar geclusterd wonen met Wlzzorg PG/SOM per kern in 2030 niet groot genoeg is voor een zorglocatie (ca. 30 wooneenheden) per kern. Het kan lastig zijn om in iedere kern geclusterd wonen met Wlz-zorg PG/SOM te realiseren. Dit is ook geen noodzakelijkheid; wel is het belangrijk dat geclusterde locaties, met of zonder Wlz-zorg aanwezig, goed gespreid zijn over de gemeente, om zoveel mogelijk ouderen de kans te geven om in hun eigen omgeving te kunnen blijven wonen als zij verhuizen.
Woningbehoefte op kernniveau In tabel 3.7 is de verwachte ontwikkeling van de vraag naar verschillende woonvormen weergegeven naar gebied in de gemeente Voorst. In bijlage 2 is te zien welke kernen vallen binnen de verschillende gebieden. Tabel 3.7: Vraagprognose woonvormen per gebied, bandbreedte basis-maximaal (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op vijftallen) Geclusterd wonen Toename vraag Wlz-zorg PG/SOM, intramuraal Kernen 2021 2025 2030 2040 2021-2040 2021 2025 2030 2040 Gebied Voorst 55 55-60 60-70 70-90 15-35 15 15 15 15-25 Gebied Twello en Steenenkamer 320 360-375 400-445 465-580 145-260 85 95 100-110 120-140 Gebied Nijbroek, Terwolde 50 55-60 65-75 75-95 25-45 10 15 15 20-25 Gebied Klarenbeek 25 30 35 40-50 15-25 5 10 10 10 Gebied Teuge 15 15 15 20-25 5-10 0 0 0 5 Gebied Wilp 45 55 60-65 70-90 25-45 10 15 15 15 Totaal 510 570-600 640-710 740-920 230-410 140 140-160 150-170 190-230
Toename vraag 2021-2040 0-10 35-55 10-15 5 5 5 50-90
Bron: Woonzorgweter, Companen.
18 |
3.3 Aanbod in geclusterde woonvormen Companen heeft een uitvraag gedaan onder zorgaanbieders en corporaties om het huidige aanbod aan ouderenhuisvesting in beeld te brengen. In de gemeente zijn momenteel 134 plaatsen voor (intramuraal) geclusterd wonen met Wlz-zorg (zie bijlage 4 voor een uitgebreider overzicht). Deze plekken worden bewoond door mensen met somatische (SOM) en/of psychogeriatrische klachten (PG); een Wlz-indicatie is een voorwaarde om er te mogen wonen. In de aanbodinventarisatie zijn daarnaast ook woningen in beeld gebracht die vallen onder de definitie van ‘geclusterd wonen voor ouderen’. Er zijn 207 geclusterde woningen voor ouderen in complexen die zich positioneren als geschikt voor mensen met een zorgvraag, zonder dat een Wlzindicatie een vereiste is om er te mogen wonen; het gaat dan vooral om aanleunwoningen. Deze complexen zijn te zien als ‘tussenvormen’, tussen regulier wonen en het verpleeghuis in. Daarnaast zijn er woningen in complexen die zich niet zo duidelijk profileren als geschikt voor mensen met een zorgvraag. Er zijn 294 woningen in complexen van 10 woningen of meer, en nog eens 143 woningen in kleinere clusters. Dit onderscheid is relevant omdat in ‘kleinere clusters’ minder goed kan worden voorzien in de behoefte aan onderling contact en ontmoeten dan in grotere complexen (er is bijvoorbeeld nooit een ontmoetingsruimte in het complex).
Het grootste deel van de geclusterde woningen wordt aangeboden door de corporaties IJsseldal wonen, Woonzorg Nederland en Habion. De grotere complexen zijn geconcentreerd in Twello en Voorst; in de kleinere kernen staan ook seniorenwoningen in clusters van minder dan 10 woningen.
Tabel 3.8: Aanbod geclusterd woningaanbod naar kern en aanbieder (situatie 2021) Geclusterd Geclusterd Geclusterd wonen ouderen wonen Wlz-zorg wonen met (vanaf 10 (5 tot PG/SOM nadruk op woningen/ 10 woningen / Aanbieder (intramuraal) zorg complex) complex) Twello Zorggroep 30 Apeldoorn Sensire 80 IJsseldal 62 283 44 wonen Woonzorg 73 Voorst IJsseldal 11 44 wonen Habion 72 De Zonneburg 24 Klarenbeek IJsseldal 8 wonen Terwolde IJsseldal 19 wonen Teuge IJsseldal 4 wonen Wilp IJsseldal 24 wonen Totaal 134 207 294 143 Bron: Aanbodinventarisatie, Companen.
19 |
Kwaliteit van het aanbod in geclusterd wonen Ouderen die verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen voor ouderen, doen dit over het algemeen vanwege een behoefte aan beschutting, comfort en saamhorigheid. Om meer gevoel te krijgen bij de kenmerken van het aanbod in geclusterd wonen (exclusief het intramurale aanbod) is bij verhuurders aanvullende informatie opgevraagd. Onderstaande figuren bieden inzicht in de kenmerken van geclusterde woningen voor ouderen in de gemeente. Geschiktheid van de woningen Alle woningen in geclusterde woonvormen voor ouderen zijn tenminste rollatorgeschikt. Een kleiner deel (99 eenheden) is ook geschikt voor mensen in een rolstoel. Niet geschikt
0
Rollatorgeschikt
644
Rolstoelgeschikt
100
225
Personenalarmering
187
Videodeurbel
225 0
50
100
200
300
400
500
600
700
Met ontmoetingsruimte
•
•
Voor 225 woningen geldt dat er in het complex een scootmobielberging aanwezig is. Woonkeur hanteert als norm dat er één scootmobielberging is per vijf bewoners. Aan die strenge norm voldoen 92 woningen. Een relatief groot gedeelte van de woningen binnen geclusterde woonvormen heeft personenalarmering en/of een videodeurbel.
200
250
152 31
Geen ontmoetingsruimte of buitenruimte, maar wel een ontmoetingsplek nabij
335
Geen ontmoetingsruimte, buitenruimte of ontmoetingsplek nabij
Faciliteiten binnen het complex Ten aanzien van aanwezige inpandige faciliteiten valt het volgende op:
150
Ontmoetingsruimte Er zijn 152 wooneenheden in een wooncomplex met een eigen, inpandige ontmoetingsruimte. In totaal zijn er 538 wooneenheden in complexen die ofwel een inpandige ontmoetingsruimte hebben, ofwel een gezamenlijke buitenruimte, ofwel een ontmoetingsplek nabij. Dat is ongeveer 80% van het geclusterd aanbod. Bijna één op de vijf woningen in het geclusterd aanbod voor senioren heeft geen ontmoetingsmogelijkheid in het eigen complex of in de directe omgeving.
Geen ontmoetingsruimte, maar wel een gezamenlijke buitenruimte
99 0
Scootmobielberging
126
0
100
200
300
400
3.4 Voorzieningenniveau Voor ouderen is nabijheid van voorzieningen van groter belang dan voor veel andere bewoners door de beperkte afstanden die mensen met een mobiliteitsbeperking kunnen afleggen. In deze paragraaf gaan we daarom in op de aanwezigheid van voor ouderen belangrijke voorzieningen in de verschillende 20 |
gebieden in de gemeente (zie bijlage 2 voor een overzicht van welke kernen in welk gebied vallen). Voor de kernen Voorst en Twello is dit ook op kaarten uitgewerkt (bijlage 5)4. De kaarten bieden ook aanknopingspunten om te bezien welke locaties kansrijk zijn voor nieuwe ontwikkelingen voor ouderenhuisvesting vanwege een gunstige ligging ten opzichte van voorzieningen. Gebied Voorst In Voorst zijn alle belangrijke voorzieningen voor ouderen aanwezig; huisarts (apotheekhoudend), supermarkt, fysiotherapeut en dorpshuis met ontmoetingsruimte. Het dorp heeft ook verschillende winkels voor nietdagelijkse boodschappen. Op het kaartje van Voorst is te zien dat de noodzakelijk voorzieningen voor ouderen dichtbij het aanbod van ouderen ligt, op uitzondering van de locatie De Nieuwenhof van De Zonneburg. Gebied Twello en Steenenkamer In Twello, de grootste kern van de gemeente, zijn volop voorzieningen voor ouderen. In Twello zijn in totaal vier supermarkten, vier huisartsen, een apotheek en vier fysiotherapeuten. Daarnaast zijn er meerdere ontmoetingsplekken en winkels voor niet-dagelijkse boodschappen in de kern. Op vrijdag is de weekmarkt in Twello. Op het kaartje op de volgende pagina is te zien dat niet alle noodzakelijk voorzieningen voor ouderen in de buurt liggen bij geclusterde woonvormen voor ouderen. In de kern Steenenkamer zijn geen voorzieningen aanwezig.
4
Gebied Nijbroek, Terwolde In Nijbroek is het dorpshuis de enige voor ouderen belangrijke voorziening, ook voorzieningen in bijliggende kernen liggen niet dichtbij. De kern Terwolde beschikt wel over meer voorzieningen: dorpshuis, fysiotherapeut, supermarkt en een huisarts. Daarnaast zijn er enkele winkels voor niet-dagelijkse boodschappen. Gebied Klarenbeek In de kern Klarenbeek zijn alle belangrijke voorzieningen voor ouderen aanwezig: supermarkt, huisarts (apotheekhoudend), fysiotherapeut en ontmoetingsplekken. Daarnaast bevinden nog enkele winkels voor nietdagelijkse boodschappen in Klarenbeek. Gebied Wilp In Wilp zijn enkele ontmoetingsplekken te vinden en een huisarts die apotheekhoudend is. In de kern bevindt zich geen supermarkt, op de zaterdag is er een mini-markt. Ter vervanging van een supermarkt kent Wilp wel een onbemande streekwinkel (Pantry). In de kleinste kernen in de gemeente Voorst zijn vanzelfsprekend minder voorzieningen aanwezig. Her en der in de gemeente zijn boerderijwinkels te vinden. In de kernen Bussloo, De Vecht, Posternenk, Wilp-Achterhoek en Teuge zijn wel ontmoetingsplekken.
Het overzicht is niet uitputtend. In de lijst met voorzieningen zijn bijvoorbeeld sportkantines, scoutinggebouwen en scholen niet meegenomen. Deze plekken kunnen ook een ontmoetingsfunctie hebben in de kern.
21 |
Voorzieningen per kern Onderstaande tabel toont het aantal aanwezige voorzieningen voor die kernen. Bijna elke kern in de gemeente Voorst beschikt over een bushalte. In niet elke kern is de frequentie van het openbaar vervoer hoog. Naast de reguliere bussen kunnen inwoners ook gebruik maken van Haltetaxi. De Haltetaxi is een deeltaxi Tabel 3.9: Aanwezigheid belangrijke voorzieningen voor ouderen per kern Ontmoetingsruimte/dorpshuis5 Huisarts Bussloo 2 De Vecht 1 Klarenbeek 2 1 Nijbroek 1 Posterenk 3 Terwolde 2 1 Teuge 2 Twello 4 4 (+ apotheek) Voorst 2 1 Wilp 3 1 Wilp-Achterhoek 2
op bestelling die flexibel van halte naar halte rijdt. In bijlage 5 zijn voor de kernen Voorst en Twello de belangrijke voorzieningen voor ouderen en het aanbod van geclusterd wonen voor ouderen op kaarten in beeld gebracht. In andere kernen zijn geen geclusterde woonvormen aanwezig.
Supermarkt
Fysiotherapeut
1
1
1
1
4 1
4 1
Openbaar vervoer Trein Bus X X
X X
X X X X X X X X X
Bron: Gemeente Voorst.
5
Op dit moment heeft de gemeente Voorst geen eenduidige definitie voor een ontmoetingsplek. Idealiter moet in elke kern een ontmoetingsruimte aanwezig zijn, waar openbaar toegankelijke
activiteiten gehouden kunnen worden. Dit betekent dat ontmoetingsruimtes/doprshuizen niet elke dag ‘open’ zijn, maar minimaal op wekelijkse basis beschikbaar zijn voor de inwoners.
22 |
3.5 De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod Kwantitatieve opgave Een vergelijking van de vraagprognose met het huidige aanbod aan woonvormen voor ouderen laat zien dat het woningaanbod aan geclusterd wonen voor ouderen op dit moment in voldoende mate in de vraag voorziet; rond 2030 zullen hier echter tekorten gaan ontstaan, die sterk oplopen in de periode tot 2040. In 2040 is er een tekort aan 95 tot 280 geclusterde woningen, afhankelijk van het scenario. Op dit moment is er voldoende aanbod aan intramurale plekken om in de vraag te voorzien. Richting de toekomst ontstaat er een klein tekort aan plekken waar intramurale SOM-zorg geboden wordt, en een wat groter tekort aan intramurale PG-plekken. In onderstaande tabel is te zien wat de balans is van vraag en aanbod, uitgaande van het huidige aanbod en een bandbreedte in de vraagprognose. Negatieve getallen geven aan dat er een tekort is, positieve getallen duiden op een overschot.
Tabel 3.10: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen trendvariant bandbreedte basis-maximaal (2021 - 2040; afgerond op vijftallen) VraagVraagVraagVraagAanbod Aanbod Aanbod Aanbod 2021 2025 2030 2040 Geclusterd wonen 135* 45 tot 75 -65 tot 5 -275 tot -95 Wlz-zorg SOM 0 -10 tot 0 -10 tot -5 -30 tot -10 (intramuraal) Wlz-zorg PG -5 -15 tot -5 -25 tot -15 -65 tot -45 (intramuraal) Totaal 135 20 tot 70 -100 tot -15 -370 tot -150 *Zie kader voor toelichting. Bron: Aanbodinventarisatie, Woonzorgweter Companen.
* Toelichting ‘overschot’ geclusterd wonen Uit de tabel blijkt dat het aanbod aan geclusterde woningen in de huidige situatie groter is dan de vraag (+135). Dit betekent niet dat deze woningen nu leeg staan. Een deel van de verklaring is waarschijnlijk dat er ook mensen in deze woningen wonen die nog geen 65 jaar zijn, terwijl de vraagprognose is gebaseerd op de vraag van 65-plussers. Daarnaast geldt dat niet al het aanbod dat in beeld is gebracht in de aanbodinventarisatie voldoet aan de kwalitatieve vraag van ouderen die behoefte hebben aan geclusterd wonen - ongeveer 20% van het geclusterd aanbod heeft bijvoorbeeld geen ontmoetingsruimte intern of in de directe omgeving. De kwantitatieve opgave speelt dus vooral op de wat langere termijn, maar op korte termijn ligt er al wel een opgave om het aanbod meer dan nu geschikt te maken voor ouderen die ‘een zekere mate van beschutting’ zoeken inclusief de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en tot steun te zijn. Zorgaanbieders en het zorgkantoor geven aan dat op dit moment vraag en aanbod aan intramurale plekken in balans is. Richting de toekomst verwachten we - uitgaande van de aannames zoals die in de bijlage zijn opgenomen - dat er 23 |
een tekort ontstaat van 55 tot 95 plekken. Een deel hiervan kan mogelijk ook worden opgevangen in geclusterde woonvormen waar zorg wordt geboden vanuit een VPT/MPT; in dat geval wordt de opgave voor geclusterd wonen groter dan in de tabel is weergegeven.
Opgaven per kern In de kernen Twello en Voorst is op de korte termijn (ruim) voldoende aanbod aan intramurale zorgplekken en ook aan geclusterd wonen voor ouderen. Op de lange termijn ontstaat er in Twello een tekort aan geclusterde woonvormen (bij trendscenario) en een klein tekort aan intramurale plekken. Het is hierbij belangrijk om op te merken dat al het huidige aanbod aan intramurale zorg en geclusterd wonen met nadruk op zorg (zoals aanleunwoningen) categorieën in deze twee kernen geconcentreerd is, terwijl de vraag komt uit de gehele gemeente. Mensen die willen of moeten verhuizen naar dergelijk geclusterd wonen of een intramurale zorgvoorziening moeten op
dit moment dus verhuizen naar Twello of Voorst. In praktijk zijn er op dit moment - anders dan tabel 3.11 suggereert - dan ook geen overschotten in de grotere kernen. Doordat minder vitale ouderen naar Twello en Voorst trekken terwijl de meest vitale ouderen blijven wonen in hun eigen (kleinere) kern, is de gemiddelde zorgvraag van de totale groep 65+’ers in de grotere kernen zwaarder dan in de kleinere kernen - waardoor de vraag naar geclusterde woonvormen in praktijk ook hoger ligt in die grotere kernen dan onderstaand overzicht laat zien. De waarde van de tabel is er vooral in gelegen dat deze duidelijk maakt dat - om tegemoet te komen aan de wens van ouderen om zoveel mogelijk in de eigen kern te kunnen blijven wonen - met name in de kleinere kernen aanbod zou moeten worden toegevoegd. Of dit in alle gevallen haalbaar is, is de vraag.
Tabel 3.11: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen per kern, trendvariant bandbreedte basis-maximaal (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op vijftallen) Geclusterd wonen Wlz-zorg PG/SOM (intramuraal) Kernen 2021 2025 2030 2040 2021 2025 2030 2040 Gebied Voorst 70 65 tot 70 55 tot 65 35 tot 55 10 10 10 0 tot 10 Gebied Twello en Steenenkamer 140 85 tot 100 15 tot 60 -120 tot -5 25 15 0 tot 10 -30 tot -10 Gebied Nijbroek, Terwolde -30 -40 tot -35 -55 tot -45 -75 tot -55 -10 -15 -15 -25 tot -20 Gebied Klarenbeek -15 -20 -25 -40 tot -30 -5 -10 -10 -10 Gebied Teuge -10 -10 -10 -20 tot -15 0 0 0 -5 Gebied Wilp -20 -30 -40 tot -35 -65 tot -45 -10 -15 -15 -15 Totaal 135 45 tot 70 -65 tot 10 -280 tot -95 0 -15 -30 tot -20 -85 tot -50 Bron: Aanbodinventarisatie, Woonzorgweter Companen.
24 |
3.6 Aanbevelingen ouderen
we hier wel ruimte voor geclusterde woonvormen, maar een aandachtspunt
Op basis van de bovenstaande analyses, de input uit de werksessie met stakeholders en ervaring in andere woonzorgonderzoeken doen wij hieronder een aantal aanbevelingen voor de huisvesting van ouderen in Voorst. De analyses en deze aanbevelingen zijn input voor de woonzorgvisie, waarbij de vraag centraal staat hoe we de opgaven en aanbevelingen kunnen vertalen naar de praktijk in Voorst.
zijn. In de kleinste kernen is intramurale Wlz-zorg PG/SOM geen mogelijkheid.
Passend woonaanbod per kern De gemeente Voorst bestaat uit verschillende kernen, van groot tot klein. In bijna alle kernen is vraag naar geclusterde en geschikte woningen voor ouderen. Sommige ouderen hebben op een gegeven moment intensieve zorg nodig; niet in elke kern is het mogelijk om hier aanbod voor te realiseren en vanwege personeelstekorten lukt het in de toekomst mogelijk ook niet meer om deze zorg aan huis te bieden. Het gaat dan om de allerkleinste kernen, zoals Bussloo. Om intensievere zorg te kunnen bieden in iets grotere kernen, zoals Wilp en Terwolde, zijn geclusterde woonvormen een noodzaak. Door clustering ontstaan efficiëntie voordelen, waardoor het rendabel kan worden om deze zorg te blijven aanbieden. In overleg met zorgpartijen moet worden gekeken naar de minimale grootte van geclusterde woonvormen. Niet alle kernen in Voorst zijn even geschikt voor ouderen om langer thuis te wonen. Ouderen worden minder mobiel en hebben voorzieningen dichtbij nodig. In de kernen Voorst en Twello zijn op dit moment genoeg geclusterde woonvormen en ook de benodigde voorzieningen. In de kernen Terwolde, Klarenbeek en Wilp zijn de belangrijke voorzieningen wel voorhanden, maar zijn er geen geclusterde woonvormen (> 9 wooneenheden) voor ouderen.
In de andere kleine kernen zijn de belangrijke voorzieningen niet aanwezig en is er ook geen aanbod aan geclusterd wonen (> 9 wooneenheden). Op termijn zien
hierbij is dat de belangrijke voorzieningen voor ouderen in deze kernen niet aanwezig
Of het haalbaar blijft om deze zorg middels een MPT of VPT aan huis te (blijven) bieden, is onder meer afhankelijk van de situatie op de arbeidsmarkt. Ons advies is om IN de kleine kernen geclusterde woonvormen te realiseren, waar zowel ouderen met als zonder Wlz-indicatie kunnen wonen. Zo kan de zorg efficiënter geboden worden dan in reguliere woningen; daarnaast kunnen ouderen in een geclusterde woonvorm elkaar ook tot steun zijn. Bij het realiseren van nieuwe geclusterde woonconcepten is het belangrijk om aandacht te hebben voor ontmoeting tussen bewoners. Het is niet altijd mogelijk om een ontmoetingsruimte inpandig of in de nabijheid te realiseren. Waar dit niet mogelijk is, dient extra aandacht uit te gaan naar de mogelijkheden voor ontmoeten in de openbare ruimte. Dit geldt natuurlijk ook voor huidige geclusterde woonvormen zonder ontmoetingsplek.
Versterken ‘naoberschap’ De komende jaren neemt het aantal ouderen in Voorst toe, en daarmee ook het aantal ouderen met dementie. Zij willen graag langer thuis wonen en niet verhuizen naar een instelling. Het maatschappelijk debat moet gevoerd worden hoe we de zorgvraag kunnen opbrengen in de toekomst. Duidelijk is in ieder geval dat de rol van informele zorg en mantelzorg zal toenemen; om mensen prettig en veilig langer thuis te laten wonen zullen inwoners ook elkaar moeten helpen. In Voorst is een sterke cultuur van ‘naoberschap’: mensen kijken naar elkaar om en er worden gezamenlijk activiteiten georganiseerd. Ons advies IS om gebruik te maken van deze unieke cultuur, en het ‘naoberschap’ te versterken, zodat ouderen langer thuis kunnen wonen met behulp van de buurt. Dit kan door meer in te zetten op het leggen van connecties tussen ouderen en andere leeftijdsgroepen, het gesprek aan te gaan met inwoners 25 |
over het normaliseren van dementie en met inwoners in gesprek te gaan over het betrekken van buren bij een zorgvraag.
Doorstroming bevorderen Veel ouderen in Voorst kiezen er pas op een relatief laat moment voor om te verhuizen naar geclusterd wonen of een geschiktere reguliere woning. Veel verhuizingen naar 24-uurszorginstellingen zijn noodgedwongen. Dit zorgt soms voor onwenselijke woonsituaties. Tegelijkertijd belemmert het late verhuizen van ouderen de doorstroming op de woningmarkt. Grote gezinswoningen blijven zo onbereikbaar voor jonge gezinnen. Wij adviseren dat de gemeente blijft inzetten op bewustwording onder ouderen over de keuzes omtrent langer zelfstandig thuis wonen, en onderzoekt hoe belemmeringen voor verhuizen kunnen worden weggenomen. Om de doorstroming naar geclusterd wonen te bevorderen, kan de inzet van een ouderenmakelaar of wooncoach worden overwogen6. Ook financiële instrumenten zoals een huurgewenningsbijdrage kunnen bijdragen aan de doorstroming van ouderen. Ouderen die graag zo lang mogelijk willen blijven wonen in hun huidige woning, kunnen worden geholpen met informatie over de mogelijkheden voor (het financieren van) particuliere woningaanpassingen, de inzet van kleine technologische oplossingen en het beschikbare welzijnsaanbod in de buurt.
Stimuleren nieuwe woonvormen In een geclusterde woonvormen voor ouderen kunnen mensen tot op hoge leeftijd zelfstandig wonen, doordat de woningen goed toegankelijk en comfortabel zijn, er mogelijkheden zijn voor ontmoeting en de bewoners elkaar
6
tot steun kunnen zijn. Daarnaast bieden dergelijke woonvormen de mogelijkheid om efficiënt zorg te kunnen leveren. Ouderen in Voorst zijn niet erg verhuisgeneigd. Om ouderen te laten verhuizen naar geclusterde woonvormen zijn zo ‘normaal’ mogelijk geclusterde woonvormen nodig. Gedacht kan worden aan hofjeswonen of wonen rondom een erf. Hierbij is het van belang dat de woningen levensloopbestendig moeten zijn. De meeste ouderen in de gemeente hebben een voorkeur voor een grondgebonden woning met een (klein) tuintje. In het centrum van Twello is ook vraag naar (kleinschalige) appartementencomplexen die door hun vorm uitnodigen tot gemeenschapsleven en zorg voor elkaar. De gemeente kan bij het maken van nieuwe wooninitiatieven een stimulerende en faciliterende rol vervullen. Hierbij kan men de Stimuleringsregeling Wonen, zorg en welzijn van het Ministerie van VWS betrekken.