Woningbouw Enkweg Posterenk bestemmingsplan toelichting (2022-29578)
Tekst van het document
Bestemmingsplan | Toelichting
Woningbouw Enkweg, Posterenk
Gemeente Voorst
Datum: 1 juni 2022 Projectnummer: 170354.01 ID: NL.IMRO.0285.6102-VS00
INHOUD 1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
3 3 4 5
2
Planbeschrijving
6
2.1 2.2 2.3
Historische context Bestaande situatie Toekomstige situatie
6 8 9
3
Beleid en regelgeving
13
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
13 15 16 19
4
Milieu- en omgevingsaspecten
22
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
Cultuurhistorie en archeologie Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Water Natuur Verkeer en parkeren Vormvrije m.e.r.-beoordeling
22 24 25 26 28 33 34 40 43 45 47
5
Juridische toelichting
49
5.1 5.2 5.3
Algemeen Inleidende regels Bestemmingsregels
49 49 50
6
Uitvoerbaarheid
53
6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53 53
Bijlagen Bijlage 1: Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan Bijlage 2: Laddertoets Bijlage 3: Archeologisch onderzoek Bijlage 4: Onderbouwing molenbiotoop Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek oostelijk gedeelte plangebied Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek westelijk gedeelte plangebied Bijlage 7: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 8: Quick scan bedrijven en milieuzonering Bijlage 9: Quick scan externe veiligheid Bijlage 10: Resultaat watertoets Bijlage 11: Ecologische quickscan Bijlage 12: Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 13: Notitie verkeer en parkeren Bijlage 14: M.e.r.-beoordeling
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De locatie aan de Enkweg 10 in Posterenk staat al langere tijd als ontwikkellocatie bekend. Het voornemen bestaat de oude bedrijfsloods aan de Enkweg 10 te slopen en de locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Het voorliggende bestemmingsplan faciliteert de bouw van maximaal 28 woningen. De bestaande bedrijfswoning aan de Enkweg 10 wordt ten slotte herbestemd tot burgerwoning De ontwikkeling van de locatie aan de Enkweg tot een kleinschalige woonbuurt, biedt kansen om te voorzien in de woningbehoefte voor het dorp. Het plan voorziet in een divers woonprogramma, met kansen voor betaalbare woningen. Dit betekent huisvestigingsmogelijkheden voor starters, gezinnen en senioren. Door de realisatie van woningbouw zal meer draagvlak ontstaan voor lokale voorzieningen. Ook wordt met dit plan de mogelijkheid geboden de westelijke dorpsrand van Posterenk af te ronden. In het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Posterenk 2012’ is de locatie voorzien van de bestemmingen ‘Bedrijf’, ‘Groen’ en ‘Agrarisch’. Op grond van deze bestemmingen is de bouw van woningen niet mogelijk. Om de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan voor het gebied noodzakelijk. Voorliggend plan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de kern Posterenk, behorende tot de gemeente Voorst in de provincie Gelderland. Het plangebied ligt achter het lint van de Enkweg en loopt door tot aan de Stronkseweg. Aan de noordzijde van de locatie bevinden zich een boerderij, buurthuis en speeltuin. Ten zuiden van het plangebied ligt een eerdere kleinschalige uitbreiding genaamd Postakker. Ook deze uitbreiding heeft een aansluiting op de Enkweg. Het plangebied wordt aan de westelijke zijde begrensd door de Stronkseweg, een landelijke weg waaraan enkele boerderijen zijn gelegen. Aan de oostzijde vormen de achtertuinen van de woningen aan de Enkweg de begrenzing van het plangebied. Navolgende afbeelding toont de globale ligging en begrenzing van het plangebied. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.
3
Globale ligging en begrenzing plangebied (geel omlijnd) (Bron: pdok.nl).
1.3
Geldend bestemmingsplan Op dit moment geldt voor het plangebied het bestemmingsplan ‘Posterenk 2012’, zoals op 1 juli 2013 door de gemeenteraad van Voorst vastgesteld. Op grond van het geldende bestemmingsplan is het plangebied voorzien van de bestemmingen ‘Bedrijf’, ‘Groen’ en ‘Agrarisch’. De voormalige bedrijfsloods is voorzien van de bestemming ‘Bedrijf’. De gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor bedrijven in milieucategorie 1 en 2, alsmede de daarbij behorende voorzieningen zoals groen, tuinen, erven, verhardingen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen, parkeerplaatsen, laad- en losvoorzieningen en water. De houtopstanden rondom de loods zijn voorzien van de bestemming ‘Groen’. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, agrarisch medegebruik, water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, alsmede de daarbij behorende voorzieningen zoals paden, verkeers- en verblijfsvoorzieningen. De overige gronden in het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Agrarisch’. Deze gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, recreatief medegebruik, water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, alsmede de daarbij behorende voorzieningen zoals groen, paden en verhardingen.
Naast de enkelbestemmingen is het plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’. Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een archeologisch waardevol gebied. Er dient een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd bij de bouw van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m² en bij graaf- en heiwerk4
zaamheden dieper dan 30 centimeter. Dit onderzoek moet uitgevoerd worden conform het vastgestelde Programma van Eisen. Daarnaast kent het plangebied de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - molenbiotoop gesloten' en 'vrijwaringszone - molenbiotoop ruw'. Deze aanduiding schrijft maximum bouwhoogten voor aan het plangebied ten behoeve van het functioneren van de Wilpermolen. Verder kent het plangebied de gebiedsaanduiding 'wro-zone – wijzigingsgebied 1'. Dit betekent dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn het plan onder voorwaarden te wijzigen ten behoeve van de bestemmingen 'Wonen, 'Verkeer - Verblijfsgebied', 'Groen', 'Bos' en 'Agrarisch'. Deze wijzigingsbevoegdheid voorziet in de herontwikkeling van de gronden tot maximaal 25 woningen. Op grond van de voorgenoemde bestemming is het bouwen van 28 woningen niet toegestaan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is het noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Voorliggend document voorziet in een toelichting op het nieuwe bestemmingsplan.
Plangebied
Uitsnede geldend bestemmingsplan met daarop het plangebied globaal rood omlijnd (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, bewerking SAB).
1.4
Leeswijzer Dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst. Hoofdstuk 4 omvat de toetsing aan de planologische haalbaarheidsaspecten en milieuaspecten. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw van de planregels (Hoofdstuk 5) en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (Hoofdstuk 6).
5
2
Planbeschrijving Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, de bestaande situatie in het plangebied, goed in beeld wordt gebracht. Door SAB is een stedenbouwkundig plan, inrichtingsplan en beeldkwaliteitplan opgesteld. Hierin zijn aan de hand van een ruimtelijke analyse randvoorwaarden geformuleerd die als vertrekpunt hebben gediend voor de stedenbouwkundige verkaveling en inrichting van de openbare ruimte. In dit hoofdstuk komt de huidige ruimtelijke en functionele structuur en de wijze waarop deze tot stand is gekomen aan bod. Wat betreft de ruimtelijke structuur wordt aandacht gegeven aan bouwen en verkeer. Met betrekking tot de functionele structuur wordt ingegaan op de huidige functie van het plangebied.
2.1
Historische context De buurtschap Posterenk is genoemd naar de herberg de Post, die bij een enk gelegen was: de Post ter enk. Deze enk ontstond in de Middeleeuwen, toen het landschap gecultiveerd werd tot landbouwgrond. De hogere delen in het landschap waren het meest geschikt voor akkerland en daarom ontstond op de dekzandrug bij het huidige Posterenk een langgerekt complex van akkers: de enk. Aan de randen van de dekzandrug werden de boerderijen gebouwd. De enk zelf bleef onbebouwd en lange tijd was er geen sprake van een buurtschap op deze locatie. De eerste aanzetten daartoe vormen herberg de Post, die op een kruispunt van wegen op de enk werd gesticht, en de bouw van de Wilpermolen in 1736. Rondom deze gebouwen werden pas vanaf cirste ca 1900 enkele boerderijtjes en woningen gebouwd. Gedurende de 20 eeuw en met name vanaf circa 1950 nam de bebouwing langs de H.W. Iordensweg-Enkweg en de Grotenhuisweg-Molenallee toe en ontstond het typische karakter van Posterenk: lintbebouwing langs de wegen met een verdichting tot kern rondom de kruising.
Historische kaart (1850) van het plangebied (globaal oranje omlijnd) en de omgeving (Bron: www.topotijdreis.nl, bewerking SAB).
6
Historische kaart (1950) van het plangebied (globaal oranje omlijnd) en de omgeving (Bron: www.topotijdreis.nl, bewerking SAB). e
Vanaf beging 20 eeuw worden er meer boerderijen en woningen gebouwd langs de Molenallee, Grotenhuisweg, H.W. lordensweg en de Enkweg. Het dorp oriënteert zich heel duidelijk op deze twee assen.
Kaart (2018) van het plangebied (globaal oranje omlijnd) en de omgeving (Bron: www.topotijdreis.nl, bewerking SAB).
Na 1950 groeit het dorp, de linten worden volgebouwd en er ontstaat een kern rondom het gebied waar de molen staat. Tussen 1972 en 1978 wordt de Rijksweg A1 aangelegd tot knooppunt Azelo. Dit zorgt ervoor dat uitbreiding van Posterenk naar het noorden minder aantrekkelijk wordt. Alle toekomstige ontwikkelingen zullen dus hoofdzakelijk aan de zuidzijde plaatsvinden. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van de Postakker, ten zuiden van het plangebied. Op navolgende afbeelding zijn de relatief recent gerealiseerde woningen langs de Postakker duidelijk zichtbaar. Alle an-
7
dere woningen oriënteren zich nog steeds op de twee assen. Posterenk heeft het karakter van een kleinschalig buurtschap behouden.
Postakker
Kaart met daarop de bebouwingsjaren van bebouwing in en rondom het plangebied (globaal geel omlijnd) (Bron: www.code.waag.org).
2.2
Bestaande situatie Het plangebied ligt achter het bebouwingslint Enkweg en loopt door tot aan de Stronkseweg. Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels onbebouwd, er bevindt zich één bedrijfsloods met bedrijfswoning aan de Enkweg 10. Hier was voorheen een aannemersbedrijf gevestigd. Ten noorden van de loods bevindt zich een agrarisch 2 weiland. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 14.500 m . De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een menging van functies, waarbij woningbouw de meest dominante factor is.
Impressie van de huidige situatie van het plangebied gezien vanaf de Stronkseweg (Bron: Google Streetview).
8
Impressie van de huidige situatie van het plangebied, de bedrijfsloods (Bron: Ruimte voor Advies).
2.3
Toekomstige situatie Uitgangspunten 1 In het door SAB opgestelde stedenbouwkundig plan wordt geconcludeerd dat de kruising van straten met een meer individuele en wisselende bebouwing en de planmatige invulling van de gebieden achter deze linten, waaronder het bebouwingslint langs de Enkweg, kenmerkend is voor Posterenk. Op basis van de ruimtelijke analyse zijn de volgende uitgangspunten voor dit plan geformuleerd: Vanaf de Enkweg is er een doorzicht mogelijk naar het omliggende landschap; De woningen worden ontsloten vanaf één aansluiting op de Enkweg; De bestaande bedrijfswoning Enkweg 10 wordt gehandhaafd en als burgerwoning ingepast; Informele langzaamsverkeersroutes verbinden de Enkweg met de Stronkseweg en de speeltuin; Parkeerplaatsen voor nieuwe woningen worden bij voorkeur op eigen erf en in elk geval binnen het plangebied gerealiseerd; De Stronkseweg behoudt het karakteristieke karakter als landweg door bebouwing op afstand van de Stronkseweg te realiseren en de weg open in het landschap te situeren; Programma Het voorliggende bestemmingsplan faciliteert de bouw van maximaal 28 woningen, bestaande uit 8 vrijstaande woningen, 6 twee-onder-één-kapwoningen en 14 rijwoningen. Ten slotte wordt de bestaande bedrijfswoning aan de Enkweg 10 herbestemd tot burgerwoning.
1
SAB (2022). Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitplan. Enkweg 10 Posterenk. Projectnummer: 170354. 16 februari 2022. 9
Inrichtingsplan Op navolgende afbeelding is het beoogde inrichtingsplan weergegeven. Ten behoeve van de woningbouwontwikkeling zal de bestaande bedrijfsloods aan de Enkweg 10 worden gesloopt. De loods is verouderd en past niet in het bebouwingsbeeld van de Enkweg.
Inrichtingsplan (Bron: SAB).
De entree naar het plangebied ligt aan de Enkweg. De entree heeft een groene uitstraling door de groenzones aan weerszijden van de weg, het behoud van de bestaande bomen en de aanplant van enkele nieuwe bomen. Vanaf de toegangsweg is er zicht naar het achterliggend agrarisch landschap. De ontsluitingsweg maakt een lus over het plangebied. Enkele woningen aan de zuidwestkant hebben hun eigen toegangsweg. Direct achter de Enkweg hebben de woningen een dorpse maat en schaal. Aan de landschapszijde staan vrijstaande woningen, georiënteerd op het landschap. Eén woning, de woning in het zicht rechts na de splitsing van de weg, ligt in het zicht en krijgt daarom een bijzondere uitstraling als markant punt aan de centrale wadi met een mooie grote solitaire boom. Het groen heeft een informeel karakter. Natuurlijke glooiingen vormen wadi’s die het regenwater dat op de verharding valt opvangt en laat infiltreren. Ecologisch waardevolle hagen vormen de erfafscheiding naar de speeltuin en naastgelegen percelen. Verharding en parkeren De verharding bestaat uit gebakken klinkers in roodbruine tinten. Door het beperkte verkeer wordt de weg zowel door voetgangers, fietsers en auto’s gebruikt en is een smaller wegprofiel mogelijk. De entree heeft een breedte van 5 meter, waarna het bij de splitsing over gaat in een breedte van 4,5 meter. 10
Parkeervakken worden op subtiele wijze aangeduid. Langs de entree bevinden zich enkele parkeervakken met grasbeton verharding. Deze parkeervakken zijn onderdeel van de berm en hebben daardoor een groene uitstraling. Beplanting en ecologie In het inrichtingsplan is aandacht voor biodiversiteit. De wadi’s worden vormgegeven als een bloemrijk graslandschap en keren op verschillende plekken in het plangebied terug. De combinatie van een vochtig bloemrijk grasland met aansluitend gebiedseigen (struweel)hagen biedt voor insecten en vlinders een perfect leefgebied. Naast wadi’s worden in het plangebied onder meer Zeeuwse hagen en (fruit)bomen aangeplant. De bestaande struweelhaag en bomen blijven behouden en zijn zodoende als ‘Groen’ bestemd in het voorliggende bestemmingsplan. Noemenswaardig is de groensingel aan de zuidzijde van het plangebied, bestaande uit onder andere hazelaar, vlier, Gelderse roos, liguster en eikenbomen. De singel zorgt voor een goede landschappelijke inpassing, onttrekking van bebouwing aan het zicht en heeft toegevoegde waarde voor plaatselijke fauna. In de toekomstige situatie zal de singel direct aan de tuinen grenzen, waarmee het als extra functie als natuurlijke afscheiding zal gelden. Daarmee is behoud én versterking van de singel van belang.
Bebouwingsmogelijkheden zijn er niet ter plaatse van de singel en in dit bestemmingsplan is een minimale breedte van 3 meter geborgd. In de huidige situatie betreft de breedte circa 4 meter. Een snoeibeurt is noodzakelijk. Regulier, natuurlijk onderhoud is toegestaan. Navolgend is een impressie van de groensingel weergegeven.
Bron: gemeente Voorst
Beeldkwaliteit bebouwing Karakteristiek voor Posterenk is de grote samenhang in maat en vormgeving van de bebouwing, ondanks een individuele uitstraling per pand. Dit is de beschrijving van Posterenk in de Welstandsnota Voorst 2010. Bij de ontwikkeling sluiten we aan bij de bestaande karakteristiek van Posterenk. Uitgangspunt is dan ook een samenhangend dorps beeld met een eigentijdse uitstraling. Een eenvoudige massaopbouw, zadeldak 11
met (kleine) overstekken en terughoudend kleurgebruik zijn de belangrijkste ingrediënten om het beoogde beeld te bereiken. Ook variatie in hoofdvorm tussen de verschillende woningen is van belang voor het gewenste gevarieerde, maar samenhangende beeld. De woningen bestaan uit maximaal twee lagen met een zadeldak of mansardekap. De maximum goothoogte bedraagt 4,5/6 meter en de maximum nokhoogte 9 meter. De architectuur is eigentijds ingetogen, maar kent een doordachte en zorgvuldige detaillering met aandacht voor schaal- en maatverhoudingen. De gevels bestaan uit baksteen in genuanceerde tinten bruin en roodbruin. Naast elkaar gelegen woningen kennen een andere tint baksteen.
12
3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Toetsing Het Rijk zet in de NOVI onder andere in op de energietransitie, duurzaam groeipotentieel, sterke en gezonde steden, combinaties van functies en identiteit. Gelet op het feit dat er met voorliggend plan wordt voorzien in een duurzame en toekomstbestendige inrichting, waarbij de bestaande kwaliteiten en identiteit van Posterenk centraal staan, wordt een bijdrage geleverd aan het realiseren van de Rijksprioriteiten uit de NOVI. Daarbij wordt rekening gehouden met de afwegingsprincipes. Zo is de ontwikkeling in lijn met de kenmerken en karakteristieken van het gebied (zoals beschreven in paragraaf 2.3).
3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische hoofdstructuur (thans Natuurnetwerk Nederland (NNN)), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, 13
Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (thans NNN) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS (thans NNN) is bepaald dat niet het Rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Het voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in de SVIR en het Barro. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Vanuit het Rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen.
Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of ande2 re stedelijke voorzieningen’. Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen binnen een dorpskern niet hoeft te worden aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Voorliggend project voorziet in de ontwikkeling van maximaal 28 woningen. Daarom is 3 door SAB een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgevoerd. In de toetsing is aangetoond dat sprake is van zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve
2
Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921).
3
SAB (2021). Toets Ladder voor duurzame verstedelijking. Posterenk, Enkweg 10. Projectnummer: 170354.01. 17 december 2021. 14
behoefte. De ontwikkeling voorziet in een behoefte die niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. De buiten bestaand stedelijk gebied gelegen ontwikkeling is daarmee gerechtvaardigd. Dit tezamen maakt dat de ontwikkeling als haalbaar geacht voor wat betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor een uitgebreidere motivatie wordt kortheidshalve verwezen naar bijlage 1 bij de toelichting. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de herbestemming van de bedrijfswoning naar burgerwoning aan de Enkweg 10 buiten beschouwing is gelaten, aangezien de feitelijke situatie onveranderd blijft. 3.1.4
Conclusie De voorliggende ontwikkeling past binnen de doelstellingen van het Rijk en is in lijn met de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. Circulaire economie: sluiten van kringlopen. Biodiversiteit: werken met de natuur. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio.
Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsverordening Gelderland staan regels beschreven, welke ervoor moeten zorgen dat de Omgevingsvisie Gelderland ook daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. De omgevingsverordening dient dan ook als een juridisch instrument en beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels
15
noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Daarmee dient de omgevingsverordening als een toetsingskader bij het opstellen van nieuwe ruimtelijke plannen, zoals een bestemmingsplan of een uitgebreide afwijkingsprocedure. De omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. verordening voorziet ten opzichte van de omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De omgevingsverordening oriënteert zich net zo breed als de omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
Actualisaties omgevingsverordening De provincie Gelderland heeft verschillende actualisaties van de omgevingsverordening opgesteld. Het actualisatieplan 7 is op 31 maart 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Op 15 december 2021 is het actualisatieplan 8 vastgesteld en op 15 november 2021 is een concept gepubliceerd van het ontwerp-actualisatieplan 9. Toetsing Het voorliggende plangebied ligt grotendeels binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan kan bijdragen aan de doelstellingen voor de ruimtelijke kwaliteit en een goede woon- en leefkwaliteit en kan bijdragen aan een verbetering van het draagvlak voor lokale voorzieningen in de gemeente Voorst (zie paragraaf 3.4.2). Verder wordt ingespeeld op de actuele woningbehoefte. Het project voorziet uitsluitend in grondgebonden woningen, met een gedifferentieerd aanbod aan woningtypen. De grondgebonden rijwoningen zijn onder meer voor starters erg geschikt, waarmee het plan voorziet in de lokale vraag naar woningen. Met het plan wordt een goede overgang gecreëerd naar het buitengebied die goed aansluit op de naastgelegen bebouwing. Gelet op het voorgaande is de beoogde ontwikkeling in lijn met het provinciaal beleid. 3.2.3
Conclusie De voorliggende ontwikkeling past binnen de doelstellingen van de provinciale omgevingsvisie en -verordening.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 De Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 is in mei 2007 vastgesteld door de gemeenteraden van Apeldoorn, Brummen, Deventer, Lochem, Voorst en Zutphen. In
16
deze visie staan de gemeenschappelijke ambities voor de lange termijn tot 2030. De gemeenten streven naar een hoogwaardige ruimtelijke ontwikkeling van de Stedendriehoek als geheel. Behoud en versterking van de samenhang en variatie in woon-, werk- en recreatiegebieden, met het gelijktijdig ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten in water, natuur, landschap en landbouw, staan centraal. Om deze centrale doelstelling concreet te maken, zijn de volgende vijf strategische keuzen geformuleerd: duurzaam waterbeheer als basis voor ruimtelijke ontwikkeling; natuur, landschap en landbouw ontwikkelen in functiecombinaties; regionale bereikbaarheid verbeteren door hoogwaardig openbaar vervoer; stedelijke herstructurering gaat boven nieuwe stadsuitbreidingen; toevoegen van centrum-stedelijke en landelijke woonmilieus. De volgende concrete aspecten worden van belang geacht voor de Stedendriehoek in 2030: het landschap blijft ‘open’; het versterken van stedelijke voorzieningen en openbaar vervoer; het stimuleren van innovatieve regionale economie; het reduceren van automobiliteit door goede koppelingen aan openbaar vervoer en fietsgebruik; het vergroten van variatie in de samenstelling van de stedelijke bevolking en de woningvoorraad.
In de verstedelijkingsopgave voor het wonen binnen de Stedendriehoek speelt het bestaand stedelijk gebied een prominente rol: de Stedendriehoek kiest uitdrukkelijk voor verdere herstructurering en intensivering van het bestaand stedelijk gebied boven nieuwe stadsuitbreidingen. Via stedelijke herstructurering is het ontwikkelen van aantrekkelijke centrum-stedelijke woonmilieus in en rond bestaande binnensteden een belangrijke opgave. Verhoging van de kwaliteit van de openbare ruimte, het beleefbaar maken van stedelijke karakteristieken en versterking van het aanbod aan stedelijke voorzieningen en openbaar vervoer, zijn belangrijke elementen van deze opgave. Voor de reeds lopende en geplande stadsuitbreidingen geldt dat deze ontwikkelingen gewoon afgerond worden. Toetsing Onderhavig plan past binnen de kaders van de regionale structuurvisie. Dit plan voorziet in de bouw van een gedifferentieerd aanbod aan woningen. In totaal voorziet het plan in maximaal 28 nieuwbouwwoningen, waarmee de leefbaarheid in de (kleine) kern van Posterenk behouden en versterkt wordt. Met het plan wordt een goede overgang gecreëerd naar het aangrenzende buitengebied en voorziet in een passende afronding van het dorp. Het open karakter van de dorpsgrens blijft behouden, onder andere door het creëren van zichtlijnen. Vanaf de Enkweg heeft men vrij zicht op het achterliggende (agrarische) landschap. 3.3.2
Woonagenda Cleantech Regio 2018 De gemeente Voorst maakt deel uit van de Cleantech Regio waarbinnen de samenwerkende gemeenten op regionaal niveau afspraken maken. Dit gebeurt onder meer op het gebied van woningbouw in de regionale woonagenda. In de onlangs (eind
17
2020) geëvalueerde en herijkte regionale woonagenda is de woningbehoefte voor de regio tot 2030 uiteengezet. Met de woningbouwprogrammering in de regio wordt gestuurd op kwaliteit. Het behouden en versterken van de woonkwaliteit vraagt om de juiste woning, voor de juiste doelgroep, op de juiste plek in de regio. Daarbij kan woningbouw niet los worden gezien van de lokale woningbehoefte, het bestaande woningaanbod, de specifieke plek en veranderende woningbehoefte. Daarvoor is bovenal maatwerk op lokaal niveau. Om vanuit de gezamenlijke ambitie op kwalitatieve groei te sturen zijn richtinggevende principes ontwikkeld voor het lokaal beoordelen van woningbouwplannen. Het gaat daarbij om drie speerpunten: 1 Woningbouw draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande stad, wijk, dorp, kern en buitengebied; 2 Woningbouw is behoeftegericht, past bij de lokale vraag van een specifieke doelgroep en levert een strategische (toekomstgerichte) aanvulling op het bestaande woningaanbod; 3 De programmering is flexibel en kan aangepast worden om goed te blijven aansluiten op de speerpunten van het beleid en actuele marktontwikkelingen. In het onderstaande schema zijn deze speerpunten nader uitgewerkt.
Naast de kwalitatieve afspraken, zijn in regionaal verband ook kwantitatieve afspraken gemaakt voor de periode 2020 - 2030. In de regionale woonagenda is per gemeente een bandbreedte opgenomen tussen de behoefte op basis van huishoudensgroei (lage bandbreedte) en het inlopen van een theoretisch woningtekort (hoge bandbreedte). In de regio wordt per gemeente gekoerst op een realistisch woningbouwprogramma waarbij vraag een aanbod goed op elkaar aansluiten. Binnen de kwantitatieve afspraken continueert de gemeente Voorst haar koers om gemiddeld 80 woningen per jaar toe te voegen. De gemeente Voorst zet in op een realistische prognosticering waarbij het belangrijk is dat woningbouw aansluit op de korte- en langetermijnbehoefte en het dorpse karakter. Toetsing De voorliggende plannen, die deels een herontwikkeling van bestaande locaties inhouden, kennen een gevarieerd en evenwichtig woningaanbod waarbinnen verschillende doelgroepen bediend worden. Met de plannen wordt ingestoken op een hoog18
waardige ruimtelijke kwaliteit, zowel in architectuur als inrichting van het openbaar gebied. Bij uitwerking van de plannen wordt veel aandacht geschonken aan duurzaamheidsambities. De ontwikkeling is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering en valt binnen de kwantitatieve afspraken. Het plan past dan ook binnen de kaders van de Woonagenda Cleantech Regio 2018. 3.3.3
Conclusie De voorliggende ontwikkeling past binnen de doelstellingen van de regionale structuurvisie.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst De Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst heeft een dubbele doelstelling. Enerzijds wil de gemeente met de samenleving ambities bepalen en vervolgens deze ook behalen. Anderzijds fungeert de visie ook als een toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In het gehele ruimtelijke beleid is de identiteit leidend. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten hierbij passen en die waar mogelijk versterken. Met identiteit doelt de gemeente op: de diversiteit en kwaliteit van de landschappen in de gemeente, de bijzondere monumenten en cultuurhistorie, de dorpse schaal van de kernen, de menselijke maat en de krachtige sociale samenhang in de gemeente. Een extra element dat de gemeente aan die identiteit wilt toevoegen is duurzaamheid. Het gaat dan om de wens en de noodzaak om de ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten toekomstbestendig te maken. Er kan daarbij gebruik gemaakt worden van de ontwikkelingen in de stedendriehoek die mikt op het stimuleren van schone technologie en een circulaire economie. Vanuit de gemeentelijke identiteit is naar thema’s gekeken en naar ontwikkelingen die staan te gebeuren.
In deze visie formuleert de gemeente strategische beleidskeuzes, gericht op het behouden en versterken van de identiteit, op de volgende thema’s: wonen, leefbaarheid en sociale cohesie; werken, innovatie en recreatie; omgeving en landschap; energie en klimaat. Toetsing Op het aspect wonen worden in de ruimtelijke toekomstvisie vier pijlers onderscheiden (gedestilleerd uit de Woonvisie Aantrekkelijk Voorst 2025, die in de navolgende paragraaf 3.4.2 aan bod komt), namelijk: aantrekkelijke woongemeente, betaalbaarheid en beschikbaarheid, kwaliteit van de woningvoorraad en vergrijzing en wonen met zorg. Met voorliggend plan wordt nadrukkelijk beantwoord aan deze pijlers op het gebied van wonen. Zo is sprake van een divers woonprogramma, met kansen voor betaalbare woningen. Dit betekent huisvestigingsmogelijkheden voor starters, gezinnen en senioren. Tevens zet de gemeente Voorst in op inbreiding voor uitbreiding met betrekking tot woningbouwontwikkeling, waar voorliggend plan gedeeltelijk aan beantwoord. Ten slotte doen zich kansen voor om klimaatadaptie, leefbaarheid en duurzaamheid
19
een meer prominente rol te geven. De voorliggende ontwikkeling kent immers vele en hoge duurzaamheidsambities, alsmede maatregelen waarmee hittestress en wateroverlast worden voorkomen en de mogelijk voor biodiversiteit om te floreren wordt versterkt. Dit tezamen maakt dat de voorgenomen woningbouwontwikkeling nadrukkelijk beantwoord aan de visie van de gemeente Voorst. 3.4.2
Woonvisie Aantrekkelijk Voorst 2025 In 2017 heeft de gemeente Voorst de woonvisie ‘Woonvisie Aantrekkelijk Voorst 2025’ vastgesteld. De gemeente Voorst identificeert zich als een groene gemeente die goed bereikbaar is vanuit de drie stedelijke centra (Zutphen, Deventer en Apeldoorn) en waar ondanks de geringe grootte een goed voorzieningenaanbod is. De gemeente richt zich daarom ook op vier pijlers: 1. Aantrekkelijke woongemeente: hier zet de gemeente Voorst onder meer in op het inspelen op veranderende woonbehoeften en het verbeteren van de leefbaarheid in de gemeente. 2. Beschikbaarheid en betaalbaarheid: vraag en aanbod van de sociale huurwoningen en bereikbare koopwoningen staat hier centraal. 3. Kwaliteit van de woningvoorraad: het gaat hier vooral om het verbeteren van de duurzaamheid van woningen in de gemeente. 4. Vergrijzing en wonen met zorg: de vergrijzing heeft gevolgen voor het wonen en de zorg. Langer zelfstandig wonen is het uitgangspunt. Toetsing In de gemeentelijke woonvisie wordt aangegeven dat de vraag naar woningen in de gemeente Voorst de komende jaren toeneemt als gevolg van een groei van het aantal huishoudens. Het gaat om circa 800 huishoudens in de periode 2015-2025, voornamelijk als gevolg van huishoudensverdunning. De gemeente zet in op een jaarlijkse realisatie van circa 80 woningen.
De gemeente geeft daarbij aan dat de meeste van deze woningen onderdeel uitmaken van bestaande plannen. Daarbij wordt wel rekening gehouden met het feit dat een deel van de plancapaciteit uiteindelijk niet gerealiseerd zal worden. Daarom is het uitgangspunt om een totale planruimte van 900 woningen aan te houden voor de periode 2015-2025. Uit de speerpunten volgt verder onder meer dat de gemeente de ambitie heeft om de voorraad aan goedkope koopwoningen te vergroten. In de kleine kernen, waartoe Posterenk behoort, staat het voorzieningenniveau onder druk. Gesteld wordt dat het aanbod goedkope woningen in Voorst beperkt is, zowel in de huur- als de koopsector, en vooral in de kleine kernen. Demografische ontwikkelingen leiden ertoe dat de vraag naar voorzieningen in de kleinere kernen verandert. De grotere kernen zullen een breed voorzieningenaanbod hebben, terwijl de kleine meer en meer woonkernen worden. Iedere kern heeft haar eigen profiel. Het uitgangspunt voor de kleine kernen is dat deze niet op slot worden gezet, maar dat ruimte wordt geboden voor de toevoeging van kwalitatief goede woningen. De gemeente heeft een en ander nader uitgewerkt in de prestatieafspraken 2020.
20
Met dit plan wordt bijgedragen aan een kwalitatief goede woonkern. In totaal voorziet het plan in maximaal 28 woningen, waarmee de leefbaarheid in de (kleine) kern van Posterenk behouden en versterkt wordt. Het plan voorziet in een divers woonprogramma, met kansen voor betaalbare woningen. Dit betekent huisvestigingsmogelijkheden voor starters, gezinnen en senioren. Gesteld wordt dat de ontwikkeling in lijn is met de ambities zoals vermeld in de gemeentelijke woonvisie. 3.4.3
Conclusie De voorliggende ontwikkeling past binnen de gemeentelijke beleidsdoelstellingen.
21
4
Milieu- en omgevingsaspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven) gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s cultuurhistorie, archeologie, bodem, ecologie, externe veiligheid, geluid, luchtkwaliteit, milieuzonering, geur, water, het Besluit milieueffectrapportage en verkeer en parkeren.
4.1
Cultuurhistorie en archeologie
4.1.1
Regelgeving Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. De Erfgoedwet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Het streven het belang van erfgoed tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen.
4.1.2
Toetsing Archeologie Raadpleging van de geldende archeologische beleidskaart van de gemeente Voorst wijst uit dat het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde kent (AVcategorie 5). Voor de gronden geldt een onderzoekverplichting voor bodemverstoren2 de werkzaamheden die groter zijn dan 250 m en dieper reiken dan 30 cm. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt deze vrijstellingsgrens overschreden, waardoor archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Gezien de hoge verwachting is ervoor gekozen om de fase van booronderzoek over te slaan en het bureauonderzoek te incorporeren in het Programma van Eisen voor een inventariserend archeologisch veldonderzoek door middel van verkennen-
22
4
de/karterende en waarderende proefsleuven . Dit proefsleuvenonderzoek zal worden uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit is juridisch geborgd middels een archeologische dubbelbestemming en procesmatig middels een vastgesteld Programma van Eisen. Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen c.q. monumenten aanwezig. Rondom het plangebied bevinden zich enkele gemeentelijke monumenten, waaronder een voormalige kerk aan de Grotenhuisweg 13 en een woning aan de Molenallee 3. Daarnaast is de Wilpermolen aan de Molenallee 12 aangewezen als Rijksmonument. Bij het ontwerp van de woningen is door SAB (zie paragraaf 2.3) rekening gehouden met de bestaande bebouwing in Posterenk. In maat, schaal en korrel wordt aansluiting gezocht bij de bestaande bebouwing in Posterenk. Ook is door het opstellen van een onderbouwing ten aanzien van de molenbiotoop rekening gehouden met het functioneren van de historische Wilpermolen. Ten slotte is rekening gehouden met de niet-bebouwingsgerichte cultuurhistorische waarde in de vorm van het dorpse karakter, de aansluiting op de landschappelijke omgeving en de diverse doorzichten naar het landschap. De ontwikkeling van onderhavig plan leidt dan ook niet tot (in)directe aantasting van cultuurhistorische waarden in of rondom het plangebied. Navolgend wordt kort ingegaan op de molenbiotoop.
Molenbiotoop In het centrum van Posterenk is de Wilpermolen gesitueerd. Het dorp is zelfs rondom deze molen ontstaan. De molen is een Rijksmonument en ligt op circa 175 meter van het plangebied. De molen en het plangebied kennen nagenoeg hetzelfde peil ten opzichte van NAP. De askophoogte van de molen bedraagt 18,1 meter. De provincie Gelderland legt gemeenten op de molenbiotoop in het bestemmingsplan te verankeren. Voor alle molens in Gelderland, waaronder de Wilpermolen, geldt een molenbiotoop van 400 meter rond de molen. Deze molenbiotoop dient ter bescherming van de molen en garandeert deze van voldoende windgang. Deze vrijwaringszone stelt beperkingen aan de bouwhoogten van nieuw op te richten objecten en beplanting. Binnen de molenbiotoop is geen nieuwe bebouwing of beplanting toegestaan, tenzij aangetoond wordt dat het functioneren van de molen door middel van windvang niet wordt beperkt. 5
Middels een onderzoek is aangetoond dat de gewenste woningbouwontwikkeling in Posterenk niet tot een verslechtering van de windvang van de Wilpermolen leidt. Navolgend wordt het rapport kort behandeld. De molenbiotoop van de Wilpermolen is in de bestaande situatie met een sectorscore van 246 aanvaardbaar. Dit is bepaald via een gestandaardiseerde methode waarbij de molenbiotoop ingedeeld is in sectoren. Per sector is bepaald welke bouwhoogte op grond van de biotoopnorm is toegestaan en welke overschrijdingen reeds aanwezig 4
Econsultancy (2018). Archeologische proefsleuven. Enkweg te Wilp. PvE nummer: 7581.001. 21 december 2018.
5
SAB (2021). Onderbouwing molenbiotoop. Enkweg 10, Posterenk. Projectnummer: 170354. 24 september 2021. 23
zijn. Als gevolg van het bouwplan zal de sectorscore toenemen tot 251. Hiermee behoudt de molen nog altijd een aanvaardbare molenbiotoop. Aanstromende wind ontmoet na voltooiing van het plan een gebied met meer obstakels dan voorheen. Een groot deel van het plangebied is in de huidige situatie al aangemerkt als ‘gesloten’, wat wil zeggen dat er diverse objecten aanwezig zijn. In de huidige situatie zijn er al diverse obstakels dichterbij de molen gelegen die de windsnelheidsverdeling verstoren. De beoogde uitbreiding van het woongebied komt nergens boven de bestaande obstakels uit. Hierdoor is de invloed op de windvang zeer gering. Het functioneren van de molen wordt als gevolg van de realisatie van het bouwplan dan ook niet beperkt, mits een bouwhoogte van maximaal 9,0 meter ten opzichte van het peil van de molen wordt aangehouden voor de bebouwing en ook met nieuwe beplanting rekening wordt gehouden met een maximum hoogte van circa 9,0 meter. Om de vrije windvang van de nabij gelegen molen te waarborgen zijn in dit bestemmingsplan de gebiedsaanduidingen ‘vrijwaringszone - molenbiotoop gesloten’ en ‘vrijwaringszone - molenbiotoop ruw’ opgenomen. De regeling die hieraan gekoppeld is voorkomt dat binnen een afstand van 400 meter tot het middelpunt van de molen nieuwe bebouwing wordt opgericht die de vrije windvang van de molen onevenredig belemmerd.
Rekening houdend met een bouwhoogte van maximaal 9,0 meter ten opzichte van het peil van de molen (voor gebouwen en beplanting) vormt de molenbiotoop geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. 4.1.3
Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormen de aspecten cultuurhistorie en archeologie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.2
Bodem
4.2.1
Regelgeving In het kader van een planprocedure moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodem- en grondwateronderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de gewenste ontwikkeling.
4.2.2
Toetsing In het kader van de voorgenomen ontwikkeling hebben verkennende bodemonder6 zoeken plaatsgevonden. De belangrijkste conclusies worden hieronder beschreven, de volledige rapportages zijn als bijlage bij de toelichting opgenomen.
6
Boluwa Eco Systems BV (2018). Verkennend bodemonderzoek / verkennend bodemonderzoek asbest. Enkweg 10a te Wilp. Projectnummer: 18178. 7 september 2018. Boluwa Eco Systems BV (2022). Verkennend bodemonderzoek. Enkweg (ong.) te Wilp. Projectnummer: 21308. 20 januari 2022. 24
Voor het oostelijk deel van het plangebied (bijlage 5) geldt: Zowel in de onder- en bovengrond zijn licht c.q. matig verhoogde gehalten aan zink, kwik, lood, PAK, PCB en/of minerale olie aangetroffen; in het grondwater is een licht gehalte aan barium en tetrachlooretheen aangetoond; in één mengmonster is analytisch een gehalte asbest van 15 mg/kg.ds aangetoond. Aangezien dit onder de norm blijft is geen sprake van verontreiniging; Op basis van het onderzoek dient nader onderzoek plaats te vinden ter plaatse van MM2 en MM7, aangezien de waardes boven het gemiddelde zijn. Op basis van nader onderzoek kan definitief worden bepaald of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van het perceel voldoet aan de voorwaarden voor woningbouw. Voor het westelijk deel van het plangebied (bijlage 6) geldt: Zowel in de ondergrond, bovengrond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. 4.2.3
Conclusie Het nader onderzoek naar de ernst en omvang van de aangetroffen verontreinigingen met eventueel benodigde vervolgacties zullen in het kader van de omgevingsvergunningprocedure worden uitgevoerd. Met inachtneming van deze uitgangspunten vorm het aspect bodem geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.3
Geluid
4.3.1
Regelgeving De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het plan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterrein. Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of de geluidbelasting binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De voorkeursgrenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. Voor spoorweglawaai bedraagt de voorkeursgrenswaarde 55 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk. Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van haar eigen beleid en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting.
25
4.3.2
Toetsing In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een akoestisch onderzoek naar 7 wegverkeerslawaai uitgevoerd. De belangrijkste resultaten zijn hieronder beknopt verwoord, de volledige rapportage van het onderzoek is als bijlage bij de toelichting opgenomen. De geluidbelasting vanwege de Grotenhuisweg (buiten de bebouwde kom) is lager dan de voorkeursgrenswaarde. Vanwege de Grotenhuisweg wordt voldaan aan de Wgh. De geluidbelasting vanwege de Stronkseweg (buiten de bebouwde kom) is lager dan de voorkeursgrenswaarde. Vanwege de Stronkseweg wordt voldaan aan de Wgh. De geluidbelasting vanwege de autosnelweg A1 bedraagt maximaal 53 dB. Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde maar lager dan de maximaal te ontheffen geluidbelasting. Maatregelen dienen derhalve te worden onderzocht. De geluidbelasting vanwege de niet-gezoneerde wegen Grotenhuisweg, Stronkseweg, Nieuweweg, Mollenallee, H.W. Iordensweg en Enkweg voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Vanwege de niet-gezoneerde 30 km/uur wegen wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen wijst uit dat deze niet voldoende soelaas bieden, financieel niet doelmatig zijn en verkeerskundig niet mogelijk zijn. Er dienen derhalve maatregelen aan de ontvanger zijde te worden getroffen, waarbij de binnenwaarde van 33 dB zal worden gewaarborgd conform het Bouwbesluit 2012.
Voor het plan dienen hogere grenswaarden te worden aangevraagd. In de conclusie van het akoestisch onderzoek is in tabelvorm weergegeven welke hogere waarde voor welk bouwblok dient te worden aangevraagd. Deze waarden dienen voor de vaststelling van het plan verkregen te zijn.
4.3.3
Conclusie Mits de noodzakelijk hogere waarden wordt verleend, vormt het aspect 'geluid' geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. Het ontwerpbesluit tot vaststelling van hogere waarden wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Regelgeving De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO 2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, 7
SAB (2021). Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Enkweg 10, Posterenk. Projectnummer: 170354. 23 september 2021. 26
uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5 (zeer fijn stof). Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De derogatiebeschikking van de EU is in 2015 verlopen. De NSL is na 2015 twee maal verlengd en betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Doordat de derogatiebeschikking van de EU na 2015 niet is verlengd, dient Nederland overigens op dit moment te voldoen aan de Europese luchtkwaliteitsnormen.
Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming.
Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico’s optreden. 4.4.2
Toetsing Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen 3 dan 1,2 µg/m . In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate
27
bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De ontwikkeling van maximaal 28 nieuwe woningen in dit bestemmingsplan valt ook binnen de NIBM-regeling zodat onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Raadpleging van de NSL-monitoringstool heeft aangetoond dat er geen sprake is van (dreigende) grenswaarde-overschrijdingen. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Vanuit zowel de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt het plan op het gebied van luchtkwaliteit daarom geen belemmering. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 langs de Enkweg (ter hoogte van het plangebied) bepaald. Hiervoor is gebruik gemaakt van de NSL-monitoringstool. De jaargemiddelde concentratie 3 NO2 bedraagt (voor 2020) maximaal 16,7 µg/m , voor PM10 bedraagt dit maximaal 3 3 16,2 µg/m . In beide gevallen wordt de jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m niet overschreden. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt maximaal 9,6 3 µg/m en is daarmee ruimschoots lager dan de jaargemiddelde grenswaarde van 25 3 µg/m . Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen of stabiliseren, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.
4.4.3
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
4.5.1
Regelgeving Indien door middel van een ruimtelijke ontwikkeling nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is 8 de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het 8
VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’, 2009. 28
buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel. 4.5.2
Toetsing In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een quick scan bedrijven en milieu9 zonering uitgevoerd. Hieronder worden de belangrijkste resultaten uit de quick scan besproken. Situatie ontwikkelingslocatie Posterenk wordt hoofdzakelijk gevormd door de lintbebouwing langs de Grotenhuisweg – Molenallee en de H.W. Iordensweg - Enkweg. Deze lintbebouwing bestaat overwegend uit woningbouw, met enkele verspreid liggende niet-woonfuncties. De omgeving van het plangebied is in de basis aan te merken als een rustige woonomgeving. In een rustig woongebied komen naast woningen vrijwel geen andere functies voor, zoals kantoren of bedrijven. Ook het nabijgelegen buurthuis (Grotenhuisweg 13) is een functie passend binnen een rustig woongebied. Hinder als gevolg van onderhavige ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van woningen. ‘Wonen’ betreft geen hinderveroorzakende functie. Dit betekent dat er geen nadere toetsing naar de woningen noodzakelijk is. Hinder van bedrijvigheid op de ontwikkeling Naast de hinder die een ontwikkeling zelf kan veroorzaken dient ook onderzocht te worden of de beoogde ontwikkeling zelf hinder kan ondervinden van hinderveroorzakende functies uit de omgeving. Woningen moeten worden aangeduid als milieugevoelig.